CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-10-05.09 Relevant stuk 1a.1 Programma van Eisen sportcentrum Elst_210726

Gemeenteraadsvergadering 5 oktober 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Nieuwbouw Multifunctioneel Sportcentrum te Elst20.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij geopende wand ontstaat een rechthoekige ruimte zonder obstakels In de nabijheid van de multifunctionele zaal bevinden zich twee kleedruimten bedoeld voor het omkleden van sporters voor de multifunctionele zaal. De kleedruimten hebben geen directe toegang tot de multifunctionele zaal. De multifunctionele zaal dient geschikt te zijn voor de toepassing van digitale (leer)middelen: •

er moet gewerkt kunnen worden met multi media apparaten (smart phone, tablet, laptop oid);

•

ruim voldoende data aansluitpunten (RJ45), 230V wandcontactdozen (waarvan minimaal één met USB 5V outlet) en wifi bereik (Acces Points);

•

geluidinstallatie, lichtinstallatie;

•

bedienbaar centraal;

•

een inkassing t.b.v. een 55” Active Panel Bedieningsscherm (levering derden), de daartoe benodigde voorzieningen opnemen (bekabeling, voeding, data, luidsprekerkabel, etc.);.

Aandachtspunten afwerking: •

Vlakke rechte wanden, geen kolommen in oefenruimte.

•

De wanden dienen tot 2 m1 hoogte obstakelvrij en van een materiaal te zijn uitgevoerd dat lichamelijk letsel zoveel mogelijk uitsluit.

•

Bedieningsmechanismen en brandslanghaspels etc. wegwerken in koven in muur en/of afschermen. Sporttoestellen vlak in de wand opnemen.

•

De brandslanghaspels vlak in de wand opnemen. De brandslanghaspelkast bij voorkeur voorzien van een deur welke balbestendig is;

•

Uitwendige hoeken en eventueel vrijstaande kolommen in toestelberging tot 2 meter boven vloer afronden.

•

Materiaalwanden dienen bestand te zijn tegen mechanische beschadigingen en niet te brokkelen of korrelen (balvast). Lichamelijk contact mag zo min mogelijk letsel (schaven, branden) tot gevolg hebben (geen bezande steensoorten of kunststof wanden).

•

Materiaalwanden dienen een geluidabsorptiecoëfficiënt te hebben van minimaal 0,25 αW.

•

Glasvlakken dienen balvast (gehard en gelaagd) te zijn en bestand te zijn tegen mechanische beschadigingen.

•

Glasvlakken dienen geen hinderlijke reflecties te geven. Ditkan voorkomen worden door ontspiegeld glas toe te passen of het glas onder een kleine hoek (3-5 graden) in de sponning te plaatsen.

•

Indien van toepassing, afgeschuinde vensterbanken toepassen om ophoping van tafeltennisballen en evt shuttles (badminton) te voorkomen

•

De draairichting van de toegangsdeuren en ramen dient nooit zaal inwaarts te zijn.

•

Deurkozijnen vlak in de wand opnemen en uitrusten met verzonken beslag.

•

De reflectiefactor van de wanden ligt tussen de 0,45 en 0.60.

•

Akoestische maatregelen opnemen in de wanden.

•

Wandschakelaars terugliggend aanbrengen in de wanden. 27

Plafond: Met de volgende uitgangspunten dient men rekening te houden: •

Het plafond dient minimaal tot 5 m1 obstakelvrij te zijn;

•

Het plafond dient bestand te zijn tegen mechanische beschadigingen en dient balvast te zijn;

•

Het plafond kan in belangrijke mate bijdragen aan de akoestische kwaliteit en dient een hoge geluidsabsorptie te hebben;

•

Verlichtingsarmaturen moeten vlak weggewerkt worden en beschermd tegen mechanische beschadiging. Opbouwverlichting tpv bergingen, installatieruimte en gymzaal;

•

De reflectiefactor van het plafond ligt tussen de 0,60 en 0,80.

Sportvloer: De sportvloer moeten voldoen aan de keuringseisen zoals deze zijn vastgelegd in het 'Handboek sportaccommodaties' van het NOC*NSF. Een onderdeel daarvan is het realiseren van een goede akoestiek in de gymzaal. De sportvloer moet aangelegd worden door een volgens het NOC*NSF gecertificeerd bedrijf dat is opgenomen in de 'Sportvloerenlijst'. Bij de keuze van de sportvloer en belijning moeten de opdrachtgever (en de gebruikers) nauw betrokken worden. De sportvloer in de multifunctionele sportzaal dient te voldoen aan: •

Geschikt voor dans en diverse sportactiviteiten;

•

Tenminste punt-elastisch, geen combivloer;

•

Vloerklasse (NEN-EN 14904-06): P1;

•

Prestatie-eisen (NOC*NSF US1-15-09) (klasse): 3;

•

Weerstand tegen slijtage (NEN-EN-ISO 5470-1-99) (mg): 150 (Taber H18/1000);

•

Rek bij breuk (NEN-ISO 37-11) (%): 200;

•

Brandgedrag (NEN-EN 13501-1+a09) (klasse): Bfl-s1;

Verlichting De verlichting buiten en binnen dient in energie-efficiënte uitvoeringen te worden aangebracht (LED). De verlichting dient geschakeld te worden doormiddel van aanwezigheidsschakelaars c.q. bewegingsmelders die te overbruggen zijn in verband met bijeenkomsten. Verlichting vlak wegwerken en dient obstakelvrij en balvast toegepast te worden. •

Verlichtingssterkte voldoet aan een Eh gem van 500 lux (gebruikswaarde) gemeten op het vloerniveau

•

De nieuwwaarde ligt ongeveer een factor 1,25 hoger.

•

De gelijkmatigheid van de verlichting E min: E gem moet minimaal 0,7 bedragen. Zie ook NEN-EN 12193

•

Een kleurweergave-index Ra van minimaal 80 en kleurtemperatuur van 4000K (warmwit).

•

Verlichting dient schakelbaar te zijn in de volgende lichtniveaus te weten: •

1 / 3 schoonmaak;

•

2 / 3 (training);

• • •

3 / 3 (wedstrijdniveau); Dimbaar; Helemaal aan of uit.

Voor de richting van de lichtlijnen dient rekening gehouden te worden met de situering van de diverse wedstrijdtafels van de tafeltennis. Noodverlichting en vluchtwegaanduiding aan te brengen op essentiële plaatsen, in vluchtwegen en boven nooduitgangen volgens NEN-EN 1838 Verwarming / koeling De ruimtetemperatuur van de wedstrijdruimte dient per sport aangepast te kunnen worden. Dans en sport met een hoog activiteitenniveau vraagt om temperaturen van ca 15 graden Celsius. Sport en yoga met een laag activiteitenniveau vraagt om een hogere temperatuur van circa 20-22 graden Celsius. De capaciteit dient zodanig te zijn dat deze temperaturen gehaald kunnen worden. Een dag- / nacht- / weekendschakeling wordt aanbevolen om een verantwoord energiebeheer te kunnen uitvoeren. 28

Luchtsnelheden ten gevolge van een verwarmingssysteem mogen niet meer dan 0,5 m/s bedragen. Het toe te passen verwarmingssysteem dient balvast te worden uitgevoerd. De multifunctionele ruimte dient te zijn voorzien van koeling om in de zomerperiode een voor de sporters acceptabele ruimtetemperatuur te kunnen realiseren. De temperatuur in de zomer mag maximaal 25 graden Celsius bedragen. Ventilatie De hoeveelheid ventilatielucht dient te voldoen aan de in het bouwbesluit gestelde eisen. Er dient uitgegaan te worden van een ventilatie-/ luchtbehandeling systeem die in de multifunctionele zaal zorg draagt voor het afvoeren van overtollige warmte en vochtproductie. Hergebruik van warmte in de afvoerlucht dient mogelijk te zijn door middel van recirculatie, warmteterugwinning of een combinatie van beiden. Luchtsnelheden ten gevolge van een verwarmingssysteem mogen niet meer dan 0,5 m/s bedragen. Het toe te passen ventilatiesysteem dient balvast te worden uitgevoerd. Akoestiek Het is belangrijk dat aandacht wordt besteed aan de akoestiek in de sporthal. De akoestische kwaliteit van een sporthal dient hoog te zijn omdat vele sportactiviteiten met een hoge geluidsbelasting gepaard gaan. Een juiste keuze van vloer, wand en plafondafwerking kan de nagalmtijd beperken. •

De gemiddelde absorptiecoëfficiënt van de sportruimte dient ten minste 0,25 αW te zijn.

