CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

23-04-18.01 Relevant stuk 1, GEEL Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2023-def.docx

Voorronde Zaal 3 14 maart 2023, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Voorbereidende vergadering Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 202321.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 51 is van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden, wethouder, de burgemeester of de secretaris heeft benoemd. Hoofdstuk 15 Slotbepalingen Artikel 59 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van dit reglement, beslissen de raads- en/of burgerleden op voorstel van de betreffende voorzitter. Artikel 60 Intrekking oude reglement Het Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2022, zoals vastgesteld bij besluit van 19 april 2022, wordt ingetrokken. Artikel 61 Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking. Artikel 62 Citeertitel Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde politieke avond gemeente Overbetuwe 2023. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 18 april 2023, DE RAAD VOORNOEMD, de griffier,

de voorzitter,

drs. D.E. van der Kamp

R.P. Hoytink-Roubos

onskenmerk

21/46

Toelichting op Reglement van Orde Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Dit artikel behoeft geen toelichting. Algemene opmerking: daar waar 'hij' en 'zijn' staat, kan ook 'zij' en 'haar' worden gelezen. Hoofdstuk 2 Voorzitter, burgerleden en griffiers Artikel 2 De voorzitter Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 3 Burgerleden Naast de raadsleden, kunnen voor de fracties bestaande uit 3 raadsleden of meer maximaal 3 burgerleden benoemd worden. Voor fracties bestaande uit 1 of 2 raadsleden, is het maximum 4 burgerleden. Naast voordracht voor benoeming van een burgerlid kan de fractie ook verzoeken om ontslag van een burgerlid. Dit laatste kan zich bijvoorbeeld voordoen als een fractie het burgerlid niet langer geschikt acht deze functie te vervullen en om te voorkomen dat hij blijft zitten terwijl dit door de fractie niet langer gewenst is. Het derde lid bepaalt aan welke eisen burgerleden moeten voldoen. Dit betekent dat zij dus niet op de kieslijst hoeven te staan. Burgerleden leggen ook de eed of verklaring en belofte af. Burgerleden worden namelijk waar mogelijk gelijk geschakeld met de raadsleden en dan ligt gelijkschakeling op dit punt ook voor de hand.

Er kan dan geen enkel misverstand of onduidelijkheid meer bestaan dat ook burgerleden aan geheimhouding zijn gehouden van zaken die bijvoorbeeld in een besloten deel van de politieke avond aan de orde komen of van stukken die onder geheimhouding bij griffie berusten en bij de griffie kunnen worden ingezien. Dit is geregeld in het vierde lid. Daarnaast is het op grond van het vijfde lid niet mogelijk om als burgerlid de functie van voorrondevoorzitter te vervullen. Artikel 4 Zittingsduur en vacatures burgerleden en voorzitterspoule De zittingsperiode van de burgerleden en de voorzitters is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt dus van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap van een burgerlid eveneens van rechtswege als dit lid niet meer voldoet aan de in artikel 3, derde lid, gestelde eisen en als het lid is benoemd op voordracht van een fractie die zoals blijkt uit een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zesde lid). De raad kan een burgerlid op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens recht op eigen burgerleden.

Er is in deze bepaling niet voorzien in een ontslagregeling voor buitengewone leden, deze hebben in principe 4 jaar

onskenmerk

22/46

zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 3, derde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of overlijden. De raad kan een voorzitter uit de voorzitterspoule zonder voorstel van een fractie ontslaan, bijvoorbeeld als deze voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het vierde en vijfde lid voorzien in de situatie van een tussentijdse vacature, hetzij door ontslag, hetzij door overlijden. Artikel 5 De griffier Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 5a De voorrondegriffier en raadspreekuurgriffier Iedere voorronde, vragenhalfuur informatiememo’s of raadspreekuur wordt ondersteund door een voorrondegriffier of raadspreekuurgriffier Dit is een medewerker van de griffie of een ambtenaar die voor dat werk aan de griffie is uitgeleend. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de leden op grond van artikel 29 van dit reglement altijd de mogelijkheid hebben om anderen aan de beraadslaging deel te laten nemen. Hoofdstuk 3 Instelling en taken raadspresidium, seniorenconvent en auditcommissie Artikel 6a Het raadspresidium; samenstelling en vergadering De raad bepaalt zelf zijn agenda en heeft daarvoor een raadspresidium ingesteld die (concept)agenda's voor de voorronden en de raadsvergadering voorbereid. Dit artikel regelt de samenstelling van het raadspresidium.

Het artikel geeft aan dat de voorzitters uit de voorzitterspoule en waarnemend raadsvoorzitter de enige stemgerechtigde leden van het presidium zijn. De raadsvoorzitter en de griffier hebben een adviserende rol in het presidium. De griffier functioneert tevens als secretaris van dit overleg en bij afwezigheid vervangt de plaatsvervangend griffier hem. De vergadering kan alleen door raads- en burgerleden bijgewoond worden als toehoorder. Artikel 6b Het raadspresidium; taken De voornaamste taak van het raadspresidium is het vaststellen van de voorlopige agenda voor de politieke avond. Het raadspresidium bepaalt ook welke soorten vergaderingen er plaatsvinden op de politieke avond, wanneer bepaalde onderwerpen aan de orde komen op de politieke avond (kan voorstellen aanhouden voor een latere politieke avond i.v.m. extra voorbereidingstijd), de maximale behandeltijd voor de verschillende agendapunten, wie welke bijeenkomst gaat voorzitten en bepaalt daarmee in principe de orde van de politieke avond. Artikel 7 Het seniorenconvent Dit convent functioneert als een "reflecterende groep van wijzen" waarin geen politiek inhoudelijke discussie plaatsvindt. Alle onderwerpen die wel aan de orde komen zijn van nature vertrouwelijk van aard. Daarom is het seniorenconvent altijd een besloten vergadering.

