22-12-20.03 Welstandsnota 2016 (3).pdf
Tekst van het document
De oudste woningbouw bestaat uit strookbebouwing en halfvrijstaande woningen van één tot twee bouwlagen met een zadeldak evenwijdig aan de straat. De schaal van deze bebouwing is klein. De panden zijn ondiep en de perceelmaat is relatief smal. De woningen richten zich naar de weg. De gevels zijn vlak.
Vanaf de jaren zestig ontstaat er meer variatie in woningtypes, onder andere halfvrijstaande woningen en bungalows. De laatste bevinden zich aan de randen van de wijk omgeven door veel groen en op ruime kavels. Andere dakvormen dan zadeldaken, zoals platte daken, komen hier vaak voor.
73
Welstandsnota 2016
Detaillering De eerste woningen uit de wederopbouwperiode zijn overwegend opgebouwd uit een rode baksteen met een rood gebakken of gesmoord pannendak. In een aantal situaties zijn de gevels na een renovatie gepleisterd of voorzien van plaatmateriaal. De gevelopeningen zijn klein. Meestal is er één groot raam voor de woonruimte, verder zijn er smalle of vierkante ramen voor de overige ruimtes. Luifeltjes boven de voordeur zijn een veel voorkomend element. De detaillering is overwegend sober. Dakkapellen komen vaak voor en zijn een opvallend element in het straatbeeld. Soms zijn ze voorzien van een zinken puntdak.
In de woningbouw uit latere periodes wordt vaak een gele of lichtbruine baksteen gebruikt. Zwarte daken zijn overheersend. Een typisch kenmerk uit deze periode zijn de paneelvullingen in de gevels. De raamopeningen met name op de begane grond zijn opvallend groot (‘doorzonwoningen’). Ook komen er balkons aan de voorzijde voor.
Bijzondere elementen Door hun openbare functies vormen scholen en kleinschalige winkelcentra, bijzonder elementen in deze wijken. Dit komt vooral door hun schaal, maat en afwijkende vormgeving. Het zijn lage, paviljoenachtige gebouwen, meestal gesitueerd in een parkje centraal in de wijk. Ze bestaan uit één (soms twee) bouwlagen voorzien van een plat dak. De gevelopeningen zijn groot waardoor sprake van grote glazen gevels. 74
Welstandsnota 2016
Welstandsbeleid Verantwoording De woonwijken van de wederopbouwperiode zijn in het algemeen eenvormig in hun vormgeving en stedenbouwkundige structuur. Deze eenheid heeft een zekere cultuurhistorische waarde maar de architectuur is over het algemeen sober. De eenheid is uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen, maar andere architectuur is geen probleem en kan zelfs een verbetering brengen. Binnen de wijken zijn echter ook meer divers vormgegeven delen te vinden. Hier is ook ruimte voor diverse vormgeving. Beleid 1. De belangrijkste karakteristieken van de directe omgeving dienen te worden gerespecteerd. Zie daartoe de gebiedsbeschrijving. 2. Bij nieuwbouw is vernieuwing mogelijk mits ze de ruimtelijke kwaliteit van de wijk versterken. 3. Bij verbouwingen en uitbreidingen aan de bijzondere elementen dienen de bebouwingskarakteristieken te worden behouden en waar mogelijk versterkt. 4. Aan de randen met het buitengebied mogen geen lichte kleuren of glimmende materialen worden toegepast. 5. In representatieve gebieden dient de bestaande architectuur versterkt/verbeterd te worden. 6. Twee wederopbouwgebieden (buurtschap Tichelmanstraat bij Zetten en Leedjes bij Driel) liggen op enige afstand van de dorpen en vallen in het welstandsregiem Laag.
Deze gebieden zijn aansluitend op dit hoofdstuk beschreven met gebied 7, pagina ? Welstandscriteria Bouwplannen worden getoetst aan de volgende welstandscriteria: Situering 1. Bouwplannen dienen gesitueerd te worden conform de bestaande karakteristieken in de directe omgeving. Zie daartoe de gebiedbeschrijving. 2. 2Afwijkende situering is mogelijk indien het de vervanging van een compleet stedenbouwkundig ensemble betreft. 3. Bijgebouwen dienen zodanig te zijn gesitueerd dat zij ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. 4. Openbare gebouwen of gebouwen van bijzondere functies kunnen afwijkend zijn gesitueerd. Vormgeving 1. De bebouwingskarakteristieken van de directe omgeving dienen te worden gerespecteerd. Zie daartoe de gebiedsbeschrijving 2. Bij nieuwbouw is vernieuwing mogelijk mits deze in maat en schaal aansluit op de directe omgeving of als het de vervanging van een compleet stedenbouwkundig ensemble betreft. 3. Openbare gebouwen of gebouwen met bijzondere functies kunnen afwijkend zijn vormgegeven. 4. Een aanbouw mag niet dominant zijn ten opzichte van het hoofdgebouw. Het moet bovendien qua vorm goed aansluiten op de bestaande bouw. 5. De plaats, afmeting en verhoudingen van de raam-, deur- en andere openingen dienen goed op elkaar en op de karakteristieken van het gebouw te zijn afgestemd.