•

De nagalmtijd is afhankelijk van volume en absorberend vermogen van een ruimte. De gemiddelde nagalmtijd in een frequentiegebied van 125 – 4.000 Hz is maximaal 1,0 seconde

•

De nagalmtijd per frequentieband (Tmax/fb) wordt gerekend door Tgem te delen door Tmax/fb en dient: 0,7 te zijn.

•

Het achtergrondgeluidsniveau is maximaal 40 dB(A). Dit geldt zowel voor externe geluiden als verkeer van buiten als voor interne geluidsbronnen als ventilatie- en verwarmingssystemen.

•

Naast alle bovengenoemde eisen dienen flutterecho’s te worden vermeden.

•

Bij toepassing van geperforeerde stalen dakplaten de spijkers voorzien van afdekdopjes of ervoor zorgen dat de spijkers geen ballen leeg kunnen prikken.

•

Geluidabsorptie via de wanden op de eerste drie meter is het meest effectief.

Berging multifunctionele zaal De bergingen dienen direct aan de multifunctionele zaal te worden gesitueerd en dienen afsluitbaar te zijn. De berging dient onderverdeeld te zijn in 3 aparte via de zaal toegankelijke bergruimte: •

Berging voor 6 tafeltennistafels en toebehoren. Schotten ivm wegrollen balletjes. Berging v.z.v. dubbele deuren en voldoende diepte om tafels haaks in te rijden, boven tafels dienen schappen te zijn aangebracht t.b.v. opslag badjes, netten en balletjes;

•

Berging voor dansattributen, eveneens voorzien van dubbele deuren en met voldoende breedte en diepte;

•

Berging voor 40 stapelbare stoelen.

De overgang van de multifunctionele zaal naar de vloer van de berging dient drempelloos te zijn. De openingen van de toestelberging dient afsluitbaar te zijn door middel van deuren. De deuren dienen vlak in de wand (obstakel vrij) te zijn opgenomen. De kleur van de deur mag niet teveel contrasteren met de wand. In de berging dient de verlichtingssterkte te voldoen aan een Eh gem van 150 lux (gebruikswaarde) gemeten op het vloerniveau. Kleedkamers Het betreft gezamenlijke kleedkamers voor zowel de multifunctionele zaal als de vechtsportzaal. De kleedruimtes mogen niet direct in de multifunctionele zaal uitkomen. De kleedruimten zijn gelegen in de directe nabijheid van de multifunctionele zaal. De eisen voor de kleedkamers zijn gelijk aan de kleedkamers van de sporthal.

29

Douche Het betreft een gezamenlijke doucheruimte voor zowel de multifunctionele zaal als de vechtsportzaal. De eisen voor de doucheruimten zijn gelijk aan de doucheruimten van de sporthal. Toilet Het betreft gezamenlijke toiletten voor zowel de multifunctionele zaal als de vechtsportzaal. De eisen voor het toilet zijn gelijk aan het toilet van de sporthal.

30

4.4.9

Vechtsportzaal

Vechtsportzaal De minimum hoogte van de ruimte dient 3,50 m1 te zijn. In de ruimte dient een judomat van 13 x 13m1 te worden opgenomen (Categorie vanaf 17jr, vechtmat 7x7m 1 met rondom 3 m1 veiligheidsstrook). De nagalmtijd in deze ruimte mag maximaal 1,0 seconde zijn. In bijlage 9 is de sporttechnische inrichting weergegeven. Afwerking: De wanden dienen obstakelvrij te zijn. Er mogen er geen uitstekende objecten aan de muur bevestigd zijn. Tot een hoogte van 1,50 m1 mag er ook geen glas zijn. De muren dienen schokbestendig te zijn. Verwarming Voor de vechtsportzaal dient met de volgende verwarmingseisen rekening te worden gehouden: •

Temperatuur: tussen 12 en 15 graden Celsius;

•

Luchtvochtigheid: maximaal 50 procent;

•

Luchtsnelheid: maximaal 0,50 m/s;

•

Geluidsproductie: maximaal 45 decibel.

Verlichting In de vechtsportzaal dient de verlichtingssterkte te voldoen aan een Eh gem van 500 lux (gebruikswaarde) gemeten op het vloerniveau. Ventilatie Voor de vechtsportzaal dient met de volgende ventilatie eisen rekening te worden gehouden: •

Per sporter geldt zo’n 40 m3 per uur;

•

maximale luchtsnelheid van 0,50 m/s;

•

maximale geluidsproductie van 40 decibellen.

Berging vechtsport De bergingen dienen direct aan de vechtsportzaal te worden gesitueerd en dienen afsluitbaar te zijn. Bokszakken dienen via een rail in de berging te kunnen worden opgeslagen. In bijlage 9 is een principe detail opgenomen van deze rail. De lengte van deze rail is minimaal 24 m1 en wordt bepaald door situering van berging t.o.v. de zaal, het aantal bokszakken en de minimale onderlinge afstand tussen de bokszakken. Afwerking: De overgang van de vechtsportzaal naar de vloer van de berging dient drempelloos te zijn. De openingen van de toestelberging dient afsluitbaar te zijn door middel van deuren. De deuren dienen vlak in de wand (obstakel vrij) te zijn opgenomen. De kleur van de deur mag niet teveel contrasteren met de wand. Verlichting: In de berging dient de verlichtingssterkte te voldoen aan een Eh gem van 150 lux (gebruikswaarde) gemeten op het vloerniveau. Toeschouwersruimte De toeschouwersruimte heeft een capaciteit van 40 personen. Vanaf elke zitplaats op de toeschouwersruimte moet de vechtsportzaal onbelemmerd te zien zijn en er dus geen hinder is van kolommen e.d. Zitplaatsen dienen eenvoudig schoon te maken zijn. De toeschouwersruimte heeft voldoende opstelplaatsen voor rolstoelgebruikers om aan de eisen voor ITS te voldoen. De toeschouwersruimte is rechtstreeks toegankelijk vanuit de bezoekersruimte(n).

31

Kleedkamers Het betreft gezamenlijke kleedkamers voor zowel de multifunctionele zaal als de vechtsportzaal. De kleedruimtes mogen niet direct in de vechtsport zaal uitkomen. De kleedruimten zijn gelegen in de directe nabijheid van de vechtsport zaal. De eisen voor de kleedkamers zijn gelijk aan de kleedkamers van de sporthal. Douche Het betreft gezamenlijke doucheruimten voor zowel de multifunctionele zaal als de vechtsportzaal. De eisen voor de doucheruimten zijn gelijk aan de doucheruimten van de sporthal. Toilet Het betreft gezamenlijke toiletten voor zowel de multifunctionele zaal als de vechtsportzaal. De eisen voor het toilet zijn gelijk aan het toilet van de sporthal.

32

5.

Technische Eisen

5.1

Algemeen

De keuzen die worden gemaakt dienen in basis gericht te zijn op energiebesparing en onderhoudsarme materialen. De Opdrachtgever wil in principe geen systeemkeuzen maken aan de voorkant. Wel zijn er een aantal uitgangspunten waar het ontwerp aan moet voldoen.

5.2

Bruikbaarheid

5.2.1

Sporttechnische eisen

Het sportcentrum moet voldoen aan de sporttechnische eisen zoals gesteld in paragraaf 2.1 en het gestelde in bijlage 3 en 4.

5.2.2

Akoestische en geluidseisen

Als gevolg van geluidsproductie door installaties, sporters, toeschouwers en geluidsinstallaties dienen maatregelen te worden getroffen om hinder in andere verblijfsruimten en omgeving te voorkomen. Hiervoor te rekenen op: Ruimte

Geluidsproductie

Spectrum

Toegestaan achtergrond-geluidsniveau

Horeca

85 dB(A)

Dance

45 dB(A)

Wedstrijdbad

85 dB(A)

Dance

45 dB(A)

Discozwemmen

Doelgroepenbad *

85 dB(A)

Dance

45 dB(A)

Discozwemmen

Sporthal

85 dB(A)

Popmuziek

45 dB(A)

Multifunctionele zaal

85 dB(A)

Popmuziek

45 dB(A)

Vechtsportzaal

85 dB(A)

Popmuziek

45 dB(A)

Overige verblijfsruimten

75 dB(A)

Spraak

40 dB(A)

Het toegestaan achtergrondgeluidsniveau is het maximaal aanwezige geluidsniveau in de betreffende ruimte als gevolg van de interne geluidsproductie conform bovenstaande tabel. Als gevolg van de aanwezige installaties mag het achtergrondgeluidsniveau maximaal 40 dB(A) bedragen in verblijfsruimten en 35 dB(A) in kantoorruimten. * Aangenomen mag worden dat 85 dB(A) dancemuziek in zwembad niet gelijktijdig zal plaatsvinden met muziek in de sporthal en deze activiteit uiterlijk 23:00 uur zal zijn afgelopen. Verder geldt dat het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een aangrenzende ruimte: •

42 dB(A) tussen verblijfsruimten

•

33 dB(A) richting verkeersruimten

Dit geldt ook voor de door een met een mobiele wand gescheiden ruimtes tenzij specifiek anders vermeld. De akoestiek in de ruimten dient uiteraard te voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige voorschriften zoals gesteld in paragraaf 2.1, alsmede het overige aangegeven in dit document.

