CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

23-04-04.04 Woonzorganalyse gemeente Overbetuwe -Companen eindrapport def 16 mei.pdf

Voorronde Zaal 2 4 april 2023, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Informatiebijeenkomst door het college over Visie wonen en zorg25.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Woonzorganalyse Gemeente Overbetuwe

Gemeente Overbetuwe 15 mei 2023 Eindrapport

DATUM

15 mei 2023

TITEL

Woonzorganalyse

OPDRACHTGEVER

Gemeente Overbetuwe

AUTEUR(S)

Roosje van Leer Tara Koster

PROJECTNUMMER

1734.115/G

STATUS

Eindrapport

Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32 KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Onderzoeksvragen Verantwoording Doelgroepen Leeswijzer

4 4 4 5 5

2 2.1

Managementsamenvatting De huisvestingsopgave

6 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Ouderen Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Zorgvraag in beeld Vraaganalyse Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen Aanbodinventarisatie ouderen De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod

12 12 13 15 17 20 22 24

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Mensen met een lichamelijke beperking Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Vraaganalyse Geschikt woningaanbod Huisvestingsopgave geschikt wonen

26 26 26 26 28 34

5 5.1 5.2 5.3

Mensen met een verstandelijke beperking Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking

35 35 35 36

5.4 5.5

Aanbodanalyse VG De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod

38 38

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Mensen met (ernstige) psychische problematiek Doelgroep en context Woonwensen en woonvormen Vraaganalyse Aanbodanalyse BW De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod

40 40 40 41 43 43

7 7.1 7.2

Kwetsbare jongeren Doelgroep en context Vraaganalyse

45 45 45

8 8.1 8.2 8.3

Uitstromers en overige aandachts-groepen Behoefte aan woonruimte voor uitstromers Overige aandachtsgroepen Woningaanbod voor uitstromers

48 48 49 51

9

Aandachtspunten voor de visie

53

Bijlage 1: Aanbodoverzicht

55

Bijlage 2: De Doorzonscan

57

Bijlage 3: Afkortingen en begrippen

58

Bijlage 4: Organisatie en bekostiging van langdurige zorg

60

Bijlage 5: Aannames voor de prognoses

62

Bijlage 6: Woonstijlen

63

1 Inleiding We staan aan de vooravond van een flinke vergrijzing: Nederland kent steeds meer ouderen, en ook steeds meer ‘oudere ouderen’. Steeds meer ouderen blijven tot op hoge leeftijd zelfstandig wonen. Ook andere groepen met een zorg- of ondersteuningsvraag, zoals mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en mensen met psychische problemen, blijven langer zelfstandig wonen of gaan sneller weer thuis wonen na een verblijf in een instelling. Dat zorgt voor grote veranderingen in de wereld van wonen, zorg en welzijn. Als gevolg van de beweging naar ‘langer en weer thuis wonen’, neemt het aantal mensen met een zorgvraag op de reguliere woningmarkt toe. Dit leidt tot veranderingen in de vraag naar woonruimte en vergroot de noodzaak tot samenwerking tussen de gemeente, zorg- en welzijnsaanbieders en corporaties: zij moeten er immers samen voor zorgen dat de woonomgeving en de sociale- en zorginfrastructuur zodanig op elkaar worden afgestemd dat mensen met een zorgvraag prettig kunnen wonen en leven. Gemeenten zijn vanaf 2024 verplicht een woonzorgvisie op te stellen waarin ze aangeven hoe ze invulling willen geven aan de vraag naar woonruimte vanuit verschillende ‘aandachtsgroepen’ en aan de zorg en ondersteuning die daarvoor nodig is. Dit onderzoek heeft als doel om de opgave voor deze groepen inzichtelijk te maken.

De resultaten dienen als onderlegger voor zowel de lokale woonzorgvisie die de gemeente Overbetuwe wil opstellen, als de regionale woonzorgvisie.

1734.115/G | Woonzorganalyse

1.1 Onderzoeksvragen Dit onderzoek heeft als hoofddoel om inzicht te krijgen in de huidige en toekomstige vraag naar en het aanbod aan passende woningen en woonvormen voor mensen met een (toekomstige) zorg- of ondersteuningsvraag in de gemeente Overbetuwe. De onderzoeksvragen zijn: • Wat is de verwachte ontwikkeling van de vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg in de gemeente, rekening houdend met demografische ontwikkelingen in de gemeente Overbetuwe en (maatschappelijke) trends? • Wat is het huidige aanbod aan woningen en woonvormen voor de verschillende aandachtsgroepen? • Hoe verhouden vraag en aanbod zich ten opzichte van elkaar, en wat is de huisvestingsopgave voor de verschillende aandachtsgroepen? • Wat is er naast woningen en woonvormen nog meer nodig om langer en weer thuis wonen mogelijk te maken?

1.2 Verantwoording Bij het inschatten van de toekomstige behoefte hebben wij gebruik gemaakt van de Woonzorgweter van Companen. Met dit model maken wij prognoses van de toekomstige vraag naar woonvormen voor mensen met een zorgvraag op basis van gegevens over het huidig zorggebruik en demografische ontwikkelingen. Om de invloed van (lokale) trends en ontwikkelingen ook mee te kunnen nemen in de prognoses hebben wij werksessies gehouden met vertegenwoordigers van de gemeente, zorgkantoor, zorgaanbieders, corporaties, welzijnspartijen en participatieraad. In deze bijeenkomsten zijn trends en ontwikkelingen besproken die volgens deze partijen van invloed

4

zullen zijn op de vraag naar woonvormen. Het gaat dan om de gevolgen van nieuw beleid, maar bijvoorbeeld ook om technologische ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. De opbrengst van deze bijeenkomsten is gebruikt om aannames te bepalen die zijn meegenomen in de modelmatige berekeningen. Op deze manier zijn prognoses opgesteld die zoveel mogelijk aansluiten bij de praktijk in de gemeente Overbetuwe.

bekostiging van de langdurige zorg (bijlage 4), overzicht van de aannames die zijn gebruikt (bijlage 5) en een toelichting op de woonstijlen (bijlage 6). Als aanvulling op dit rapport is ook een interactieve kaart ontwikkeld waarop relevante voorzieningen en woonzorglocaties te zien zijn, evenals het aandeel 65-plussers op wijkniveau. Deze kaart is te vinden via de volgende link: https://www.companen.nl/arcgis/woonzorganalyseoverbetuwe

1.3 Doelgroepen In het onderzoek worden de volgende doelgroepen onderscheiden: • Ouderen (65+) • Mensen met een lichamelijke beperking (LG) • Mensen met een verstandelijke beperking (VG) • Mensen met psychiatrische problematiek (GGZ) • Kwetsbare jongeren (jeugdzorg) • Overige aandachtsgroepen (statushouders en spoedzoekers)

1.4 Leeswijzer Dit rapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. In de daarop volgende hoofdstukken (3 tot en met 8) behandelen we steeds de huisvestingsopgave van één doelgroep. In hoofdstuk 9 geven we een aantal aandachtspunten voor de visie mee, die gelden voor één of meerdere doelgroepen. In de bijlage is een overzicht van het huidige aanbod aan woon(zorg)plekken voor de verschillende doelgroepen opgenomen (bijlage 1), uitleg over de geschiktheidsanalyse (bijlage 2), een overzicht van gebruikte afkortingen en definities in dit onderzoek (bijlage 3), uitleg en overzicht over de organisatie en

1734.115/G | Woonzorganalyse

5

2 Managementsamenvatting In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende doelgroepen in de gemeente Overbetuwe. In dit hoofdstuk vatten we de huisvestingsopgave kort samen. In de afzonderlijke hoofdstukken gaan we hier dieper op in.

2.1 De huisvestingsopgave In dit onderzoek geven we een beeld van de verwachte ontwikkeling van de vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg. Voor de meeste doelgroepen zijn hierbij verschillende prognosevarianten uitgewerkt: een ‘basisprognose’ die een demografische doorrekening geeft van de huidige vraag en een ‘trendprognose’ waarin rekening is gehouden met maatschappelijke trends die zorgen voor verschuivingen in de vraag. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte afkortingen en begrippen is te vinden in bijlage 3.

