24-03-19.11 Relevant stuk 1, BP Elst, multifunctioneel sportcentrum
Tekst van het document
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
De verschillende aandachtsgebieden behorende bij het LPG-tankstation vormen daardoor geen belemmering voor het plan. Verantwoording groepsrisico In het onderzoek in de bijlage is een verantwoording van het groepsrisico opgenomen. De beschouwde risicobronnen kunnen in de voorziene situatie leiden tot incidenten met effecten of slachtoffers binnen het plangebied. De in het onderzoek genoemde maatregelen kunnen de omvang van mogelijke incidenten reduceren tot een omvang die beter beheersbaar wordt geacht voor de hulpverleningsdiensten. De voorgestelde maatregelen kunnen de effecten beperkt houden. Met deze inventarisatie van het groepsrisico is het restrisico in beeld gebracht. Het restrisico wordt door de gemeente acceptabel geacht. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan. De plaatsgebonden risicocontouren c.q. (toekomstige) aandachtsgebieden van risicobronnen vormen geen belemmering voor de oprichting van het beoogde MFSC. Het groepsrisico ten aanzien van de nabijgelegen spoorlijn is berekend en wijzigt als gevolg van de ontwikkeling niet. Het groepsrisico ten aanzien van alle relevante risicobronnen is verantwoord. Op basis van deze verantwoording wordt het restrisico acceptabel geacht.
5.9
Explosieven
De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast, wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er op veel plaatsen kans bestaat op het aantreffen van onontplofte munitie.
Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke ontplofbare oorlogsresten (OO) van belang. Dergelijke werkzaamheden zijn bij het oprichten van de nieuwe bebouwing en het aanleggen van verhardingen aan de orde. Daarom wordt voorafgaand aan de realisatie van het plan door middel van een bureaustudie/projectleiderssamenvatting (PLS) in beeld gebracht welke risico's er in het plangebied zijn op het aantreffen van OO. Op basis van de bevindingen uit de PLS moet in het kader van de omgevingsvergunningfase nader onderzoek worden uitgevoerd. De uitvoerbaarheid van het plan is op voorhand niet in het geding.
5.10
Kabels en leidingen
Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken, moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden. Daarnaast kunnen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningsverbinding beperkingen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden gesteld om gezondheidsredenen (voorzorgsbeleid). Beoordeling en conclusie
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. In juni 2022 is een klic-melding gedaan. De aanwezige planologisch niet-relevante kabels en leidingen zijn in beeld gebracht. De aanwezigheid daarvan vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
5.11
Waterparagraaf
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het NWP, tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen er voor 2027 liggen.
Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft het waterschap wat men in de periode tot en met 2027 wil bereiken, met wie, hoe en waarom. Eén van de voornaamste en voor de ruimtelijke ordening relevante principes is dat water bepeland is voor de inrichting van een gebied. De ambitie en samenwerking worden door gebiedsgericht te werken vormgegeven. Overbetuwe maakt onderdeel uit van het deelgebied Betuwe. Kerntaken van het waterschap zijn: Dagelijks beheer van water en dijken; Beschermen tegen overstromingen; Water eerlijk verdelen; Voorbereiden op extreem weer (klimaatadaptatie); Werken aan schoon water; Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur. Voor al deze taken zijn in het WBP ambities voor de lange termijn, concrete doelen voor de plantermijn, de strategie en maatregelen beschreven. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer.
Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen, waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren.
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd. Gemeente Overbetuwe Waterplan Overbetuwe In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast. Het waterbeheerplan van het waterschap is later geactualiseerd (zie hierboven), ook in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar. In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt.
Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals: wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan; waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit; grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast; beleving van water, burgers betrekken bij water; afspraken en taken van waterschap en gemeente. Beoordeling De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, namelijk de realisatie van een MFSC, maakt onderdeel uit van de herontwikkeling van het gebied Elst Centraal, nabij treinstation Elst. Binnen het gebied vonden en vinden verscheidene herontwikkelingen plaats met rlevante gevolgen en effecten vanuit waterhuishoudkundig oogpunt. Een integrale benadering van het wateraspect voor de totale ontwikkeling van het gebied is gewenst. In 2006 is reeds een waterhuishoudkundig plan voor het stationsgebied opgesteld. Dit is echter slechts gedeeltelijk gerealiseerd. Daarnaast hebben er tussentijds wijzigingen in de herontwikkeling van het gebied plaatsgevonden. Hierdoor is een herziening van het waterhuishoudkundig plan in opdracht van de gemeente uitgevoerd in 2022. Het nieuwe waterstructuurplan is opgenomen in Bijlage 8. Dit plan gaat in op zowel het oppervlaktewater- als het vuilwatersysteem.