33

5.2.3

Diverse exploitatie technische aandachtspunten

Vanuit exploitatie dienen onderstaande opgenomen te zijn in het ontwerp: •

Hinderlijk licht/zon inval in de baden dient te worden voorkomen. Altijd toepassen van zonwering op de zuid-, oost- en westgevel. Na 16:00uur sowieso geen zonlicht in het wedstrijdbad;

•

Schilderij rail in kantoren en personeelsruimte;

•

Stormankers op vluchtdeuren;

•

Afgeronde hoeken in alle sportzalen;

•

Hoekbeschermers op alle buitenhoeken;

•

Deurstoppers (niet op vloer gemonteerd);

•

Hoofdverkeersruimte breedte doorgang minimaal 1,50 m, gang kleedruimtes sporthal 1,80 m;

•

Bij toepassing koekoek deze voorzien van een rooster met luik;

•

In de zwembadruimte een niskast met deurtje met daarin opgenomen een dubbele wandcontactdoos, data aansluiting, bediening van verlichting, zichtwering en geluid. In het wedstrijdbad bij voorkeur dichtbij het bassin;

•

Afzuiging kooktoestel/frituur keuken middels een inductie systeem, afvoer direct naar buiten en niet naar retourzijde LBK. Standenschakelaar en schakelaar verlichting dampkap inbouw in de wand. Indien inductie niet het volledige afzuigdebiet toevoert, dient de benodigde hoeveelheid lucht uit de ruimte gehaald te worden. De toevoerdebiet dient op de afzuigvraag aangepast te worden. Standenschakelaar en lichtschakelaar dampkap op/in wand bevestigd, leidingwerk in de wand verwerkt;

•

Wandtegelwerk in kleedkamergebied zwembad (inclusief schone voetengang, douches en toiletten): tot plafond;

•

Wandtegelwerk in zwemzaal minimaal 2,0 meter hoog, behoudens waar akoestische voorzieningen opgenomen;

•

Alle houten binnendeurkozijnen voorzien van hardsteen of kunststof neuten minimaal 150mm hoog;

•

Brandslanghaspels in brandslanghaspelkasten verwerkt vlak in de wand.

•

Wandcontactdozen in grotere ruimtes (sportzaal, zwembad, horeca) over meerdere groepen verdelen;

•

Deurmelding openstaande deuren;

•

Installaties zijn op afstand digitaal regelbaar.

5.2.4

Evenementenaansluiting

In de sporthal (in tijdens gebruik afsluitbare kast in nis): •

2 stuks evenementen aansluiting (centraal) 400 volt 32 ampère en 2 stuks 400 volt 63 ampère;

•

6 stuks 230 volt aansluitingen tbv mobiele bar;

•

2 stuks 230 volt groepen 16 ampère voor geluidsapparatuur;

•

water (leegloopvoorziening en met lucht te doorblazen ivm beperkt gebruik) en afvoer.

Buiten (in tijdens gebruik afsluitbare kast): •

1 stuks evenementen aansluiting (centraal) 400 volt 63 ampère;

•

1 stuks 230 volt aansluitingen;

•

2 stuks 230 volt groepen 16 ampère voor geluidsapparatuur;

•

water (leegloopvoorziening en met lucht te doorblazen ivm beperkt gebruik) en afvoer.

5.2.5

Instelhoogten beweegbare bodem

Binnen de mogelijkheden van de regelgeving dient de beweegbare bodems op zoveel mogelijk hoogten te kunnen worden ingesteld. Onder de bodem dient schoonmaak mogelijk te zijn middels een zuigmachine. De traptreden van de zwembadtrappen zo aanpassen dat minimaal onderstaande instelling van de beschikbare hoogten beschikbaar is:. •

0-10 cm;

•

25-30 cm;

•

50-55 cm;

•

75-80 cm;

•

Vanaf 115 cm.

34

5.3

Deelgebruik

De afzonderlijke gebouwdelen (wedstrijdbad, doelgroepenbad, horeca/algemeen, kleedruimten zwembad, sporthal, multifunctionele zaal, vechtsportzaal en per zaal bijbehorende kleedruimten) dienen zelfstandig en los van elkaar gebruikt te kunnen worden. De gebouwdelen dienen te beschikken over zelfstandig te gebruiken installaties ten behoeve van beveiliging, verwarming, verlichting, ventilatie (en verwarming) en geluid. Zelfstandig functionerende compartimenten dienen elektronisch te kunnen worden afgesloten en bewaakt. Horeca algemeen maakt onderdeel uit van het centrale toegangsbereik en is functionerend bij gebruik van alle afzonderlijke functies.

5.4

Installaties algemeen

Montage Installatiecomponenten zoveel als mogelijk buiten bereik van publiek aanbrengen in separate ruimtes (technische ruimtes). Daar waar in verblijfsruimtes toegepast en verlaagde plafonds aanwezig zijn, de componenten opnemen in het plenum boven het plafond. Leidingwerk (waterleidingen, mantelbuizen, kabels) in de wanden wegwerken of zoveel mogelijk in kruipruimten in verband met legionella. In de douche-/ kleedruimte plafonds uitvoeren in een slagvaste uitvoering. In de zwembadomgeving hangende componenten voorzien van een extra safety ketting. Beschikbaarheid Bij uitval van energielevering uit het openbare net zal het gebouw ontruimd worden, na terugkeer van de energielevering herstarten de installaties systemen zelfstandig en automatisch. Logfuncties dienen bij stroomuitval niet verloren te gaan. Klokken (tijdsaanduiding) dienen, na stroomuitval, de juiste tijd weer te geven. Klokken dienen automatisch zomer- en wintertijd aanpassing te hebben. Veel installatiecomponenten kunnen enkelvoudig worden uitgevoerd, waarbij een enkel toestel de gevraagde functie vervult. Bij uitval, niet zijnde stroomuitval openbare net, zal dan de functie niet langer kunnen worden uitgevoerd, wat in veel gevallen voor een beperkte periode acceptabel is.

Voor een aantal functies is volledige uitval niet acceptabel, deze dienen voorzien te zijn van een noodstroomvoorziening: nood- en vluchtwegverlichting (centraal of decentraal, ter keuze opdrachtnemer), brandmeldinstallatie, inbraakinstallatie, CCTV-installatie en water-op-de-vloer alarmen. Voor andere functies is een uitval acceptabel voor een korte periode, dit geldt voor: 1. Warmteopwekking en warmtapwatervoorziening; 2. Circulatie van badwater. Een acceptabele uitval is een uitval waarbij de essentiële bedrijfsprocessen uitvallen, doch doorgang kunnen vinden, zonder dat de wettelijke eisen overschreden worden. Voor de waterzuivering geldt bijvoorbeeld de waterkwaliteit als bepalend: als door uitval geen circulatie plaatsvindt, doch de parameters blijven binnen de bandbreedte, dan is een uitval over een beperkte tijd acceptabel. Een sluiting als gevolg van uitgevallen functie is niet acceptabel. Transportpompen die het transport van verwarmingswater naar meer dan één groep verzorgen, moeten dubbel worden uitgevoerd, zodat geen “single point of failure” ontstaat, waarbij uitval van één centrale circulatiepomp leidt tot uitval van de warmtevoorziening van het gehele gebouw, of een groot deel van het gebouw.

Circulatie badwater De badwatercirculatie en filtratie moet altijd zijn gewaarborgd, waarbij kortstondige afwijkingen van de nominale capaciteit tijdens calamiteiten toelaatbaar is. Wel moeten ook dan de volgende minimale capaciteiten worden gehandhaafd: •

Circulatiedebiet minimaal 50%;

•

Filtratiedebiet minimaal 40% met maximaal 30 mu. filterdoorlaat;

•

Compensatieklep, waarbij nachtverlaging mogelijk is.

35

Om de circulatie en filtratie bij calamiteiten mogelijk te maken is het toelaatbaar dat daartoe enkele handmatige afsluiters moeten worden bediend (kortsluiting tussen beide circulatie systemen). Verder in zijn algemeenheid geen gebruik maken van haakse bochten in verband met stromingsverlies.

