24-03-19.04 Relevant stuk 6, Elst, Industrieweg politielocatie_Toelichting_Bijlage 3 Onderzoek externe veiligheid
Tekst van het document
RAPPORT Bestemmingsplanwijziging Politie Cellencomplex Industrieweg Elst Onderzoek externe veiligheid Industrieweg Elst Klant:
Politie
Referentie: BH6911-116-IBRP001F02 Status:
F02/Definitief
Datum:
23 december 2021
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Bestemmingsplanwijziging Politie - Cellencomplex Industrieweg Elst Ondertitel: Onderzoek externe veiligheid Referentie: BH6911-116-IBRP001F02 Status: F02/Definitief Datum: 23 december 2021 Projectnaam: Onderzoek externe veiligheid Industrieweg Elst Projectnummer: BH6911-116 Auteur(s): Jannie Bijzet
Opgesteld door: Jannie Bijzet Gecontroleerd door: Roel Schaap Datum: 23 december 2021 Goedgekeurd door: Berny Jansen Datum:
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
I
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Waarom onderzoek externe veiligheid?
1
1.3
Leeswijzer
1
2
Toetsingskader externe veiligheid
2
2.1
Wet- en regelgeving externe veiligheid
2
2.2
Plaatsgebonden risico en groepsrisico
2
2.3
Verantwoordingsplicht groepsrisico
3
2.4
Externe veiligheid onder de Omgevingswet
3
3
Inventarisatie relevante risicobronnen
4
3.1
Methodiek
4
3.2
Beschouwing
5
3.3
Beoordeling relevante risicobronnen
6
4
Risicoberekening Spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West
8
4.1
Onderzochte situaties
8
4.2
Invoerparameters rekenmodel
8
4.3
Resultaten
11
4.4
Toetsing beleidskader
12
5
Elementen verantwoording groepsrisico
13
5.1
Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid
13
5.2
Omgevingswet
19
5.3
Pré-advies veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden
19
6
Conclusies
21
Bijlagen Bijlage 1 Pré-advies Veiligheids en gezondheidsregio Gelderland-Midden
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
II
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De Politie is voornemens om op het perceel aan de Industrieweg te Elst een cellencomplex, kantoorgebouw en ME-Opkomstlocatie te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Het perceel is gelegen in bestemmingsplan Elst, bedrijventerrein De Aam. Figuur 1 geeft de globale ligging van het plangebied weer.
Figuur 1 Globale ligging plangebied
1.2
Waarom onderzoek externe veiligheid?
In het kader van een bestemmingsplanherziening is een onderzoek naar het milieuaspect externe veiligheid verplicht. Conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn het cellencomplex, kantoorgebouw en opkomstlocatie te beschouwen als een kwetsbaar object. Rond het plangebied liggen enkele risicobronnen die invloed hebben op het planvoornemen. Dit onderzoek beschrijft de gevolgen voor het milieuaspect externe veiligheid ten gevolge van het planvoornemen. Om te onderzoeken of wordt voldaan aan de normen voor externe veiligheid is het planvoornemen getoetst aan de relevante wet- en regelgeving.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de relevante wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. De inventarisatie van de relevante risicobronnen in en rond het plangebied is beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 beschrijft welke vervolgstappen nodig zijn in het onderzoek. De elementen verantwoording groepsrisico wordt uiteengezet in hoofdstuk 5, waarna in hoofdstuk 6 de conclusie van het onderzoek volgt.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
1
Projectgerelateerd
2
Toetsingskader externe veiligheid
Een ruimtelijk plan wordt in het kader van externe veilgheid getoetst conform het landelijke wettelijk kader. Dit hoofdstuk geeft de meest relevante wetgeving en de toetsingscriteria waaraan een ruimtelijk plan in het kader van externe veilgheid wordt getoetst. Verdere informatie is opgenomen in bijlage 1. Daarnaast is ingegaan op de aanstaande wijzigingen onder de Omgevingswet en de implementatie daarvan in dit onderzoek.
2.1
Wet- en regelgeving externe veiligheid
◼ Besluit externe veiligheid inrichtingen, (Bevi) 1 . In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast. ◼ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 2. Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater. ◼ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) 3. In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd.
2.2
Plaatsgebonden risico en groepsrisico
Externe veiligheid kent de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Deze gelden voor risicovolle inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en per buisleiding. Voor dit onderzoek zijn de relevante risicobronnen getoetst aan deze risicomaten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De 10-6 per jaar PR-contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (conform artikel 1 Bevi) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare objecten zijn uitgesloten binnen de 10 -6 contour en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10 -5-contour. De ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten tussen de 10-5 en de 10-6 contour vindt alleen plaats mits de risico’s zijn afgewogen en voorwaarden worden gesteld.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) betreft de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied* van een inrichting, transportroute of buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting of op die transportroute of buisleiding waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. De weergave van het GR is in de vorm van een fN-curve. Deze geeft het logaritmisch verband tussen het aantal dodelijke slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen die tot dit aantal slachtoffers kunnen leiden. Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. *Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt algemeen bepaald door voor het grootst mogelijke ongeval te berekenen op welke afstand nog bij 1% van de blootgestelde personen overlijdt (zogenaamde 1% letaliteitsgrens).
1
Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Stb. 2004, 250, in werking getreden op 8 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015 2 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), Staatsblad 2013, nummer 307, inwerkingtreding 1 april 2015 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Ministerie van VROM, Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 686, 17 september 2010 23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
2
Projectgerelateerd
2.3
Verantwoordingsplicht groepsrisico
De verantwoording van het groepsrisico (VGR) is een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om naast de kwantitatieve waarde van het groepsrisico de aanwezige risico’s te kunnen afwegen. Hierbij is het bevoegd gezag verplicht om de veiligheidsregio om advies te vragen. In het Bevb, Bevt en het Bevi zijn voorwaarden opgenomen wanneer en in welke mate het groepsrisico moet worden verantwoord. De mate van verantwoording is in veel gevallen afhankelijk van de hoogte en de toename van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen en het type risicobron. In dit onderzoek is invulling gegeven aan de elementen van de verantwoording groepsrisico. Voor de verantwoordingsplicht is tevens het advies van de veiligheidsregio van belang. Dit advies gaat in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, buisleiding of transportroute.
2.4
Externe veiligheid onder de Omgevingswet
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting op 1 juli 2022) zal ook het externe veiligheidsbeleid veranderen. De bestaande besluiten worden ondergebracht in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De belangrijkste wijziging is dat het groepsrisicobeleid grotendeels komt te vervallen. Hiermee vervalt ook de verantwoordingsplicht groepsrisico. Het groepsrisico zal in specifieke situaties nog berekend worden. Het plaatsgebonden risico blijft wel gehandhaafd. In plaats van het groepsrisico en bijbehorende verantwoording worden er aandachtsgebieden rond risicobronnen berekend. Deze aandachtsgebieden kunnen een brandaandachtsgebied en/of een explosieaandachtsgebied en/of een gifwolkaandachtsgebied betreffen. Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met de betreffende risico’s. Voor het brand- en explosieaandachtsgebied geldt daarnaast dat er voorschriftengebieden gelden. Binnen deze voorschriftengebieden worden voorschriften opgelegd voor de bouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties (zie bijlage VI, Bkl voor de definities).