De cultuur waarin het seniorenconvent het best werkt is één die past bij een reflecterende groep van wijzen. Dat wil zeggen: géén monologen, maar dialoog. Het spreekt dan voor zich onskenmerk

23/46

dat ieder lid het convent bij elkaar kan roepen en invloed kan hebben op de agenda. De burgemeester is als raadsvoorzitter in principe de voorzitter. Het seniorenconvent zal - als zich géén uitzonderlijke bijzonderheden voordoen, in ieder geval eenmaal per jaar bij elkaar komen om te reflecteren over het functioneren van raadsvoorzitter/burgemeester en het functioneren van de raad als geheel. Deelnemers zijn daarbij de raadsvoorzitter en alle fractievoorzitters ondersteund door de griffier. Het gaat hierbij om de fractievoorzitters zelf en niet om vervangers. Bij andere onderwerpen zou uit praktische overwegingen - mits het onderwerp zich ertoe leent - ook de mogelijkheid geboden kunnen worden om een plaatsvervanger te sturen. Mocht een onderwerp daarom vragen, kan uiteraard ook een wethouder of de gemeentesecretaris gevraagd worden om bij dat onderwerp aanwezig te zijn. De leden beslissen hierover. Vertrouwelijkheid is een term die niet gebruikt wordt in de Gemeentewet en de Wet open overheid (Woo). De Hoge Raad heeft in 2004 bepaald dat de termen ‘vertrouwelijkheid’ en ‘geheimhouding’ in feite hetzelfde betekenen, maar dat in juridische zin alleen waarde wordt gehecht aan het woord ‘geheim’. Daarom is het van belang om te duiden wat de term vertrouwelijkheid in houdt.

Vertrouwelijkheid houdt in dat datgene wat besproken en gedeeld wordt in het seniorenconvent binnenskamers blijft en niet daarbuiten komt. Deelnemers aan het seniorenconvent zijn zich hier van bewust en handelen hiernaar. Het is denkbaar dat naast het vertrouwelijke karakter dat hier van kracht is, informatie die hier gedeeld wordt reeds valt onder de term geheim of niet-openbaar uit de Gemeentewet en de Woo en daarmee een geheimhoudingsplicht geldt en er strafrechtelijke consequenties verbonden zijn aan het lekken van deze informatie. Deelnemers zijn zich hier van bewust en handelen hier ook naar, het is raadzaam dat de voorzitter de aanwezigen hier ook regelmatig op wijst zodat eenieder hier van doordrongen is. Artikel 8 Instelling auditcommissie Dit artikel regelt het instellen van een auditcommissie door de raad. Deze commissie is een commissie als bedoeld in artikel 84 van de wet. De auditcommissie, die uit 5 raads- of burgerleden bestaat, koppelt rechtstreeks terug aan de raad. De commissie bestaat dan ook bij voorkeur uit 5 raads- of burgerleden van verschillende partijen waarbij het voor de hand ligt om de plaatsen zo in te vullen dat een maximaal draagvlak en balans ontstaat. Het spreekt voor zich dat het gewenst is dat de leden affiniteit hebben met de onderwerpen, die in de auditcommissie worden behandeld.

Uiteraard vervalt het lidmaatschap van de auditcommissie zodra het desbetreffende lid géén raads- of burgerlid meer is. De taak van afstemming van onderzoeken bestaat vooral uit het samenbrengen van de partijen (college, rekenkamer, accountant en raad) die onderzoeken moeten of kunnen plegen. De afstemming gebeurt uiteraard met behoud van ieders verantwoordelijkheid. Het doel is het voorkomen van dubbel werk en aanjagen dat onderzoeken ook echt plaatsvinden. De commissie stelt een reglement van orde vast. Hiermee maakt de commissie transparant hoe ze werkt. . Hoofdstuk 4 Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming wethouders; fracties

onskenmerk

24/46

Commentaar [A27]: Voorheen Wob

Artikel 9a Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht als de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de gemeenteraadsverkiezingen. Op grond van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is een verschil in procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. Dit heeft te maken met het feit dat er geen beroep open staat tegen de beslissing tot toelating als lid van de raad.

Zodra de beslissing aan het betrokken raadslid is meegedeeld, treedt de beslissing in werking en kan het lid worden beëdigd als raadslid. Het derde lid is toegevoegd ter verduidelijking. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. De raad heeft dus de bevoegdheid om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat de kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft gesteld, kan dit wel zijn.

Artikel 9b Benoeming wethouders Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikel 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (eerste lid). Het stemmen over een kandidaat wethouder is een zogenaamde vrije stemming; stemmen op de voorgestelde persoon of op een ander. Er is geen sprake van voordracht of een onskenmerk

25/46

anderszins beperkte keuze. Hierdoor mag een eventueel raadslid dat ter benoeming is voorgesteld ook aan deze stemming deelnemen; het raadslid kan immers een andere naam opgeven dan de eigen naam. Artikel 28 van de wet (het onthouden van stemming) is hier niet van toepassing. Voor kandidaat-wethouder is er een aanvullende verplichting om een Verklaring Omtrent gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggeen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Kandidaat-wethouders worden in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets onderworpen. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden.

Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet). De benoemde wethouder legt vervolgens de eed of verklaring en belofte af (artikel 41a wet). Dit is noodzakelijk om zijn functie te kunnen uitoefenen. Artikel 10 Fracties Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de start van de zittingsperiode van de nieuwe raad plaats. Bij de aanvang van deze zittingsperiode worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de inwoner duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst had vermeld. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de naam van de fractie mee. In de loop van de zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mee met een afschrift aan de griffier.

Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden gekozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt namelijk naar eigen overtuiging en is bij stemming niet gebonden aan lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de onskenmerk

26/46

individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepaling heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit overnemen. In alle gevallen is een mededeling aan de voorzitter van de raad voldoende met een afschrift hiervan aan de griffier. In de regel vindt twee keer een mededeling plaats. De bepalende mededeling is uiteraard door de persoon in kwestie zelf. Daarnaast kan de fractie een mededeling hiervan doen. Deze laatste mededeling is niet doorslaggevend. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.