• Naast de demografische doorrekening (basisprognose) is voor ouderen een trendprognose uitgewerkt. Deze prognose houdt er rekening mee dat intensieve zorg voor ouderen vaker buiten het traditionele verpleeghuis wordt geboden (via het Volledig Pakket Thuis). Gezien het personeelstekort in de zorg, zal geclusterd wonen waarschijnlijk de voorkeur hebben. • Daarnaast gaan we er in de trendprognose vanuit dat meer ouderen ervoor zullen kiezen om in een vorm van geclusterd wonen te gaan wonen vóórdat ze een zorgvraag ontwikkelen. Groeiende vraag naar geclusterde woonvormen onder ouderen • De vergrijzing zorgt in beide scenario’s voor een stijgende vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Hiermee bedoelen we een cluster van zelfstandige woningen waar mensen ook zonder zorgindicatie mogen wonen. De verschijningsvorm is divers: van traditionele seniorencomplexen of aanleunwoningen tot hofjeswoningen of luxe appartementencomplexen. • De vraag naar geclusterd wonen voor ouderen is nu al hoger dan het huidige aanbod. In de basisprognose loopt het tekort aan geclusterde woningen op tot 715 woningen in 2045. In de trendprognose loopt het tekort op tot 1.275 woningen in 2045.

Ouderen en mensen met een lichamelijke beperking • De groep ouderen in de gemeente Overbetuwe zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2022 zijn er circa 6.200 65-plushuishoudens, in 2045 zal dit aantal zijn opgelopen tot bijna 9.000. • Lang niet alle 65-plussers hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifieke ouderenwoning. Om een inschatting te kunnen maken van het deel van de senioren dat behoefte heeft aan een bijzondere woonvorm zoals geclusterd wonen voor ouderen, is met het ‘vitaliteitstredenmodel’ een prognose gemaakt van het toekomstige zorggebruik van ouderen. De prognose van de behoefte aan verschillende woonvormen is hiervan afgeleid.

1734.115/G | Woonzorganalyse

6

Vraag-aanbod geclusterd wonen ouderen 2.000 1.500 1.000

500 0 2022

2025

Vraag basisscenario

2030

2040

2045

Vraag trendscenario

Aanbod

Bron: Woonzorgweter, Companen

• Het sociale huuraanbod geclusterd wonen is op dit moment in balans met de vraag. Richting 2045 ontstaat een tekort: volgens de basisprognose is het tekort in 2045 55 woningen, volgens de trendprognose 255 woningen. • In de vrije huursector lijkt er momenteel iets meer aanbod aan geclusterd wonen te zijn dan er vraag is. In 2045 zijn vraag en aanbod in balans wanneer we uitgaan van de basisprognose; wanneer we uitgaan van de trendprognose, dan zien we in 2045 een tekort van 60 woningen. • In de koopsector bestaat nu al een tekort en op de (middel)lange termijn ontstaan nog grotere tekorten aan geclusterde woonvormen. In de basisprognose loopt het tekort op naar 655 woningen, in de trendprognose naar 965 woningen.

1734.115/G | Woonzorganalyse

Groeiende vraag naar plekken in een woonzorgcentrum • De vergrijzing zorgt ook voor een groeiende vraag naar plekken in een woonzorgcentrum. Hiermee bedoelen we een woonvorm die bedoeld is voor mensen met een indicatie vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz); de zorg kan hier intramuraal of extramuraal worden geleverd. • Het totale huidige aanbod aan plekken in een woonzorgcentrum is op dit moment in balans met de vraag naar dergelijke plekken; richting de toekomst ontstaan hier tekorten, vooral voor mensen met dementie. In het basisscenario lopen de tekorten sneller op dan in het trendscenario; in dat laatste scenario gaan we er immers vanuit dat een groter deel van de groep met een intensieve zorgvraag in ‘geclusterd wonen voor ouderen’ blijft.

Vraag-aanbod woonzorgcentrum 700 600 500 400 300

200 100 0 2022

2025

Vraag basisscenario

2030

2040

2045

Vraag trendscenario

Aanbod

Bron: Woonzorgweter, Companen

7

Groot deel van de woningvoorraad nog niet geschikt voor ouderen • Van de totale woningvoorraad in Overbetuwe is slechts 7% geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking1; nog eens 49% is relatief eenvoudig geschikt te maken. Van de huurwoningen in de gemeente is een hoger aandeel geschikt (12%); in de sociale huur geldt echter ook dat een relatief groot aandeel (69%) niet-geschikt is en ook niet eenvoudig geschikt te maken. Koopwoningen zijn juist relatief vaak geschikt te maken. • Het huidige aanbod aan geschikte woningen (in totaal bijna 1.300) is onvoldoende voor de huidige vraag naar dergelijke woningen (bijna 1.600). Richting de toekomst loopt dit tekort verder op; in 2045 bedraagt de vraag naar toegankelijke woningen ruim 2.600. • Niet iedere geschikte woning wordt in de praktijk bewoond door een oudere of iemand met een mobiliteitsbeperking. Van de geschikte woningvoorraad wordt bijna de helft bewoond door huishoudens onder de 65 jaar.

Mensen met een verstandelijke beperking • In Overbetuwe wonen 235 mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking (Wlz VG). Dit aantal is in de afgelopen jaren iets gestegen. Daarnaast zijn er mensen met een (licht) verstandelijke beperking die ondersteuning ontvangen vanuit de Wmo; hoeveel dit er precies zijn, is niet bekend.2 • Een vergelijking van het huidige aanbod met de huidige vraag naar woonplekken voor mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in de gemeente laat een tekort zien van 115 plekken. Bij een

1

Een woning geldt als ‘geschikt’ wanneer alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) gelijkvloers liggen of zonder traplopen bereikbaar zijn.

1734.115/G | Woonzorganalyse

constant aanbod zal dit tekort oplopen tot 135 plekken in 2045 in het basisscenario. • Zorgaanbieders geven aan dat een deel van de doelgroep de Wlz-indicatie thuis (bijvoorbeeld bij de ouders) verzilvert door middel van een Persoonsgebonden Budget. Dit is niet in alle gevallen een wenselijke situatie; zeker als ouders op leeftijd raken, wordt de zorg voor een gehandicapt kind vaak zwaar. • Het aandeel mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking ligt in Overbetuwe lager dan het landelijk gemiddelde (4,9 versus 6,7 per 1.000 inwoners). Daarom is een tweede vraagscenario uitgewerkt, waarin we ervan uitgaan dat de vraag meer evenwichtig over het land zal worden verdeeld. In dat scenario zal de vraag in Overbetuwe, en daarmee ook het tekort aan plekken in de gemeente, verder toenemen. • Aanbieders verwachten een licht toenemende vraag naar ‘gespikkeld wonen’ voor deze doelgroep: dit zijn wooneenheden waar mensen zelfstandig wonen, in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan begeleiding kan worden geboden. Dergelijk aanbod is er nu niet in Overbetuwe.

2

In totaal zijn er in Overbetuwe ruim 300 mensen die Wmo-begeleiding ontvangen. Hoeveel van hen deze begeleiding krijgen vanwege een verstandelijke beperking, is uit de registratie niet af te leiden.

8

Vraag-aanbod woonvormen VG 400 300

200 100 0

2022

2025

2030

Vraag basisscenario

2040

2045

Vraag trendscenario

Aanbod geclusterd wonen Bron: Woonzorgweter, Companen

– Vanuit de regio wordt voor het deel van Beschermd Wonen dat wordt betaald vanuit de Wmo ingezet op meer ondersteuning in de thuissituatie (met Beschermd Thuis) in plaats van in een (intramurale) instelling. Op termijn kan dit ervoor zorgen dat er minder beschermde woonplekken nodig zijn in de regio. – Tegelijkertijd zien we de ontwikkeling waarbij wordt ingezet op een spreiding van het BW-aanbod over de regio die meer in lijn ligt met het inwonertal. Dit kan juist zorgen voor een stijging van de vraag naar beschermde woonplekken in de gemeente Overbetuwe. Er is daarom ook een trendscenario uitgewerkt waarin de BW-plekken evenredig zijn verdeeld over alle gemeenten in de regio.3 • In de basisprognose blijft het tekort ongeveer 15 BW-plekken. In het trendscenario zal het tekort in Overbetuwe in 2045 zijn opgelopen tot zo’n 95 BW-plekken.