De gemeente heeft vervolgens de mogelijkheid om de precieze invulling voor deze voorschriften te bepalen zolang deze gelijkwaardig zijn aan de in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) genoemde voorschriften. NB: De Omgevingswet zal pas van toepassing zijn wanneer deze is ingevoerd. Daarom is in dit onderzoek conform de vigerende wetgeving getoetst aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en is invulling gegeven aan de verantwoording groepsrisico. Voor uitwerking van de verantwoording groepsrisico is gerefereerd naar de methodiek uit de Omgevingswet vanwege de aard en de ligging van het planvoornemen.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
3
Projectgerelateerd
3
Inventarisatie relevante risicobronnen
Dit hoofdstuk inventariseert de externe veiligheidssituatie voor en ten gevolge van het planvoornemen. Het hoofdstuk gaat in op wat het planvoornemen mogelijk maakt, waarom dit relevant is voor externe veiligheid en welke risicobronnen verder beschouwd moeten worden.
3.1
Methodiek
Het planvoornemen is relevant wanneer er risicobronnen en/of (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Tevens wordt geïnventariseerd welke risicobronnen (die vallen onder de genoemde besluiten en definities zoals genoemd in hoofdstuk 2) in de omgeving nader beschouwd moeten worden. Inventarisatie planvoornemen Wanneer één of beide van de onderstaande vragen beantwoord worden met ‘ja’ dan is het planvoornemen relevant in het kader van externe veiligheid en worden de aanwezige risicobronnen voor wat betreft externe veiligheid geïnventariseerd. NB: In dit rapport is onderscheid gemaakt in de termen planvoornemen en plangebied. Het planvoornemen is het voorgenomen plan binnen het plangebied. Het planvoornemen hoeft niet het gehele plangebied te beslaan waarvoor het ruimtelijk besluit wordt genomen, voor externe veiligheid is naast het planvoornemen het gehele plangebied relevant voor de toetsing.
1 Maakt het planvoornemen risicobronnen mogelijk en/of 2 Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? Inventarisatie risicobronnen Indien het planvoornemen risicobronnen mogelijk maakt (vraag 1) wordt vastgesteld of ◼ de risicobron(nen) onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of ◼ de invloedsgebied(en) en/of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) die het planvoornemen mogelijk maakt over (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving (buiten het plangebied) liggen. Indien het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt (vraag 2), wordt vastgesteld of ◼ binnen het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen en/of in de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen; ◼ de risicobron(nen) in en/of in de omgeving van het plangebied onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of ◼ de invloedsgebied(en) of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) over het plangebied vallen. Beoordeling relevante risicobronnen Naar aanleiding van de bovenstaande inventarisatie wordt beoordeeld in hoeverre de relevante risicobronnen getoetst dienen te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en in hoeverre er een verantwoordingsplicht geldt.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
4
Projectgerelateerd
3.2
Beschouwing
3.2.1
Inventarisatie planvoornemen
1. Maakt het plangebied risicobronnen mogelijk? Het planvoornemen maakt geen risicobronnen in het kader van externe veiligheid mogelijk. 2. Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? Het planvoornemen omvat een cellencomplex, ME opkomstlocatie en kantoorcomplexen van in totaal 4.500m2. Conform het Bevi zijn het cellencomplex en de kantoorfaciliteiten te kwalificeren als kwetsbare objecten. Om deze reden is de bestemming die het planvoornemen mogelijk maakt relevant in het kader van externe veiligheid en zijn de risicobronnen in de omgeving van het plangebied beschouwd.
3.2.2
Inventarisatie risicobronnen
Op basis van de Signaleringskaart4 is onderzocht welke risicobronnen in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied weer.
11 13
10 3 1
12
4
14 5
6
7
8
9 2
Figuur 2: Ligging risicobronnen t.o.v. het globale plangebied, aangegeven in rood (Uitsnede Signaleringskaart-EV)
4
Signaleringskaart, https://nl.ev-signaleringskaart.nl/viewer/app/EV-signaleringskaart_NL?version=. Geraadpleegd op 29-3-2021.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
5
Projectgerelateerd
Onderstaande tabel geeft aan onder welke wetgeving de risicobron valt en of deze relevant is voor het planvoornemen. Een risicobron is relevant wanneer het invloedsgebied of de risicoafstand over het plangebied valt. Dit is het geval wanneer de grootte van het invloedsgebied of risicoafstand groter is dan de afstand tussen de risicobron en het plangebied. Tabel 1: Overzicht risicobronnen Risicobron
Afstand tot plangebied [m] Invloedsgebied/ Wet- en regelgeving veiligheidsafstand [m]
Relevant?
1
Spoorlijn Arnhem-Nijmegen
100
460
Bevt
Ja
2
Betuweroute
1.300
>4.000
Bevt
Ja
3
H&S Coldstores B.V.
30
Binnen inrichtingsgrens
Bevi
Ja
4
A325
980
>4.000
Bevt
Ja
5
Buisleiding N-578-03
485
75
Bevb
Nee
6
Buisleiding N-578-20
1.200
95
Bevb
Nee
7
Buisleiding A-507
1.200
485
Bevb
Nee
8
Buisleiding (A-663
1.200
585
Bevb
Nee
9
Buisleiding (A-505
1.200
430
Bevb
Nee
10
LPG-tankstation Shell Elst Lange Dreef
1.000
150
Bevi
Nee
11
LPG-tankstation Gulf Elst Nieuwe Aamsestraat
500
150
Bevi
Nee
12
Jumbo Supermarkten
560
Binnen inrichtingsgrens Bevi
Nee
13
Wubben
400
Plangebied valt buiten Activiteitenbesluit veiligheidsafstand milieubeheer
Nee
14
IBT-centrum
630
Plangebied valt buiten Circulaire opslag veiligheidsafstand ontplofbare stoffen voor civiel gebruik
Nee
3.3
Beoordeling relevante risicobronnen
Voor het planvoornemen zijn de volgende risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid: ◼ Spoorlijn Arnhem-Nijmegen; ◼ Betuweroute; ◼ A325; ◼ H&S Coldstores B.V. Spoorlijn Arnhem-Nijmegen Op 100 meter ten westen van het plangebied ligt de spoorlijn Arnhem-Nijmegen. Op basis van de Regeling basisnet (Route 62: Ressen Noord – Arnhem West) vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Het vervoer van toxische gassen (B3) bepaalt het invloedsgebied en bedraagt meer dan >4.000 meter 19. Conform het Bevt is toetsing aan de risicomaten plaatsgebonden risico en het groepsrisico een verplichting wanneer het plangebied binnen 200 meter van de transportroute ligt. Daarnaast dient het plasbrandaandachtsgebied te worden beschouwd. Ook dient het groepsrisico te worden verantwoord door
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
6
Projectgerelateerd
het bevoegd gezag. De toetsing is opgenomen in hoofdstuk 4, de elementen voor de verantwoording groepsrisico in hoofdstuk 5. Betuweroute Op 1.300 meter ten zuiden van het plangebied ligt de Betuweroute. Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Het vervoer van toxische gassen (B3) bepaalt het invloedsgebied en bedraagt meer dan >4.000 meter 19. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied maar op meer dan 200 meter afstand van de spoorlijn. Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Dit is opgenomen in hoofdstuk 5. A325 De A325 ligt op 980 meter ten oosten van het plangebied. Het transport van gevaarlijke stoffen over deze route valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Omdat deze weg niet is aangemerkt als basisnetroute is op basis van de HART worst-case aangenomen dat het transport van LT3 (toxische vloeistoffen) het invloedsgebied bepaalt. Hiermee heeft de weg een invloedsgebied van meer dan 4000 meter en valt over het plangebied. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied maar op meer dan 200 meter afstand van de autosnelweg.