In de praktijk levert een nieuwe naamvoering van een fractie soms problemen op, bijvoorbeeld doorat een naam sterk lijkt op de naam van een al bestaande partij. Daarom is bepaald dat de naam getoetst dient te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3 van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde. Indien de nieuwe fractie wil meedoen aan de eerstvolgende raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren. Hoofdstuk 5 Voorbereiding politieke avond Artikel 11 Oproep In artikel 19, eerste lid van de wet is bepaald dat de raadsvoorzitter de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. In het reglement van orde kunnen nadere eisen worden opgenomen betreffende de oproep. Schriftelijk kan zowel in de vorm van een brief als per e-mail betekenen. In de praktijk wordt de oproep per e-mail, dus digitaal, gedaan. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter ten minste 5 werkdagen vóór een vergadering de leden een oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het tweede lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken tegelijkertijd met de oproep aan de leden digitaal raadpleegbaar is in het raadsinformatiesysteem, dat toegankelijk is op de website van de gemeenteraad.

Dit laatste geldt niet voor stukken waaromtrent op grond van de wet geheimhouding is opgelegd (lid 3). Artikel 12a Agenda Het eerste lid benadrukt dat het raadspresidium bepaalt hoe de agenda er voor de politieke avond uit komt te zien. Dit is echter een voorlopige agenda. Op die agenda vermeldt het raadspresidium welke soort vergaderingen plaatsvinden in de voorronden (rondetafelgesprek, hoorzitting, voorbereidende vergadering, technische uitlegsessie, informatiebijeenkomst) en in welke soort vergaderingen welke onderwerpen worden onskenmerk

27/46

besproken. De raadsagenda bestaat uit 2 onderdelen; een plenair gedeelte met de bespreekpunten en een besluitvormend gedeelte. Voor de raadsvergadering geeft het presidium aan wat de bespreekstukken zijn en welke stukken vallen onder het besluitvormende gedeelte. Bij de bespreekpunten gaat het om onderwerpen waarover amendementen en/of moties worden ingediend en de raadsleden met elkaar in discussie gaan. Na deze discussie gaat de raad tot besluitvorming over. In het besluitvormende gedeelte staat alleen het nemen van een besluit centraal. In de voorronde(n) is het onderwerp voldoende besproken en is alles gezegd waardoor de raad een besluit kan nemen. Dit betekent dat, ook al zijn niet alle fracties unaniem positief over een voorstel en een enkele fractie tegen zal stemmen, de raad toch direct tot besluitvorming over gaat. Voordat de raad een besluit neemt, kan een fractie echter een stemverklaring afleggen. De fractie heeft ook de mogelijkheid om bij het vast stellen van de agenda aan te geven een onderwerp toch te willen bespreken. Daarnaast wordt op de raadsagenda aangegeven welke voorstellen in het besluitvormende gedeelte de hamerstukken zijn zodat vooraf duidelijk is over welke voorstellen unanimiteit bestaat.

In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om 5 werkdagen voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de 'waan' van de dag. In een dergelijke situatie kunnen het raadspresidium, de raadsvoorzitter of de waarnemend raadsvoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende voorlopige agenda rondsturen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk 2 werkdagen voor de aanvang van de vergadering (tweede lid). De aanvullende voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken zal door de griffier per e-mail aan de leden worden verstuurd en zal door publicatie in het raadsinformatiesysteem en via social media (Twitter en Facebook) openbaar worden gemaakt. Het derde lid heeft tot doel om de raads- en burgerleden een actieve rol te geven in de opstelling van de agenda. Individuele leden kunnen via de leden van het raadspresidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de vergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Het vierde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raads- en burgerleden van voldoende informatie te voorzien.

Als een lid niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp, is het niet gewenst dat zij zich over dit onderwerp uitspreken. In een dergelijk geval bestaat er de mogelijkheid, het onderwerp op een volgende politieke avond te agenderen of aan het college nadere inlichtingen of advies te vragen. Het laatste lid regelt dat de raads- en burgerleden op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter de volgorde van de behandeling van de agendapunten kunnen wijzigen. Artikel 12b Collegevoorstel Als het college een voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan intrekken als het college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is. De leden van de voorronde moeten hier toestemming voor geven. onskenmerk

28/46

Als de voorronde van oordeel is dat een voorstel niet voldoende is voorbereid, kunnen de leden het voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het college zenden. De leden kunnen het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel nader te onderbouwen. De leden bepalen echter of, en wanneer het voorstel, dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De leden kunnen dit in dezelfde vergadering regelen, maar de voorronde kan dit ook aan het raadspresidium overlaten. Artikel 13a Uitnodiging burgemeester en wethouder(s) Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat burgemeester en wethouders door de leden kunnen worden uitgenodigd om tijdens een bijeenkomst van de politieke avond aanwezig te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen. Dit artikel is o.a. een nadere uitwerking van artikel 21, tweede lid van de wet, waarin specifiek de wethouder wordt genoemd. Zowel uit hoffelijkheid als volgens de wet wordt de wethouder niet uitgesloten van de beraadslaging. De wet geeft niet aan dat wethouder zelf kan bepalen wanneer hij het woord voert. De leden bepalen zelf de orde van de vergadering en dus wanneer een wethouder het woord voert. Het gebruik van het werkwoord 'uitnodigen' geeft verder aan dat een wethouder kan weigeren te verschijnen.

Gelet op de frequentie van de politieke avond zullen veelal zaken uit alle portefeuilles aan de orde komen, zodat in de praktijk dikwijls alle wethouders zullen worden uitgenodigd. Als de wethouders in de vergadering aanwezig zijn, kunnen ze op verzoek deelnemen aan de beraadslagingen. Het kan echter wenselijk zijn, dat een wethouder niet bij een vergadering aanwezig is als de leden een zelfstandige afweging over een onderwerp of voorstel willen maken, de leden bijvoorbeeld over het eigen functioneren van gedachten wil wisselen of bij de voorbereiding van een besluit tot het houden van een onderzoek naar het door het college gevoerde bestuur. Artikel 13b De secretaris Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 14 Ten inzage leggen van stukken Een agendapunt kan betrekking hebben op een grote hoeveelheid verschillende stukken, die het voorstel onderbouwen. De stukken worden op elektronische wijze aangeboden door publicatie in het raadsinformatiesystem. Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de reikwijdte van de Gemeentewet uitgebreid van ‘stukken’ naar ‘informatie’ (artikel 19, tweede lid, van de wet). Verder hoeft de raad de geheimhouding niet meer te bekrachtigen (artikel 89, vierde lid, van de wet). College, burgemeester en voorronden mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen (artikel 87 van de wet).