75
Welstandsnota 2016
Detaillering, kleuren en materialen 1. Bij uitbreidingen, verbouwingen en veranderingen dienen materialen en kleuren toegepast te worden die gelijk zijn aan of harmoniërend met het bestaande gebouw. 2. Bij nieuwbouw zijn diverse kleuren en materialen toegestaan mits deze harmoniëren met de directe omgeving. 3. De gekozen detaillering, materialen en kleuren dienen het karakter van het bouwwerk te ondersteunen. 4. Aan de randen met het buitengebied mogen geen lichte kleuren of glimmende materialen worden toegepast. Bij reclame, monumenten, zendinstallaties en antennes gelden de criteria zoals beschreven in hoofdstuk 5. Welstandsbeleid Buurtschappen Tichelmanstraat in Zetten en Leedjes in Driel Verantwoording Deze twee gebieden liggen op enige afstand van het dorp en vormen een soort enclaves. Door hun solitaire ligging is in de loop der tijd een eigen wereld ontstaan. Die wereld kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan bebouwing zoals aan- en uitbouwen, dakkapellen, dakopbouwen en bijgebouwen. Ook onderlinge verschillen van plaats, afmetingen en detail zijn daarbij bepalend. Vooral aan de achterkant is er nauwelijks sprake van enige samenhang. Deze eigenschappen maakt dat voor die gebieden een lager of geen welstandsregiem gerechtvaardigd is. Beleid 1.
Aan de voorzijde zijn aan- en uitbouwen en overige bebouwing toegestaan mits dat geen afbreuk doet aan het omgevingsbeeld. 2. Dakkapellen op het voordak zijn toegestaan mits minimaal 1,00 m. dakvlak boven, onder en ter weerszijden van de dakkapel en tot midden woningscheidende bouwmuren. De afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/ dakvoet van de dakkapel). Dakkapellen mogen niet hoger zijn dan 1,50 m. gemeten van voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim. Schuin hellend daken zijn toegestaan mits gelijk aan een al bestaande dakkapel op het zelfde dakvlak of in geval de dakhelling van de woning groter is dan 45º en de dakhelling van de dakkapel tenminste 25º; 3. Aan de achterzijde gelden geen welstandscriteria. Buurtschap Tichelmanstraat Zetten
76
Welstandsnota 2016
Buurtschap Leedjes Driel
77
Welstandsnota 2016
Gebied 8 Woonwijken jaren zeventig en tachtig Gebiedsbeschrijving Structuur De uitbreidingswijken uit deze periode in de kernen van Overbetuwe hebben veel overeenkomsten met woonwijken die gelijktijdig overal werden gerealiseerd in Nederland. Het betreft relatief grootschalige uitbreidingen aan de randen van de toenmalige dorpsgrenzen. In tegenstelling tot de woonwijken uit de jaren ervoor is nu meestal sprake van één (gebogen of meanderende) ontsluitingsweg door de wijk, waaraan woonerven of hofjes liggen. Het straatprofiel is ruim, en opgebouwd uit de weg, trottoirs aan weerszijden met vaak ook nog parkeerhavens. Parkeren gebeurt op straat of in hofjes en soms op het eigen erf . De woonfunctie is dominant, scholen en andere voorzieningen, indien aanwezig, zijn geconcentreerd op één plek centraal in de wijk en omgeven door een gazon of park. Strookbebouwing in twee lagen met een kap is het meest voorkomende bebouwingsbeeld. Sociale woningbouw komt in deze wijken veel voor. De woningen zijn op de weg georiënteerd en volgen de rooilijn. Op enkele plekken komt een zaagtandverkaveling voor. In de periode ná 1980 ontstaan er aan de randen van de kernen gebieden met vrijstaande (vrije sector) bebouwing. Deze woningen zijn gericht op het (toenmalige) uitzicht naar het buitengebied. Er is een grotere diversiteit aan woningtypes in deze latere periode.
78
Welstandsnota 2016
Bebouwing De hoofdvorm van de bebouwing bestaat uit strookbebouwing of halfvrijstaande woningen in twee lagen met een kap. Andere minder voorkomende woningtypen zijn de bungalow en de vrijstaande woning. De overheersende dakvorm is het zadeldak met de nok parallel aan de weg. Andere voorkomende dakvormen zijn het schilddak, lessenaarsdak en het platte dak. Laagbouw overheerst, flats en hoogbouw komen nauwelijks voor.
De hoofdvorm is overwegend eenvoudig. Schuren en garages bevinden zich in enkele gevallen aan de voorzijde van de woning. De woningen zijn op de weg georiënteerd. In enkele gevallen richten ze zich naar een woonerf of een doodlopende voetgangersroute. Het aantal woningtypes in deze wijken is dikwijls beperkt en er is een grote mate van herhaling.
In de zones waar veel (half)vrijstaande woningbouw voorkomt, aan de randen van de kernen en grenzend aan het buitengebied, is de variatie in woningtypes groter. De overheersende bouwstijl is traditioneel. De hoofdvorm heeft één tot maximaal twee bouwlagen met een kap. Wolfseinden en schilddaken komen voor. Detaillering
79
Welstandsnota 2016
Het kleurgebruik is rustig en onopvallend. Lichtbruine, rode of gele baksteen komen het meest voor. De daken zijn bruin of zwart. Soms zijn er ook leiendaken. Rode daken komen minder vaak voor. Opvallend is de trend naar lichtere kleuren voor de gevels in de periode ná 1980. Lichtgele, roomwitte en witte baksteen en betonsteen worden dan vaak toegepast. De gevels zijn meestal vlak. Balkons en dergelijke aan de straatzijde komen zelden voor. Wel zijn er soms opvallende dakvormen, en kleine aanbouwen als entreepartijen, of erkers en serres. De woningen uit de jaren ‘70 hebben vaak grote raampartijen (doorzonwoning). In de latere bebouwing zie je een terugkeer naar kleinere kozijnen. De plaatsing van garages en carports krijgen een steeds belangrijker plek zoals náást of voor de woning.
