24-05-28.11 Relevant stuk 2, Bijlagenboek BP Herveld, Hoofdstraat 135-141_20240319
Tekst van het document
Zoogdieren
aardmuis*, boommarter, bosmuis*, bunzing*, damhert, das, dwergmuis*, dwergspitsmuis*, edelhert, eekhoorn*, egel*, eikelmuis, gewone bosspitsmuis*, gewone zeehond, grote bosmuis, grijze zeehond, haas*, hermelijn*, huisspitsmuis*, konijn*, molmuis, ondergrondse woelmuis*, ree*, rosse woelmuis*, steenmarter*, tweekleurige bosspitsmuis*, veldmuis*, veldspitsmuis, vos*, waterspitsmuis, wezel*, wild zwijn, woelrat*
Amfibieën
Alpenwatersalamander, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander*, meerkikker*, middelste groene kikker*, vinpootsalamander, vuursalamander
Reptielen
adder, hazelworm*, levendbarende hagedis*, ringslang
Vissen
beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper, kwabaal
vlinders
aardbeivlinder, bosparelmoervlinder, bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine heivlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder, pimpernelblauwtje, sleedoornpage, spiegeldikkopje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje, veldparelmoervlinder, zilveren maan
Libellen
beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveenglanslibel, Kempense heidelibel, speerwaterjuffer
Overige soorten
Europese rivierkreeft, vliegend hert
Artikel 3.10. Andere soorten Planten
akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, de nnenorchis, dreps, echte gamander, franjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel, getande veldsla, gevlekt zonneroosje, glad biggenkruid, gladde zegge, groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie, kleine ereprijs, kleine schorseneer, stijve wolfsmelk, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, knollathyrus, knolspirea, korensla, kranskarwij, kruiptijm, lange zonnedauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkalk, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubvaren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, steenbraam
Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opgenomen in tabel VI. Tabel VI. Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming Artikel 4.1
De artikelen uitgezonderd artikel 4.6 zijn niet van toepassing op: a) Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) Houtopstanden op erven of in tuinen; c) Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) Kweekgoed; f) Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden bestaande uit wilgen en populieren; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Artikel 4.2
1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
Artikel 4.3 lid 1 en 2
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.
Artikel 4.4 lid 1
De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel in het kader van natuurontwikkeling en -beheer
Artikel 4.5
Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst
Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.
Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras.
Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen.
In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening.
Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.
Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.
bestemmingsplan Herveld, Hoofdstraat 135-141
Bijlage 2 Aanvullend onderzoek flora en fauna en activiteitenplan
44
Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)
RAPPORTAGE activiteitenplan diverse straten Zetten, Herveld en Valburg
Rapport activiteitenplan diverse straten, Zetten, Herveld en Valburg Opdrachtgever
Woonstichting Valburg Wageningsestraat 45 6671 DB Zetten
Rapportnummer
20487.002
Versienummer
C1
Status
Concept
Datum
23 november 2023
Opsteller1
De heer P.A.R. Vermeiren, MSc
Kwaliteitscontrole
De heer K. Schilderman, MSc
1
VRIJGAVE In onze rapportages en offertes wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Middels ons kwaliteitssysteem worden offertes en rapporten aantoonbaar vrijgegeven.
KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
GEGEVENS VAN DE LOCATIE EN HET GEBRUIK DOOR FLORA EN FAUNA .................................................. 2 2.1 2.2 2.3
3
VERSPREIDING VAN BESCHERMDE SOORTEN OP DE LOCATIE .................................................................. 8 3.1 3.2 3.3
4
Effecten op korte termijn op beschermde soorten ..................................................................... 22 Effecten lange termijn op gunstige staat van instandhouding .................................................... 24 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming .............................................................................. 25
TE TREFFEN MAATREGELEN .................................................................................................................... 26 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
Voorgenomen activiteiten en manier van uitvoering .................................................................. 20 Doel en belang van de activiteiten ............................................................................................... 21 Planning en onderbouwing van de activiteiten............................................................................ 21 Alternatieven................................................................................................................................ 21
EFFECTEN VAN DE INGREEP OP FLORA EN FAUNA ................................................................................. 22 5.1 5.2 5.3
6
Onderzoeksmethode ...................................................................................................................... 8 Onderzoeksresultaten .................................................................................................................. 12 Samenvatting ............................................................................................................................... 18
VOORGENOMEN INGREEP OP DE LOCATIE EN ONDERBOUWING .......................................................... 20 4.1 4.2 4.3 4.4
5
Locatiegegevens en huidige situatie .............................................................................................. 2 Verantwoording effectenstudie en verspreidingsinformatie ......................................................... 6 Deskundige begeleiding ................................................................................................................. 7
Inleiding ........................................................................................................................................ 26 Tijdelijke mitigatie ........................................................................................................................ 26 Zorgvuldig handelen en ongeschikt maken .................................................................................. 28 Controlerondes ............................................................................................................................ 29 Duurzame maatregelen in nieuwe situatie .................................................................................. 29
SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 32
20487.002
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Woonstichting Valburg opdracht gekregen voor het opstellen van een activiteitenplan in het kader van de Wet natuurbescherming, ten behoeve van de voorgenomen sloop van diverse woningen aan de Hessenbergstraat, Ploegstraat, Hoofdstraat, Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Zetten, Herveld en Valburg. De volgende onderzoeksvragen zullen in onderhavige rapportage worden beantwoord: • Welke beschermde soorten zijn in het plangebied aanwezig? • Welke functie heeft het plangebied voor de soorten? • Wat is de omvang en duurzame staat van instandhouding van de bij de ingreep betrokken populaties van beschermde soorten? • Blijft de functionaliteit van de rust- en voortplantingsplaatsen behouden? • Welke eigenschappen van het gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? • Hoe groot wordt het succes van de te nemen maatregelen ingeschat? • Welke maatregelen moeten getroffen worden om aan de zorgplicht te voldoen? • Zijn er voor de streng beschermde soorten geen meer bevredigende oplossingen? • Welk wettelijk belang is er waardoor de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd? Uit de quickscan Wet natuurbescherming, die door Econsultancy in december 2022 is uitgevoerd (rapportage 20487.001, 31 januari 2023), is gebleken dat de bebouwing op de onderzoekslocatie potentieel geschikt is als nestplaats voor huismus en gierzwaluw, en als verblijfplaats voor
gebouwbewonende vleermuizen. Om negatieve gevolgen te voorkomen worden maatregelen uitgevoerd die bestaan uit het vooraf aanbieden van tijdelijke voorzieningen, vooraf ongeschikt maken van de bebouwing en het realiseren van permanente voorzieningen in de nieuwe situatie.