5.5

Monitoringsysteem

5.5.1

Algemeen

De energieverbruiken van belangrijke afnemers dienen inzichtelijk te worden gemaakt. Deze energieverbruiken bestaan vaak uit meerdere onderdelen. Zo geldt voor de luchtbehandelingskast enerzijds algemeen elektriciteitsverbruik voor de toe- en afvoerventilator (direct of indirect), de klepmotoren en eventueel geïntegreerde warmtepompen, daarnaast heeft een luchtbehandelingskast een warmte- of koude vraag, waarmee thermische energie (aangeleverd door centraal opgewekte warmte- of koude opwekking) wordt verbruikt. Deze thermische energie, alsmede de elektrische energie dient te worden gemonitord.

5.5.2

Monitoring van verbruiken

Voor de bewaking van de prestaties t.a.v. energie, water en chemicaliën verbruik zal door de opdrachtnemer worden voorzien in een digitaal monitoringssysteem. Met het monitoringssysteem wordt geregistreerd, gesignaleerd en gerapporteerd. Het systeem is een dynamisch model waarin de energiestromen van het complex inzichtelijk gemaakt worden. Het monitoringsysteem is inzichtelijk voor de gemeente en exploitant door middel van inloggevens en een wachtwoord. Met het monitoringssysteem worden relevante gegevens geregistreerd en opgeslagen over onder andere (niet limitatief): •

het totaal en deelverbruik van elektriciteit, water en chemicaliën, verdeeld in de volgende bouwdelen: •

zwembad (incl. kleedruimtes);

•

sporthal (incl. kleedruimtes);

•

overige ruimten.

•

klimaat in zwembad (temperatuur, relatieve vochtigheid);

•

klimaat in sporthaldelen, multifunctionele zaal en vechtsportzaal (temperatuur, RV; CO2-waarde);

•

zwemwaterkwaliteit (temperatuur, chloor en pH-waarden) per compartiment;

•

contractueel overeengekomen parameters zoals bezoekersaantallen, openingsuren en graaddagen (28);

•

stand beweegbare bodem(s);

•

elektriciteitsverbruik en warmteverbruik: •

warmteopwekkingsinstallaties (elektriciteitsverbruik en warmteopwekking);

•

warmwaterbereiding (warmteverbruik of elektriciteitsopwekking indien direct elektrisch);

•

luchtbehandelingskasten (elektriciteitsverbruik totale kast, warmteverbruik);

•

zwemwaterpompen (elektriciteitsverbruik);

•

verlichting (totaal elektriciteitsverbruik sporthal/turnhal verlichting en totaal elektriciteitsverbruik zwembadverlichting).

ON dient het systeem zodanig in te richten dat voorkomen wordt dat storingen en ontregelingen te laat worden ontdekt en dat deze nadelige invloed hebben op het energiegebruik van het complex. De monitoring draagt op deze manier bij aan het realiseren van de energie- en onderhoudsprestatie. Alle informatie zichtbaar op scherm moet opgeslagen worden (logfunctie) en via rapportages zichtbaar gemaakt kunnen worden. Vanuit het monitoringssysteem kunnen ook rapportages worden uitgedraaid. Er kan zowel actuele als historische informatie over zaken als verbruik, onderhoud en dergelijke worden gegenereerd. Zo kunnen overzichtelijke rapportages door ON aan de gemeente en exploitant worden geleverd gedurende een vooraf gestelde periode en daarna door gebruikers zelf geregistreerd worden. Voor de elektrische energie van de luchtbehandelingskast volstaat de monitoring van het totaal elektrisch verbruik van elke kast afzonderlijk. Er hoeft geen meting van elke klepmotor of afzonderlijke ventilatormotor geregistreerd te worden. Voor de thermische energie volstaat het totaal aan warmte (of koude) welke aan de individuele kast geleverd wordt. 36

Het chemie verbruik mag middels handmatige invoer geregistreerd worden, evenals de bezoekersaantallen. De analoge gegevens dienen wel in de monitoring verwerkt te worden (rapportage).

5.5.3

Bemeteren van verbruiken

Gegevens voor de energieregistratie worden ook via de GBS aangeleverd door de koppeling met de elektriciteits-, water- en warmtemeters. Dit betreffen zowel de hoofdmeters van de meetbedrijven als tussenmeters voor registratie van de verschillende (deel)energiestromen, alsmede warmtemeters voor productie en verbruik. Om de energiestromen goed te kunnen beheersen, dient door de opdrachtnemer in overleg met de gemeente een indeling te worden gemaakt in gebouwdelen die apart worden bemeterd. De verschillende bouwdelen zijn het zwembad, de sporthal en de overige ruimten. Minimaal dient worden opgenomen: •

Hoofdvoeding Elektriciteitsaansluiting;

•

Hoofwatermeter;

•

Bruto Productiemeter PV-installatie;

•

Het totaal en deelverbruik van elektriciteit, water en chemicaliën, verdeeld in de volgende bouwdelen / onderdelen: •

zwembad;

•

sporthal

•

horeca

•

evenementenaansluitingen

•

overige ruimten;

•

Warmte meter per LW en WW wamtepomp (alleen warme zijde);

•

Watermeter voeding boiler(s);

•

Watermeters op alle suppletie- en spuileidingen die in het WZ buffer komen (ook verplicht volgens WHVBZ);

•

Elektriciteitsverbruik en warmteverbruik: •

warmteopwekkingsinstallaties (elektriciteitsverbruik en warmteopwekking), per warmtepomp LW/WW;

•

warmwaterbereiding (warmteverbruik of elektriciteitsopwekking indien direct elektrisch);

•

luchtbehandelingskasten (elektriciteitsverbruik totale kast, warmteverbruik);

•

zwemwaterpompen (elektriciteitsverbruik);

•

verlichting (totaal elektriciteitsverbruik sporthal/turnhal verlichting en totaal elektriciteitsverbruik zwembadverlichting);

•

Elektrameters voor de WZ installatie, regelkastvoeding (en eventueel voeding ZEI, indien van toepassing);

•

Klimaat in zwembad (temperatuur, relatieve vochtigheid);

•

Klimaat in sporthaldelen, multifunctionele zaal en vechtsportzaal (temperatuur, RV; CO2-waarde);

•

Zwemwaterkwaliteit (temperatuur, chloor per bassin, pH-waarden per systeem, alle bassin groepen een flowmeter);

•

Contractueel overeengekomen parameters zoals bezoekersaantallen, openingsuren en graaddagen (28);

•

Stand beweegbare bodem(s).

Meters mogen niet als pulse meters uitgevoerd worden maar dienen als ModBus meters uitgevoerd te worden. Het energieverbruik zoals vastgelegd voor de energieprestatie is onder meer gerelateerd aan openingsuren (gebruikstijden) en bezoekersaantallen (zwembad, suppletiewater en gebruik douches sporthal en zwembad). Buiten de openingsuren worden installaties anders geregeld of zijn dan uitgeschakeld. Dit is van invloed op het energie- en waterverbruik. De openingstijden zoals aangegeven in de vraagspecificatie zijn de referentietijden zoals die worden ingevoerd in het GBS. Voor de bewaking van de prestaties t.a.v. energie, water en chemicaliën verbruik zal door ON worden voorzien in een digitaal monitoringssysteem. Met het monitoringssysteem wordt geregistreerd, gesignaleerd en gerapporteerd. Het systeem is een dynamisch model waarin de energiestromen van het complex inzichtelijk gemaakt worden. Het monitoringsysteem is inzichtelijk voor de gemeente en exploitant door middel van inloggevens en een wachtwoord. Met het monitoringssysteem worden relevante gegevens geregistreerd en opgeslagen over onder andere (niet limitatief): 37

ON dient het systeem zodanig in te richten dat voorkomen wordt dat storingen en ontregelingen te laat worden ontdekt en dat deze nadelige invloed hebben op het energiegebruik van het complex. De monitoring draagt op deze manier bij aan het realiseren van de energie- en onderhoudsprestatie. Alle informatie zichtbaar op scherm moet opgeslagen worden (logfunctie) en via rapportages zichtbaar gemaakt kunnen worden. Vanuit het monitoringssysteem kunnen ook rapportages worden uitgedraaid. Er kan zowel actuele als historische informatie over zaken als verbruik, onderhoud en dergelijke worden gegenereerd. Zo kunnen overzichtelijke rapportages door ON aan de gemeente en exploitant worden geleverd gedurende een vooraf gestelde periode en daarna door gebruikers zelf geregistreerd worden. Voor de elektrische energie van de luchtbehandelingskast volstaat de monitoring van het totaal elektrisch verbruik van elke kast afzonderlijk. Er hoeft geen meting van elke klepmotor of afzonderlijke ventilatormotor geregistreerd te worden. Voor de thermische energie volstaat het totaal aan warmte (of koude) welke aan de individuele kast geleverd wordt. Het chemie verbruik mag middels handmatige invoer geregistreerd worden, evenals de bezoekersaantallen. De analoge gegevens dienen wel in de monitoring verwerkt te worden (rapportage).