Mensen met (ernstige) psychische problematiek • Mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen steeds vaker zelfstandig in de wijk. Een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen. Op 1 januari 2022 hadden 84 mensen in Overbetuwe een indicatie voor Beschermd Wonen: 29 vanuit de Wmo en 55 vanuit de Wlz (GGZ-W). • Een vergelijking van het huidige aanbod met de huidige vraag naar beschermde woonplekken voor mensen met psychische problematiek laat een tekort zien van circa 15 plekken. • Naast de basisprognose is voor mensen die een beroep doen op Beschermd Wonen een trendscenario uitgewerkt waarin de volgende ontwikkelingen zijn meegenomen:

3

Dit is in zekere zin een hypothetisch scenario, aangezien sommige mensen behoefte hebben aan een gespecialiseerde woonvorm die alleen regionaal te organiseren is.

1734.115/G | Woonzorganalyse

9

wonen; ongeveer een kwart stroomt door naar een plek in een zorginstelling voor (jong)volwassenen (Wlz, (L)VG, GGZ-W, BW); een ongeveer even grote groep heeft behoefte aan een tussenvorm zoals een trainingshuis of geclusterd wonen met begeleiding.

Vraag-aanbod woonvormen BW 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0

Dak- en thuislozen

2022

2025

Vraag basisscenario

2030

2040

2045

Vraag trendscenario

Aanbod

Bron: Woonzorgweter, Companen

Overige aandachtsgroepen Kwetsbare jongeren • Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten: een deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar, waarna jongeren ofwel uitstromen naar zelfstandig wonen ofwel doorstromen naar een instelling voor Wlz-zorg of Beschermd Wonen. Landelijk wordt wel gesproken over het ophogen van de leeftijdsgrens voor jeugdzorg naar 21 jaar, voor jongeren die langer begeleiding nodig hebben. • Uitgaande van de huidige situatie is de verwachting dat er op jaarbasis in Overbetuwe 7 tot 8 jongeren/jongvolwassenen uitstromen vanuit een vorm van jeugdzorg met verblijf. Hiervan kan ongeveer de helft direct zelfstandig

1734.115/G | Woonzorganalyse

• Mensen die (tijdelijk) geen vorm van onderdak hebben, kunnen terecht bij de Maatschappelijke Opvang. De Maatschappelijke Opvang kent een grote verscheidenheid aan vormen, en ook een grote diversiteit aan mensen. De opvangvoorzieningen zijn bedoeld voor mensen die te maken hebben met (een combinatie van) huiselijk geweld, psychische problemen, schulden of verslaving. Mensen die als gevolg van een relatiebreuk of werkloosheid op straat komen te staan (‘economisch daklozen’) zonder verdere problematiek kunnen in principe geen gebruik maken van de maatschappelijke opvang. • In Overbetuwe is geen aanbod aan opvangplekken. De regionale opvangvoorzieningen zijn op dit moment gevestigd in Arnhem. Het is niet bekend hoeveel mensen zich hier jaarlijks melden die afkomstig zijn uit Overbetuwe. Het is daardoor ook niet goed mogelijk om een inschatting te maken van de jaarlijkse vraag naar woonruimte voor mensen die uitstromen vanuit de opvang en in Overbetuwe willen wonen. Wij schatten in dat het om een zeer beperkte groep gaat (circa 2 per jaar).

Uitstroom richting de reguliere woningmarkt • Een verblijf in Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en jeugdzorg is in principe tijdelijk; elk jaar stromen er dan ook mensen uit deze voorzieningen uit richting de woningmarkt. In de gemeente Overbetuwe zijn er afspraken gemaakt tussen corporaties, zorgaanbieders en gemeente over het beschikbaar stellen van woningen aan deze ‘uitstromers’: de Opstapregeling.

10

• Hoe groot de jaarlijkse vraag naar uitstroomwoningen zal zijn, is moeilijk te voorspellen. Dit is immers afhankelijk van veel factoren waaronder het effect van de inzet op preventie (wie niet instroomt in een voorziening, hoeft ook niet uit te stromen) en de ontwikkeling van de gemiddelde verblijfsduur van mensen die in een instelling verblijven. • Onderstaande tabel toont de verwachte jaarlijkse vraag naar woonruimte voor verschillende groepen ‘uitstromers’, maar ook statushouders en spoedzoekers. Voor al deze groepen geldt dat zij over het algemeen behoefte hebben aan een betaalbare sociale huurwoning.

Uitbreidingsopgave ouderenhuisvesting niet alleen via nieuwbouw

Tabel: Jaarlijkse vraag naar woonruimte voor aandachtsgroepen Behoefte aan zelfstandige woonruimte Doelgroep (wooneenheden) Uitstroom Jeugdzorg met verblijf 4 Uitstroom Beschermd Wonen 9 Uitstroom Maatschappelijke Opvang 0-2 Statushouders 22 - 40 Subtotaal 35 - 55 Spoedzoekers 65 Totaal 100 - 120

In Overbetuwe is de netto plancapaciteit voor de periode tot 2030 1.425 woningen, waarvan 810 betaalbare woningen: 430 sociale huur, 60 middenhuur en 320 betaalbare koop. De gemeente heeft in regionaal verband aangegeven 1.070 woningen te willen toevoegen in de periode tot 2030.

• In 2021 kwamen er in Overbetuwe 207 sociale huurwoningen beschikbaar voor een nieuwe huurder. Bij een gelijkblijvend aantal mutaties betekent dat, dat ruim de helft van de vrijkomende corporatiewoningen nodig zou zijn om de verschillende aandachtsgroepen aan woonruimte te helpen. • De gemeente is van plan tot 2025 minimaal 150 flexwoningen toe te voegen. In 2022 zijn 20 van deze flexwoningen gerealiseerd. Een deel van de doelgroep spoedzoekers is mogelijk geholpen met zo’n flexwoning.

1734.115/G | Woonzorganalyse

Nationaal wordt ingezet op de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven dat hiervan minimaal 2/3 betaalbaar is en ongeveer 1/3 geschikt voor ouderen (Nationale Bouw- en Woonagenda). In vervolg op deze nationale ambitie zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en de provincie Gelderland over de realisatie van 100.000 woningen tot en met 2030. Dit krijgt nadere invulling via de Woondeal 2.0 regio Arnhem - Nijmegen. Het streven is om in de regio 33.000 woningen toe te voegen tot en met 2030.

Volgens de woonzorganalyse moeten er in Overbetuwe tot 2030 490 tot 635 geclusterde woningen voor ouderen worden toegevoegd om de huidige tekorten weg te werken én in de groeiende vraag te voorzien. Als dit alleen via nieuwbouw zou worden gerealiseerd, dan betreft het 45 tot 60% van de bouwopgave tot 2030. Dat is niet realistisch. Een deel van de uitbreidingsopgave voor geclusterd wonen zal daarom in de bestaande woningvoorraad moeten worden gerealiseerd; bijvoorbeeld door in of bij bestaande complexen een ontmoetingsruimte toe te voegen, en/of door te werken aan de nabijheid en beschikbaarheid van zorg en ondersteuning via de vorming van woonservicegebieden.

11

3 Ouderen In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag naar specifieke huisvesting voor ouderen. Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen wonen zelfstandig en zijn vitaal. Ook van de ouderen met een zorgvraag woont een groot deel zelfstandig, al dan niet met ondersteuning vanuit de wijkverpleging.

3.1 Doelgroep en context In dit hoofdstuk gaan wij in op de woonvraag van drie groepen ouderen: • Ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlzzorg. Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Het gaat om mensen die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. De meeste van deze mensen wonen in een verpleeghuis of woonzorgcentrum, een deel in een geclusterde woonvorm zoals een serviceappartement en een deel in een reguliere woning. • Daarnaast gaan wij in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag: welk deel van hen doet een beroep op een geclusterde woonvorm en welk deel zal in de toekomst wonen in een (aangepaste) reguliere woning? • Ook hebben we aandacht voor de groep ouderen zonder zorgvraag; een deel van hen anticipeert op een mogelijke zorg- of ondersteuningsvraag in de toekomst en wenst daarom ook een specifiek soort woning.

in de analyses. In de gebruikte methodiek wordt wel een onderscheid gemaakt naar leeftijdsgroepen binnen die totale groep, op basis van de zorg- en ondersteuningsbehoefte per leeftijdsgroep en de woonbehoefte die daarmee samenhangt.