20487.002 versie C1
1 / 34
2
GEGEVENS VAN DE LOCATIE EN HET GEBRUIK DOOR FLORA EN FAUNA
2.1 Locatiegegevens en huidige situatie De onderzoekslocatie (42 woningen) ligt aan de Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten, aan de Hoofdstraat te Herveld en aan de Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Valburg. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie.
De woningen die onderdeel zijn van de onderzoekslocatie bestaan in totaal uit 42 woningen (zie tabel 2.1). De woningen in Herveld en aan de Hessenbergstraat te Zetten zijn allemaal seniorenwoningen, bestaande uit één woonlaag met zolder. Deze woningen zijn gedekt met een zadeldak met dakpannen. De woningen aan de Ploegstraat zijn onder- en bovenwoningen. De onderwoningen bestaan uit één woonlaag en de bovenwoningen uit één woonlaag met zolder. Deze woningen zijn ook gedekt met een zadeldak met dakpannen. De woningen aan de Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat bestaan uit woonblokken van twee-onder-één kap en rijtjeswoningen. De woningen beschikken over twee verdiepingen met zolder en zadeldaken gedekt met dakpannen met overhangende kantpannen aan de kopgevels. De woningen zijn voorzien van schoorstenen. De onderzoekslocatie liggen midden in de bebouwde kom van Zetten, Herveld of Valburg. Rondom de woningen zijn verschillende woonwijken van deze dorpen aanwezig.
20487.002 versie C1
2 / 34
In figuur 2.2 t/m 2.5 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.6 t/m figuur 2.11 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek. Tabel 2.1 Adressen behorend tot de onderzoekslocatie Straatnaam
Adressen
Hessenbergstraat (Zetten)
2 t/m 20
Ploegstraat (Zetten)
1 t/m 15a
Hoofdstraat (Herveld)
135 t/m 141
Van Welderenstraat (Valburg)
1 t/m 7a
Ingen Nulandtstraat (Valburg)
2 t/m 8
20487.002 versie C1
3 / 34
Figuur 2.2 Luchtfoto van de Hessenbergstraat 2 t/m 20 te Zetten.
Figuur 2.3 Luchtfoto van de Ploegstraat 1 t/m 15a te Zetten.
20487.002 versie C1
4 / 34
Figuur 2.4
Luchtfoto van de Hoofdstraat 135 t/m 141 te Herveld.
Figuur 2.5
Luchtfoto van de van Welderenstraat 1 t/m 7a en Ingen Nulandtstraat 2 t/m 8 te Valburg.
20487.002 versie C1
5 / 34
Figuur 2.6 Overzicht van de woningen aan de Hoofdstraat te Herveld.
Figuur 2.7 Begroeiing direct naast de bebouwing aan de Hoofdstraat te Herveld.
Figuur 2.8 Voorzijde van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.
Figuur 2.9 Achterzijde van de woningen aan de Hessenbergstraat te Zetten.
Figuur 2.10 Aanzicht van een van de woonblokken aan de Ploegstraat te Zetten.
Figuur 2.11 Aanzicht en kopgevel van een van de woonblokken aan de Ploegstraat te Zetten.
2.2 Verantwoording effectenstudie en verspreidingsinformatie Door Econsultancy is in januari 2023 een quickscan Wet natuurbescherming voor de locatie opgesteld (20487.001, 31 januari 2023). De quickscan is uitgevoerd aan de hand van een bureaustudie en een veldbezoek. Het veldbezoek is afgelegd op 13 december 2022 . Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de omliggende percelen onderzocht. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat. Vanwege de aanwezigheid van diverse gebouwen is er met behulp van onder andere een zaklantaarn gezocht naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen, overige zoogdieren en vogels. Huismus en gierzwaluw Omdat de onderzoekslocaties geschikte broedgelegenheden bevatten voor huismussen en gierzwaluwen zijn voor deze soortgroepen aanvullende onderzoeken vereist. Dit onderzoek bestaat uit meerdere veldbezoeken tijdens de broedperiodes van deze soorten.
20487.002 versie C1
6 / 34
Algemene broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien de groenwerkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd worden, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Vleermuizen Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststellen. De vleermuissoorten die onderzocht dienen te worden zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis en laatvlieger. Overige soortgroepen Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat en/of het ontbreken van sporen of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
2.3 Deskundige begeleiding De deskundige die betrokken is bij het project, betreft een ervaren ecoloog2. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
2 Alle ecologen van Econsultancy hebben op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding genoten met als zwaartepunt (Nederlandse)
ecologie en/of • Zijn als ecoloog werkzaam voor een ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het netwerk Groene Bureaus en/of • Zetten zich aantoonbaar actief in op het gebied van soortenbescherming bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties.