In het plan is rekening gehouden met de geboogde ontwikkeling in het plangebied. Hierna worden de belangrijkste bevindingen, die voor onderhavig plan van belang zijn, beschreven. Oppervlaktewater Bestaande situatie In het plangebied is momenteel oppervlaktewater aanwezig, namelijk een C-watergang centraal in het plangebied, die tussen de wegen Auditorium en Nieuwe Aamsestraat en deels parallel aan laatstgenoemde straat loopt. Tevens is aan de zuidzijde van het plangebied een watergang parallel aan de Nieuwe Aamsestraat gerealiseerd. In figuur 5.1 is een uitsnede uit de legger van het waterschap opgenomen, waarop de C-watergang in lichtblauw is aangegeven. De (A-)watergang aan de zuidkant van het plangebied is hierop nog niet zichtbaar. In de omgeving van het plangebied zijn ook twee A-watergangen aanwezig (donkerblauw aangegeven in figuur 5.1). Dit watersysteem dient (mede) voor de opvang van hemelwater in het gebied. Dit wordt vanaf het plangebied gezien in oostelijke richting afgevoerd naar de Aamseplas.
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Figuur 5.1: uitsnede legger waterschap Rivierenland
Wijzigingen oppervlaktewatersysteem Het waterstructuurplan voor het gebied voorziet in een aantal ingrepen en wijzigingen ten opzichte van de bestaande situatie. Figuur 5.2 geeft de toekomstige oppervlaktewateren in de omgeving weer. Ten behoeve van de realisatie van ziekenhuis Rijnstate, ten zuidwesten van het plangebied, moet de bestaande A-watergang deels worden gedempt en verlegd (zie nr. 5 op figuur 5.2). Door middel van een duiker kruist deze watergang de Nieuwe Aamsestraat. Aansluitend op de verlegde watergang is recent direct ten zuiden van het plangebied parallel aan de Nieuwe Aamsestraat een gedeelte van een nieuwe A-watergang aangelegd, inclusief duikers onder de wegen Colosseum en Regenboog en ter plaatse van de toegang(en) tot het plangebied (zie nr. 2 op figuur 5.2; het gedeelte boven nr. 1 is reeds aangelegd). Deze watergang vervangt de voorheen bestaande duiker. Het watersysteem sluit zoals gezegd verder oostelijk van het plangebied aan op de Aamseplas. Dit wijzigt niet. De bestaande C-watergang in het plangebied zal ten behoeve van de ontwikkeling in onderhavig plangebied worden gedempt. Hiervoor zal een watervergunning benodigd zijn.
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Figuur 5.2: waterstructuurplan Elst Centraal met bebouwing en inrichting plangebied indicatief ingetekend (bron: Sweco) Hemelwater De ontwikkeling in het plangebied leidt tot een toename van het verhard oppervlak. Omdat de toename meer dan 500 m² bedraagt, is watercompensatie noodzakelijk op grond van de keur. Het hemelwater zal worden afgevoerd op het watersysteem, dat voor de ontwikkeling van Elst Centraal is en wordt aangelegd, specifiek de nieuwe watergang zuidelijk van het plangebied. In het waterstructuurplan is een hydrologische berekening gemaakt om de effecten van de totale planvorming van Elst Centraal, inclusief de onderhavige ontwikkeling, op het watersysteem waarvan dit gebied onderdeel uitmaakt inzichtelijk te maken. Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat de Aamseplas voldoende capaciteit heeft om te voorzien in de bergingsopgave van Elst Centraal. De ontwikkelingen in de stationsomgeving (Elst Centraal) leiden niet tot een verslechtering van het functioneren van het watersysteem ten opzichte van de huidige situatie bij een T=10 neerslaggebeurtenis. In de Nieuwe Aamsestraat is sprake van een (lichte) verbetering. De aanleg van de watergang, parallel aan deze weg ten zuiden van het plangebied, zorgt ervoor dat het model bij een T=100 neerslaggebeurtenis minder water op straat berekent.
Na de reconstructie is bij een goede uitwerking van de afwatering van de weg vermoedelijk geen overlast meer te verwachten. Samenvattend wordt geconcludeerd dat de afvoer van hemelwater op de watergang ten zuiden van het plangebied mogelijk is en het beoogde watersysteem robuust genoeg is om dit water te verwerken richting de Aamseplas. Het hemelwater kan op aanvaardbare wijze worden opgevangen en afgevoerd. Afvalwater Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd van het hemelwater. Afvalwater van het MFSC voert via een nieuw DWA-riool af naar de rotonde Industrieweg Oost-Nieuwe Aamsestraat. Dit riool ligt aan de noordzijde van de toekomstige watergang en loopt parallel aan de bestaande leiding (die vervangen wordt). Voor de capaciteit van deze leiding is rekening gehouden met alle voorziene ontwikkelingen in
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum en rondom het plangebied. Het afvalwater kan op deze wijze zonder belemmering en gescheiden worden afgevoerd. Waterkering Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van waterkeringen. Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding, oppervlaktewater of waterkeringen. Dit aspect levert geen belemmeringen voor de bestemmingswijziging op.
5.12
Flora en fauna
De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Als deze zekerheid er niet is, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) met de bijbehorende Groene Ontwikkelingszones (GO). Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; de bescherming van overige soorten.
Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Beoordeling Gebiedsbescherming Het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' ligt op ca. 4,1 kilometer afstand van het plangebied. Overige
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum gebieden liggen op grotere afstand. Vanwege de aard van de wijziging en de afstand tot deze gebieden kunnen negatieve effecten in beginsel op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op de kenmerken en instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden in de vorm van verstoring, hinder, verdroging, e.d. zijn op een dergelijke afstand niet aan de orde. Een toename van stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jr is daarentegen op voorhand niet uit te sluiten. Daarom is een stikstofdepositieberekening van de realisatie- en de gebruiksfase opgesteld. De berekeningen zijn, inclusief een toelichtende rapportage opgenomen in Bijlage 11. Uit de berekeningen volgt dat er geen depositieresultaten >0,00 mol/ha/jr optreden op enig Natura 2000-gebied in zowel de realisatie- als de gebruiksfase. Hierdoor kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten. Delen van het Natuurnetwerk Nederland liggen op ongeveer 1 kilometer ten oosten en op ongeveer 1,4 kilometer ten noorden van het plangebied. Voor deze gebieden geldt geen toetsingskader met betrekking tot externe effecten. Gezien de aard van het plan en de afstand tot deze gebieden is het bovendien uitgesloten dat de wezenlijke kenmerken en waarden van dit gebied worden aangetast.
Vanuit het aspect gebiedsbescherming zijn er geen bezwaren verbonden aan het plan en is nader onderzoek niet nodig. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Soortenbescherming Het plan voorziet in een bestemmingswijziging, sloop van bestaande bebouwing en het realiseren van nieuwe bebouwing en verharding. Negatieve effecten op beschermde soorten zijn op voorhand niet uitgesloten vanwege de aard van de werkzaamheden. Er is daarom een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 9. Uit het onderzoek blijkt dat voor de meeste soortgroepen overtreding van de Wnb op voorhand kan worden uitgesloten. De zorgplicht vormt daarbij voor grondgebonden zoogdieren (zoals de egel) en amfibieën (zoals de gewone pad) een aandachtspunt in de uitvoering. Verder moet bij de uitvoering rekening worden gehouden met het broedseizoen van niet-jaarrond beschermde vogelsoorten. Hiertoe moet het plangebied buiten het broedseizoen bouwrijp worden gemaakt, of moet voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een controle op de aanwezigheid van nesten worden uitgevoerd. Deze aandachtspunten vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Overtreding van de Wnb kan redelijkerwijs worden voorkomen. Tot slot is aan de zuidoostkant van het plangebied een holteboom aangetroffen. Deze vormt een potentieel geschikte verblijfplaats voor vleermuizen.
Vervolgonderzoek in de vorm van een boomholte inspectie is noodzakelijk, indien er sprake is van werkzaamheden/ingrepen die van invloed kunnen zijn op het functioneren van deze potentiële verblijfplaats. Hoewel daarvan vooralsnog geen sprake is, is voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan al een boomholte-inspectie uitgevoerd door een deskundig ecoloog. Van de inspectie is een notitie opgesteld, die is opgenomen in Bijlage 10. Uit de inspectie is duidelijk gebleken dat de boomholtes niet verder doorlopen de boom in. Er is geen ruimte aanwezig waar vleermuizen een beschutte rust- en verblijfplaats kunnen hebben. Hierdoor is de aanwezigheid van vleermuissoorten redelijkerwijs uitgesloten. Toekomstige werkzaamheden nabij de boom en eventuele kap van de boom leiden daarom niet tot overtreding van de Wnb. De aanwezigheid van de holteboom vormt dus geen belemmering voor het plan. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor het plan. Bij de uitvoering van het plan moet rekening worden gehouden met de zorgplicht en specifiek met het broedseizoen voor algemene, niet-jaarrond beschermde vogelsoorten.
5.13
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum Monumentenwet, die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving, gaan over naar de Omgevingswet, die per 1 januari 2024 van kracht is. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. De gemeente Overbetuwe heeft voor haar gemeentelijk grondgebied een erfgoedplan en een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces. Dit beleid is doorvertaald in de bestemmingsplannen binnen het gemeentelijk grondgebied. Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) moet in het plan rekening worden gehouden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied.
In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Beoordeling Archeologie In het plangebied geldt op grond van de archeologische beleidskaart van de gemeente een hoge archeologische verwachtingswaarde. Bij een diepte van meer dan 30 centimeter en een oppervlakte van meer dan 200 m² voor werkzaamheden in de bodem, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Ten zuiden van het plangebied is een archeologische vindplaats bekend (overzijde van de Nieuwe Aamsestraat). De drempelwaarde voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek wordt overschreden. Een verkennend archeologisch onderzoek is noodzakelijk. Door BAAC is een verkennend bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, waarvan de rapportage in Bijlage 12 is opgenomen. Hierna worden de resultaten van het onderzoek besproken. Op basis van het bureau-onderzoeken zijn archeologische resten vanaf de late bronstijd tot en met de middeleeuwen verwacht.
