23-04-18.01 Relevant stuk 1, GEEL Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2023-def.docx
Tekst van het document
40/46
De stemming gebeurt door middel van behoorlijk ingevulde stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een behoorlijk stembriefje. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is niet in de wet geregeld en daarom wel in dit reglement. Op grond van artikel 31, eerste lid van de wet geschiedt de stemming bij gesloten en ongetekende stembriefjes. De raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is ingevuld en heeft bij twijfel het laatste woord. Bij een benoeming stelt de raad een specifiek persoon aan in een bepaald ambt. Op het stembiljet wordt de naam van de te benoemen persoon of personen met daarachter de opties 'voor' of 'tegen' vermeld. Onder voordracht wordt verstaan het als kandidaat voorstellen van een persoon voor een bepaald ambt. Een voordracht is voor de raad bindend, op stembiljetten dienen de namen van de voorgedragen persoon of personen te worden vermeld met daarachter de opties 'voor' of 'tegen'. Bij een aanbeveling wordt voorgesteld om bepaalde personen voor een bepaald ambt voor te dragen, de raad mag van de aanbeveling afwijken. Het betreft hier een vrije stemming (zie ook toelichting bij artikel 9). Op de stembiljetten kunnen de namen van de aanbevolen personen worden vermeld met de opties 'voor' of 'tegen' en een eventuele vrije ruimte voor een kandidaat naar eigen keuze.
De griffier verleent de ambtelijke ondersteuning aan de raad en is daarom belast met de vernietiging van de stembriefjes (zevende lid). Artikel 44 Herstemming over personen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 45 Beslissing door het lot Dit artikel behoeft geen toelichting. Hoofdstuk 11 Rechten van raadsleden Artikel 46 Amendementen Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de wet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in het tweede tot en met het vierde lid. Op basis van artikel 147b van de wet is de raad verplicht een amendement te behandelen. Voor een effectief gebruik van dit instrument is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft (geen drempelsteun). Een raadslid heeft geen steun nodig van andere raadsleden voor het indienen van een amendement. Het is een recht voor elk individueel raadslid. Door het recht van amendement kan de regelgevende taak van de raad reëel inhoud krijgen en mede ten dienste staan van de inkadering en de controle door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aan de effectuering van de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie van de raad.
Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college of op initiatiefvoorstellen indienen; de zgn. amendementen. Er kunnen geen amendementen worden ingediend op een motie. Volgorde van stemming is: eerst de (sub)amendementen en dan het betreffende voorstel. onskenmerk
41/46
Als de stemming over een amendement staakt, mag niet opnieuw over het voorstel gestemd worden. Het voorstel wordt aangehouden en in de volgende raadsvergadering wordt opnieuw gestemd over het amendement waarover de stemmen staken. Artikel 47 Moties In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom is het college formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft.
Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats als tenminste een vijfde van de aanwezige leden akkoord is met de behandeling ervan. Hierover dient bij de vaststelling van de agenda te worden gestemd. Ook hiervoor geldt dat individuele raadsleden zonder belemmeringen gebruik kunnen maken van dit instrument. Raadsleden kunnen zonder drempelsteun een motie indienen. In de wet wordt één specifieke motie uitgewerkt: motie van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Artikel 48 Initiatiefvoorstel Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf met een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. leder raadslid kan een initiatiefvoorstel indienen. In artikel 147a, eerste lid van de wet is dit uitgewerkt. Het tweede en derde lid van dit artikel bepalen dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening of beslissing wordt ingediend en behandeld.
Uit het vierde lid van artikel 147a volgt dat de raad geen besluit mag nemen over een initiatiefvoorstel dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Uiteraard moet het college daarvoor een redelijke termijn krijgen. Pas daarna plaatst de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda. In het tweede lid is een termijn gesteld van 20 werkdagen om het college in de gelegenheid te stellen zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Het derde lid houdt in dat het presidium het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda plaatst nadat het college in de gelegenheid is gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Als de oproep voor de vergadering al verzonden is, dan plaatst het presidium het niet op de agenda van eerstvolgende, maar onskenmerk
42/46
daarop volgende raadsvergadering. Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Het ontbreken van drempelsteun bij het recht van initiatief staat ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld actief deel te nemen aan de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire functie. Artikel 49 Collegevoorstel Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de enige die een voorstel kan agenderen, dat het college heeft voorbereid. Als het college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan intrekken als het college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven. Als de raad van oordeel is dat een voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het college zenden.
De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel nader te onderbouwen. De raad bepaalt echter of, en wanneer het voorstel, dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raad kan dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan het raadspresidium overlaten. Artikel 50 Interpellatie Op grond van artikel 155, eerste lid van de wet komt aan individuele leden het recht toe mondelinge vragen te stellen aan het college of de burgemeester. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet-geagendeerde onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig. Vaak wordt gekozen voor een ondersteuning door de raad bij gewone meerderheid. Maar bij wijze van 'gentleman's agreement' is het gebruikelijk dat de raad een interpellatieverzoek van een lid of fractie alleen om zwaarwegende redenen afwijst. Zo kunnen ook de kleinere fracties in staat worden gesteld om hun punt te maken. Voorwaarde is dan wel dat leden en fracties niet al te lichtvaardig naar dit instrument grijpen. Om geen discussie hierover te hebben, wordt het verzoek van een interpellatie toegekend indien het wordt gesteund door tenminste een vijfde van de aanwezige leden.