20487.002 versie C1
7 / 34
3
VERSPREIDING VAN BESCHERMDE SOORTEN OP DE LOCATIE
3.1 Onderzoeksmethode Het onderzoek naar de verschillende soortgroepen is zoveel mogelijk gecombineerd uitgevoerd. Voor het onderzoek naar de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei twee veldbezoeken uitgevoerd, gedurende de ochtend. Tijdens de veldbezoeken is gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich onder het betreffende dak één of meerdere nesten bevinden. Tevens is gedurende de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Behalve op de onderzoekslocatie, is ook de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid of geschiktheid van de bebouwing voor huismus. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie juni 2022). Voor het onderzoek naar de gierzwaluw zijn tussen 15 mei en 15 juli drie veldbezoeken uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument (BIJ12, versie juni 2017). De veldbezoeken hebben gedurende de avondschemering plaats gevonden. In de betreffende periode scheren groepen gierzwaluwen langs gevels van panden waarin zich nesten bevinden.
De vrouwtjes die zich op het nest bevinden beantwoorden vervolgens het “gieren” van langs vliegende groepen soortgenoten. Bovendien zijn tijdens de avondschemering vaak invliegende vogels waar te nemen. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de gierzwaluw (BIJ12, versie juli 2017). Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half april tot oktober in totaal vijf of zes veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, meervleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming.
20487.002 versie C1
8 / 34
Het totaal aantal voorgestelde veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van twee, drie, vier of vijf waarnemers per veldronde, afhankelijk van de locatie. Verwacht wordt dat met minimaal vijf bezoeken omtrent deze soortgroep voldoende zekerheid is verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. Vanwege de geschiktheid van de bebouwing voor de meervleermuis moeten in het najaar de rondes ook door vijf waarnemers uitgevoerd worden. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soorten) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij is gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound. Overzicht veldbezoeken Het onderzoek bestaat uit diverse veldbezoeken. Tabel 3.1 geeft de uitgevoerde planning weer van de Ploegstraat, Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat en tabel 3.2 de planning voor Hessenbergstraat en Hoofdstraat.
Tabel 3.1 Onderzoeksinspanning voor de woningen aan de Ploegstraat 1 t/m 15a te Zetten, van Welderenstraat 1 t/m 7a en Ingen Nulandtstraat 2 t/m 8. april vleermuizen
huismus
gierzwaluw
tijdstip
-
mei
juni 3 x avond*, 1 x ochtend*
juli
augustus -
september 2 x avond*
datum
zie tabel 3.5 en 3.7
zie tabel 3.5 en 3.7
functie
zomer-/kraamverblijf
paar/baltsverblijf
tijdstip
2 x overdag
datum
zie tabel 3.3
functie
territorium
tijdstip
-
-
-
3 x avond*
datum
combinatie met vleermuis
functie
nestlocaties
-
* het veldwerk wordt door twee personen uitgevoerd aan de Ploegstraat en vier personen aan de Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat.
20487.002 versie C1
9 / 34
Tabel 3.2 Onderzoeksinspanning voor de woningen aan de Hessenbergstraat 2 t/m 20 te Zetten en Hoofdstraat 135 t/m 141 te Herveld. april vleermuizen
huismus
tijdstip
mei
-
juni
juli
augustus
2 x avond**, 1 x ochtend**
-
september 2 x avond**
datum
zie tabel 3.4 en 3.6
zie tabel 3.4 en 3.6
functie
zomer-/kraamverblijf
paar/baltsverblijf
tijdstip datum
functie
2 x overdag
-
-
zie tabel 3.3 territorium
** Het veldwerk wordt door drie personen uitgevoerd aan de Hessenbergstraat en Hoofdstraat. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 4 Bft. en er was geen sprake van neerslag. In tabel 3.3 omstandigheden tijdens het nadere onderzoek naar huismussen voor alle locaties. datum
ronde
tijd
temperatuur
weersomstandigheden
1 mei 2023
huismus
08:30 - 11:30
10 oc
droog, helder, 3 bft
11 mei 2023
huismus
08:30 - 11:30
12 oc
droog, bewolkt, 1 bft
tabel 3.4 omstandigheden tijdens het nadere onderzoek naar vleermuizen voor de hessenbergstraat. datum
ronde
tijd
temperatuur
weersomstandigheden
vleermuis balts
20:50 - 00:00
23 oc
droog, helder, 2 bft 0
8 september 2022 vleermuis balts
20:15 - 23:15
24 oc
droog, helder, 1 bft no
23 mei 2023
gierzwaluw en vleermuis
20:15 - 23:50
11 oc
droog, half bewolkt, 1 bft n
23 mei 2023
vleermuis ochtend
2:30 - 5:40
13 oc
droog, helder, 1 bft n
16 juni 2023
gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 23:00
23 oc
droog, helder, 1 bft n
26 juni 2023
gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 00:15
19 oc
droog, overwegend bewolkt, 2 bft o
18 augustus 2022
tabel 3.5 omstandigheden tijdens het nadere onderzoek naar vleermuizen voor de ploegstraat. datum
20487.002 versie C1
ronde
tijd
temperatuur
weersomstandigheden
10 / 34
vleermuis balts
21:00 - 00:00
20 oc
droog, helder, 1 bft nno
6 september 2022 vleermuis balts
20:15 - 23:15
24 oc
droog, helder, 1 bft ono
15 mei 2023
gierzwaluw en vleermuis
19:30 - 23:45
13 oc
droog, licht bewolkt, 3 bft wnw
15 mei 2023
vleermuis ochtend
2:45 - 5:50
13 oc
droog, helder, 1 bft nw
5 juni 2023
gierzwaluw en vleermuis
19:45 - 00:05
15 oc
