24-01-09.05 Relevant stuk 2, Toelichting en regels BP Oosterhout, Dorpsstraat 40
Tekst van het document
Bestemmingsplan Toelichting
Oosterhout, Dorpsstraat 40
Bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40 Gemeente Overbetuwe Status:
Ontwerp
Datum:
November 2023
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0382OOSTdrpsstr40-ONTD
Oosterhout, Dorpsstraat 40
Datum November 2023
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en globale begrenzing plangebied 1.3 Huidig bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 7
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
8
Hoofdstuk 3
Toekomstige situatie
10
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal en regionaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
12 12 13 14
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Externe veiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Flora en fauna 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren
16 16 16 17 18 21 22 23 27 28 29 31 33 35
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels
36 36 36
Hoofdstuk 7
39
Financiële toelichting
Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep
40 40 40 40 40 40
(ontwerp)
3
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemer wil op het perceel Dorpsstraat 40 te Oosterhout de bestaande bedrijfswoning behouden, het perceel enkel voor woondoeleinden gebruiken en één extra woning realiseren. De huidige Bedrijfsbestemming zal daarbij vervallen, waardoor de bestaande bedrijfswoning een burgerwoning wordt. Op termijn wil de initiatiefnemer een tweede extra woning realiseren, maar dit is pas mogelijk wanneer de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding over een deel van het perceel niet meer aanwezig is, maar is verkabeld. Om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken, moet het bestemmingsplan worden herzien. Dit bestemmingsplan 'Oosterhout, Dorpsstraat 40' geeft een nieuw bouw- en gebruikskader voor het gehele perceel.
1.2
Ligging en globale begrenzing plangebied
Het plangebied beslaat het perceel Dorpsstraat 40-40a te Oosterhout. Deze locatie ligt centraal in de bebouwde kom van Oosterhout. De Dorpsstraat is één van de doorgaande wegen binnen deze kern. De ligging van het plangebied is in figuur 1.1 weergegeven.
Figuur 1.1: ligging van het plangebied (bron: Bing Maps)
Het plangebied beslaat de percelen Dorpsstraat 40-40a en De Hofstede 17. Kadastraal is het
Toelichting (ontwerp)
5
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40 plangebied bekend als gemeente Valburg, sectie L, perceelnummers 2774 t/m 2777, 2790 en 2791. De grens van het plangebied volgt de kadastrale begrenzing van deze percelen. Het wordt begrensd door de kantoorlocatie Dorpsstraat 42 aan de noordzijde, de Dorpsstraat en het woonperceel Dorpsstraat 38 aan de westzijde en door diverse woonpercelen aan de zuid- en oostzijden. Figuur 1.2 geeft de begrenzing van het plangebied indicatief aan.
Figuur 1.2: indicatieve begrenzing van het plangebied (bron: PDOK)
1.3
Huidig bestemmingsplan
In het plangebied geldt op dit moment het bestemmingsplan 'Oosterhout'. Dit plan is op 24 augustus 2012 vastgesteld. Een uitsnede van de verbeelding van het huidige bestemmingsplan, met de begrenzing van het plangebied in rood kader, is weergegeven op figuur 1.3. Het hele plangebied heeft de bestemming 'Bedrijf'. Binnen deze bestemming zijn bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toegestaan. Binnen een groot deel van het plangebied is een bouwvlak opgenomen. Dit mag voor maximaal 40% worden bebouwd. Er is één bedrijfswoning toegestaan; dat betreft de bestaande bedrijfswoning Dorpsstraat 40. Binnen een groot deel van het plangebied geldt tevens de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding. Ten slotte is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen in het plangebied.
6
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Figuur 1.3: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Oosterhout' met het plangebied in rood kader weergegeven (bron: www.ruimtelijk eplannen.nl)
Zowel het oprichten van nieuwe woningen als het gebruiken van de bestaande bedrijfswoning als burgerwoning is niet toegestaan volgens het huidige bestemmingsplan. Ook omdat de bestaande bedrijfsfunctie niet wordt voortgezet, maar het plangebied uitsluitend voor woondoeleinden zal worden, moet de bestemming worden gewijzigd. Om deze redenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor dit plan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven. In hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. Ten slotte is in hoofdstuk 8 de bij de totstandkoming van het bestemmingsplan gevolgde procedure beschreven.
