CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-11-09.11 Relevant stuk 3, ONT BP ALDI Zetten Hoofdstraat

Gemeenteraadsvergadering 9 november 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Vaststellen bestemmingsplan "Zetten, Hoofdstraat 21-33"16.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Zetten, Hoofdstraat 21-33

Bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33 Gemeente Overbetuwe Status:

Ontwerp

Datum:

September 2021

IMRO-Idn: NL.IMRO.1734.0349ZTTNHFDSTR-ONTD

Zetten, Hoofdstraat 21-33

Datum September 2021

Correspondentieadres Postbus 11 6662 AA ELST

Telefoon 0481 362 300

E-Mailadres info@overbetuwe.nl

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en beschrijving plangebied 1.3 Huidig bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 6

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

7

Hoofdstuk 3

Toekomstige situatie

10

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

13 13 15 16

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Milieueffectrapportage 5.2 Geluid 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.5 Geurhinder 5.6 Bodem 5.7 Externe veiligheid 5.8 Explosieven 5.9 Kabels en leidingen 5.10 Waterparagraaf 5.11 Flora en fauna 5.12 Archeologie en cultuurhistorie 5.13 Verkeer en parkeren

18 18 18 19 20 21 22 23 25 26 26 28 30 31

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemene opzet 6.2 Toelichting op de verbeelding en regels

33 33 34

Hoofdstuk 7

36

Financiële toelichting

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Inleiding 8.2 Inspraak 8.3 Overleg 8.4 Vaststellingsprocedure 8.5 Beroep

37 37 37 37 38 38

(ontwerp)

3

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Hoofdstraat 27 te Zetten is momenteel een supermarkt gevestigd. De winkel is verouderd en heeft voor een voldoende aanbod, dat inspeelt op de wensen van de consument, te weinig ruimte. De huidige bebouwing biedt geen mogelijkheid voor uitbreiding. Ook enkele naastgelegen panden zijn verouderd en zijn aan vernieuwing toe. De intitiatiefnemer wil de bestaande supermarkt en de naastgelegen panden daarom slopen en in het plangebied een nieuwe supermarkt realiseren. De rest van het terrein zal worden ingericht als parkeerterrein met bijbehorende voorzieningen. Het initiatief is niet mogelijk volgens de bouwregels van het huidige bestemmingsplan. Om het initiatief mogelijk te maken, is daarom een herziening van het bestemmingsplan voor het plangebied noodzakelijk. Dit bestemmingsplan 'Zetten, Hoofdstraat 21-33' stelt de kaders vast waarbinnen de nieuwbouw van de supermarkt met de daarbij bijbehorende voorzieningen kan worden toegestaan.

1.2

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Zetten, aan de noordkant van het dorpscentrum. Op afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Zetten is, na Elst, de grootste kern binnen de gemeente Overbetuwe en heeft een verzorgingsgebied tot aan de omliggende kernen. Het plangebied bestaat uit de percelen Hoofdstraat 21-33 en Sleënburgsestraat 1a-1d en ongenummerd. Het wordt aan de oostkant door de Hoofdstraat begrensd. In het plangebied zijn momenteel een supermarkt, een eetcafé en enkele leegstaande panden met bovenwoningen aanwezig, alsmede een braakliggend terrein en een parkeerplaats. De Hoofdstraat vormt de belangrijkste noord-zuidverbinding door de kern van Zetten. Het plangebied wordt verder begrensd door de Sleënburgsestraat aan de noordkant, door de woonpercelen aan de westkant (Sleënburgsestraat 1, Marijkestraat 22 t/m 28) en door de percelen Marijkestraat 20a (woning) en Hoofdstraat 19 (medische dienstverlening met bovenwoning) aan de zuidzijde.

Afbeelding 1.1: ligging plangebied (bron: Bing Maps)

Toelichting (ontwerp)

5

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

1.3

Huidig bestemmingsplan

In het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Zetten-Hemmen', dat op 24 oktober 2017 is vastgesteld en onherroepelijk is. Het plangebied heeft grotendeels de bestemming 'Centrum'. Daarnaast is er één perceel met de bestemming 'Wonen' binnen het plangebied gelegen (perceelnummer 2839). Zowel binnen de bestemming 'Centrum' als 'Wonen' is één bouwvlak opgenomen. Voor het binnenterrein geldt binnen de bestemming 'Centrum' ook de bouwaanduiding 'bijgebouwen'. Verder geldt in het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 1'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan 'Zetten-Hemmen' ter plaatse van het plangebied opgenomen. De begrenzing van het plangebied is daarop indicatief aangegeven. Binnen de bestemming 'Centrum' is een supermarkt toegestaan. De gewenste nieuwbouw wordt echter voor een aanzienlijk deel buiten het bouwvlak gesitueerd en is daarom niet in overeenstemming met de bouwregels van deze bestemming. Daarnaast wordt het woonperceel in de noordwestelijke hoek niet (meer) gebruikt voor woondoeleinden, maar maakt dit onderdeel uit van het beoogde parkeerterrein voor de supermarkt. Een herziening van het bestemmingsplan voor het totale initiatief is daarom zowel ruimtelijk als functioneel noodzakelijk.

Afbeelding 1.2: uitsnede huidig bestemmingsplan 'Zetten-Hemmen' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk, worden in hoofdstukken 2 en 3 respectievelijk de bestaande en de toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor dit bestemmingsplan van toepassing zijnde rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt of de ontwikkeling in ruimtelijk- en milieuhygiënisch opzicht aanvaardbaar en haalbaar is en voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 6 is de juridische planopzet beschreven en in hoofdstuk 7 is de financiële toelichting opgenomen. In hoofdstuk 8 is de procedure beschreven.

6

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Het plangebied bestaat uit de percelen Hoofdstraat 21-33 (oneven) en Sleënburgsestraat 1a-1d en ongenummerd te Zetten. Kadastraal zijn deze percelen bekend als gemeente Zetten, sectie B, perceelnummers 2580, 2582, 2583, 2649, 2650, 2651, 2838, 2839 en 2841. De plangrens van dit bestemmingsplan volgt de begrenzing van deze percelen. Op afbeelding 2.1 is dit weergegeven.

Afbeelding 2.1: kadastrale situatie en huisnummers (bron: www.pdok.nl)

Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Zetten, aan de noordkant van het dorpscentrum. In het plangebied zijn momenteel de volgende functies aanwezig: Aldi-supermarkt (Hoofdstraat 27) Eetcafé, pizzeria, tandarts en bovenwoning (Sleënburgsestraat 1a-1d) Leegstaande panden, voormalige detailhandelsfunctie (Hoofdstraat 29-31) Leegstaand pand met bovenwoning (Hoofdstraat 33-33a) Leegstaand pand met vijf bovenwoningen (Hoofdstraat 21-23e) Parkeerterrein op binnenterrein, toegankelijk vanaf de Marijkestraat in de zuidwestelijke hoek Braakliggend perceel met onbenutte bouwtitel voor één vrijstaande woning (Sleënburgsestraat ongenummerd (tussen 1 en 1a, perceelnummers 2838, 2839) Het plangebied vormt de noordelijke rand van het centrum van Zetten en grenst aan enkele woonwijken. In de directe omgeving van het plangebied zijn daarom voornamelijk woningen gelegen (Hoofdstraat, Sleënburgsestraat, Marijkestraat). Ten zuiden van het plangebied, aan weerszijden van de Hoofdstraat, zijn centrumfuncties (zoals detailhandel en horeca) met bovenwoningen aanwezig. Een luchtfoto van de huidige situatie is opgenomen in afbeelding 2.2. Afbeelding 2.3 geeft het straatbeeld in een recente situatie (2018) weer. Hierop is te zien dat de huidige bebouwing in het plangebied aan vernieuwing toe is. Het huidige straatbeeld is weinig aantrekkelijk en biedt weinig ruimtelijke kwaliteit.

Daarnaast ervaart Aldi dat de huidige supermarkt te klein is om een voldoende serviceaanbod te kunnen bieden voor haar klanten.

Toelichting (ontwerp)

7

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Afbeelding 2.2: luchtfoto huidige situatie en begrenzing plangebied (bron: Bing Maps)

8

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Afbeelding 2.3: straatbeeld 2018, boven: leegstaand pand Hoofdstraat 21 met bovenwoningen en daarachter de huidige Aldi-supermarkt, onder: hoek Hoofdstraat-Sleëburgsestraat (bron: Google Streetview)

Toelichting (ontwerp)

9

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Hoofdstuk 3

T oekomstige situatie

De huidige Aldi-supermarkt voldoet met een bruto vloeroppervlak van ca. 750 m² (571 m² winkelvloeroppervlak) niet meer aan de hedendaagse eisen voor een volwaardige discountsupermarkt. Aldi is daarom op zoek naar uitbreidingsruimte. In de huidige bebouwing is dit niet mogelijk. Bovendien is zowel de bebouwing van de supermarkt als de omliggende bebouwing aan vernieuwing toe. Enkele van deze panden staan al enige jaren leeg. Door de huidige trends en ontwikkelingen in centrumdorpse gebieden is een iets compacter centrumgebied voor Zetten logisch. Het plangebied is daarentegen wel een geschikte locatie voor de supermarkt en het totale plangebied biedt ook voldoende ruimte om een volwaardige discountsupermarkt met bijbehorende voorzieningen te realiseren. Om deze redenen heeft de initiatiefnemer het voornemen om op de locatie een nieuwe supermarkt te realiseren. Hiertoe wordt alle bestaande bebouwing in het plangebied gesloopt. Ter vervanging wordt een nieuw supermarktgebouw aan de zuidkant van het plangebied beoogd. De bebouwing wordt éénlaags. De nieuwe winkel krijgt een verkoopvloeroppervlak van ongeveer 1.026 m² en een totale bruto vloeroppervlakte van ongeveer 1.392 m². Naast verkoopruimte komen in het gebouw onder meer een bake-off, personeelsruimte, klantentoilet en emballageruimte.

De nieuwbouw sluit ruimtelijk-stedenbouwkundig logisch aan op de zuidelijke perceelsgrens en op de aangrenzende bebouwing aan de westkant van de Hoofdstraat, waar de gevel in lijn met de aangrenzende voorgevels ligt. Het noordelijke deel van het plangebied zal worden ingericht als parkeerterrein met groenvoorzieningen, onder meer in de vorm van afschermend groen aan de westkant en bomen aan de Hoofdstraat en Sleënburgsestraat. Het parkeerterrein zal toegankelijk zijn vanaf de laatstgenoemde straat, ter plaatse van het huidige braakliggende terrein. De bouwtitel voor een woning op dit perceel vervalt logischerwijs. Het laden en lossen vindt plaats aan de noordwestkant van het nieuwe gebouw. De bevoorrading zal buiten de piekuren voor schoolgaande kinderen plaatsvinden (ma. t/m vr. tussen 6.30 en 7.30 uur en tussen 7.30 en 8.30 uur, alsmede ma. en do. tussen 10.30 en 11.30 uur). Daarnaast wordt ter plaatse van de huidige entree tot het bestaande parkeerterrein, aansluitend op de Marijkestraat, een tweede, kleiner parkeerterrein voorzien. Ook hier worden afschermend groen en een boom aangeplant. Afbeelding 3.1 geeft de toekomstige situatie weer. Op afbeelding 3.2 zijn gevelaanzichten van de nieuwbouw opgenomen.

10

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Afbeelding 3.1: inrichtingsplan toekomstige situatie (bron: Den Hollander Bouwontwerp en advies)

Toelichting (ontwerp)

11

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Afbeelding 3.2: gevelaanzichten nieuwbouw (bron: Den Hollander Bouwontwerp en advies)

Met de nieuwbouw van de supermarkt ontstaat een nieuwe noordelijke entree tot het centrum van Zetten, die aantrekkelijker en opener is dan in de huidige situatie het geval is. De supermarkt vormt een duidelijke en logische afronding van het centrum. Met een nieuwe, volwaardige en toekomstbestendige discountsupermarkt blijft het voorzieningenniveau voor Zetten bovendien op peil.

12

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt niet in de nationale hoofdstructuur en omvat een ontwikkeling van lokaal belang. Er zijn geen nationale belangen, zoals beschreven in de NOVI, in het geding. Het plan is niet in strijd met het nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels van het Barro worden gerespecteerd. Beoordeling en conclusie Het initiatief betreft een lokale ontwikkeling. Er zijn geen nationale belangen in het geding. Het Barro heeft geen doorwerking naar dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De ladder is een motiveringsinstrument dat moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: 'De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503). In een bestemmingsplan moet worden aangegeven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling

Toelichting (ontwerp)

13

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33 voorziet in een behoefte en een motivering, dat de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Beoordeling en conclusie Stedelijke ontwikkeling De ontwikkeling is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van een herschikking van functies. Verschillende incourante en vrijstaande panden worden gesloopt om zo een moderne Aldi-supermarkt te kunnen realiseren. Het bouwvlak binnen de bestemming 'Centrum' beslaat in het vigerende bestemmingsplan circa 1.200 m2, het bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan bedraagt circa 1.400 m2. Per saldo is er dus sprake van een planologische toename van circa 200 m2. Dit betekent dat alleen daardoor al geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder. In deze vergelijking zijn de vigerende ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse van het gebied voor bijgebouwen buiten beschouwing gelaten (50% van 1.600 m2).

Als die aan de vergelijking wordt toegevoegd bedraagt de afname van de juridisch-planologisch te realiseren capaciteit 600 m2. Verzorgingsgebied, DPO en effecten Vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening zijn de ruimtelijk-economische effecten van de uitbreiding van de supermarkt onderzocht. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 1. In het onderzoek zijn zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve behoefte onderzocht. Ook is een locatieafweging opgenomen, plus een toetsing aan het relevante detailhandelsbeleid. Voor een uitgebreide beschouwing van deze verantwoordingen wordt verwezen naar de bijlage. De supermarkt wordt uitgebreid met circa 455 m² wvo. Deze beperkte uitbreiding is gericht op het bieden van meer service en comfort voor de bestaande klanten. Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte aan uitbreiding van Aldi. Aldi is door haar specifieke positionering in de supermarktbranche een aanvulling op het dagelijks winkelaanbod binnen het verzorgingsgebied. De consument heeft behoefte aan een zo compleet mogelijk dagelijks winkelaanbod op aanvaardbare afstand. Met de uitbreiding van Aldi krijgt Zetten een kwalitatief hoogwaardig supermarktaanbod.

Op basis van actueel distributieplanologisch onderzoek worden geen onaanvaardbare effecten verwacht op de supermarktstructuur in het verzorgingsgebied als gevolg van uitbreiding van Aldi. Dit wordt hieronder nader toegelicht. Aldi heeft als secundaire/tertiaire supermarkt een grotere reikwijdte dan reguliere supermarkten. Het 'primair verzorgingsgebied' heeft betrekking op het gebied waar consumenten op onderzocht supermarktaanbod gericht zijn. Dit is dus wat anders dan waar de omzet van Aldi vandaan komt. De omzetclaim is over het primaire en secundaire gebied berekend. Aldi vervult een belangrijke functie voor het secundaire gebied. Daar is in de distributieve marktruimteberekening rekening mee gehouden door de koopkrachttoevloeiing in beeld te brengen. Op basis van beschikbare cijfers en kennis en ervaring is de best mogelijke inschatting gemaakt van de koopstromen. Het primair verzorgingsgebied wordt bepaald op basis van het consumentengedrag. Voor het primair verzorgingsgebied geldt dat binnen dit gebied de consument voor het grootste deel de dagelijkse aankopen in de eigen kern doet. Voor het secundair verzorgingsgebied geldt dat de consumenten zowel gericht zijn op Zetten als aankoopplaats, maar ook op andere kernen. Overigens is in het ruimtelijk-economisch onderzoek de kern 'Hemmen' toebedeeld aan het secundair verzorgingsgebied, met een koopkrachttoevloeiing van 90%.

Volgens deze redenering zou deze kern ook bij het primair verzorgingsgebied toebedeeld kunnen worden. Wanneer dat doorberekend wordt in het dpo levert dat geen andere resultaten op. De koopkrachtbinding blijft gelijk (90%), en de koopkrachtbinding neemt met 1 procentpunt af naar 56%. Dit is een minimaal verschil en leidt niet tot een verandering van de berekende marktruimte.

14

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

In Zetten zijn geen concrete plannen voor andere uitbreidingen of ontwikkelingen in de dagelijkse goederensector. Wanneer deze plannen er zijn, zal daar een afzonderlijke afweging voor gemaakt moeten worden. De vraag is of er met deze marktomstandigheden sprake zal zijn van een duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur. Daarvan is beargumenteerd dat dit niet het geval zal zijn. Het plan maakt de uitbreiding van een bestaande supermarkt mogelijk op de bestaande locatie. De verwachting is dat bij deze marktomstandigheden wel effecten optreden (lagere omzet per vierkante meter), maar dat deze niet onaanvaardbaar zijn. Voor de andere omliggende kernen worden geen gevolgen voor het supermarktaanbod verwacht. Consumenten zullen in de basis boodschappen doen in de eigen kern en voor aanvulling de supermarkten in Zetten bezoeken. Dat zal na uitbreiding van Aldi nog steeds het geval zijn, vooral ook omdat Aldi wordt benut als aanvullende supermarkt en naast andere supermarkten wordt bezocht. In de praktijk blijkt dat alleen toevoeging van een extra supermarkt voor enige verschuiving in consumentengedrag tussen supermarkten kan zorgen. Dat is geenszins het geval bij schaalvergroting van bestaande supermarkten zoals hier aan de orde is. Locatie De winkel van Aldi is gelegen in het centrumgebied van Zetten.

Het provinciaal en gemeentelijk beleid is gericht op een versterking van de detailhandelsstructuur en ondernemersklimaat. Clustering van functies staat hierbij centraal. De ontwikkeling van Aldi sluit aan bij dit beleid. Aanvullend is van belang dat met het initiatief sprake is van een zorgvuldig ruimtegebruik door de huidige supermarktlocatie optimaal te benutten en enkele minder courante functies en panden te verwijderen. Dit is in lijn met het oogmerk van de Ladder voor duurzame verstedelijking, namelijk een zorgvuldig ruimtegebruik en zorgvuldige ruimtelijke besluitvorming. Conclusie Met de ontwikkeling wordt een verbetering van de kwaliteit van de dagelijkse goederenstructuur van Zetten gerealiseerd. Een moderne Aldi wordt gerealiseerd die aansluit bij de wensen van de consument. Het huidige pand biedt hier niet de mogelijkheden voor. Ook in ruimtelijk opzicht betekent de ontwikkeling een verbetering voor het centrumgebied van Zetten. Al met al kan geconcludeerd worden dat met de uitbreiding van Aldi een toekomstbestendige winkel neergezet kan worden, hetgeen een positieve invloed op (het centrum van) Zetten zal hebben. De ontwikkeling leidt niet tot een duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur. Met de herontwikkeling is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving; stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland; door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Beoordeling en conclusie De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. Wel kan worden gesteld

Toelichting (ontwerp)

15

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33 dat het initiatief in lijn met de doelstellingen van de Omgevingsvisie is. De provincie stimuleert ontwikkelingen, die niet ten koste gaan van bestaande waarden en wil een aantrekkelijk vestigingsklimaat, met behoud van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving creëren. Daarvan is met de onderhavige ontwikkeling sprake. Dit wordt in deze toelichting aangetoond. Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van december 2018. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Beoordeling Het plangebied ligt binnen de volgende aanduidingen op de kaarten behorend bij de Omgevingsverordening: tijdelijk verbod vestiging, uitbreiding en hervestiging glastuinbouw; intrekgebied.

Deze aanduidingen stellen beperkingen aan respectievelijk glastuinbouw en de winning van fossiele energie. Deze functies en activiteiten zijn met dit bestemmingsplan niet aan de orde. In paragraaf 2.2.4 van de verordening is het provinciaal detailhandelsbeleid vastgelegd. Centraal staat het uitgangspunt dat geen nieuwe detailhandelslocaties in perifeer gebied toegestaan mogen worden. Dit bestemmingsplan is niet in strijd met deze eis, omdat er geen sprake is van een nieuwe detailhandelslocatie en omdat het plangebied in een centrumgebied ligt. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het provinciaal detailhandelsbeleid. Voor een uitgebreidere beschouwing van het provinciale detailhandelsbeleid in relatie tot het initiatief, wordt verder verwezen naar her tuimrelijk-economisch onderzoek in Bijlage 1. Hierin is ook het regionaal beleid, dat voortvloeit uit het provinciaal beleid, beschouwd. Conclusie Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid. In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven:

16

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33 Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied in de kern Zetten en voorziet in sloop en vervangende nieuwbouw met uitbreiding van een supermarkt. Enkele andere centrumfuncties en (boven)woningen verdwijnen. Zetten kenmerkt zich als een landelijk en groen dorp, dat aantrekkelijk is om te wonen wonen én werken te midden van natuurlijk buitengebied. Het dorp heeft een subregionale functie met een relatief hoog voorzieningenniveau. Om dit voorzieningenniveau vast te houden is het behouden van de bestaande supermarktfunctie in het plangebied belangrijk. Met de voorziene ontwikkeling kan deze functie worden behouden en duurzaam ter plaatse blijven functioneren met een voldoende serviceniveau en voldoende ruimte. De ontwikkeling draagt dan ook bij aan het behoud van het relatief hoge voorzieningenniveau van Zetten. Daarnaast wordt met de sloop van enkele incourante, aan vernieuwing toe zijnde centrumpanden, het centrum en de omliggende woonomgeving aantrekkelijker gemaakt.

Juist vanwege de ligging aan een aanlooproute van het centrum geeft deze vernieuwing een impuls aan de uitstraling van (het noordelijke deel van) het centrum. Ten slotte past deze ontwikkeling bij de opgave tot clustering van voorzieningen. De supermarktfunctie blijft in het centrum gelegen en is een trekker voor combinatiebezoeken met andere centrumfuncties. Het wegbestemmen van de overige bestaande centrumfuncties leidt tot een compacter centrum, wat het toekomstperspectief verbetert. Conclusie Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de gemeentelijke Omgevingsvisie.

Toelichting (ontwerp)

17

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Hoofdstuk 5 5.1

M ilieu- en omgevingsaspecten

Milieueffectrapportage

Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleinere bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Ook de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn', die sinds 16 mei 2017 in werking is, is voor dit bestemmingsplan van belang. De richtlijn wijzigt de procedure en de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van ruimtelijke plannen. Voor activiteiten, die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Beoordeling en conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in sloop en nieuwbouw van een supermarkt. De supermarktfunctie wordt daarbij vergroot van ca. 750 m² naar ca. 1.300 m².

Daar staat tegenover dat enkele andere panden met stedelijke functies verdwijnen. De ruimtelijke ontwikkeling wordt niet genoemd in lijst C van het Besluit m.e.r. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein.” Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, mede in relatie tot de te amoveren functies en bebouwing, is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit in dit plan. Een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling is niet aan de orde.

5.2

Geluid

Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. Alle wegen hebben geluidzones, met uitzondering van wegen die in een als 'woonerf' aangeduid gebied liggen en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere waarde worden vastgesteld. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen in stedelijk gebied is 63 dB. De gemeente heeft een beleidsnota voor het toepassen van hogere waarden opgesteld. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk. Een supermarkt wordt niet aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Er worden wel enkele bestaande geluidsgevoelige

18

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33 objecten (woningen) wegbestemd. Een akoestisch onderzoek is op basis van de Wgh niet benodigd. Conclusie Het thema akoestiek vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2ìg/m3).

Beoordeling Met dit bestemmingsplan wordt in het plangebied een nieuwe supermarkt mogelijk gemaakt ter vervanging van de bestaande, kleinere supermarkt, een eetcafé, enkele detailhandelslocaties, 6 bovenwoningen en een onbenutte bouwkavel voor een vrijstaande woning. In paragraaf 5.13 is berekend dat de verkeerstoename, worst-case berekend, circa 517 mvt/etmaal bedraagt. Met behulp van de NIBM-rekentool is onderzocht of het plan niet in betekenende mate bijdraagt. Dit is in afbeelding 5.1 weergegeven. Er is veiligheidshalve een aandeel van 2% vrachtverkeer aangehouden; dit zal in werkelijkheid lager zijn. De verwachting is dat het aantal vrachtwagenbewegingen niet of nauwelijks zal toenemen.

Afbeelding 5.1: worst-case berekening met behulp van NIBM-tool

Toelichting (ontwerp)

19

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Uit de berekening blijkt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt en onder de regeling NIBM valt. Een luchtkwaliteitonderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie De ontwikkeling valt onder de regeling NIBM. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Nader onderzoek is niet nodig.

5.4

Bedrijven en milieuzonering

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling moet rekening worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype.

Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies, die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Ten slotte kan sprake zijn van gebieden met een sterke functiemenging (functiemengingsgebieden), zoals stads- en dorpscentra en horecaconcentratiegebieden. In deze gebieden is een andere categorie-indeling van toepassing. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt een nieuwe supermarkt mogelijk in het plangebied. In de huidige situatie is een supermarkt reeds aanwezig en planologisch toegestaan. Wel wordt deze buiten de huidige bouwvlakcontouren gerealiseerd. Een supermarkt wordt aangemerkt als een milieubelastende functie. Volgens de VNG-brochure behoort deze tot milieucategorie 1. Het plangebied ligt aan de rand van een centrumgebied met diverse functies. Logischerwijs kan dan ook worden gesproken van het gebiedstype 'gemengd gebied'. Binnen dergelijke gebieden worden gevoelige functies, zoals woningen, en milieubelastende functies in milieucategorie 1 in het algemeen naast elkaar acceptabel geacht. Het betreft bovendien geen nieuwe functie, maar een reeds bestaande.

Vanuit zorgvuldigheidsoogpunt is niettemin een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is opgenomen als Bijlage 7. In het onderzoek is getoetst aan de VNG-richtwaarden. Uit het onderzoek blijkt dat de richtwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dagperiode (50 dB(A)) op één punt bij de woning Sleënburgsestraat 1 beperkt wordt overschreden, namelijk met 2 dB(A). De grenswaarde van stap 3 van de VNG-brochure (55 dB(A)) wordt niet overschreden. In de avond- en nachtperiode worden de richtwaarden (respectievelijk 45 en 40 dB(A)) niet overschreden. De genoemde overschrijding kan met een geluidafscherming met een hoogte van 1,5 meter worden voorkomen. Een afscherming met een dergelijke hoogte is echter vanuit ruimtelijk-stedenbouwkundig opzicht (in verband met zichtlijnen) niet wenselijk. De afscherming wordt daarom beperkt tot 0,8 meter. Hiertoe is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels. Omdat de grenswaarde van stap 3 ruimschoots wordt gerespecteerd, wordt de optredende geluidbelasting acceptabel geacht. De richtwaarden voor de maximale geluidniveaus (respectievelijk 70 en 65 dB(A) in de dag- en avondperiode) worden overschreden door de laad- en losactiviteiten en/of het dichtslaan van portieren.

20

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33 De VNG-richtwaarden hebben geen wettelijke status. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. Hierbij is het van belang dat de normen uit het Activiteitenbesluit rechtstreeks van toepassing zijn en dat de exploitant van de inrichting daar te allen tijde aan moet voldoen. Daarnaast wordt de berekende maximale geluidbelasting om de volgende redenen acceptabel geacht: er is gedeeltelijk sprake van een bestaand parkeerterrein en de berekende maximale geluidniveaus treden ook al op in de huidige situatie (dichtslaan portieren achter/naast de woning Marijkestraat 20a). In zoverre is er dus geen sprake van een verslechtering van het woon- en leefklimaat; er wordt een geluidscherm aangebracht, dat vanwege ruimtelijke afwegingen niet zodanig hoog kan worden dat in de avondperiode een effect wordt bereikt (de beoordelingshoogte in de avondperiode is 5,0 m); de geluidniveaus treden op tijdens de openingstijden van de supermarkt en niet tot laat in de avond. Ten aanzien van indirecte hinder wordt geheel voldaan aan de etmaalwaarde van maximaal 50 dB(A). Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' levert geen belemmeringen voor de ontwikkeling op. Omliggende functies worden niet beperkt en het initiatief leidt niet tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving.

De optredende geluidbelastingen worden acceptabel geacht. Ter waarborging is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de realisatie en instandhouding van een geluidscherm met een hoogte van 0,80 meter.

5.5

Geurhinder

Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van een geurgevoelig object mogelijk; ook een supermarkt wordt doorgaans als zodanig beschouwd. In de directe nabijheid van het plangebied zijn echter geen veehouderijen aanwezig. Bovendien is het plangebied omringd door andere geurgevoelige objecten. Daarom is uitgesloten dat er vanuit het aspect geurhinder belemmeringen voor de ontwikkeling optreden en is nader onderzoek niet nodig. Conclusie In het plangebied is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldoende gegarandeerd en er worden geen agrarische bedrijven belemmerd. Vanuit het aspect geurhinder zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling in het plangebied.

Toelichting (ontwerp)

21

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

5.6

Bodem

De bodemkwaliteit vormt een belangrijk aspect bij bouwontwikkelingen. In het kader van functiewijziging en herinrichting vormt de bodemkwaliteit bij ontwikkeling van ruimtelijke functies een belangrijke afweging. De Bouwverordening bevat een verbod voor het bouwen van woningen en andere gevoelige functies op verontreinigde grond. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt de bouw van een nieuwe supermarkt mogelijk, deels buiten de bestaande bebouwingscontouren. Daarmee wordt er nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt, waarin permanent personen verblijven. Een onderzoek naar de bodemkwaliteit is noodzakelijk. Dit onderzoek zal voor vaststelling van het plan worden uitgevoerd. Conclusie Het aspect 'bodem' zorgt op voorhand niet voor belemmeringen. Voor vaststelling van het plan zal een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd.

22

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

5.7

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van een supermarkt ter vervanging van een bestaande supermarkt mogelijk. Dit betreft een beperkt kwetsbaar object, dat gedeeltelijk op een andere plek wordt gerealiseerd.

Daarnaast worden met het plan enkele kwetsbare objecten wegbestemd. De bestemmingswijziging is relevant in het kader van zowel het PR als het GR. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is daarom een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In afbeelding 5.2 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.

Toelichting (ontwerp)

23

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Afbeelding 5.2: uitsnede provinciale risicokaart (raadpleging 12 april 2021), met plangebied in zwarte cirkel

De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op: Rondom de planlocatie zijn geen inrichtingen aanwezig met een extern veiligheidsrisico. Wel liggen op ca. 1.550 meter ten zuiden van het plan de Betuweroute en de snelweg A15, op ca. 3.800 meter ten oosten de snelweg A50 en op ca. 700 meter ten noorden de buisleiding N574-10. Op basis van de Regeling basisnet en de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze risicobronnen niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan alleen binnen het invloedsgebied van de Betuweroute, de snelweg A15 en A50. Ontwikkelingen hierbinnen hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Omdat de afstand tussen het plan en deze risicobronnen groter dan 200 meter is, heeft de wetgever aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel de aspecten zelfredzaamheid en beheersbaarheid. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van verschillende externe veiligheidsrisicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden.

Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Betuweroute en de snelwegen A15 en A50. Doordat het plan op meer dan 200 meter van deze transportroutes ligt hoeft er enkel te worden ingegaan op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Hierop heeft de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) op 1 april 2021 (kenmerk: 2021-001336) het volgende geadviseerd: 'Het plangebied ligt binnen de effectafstand van het scenario toxische wolk. De kans daarop is klein. Het plan leidt nauwelijks tot toename van het aantal aanwezigen. Het ligt in de verwachting dat zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen door te vluchten of bescherming te zoeken, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd. In het kader van de verantwoording groepsrisico zie ik geen aanleiding om te adviseren over de rampbestrijding en zelfredzaamheid'. Hieronder een beschouwing van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

A. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident met toxische stoffen te beperken. Bij het toxisch scenario is het handelingsperspectief schuilen in gebouwen. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. B. Zelfredzaamheid Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd. hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwingsen alarmeringspalen (WAS-palen) en NL-Alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn voldoende. Conclusie Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een risicobron. Daarmee wordt geen grens en richtwaarde overschreden en is er geen sprake van een directe of harde belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de Betuweroute, de snelweg A15 en A50. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief niet tot een toename van het groepsrisico leidt en geen significant effect heeft de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid.

De VGGM zag eveneens geen aanleiding om aanvullend te adviseren. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.

5.8

Explosieven

De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er kans bestaat dat ook in het plangebied nog sprake is van onontplofte munitie.

Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van beplanting, kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke niet-gesprongen explosieven (NGE's) van belang. De huidige bebouwing dateert van ruim na de Tweede Wereldoorlog (jaren '70-'90 van de vorige eeuw). Na de oorlog hebben er dus al uitvoerige werkzaamheden in het plangebied plaatsgevonden. Met behulp van de risicokaart is onderzocht in hoeverre er desondanks nog kans bestaat op het aantreffen van NGE's in het plangebied. Een samenvatting van de bevindingen is opgenomen in Bijlage 2. Op basis van de beschikbare archiefgegevens, literatuur en luchtfotomateriaal kunnen in de niet-naoorlogs geroerde bodem van het plangebied de volgende (sub)soorten ontplofbare oorlogsresten zijn achtergebleven: Geschutmunitie, verschoten, diverse kalibers, met een maximaal kaliber van 15 cm/155mm tot een diepte van maximaal 2,50 meter minus maaiveld (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33 5,00m+NAP; Klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers, diverse nationaliteiten, tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel 5,00m+NAP; oebehoren van ontplofbare oorlogsresten (hulzen), tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel 5,00m+NAP. Vanwege de aard en omvang van de naoorlogse bodemroerende ingrepen binnen het plangebied is sprake van een significante reductie van het verdachte gebied, zowel in horizontale als in verticale dimensie. De naoorlogse bodemroering is echter niet dermate ingrijpend gebleken dat het verdachte gebied volledig is gereduceerd. Om de risico's met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten te minimaliseren, is het advies om voorafgaande aan de voorgenomen bodemroerende werkzaamheden ter plaatse van de niet-naoorlogs geroerde bodem, of met een grotere werkdiepte dan de bestaande fundering, een opsporingsproces uit te voeren. Dit vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan geen belemmering.

5.9

Kabels en leidingen

Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken moet de leidingbeheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden. Beoordeling en conclusie In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor de realisatie van het plan.

5.10

Waterparagraaf

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal waterplan In december 2015 stelde het kabinet het Nationaal Waterplan vast. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe de provincie voor de planperiode de uitvoering van acties ziet om die doelstellingen te bereiken.

Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies. Waterschap Rivierenland Waterbeheerplan 2016-2021 Dit plan, vastgesteld op 27 november 2015, gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33 omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerplan staat wat Waterschap Rivierenland de komende periode gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden. Het plan is in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe opgesteld. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren. Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd.

Gemeente Overbetuwe Waterplan Overbetuwe In 2008 stelde de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vast. Het waterbeheerplan van het waterschap is later geactualiseerd (zie hierboven), ook in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden naast elkaar. In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt. Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals: wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan; waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit; grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast; beleving van water, burgers betrekken bij water; afspraken en taken van waterschap en gemeente. Beoordeling (watertoets) Hemelwater Het plangebied is zowel in de huidige als in de toekomstige situatie vrijwel geheel verhard. Een uitzondering vormt het huidige braakliggende perceel 2839 aan de Sleënburgsestraat. Het verharde oppervlak zal in de toekomstige situatie hierdoor mogelijk beperkt toenemen.

Niet verwacht wordt dat de eenmalige vrijstellingsdrempel van 500 m² verhard oppervlak in stedelijk gebied wordt overschreden. Een compensatieplicht is daarom vooralsnog niet aan de orde. Hemelwater op de toekomstige bebouwing en verharding zal separaat van het afvalwater worden afgevoerd. De exacte wijze waarop het hemelwater wordt opgevangen en afgevoerd wordt nog nader uitgewerkt. Vuilwaterafvoer Vuilwater moet bij de nieuwe woningen gescheiden worden afgevoerd van het hemelwater. Bij de technische uitwerking moet worden onderzocht wat de mogelijkheden voor vuilwaterafvoer zijn. Oppervlaktewater In het plangebied en haar directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig. Er wordt ook geen nieuw oppervlaktewater toegevoegd.

Toelichting (ontwerp)

27

bestemmingsplan Zetten, Hoofdstraat 21-33

Waterkeringen Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone van een waterkering. Conclusie De ontwikkeling waarin dit bestemmingsplan voorziet, leidt tot een toename van verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie. De ontwikkeling kan hydrologisch worden uitgevoerd. Dit is een voorwaarde voor de nadere uitwerking van bebouwing en inrichting. Bij de uitwerking van het initiatief moeten schoon hemelwater en vuilwater gescheiden worden afgevoerd. Negatieve effecten op oppervlaktewater of op de veiligheid van een waterkering zijn uitgesloten. Gezien het bovenstaande heeft het plan geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding en vormt het aspect water dan ook geen belemmering in het kader van dit bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=c1efee18-1669-48bd-bb2b-8bb52005c155