droog, helder, 1 bft n
16 juni 2023
gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 23:00
23 oc
droog, helder, 1 bft n
16 augustus 2022
tabel 3.6 omstandigheden tijdens het nadere onderzoek naar vleermuizen voor de hoofdstraat. datum
ronde
tijd
temperatuur
weersomstandigheden
20 augustus 2022
vleermuis balts
20:50 - 00:00
22 oc
droog, helder, 2 bft nnw
10 september 2022
vleermuis balts
20:00 - 23:00
27 oc
droog, helder, 1 bft, zo
15 mei 2023
vleermuis ochtend
2:45 - 5:45
10 oc
droog, helder, 1 bft nw
5 juni 2023
gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 00:10
17 oc
droog, helder, 3 bft n
16 juni 2023
gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 23:00
23 oc
droog, helder, 1 bft no
tabel 3.3 t/m 3.7 zijn de omstandigheden voor alle deelonderzoeken per ronde weergegeven. Tabel 3.3 Omstandigheden tijdens het nadere onderzoek naar huismussen voor alle locaties. Datum
Ronde
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
1 mei 2023
Huismus
08:30 - 11:30
10 oC
Droog, helder, 3 Bft
11 mei 2023
Huismus
08:30 - 11:30
12 oC
Droog, bewolkt, 1 Bft
Tabel 3.4 Omstandigheden tijdens het nadere onderzoek naar vleermuizen voor de Hessenbergstraat. Datum
Ronde
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
Vleermuis balts
20:50 - 00:00
23 oC
Droog, helder, 2 Bft 0
8 september 2022 Vleermuis balts
20:15 - 23:15
24 oC
Droog, helder, 1 Bft NO
23 mei 2023
Gierzwaluw en vleermuis
20:15 - 23:50
11 oC
Droog, half bewolkt, 1 Bft N
23 mei 2023
Vleermuis ochtend
2:30 - 5:40
13 oC
Droog, helder, 1 Bft N
16 juni 2023
Gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 23:00
23 oC
Droog, helder, 1 Bft N
26 juni 2023
Gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 00:15
19 oC
Droog, overwegend bewolkt, 2 Bft O
18 augustus 2022
20487.002 versie C1
11 / 34
Tabel 3.5 Omstandigheden tijdens het nadere onderzoek naar vleermuizen voor de Ploegstraat. Datum
Ronde
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
Vleermuis balts
21:00 - 00:00
20 oC
Droog, helder, 1 Bft NNO
6 september 2022 Vleermuis balts
20:15 - 23:15
24 oC
Droog, helder, 1 Bft ONO
15 mei 2023
Gierzwaluw en vleermuis
19:30 - 23:45
13 oC
Droog, licht bewolkt, 3 Bft WNW
15 mei 2023
Vleermuis ochtend
2:45 - 5:50
13 oC
Droog, helder, 1 Bft NW
5 juni 2023
Gierzwaluw en vleermuis
19:45 - 00:05
15 oC
Droog, helder, 1 Bft N
16 juni 2023
Gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 23:00
23 oC
Droog, helder, 1 Bft N
16 augustus 2022
Tabel 3.6 Omstandigheden tijdens het nadere onderzoek naar vleermuizen voor de Hoofdstraat. Datum
Ronde
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
20 augustus 2022
Vleermuis balts
20:50 - 00:00
22 oC
Droog, helder, 2 Bft NNW
10 september 2022
Vleermuis balts
20:00 - 23:00
27 oC
Droog, helder, 1 Bft, ZO
15 mei 2023
Vleermuis ochtend
2:45 - 5:45
10 oC
Droog, helder, 1 Bft NW
5 juni 2023
Gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 00:10
17 oC
Droog, helder, 3 Bft N
16 juni 2023
Gierzwaluw en vleermuis
20:30 - 23:00
23 oC
Droog, helder, 1 Bft NO
Tabel 3.7 Omstandigheden tijdens het nadere onderzoek naar vleermuizen voor de Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat. Datum
Ronde
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
19 mei 2023
Vleermuis ochtend
2:30 – 5:45
6 oC
Droog, helder, 3 Bft, NO
25 mei 2023
Gierzwaluw en vleermuis
20:30 – 00:00
14 oC
Droog, helder, 1 Bft N
15 juni 2023
Gierzwaluw en vleermuis
20:30 – 00:15
21 oC
Droog, helder, 1 Bft NW
28 juni 2023
Gierzwaluw en vleermuis
21:30 – 00:30
21 oC
Droog, zwaar bewolkt, 1 Bft ZW
17 augustus 2023
Vleermuis balts
20:50 – 00:00
19 oC
Droog, half bewolkt, 1 Bft NO
7 september 2023 Vleermuis balts
20:15 – 23:15
25 oC
Droog, helder, 2 Bft W
20487.002 versie C1
12 / 34
3.2 Onderzoeksresultaten Huismus Gedurende het veldonderzoek in het seizoen 2023, zijn in het onderzoeksgebied 23 nestplaatsen van huismussen aangetroffen in de bebouwing behorend tot de onderzoekslocatie. Twee nesten zijn aangetroffen aan de Ploegstraat bij huisnummer 15 en 15a. Aan de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat zijn 21 nesten van huismussen aangetroffen. Tevens zijn er in de directe omgeving van de onderzoekslocatie nog eens in totaal 140 nestplaatsen van huismussen aangetroffen. De nestplaatsen maken deel uit van drie kolonies in zowel Zetten, Herveld als Valburg. De locaties van de nestplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.8 en figuren 3.1 t/m 3.3. De nestplaatsen van huismussen bevinden zich voornamelijk onder de eerste rij dakpannen, deze ruimtes zijn via de dakgoot bereikbaar. In een enkel geval werden de nestplaatsen onder de kantpannen van de kopgevel aangetroffen, hier kregen de huismussen toegang via ruimten tussen de overhangende kantpannen en de gevel. Tabel 3.8 Huismussen per straat. Straatnaam
Nestplaatsen huismus op de onderzoekslocatie
Nestplaatsen huismus in de directe omgeving
Hessenbergstraat (cluster 1)
geen
45
Ploegstraat (cluster 2)
2, aangetroffen bij huisnummer 15 en 15a
23
Hoofdstraat (cluster 3)
geen
20
Van Welderenstraat en Inge 21, aangetroffen bij huisnummers, 1 t/m 7a en 2 52 Nulandtstraat (cluster 4) t/m 8
Figuur 3.1 Verspreiding van de huismus op basis van inventarisatie in het seizoen 2023 voor de Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten.
