24-01-09.06 Relevant stuk 1, Toelichting en Regels BP Elst, Rijksweg-Noord 94
Tekst van het document
Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hiervoor) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.
5.8
Explosieven
De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast, wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er op veel plaatsen kans bestaat op het aantreffen van onontplofte munitie. Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen, e.d.
is de aanwezigheid van mogelijke onontplotse oorlogsmunitie (OO) van belang. Dergelijke werkzaamheden zijn hier aan de orde. Daarom moet een explosievenonderzoek worden uitgevoerd, voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend. Dit aspect is met name van belang voor de uitvoering van het plan en staat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op voorhand niet in de weg.
28
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
5.9
Kabels en leidingen
Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken, moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden. Beoordeling en conclusie In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor het plan.
5.10
Waterparagraaf
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het NWP, tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen er voor 2027 liggen.
Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft het waterschap wat men in de periode tot en met 2027 wil bereiken, met wie, hoe en waarom. Eén van de voornaamste en voor de ruimtelijke ordening relevante principes is dat water bepalend is voor de inrichting van een gebied. De ambitie en samenwerking worden door gebiedsgericht te werken vormgegeven. Overbetuwe maakt onderdeel uit van het deelgebied Betuwe. Kerntaken van het waterschap zijn: Dagelijks beheer van water en dijken; Beschermen tegen overstromingen; Water eerlijk verdelen; Voorbereiden op extreem weer (klimaatadaptatie); Werken aan schoon water; Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur. Voor al deze taken zijn in het WBP ambities voor de lange termijn, concrete doelen voor de plantermijn, de strategie en maatregelen beschreven. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De
Toelichting (ontwerp)
29
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen, waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd. Gemeente Overbetuwe Waterplan Overbetuwe In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast. Het waterbeheerplan van het waterschap is later geactualiseerd (zie hierboven), ook in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar. In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt.
Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt. Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals: wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan; waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit; grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast; beleving van water, burgers betrekken bij water; afspraken en taken van waterschap en gemeente. Beoordeling Het plan voorziet in een bestemmingswijziging en maakt het oprichten van twee nieuwe woningen inclusief bijgebouwen mogelijk. Eén woning betreft vervangende nieuwbouw van de bestaande (bedrijfs)woning. Ook de agrarische bedrijfsbebouwing (ca. 1.700 m² groot) wordt gesloopt. Ook wordt een groot deel van de bestaande verharding op het agrarisch bouwperceel verwijderd. Het verhard oppervlak in het plangebied wordt per saldo aanzienlijk gereduceerd. Een compensatieverplichting is daarom niet aan de orde. Voor de nieuwe woningen geldt de eis dat er sprake moet zijn van gescheiden afvoer van hemelwater en afvalwater. De wijze waarop het hemelwater zal worden afgevoerd, wordt nader uitgewerkt in het kader van de omgevingsvergunning(en) voor het bouwen.
De te verwachten hoeveelheid afvalwater is gezien het toekomstige gebruik beperkt en zal vanwege het verdwijnen van het loonbedrijf in totaliteit afnemen. Aan de westelijke en noordelijke randen van het plangebied is een watergang met een beschermde status volgens de legger van het waterschap aanwezig. Dit betreft een C-watergang. Er vinden geen wijzigingen aan deze watergangen plaats en er wordt geen bebouwing opgericht in of nabij deze watergang. Voor de toegang tot het nieuwe noordelijke woonperceel zal wel een overbrugging of duiker benodigd zijn. Daarvoor zal te zijner tijd een watervergunning moeten worden aangevraagd. Redelijkerwijs mag worden verwacht dat het realiseren van deze inrit geen negatieve effecten zal hebben op het functioneren en op het waterbergend vermogen van de watergang en daarmee dat een dergelijke vergunning kan worden verleend. Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van een waterkering. Conclusie
30
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding, oppervlaktewater of waterkeringen. Dit aspect levert geen belemmeringen voor de bestemmingswijziging op. Bij de realisatie van de nieuwe woningen gelden enkele randvoorwaarden, die geen belemmering vormen.
5.11
Flora en fauna
De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Als deze zekerheid er niet is, kan het plan worden vastgesteld als wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) met de bijbehorende Groene Ontwikkelingszones (GO). Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; de bescherming van overige soorten.
Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Beoordeling Gebiedsbescherming In de directe omgeving van het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. De Natura 2000-gebieden 'Veluwe' en 'Rijntakken' liggen op ongeveer 5-6 kilometer afstand van het plangebied. Vanwege de aard van de wijziging, kunnen negatieve effecten in de vorm van verstoring, verdroging, hinder, e.d. op voorhand worden uitgesloten. Ook een significante toename van stikstofdepositie (>0,00 mol/ha/j) kan op voorhand worden uitgesloten. Dit blijkt uit de voor het project uitgevoerde stikstofdepositieberekeningen voor de gebruiksfase en de bouwfase. Deze berekeningen zijn opgenomen in respectievelijk Bijlage 5 en Bijlage 6. Een toelichtende rapportage is opgenomen in
Toelichting (ontwerp)
31
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 Bijlage 4. Op relatief korte afstand (ca. 25 meter) ten westen en (ca. 75 meter) ten noorden van het plangebied ligt een gebied, dat tot het NNN behoort. Voor deze gebieden geldt geen toetsingskader met betrekking tot externe effecten. Gezien de aard van het plan is het bovendien uitgesloten dat de wezenlijke kenmerken en waarden van dit gebied worden aangetast. Soortenbescherming Het plan voorziet in sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing en het realiseren van een nieuw woonperceel met landschappelijke inpassing. Omdat negatieve effecten op beschermde soorten op voorhand niet uitgesloten zijn, is een quickscan natuurbescherming uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 7. Hierna worden de resultaten van het onderzoek beschouwd. De aangetroffen plantensoorten zijn allemaal algemene, niet-beschermde soorten. Kluwenklokje is een beschermde plantensoort die in de directe omgeving voorkomt, maar het is uitgesloten dat deze in het plangebied zelf voorkomt. De Wet natuurbescherming wordt voor wat betreft plantensoorten niet overtreden. Wat betreft beschermde diersoorten is overtreding van de Wnb op voorhand niet uitgesloten. Dit betreft de volgende soorten: steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn: nader onderzoek is noodzakelijk, omdat het plangebied mogelijk leefgebied voor deze soorten betreft.
huismus, steenuil, kerkuil en grote gele kwikstaart: nader onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk, omdat er mogelijk geschikt leefgebied voor deze soorten aanwezig is. In het nader onderzoek moet worden onderzocht of er sprake is van vaste verblijfplaatsen. vleermuizen: er is mogelijk sprake van vaste rust- of verblijfplaatsen en van vliegroutes voor vleermuizen. Nader onderzoek is noodzakelijk bij werkzaamheden aan de bestaande woning en/of de bijbehorende kapschuur (bijgebouw), alsmede bij het dempen van sloten. Dit vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd voordat het plan wordt uitgevoerd. Eventueel dienen tijdig mitigerende maatregelen te worden genomen. Een omgevingsvergunning voor het bouwen kan pas worden verleend, nadat het benodigde vervolgonderzoek is uitgevoerd en eventueel benodigde maatregelen zijn getroffen. Het benodigde vervolgonderzoek is ten tijde van de vaststelling van dit plan in uitvoering. Deze verplichting staat aan de uitvoerbaarheid van het plan naar verwachting niet in de weg. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Vóór uitvoering van het plan moet wel vervolgonderzoek naar een aantal soorten worden uitgevoerd en moeten eventueel benodigde mitigerende maatregelen tijdig worden getroffen. Dit vormt naar verwachting geen belemmering.
32
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
5.12
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet, die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving, gaan over naar de Omgevingswet, die naar verwachting in 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. De gemeente Overbetuwe heeft voor haar gemeentelijk grondgebied een erfgoedplan en een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces. Dit beleid is doorvertaald in de bestemmingsplannen binnen het gemeentelijk grondgebied.
Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) moet in het plan rekening worden gehouden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Beoordeling Archeologie In het plangebied geldt op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente een hoge archeologische waarde. Het oostelijk deel betreft een terrein van hoge archeologische waarde (bestemming 'Waarde - Archeologie' in het geldende bestemmingsplan) en het westelijk deel een terrein van archeologisch belang in de vorm van oude woongrond/historische dorpskern.