5.6

Watertemperatuur Minimaal

Maximaal

Gemiddeld

Wedstrijdbad

27,0 °C

30,0 °C

27,5 °C

Doelgroepenbad

29,0 °C

31,0 °C

30,0 °C

Peuterbad

30,0 °C

32,0 °C

31,0 °C

Whirlpool

30.0 °C

35,0 °C

33,0 °C

Enige stijging in het Doelgroepenbad als gevolg van het (door)verwarmen van het peuterbad is toelaatbaar. De temperatuur van het doelgroepenbad moet eenvoudig te regelen te zijn voor de verschillende gevraagde temperaturen voor bijvoorbeeld babyzwemmen, ouderen en dames die in verwachting zijn..

5.7

Waterzuiveringsinstallatie

Waterzuiveringsinstallatie Desinfectie door middel van zoutelektrolyse met gesloten cellen en zoutregeneratie uitvoeren met de volgende voorzieningen: • Correctie van de Ph • Dubbele waterontharder • Regeneratie van de ontharder op basis van automatische hardheidsmeting • Chloorgasdetectie • Vat met dagvoorraad chloride Minimaal 2 frequentiegeregelde circulatiepompen per systeem, zodanig dat bij uitval van een pomp minimaal 75% van de nominale circulatie mogelijk is. Pompen uitvoeren met, per systeem één (gezamenlijk) separate haarvanger (geen geïntegreerde haarvangers in pompen). Filters uit te voeren op voorstel ON in stalen filters met rubbercoating (uitgevoerd met doppenbodem), of een (bewezen) goede kwaliteit kunststof filter (uitgevoerd met doppenbodem), gevuld met zand, meerlaags vulling (zand/hydroantacit),glasparels of ceoliet. Filters voorzien van goede ruime kijkglazen. Beoogd wordt een filter met een zeer lange levensduur. Voor de filters wordt een garantie van 20 jaren op het filter gevraagd. Deze garantie geldt niet voor de filterdoppen. 38

SiC vulling in filters1, zijn zeker ook denkbaar als alternatief voor traditionele oplossingen met zand- of zand/hydroantracyt. Actief kool in een meerlaags filter (volstroom) is niet toegestaan. Nieuwe filterconcepten, zoals SiC voldoen niet aan de criteria van voorfiltratie, maar hebben wel een gunstige invloed op het spoelwatergebruik. Als SiC filters worden toegepast, dan moeten deze automatisch zelfreinigend zijn. De installatie moet zijn uitgerust met vlokmiddeldosering en bicarbonaatdosering per filtersysteem. De bicarbonaatdosering moet een concentratie van 40 mg/l in het badwater kunnen realiseren en onderhouden. De bicarbonaatdoseerinstallatie zodanig uitvoeren dat continue circulatie is gewaarborgd, ook als de bicarbonaat-voorraad is opgebruikt, zodat verstoppingen worden voorkomen. De voorraadtanks van vlokmiddel en bicarbonaat moeten een toereikende inhoud hebben voor 10 dagen gebruik. Toepassen van een leegzuigvoorziening door middel van de circulatiepompen: perszijdig leidingwerk via een bypass aansluiten op de zuigzijde van één circulatiepomp of beide circulatiepompen en perszijde filters via bypass aansluiten op spoelleiding, zodat via de inblaasroosters het bad leeggezogen kan worden en rechtstreeks op het riool lozen. Bufferkelders voorzien van een leegloopvoorziening met afsluiter (in put nabij bufferkelder) met aansluiting op de vuilwaterput kelder.

Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden De kwaliteit van het zwemwater moet voldoen aan de WHVBZ. Ook moet worden voorgesorteerd op de aangekondigde nieuwe zwemwaterwet2. De installaties moeten dusdanig worden ontworpen en gerealiseerd dat het zwemwater ook aan deze nieuwe wet voldoet en aansluit op het gebouw beheer systeem. Er moet rekening worden gehouden met het B.A.L.. Dit kan door het voorbereiden van maatregelen als UV-behandeling van badwater, in de vorm van een ruimtereservering en reservering in de schakelkast, regelapparatuur en elektrisch vermogen. Of het verantwoord is om geen UV-behandeling toe te passen hangt af van de totale opzet van de waterbehandeling. Een aspect wat in de nieuwe Waterwet ook belangrijker wordt, is een goede en snelle verdeling van het toevoerwater (en daarmee de verdeling van vrij chloor). Met name boven beweegbare bodems is de snelheid waarmee toevoerwater in het bassin wordt verdeeld matig tot slecht. Hierdoor kan de vrij chloorconcentratie boven beweegbare bodems sterker fluctueren dan in een bad zonder beweegbare bodem, iets wat bij lagere regelwaardes van vrij chloor problematisch kan worden. Daarom is het realiseren van een goede (directe) watertoevoer boven een beweegbare bodem belangrijk.

5.8

Werktuigbouwkundige installaties

Drinkwateraansluiting Het drinkwatersysteem (voorzien van poortwachtersysteem) voor zwembad en sporthal deel dienen separaat uitgevoerd te worden. Hiervoor dienen 2 aansluitingen te worden opgenomen. Teneinde het Legionella beheer mogelijk toekomstig te vereenvoudigen, zal het niet prioritaire deel gescheiden moeten zijn van het prioritaire deel. De risico analyse en het beheersplan Legionella dient voor de gehele installatie te worden opgesteld. Gemeente wil de toekomstige mogelijkheid hebben om (in overleg met de handhavende organisaties) een scheiding in beheer tussen prioritaire en niet prioritaire installatie te realiseren. In het ontwerp van de installatie dien een terugstroombeveiliging te worden opgenomen direct na de aftakking van het niet prioritaire deel van de installatie. Deze terugstroombeveiliging dient te voldoen aan de eisen van het drinkwaterbedrijf. 1

SiC filters kunnen niet goed in de GPR worden ingevoerd. Een Sic filter gebruikt minder spoelwater dan een zandfilter, maar vraagt wel weer een zelfde hoeveelheid pompenergie. Daarom is als oplossing gekozen voor het invullen van een percentage hergebruik van spoelwater indien SiC filters worden toegepast, omdat dit een vergelijkbaar effect op het energie en waterverbruik heeft. 2 Besluit Activiteiten Leefomgeving, publicatieversie november 2020.

39

Warmteopwekking en warmtapwatervoorziening De warmteopwekking en warmwaterbereiding zal niet worden aangesloten op het aardgasnet en moet volledig worden verwarmd met warmtepompen. Voor lucht-water warmtepomp geldt een (minimale) gemiddelde COP van 3,5. Voor water-water warmtepompen geldt een (minimale) gemiddelde COP van 4,0. De warmteopwekking in het gebouw moet onder alle omstandigheden worden gewaarborgd. Om hieraan te kunnen voldoen moet de warmteopwekking worden verzorgd door minimaal 2 onafhankelijke toestellen, waarvan het opgewekte vermogen bij - 10°C voldoet aan de volgende eisen: •

Continue verwarming van het gebouw conform de transmissieberekening;

•

Ventilatie van het gebouw met 50% van het buitenluchtaandeel in zwemzalen en 100% van het buitenluchtaandeel voor de overige ventilatie installaties;

•

De volledige warmtapwaterverzorging;

•

De handhaven van de temperatuur van de baden op de maximale waarde zoals genoemd in paragraaf 5.6

De capaciteit van de installatie, buffer en appendages dient zo uitgevoerd te worden dat de benodigde functionaliteit gewaarborgd wordt (buffercapaciteit, etc.). Het thermisch spoelen van de drinkwaterleidingen t.b.v. Legionella beheer dient op minimaal 70°C te geschieden. De capaciteit van de warmteopwekking dient dusdanig te zijn dat de thermische spoeling geheel en ongehinderd kan plaatsvinden gedurende de benodigde tijd (op basis van leidinglengte, temperatuur en waterhoeveelheid). Elke aftakking vanaf aanvoerleiding of circulatieleiding dient voorzien te zijn van controleerbare terugstoombeveiliging met kogelafsluiter. Extra opwarmvermogen van het opwarmen van de baden kan in deze configuratie weggelaten worden, aangezien het (extra) opwarmen van de baden bij -10 °C een gezochte bedrijfswijze is. Indien vloerverwarming wordt toegepast dienen de lokale verdelers hiervan te worden weggewerkt in een kast of omkasting zodat deze niet in het zicht is/zijn. Indien vloerverwarming in de zwemzaal, dient de verdeler in een naastgelegen ruimte geplaatst te worden en niet in de zwemzaal. De luchttemperatuur in de zwemzaal dient 0,5 - 1 graad Celsius boven de watertemperatuur te zijn. De relatieve luchtvochtigheid in de zwemzalen hangt af van de ruimtetemperatuur en zal liggen tussen 55% bij 29ºC en 47,5% bij 34ºC.