Toelichting (ontwerp)
7
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Het plangebied ziet op een bestaande bedrijfslocatie binnen de bebouwde kom van Oosterhout. Het plangebied ligt aan de Dorpsstraat, die één van de oospronkelijke doorgaande wegen van het dorp Oosterhout vormt. Langs deze weg zijn zowel woningen als andere functies, zoals maatschappelijke voorzieningen, bedrijven en kantoren gevestigd. In de directe omgeving van het plangebied zijn woningen, groenstroken, een kantoor en een nutsvoorziening aanwezig. Het beslaat de percelen Dorpsstraat 40-40a en De Hofstede 17, die gezamenlijk één bedrijfsperceel vormen met één bedrijfswoning (Dorpsstraat 40). Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Valburg, sectie L, perceelnummers 2774 t/m 2777, 2790 en 2791. Op het perceel zijn naast de bedrijfswoning ook enkele bedrijfsgebouwen aanwezig, evenals enkele verhardingen. Daarnaast is op het perceel een hoogspanningsmast aanwezig, die behoort bij de bovengrondse hoogspanningsverbinding die het plangebied doorkruist. Het perceel is toegankelijk via een ontsluiting op de Dorpsstraat aan de westkant van het plangebied. Aan de randen van het plangebied zijn bomen aanwezig. Figuur 2.1 is een straatbeeld van het plangebied opgenomen nabij de toegang tot het perceel. In figuur 1.2 in het voorgaande hoofdstuk is een luchtfoto opgenomen.
Figuur 2.1: straatbeeld vanaf de Dorpsstraat met de bedrijfswoning Dorpsstraat 40 (bron: Google Maps)
8
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Toelichting (ontwerp)
9
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Hoofdstuk 3
T oekomstige situatie
De huidige bedrijfsfunctie op het perceel wordt beëindigd en de huidige bedrijfsopstallen worden, met uitzondering van de (bedrijfs)woning Dorpsstraat 40, gesloopt. De bedrijfswoning, gesitueerd op perceel L 2776, zal worden behouden en worden gebruikt als burgerwoning. De inrit tot deze woning wordt op dit perceel gerealiseerd. De hoogspanningsverbinding met de bijbehorende mast in het plangebied blijft vooralsnog gehandhaafd. Deze wordt in de toekomst mogelijk verkabeld. In de (noord)oostelijke hoek van het perceel (huidige perceel Dorpsstraat 40a), buiten de belemmeringenzone van de hoogspanningsverbinding, wordt één nieuwe vrijstaande woning met bijbehorend erf gerealiseerd. Dit perceel wordt ontsloten via de doodlopende weg De Hofstede in de zuidoostelijke hoek van het plangebied. Een woning op deze locatie is ruimtelijk-stedenbouwkundig goed inpasbaar. Met het oog op een doelmatige verkaveling en een logische stedenbouwkundige afronding is het de wens om in de toekomst ook in het zuidwestelijk gedeelte van het perceel (huidige perceel De Hofstede 17) een vrijstaande woning op te richten. Omdat dit perceel geheel binnen de belemmeringenzone en de 0,4 microteslazone van de bovengrondse hoogspanningsverbinding ligt (zie hierover nader paragraaf 5.9), is dat op dit moment nog niet mogelijk.
Wanneer de betreffende verbinding in de toekomst wordt verkabeld, dan zou dit echter wel een mogelijkheid zijn. Om hierop voor te sorteren wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in dit bestemmingsplan. Figuur 3.1 geeft schetsmatig de beoogde toekomstige situatie in het plangebied weer, inclusief benutting van de wijzigingsbevoegdheid.
10
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Figuur 3.1: toekomstige inrichting plangebied, incl. benutting wijzigingsbevoegdheid
Toelichting (ontwerp)
11
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit, dat onderdeel is van de NOVI, valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt enkel een ontwikkeling van lokaal belang mogelijk, gezien de aard en de beperkte schaalgrootte van het plan. Er zijn in principe geen nationale belangen, zoals beschreven in de NOVI, in het geding met een dergelijk plan. Relevant is wel dat in het plangebied een hoogspanningsverbinding van 150 kV aanwezig is. Alle hoogspanningsverbindingen van 110 kV en hoger behoren tot het landelijk hoogspanningsnet. Het plan heeft geen negatieve invloed op het functioneren van deze hoogspanningsverbinding. In paragraaf 5.9 wordt uitvoeriger ingegaan op de invloed van de hoogspanningsverbinding op dit plan en op het voorzorgsbeleid van het Rijk voor dergelijke hoogspanningsverbindingen. Het plan is niet in strijd met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd.