De vondst van artefacten uit de ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen in de omgeving van het plangebied sluiten aan bij deze verwachting. Aan het begin van de 18e eeuw was het plangebied onbebouwd en in gebruik als bouwland. Resten uit de nieuwe tijd werden niet verwacht. Uit het veldonderzoek blijkt dat in het westelijke deel van het plangebied de oorspronkelijke bodem is vermengd met opgebrachte grond of is verwijderd. In een aantal boringen is een stugge kleilaag zonder bodemvorming aangetroffen. De grens tussen de verstoorde grond en deze stugge kleilaag is scherp, waardoor het aannemelijk dat een eventuele archeologische laag in de bovengrond is opgenomen. In deze laag worden geen archeologische resten verwacht. De in het overige deel van het plangebied relatief hoog gelegen aanwezige ontkalkte oeverafzettingen waren in beginsel geschikt voor bewoning. Ter hoogte van de oeverafzettingen zijn geen begraven bodems aangetroffen. Ook zijn geen sporen van mogelijke menselijke invloeden zoals fosfaatvlekken of houtskoolconcentraties (cultuurlagen) aangetroffen. De hoge kans dat archeologische waarden in of op de oeverafzettingen binnen het plangebied aanwezig zouden zijn, kan op basis van de resultaten van het veldonderzoek naar beneden toe worden afgeschaald tot een lage verwachting.
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Een archeologisch vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor het bestemmingsplan. Totdat een selectiebesluit door de gemeente is genomen, wordt in het bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming gehandhaafd. Deze dubbelbestemming, 'Waarde - Archeologische verwachting 4', komt overeen met de bijgestelde lage verwachting voor het gebied en borgt dat er bij overschrijding van de drempelwaarde een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Op deze wijze is voldoende verzekerd dat er geen archeologische waarden worden aangetast. Cultuurhistorie Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch waardevol gebied. De bebouwing in het plangebied is niet cultuurhistorisch waardevol en er zijn ook geen andere cultuurhistorisch waardevolle elementen in het plangebied of in de directe omgeving aanwezig. Aantasting van cultuurhistorische waarden als gevolg van het plan is dus uitgesloten. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie zorgen niet voor belemmeringen in het kader van dit plan.
5.14
Verkeer en parkeren
Verkeer Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van een multifunctioneel sportcentrum, bestaande uit een overdekt zwembad en een binnensportaccommodatie, mogelijk. De vestiging van deze nieuwe functie zal leiden tot een toename van de verwacht verkeersgeneratie van en naar het plangebied. Daarom is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd, waarin de verkeerskundige effecten van het plan zijn onderzocht. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 13. In de toekomstige situatie is er sprake van een multifunctioneel sportcentrum met een omvang van ca. 7.900 m² bvo. Dit bestaat uit een overdekt zwembad (oppervlakte bassin ca. 612 m²; totaal ca. 1.550 m² bvo inclusief bijbehorende ruimten, zoals kleedkamers) en de binnensportvoorziening (totaal ca. 5.700 m² bvo inclusief algemene ruimten, ondersteunende horeca, e.d.). De algemene ruimten worden toegerekend aan de hoofdfunctie, de binnensportvoorziening. Verkeersaantrekkende werking De verkeersgeneratie vanwege de realisatie van het MFSC is met toepassing van de CROW-richtlijnen (publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) berekend. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk', maximale kencijfers, zone 'centrum' vanwege de ligging binnen Elst Centraal. Dit leidt tot de volgende berekende verkeersgeneratie: Functie
Kencijfer
Zwembad (overdekt)
31,8 mvt/ 100 m² bassin 612 m² bassin
194,6 mvt/weekdag
Sporthal
6,3 mvt/ 100 m² bvo
359,1 mvt/weekdag
Totaal
Aantal
5.700 m² bvo
Verkeersgeneratie
554 mvt/weekdag
De totale verkeersgeneratie is daarmee 554 verkeersbewegingen per weekdag. Hierbij is als worst case uitgangspunt geen verkeersgeneratie aan de huidige situatie in het plangebied toegekend en is dus uitgegaan van een netto toename van 554 mvt/weekdag. Het verkeerskundig effect van dit aantal is in het verkeerskundig onderzoek in Bijlage 13 (worst case) onderzocht. Ontsluiting Bij de actualisatie van de ontwikkelingsstrategie Elst Centraal 2020 is door de gemeente gekozen voor een ontsluiting van het plangebied van het MFSC direct op de Nieuwe Aamsestraat door middel van een
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum nieuwe aansluiting (gelijkwaardig kruispunt of uitritconstructie). Een primaire ontsluiting via Auditorium-Colosseum is niet gewenst, omdat het een straat is met gemengd verkeer, er geen vrijliggende fietsvoorzieningen zijn en de hoeveelheid verkeer in de huidige situatie (en de verwachte autonome groei) hier al een beginnend verkeersveiligheidsknelpunt vormen. Een extra functie ontsluiten via deze weg zorgt voor extra verkeersdruk en is daarom niet wenselijk. De Nieuwe Aamsestraat wordt heringericht en er ligt een vrijliggend tweerichtingsfietspad, de weg is daarom beter geschikt als ontsluiting van de ontwikkeling. Dit sluit ook aan bij de ontwikkelstrategie Elst Centraal 2020, waarin een ontsluiting via de Nieuwe Aamsestraat is opgenomen. In het bestemmingsplan is een zone aangegeven binnen de bestemming 'Water' aan de zuidkant van de ontwikkellocatie, waarbinnen de primaire ontsluiting voor gemototiseerd verkeer mag worden gerealiseerd. Deze moet op voldoende afstand van de rotonde zuidoostelijk van het plangebied zijn. Voor ontwikkelingen is het wenselijk om naast een primaire ontsluiting ook een secundaire ontsluiting te realiseren voor hulpdiensten en een deel van het verkeer. Het is mogelijk om een secundaire ontsluiting en/of calamiteitenontsluiting via Auditorium-Colosseum of Regenboog te maken.