Conform het Bevt dient te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Dit is opgenomen in hoofdstuk 5. H&S Coldstores B.V. Direct ten noorden van het plangebied ligt de inrichting H&S Coldstores B.V. waar een ammoniak koelinstallatie aanwezig is. Deze koelinstallatie valt onder de werkingssfeer van het Bevi en is een zogenoemde categoriale inrichting. Dit betekent dat in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) vaste afstanden zijn opgenomen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: • Plaatsgebonden risico: conform REVI bijlage 1 tabel 6 geldt er geen plaatsgebonden risicocontour 10 6; • Groepsrisico: conform REVI bijlage 2 tabel 3 geldt er geen invloedsgebied voor het groepsrisico. De externe veiligheidsrisico’s voor de omgeving zijn nihil vanwege de aanwezigheid van uitschakelbeveiliging. Voor deze inrichting hoeft geen verdere toetsing uitgevoerd te worden in het kader van externe veiligheid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de inrichting beschouwd in hoofdstuk 5 in het kader van de verantwoording groepsrisico.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
7
Projectgerelateerd
4
Risicoberekening Spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West
In dit hoofdstuk is het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West (route 62) uitgewerkt conform het Bevt. Tevens is het plasbrandaandachtsgebied onderzocht.
4.1
Onderzochte situaties
Tabel 2 beschrijft de onderzochte situaties. Tabel 2: Onderzochte situaties externe veiligheid spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West
Berekende situaties
Transportroute
Ingevoerde bevolking
Referentiesituatie (AVIV,
Conform Regeling basisnet
Vigerende bestemmingsplannen gerealiseerd conform BAGPopulator + missende bestemmingsplancapaciteit
Conform Regeling basisnet
Vigerende bestemmingsplannen gerealiseerd conform BAGPopulator + missende bestemmingsplancapaciteit (AVIV, 2021) +
20215) Huidige situatie (2021)
bevolkingsgegevens plangebied (ORA, 20136) Toekomstige situatie (2031)
4.2
Conform Regeling basisnet
Vigerende bestemmingsplannen gerealiseerd conform BAGPopulator + missende bestemmingsplancapaciteit (AVIV, 2021) + bevolkingsgegevens plangebied (ORA, 2013) + invulling planvoornemen
Invoerparameters rekenmodel
Het risico van het transport van gevaarlijke stoffen wordt berekend met de risicoberekeningsmethodiek RBMII (versie 2.3.0. build 535, 14 november 2013). RBMII is de standaard rekenmethodiek voor het berekenen van risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen voor de omgeving in Nederland. RBMII berekent op basis van een aantal invoerparameters, zoals bevolkingsgegevens, ongevalsgegevens en aard en omvang van de transporten van gevaarlijke stoffen, de externe risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, de hoofdspoorwegen en de binnenwateren. Het instrument sluit aan op de Handleiding Risicoanalyse Transport14 (HART). De berekeningsresultaten tonen aan in hoeverre het vervoer van gevaarlijke stoffen over een bepaalde transportroute voldoet aan de vastgestelde externe veiligheid normering.
Voor de berekeningen zijn de volgende gegevens nodig: ◼ Transportintensiteit gevaarlijke stoffen: gegevens over de aard en hoeveelheid getransporteerde gevaarlijke stoffen en de warme/koude BLEVE-verhouding7; ◼ Tracéeigenschappen: aantal baanvakken, breedte van het spoor, wisselinvloed, gereden snelheid; ◼ Faalfrequentie: combinatie van de eigenschappen van het tracé en de transportintensiteit; ◼ Bevolkingsgegevens: aantal personen langs het tracé die worden blootgesteld aan de gevolgen van een ongeval; ◼ Weerstation: het dichtstbijzijnde weerstation geeft informatie over de meest voorkomende weersinvloeden in de omgeving.
5
AVIV, 2021: Externe veiligheid woongebied De Pas in Elst, 31 augustus 2021. Omgevingsdienst Regio Arnhem, 2013: Risicoberekening spoor Spoorallee en Industrieweg Elst, 27 augustus 2013. 7 Een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) kan warm (vertraagd falen als gevolg van een externe brand) of koud (direct falen bijvoorbeeld als gevolg van impact) zijn. De verhouding is afgeleid van de samenstelling van treinen op het traject waarbij een externe brand waarschijnlijker of minder waarschijnlijk is afhankelijk van de samenstelling. 6
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
8
Projectgerelateerd
Transportintensiteit gevaarlijke stoffen De Regeling basisnet geeft de transportgegevens en de BLEVE-verhouding voor route 62 (Ressen Noord – Arnhem West), zie Tabel 3 en Tabel 4. Tabel 3: Transportaantallen vervoer gevaarlijke stoffen spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West Transportgegevens spoorlijn (route 62: tracé Ressen Noord- Arnhem West aansluiting) A Stofcategorie
B2
Brandbare gassen
C3
D3
Giftige gassen Zeer brandbare vloeistoffen
D4
Giftige vloeistoffen
Zeer giftige vloeistoffen
Transporten (Baanvak 62D & 62E)
1700
200
1050
50
50
Transporten (Baanvak 62O)
700
200
1050
50
50
Tabel 4: BLEVE-verhouding spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West BLEVE-verhouding (baanvakken 62D, 62E, 62O) A
B2
Stofcategorie Brandbare gassen Verhouding
Giftige gassen
0.00
0.95
Tracéeigenschappen Ingevoerde tracé: de spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West ligt op 90 meter ten westen van het plangebied. Conform de HART is voor het berekenen van het groepsrisico aan beide kanten (in dit geval ten noorden en ten zuiden) een kilometer tracé extra ingevoerd. Baanvakken: in het rekenmodel zijn 3 baanvakken ingevoerd, namelijk een deel van 62O, baanvak 62D en een deel van 62E, conform Regeling basisnet. De breedte van het baanvak, de aanwezigheid van wissels (W) en de snelheid (hoog: > 40 km/uur of laag: < 40 km/uur) zijn de bepalende eigenschappen. Tabel 5 toont de eigenschappen van de baanvakken. Figuur 5 laat de ligging van de baanvakken zien. Tabel 5: Eigenschappen baanvak spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West Invoer RBM II
Baanvak
Breedte [m]
Wissel invloed
Snelheids categorie
Spoor
62O
9
Ja
Hoog
Spoor
62D
9
Ja
Hoog
Spoor
62E
9
Nee
Hoog
Faalfrequentie Gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen bij beschadiging van een spoorketelwagon als gevolg van een incident. Niet elk incident leidt tot het vrijkomen van gevaarlijke stoffen. De kans op vrijkomen van gevaarlijke stoffen is afhankelijk van het type spoor (wel/geen wissels), de snelheid en het type spoorketelwagon. De HART geeft een generieke faalkans afhankelijk van de snelheid en een generieke toeslag bij aanwezigheid van wissels. De kans op falen van de spoorketelwagon is verdisconteerd in de vervolgkansen voor uitstroming per stofcategorie en zijn vast opgenomen in RBMII. In de berekening is uitgegaan van de basis faalfrequentie van een hoge snelheid vrije baan van 2,77*10 -8 (vtg/km). Met wisselinvloed neemt dit toe naar 6,72*10-8 (vtg/km).