Een archeologisch onderzoek is vereist, voor zover er sprake is van bodemroerende werkzaamheden en/of bouwwerkzaamheden: binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie' in het oostelijk deel van het plangebied; met een oppervlakte groter dan 50 m² en met een diepte van meer dan 30 cm binnen de rest van het plangebied. Dergelijke werkzaamheden zijn in het kader van dit bestemmingsplan aan de orde. Een archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk. Er is een verkennend bureauonderzoek uitgevoerd, waarvan de rapportage is opgenomen als Bijlage 8. Het onderzoek, dat door de regioarcheoloog is goedgekeurd, heeft betrekking op een groter gebied dan alleen onderhavig plangebied. De voor dit plan relevante bevindingen worden besproken. De zone met historische bebouwing (rondom het huidige bedrijfsperceel en de bedrijfswoning) en de vindplaats met resten uit de ijzertijd en Romeinse tijd (ter plaatse van een deel van het nieuwe woonperceel) dienen te worden begrensd en (nader) gewaardeerd te worden middels een proefsleuvenonderzoek. Een proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een door de gemeente Overbetuwe goedgekeurd PvE (Programma van Eisen). Toelichting (ontwerp)
33
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Binnen de rest van het plangebied is een verkennend booronderzoek noodzakelijk om de bodemopbouw vast te stellen en de verwachting te specificeren. Daarbij dienen aanvullend haaks op de stroomgordel boorraaien te worden geplaatst om de diepteligging en locatie hiervan vast te stellen. Nader onderzoek in de vorm van een booronderzoek en proefsleuvenonderzoek is dus noodzakelijk. De archeologische dubbelbestemmingen worden daarom vooralsnog gehandhaafd in het bestemmingsplan ('Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' conform de archeologische beleidskaart). Hierdoor is verzekerd dat het benodigde vervolgonderzoek tijdig wordt uitgevoerd. Cultuurhistorie De bebouwing in het plangebied is niet cultuurhistorisch waardevol en er zijn ook geen cultuurhistorisch waardevolle elementen in en nabij het plangebied aanwezig. Het plangebied behoort niet tot een cultuurhistorisch waardevol gebied. Van aantasting van cultuurhistorische waarden is dan ook geen sprake. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie zorgen niet voor belemmeringen in het kader van dit plan. Wel is nader archeologisch onderzoek noodzakelijk. Ter waarboging hiervan zijn dubbelbestemmingen opgenomen.
5.13
Verkeer en parkeren
Verkeer Dit bestemmingsplan wijzigt de bestaande Agrarische bedrijfsbestemming (loonbedrijf met een bedrijfswoning) naar een Woonbestemming met toevoeging van één vrijstaande woning. In de toekomstige situatie is op basis van de CROW-kencijfers (publicatie 381) een verkeersgeneratie van circa 16 verkeersbewegingen per etmaal te verwachten. Door het verdwijnen van de bedrijfsfunctie zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting niet toenemen. Bijkomend voordeel is dat het aandeel zwaarder verkeer vanwege het verdwijnen van de bedrijfsfunctie vermindert. In de huidige situatie beschikken het loonbedrijf en de bedrijfswoning over een gezamenlijke in-/uitrit. Deze wordt behouden. Voor de nieuwe woning ten noorden van het bestaande bouwperceel zal een nieuwe in-/uitrit op de Rijksweg-Noord moeten worden aangelegd. Tussen de in-/uitritten resteert ruimschoots voldoende mate. De ontsluiting kan op een overzichtelijke en verkeersveilige wijze worden gerealiseerd. Er zijn al met al geen verkeerskundige belemmeringen of bezwaten verbonden aan het plan. Parkeren De gemeente Overbetuwe heeft parkeernormen vastgesteld in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 (hierna: de Nota). In de toekomstige situatie is er sprake twee vrijstaande woningen in het plangebied. Volgens de Nota zijn er 2,8 parkeerplaatsen per woning benodigd (categorie 'vrijstaand, koop' in het buitengebied).
Op eigen terrein is op beide percelen voldoende ruimte voor deze parkeergelegenheid beschikbaar, zodat aan deze norm zal worden voldaan. In de planregels is ter waarborging een parkeerregeling opgenomen. Dit aspect vormt geen belemmering voor het plan. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het bestemmingsplan.