Verkeerskundig effect ontwikkeling De hiervoor beschreven wijze van ontsluiting en de berekende (toename van de) verkeersgeneratie zijn vervolgens getoetst. Hierbij is van belang dat in het kader van de realisatie van het ziekenhuis RIjnstate, direct nabij het plangebied, in 2020 ook een verkeerskundig onderzoek voor de gehele ontwikkeling van Elst Centraal is uitgevoerd. Voor het onderhavige plangebied is daarbij gerekend met minder verkeersbewegingen. Dit betekent dat er geen extra maatregelen nodig zijn ten opzichte van de maatregelen op basis van het mobiliteitsonderzoek voor Rijnstate. Een directe ontsluiting op de Nieuwe Aamsestraat leidt tot 554 extra motorvoertuigbewegingen per etmaal van/naar de Nieuwe Aamsestraat. Dit verkeer zal zich ongeveer 50/50 verdelen richting het westen (centrum / Rijksweg Noord / Rijksweg Zuid) en oosten (Westeraam/ Aamse poort/ A325). Dit betekent 277 motorvoertuigbewegingen per weekdag op het oostelijke deel en het westelijke deel van de Nieuwe Aamsestraat. Vanwege onder andere de ontwikkeling van het MFSC zal de hoeveelheid autoverkeer op de Nieuwe Aamsestraat 8.063 mvt/etmaal worden. Hiermee wordt de voorkeurswaarde qua verkeersaantallen overschreden (6.000 mvt/etmaal), maar de grenswaarde (10.000 mvt/etmaal) niet. Dit is overigens in de huidige situatie ook al het geval.
De berekende toekomstige verkeersgeneratie kan acceptabel worden geacht en zal niet tot onevenredige verkeerskundige belemmeringen leiden. Voor de realisatie van het MFSC zijn geen aanvullende verkeerskundige maatregelen nodig. Voetgangers en fietsers In het verkeerskundig onderzoek is ook de verkeerssituatie voor voetgangers en fietsers onderzocht. Voor voetgangers is gekeken naar de verbindingen met andere functies binnen loopafstand, die van het MFSC gebruik kunnen gaan maken (onderwijsvoorzieningen). De conclusie is dat de bestaande voorzieningen voor voetgangers in de meeste gevallen voldoende zijn en in veel gevallen breder zijn dan de landelijke richtlijnen voorschrijven. Er zijn enkele aandachtspunten opgenoemd. Hierin is een verbetering in de toekomst wenselijk, maar het betreft geen zodanige knelpunten dat dit aan de realisatie van het MFSC in het plangebied in de weg staat. Het plangebied zal voor voetgangers via meerdere kanten bereikbaar zijn. Ook voor fietsers wordt het plangebied aan meerdere kanten ontsloten. Bestaande fietsroutes liggen aan alle kanten op korte afstand. De conclusie is dat de locatie goed wordt ontsloten voor fietsverkeer en dat de fietsvoorzieningen voldoen aan de vereiste basiskenmerken. Ten aanzien van de verkeerssituatie voor langzaam verkeer zijn er geen belemmeringen voor de
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum realisatie van het plan. Parkeren De gemeente Overbetuwe heeft parkeernormen vastgesteld in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 (hierna: de Nota). Het plangebied is aangemerkt als 'centrum' binnen de kern Elst. In het verkeers- en parkeeronderzoek in Bijlage 13 is een berekening van de benodigde parkeeropgave opgesteld. In de toekomstige situatie is er sprake van een multifunctioneel sportcentrum met een omvang van ca. 7.900 m² bvo. Dit bestaat uit een overdekt zwembad (oppervlakte bassin ca. 612 m²; totaal ca. 1.550 m² bvo inclusief bijbehorende ruimten, zoals kleedkamers) en de binnensportvoorziening (totaal ca. 5.700 m² bvo inclusief algemene ruimten, ondersteunende horeca, e.d.). De algemene ruimten worden toegerekend aan de hoofdfunctie, de binnensportvoorziening. Autoverkeer Op basis van de voorgaande uitgangspunten is hieronder de parkeerberekening voor auto's weergegeven: Functie
Omvang
Norm
Parkeerbehoefte
Zwembad overdekt
612 m² bassin
11,7 p.p. / 100 m² bassin*
72 p.p.