Wanneer de vochtigheid van de buitenlucht hoger wordt dan 9 g/kg, zullen deze waardes meestijgen met de (absolute) buitenvochtigheid. De luchttemperatuur in de sporthaldelen, multifunctionele zaal en vechtsportzaal dient minimaal 18 graden (winter) te bedragen. Naast de eisen van NOC*NSF en de wettelijke eisen (ventilatiedebiet verblijfsruimtes, sanitaire ruimtes) geldt een minimale ventilatie van 30 m³/h per persoon voor bijeenkomstruimten verkeersruimten en 50 m³/h per persoon voor overige ruimten. Voor de (kantoren) verblijfsruimten geldt een minimale temperatuur tijdens verwarmingsbedrijf van 21 °C en een maximale GTO (conform NEN ISO 7730) van 5% van de gebruikstijd gedurende het gehele jaar. Sanitair Al het sanitair dient vrij van de grond te worden aangebracht i.v.m. schoonmaak. Al het sanitair (zoals douches, toiletten, kranen op wastafels, enz.) dienen bedient te worden d.m.v. sensoren. Deze zijn aangesloten op een vaste voeding (niet batterij gevoed). Alle douches dienen voorzien te zijn van een automatisch spoelsysteem, welke de individuele douches automatisch kan laten ‘aan’ gaan (frequentie op basis van beheersplan Legionella) en het totale systeem thermisch kan laten spoelen.

In de drinkwaterinstallatie rekening houden met automatische doorspoeling van leidingen (ook koudwaterleiding), geen dode einden en het einde van de leiding bijvoorbeeld op een automatisch spoelend toilet of suppletie zwembad aansluiten. Leidingwerk dient opgenomen te zijn in de wanden. Kranen op wastafels dienen voorzien te zijn van stopkranen direct onder de wastafel. Achter uitstortgootstenen of wasbakken is tegelwerk aangebracht. In de voorruimte van toiletten zijn vloerputten opgenomen. 40

Afvoer water Voor de afvoer van water op vloeren van kleedruimtes en perrons dienen brede, getegelde vuilwatergoten te worden toegepast met geïntegreerde putten met uitneembare deksels en emmers. Als alternatief mogen goten worden toegepast met afnee,bare deksels (RVS goten met RVS of kunststof deksels of getegelde goten met kunststof deksels. In overige ruimte mogen schrobputten worden toegepast. Afvoer hemelwater Het hemelwater dient in beginsel niet te worden afgevoerd op het openbare riool maar via de A watergangen. Brandbeveiligingsinstallatie Brandslanghaspels aanbrengen in inbouw haspelkasten met handbrandmelders in de deur geïntegreerd. Brandslanghaspels in corrosiebestendige kunststof uitvoering, gemonteerd in kunststof haspelkasten. De haspelkasten voorzien van inbouwruimte voor een ontruimingsmelder. In de technische ruimtes en in de keuken handblusmiddelen met wandbeugel opnemen, inhoud 6 kg, in de keuken een blusdeken met wandbevestiging opnemen. Wateraansluitpunten schoonmaak zwembad In het kleedkamergebied en zwemzalen voldoende wateraansluitpunten opgenomen om de schoonmaak werkzaamheden mogelijk te maken met een maximale lengte 15 m 1. Douches De plafonddouches dienen per ruimte met een sleutelschakelaar te bedienen zijn.

Voor de levering van warm water uitgaan van een gelijktijdigheid van 50% van de douches in het zwembad, alsmede 50% van de douches in de sporthal.

5.9

Elektrotechnische installatie

Trafo Indien ten behoeve van de aansluiting op het elektriciteitsnet een (middenspanning) transformator benodigd is, dient te worden voorzien in een eigen (koop) middenspanning trafo met voldoende capaciteit voor het sportcentrum (energieneutraal). Ter keuze aan de ON om de transformator in- of uitpandig te voorzien. De trafo dient binnen het Projectgebied te worden opgesteld. Vandalisme en veiligheid Wandcontactdozen in publieksruimten voorzien van kinderbeveiliging. Contactdozen voor algemeen gebruik in kleedruimten en verkeersgebieden plaatsen op een hoogte van 2.000mm +vloer. Toepassen van een inbraakinstallatie, een brandmeldinstallatie, water-op-de-vloer alarmen (filterruimte, technische ruimte waterzuivering) en een minder validen signalering. Vluchtdeuren in publieksruimtes voorzien van een akoestisch alarm, waarbij oneigenlijk gebruik (ook bij uitgeschakelde inbraakinstallatie) gesignaleerd wordt in de receptie. Interne infrastructuur Bekabeling bij voorkeur opnemen in kabelgoten. Hierbij een strikte scheiding tussen zwakstroombekabeling en 230V/400V bekabeling. De kabelgoten zó dimensioneren, dat bij oplevering maximaal 80% vulling plaats vindt, dit ten behoeve van toekomstige uitbreiding. Afgaande kabels in gebruiksruimtes opnemen in mantelbuizen in de (binnen- en buiten)wanden.

In zwemzaal en ruimtes waar zwembadlucht aanwezig is dienen lasdozen geschikt te zijn voor toepassing in een chloride omgeving.

41

Gebruikersvoorzieningen Naast de benodigde voorzieningen voor de vaste inrichtingen, de volgens de NOC*NSF vereiste en elders specifiek benoemde voorzieningen gelden de volgende uitgangspunten: •

Bij meervoudige inbouw wandcontactdozen iedere contactdoos in een afzonderlijke inbouwdoos opnemen;

•

Wandcontactdozen in toestellenberging en overige bergruimtes toepassen volgens specificaties betreffende ruimtes (hoofdstuk 4);

•

Voor zover niet benoemd in hoofdstuk 4: •

iedere ruimte voorzien van tenminste 1 dubbele wandcontactdoos voor algemeen gebruik (schoonmaak) nabij de toegangsdeur;

•

Een dubbele wandcontactdoos algemeen gebruik per 20 m² verblijfsruimte;

•

Een dubbele wandcontactdoos algemeen gebruik per 10 m1 ganggebied/verkeersruimte;

•

Een dubbele wandcontactdoos algemeen gebruik per 20 m² technische ruimte;

•

Een dubbele wandcontactdoos algemeen gebruik nabij iedere verdeelkast elektre en regelkast;

•

Per werkplek 4 wandcontactdozen en 2 Cat 6A data aansluiting;

•

Meer dan voldoende algemeen te gebruiken wandcontactdozen ter plaatse van werkbladen pantry’s keukens en barmeubels;

•

Achter de receptie balie 20 wandcontactdozen en 10 Cat 6A data aansluitingen Exacte locatie i.s.m. met de gemeente te bepalen;

•

Achter de bar minimaal een 400V aansluiting 25A toegepast voor het koffie apparaat, een separate groep 230V/16A voor een ander warme drank apparaat (hot chocomel of waterkoker of dergelijke) en 10 wandcontactdozen waarvan ook separate groepen (bijvoorbeeld voor tosti ijzer).

•

In de personeelsruimen, kantoren en werkplaats dienen de wcd’s voorzien te zijn van usb aansluitingen;

•

Een dubbele universeel te gebruiken (Wifi, multimedia) Cat 6A data aansluiting ter plaatse van iedere verblijfsruimte groter dan 40 m²;

•

Een dubbele universeel te gebruiken (Wifi, multimedia) Cat 6A data aansluiting voor iedere 120 personen ter plaatse tribunes;

•

Een dubbele universeel te gebruiken (Wifi, multimedia) Cat 6A data aansluiting per 30 m1 verkeersruimten en technische ruimten;

•

Een dubbele universeel te gebruiken Cat 6A data aansluiting per benoemde werkplek;

•

Drie dubbele universeel te gebruiken Cat 6A data aansluitingen ter plaatse van de horeca bar voor kassa apparatuur;

•

Die dubbele universeel te gebruiken Cat 6A data aansluitingen ter plaatse van de receptiebalie voor kassa apparatuur;

•

In samenwerking met de gemeente te plaatsen 10 stuks universeel te gebruiken dubbele Cat 6A data wandaansluitingen;

•

Wateraansluitingen voor onder andere koffie-, chocomel-, spoelbak, ijsblokjesmachine;

•

Afvoeren voor onder andere koffiemachine, chocolademachine, spoelbak bar en ijsblokjesmachine.