Demografie In januari 2022 woonden er circa 48.300 mensen in de gemeente Overbetuwe. Volgens de bevolkingsprognose van de gemeente zal Overbetuwe in 2045 uit circa 52.100 inwoners bestaan (+8%). Het aantal ouderen in de gemeente neemt in de komende jaren sterk toe - en daarmee ook het aandeel op de totale bevolking. In onderstaand figuur zien we dat het aandeel 65-plussers op de totale bevolking groeit van 20% nu, naar 26% in 2045. Figuur 3.1: Bevolkingssamenstelling gemeente Overbetuwe, 2022 - 2045 11% 11% 7% 11% 2% 4%

65-74 jaar 75-84 jaar 85+ jaar

74% 2045

Bevolking < 65 jaar 2022

80%

Bron: Bevolkingsprognose Overbetuwe.

Wanneer we kijken naar het aandeel 65-plushuishoudens ten opzichte van het totaal aantal huishoudens in de gemeente, zien we dat het aandeel nu 31% is

De leeftijd waarop mensen zich ‘oud’ voelen verschilt van persoon tot persoon. Wij kiezen er in dit onderzoek voor om de totale groep 65-plussers te betrekken

1734.115/G | Woonzorganalyse

12

en in 2045 39%. Er is met name een sterke groei te zien in de oudste groep (75plus en 85-plus); we noemen dit ‘dubbele vergrijzing’. Figuur 3.2: Huishoudenssamenstelling gemeente Overbetuwe, 2022 - 2045 16% 17% 65-74 jaar 11% 17%

3%

61% 2045

75-84 jaar 85+ jaar Huishoudens < 65 jaar

2022 69%

6%

Bron: Huishoudensprognose Overbetuwe.

3.2 Woonwensen en woonvormen Wensbeelden ouderen De woonvraag onder ouderen valt uiteen in de groep die een beroep doet op regulier wonen, een groep die woont in (kleinschalig) geclusterd wonen en een groep die woont in woonzorgcentrum waar intensieve zorg geboden wordt. Op basis van literatuuronderzoek en gesprekken met ouderen die we elders in het land hebben gehouden, geven we hieronder een beschrijving van de belangrijkste woonwensen van (toekomstige) ouderen.

1734.115/G | Woonzorganalyse

Verhuisgeneigdheid • De verhuisgeneigdheid onder ouderen is over het algemeen laag, vooral onder ouderen met een koopwoning. Met woningaanpassingen, ondersteuning uit het eigen netwerk en de scootmobiel is langer thuis wonen goed mogelijk, mits ouderen hier zelf tijdig op anticiperen. Als veel ouderen hun woning willen aanpassen en hiervoor een beroep doen op de Wmo, dan kan dit tot hoge kosten leiden voor de gemeente. • De eigen gezondheid en de gezondheid van de partner is een belangrijke reden om wel of niet te verhuizen. • Een veel genoemde reden om niet te willen verhuizen, is de angst voor hogere woonlasten na een verhuizing. Woning • Ouderen geven aan dat zij graag willen wonen in een levensloopgeschikte woning die voldoet aan de volgende uitgangspunten: de woning moet gelijkvloers zijn, zonder drempels, met één of twee slaapkamers en een verhoogd toilet. • Voor ouderen zonder zorgvraag of met een lichte zorgvraag zijn hofjes een aantrekkelijke woonvorm vanwege de mogelijkheid van sociaal contact. Met een ‘hofje’ bedoelen we hier overigens niet alleen grondgebonden woningen rondom een binnentuin; het belangrijkste is dat het ontwerp uitnodigt tot onderling contact en betrokkenheid. Dat kan bijvoorbeeld ook in een appartementencomplex met een gezamenlijk atrium en restaurant.

Woonomgeving • Vanwege een afnemende mobiliteit is het voor veel ouderen prettig om dicht bij voorzieningen te wonen. De belangrijkste voorzieningen zijn daarbij de huisarts en ontmoetingsplekken. Een supermarkt of apotheek worden ook vaak genoemd, maar voor boodschappen en medicijnen is een bezorgdienst ook een alternatief.

13

Zorg en ondersteuning • In de afgelopen jaren zijn veel technologische hulpmiddelen ontwikkeld die het langer thuis wonen van senioren makkelijker maken. Bij de inzet van technologie/domotica kan gedacht worden aan valdetectie, beeldbellen, de inzet van zorgrobots en automatische medicijndispensers. Voor de huidige generatie 75-plussers zijn technologische oplossingen in zorg en ondersteuning in sommige gevallen te ingewikkeld en te duur. Enkelen geven aan hier moeilijk mee om te kunnen gaan en mensen met dementie kunnen het veelal niet meer aanleren. Ook zijn sommige mantelzorgers onvoldoende bekend met de werking. Voorlichting over de inzet van domotica aan zorgverleners en ouderen zelf is belangrijk. Over het algemeen zullen toekomstige ouderen echter adaptief genoeg zijn om met het gros van de technologische vernieuwingen overweg te kunnen. De inzet van technologie is dan een waardevol instrument dat kan bijdragen aan zelfstandig wonen.

Woonvormen voor ouderen Wij maken in dit rapport een onderscheid tussen ‘regulier wonen’, ‘geclusterd wonen’ en ‘woonzorgcentrum’. • Reguliere woningen zijn niet-geclusterde woningen die niet gelabeld of bestemd zijn voor een bepaalde doelgroep. Het gaat hierbij om zowel grondgebonden gezinswoningen als om appartementen of studio’s. • Geclusterd wonen is een woonvorm voor ouderen met of zonder zorg die zelfstandig willen wonen in een complex met andere ouderen, waar zij de mogelijkheid hebben voor laagdrempelig contact met buren. De woningen zijn levensloopgeschikt en er is een mogelijkheid voor ontmoeten inpandig of in de directe woonomgeving. Eventuele zorg aan bewoners wordt betaald vanuit de Zvw, Wmo of Wlz (vanuit een VPT of MPT). Intramurale voorzieningen vallen niet in deze categorie. Een Wlz-zorgindicatie is geen voorwaarde om hier te komen wonen. Onder geclusterde woonvormen valt

1734.115/G | Woonzorganalyse

een uiteenlopend palet aan woonvormen: van klassieke seniorencomplexen en aanleunwoningen tot hofjes. • Woonzorgcentrum is een woonvorm die alleen toegankelijk is voor ouderen met een Wlz-zorgvraag (eventueel plus partner). De Wlz-zorg kan intramuraal of extramuraal (vanuit een VPT of MPT) gefinancierd worden. Er zijn verschillende verschijningsvormen: binnen deze categorie vallen zowel verpleeghuizen en grootschalige woonzorgcentra als kleinschalige woonvormen, bijvoorbeeld voor mensen met dementie. Van de ouderen met een zware zorgvraag woont een groot deel in een woonzorgcentrum of in geclusterd wonen voor ouderen. Daarnaast zijn er ook ouderen zonder zorgvraag die er - uit voorzorg, of vanwege een behoefte aan comfort of sociale contacten - voor kiezen om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Wij maken in dit rapport geen onderscheid tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’. Het komt steeds meer voor dat mensen met een Wlz-indicatie gebruik maken van ‘extramurale woonvormen’ waarbij zij zelf huur betalen voor hun woning en zorg en ondersteuning ontvangen vanuit de Wet langdurige zorg. Er bestaan ook hybride vormen: woon-zorgcomplexen waar een deel van de bewoners zowel de zorg als het verblijf betalen vanuit een Wlz-indicatie en andere bewoners die daar wonen op basis van scheiden wonen en zorg.

Het verschil tussen ‘intramuraal’ en ‘extramuraal’ is in die gevallen zuiver financieel. De verwachting van zorgaanbieders is dat er in de toekomst steeds meer van dit soort hybride concepten zullen komen.