20487.002 versie C1
13 / 34
Figuur 3.2 Herveld.
Verspreiding van de huismus op basis van inventarisatie in het seizoen 2023 voor de Hoofdstraat te
Figuur 3.3 Verspreiding van de huismus op basis van inventarisatie in het seizoen 2023 voor de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Valburg.
20487.002 versie C1
14 / 34
Gierzwaluw Tijdens de veldbezoeken gedurende het seizoen 2023 werden geen nestplaatsen aangetroffen in de bebouwing behorend tot de onderzoekslocatie. Wel werden er 11 en 2 nestplaatsen respectievelijk in de directe omgeving van de woningen behorend tot de Ploegstraat en de Hessenbergstraat aangetroffen (zie figuur 3.4) en 8 nestenplaatsen in de directe omgeving van de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat (zie figuur 3.5). Aangezien er geen nestplaatsen zijn aangetroffen op de onderzoekslocatie en de nesten in de buurt van de onderzoekslocatie geen last zullen ondervinden van de werkzaamheden, zijn er daarom geen verdere stappen noodzakelijk ten aanzien van de gierzwaluw. De gierzwaluw zal daarom in het verdere rapport buiten beschouwing worden gelaten.
Figuur 3.4 Verspreiding van de gierzwaluw op basis van inventarisatie in het seizoen 2023 voor de Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten.
20487.002 versie C1
15 / 34
Figuur 3.5 Verspreiding van de gierzwaluw op basis van inventarisatie in het seizoen 2023 voor de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Valburg.
20487.002 versie C1
16 / 34
Vleermuizen Tijdens het veldonderzoek in 2022 en 2023, is er één zomerverblijfplaats aangetroffen van de gewone dwergvleermuis in de bebouwing behorend tot de onderzoekslocatie van de Ploegstraat (zie figuur 3.6). Deze verblijfplaats werd aangetroffen onder de kantpannen aan de zijgevel van huisnummer 1. Verder is er één verblijfplaats buiten de onderzoekslocatie aangetroffen in de buurt van de Ploegstraat. Er werden geen verblijfplaatsen aangetroffen aan de woningen behorend tot de onderzoekslocatie aan de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat. Tijdens het onderzoek naar paarverblijfplaatsen zijn er in totaal vier baltslocaties van de gewone dwergvleermuis en één baltslocatie van de ruige dwergvleermuis die binding vertoonde met de bebouwing op de onderzoekslocatie (zie figuur 3.6 en 3.7). Het gaat hier uiteindelijk om twee paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aan de Hessenbergstraat (huisnummer 12 en 20), één paarverblijfplaats aan de Ploegstraat (huisnummer 3a of 5) en één paarverblijfplaats aan de Hoofdstraat (huisnummer 135). De paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis is aangetroffen aan de Hoofdstraat (huisnummer 139).
Figuur 3.6 Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2022 en 2023 voor de Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten.
20487.002 versie C1
17 / 34
Figuur 3.7 Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2022 en 2023 voor de Hoofdstraat te Herveld.
Figuur 3.8 Verspreiding van vleermuissoorten op basis van inventarisatie in het seizoen 2023 voor de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Valburg.
20487.002 versie C1
18 / 34
3.3 Samenvatting In figuur 3.9 t/m 3.11 zijn de resultaten van het onderzoek samengevat weergegeven. In tabel 3.9 staan de aangetroffen nest- en verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie uitgewerkt. Op de schoorsteen aan de Hessenbergstraat 2 is tijdens de huismusrondes één nest in gebruik door kauwen aangetroffen. Maatregelen met betrekking tot overige broedvogels wordt conform de rapportage quickscan (20487.001) behandeld. Tabel 3.9 Samenvatting van de aangetroffen nesten of verblijfplaatsen per deelgebied. Straatnaam
Aangetroffen nesten of verblijfplaatsen
Hessenbergstraat
2 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis
Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel
Ploegstraat
2 nestplaatsen huismus 1 zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis 1 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis
Onder eerste rij dakpannen en achter kantpannen Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel
Hoofdstraat
1 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis 1 paarverblijfplaatsen ruige dwergvleermuis
Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel
Van Welderenstraat en 21 nestplaatsen huismus Ingen Nulandtstraat
Locatie broedgelegenheid of verblijfplaatsen
Onder eerste rij dakpannen en achter kantpannen
Figuur 3.9 Verspreiding resultaten veldonderzoek in het seizoen 2022 en 2023 voor de Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten.
20487.002 versie C1
19 / 34
Figuur 3.10 Verspreiding resultaten veldonderzoek in het seizoen 2022 en 2023 voor de Hoofdstraat te Herveld.
Figuur 3.11 Verspreiding resultaten veldonderzoek in het seizoen 2023 voor de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Valburg.
20487.002 versie C1
20 / 34
4
VOORGENOMEN INGREEP OP DE LOCATIE EN ONDERBOUWING
4.1 Voorgenomen activiteiten en manier van uitvoering De initiatiefnemer is voornemens de woningen te slopen aan de deelgebieden Hessenbergstraat, Ploegstraat, Hoofdstraat, Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Zetten, Herveld en Valburg. Nadat de woningen zijn gesloopt, wordt er nieuwbouw gerealiseerd (zie figuur 4.1 t/m 4.3).
Figuur 4.1 Inrichtingsplan Hessenbergstraat.
Figuur 4.2 Inrichtingsplan Ploegstraat.
20487.002 versie C1
21 / 34
Figuur 4.3 Inrichtingsplan Hoofdstraat.
4.2 Doel en belang van de activiteiten De woningen zijn gebouwd in de jaren 50 en 60 en de leefomstandigheden van de woningen zijn niet meer optimaal voor oudere mensen. De woningen zijn gehorig, energetisch ontoereikend en de aanwezigheid van asbest zorgt voor een onveilige situatie. Door nieuwe woningen te realiseren kan het aanbod voor seniorenwoningen worden verhoogd en zijn de leefomstandigheden weer gunstig voor ouderen.