Sporthal
5.700 m² bvo
1,8 p.p. / 100 m² bvo
103 p.p.
Totaal
175 p.p.
*in de Nota is geen parkeernorm voor deze functie in het centrum opgenomen. Daarom is uitgegaan van de maximale norm in het centrumgebied op basis van de CROW-kencijfers (publicatie 381). In de toekomstige situatie met het multifunctioneel sportcentrum en zwembad zijn dus 175 parkeerplaatsen nodig. De parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein. Er wordt bij het opstellen van het ontwerp rekening gehouden met dit aantal parkeerplaatsen. Binnen de multifunctioneel in te richten buitenruimte kan hiervoor voldoende ruimte worden gereserveerd gezien de omvang van het plangebied. Voor evenementen in het sportcentrum zou het nieuwe parkeerterrein aan de Kloosterstaat (bedoeld voor patiënten en bezoekers van het ziekenhuis, maar openbaar in de avondperiode en de weekenden) en de bestaande P&R-garage gebruikt kunnen worden als extra parkeercapaciteit. Beide parkeervoorzieningen hebben tijdens de drukke momenten van het multifunctioneel sportcentrum, zaterdag en zondag, een lage bezetting. Met voldoende uitwijkmogelijkheden tijdens evenementen zal er geen parkeeroverlast ontstaan in de omgeving. Benutting van deze parkeervoorzieningen is echter niet nodig om aan de parkeernormen te voldoen. In de planregels is ter waarborging een parkeerregeling opgenomen, die inhoudt dat voldoende parkeerplaatsen binnen de bestemming moeten worden gerealiseerd.
Hieraan wordt bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst. Fietsparkeren Functie
Omvang
Norm
Fietsparkeerbehoefte
Zwembad overdekt
612 m² bassin
20 p.p. / 100m² bassin
122 p.p.
Sporthal
5.700 m² bvo
2,5 p.p. / 100 m² bvo
143 p.p.
Totaal
265 p.p.
Op basis van het programma van het MFSC zijn er 265 fietsparkeerplaatsen nodig. Deze moeten op eigen terrein worden gerealiseerd. Er wordt bij het opstellen van het ontwerp rekening gehouden met dit
Toelichting (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum aantal fietsparkeerplaatsen. Binnen de multifunctioneel in te richten buitenruimte kan hiervoor voldoende ruimte worden gereserveerd gezien de omvang van het plangebied. Conclusie Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor het plan.
5.15
Duurzaamheid
De gemeente Overbetuwe streeft naar een energie- en CO2-neutraal MFSC in gebruik. Dit vormt een uitvoeringsaspect, waaraan in de aanbesteding voor de nieuwbouw criteria worden gesteld. De aannemer wordt uitgedaagd een zo duurzaam mogelijk MFSC te realiseren. Keuzen dienen gemaakt te worden die in de basis gericht zijn op energiebesparing. (Toekomstige) investeringen in energie-opwekking dienen het MFSC verder te kunnen verduurzamen, evenals bijvoorbeeld een groen dak. De aannemer dient hoogwaardige materialen te gebruiken die lang meegaan en/of circulair zijn. Duurzame energievoorzieningen op het dak zijn ook mogelijk; op de grond zijn deze met het oog op een efficiënt ruimtegebruikt niet wenselijk in het plangebied.
40
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planopzet
Algemene opzet
Inleiding Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte en de gewenste ontwikkeling (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan 'Elst, multifunctioneel sportcentrum' bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting In de toelichting is de ontwikkeling beschreven en verantwoord, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels Deze bevatten de bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen en algemene regels die in het gehele plangebied gelden. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven. De verbeelding Op de verbeelding zijn enkele verschillende opgenomen, namelijk 'Gemengd', 'Groen', 'Verkeer' en 'Water'. Binnen de bestemming 'Gemengd' is één bouwvlak opgenomen. Tot slot zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 2' en 'Waterstaat - Waterlopen' opgenomen. De opzet van het plan Een bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de inwoners en voor de overheid. De stedenbouwkundige en programmatische randvoorwaarden zijn vastgelegd in de bouw- en gebruiksregels, maar daarbinnen is enige mate van flexibiliteit mogelijk.
Er is gekozen voor een maatwerkbestemming 'Gemengd' gezien de specifieke functie die in het plangebied beoogd is. De opbouw van het bestemmingsplan sluit verder aan op de wettelijke en gemeentelijke standaarden. Bouwplan Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend, zijn in eerste instantie de bestemming met bijhorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming, dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.
6.2
Toelichting op de verbeelding en regels
Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Hierna worden de in het plan opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Gemengd In het plangebied is grotendeels de bestemming 'Gemengd' opgenomen. Deze bestemming is het meest passend gevonden vanwege de multifunctionaliteit van de beoogde nieuwbouw. Binnen de bestemming zijn sportvoorzieningen toegestaan, inclusief bijbehorende functies, zoals ondergeschikte (niet-zelfstandige) horeca, parkeren, groen en water. Binnen de bestemming is één bouwvlak opgenomen. Gebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak worden opgericht. De maximale bouwhoogte is aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan. Binnen de bestemming zijn tevens bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Hiervoor zijn de maximale bouwhoogten opgenomen in de bouwregels. Een glijbaan is tevens buiten het bouwvlak toegestaan binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'.