14

3.3 Zorgvraag in beeld De groep ouderen in de gemeente Overbetuwe zal in de komende jaren sterk gaan groeien: in 2022 zijn er circa 6.200 65-plushuishoudens, in 2045 zal dit aantal zijn opgelopen tot ruim 8.900 huishoudens.

•

De meerderheid van de 65-plussers in Overbetuwe is vitaal en kan nog prima uit de voeten in een reguliere woning. Ook ouderen die beperkingen beginnen te krijgen, kunnen nog heel veel wél. Tegelijkertijd weten we dat met het afnemen van de vitaliteit de woonwensen van ouderen veranderen.

•

Het vitaliteitstredemodel van Companen geeft nader inzicht in de woonbehoefte van ouderen, op basis van de zorgvraag van betrokkenen. Het model bevat vier treden. In de eerste trede zitten de meest vitale ouderen, die niet of nauwelijks gebruik maken van zorg; in de vierde trede vallen ouderen met een zware zorgvraag. In het model worden ouderen (65-plus) ingedeeld op basis van de ‘zwaarste’ zorgvorm die zij het afgelopen jaar ontvingen. Als voorbeeld: ouderen die zowel huishoudelijke hulp vanuit de Wmo krijgen als wijkverpleging vanuit de Zvw, tellen we mee in vitaliteitstrede 3.

1734.115/G | Woonzorganalyse

• •

Toelichting Vitaliteitstredenmodel De meest vitale ouderen zitten in vitaliteitstrede 1. Zij hebben geen zorgindicatie, maar maken hooguit gebruik van eerstelijns huisartsenzorg of zorg van de specialist (vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg). Als ouderen gebruik maken van Wmo-ondersteuning, dan vallen ze in vitaliteitstrede 2. Het gaat hier ook om relatief vitale ouderen. De ondersteuning die zij krijgen bestaat uit hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere ondersteuning waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. In vitaliteitstrede 3 vallen ouderen die wijkverpleging ontvangen vanuit de Zvw. Een deel van deze mensen ontvangt ook ondersteuning vanuit de Wmo. In vitaliteitstrede 4 vallen ouderen die een Wlz-indicatie hebben. Ouderen met een Wlz-indicatie kunnen terecht in een verpleeghuis, maar zij kiezen er tegenwoordig vaker voor om zelfstandig te blijven wonen met intensieve zorg (vanuit een Volledig Pakket Thuis). Op die manier kunnen zij zo lang mogelijk zelf regie houden over hun woon(zorg)situatie.

15

Figuur 3.3: Vitaliteitstredenmodel

Het volgende figuur laat zien wat de huidige verdeling is van ouderen in de gemeente Overbetuwe naar de verschillende vitaliteitstreden. In paragraaf 3.5 gaan wij in op de huidige woonsituatie van ouderen in Overbetuwe. Figuur 3.4 laat zien hoeveel mensen in de komende jaren zullen vallen in de verschillende vitaliteitstreden, uitgaande van het huidige zorggebruik per leeftijdscategorie en de demografische prognose. De percentuele groei is met name fors in vitaliteitstrede 4. Figuur 3.4: Prognose vitaliteit ouderen in Overbetuwe, naar vitaliteitstrede (in personen)

540

De indeling in treden geeft inzicht in de zorgvraag en vitaliteit van ouderen, en is daarmee een goede voorspeller van de woonvraag. Uit woonwensenonderzoeken blijkt dat ouderen naarmate ze minder vitaal worden, vaker een voorkeur hebben voor een geclusterd woonconcept voor ouderen. Dit is ook terug te zien in het feitelijk woongedrag van ouderen. Dat betekent niet dat in geclusterde woonvormen alleen ouderen met een (zware) zorgvraag wonen: er zijn ook ouderen die al voordat ze een zorgvraag ontwikkelen graag willen verhuizen naar geclusterd wonen: niet vanwege hun actuele zorgvraag, maar uit voorzorg of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. In vitaliteitstrede 4 woont een aanzienlijk deel van de ouderen in een geclusterd woonconcept waar intensieve zorg geboden wordt (zoals een verpleeghuis); ook voor deze groep geldt echter dat een deel nog in een reguliere woning woont.

1734.115/G | Woonzorganalyse

460

440 990 340

1.070 390

7.990

8.630

2022

2025

Vitaliteitstrede 1

1.170 490

9.680

2030

Vitaliteitstrede 2

720

850

1.470 660

1.610 650

10.900

10.720

2040

2045

Vitaliteitstrede 3

Vitaliteitstrede 4

Bron: Woonzorgweter Companen, bevolkingsprognose gemeente Overbetuwe, CBSMicrodata, 2022.

16

3.4 Vraaganalyse Wanneer we de cijfers uit figuur 3.4 combineren met informatie over de woonwensen per vitaliteitstrede (bijlage 5), dan volgt daar een beleidsvrije vraagprognose voor woonvormen uit. Deze prognose noemen we de basisprognose. Tabel 3.1 toont het resultaat. In de tabel is te zien dat ook in de toekomst het grootste deel van de 65-plussers zal wonen in een reguliere woning. De toename in de vraag naar regulier wonen zal zich niet in zijn geheel vertalen in een nieuwbouwopgave; veel toekomstige ouderen wonen per slot van rekening al in een woning en zullen in deze zelfde woning blijven wonen als ze ouder worden. Doordat er steeds meer ‘oudere ouderen’ in de gemeente Overbetuwe wonen, zal onder de totale groep 65-plussers de behoefte aan geclusterd wonen en woonzorgcentrum in verhouding meer gaan toenemen dan de behoefte aan regulier wonen.

Tabel 3.1: Prognose vraag naar woonvormen voor ouderen gemeente Overbetuwe, basisprognose (2022 - 2045, huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2040 2045 Regulier wonen 4.960 5.300 5.950 6.900 6.900 Geclusterd wonen 970 1.050 1.180 1.390 1.410 Woonzorgcentrum SOM 90 100 120 170 200 Woonzorgcentrum PG 210 230 270 370 440 Totaal 6.230 6.680 7.520 8.820 8.950 Bron: Bevolkingsprognose Overbetuwe 2022, indicatiegegevens CIZ.

Trendvariant Met de basisprognose als vertrekpunt zijn we in gesprek gegaan met stakeholders. In deze bijeenkomst hebben we trends en ontwikkelingen besproken die van invloed kunnen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg voor

1734.115/G | Woonzorganalyse

ouderen. Op basis van de bespreking hebben we een trendvariant van de behoefteprognose uitgewerkt waarin we rekening hebben gehouden met de volgende punten die uit het gesprek naar voren kwamen: • Een steeds groter deel van de mensen met een Wlz-indicatie zal buiten een woonzorgcentrum wonen. Dat sluit aan bij de wens van veel ouderen om eigen regie te houden over het leven. Daarnaast geven zorgaanbieders aan dat het dankzij zorgtechnologie ook mogelijk is om langer zelfstandig te wonen, ook met een intensieve zorgvraag. • We voorzien geen stijging in het aanbod van het aantal intramurale plekken in woonzorgcentra; de stijging van het aantal ouderen met een Wlzindicatie (vitaliteitstrede 4) zal opgevangen moeten worden in zowel woonzorgcentrum extramuraal (VPT/MPT) als in geclusterde woonvormen. Het gaat hier onder meer om geclusterde woonvormen op basis van scheiden wonen/zorg, waarbij geldt dat als mensen een zeer zware zorgvraag ontwikkelen, ze toch moeten verhuizen naar een verpleeghuis. • Op basis van gesprekken elders in het land verwachten we dat ook in Overbetuwe geldt dat ouderen met een psychogeriatrische zorgvraag relatief vaker een beroep zullen doen op een woonzorgcentrum dan ouderen met een somatische zorgvraag.

• We verwachten dat richting toekomst relatief meer mensen in vitaliteitstrede 1 t/m 3 zullen verhuizen naar een geclusterde woonvorm, uit voorzorg of vanwege een behoefte aan sociaal contact of comfort. De nieuwe generatie ouderen is zich meer bewust van de noodzaak om tijdig te anticiperen op hun toekomstige zorgvraag en zal daardoor eerder deze stap zetten - mits er uiteraard voldoende aantrekkelijk en divers aanbod van geclusterde woningen is. Bijlage 5 toont de aannames die we hebben gehanteerd voor het jaar 2045. In de trendprognose beweegt de vraag naar bepaalde woonvormen in elk van de vitaliteitstreden geleidelijk aan van de huidige verdeling naar deze verdeling.