Alarmering en calamiteiten Ingeschakelde inbraaksignalering zal onnodig ingeschakelde systemen en verlichting afschakelen en alle functies terugschakelen naar de basisinstelling (veegschakeling). Uitgeschakelde inbraaksignalering zal oriëntatieverlichting ter plaatse van de verkeerswegen inschakelen (waakfunctie). Bij detectie van een inbraak zal de verlichting in verkeerswegen inschakelen. De (nood) oproepen uit de MIVA’s en verzamelde urgente storingsmeldingen uit de verschillende installaties worden weergegeven ter plaatse van de receptiebalie. Storingsmeldingen en (nood)oproepen worden vergezeld door middel van een tekstueel instructiescherm. De instructies zijn door de gebruiker aan te passen. Brandmeldingen (automatisch en handbrandmeldingen) worden op de brandmeldcentrale gesignaleerd. Het akoestisch signaal van de Brandmeldinstallatie dien in de receptie hoorbaar te zijn (naast of behoudens een eventueel slow whoop signaal). Gebouw Beheer Systeem Er dient een integraal Gebouw Beheer Systeem te worden toegepast waarin de HVAC-installaties, Waterzuiveringsinstallaties, Verlichtingsinstallatie, Beweegbare bodems en Energie monitoring zijn opgenomen. Desgewenst mogen dit losse besturingen zijn, maar dienen in één systeem geïntegreerd en bedienbaar te zijn. 42

Er dient een PC (desktop of laptop) te worden geleverd waarop het GBS lokaal (in LAN) bediend kan worden. Daarnaast dient de bediening webbased (HTML5), per mobiel benaderbaar, zonder Java scripts, te zijn zodat men vanuit elke computer (WAN) met een standaard Browser3 kan inloggen. De bediening van het GBS dient vrij benaderbaar zijn middels inlog accounts. Op de bediening mag geen licentieverplichting liggen. De functionaliteit van de bediening moet voldoende zijn voor het beheer van de installaties op afstand en het monitoren en analyseren en rapporteren van het functioneren van de installaties en het energie- en waterverbruik over langere tijd. Wij kunnen daarvan een omschrijving verstrekken, maar dat is nooit een volledig RTO en draagt het gevaar in zich dat die omschrijving wordt opgevat als een bestek omschrijving. In deze aanbesteding is er juist voor gekozen om de marktpartijen hun visie en expertise te laten zien. Wel moet rekening worden gehouden met de volgende specifieke functionaliteiten: •

In recirculatiebedrijf moet het actuele, van buiten aangevoerde, luchtdebiet worden gemeten en ingelezen.

•

Het debiet van de ventilatoren in de LBK’s moet worden gemeten en ingelezen;

•

Software om het setpoint van het minimale buitenluchtdebiet en het minimale rondpompdebiet in de bassins, automatisch te verstellen op basis van tijd en chloorvraag moet worden geprogrammeerd;

•

Regelbaarheid en instelbaarheid van de temperatuur per ruimte. De temperatuur moet instelbaar zijn in de personeelsruimte, kantoren, spreekkamers, horeca en multifunctionele ruimte;

•

De status van de overspanningsbeveiligingen en bijbehorende voorbeveiligingen bewaken binnen het GBS;

•

De verzamelde urgente en niet urgente storingsmeldingen van alle systemen, dus ook de systemen welke niet binnen het GBS geregeld, bewaken binnen het GBS.

Regeltechniek Alle regelingen (waterzuivering, W-installaties, verlichting overige) die op afstand bestuurd worden door één regelinstallatie (met bovenliggend Gebouw Beheer Systeem) dienen middels een 0-10V aansturing gestuurd te worden. Lichtinstallaties Alle verlichting dient in LED uitgevoerd te worden. De schakeling van de verlichting dient via een 0-10V sturing te zijn, behoudens de DMX-gestuurde verlichting. De lichtsterkte in de diverse ruimten kunnen alleen achter de receptie worden ingesteld. De verlichtingsregeling zorgt voor effectief energiebeheer en voor gemakkelijke en intuïtieve handbediening, ondersteund door adequate automatische werking. Intuïtieve handbedieningen worden ondersteund door duidelijke markeringen bij de bedienknoppen. Het lichtschakelsysteem moet zoveel mogelijk automatisch reageren op daglichtaanbod en gebruik van de ruimte, in grotere ruimtes of verkeersruimtes regelend per zone. De verlichting in het pand dient centraal gestuurd te worden vanuit de receptiebalie, het zwembaddeel (inclusief kleedruimtes) dient ook vanuit de zwemzaal bediend te kunnen worden, de sportzalen (inclusief kleedruimtes) ook vanuit de werkruimte docenten. Het lichtschakelsysteem moet gekoppeld zijn aan het GBS. Uitvoeringswijze handbediening mag met puls schakelaars op knoppentableau’s en behoeft niet middels een touch screen.

Aanwezigheidsschakelingen in verkeersruimtes en kleedcabines uitvoeren als hoog/laag schakeling waarbij de lage lichtsterkte centraal wordt ingeschakeld en de hoge lichtsterkte op basis van aanwezigheidsdetectie. Overige ruimtes uitvoeren als aan/uit schakeling door middel van aanwezigheidsdetectie. Dit geeft niet alleen een lager energieverbruik, maar verlengt ook de levensduur van armaturen aanzienlijk. Werkkasten, bergingen en onder trappen sowieso verlichting met bewegingsmelders toepassen. De schakelprogramma’s voor zwembad, sporthaldelen, multifunctionele zaal en vechtsportzaal bedienbaar uitvoeren in de standen: onderwijs/recreatief en wedstrijden. Op basis van aanwezigheidsdetectie wordt de onderwijs/recreatieve stand (bij centrale vrijgave) geactiveerd. Inschakeling van de wedstrijdstand is beperkt tot geautoriseerde personen (middels inlog of

3

Google Chrome, Internet Explorer, Microsoft Edge, etc.

43

autorisatiecode of sleutel op tableau). In verblijfsruimtes als kantoren, docenten werkruimte de verlichting lokaal schakelbaar/instelbaar (dimfunctie) maken. Na een periode van afwezigheid zal de automatische schakeling worden gereactiveerd. De verlichtingsinstallatie van de horeca en multifunctionele ruimten automatisch schakelen op aanwezigheid. De verlichting schakelt automatisch in op de hoge stand, door de centrale bediening (receptiebalie is gekoppeld aan de horeca) is het mogelijk de lichtsterkte te dimmen en verschillende scenes te schakelen (scenes vooraf te programmeren door ON op basis van overleg met eindgebruiker, scenes met gebruikmaking van hoofd- en sfeerverlichting). Na een periode van afwezigheid zal de automatische schakeling worden gereactiveerd (tot ingestelde dimstand/scene). Naast de primaire verlichting in de ruimtes en de RGBW-verlichting in de zwemzaal/bassins dient de accommodatie voorzien te zijn van waakverlichting (hoofdverkeersruimtes, zwemzaal, de drie sporthaldelen, multifunctionele zaal en vechtsportzaal) en gevelverlichting. De gevelverlichting dient minimaal toegepast te worden boven of nabij alle vluchtdeuren (waakfunctie), bij een eventuele scholeningang achterzijde/zijkant van het gebouw gevel, nabij de fietsenstalling en aan de voorgevel algemeen (esthetische aanlichting en sociale veiligheid.).

Privacy schermen, zon- en lichtweringen zijn afzonderlijk van elkaar per wand/gevel bedienbaar in de betreffende ruimte. Een in de gebouwbeheersysteem geïntegreerde centraal gestuurde zon- windautomaat, stuurt de zon- en lichtwering op basis van zon-intensiteit, windsnelheid etc. De glazenwasser schakeling wordt opgenomen in de receptiebalie. Het gebouwbeheersysteem is uitgevoerd met een astronomische tijdklok welke de buitenverlichting schakelt. Op basis van de hierdoor bekende zonsopgang en zonsondergang zal de buitenverlichting uit en ingeschakeld worden. Een half uur voor zonsondergang zal de verlichting inschakelen, een half uur na zonsopgang zal de verlichting uitschakelen. De verlichting is overbrugbaar vanuit het centraal bedieningspaneel. De verlichting dient tijdens de nacht periode op basis van kloktijden ook nog uit en in geschakeld te worden. De buitenverlichting/gevelverlichting op de gevel nabij de fietsenstalling dient voorzien te zijn van een bewegingssensor. Er worden gescheiden groepen voor verlichting en wandcontactdozen aangebracht. De verlichting wordt per ruimte groter dan 100 m² over ten minste twee eindgroepen verdeeld. De nood- (en vluchtweg)verlichting wordt op (per ruimte of groep van ruimten) op dezelfde eindgroepen aangesloten als de verlichting, zodat bij storing in de betreffende groep (en lichtuitval) de noodverlichting aan gaat.

Bij het ontwerp van de verlichtingsinstallaties is de sfeer in het gebouw van groot belang. De verlichtingsinstallaties moeten dusdanig worden ontworpen dat sprake is van sfeerverlichting in publieksruimten. Alle verlichting uitvoeren met hoogwaardige LED lichtbronnen en drivers afkomstig van fabrikanten met in Nederland gevestigde dealers. Hierbij gelden de volgende specifieke uitgangspunten: •

Minimale armatuurrendement 110 lumen per watt;

•

Te verwachten levensduur 50.000h/CLO voor de armaturen ter plaatse van de zwemzaal en sporthal(delen). 50.000h/L80 ter plaatse van intensief gebruikte ruimten zoals en 50.000h/L70 voor de armaturen ter plaatse van minder intensief gebruikte ruimten;

•

Voor de berekening kan uitgegaan worden van een schoonmaakcyclus van 3 jaar met een normale vervuiling;

•

Kleurweergave (CRI) minimaal 80 Ra;

•

Lage kleurtolerantie van MacAdam 3 SDCM of beter;

•

Voor de Drivers een verwachte levensduur van 100.000h/10% uitval, cos phi minimaal 0,90, minimaal 90% efficiëntie en een ripple kleiner dan 8%.

Via een synoptisch plan (analoog of digitaal op een scherm) dient zichtbaar te zijn in welke ruimte de verlichting ‘aan’ is (terugkoppeling schakeling). Noodverlichting De noodverlichtingsarmaturen uitvoeren in decentraal onderhoudsvriendelijke uitvoering. Elke noodverlichting dient goed bereikbaar te zijn voor onderhoud. Het noodverlichtingssysteem uitvoeren met een automatisch inspectie- en onderhoudssysteem. Automatische functietesten dienen buiten openingstijden plaats te vinden. 44

Bij toepassing van batterijen deze voorzien van een door de leverancier afgegeven garantieperiode van minimaal 4 jaar. Bediening overige Privacy schermen, zon- en lichtweringen zijn afzonderlijk van elkaar per wand/gevel bedienbaar in de betreffende ruimte. Een in de gebouwbeheersysteem geïntegreerde centraal gestuurde zon- windautomaat, stuurt de zon- en lichtwering op basis van zon-intensiteit, windsnelheid etc. De glazenwasser schakeling wordt opgenomen in de receptiebalie. Universeel datanetwerk Actieve ICT- en telefonieapparatuur betreft een directielevering, de universeel te gebruiken passieve data aansluitingen maken deel uit van de leveringsomvang van de ON. De benodigde actieve componenten 4 t.b.v. het functioneren van de CCTV-installatie, Wifi netwerk, GBS en gebouw-gebonden hardware5 dienen door ON/aanbieder geleverd en in gebruik gesteld te worden. Opdrachtnemer verstrekt uiterlijk twee weken voor oplevering een overzicht met de toegepaste componenten met hun MAC adressen, teneinde de exploitant deze in haar netwerk (LAN) kan opnemen. Het universeel te gebruiken bekabelingsysteem voldoet minimaal aan de categorie 6a standaard en dient te worden opgeleverd met een door de systeemleverancier af te geven garantie op materiaal, arbeid- en applicatiegarantie voor een periode van 25 jaar.

Het aan te leggen universele bekabelingsysteem bestaat minimaal uit de volgende onderdelen: •

Patchkast(en), patchpanelen en rangeerpanelen;

•

Meervoudige glasvezel backboneverbinding tussen de verschillende patch- en apparatuurkasten;

•

Horizontale U/FTP koperbekabeling;

•

Universele aansluitpunten (UAP) voor aansluiten van werkplekken;

•

Consolidatiepunten(CP) boven uitneembare plafonds;

•

Aansluitpunten WLAN boven uitneembare plafonds;

•

Aansluitpunten voor het technisch netwerk van de interconnectie meet- en regelkasten GBS, lichtbesturing en overige IP gebaseerde systemen;

•

Aansluitpunten voor camera’s;

•

Aansluitpunten voor TV schermen, info- narrowcasting en scoreborden.

Hierbij gelden de volgende specifieke uitgangspunten: •

De patch- en apparatuur kasten centraal in een geklimatiseerde ruimte opnemen;

•

Lasten aansluiten op een afzonderlijke lokale eindgroep;

•

Kasten voorzien van een deugdelijke potentiaalvereffening;

•

Kasten buiten het bereik van het publiek opstellen;

•

De kasten overzichtelijk en logisch indelen waarbij specifieke aansluitingen met ruimte voor uitbreiding bij elkaar gegroepeerd en duidelijk gecodeerd afgewerkt worden op patchpanelen;

•

Voor de netwerkapparatuur en de servers van de exploitant dient voldoende ruimte in de kasten beschikbaar te worden gesteld. Servers worden uitsluitend in de centrale ICT serverruimte opgenomen;

•

Patchkast(en) voorzien van spanningsslof met minimaal 6 vrije wcd’s;

•

De kasten voorzien van kabelgeleiders tussen de rangeerpanelen en de Switches/Hubs

•

Patch- en apparatuurskasten afsluitbaar en mechanische geventileerd uitvoeren;

•

Levering patch- en werkplekaansluitsnoeren voor alle UAP en CP aansluitingen;

•

De centrale ICT serverruimte (of apparatuur kasten) dient 24/7 te zijn geklimatiseerd;

•

De bedrijfsstatus van het klimaatsysteem en ruimtetemperatuur dient in het GBS te worden gelogd.

4 5

Switches, PoE Switches, Acces Points, etc. Meet- en regelkasten GBS, lichtbesturing en overige IP gebaseerde systemen

45

Opdrachtnemer dient rekening te houden met meerdere gebruikers en separate ((V)LAN) netwerken. Onder andere een netwerk voor de zwemverenigingen (oa juryruimte, scorebord). Toepassing van meerdere patchkasten is toegestaan, mits de backbone bekabeling ook zó wordt uitgevoerd dat meerdere netwerken kunnen worden toegepast. Single outlets dienen tot in de hoofd patchkast te kunnen worden gepatcht, zonder via een switch gecomprimeerd te worden. Omroep- en geluidinstallatie Er dient een omroep- en geluidinstallatie te worden aangebracht waarbij in elke ruimte conform deelgebruik (paragraaf 5.3) een ander programma kan worden gedraaid. Middels een matrix systeem kan per ruimte gekozen worden welke bron ten gehore wordt gebracht. Een bron kan zijn LED scherm, lokale input of centraal geregelde audio. De kleedruimtes sporthal, multifunctionele zaal en vechtsportzaal geeft het geluid van het betreffende zaaldeel. De bediening dient zowel centraal als lokaal te regelen te zijn. Alle toe te passen componenten dienen geschikt te zijn voor de klimatologische omstandigheden van de betreffende ruimte. Centrale apparatuur zoals versterkers en centrale audiobronnen in 19”-rack opstellen buiten het bereik van bezoekers. Centraal worden de maximaal (zone-)volumes en dergelijke ingesteld.

Ter plaatse van elk bassin, de receptiebalie, de horeca, sporthaldelen, multifunctionele zaal en vechtsportzaal en de multifunctionele ruimte inkoppelpunten opnemen voor het aansluiten van mobiele devices (RCA +3,5 mm. jack) en microfoon (XLR). Voor de mobiele devices dient een 230 Volt wandcontactdoos en een voorziening voor het neerleggen van de device en microfoon aanwezig te zijn. De lokale bedieningsmogelijkheden omvat het na-regelen van het geluidsvolume en er kan gekozen worden voor de centraal en lokaal aan te sluiten audiobronnen en koppeling van het geluid uit alle andere zones/ruimtes. De receptiebalie voorzien van een microfoontableau waarmee kan worden omgeroepen binnen de verschillende zones en over all (alle zones). In geval een algemene oproep vanuit de receptiebalie (alle zones of een specifieke zone) dient de betreffende zone(s) overruled te worden (ook als het volume zacht of uit staat). De mee te leveren centrale audiobronnen omvat een (DAB+) tuner, CD-wisselaar, MP-3 speler (harddisk), USB-player Tevens dienen er in totaal een 2-tal draadloze microfoons en headsets te worden meegeleverd met laadstations. Het vermogen van de installaties dient dusdanig te zijn dat deze bepaald zijn op het beoogde gebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=5e38b5e2-77af-42a6-b13d-72038a29f052