Onder informatie als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan: informatie van de raad en aan de raad verstrekte informatie, waaronder de zogeheten ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.) waarop geheimhouding is opgelegd. De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Het ligt dan ook in de onskenmerk

29/46

rede dat stukken, die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de politieke avond en die geheim moeten blijven bij hem voor raads- en burgerleden ter inzage worden gelegd. Artikel 15 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid van de wet. In de gemeente Overbetuwe betekent dit dat de vergadering, agenda en bijbehorende stukken, in ieder geval openbaar bekend wordt gemaakt door publicatie in het raadsinformatiesysteem. Hoofdstuk 6 Tijdstip van vergaderen en presentielijsten Artikel 16 Politieke avond Het eerste lid heeft tot doel enige regelmaat in de vergaderingen aan te brengen. In het tweede en derde lid is de aanvangstijd van de politieke avond tot uitdrukking gebracht. Ook de uiterlijke eindtijd van de voorronden is aangeven. Door het gebruik van bloktijden, kent elke vergadering begin- en eindtijden. De vergadering bepaalt zelf de vergadertijd per agendapunt. Het staat de fracties vrij om bij een nieuw agendapunt te wisselen van vertegenwoordiger mits dat bij het begin van de vergadering is gemeld. De aanvangs- en eindtijd van een voorronde staat vermeld in het tweede lid. De voorronde eindigt in principe niet later dan 22.30 uur. Indien het ernaar uitziet dat een voorronde niet om 22.30 uur beëindigd kan zijn, overlegt de voorrondevoorzitter met de bij de betreffende voorronde aanwezige leden.

Als blijkt dat de meerderheid van de leden de agenda die avond nog wil afronden, dan wordt doorvergaderd. Stemmen de aanwezige leden daar niet mee in dat wordt de behandeling van de nog openstaande agendapunten de volgende politieke avond voortgezet. De aanvangs- en eindtijd van de raadsvergadering staat vermeld in het derde lid. De raadsvergadering eindigt in principe om 22.00 uur. Indien de agenda niet kan worden afgerond, kan de vergadering na overleg met de raad worden geschorst en daags erna, dus op woensdag, om 19.30 uur voortgezet. De raad kan een andere dag en aanvangstijdstip voor deze voortzetting bepalen. In het vierde lid is het maximale aantal parallelle sessies aangegeven zodat ook de kleinere fracties deze kunnen bemensen. Daarnaast is in dit artikellid de clustering in thema's opgenomen. Het presidium kan indien daarvoor een passende aanleiding is bij het opstellen van de agenda in goed overleg besluiten incidenteel af te wijken van de voorgestelde clustering. Het vijfde lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in het bepalen van een andere dag en/of ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt in het raadspresidium. Op deze wijze houdt het raadspresidium ook bij een politieke avond, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvindt, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de avond.

Het zesde lid is een nadere uitwerking van artikel 17, eerste lid van de wet. In dit artikel is de vergaderfrequentie neergelegd. onskenmerk

30/46

Artikel 17 Presentielijsten De burgerleden tekenen aan het begin van de politieke avond (niet alleen bij raadspreekuur of een voorronde) en bij structurele raads(werkgroep)bijeenkomsten (zoals bijvoorbeeld over sociaal domein en de Omgevingswet) de presentielijst. Deze lijst is nodig om de vergoeding voor de burgerleden in de vorm van presentiegeld vast te stellen en tot uitbetaling over te gaan. Deze lijst geldt dus niet om het quorum vast te stellen. Hierover gaat artikel 25 van het reglement. De burgerleden die de presentielijst tekenen hebben overigens niet de verplichting om de hele politieke avond aanwezig te zijn. Raadsleden tekenen bij binnenkomst in de vergaderzaal betreffende de raadsvergadering de presentielijst. De verplichting tot het hebben van een presentielijst voor de raad vloeit voort uit artikel 20 van de wet. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de wet. Het derde lid geeft aan dat aan het einde van de politieke avond beide lijsten door de voorzitter en griffier door ondertekening worden vastgesteld. Dit zal meestal tijdens/na afloop van de raadsvergadering zijn. Beide lijsten moeten ondertekend worden en vanuit praktisch oogpunt is gekozen dit op deze manier in te vullen.

Van de raad moet altijd een formele presentielijst zijn en omdat deze toch ondertekend wordt tijdens/na de raadsvergadering, wordt ook de lijst voor de burgerleden meegenomen. Hoofdstuk 7 Raadspreekuur, vragenhalfuur informatiememo’s en voorronden Artikel 18 Raadspreekuur Aan het begin van de politieke avond vindt het raadspreekuur plaats. Als er geen aanmeldingen zijn dan vindt het raadspreekuur niet plaats en start de avond met de raadsvergadering om 19.30 uur. Het raadspreekuur is plenair; er vinden dan geen parallelle sessies plaats. Het raadspreekuur is een podium voor inwoners om aandacht te vragen voor onderwerpen die (nog) niet op de agenda van de politieke avond staan. Het raadspreekuur is opengesteld voor inwoners, organisaties, verenigingen etc. In het vierde lid staan de spelregels voor het raadspreekuur. Stel dat er zich 10 inwoners aanmelden voor het raadspreekuur dan krijgen ze ieder 2 minuten spreektijd. Tijdens het raadspreekuur is het wel mogelijk om nadere vragen te stellen, maar er is géén plek voor onderlinge discussie. Als plaatsvervangend voorzitter wordt een voorzitter uit de voorzitterspoule gekozen die op de betreffende politieke avond geen of een kleine rol als voorzitter heeft in de voorronden. Er wordt geen apart raadslid benoemd. Dit om de overzichtelijkheid te bewaren.