Beoordeling en conclusie Er is sprake van een lokale, kleinschalige planologische wijziging, waarbij geen nationale belangen in het geding zijn. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit plan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een verplicht motiveringsinstrument, dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling
12
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40 wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503). In een ruimtelijk plan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Ook moet een motivering worden opgenomen dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming 'Bedrijf' van het perceel Dorpsstraat 40 in een Woonbestemming. De bestaande bedrijfswoning wordt behouden en zal als reguliere woning worden gebruikt.
Daarnaast wordt er binnen de contouren van het bestaande bedrijfsperceel één nieuwe woning gerealiseerd en met een wijzigingsbevoegdheid wordt een tweede extra woning in de toekomst mogelijk gemaakt. Het toevoegen van maximaal twee woningen is volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op het plan.
4.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie Gelderland Provinciale Staten hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Daarna zijn nog diverse wijzigingen en actualisaties doorgevoerd. Het actuele beleid is opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van 19 december 2018. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur(versterking); het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat, een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Dit betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het plan wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen, die voor dit plan van belang zijn.
Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de verordening of de Omgevingsverordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. In februari 2022 is de meest recente geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de
Toelichting (ontwerp)
13
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40 provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling Dit bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van een Bedrijfsbestemming in een Woonbestemming op een perceel binnen de bebouwde kom van Oosterhout. Daarbij worden maximaal twee woningen toegevoegd, waarvan één door middel van een wijzigingsbevoegdheid. Er spelen in principe geen provinciale belangen met een dergelijke wijziging, waarbij er geen sprake is van extra ruimtebeslag. Wel is van belang dat de Omgevingsverordening bepaalt dat nieuwe woonlocaties uitsluitend zijn toegestaan, wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma en de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio (artikel 2.2.1.1). De gemeente Overbetuwe heeft haar woningbouwprogramma, zowel kwalitatief als kwantitatief, vastgelegd in de Woonagenda 2020. Hierop wordt in paragraaf 4.3 ingegaan. Het plan voorziet zoals aangegeven in één extra woning op basis van een directe bouwtitel en één woning na toepassing van een wijzigingsbevoegdheid. Dit past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma, dat op regionaal niveau is afgestemd. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde in de Omgevingsverordening. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.
In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Oosterhout. Omzetting van de huidige bedrijfsfunctie naar wonen past beter in de omgeving dan voortzetting van de huidige bestemming. De beoogde eindsituatie met drie woningen op het perceel zorgt voor een ruimtelijk logische en doelmatige invulling van de kavel. Met het oog op het woon- en leefklimaat is deze eindsituatie pas te bereiken wanneer de huidige bovengrondse hoogspanningsverbinding is ontmanteld. Het plangebied vormt in die situatie een geschikte locatie om dorps te wonen.
14
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
De beoogde ontwikkeling past al met al bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Woonagenda Overbetuwe 2025 In de Woonagenda 2025 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een uitgangspuntennotitie opgesteld. Daarnaast vonden woningmarktanalyses en gesprekken met stakeholders bij de voorbereiding van de Woonagenda. De woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. Centraal staat dat de gemeente over voldoende woningen met de juiste kwaliteit wil beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief. De Woonagenda omvat vier centrale thema's: Voorraadstrategie: nieuw en bestaand; Verduurzaming en koppelkansen; Bijzondere doelgroepen en woonvormen; Wonen en zorg. Elk van deze thema's is nader beschouwd in de Woonagenda. De woningbehoefte voor de gemeente Overbetuwe in de periode 2019-2030 is minstens 2.000 woningen. De woningbouwproductie blijft achter bij deze groei. Daarnaast wil de gemeente een extra bijdrage leveren aan de versnellings- en groeiopgave vanuit de regionale Woondeal.