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
9
Projectgerelateerd
Bevolkingsdichtheden Het planvoornemen resulteert in een andere bevolkingsverdeling ten opzichte van de huidige situatie. Voor de risicoberekening is gebruik gemaakt van de bevolkingsgegevens zoals opgenomen in het onderzoek externe veiligheid voor Woongebied de Pas in Elst. Hierbij is gebruik gemaakt van de BAG-populatieservice8 en is bestemmingsplancapaciteit opgenomen voor onder meer de ontwikkellocatie de Pas en het Ziekenhuis ter hoogte van het station. Huidige situatie: Het plangebied heeft volgens het vigerende bestemmingsplan een bestemming als bedrijventerrein. Voor de braak liggende terreinen is een invulling gekozen van 80 personen per hectare (aanwezigheid overdag), gebaseerd op de risicoberekening van de Omgevingsdienst Regio Arnhem uit 2013. Deze bestemmingsplancapaciteit is opgenomen als extra boven op de risicoberekening van AVIV. In een groepsrisicoberekening dient te worden uitgegaan van de bestemmingsplancapaciteit. Toekomstige situatie: Voor de toekomstige situatie is voor het deel van het bedrijventerrein waar de activiteit van de Politie (plangebied) zal plaats vinden deze populatie vervangen voor een permanente aanwezigheid van 100 personen zowel overdag als in de nacht. Deze invulling is in overleg met de Politie en gemeente ingevuld en gebaseerd op de aanwezigheid van het aantal geplande cellen en het benodigde personeel.
Figuur 3 laat de invulling van de bevolkingsgegevens zien in het model.
62E
62D
Figuur 3: Invoer spoorlijn en bevolking in RBMII
Weerstation Het dichtstbijzijnde weerstation is Deelen. De weersomstandigheden (stabiliteit, windsnelheid en windrichting) bepalen de verspreiding van gevaarlijke stoffen in de omgeving. De frequentie van het optreden van bepaalde weerscondities is bepalend voor het risico. 8
BAG populatieservice, 2021: https://populatieservice.demis.nl/#/, geraadpleegd 30 juli 2021 (bagselectbasis_202107)
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
10
Projectgerelateerd
4.3
Resultaten
Plaatsgebonden risico De PR-contouren voor de spoorlijn liggen vast in de Regeling basisnet. De spoorlijn heeft geen PR 10 -6/jaar contour. Dit heeft betrekking op alle beschouwde situaties. Groepsrisico Het groepsrisico is berekend voor de huidige situatie en de toekomstige situatie, ter referentie is de uitkomst van de berekening van Aviv opgenomen. In Tabel 6 is het berekende groepsrisico weergegeven ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De toekomstige invulling van het plangebied heeft geen invloed op de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de huidige situatie. Wanneer de hoogte van het groepsrsico vergeleken wordt met de referentiesituatie neemt het groepsrisico marginaal toe wat te verklaren is door de bestemmingsplancapaciteit op het bedrijventerrein. Tabel 6: Resultaten groepsrisicoberekeningen spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West Situaties
Hoogte groepsrisico ten opzichte van oriëntatiewaarde
Bij max. aantal slachtoffers [personen]
Frequentie [1/jaar]
Referentiesituatie
0,071
696
1,3E-009
Huidige situatie
0,073
696
1,4E-009
Toekomstige situatie
0,073
696
1,4E-009
Figuur 4 en Figuur 5 presenteren de fN-curve en de maatgevende kilometer voor zowel de huidige als toekomstige situatie.
Figuur 4: fN curve huidige en toekomstige situatie
In de huidige en toekomstige situatie ligt de maatgevende kilometer met het hoogste groepsrisico ten noordwesten van het plangebied (de maatgevende kilometer is aangegeven in lichtblauw in figuur 5). De invulling van het plangebied heeft geen invloed op de ligging van de maatgevende kilometer.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
11
Projectgerelateerd
Figuur 5: Ligging maatgevende kilometer groepsrisico
Plasbrandaandachtsgebied De spoorlijn heeft geen plasbrandaandachtsgebied. Dit geldt voor de huidige en toekomstige situatie.
4.4
Toetsing beleidskader
De externe veiligheidsrisico’s als gevolg van de spoorlijn zijn getoetst aan het Bevt:
◼ Plaatsgebonden risico: o
Het spoortraject Ressen Noord – Arnhem West heeft conform de regeling Basisnet geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico geeft geen beperkingen voor de ontwikkeling van het plangebied.
◼ Plasbrandaandachtsgebied: o
De spoorlijn heeft geen plasbrandaandachtsgebied; dit geeft geen beperkingen voor de ontwikkeling van het plangebied.
◼ Groepsrisico: o
De ontwikkeling van het plangebied resulteert niet in een significante toename van het groepsrisico. Het groepsrisico blijft onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde.
◼ Verantwoording groepsrisico: o
Op basis van de toetsing van het groepsrisico geldt conform artikel 7 van het Bevt een beperkte verantwoording van het groepsrisico met aandacht voor de elementen rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Hierbij dient het bevoegd gezag advies te vragen aan de veiligheidsregio om een afweging te maken voor externe veiligheid (hoofdstuk 5).
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
12
Projectgerelateerd
5
Elementen verantwoording groepsrisico
5.1
Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid
Voor het planvoornemen zijn de spoorlijn Ressen Noord-Arnhem West, de A325 en de Betuwelijn relevante risicobronnen, op basis van de toetsing zoals opgenomen in de voorgaande hoofdstukken blijkt dat voor deze risicobronnen het groepsrisico beperkt moet worden verantwoord. Dit betekent dat het bevoegd gezag verplicht is de veiligheidsregio om advies te vragen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de Bevi-inrichting H&S Coldstores B.V. benoemd. Deze paragraaf werkt de ongevalsscenario’s en bijbehorende voorzieningen in het kader van de rampenbestrijding en zelfredzaamheid uit. In paragraaf 5.2 is het pre-advies van de veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden opgenomen.
5.1.1
Ongevalsscenario’s met gevaarlijke stoffen
Inzicht in de ongevalsscenario’s is essentieel om de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid te analyseren. Tabel 7 geeft per risicobron de maatgevende scenario’s. Daarnaast zijn de bijbehorende gevaren (brand, explosie, gifwolk) ten gevolge van de risicobron weergegeven. Een scenario is relevant afhankelijk van: ◼ de aard van de gevaarlijke stoffen; ◼ de ligging van de effectafstand (1% letaal) van het betreffende scenario, ten opzichte van het plangebied. Tabel 7: Overzicht relevante scenario’s per risicobron Maatgevende scenario’s
Plasbrand
Koude Bleve
Warme Bleve
Wolkbrandexplosie
Fakkelbrand
Toxische wolk
Gevaren
Spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West
N.v.t.
x
x
N.v.t.
x
x
Brand, explosie, gifwolk
Betuweroute
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
x
Gifwolk
A325
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
x
Gifwolk
H&S Coldstores
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
x
Gifwolk
Risicobronnen
Tabel 8 licht op basis van het scenarioboek externe veiligheid 9 de ongevalscenario’s van Tabel 7 toe. In de volgende paragrafen is per maatgevend scenario de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid beoordeeld.