4.3 Planning en onderbouwing van de activiteiten De sloop van de woningen aan de Hessenbergstraat en Hoofdstraat staat gepland in oktober 2024 en de nieuwbouw zal tegen april 2025 gerealiseerd zijn. De woningen aan de Ploegstraat, Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat zal ook beginnen in oktober 2024 en de nieuwe woningen zullen bewoonbaar zijn rond oktober 2025.
4.4 Alternatieven Het realiseren van geheel nieuwe woningen is in de huidige situatie de beste oplossing, met in achtneming van het welzijn van de bewoners. De woningen kunnen namelijk niet gerenoveerd worden vanwege de matige kwaliteit van de bebouwing. Daarbij voldoet de huidige inrichting van de woningen niet meer aan de normen voor ouderen.
20487.002 versie C1
22 / 34
5
EFFECTEN VAN DE INGREEP OP FLORA EN FAUNA
5.1 Effecten op korte termijn op beschermde soorten De volgende soorten zijn in het plangebied aangetroffen (tabel 5.1). Tabel 5.1 Overzicht van aangetroffen soorten in het plangebied en de effecten van de werkzaamheden op de aangetroffen soorten. Straatnaam
Voorgenomen periode werkzaamheden
Verstorende werkzaamheden
Aangetroffen nesten of verblijfplaatsen
Locatie broedgelegenheid of verblijfplaatsen
Ecologisch effect van werkzaamheden
Hessenbergstraat
Oktober 2024 tot sloop 10 woningen 2 paarverblijfplaatsen april 2025 gewone dwergvleermuis
Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel
verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis verdwijnen
Ploegstraat
oktober 2024 tot oktober 2025
sloop 16 woningen 2 nestplaatsen huismus 1 zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis 1 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis
Onder eerste rij dakpannen en achter kantpannen Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel
nestplaatsen huismus en zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis verdwijnen
Hoofdstraat
oktober 2024 tot april 2025
sloop 4 woningen
1 paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis 1 paarverblijfplaatsen ruige dwergvleermuis
Achter kant- of nokpannen aan de kopgevel
paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis verdwijnen
Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat
oktober 2024 tot oktober 2025
Sloop 12 woningen
21 nestplaatsen huismus
Onder eerste rij dakpannen en achter kantpannen
nestplaatsen huismus verdwijnen
Huismus Ooit was de huismus de meest algemene broedvogel van Nederland. De soort is de laatste decennia om onbekende redenen in aantal vrij hard achteruit gegaan. Begin jaren tachtig van de 20e eeuw begon de afname, die in de beginjaren negentig versnelde. Dit heeft geresulteerd in een landelijke afname van meer dan 50% van het aantal broedparen. Vermoedelijk is één van de oorzaken de afname van broedgelegenheid, onder andere door renovatie en isolatie van oude woningen, en dit in combinatie met een afgenomen voedselaanbod, minder dekking en een toename aan predatie. Ondanks dat de oppervlakte stedelijk gebied en het aantal huizen groter geworden is in Nederland, is de huismus in aantal afgenomen.
20487.002 versie C1
23 / 34
Door de sloop van de woningen verdwijnen de nestplaatsen van de huismussen. Huismussen zijn het gehele jaar in de omgeving van hun nestlocatie te vinden. Soms worden de nesten gebruikt om te slapen. De nesten worden meerdere jaren gebruikt, maar huismussen bouwen het gehele broedseizoen aan de nesten. Voor de te slopen woningen komt er nieuwbouw terug in de plaats. Hoewel bestaande nesten permanent verloren gaan, komen er meerdere geschikte nestlocaties voor terug. Om te garanderen dat er gedurende de werkzaamheden voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig zijn, worden tijdelijke huismuskasten voorafgaand aan de werkzaamheden geplaatst in de directe omgeving per cluster. Per nestplaats worden er 2 tijdelijke nestkasten opgehangen. Aangezien de sloop van de woningen in het najaar plaats zal vinden, hoeft de bebouwing niet ongeschikt gemaakt te worden. Maatregel: werkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren. Maatregel: plaatsen van in totaal 4 huismuskasten in directe omgeving van nestplaatsen van de Ploegstraat en 42 huismuskasten in de directe omgeving van nestplaatsen van de van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat. Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuizen leven in netwerken van meerdere (lokale) populaties. De lokale populatie wordt gevormd door één of meerdere kraamkolonies, enkele niet-voortplantende groepen vrouwtjes en de mannetjes.
Een kolonie gewone dwergvleermuizen bestaat uit de vrouwtjes die meerdere kraamverblijven gebruiken die elk enkele tientallen tot honderden vrouwtjes bevat. De netwerken van kraamgroepen zijn via de massawinterverblijfplaatsen aan elkaar verbonden. Het aantal dieren in een gebied is sterk afhankelijk van het voedselaanbod. Omdat de gewone dwergvleermuis een trage voortplanter is verloopt uitbreiding of herstel van een populatie niet snel. Door de sloop van de woningen zal er één zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis definitief verdwijnen. Daarnaast zullen er vier paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis definitief verdwijnen op de onderzoekslocatie. Van de ruige dwergvleermuis zal er één paarverblijfplaats definitief verdwijnen. Vleermuizen maken gebruik van een netwerk van verblijfplaatsen waartussen ze regelmatig verhuizen. Een tijdelijk verlies van een zomer- of paarverblijfplaats van vleermuizen is over het algemeen in ecologisch opzicht daarom geen groot probleem. Ten aanzien van de zorgplicht is het van belang dat er met de sloop van de bebouwing geen vleermuizen worden verwond of gedood. Daarom wordt de bebouwing vooraf ongeschikt gemaakt. Het ongeschikt maken van de bebouwing zal worden uitgevoerd in het actieve seizoen van vleermuizen, dat wil zeggen in de periode april tot en met oktober.