De wethouders zijn geen lid van de raad. Toch is het van belang dat zij bij een instrument als de interpellatie ook op de hoogte worden gesteld van de inhoud van het verzoek. Door de toevoeging in het tweede lid wordt hiervoor gezorgd. Artikel 51 Schriftelijke vragen Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking.
onskenmerk
43/46
In principe worden de schriftelijke vragen aangemerkt als niet technische vragen. Het college kan echter besluiten de vragen aan te merken als technische vragen of te splitsen in schriftelijke en technische vragen. Hiervan wordt mededeling gedaan aan de vragensteller. De verantwoordelijke wethouder of de burgemeester dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen, als de beantwoording niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden. In de voorgestelde procedure, neergelegd in het zesde lid, wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Artikel 52 Vragenuur Deze bepaling vormt een invulling op het voorgestelde artikel 155, eerste lid van de wet met betrekking tot het vragenrecht. Bewust is gekozen voor een algemene regeling van het vragenuur. Omdat het de herkenbaarheid van de controlerende taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd worden. In het vragenuur krijgt de raad de mogelijkheid over vooraf ingebrachte onderwerpen (leden van) het college aan de tand te voelen. Het vragenuur wordt standaard in de raadsvergadering gehouden. Het karakter van het vragenuur verschilt dan ook van het recht van interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder politiek karakter.
Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan de orde komt. Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden voor het door hen gevoerde bestuur. In het tweede lid is een aanmeldingstermijn voor vragen opgenomen vanwege het feit dat wethouders moeten worden uitgenodigd om antwoord te kunnen geven op de vragen van raadsleden. De uiterlijke aanmeldingstermijn is vóór 12.00 uur op de werkdag voor de betreffende raadsvergadering. Mocht deze maandag géén werkdag zijn, dan verschuift deze deadline naar de laatste werkdag daarvoor (bijvoorbeeld vrijdag vóór 12.00 uur). Het is aan de voorzitter om te beoordelen of er sprake is van een zekere mate van urgentie. Alleen onderwerpen die echt urgent zijn, gaan door. Hoofdstuk 12 Besloten vergadering tijdens de politieke avond Artikel 53 Algemeen Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing zijn op een vergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig versturen van stukken, het recht van amendement, het recht van motie en het maken van een besluitenlijst.
De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden, vervalt het spreekrecht en de mogelijkheid om als toehoorder op de tribune aanwezig te zijn. De door de raad benoemde burgerleden, kunnen een besloten voorronde als lid bijwonen. Zij tekenen hiervoor een geheimhoudingsverklaring (zie ook artikel 3, vierde lid van dit reglement). In de besloten raadsvergadering kunnen zij als toehoorder aanwezig zijn. onskenmerk
44/46
Ten aanzien van de informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 23, vierde lid van de wet wordt opgeheven. Artikel 54 Opheffen geheimhouding Op grond van artikel 87 van de wet, kan geheimhouding op informatie worden opgelegd door de raad, het college, de burgemeester en voorronden. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad verstrekte informatie vervalt, indien de raad de verplichting tot geheimhouding opheft (artikel 89, vierde lid, van de wet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Als de raad een opgelegde geheimhouding opheft, wil dat niet zeggen dat de desbetreffende informatie dan actief openbaar gemaakt moet worden. De Wet open overheid (Woo) is nog steeds op deze informatie van toepassing. Wanneer om openbaarmaking wordt verzocht moet dat verzoek dus aan de uitzonderingsgronden in de Woo worden getoetst om tot een besluit te kunnen komen over het al dan niet openbaar maken van de betreffende informatie. Dan kan inderdaad blijken dat er inmiddels geen grond meer is om openbaarmaking te weigeren. Artikel 55 Besluitenlijst besloten vergadering Van de besloten raadsvergadering wordt besluitenlijst opgesteld. In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde lid van de wet.
In overeenstemming met artikel 35 van dit reglement is de griffier verantwoordelijk voor de besluitenlijst van de raadsvergadering. Dit geldt ook voor de besluitenlijst van een besloten raadsvergadering. De besluitenlijst wordt niet verspreid maar uitsluitend voor de raads- en burgerleden ter inzage gelegd bij de griffier. Hoofdstuk 13 Begroting en rekening Artikel 56 Procedure begroting Dit artikel geeft aan dat de raad in principe ieder jaar een andere procedure kan voorstellen om de begroting voor te bereiden c.q. te behandelen. Er is dus geen vaste procedure voor. Het kan zijn dat er voor gekozen wordt om eerst een hoorzitting of RTG te houden alvorens de stukken in een voorbereidende vergadering of de raad te behandelen. Artikel 57 Procedure jaarrekening Dit artikel geeft aan dat de raad in principe ieder jaar een andere procedure kan voorstellen om de jaarrekening voor te bereiden c.q. te behandelen. Er is dus geen vaste procedure voor. Het kan zijn dat er voor gekozen wordt om eerst een hoorzitting of RTG te houden alvorens de stukken in een voorbereidende vergadering of de raad te behandelen. Hoofdstuk 14 Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 58 Verslag en verantwoording Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of de secretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, onskenmerk
45/46
Commentaar [A28]: Nieuw ivm nieuwe wet (zie voor meer info de opmerking bij artikel 14 van dit reglement).
Commentaar [A29]: Nieuw ivm nieuwe wet (zie voor meer info de opmerking bij artikel 14 van dit reglement).
verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad die hen heeft aangewezen. Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten. In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen). En wordt aangegeven dat bespreking in een voorronde kan plaatsvinden. In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel 51 van dit regelement. Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen (artikel 53 reglement). Het vierde lid voorziet erin dat het artikel ook van toepassing is op andere organisatie, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd; zoals privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen. Hoofdstuk 15 Slotbepalingen Artikel 59 Uitleg reglement Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 60 Intrekking oude reglement Hiermee wordt het Reglement van Orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2022, zoals vastgesteld op 19 april 2022, ingetrokken. Artikel 61 Inwerkingtreding Dit artikel bepaalt op welke datum het reglement in werking treedt. Artikel 62 Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting.
onskenmerk
46/46