9
Website scenarioboek externe veiligheid, geraadpleegd op 10 augustus 2021.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
13
Projectgerelateerd
Tabel 8: Overzicht relevante scenario’s conform het scenarioboek externe veiligheid Koude bleve Een koude BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketelwagen of tank open. Het brandbare gas komt vrij en ontsteekt direct. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:
Brand en explosie
Effectafstand spoor:
290 meter
Warmtestraling: 25 kW/ m2
Warme bleve Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketelwagen doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de ketel. Brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:
Brand en explosie
Effectafstand spoor:
325 meter
Warmtestraling 25 kW/ m2
Fakkelbrand Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat na een botsing een afsluiter afbreekt van de ketelwagen/ tankschip. Hierdoor stroomt LPG uit en ontsteekt direct. Er ontstaat een fakkel die blijft branden tot de tank leeg is. Het effect van een fakkelbrand is warmtestraling. Dit effect kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:
Brand en explosie
Effectafstand spoor:
165 meter
Warmtestraling: 10 kW/ m2
Gifwolk Door een ongeval op het spoor breekt bij een ketelwagen gevuld met ammoniak de aansluiting van de afsluiter af. Er ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de ammoniak vrijkomt. Alle vrijgekomen ammoniak verdampt direct en er ontstaat een giftige wolk die zich snel met de wind mee verspreidt. Het effect van een wolk ammoniak is vergiftiging. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. Gevaar:
Gifwolk
Effectafstand spoor:
155 meter
Levensbedreigende waarde 1 uur, verstedelijkt gebied, 780mg/m3
Effectafstand koelinstallatie:
530 meter
Levensbedreigende waarde 1 uur, verstedelijkt gebied, 780mg/m3
Effectafstand autosnelweg
4000 meter
Alarmeringsgrenswaarde (AGW) 1 uur Concentratie 140 mg/m3, verstedelijkt gebied
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
14
Projectgerelateerd
5.1.2
Rampenbestrijding
Algemeen Voorbereiding hulpdiensten Hulpdiensten moeten op de hoogte zijn van de specifieke risico’s in de omgeving als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. De veiligheidsregio kan het beschikbare materieel hierop afstemmen. De voorbereiding op de ongevalsbestrijding is onderdeel van het beleidsplan van de veiligheidsregio. Onderdeel van de voorbereiding zijn ook oefeningen. Alarmering, opkomsttijd en communicatie naar en tussen hulpverleners Een snelle alarmering en opkomsttijd dragen bij aan zowel de bereikbaarheid als de bestrijdbaarheid. Werkende communicatiemiddelen zijn een noodzaak. De locatie van zendmasten in relatie tot de potentiële locaties van een incident is een aandachtspunt. Een snelle alarmering en opkomsttijd zijn bij een fakkelbrand van een buisleiding waarin onder hogedruk aardgas wordt getransporteerd, minder relevant omdat het scenario zich snel voltrekt en langdurig is. Het duurt enige tijd voordat de leiding wordt afgesloten. Daarnaast treden de hulpdiensten niet op in het invloedsgebied vanwege de hoge hittestraling. Inzet vindt met name plaats nadat de fakkel is uitgedoofd. Werkende communicatiemiddelen naar en tussen hulpverleners zijn noodzakelijk. Bereikbaarheid Tweezijdige bereikbaarheid van zowel de locatie van het incident als het effectgebied kan de bestrijdbaarheid en de hulpverlening versnellen.
Daarbij is ook de aanwezigheid van opstelplaatsen aan meerdere zijden belangrijk. De minimale eisen voor bereikbaarheid van hulpdiensten staan weergegeven in het document Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. Koude BLEVE, Fakkelbrand De koude BLEVE heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding is gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Voor de wolkbrand en fakkelbrand geldt hetzelfde. De ontwikkeltijd is hier slechts iets langer. Warme BLEVE De snelheid waarmee het scenario warme BLEVE zich ontwikkelt is afhankelijk van de opwarmingstijd tot de explosie en bedraagt afhankelijk van de aanwezige inhoud van de ketelwagon en de eigenschappen daarvan (coating) circa 10 minuten tot een uur. De brandweer kan de situatie stabiliseren door het koelen en afschermen van de ketel. Daarnaast moeten zij uit voorzorg het effectgebied veiligstellen. Indien de explosie optreedt is de ontwikkeltijd zeer snel.
De effectbestrijding is dan gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen Toxische wolk Bij een toxische wolk wordt door de brandweer en andere hulpdiensten voornamelijk vanaf het bovenwinds gebied opgetreden. Vanaf het benedenwinds gebied kan maar in beperkte mate worden opgetreden. Bij het optreden is bronbestrijding moeilijk. De hulpdiensten kunnen zich voornamelijk richten op het redden van mensen, het verlenen van eerste hulp aan gewonden en het verdunnen van de toxische wolk met behulp van water.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
15
Projectgerelateerd
De volgende voorzieningen hebben een positieve invloed hebben op de rampenbestrijding: Tabel 9: Overzicht mogelijke voorzieningen
Rampenbestrijding ◼ ◼ ◼
Voldoende bluswatervoorzieningen om de omgeving af te kunnen schermen; Twee aanrijroutes vanuit tegenovergestelde windstreken voor hulpdiensten; Opkomsttijd brandweer en alarmering.
5.1.3
Zelfredzaamheid
Algemeen Adequate vluchtroutes Vluchtroutes helpen mensen het gebied te verlaten. Vluchtroutes moeten duidelijk zichtbaar zijn, zich van de activiteit af richten (bij voorkeur haaks op de windrichting), breed genoeg zijn en vrij zijn van obstakels. In de vrije ruimte kan rekening worden gehouden met de positie en compositie van gebouwen. Gebouwen zelf moeten beschikken over goede vluchtroutes. Heldere communicatie over de veilige vluchtroute is belangrijk. Waarschuwingsmiddelen NL-Alert: doel is alle aanwezigen in de omgeving snel te informeren over een incident met gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel communicatie plaats via radio, internet en telefoon. Het is belangrijk dat zendmasten tijdens een ongeval blijven werken. Afstemming handelingsperspectief Het handelingsperspectief voor mensen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten. Deze inzet moet aansluiten op dit handelingsperspectief. Risicocommunicatie vooraf Communicatie over de risico’s als het gevolg van gevaarlijke stoffen en over het handelingsperspectief tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen, maakt mensen bewust. Zij weten wat ze moeten doen bij een ongeval. Dit draagt bij aan de veiligheid. Belangrijk is een open, eerlijke en begrijpbare communicatie.