Toelichting (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum Verkeer In het plangebied is een deel van de Nieuwe Aamsestraat en de Regenboog meegenomen. Deze gronden zijn bestemd als 'Verkeer' en mogen worden gebruikt voor onder meer wegen, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Hiervoor zijn de maximale bouwhoogten opgenomen in de bouwregels. Water en Waterstaat - Waterlopen Aan de zuidkant van het nieuwe MFSC en ten noorden van de Nieuwe Aamsestraat is een A-watergang voorzien. Hiervoor is de bestemming 'Water' opgenomen. De onderhoudsstrook ten zuiden van deze watergang krijgt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen'. De gronden met de bestemming 'Water' zijn bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen in brede zin, alsmede voor duikers, bijbehorende voorzieningen en maximaal één brug voor fietsers/voetgangers. Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Hiervoor zijn de maximale bouwhoogten opgenomen in de bouwregels. De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterlopen' is zoals gezegd opgenomen ter plaatse van de onderhoudsstrook van de A-watergang.
Binnen deze bestemming zijn restructies gesteld aan het bebouwen van de gronden en aan het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden, die van (negatieve) invloed op het functioneren en onderhouden van de watergang zouden kunnen zijn. Hiervoor is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen. De belangen van deze dubbelbestemming prevaleren boven die van de onderliggende bestemming. Waarde - Archeologische verwachting 2 Binnen het plangebied geldt op basis van de gemeentelijke beleidskaart een archeologische verwachtingswaarde (zie ook paragraaf 5.13). Overeenkomstig de archeologsche beleidskaart wordt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' opgenomen, zolang het plangebied niet is vrijgegeven na het uitvoeren van onderzoek. Binnen deze bestemming gelden beperkingen aan het bebouwen van de gronden en aan het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden, die de opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dat geval is ook een onderzoeksplicht van toepassing. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling met betrekking tot ondergronds bouwen opgenomen. Dit is in beginsel uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds ook gebouwen zijn toegestaan. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Het gaat hier onder meer om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering en overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen. Algemene wijzigingsregels Dit artikel geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om de bestemmingsgrenzen onder nadere
42
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum voorwaarden in beperkte mate te wijzigen. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het voor alle ruimtelijke plannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken, welke op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend), mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gebruikmaken van hun handhavingbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Toelichting (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Hoofdstuk 7
Financiële toelichting
Kostenverhaal Uitgangspunt voor de ontwikkeling is, dat deze voor de gemeente budgetneutraal wordt ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad van Overbetuwe verplicht om, als sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. In dit geval is er sprake van een bouwplan, zoals bedoeld in de wet. Er wordt namelijk een nieuw hoofdgebouw mogelijk gemaakt. De gemeente is voor dit project echter zelf initiatiefnemer en is na onherroepelijk worden van het plan volledig eigenaar van de gronden. Een deel van de gronden heeft de gemeente aangekocht. Daarvoor is aanvullend budget beschikbaar gesteld. De gemeenteraad heeft hierover op 18 april 2022 een besluit genomen. Financiële haalbaarheid Er zijn geen onvoorziene hoge kosten voor de gemeente te verwachten. Voor de beoogde ontwikkeling is budget beschikbaar gesteld binnen de gemeentelijke begroting. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
44
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Hoofdstuk 8 8.1
Overleg en inspraak
Inleiding
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
8.2
Inspraak
De Wro zelf bevat geen bepalingen over inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrijstaat toch inspraak te verlenen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Voor de ontwikkeling van het gebied Elst Centraal worden door de gemeente regelmatig informatie-avonden georganiseerd, waarbij betrokkenen de gelegenheid hebben om te reageren op de planvoornemens. Hierin is ook de realisatie van het MFSC aan de orde gekomen. Gezien de eerdere participatiemogelijkheden is besloten om geen voorontwerpfase te doorlopen voor dit bestemmingsplan.
8.3
Overleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen. Ook moet overleg worden gepleegd met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan in het geding zijn. Het ontwerpbestemmingsplan wordt aan de betrokken overlegpartners gestuurd. Over het waterhuishoudkundig plan heeft in het kader van de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig plan voor Elst Centraal reeds overleg plaatsgevonden.
8.4
Vaststellingsprocedure
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vond plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze kenbaar maken tegen het plan. Er zijn in totaal 4 zienswijzen ingediend. Deze zijn samengevat en door de gemeente van een inhoudelijke reactie voorzien in de 'Nota zienswijzen & ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan 'Elst, multifunctioneel sportcentrum''. De zienswijzen hebben aanleiding gegeven tot één aanpassing in de regels van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn er amtshalve enkele wijzigingen in het bestemmingsplan aangebracht. Deze zijn eveneens in de genoemde Nota beschreven. Het plan wordt vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad.