Welstandsbeleid Verantwoording De verkaveling en daarmee de situering van gebouwen is in deze gebieden divers. Er komen wel veel woonhofjes voor die via één doorgaande weg worden ontsloten. Er is een ruime variatie aan woningtypes gebouwd. Binnen een buurt of straat is er een bepaalde mate van eenheid en herhaling. De architectonische kwaliteit is over het algemeen gemiddeld. De kwaliteit van de wijken zit over het algemeen meer in de ruime opzet dan in de bebouwing. De bebouwing langs de randen bevindt zich vaak aan een doorgaande weg of is gericht naar het buitengebied en vormt daarmee het gezicht van de wijk.
80
Welstandsnota 2016
Beleid 1. De belangrijkste karakteristieken van de directe omgeving dienen te worden gerespecteerd. Zie daartoe de gebiedsbeschrijving 2. Vernieuwing is onder voorwaarden mogelijk. Dit dient dan wel de ruimtelijke kwaliteit van de wijk te versterken. Daartoe gelden de criteria voor architectonische kwaliteit in hoofdstuk 5.2. 3. Langs doorgaande wegen of aan de randen met het buitengebied dient een hoge architectonische kwaliteit te worden gerealiseerd. 4. In representatieve gebieden dient de bestaande architectuur versterkt/verbeterd te worden. Welstandscriteria Bouwplannen worden getoetst aan de volgende welstandscriteria: Situering 1. Bouwplannen dienen zoveel mogelijk gesitueerd te worden conform de bestaande karakteristieken in de directe omgeving. Zie daartoe de gebiedsbeschrijving 2. Afwijkende situering is mogelijk indien het de vervanging van een compleet stedenbouwkundig ensemble betreft. 3. Bijgebouwen dienen zodanig te zijn gesitueerd dat zij ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. 4. Openbare gebouwen of bijzondere functies kunnen afwijkend zijn gesitueerd. Vormgeving 1. De bebouwingskarakteristieken van de directe omgeving dienen te worden gerespecteerd. Zie daartoe ook de gebiedsbeschrijving. 2.
Bij nieuwbouw is vernieuwing mogelijk mits deze in maat en schaal aansluit op de directe omgeving of als het de vervanging van een compleet stedenbouwkundig ensemble betreft. 3. Openbare gebouwen of gebouwen met bijzondere functies kunnen afwijkend zijn vormgegeven. 4. Een aanbouw mag niet dominant zijn ten opzichte van het hoofdgebouw. Hij moet bovendien qua vorm goed aansluiten op de bestaande bouw, zowel in vorm als in kleur en materiaal. 5. Langs doorgaande wegen en de randen met het buitengebied dient de bebouwing van goede architectonische kwaliteit te zijn. Hiervoor worden ook de criteria uit paragraaf 5.2 gehanteerd (representatieve gebieden). 6. De plaats, afmeting en verhoudingen van de raam-, deur- en andere openingen dienen goed op elkaar en de karakteristieken van het gebouw te zijn afgestemd. Detaillering, kleuren en materialen 1. Bij uitbreidingen, verbouwingen en veranderingen dienen materialen en kleuren toegepast te worden die gelijk aan of harmoniëren met het bestaande gebouw. 2. Diverse kleuren en materialen zijn toegestaan mits deze harmoniëren met de directe omgeving. 3. Aan de randen met het buitengebied mogen geen lichte kleuren of glimmende materialen worden toegepast. 4. De gekozen detaillering, materialen en kleuren ondersteunen het karakter van het bouwwerk.
81
Welstandsnota 2016
Gebied 9 Woonwijken recente uitbreidingen Gebiedsbeschrijving Structuur In een aantal kernen zijn omvangrijke nieuwe woonwijken na 1990 gerealiseerd. Het betreft planmatig opgezette uitbreidingswijken aan de randen van het dorp. In veel geval-len aan de hand van een beeldkwaliteitsplan zoals in Valburg de ‘Woerden’, in Heteren ‘plan-tage Melkweide’,in Randwijk ‘Randwijk-west’ en in Elst ‘Lanenbuurt A’. De wijken zijn meestal beperkt toegankelijk middels één of twee toegangswegen. Een slingerende rondweg of een strak geometrisch patroon komen voor als hoofdontsluitingswegen binnen de wijk (Elst en Heteren). Water is een terugkerend element in deze wijken, in de vorm van wadi’s, sloten of vijvers. Groenstructuren leggen verbindingen met het landelijke buitengebied en zijn bepalend voor de veelal landelijke sfeer in de buurten. Er wordt veel aandacht besteed aan scheiding van langzaam en gemotoriseerd verkeer. Parkeren geschied meestal op het eigen erf of in parkeerhavens of hofjes. De bebouwing is ruim opgezet en bestaat overwegend uit twee bouwlagen met een kap. Water is een terugkerend element in deze wijken, in de vorm van wadi’s, sloten of vijvers
82
Welstandsnota 2016
De wijken zijn meestal opgebouwd uit projectmatig gebouwde gedeeltes. Aan de randen zijn er zones met vrijstaande vrije sectorwoningen. Hier is de variatie in types groter. Kleinschalige appartementencomplexen komen ook voor zoals in Heteren. De woningen zijn op de weg georiënteerd, de rooilijn heeft soms een zaagtandmodel (Heteren) maar volgt meestal de straat. In de Lanenbuurt in Elst is er juist voor gekozen om de woningen en woonblokken ten opzichte van elkaar te laten verspringen. Aan de voorzijde zijn meestal tuinen en opritten naar de garages. Aan de achterzijde grenzen de tuinen aan elkaar of soms aan het water en zijn vlonders aangebracht.
