24-01-09.03 Relevant stuk 3. Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing Drijvend zonnepanelenveld Eisenhowerplas
Opdrachtgever: K3Delta Wanraaij 2 6673 DN Andelst Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: 202654 Datum: Januari 2023
© 2023 Eelerwoude
Inhoudsopgave 1
Inleiding ..................................................................................................................................................... 5
1.1
Aanleiding ...............................................................................................................................................5
1.2
Ligging en begrenzing projectgebied ......................................................................................................5
1.3
Huidig planologisch regime ....................................................................................................................6
1.4
Leeswijzer ...............................................................................................................................................7
2
Planbeschrijving ......................................................................................................................................... 8
2.1
Beschrijving huidige situatie projectgebied............................................................................................8
2.2
Het plan voor het drijvende zonnepanelenveld ...................................................................................10
3
Beleidskaders ........................................................................................................................................... 16
3.1
Inleiding ................................................................................................................................................16
3.2
Rijksbeleid.............................................................................................................................................16
3.3
Provinciaal beleid .................................................................................................................................21
3.4
Regionaal beleid ...................................................................................................................................28
3.5
Gemeentelijk beleid..............................................................................................................................30
3.6
Conclusie...............................................................................................................................................34
4
Waardentoets .......................................................................................................................................... 35
4.1
Inleiding ................................................................................................................................................35
4.2
Natuurwaarden ....................................................................................................................................35
4.3
Archeologische waarden ......................................................................................................................38
4.4
Cultuurhistorische waarden .................................................................................................................39
4.5
Water ....................................................................................................................................................40
4.6
Conclusie...............................................................................................................................................42
5
Milieuaspecten......................................................................................................................................... 43
5.1
Inleiding ................................................................................................................................................43
5.2
Bodem ..................................................................................................................................................43
5.3
Geluid ...................................................................................................................................................43
5.4
Luchtkwaliteit .......................................................................................................................................44
5.5
Externe veiligheid .................................................................................................................................44
5.6
Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................................46
5.7
Verkeer en parkeren .............................................................................................................................46
5.8
Vormvrije m.e.r.-beoordeling ...............................................................................................................46
5.9
Lichtreflectie .........................................................................................................................................47
3
5.10
Elektromagnetische straling .................................................................................................................48
5.11
Conclusie...............................................................................................................................................48
6
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................... 49
6.1
Inleiding ................................................................................................................................................49
6.2
Ruimtelijke uitvoerbaarheid .................................................................................................................49
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................................49
6.4
Economische uitvoerbaarheid ..............................................................................................................50
6.5
Conclusie...............................................................................................................................................50
Bijlagen -
Inrichtingsplan Eisenhowerplas Elst Quickscan flora en fauna, Realisatie drijven zonneveld Eisenhowerplas, Elst Invoer AERIUS Calculator zonnepanelenpark Eisenhowerplas Nader onderzoek vleermuizen, Eisenhowerplas Elst (Gld) Digitale watertoets
4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Eisenhowerplas betreft een voormalig zandwinplas van circa 22 hectare op het bedrijventerrein de Aam. De plas is ontstaan door een afgraving ten behoeve van een dam die tussen Nijmegen en Arnhem ten tijde van de Koude Oorlog, in de jaren ‘50, werd aangelegd. De dam was bedoeld om water tegen te houden, zodat de Betuwe niet zou overstromen, als het gebied van de IJssel zou worden geïnundeerd. De plas roept om een kwaliteitsimpuls, gedreven door de energietransitie. Initiatiefnemer K3Delta is, samen met Vattenfall, voornemens om op een deel van de Eisenhowerplas in Elst een drijvend zonnepanelenveld te realiseren. Dit betreft een totale oppervlakte van circa 10 hectare. Naast de landschappelijke inpassing van het zonnepanelenveld, worden de oevers heringericht, waarmee naast een natuurlijke impuls, ook een verbeterde relatie tussen het bedrijventerrein en de plas wordt beoogd. De Eisenhowerplas gaat dienen als een pauzelandschap met groene en grijze voorzieningen. Door op deze plas duurzame energie op te gaan wekken, wordt enerzijds bijgedragen aan de klimaatdoelstellingen en wordt anderzijds schaarse grond optimaal gebruikt, gecombineerd met natuurontwikkeling en extensief recreatie langs de randen van de plas.
Voor de realisatie van ‘Drijvend zonnepanelenveld Eisenhowerplas’ wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van de bestemmingsplan (op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo). Deze voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing is onderdeel van de vergunningsaanvraag. Hierin komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde en deze Ruimtelijke Onderbouwing toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2 Ligging en begrenzing projectgebied Het projectgebied betreft de voormalige zandwinplas gelegen aan de zuidoostkant van Elst, in de gemeente Overbetuwe (provincie Gelderland). Rondom de plas ligt, behalve aan de oostzijde, een bedrijventerrein. De oostzijde van de plas grenst aan een groenstrook en watergang met daarachter de A325. De plas heeft een oppervlakte van circa 22 hectare. In figuur 1 is de ligging van het projectgebied weergegeven.
5
Figuur 1: Ligging projectgebied ‘Drijvend zonneveld Eisenhowerplas’ (bron: Esri 2020).
1.3 Huidig planologisch regime Met het voorliggende plan wordt een drijvend zonneveld gerealiseerd op de Eisenhowerplas, langs de randen van de plas wordt een openbaar wandelpad aangelegd, worden bomen ingeplant, wordt een duiker aangelegd en worden een insectenhotel en bankjes gerealiseerd Het projectgebied ‘Drijvend zonnepanelenveld Eisenhowerplas’ maakt deel uit van het bestemmingsplan ‘Elst, bedrijventerrein De Aam’, welke is vastgesteld op 13 augustus 2013. Tevens geldt het bestemmingsplan ‘Overbetuwe, Parapluplan Bedrijventerrein’, welke is vastgesteld op 4 februari 2014. De locatie waar het drijvende zonnepanelenveld wordt gerealiseerd, heeft de enkelbestemming ‘Water’ (zie figuur 2). De randen van de plas hebben grotendeels de enkelbestemming ‘Groen’ en voor een beperkt deel de enkelbestemmingen ‘Water’ en de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ (met de functieaanduidingen ‘bedrijf tot en met categorie 4.2’ en ‘detailhandel volumineus’). Voor de randen geldt daarnaast grotendeels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ en voor een beperkt deel ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’. Aan de zuiden zuidoostkant van de plas loopt een leiding met de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ en de watergang aan de zuidkant van het projectgebied heeft de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterlopen’.