Dit gaat om een nog nader te bepalen aantal woningen, waarbij gedacht wordt aan circa 3.000 à 4.000 extra woningen in het middengebied (Overbetuwe en Lingewaard). In kwalitatief opzicht is van belang dat betaalbaar wonen onder druk staat. Dit heeft verschillende oorzaken. De gemeente werkt in de Woonagenda toe naar een streefprogramma in de woningbouwprogrammering om de woningmarkt beter in balans te krijgen. Hierin wordt ook rekening gehouden met de veranderende woningvraag door bekende trends, zoals het toenemende aantal eenpersoonshuishoudens en de groei van het aantal huishoudens van 65 jaar en ouder. Beoordeling en conclusie Met dit bestemmingsplan worden maximaal twee vrijstaande woningen toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. Dit past binnen de kwantitatieve woningbouwdoelstellingen. De gemeentelijke woningbouwopgave is met de huidige beschikbare woningen en harde plancapaciteit nog niet ingevuld. Hiervoor is al toegelicht dat het plan ook binnen de kwalitatieve doelstellingen van het gemeentelijk beleid past. De beoogde eindsituatie met drie woningen op het perceel zorgt voor een ruimtelijk logische en doelmatige invulling van de kavel. Het plan voldoet ook in kwalitatief opzicht aan de uitgangspunten van de Woonagenda Overbetuwe 2025.
Toelichting (ontwerp)
15
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Hoofdstuk 5 5.1
M ilieu- en omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming van het perceel Dorpsstraat 40 van een Bedrijfs- naar een Woonbestemming, met behoud van de bestaande woning en toevoeging van maximaal twee extra woningen (waarvan één na toepassing van een wijzigingsbevoegdheid). Of voor deze bestemmingsplanwijziging een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van de vraag of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit m.e.r. moet worden getoetst of er sprake is van nadelige milieugevolgen. Is dat het geval, dan moet een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Beoordeling en conclusie De voorgenomen wijziging komt niet voor als activiteit in Bijlage C en D van het Besluit m.e.r., mede omdat er vanwege de aard en omvang van de wijziging geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het plangebied ligt bovendien niet in een gevoelig gebied. Er worden daarom geen m.e.r.(beoordelings-)plichtige activiteiten mogelijk gemaakt en ook de plaats van het project geeft geen aanleiding tot het doorlopen van een m.e.r.(beoordelings)-procedure. Ten slotte is er geen passende beoordeling benodigd in het kader van het project.
Een m.e.r.(beoordelings-)procedure in het kader van dit bestemmingsplan is niet noodzakelijk en er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden.
5.2
Geluid
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een ruimtelijk plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Het akoestisch onderzoek richt zich op de geluidsgevoelige bestemmingen in de geluidszone. De geluidszone ligt aan weerszijden van de weg. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde) afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB (Lden). Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van een nieuwe woning mogelijk. Daarmee is er sprake van een nieuw geluidgevoelig object.
Daarnaast kan met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid een tweede woning worden gerealiseerd in de toekomst. Alle wegen in de omgeving van het plangebied betreffen 30 km/uurwegen en hebben geen geluidzone volgens de Wgh. Op basis van de Wgh is een akoestisch onderzoek daarom niet noodzakelijk. Daarnaast is op voorhand voldoende aannemelijk dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de nieuwe woning(en). De verkeersintensiteit in de Dorpsstraat is ca. 1.000 verkeersbewegingen per etmaal en de nieuwe woningen komen beide op aanzienlijke afstand van deze weg te liggen (ca. 50 meter). De geluidbelasting op 20 meter afstand (waar de bestaande woning
16
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40 gelegen is) is circa 50 dB. Hierdoor kan redelijkerwijs worden verondersteld dat er sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting op de gevels en kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden geborgd. Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het plan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.3
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: 1. het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; 2. het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2µg/m3).
Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt één extra woning mogelijk en wijzigt de bestemming van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Daarnaast is er in de toekomst, na eventuele toepassing van de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid, nog één extra woning mogelijk. Deze wijzigingen leiden tot een zeer beperkte toename van de te verwachten verkeersgeneratie (zie ook paragraaf 5.13). Het project valt zonder meer onder de regeling NIBM. Daarnaast voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied naar verwachting ruimschoots aan de normstelling, zo blijkt uit raadpleging van de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit zorgt daarom niet voor belemmeringen.
Toelichting (ontwerp)
17
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
5.4
Bedrijven en milieuzonering
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Beoordeling Dit bestemmingsplan wijzigt de Bedrijfsbestemming op het perceel Dorpsstraat 40 in een Woonbestemming. De bestaande bedrijfswoning wordt daarmee een burgerwoning. Daarnaast worden er twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt, waarvan één na toepassing van een wijzigingsbevoegdheid. Het bebouwingslint Dorpsstraat maakt deel uit van de oude dorpskern van Oosterhout.