Een goede risicocommunicatie is een aandachtspunt voor de aanwezigen op in het plangebied. De aanwezigen zijn zelfredzaam, maar in geval van een breuk van de buisleiding hebben de aanwezigen een beperkt handelingsperspectief. Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk. Ten tijde van een ongeval moeten schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
16
Projectgerelateerd
Koude BLEVE, warme BLEVE, fakkelbrand Personen zijn na het ontstaan van een BLEVE, wolkbrandexplosie of fakkelbrand op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Zie onderstaande tabel en afbeeldingen voor de mogelijkheden. Tabel 10: Overzicht handelingsperspectief Koude BLEVE, warme BLEVE en fakkelbrand
Handelingsperspectief –Koude BELVE, warme BLEVE, fakkelbrand ◼
Voor personen buiten is vluchten het advies (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren).
◼
Als er schuilmogelijkheden zijn, is het advies dekking te zoeken of een schuilplaats binnen te gaan. Bij schuilen gelden aanvullend de volgende maatregelen: o Schuilen in de van het gevaar afgekeerde zijde van het gebouw; o Sluiten van gordijnen; o Verwijderd blijven van ramen; o Voorkomen van ontstekingsbronnen (licht niet aan doen, uitschakelen verwarming etc.); o Openen van ramen om schade door de drukgolf te vermijden (behalve bij een gecombineerd gevaar met brand of gifwolk).
◼
Voor personen binnen is binnenblijven het advies.
◼
Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van het incident.
Figuur 6: Handelingsperspectief koude BLEVE/fakkelbrand (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
17
Projectgerelateerd
Figuur 7: Handelingsperspectief wolkbrand (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
Voorzieningen die een positieve invloed op de zelfredzaamheid hebben, zijn: Tabel 11: Overzicht voorzieningen zelfredzaamheid bij een koude BLEVE, warme BLEVE en fakkelbrand
Koude BLEVE, warme BLEVE, fakkelbrand ◼ ◼ ◼
Voldoende vluchtroutes en vluchtwegen, hierbij vooral van de risicobronnen af; Risicocommunicatie omgeving (hoe te handelen bij een brand of explosie); Alarmering van het gevaar middels NL-alert.
Toxische wolk Personen zijn na het ontstaan van een toxische wolk op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. ◼ Voor personen buiten is advies om te vluchten (een natte doek om door te ademen vermindert de blootstelling) 10; ◼ Indien vluchten niet mogelijk is, wordt geadviseerd om binnen te schuilen; ◼ Voor personen binnen wordt binnenblijven geadviseerd en naar de hoogste bouwlaag met een vlak plafond te gaan. Hierbij ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten. Tabel 12 en Figuur 8 geven een overzicht van het handelingsperspectief bij een toxische wolk
10
Gebruik maken van een natte doek is afhankelijk van het type gevaarlijke stof)
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
18
Projectgerelateerd
Figuur 8: Handelingsperspectief gifwolk (bron: website scenarioboek externe veiligheid)
Tabel 12: Overzicht voorzieningen zelfredzaamheid bij een toxische wolk
Toxische wolk ◼ ◼ ◼ ◼ ◼
Handmatig afsluitbare ventilatie; Schuilmogelijkheden binnenshuis; Voldoende vluchtroutes en vluchtwegen die haaks op de wind staan; Risicocommunicatie omgeving (hoe te handelen bij een gifwolk); Alarmering van het gevaar middels NL-alert.
5.2
Omgevingswet
In het kader van de Omgevingswet maakt het planvoornemen een zeer kwetsbaar gebouw mogelijk binnen het explosieaandachtsgebied van de spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West. Het explosieaandachtsgebied van een spoorlijn bedraagt 200 meter. Conform het Bkl is het daarom verplicht om voor het plot waar het politiecomplex gerealiseerd gaat worden een voorschriftengebied vast te stellen vanwege de realisatie van een zeer kwetsbaar object. Het advies is om dit mee te wegen in de verantwoording van het groepsrisico. Onder de huidige wetgeving is het nog niet mogelijk bouwkundige maatregelen te verankeren zoals het Bbl bij de invoering van de Omgevingswet mogelijk maakt. Tevens is dit nog niet het wettelijke toetsingskader waar formeel aan dient te worden getoetst. Maar gezien de aard van het planvoornemen is het een aanbeveling om hier alvast op voor te sorteren.
5.3
Pré-advies veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden
Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden geeft in het pré-advies voor het planvoornemen d.d. 24 november 2021 (zie bijlage 1) aan dat de aspecten overstroming uit de rivier, activiteiten met gevaarlijke stoffen, extreme neerslag of brand in een gebouw relevant zijn. De veiligheidsregio heeft advies gegeven in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Belangrijk is te beseffen dat in de omgeving meerdere (kwetsbare) activiteiten plaatsvinden. Rampenbestrijding en zelfredzaamheid bij een (dreigend) incident worden daardoor met de realisering van dit planvoornemen complexer.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
19
Projectgerelateerd
Rampenbestrijding en zelfredzaamheid De veiligheidsregio geeft in haar advies aan dat er incidentscenario’s als explosie, plasbrand en toxische wolk kunnen optreden. In het advies is aangegeven rekening te houden met: • de indeling van het plangebied; • de indeling van de verschillende activiteiten/gebruik in de gebouwen zelf. Denk hierbij aan afschermende werking van bepaalde ruimtes; • het ontruimings- en evacuatieplan, inclusief de beoefening daarvan. Belangrijk is bijvoorbeeld dat nooduitgangen en vluchtwegen/routes van het risico afgericht zijn; • bouwwijze en bouwmaterialen; • brandpreventieve zaken en basisbrandweerzorg; • de bedrijfsnoodorganisatie; • risicocommunicatie; • brandveiligheid bij brand in een gebouw. Zoals beschreven in het pré-advies spelen hierbij meerdere factoren een rol. In het advies worden de nodige aandachtspunten en adviezen op deze punten beschreven. Overleg pré-advies Op 13 december 2021 heeft overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer, gemeente, omgevingsdienst en de veiligheidsregio inzake de rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van dit planvoornemen. De volgende besproken punten zijn van belang: • Afspraken betreffende bouwkundige maatregelen/ technische eisen en afspraken omtrent de eisen die gelden onder de Omgevingswet worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
Het proces rondom deze overeenkomst leidt niet tot vertraging van het proces. Het is vrij gebruikelijk afspraken in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico vast te leggen in een anterieure overeenkomst/convenant. Het instrument bestemmingsplan biedt geen rechtstreekse mogelijkheid om bouwkundige maatregelen rechtstreeks vast te leggen. Onder de Omgevingswet, in het omgevingsplan is deze mogelijkheid er wel wanneer een voorschriftengebied wordt aangewezen; • Het plangebied dient tweezijdig bereikbaar te zijn; • Blusvoorzieningen in de omgeving zijn voldoende aanwezig.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
20
Projectgerelateerd
6
Conclusies
De Politie is voornemens om op het perceel aan de Industrieweg te Elst een cellencomplex, kantoorgebouw en ME-Opkomstlocatie te realiseren. Om dit mogelijk te maken moet het bestemmingsplan gewijzigd worden. Hiervoor is de externe-veiligheidssituatie in beeld gebracht en beoordeeld. Conform het Bevi betreft het planvoornemen de ontwikkeling van een nieuw kwetsbaar object. Om deze reden zijn alle in de omgeving aanwezige risicobronnen onderzocht en getoetst aan de normen voor externe veiligheid. Resultaten toetsing risicobronnen ◼ Spoorlijn Ressen Noord – Arnhem West o Spoorlijn ligt op 100 meter van het plangebied, conform Bevt is er een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd; o De spoorlijn heeft geen plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar. Hiermee vormt het plaatsgebonden risico geen beperking voor de ontwikkeling van het planvoornemen; o Het groepsrisico neemt niet significant toe ten gevolge van het planvoornemen en blijft onder de 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico vormt geen beperking voor de ontwikkeling van het planvoornemen; o Het groepsrisico dient te worden verantwoord in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid.
