24-03-19.17 Relevant stuk 1, Elst, Industrieweg politielocatie_Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Elst, Industrieweg politielocatie Toelichting
Documenttitel: Bestemmingsplan Elst, Industrieweg politielocatie Toelichting Status: Ontwerp Datum: 11 juli 2023 Projectnaam: Projectnummer: BH6911 Opdrachtgever: Referentie: Auteur(s): M.K. Collegiale toets: Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: B.J. Datum/paraaf vrijgave:
Elst, Industrieweg politielocatie
Elst, Industrieweg politielocatie
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
7 7 8 9 9
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Historie Vigerende plannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Huidige situatie
11
2.1
11
Ruimtelijke en functionele structuur
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving
15
3.1 3.2 3.3
15 15 16
Aanleiding en achtergrond planvoornemen Beschrijving en uitgangspunten toekomstige situatie Ruimtelijke uitstraling
Hoofdstuk 4 Beleidskader
19
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1
19 19 20 20 20 20 21 21 21
Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Besluit ruimtelijke ordening Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Overbetuwe 2040
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten
23
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
23 24 24 25 26 27 29 31 35 36 37 39
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Ladder voor duurzame verstedelijking Bedrijven en milieuzonering Trillingen Verkeer Luchtkwaliteit Geluidhinder Externe veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet
41
6.1 6.2
41 41
Standaard en plansystematiek Toelichting op de regels
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
43
7.1 7.2
43 43
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen bij toelichting
Elst, Industrieweg politielocatie
2
Bijlage 1
Quickscan geluid
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
Bijlage 3
Onderzoek externe veiligheid
Bijlage 4
Advies Veiligheid- en gezondheidsregio Gelderland-Midden
Bijlage 5
Saneringsplan Industrieweg 2 Elst
Bijlage 6
Second opinion bodemkwaliteit Industrieweg 2 Elst
Bijlage 7
Verkennend bodemonderzoek PFAS Industrieweg 2 Elst
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna
Bijlage 9
Stikstofdepositieonderzoek gebruiksfase
Bijlage 10
Stikstofdepositieonderzoek realisatiefase
Bijlage 11
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek Archeologie
Elst, Industrieweg politielocatie
3
Elst, Industrieweg politielocatie
4
Toelichting
Elst, Industrieweg politielocatie
5
Elst, Industrieweg politielocatie
6
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
De Politie is voornemens om op het bedrijventerrein De Aam in Elst een multifunctionele politielocatie met de volgende functies te realiseren (inclusief bijbehorende parkeergelegenheid): Cellencomplex; ME-opkomstlocatie; Staf grootschalig bijzonder optreden (SGBO); Kantoor; Robuust basisteam (RBT). Zodoende kunnen de bestaande cellencomplexen van Arnhem en Nijmegen worden opgeheven en worden samengevoegd op één centrale locatie temidden van beide steden. De locatie in Elst leent zich hier uitstekend voor, gelegen tussen Arnhem en Nijmegen en goed bereikbaar over de weg en per spoor. Dankzij de centrale ligging biedt de locatie tevens uitstekende mogelijkheden om verschillende politiediensten te clusteren. Daarmee kan de Politie in deze regio op langere termijn optimaal functioneren. Het huidige bestemmingsplan ter plaatse van de beoogde locatie voor de multifunctionele politielocatie laat deze functie en bebouwing niet toe. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Met dit bestemmingsplan worden nieuwe bouw- en gebruiksregels voor het gebied gegeven.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied, ter grootte van circa 3 hectare, bevindt zich aan de zuidwestzijde van bedrijventerrein De Aam in Elst (zie figuur 1.1). Het bedrijventerrein is gelegen tussen de spoorlijn Arnhem-Nijmegen en de snelweg A325. Het station van Elst bevindt zich op circa 400 meter afstand, de op- en afrit naar de snelweg op ruim 2 kilometer. Daarmee is het plangebied eenvoudig te bereiken via de weg en het spoor. Ook de gebiedsontsluitingswegen (Olympiasingel) kunnen vrijwel direct bereikt worden. Direct rondom het plangebied bevinden zich diverse bedrijven: Aan de noordzijde bevindt zich een opslagbedrijf (H&S Coldstores B.V.); Aan de oostzijde bevindt zich een bouwmarkt (Bouwcenter HCI); Aan de zuidzijde bevindt zich momenteel een braakliggend terrein. Het Rijnstate ziekenhuis is voornemens hier een laboratorium te ontwikkelen; Aan de westzijde bevinden zich diverse bedrijven/winkels.
Elst, Industrieweg politielocatie
7
Figuur 1.1: Markering plangebied (in geel) (Bron: Cyclomedia )
1.3
Historie
Door de jaren heen heeft het huidige bedrijventerrein De Aam diverse ontwikkelingen doorgemaakt. In de jaren '50 betrof het nog agrarisch gebied. Aan de westzijde is de spoorlijn Arnhem-Nijmegen zichtbaar, deze is aangelegd in 1879. In de jaren '70 begint het bedrijventerrein zich te ontwikkelen, voornamelijk ten zuiden van het plangebied. In 1985 is de locatie uitgegroeid tot een volwaardig bedrijventerrein, met nog enkele vrije kavels. Sindsdien is het bedrijventerrein De Aam doorontwikkeld, met name aan de noordzijde. In 2014 valt op dat het bedrijventerrein verder verdicht is rondom het plangebied. Wanneer de historische kaarten in figuur 1.2 worden vergeleken met de luchtfoto van figuur 1.1 dan valt op dat het plangebied inmiddels braak ligt. De strook tussen de spoorlijn en het plangebied is daarentegen nu deels bebouwd of in aanbouw.