De voorzitterspoule bestaat namelijk uit 7 voorzitters zodat het mogelijk moet zijn om vervanging te kunnen regelen.

onskenmerk

31/46

Artikel 19 Vragenhalfuur informatiememo’s Tijdens het vragenhalfuur over informatiememo’s en TIC’s kunnen de raad- en burgerleden de portefeuillehouder om uitleg vragen als een memo daartoe aanleiding geeft en een fractie daarom vraagt. Dit voorkomt wellicht het stellen van technische en/of schriftelijke vragen over de memo’s. De vragen moeten gaan om verduidelijking en/of verheldering van het informatiememo te verkrijgen en mogen niet politiek van aard zijn. Ook mogen de vragen en antwoorden niet leiden tot een politiek debat. Artikel 20 Voorronde Een voorronde kan bestaan uit 1 van de 5 onderstaande vergaderingen. Alle vergaderingen hebben het doel om op de een of andere manier toekomstige besluitvorming voor te bereiden. Het spreekrecht horende bij de verschillende vergadervormen wordt in het betreffende artikel 21 over in- en meespreekrecht uitgelegd. Hieronder wordt kort uiteengezet wat de verschillende bijeenkomsten inhouden. - voorbereidende vergadering: Hierin worden de voorstellen behandeld die besluitvorming vragen in de raadsvergadering. De adviesvorming aan de raad staat centraal: -

Is het voorstel geschikt voor behandeling in de raad? Zo ja, als hamerstuk, bespreekstuk of als besluitpunt?

In de voorbereidende vergaderingen wordt zowel een inhoudelijke als een politieke discussie gevoerd. Voorstellen kunnen als bespreek-, besluit- of hamerstuk naar de raad worden geleid. In de toelichting bij artikel 12a wordt dit onderscheid uitgelegd. - rondetafelgesprek (RTG en RTGC): Het delen van informatie, wensen en opmerkingen staat centraal. Er vindt (nog) geen besluitvorming plaats over het onderwerp, maar er bestaat wel de behoefte aan een gesprek met externen zoals maatschappelijke instellingen, verenigingen etc. Een voordeel is dat de voorbereidende vergaderingen niet belast worden met dergelijke onderwerpen en het helder is dat daar alleen onderwerpen worden behandeld die besluitvorming vragen van de raad. In een RTG hebben de inwoners, verenigingen en organisaties een belangrijke rol. Zij kunnen meespreken aan tafel in plaats van het toespreken van de leden. Het biedt de leden daarnaast een goede mogelijkheid om te ontdekken wat er over een onderwerp leeft in de gemeenschap. Een RTG is dus altijd gekoppeld aan een onderwerp en op basis van dit onderwerp kunnen externen en op verzoek het college aan tafel aanschuiven. In een RTGC krijgt ook de consultatie/het overleg met het college een plek over de door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur over ‘raadsonderwerpen’.

Er blijkt behoefte te zijn aan een dergelijke inpassing in onze vergaderstructuur. Door dit in een RTGC in te passen is er meer duidelijkheid over de verschillende rollen en belast het niet de voorbereidende vergaderingen of de informatiebijeenkomsten. Net zoals een RTG met externe partners gaat het om het verzamelen van informatie waarbij vragen worden gesteld en opmerkingen worden gedeeld. In die zin is een RTG(C) een vrij gesprek waarbij de leden informatie halen bij alle partners (intern dan wel extern) voor het verdere politieke besluitvormingsproces. In tegenstelling tot een RTG hebben inwoners, verenigingen en organisaties bij een RTGC geen rol en hebben zij geen in- en meespreekrecht. onskenmerk

32/46

- hoorzitting: De kracht van een hoorzitting zit in het aanhoren en doorvragen van de deelnemers over een bepaald onderwerp/agendapunt. In max. 5 minuten geven de insprekers hun standpunt weer en kunnen de leden aanvullende vragen stellen. Het gaat niet alleen om een podium voor alle betrokkenen, maar ook om het boven tafel halen van informatie uit de samenleving door middel van het doorvragen door de leden van de insprekers. Er vindt echter geen discussie plaats. Een hoorzitting wordt vooral gehouden bij grote of ingewikkelde onderwerpen; een bepaald onderwerp heeft een grote politieke lading of er spelen veel verschillende soorten belangen. In een hoorzitting is er (meer) de tijd om van alle deelnemers, van inwoner tot deskundige, hun verhaal te horen. - technische uitlegsessie: Het doel is het vragen en geven van technische informatie over specifieke onderwerpen. Te denken valt aan onderwerpen zoals de begroting, de Omgevingswet, grondexploitaties. Het gaat om complexe onderwerpen waar de leden veel mee te maken krijgen en behoefte is aan uitgebreide informatie. Het kan zijn dat het college deze informatie geeft, maar ook externen kunnen een dergelijke uitlegsessie verzorgen. - informatiebijeenkomst: Hierbij staat ook het geven en vragen van informatie centraal, bijvoorbeeld door middel van een presentatie. Het gaat echter niet om technische onderwerpen.

Het initiatief voor een informatieavond kan bij verschillende partners liggen. Het college bereidt bijvoorbeeld een bestemmingsplan voor of de raad heeft een onderwerp waar ze over bijgepraat wil worden. Dit kan allemaal plaatsvinden tijdens een informatiebijeenkomst. Deze bijeenkomsten zijn in principe openbaar. Doordat er verschillende soorten bijeenkomsten plaats kunnen vinden, staat ook op de agenda aangegeven welke bijeenkomst er plaatsvindt (tweede lid). Het derde lid benadrukt dat de raads- en burgerleden over hun eigen agenda gaan en dus ook op eigen initiatief een agenderingsverzoek kunnen indienen. Om dit in goed banen te leiden en het voldoende voorbereidingstijd te geven, dienen zij dit te doen middels een agenderingsverzoek waarbij zij de behandeling en de inhoud van het te behandelen onderwerp nader toelichten. Dit agenderingsverzoek loopt bij voorkeur via het presidium. Expliciet staat er bij voorkeur, omdat een lid ook altijd bij het formeel vaststellen van de agenda kan voorstellen een onderwerp toe te voegen (zie artikel 12a, lid 3 van dit RvO over de agenda). Het vierde lid bepaalt dat bij elke bijeenkomst in de voorronde, met uitzondering van de technische uitlegsessie en de informatiebijeenkomst, een lid per fractie aan tafel zit. Dit komt de slagvaardigheid van de bijeenkomsten ten goede.

