CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-06-22.22 Relevant stuk 7, Bijlagenboek, BP Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

Gemeenteraadsvergadering 22 juni 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14" en het beeldkwaliteitplan "Vire Hof"22.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

13

4 Behoefte zorgwoningen Overbetuwe, ladderonderbouwing Driel & Heteren

4

Behoefte zorgwoningen

4.1

Programma

De plannen ten aanzien zorgwoningen op de locatie Baltussenweg bestaan uit 56 wooneenheden, waarvan 24 zorgappartementen voor zware zorg en 32 wooneenheden voor dementerenden. Voor alle woningen zal de Stichting Samen Zorgen (SSZ) de zorgvragen beantwoorden. Er is geen sprake van druk op de gemeentelijke Wmo.  De 24 zorgappartementen voor zware zorg worden gerealiseerd in cluster 2. Deze woningen zijn bedoeld voor zorgbehoevenden met een zware somatische zorgvraag en indicatie vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz). Er is sprake van 24-uurs zorg. SSZ heeft een wachtlijst van 16 personen die in aanmerking komen voor zware/ complexe zorg (september 2019).  De 32 wooneenheden voor dementerenden worden gerealiseerd in cluster 4. Het betreft woonvoorzieningen voor mensen met psychogeriatrische problematiek en een Wlz-indicatie. Het wordt een dementievriendelijke omgeving met 24-uurs zorg, welzijn, ondersteuning en toezicht.

4.2

Ruimtelijk verzorgingsgebied

Om inzicht te krijgen in de behoefte aan de ontwikkeling van de zorgwoningen is het van belang om de regio af te bakenen waarbinnen dergelijke woningen haar (voornaamste) gebruikers vinden. Voor reguliere woningen is gekeken naar het aantal verhuisbewegingen binnen en naar de betreffende woonplaats. Daaruit bleek een woningmarkt bestaande uit de gemeente Overbetuwe en de regio Arnhem-Nijmegen.

6

Voor zorgbehoevende verlopen verhuisbewegingen echter niet altijd op eenzelfde manier. Zij verhuizen vaker (noodgedwongen) over een langere afstand als gevolg van het ontbreken van passend aanbod in de eigen woonomgeving. Door de grote verschillen in problematiek is het voor deze doelgroep van belang dat medebewoners en de setting passen bij hun zorgvraag6. Voor zorgbehoevende en familie gaat de voorkeur vaak wel uit naar een woonplek in de nabijheid van de eigen woonomgeving. Het zoekgebied voor een woning ligt initieel dan ook binnen een straal van ca. 10-15 km. Het primair verzorgingsgebied is daarmee de gemeente Overbetuwe en secundair de subregio Arnhem en omstreken (binnen de woonregio Arnhem-Nijmegen).

4.3

Kwantitatieve behoefte

De Nederlandse bevolking wordt steeds ouder en met name in landelijk gebieden is de trend van vergrijzing sterk aanwezig. Dit geldt ook voor de gemeente Overbetuwe. Het aantal huishoudens van 75 jaar en ouder neemt stevig toe. De gemeente verwacht dat dit aantal tot 2040 toeneemt met ruim 2.500 huishoudens. Sterke vergrijzing leidt onvermijdelijk tot een stevige toename van de zorgvraag. Zo is het aantal mensen met dementie door de vergrijzing meer dan vervijfvoudigd, van 50.000 in 1950 tot ruim 280.000 in 2016. In 2040 is dit aantal naar verwachting verdubbeld tot meer dan een half miljoen (cijfers Alzheimer Nederland). De behoefte aan (intramurale) zorgwoningen wordt voor een belangrijk deel beïnvloed door het Rijksbeleid op dit vlak, dat verankerd is in de Wlz (Wet langdurige zorg), de Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en de Zorgverzekeringswet. Van hieruit kan men zorg ontvangen via het persoonsgebonden budget (pgb) of ‘in natura’. Bij zorg in natura contracteert de gemeente de zorgaanbieder, die vervolgens bepaalt