Figuur 1.2: Historische ontwikkeling van het plangebied met directe omgeving (Bron: Topotijdreis, bewerking: Royal HaskoningDHV).
Elst, Industrieweg politielocatie
8
1.4
Vigerende plannen
Ter plaatse van het plangebied vigeren de volgende twee bestemmingsplannen: Elst, bedrijventerrein De Aam (vastgesteld op 13 augustus 2013); Overbetuwe, Parapluplan Bedrijventerrein (vastgesteld op 4 februari 2014).
Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Elst, bedrijventerrein De Aam" Het plangebied heeft op basis van de verbeelding van bestemmingsplan "Elst, bedrijventerrein De Aam" de enkelbestemming 'Bedrijventerrein'. Gedeeltelijk heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1'. Daarnaast heeft een deel van het plangebied de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2' en het andere deel de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1'. Het volledige perceel is aangewezen als bouwvlak en heeft een maximum bebouwingspercentage van 100%, een maximum bouwhoogte van 12 meter en een maximum goothoogte van 12 meter. Door middel van dit bestemmingsplan wordt het bestemmingsplan 'Elst, bedrijventerrein De Aam' integraal herzien ter plaatse van het plangebied. De regeling uit het 'Overbetuwe, Parapluplan Bedrijventerrein' is niet relevant voor dit plan en is daarom niet overgenomen.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de planbeschrijving, achtergronden en uitgangspunten uiteengezet. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader van Europa, het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Overbetuwe. Hoofdstuk 5 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van de inspraak en overleg.
Elst, Industrieweg politielocatie
9
Elst, Industrieweg politielocatie
10
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Het plangebied ter grootte van circa 3 hectare bevindt zich tussen de Industrieweg en de Handelsweg op bedrijventerrein De Aam. Het betreft een rechthoekig perceel, met aan de noordoostzijde een uitstulping. Daarmee kan de ontsluiting plaatsvinden in zowel westelijke als (noord-)oostelijke richting. Het plangebied is sinds 2015 braakliggend. Ter plaatse geldt een bedrijfsbestemming waar bedrijven van maximaal milieucategorie 4.1 respectievelijk 4.2 (noordoostelijke zone van het plangebied) zijn toegestaan. Ten zuiden van het plangebied wordt een laboratorium gerealiseerd van Rijnstate. Daarnaast vinden rond het station van Elst ontwikkelingen plaats. Het gaat om woningbouw, om het inrichten van het gebied en om de komst van Rijnstate.
Figuur 2.1: Luchtfoto (2020) van het plangebied met nabije omgeving (Bron: Cyclomedia).
Elst, Industrieweg politielocatie
11
Figuur 2.2: Plangebied bezien vanaf de Industrieweg (ten westen van het plangebied).
Figuur 2.3: Plangebied bezien vanaf de Handelsweg (ten oosten van het plangebied).
Elst, Industrieweg politielocatie
12
Elst, Industrieweg politielocatie
13
Elst, Industrieweg politielocatie
14
Hoofdstuk 3
3.1
Planbeschrijving
Aanleiding en achtergrond planvoornemen
Momenteel beschikt de Politie over afzonderlijke cellencomplexen en ME-opkomstlocaties in Nijmegen en in Arnhem, waarvan de capaciteit niet volledig wordt benut. Daarom heeft de Politie het voornemen beide cellencomplexen en ME-opkomstlocaties te verplaatsen naar één centraal gelegen locatie. De locatie in Elst is daar bij uitstek geschikt voor, onder andere vanwege diens uitstekende bereikbaarheid over de weg en per spoor. De Politie ziet daarbij kansen voor synergie, welke kunnen worden benut door ook andere functies van de Politie op deze locatie te vestigen. Zo ontstaat een multifunctioneel Politiecluster, waarmee de Politie op lange termijn optimaal kan functioneren in de regio Arnhem-Nijmegen.
3.2
Beschrijving en uitgangspunten toekomstige situatie
Ter plaatse is de Politie voornemens de volgende functies te vestigen: Cellencomplex (48 cellen); ME-opkomstlocatie; Staf grootschalig bijzonder optreden (SGBO); Kantoor & Robuust basisteam (RBT); Parkeergelegenheid voor bovenstaande functies. Om dit te realiseren heeft de Politie een aantal uitgangspunten geformuleerd: Representatieve gevels in de rooilijn. Aan twee zijden van de kavel. Voorgevel voor minimaal 50% in de rooilijn Tuinzones vrijgehouden Bouwhoogte max. 12 m Zijdelingse grens bouwvlak 3 m uit erfgrens Erfafscheidingen op grens bouwvlak en zijdelingse perceelgrens Parkeren en laden/lossen grotendeels uit het zicht op het middenterrein Verzamelkantoorgebouw (incl. beoogd toekomstig Teambureau) Bedrijfsgebouw met overdekte voertuigstalling incl. werk/kantoorruimtes Politie cellencomplex (met extra kantoorruimtes) Logische routing op het terrein, stromen scheiden Twee entrees tot de kavel Doorgaande routing op de kavel Politie cellencomplex achter een hek Cellen op begane grond Dienstvoertuigen achter een hek op eigen terrein Bezoekersparkeren buiten het hek Op basis van de te vestigen functies, de uitgangspunten en het maximaal laadvermogen van de locatie heeft de Politie aanvankelijk een scenario opgesteld, met in totaal ca. 8.100 m2 BVO. In dit scenario wordt het bedrijfsgebouw (met overdekte voertuigstalling incl.