◼ Betuweroute o o o
Spoorlijn ligt op 1300 meter van het plangebied; Het planvoornemen ligt binnen het invloedsgebied van de Betuweroute. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vormen geen belemmering voor het planvoornemen; Het groepsrisico dient conform het Bevt beperkt te worden verantwoord.
◼ A325 o o o
Autosnelweg ligt op 960 meter van het plangebied; Het planvoornemen ligt binnen het invloedsgebied. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vormen geen belemmering voor het planvoornemen; Het groepsrisico dient conform het Bevt beperkt te worden verantwoord.
◼ H&S Coldstores B.V. o o o o
Inrichting ligt 30 meter van het planvoornemen. Betreft een categoriale Bevi-inrichting; Plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar ligt binnen inrichtingsgrens. Het plaatsgebonden risico vormt hiermee geen risico voor het planvoornemen; Er is geen invloedsgebied buiten de inrichting. Hiermee vormt het groepsrisico geen beperking voor het planvoornemen; In het kader van een goede ruimtelijke ordening is deze inrichting meegenomen in de verantwoording groepsrisico.
Elementen verantwoording groepsrisico De rampen die zich kunnen voordoen welke impact hebben op het planvoornemen ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied, zijn koude BLEVE, warme BLEVE, fakkelbrand en een toxische wolk. Het scenario toxische wolk kan in zeer beperkte mate ook voorkomen ten gevolge van H&S Coldstores. In de verantwoording zal de brandweer moeten ingaan op vluchtwegen, schuilplaatsen, handmatig afsluitbare ventilatie en tweezijdige bereikbaarheid. Daarnaast zijn bluswatervoorzieningen en goede risicocommunicatie belangrijk.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
21
Projectgerelateerd
Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet verandert het externe veiligheidsbeleid. Onder de Omgevingswet is het cellencomplex een zeer kwetsbaar gebouw welke binnen een explosieaandachtsgebied van naastgelegen spoorlijn ligt. Het Bkl stelt dat het hierdoor verplicht is een voorschriftengebied vast te stellen voor de ontwikkeling van het cellencomplex van de politie. In het Bbl zijn bouwvoorwaarden opgenomen waaraan dient te worden voldaan door toepassing of door gelijkwaardige andere voorschriften op te stellen. Op dit moment is de Omgevingswet nog niet in werking. Dus is de implementatie nog niet verplicht. De aanbeveling is om dit in de verantwoording voor het groepsrisico mee te nemen. Pré-advies veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland- Midden Het pré-advies van de veiligheidsregio (zie bijlage 1) geeft aan dat de aspecten overstroming uit de rivier, activiteiten met gevaarlijke stoffen, extreme neerslag of brand in een gebouw relevant zijn. De veiligheidsregio heeft advies gegeven in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Belangrijk is te beseffen dat in de omgeving meerdere (kwetsbare) activiteiten plaatsvinden. Rampenbestrijding en zelfredzaamheid bij een (dreigend) incident worden daardoor met de realisering van dit planvoornemen complexer.
In het advies wordt aangegeven dat er incidentscenario’s als explosie, plasbrand en toxische wolk kunnen optreden. Geadviseerd wordt rekening te houden met: • de indeling van het plangebied; • de indeling van de verschillende activiteiten/gebuik in de gebouwen zelf. Denk hierbij aan afschermende werking van bepaalde ruimtes; • het ontruimings- en evacuatieplan, inclusief de beoefening daarvan. Belangrijk is bijvoorbeeld dat nooduitgangen en vluchtwegen/routes van het risico afgericht zijn; • bouwwijze en bouwmaterialen; • brandpreventieve zaken en basisbrandweerzorg; • de bedrijfsnoodorganisatie; • risicocommunicatie; • brandveiligheid bij brand in een gebouw. Zoals beschreven in het pré-advies spelen hierbij meerdere factoren een rol. Daarnaast heeft op 13 december 2021 overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer, gemeente, omgevingsdienst en de veiligheidsregio inzake de rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van dit planvoornemen. De volgende besproken punten zijn van belang: • Opstellen anterieure overeenkomst om aanvullende eisen voortkomend uit de verantwoordingsplicht groepsrisico vast te leggen. Het proces rondom deze overeenkomst leidt niet tot vertraging van het proces; • Het plangebied dient tweezijdig bereikbaar te zijn; • Blusvoorzieningen in de omgeving zijn voldoende aanwezig.
Aanvraag formeel advies door bevoegd gezag De Veiligheids- en gezondheidsregio Gelderland-Midden dient conform het Bevt in de gelegenheid gesteld te worden om een formeel advies uit te brengen in het kader van de verantwoording groepsrisico. Een verzoek tot dit advies dient ingediend te worden door de gemeente Overbetuwe als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure.
23 december 2021
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BH6911-116-IBRP001F02
22
Projectgerelateerd
Bijlage 1 Pré-advies Veiligheids en gezondheidsregio GelderlandMidden
23 december 2021
BIJLAGE
BH6911-116-IBRP001F02
A1
MEMO Datum
:
24 november 2021
Aan
:
Frederik Stouten (Gemeente Overbetuwe)
Van
:
Meine Jacobi (088-3555045)
Kopie(ën)
:
Marcel Scherrenburg (ODRA), Roel Schaap en Jannie Bijzet - Vis (RHDHV)
Betreft
:
Pré-omgevingsadvies ontwikkeling cellencomplex en ME opkomstlocatie Elst
De gemeente Overbetuwe heeft de Veiligheids- en Gezondheidsregio (VGGM) gevraagd om advies over een beoogde bestemmingsplanwijziging in Elst die de nieuwbouw van een cellencomplex, kantoorgebouw en opkomstlocatie voor de Mobiele Eenheid mogelijk maakt voor de politie. Conform de wet- en regelgeving adviseert de VGGM het bevoegd gezag bij ruimtelijke ontwikkelingen over gezondheid, (externe) veiligheid en de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Deze memo is het pré-omgevingsadvies dat opgesteld is mede aan de hand van de informatie uit het rapport ‘Bestemmingsplanwijziging Politie - Cellencomplex Industrieweg Elst’ - Onderzoek externe veiligheid Industrieweg Elst (Referentie BH6911IBRP2109230903, Status 02/concept, dd. 23-09-2021). Advies De bestemmingsplanwijziging maakt de nieuwbouw mogelijk van een cellencomplex, kantoorgebouw en opkomstlocatie voor de Mobiele Eenheid. Met deze wijziging werkt de gemeente Overbetuwe mee aan het vestigen van een groep niet-zelfredzame personen (celbewoners) en een toename van de bezettingsgraad (ook in de nachtelijke uren). In het gebied vinden al (kwetsbare) activiteiten plaats (o.a. kinderdagverblijf, stationsgebied) of worden mogelijk gemaakt (o.a. ziekenhuis) dit in een omgeving met fysieke veiligheidsrisico’s (o.a. overstroming, gevaarlijke stoffen, extreme neerslag, brand in een gebouw).