hoe iemand zorg krijgt, en met een persoonsgebonden budget (pgb) bepaalt men zelf wie de zorgverlener wordt. In algemene zin is het Rijksbeleid erop gericht zorgbehoevenden steeds langer zelfstandig te laten blijven wonen. Mensen met een lichtere zorgbehoefte komen niet meer in aanmerking voor een intramurale woonplek, maar ontvangen zorg thuis en komen in aanmerking voor een woningaanpassing. Daarmee neemt de vraag naar intramurale huisvesting af. Dit komt concreet tot uitdrukking via de indicatiestelling (zorgprofiel of zorgzwaartepakket), aangezien de mogelijkheden ten aanzien van zorgwonen en budgetten daarvan afhankelijk zijn. De ontwikkelingen in indicatiestelling zijn daarom relevant voor het bepalen van de vraag naar (intramurale) zorgwoningen. In de Monitor Wonen-Zorg Provincie Gelderland (2016) wordt voor elke gemeente inzicht gegeven in de behoefte aan Beschermd wonen (Wmo) en verblijf GGZ (Wlz). De vraag naar Beschermd wonen en verblijf GGZ-Wlz neemt de komende jaren stevig toe, zowel in de gemeente Overbetuwe als de subregio Arnhem en omstreken. Hoewel de gegevens in deze monitor zich richten op wonen met zorg (breder dan alleen de doelgroep ouderen), is wel een belangrijk deel van de behoefte terug te herleiden op de toename van 85-plussers, onder wie het zorggebruik vaak hoog is.

Kerncijfers voor de gemeente Overbetuwe tonen voor de komende jaren een stevige toename van de vraag naar zorgwonen voor ouderen (dementie, woonzorg, somatiek, etc.). Ook de vraag vanuit de GGZ neemt de komende jaren toe (zie onderstaande tabel). De behoefte aan gehandicaptenzorg is hier buiten beschouwing gelaten, maar ook op dat vlak is sprake van een kwantitatieve behoefte.

KCWZ (2016), Wachtlijsten in de Wlz

vrijdag 18 december 2020

14

4 Behoefte zorgwoningen Overbetuwe, ladderonderbouwing Driel & Heteren

Vraag zorgwoningen

2016

2021

2026

Dementie

157

197

238

Woonzorg, somatiek, verblijf licht

156

197

237

Waarvan somatiek

67

99

137

Beschermd wonen

105

110

110

Wlz (Ggz)

16

17

17

Totaal

434

521

602

Gemeente Overbetuwe

Kerncijfers voor de subregio Arnhem en omstreken laten een vergelijkbaar beeld zien. Opvallend is met name de sterke toename van de woonbehoefte door dementerenden en de categorie woonzorg, somatiek en verblijf licht. Vraag zorgwoningen subre-

2016

2021

2026

1.372

1.536

1.790

1.382

1.547

1.792

Waarvan somatiek

572

738

1.026

Beschermd wonen

791

822

822

Wlz (Ggz)

110

113

115

3.655

4.018

4.519

gio Arnhem e.o. Dementie Woonzorg, somatiek, verblijf licht

Totaal

Wonen en zorg is een belangrijk onderdeel in de Subregionale Woonagenda Arnhem en omstreken (2018). Mensen blijven langer thuiswonen, ouderen zijn langer actief op de woningmarkt en vergrijzing resulteert in een andere woonvraag. Gemeenten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid om te voorzien in de behoefte aan geschikte woonvormen. In de ambitie om verschil te maken wordt ook gekeken naar nieuwe woonvormen, onder andere nieuwe vormen tussen zelfstandig wonen en het verpleegtehuis.