werkruimtes) gepositioneerd aan de oostkant van het plangebied. Dit is ook de toekomstige locatie voor de Mobiele Eenheid. Zodoende kunnen ME-voertuigen het terrein eenvoudig verlaten via de oostelijke ontsluiting, resulterend in een optimale route richting de snelweg A325. Het verzamelkantoor, wat de toekomstige locatie is voor het Teambureau, ligt aan de westkant van het plangebied. De hoofdentree voor bezoekers en medewerkers zou aan de westzijde geplaatst kunnen worden. Het westelijke deel is juist georiënteerd op Elst, wat een aanleiding is om de publieksfunctie van het verzamelkantoor aan deze zijde te plaatsen. Dit is ook positief voor de bereikbaarheid vanaf het station. Het scenario bevat een solitair cellencomplex, centraal gelegen op de kavel.
Elst, Industrieweg politielocatie
15
Figuur 3.1: scenario 1
3.3
Ruimtelijke uitstraling
Beeldwaliteitsplan Hieronder worden de randvoorwaarden uit het beeldkwaliteitsplan "Bedrijventerrein Spoorallee Industrieweg" beschreven (bron: Bedrijventerrein Spoor Allee - Industrieweg. Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan, Oostzee Ontwerp en Omgeving, Gemeente Overbetuwe, januari 2016): Situering Rooilijn - De voorgevels staan in een vaste rooilijn op 5 m van de kavelgrens. Minimaal 50% van de voorgevelbreedte staat in de rooilijn. Zo wordt het concept van doorlopende schil aan de weg versterkt. Een kavel over de volledige breedte moet aan beide zijden een representatieve gevel hebben. Tuinzones - Op het gehele terrein worden aan de ‘tuinzones’ lage beukenhagen (0,80m) voorgeschreven als terreinafscheiding. Binnen de zones tussen kavelgrens en rooilijn mag niet worden gebouwd en mag geen opslag plaatsvinden. Daarnaast zijn erfafscheidingen hoger dan 1,50 m niet toegestaan. Binnen het bouwvlak en op de zijdelingse erfgrenzen zijn wel hogere afscheidingen mogelijk. Hier mogen hekwerken maximaal 3,00 m zijn, of moeten ze onderdeel uitmaken van de architectuur van de bedrijfspanden; Positionering - Representatieve gevel (volume of wand) aan de voorzijde, bedrijfshal aan de achterzijde. Laden en lossen vindt plaats achter de voorgevel. Een entree in de voorgevel is wel mogelijk. Gebouwen min. 3 m van de zijdelingse erfgrenzen en min. 6 m van bestaande bebouwing.
Hoofdvorm Bouwmassa - Doosvormige of samengestelde bouwmassa. Voor de bedrijfshal staat een representatief volume of een representatieve wand. Bouwhoogte - Het representatieve deel (volume of wand) is gelijk of hoger dan de bedrijfshal. Maximale bouwhoogte is 12 m. Gevelopbouw - Representatief volume of wand: min 35% van de voorgevel bestaat uit gevelopeningen. Erfinrichting Opslag - Niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte.
Elst, Industrieweg politielocatie
16
Parkeren en laden/lossen - Alleen achter de voorgevelrooilijn Hieronder is beschreven hoe met dit plan wordt ingespeeld op de randvoorwaarden uit het beeldkwaliteitsplan "Bedrijventerrein Spoorallee - Industrieweg". Massa & volume Voor de massastudie cellencomplex Elst is een kavel over de gehele breedte tussen de Industrieweg en de Handelsweg gebruikt. Om aan het beeldkwaliteitsplan te voldoen hebben beide zijden van de kavel een representatieve gebouwde afscheiding, in de rooilijn op 5 m van de perceelgrens. In de huidige schets ligt 100% van de voorgevel in de rooilijn aan de westzijde. In overleg met de stedenbouwkundigen van de gemeente Overbetuwe is afgesproken om aan de Handelsweg (oostzijde van het perceel) een afwijking toe te staan voor het niet geheel of tenminste 50% in de rooilijn plaatsen van de gevel. Hierdoor kan een vertande gevelrooilijn ontstaan. Alle bouwvolumes blijven binnen de 12 meter maximale bouwhoogte. Het hoogste gebouw, het verzamelkantoor, bestaat uit drie bouwlagen. Op het middenterrein is het cellencomplex gepositioneerd. Ook het laden en lossen en het grootste deel van de parkeerplaatsen is tussen de representatieve delen geplaatst. Hierdoor zijn deze functies niet tot nauwelijks zichtbaar van de openbare weg. Alle gebouwen zijn minimaal 3 m van de erfscheiding gepositioneerd.
Tuinzone Het gebied tussen de perceelgrens en de rooilijn wordt in het beeldkwaliteitsplan tuinzone genoemd. In deze tuinzone is het niet toegestaan om te bouwen/opslag of een erfafscheiding (hoger dan 1,5 m) te realiseren. Doordat de kavel over de gehele breedte van het middengebied loopt, is in deze massastudie aan weerzijde rekening gehouden worden met deze tuinzone. Erfafscheiding Volgens het beeldkwaliteitsplan is het niet toegestaan om buiten het bouwvlak een erfscheiding te realiseren hoger dan 1,5 m. Binnen het bouwvlak mogen hekwerken tot 3 m worden gerealiseerd, met uitzondering van hekwerken op de zijdelingse perceelgrens. In artikel 3.2.2 onder a van dit bestemmingsplan staat beschreven dat een erfafscheidingen van 3 m hoog buiten het bouwvlak gerealiseerd mag worden, mits voldaan is aan de randvoorwaarde. Daarnaast staat in artikel 3.2.1 onder e beschreven dat erfafscheidingen uitgesloten zijn van de minimale afstand van 3 m tot de erfafscheiding Overige Er zijn verschillende randvoorwaarden uit het beeldkwaliteitsplan die in de massastudie nog niet zijn benoemd. Deze randvoorwaarden zullen in een vervolgtraject een rol gaan spelen.