17

Basisprognose: demografische doorrekening. Trendprognose: zowel ouderen met als zonder (zware) zorgvraag zullen vaker een beroep doen op geclusterd wonen. Ouderen met een psychogeriatrische zorgvraag zullen vaker een beroep doen op woonzorgcentrum dan ouderen met een somatische zorgvraag. Tabel 3.2 Prognose vraag naar woonvormen in gemeente Overbetuwe, trendprognose (2022 - 2045, huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2040 2045 Regulier wonen 4.960 5.260 5.840 6.640 6.580 Geclusterd wonen 970 1.100 1.330 1.770 1.970 Woonzorgcentrum SOM 90 100 110 130 120 Woonzorgcentrum PG 210 220 240 280 280 Totaal 6.230 6.680 7.520 8.820 8.950 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Overbetuwe, indicatiegegevens CIZ en CBS-Microdata.

Tabel 3.3: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente Overbetuwe, uitgesplitst naar marktsegment, basisprognose (2022 - 2045) ; huishoudens; afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2040 2045 Sociale huur 420 440 460 500 490 Vrije sector huur 100 100 110 130 130 Koop 450 510 610 760 790 Totaal 970 1.050 1.180 1.390 1.410 Bron: Woonzorgweter, WoON2018, bevolkingsprognose Overbetuwe en CBSMicrodata. Tabel 3.4: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente Overbetuwe, uitgesplitst naar marktsegment, trendprognose (2022 - 2045) ; huishoudens; afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2040 2045 Sociale huur 420 460 520 630 690 Vrije sector huur 100 110 130 170 180 Koop 450 530 680 970 1.100 Totaal 970 1.100 1.330 1.770 1.970 Bron: Woonzorgweter, WoON2018, bevolkingsprognose Overbetuwe en CBSMicrodata.

Uitsplitsing naar marktsegment Op basis van het WoON2021 en CBS-Microdata is achterhaald waar de groep 65-plussers nu wonen en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen verder uit te splitsen naar marktsegment. Circa 43% van het geclusterd wonen voor ouderen valt binnen de sociale huur, 11% binnen de vrije sector huur en 46% binnen de koopsector. Naar de toekomst toe zien we het aandeel binnen de sociale huur afnemen en het aandeel in de koop juist toenemen. Het aandeel in de vrije sector huur blijft gelijk.

1734.115/G | Woonzorganalyse

Uitsplitsing naar wijken De behoefteprognose in de trendvariant is ook op een lager schaalniveau doorgerekend. Hierin is rekening gehouden met de wisselende bevolkingsopbouw binnen de wijken in Overbetuwe. Uitgangspunt van de berekening is de veronderstelling dat de meeste ouderen het liefst in de eigen dorp of wijk willen blijven wonen als zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm of woonzorgcentrum. Op de volgende pagina staat de behoefteprognose per dorp (en voor Elst per wijk) weergegeven.

18

Tabel 3.5: Behoefteprognose woonvormen per wijk, trendprognose (2022 - 2045; huishoudens; afgerond op 5-tal) Wijken Buitengebied Elst Elst-Zuid Elst-Noord Westeraam Elst Oost (+ De Aam) Oosterhout Slijk-Ewijk Herveld Andelst Zetten (+ buitengebied en Hemmen) Randwijk Heteren (+ buitengebied) Valburg Driel Totaal

2022 100 780 880 320 210 290 50 360 170 620 120 500 190 380 4.970

Regulier wonen 2030 2040 120 120 950 960 900 920 440 710 260 250 350 390 50 70 440 530 200 210 670 720 150 180 640 790 240 280 450 530 5.840 6.640

2045 110 900 880 800 250 390 80 510 210 700 170 780 270 530 6.580

Geclusterd wonen voor ouderen 2022 2030 2040 2045 20 30 30 30 150 210 250 270 180 210 260 280 60 100 180 230 40 60 70 70 50 80 100 110 10 10 20 20 70 100 140 160 30 50 60 60 120 150 190 210 20 30 50 50 100 150 210 230 40 50 70 80 70 100 140 150 970 1.330 1.770 1.970

Woonzorgcentrum (SOM) 2022 2030 2040 2045 5 5 5 5 10 15 20 15 20 20 20 20 5 5 10 15 5 5 5 5 5 5 5 5 0 0 0 0 10 10 10 10 5 5 5 5 10 15 15 15 0 0 5 5 10 15 15 15 5 5 5 5 5 5 10 10 95 110 130 130

Woonzorgcentrum (PG) 2022 2030 2040 2045 5 5 5 5 25 30 40 40 50 45 45 45 10 15 25 30 10 10 10 10 10 10 15 15 0 0 5 5 20 20 25 25 5 10 10 10 25 30 30 30 5 5 5 5 25 30 35 35 5 10 10 10 15 15 20 20 210 235 280 285

Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Overbetuwe, indicatiegegevens CIZ en CBS-Microdata.

De vraag naar geclusterd wonen gaat in absolute zin het sterkste stijgen in ElstWesteraam, Heteren, Elst-Zuid, Elst-Noord, Zetten en Herveld. In relatieve zin stijgt de vraag naar geclusterd wonen het sterkste in Elst-Westeraam, Randwijk, Heteren, Herveld, Oosterhout, Driel, Valburg, Andelst en Slijk-Ewijk (in al deze gebieden zien we tenminste een verdubbeling van de vraag tussen 2022 en 2045). De vraag naar een plek in een woonzorgcentrum stijgt in absolute zin het sterkst in Elst-Westeraam, Elst-Zuid, Heteren, Driel en Zetten.

1734.115/G | Woonzorganalyse

19

3.5 Vraag naar woonconcepten binnen geclusterd wonen Verschillende groepen ouderen zoeken verschillende typen geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun waardenprofiel en financiële mogelijkheden, die wij samenbrengen in zogeheten ‘woonstijlen’. Tabel 3.6: Indeling voor woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie

Stille Generatie (1940 e.o.) Protestgeneratie (1940 - 1955) Generatie X (1955 - 1970)

Lagere financiële positie Kwetsbare Ouderen Traditionele buurtbewoners Actieve buurtbewoners

Middel financiële positie Oudere comfortzoekers Vitale comfortzoekers Moderne hofjesbewoners

Hoge financiële positie Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde levensgenieters Ondernemende levensgenieters

Wij zien negen dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50+) (bijlage 6). In de woonstijlen worden 50 - 65-jarigen meegenomen, omdat deze groep in de toekomst de ‘nieuwe’ generatie ouderen zijn. Op dit moment hebben zij nog een beperkte vraag naar geschikte en geclusterde woonvormen. Naarmate de leeftijd vordert zal de vraag toenemen naar seniorenwoningen. De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van feitelijke en subjectieve informatie (CBS-Microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen) ten aanzien van het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In welke groep iemand is ingedeeld, is onder meer afhankelijk van het geboortejaar (generatie) en de financiële positie.

1734.115/G | Woonzorganalyse

Wij maken een inschatting van de keuze die mensen gaan maken op het moment dat zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm voor ouderen. Dit leidt tot een ‘woonmix’ per woonstijl (zie bijlage 6). In de woonmix maken wij primair het onderscheid tussen de voorkeur voor appartementen (afkorting app: weinig onderhoud, overzichtelijk en gezamenlijke voorzieningen) en grondgebonden woningen (afkorting ggb: groter woonoppervlak, buitenruimte en meer zelfstandigheid). Secundair geven we aan welke woonconcepten goed passen bij de waarden en de financiële positie van de woonstijlen.

Generatiewissel De ideale woonmix van de totale groep ouderen zal van jaar op jaar veranderen, omdat generaties elkaar opvolgen en de verhouding tussen de woonstijlen dus ook verandert. Figuur 3.5 geeft een beeld van deze generatiewissel: in deze grafiek is te zien hoe de totale groep 65-plushuishoudens op enig moment is samengesteld, uitgedrukt in woonstijlen. We zien dat de ‘stille generatie’ geleidelijk aan uit beeld verdwijnt en Generatie X zijn opwachting maakt. Vanaf 2040 zien we dat een nieuwe generatie in beeld komt: de ‘Pragmatische generatie’ (nu 37 tot en met 52 jaar).