8.5
Beroep
Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Toelichting (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
5 5 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Gemengd Verkeer Water Waarde - Archeologische verwachting 2 Waterstaat - Waterlopen
10 10 12 13 14 17
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
18 18 19 20 21 22
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
23 23 24
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum met identificatienummer NL.IMRO.1734.0394ELSTMulfsportc-VSG1 van de gemeente Overbetuwe. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge dit bestemmingsplan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.6
begane grond
de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau. 1.7
bestaand
a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en is gebouwd krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen, of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag vóór het tijdstip van terinzagelegging is ingediend; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime; 1.8
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.9
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.10
bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.11
binnensportvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het uitoefenen van activiteiten gebaseerd op lichamelijke beweging en/of denkvermogen, welke activiteiten geheel of in overwegende mate binnen worden uitgeoefend. 1.12
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
Regels (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
1.13
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.14
bouwlaag
een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap. 1.15
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.16
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.17
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten. 1.18
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.19
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Horeca en volumineuze detailhandel zijn hieronder niet begrepen. 1.20
erf
het gedeelte van een bouwperceel gelegen buiten het, binnen het bouwperceel gelegen, bouwvlak. 1.21
geaccidenteerd terrein
een (gedeelte van een) bouwperceel met een helling van tenminste 1:10 gemeten over een afstand van 5 meter. 1.22
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.23
gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 1.24
geluidswerende voorzieningen
geluidsreducerende constructie of bouwwerk in de vorm van voorzieningen, zoals geluidsschermen, geluidswallen of aan deze constructies gelijk te stellen bouwwerken of constructies. 1.25
horeca
het voor consumptie ter plaatse verstrekken van in hoofdzaak ter plaatse bereide maaltijden en van in hoofdzaak ter plaatse bereide etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische, zwak- en niet-alcoholische dranken. Onder horeca wordt niet begrepen het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie in de vorm van
6
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum ceremonies, feesten en partijen. 1.26
kelder
een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,50 meter boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen. 1.27
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.28
ondergeschikte bouwdelen
bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten het gebouw uitsteken, zoals schoorstenen, windvanen, dakoverstekken, balkons, liftschaften, luchtbehandelingskasten en technische installaties. 1.29
ondergeschikte horeca
horeca, die gerelateerde is aan een andere, nader in de regels omschreven (hoofd)functie en qua omvang ondergeschikt aan de betreffende (hoofd)functie is. 1.30
ondergronds
onder peil. 1.31
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dakvlak en maximaal één gesloten wand. 1.32
peil
a. bij gebouwen: de gemiddelde bouwhoogte van het terrein op het punt waar dit direct grenst aan de gevel die is gericht naar het openbare gebied waarop het bouwperceel ontsloten wordt; b. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde bestaande hoogte van het aansluitende terrein. 1.33
prostitutie
het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander. 1.34
raamprostitutie
een vorm van prostitutie waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostitué(e) die door houding, gebaren, kleding of anderszins vanuit een gebouw de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor publiek besloten ruimte plaatsvinden. 1.35
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.36
verdieping
de bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grond gelegen is/zijn. 1.37
voorgevel
de naar architectuur, indeling en/of uitstraling gezichtsbepalende gevel(s) van een gebouw, gekeerd naar de weg of het openbaar gebied.
Regels (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
1.38
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit.
8
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen. 2.3
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Regels (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Elst, multifunctioneel sportcentrum
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
binnensportvoorzieningen; ondergeschikte horeca met een maximale bruto vloeroppervlakte van 200 m²; parkeervoorzieningen, fietsenstallingen; ontsluitingen, voet- en fietspaden, verblijfsdoeleinden en terrassen, mede ten behoeve van de omliggende functies; e. nutsvoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; één en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangegeven. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels: c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 4 meter bedragen; d. in afwijking van het bepaalde in sub a en b, mag de bouwhoogte van: 1. erf- en terreinafscheidingen maximaal 2 meter bedragen; 2. speeltoestellen maximaal 6 meter bedragen; 3. verlichting, vlaggenmasten, reclame-objecten, waaronder reclamezuilen, en vergelijkbare bouwwerken, met uitzondering van naar de weg gerichte reclame-objecten, maximaal 10 meter bedragen; 4. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 meter bedragen; 5. glijbanen binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' maximaal 15 meter bedragen. 3.2.3
Parkeren
a. De in lid 3.1 aangewezen gronden mogen slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat binnen deze bestemming voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. b. Het bevoegd gezag bepaalt bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Daarbij moet worden voldaan aan: 1. een parkeernorm van minimaal 11,7 parkeerplaatsen per 100 m² bassin voor de functie 'binnenzwembad'; 2. voor het overige: de normen, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016. Indien de bedoelde nota is gewijzigd of vervangen ten tijde van de aanvraag van een omgevingsvergunning, dan is de gewijzigde c.q. nieuwe nota van toepassing; c. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a en onder b, mits dit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor de parkeer- en verkeerssituatie omgeving.