De voorgenomen realisatie van het drijvende zonnepanelenveld, het plaatsen en het in gebruik nemen van de constructies met zonnepanelen en toebehoren ten behoeve van het opwekken van duurzame energie, past niet binnen de ter plaatse geldende bestemming ‘Water’. Het voorziene gebruik past niet binnen deze bestemming.
6
Met het plan wordt ook een openbaar wandelpad gerealiseerd. Aan de noordoostzijde geldt voor een relatief beperkt deel de bestemming ‘Bedrijventerrein’. De realisatie van een openbaar wandelpad past niet binnen deze bestemming. Hiertoe wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo. De aanvraag gaat daartoe vergezeld van de voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing. Binnen de bestemming ‘Groen’ wordt een openbaar wandelpad aangelegd, worden bomen ingeplant, wordt een duiker aangelegd en worden een insectenhotel en bankjes gerealiseerd. Deze elementen van het plan passen binnen de geldende bestemming ‘Groen’. Binnen de bestemming ‘Groen’ worden ook een inkoopstation, het technische gebouw (met omvormers) en een container gerealiseerd, met daaromheen een hekwerk. Deze elementen passen niet binnen de geldende bestemming. Aangezien diverse elementen van het plan niet passen binnen het geldende bestemmingsplan, wordt een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo. De aanvraag gaat daartoe vergezeld van de voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing.
Figuur 2: Weergave verbeelding bestemmingsplan ‘Elst, bedrijventerrein De Aam’, ter hoogte van de projectlocatie.
1.4 Leeswijzer De Ruimtelijke Onderbouwing is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op het voorgenomen plan. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt daarbij getoetst aan dit beleid. Hoofdstuk 4 bevat een waardentoets. Hieruit blijkt welke waarden er in het projectgebied aanwezig zijn en of deze worden aangetast door de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieuaspecten aan bod. In hoofdstuk 6 wordt tot slot ingegaan op de ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid. 7
2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie projectgebied Het projectgebied betreft de voormalige zandwinning Eisenhowerplas, gelegen aan de zuidoostkant van Elst, in de gemeente Overbetuwe, nabij knooppunt Ressen (A15/A325). De plas heeft een oppervlakte van circa 22 hectare en ligt op het bedrijventerrein de Aam. De plas doet dienst als waterberging voor het bedrijventerrein en wordt aan alle zijden omgeven door dit bedrijventerrein, behalve aan de oostzijde. Hier grenst de plas aan een groenstrook en watergang, met daarachter de A325. Aan de zuidwestkant van het projectgebied is reeds een vergunning verleend voor de realisatie van een Powerhub (met o.a. een batterij-opslagsysteem, laadpalen en parkeerplaatsen). In de oever is op veel plekken puin aanwezig. Daarnaast zijn er open plekken met een geleidelijke overgang en een zandbodem. Op de oevers staat begroeiing zoals riet, zwarte elzen, wilgen, opslag met daartussen de open plekken zonder begroeiing. De dichtgegroeide, gesloten oevers, zijn ontoegankelijk en zicht belemmerend voor een blik op de plas. Met name aan de oostzijde van de plas wordt de beplanting getypeerd door opgaande populieren met als (ongewenste) onderbegroeiing Japanse duizendknoop. De plas wordt aan de noordzijde gekenmerkt door bebouwing op de achtergrond. Ter plaatse van het distributiecentrum aan de noordzijde staat houten beschoeiing.
De plas wordt verlicht door met name het distributiecentrum en verlichting van andere bedrijven rondom de plas. De groenstructuren rondom de plas worden voornamelijk gebruikt voor een lunchwandeling. Aan de zuid- en oostzijde ligt een onverhard wandelpad. Een ‘ommetje’ rond de plas is niet mogelijk door de doorlopende bedrijfskavels. In figuur 1 is de ligging van het projectgebied weergegeven. Figuur 3 bevat enkele foto’s, met sfeeromschrijving, van het projectgebied.
8
Figuur 3: Foto’s, met sfeeromschrijving, projectgebied ‘Drijvend zonnepanelenveld Eisenhowerplas.
9
2.2 Het plan voor het drijvende zonnepanelenveld Initiatief voor een drijvend zonnepanelenveld K3Delta wil een bijdrage leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen. Hiertoe heeft K3Delta, in afstemming met de gemeente Overbetuwe (eigenaar van circa 20 hectare) en in samenwerking met Vattenfall, het plan opgevat om een drijvend zonnepanelenveld te realiseren op de plas. De plas is circa 22 hectare groot. Het plan is om een drijvend zonnepanelenveld van 10 hectare realiseren. Hierbij worden de oevers heringericht, waarmee naast een natuurlijke impuls, ook een verbeterde relatie tussen het bedrijventerrein en de plas wordt beoogd. De Eisenhowerplas gaat dienen als een pauzelandschap met groene en grijze voorzieningen. Door op deze plas duurzame energie op te gaan wekken, wordt enerzijds bijgedragen aan de klimaatdoelstellingen en wordt anderzijds schaarse grond optimaal gebruikt, gecombineerd met natuurontwikkeling en extensieve recreatie langs de randen van de plas.