Van oudsher bevinden zich verspreid langs de Dorpsstraat verschillende vormen van (agrarische) bedrijvigheid en maatschappelijke functies. Dit vertaalt zich van kleine (dienstverlenende) bedrijfjes/winkels tot kantoren en iets grootschaligere bedrijvigheid zoals een autogarage en het aannemersbedrijf. Figuur 5.1 geeft de functies in de omgeving van het plangebied weer. Ten aanzien van het woon- en leefklimaat kan de omgeving van het plangebied worden aangemerkt als gemengd gebied in de zin van de VNG-brochure.
18
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Figuur 5.1: functies in de omgeving van het plangebied
In tabel 5.1 zijn de richtafstanden van de meest relevante milieubelastende functies in de omgeving van het plangebied in beeld gebracht, uitgaande van het gebiedstype gemengd gebied.
Toelichting (ontwerp)
19
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Bedrijf
Adres
SBI-2008
Richtafstanden VNG (gemengd gebied)
Tabel 5.1: richtafstanden ten opzichte van omliggende functies
Het meest dichtbijgelegen bedrijf is gelegen aan de Dorpsstraat 42. Deze kantoorbestemming grenst aan het plangebied (noordzijde). De indicatieve afstand dient te worden gemeten vanaf de grens van de bestemming die de bedrijfsactiviteiten mogelijk maakt en de gevels van de woningen (incl. voor bewoning bestemde vergunningvrije en -plichtige bouwwerken, vrijstaand dan wel aaneengebouwd). Het aspect geluid is hier de maatgevende afstand. Aangezien sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied' kunnen categorie 1-bedrijven waaronder kantoren direct naast (of onder) een woonfunctie worden gevestigd. In relatie tot de naastgelegen kantoorbestemming kan daarom worden gesteld dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast is in deze situatie het kantoorpand gescheiden van de nieuwe woningen. De ruimte die in gebruik is als kantoor, grenst dus niet direct aan de nieuwe woningen. Derhalve kan worden gesteld dat het aspect geluid geen belemmering is voor de realisatie van de woningen. Wel is het aannemelijk dat voor de bestemming 'Kantoor' aan de Dorpsstraat 42 de nieuwe woning in het plangebied de maatgevende woning zal zijn. De bestaande woningen aan de Zandstraat liggen namelijk minimaal 10 meter vanaf de bestemming 'Kantoor'. De nieuwe ontwikkeling (afstand 0 meter) wordt hierdoor in theorie de beperkende factor.
Gelet op de feitelijke situatie ter plaatse en het feit dat aan de richtafstand wordt voldaan, is het niet aannemelijk dat hierdoor onevenredige beperkingen optreden. De afstand tussen het bouwvlak van het kantoor en de nieuwe woning is circa 22 meter en de afstand tot de bestaande bedrijfswoning circa 28 meter. Daartussen ligt een tuin. De parkeerplaatsen en inrit zijn eveneens op minimaal 20 meter afstand van beide woningen gelegen. De bedrijfsvoering van het kantoor wordt daarom niet onevenredig belemmerd door het toevoegen van de woningen. Goede ruimtelijke ordening Ten aanzien van de overige functies in de omgeving liggen de nieuwe woningen in het plangebied eveneens (ruimschoots) buiten de richtafstanden.
20
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40 Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan verder gesteld worden dat in deze situatie sprake is van een functiewijziging van een bedrijfsbestemming naar wonen. Door het beëindigen van het aannemersbedrijf komen ook de emissies welke met dit bedrijf samenhangen te vervallen. Het woon- en leefklimaat ter plaatse en in de omgeving wordt hiermee sterk verbeterd. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Er zijn geen onevenredige beperkingen over en weer ten opzichte van andere functies.
5.5
Geurhinder
Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object in het buitengebied.
Beoordeling Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie isis de (bedrijfs)woning Dorpsstraat 40 in het plangebied aan te merken als een geurgevoelig object. In dit opzicht wijzigt er dus niets. Wel maakt het bestemmingsplan nieuwe geurgevoelige objecten mogelijk in de vorm van twee extra woningen (waarvan één na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid). Het plangebied ligt centraal binnen de bebouwde kom van Oosterhout en wordt aan alle kanten omgeven door bestaande geurgevoelige objecten. Er zijn geen veehouderijen in de omgeving van het plangebied aanwezig. Gezien deze omstandigheden is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voldoende gewaarborgd en is op voorhand zeker dat er geen belemmeringen optreden voor veehouderijen. Nader geuronderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie De Wgv vormt geen belemmering in het kader van dit plan.