Artikel 21 In- en meespreekrecht Er zijn verschillende mogelijkheden voor inwoners om in te spreken dan wel mee te spreken bij de voorrondes van de politieke avond. Het eerste lid regelt het spreekrecht in de voorbereidende vergaderingen en informatieavond. Alleen inwoners kunnen gebruik maken van het spreekrecht. Dit betekent dat de raads- en burgerleden vanuit hun functie geen spreekrecht hebben. Zij kunnen namelijk op een andere manier hun punt maken door gebruik te maken van hun rechten. Rechten die inwoners niet kennen en daarom geldt voor hen exclusief het recht van inspreken. Raads- en burgerleden kunnen uiteraard wel als inwoners in- en meespreken over persoonlijke aangelegenheden.

onskenmerk

33/46

Alleen degenen die zich vooraf aanmelden bij de griffie kunnen gebruik maken van spreekrecht. In principe geeft de voorzitter het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. In de voorbereidende vergadering en de informatiebijeenkomst krijgt elke inspreker maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er in totaal, per vergadering, meer dan 3 insprekers zijn. Het tweede lid regelt het spreekrecht bij de hoorzitting. Ook hier geldt dat raads- en burgerleden niet kunnen inspreken. Elke inspreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er in totaal meer dan 12 insprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. Na de mondelinge toelichting door de inspreker kunnen de raads- en burgerleden aanvullende vragen stellen. Er vindt geen discussie plaats. Omdat dit doorvragen een andere belangrijk onderdeel is van een hoorzitting, staat hier minimaal een ½ uur voor. Het derde lid regelt het meespreekrecht bij de rondetafelgesprekken (RTG). Ook hier kunnen in het kader van het meespreekrecht alleen inwoners aan tafel die vooraf hebben aangemeld. In een RTG staat het meespreken i.p.v. het toespreken centraal.

Externe partners zoals maatschappelijke instellingen/ deskundigen schuiven aan tafel om hun informatie, wensen en opmerkingen te delen met de leden over een bepaald agendapunt. Er is behoefte aan gesprek. Het is een goede mogelijkheid voor de leden om te peilen wat er leeft en welke deskundigheid er is binnen de samenleving over een bepaald onderwerp. Informatie die van belang kan zijn bij besluitvorming in de toekomst. In een RTG(C) vindt dus geen onderling debat plaats, er worden geen concrete standpunten ingenomen en van (de voorbereiding van) besluitvorming is (nog) geen sprake. Voor de 'meespreker' aan een RTG gelden dezelfde spelregels in verband met de orde van de vergaderingen, zoals geregeld in dit reglement, die ook gelden voor de andere deelnemers aan de vergadering. De technische uitlegsessie, het RTGC en de raadsvergadering kennen geen in- of meespreekrecht. Alleen als een onderwerp rechtstreeks op de agenda van de raad is geplaatst, dan is er voor dat onderwerp wel inspreekrecht in de raad. Voor alle vormen van inspreken/meespreken gelden een aantal regels waarover niet het woord gevoerd kan worden, zoals weergegeven in het vijfde lid. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de inwoner belanghebbende is, kan de inwoner een bezwaarschrift indienen. Ook kan een inwoner beroep instellen bij de rechtbank.

Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van inwoners. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen inwoners hierover geen uitlatingen doen. Inwoners kunnen zich ook niet uitlaten over gedragingen, waarover zij op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht een klacht kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het spreekrecht. Inwoners kunnen ook niet inspreken op de reguliere agendapunten onskenmerk

34/46

zoals de agendapunten: vaststelling agenda, spreekrecht publieke tribune en de ingekomen stukken. Het raadspreekuur is specifiek voor de onderwerpen die niet op de politieke agenda staan. Artikel 22 Advies voorronde De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is behandeld, tenzij de leden anders beslissen. De voorronden nemen geen beslissingen, maar bereiden toekomstige besluitvorming voor en overlegt met het college en eventuele andere externe partijen. De inhoud van het advies kan heel verschillend zijn. Denk hierbij aan doorgeleiding naar de raad als bespreek-, besluit- of hamerstuk. In het vierde lid wordt aangegeven dat nooit besluitvorming kan plaatsvinden in de raad over onderwerpen die diezelfde politieke avond in een voorronde (voorbereidende vergadering) zijn behandeld. Artikel 23 Schriftelijke terugkoppelingen voorronden Van de voorronden worden geen advieslijsten gemaakt, maar schriftelijke terugkoppelingen. Deze terugkoppeling wordt als agenda bijlagen bij de betreffende vergadering geplaatst. Voor de terugkoppeling wordt gebruikgemaakt van een standaard format. Hierop wordt door de voorrondegriffier vermeld wat het advies is over vervolgbehandeling van het onderwerp, openstaande vragen, toezeggingen wethouder etc.

Door de terugkoppeling is het duidelijk wat de afspraken zijn inclusief actiepunten, wie eventueel actie moet ondernemen, hoe het onderwerp wordt behandeld en wanneer het eventueel weer aan de orde komt. Hoofdstuk 8 Nadere invulling voorbereidende vergadering, RTG en raadsvergadering Artikel 24 Opening voorbereidende vergadering en quorum Als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. kan worden vergaderd. Dit geldt echter alleen voor de voorbereidende vergadering. Hierin wordt besluitvorming in de raad voorbereid en bij minder dan de helft aanwezige leden staat een gedragen adviesvorming over de besluitvorming in de raad onder druk. Dit geldt niet voor de andere bijeenkomsten in de voorronde. Het is zeker niet goed voor de beeldvorming, maar externen zijn uitgenodigd en het voorziet niet in de service om genodigden een volgende keer terug te laten komen. omdat niet voldoende leden aanwezig zijn. Het quorum wordt dus niet elke vergadering formeel met een presentielijst vastgesteld. Alleen als het quorum niet aanwezig is, wordt dit formeel vastgesteld door het benoemen van de aanwezige leden (zie het tweede lid). Voor alle leden en andere aanwezigen is het hierdoor duidelijk dat het quorum niet wordt gehaald en het staat ook op de geluid- en beeldregistratie.

Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip de volgende vergadering plaatsvindt, nog niet vast op welk moment de oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zit, mag ervan uit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de leden over de datum van een nieuwe vergadering en zal dit in het algemeen de volgende politieke avond zijn. onskenmerk

35/46

Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering als het quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van raads- en burgerleden de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Artikel 25 Opening raadsvergadering; quorum en bezinning In de raadsvergadering dient het quorum formeel te worden vastgesteld. Het quorum is het door de wet vastgestelde aantal leden dat aanwezig moet zijn om een vergadering door te kunnen laten gaan. Als er minder leden aanwezig zijn, is de besluitvorming in principe ongeldig. Dit betekent dat de vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de wet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering als het quorum niet is gehaald. Er is geen verplichting om deel te nemen aan het moment van bezinning en/of er actief respect voor te tonen. Artikel 26 Aantal spreektermijnen Indien de leden van mening zijn, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kunnen zij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de leden in de eerste en tweede termijn.

De term commissie in het derde lid duidt in eerste instantie op de auditcommissie en de rekenkamercommissie. Daarnaast kent de raad incidenteel raadswerkgroepen waarvan verwacht mag worden dat deze ook onder deze term vallen. Artikel 27 Spreektijd De bedoeling van het artikel strekt ertoe te benadrukken dat de leden ook uit eigen initiatief regels kunnen stellen over de spreektijd van de leden. De voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak tot het handhaven van de orde tijdens de vergadering wel wijzigingen voorstellen in de omvang van de spreektijd. Ook het presidium kan in de door hem opgestelde voorlopige agenda spreektijden voorstellen, bijvoorbeeld bij de behandeling van de kadernota en de begrotingsbehandeling. Artikel 28 Beraadslaging De leden krijgen het recht toegekend om voor te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Dit brengt tot uitdrukking dat de leden hun eigen werkwijze bepalen. Het recht is aan ieder individueel lid toegekend. Tevens wordt in dit artikel geregeld dat er geschorst kan worden voor onderling overleg. Zo kan er een goede afstemming binnen het college, maar ook binnen een en/of meerdere fracties plaatsvinden.

Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming of adviesvorming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel 26). Artikel 29 Deelname beraadslaging door anderen onskenmerk

36/46

In dit artikel wordt uitdrukkelijk geregeld dat, onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid van de wet, ook bijvoorbeeld inwoners aan de beraadslaging zouden kunnen deelnemen als de leden daartoe beslissen. In het tweede lid wordt het begrip 'beslissing' gebruikt. Het gaat hier niet om het besluitbegrip in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk 9 Orde politieke avond Artikel 30 Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de leden ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Voorbeelden van voorstellen van orde zijn: - het wijzigen van de volgorde van de werkzaamheden; - het tegelijk behandelen van bepaalde onderwerpen en voorstellen; - het uitstellen van de behandeling van een agendapunt tot een volgende vergadering; - het uitstellen van de beslissing over een onderwerp of voorstel; - het schorsen van de vergadering. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de leden. Bij het staken van de stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde heeft betrekking op het verloop van de vergadering. Artikel 31 Handhaving orde; schorsing vergadering Het eerste lid verzekert dat leden vrijelijk kunnen spreken.

Wel zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslaging niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de betreffende voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid en vijfde lid sluiten aan bij artikel 26 van de wet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. Door dit artikel zo op te nemen in het reglement geldt het voor de gehele politieke avond. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 32 van dit reglement.

Artikel 32 Toehoorders en pers De hier aangegeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26, eerste en tweede lid van de wet gegeven bevoegdheid aan de voorzitter van de raad om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken. Artikel 33 Geluid- en beeldregistraties onskenmerk

37/46

Dit artikel behoeft geen toelichting. Hoofdstuk 10 Specifieke bepalingen raadsvergadering Paragraaf 1 Zitplaatsen, besluitenlijst en spreekregels Artikel 34 Zitplaatsen Bij het aantreden van een nieuwe raad is een indeling van zitplaatsen van fracties in de raadszaal direct nodig. Op dat moment is er nog geen nieuw presidium benoemd en kan de raadsvoorzitter dit uiteraard niet met het presidium overleggen. Vandaar dat gesproken wordt van "waar mogelijk". Artikel 35 Besluitenlijst raad De ontwerp-besluitenlijst wordt uiterlijk 7 werkdagen voor de eerstvolgende raadsvergadering gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem. Omdat wethouders, de burgemeester, de griffier en de secretaris ook het woord kunnen voeren in de vergadering, kunnen zij in dat geval tevens een voorstel tot verandering van de notulen aan de raad doen. Een wijziging moet voor 12.00 uur op de werkdag voor de betreffende raadsvergadering schriftelijk zijn ingediend. Mocht deze maandag géén werkdag zijn, dan verschuift deze deadline naar de laatste werkdag daarvoor (bijv. vrijdag vóór 12.00 uur). De griffier verleent de ambtelijke ondersteuning aan de raad. Daarom is in dit artikel de griffier aangewezen om voorstellen tot wijzigingen van de besluitenlijst in ontvangst te nemen, de besluitenlijst op te stellen en de besluitenlijst, samen met de voorzitter, te ondertekenen.