Gevelgeleding Representatief volume met eenvoudig en rustig ritmiek aan openingen Representatief volume heeft voldoende gevelopeningen (minimaal 35% van het gevelvlak) Materiaalkeuze Representatieve deel maakt gebruik van traditionele materialen (baksteen, hout, glas) Bedrijfshal maakt gebruik van stalen beplating Ondergeschikte bouwdelen maken gebruik van verschillende materialen (glas, staal, hout, zink, beton en/of natuursteen) Kleurgebruik Representatieve deel maakt gebruik van rustige, aardse kleuren (rood, roodbruin en bruin) Bedrijfshal maakt gebruik van grijstinten en antraciet Het toepassen van felle en/of contrasterende kleuren is niet toegestaan.
Elst, Industrieweg politielocatie
17
Figuur 3.2: toetsing op beeldkwaliteitsplan
Elst, Industrieweg politielocatie
18
Hoofdstuk 4
4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (uitgezonderd Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk. Nationale belangen Met de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen. De eerste drie nationale belangen zijn van een ander, meer overkoepelend karakter, dan de overige.
Deze nationale belangen zijn: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16.
Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit met name aan bij nationaal belang 9 "Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten". De ontwikkeling raakt voor het overige naar aard en omvang geen nationale belangen.
Elst, Industrieweg politielocatie
19
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De borging van de uitspraken uit de voormalige SVIR heeft in juridische zin plaatsgevonden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De uitwerking ervan in het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus de uitwerking in regelgeving van het beleid dat in de NOVI staat. In het Barro zijn de verschillende nationale belangen vastgelegd die doorwerking moeten krijgen bij lagere overheden. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Natuurnetwerk Nederland, erfgoederen van universele waarden, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeer-gebied. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen nationale belangen in het geding zijn. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan.
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van deze ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de 'behoefte' en het 'bestaande stedelijk gebied'. Tevens is het van belang om te bepalen of de ladder van toepassing is, door te bepalen of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’ in de zin van het Bro. In paragraaf 5.2 wordt dit initiatief getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Daarbij wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen laddertoets noodzakelijk is.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving; stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland; door middel van zeven ambities verder verdiepen van de focus. De zeven ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Beoordeling De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland.
Elst, Industrieweg politielocatie
20
Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen en thema's, die voor dit bestemmingsplan rechtstreeks van belang zijn. Conclusie Dit plan is in overeenstemming met de omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten van Gelderland hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. De meest recente versie van de Omgevingsverordening dateert van 21 december 2022. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling In het plangebied gelden volgens de Omgevingsverordening enkele specifieke aanduidingen: Romeinse Limes. De Romeinse Limes loopt dwars door Nederland, van Katwijk aan Zee in het westen tot aan de Duitse grens in het oosten.
Bestemmingsplannen die onderdeel uitmaken van de Romeinse Limes (vertaald: 'grenspad'), mogen geen ontwikkelingen mogelijk maken die de kernkwaliteiten van dit erfgoed aantasten. De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zijn forten, burgerlijke nederzettingen, kampdorpen, grafvelden, de militaire infrastructuur uit de Romeinse tijd, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken (artikel 2.59). Het plangebied ligt in het bedrijventerrein de Aam, op een braakliggende locatie in verstedelijkt gebied. Uit archeologisch onderzoek blijkt (zie ook paragraaf 5.12 Archeologie en cultuurhistorie) dat de bovengrond is verstoord door de aanleg van bedrijfsopstallen. Gezien de huidige situatie zijn geen elementen van de Romeinse Limes zichtbaar in het plangebied en omgeving. De voorgenomen ontwikkeling doet daarom geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes. Tijdelijk verbodsgebied nieuwvestiging, uitbreiding en hervestiging glastuinbouw. Dit thema is niet van belang, omdat bij dit plan geen sprake is van glastuinbouw. Intrekgebied. Dit is een beschermingsgebied voor het grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn. Het is verboden in een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie (artikel 3.33).
Dit thema is niet van belang, omdat de voorgenomen ontwikkeling geen winning van fossiele energie mogelijk maakt. Het plan conflicteert niet met deze thematische regels van de Omgevingsverordening Gelderland. Conclusie Dit plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe
Elst, Industrieweg politielocatie
21
ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristieke en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid. In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling Dit bestemmingsplan voorziet in een wijziging van een bedrijfsbestemming naar een maatschappelijke bestemming specifiek voor de genoemde politiedoeleinden. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, op het bedrijventerrein de Aam. De locatie is goed bereikbaar, doordat het bedrijventerrein direct gelegen is aan de A325. Goede bereikbaarheid is voor de politielocatie van groot belang. De voorgenomen ontwikkeling dient een maatschappelijk belang en draagt bij aan een fysiek veilige leefomgeving.