Toelichting (ontwerp)
21
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
5.6
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. Voor de gevallen waarin de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, bepaalt de Wet bodembescherming dat de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Daarom is een bodemonderzoek conform de NEN 5740-richtlijnen in die gevallen noodzakelijk. Beoordeling Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming in het plangebied van een Bedrijfs- naar een Woonbestemming, waarbij er naast het omschakelen van de bedrijfswoning maximaal 2 extra woningen worden toegevoegd. De bestemming wordt hierdoor gevoeliger en er wordt nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt, waarin permanent mensen verblijven. Een bodemonderzoek is daarom nodig. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting.
Uit het verkennend onderzoek blijkt dat in de bovengrond in het noordwestelijk deel van het plangebied een lichte verontreiniging met arseen is aangetoond en in de bovengrond binnen het gehele plangebied een lichte verontreiniging DDE. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte PAK aangetroffen. Deze hooguit lichte verontreinigingen geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De bodemkwaliteit is geschikt voor het beoogde toekomstige gebruik. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Ook dit vormt daarmee geen belemmering voor de bestemmingswijziging. Tot slot is gebleken dat de halfverharding van het grind/puinpad in het plangebied niet asbesthoudend is. Conclusie Het aspect 'bodem' levert geen belemmeringen op voor dit plan. De bodemkwaliteit is voldoende onderzocht en deze is geschikt voor het beoogde toekomstige gebruik.
22
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
5.7
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Beoordeling De ontwikkeling betreft het herbestemmen van de bestaande bedrijfswoning (Dorpsstraat 40) naar een woning en het realiseren van maximaal 2 extra woningen op het bijbehorende bedrijfsperceel.
Deze wijziging is relevant vanuit het oogpunt van externe veiligheid, omdat er nieuwe kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is daarom een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een externe veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 5.2 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.
Toelichting (ontwerp)
23
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Figuur 5.2: uitsnede risicok aart met plangebied in zwarte cirkel (raadpleging op 17 november 2022) De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op. Transportroutes Het plangebied ligt op ca. 1.500 meter van de snelweg A15, op ca. 2.100 meter spoorlijn Arnhem Nijmegen, op ca. 1.650 meter van de Betuweroute en op ca. 1.100 meter van de Waal. Over deze transportassen vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op basis van de regeling basisnet is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze risicobronnen niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico is het plangebied gelegen in het invloedsgebied van de snelweg A15, de spoorlijn Arnhem-Nijmegen, de Betuweroute en de Waal. Ontwikkelingen hierbinnen hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Echter is de afstand tussen het plan en deze risicobronnen dermate groot (groter dan 200 meter), dat de wetgever heeft aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel nog de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid (zie verderop in deze paragraaf). Buisleidingen Het plangebied ligt op ca. 630 meter van twee aardgastransportleidingen (A-524 en A-533). Het invloedsgebied is hiervan niet gelegen over het plangebied.
Een verdere toetsing aan externe veiligheid is dan ook niet nodig. Inrichtingen Het plangebied ligt op ca. 1.700 meter van het emplacement van de Betuweroute genaamd CUP (Container Uitwisselpunt Betuweroute). Bij dit emplacement vinden rangeer bewegingen plaats met gevaarlijke stoffen. Op basis van de risicokaart is vastgesteld dat plaatsgebonden risicocontour 10-6 niet over het plangebied ligt.
24
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
Het invloedsgebied groepsrisico (3.000 meter) van het CUP is gelegen over het plangebied. Gezien de afstand en de toename van het aantal personen minimaal is (maximaal 4,8 personen), zal de gevraagde wijziging wanneer berekend in een risicoberekening voor het groepsrisico niet zichtbaar zijn. Verder blijkt uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van het CUP dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich ver beneden de oriëntatiewaarde bevindt. Wel moet het groepsrisico uitgebreid verantwoord worden conform artikel 13 van besluit externe veiligheid inrichtingen. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van verschillende externe veiligheidsrisicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 (onderdelen H en I) vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over A15, de spoorlijn Arnhem-Nijmegen, de Betuweroute en de Waal en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) artikel 13 vanwege het emplacement CUP. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht.
Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 14 november 2022 (kenmerk: 2022-006906). A. Personendichtheid Het plan voorziet in de realisatie van maximaal twee nieuwe woningen. Hierdoor is de toename van het aantal personen maximaal 4,8 personen conform handreiking verantwoording groepsrisico. Deze toename is minimaal gezien de al aanwezige bewoners in Oosterhout. B. Hoogte groepsrisico Gezien de afstand tot CUP en de toename van het aantal personen minimaal is (maximaal 4,8 personen), zal de gevraagde wijziging wanneer berekend in een risicoberekening voor het groepsrisico niet zichtbaar zijn. Verder blijkt uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van het CUP dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich ver beneden de oriëntatiewaarde bevindt. C t/m E. Mogelijkheden tot beperk ing van het groepsrisico binnen de inrichting De gemeente Overbetuwe ziet geen andere mogelijkheden om het groepsrisico verder te beperken. In het verleden zijn er aanvullende veiligheidsmaatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning van het CUP. F.
De voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico Omdat de ontwikkeling gering van omvang is ziet de gemeente Overbetuwe geen andere mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling met een lager groepsrisico. G. Mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst De gemeente Overbetuwe is niet voornemens nieuwe maatregelen te nemen om het groepsrisico te beperken. H. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De VGGM is hiervoor voor advies gevraagd. Uit het advies is naar voren gekomen dat de VGGM geen aanleiding ziet om aanvullend te adviseren ten aanzien van de bestrijdbaarheid. De mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. I. Zelfredzaamheid
Toelichting (ontwerp)
25
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40 Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Het advies van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden geeft het volgende aan: 'De realisatie van het plan leidt tot beperk te toename van het aantal aanwezigen. Het is aannemelijk dat zij zichzelf bij een dreigend incident in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd. Het plan ligt in incidentenscenario toxisch wolk. De kans op dergelijk incident is klein.' Wel adviseert de VGGM, aandacht te hebben voor risicocommunicatie en het treffen van technische maatregelen. Bij de technische maatregel kan gedacht worden aan centraal afsluitbare ventilatie zodat mensen in huis veilig kunnen schuilen. Ten aanzien van de risicocommunicatie is er NL-Alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder is het plan te ontvluchten via Dorpsstraat. De gemeente acht het dan ook niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te verbeteren.
Daarnaast zijn de geadviseerde maatregelen van de VGGM enkel ter verbetering en niet ruimtelijk relevant. Conclusie Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een inrichting, buisleiding en transportroute met een externe veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van de diverse risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan in het invloedsgebied van de snelweg A15, de spoorlijn Arnhem-Nijmegen, de Betuweroute, de Waal en het emplacement CUP. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijk plan geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.
26
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
5.8
Explosieven
De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast, wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er op veel plaatsen kans bestaat op het aantreffen van onontplofte munitie.
Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke ontplofbare oorlogsresten (OO) van belang. Dergelijke werkzaamheden zijn bij het oprichten van de nieuwe woning(en), het slopen van de bestaande bedrijfsgebouwen en het verwijderen van verharding aan de orde. De risico's op het aantreffen van OO in het plangebied zijn in beeld gebracht door middel van een Projectleiderssamenvatting (PLS). Deze is opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. Op basis van de beschikbare bronnen bestaat binnen het plangebied risico op het aantreffen van OO in de vorm van geschutsmunitie tot een diepte van maximaal 2,50 meter onder het maaiveld. Binnen een aantal delen van het plangebied hebben na-oorlogs aantoonbaar bodemroerende werkzaamheden plaatsgevonden. Buiten deze zones, wordt aanbevolen om voorafgaande aan nieuwe bodemroerende werkzaamheden een opsporingsproces uit te voeren om de risico's op het aantreffen van OO te minimaliseren. Dit vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan geen belemmering, maar betreft een aandachtspunt bij de uitvoering.
Toelichting (ontwerp)
27
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
5.9
Kabels en leidingen
Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken, moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden. Daarnaast kunnen in de nabijheid van hovengrondse hoogspanningsverbinding beperkingen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden gesteld om gezondheidsredenen (voorzorgsbeleid). Beoordeling en conclusie In het plangebied is een bovengrondse hoogspanningsverbinding aanwezig van 150 kV (traject Nijmegen-Dodewaard). Eén mast van de bovengrondse hoogspanningsverbinding staat in het plangebied. De verbinding heeft een belemmeringenstrook van 22,5 meter aan weerszijden van het hart van de leiding. Binnen deze zone mag in beginsel niet worden gebouwd. De beoogde nieuwe woning aan de noordoostkant van het perceel ligt buiten deze zone. De tweede woning, die met een wijzigingsbevoegdheid mogelijk wordt gemaakt, ligt wel binnen de belemmerde strook. Dit geldt ook voor de bestaande woning; daaraan zullen echter geen wijzigingen plaatsvinden. In de voorbereidingsfase van het bestemmingsplan heeft initiatiefnemer advies gevraagd aan de leidingbeheerder, TenneT TSO B.V. TenneT heeft aangegeven in principe geen bezwaar te hebben tegen de bouw van de woning binnen de belemmerde strook. Hieraan zijn enkele voorwaarden gesteld.