7

In de Woonagenda Overbetuwe 2020 (2016) wordt duidelijk gemaakt dat de vraag naar woonzorgwoningen toeneemt. De gemeente doelt hiermee op woningen, meestal voor ouderen, die gebouwd zijn in de directe omgeving of als onderdeel van een woonzorgcomplex. Tussen 2020 en 2030 bedraagt de gewenste toevoeging ruim 200 woonzorgwoningen. In het document Prestatieafspraken 2020 (2019) zijn de prestatieafspraken tussen onder meer Vivare, huurdervereniging Overbetuwe en de gemeente vastgelegd. Vanaf 2020 wordt de financiering en opvang van mensen die uitstromen uit Beschermd wonen en uit maatschappelijke opvang gedecentraliseerd. Als prioriteit is opgenomen dat er in de gemeente Overbetuwe huisvestingsmogelijkheden moeten komen voor deze doelgroepen. Daarnaast is er concreet vanuit de Stichting Samen Zorgen (SSZ), die op de planlocatie de zorgaanbieder zal zijn, een wachtlijst van 16 wachtenden (peildatum september ’19) voor wonen met zware en/of complexe zorgvragen7. Ook voor woonplekken voor dementerenden is sprake van wachtlijsten en is extra capaciteit in de regio noodzakelijk.

4.4

Kwalitatieve behoefte

Woonwensen van ouderen en zorgbehoevenden zijn de laatste jaren veranderd. Enerzijds vanuit wetgeving (scheiding wonen en zorg), waardoor men minder snel in aanmerking komt voor een woonplek in een zorginstelling en dus langer thuis blijft wonen. Anderzijds vanuit een behoefte aan meer individualiteit en autonomie. Hierdoor ontstaat een groeiende vraag naar aangepaste woonvormen, waar kleinschaligheid en privacy steeds meer gewaardeerd, evenals de aanwezigheid van voorzieningen en activiteiten. Ook zijn locaties in het buitengebied steeds meer in trek (woonzorgboerderijen).

In de Woonagenda Overbetuwe wordt specifiek benoemd dat voor huishoudens met een zorgvraag met name de beschikbaarheid van zorg op afroep, ontmoetingsruimte en/of dagbesteding in hetzelfde wooncomplex of zeer dichtbij van belang zijn. Scheiding van wonen en zorg dwingt ook tot nadenken over andere woonvormen. Kleinschalige woonvormen zijn in opkomst. Dit biedt een alternatief voor reguliere (grootschalige) verpleeghuizen. Er kan meer tijd en aandacht worden besteed aan persoonlijke voorkeuren van bewoners en er kan zo veel mogelijk worden vastgehouden aan de gewoontes van de bewoners.

4.5

Conclusie behoefte

De behoefte aan de diverse zorgwoningen komt duidelijk naar voren uit zowel trends en ontwikkelingen als het geldende beleid. De bevolking vergrijst en in landelijke gebieden zoals Overbetuwe is deze trend extra zichtbaar. Vergrijzing leidt onvermijdelijk tot een toename van de zorgvraag, ook ten aanzien van zorgwonen. De gemeente Overbetuwe en ook de subregio Arnhem e.o. krijgen de komen jaren te maken met een stevige groei van de doelgroep die aanmerking komt voor een zorgwoning vanuit een (Wlz-) indicatiestelling. De noodzaak voor en behoefte aan extra zorgwoningen wordt beleidsmatig op meerdere niveaus onderkend. Daarbij is er concreet vanuit de zorgaanbieder Stichting Samen Zorgen vanuit wachtlijsten sprake van een behoefte aan woonplekken voor mensen met zware/complexe zorgvragen en dementerenden. Daarnaast groeit de vraag naar aangepaste woonvormen in de zorg. Dit vanuit de scheiding van wonen en zorg, maar ook vanuit een behoefte aan meer ruimte voor individualiteit

Er is geen actuelere wachtlijst vanuit de Stichting Samen Zorgen beschikbaar. Het algehele beeld in Nederland is echter dat de wachtlijsten alleen maar langer worden.

vrijdag 18 december 2020

15

4 Behoefte zorgwoningen Overbetuwe, ladderonderbouwing Driel & Heteren

en autonomie. Nieuwe woonvormen, die het midden houden tussen zelfstandig wonen en ‘zorginstelling’ zijn in trek. Kleinschalige woonvormen (in combinatie met ontmoeting en dagbesteding) zoals beoogd in het voorliggende plan zijn hier een goede invulling van.

vrijdag 18 december 2020

16

5 Behoefte overig maatschappelijk Overbetuwe, ladderonderbouwing Driel & Heteren

5

Behoefte overig maatschappelijk

In dit hoofdstuk is de behoefte aan dagbesteding en kinderdagopvang onderzocht. Ten behoeve van deze functies wordt een gebouw van in totaal 391 m² bvo gerealiseerd.

5.1

Dagbesteding

Programma Als onderdeel van de ontwikkeling van zorgwoningen wordt ook een dagbestedingsruimte en sociale ontmoetingsruimte gerealiseerd, nabij cluster 2. De dagbestedingsruimte is geschikt voor cliënten met een indicatie voor dagbesteding vanuit de Wlz (Wet langdurige zorg) of voor bewoners uit Driel met een indicatie vanuit de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). De bewoners van cluster 2 en 4 komen vanuit hun Wlz-indicatie allen in aanmerking voor eventuele dagbesteding. De sociale ontmoetingsruimte is bedoeld voor diverse sociale activiteiten voor buurtbewoners. Beleid Zowel vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) als de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kunnen mensen met een zorgbehoefte recht hebben op begeleiding, waar dagbesteding een onderdeel van is. Onder de Wlz wordt onder begeleiding verstaan: ‘activiteiten waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven’ (Wlz, artikel 1.1.).

8 9 10 11 12 13

Ook enige recreatieve en sociaal-culturele activiteiten zijn onderdeel van die begeleiding, als alternatief voor het normale sociale leven dat mensen gebruikelijk hebben8. Ook onder de Wmo is dagbesteding onderdeel van de geboden begeleiding: ‘activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven’. Vanuit de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk voor dagbesteding. Vanuit de Wlz kunnen cliënten, afhankelijk van hun woon- en zorgsituatie, voor dagbesteding bij hun eigen of een andere zorgaanbieder terecht of kunnen zij terugvallen op algemene voorzieningen vanuit de Wmo. Trends en ontwikkelingen In algemene zin is er een blijvende behoefte aan plekken voor dagbesteding voor ouderen en doelgroepen met een beperking. Een dagbestedingsplek is namelijk sterk maatwerk (o.a. afhankelijk van de zorg- en begeleidingsbehoefte, groep, fysieke ruimte en omgeving). Met name een persoonsgerichte, individuele daginvulling buiten de woonplek is niet altijd invulbaar. Dit komt deels door het gebrek aan faciliteiten: geschikte locaties maar met name ook de vervoersmogelijkheden9. Er zijn echter geen cijfers beschikbaar over deelname aan dagbesteding. Wel zijn er een aantal trends in dagbesteding te herkennen10.

Sinds de extramuralisering van zorg heeft dagbesteding meer een plek gekregen in de maatschappij en kan een onderscheid gemaakt worden tussen recreatieve, belevingsgerichte dagbesteding, ontwikkelingsgerichte dagbesteding (gericht op leren) en arbeidsmatige dagbesteding. Daarnaast is er een trend te zien naar een grotere inzet op meer algemene voorzieningen (vanuit Wmo) en het

dichter bij de woonplek aanbieden van activiteiten of efficiënter organiseren van vervoer. Ook worden in toenemende mate nieuwe, slimme combinaties gemaakt, bijvoorbeeld door mensen met verschillende achtergronden en problematiek samen gebruik te laten maken van één dagbestedingsvorm. Locaties in het buitengebied zijn daarbij bij veel mensen in trek, omdat het buiten zijn, het contact met dieren en de ruimte die er is, aansluit bij de vraag om maatwerk te bieden. Conclusie behoefte De concrete behoefte aan dagbesteding op de ontwikkellocatie Baltussenweg komt voor een belangrijk deel voort uit de toekomstige bewoners van de clusters 2 en 4, die allen een Wlz-indicatie hebben en van daaruit aanspraak kunnen maken op enige vorm van dagbesteding. De dagbesteding is daarmee onderdeel van het totaalconcept van de ontwikkeling. Voor deze doelgroep van zorgbehoevenden (voornamelijk ouderen) is elders in Driel ook geen aanbod aan dagbesteding. Dagbestedingsactiviteiten zijn er wel in de omgeving (Heteren, Els, Arnhem, Andelst, Nijmegen), maar niet in de kern zelf11. Uitzondering vormt het initiatief van de werkgroep Zorg in Driel12, die sinds 2018 dagopvangactiviteiten voor ouderen met lichte dementie organiseert in Driel. De dagbestedings- en ontmoetingsruimte zal ook aan dit initiatief onderdak gaan bieden.

Ook aan andere initiatieven wordt ruimte geboden, zoals de activiteiten van het initiatief de ‘Huiskamer Vogelbuurt Driel’ (voor inwoners van Driel en specifiek ouderen uit de Vogelbuurt13). De Stichting Samen Zorgen (SSZ), die ook de zorg voor bewoners van de zorgwoningen op zich neemt, zal dit gaan organiseren/coördineren.

https://www.zorginstituutnederland.nl/Verzekerde+zorg/persoonlijke-verzorging-begeleiding-en-verpleging-wlz/begeleiding-wlz Factsheet Zinvolle daginvulling gehandicaptenzorg (NIVEL, 2017) Dagbesteding in ontwikkeling (Movisie, april 2017) https://www.gelderlander.nl/betuwe/driel-krijgt-eindelijk-ouderenzorg~a386ba12/ https://www.gelderlander.nl/overbetuwe/dagopvang-in-driel-heeft-onderdak~ab8b59c3/ https://onsoverbetuwe.nl/uitgelicht/huiskamer-vogelbuurt-driel

vrijdag 18 december 2020

17

5 Behoefte overig maatschappelijk Overbetuwe, ladderonderbouwing Driel & Heteren Zoals aangegeven is dagbesteding echt maatwerk, en gezien de diversiteit van de problematiek van de toekomstige bewoners van de ontwikkellocatie, is het wenselijk een verscheidenheid aan activiteiten te kunnen bieden. Door dit op de locatie zelf te doen, kunnen vervoersbewegingen (kosten en tijd) bespaard worden en wordt onnodige onrust voor bewoners voorkomen. Ook door samenwerking met andere (buurt)initiatieven zijn synergievoordelen te behalen. Daarmee sluit het planinitiatief ook aan op trends en ontwikkelingen in dagbesteding en is er sprake van een (kwalitatieve) behoefte. Ook de situering van de locatie in het groen en de ruime opzet, maar toch nabij de kern is een pré en maakt de locatie naar verwachting aantrekkelijk voor zorgbehoevenden vanuit elders in Driel (en omgeving).

5.2

Kinderdagverblijf

Programma Onderdeel van de ontwikkeling is een locatie voor kinderdagopvang en buitenschoolse opvang (BSO). Kinderopvangorganisatie Skar wenst daar twee groepen starten die geschikt zijn voor:  Dagopvang: in totaal 32 kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar (2x 16). Dit kan zijn in de vorm van dagopvang (0-4) of peuterwerk (2-4).  BSO (kinderen in de leeftijd van 4 – 12 jaar): Dit kan bijvoorbeeld in combinatie met een peuterwerkgroep zijn (na elkaar). De maximale capaciteit bij uitsluitend BSO zal 44 kindplaatsen zijn, in combinatie met dagopvang zullen er gelijktijdig maximaal 16 + 22 = 38 kinderen aanwezig zijn. Specifiek is het doel een opvang op te zetten gericht op ‘groen en buiten spelen’. Skar onderscheid zich als opvang-

14 15

organisatie door opvanglocaties met eigen conceptuele accenten, zoals o.a. sport en spel, kunst en cultuur, etc. Trends en ontwikkelingen Vanuit de aangetrokken economie, toename van het aantal tweeverdieners en stijging van de kinderopvangtoeslag is er een toenemende vraag naar kinderopvang (Rabobank, maart 2019)14. Het lange termijnbeeld voor de sector is positief, maar afhankelijk van regeringsbeleid. Er is met name vraag naar integrale kindcentra: plekken waar kinderdagvang, peuterspeelzaal en BSO gezamenlijk wordt aangeboden, bij voorkeur in combinatie met een basisschool. Ook is er steeds meer aandacht voor duurzaamheid en gezondheid. Dit uit zich in aandacht voor voldoende buiten spelen en sporten, duurzaam speelgoed, eten en afvalscheiding. Kinderopvangorganisaties die zich onderscheiden zullen groei kunnen realiseren. Bijvoorbeeld organisaties die goede parkeergelegenheid hebben en niet centraal in woonwijken zijn gevestigd kunnen zich onderscheiden van de concurrentie. Ook kinderopvang in het buitengebied is onderscheidend. Dit type opvang kenmerkt zich door: veel buiten zijn en bewegen, omgaan met dieren, stimulerende groene omgeving, zien hoe voedsel wordt geproduceerd, spelen met natuurlijke materialen, een prikkelarme binnenruimte en de relatieve kleinschaligheid (en daarmee persoonlijke benadering).

Conclusie behoefte De behoefte aan een aanvullende kinderopvanglocatie in Driel komt voort uit een concrete behoefte aan aanvullende opvangplekken (kwantitatief) en de wens van Kinderopvangorganisatie Skar om in te spelen op een kwalitatieve vraag naar opvang gericht op ‘groen en buiten spelen’. Deze behoefte komt enerzijds vanuit Driel, maar ook sterk

vanuit de dichtbij gelegen nieuwbouwwijk Schuytgraaf in Arnhem. In deze wijk worden tot 2028 in totaal 6.300 woningen gerealiseerd (momenteel al ruim 4.000 gerealiseerd). Bewoners van Schuytgraaf wijken voor opvang en primair onderwijs (vanwege het beperkte aanbod) ook uit naar omliggende gebieden zoals de wijk Elderveld15 en ook Driel. Om in te spelen op die vraag heeft Kinderopvangorganisatie Skar in Schuytgraaf al zes vestigingen en in Driel 2 vestigingen van dagopvang/BSO gerealiseerd. In aanvulling op dit bestaande aanbod wenst Skar nu een opvanglocatie te realiseren die kan voorzien in de aanvullende vraag naar opvangplekken, en tegelijkertijd onderscheidend is ten opzichte van de bestaande opvanglocaties door thematisering rond ‘groen en buiten spelen’. Momenteel biedt Skar al op twee locaties in Driel opvang aan: dagopvang, peuterwerk en BSO binnen kindcentrum de Kameleon en BSO-‘buitenopvang’ op locatie De Vrijbuiters (in het jeugdhonk van de voetbalvereniging RKSV) voor kinderen vanaf 7 jaar. In Schuytgraaf zijn er de locaties BSO Sportkr8t (gericht op sport), BSO Villa Fantasia (na-tuurlocatie), BSO Kunstig & Zo (gericht op kunst en cultuur) en de drie dagopvang/BSO-locaties De Toverburcht, De Wereld en Rivers International School Met deze thematisering wordt aangesloten op trends binnen de kinderopvang op het gebied van duurzaamheid en gezondheid.

Daarmee wordt nadrukkelijk voorzien in een kwalitatieve behoefte. De locatie aan de Baltussenweg biedt de onderscheidende kwaliteiten en ruimte die nodig zijn om de gewenste gethematiseerde opvanglocatie gericht op ‘groen en buiten spelen’ te kunnen realiseren.