Maatregel: aanbieden van in totaal 24 alternatieve verblijfplaatsen voor 6 zomer/- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Maatregel: De sloopwerkzaamheden buiten het kraamseizoen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis uitvoeren om aantasting van deze functie te voorkomen. Maatregel: Het ongeschikt maken van de bebouwing uitvoeren in het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis en voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden.
20487.002 versie C1
24 / 34
5.2 Effecten lange termijn op gunstige staat van instandhouding Huismus Door de sloop van de woningen en daarmee het verlies van geschikte nestlocaties onder dakpannen, zorgt voor de grootste afname van broedgelegenheid voor de huismus. Vaak sluit de nieuwe dakbedekking strak aan waardoor het niet toegankelijk is voor huismussen. Veelal wordt vogelschroot toegepast, zodat er geen toegang is vanaf de dakrand. Bovendien is op het isolatiemateriaal geen geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn in totaal twee nesten van huismussen aanwezig. Deze nesten maken onderdeel uit van een grotere kolonie in de directe nabijheid van de planlocatie. De huidige staat van instandhouding is ‘matig ongunstig’. Door het verdwijnen van twee nesten zal de staat van instandhouding negatief worden beïnvloed. Daarom is het belangrijk dat er effectieve maatregelen worden getroffen om de populatie van huismussen in de toekomst duurzaam in stand te houden en mogelijk zelfs te verbeteren. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en de huidige nesten te compenseren met minimaal twee nieuwe nestplekken, per huidig aanwezig nestplek, zal de functionaliteit en daarmee de staat van instandhouding van de bebouwing worden behouden en wordt het plangebied zo mogelijk zelfs geschikter voor de huismus.
Maatregel: inmetselen van in totaal 20 inmetselkasten in de nieuw te realiseren bebouwing. Maatregel: Daken van de nieuw te realiseren woningen geschikt maken door het vogelschroot naar de derde rij dakpannen te plaatsen. Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Het “natuurlijke” aanbod van verblijfplaatsen voor vleermuizen ligt onder druk. De aanwezigheid van 6 zomer/paarverblijfplaatsen van de meest algemene vleermuissoorten van Nederland, de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis, betreft een niet gevoelig gebruik van de soort. De werkzaamheden hebben daarom geen invloed op de staat van instandhouding van deze vleermuissoorten. Echter, omdat bij moderne bouwtechnieken er minder verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen zijn, is het van belang dat er nieuwe permanente verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis worden gecreëerd. Na afloop van de werkzaamheden dient de bebouwing daarom wederom geschikt te zijn als zomer- en paarverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Daarom worden de te realiseren woningen geschikt gemaakt voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Hiervoor zullen er inbouwkasten in de gevel worden gemetseld. Maatregel: inmetselen van in totaal 24 inmetselkasten in de nieuw te realiseren bebouwing.
20487.002 versie C1
25 / 34
5.3 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Huismus De huismus valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Bij de sloop van de bebouwing zijn er maatregelen nodig om de functionaliteit voor de soort te behouden. Hiermee wordt voorkomen dat de staat van instandhouding van de lokale populatie wordt aangetast. Omdat de nesten in principe het hele jaar gebruikt worden is er een ontheffing van artikel 3.1 lid 2 benodigd voor het tijdelijke verlies van functionaliteit. Artikel 3.1 lid 4 en 5 betreft het opzettelijk storen van vogels. Bij het verjagen van de huismussen, als gevolg van de werkzaamheden aan de bebouwing is sprake van voorwaardelijke opzet en is het artikel van kracht. Echter zal het verjagen, door het nemen van maatregelen, de staat van instandhouding niet negatief beïnvloeden. Overtreding van Artikel 3.1 lid 4, conform lid 5 is daarom niet aan de orde. Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5.
De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Bij de sloop van de bebouwing is het niet te voorkomen dat wegnemen, vernielen of beschadigen van verblijfplaatsen optreedt, waardoor artikel 3.5 lid 4 wordt overtreden. Door het treffen van maatregelen kan de functionaliteit voor de soort behouden blijven. Hiermee wordt overtreding van de Wet natuurbescherming niet voorkomen, zodat een ontheffing noodzakelijk is.
Wettelijk belang uit de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn De woningen op de onderzoekslocatie zijn slecht geïsoleerd en verkeren in matige bouwkundige staat met tocht en vocht als gevolg. Met de voorgenomen sloop wordt een leefomgeving gerealiseerd die betere leefomstandigheden en woongenot creëren voor bewoners. De ontheffing voor de beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn worden daarom aangevraagd in het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid.
20487.002 versie C1
26 / 34
6
TE TREFFEN MAATREGELEN
6.1 Inleiding De te nemen maatregelen zijn in te delen in de volgende vier stappen: a. alternatieve verblijfplaatsen aanbieden als tijdelijke opvang van het verlies van de potentiële verblijfplaatsen voor de periode tussen de ingreep en de realisatie van de nieuwe situatie; b. onderzoekslocatie voor de ingreep ongeschikt maken voor beschermde soorten; c. controleronde(s) om afwezigheid beschermde soorten op moment van ingreep aan te tonen; d. in de nieuwe situatie duurzame verblijfsmogelijkheden voor beschermde soorten creëren.