Woningtype en woonconcept Op basis van de woonwensen per woonstijl (bijlage 6) en de prognose van woonstijlen (figuur 3.5) is het mogelijk om een prognose op te stellen van gewenste woningtypes en woonconcepten binnen het geclusterd wonen. Figuur 3.6 geeft weer hoe de behoefte aan diverse woonconcepten binnen het geclusterd wonen zich door de tijd naar verwachting zal ontwikkelen (in aandelen). De relatieve behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en grondgebonden seniorenwoningen, zal met de komst van nieuwe generaties, geleidelijk gaan afnemen. Het hofjeswonen en luxe levensloopbestendige appartementen zullen relatief gezien aan populariteit winnen.

20

Figuur 3.5: Verdeling 65-plushuishoudens naar woonstijl gemeente Overbetuwe (2022 - 2045; afgerond op 10-tal) 100%

90%

280 510

1.200

800

330 80%

1.430 1.160

70%

310 550 360

750

920

40%

1.330 1.020

10%

1.710

1.950 390 280 830

250 180 550

2022

2025

0%

Pragmatische Generatie 1970 - 1985 Generatie X 1955 - 1970 Protestgeneratie 1940 - 1955

Stille Generatie

1734.115/G | Woonzorganalyse

2025

12%

28%

2030

11%

24%

2040

9%

21%

5%

23%

2045

8%

21%

5%

22%

4%

23%

10%

8%

12%

5%

12%

10%

11%

12%

11%

16%

15%

10%

16%

17%

11%

23%

1.700 90 70 200

5%

23%

14%

2.380

1.290

20%

30%

2.650

2.020

30%

12%

870

60%

1.470

2022

1.340

1.480

1.520

50%

Figuur 3.6: Gewenste verdeling binnen geclusterd wonen, naar woonconcept

450 560 750

1.540 190 240 310 0

2030 2040 2045 Pragmatische gen. - Hoog Pragmatische gen. - Midden Pragmatische gen. - Laag Ondernemende levensgenieters Moderne hofjesbewoners Actieve buurtbewoners Welgestelde levensgenieters Vitale comfortzoekers Traditionele buurtbewoners Welgestelde cultuurminnaars Oudere comfortzoekers Kwetsbare ouderen

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Levensloopbestendige woningen (ggb) Seniorencomplex Luxe levensloopbestendige appartementen Serviceflat Hofjeswonen (ggb) Hofjeswonen (app) Aanleunwoning (app) Bron: Woonzorgweter, huishoudensprognose Overbetuwe en CBS-Microdata.

Figuur 3.6 laat zien dat de behoefte aan traditionele vormen van geclusterd wonen, zoals seniorencomplexen en levensloopbestendige woningen, met de komst van nieuwe generaties geleidelijk zal gaan afnemen. Een deel van de oudere bevolking zal hier echter wel behoefte aan houden. Het hofjeswonen zal aan populariteit winnen.

21

3.6 Aanbodinventarisatie ouderen Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en corporaties komt naar voren dat de gemeente Overbetuwe momenteel beschikt over 435 sociale huurwoningen4 in geclusterde woonvormen voor ouderen. Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Verder zien we circa 322 plaatsen voor woonzorgcentrum. Deze plekken worden bewoond door mensen met somatische (189 plekken) of psychogeriatrische (133 plekken) klachten. De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is: hetzij voor mensen met somatische of psychogeriatrische problematiek, hetzij soms ook voor thuiszorg (Zvw) en tijdelijke zorg.

– Nieuwe locatie in Driel: Vire Hof. Zowel geclusterd wonen als plekken met 24 uur per dag zorg en ondersteuning voor ouderen met een Wlzindicatie. Opleverdatum/jaar niet bekend. – Liefkenshoek in Heteren: hier komt vervangende nieuwbouw. De realisatie van een woonzorgcomplex met 76 plaatsen (momenteel: 83 plaatsen). Opleverdatum/jaar niet bekend. – Nieuwbouw 24 eenheden PG bij Andalhof in Andelst/Herveld. Opleverdatum/jaar niet bekend. • Daarnaast is er in de gemeente nog een aantal initiatieven voor geclusterd wonen voor ouderen en woonzorgcentrum. De realisatie van deze initiatieven is echter nog niet zeker.

De tabel toont het aanbod aan woonvormen voor ouderen zoals dat in de inventarisatie naar voren is gekomen. Het aanbod in de vrije sector huur en koopsector komt voornamelijk vanuit CBS-Microdata; mogelijk hebben we niet al het aanbod in deze sectoren compleet in beeld. Aan zorgaanbieders is gevraagd of zij plannen hebben voor nieuwbouw of herbestemming. Dit levert het volgende beeld op: • Pleyade: Nieuwe locatie geclusterd wonen in Vriezenenck, ongeveer 55 eenheden; zorg op basis van scheiden wonen zorg. Opleverdatum/jaar nog niet bekend. • Stichting Samen Zorgen:

4

Wettelijk is vastgelegd dat huishoudens met een inkomen tot € 40.765 (prijspeil 2022) tot de doelgroep van de woningcorporaties behoren. Zij kunnen een beroep doen op woningen tot de liberalisatiegrens van € 763,47 (prijspeil 2022).

1734.115/G | Woonzorganalyse

22

Tabel 3.7: Aanbod geclusterd woningaanbod naar aanbieder (situatie 2022) Woonzorgcentrum PG Zorgaanbieders ATTENT Zorg en Behandeling Bontekoe De Loohof Zetten Herbergier Elst Pleyade Stichting Samen Zorgen Artemis Corporaties Woningstichting Valburg Woningstichting Heteren Vivare

Woonzorgcentrum SOM

Geclusterd wonen Vrije Sociale sector huur huur Koop

liberalisatiegrens. In onderstaand figuur is de verdeling te zien over de verschillende huurprijsklassen (prijspeil 2022). Figuur 3.7: Verdeling geclusterd wonen corporatiebezit naar huurprijsklasse

39 13

1%

47 13

5% 48

40 25

28 76 25

2

Tot 442 euro

20%

16

443-633 euro

6

634-679 euro

133 110 142

Schatting op basis van microdata

13%

20

60%

680-763 euro > 763 euro

100

135

126

135 696

Bron: Aanbodinventarisatie Companen. Totaal

133

189 322

435

Bron: Aanbodinventarisatie Companen en CBS-Microdata.

Kenmerken geclusterde woningen in het corporatiebezit In de aanbodinventarisatie is aan corporaties gevraagd naar de kenmerken van hun huidige aanbod in geclusterde woonvormen voor ouderen. In totaal hebben de corporaties 405 woningen (sociale huur: 385; vrije sector huur: 20) in geclusterde woonvormen. Het grootste deel hiervan heeft een huurprijs tussen de kwaliteitskortingsgrens en de eerste aftoppingsgrens (60%). Er is 1% geclusterd aanbod voor ouderen met een huurprijs tot de kwaliteitskortingsgrens. Corporaties hebben 5% aanbod geclusterd wonen boven de

1734.115/G | Woonzorganalyse

Voor 311 van de 405 corporatiewoningen hebben we ook informatie van de verhuurders ontvangen over de toegankelijkheid. We weten dat van deze woningen 100% levensloopgeschikt is. Hoeveel procent rolstoelgeschikt is, is onbekend. Naast de huurprijs en toegankelijkheid van de geclusterde woningen van de corporaties in Overbetuwe is in de aanbodinventarisatie ook gevraagd naar andere kenmerken. Voor 142 corporatiewoningen zijn deze kenmerken niet bekend. Van de overige 263 corporatiewoningen heeft circa 12% een ontmoetingsruimte binnen het complex. Voor 43% van de geclusterde

23

woningen voor ouderen is er geen sprake van een inpandige ontmoetingsruimte, maar is er wel een ontmoetingsruimte in de nabijheid van de woningen (max 250 meter). 15% van de geclusterde corporatiewoningen voor ouderen heeft geen ontmoetingsruimte inpandig of in de nabijheid, maar wel een gezamenlijke buitenruimte. Bij circa 30% van de geclusterde woningen voor ouderen is er geen ontmoetingsruimte inpandig of in de buurt, en is er ook geen gezamenlijke buitenruimte.