Voor eventuele werkzaamheden moet vooraf formeel toestemming worden verleend door TenneT. De realisatie van de beoogde nieuwe woningen is daarmee, voor het onderdeel bouwen, in principe mogelijk en verantwoord. Met betrekking tot hoogspanningsverbindingen speelt echter ook het aspect gezondheid een rol. Uit onderzoek blijkt dat kinderen tot 15 jaar die vlak bij een hoogspanningslijn wonen iets vaker leukemie krijgen dan andere kinderen. De grotere kans op kinderleukemie treedt op bij een magneetveld dat sterker is dan ongeveer 0,4 microtesla. Omdat leukemie bij kinderen heel weinig voor komt is de kans dat een kind leukemie krijgt erg klein, óók in de buurt van een hoogspanningslijn. Onderzoeken geven ook suggesties voor een mogelijk hogere kans op hersentumoren bij kinderen die wonen op plaatsen waar de gemiddelde magneetveldsterkte langdurig hoger is dan 0,4 microtesla. Er is voor zowel leukemie als hersentumoren geen sprake van een ‘waarschijnlijk’ of van een ‘bewezen’ oorzakelijk verband. Het Rijk hanteert niettemin een voorzorgsbeleid voor ruimtelijke ontwikkelingen onder en nabij bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Zo veel als redelijkerwijs mogelijk moet vermeden worden dat nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan een magneetveld met een jaargemiddelde sterkte van 0,4 microtesla of meer.
Uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse van de beoogde woningen in het plangebied deze sterkte wordt overschreden, waarbij de sterkte bij de woning aan de zuidkant van het plangebied aanzienlijk groter is dan bij de woning in de noordoostelijke hoek. Om die reden is besloten dat de woning aan de zuidkant van het plangebied niet rechtstreeks mogelijk wordt gemaakt met dit bestemmingsplan, maar alleen na toepassing van de opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Hieraan is de voorwaarde gesteld dat er ten minste een raadsbesluit moet zijn tot beëindiging van de bovengrondse hoogspanningsverbinding het plangebied, bijvoorbeeld een besluit tot bekabeling van deze verbinding. Onder deze voorwaarde is het in de toekomst mogelijk en wenselijk dat een derde woning binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Voor de woning in de noordoostelijke hoek geldt dat deze als seniorenwoning zal worden gebruikt en niet door kinderen zal worden bewoond. Dit gebruik kan met het huidige ruimtelijke instrumentarium uit de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening niet planologisch worden geborgd in dit bestemmingsplan, maar alleen privaatrechtelijk. Toekomstige bewoners zullen tevens (moeten) worden geïnformeerd over de mogelijke gezondheidsrisico's zolang de bovengrondse hoogspanningsverbinding nog ter plaatse aanwezig is.
Met de gestelde voorwaarden wordt het oprichten van de nieuwe woning in de noordoostelijke hoek aanvaardbaar geacht.
28
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 40
5.10
Waterparagraaf
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het NWP, tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen er voor 2027 liggen.
Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft het waterschap wat men in de periode tot en met 2027 wil bereiken, met wie, hoe en waarom. Eén van de voornaamste en voor de ruimtelijke ordening relevante principes is dat water bepalend is voor de inrichting van een gebied. De ambitie en samenwerking worden door gebiedsgericht te werken vormgegeven. Overbetuwe maakt onderdeel uit van het deelgebied Betuwe. Kerntaken van het waterschap zijn: Dagelijks beheer van water en dijken; Beschermen tegen overstromingen; Water eerlijk verdelen; Voorbereiden op extreem weer (klimaatadaptatie); Werken aan schoon water; Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur. Voor al deze taken zijn in het WBP ambities voor de lange termijn, concrete doelen voor de plantermijn, de strategie en maatregelen beschreven. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer.