CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

22-05-24.16 Relevant stuk 1, Toelichting en regels bestemmingsplan

Gemeenteraadsvergadering 24 mei 2022, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Heteren, Park Julianaweide”19.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

23

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

VNG-publicatie 'Bedrijven & milieuzonering’ Voor het bepalen van de onderlinge afstand wordt gebruik gemaakt van de meest recente VNG-publicatie 'Bedrijven & Milieuzonering', waarin richtafstanden zijn opgenomen. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieugevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. Naast de gegeven richtafstanden hanteert de VNG-publicatie twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied (omgevingstype 1) wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieugevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand. worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieugevoelige functies acceptabel geacht.

De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 metervan milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). Situatie plangebied In de nabijheid van het plangebied zijn sporthal Het Binnenveld, zalencentrum De Bongerd en een autobedrijf (Boterhoeksestraat 12) gesitueerd. Een sporthal kent op grond van de VNG-publicatie een richtafstand van 50 meter tot woningen, een zalencentrum en een autogarage een richtafstand van 30 meter. Voor zowel de sporthal als het zalencentrum wordt niet voldaan aan de richtafstand. Omdat het gebied voor het overgrote deel uit woningbouw bestaat, is geen sprake van een gemengd gebied. Daarom zijn de reguliere richtafstanden van toepassing. De richtafstand wordt in beide gevallen bepaald door het aspect geluid. Door middel van een akoestisch onderzoek kan mogelijk aangetoond/-gemotiveerd worden af te wijken van de richtafstand. Gelet hierop heeft er een inventarisatie op locatie plaatsgevonden waarbij de relevante geluidbronnen zijn geïnventariseerd en de representatieve bedrijfssituatie is vastgesteld (zie het akoestisch onderzoek dat als bijlage 4 is bijgevoegd). Deze gegevens zijn verwerkt in een akoestisch rekenmodel waarna de geluidbelasting vanwege de sporthal en het zalencentrum op de toekomstige woonwijk is berekend.

Uit dit onderzoek zijn de volgende resultaten gebleken: het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de toekomstige woningen en appartementen ten gevolge van de sporthal en het zalencentrum bedraagt maximaal 39, 44 en 38 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag, avond en nachtperiode; het maximale geluidniveau ter plaatse van de toekomstige woningen en appartementen maximaal 60 dB(A) bedraagt in de alle periodes; de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde geluidniveau en het maximale geluidniveau worden ter plaatse van de toekomstige woningen en appartementen niet overschreden. Hierdoor is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woningen gegarandeerd en worden de sporthal en het zalencentrum niet in hun gebruiksmogelijkheden beperkt. Julianaweg 13 Een gedeelte van de loods, die voorheen door loon- en grondverzetsbedrijf Gerritsen in gebruik was, blijft behouden en krijgt middels onderhavig bestemmingsplan een woonfunctie. Conclusie Op grond van de toetsing op grond van de systematiek van Bedrijven en milieuzonering blijkt dat een gedeelte van de toekomstige woningen binnen de indicatieve richtafstanden van de sporthal en het zalencentrum zijn gesitueerd. Om te onderzoeken of er toch sprake is van een goed woon- en leefklimaat waarbij de bedrijfsvoering van de sporthal en het zalencentrum niet wordt belemmerd, heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden.

Hieruit is gebleken dat de woningen en de aanwezige bedrijven

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide elkaar niet belemmeren. In de toekomstige situatie is er derhalve sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het akoestisch onderzoek is als bijlage 4 bijgevoegd.

4.8

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij productie, gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Binnen de externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd: het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen.

Kwetsbare objecten, zoals woningen en functies met veel bezoekers, zijn niet toegestaan binnen de 10-6-contour van het PR rond inrichtingen waarin opslag en productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Situatie plangebied Uit toetsing van de provinciale risicokaart blijkt dat er in de directe nabijheid van het plangebied geen transportroutes, buisleidingen of inrichtingen gelegen zijn die in potentie een risico zouden kunnen vormen voor beoogde woningbouw.

Afbeelding 4.2: Uitsnede provinciale risicokaart Verderweg van het plangebied zijn verschillende potentiële risicobronnen aanwezig, te weten:

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

Bevi-inrichting Op het ten zuiden van het plangebied gelegen bedrijventerrein is het distributieterrein van Kruidvat gelegen. Dit bedrijf betreft een bevi-inrichting. De plaatsgebonden risicocontour is niet in de nabijheid van het plangebied gelegen. Het plangebied bevindt zich wel binnen het invloedsgebied van deze inrichting waardoor de beoogde ontwikkeling mogelijk invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico. Uit de in 2015 ten behoeve van de uitbreiding van het distributiecentrum uitgevoerde risicoberekening, ('Kwantitatieve Risicoanalyse Distributiecentrum A.S. Watson Heteren', d.d. 21 januari 2015 en documentnummer BD3451-104-100), blijkt dat het berekende groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt. Het plan voorziet in een beperkte toename van het aantal aanwezige personen. Gelet op de afstand tot de risicobron heeft dit geen invloed op het groepsrisico. Desondanks is er sprake van een ontwikkeling binnen het invloedsgebied en moet het groepsrisico verantwoord worden. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van het Kruidvat distibutiecentrum (A.S. Watson B.V.). Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat het om het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) artikel 13 vanwege de inrichting A.S. Watson B.V.

De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht. Ten aanzien van navolgende onderbouwing zal in het kader van het vooroverlg de veiligheidsregio om advies gevraagd worden. A. Personendichtheid Het plan maakt de realisatie van 54 woningen mogelijk ter plaatse van een voormalig loonwerkbedrijf. Het aantal personen binnen het invloedsgebied zal derhalve (beperkt) toenemen. B. Hoogte groepsrisico Doordat het aantal personen maar beperkt toeneemt en het plan ook nog op enige afstand (ca. 800 meter) ligt van A.S. Watson B.V. zal deze wijziging geen gevolgen hebben voor de hoogte van het groepsrisico. Uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van A.S. Watson B.V. (document: 'Kwantitatieve Risico analyse Distributiecentrum A.S. Watson Heteren” d.d. 21-1-2015) blijkt dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich beneden de oriëntatiewaarde bevindt. C t/m E. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico binnen de inrichting De gemeente Overbetuwe ziet geen andere mogelijkheden om het groepsrisico verder te beperken. In het verleden zijn er aanvullende veiligheidsmaatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning van A.S. Watson B.V. F.

De voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico Omdat het plan realatief kleinschalig van aard is en het plangebied als inbreidingslocatie binnen een bestaand woongebieduitermate geschikt is als woningbouwlocatie, ziet de gemeente Overbetuwe geen andere mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling met een lager groepsrisico. Met de ontwikkeling van woningen met een aanzienlijk deel sociale woningen voorziet onderhavige ontwikkeling in een grote vraag. De locatie wordt met de beoogde invulling vanuit zorgvuldig ruimtegebruik optimaal benut. G. Mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst De gemeente Overbetuwe is niet voornemens nieuwe maatregelen te nemen om het groepsrisico te beperken. H. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron.

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. De planontwikkeling heeft geen invloed op de mogelijkheden voor bestrijdbaarheid. I. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Het plan ligt binnen de effectafstand van het relevante incidentscenario toxische wolk. Bij het genoemde scenario is naar verwachting het schuilen in een woning/gebouw het te adviseren handelingsperspectief van de veiligheidsregio. Het plan leidt tot een toename van het aantal aanwezigen waarbij de doelgroep zelfredzaam is. Het ligt daarbij in de verwachting dat de aanwezigen zichzelf in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd. Er zijn voldoende vluchtmogelijkheden van de risicobron af aanwezig. Ten aanzien van risicocommunicatie is er NL Alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Gasleiding Ten zuiden van het plangebied is een hogedruk aardgasleiding gelegen.

Het plangebied is niet binnen de PR 10-6 contour en/of het invloedsgebied gelegen. Deze gasleiding vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde woningbouw. Transportroute Ten oosten van het plangebied is op ca. 500 meter afstand de Rijksweg A50 gelegen. Over deze snelweg vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Aangezien het plangebied ruim buiten de 200 meter aandachtszone is gelegen, wordt geconludeerd dat het vervoer van gevaarlijke stoffen geen belemmering vormt. Wel is het plangebied binnen het invloedsgebied van de Rijksweg gelegen en is derhalve een beperkte verantwoording naar de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid nodig. Voor deze verantwoording wordt verwezen naar overwegingen die zijn opgenomen onder H en I van de verantwoording zoals die is opgesteld voor de ligging binnen het invloedsgebied van het Kruidvat distibutiecentrum. Conclusie Het plangebied is gelegen buiten enige plaatsgebonden risicocontour 10-6. Wel is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van het distributiecentrum van de Kruidvat. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.9

Niet Gesprongen Explosieven

Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland is het mogelijk om granaat- en munitierestanten uit de Tweede Wereldoorlog aan te treffen. Deze dienen opgespoord en verwijderd te worden alvorens (graaf)werkzaamheden kunnen aanvangen. Situatie plangebied Binnen het plangebied is er een kans op mogelijke onontplofte granaat- en munitierestanten in de bodem. Vanwege de bodemroerende werkzaamheden in het plangebied is een vooronderzoek (zie bijlage 10) naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het plangebied, in niet-naoorlogse geroerde bodem, de aanwezigheid van geschutmunitie tot een diepte van maximaal 2,5 m-mv niet kan worden uitgesloten. Conclusie Vanwege de mogelijke aanwezigheid van geschutmunitie ter plaatse van het plangebied zal nader

Toelichting (ontwerp)

27

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide onderzoek in de vorm van een opsporingsproces zoals bedoeld in het WSCS-OCE uitgevoerd worden. Dit kan pas uitgevoerd worden nadat oppervlakteverharding en begroeiing verwijderd zijn.Dit aspect vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan geen belemmering

4.10

Luchtkwaliteit

Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling moet toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaatsvinden. Het moet duidelijk zijn welke gevolgen het project heeft voor de luchtkwaliteit. Uitgangspunt is dat de luchtkwaliteit niet verslechtert c.q. dat het project 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Deze luchtkwaliteitseisen zijn o.a. opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer en een aantal onderliggende besluiten. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de wet geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3%) ten opzichte van de grenswaarde (een grenswaarde van 3% staat gelijk aan de bouw van circa 1.500 woningen of 100.000 m² kantoorruimte met één ontsluitingsweg); een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL. Situatie plangebied Het onderhavige plan voorziet in totaal in 54 woningen en valt daarmee ruim binnen de grenswaarde van het besluit NIBM. Het project zal niet in betekende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.11

Geur

Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet vormt het toetsingskader voor vergunningen op grond van de Wet milieubeheer, waar het gaat om stank veroorzaakt door het houden van dieren. Geurgevoelige functies, zoals woningen, mogen geen geurhinder ondervinden van omliggende veehouderijen. Situatie plangebied In de directe omgeving van het plangebied (ca. 500 m) zijn geen veehouderijen gelegen die geurhinder kunnen veroorzaken. Daarnaast zijn er in de omgeving tevens geen bedrijven gelegen met een relevante geuremissie. Bovendien ligt het plangebied in een bestaande woonomgeving binnen de bebouwde kom. Een goed woon- en leefklimaat in de beoogde woningen kan worden gewaarborgd en er worden geen veehouderijen of andere bedrijven belemmerd. Conclusie Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.12

Verkeer en parkeren

Het plangebied dient goed bereikbaar te zijn alsook te voldoen aan de geldende parkeernormen. Situatie plangebied Verkeer Het plangebied wordt voor autoverkeer ontsloten middels een nieuwe verbinding op de Flessestraat. Voor voetgangers en fietsers is het mogelijk om het plangebied te bereiken middels de Flessestraat en via de nieuwe langzaamverkeerroute met de Julianaweg. Onderstaand is de verkeersgenerantie, berekent conform de CROW kengetallen, van de beoogde

28

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide ontwikkeling weergegeven.

De toevoeging van 54 woningen zal leiden tot een toekomstige verkeersgeneratie van ca. 355 mvt/etmaal. De verkeersafwikkeling richting de Flessestraat zal plaatsvinden via de bestaande ontsluiting van het zalencentrum en een nieuwe ontsluiting ter hoogte van het kruispunt Flessestraat-Nachtegaalstraat. Over de Flessestraat rijden in de huidige situatie ruim 6.000 mvt/etmaal. De toename van het verkeer over de Flessestraat vanwege de voorgenomen ontwikkeling bedraagt derhalve ca. 5%. Gelet op het relatief geringe toename van het aantal verkeersbewegingen kan zondermeer gesteld worden dat dit verkeerskundig inpasbaar is. Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen is gebruik gemaakt van de door de gemeenteraad vastgestelde Nota parkeernormen 2016. In de Nota parkeernormen 2016 is geen specifieke parkeernorm opgenomen voor de kleine appartementen (tussen de 50-80 m2) in de sociale sector bestemd voor alleenstaanden. Op basis van een vergelijking van CROW kengetallen voor vergelijkbare typologie woningen en parkeerbeleid van omliggende gemeentes is ervoor gekozen voor de appartementen een parkeernorn van 1,5 vast te stellen. Het plan maakt 54 woningen mogelijk, waarvan 25 rijwoningen, 19 appartementen, 8 twee-onder-een-kapwoningen en twee vrijstaande woningen.