Bebouwing De stijl van de bebouwing is divers, maar overwegend ‘modern’ van snit. Woningen die op de jaren dertig zijn geïnspireerd maar dan in een “modern jasje” is een veel voorkomend beeld. Het betreft hoofdzakelijk geschakelde, vrijstaande en halfvrijstaande woningen, afgewisseld door enige rijtjeswoningen.
De hoofdvorm bestaat uit twee bouwlagen met een kap. De kapvormen zijn divers maar een zadeldak, plat dak en schilddak komen het meeste voor. Er is veel aandacht besteed aan de hoekwoningen. Opvallend is de herhaling van woningty-pes, waardoor de straten een eenheid vertonen die door aan of uitbouwen echter ook makkelijk zou kunnen worden verstoord.
83
Welstandsnota 2016
Het effect van de beeldkwaliteitplannen is vooral zichtbaar in de opzet van de hoofdvorm, het materiaal- en kleurgebruik van de woningen. Bij de projectmatig gebouwde gedeeltes is dit het meest zichtbaar vanwege de herhalingen van, soms zeer specifieke, bouwmassa’s waardoor een sterke ritmiek in de straatgevelwand is ontstaan. Door het toepassen van verschillende architectuurthema’s hebben woonbuurten hun eigen identiteit gekregen. In Valburg valt de inrichting van de openbare ruimte en de groenvoorziening op. In de Lanenbuurt in Elst is middels het beeldkwaliteitsplan juist veel aandacht besteed aan een gevarieerd straat- en bebouwingsbeeld. Woningen en woonblokken hebben onderling verspringende rooilijnen en goothoogtes en er is een afwisseling in kaprichtingen toegepast. De toepassing van een drietal kleurenpaletten die onderling subtiele nuances vertonen ondersteund het gevarieerde bebouwingsbeeld maar zorgt tevens voor een verwantschap.
84
Welstandsnota 2016
Detaillering Erkers, dakkapellen en serres zijn terugkerende elementen. Het materiaalgebruik is hoofdzakelijk baksteen voor de gevels, in vele tinten. Donkere steensoorten, warme kleuren, maar ook lichte kleuren als roomwit komen voor. Betimmerde en gepleisterde gevels komen voor. De daken hebben rode of zwarte pannen. Ook platte daken komen voor. In de gedeeltes waar individuele woningen zijn gebouwd is het met name het kleur- en materiaalgebruik dat aan de BKP’s refereert. Daarbij is sprake van een voorgeschreven kleur voor de gevels, en voor de dakpannen. De kwaliteit van de detailleringen en materiaalgebruik is overwegend hoog. Bijzondere details in deze buurten zijn ronde ramen, dakopbouwen van glas of hout, door de gootlijn opgetrokken geveldelen en bijzondere erfafscheidingen. In Zetten-West zijn zonnepanelen en zonnecollectoren geïntegreerd in de ontwerpen van de diverse kapvormen.
85
Welstandsnota 2016
Bijzondere elementen In Zetten, langs de Magdalena en Kerkewei, bevindt zich een projectmatig opgezette wijk die afwijkt van de overige woonwijken. Het betreft een op zichzelf staande wijk die in meerderheid een Vlaamse of Kempische bouwstijl heeft. Ook zijn enkele woningen uitgevoerd in Engelse cottagestijl. De tot nu toe gerealiseerde woningen zijn vrijstaande villa’s met twee tot drie bouwlagen en een samengestelde kap. Het materiaalgebruik is veelal recuperatie- (hergebruikte) baksteen. Ook voor de dakbedekking is hergebruikt materiaal toegepast. Dit zijn zowel rode als zwarte dakpannen en leisteenpannen. Verder is als bouwmateriaal natuurstenen, lood en zink toegepast. Serres, erkers en dakkapellen completeren dit beeld. Het plan is ontwikkeld op basis van een visie ten aanzien van de architectuur en inrichting. Daardoor heeft deze wijk een zekere samenhang en is het beeldbepalend voor de noordelijke entree van Zetten.
86
Welstandsnota 2016
Een ander bijzonder element in de recente woongebieden is de toepassing van het (semi) openbare groen en water. Oude boomgaarden en beukenhagen maken deel uit van het straatbeeld en vormen een integraal geheel met de bebouwing (Valburg). Groene corridors zorgen voor ruimtelijke verbindingen met het landelijke buitengebied. Bomenrijen in de straten, voortuinen en blokhagen als erfafscheidingen dragen bij aan het groene karakter en het dorpse bebouwingsbeeld. In De Lanenbuurt vormt de monumentale boerderij Westeraam een centraal gelegen groene ruimte in de uitbreidingswijk. Erf en bebouwing bepalen het beeld van de belangrijkste zichtassen in deze wijk.
Welstandsbeleid Verantwoording De meest recente woonwijken in de dorpen kenmerken zich overwegend door een hoge ruimtelijke kwaliteit. De openbare ruimte en de woningen zijn zorgvuldig ontworpen en op elkaar afgestemd. Deze zorgvuldigheid is een belangrijke kwaliteit van de wijken die bewaard dient te blijven. Er is veel variatie in vormgeving, vooral bij de particuliere ‘vrije sector’ woningen. Binnen de projectmatig gebouwde gedeelten is wel sprake van een duidelijke eenheid. De relatief hoge kwaliteit van de architectuur en de eenheid binnen stedenbouwkundige setting zijn belangrijke kwaliteiten van deze wijken. De bebouwing op de overgang met het buitengebied is dikwijls beeldbepalend voor de wijk. Beleid 1. Bij verbouwingen en uitbreidingen dienen de belangrijkste karakteristieken van de directe omgeving te worden behouden. Zie daartoe de gebiedsbeschrijving 2. Bij nieuwbouw is vernieuwing mogelijk mits de bestaande architectuur versterkt en/of verbeterd wordt. Daartoe gelden de criteria voor architectonische kwaliteit in hoofdstuk 6.2. 3. In wijken waaraan een beeldkwaliteitsplan ten grondslag heeft gelegen gelden de hieruit voortvloeiende eisen niet meer na vaststelling van deze welstandsnota. Welstandscriteria Bouwplannen worden getoetst aan de volgende welstandscriteria: Situering 1.
Bouwplannen dienen zoveel mogelijk gesitueerd te worden conform de bestaande karakteristieken. Zie daartoe de gebiedbeschrijving. 2. Bijgebouwen dienen zodanig te worden gesitueerd dat zij ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. 3. Openbare gebouwen of gebouwen met bijzondere functies kunnen afwijkend zijn gesitueerd. 4. Langs doorgaande wegen en de randen met het buitengebied dienen achtergevels en bijgebouwen zodanig te zijn gesitueerd dat zij het straatbeeld niet verstoren.
87
Welstandsnota 2016
Vormgeving 1. Bij verbouwingen en uitbreidingen dienen de bebouwingskarakteristieken van de directe omgeving te worden behouden. Zie de gebiedsbeschrijving. 2. Bij nieuwbouw is vernieuwing mogelijk mits deze in maat en schaal aansluit op de directe omgeving. Dit kan ook als het de vervanging van een compleet stedenbouwkundig ensemble betreft. 3. Openbare gebouwen of gebouwen met bijzondere functies kunnen afwijkend zijn vormgegeven. 4. Een aanbouw mag niet dominant zijn ten opzichte van het hoofdgebouw. Hij moet bovendien qua vorm goed aansluiten op de bestaande bouw. 5. Langs doorgaande wegen en de randen met het buitengebied dient de bebouwing en hoge architectonische kwaliteit te hebben. 6. De plaats, afmeting en verhoudingen van de raam-, deur- en andere openingen dienen goed op elkaar en de karakteristieken van het gebouw te zijn afgestemd. Detaillering, kleuren en materialen 1. Bij uitbreidingen, verbouwingen en veranderingen dienen materialen en kleuren te worden toegepast die gelijk zijn aan of harmoniëren met het bestaande gebouw. 2. Bij nieuwbouw zijn diverse kleuren en materialen toegestaan mits deze harmoniëren met de directe omgeving. Daar waar sprake is van een eenduidig materiaalgebruik in de straat (kleur dakpan en baksteen) moeten gelijke kleuren worden toegepast. 3.
Aan de randen met het buitengebied dienen geen grote vlakken met lichte kleuren of glimmende materialen te worden toegepast. 4. De gekozen detaillering, materialen en kleuren ondersteunen het karakter van het bouwwerk. Bij reclame, monumenten, zendinstallaties en antennes gelden de criteria zoals beschreven in hoofdstuk 5.
88
Welstandsnota 2016
Gebied 11 Bedrijventerreinen Gebiedsbeschrijving Structuur De bedrijventerreinen zijn te verdelen in een aantal types: 1. kleinschalige bedrijvigheid, veelal ambachtelijk van aard en agrarisch gericht en opgenomen in de structuur van de kernen. Ook oude pakhuizen komen nog voor (Slijk-Ewijk); 2. middelgrote bedrijven in of nabij de oude kernen; 3. de nieuwe grootschalige bedrijventerreinen gelegen aan belangrijke doorgaande wegen. 1. Van dit type zijn voorbeelden te vinden in Heteren. Het gaat om landbouwmechanisatiebedrijven, kwekerijen en detailhandel (verkoop fruit, etc.). Soms staat er nog een oude boerderij voor en bevindt het bedrijf zich erachter in een loods of schuur. Ze maken deel uit van de omgeving.
2. Oudere bedrijven bestaande uit hallen en loodsen, bevinden zich in veel gevallen nu temidden van woonwijken. Nieuwbouw in deze categorie betreft vaak bedrijfswoningen aan de rand van een bedrijventerrein met achtergelegen hallen.
89
Welstandsnota 2016
3. Grootschalige nieuwe bedrijventerreinen zijn te vinden in Elst, Andelst en in Heteren. In Andelst is langs de A2 het bedrijventerrein De Schalm gelegen. Hier is in de verkavelingsopzet een zonering aangebracht waarbij in de representatieve zone langs de snelweg hogere eisen aan de beeldkwaliteit zijn gesteld.
Bebouwing 1. Kleinschalige bedrijvigheid De hoofdvorm bestaat uit een boerderijachtig pand van één bouwlaag met een grote kap. Hierachter of hiernaast staan één of meerdere grote schuren en hallen. Ook deze hebben één bouwlaag en een flauw hellend dak. De gebouwen richten zich meestal met een kopgevel naar de weg. Het is niet altijd zichtbaar dat het een bedrijf betreft. 2. Middelgrote bedrijven Deze gebouwen bevinden zich in de kernen, langs de invalswegen en in de nabijheid van spoorwegtracés of vaarwater. Het zijn lage, grootschalige gebouwen. De omringende ruimte bestaat uit parkeer en opslagruimte, meestal goed zichtbaar vanaf de doorgaande weg waardoor een niet al te fraaie omgeving ontstaat. De gebouwen hebben één bouwlaag met een plat, flauw hellend of soms half rond dak. De kwaliteit van de gebouwen is niet altijd even goed.
90
Welstandsnota 2016
Nieuwe bedrijven zijn te vinden in de kernen langs de invalswegen of bij kleinschalige bedrijventerreinen in de kernen. Vaak bestaan ze uit een bedrijfswoning of kantoor/verkoopgedeelte en hierachter een productieloods. De bedrijfswoningen zijn vrijstaande woningen, maximaal twee bouwlagen met een kap. De loodsen hebben een plat of flauw hellend dak en zijn opgetrokken uit plaatmateriaal (damwand).
3. Grootschalige bedrijventerreinen De bedrijven hebben een representatieve voorzijde, gericht op de doorgaande weg of snelweg. Het zijn meestal rechthoekige gebouwen. In enkele gevallen bevindt zich een kantoorgedeelte aan de voorzijde met hierachter een hal. De kwaliteit van de vormgeving van de gebouwen is overwegend hoog. Opvallend is de toepassing van klassieke architectuurstijlen in de gevels van de bebouwing langs de A2 in Andelst. Veel nieuwe bedrijventerreinen zijn tot stand gekomen aan de hand van een beeldkwaliteitplan. De resultaten hiervan zijn vooral zichtbaar in de hoge architectonische kwaliteit op de zichtlocaties en in de inrichting van de percelen. Parkeren voor werknemers en opslag van materialen vindt zoveel mogelijk uit het zicht plaats en voorerven zijn veelal ingericht als tuin. Erfafscheidingen zijn transparant en zoveel mogelijk achter de voorgevel geplaatst. Groenvoorzieningen maken deel uit van de inrichting van de (semi) openbare ruimte.
Detaillering 1. Kleinschalige bedrijvigheid De gevels bestaan uit roodbruin metselwerk of zijn wit gepleisterd. De daken hebben rode of zwarte dakpannen. Een enkel rieten dak komt voor. De bedrijfsgebouwen/hallen zijn opgetrokken uit rode baksteen of plaatmateriaal. Daken zijn soms van dakpannen maar vaker van golfplaat.
91
Welstandsnota 2016
2. Middelgrote bedrijven Het materiaal en kleurgebruik van de gebouwen is divers. De woningen hebben dezelfde kenmerken als vrijstaande vrije sectorwoningen in een woonwijk. Kleuren en materialen zijn witte of roodbruine baksteen, en pannen voor de daken. De hallen bestaan uit plaatmateriaal met een dak van golfplaten. Ook gemetselde hallen komen voor.
3. Grootschalige bedrijventerreinen Toegepaste materialen zijn plaatmaterialen als golfplaten, damwandprofielen of vlakke beplatingen in diverse kleuren. De kantoorgedeeltes zijn vaak opgetrokken in metselwerk, soms in opvallende kleuren. Luifels, dakoverstekken en opvallende dakvormen komen veel voor. Grote reclamemasten komen vooral voor langs de A50 in Heteren. Felle kleuren zijn alleen beperkt toegepast om bepaalde onderdelen te accentueren.
Welstandsbeleid Verantwoording De bedrijventerreinen zijn zeer verschillend van aard. De oudere bedrijventerreinen zijn verweven met de stedenbouwkundige structuur van de kernen. De kwaliteit van de vormgeving is hier erg divers. Maat en schaal van de bedrijfsgebouwen conflicteren soms met de kleinschalige bebouwing binnen de kernen. Sommige gebouwen hebben een vormgeving die goed past binnen de directe omgeving. De nieuwe bedrijventerreinen staan vaak meer los van de kernen. De openbare ruimte is hier vaak zorgvuldig ontworpen. Kenmerkend is ook de aandacht die wordt gegeven aan de representatieve zijde van de bebouwing. Het is belangrijk dat de bebouwing de relatie met het groene buitengebied niet verstoord. Beleid 1. De bebouwingskarakteristieken van de directe omgeving dienen te worden gerespecteerd. Zie ook de gebiedsbeschrijving. 2. In representatieve gebieden dient de bestaande architectuur versterkt/verbeterd te worden.