De toevoeging van de beoogede nieuwbouw maakt de rampbestrijding en zelfredzaamheid complexer bij een (dreigend) incident. Vanuit het perspectief van de rampbestrijding en zelfredzaamheid is een alternatieve locatie wenselijk. Afhankelijk van de risico’s en scenario’s, zijn er bij een verdere uitwerking in ieder geval maatregelen nodig die gaan bijdragen aan een veilig en gezond ontwerp/inrichting van het gebouw en haar omgeving. Deze maatregelen vragen vervolgens om borging in juridische plannen, regels en/of contracten. Bij een (grootschalig) incident is het alleen niet uit te sluiten dat de mogelijkheden van de rampenorganisatie worden overschreden. Het is aan het bevoegd gezag om het door haar gewenste veiligheidsniveau vast te stellen, het restrisico expliciet te accepteren en dat in een besluit te verantwoorden. Het plan geeft daarmee aanleiding om in gesprek te gaan met de gemeente, en eventueel de initiatiefnemer, over de wenselijkheid en de mogelijke uitwerking van het plan. Een initiatief daartoe loopt. Toelichting Het plan betreft de nieuwbouw van een cellencomplex, kantoorgebouw en opkomstlocatie voor de Mobiele Eenheid. Volgens de huidige wet-/regelgeving is het beoogde gebouw te typeren als een kwetsbaar object. Onder de omgevingswet wordt deze nieuwbouw een zeer kwetsbaar object. Afhankelijk van de wijze van Postbus 5364 6802 EJ Arnhem www.vggm.nl
MEMO regelen geldt daarvoor een breder toetsingskader (o.a. aandachtsgebieden en//of voorschriftengebieden) met mogelijk aanvullende (wettelijke) eisen. Fysieke veiligheid Als het gaat om de fysiek veiligheid dan zijn de volgende risico’s relevant: overstroming uit de rivier, activiteiten met gevaarlijke stoffen, extreme neerslag of brand in een gebouw. Deze vormen het uitgangspunt voor de eventuele nadere uitwerking van het ontwerp/inrichting van het gebouw en haar omgeving Het advies is om bij deze uitwerking rekening te houden met (planologisch, bouwkundig, inrichting technisch, installatie technisch, organisatorisch en preperatieve) maatregelen om incidenten te voorkomen, beheersen en/of de gevolgen te beperken. Deze maatregelen vragen vervolgens om borging in juridische plannen, regels en/of contracten. Voor de rampenbestrijding en zelfredzaamheid geldt daarbij dat een grotere afstand tot een potentieel risico leidt tot een lager risico. De toename van het aantal mensen, en kwetsbaarheid daarvan, nabij het risico zal in aanloop tot, en ten tijde van, een (grootschalig) incident veelal leiden tot een grotere hulpvraag, dus een grotere belasting van de rampbestrijdingsorganisatie en een groter beroep op het zelfstandig handelen van de aanwezigen (zelf-samen-redzaamheid) in een gebouw of de omgeving daarvan.
- Zelfredzaamheid De nieuwbouw gaat een groep celbewoners en werknemers van de politie (kantoor, Mobiele Eenheid, e.a.) huisvesten. Bij een incident zijn de celbewoners alleen door een geoefende bedrijfsnoodorganisatie in veiligheid te brengen. De mate van zelfredzaamheid van de celbewoners is daarbij geheel afhankelijk van het functioneren van deze bedrijfsnoodorganisatie. Voor de werknemers ligt het in de verwachting dat zij, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd, zichzelf in veiligheid brengen. - Rampenbestrijding Het plangebied is in voldoende mate bereikbaar. Uitgangspunt voor de verdere invulling van eventuele opstelplaatsen, bluswatervoorzieningen en andere aanvullende preperatieve maatregelen voor het plan staan in de handreiking bluswater en bereikbaarheid. Met de uitwerking hiervan – en het handhaven van bestaande voorzieningen – is het plangebied voldoende ingericht om de bestrijding te faciliteren. Bij een grootschalig incident, zoals hier met gevaarlijke stoffen of de overstroming, ligt het in de verwachting dat voor het plangebied en haar omgeving de capaciteiten van de rampbestrijdingsorganisatie worden overschreden. Aangemerkt dat de kans op een dergelijk incident klein is. Als het gaat om (zelf)redzaamheid, betreft het o.a. kwetsbare groep gebruikers.
Zij krijgen tijdens de eerste minuten van een incident weinig aandacht van de rampenbestrijdingsorganisatie. De aanwezigen zijn dan ook volledig op zichzelf en de bedrijfsnoodorganisatie aangewezen om zich in veiligheid de brengen. Aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk om een (potentieel) grootschalig incident te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken. - Externe veiligheid Het plan ligt op enig afstand van de autosnelweg A15, provinciale weg A325, Betuweroute en nabij het spoor Ressen Noord – Zutphen (aftakking Betuweroute richting Deventer / Oldenzaal) waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt naast personenvervoer. Het vervoer van gevaarlijke stoffen vindt voornamelijk in de nacht plaats. Verder ligt het plan nabij inrichtingen met gevaarlijke stoffen. Er kunnen de incidentscenario’s als explosie, plasbrand en toxische wolk optreden (bijlage I bevat korte beschrijving), ook de ontsporing of botsing van (passagiers)treinen is mogelijk. De kans daarop is klein. Het plangebied ligt binnen de effectafstand van de relevante scenario’s explosie en toxische wolk. Postbus 5364 6802 EJ Arnhem www.vggm.nl
MEMO
-
Als het gaat om het verbeteren van de zelfredzaamheid en rampbestrijding dan is het advies om bij de uitwerking van de plannen rekening te houden met: • De indeling van de verschillende activiteiten/gebruik in het gebouw ten opzichte van de risicobronnen. Verkeersruimtes en/of kantoorruimten kunnen bijvoorbeeld een afschermende werking hebben tegen het (dreigende) gevaar. • De ontruiming, ontvluchtbaarheid en mogelijkheden tot evacuatie van het gebied op planniveau. Denk daarbij aan de nooduitgangen in het gebouw en de vluchtwegen/routes in het gebouw en de omgeving die van het risico afgericht zijn. • De bouwwijze en gebruik van bouwmaterialen o.a. geen grote glasoppervlakten of openslaande ramen aan de risicozijde. • De brandpreventieve zaken en basisbrandweerzorg. De uitgangspunten staan in de handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. • De organisatie van een bedrijfsnoodorganisatie dat de ontruiming/evacuatie bij incidenten begeleidt, planvorming daarvoor opstelt en beoefent. • Het ontruimings-/evacuatieplan dat de wijze van ontruiming vastlegt met als uitgangspunt de aanwezige incident-/rampscenario’s. Het plan moet regelmatig worden beoefend, eventueel in samenwerking met de hulpdiensten. • Aandacht voor risicocommunicatie: aanwezigen te informeren over risico’s en geven van een handelingsperspectief bij incidenten.