34
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planopzet
Algemene opzet
Inleiding Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte en de gewenste ontwikkeling (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het wijzigingsplan 'Elst, Rijksweg-Noord 94' bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting In de toelichting is de ontwikkeling beschreven en verantwoord, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels Deze bevatten de bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen en algemene regels die in het gehele plangebied gelden. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven. De verbeelding Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen opgenomen: 'Wonen', 'Tuin' en 'Agrarisch'. Ook zijn enkele dubbelbestemmingen ('Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3') opgenomen. Tevens zijn enkele bouwaanduidingen en twee bouwvlakken op de verbeelding opgenomen. De opgenomen bestemmingen en aanduidingen worden in de volgende paragraaf toegelicht. De opzet van het plan Een bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de inwoners en voor de overheid. De regels van het plan sluiten aan bij het huidige bestemmingsplan 'Elst, Schil Westeraam A325'.
De toekomstige situatie is concreet bestemd en afgestemd op de geweste situatie en het beoogde gebruik. Bouwplan Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend, zijn in eerste instantie de bestemming met bijhorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming, dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.
6.2
Toelichting op de verbeelding en regels
Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Hierna worden de in het plan opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Agrarisch Het plangebied omvat een ruimer gebied dan alleen de toekomstige woonpercelen, omdat het gewenst is het huidige agrarische bouwvlak weg te bestemmen en te borgen dat hier geen agrarische bedrijfactiviteiten meer worden verricht wanneer de woningen als burgerwoning worden gebruikt. De gronden buiten de woonpercelen blijven bestemd als 'Agrarisch', maar zonder bouwvlak. De gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische doeleinden (zoals weides of akkers), hobbymatig agrarisch grondgebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, e.d. Binnen de bestemming mag slechts beperkt worden gebouwd: er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Tuin en Wonen Voor de rest van het plangebied (het te behouden woonperceel en het beoogde nieuwe woonperceel) wordt de bestemming 'Agrarisch' gewijzigd naar 'Wonen' en 'Tuin'. Gekozen is voor deze beide bestemmingen in lijn met de systematiek, die in het moederplan voor woonpercelen is gehanteerd.
Toelichting (ontwerp)
35
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 Hierbij zijn de voorerfgebieden (tussen de weg en de voorste bouwvlakgrens, tot 3 meter achter het verlengde van de bouwvlakgrens) bestemd als 'Tuin' en de rest van de percelen als 'Wonen'. Dit past overigens binnen de kaders van de wijzigingsbevoegdheid, omdat er geen additionele bouw- of gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming 'Tuin' van toepassing zijn ten opzichte van de bestemming 'Wonen'. De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn primair bestemd voor het wonen in een woning, waarbij inwoning en een beroep/bedrijf aan huis zijn toegestaan. Verder zijn binnen de bestemming bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen, groen en water toegestaan. Er is één woning toegestaan per bouwperceel. Voor de woningen is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen deze moeten worden opgericht. In de bouwregels zijn regels opgenomen ten aanzien van de hoogten en inhoud van de woningen. Er mogen binnen de bestemming ook bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) worden gebouwd. Hiervoor zijn nadere bouwregels gesteld. Ook bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan binnen het gehele bestemmingsvlak. Binnen de bestemming 'Tuin' mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt voor tuinen behorend bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.
Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, alsmede uitbouwen. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels De algemene bouwregels omvatten bouwregels die voor het gehele plangebied gelden. Er is een regeling voor het overschrijden van bouwgrenzen opgenomen. In dit artikel is verder een regeling met betrekking tot ondergronds bouwen opgenomen. Dit is in beginsel uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds ook gebouwen zijn toegestaan. Ten slotte is een regeling opgenomen ten aanzien van bestaande afwijkende maatvoeringen, zoals hoogten en oppervlakten. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Het gaat hier onder meer om kleinschalige afwijkingen van de voorschreven maatvoering en overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen.