Welstandscriteria Bouwplannen worden getoetst aan de volgende welstandscriteria:
92
Welstandsnota 2016
Situering 1. Het representatieve gedeelte ven het gebouw dient zich naar de openbare weg te richten. 2. Secundaire bebouwing en aanbouwen (loodsen, opslagruimte, stallingen enzovoorts) dienen qua situering ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw. Vormgeving 1. De bebouwing kan in maat en schaal variëren maar dient afgestemd te worden op de bebouwing in de directe omgeving. 2. Uitbreidingen dienen ook te worden afgestemd op het bestaande gebouw. 3. De vanaf de openbare ruimte zichtbare zijdes van de bebouwing dienen een gelijkwaardige, representatieve kwaliteit te hebben. 4. Langs doorgaande wegen en de randen met het buitengebied dient de bebouwing van architectonische kwaliteit te hebben. Hiervoor worden de criteria uit paragraaf 5.2 gehanteerd (representatieve gebieden). 5. De plaats, afmeting en verhoudingen van de raam-, deur- en andere openingen dienen goed op elkaar en op het gebouw te zijn afgestemd. Detaillering, kleuren en materialen 1. Bij uitbreidingen, verbouwingen en veranderingen dienen materialen en kleuren toegepast te worden gelijk aan of harmoniëren met het bestaande gebouw. 2. Bij nieuwbouw zijn diverse kleuren en materialen toegestaan mits deze harmoniëren met de directe omgeving. 3. Aan de randen met het buitengebied dienen geen grote vlakken met lichte kleuren en glimmende materialen te worden toegepast. 4.
De gekozen detaillering, materialen en kleuren ondersteunen het karakter van het bouwwerk.
93
Welstandsnota 2016
Gebied 12 Elst centrum Gebiedsbeschrijving Structuur Het centrum van Elst wordt gevormd door de licht gekromde Dorpsstraat. Deze straat is een aftakking van de voormalige doorgaande weg ArnhemNijmegen. De Grote kerk markeert het begin van de straat. Halverwege de Dorpsstraat bevindt zich een plein met het gemeentehuis. De Dorpsstraat is hier gedeeltelijk autoluw. Hierna vernauwt de weg zich. De lintbebouwing wordt minder aaneengesloten waarna het centrum geleidelijk overgaat in minder stedelijke bebouwing van de Valburgseweg. Enkele stegen en zijstraten behoren ook nog tot het centrum. De oorspronkelijke bebouwing hier is van voor 1950 en bestaat uit lage vrijstaande woningen, semi-bungalows en kleine boerderijtjes. De Dorpsstraat heeft een breed straatprofiel gevormd door trottoirs aan weerszijden, parkeerhavens en een enkele rijbaan. Ten zuiden van de Dorpsstraat bevindt zich een groot plein omzoomd door grootschalige bebouwing. De maatvoering van het plein en de bebouwing vormt een contrast met de Dorpsstraat en zijn bebouwing.
94
Welstandsnota 2016
De straatwanden worden gevormd door overwegend twee- en drielaagse bebouwing met langskappen. Het betreft dikwijls individueel vormgegeven panden. Doordat ze aaneengesloten zijn gebouwd is er een stedelijke wand ontstaan. Ondanks verschillen in bouwstijl, hoogte en detaillering is er een grote mate van ruimtelijke eenheid langs de Dorpsstraat. Afwijkingen hierop vormen de nieuwere gebouwen bij het gemeentehuis en het postkantoor. Dit zijn meer individueel vormgegeven gebouwen die dikwijls hoger en breder zijn dan in hun omgeving. Langs de randen van het lint gaat de stedelijke bebouwing over in woonbebouwing bestaande uit vooroorlogse rijtjes- en twee-onder-een kap woningen, bungalows en kleinschalige appartementengebouwen. De functies in het centrum bestaan uit winkels met bovenwoningen, banken en openbare functies, zoals het gemeentehuis, kerken en horeca. Er is weinig openbaar groen.
Bebouwing Het bebouwingsbeeld is gevarieerd maar stamt grotendeels uit de wederopbouwperiode (19451965). Langs de Dorpsstraat staat tweelaagse bebouwing met een langskap. Het zijn individuele gebouwen die samen een stedelijke wand vormen. De rooilijn wordt gevolgd. Er zijn geen voortuinen. De panden zijn horizontaal gelaagd: Er is een onderbouw met verdiepingshoge brede glazen puien, hierboven een woonverdieping en een kapverdieping. Vaak is de onderbouw over meerdere panden doorgebroken om winkelruimte en etalages te creëren. De relatie met het bovenhuis is dan verstoord. De karakteristieken van de straat worden hierdoor aangetast. Nok- en goothoogtes varieren. De gevels zijn vlak.
95
Welstandsnota 2016
Behalve de kerken, de voormalige pastorie, gasthuis, notariskantoor en het gemeentehuis zijn er nog enkele andere vooroorlogse bebouwing bewaard gebleven in het centrum.
De recente bebouwing is overwegend grootschalig en hoger. Het zijn complexen van gebouwen met winkels en meerdere lagen appartementen erboven. De daken zijn plat of voorzien van een eigentijdse kapvorm (lessenaarsdak, 70-er jaren gebroken kap, etc.). In het straatbeeld zijn ze goed herkenbaar als latere invullingen.
Detaillering De oudere bebouwing langs de Dorpsstraat heeft roodbruine en donkerbruine gevels van baksteen en een zwart pannendak. Dakoverstekken komen voor. Soms zijn de gevels gedecoreerd met natuurstenen of gestuukte horizontale banden en kroonlijsten of trapgevels.
96
Welstandsnota 2016
Beeldbepalend zijn de vele smalle dakkapellen voorzien van plat dak of een dakje. Tussen de begane grond in de 1e verdieping komen bij de winkels regelmatig luifels voor. Reclame-uitingen komen voor op de luifels of aan de gevels. De puien op de begane grond zijn vaak van onder tot boven van glas. Uitbouwen aan de voorzijde komen vrijwel niet voor. De kleurstelling van de latere bebouwing is lichter: gele en lichtbruine baksteen voor de gevels komt vaak voor. De bebouwing bevat een aantal accenten zoals balkons en dakoverstekken.