6.2 Tijdelijke mitigatie Huismus Voor de huismus worden voor elke nestplaats in het plangebied 2 tijdelijke kasten binnen 200 meter van het plangebied geplaatst. Omdat er 23 nesten van huismussen in het plangebied aanwezig zijn, worden daarom 23 tijdelijke tweedelige nestkasten opgehangen. De kasten zijn van het type HMT2 van Unitura of vergelijkbaar (figuur 6.1). De kasten worden aan woningen in de directe omgeving geplaatst, minimaal 3 maanden voorafgaand aan de renovatie. In figuur 6.3 t/m 6.5 is het gebied aangegeven waar tijdelijke kasten geplaatst moeten worden. Foto’s van de geplaatste kasten zullen in het logboek worden verwerkt en later worden opgestuurd naar de provincie Gelderland. Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Voor het aanbieden van tijdelijke alternatieven, zullen minimaal zes maanden voor de werkzaamheden, vier tijdelijke vleermuiskasten voor elke aangetroffen verblijfplaats worden opgehangen, binnen 200 meter van de huidige verblijfplaatsen. Omdat er in het plangebied in totaal zes verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis aanwezig zijn, worden daarom in totaal 24 tijdelijke vleermuiskasten geplaatst. In figuur 6.3 is het gebied aangegeven waar tijdelijke kasten geplaatst moeten worden en in figuur 6.4 komen 8 tijdelijke kasten te hangen.
Foto’s van de geplaatste kasten zullen in het logboek worden verwerkt en later worden opgestuurd naar de provincie Gelderland. De vleermuiskasten zijn van het type VMT1, van Unitura (figuur 6.2) of vergelijkbaar.
20487.002 versie C1
Figuur 6.1 Tijdelijke huismuskast (HMT2) van Unitura.
Figuur 6.2 Vleermuiskast VMT1 van Unitura
27 / 34
Figuur 6.3 Locaties van de tijdelijke voorzieningen in de directe omgeving van de planlocatie van Hessenbergstraat en Ploegstraat te Zetten.
Figuur 6.4 Locaties van de tijdelijke voorzieningen in de directe omgeving van de planlocatie van Hoofdstraat te Herveld.
20487.002 versie C1
28 / 34
Figuur 6.5 Locaties van de tijdelijke voorzieningen in de directe omgeving van de planlocatie van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat te Valburg.
6.3 Zorgvuldig handelen en ongeschikt maken Het broedseizoen van huismussen loopt globaal van 15 maart tot 1 september. Door de werkzaamheden tussen 1 september en half maart uit te voeren, worden de werkzaamheden volledig buiten het broedseizoen van huismussen uitgevoerd. Huismussen kunnen in het najaar en de winter de woningen nog wel gebruiken om te slapen of rusten. De nestlocaties moeten daarom met zorg en handmatig verwijderd worden, zodat de huismussen uit zichzelf weg kunnen vliegen. Het verwijderen van de nestlocaties zal onder ecologische begeleiding plaatsvinden. Het ongeschikt maken voor vleermuizen wordt gerealiseerd door voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden de kopgevels ongeschikt te maken middels het aanbrengen van exclusion flaps en het oplichten en indien nodig dichtzetten van loodslabben. Het ongeschikt maken dient uitgevoerd te worden in de actieve periode van vleermuizen, globaal lopend van 1 april tot 1 november, en bij een avondtemperatuur van minimaal 10°C. Vanwege het broedseizoen voor de huismus zal het ongeschikt maken van de bebouwing uitgevoerd worden tussen 1 september en 1 november. De exacte werkwijze wordt ter plaatse beoordeeld en begeleidt door de ecologisch begeleider.
20487.002 versie C1
29 / 34
6.4 Controlerondes Omdat het vleermuisonderzoek slechts een momentopname betreft en vleermuizen opportunistisch kunnen zijn ten aanzien van de keuze van hun verblijfplaats, wordt na afloop van het ongeschikt maken van de woningen een controleronde uitgevoerd. Hierbij wordt met behulp van batdetectors tijdens het uitvliegmoment gecontroleerd of er bij de bekende verblijfplaatsen en de directe omgeving ervan, uitvliegende vleermuizen aanwezig zijn. Indien noodzakelijk worden door de ecologisch begeleider, op basis van deze controleronde, aanvullende maatregelen voorgesteld. De controleronde vindt plaatst nadat de bebouwing ongeschikt is gemaakt. De bebouwing dient ongeschikt gemaakt te worden buiten de kwetsbare kraamperiode, dit houdt in half juli tot en met eind oktober. Op deze wijze is er voldaan aan de gewenning tijd van 6 maanden voor de zomer- en of paarverblijfplaatsen en het volledige kraamseizoen waarbij de tijdelijke kraamverblijfkasten en het huidige aanwezige kraamverblijf beschikbaar zijn. Op deze wijze vallen de werkzaamheden tevens binnen het actieve seizoen van de vleermuizen. De controleronde dient ook plaatst te vinden in de actieve periode van de vleermuizen.
6.5 Duurzame maatregelen in nieuwe situatie Huismus In totaal zullen bij alle te realiseren woningen zowel aan de voor- als achterzijde het vogelschroot worden verplaatst naar de derde panlat (6.6). Hierdoor worden de huidig aanwezige potenties volledig teruggebracht en zelfs versterkt aangezien er nu bij een deel van de woningen vogelschroot onder de eerste rij dakpannen aanwezig is. De nieuwe woningen bieden, na afloop van de werkzaamheden, hiermee nestgelegenheid voor minimaal 40 huismussen aan de Hessenbergstraat, 24 huismussen aan de Ploegstraat, 16 huismussen aan de Hoofdstraat en 32 huismussen aan de Van Welderenstraat en Ingen Nulandtstraat (uitgaande van minimaal 4 nesten per woning). Daarnaast worden er in totaal 20 inmetselkasten ingebouwd in de nieuw te realiseren woningen (zie figuur 6.7). In totaal worden er 132 nestgelegenheden voor huismussen gecreëerd. Vleermuizen De te renoveren woningen op de planlocatie worden permanent geschikt gemaakt als zomer- en paarverblijfplaats voor de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis door het inbouwen van 8 vleermuiskasten per cluster, met in totaal 24 vleermuiskasten. De kasten die hiervoor toegepast worden zijn van het type VMPM1 van Unitura, of vergelijkbaar (figuur 6.). De exacte locaties van de inbouwkasten moeten nog worden afgestemd met de initiatiefnemer.