Om de gevarieerde en dorpse woonomgeving te waarborgen, is de politielocatie voorzien buiten deze woongebieden. De politie voorzieningen worden geclusterd in het bedrijventerrein de Aam gerealiseerd. De vestiging van de politielocatie op het bedrijventerrein de Aam is daarom passend bij de ambities en opgaven die in de Omgevingsverordening zijn beschreven. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040.
Elst, Industrieweg politielocatie
22
Hoofdstuk 5
5.1
Omgevingsaspecten
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)
Wettelijk kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan, dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen, een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. Hierbij geldt de omvang van een project als richtwaarde, en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is vrijwel altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren.
Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleine bouwprojecten, zoals de initiatieven in dit plan, beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Sinds 16 mei 2017 is de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn' in werking. De richtlijn wijzigt de procedure en de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van ruimtelijke plannen. Voor activiteiten, die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Toetsing Er worden geen activiteiten van onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. mogelijk gemaakt. Uit onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. kan enkel sprake zijn van een 'stedelijk ontwikkelingsproject'. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen een rol.
Hoewel de jurisprudentie rondom dit begrip casuïstisch is, kan gesteld worden dat gezien de functiewijziging van het gebied geen stedelijke ontwikkelingsproject is in de zin van het besluit-mer. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is op dit moment de vestiging van een bedrijf toegestaan in de milieucategorie 4.2. Hierbij kan het volledige perceel (100%) worden bebouwd tot een maximale hoogte van 12 meter. De voorgestane ontwikkeling heeft een lagere milieucategorie en er is minder bebouwing voorzien dan het vigerende bestemmingsplan mogelijk maakt. Op grond hiervan kwalificeert de voorgenomen ontwikkeling niet als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit milieueffectrapportage. De herziening van het bestemmingsplan is derhalve niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, ook niet vorm-vrij. Conclusie Er worden geen m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten mogelijk gemaakt, omdat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage. De locatie betreft een bestaand industrieterrein.
Elst, Industrieweg politielocatie
23
5.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Wettelijk kader In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van deze ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de 'behoefte' en het 'bestaande stedelijk gebied'. Tevens is het van belang om te bepalen of de ladder van toepassing is, door te bepalen of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’ in de zin van het Bro. Toetsing De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het huidige bestemmingsplan staat een bebouwingspercentage van 100% toe. In dat geval is er geen sprake van nieuw beslag op de ruimte.
De keuze voor deze locatie is in lijn met de uitgangspunten van de Ladder, omdat braakligend terrein met een stedelijke bestemming wordt opgevuld, binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie Voor dit bestemmingsplan is geen laddertoets noodzakelijk.
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Beleidsmatig kader Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder voor de (woon-)omgeving veroorzaken door lawaai, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- en parkeeroverlast. Daarom is het nodig om bedrijfsactiviteiten (of andere functies die het leefmilieu belasten) op een aanvaardbare afstand van woningen of andere hindergevoelige functies te situeren, al dan niet gecombineerd met het treffen van speciale maatregelen. Voor de milieuzonering in dit plan is gebruik gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009). Methodiek In de publicatie worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in zes categorieën, variërend van lichte tot zeer zware milieuhinder. Per milieucategorie zijn richtafstanden tot hindergevoelige functies opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstypen: een rustige woonwijk en een gebied met een menging van functies. In onderstaande tabel zijn deze richtafstanden weergegeven. Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3
Richtafstanden in 'rustige woonwijk'
Richtafstanden in 'gemengd gebied'
10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1.000 meter
0 meter 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter
Elst, Industrieweg politielocatie
24
6
1.500 meter
1.000 meter
Tabel 1: Richtafstanden per milieucategorie.
De VNG-publicatie is geen wet, maar wel een algemeen aanvaarde richtlijn voor de toepassing van milieuzonering in een ruimtelijk plan. Niettemin gaat de publicatie uit van richtafstanden, die in algemene zin bepaald zijn op basis van gemiddelde productieprocessen. Dat betekent dat bij de toepassing van de publicatie altijd ook de feitelijke situatie ter plaatse in ogenschouw moet worden genomen. Classificatie plangebied Het plangebied bevindt zich op bedrijventerrein De Aam, omringd door diverse bedrijven. Hier bevinden zich een diversiteit aan milieuhinderlijke functies, alsmede één bedrijfswoning in de nabijheid van het plangebied. De classificatie 'gemengd gebied' is hier het meest van toepassing. Toetsing Milieuhinder van het initiatief op de omgeving In de VGN-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) wordt een kantoorfunctie benoemd als behorende tot milieucategorie 1 met een bijbehorende richtafstand van 10 meter (rustige woonwijk). In gemengd gebied bedraagt de richtafstand zodoende 0 meter. Een politie-inrichting (cellencomplex met ME-opkomstlocatie) wordt niet specifiek benoemd. Als vergelijkbare inrichting wordt een brandweerkazerne wel genoemd, behorende tot milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter (rustige woonwijk) en 30 meter (gemengd gebied). Het aspect geluid is daarbij maatgevend.