Technische gegevens drijvend zonnepanelenveld De plas is circa 22 hectare groot. Het plan is om een drijvend zonnepanelenveld van circa 10 hectare realiseren. Het zonnepanelenveld wordt noordelijk op de plas gesitueerd. Hiermee wordt het zicht op het veld vanaf de zuidoever (intensieve recreatieve zonering) vanzelfsprekend verkleind. Door de voorgenomen ingreep wordt minder dan 50% van het wateroppervlak bedenkt, wat geen wezenlijke gevolgen heeft voor het watersysteem en -vegetatie. Ook wordt minimaal 30 meter vanuit de insteek van de oever vrijgehouden met panelen. Het zonnepanelenveld betreft een oost-west opstelling en er wordt gebruik gemaakt van Bifacial-panelen. Deze panelen zijn lichtdoorlatend waardoor het onderliggende water niet geheel wordt afgedekt/bedekt. Dit betekent dat er nog steeds licht door de panelen komt en het wateroppervlakte onder het drijvend zonnepanelenveld bereikt. De panelen liggen nagenoeg vlak op het water, op drijvers, waardoor je over de panelen heen kijkt (maximaal 1 meter hoog). De panelen (mede door de lichtdoorlatendheid) hebben de kleur van het water, waardoor op het oog niet een gesloten drijvend vlak ontstaat. Er wordt geen hekwerk gerealiseerd, behoudens om het installatieterrein.
10
Figuur 4: Technische overzichtstekening zonnepanelenveld.
11
Inrichtingsplan drijvend zonnepanelenveld Ten behoeve van een goede landschappelijke en natuurlijke inrichting, is ‘Inrichtingsplan Eisenhowerplas Elst’ opgesteld. Deze is bijgevoegd. Figuur 5 geeft de overzichtstekening van het inrichtingsplan weer. In deze paragraaf wordt het inrichtingsplan beknopt toegelicht.
Figuur 5: Overzichtstekening inrichtingsplan.
12
Parklandschap De opgaande groenstructuur is de structuurdrager van het landschap en vormt de basis voor het parkachtige pauzelandschap welke wordt gerealiseerd. Het parklandschap wordt gekenmerkt door solitaire bomen met ruim zicht op het water. Door op tactische plekken de onderbegroeiing te verwijderen, wordt de plas weer zichtbaar (zie figuur 6). Door aan de noordzijde inheemse boomsoorten aan te planten, wordt het zicht op de aangelegen bedrijfsgebouwen geminimaliseerd. Dit komt de beleving van het parklandschap ten goede.
Figuur 6: Weergave tekening parklandschap uit het inrichtingsplan.
Pluk je eigen lunch Door het pauzelandschap de Betuwse identiteit mee te geven, worden er hoogstam fruitbomen aangeplant. Door gebruik te maken van fruit dat op verschillende tijden binnen het seizoen wordt gerijpt, kan er optimaal genoten worden van een eigen geplukte lunch. Natuurlijk groen De grondgebonden groenstructuur is de laag waardoor we ons bewegen. Ingrepen hierop hebben voornamelijk betrekking op het (maai)beheer. De voormalige gazons worden omgevormd naar bloemrijke graslanden, verrijkt met een bijen-/insectenhotel, die een bijdrage leveren aan het verbeteren van de ecologische waarden. Natuurlijke maar verzorgde uitstraling De beplanting op de oevers worden op meerdere plekken ‘open gemaakt’ waardoor de beleving van de plas, met aangrenzende rietkragen, wordt bevorderd. Verbindende schakel Een belangrijke verbindende schakel in het project is de tot stand brenging van de mogelijkheid tot ‘een rondje om de plas’. De naburige bedrijven kunnen hiermee het park optimaal benutten als pauzelandschap, waardoor zij de plas door middel van zichtlijnen van alle hoeken kunnen beleven. Door de onlangs gerealiseerde damwanden aan de noordzijde is er voldoende ruimte gecreëerd om een wandelpad aan te leggen. Dit wordt een halfverhard wandelpad, wat aansluit bij de bestaande structuur. De bestaande wandelpaden worden opgeknapt en voorzien van dezelfde soort verharding.
Recreatieve zonering Door te werken met een recreatieve zonering wordt de mogelijkheid tot overlast beperkt (mede door sociale controle). De zuidoever wordt bestemd als ‘intensieve’ recreatieve zone, in tegenstelling tot de ‘extensieve’
13
noordelijke zone (zie figuur 7). De intensieve zone is open en overzichtelijk. Hier is plek voor twee bankjes. Door gebruik te maken van duurzame, hoge kwaliteit inrichtingselementen, wordt het een parklandschap met allure.
Figuur 7: Recreatieve zonering binnen projectgebied (geel intensief, groen extensief). Powerhub
Aan de zuidwestkant van het projectgebied is reeds een vergunning verleend voor de realisatie van een Powerhub (met o.a. een batterij-opslagsysteem, laadpalen en parkeerplaatsen).
Bouw De start van de bouw is afhankelijk van de vergunningverlening. Het aanleggen van het gehele project zal enkele maanden in beslag nemen. De aanplant van bomen zal gedaan worden in de periode november – maart.
Operationeel Zodra het zonnepanelenveld gerealiseerd is zal het beheerd gaan worden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het onderhoud van de systemen, maar ook het monitoren van het zonnepanelenveld en diverse administratieve werkzaamheden. Het onderhoud van het groen en de recreatieve voorzieningen wordt, net als in de huidige situatie, door de parkorganisatie uitgevoerd.
Looptijd De looptijd van het drijvende zonnepanelenveld betreft 30 jaar. Hierna wordt het zonneveld ontmanteld.
Omgevingsproces Er is een zorgvuldig omgevingsproces doorlopen. Zo is er een bedrijvenronde uitgevoerd (om de direct aangrenzende bedrijven te informeren en mee te nemen in het proces), zijn er informatieavonden gehouden en zijn diverse andere belanghebbenden betrokken.
Financiële Participatie De ambities uit het Klimaatakkoord en de vertaling daarvan in de RES moeten uiteindelijk leiden tot concrete projecten die kunnen rekenen op draagvlak. Financiële participatie kan hieraan een bijdrage leveren. Initiatiefnemers, K3Delta en Vattenfall, steunen het streven naar lokaal eigendom. Niet overal bestaan 14
dezelfde kansen en behoeften om financieel risicodragend mee te doen in energieprojecten. Initiatiefnemers onderzoeken bij nieuwe projecten welke mogelijkheden en behoeften er op de betreffende locatie zijn. De directe omgeving van het project (het industriegebied) staat daarbij voorop. Voor wat betreft dit project zijn keukentafelgesprekken en informatieavonden gehouden om de behoefte en mogelijkheden te onderzoeken. De resultaten van dit onderzoek zijn vertaald in onderstaand voorstel met betrekking tot financiële participatie door de omgeving.