Bijzondere elementen De kerk met toren aan het begin van de Dorpsstraat. De toren fungeert als een herkenningspunt voor het centrum van Elst.
97
Welstandsnota 2016
Welstandsbeleid Verantwoording Het meest beeldbepalende element van het centrum van Elst is de Dorpsstraat met zijn aaneengesloten bebouwingswanden. Ondanks de vele onderlinge verschillen in vormgeving is een zekere eenheid ontstaan die behouden dient te blijven. Nieuwe invullingen en ontwikkelingen wijken in maat, schaal en vormgeving af van de oudere bebouwing, maar zijn van een hoge architectonische kwaliteit. Beleid 1. De belangrijkste bebouwingskarakteristieken van de directe omgeving dienen te worden gerespecteerd . Zie ook de gebiedsbeschrijving. 2. Vernieuwen is mogelijk en kan de ruimtelijke kwaliteit van het centrum versterken, mits sprake is van een hoge architectonische kwaliteit. Daartoe gelden de criteria voor architectonische kwaliteit in hoofdstuk 6.2. Rond de Dorpsstraat zijn de woonstraten met diverse woningen bebouwd uit diverse tijden. Deze diversiteit is een belangrijke kwaliteit. Het winkelplein is veel grootschaliger en van een typische jaren ‘70 architectuur. De kwaliteit van vormgeving van gebouwen en inrichting van de openbare ruimte is hier niet hoog. 3. In representatieve gebieden dient de bestaande architectuur versterkt/verbeterd te worden. 4. Bij verbouwingen en uitbreidingen aan de oorspronkelijke bebouwing dienen de bebouwingskarakteristieken daarvan te worden behouden en waar mogelijk hersteld. Zie ook de gebiedsbeschrijving.
Welstandscriteria Bouwplannen worden getoetst aan de volgende welstandscriteria: Structuur 1. De situering van de gebouwen kan variëren maar dient zoveel mogelijk naar de openbare weg gericht te zijn en afgestemd te worden op de directe omgeving. 2. Bijgebouwen dienen zodanig te zijn gesitueerd dat zij ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. Zij mogen het straatbeeld niet verstoren. Vormgeving 1. De bebouwing kan in stijl onderling variëren maar dient in maat, schaal en vorm aan te sluiten bij de bebouwingskarakteristieken van de directe omgeving. 2. Nieuwe vormgeving is mogelijk maar dient op zichzelf architectonische kwaliteit te bezitten. Dit wordt getoetst aan de hand van de criteria uit hoofdstuk 5.2. 3. Een aanbouw mag niet dominant zijn ten opzichte van het hoofdgebouw. Hij moet qua vorm bovendien goed aansluiten op de bestaande bebouwing. 4. De plaats, afmeting en verhoudingen van de raam-, deur- en openingen dienen goed op elkaar en het gebouw te zijn afgestemd. Detaillering, kleuren en materialen 1. Bij nieuwbouw zijn diverse kleuren en materialen toegestaan mits deze harmoniëren met de directe omgeving. Natuurlijke materialen (baksteen, dakpannen, houten kozijnen etc.) hebben de voorkeur.
98
Welstandsnota 2016
2. Bij uitbreidingen, verbouwingen en veranderingen aan oorspronkelijke bebouwing dient de detaillering aan te sluiten bij de oorspronkelijke vormgeving van het gebouw. 3. Bij veranderingen aan bestaande gebouwen dient waar nodig gestreefd te worden naar herstellen van de architectonische relatie tussen onder- en bovenbouw. 4. De gekozen detaillering, materialen en kleuren ondersteunen het karakter van het bouwwerk.
99
Welstandsnota 2016
Gebied 13 Zetten centrum Gebiedsbeschrijving Structuur Zetten is in feite het enige dorp in Overbetuwe waar sprake is van een centrum met een streekfunctie. Het centrum is meer dan alleen een verdichting langs de invalsweg, zoals in de overige dorpen. Halverwege het dorp wijkt de bebouwingslijn waardoor er een wigvormig plein ontstaat. Hieraan bevinden zich allerlei commerciële en openbare functies als horeca, banken, winkels, et cetera. Op het plein wordt ook geparkeerd. Langs een aantal zijstraten bevinden zich nog meer winkels. Op het plein vindt o.a. een weekmarkt plaats. Het bebouwingsbeeld is kleinschalig en bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande panden. Enige grotere elementen zijn de bank en de supermarkt. Langs de invalsweg komt een combinatie van woningen en bedrijfspanden voor. Nabij het plein zijn er meer winkels. De invalsweg wordt omzoomd door hoge bomen.
Bebouwing Het bebouwingsbeeld is divers. In het centrum bevinden zich gebouwen uit diverse periodes en met diverse bouwstijlen naast elkaar. Woningen en winkels staan door elkaar en hebben overeenkomsten in hoofdvorm en bouwstijl. De bebouwing bestaat voornamelijk uit individuele panden van maximaal twee bouwlagen met een kap. De vormgeving is overwegend eenvoudig en sober. Vaak met de topgevel naar de weg gericht. Op de begane grond bevinden zich soms winkels of andere functies ten behoeve waarvan glazen puien zijn aangebracht. De panden stammen uit verschillende tijdsperioden, zowel vooroorlogse panden als eigentijdse gebouwen komen voor.
100