Voor deze woningen gelden verschillende parkeernormen. In onderstaande tabel is het aantal benodigde parkeerplaatsen weergegeven. Woningtype

Aantal woningen

Parkeernorm

Benodigde parkeerplaatsen

Vrijstaande woning

2

2,7

5,4

Twee-onder-een-kapwoningen

8

2,6

20,8

Rijenwoningen (markt)

21

2,4

50,4

Rijenwoningen (sociaal)

4

2,0

8,0

Appartementen

19

1,5

28,5

Totaal

113,1

Om te voldoen aan de geschetste parkeerbehoefte voorziet het plan in 92 openbare parkeerplaatsen en 28 parkeerplaatsen op eigen terrein (zie onderstaande afbeelding). Omdat niet elke parkeerplaats op eigen terrein volledig in de berekening wordt meegewogen, worden er in totaal 114 telbare parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Dit is weergegeven in de tabel onder de afbeelding.

Toelichting (ontwerp)

29

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

Afbeelding 4.3: Situatietekening parkeerplaatsen Type parkeerplaats

Parkeerplaatsen in ontwerp

Telratio

Telbare parkeerplaatsen

Eigen terrein (dubbele oprit zonder garage)

20

0,85

17,0

Eigen terrein (lange oprit zonder garage)

6

0,50

3,0

Haaksparkeren

88

1,00

88,0

Langsparkeren

6

1,00

6,0

Totaal

120

114

Conclusie Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan. In de planregels is een verplichting opgenomen om bij een ontwikkeling te voorzien in voldoende parkeerplaatsen.

4.13

Duurzaamheid

Woningbouw moet en kan duurzamer om een duurzame leefomgeving te realiseren en de nationale en internationale klimaatdoelstellingen te realiseren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het daarom gewenst om rekening te houden met duurzaamheidsaspecten.

30

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

De gemeente Overbetuwe en de initiatiefnemer hechten grote waarde aan duurzaamheid. Vanaf 1 januari 2021 moet alle nieuwbouw in Nederland voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Deze verplichting vloeit voort uit onder meer de Europese richtlijn EPBD. De nieuwbouw zal daarom moeten voldoen aan de BENG-eisen. De drie BENG indicatoren waar de eisen op worden gebaseerd zijn: energiebehoefte; primair fossiel energieverbruik; aandeel hernieuwbare energie. Uitgangspunten voor de nieuwe woningen in het plan zijn ondermeer het toepassen van een warmtepomp en een PV-systeem voor de opwekking van elektriciteit. Bij de verdere uitwerking van het bouwontwerp, zal nader worden bekeken met welke maatregelen de BENG-eisen kunnen worden gehaald. De woningen worden met een gemiddelde GPR-score van 7,0 gerealiseerd. Naast de wettelijke eisen kan zondermeer gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling gelet op de inpassing van voldoende ruimte voor groen en water(berging) een duurzame gebiedsontwikkeling betreft.

Toelichting (ontwerp)

31

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De uit het plan voortkomende kosten zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Hiervoor is een anterieure overeenkomst met de gemeente Overbetuwe gesloten. Op basis van deze overeenkomst wordt het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar geacht. Het kostenverhaal zal geen belemmering vormen voor uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Vooroverleg

Het voorontwerpbestemmingsplan 'Park Julianaweide' is in het kader van het vooroverleg (art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro)) verzonden aan een aantal overlegpartners, te weten het Waterschap Rivierenland en de Provincie Gelderland. De vooroverlegreacties en de gemeentelijke reactie daarop zullen als bijlage worden opgenomen bij dit bestemmingsplan. 5.2.2

Participatie

Aan voorliggend bestemmingsplan is een intensief participatieproces voorafgegaan. In bijlage 11 is, in chronologische volgorde, verslag gedaan van het participatieproces en de uitkomsten. 5.2.3

Inspraak en zienswijzen

Gelet op het uitvoerige participatietraject dat de afgelopen jaren doorlopen is, is ervoor gekozen geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Het ontwerpbestemmingsplan 'Park Julianaweg' heeft van 21 oktober tot en met 1 december 2021 gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode was een ieder in de gelegenheid een zienswijze in te dienen. Er zijn 16 zienswijzen ingediend. Eén zienswijze heeft geleid tot een aanpassing in die zin dat ter plaatse van een deel van het perceel Julianaweg 13 (buiten)opslag ten behoeve van landbouw- en/of grondverzetmachines wordt toegestaan. Er blijft met het mogelijk maken van het stallen van landbouw- en/of grondverzetmachines sprake van een goed woon- en leefklimkaat: Ter afscherming dient een groene erfafscheiding van 3 meter hoog en een erfafscheiding van 2 meter hoog geplaatst te worden. Dit is middels een voorwaardelijke verplichting vastgelegd in de regels; Een maximum van 50 m2 mag worden gebruikt voor buitenopslag; Het betreft enkel het stallen van de machines; De (buiten)opslag heeft geen verkeersaantrekkende werking tot gevolg; Het betreft geen milieuvergunningsplichtige activiteit (enkel eventueel meldingsplichtig). Daarnaast wordt publieksgerichte aan huis gebonden beroep en bedrijf in de bestemmingen 'Wonen - 1' en 'Wonen - 2' nu bij recht toegestaan.

Naast de zienswijzen is gebeleken dat er bij het ontwerpbestemmingsplan als bijlage 1 een verouderde versie van het Beeldkwaliteitsplan was bijgevoegd. Als ambtshalve aanpassing is de juiste versie van het Beeldkwaliteitsplan toegevoegd.

32

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Algemene opzet

Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan ‘Park Julianaweide' bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting In de toelichting is de ontwikkeling verantwoord, zowel op basis van het beleid, als op basis van milieuhygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De bestemmingsregels De bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven. De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Groen’, ‘Verkeer - Verblijf’ en 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Verder zijn enkele bouwvlakken opgenomen. De opzet van het plan Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Qua systematiek is voor het plangebied zoveel mogelijk aangesloten bij een recent vastgesteld bestemmingsplan van de gemeente Overbetuwe waarin tevens woningbouw wordt mogelijk gemaakt. Daarnaast is aangesloten bij het ter plaatse vigerende bestemmingsplan.

6.2

Toelichting op de verbeelding en regels

Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de beoogde functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Groen Deze gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen met bijbehorende additionele voorzieningen zoals straatmeubilair en speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming, nutsvoorzieningen, sierwater, wateraanvoer en -afvoer, waterberging en taluds. Tuin In lijn met het vigerende bestemmingsplan is voor de bestaande voortuin van het perceel Julianaweg 13 de bestemming 'Tuin' opgenomen. Verkeer - Verblijf Deze gronden zijn bestemd voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. Ter plaatse van de toekomstige langzaamverkeersverbinding naar de Julianaweg is de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaam verkeer' opgenomen. Wonen - 1 en Wonen - 2 In onderhavig bestemmingsplan zijn twee woonbestemmingen opgenomen. Wonen - 1 voor de nieuwbouw ontwikkeling en Wonen - 2 voor het bestaande woonperceel aan de Julianaweg 13.

De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen, de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit (onder voorwaarden), tuinen en erven, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen ten behoeve van het wonen en nutsvoorzieningen. Op de verbeelding zijn verschillende bouwvlakken opgenomen, waarbinnen de gebouwen moeten worden gesitueerd. In de bouwvlakken, met name in het grotere bouwvlak centraal in het plangebied gelegen, is Toelichting (ontwerp)

33

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide flexibliliteit qua situering van de woningen opgenomen. De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte en het maximaal aantal woningen zijn opgenomen op de verbeelding. Binnen deze bestemming zijn alle woningtypologieën toegestaan. Specifiek voor het perceel aan de Julianaweg 13 is op de verbeelding de aanduiding 'buitenopslag' en 'opslag' opgenomen. Ter plaatse is de (buiten)opslag van landbouw- en/of grondverzetmachines toegestaan. Middels een voorwaardelijke verplichting is vastgelegd dat erfafscheiding aangelegd moet worden ter afscherming. Waarde - Archeologische verwachting 2 In het plangebied is de archeologische dubbelbestemming overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Dit ten behoeve van het behoud en de bescherming van archeologische waarden in of nabij het plangebied. Naast de betreffende dubbelbestemming hebben de betrokken gronden altijd nog de hoofdbestemming 'Tuin', 'Wonen’, ‘Groen’ of ‘Verkeer – Verblijf’. De bepalingen van de hoofdbestemming en de dubbelbestemming zijn dan beide van toepassing, maar bij strijd tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming. De reden hiervoor is dat de belangen van de dubbelbestemming zwaarder wegen dan die van de hoofdbestemming. De dubbelbestemming bevat een vergunningplicht voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden.

Door middel van deze dubbelbestemming is geborgd dat er archeologisch (boor)onderzoek plaatsvindt voordat er kan worden gebouwd. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan voor alle opgenomen bestemmingen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om door middel van een omgevingsvergunning af te kunnen wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht is opgenomen.

Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier regels kunnen worden aangehaald.

34

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan 'Heteren, Park Julianaweide' met identificatienummer NL.IMRO.1734.0357HTRNjulianawd-ONTD van de gemeente Overbetuwe; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde objecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit:

een beroeps- of bedrijfsactiviteit die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijk uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.4

aanbouw:

een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is; 1.5

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8

bestaande situatie (bebouwing en gebruik): bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;

1.9

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.10

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11

bijgebouw:

een vrijstaand gebouw, dat door zijn situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.12

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

Regels (ontwerp)

35

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

1.13

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.14

bouwlaag:

een gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een kelder en de ruimte(n) in de kap; 1.15

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.16

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.17

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.18

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.19

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.20

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21

erf:

het gedeelte van een bouwperceel gelegen buiten het, binnen het bouwperceel gelegen, bouwvlak; 1.22

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.23

hoekperceel:

een perceel, gelegen aan een hoek van twee wegen c.q. het openbaar gebied; 1.24

hoofdgebouw:

een gedeelte van een gebouw, exclusief aan- en uitbouwen, dat door zijn situering en/of afmetingen als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel is aan te merken; 1.25

huishouden:

een persoon die of groep personen die gezamenlijk, onbestendig voor onbepaalde tijd, een huishouding voert; 1.26

kap:

de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°;

36

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

1.27

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.28

seksinrichting:

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.29

vloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond; 1.30

voorgevel:

de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw, gekeerd naar de weg of het openbaar gebied; 1.31

waterhuishoudkundige voorzieningen:

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.32

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

bebouwingspercentage:

het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5

de hoogte van een dakopbouw:

vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw met uitzondering van de goot van dakkapellen en wolfseinden; 2.6

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

Regels (ontwerp)

37

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

2.7

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8

het bebouwd oppervlak van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.9

peil:

a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw. 2.10

ondergeschikte bouwdelen:

bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1,5 meter bedraagt.

38

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; voet- en fietspaden; in- en uitritten; beeldende kunstwerken; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; evenementen; parkeer- en verkeersvoorzieningen;

een en ander met de bijbehorende voorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming alsmede gebouwen ten behoeve van het openbaar nut. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De toegelaten bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste: a. van verlichtingsarmaturen: 4 m; b. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m. 3.2.3

Gebouwen ten behoeve van het openbaar nut

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van het openbaar nut gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van het openbaar nut mag niet meer bedragen dan 15 m²; b. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van het openbaar nut mag niet meer bedragen dan 3 m. 3.3

Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.2 onder b, teneinde hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend in de vorm van speeltoestellen, speelvoorzieningen en beeldende kunstwerken toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt niet meer dan 6 meter; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast, dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; c. de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het bedrijfsmatig gebruiken van de gronden.

Regels (ontwerp)

39

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. parkeervoorzieningen ten dienste van het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw; c. nutsvoorzieningen; een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van uitbreidingen van het hoofdgebouw op de begane grond, waarbij: a. uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van de hoofdgebouwen van de aangrenzende gronden; b. de horizontale diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 meter; c. de (horizontale) diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden ten minste 2,5 meter bedraagt; d. voor zover de uitbreiding van het hoofdgebouw wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 60% van de breedte van die gevel bedraagt; e. de bouwhoogte maximaal 4 meter bedraagt; f. de oppervlakte maximaal 6 m² bedraagt. 4.2.2

Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 meter; b. De maximale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m². 4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die gelegen zijn vóór (het verlengde van) de voorgevel van het op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter. b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen op de overige gronden mag niet meer bedragen dan 2 meter. 4.2.4

Overhangende bouwdelen

Overhangende bouwdelen, zoals een overstek, overkapping en balkons bij hoofdgebouwen op aangrenzende bestemmingen zijn toegestaan, mits het bouwdeel ondergeschikt is en een (horizontale) diepte heeft van maximaal 1,5 meter.

Artikel 5 5.1

Verkeer - Verblijf

Bestemmingsomschrijving

De voor Verkeer - Verblijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

40

wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; voet- en fietspaden; verblijfsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; beeldende kunstwerken; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaam verkeer' zijn de gronden

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide uitsluitend bestemd voor een voet- en fietspad. een en ander met bijbehorende voorzieningen. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming alsmede gebouwen ten behoeve van het openbaar nut. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen aan het volgende te voldoen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting mag niet meer bedragen dan 4 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 8 m. 5.2.3

Gebouwen ten behoeve van het openbaar nut

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van het openbaar nut gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van het openbaar nut mag niet meer bedragen dan 15 m²; b. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van het openbaar nut mag niet meer bedragen dan 3 m.

Artikel 6 6.1

Wonen - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wonen in een woning; aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; evenementen; parkeervoorzieningen;

een en ander met de daarbij behorende voorzieningen zoals tuinen, erven en groenvoorzieningen en toegangswegen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen

Op de gronden als bedoeld in 6.1 zijn uitsluitend woningen en daarbij behorende andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming. 6.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen het bouwvlak; b. per bouwvlak is maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal woningen' aangegeven aantal woningen toegestaan; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' is aangegeven d. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds gebouwen aanwezig zijn, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein de ondergrondse bebouwing de bovengrondse bebouwing met een (horizontale) diepte van 3 meter mag overschrijden. Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één laag ondergronds. 6.2.3

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken:

Regels (ontwerp)

41

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden opgericht, op ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijgebouwen uitgesloten' c. de goot- en bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste respectievelijk 3 en 4,5 m; d. de maximale gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste: Totale oppervlakte per erf

Maximale gezamenlijke oppervlakte

Tot 200 m2

90 m2

Van 200 m2 tot 500 m2

120 m2

500 m2 en meer

150 m2

met dien verstande dat het erf voor niet meer dan 50% bebouwd mag zijn. 6.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij woningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op het erf vóór de naar de weg gekeerde bouwgrens, bedraagt maximaal 1 m, met dien verstande pergola's zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 3 m; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen op het erf achter de naar de weg gekeerde bouwgrens bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op het erf achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in het openbaar gebied, mag niet meer dan 8 meter bedragen 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Hoofdgebouwen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder a, teneinde een uitbreiding van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de uitbreiding vindt plaats binnen het bouwperceel; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; c. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 6.3.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.4 onder c teneinde hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; b. de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1

Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep- of bedrijfsactiviteit toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

42

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide a. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van gerealiseerde bijgebouwen mag worden gebruikt voor aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse e.e.a. conform de Nota Parkeernormen Overbetuwe 2016; d. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit. 6.4.2

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in dit artikel in ieder geval begrepen het gebruik of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. zelfstandige bewoning, voor zover het betreft bijgebouwen; b. standplaats voor onderkomens, uitgezonderd caravans, kampeerauto's en tenten indien gelijktijdig niet meer dan één caravan of kampeerauto en/of één tent per bouwperceel wordt c.q. worden geplaatst en deze niet wordt/worden gebruikt voor permanente bewoning. 6.4.3

Parkeernormen

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, uitbreiden of gebruiken van een gebouw wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat in het plangebied wordt of zal worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen, waarbij uitgegaan moet worden van de parkeernormen, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen gemeente Overbetuwe 2016, aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Overbetuwe op 6 december 2016. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, dient rekening te worden gehouden met de wijziging. In afwijking van deze Nota geldt voor appartementen in de sociale sector met een oppervlakte van maximaal 80 m2 een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per appartement. b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a, mits: 1. het voldoen aan deze bepaling door bijzondere omstandigheden op zwaarwegende bezwaren stuit, of; 2. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien. 6.5

Wijzigingsbevoegdheid

6.5.1

Wijziging naar 'Groen' en/of 'Agrarisch'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Wonen - 1' geheel of gedeeltelijk te wijzigen naar de bestemming 'Groen' en/of 'Agrarisch'. 6.5.2

Voorwaarden

a. Van de in lid 6.5.1 bedoelde bevoegdheid kan alleen gebruik worden gemaakt, indien ten minste zes maanden na het onherroepelijk worden van het plan ter plaatse van de betreffende gronden: 1. geen start is gemaakt met de bouw van de woningen; en 2. de mogelijkheid tot het opschorten van de hiervoor onder a. bedoelde termijn van zes maanden zoals opgenomen in de anterieure overeenkomst is vervallen; en 3. het bevoegd gezag eventueel verleende omgevingsvergunningen voor het oprichten van de woningen heeft ingetrokken; b. na de wijziging zijn de bepalingen van de bestemming 'Groen', zoals opgenomen in het plan, en/of de bestemming 'Agrarisch', zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Heteren Indoornik' NL.IMRO.1734.0011HTRNhtrnindoor-ONHE, van toepassing.