Ook is een bevoegdheid opgenomen om een grotere inhoud voor een woning te kunnen toegstaan (tot maximaal 800 m³). Algemene wijzigingsregels Dit artikel geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om de bestemmingsgrenzen onder nadere voorwaarden in beperkte mate te wijzigen. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het voor alle ruimtelijke plannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken, welke op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend), mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch
36
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gebruikmaken van hun handhavingbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Toelichting (ontwerp)
37
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Hoofdstuk 7
Financiële toelichting
Kostenverhaal Uitgangspunt voor de ontwikkeling is, dat deze voor de gemeente budgetneutraal wordt ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad van Overbetuwe verplicht om, als sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. In dit geval is er sprake van een bouwplan, omdat er een nieuwe woning kan worden opgericht. Tussen de gemeente en initiatiefnemer is daarom een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin afspraken zijn vastgelegd over het kostenverhaal. Dit is daarmee anderszins verzekerd. Een exploitatieplan hoeft daarom niet te worden opgesteld. Financiële haalbaarheid Er zijn geen onvoorziene hoge kosten voor de initiatiefnemers of de gemeente te verwachten, omdat er sprake is van een kleinschalig en concreet initiatief. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
38
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Hoofdstuk 8 8.1
Overleg en inspraak
Inleiding
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
8.2
Inspraak
De Wro zelf bevat geen bepalingen over inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrijstaat toch inspraak te verlenen op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Voor dit bestemmingsplan heeft, gezien de aard en kleinschalige omvang van het plan en de beperkte ruimtelijke impact, geen inspraak plaatsgevonden.
8.3
Overleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen. Ook moet overleg worden gepleegd met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan in het geding zijn. Gezien de aard van de bestemmingswijziging, heeft in dit geval geen vooroverleg plaatsgevonden.
8.4
Vaststellingsprocedure
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vond plaats volgens artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode bestond de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Er is één zienswijze ingediend door ProRail. Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassing van de toelichting en bijbehorende bijlagen bij dit bestemmingsplan. Daarnaast is een aantal ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Om juridische en procedurele redenen wordt het bestemmingsplan voor een tweede maal als ontwerp ter inzage gelegd. Gedurende deze periode bestaat wederom de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Het plan wordt vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad.
8.5
Beroep
Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Toelichting (ontwerp)
39
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
5 5 9
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch Tuin Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3
10 10 11 12 16 19
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
22 22 23 24 25 26
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
27 27 28
(ontwerp)
3
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94 met identificatienummer NL.IMRO.1734.0379ELSTrijkswgn94-ONT2 van de gemeente Overbetuwe; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels; 1.3
aan- en uitbouwen
een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is; 1.4
aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publieksgericht zijn, en dat op kleine schaal in de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
agrarisch bedrijf
een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; b. bollenteelt: de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen; c. boomkwekerij/-teelt: de teelt van bomen als dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; d. bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie; e. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; f. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder ook begrepen het fokken van paarden en het houden van geiten en schapen; g. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; h. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; i. intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; j. sierteelt: de teelt van wintergroene siergewassen, alsmede sierstruiken en sierbomen; 1.8
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt;
Regels (ontwerp)
5
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
1.9
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden; 1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.12
begane grondvloer
de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder; 1.13
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.14
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16
bijgebouw
een niet aan een hoofdgebouw verbonden gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.17
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.19
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.21
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
6
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
1.23
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Horeca-activiteiten en detailhandel in volumineuze goederen zijn hieronder niet begrepen; 1.24
erf
het gedeelte van een bouwperceel gelegen buiten het, binnen het bouwperceel gelegen, bouwvlak; 1.25
extensieve dagrecreatie
recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte; 1.26
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27
gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.28
grondgebonden agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel ten behoeve van de teelt van gewassen of de weidegang van vee; 1.29
hobbymatig agrarisch grondgebruik
het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren op niet bedrijfsmatige wijze. Onder hobbymatig agrarisch gebruik wordt niet verstaan een volkstuin; 1.30
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.31
huishouden
een persoon die of groep personen die gezamenlijk, onbestendig voor onbepaalde tijd, een huishouding voert; 1.32
inwoning
twee huishoudens die, in afwijking van het begrip woning, één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn; 1.33
kelder
een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen; bij bebouwing gelegen in geaccidenteerd terrein gelegen beneden peil; 1.34
mantelzorg
het bieden van aantoonbare tijdelijke zorg in een woning of in bij een woning behorende bijgebouwen aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
Regels (ontwerp)
7
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
1.35
nutsvoorziening
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 1.36
ondergronds
onder peil; 1.37
overkapping
bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak; 1.38
peil
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van de kruin van de weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 1.39
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.40
publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan; 1.41
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.42
teeltondersteunende voorzieningen
voorzieningen, anders dan een kas, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen, daaronder begrepen pot- container- en gootteelt; 1.43
verdieping(en)
de bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is/zijn; 1.44
voorgevel
de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw, gekeerd naar de weg of het openbaar gebied; 1.45
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.46
woning
een complex van ruimten inclusief aan- en uitbouwen, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
8
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
breedte, lengte en diepte van een gebouw
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.4
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel; 2.6
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Regels (ontwerp)
9
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet zijn toegestaan; b. het hobbymatig houden van dieren en/of het telen van gewassen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. evenementen als medegebruik gedurende maximaal 7 aaneengesloten dagen inclusief opbouw en afbraak van bijbehorende voorzieningen; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen
Gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen mogen niet worden gebouwd. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a. bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen maximaal 1 m; b. bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van lawaaisporten. 3.3.2
Spuitzone
De uitoefening van (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt is niet toegestaan op een afstand van minder dan 50 m van bestemmingsvlakken ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies. Dit zijn alle functies behoudens de agrarische bedrijvigheid.