Tabel 3.8: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, basisprognose (2022 - 2045; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2040 2045 Geclusterd wonen -280 -360 -490 -695 -715 Woonzorgcentrum SOM 90 85 65 20 -10 Woonzorgcentrum PG -80 -95 -135 -240 -310 Totaal -270 -370 -560 -915 -1.035 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Overbetuwe 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.

Van de 263 corporatiewoningen geldt voor 86 woningen (33%) dat ze gelegen zijn in een complex waar een (gezamenlijke) scootmobielberging aanwezig is. Het veelgebruikte keurmerk voor woningen Woonkeur schrijft voor dat er in complexen die gericht zijn op mensen met een zorgvraag ten minste één scootmobielstalling per twee woningen is; voor complexen waar zowel mensen met als zonder zorgvraag wonen, stelt Woonkeur geen harde eis aan het minimaal aantal aanwezige stallingsplaatsen. Indien bewoners een zorgvraag hebben, kan in alle 263 corporatiewoningen Wlz-zorg via VPT of MPT geleverd worden. In zo’n 60% van deze woningen is er een goedwerkende Wifi verbinding aanwezig (ten behoeve van alarmering of zorg op afstand).

Tabel 3.9: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, trendprognose (2022 - 2045; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2040 2045 Geclusterd wonen -280 -405 -635 -1.080 -1.275 Woonzorgcentrum SOM 90 90 80 60 60 Woonzorgcentrum PG -80 -85 -110 -155 -145 Totaal -270 -400 -665 1.175 -1.360 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Overbetuwe 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.

3.7 De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod In onderstaande tabellen is te zien wat de balans is van vraag en aanbod in de basisprognose en de trendprognose, uitgaande van het huidige aanbod en de verschillende vraagprognoses. Negatieve getallen duiden op tekorten, positieve getallen op een overschot.

1734.115/G | Woonzorganalyse

Een vergelijking van de vraagprognoses met het huidige aanbod aan woonvormen voor ouderen, laat zien dat het huidige woningaanbod voor ouderen niet voldoende is om aan de toekomstige vraag te voldoen: • De huidige vraag naar geclusterd wonen voor ouderen is al hoger dan het huidige aanbod. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat mogelijk niet al het aanbod in de vrije sector huur en koopsector in beeld gebracht is; het kan dus zijn dat het tekort in de praktijk lager is dan hier gepresenteerd. In de basisprognose loopt het tekort aan geclusterde woningen op tot 715 woningen in 2045. In de trendprognose is in 2045 het gat tussen vraag en aanbod nog groter met een tekort aan 1.275 woningen. • Het huidige totale aanbod aan plekken in een woonzorgcentrum is in balans met de vraag naar woonzorgcentrum-plekken. Wanneer we echter het onderscheid maken naar SOM en PG, zien we verschillen. De huidige

24

vraag naar plekken in een woonzorgcentrum voor mensen met een Wlzindicatie vanwege psychogeriatrie (PG) is hoger dan het aanbod. We zien een tekort van 80 plekken. In de basisprognose loopt dit tekort op tot 310 plekken en in de trendprognose tot 145 plekken in 2045. Het aanbod aan woonzorgcentrum-plekken voor mensen met een somatische zorgvraag is op dit moment voldoende om in de vraag te voorzien: we zien een overschot van 90 plekken. Volgens de basisprognose is in 2045 een balans tussen vraag en aanbod. In de trendprognose blijft een overschot bestaan. Kijken we naar de marktsegmentatie van de geclusterde woonvormen van ouderen, dan valt het volgende op: • Het huidige aanbod aan geclusterd wonen voor ouderen in de sociale huur is in balans vergeleken met de vraag. We zien dat in 2025 een klein tekort ontstaat wanneer we uitgaan van de basisprognose. Dit tekort loopt in de basisprognose op tot 55 woningen in 2045. Wanneer we uitgaan van de trendprognose zien we een tekort van 255 geclusterde sociale huurwoningen in 2045. Let wel: hierbij gaan we uit van de huidige voorraad. • Op basis van de inventarisatie lijkt er in de vrije huursector een klein overschot te zijn aan geclusterd wonen. In 2045 is vraag-aanbod in balans wanneer we uitgaan van de basisprognose en is er een tekort tot 60 woningen wanneer we uitgaan van de trendprognose.

• Voor geclusterd wonen in de koopsector is er momenteel al een tekort te zien. Het tekort loopt op tot 655 woningen in 2045 wanneer we uitgaan van de basisprognose, en tot 965 woningen wanneer we uitgaan van de trendprognose.

1734.115/G | Woonzorganalyse

Tabel 3.10: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, basisprognose (2022 - 2045; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2040 2045 Sociale huur 15 -5 -25 -65 -55 Vrije sector huur 25 25 15 -5 -5 Koop -315 -375 -475 -625 -655 Totaal -280 -360 -490 -695 -715 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Overbetuwe 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata. Tabel 3.11: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, trendprognose (2022 - 2045; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2040 2045 Sociale huur 15 -25 -85 -200 -255 Vrije sector huur 25 15 -5 -45 -60 Koop -315 -400 -550 -840 -965 Totaal -280 -405 -635 -1.080 -1.275 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Overbetuwe 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.

Spreiding van voorzieningen In kernen en wijken waar veel ouderen wonen, is het belangrijk dat er voorzieningen aanwezig zijn. Op de interactieve kaart is te zien dat in ElstNoord een groot aandeel ouderen woont; in deze wijk zijn ook veel voorzieningen aanwezig. In sommige andere kernen is het aandeel ouderen in 2045 ook relatief hoog, maar zijn minder voorzieningen aanwezig. Dat geldt bijvoorbeeld voor Oosterhout – inwoners van deze kern maken echter ook gebruik van de voorzieningen in het nabijgelegen Nijmegen-Noord.

25

4 Mensen met een beperking

lichamelijke

Tussen de (somatische) ouderenzorg en de zorg voor mensen met een lichamelijke beperking bestaat enige overlap. Mensen met een (al dan niet aangeboren) lichamelijke beperking hebben net als ouderen vaak behoefte aan een aangepaste woning en soms ook aan (intensieve) zorg. In dit hoofdstuk brengen we de langdurige zorgvragers met een lichamelijke beperking in beeld, en gaan we in op de vraag naar toegankelijke woningen vanuit deze groep en de groep ouderen in Overbetuwe.

4.1 Doelgroep en context Over het algemeen wonen mensen die vanwege lichamelijke beperkingen Wlzzorg ontvangen in kleinschalige, geclusterde concepten. Een deel van deze mensen woont in een groepswoning met gedeelde voorzieningen.

Daarnaast moet er ook voldoende parkeergelegenheid zijn in de directe omgeving, bij voorkeur voor de deur.

4.3 Vraaganalyse Vraag naar woonzorgplekken voor LG-doelgroep Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2022 hadden in Overbetuwe 25 mensen een LG-indicatie. Dit zijn met name mensen tussen de 18 en 65 jaar. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat de vraag naar woonplekken voor deze groep de komende jaren gelijk blijft; een vraag van 25 woonplekken. De vraag vanuit de groep mensen met een lichamelijke beperking kan worden opgevangen door middel van woonvormen die speciaal bedoeld zijn voor deze groep. Wanneer we naar het aanbod aan plekken voor mensen met een lichamelijke beperking kijken, hebben we 1 woonplek in beeld van Stichting Driestroom. Daarnaast heeft Fokus Wonen 17 woonplekken voor mensen met een lichamelijke beperking.

4.2 Woonwensen en woonvormen Mensen met een lichamelijke beperking hebben allen behoefte aan een goed toegankelijke woning. De mate waarin een woning moet zijn aangepast is natuurlijk afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Het is niet belangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn. De woning zelf moet het liefst gelijkvloers zijn en genoeg ruimte bieden in de badkamer voor diverse hulpmiddelen. De woonomgeving moet toegankelijk zijn en de woning moet gelegen zijn in de buurt van voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=b0d1c9dc-4a5f-4afd-9cb8-e8b5baf4eca6