De aspecten trilling, geur en gevaar zijn daarbij niet aan de orde. In de quickscan geluid (Bijlage 1 Quickscan geluid) zijn de geluidgevoelige objecten in de omgeving van het plangebied geïnventariseerd. Daaruit blijkt dat zich op circa 15 meter ten noorden van het plangebied een bedrijfswoning bevindt (Handelsweg 3). Deze bedrijfswoning bevindt zich derhalve binnen de richtafstand van 30 meter. Mogelijk leidt de realisatie van een politielocatie ter plaatse tot onaanvaardbare geluidhinder op deze bedrijfswoning. Nader onderzoek hiernaar is noodzakelijk. Dit onderzoek is beschreven in paragraaf 5.7. Milieuhinder vanuit de omgeving Conform het Besluit geluidhinder (artikel 1.2 lid 1) is een politielocatie (met cellencomplex) geen geluidsgevoelig object. Met betrekking tot geurgevoeligheid vindt er geen verandering plaats ten opzichte van het huidige planologische regime. De ontwikkeling levert dus geen belemmering op ten aanzien van geur. Hieruit kan geconcludeerd worden dat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt door de realisatie van een politielocatie. Conclusie De functies die ter plaatse van de te realiseren politielocatie mogelijk worden gemaakt worden niet beschouwd als zijnde geluidgevoelige objecten. Milieuhinder als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
Op basis van de gehanteerde richtafstand leidt dit plan mogelijk tot onaanvaardbare geluidhinder op een nabijgelegen bedrijfswoning. Nader onderzoek naar het geluidsaspect is noodzakelijk.
5.4
Trillingen
Trillingen ontstaan doordat een bron een kracht uitoefent op de bodem, al dan niet via een gebouw. Trillingen kunnen veroorzaakt worden door onder meer machines, verkeer over oneffen wegoppervlakten of railverkeer. Voor trillinghinder bestaan geen wettelijke normen. Vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening kan het echter noodzakelijk zijn om het aspect trillinghinder nader te beschouwen en na te gaan of onevenredige trillinghinder kan ontstaan. Het onderzoeksgebied van trillingen bij spoorwegen ligt in beginsel op ongeveer 100 meter van de bron. De mate van aanvaardbaarheid van trillingshinder wordt normaal gesproken beoordeeld aan de hand van de SBR meet- en beoordelingsrichtlijn deel B 'Trillingen; hinder voor personen in gebouwen' (hierna: SBR). In de SBR worden een 5-tal functies benoemd die trilling gevoelig zijn: 1. Gezondheidzorg
Elst, Industrieweg politielocatie
25
2. Wonen (daaronder begrepen woningen, woongebouwen, woonwagens, logiesverblijven en logiesgebouwen) 3. Kantoor en onderwijs 4. Bijeenkomstgebouwen (zoals bioscopen, aula's, schouwburgen, kerken) 5. Kritische werkruimten (laboratoria, operatiekamers of studiezalen) Beoordeling De grens van het plangebied ligt op circa 100 meter van het spoor. Zoals weergeven in paragraaf 3.3 ligt 100% van de voorgevel (van het verzamelgebouw) in de rooilijn. Daarom dient het aspect trillingen nader beschouwd te worden. In het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen zal dit aspect nader onderzocht worden.
5.5
Verkeer
Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Onderzoek Bereikbaarheid De locatie voor het realiseren van een nieuw centraal politie cellencomplex is gelegen aan de Industrieweg op een bedrijventerrein aan de rand van Elst. De locatie is goed bereikbaar met de auto vanuit Arnhem en Nijmegen, vanwege de relatief korte afstand (1.500m) tot de afrit van de A325. De locatie is ook goed bereikbaar met het openbaar vervoer door de ligging op 500m vanaf het treinstation. Ook bevindt de locatie zich in de nabijheid van snelfietsroutes tussen Arnhem en Nijmegen. De kavel heeft zowel aan de zijde Industrieweg als aan de zijde Handelsweg een ontsluiting. De zijde Handelsweg wordt de logistieke ontsluiting, georiënteerd op de A325 terwijl de hoofdentree voor bezoekers en medewerkers zich aan de westzijde bevindt in de nabijheid van het treinstation. In het vigerende bestemmingplan was de locatie aangewezen als locatie voor bedrijven.
In de bereikbaarheid van de locatie is daarom rekening gehouden met de ontwikkeling van een bedrijf op deze kavel. Uitgaande van de kavelomvang van 11.900 m2 en een bebouwingspercentage van 80% zou een bedrijf op deze locatie een omvang kunnen hebben van 9.520 m2 BVO. Op grond van het geldende kental voor verkeersgeneratie in de gemeente Overbetuwe voor arbeidsintensieve en bezoekersextensieve bedrijven in matig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom, zou een bedrijf op deze locatie 952 ritten per weekdagetmaal genereren. Om het aantal bewegingen op een gemiddelde werkdag te bepalen moet dit getal op grond van CROW 381 worden vermenigvuldigd met 1,33 tot 1.266 ritten per werkdagetmaal. Gezien het ontbreken van kentallen voor een dergelijke voorziening in de CROW-richtlijnen is op grond van omvang van het complex en het te verwachten gebruik een voor deze voorziening specifieke inschatting gemaakt. Deze is in onderstaande tabel weergegeven. Verwachte verkeersbewegingen per werkdagetmaal reguliere situatie 07 - 19 uur 19 - 23 uur 23 - 07 uur 540 270 135 Verzamel Kantoorgebouw Cellencomplex Bevoorrading incl vuilophaaldienst
90 20
32 0
32 0
Op basis van 8.100 m2 BVO, en de norm 30m2 per FTE Op basis van 48 cellen. 10 vrachtwagens per etmaal. 's Avonds en 's nachts geen bevoorrading
Op een reguliere doordeweekse dag wordt het totaal aantal verkeersbewegingen geschat op 1.119 voertuigbewegingen. Dit aantal is lager dan het aantal bewegingen dat verwacht mocht worden bij
Elst, Industrieweg politielocatie
26
invulling van de kavel met een bedrijfsfunctie. De bereikbaarheidssituatie wordt daarmee gunstiger dan onder de vigerende bestemming. Parkeren Op grond van de Nota parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 moet parkeren op eigen terrein worden opgelost. Hiervoor zijn in de nota voor verschillende functies normen opgenomen. De nota voorziet weliswaar in een norm voor kantoren en bedrijven maar houdt geen rekening met aanwezigheid van dienstvoertuigen. De gemeentelijke norm is hier daarom aangevuld met de benodigde parkeerplekken voor dienstvoertuigen. Uitgangspunt voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen, is dat sprake is van de categorie arbeidsintensieve bedrijven, in matig stedelijk gebied - rest bebouwde kom. Voor het verzamelkantoor geldt de norm voor kantoren van 2,3 parkeerplekken per 100 m2 BVO. Voor het kantoor met een oppervlak van 3.700 m2 geldt een gemeentelijke norm van 85 parkeerplaatsen. Naast deze plekken wenst de politie ruimte te hebben voor de 53 dienstvoertuigen. Voor het cellencomplex zijn op basis van de gemeentelijke norm van 3,5 parkeerplaats per 10 cellen en uitgaande van 48 cellen, 17 parkeerplaatsen nodig. Ook hier is aanvullend behoefte aan plekken voor dienstvoertuigen; 4 in dit geval. Voor de ME-opkomstlocatie geldt wederom de kantoornorm van 2,3 parkeerplaatsen per 100 m2.
Ten behoeve van 1.850 m2 zijn dan 43 parkeerplaatsen nodig De parkeerbehoefte, voor het gehele complex komt daarmee op 202 parkeerplaatsen. Het plan voorziet in 202 parkeerplaatsen en voldoet daarmee aan de norm. Voor het cellencomplex geldt een bezoekersaandeel van 37% en voor het politiekantoor geldt een bezoekersaandeel van 5%. Buiten het hek van het politieterrein zijn parkeerplaatsen voor bezoekers beschikbaar. Voor het cellencomplex zijn 17 parkeerplaatsen nodig, waarvan 37% is gereserveerd voor bezoekers (6 parkeerplaatsen). Aan de zijde van het bedijfsgebouw is voorzien in 19 parkeerplaatsen voor bezoekers. Daarmee wordt dus voldaan aan de norm. Voor bezoekers van het politiekantoor is 5% van het aantal parkeerplaatsen nodig (5% van 85 = 4 parkeerplekken). Buiten het hek zijn 15 parkeerplaatsen voor bezoek aan het politiekantoor voorzien, waarmee ruim aan de norm wordt voldaan. Voor het onderdeel fietsparkeren is uitgegaan van 1,2 fietsparkeerplekken per 100 m2 BVO van het verzamelkantoor. Dit betekent dat er 45 fietsparkeerplekken worden gerealiseerd. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.6
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Centraal daarbij staat artikel 5.16, eerste lid, van de wet. Daarnaast moet het plan voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is altijd van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen, ook wanneer besluiten op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wm niet beoordeeld hoeven te worden. Tot slot heeft het bevoegd gezag volgens Algemene wet bestuursrecht (Awb) als taak om belangen op een evenwichtige wijze af te wegen (art. 3.4) en besluiten deugdelijk te onderbouwen (art. 3.46).
Luchtkwaliteitseisen Op basis van artikel 5.16 Wm kan een bestemmingsplan worden vastgesteld indien: aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, die behoort bij de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of
Elst, Industrieweg politielocatie
27
aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen of het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Ruimtelijk-economische besluiten die "niet in betekenende mate" bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht van stoffen waarvoor bijlage 2 van de Wet milieubeheer een grenswaarde bevat, worden niet langer, zoals voorheen, individueel getoetst aan die grenswaarden. Als gevolg daarvan kunnen tal van kleinere projecten doorgang vinden, ook in situaties waar nog niet aan de grenswaarden wordt voldaan. De effecten van deze projecten op de luchtkwaliteit worden verdisconteerd in de trendmatige ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zoals beschreven in het Nationaal Samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL). Bij besluitvorming is het dus van belang om te bepalen of een initiatief "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate" (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10.
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Het onderhavige plan omvat de ontwikkeling van een multifuctionele politielocatie. Een dergelijke ontwikkeling is niet in de lijst uit de Regeling NIBM opgenomen. Daarom kan hier niet worden volstaan met de aanname dat de ontwikkeling van geringe omvang is en dat de luchtkwaliteit als gevolg hiervan “niet in betekende mate” zal verslechteren. Een nadere motivering is daarom vereist. Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het toenmalige Ministerie van VROM in samenwerking met InfoMil een specifieke rekentool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM) aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Het grote voordeel van deze NIBM-rekentool is dat slechts een beperkt aantal invoergegevens nodig is. Alleen het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer worden ingevoerd. Voor de overige invoergegevens is in de tool uitgegaan van worst-case. Met beperkte invoergegevens kan dus worden vastgesteld of een plan NIBM is.
Onderzoek Ter uitvoering van dit onderzoek is de NIBM-rekentool gebruikt. Ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking is uitgegaan van de gebruikte gegevens ten behoeve van de Aeriusberekening (gebaseerd op de verwachte verkeersbewegingen van de Politie), waarbij het aandeel vrachtverkeer is zekerheidshalve is verhoogd van 1,1% naar 2,0%. Uit de berekening blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate is. Zie voor de uitkomst figuur 5.1.
Elst, Industrieweg politielocatie
28
Figuur 5.1: Berekening effect op luchtkwaliteit door middel van de NIBM-tool. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.7
Geluidhinder
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Industrielawaai Een industrieterrein is volgens de Wet geluidhinder een terrein waar zich bedrijven kunnen vestigen die genoemd worden in artikel 40 van de Wet geluidhinder en onderdeel D van Bijlage I behorende bij het Besluit omgevingsrecht (de zogenaamde grote lawaaimakers).
Op grond van hoofdstuk V van de Wet geluidhinder is rondom deze terreinen een zone vastgesteld, waarbuiten de etmaalwaarde van het gemiddelde geluidsniveau ten gevolge van alle bedrijven op dat terrein niet hoger mag zijn dan 50 dB(A). De zone is een planologisch aandachtsgebied, waarbinnen regels van kracht zijn, die aan zowel industriële activiteiten als aan woningbouw beperkingen opleggen. Onderzoek Door Royal HaskoningDHV is een Quickscan geluid uitgevoerd. Hierbij is een vergelijking gemaakt tussen de globale hindercontour van de politie-inrichting en de daadwerkelijke afstand tot geluidgevoelige locaties. Hiervoor zijn de richtafstanden uit de publicatie Bedrijven en Milieuzonering (2009) gebruikt. Industrielawaai - Hinder van omgeving naar politielocatie Conform het Besluit geluidhinder (artikel 1.2 lid 1) is een politielocatie (met cellencomplex) geen geluidsgevoelig object. Hieruit kan geconcludeerd worden dat omliggende bedrijven niet in hun
Elst, Industrieweg politielocatie
29
bedrijfsvoering zullen worden beperkt door de realisatie van de politielocatie. Omliggende bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de vestiging van de politielocatie. Industrielawaai - Hinder van politielocatie naar omgeving Het plangebied is gelegen op de hoek van Industrieweg-Oost en de Handelsweg te Elst, op Bedrijventerrein de Aam. Dit bedrijventerrein is niet gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. In onderstaande uitsnede zijn (in blauw) geluidsgevoelige locaties weergegeven. Te zien is dat de dichtst bijgelegen geluidsgevoelige locatie (een bedrijfswoning) is gelegen direct ten noorden van het terrein, aan Handelsweg 3, op een minimale afstand van circa 15 m van de rand van het politieterrein. In de publicatie Bedrijven en Milieuzonering wordt een politie-inrichting (cellencomplex met ME opkomstlocatie) niet specifiek als type inrichting genoemd. Wel wordt een brandweerkazerne aangehaald, milieucategorie 3.1. Een dergelijke functie kan wat betreft de te verwachten milieu-effecten goed vergeleken worden met de beoogde politielocatie. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 m (rustige woonwijk), en van 30 m (gemengd gebied). Dit laatste is hier aan de orde, omdat de dichtst bijgelegen geluidsgevoelige locatie een bedrijfswoning is, die is gelegen op het bedrijventerrein. Deze richtafstand van 30 m is groter dan de daadwerkelijke fysieke afstand van circa 15 m.
Daarom is het mogelijk dat de politie-inrichting een knelpunt vormt betreffende de geluidsuitstraling, en is geadviseerd hiernaar nader (gedetailleerd) onderzoek te verrichten middels het opstellen van een geluidrekenmodel. In dit geluidrekenmodel dienen alle geluidsbronnen op het terrein opgenomen te worden (zo nodig inclusief sirenes) en dienen de geluidsbelastingen bij de omliggende woningen te worden berekend. Navolgend op bovenstaande quickscan heeft Royal HaskoningDHV een Akoestisch onderzoek uitgevoerd door middel van een geluidrekenmodel. Dit onderzoek is uitgevoerd om de geluidimmissie als gevolg van de inrichting in de omgeving inzichtelijk te maken. Uit het onderzoek blijkt dat de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij alle woningen in de omgeving voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Ook de maximale geluidsniveaus voldoen bij alle geluidgevoelige bestemmingen aan de grenswaarden. De geluidsbelasting als gevolg van de verkeersaantrekkende situatie in de representatieve bedrijfssituatie voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Schrikkel Circulaire. Incidenteel rukken politieauto's met sirenes uit, wat tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde leidt. Omdat dit beperkt voorkomt, wordt dit acceptabel geacht.
Wegverkeerlawaai Akoestisch onderzoek voor wegverkeerslawaai is niet nodig, omdat het initiatief geen geluidsgevoelige objecten bevat in het kader van de Wet geluidhinder.
Elst, Industrieweg politielocatie
30
Figuur 5.2: geluidgevoelige objecten rondom plangebied Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het plan.
5.8
Externe veiligheid
Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's dienen te worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een
Elst, Industrieweg politielocatie
31
groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio. Planbeoordeling Door Royal HaskoningDHV is een Onderzoek externe veiligheid verricht. Dit rapport is toegevoegd aan bijlage 3 van deze toelichting. Ook heeft de omgevingsdienst Regio Arnhem een externe veiligheid paragraaf gemaakt, zie hieronder. De conclusies in het externe veiligheid onderzoek en in onderstaande paragraaf komen overeen.
Het ruimtelijkplan voorziet in de ontwikkeling van cellencomplex, kantoorgebouw en ME-opkomstlocatie voor de Politie gelegen op het perceel aan de Industrieweg. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In onderstaande figuur is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.
Figuur 5.3: Uitsnede provinciale risicokaart (geraadpleegd op 21-06-2022) met het plangebied in de zwarte cirkel. De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op: Transportroutes