10
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. parkeervoorzieningen ten dienste van het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw; c. nutsvoorzieningen; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 4.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten aanzien van uitbouwen gelden de volgende regels: 1. de horizontale diepte bedraagt maximaal 1,5 m; 2. de (horizontale) diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden bedraagt minimaal 2,5 m; 3. voor zover de uitbouw wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw bedraagt de breedte maximaal 60% van de breedte van die gevel; 4. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 m; 5. de oppervlakte bedraagt maximaal 6 m2; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
Regels (ontwerp)
11
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
wonen, waarbij inwoning is toegestaan; een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; hobbymatig agrarisch grondgebruik; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en toegangswegen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Hoofdgebouwen
Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. goothoogte is maximaal 6 m; b. bouwhoogte is maximaal 11 m; c. de inhoud van woningen bedraagt maximaal 800 m³. 5.2.2
Bijgebouwen
Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. b. c. d. e.
f.
gebouwd minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; afstand bijgebouwen tot het hoofdgebouw maximaal 20 m; goothoogte is maximaal 3,3 m; bouwhoogte is maximaal 5,4 m; de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per bouwperceel bedraagt maximaal 90 m² of maximaal 5% van het onbebouwde woonperceel achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning; achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning blijft minimaal 50% van de gronden onbebouwd.
5.2.3
Overkappingen
Overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a. b. c. d. e.
gebouwd minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning; afstand tot het hoofdgebouw maximaal 20 m; gezamenlijke oppervlakte maximaal 30 m²; bouwhoogte maximaal 3 m; achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning blijft minimaal 50% van de gronden onbebouwd.
5.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a. zwembaden zijn toegestaan, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. gebouwd minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; 2. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 20 m; 3. oppervlakte maximaal 90 m²; 4. bouwhoogte maximaal 0,3 m; 5. verticale bouwdiepte maximaal 4 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal: 1. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m; 2. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m; 3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m. 5.2.5
Herbouw woning bestaande situatie
Herbouw van een bestaande woning is uitsluitend toegestaan op de bestaande locatie binnen het bestemmingsvlak met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.2.1.
12
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Verplaatsing van de woning
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.5 ten behoeve van het verplaatsen van de woning, mits: a. woning op maximaal 10 m van de bestaande (voormalige) woning wordt gebouwd, met dien verstande dat wanneer in verband met het bepaalde onder b een grotere afstand vereist is deze afstand wordt aangehouden; b. met betrekking tot wegverkeergeluid een aanvaardbaar woonklimaat wordt gerealiseerd; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; e. voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.2.1. 5.3.2
Aan-/uitbouw of bijgebouw op andere locatie bestemmingsvlak
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder a en/of b voor het bouwen van een aan-/uitbouw of bijgebouw op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak, mits: a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. 5.3.3
Oppervlakte aan-/uitbouwen en bijgebouwen
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder e voor het vergroten van de oppervlakte van aan-/uitbouwen en bijgebouwen bij de woning, mits: a. b. c. d.
de gezamenlijke oppervlakte maximaal 120 m² bedraagt; het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig wordt beperkt; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving.