Artikel 7 7.1

Wonen - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in vrijstaande woningen; b. de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;

Regels (ontwerp)

43

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide c. (buiten)opslag van landbouw- en/of grondverzetmachines uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'buitenopslag' en 'opslag'; d. tuinen en erven; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. parkeervoorzieningen ten behoeve van het wonen; g. nutsvoorzieningen; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen het bouwvlak; b. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gesitueerd; c. Ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds gebouwen aanwezig zijn, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein de ondergrondse bebouwing de bovengrondse bebouwing met een (horizontale) diepte van 3 meter mag overschrijden. Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één laag ondergronds. 7.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

Er zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan; De bestaande dakvorm (kap, platte afdekking, deels platte afdekking) mag niet worden gewijzigd; De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter; De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter.

7.2.3

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen gelden de volgende regels: a. De afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de voorgevel of het verlengde daarvan bedraagt minimaal 3 meter; b. De goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; c. De bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5 meter; d. Per hoofdgebouw is 1 carport toegestaan, met dien verstande dat de carport ten minste 3 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan is gesitueerd; e. De goothoogte van een carport mag niet meer bedragen dan 3 meter; f. De bouwhoogte van een carport mag niet meer bedragen dan 3 meter; g. De maximale gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen bedraagt 60 m²; h. De maximale oppervlakte aan overkappingen en carports bedraagt 30 m². 7.2.4

Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 meter; b. De maximale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m². 7.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen op het erf achter de voorgevel of het verlengde daarvan, mag niet meer bedragen dan 2 meter; b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op het erf achter de voorgevel of het verlengde daarvan, mag niet meer bedragen dan 3 meter; c. Een zwembad mag uitsluitend worden gesitueerd op een afstand van minimaal 1 meter tot de

44

Regels (ontwerp)

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide zijdelingse en achterste perceelsgrenzen; d. Het bebouwingspercentage voor het zwembad mag niet meer bedragen dan 50% van de gronden gelegen buiten het bouwvlak waarbij de bebouwde oppervlakte van het zwembad nooit meer mag bedragen dan 60 m². 7.2.6

Bestaande maten

a. In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in artikel 7 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. b. Het bepaalde in artikel 7.2.6 lid a met betrekking tot de bestaande oppervlakte is niet van toepassing in geval van gehele vernieuwing van bestaande bijgebouwen en overkappingen. In dat geval is het bepaalde in artikel 7.2.3 onder g van toepassing. 7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Hoofdgebouwen buiten bouwvlak

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1 onder a, teneinde een uitbreiding van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De uitbreiding vindt plaats binnen het bouwperceel; b. Het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; c. De afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 7.3.2

Ondergronds bouwen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1 onder c, teneinde ondergrondse gebouwen toe te staan daar waar bovengronds geen gebouwen zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende regels: a. Het betreft geen bebouwing in geaccidenteerd terrein; b. De bebouwde oppervlakte van de ondergrondse gebouwen bedraagt niet meer dan 25 m², in afwijking van het bepaalde artikel 2, de oppervlakte van de vloer gemeten, inclusief muren; c. Het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; d. De afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 7.3.3

Verhoging bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.5 onder c teneinde hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; b. De afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1

Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep- of bedrijfsactiviteit toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

Regels (ontwerp)

45

bestemmingsplan Heteren, Park Julianaweide a. Maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. Degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. Het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; d. De activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; e. Er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit. 7.4.2

(Buiten)opslag

Binnen de aanduiding 'buitenopslag' en 'opslag' is het stallen van landbouw- en/of grondverzetmachines toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een maximum van 50 m2 mag worden gebruikt voor buitenopslag; b. de opslag mag geen verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben; 7.4.3

Voorwaardelijke verplichting 'groene erfscheiding' en 'erfafscheiding'

De gronden mogen ter plaatse van de aanduiding 'buitenopslag' en 'opslag' enkel ten behoeve van de stalling van landbouw- en/of grondverzetmachines gebruikt worden, mits ter plaatse van de: a. aanduiding 'groene erfafscheiding' een wintergroene haag aangelegd en instand wordt gehouden met een minimale hoogte van 3 meter. b. aanduiding 'erfafscheiding' een erfafscheiding aangelegd en instand wordt gehouden met een minimale hoogte van 2 meter. 7.4.4

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in dit artikel in ieder geval begrepen het gebruik of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. Zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft bijgebouwen; b. Standplaats voor onderkomens, uitgezonderd caravans, kampeerauto's en tenten indien gelijktijdig niet meer dan één caravan of kampeerauto en/of één tent per bouwperceel wordt c.q. worden geplaatst en deze niet wordt/worden gebruikt voor permanente bewoning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=070df124-a0d9-4024-a206-2adaf2f8b934