15
3 Beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het projectgebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan dit beschreven beleid.
3.2 Rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.
• Duurzaam economisch groeipotentieel. • Sterke en gezonde steden en regio's. • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd namelijk; • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. • Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI wordt gesteld dat de klimaatdoelstelling in lijn is met de Parijse klimaatdoelstelling: in 2050 vrijwel geheel klimaatneutraal. De ambitie is dat de omslag naar 100 procent circulair in 2050 gerealiseerd is en dat een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in de leefomgeving is. In 2050 is Nederland erin geslaagd al deze ontwikkelingen zorgvuldig in te passen of nieuwe landschappen te creëren, met zo min mogelijk hinder of overlast voor mensen en het ecosysteem. De NOVI ziet het van nationaal belang om de internationale afgesproken doelen te behalen. De opgave is dan ook om de broeikasgassen ten opzichte van 1990 te reduceren met tenminste 49 procent in 2030 en met 95 procent in 2050. Een andere opgave is het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen.
16
Deze opgaven manifesteren zich rond één van de vier prioriteiten, namelijk prioriteit 'Ruimte voor klimaatadaptatie energietransitie'. In beleidskeuzes van deze prioriteit wordt benoemd dat overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het bijtijds halen van doelstellingen, die in het Klimaatakkoord zijn bepaald. Het Nationaal Programma RES vormt een platform voor onderling samenwerken, vergelijken, leren en uitdagen. De energietransitie kan een hefboom zijn voor kwaliteitsverbetering, zowel ruimtelijke als bijvoorbeeld voor ecologische, economische of sociale verbeteringen. Zonneparken kunnen bijvoorbeeld economische dragers voor het landelijk gebied worden. Daarnaast moeten zonneparken in het landschap worden ingepast. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan draagt bij aan de (inter)nationale doelstellingen om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Daarnaast wordt ingespeeld om de wens om onbenutte terreinen in bebouwd gebied te gebruiken, die bijvoorbeeld niet ten koste gaan van de landbouwproductie.
Met voorliggend plan wordt bijgedragen aan de ambities, opgaven en prioriteiten van de NOVI en wordt geen afbreuk gedaan aan het streven van een zo hoog mogelijke kwaliteit van de leefomgeving.
Uitvoeringsagenda met zonneladder Samen met de NOVI heeft het kabinet een uitvoeringsagenda gepresenteerd. Hierin is beschreven hoe het Rijk, samen met alle betrokken overheden en andere partijen, uitvoering zal geven aan de Nationale Omgevingsvisie. De doorvertaling van de NOVI naar regionale aanpakken wordt beschreven in Omgevingsagenda’s en regionale verstedelijkingsstrategieën. Elke 4 jaar wordt inzichtelijk gemaakt wat de ontwikkelingen zijn, wat de voortgang van de uitvoering is en of aanpassingen in beleid en aanpak noodzakelijk zijn. In de uitvoeringsagenda is ook de zonneladder opgenomen. De in de uitvoeringsagenda opgenomen Zonneladder die inzet op het ‘beperken van de benutting van landbouwgrond en natuur voor de energieopwekking’ is als volgt: 1. Op daken en gevels. 2. Op onbenutte terreinen in bebouwd gebied. 3. In landelijk gebied (waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, bermen van spoor -en autowegen). 4. Op landbouw- en natuurgronden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om voldoende zonne-energie op te kunnen wekken om te kunnen voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn zonnevelden noodzakelijk. Alleen het benutten van daken en gevels is niet voldoende (zie bijvoorbeeld de RES 1,0 van de Regio Arnhem – Nijmegen).
Het voorliggende plan valt onder trede 2: ‘onbenutte terreinen in bebouwd gebied’ en sluit daarmee aan op hetgeen wordt nagestreefd met de Zonneladder.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn 17
rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 14 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken. Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld. Relevant voor de ontwikkeling van het drijvende zonnepanelenveld is dat de vraag naar elektriciteit zal blijven groeien. Vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot is een transitie naar duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig. Voor het opwekken van energie moet voldoende ruimte gereserveerd worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen (waaronder zon) in de totale energievoorziening moet omhoog en deze bronnen hebben relatief veel ruimte nodig. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de SVIR wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. De ontwikkeling van het drijvende zonnepanelenveld volgt de lijn van de SVIR en doet daarbij geen afbreuk aan de overige nationale belangen.
Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • Project Mainportontwikkeling Rotterdam; • Kustfundament; • Grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • Defensie; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) (inmiddels Natuurnetwerk Nederland (NNN)), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van het drijvende zonnepanelenveld past binnen de regels van het Barro en het Bro.
Wel moet worden afgewogen of de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij ook een nieuwe ‘Laddersystematiek’ wordt toegepast. Deze nieuwe regeling is opgenomen in 18
artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen. De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Het aanleggen van een zonnepanelenveld is geen nieuw stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State 1 blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt hierna wel kort ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie. 0F
1. Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening. Deze behoefte staat onder andere aangegeven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van de provincie Gelderland. 2. Om voldoende zonne-energie op te kunnen wekken om te kunnen voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn zonnevelden noodzakelijk. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op een voormalige zandwinplas, op een bedrijventerrein, binnen stedelijk gebied. Het zonnepanelenveld heeft een omvang van circa 10 hectare, terwijl de plas circa 22 hectare groot is. Door de voorgenomen ingreep wordt minder dan 50% van het wateroppervlak bedenkt, wat geen wezenlijke gevolgen heeft voor het watersysteem en -vegetatie. Naast de landschappelijke inpassing van het zonnepanelenveld, worden de oevers heringericht, waarmee naast een natuurlijke impuls, ook een verbeterde relatie tussen het bedrijventerrein en de plas wordt beoogd. De Eisenhowerplas gaat dienen als een pauzelandschap met groene en grijze voorzieningen. Door op deze plas duurzame energie op te gaan wekken, wordt enerzijds bijgedragen aan de klimaatdoelstellingen en wordt anderzijds schaarse grond optimaal gebruikt, gecombineerd met natuurontwikkeling en extensieve recreatie langs de randen van de plas.
Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 is het klimaatakkoord vastgesteld. Het Kabinet heeft met het nationale klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikassen in Nederland met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. In het Klimaatakkoord staat dat in 2030 het aandeel duurzame stroom op gemiddeld 49 procent moet liggen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het te realiseren zonnepanelenveld draagt bij aan de doelstellingen zoals benoemd in het vastgestelde Klimaatakkoord.
1
Zie: ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448, ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016: 465. ABRvS 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:708.
19
Energieakkoord voor duurzame groei In het Energieakkoord voor duurzame groei is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het akkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken voor de korte en middellange termijn. Het Energieakkoord streeft naar een kosteneffectieve uitrol van grootschalig hernieuwbare energieopwekking. Deze strategie biedt zekerheid voor investeerders. Het levert nieuwe banen op. Het lokt innovaties uit. Dit verlaagt de kosten en het draagt bij aan versterking van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. Eén van de te realiseren doelen is een toename van hernieuwbare energieopwekking naar 16% in 2023. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 16% duurzaam opgewekte energie in 2023.
Rijk investeert in duurzame energie De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonnevelden kan SDE++ subsidie worden aangevraagd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De subsidie-regeling vanuit het Rijk laat zien dat het Rijk dergelijke initiatieven voor het opwekken van duurzame energie stimuleert.
Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders en regelgeving van het Rijk. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in het Klimaatakkoord en in het Energieakkoord voor duurzame groei.
20
3.3 Provinciaal beleid Gelders Energieakkoord In het netwerk van het Gelders Energieakkoord werken bijna 250 Gelderse organisaties samen. Inzet is 55% minder CO2-uitstoot in 2030 en een klimaatneutrale provincie in 2050. De opwekking van duurzame stroom levert indirect een grote bijdrage aan de CO2-reductie. In 2030 moet 8,3 TWh per jaar aan duurzame stroom opgewekt worden. Daarmee wordt jaarlijks 8,5 Mt CO2-uitstoot voorkomen. Hiervoor zijn ca. 450 windturbines en 1.800 ha zonnevelden noodzakelijk. Zon en wind vormen geen uitdaging meer op techniek of exploitatie maar des te meer op het sociale vlak: voldoende draagvlak geeft geaccepteerde en versnelde realisatie en vraagt inzicht in het ruimtelijk proces. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het voorliggende plan draagt bij aan het doel om 1.800 ha aan zonnevelden te realiseren. Hierbij is een locatie gekozen die goed landschappelijk kan worden ingepast, op een bedrijventerrein. Ook wordt een zorgvuldig omgevingsproces doorlopen en is sprake van financiële participatie. Hiermee sluit het plan aan op doelstellingen zoals geformuleerd in het Gelders Energieakkoord.
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is door Provinciale Staten vastgesteld op 19 december 2018 en in werking getreden op 1 maart 2019. In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is beleid opgenomen betreffende de energietransitie. Het energievraagstuk is een wereldwijd vraagstuk. Het gaat aan niemand voorbij en raakt iedereen, ook in Gelderland. 'Oude' manieren van energie opwekken en gebruiken hebben teveel negatieve effecten en passen niet meer. Nieuwe manieren zijn nodig. Het provinciale streven is dat Gelderland in 2050 volledig klimaatneutraal is. Het begin van verandering is er, maar het tempo en de kracht waarmee moeten flink omhoog, wil Gelderland in de toekomst schoon en gezond blijven. Er is geen tijd te verliezen. In 2030 wil de provincie – als tussenstap – dan ook verder zijn dan landelijk is afgesproken. Forse ingrepen in de gebouwde omgeving zijn nodig om de overstap naar alternatieve, duurzame energiebronnen voor elkaar te krijgen. Om te beginnen, zet de provincie in op energiebesparing en het terugdringen van het energieverbruik door isolatie en efficiëntere toepassingen: in huizen en gebouwen, bij verkeer en vervoer, in de industrie, in de landbouw. Daarnaast zet de provincie in op duurzame opwekking. Wind, zon, biomassa, waterstof, geo- en aquathermie en waterkracht; ze zijn allemaal van belang en nodig.
De provincie stimuleert de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieën. En: de provincie pakt de kansen die dit biedt voor de werkgelegenheid door de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt op dit vlak te versterken. Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig; veel ruimte. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, wil de provincie de ambitie halen. In de bodem zoekt de provincie naar mogelijkheden voor het benutten van aardwarmte (geothermie). Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Gelderse kwaliteiten – zoals de natuur, het rivierenlandschap met haar uiterwaarden, het zicht op het mooie erfgoed. Tegelijkertijd ontbreekt het in de Gelderse steden vaak aan ruimte om duurzame alternatieven in te passen. De provincie ziet al veel, en steeds meer, energie-initiatieven van onderop komen: zonneakkers, windmolens. Deze initiatieven wil de provincie verder ontwikkelen. Maar er is meer nodig: een gezamenlijke regionale aanpak. Samen met partners moet de provincie bepalen waar de noodzakelijke extra meters gemaakt kunnen worden en waar initiatieven zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld langs
21
wegen of op vrijgekomen landbouwgronden. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Hier zet de provincie zich in en pakt door, als dat nodig is. Ruimtelijk beleid In de Omgevingsvisie heeft de provincie Gelderland locaties aangewezen waar zonnevelden (zonneparken) mogelijk zijn, niet mogelijk zijn en mogelijk zijn onder voorwaarden. Ontwikkeling van zonneparken is bijvoorbeeld niet mogelijk in Weidevogelgebieden en het Gelders Natuurnetwerk. Onder voorwaarden zijn zonneparken mogelijk in bijvoorbeeld de Groene Ontwikkelingszone. Locaties waar grote zonneparken mogelijk zijn bestaan uit gebieden waar de gebiedskwaliteiten geen obstakel vormen. Dit is weergegeven op de themakaart ‘Ruimtelijk beleid’. Het projectgebied behoort tot een gebied die aangewezen is als gebied waar zonneparken mogelijk zijn. Dit is te zien op de themakaart ‘Ruimtelijk beleid’, weergegeven in figuur 8. Dit zijn gebieden waar de gebiedskwaliteiten geen obstakel vormen voor de ontwikkeling van grote zonneparken. De gemeente heeft de uiteindelijke bevoegdheid om hier een groot zonneveld toe te staan.
Figuur 8: Uitsnede themakaart ‘Ruimtelijk beleid’ (bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland), waarbij met rood icoontje het projectgebied voor het zonnepanelenveld is aangeduid.
De ervaring leert bij de realisatie van grote zonneparken dat voor draagvlak een goed ontwerp en betrokkenheid van omwonenden van groot belang is. Bij het ontwerp dient rekening gehouden te worden met de specifieke kenmerken van de plek en de omgeving. Zo kan aandacht worden besteed aan de hoogte van het park, zichtlijnen vanuit de omgeving, eventuele afscherming door beplanting en invloed van weerkaatsing van zonlicht. Door de relatief geringe hoogte van de zonnepanelen is landschappelijke inpassing vaak goed mogelijk. Bij de aanleg van grote zonneparken dient aandacht te worden besteed aan de ruimtelijke kwaliteit en het landschappelijk ontwerp. De betrokkenheid van omwonenden kan worden vergroot door het ruimtelijk ontwerp van het park te visualiseren en rekening te houden met hun wensen. Maar ook door financiële participatie van omwonenden mogelijk te maken en door te kijken of bij de aanleg ook andere wensen van omwonenden gerealiseerd kunnen 22
worden, zoals het mogelijk maken van recreatief (mede) gebruik van het zonnepark. Het combineren van grote zonneparken met andere functies in een gebied heeft de voorkeur. Hierbij valt te denken aan een combinatie met luchthaven (zonnepanelen onder aanvliegroute vliegtuigen), defensieterreinen, stortplaatsen, wegen (eventueel op geluidsschermen), grondwaterbeschermingsgebieden en als drijvende panelen op plassen en waterbergingsgebieden. De beoordeling of grote zonneparken ruimtelijk passend zijn laat de provincie aan de betreffende gemeente. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het voorgenomen plan voor de realisatie van een zonnepanelenveld op de Eisenhowerplas wordt gerealiseerd in een gebied waar volgens het provinciale beleid grote zonnevelden planologisch mogelijk zijn. Het betreft drijvende panelen op een voormalige zandwinplas (nu in gebruik als waterberging), wat een voorkeurslocatie betreft, gezien de combinatie van functies. Naast de landschappelijke inpassing van het zonnepanelenveld, worden de oevers heringericht, waarmee naast een natuurlijke impuls, ook een verbeterde relatie tussen het bedrijventerrein en de plas wordt beoogd. De Eisenhowerplas gaat dienen als een pauzelandschap met groene en grijze voorzieningen.
Door op deze plas duurzame energie op te gaan wekken, wordt enerzijds bijgedragen aan de klimaatdoelstellingen en wordt anderzijds schaarse grond optimaal gebruikt, gecombineerd met natuurontwikkeling en extensieve recreatie langs de randen van de plas. Het inrichtingsplan is opgesteld in afstemming met omliggende bedrijven en andere belanghebbenden. Ook zijn er diverse mogelijkheden voor financiële participatie. Het zonnepanelenveld draagt bij aan het provinciale doel om duurzame energie op te wekken. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de algemene doelstellingen van de Omgevingsvisie Gelderland. Natuur- en landschapsbeleid Een compact een hoogwaardig netwerk van onderling verbonden natuurgebieden is het streven voor de provincie Gelderland. Versterking en behoud van het landschap liggen hier aan ten grondslag. In Gelderland zijn bepaalde gebieden aangewezen voor bescherming van de omgevingscondities, natuurwaarden en potentiële waarden. Deze gebieden behoren tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van provinciaal, nationaal en internationaal belang dat dient als ecologische verbindingszone. De gebieden zijn ook onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
In het Gelders Natuurnetwerk is het niet mogelijk om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren, tenzij deze een substantiële bijdrage leveren aan het algemeen belang. De Groene Ontwikkelingszone (GO) zijn wel ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk indien deze samengaan met ver ontwikkeling van natuur. De weidevogelgebieden, ecologische verbindingszones en rustgebieden voor winterganzen maken deel uit van de GO.
23
Figuur 9: Uitsnede themakaart natuur- en landschapsbeleid (bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland), waarbij met rood icoontje het projectgebied voor het zonnepanelenveld is aangeduid.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van beschermde natuurgebieden (zie figuur 9), maar er ligt wel een ‘Groene ontwikkelingszone’ en ‘Ecologische verbindingszone’ in de nabijheid, aan de andere kant van de snelweg (oostkant). De realisatie van een drijvend zonnepanelenveld, heeft geen negatief effect op de doelstellingen die gelden voor deze zones. Zie hiertoe ook de bijgevoegde ‘Quickscan flora en fauna, Realisatie drijvend zonneveld Eisenhowerplas, Elst’. .
24
Omgevingsverordening Gelderland Een Omgevingsverordening is een juridische vastlegging van de onderdelen behorende tot de Omgevingsvisie. Hierin stelt de provincie regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. Provinciale Staten van Gelderland hebben op 24 september 2014 de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Daarna hebben diverse actualisaties van de Omgevingsverordening plaatsgevonden. De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening is er een van. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem.
De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Over zonnevelden laat de Omgevingsverordening zich niet specifiek uit. De provincie Gelderland heeft de besluitvorming en uitvoering van het beleid voor zonnevelden neergelegd bij de gemeenten. Wel is het relevant dat het projectgebied in ‘Intrekgebied’ ligt. De regels betreffende intrekgebieden zijn opgenomen in artikel 2.38 van de Omgevingsverordening (geconsolideerde Omgevingsverordening van februari 2022). Het is verboden in een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie (zoals aardgas, aardolie en steenkoolgas). Hier is geen sprake van. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het voorliggende plan past binnen de geldende Omgevingsverordening.
Actualisatieplan 8 Omgevingsverordening Actualisatieplan 8 zorgt ervoor dat de provinciale Omgevingsverordening helemaal voldoet aan de eisen, de taal en de bedoelingen van de Omgevingswet. En de provincie heeft een aantal inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd op het gebied van natuur, water, zwemwater, zonnevelden, provinciale wegen en glastuinbouw. Met betrekking tot zonnevelden is artikel 2.65a (Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022) relevant. Artikel 2.65a (gebieden of locaties voor zonneparken) Lid 1 Als een omgevingsplan zonneparken in het buitengebied mogelijk maakt, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik rekening gehouden met: a. de bijdrage van zonne-energie aan de lokale energiebehoefte; b. de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied en op daken van gebouwen in die behoefte te voorzien; c. de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van gebieden of locaties waar zonneparken mogelijk zijn en de wijze waarop deze kwaliteit behouden of blijvend versterkt kan worden; d. de samenhang met het omringende landschap; e. de consequenties voor het elektriciteitsnet; en f. het huidige grondgebruik. 25
Lid 2 Het omgevingsplan verzekert een gebruikstermijn van maximaal 30 jaar en dat na beëindiging van het gebruik het zonnepark wordt verwijderd. Lid 3 Het omgevingsplan bepaalt in welke mate de bij aanleg en gebruik van een zonnepark gerealiseerde versterking van de ruimtelijke kwaliteit na de verwijdering van dat zonnepark in stand wordt gehouden. Met het voorliggende plan wordt een drijvend zonnepanelenveld op een bestaande plas, op een bedrijventerrein gerealiseerd, en niet in het buitengebied. Dit betreft een zonnepanelenveld met een totale oppervlakte van circa 10 hectare. Naast de landschappelijke inpassing van het zonnepanelenveld, worden de oevers heringericht, waarmee naast een natuurlijke impuls, ook een verbeterde relatie tussen het bedrijventerrein en de plas wordt beoogd. De Eisenhowerplas gaat dienen als een pauzelandschap met groene en grijze voorzieningen. Door op deze plas duurzame energie op te gaan wekken, wordt enerzijds bijgedragen aan de klimaatdoelstellingen en wordt anderzijds schaarse grond optimaal gebruikt, gecombineerd met natuurontwikkeling en extensieve recreatie langs de randen van de plas. De gebruikstermijn van het zonneveld is maximaal 30 jaar. De landschappelijke inpassing en natuurlijke inrichting van de oevers blijft ook na deze 30 jaar behouden.
Daarnaast wordt er financiële participatie geboden en kan het zonnepanelenveld worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Hiermee past het plan binnen de Omgevingsverordening.
Daarnaast is het van belang dat de westkant van het projectgebied binnen de begrenzing van het werkingsgebied Romeinse Limes ligt (zie figuur 10). Deze begrenzing is gewijzigd naar de exacte begrenzing conform het UNESCO dossier. De Provincie Gelderland heeft het nominatiedossier voor de Romeinse Limes, ter verkrijging van de UNESCO-Werelderfgoedstatus samen met de provincies Utrecht en Zuid-Holland vastgesteld in 2019 en aangeboden aan het Rijk. Het nominatiedossier is daarna door Nederland en Duitsland gezamenlijk in januari 2020 bij het Werelderfgoedcomité voorgedragen voor de UNESCO Werelderfgoedstatus. Deze status is inmiddels verkregen. De voordracht van de terreinen die gezamenlijk de uitzonderlijke waarden van de Limes vertegenwoordigen, betekent dat er een extra inspanning wordt verwacht voor het behoud van deze waarden. Hierin wordt voorzien door de bescherming als archeologisch rijksmonument, voor de kern van de meeste terreinen. Een bufferzone per terrein biedt aanvullende bescherming via het gemeentelijke planologische regime. Van de provincies wordt verwacht dat zij deze ruimtelijke bescherming vastleggen in de Omgevingsverordening.
26
Figuur 10: Uitsnede themakaart 4 – Regels Erfgoed (bron: Ontwerp-actualisatieplan 8 Omgevingsverordening), waarbij met rood icoontje het projectgebied voor het zonnepanelenveld is aangeduid.
De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zijn forten (castella), burgerlijke nederzettingen, kampdorpen (vici) grafvelden, de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. Hierbij gelden de volgende regels: • Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Romeinse Limes maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan geen activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten, daarvan aantasten. • De toelichting bij het bestemmingsplan bevat een beschrijving van de in het projectgebied aanwezige cultuurhistorische waarden en kernkwaliteiten, het door de gemeente te voeren beleid en de onderbouwing hiervan. • Een bestemmingsplan bevat regels over de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan In het voorliggende projectgebied zijn geen cultuurhistorische waarden en kernkwaliteiten aanwezig (zie ook paragraaf 4.4 van deze Ruimtelijke Onderbouwing). Met het voorliggende plan worden dan ook geen cultuurhistorische waarden en kernkwaliteiten aangetast. De oevers van de voormalige zandwinplas worden landschappelijk en natuurlijk verbeterd, wat een kwaliteitsimpuls betekent voor het projectgebied.
27
3.4 Regionaal beleid Gelders Energieakkoord In het netwerk van het Gelders Energieakkoord werken bijna 250 Gelderse organisaties samen. Inzet is 55% minder CO2-uitstoot in 2030 en een klimaatneutrale provincie in 2050. De opwekking van duurzame stroom levert indirect een grote bijdrage aan de CO2-reductie. In 2030 moet 8,3 TWh per jaar aan duurzame stroom opgewekt worden. Daarmee wordt jaarlijks 8,5 Mt CO2-uitstoot voorkomen. Hiervoor zijn ca. 450 windturbines en 1.800 ha zonneparken noodzakelijk. Zon en wind vormen geen uitdaging meer op techniek of exploitatie maar des te meer op het sociale vlak: voldoende draagvlak geeft geaccepteerde en versnelde realisatie en vraagt inzicht in het ruimtelijk proces. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het voorliggende plan draagt bij aan het doel om 1.800 ha aan zonneparken te realiseren. Hierbij is een locatie gekozen die goed landschappelijk en natuurlijk is in te passen en waarbij de omgeving een nadrukkelijke rol heeft gekregen in de vormgeving van deze inpassing van het zonnepanelenveld (zie paragraaf 2.2.7 van deze Ruimtelijke Onderbouwing). Er wordt een zorgvuldig omgevingsproces doorlopen en er is sprake van financiële participatie (zie paragraaf 2.2.8). Hiermee sluit het plan aan op doelstellingen zoals geformuleerd in het Gelders Energieakkoord.
Regionale Energiestrategie Arnhem - Nijmegen In 2019 is het nationaal Klimaatakkoord gesloten. Het is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). Nederland is opgedeeld in 30 energie-regio’s op initiatief van gemeenten, provincies en waterschappen. Elke gemeente, provincie en ook hoogheemraadschap/waterschap werkt op dit moment binnen deze regio’s samen met stakeholders aan een Regionale Energiestrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. De gemeente Overbetuwe maakt onderdeel uit van RES Arnhem-Nijmegen. Hierin zijn 16 gemeenten vertegenwoordigd, de provincie, de waterschappen, en netbeheerder Liander. Samen met maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners uit de regio is een plan opgesteld waarin staat hoeveel schone energie in 2030 binnen deze regio opgewekt moet worden en waar dit moet gebeuren. Dit plan heet RES 1.0. De regio wil in 2030 circa 1,62 TWh duurzame energie opwekken (het bod). Hierin is 1,13 TWh uit zonnevelden en windturbines voorzien (grotendeels binnen regionale zoekgebieden), en 0,49 TWh van grootschalig zon op dak. Hierbij is een set richtinggevende ruimtelijke afspraken ontwikkeld.
Daarmee kan worden voorkomen dat windmolens en zonneparken als confetti verspreid worden over het mooie, kostbare landschap in de regio. De afspraken zijn ook bedoeld voor het behoud van natuur en het beperken van de overlast voor inwoners. Ten slotte helpen de afspraken om duidelijkheid te geven aan initiatiefnemers van nieuwe zon- en windprojecten. Ontwikkeling van windturbines en zonnevelden moet worden gecombineerd met de ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het totale gebied. Er moet rekening worden gehouden met het gebruik van de ruimte door lokale partijen, stakeholders en inwoners. Er wordt gestreefd naar een integrale aanpak op drie niveaus: • Koppeling met regionale opgaven; • Koppeling met andere opgaven in de gebiedsprocessen, waarin de afweging wordt meegenomen van te maken investeringen in gebiedscompensaties en gebiedsversterkingen; • Benutten van koppelkansen bij de lokale inpassing.
28
Grootschalige zonnevelden moeten mede worden beoordeeld op: • De mate van aantasting van karakteristieke kenmerken van het landschap; • De samenhang met andere functies in het gebied, (zoals landbouw, biodiversiteit, cultuurhistorie); • De landschappelijke samenhang; • Dubbel ruimtegebruik. Hiervoor wordt op regionale schaal ingezet op een voorkeursvolgorde voor zonnevelden waarin zon op dak worden opgenomen. De regionale zoekgebieden van de RES 1.0 maken onderdeel uit van deze voorkeursvolgorde. Deze voorkeursvolgorde worden in het traject naar RES 2.0 verder uitgewerkt. Het betekent niet dat eerst alleen de daken benut worden. Er is inzet op alle vlakken tegelijkertijd nodig. Tot slot is het een belangrijk uitgangspunt om het opwekken van elektriciteit samen met de samenleving te doen en te combineren met andere onderwerpen zoals biodiversiteit, cultuurhistorie, mobiliteit en landbouw. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met het voorliggende plan wordt een drijvend zonnepanelenveld gerealiseerd. De locatie ligt niet binnen een ‘zoekgebied’, maar wel op een bestaande plas (welke dienst doet als waterberging), op een bedrijventerrein, binnen de bebouwde kom, waarbij sprake is van dubbel ruimtegebruik. Dit sluit aan op de uitgangspunten zoals benoemd in de RES 1.0. Het zonnepanelenveld wordt landschappelijk ingepast, waarbij de oevers worden heringericht.
Ook wordt bijvoorbeeld een wandelpad aangelegd (een ontbrekend deel), waardoor een rondje om de plas gelopen kan worden, evenals een pluktuin. Er wordt een zorgvuldig omgevingsproces doorlopen en er worden financiële participatiemogelijkheden geboden. Hiermee past het plan binnen de RES 1.0.
29
3.5 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 De Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (vastgesteld op 1 oktober 2019) geeft een integrale en toekomstbestendige koers aan voor de leefomgeving in Overbetuwe. Een inspirerende visie die richting geeft, uitdaagt om initiatief te nemen en aangeeft hoe mensen aan kunnen sluiten bij realisatie. Een visie geschreven voor en door inwoners, bedrijven, verenigingen, organisaties en gemeente. De visie is een leidraad voor het handelen in de gemeente. De visie is daarbij niet vrijblijvend; de ambities zijn bedoeld om te realiseren. De gemeente werkt daar actief aan, het liefst samen met betrokkenen. Daarom bevat deze visie geen gedetailleerde blauwdruk. Het is dus geen star document. Overbetuwe werkt hard aan energietransitie. Zo levert de gemeente lokaal een bijdrage aan de afspraken die zijn gemaakt over het omgaan met klimaatverandering. Er wordt energie bespaard. De energiemix die gebaseerd is op fossiele brandstoffen wordt verlaten. Het behalen van de doelstellingen maakt het noodzakelijk dat vele partijen in Overbetuwe nauw samen werken aan de opgaven. De gemeente wil bij energietransitie het goede voorbeeld geven, maar het echte succes wordt gemaakt door partijen in Overbetuwe. Vanaf 2009 hanteert de gemeente een clustering van grootschalige vormen van energieopwekking.