De besluitenlijst bevat in ieder geval het besluit dat is genomen, wie voor en tegen het besluit was en wat de argumenten van de tegenstemmers waren om tegen te stemmen. Het heeft geen zin om de argumenten van de voorstemmers te noteren, omdat die in het geval van een voorstel van het college, meestal overeen komen met de argumenten van het college. Alleen in zwaarwegende gevallen kan de griffier op verzoek van een raadslid de (afwijkende) argumenten van een voorstemmer laten opnemen in de besluitenlijst. De beeldopname van de raadsvergadering wordt zo spoedig mogelijk gepubliceerd in het raadsinformatiesysteem. Artikel 36 Ingekomen stukken; mededelingen Over de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijv. ter kennisname, afwijzen, doorsturen naar een voorronde ì het college, etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De schriftelijke mededelingen van het college aan de raad komen in principe ook bij de raad binnen. De mededelingen zijn dan ook een ingekomen stuk. De raad stelt op voorstel van het presidium de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 37 Actualiteitenronde

onskenmerk

38/46

De actualiteitenronde heeft het karakter van een beknopte interactie: informatieverstrekking gevolgd door eventuele vragen. Om als raad meer grip op verbonden partijen te kunnen hebben is begin 2020 bij wijze van proef al gestart met het agendapunt ‘Verbonden partijen’ op de raadsagenda. De portefeuillehouders alsmede de raadsrapporteurs kunnen dan korte bondige mededelingen doen over verbonden partijen. Het voordeel hiervan is dat raadsleden op de hoogte blijven van over de actuele stand van zaken en ze hun sturende en controlerende rol kunnen versterken. Het agendapunt voorkomt dat mededelingen anders via een informatiememo aan de raad komt. Een adequate informatievoorziening tussen college en raad draagt bij aan goed bestuur. De raad legt zich toe op de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. Het college houdt zich bezig met het dagelijks bestuur van de gemeente. Een succesfactor in deze wisselwerking tussen het college en raad is het hebben van respect voor elkaars bevoegdheden en rollen. Het borgen van een goede informatiepositie van de raad is daarbij randvoorwaardelijk. Vandaar het opnemen van het agendapunt ‘Informatievoorziening door het college’ als vast onderwerp op de raadsagenda. In het vijfde lid wordt aangegeven dat er tijdens de actualiteitenronde geen mogelijkheid is voor interruptie, wel voor verhelderende vragen.

Dit is bedoeld om debat te voorkomen. Als de raad wenst een debat te voeren, dan zijn daar andere middelen voor. Artikel 38 Spreekregels raad De regels geven duidelijker structuur aan het debat. In principe is het de bedoeling dat namens een fractie slechts één persoon spreekt vanaf de spreekplaats. De in het derde lid genoemde bevoegdheid van de voorzitter is vooral bedoeld om te voorkomen dat sprekers door de veelheid aan interrupties niet meer aan hun betoog toekomen, of dat ze niet meer in staat zijn het op gestructureerde wijze af te handelen. Van de raadsleden zelf wordt verwacht dat zij wel gebruik maken van de interrupties, om zodoende het debat te verlevendigen en te concentreren op de belangrijke punten, maar dat zij daarbij wel fatsoenlijk met elkaar blijven omgaan. Het zesde lid vormt een uitzondering op de algemene regel dat een lid slechts het woord voert na het aan de voorzitter te hebben gevraagd en van hem te hebben verkregen. Deze volgorde kan gewijzigd worden indien een lid een voorstel van orde doet. Paragraaf 2 Algemene bepalingen over stemming in de raad Artikel 39 Beslissing raad De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing.

Als geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid van de wet. Artikel 40 Stemverklaring raad Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat alle leden in een stemverklaring aangeven wat zij in de beraadslaging ook al naar voren hebben gebracht. Daarnaast mogen zij niet het karakter onskenmerk

39/46

hebben van een derde termijn en mag niet uitlokken tot discussie. Een stemverklaring mag dus geen (nieuwe) tegenspraak uitlokken en er mag alleen kort, zakelijk worden aangegeven waarom een lid of fractie voor of tegenstemt, of om uitleg te geven waarom een lid anders zal stemmen dan de rest van zijn of haar fractie. De stemverklaringen worden gegeven voor de hoofdelijke oproep van de leden dat de stemming begint. Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen in de raad Artikel 41 Stemming; procedure hoofdelijke stemming Als een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de wet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. In de praktijk zal het stemmen gebeuren doordat de voorzitter vraagt om bij hand opsteken aan te geven wie voor - en vervolgens wie tegen - een voorstel is. Om te voorkomen dat altijd dezelfde persoon moet beginnen bij hoofdelijke stemming is ervoor gekozen om bij loting een 'primus' aan te wijzen. Er wordt alleen een primusnummer getrokken op het moment dat er om hoofdelijke stemming wordt gevraagd. Let op: ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is (en niet door artikel 28 van de wet van deelname aan stemming is uitgesloten), is verplicht om een stem vóór, of een stem tegen, uit te brengen.

Echter, iedereen moet meestemmen bij de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden. De beslissing over stemonthouding is voorbehouden aan het individuele raadslid. De raad en de raadsvoorzitter kunnen hierover niet een besluit nemen. Zij kunnen alleen een waarschuwing afgeven dat het te nemen besluit wel eens aanvechtbaar zou kunnen zijn in o.a. een bezwaarschriftenprocedure of bij de bestuursrechter (zie artikel 29 van wet en de daarop gebaseerde jurisprudentie). Het is de verantwoordelijkheid van het individuele raadslid. Indien een raadslid wel heeft meegestemd, maar dat niet had mogen doen, is het raadsbesluit nog niet ongeldig. Het zich onthouden van stemmen is een uitzondering op de regel; een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de wet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht om stelling in te nemen en te stemmen. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de wet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Artikel 42 Volgorde stemming over amendementen en moties Dit artikel regelt de volgorde van stemming bij moties, amendementen etc.

Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorliggende voorstel. Een motie strekt niet tot de wijziging van een voorliggend besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Artikel 43 Stemming over personen onskenmerk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=de7b8036-1c84-4742-b937-1031d36819e4