5.3.4
Bouwhoogte aan-/uitbouwen en bijgebouwen
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder d voor het verhogen van de bouwhoogte van aan-/uitbouwen of bijgebouwen bij de woning, mits: a. de bouwhoogte maximaal 7 m bedraagt; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, tot maximaal 75 m² wordt gebruikt voor de activiteit; b. degene die de activiteit in de woning, inclusief aan-, uitbouwen en bijgebouwen, uitoefent tevens de bewoner van de woning is; c. de activiteit qua aard en omvang past in de woonomgeving; d. er geen activiteiten plaatsvinden die vergunningplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de verkeers- en parkeersituatie ter plaatse; f. geen detailhandel anders dan de verkoop van lokaal of streekeigen geproduceerde producten plaatsvindt; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
Regels (ontwerp)
13
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
5.4.2
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. zelfstandige bewoning, voor zover het betreft bijgebouwen; b. het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. standplaats voor onderkomens, uitgezonderd caravans, kampeerauto's en tenten indien gelijktijdig niet meer dan één caravan of kampeerauto en/of één tent per bouwperceel wordt c.q. worden geplaatst en deze niet wordt/worden gebruikt voor permanente bewoning. 5.4.3
Parkeernorm
Het gebruiken van de gronden en/of bebouwing voor het wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en/of horeca, is toegestaan onder de voorwaarde, dat in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein is voorzien, waarbij moet worden voldaan aan de in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016 opgenomen parkeernorm. Indien na onherroepelijk worden van het plan nieuwe parkeernormen worden vastgesteld, gelden de nieuwe parkeernormen in geval van een gebruikswijziging. 5.4.4
Voorwaardelijke verplichting
Het gebruiken van gronden en bebouwing voor het wonen, zoals bedoeld in artikel 5.1 sub a, is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat ten tijde van de ingebruikname het plangebied is ingericht conform de randvoorwaarden zoals aangegeven in p. 24-35 van het inrichtingsplan in Bijlage 1 bij de regels, en deze inrichting na realisatie in stand wordt gehouden. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 en artikel 10.1 voor het toestaan dat een bijgebouw bij de woning wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit het oogpunt van mantelzorg; b. duidelijk is wie de zorgbehoevende is of zorgbehoevenden zijn; c. de bereikbaarheid voor (aanleg van) algemene voorzieningen en nutsvoorzieningen en voor hulpdiensten gewaarborgd blijft; d. de oppervlakte maximaal 75 m² bedraagt; e. er geen zelfstandige woning ontstaat; f. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 5.5.2
Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.4.1 voor het toestaan van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, mits: a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdieping) met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 75 m² mag worden gebruikt voor publieksgerichte aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor activiteiten die vergunningplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer; f. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
14
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Elst, Rijksweg-Noord 94
5.5.3
Recreatieve nevenactiviteiten
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1 voor het toestaan van recreatieve nevenactiviteiten in de vorm van: a. bed & breakfast, mits: 1. opgericht binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing; 2. gezamenlijke oppervlakte maximaal 120 m² bedraagt, waarbij de maximale oppervlakte per slaapverblijf 30 m² mag bedragen; 3. er verder geen voorzieningen als speeltuin, stallingen, detailhandel e.d. worden opgericht; 4. het aantal aaneengesloten nachten gedurende welke gebruik gemaakt mag worden van de recreatieve nevenactiviteit maximaal 14 bedraagt; 5. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 6. er geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk is; 7. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 8. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; b. recreatiewoningen / -appartementen, mits: 1. opgericht binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing; 2. maximaal 3 recreatiewoningen/-appartementen worden gerealiseerd met een maximale oppervlakte van 75 m² per recreatiewoning/-appartement; 3.
het aantal aaneengesloten nachten gedurende welke gebruik gemaakt mag worden van de recreatieve nevenactiviteit maximaal 45 bedraagt; 4. er geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk is; 5. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 6. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 7. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; 5.5.4
Stapeling
Bij een combinatie van afwijkingen uit artikel 5.5.3 geldt de laagste toegestane vloeroppervlakte als totale toegestane maximum. 5.6
Wijzigingsbevoegdheid
5.6.1
Splitsing
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het splitsen van woningen in twee woningen, mits: a. de te splitsen woning, met eventueel bestaande voormalige inpandige bedrijfsruimten, een inhoud heeft van minimaal 800 m³; b. de gesplitste woningen een inhoud hebben van minimaal 400 m³; c. de oppervlakte of inhoud van de gesplitste woningen en de bijgebouwen niet wordt vergroot; d. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad; e. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad.