23-11-21.15 Relevant stuk 1; Toelichting en regels bestemmingsplan “Oosterhout, Dorpsstraat 25”
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Oosterhout, Dorpsstraat 25
Bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25 Gemeente Overbetuwe Status:
Vastgesteld
Datum:
Juli 2023
IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0385OOSTdrpsstr25-VSG1
Oosterhout, Dorpsstraat 25
Datum Juli 2023
Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres info@overbetuwe.nl
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en globale begrenzing plangebied 1.3 Huidig bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6 7
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
8
Hoofdstuk 3
Toekomstige situatie
9
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal en regionaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
10 10 11 12
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Externe veiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Flora en fauna 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren
14 14 14 15 15 18 19 20 24 24 25 27 29 30
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels
31 31 31
Hoofdstuk 7
34
Financiële toelichting
Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep
35 35 35 35 35 35
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemer wil op het perceel Dorpsstraat 25 te Oosterhout de bestaande bedrijfswoning behouden en het perceel enkel voor woondoeleinden gebruiken. De huidige bestemming 'Dienstverlening' zal vervallen en worden gewijzigd in de bestemming 'Wonen', waardoor de bestaande bedrijfswoning een burgerwoning wordt. Op het aangrenzende perceel op de hoek Dorpsstraat-Van Woerkomstraat wil de initiatiefnemer één nieuwe vrijstaande woning oprichten. Om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken, moet het bestemmingsplan worden herzien. Dit bestemmingsplan 'Oosterhout, Dorpsstraat 25' geeft een nieuw bouw- en gebruikskader voor het gehele perceel.
1.2
Ligging en globale begrenzing plangebied
Het plangebied beslaat het perceel Dorpsstraat 25 te Oosterhout. Deze locatie ligt in de bebouwde kom van Oosterhout. De Dorpsstraat is één van de doorgaande wegen binnen deze kern. De ligging van het plangebied is in figuur 1.1 weergegeven.
Figuur 1.1: ligging van het plangebied (bron: Bing Maps)
Het plangebied aan de Dorpsstraat 25 te Oosterhout is kadastraal bekend als gemeente Valburg, sectie L, perceelnummers 1297, 1299 en 1300. De grens van het plangebied volgt de kadastrale begrenzing van deze percelen. De oppervlakte van het plangebied is ongeveer 1.000 m². Het plangebied grenst aan
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25 de oostkant aan de Dorpsstraat, aan de zuidkant aan de Van Woerkomstraat, aan de westkant aan het woonperceel Van Woerkomstraat 8 en aan de noordkant aan het woonperceel Dorpsstraat 27-27a. Figuur 1.2 geeft de begrenzing van het plangebied indicatief aan.
Figuur 1.2: indicatieve begrenzing van het plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Huidig bestemmingsplan
In het plangebied geldt op dit moment het bestemmingsplan 'Oosterhout'. Dit plan is op 24 augustus 2012 vastgesteld. Een uitsnede van de verbeelding van het huidige bestemmingsplan, met de begrenzing van het plangebied in rood kader, is weergegeven op figuur 1.3. Het hele plangebied heeft de bestemming 'Dienstverlening'. Binnen deze bestemming is dienstverlening de hoofdfunctie. Wonen is op de verdieping toegestaan. Op perceel 1297 is de aanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen, op grond waarvan (tevens) maximaal één bedrijfswoning toegestaan is. Binnen een groot deel van de percelen 1297 en 1299 is een bouwvlak opgenomen. Dit mag volledig worden bebouwd. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 6 en 9 meter. In het plangebied is ook de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' van toepassing. Deze dubbelbestemming stelt beperkingen aan het bebouwen van de gronden en aan het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Figuur 1.3: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Oosterhout' met het plangebied in rood kader weergegeven (bron: www.ruimtelijk eplannen.nl)
Het oprichten van een nieuwe woning op het perceel 1300 is ruimtelijk en functioneel niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is het niet toegestaan om de bestaande woning Dorpsstraat 25 geheel (op de begane grond) te gebruiken als reguliere woning. Ook omdat de bestaande functie dienstverlening niet wordt voortgezet, maar het plangebied uitsluitend voor woondoeleinden gebruikt zal worden, moet de bestemming worden gewijzigd. Om de genoemde redenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor dit plan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven. In hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. Ten slotte is in hoofdstuk 8 de bij de totstandkoming van het bestemmingsplan gevolgde procedure beschreven.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Het plangebied ziet op een bestaand bouwperceel binnen de bebouwde kom van Oosterhout. Het plangebied ligt aan de Dorpsstraat, die één van de oospronkelijke doorgaande wegen van het dorp Oosterhout vormt. Langs deze weg zijn zowel woningen als andere functies, zoals maatschappelijke voorzieningen, bedrijven en horeca gevestigd. In de directe omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woningen aanwezig, maar binnen enkele percelen afstand zijn ook onder meer een garagebedrijf en een pizzeria aanwezig. Zuidoostelijk van het plangebied, aan de overzijde van de kruising, staat de Sint Leonarduskerk, die een belangrijk herkenningspunt van Oosterhout vormt. Het plangebied zelf bestaat ruimtelijk uit twee delen. Het noordelijke perceel (kadastraal: Valburg, sectie L, numemrs 1297 en 1299) bestaat uit de (bedrijfs)woning Dorpsstraat 25 met in een gedeelte van de bebouwing een kapperszaak. Op dit perceel zijn naast de woning en het aangebouwde bedrijfsgebouw ook een garage met oprit en een tuin aanwezig. Het aangrenzende perceel (kadastraal: Valburg, sectie L, nummer 1300) is ingericht als parkeerterrein. Beide percelen zijn afzonderlijk toegankelijk via ontsluitingen op de Dorpsstraat aan de oostkant van het plangebied. Figuur 2.1 is een straatbeeld van het plangebied opgenomen, waarop het parkeerterrein (links) en de woning met kapperszaak aan huis (rechts) zichtbaar zijn.
In figuur 1.2 in het voorgaande hoofdstuk is een luchtfoto opgenomen.
Figuur 2.1: straatbeeld vanaf de Dorpsstraat (bron: Google Maps)
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Hoofdstuk 3
T oekomstige situatie
Er is geen sprake meer van een dienstverleningsfunctie op het perceel, maar van een kapperszaak aan huis. Hervatting van de dienstverleningsfunctie is niet aan de orde. De bebouwing en locatie zijn daarvoor naar huidige maatstaven ook niet meer courant. De bestemming 'Dienstverlening' zal daarom worden gewijzigd in 'Wonen'. De woning Dorpsstraat 25, die onderdeel is van een blok twee-onder-een-kapwoningen, zal worden behouden. Deze blijft in gebruik als woning met een kapsalon aan huis. Deze past binnen de regels voor beroepen en bedrijven aan huis. Fysiek wijzigt er op dit perceel niets; alleen de bestemming wordt gewijzigd. Op het zuidelijk perceel binnen het plangebied, op de hoek van de Dorpsstraat en de Van Woerkomstraat, wordt één nieuwe woning opgericht. Dit betreft een vrijstaande woning van één bouwvlaag met een kap. Deze krijgt een maximale goot- en bouwhoogte van 6 meter, respectievelijk 9 meter. Het oprichten van een woning is stedenbouwkundig en functioneel passend in de omgeving. De huidige open ruimte, ingevuld als parkeerterrein behorende bij de voormalige dienstverleningsfunctie, is niet logisch in het straatbeeld en past ook niet bij de ruimtelijke kwaliteit op deze locatie. Met het oprichten van een nieuwe vrijstaande woning, wordt beter aangesloten op de bestaande structuur langs zowel de Dorpsstraat als de Van Woerkomstraat.
De bestaande open ruimte met een parkeerterrein krijgt hiermee een passende invulling. Figuur 3.1 geeft schetsmatig de beoogde toekomstige inrichting van het zuidelijke perceel weer.
Figuur 3.1: toekomstige inrichting plangebied
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit, dat onderdeel is van de NOVI, valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt enkel een ontwikkeling van lokaal belang mogelijk, gezien de aard en de beperkte schaalgrootte van het plan. Er zijn geen nationale belangen, zoals beschreven in de NOVI, in het geding met een dergelijk plan. Het plan is niet in strijd met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke plannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd. Beoordeling en conclusie Er is sprake van een lokale, kleinschalige planologische wijziging, waarbij geen nationale belangen in het geding zijn. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit plan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
De ladder is een verplicht motiveringsinstrument, dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503).
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25 In een ruimtelijk plan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Ook moet een motivering worden opgenomen dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming 'Dienstverlening' in een Woonbestemming. De bestaande woning wordt behouden. Daarnaast wordt er één nieuwe woning gerealiseerd. Het toevoegen van één woning is volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op het plan.
4.2
Provinciaal en regionaal beleid
Omgevingsvisie Gelderland Provinciale Staten hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Daarna zijn nog diverse wijzigingen en actualisaties doorgevoerd. Het actuele beleid is opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland van 19 december 2018. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur(versterking); het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat, een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Dit betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het plan wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen aanduidingen of regels, die voor dit plan van belang zijn.
Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de verordening of de Omgevingsverordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. In december 2022 is de meest recente geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening gepubliceerd. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling Dit bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van de bestemming 'Dienstverlening' in een Woonbestemming op een perceel binnen de bebouwde kom van Oosterhout. Er wordt één extra woning gerealiseerd en de bestaande woning wordt behouden. Er spelen in principe geen provinciale belangen met een dergelijke wijziging, gezien de ligging en de aard en omvang van het plan.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Wel is van belang dat de Omgevingsverordening bepaalt dat nieuwe woonlocaties uitsluitend zijn toegestaan, wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma en de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio (artikel 2.2.1.1). De gemeente Overbetuwe heeft haar woningbouwprogramma, zowel kwalitatief als kwantitatief, vastgelegd in de Woonagenda 2025. Hierop wordt in paragraaf 4.3 ingegaan. Het plan voorziet zoals aangegeven in één extra woning. Dit past binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma, dat op regionaal niveau is afgestemd. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde in de Omgevingsverordening. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.
In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Oosterhout. Omzetting van de huidige bedrijfsmatige functie (dienstverlening) naar wonen past goed in de omgeving, waarin wonen de hoofdfunctie is. Hoewel langs de Dorpsstraat ook andere functies dan wonen aanwezig zijn, doet de wijziging geen afbreuk aan de functionele structuur van de omgeving. Het plan leidt tot een herschikking van de bebouwingsmogelijkheden, omdat de mogelijkheid om bedrijfsgebouwen op te richten buiten de bestaande bebouwing verdwijnt. Op het onbebouwde zuidelijke perceel in het plangebied wordt de mogelijkheid gegeven om één vrijstaande woning te bouwen. De beoogde eindsituatie met twee woningen op het perceel zorgt voor een ruimtelijk logische en doelmatige invulling van het plangebied, die goed aansluit op de omgeving. Het plangebied is ook een geschikte locatie om te wonen. In het volgende hoofdstuk van deze toelichting wordt dit, wat betreft het woon- en leefklimaat, nader onderbouwd.
De beoogde ontwikkeling past al met al bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25 Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Woonagenda Overbetuwe 2025 In de Woonagenda 2025 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een uitgangspuntennotitie opgesteld. Daarnaast vonden woningmarktanalyses en gesprekken met stakeholders bij de voorbereiding van de Woonagenda. De woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. Centraal staat dat de gemeente over voldoende woningen met de juiste kwaliteit wil beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief. De Woonagenda omvat vier centrale thema's: Voorraadstrategie: nieuw en bestaand; Verduurzaming en koppelkansen; Bijzondere doelgroepen en woonvormen; Wonen en zorg. Elk van deze thema's is nader beschouwd in de Woonagenda. De woningbehoefte voor de gemeente Overbetuwe in de periode 2019-2030 is minstens 2.000 woningen. De woningbouwproductie blijft achter bij deze groei. Daarnaast wil de gemeente een extra bijdrage leveren aan de versnellings- en groeiopgave vanuit de regionale Woondeal.
Dit gaat om een nog nader te bepalen aantal woningen, waarbij gedacht wordt aan circa 3.000 à 4.000 extra woningen in het middengebied (Overbetuwe en Lingewaard). In kwalitatief opzicht is van belang dat betaalbaar wonen onder druk staat. Dit heeft verschillende oorzaken. De gemeente werkt in de Woonagenda toe naar een streefprogramma in de woningbouwprogrammering om de woningmarkt beter in balans te krijgen. Hierin wordt ook rekening gehouden met de veranderende woningvraag door bekende trends, zoals het toenemende aantal eenpersoonshuishoudens en de groei van het aantal huishoudens van 65 jaar en ouder. Beoordeling en conclusie Met dit bestemmingsplan wordt één extra woning toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. Dit past binnen de kwantitatieve woningbouwdoelstellingen. De gemeentelijke woningbouwopgave is met de huidige beschikbare woningen en harde plancapaciteit nog niet ingevuld en de woningbouwproductie blijft achter bij de groeiende behoefte. Hiervoor is al toegelicht dat het plan ook binnen de kwalitatieve doelstellingen van het gemeentelijk beleid past. Een vrijstaande woning op het onbebouwde kavel is stedenbouwkundig de meest wenselijke en logische invulling. Het plan voldoet ook in kwalitatief opzicht aan de uitgangspunten van de Woonagenda Overbetuwe 2025.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Hoofdstuk 5 5.1
M ilieu- en omgevingsaspecten
Milieueffectrapportage
Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming van het perceel Dorpsstraat 25 van 'Dienstverlening' naar 'Wonen'. De bestaande woning wordt behouden en er wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt. Of voor deze bestemmingsplanwijziging een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, hangt af van de vraag of de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Per 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Wanneer de voorgenomen de ontwikkeling (activiteit) is opgenomen in lijst C en D van het Besluit m.e.r. moet worden getoetst of er sprake is van nadelige milieugevolgen. Is dat het geval, dan moet een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Beoordeling en conclusie De voorgenomen wijziging komt niet voor als activiteit in Bijlage C en D van het Besluit m.e.r., mede omdat er vanwege de aard en omvang van de wijziging geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het plangebied ligt bovendien niet in een gevoelig gebied. Er worden daarom geen m.e.r.(beoordelings-)plichtige activiteiten mogelijk gemaakt en ook de plaats van het project geeft geen aanleiding tot het doorlopen van een m.e.r.(beoordelings)-procedure. Ten slotte is er geen passende beoordeling benodigd in het kader van het project.
Een m.e.r.(beoordelings-)procedure in het kader van dit bestemmingsplan is niet noodzakelijk en er hoeft geen vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen te worden.
5.2
Geluid
Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een ruimtelijk plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Het akoestisch onderzoek richt zich op de geluidsgevoelige bestemmingen in de geluidszone. De geluidszone ligt aan weerszijden van de weg. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorkeursgrenswaarde) afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB (Lden). Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van een nieuwe woning mogelijk op de hoek van de Dorpsstraat en de Van Woerkomstraat. Daarmee is er sprake van een nieuw geluidgevoelig object.
Alle wegen in de omgeving van het plangebied betreffen 30 km/uurwegen en hebben geen geluidzone volgens de Wgh. Ook andere geluidbronnen (spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen) zijn in de omgeving niet aanwezig. Op basis van de Wgh is een akoestisch onderzoek daarom niet noodzakelijk. Daarnaast is op voorhand voldoende aannemelijk dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de nieuwe woning(en). De bij de gemeente bekende verkeersintensiteiten op de wegen in de directe omgeving geven geen aanleiding tot het uitvoeren van akoestisch onderzoek. Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor het plan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
5.3
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: 1. het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; 2. het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2µg/m3).
Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan maakt één extra woning mogelijk en wijzigt daarnaast de bestemming van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. De huidige bestemming 'Dienstverlening' vervalt. Deze wijzigingen leiden tot een zeer beperkte toename van de te verwachten verkeersgeneratie (zie ook paragraaf 5.13). Het project valt, gezien het zeer beperkte aantal verkeersbewegingen, zonder meer onder de regeling NIBM. Daarnaast voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied naar verwachting ruimschoots aan de normstelling, zo blijkt uit raadpleging van de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit zorgt daarom niet voor belemmeringen.
5.4
Bedrijven en milieuzonering
Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden, zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25 De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Beoordeling Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming 'Dienstverlening' op het perceel Dorpsstraat 25 naar de bestemming 'Wonen'. De bestaande bedrijfswoning wordt daarmee een burgerwoning. Daarnaast wordt er één nieuwe woning mogelijk gemaakt. Het bebouwingslint aan weerszijden van de Dorpsstraat maakt deel uit van de oude dorpskern van Oosterhout.
Van oudsher bevinden zich verspreid langs de Dorpsstraat verschillende vormen van bedrijvigheid en maatschappelijke functies. In de directe omgeving van het plangebied liggen dan ook percelen met verschillende bestemmingen: wonen, maatschappelijk, detailhandel, bedrijf en horeca, zie ook figuur 5.1. De omgeving van het plangebied kan daarom worden beschouwd als 'gemengd gebied'. De wijziging van de bestemming betekent dat een bestaande milieubelastende functie (dienstverlening) wordt wegbestemd. In de toekomstige situatie is er geen sprake van een milieubelastende functie. De beoogde praktijk aan huis, die past binnen de regels van de bestemming 'Wonen', wordt in beginsel passend gevonden in een woonomgeving. Deze functie behoort tot milieucategorie 1. In een gemengd gebied behoort daarbij geen richtafstand, waardoor deze functie passend is op deze plek. Onevenredig negatieve effecten op het woon- en leefklimaat kunnen daarom worden uitgesloten. Er is wel sprake van een nieuwe gevoelige bestemming. Daarom moet nader worden onderzocht of de wijziging leidt tot potentiële belemmeringen voor bestaande milieubelastende functies in de omgeving. Ook moet worden onderzocht of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied.
De direct aan het plangebied grenzende percelen en de aan de overzijde van de weg gelegen percelen betreffen vrijwel uitsluitend woonpercelen (zie figuur 5.1). Hierdoor zijn er tussen de even verderop gelegen milieubelastende functies en de nieuwe woning al bestaande, maatgevende woningen aanwezig. De mogelijkheid om een nieuwe woning op te richten zorgt daarom niet voor nieuwe beperkingen en verwacht mag worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De enige uitzondering hierop is de maatschappelijke bestemming aan de overzijde van het kruispunt. Dit betreft de kerk met bedrijfswoning aan de Dorpsstraat 14-16. Ten opzichte van een kerk geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De rand van het perceel ligt op circa 9 meter van de rand van het plangebied, maar het nieuwe bouwvlak voor de woning en de grens van de bestemming 'Wonen' liggen op meer dan 10 meter afstand. De woning ligt daarmee buiten de richtafstand. Zodoende wordt voldaan aan de richtafstand. De kerk zelf (en ook het bouwvlak daarvan) ligt overigens zelfs op aanzienlijk grotere afstand, namelijk ruim 30 meter. Zodoende kan redelijkerwijs worden verondersteld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de nieuwe woning. De maatschappelijke voorziening wordt bovendien niet beperkt.
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Figuur 5.1: functies in de omgeving van het plangebied, locatie nieuwe woning met rode markering aangegeven (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Er zijn geen beperkingen over en weer ten opzichte van andere functies.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
5.5
Geurhinder
Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object in het buitengebied.
Beoordeling Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie is de (bedrijfs)woning Dorpsstraat 25 in het plangebied aan te merken als een geurgevoelig object. In dit opzicht wijzigt er dus niets. Wel maakt het bestemmingsplan een nieuw geurgevoelig object op het zuidelijke perceel mogelijk. Het plangebied ligt centraal binnen de bebouwde kom van Oosterhout en wordt aan alle kanten omgeven door bestaande geurgevoelige objecten. Er zijn geen veehouderijen in de omgeving van het plangebied aanwezig. Gezien deze omstandigheden is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied voldoende gewaarborgd en is op voorhand zeker dat er geen belemmeringen optreden voor veehouderijen. Nader geuronderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie De Wgv vormt geen belemmering in het kader van dit plan.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
5.6
Bodem
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. Voor de gevallen waarin de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, bepaalt de Wet bodembescherming dat de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Daarom is een bodemonderzoek conform de NEN 5740-richtlijnen in die gevallen noodzakelijk. Beoordeling Dit bestemmingsplan wijzigt de bestemming in het plangebied van 'Dienstverlening' naar 'Wonen' en er wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt ter plaatse van het bestaande parkeerterrein. De bestemming wordt hierdoor gevoeliger en er wordt nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt, waarin permanent mensen verblijven. Een bodemonderzoek is daarom nodig. Er is voor het beoogde nieuwe woonperceel (perceel 1300) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting.
Uit het verkennend onderzoek blijkt dat zowel de bovengrond met bijmengingen licht verontreinigd zijn met zware metalen en PAK en plaatselijk licht verontreinigd met PCB en DDT. De ondergrond bevat een licht verhoogd gehalte aan nikkel, een van nature verhoogde waarde. Het grondwater bevat een licht verhoogd gehalte aan barium (eveneens een natuurlijke oorsprong) en is zeer licht verhoogd gehalte aan benzeen. De geconstateerde lichte verontreinigingen geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De bodem is geschikt voor het toekomstige gebruik. Conclusie Het aspect 'bodem' levert geen belemmeringen op voor dit plan. De bodemkwaliteit is voldoende onderzocht en deze is geschikt voor het beoogde toekomstige gebruik.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
5.7
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Beoordeling De ontwikkeling betreft het realiseren van één nieuwe woning op de locatie Dorpsstraat 25 te Oosterhout. Hiermee wordt een nieuw kwetsbaar object mogelijk gemaakt.
Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is daarom een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een externe veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 5.2 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Figuur 5.2: uitsnede procinciale risicokaart met plangebied in zwarte cirkel (raadpleging 10 november 2022) De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op. Transportroutes Het plangebied ligt op ca. 1.680 meter van de snelweg A15, op ca. 2.250 meter spoorlijn Arnhem Nijmegen, op ca. 1.860 meter van de Betuweroute en op ca. 900 meter van de Waal. Over deze transportassen vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op basis van de regeling basisnet is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze risicobronnen niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico is het plangebied gelegen in het invloedsgebied van de snelweg A15, de spoorlijn Arnhem-Nijmegen, de Betuweroute en de Waal. Ontwikkelingen hierbinnen hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Echter is de afstand tussen het plan en deze risicobronnen dermate groot (groter dan 200 meter), dat de wetgever heeft aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel nog de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid (zie verderop). Buisleidingen Het plangebied ligt op ca. 800 meter van twee aardgastransportleidingen (A-524 en A-533). Het invloedsgebied is hiervan niet gelegen over het plangebied.
Een verdere toetsing aan externe veiligheid is dan ook niet nodig. Inrichtingen Het plangebied ligt op ca. 1.860 meter van het emplacement van de Betuweroute genaamd CUP (Container Uitwisselpunt Betuweroute). Bij dit emplacement vinden rangeerbewegingen plaats met gevaarlijke stoffen. Op basis van de risicokaart is vastgesteld dat plaatsgebonden risicocontour 10-6 niet
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25 over het plangebied ligt. Het invloedsgebied groepsrisico (3.000 meter) van het CUP is wel gelegen over het plangebied. Gezien de afstand en de toename van het aantal personen minimaal is (maximaal 2,4 personen), zal de wijziging wanneer berekend in een risicoberekening voor het groepsrisico niet zichtbaar zijn. Verder blijkt uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van het CUP dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich ver beneden de oriëntatiewaarde bevindt. Een berekening van het groepsrisico is daarom niet nodig. Wel moet het groepsrisico uitgebreid verantwoord worden conform artikel 13 van besluit externe veiligheid inrichtingen. Deze verantwoording vindt hierna plaats. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van verschillende externe veiligheidsrisicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 (onderdelen H en I) vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over A15, de spoorlijn Arnhem-Nijmegen, de Betuweroute en de Waal en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) artikel 13 vanwege het emplacement CUP.
De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 13 oktober 2022 (kenmerk: 2022-005717). A. Personendichtheid Het plan voorziet in de realisatie van één nieuwe woning. Hierdoor is de toename van het aantal personen maximaal 2,4 personen conform PGS 1 deel 6 aanwezigheidsgegevens. Deze toename is minimaal gezien de al aanwezige bewoners in Oosterhout. B. Hoogte groepsrisico Gezien de afstand tot CUP en de toename van het aantal personen minimaal is (maximaal 2,4 personen), zal de gevraagde wijziging wanneer berekend in een risicoberekening voor het groepsrisico niet zichtbaar zijn. Verder blijkt uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van het CUP dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich ver beneden de oriëntatiewaarde bevindt. C t/m E. Mogelijkheden tot beperk ing van het groepsrisico binnen de inrichting De gemeente Overbetuwe ziet geen andere mogelijkheden om het groepsrisico verder te beperken. In het verleden zijn er aanvullende veiligheidsmaatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning van het CUP. F.
De voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico Aangezien de omvang van de ontwikkeling gering is (slechts één woning) ziet de gemeente Overbetuwe geen andere mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling met een lager groepsrisico. G. Mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst De gemeente Overbetuwe is niet voornemens nieuwe maatregelen te nemen om het groepsrisico te beperken. H. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De VGGM is hiervoor voor advies gevraagd. Uit het advies is naar voren gekomen dat de VGGM geen aanleiding ziet om aanvullend te adviseren ten aanzien van de bestrijdbaarheid. De mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
I. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Het advies van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden geeft het volgende aan: De realisatie van het plan leidt tot beperkte toename van het aantal aanwezigen. Het is aannemelijk dat zij zichzelf bij een dreigend incident in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd. Het plan ligt in incidentenscenario toxisch wolk. De kans op dergelijk incident is klein. Wel adviseert de VGGM, aandacht te hebben voor risicocommunicatie en het treffen van technische maatregelen. Bij de technische maatregel kan gedacht worden aan centraal afsluitbare ventilatie zodat mensen in huis veilig kunnen schuilen. Ten aanzien van de risicocommunicatie is er NL-Alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder is het plan te ontvluchten via Dorpsstraat en Van Woerkomstraat. De gemeente acht het dan ook niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te verbeteren.
Daarnaast zijn de geadviseerde maatregelen van de VGGM enkel ter verbetering en niet ruimtelijk relevant. Conclusie Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een inrichting, buisleiding en transportroute met een externe veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van de diverse risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de snelweg A15, de spoorlijn Arnhem-Nijmegen, de Betuweroute, de Waal en het emplacement CUP. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijk plan geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
5.8
Explosieven
De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast, wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er op veel plaatsen kans bestaat op het aantreffen van onontplofte munitie.
Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke ontplofbare oorlogsresten (OO) van belang. Dergelijke werkzaamheden zijn bij het oprichten van de nieuwe woning(en), het slopen van de bestaande bedrijfsgebouwen en het verwijderen van verharding aan de orde. De risico's op het aantreffen van OO in het plangebied zijn in beeld gebracht door middel van een Projectleiderssamenvatting (PLS). Deze is opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. Op basis van de beschikbare bronnen bestaat binnen het plangebied, buiten de bestaande bebouwing, risico op het aantreffen van OO in de vorm van geschutsmunitie tot een diepte van maximaal 2,50 meter onder het maaiveld. Hiertoe behoort ook de beoogde locatie van de nieuwe woning. Uit vergelijking van historisch luchtfotomateriaal met recent satellietbeeld is gebleken dat sinds 1945 op dit terrein beperkte bodemroerende werkzaamheden zijn uitgevoerd. Het is ingericht als parkeerterrein, wat slechts oppervlakkige bodemroering met zich meebrengt. Daarom zal voorafgaande aan nieuwe bodemroerende werkzaamheden een opsporingsproces uitgevoerd moeten worden om de risico's op het aantreffen van OO te minimaliseren.
Dit vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan geen belemmering, maar betreft een aandachtspunt bij de uitvoering.
5.9
Kabels en leidingen
Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken, moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden. Daarnaast kunnen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningsverbinding beperkingen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden gesteld om gezondheidsredenen (voorzorgsbeleid). Beoordeling en conclusie In het plangebied en in de directe omgeving daarvan zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect vormt daarom geen belemmering voor het plan.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
5.10
Waterparagraaf
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan uit 2015. Het NWP plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode tot en met 2027 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen, waaronder het overstromingsrisicobeheerplan en stroomgebiedbeheerplannen voor de rijkswateren. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het NWP, tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen er voor 2027 liggen.
Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft het waterschap wat men in de periode tot en met 2027 wil bereiken, met wie, hoe en waarom. Eén van de voornaamste en voor de ruimtelijke ordening relevante principes is dat water bepalend is voor de inrichting van een gebied. De ambitie en samenwerking worden door gebiedsgericht te werken vormgegeven. Overbetuwe maakt onderdeel uit van het deelgebied Betuwe. Kerntaken van het waterschap zijn: Dagelijks beheer van water en dijken; Beschermen tegen overstromingen; Water eerlijk verdelen; Voorbereiden op extreem weer (klimaatadaptatie); Werken aan schoon water; Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur. Voor al deze taken zijn in het WBP ambities voor de lange termijn, concrete doelen voor de plantermijn, de strategie en maatregelen beschreven. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer.
Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen, waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
Gemeente Overbetuwe Waterplan Overbetuwe In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast. Het waterbeheerplan van het waterschap is later geactualiseerd (zie hierboven), ook in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar. In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt. Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals: wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan; waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit; grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast; beleving van water, burgers betrekken bij water; afspraken en taken van waterschap en gemeente. Beoordeling Hemel- en afvalwater Het plangebied bestaat momenteel uit een een (bedrijfs)woning bij bijbehorende bouwwerken en tuin enerzijds en een parkeerterrein anderzijds. Op het noordelijke perceel van de bestaande bedrijfswoning wijzigt er fysiek niets en blijft het verhard oppervlak gelijk.
Het zuidelijke perceel is momenteel vrijwel geheel ingericht als parkeerterrein. Dit is uitgevoerd met grind en is als halfverharding aan te merken. In de toekomstige situatie zal hier een woning met bijbehorende bouwwerken, tuin en een oprit met parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het verhard oppervlak, uitgaande van een factor 0,5 voor halfverharding, zal per saldo vergelijkbaar zijn met de huidige situatie. Een eventuele toename aan verhard oppervlak zal zeker minder zijn dan de eenmalige vrijstellingsdrempel van 500 m² conform de Keur. Daarom is geen compensatie vereist in het kader van dit plan. Van belang is dat hemelwater en vuilwater bij de nieuwe woning gescheiden wordt afgevoerd. De productie van vuilwater zal ten opzichte van de huidige bestemming naar verwachting eveneens gelijkwaardig blijven. Er zijn geen belemmeringen in de waterafvoer te verwachten. Het plan kan hydrologisch neutraal worden ontwikkeld. Oppervlaktewater In en direct rondom het plangebied zijn geen oppervlaktewateren met een beschermde status aanwezig. Er is geen oppervlaktewater in het plangebied aanwezig. Het planvoornemen voorziet ook niet in het toevoegen van oppervlaktewater. Waterkering Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van waterkeringen. Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding, oppervlaktewater of waterkeringen.
Dit aspect levert geen belemmeringen voor de wijziging op.
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Oosterhout, Dorpsstraat 25
5.11
Flora en fauna
De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wnb de uitvoering van het plan niet in de weg staat in verband met de bescherming van gebieden en dier- en plantsoorten. De provincies zijn het bevoegd gezag voor zowel de gebieds- als de soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming opgenomen van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht of dit plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen worden vastgesteld als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.