https://www.rabobank.nl/bedrijven/cijfers-en-trends/dienstverlening/kinderopvang/ https://www.gelderlander.nl/arnhem-e-o/kinderopvang-in-arnhem-krabbelt-op-br~a2448498/

vrijdag 18 december 2020

18

5 Behoefte overig maatschappelijk Overbetuwe, ladderonderbouwing Driel & Heteren Door de ligging (landelijk, ruime opzet en aanwezigheid van groen en buitenruimte) en de situering binnen het totaalconcept met zorgwoningen en o.a. moestuin/pluktuin, is de locatie geschikt voor dit type dagopvang/BSO. De thematisering van de opvanglocatie maakt dat deze zich onderscheid ten opzichte van het bestaande aanbod in Driel. Ook is een samenwerking mogelijk met de zorgaanbieder op de locatie en dagbesteding voor zorgbehoevenden. Zo kunnen bijvoorbeeld zowel de dagbesteding als de kinderopvang gebruik maken van de moestuin/pluktuin. Skar is ook al bekend met dergelijke vormen van samenwerking met zorgaanbieders op andere opvanglocaties.

vrijdag 18 december 2020

19

6 Behoefte detailhandel Overbetuwe, ladderonderbouwing Driel & Heteren

6 6.1

Behoefte detailhandel

Deze uitbreidingsmetrages verdienen enige nuancering:  Met de bestaande planologische detailhandelsmogelijkheden op de locatie van Wels2Wielers in Driel (maximaal 3.423 m² bvo) kan er indicatief ca. 2.740 - 3.080 m² win-

Programma

kelvloeroppervlak gerealiseerd worden (het winkelvloeroppervlak bedraagt doorgaans namelijk circa 80 -90%

De beoogde detailhandelsontwikkeling omvat: 

de verplaatsing van de fietsenwinkel van Baltussenweg 37 te Driel (Wels2wielers) met planologische rechten voor maximaal 3.423 m² detailhandel16 naar Poort van Midden Gelderland Blauw 14 te Heteren; én uitbreiding van de bebouwing op de nieuwe locatie in Heteren, ten dienste van opslag en werkplaats. Op locatie in Heteren bestaat reeds een tijdelijk filiaal van Wels2Wielers (onder de naam van Fietswinkel Gelderland) die middels een tijdelijke omgevingsvergunning is toegestaan tot medio 2020. Beide vestigingen (de tijdelijke vestiging Fietswinkel Gelderland en Wels2Wielers) worden na de realisatie van het plan samengevoegd tot één winkel.

van het bruto vloeroppervlak). Indien dat wordt afgezet tegen de uitbreiding in Heteren van maximaal 2.887 winkelvloeroppervlak, kan geconcludeerd worden dat er in winkelvloeroppervlak slechts zeer beperkt (ca. 150 m²) tot geen sprake is van uitbreiding van planologische mogelijkheden in winkelvloeroppervlak. 

m² bvo). Daarmee wordt er planologisch 1.995 m² bvo aan detailhandel toegevoegd (5.418 m² minus 3.423 m²). Het totale winkelvloeroppervlak zal in de toekomstige situatie 2.887 m² bedragen. Deze omvang wordt in het bestemmingsplan begrensd. Zie ook plattegronden in bijlage 1.

16

Bestaand BG

telijk aanwezige winkelvloeroppervlak in de afgelopen 5 jaar geen sprake van uitbreiding van het winkelvloerop-

+2

pervlak: -

-

De tijdelijke vestiging van Fietswinkel Gelderland in Heteren is immers wel een bestaande, feitelijke winkel, die als zodanig al sinds 2015 functioneert (zie tabel 6.1 voor een overzicht van metrages). Het in gebruik zijnde winkelvloeroppervlak van deze winkel is 1.825 m² wvo. De huidige winkel van Wels2Wielers in Driel is een solitaire vestiging die als grootschalige perifere detailhandel wordt beschouwd. Hoewel de winkel in Locatus is geregistreerd met een beperkt winkelvloeroppervlak (ca. 450 m2), is de zaak feitelijk veel omvangrijker. Ook buiten, onder overkappingen, luifels en in bijgebouwen worden bijvoorbeeld fietsen uitgestald voor de verkoop. Naar schatting bedraagt het werkelijke verkoopvloeroppervlak van ca. 1.400 m 2.

Het huidige, werkelijke winkelvloeroppervlak in Driel en Heteren bedraagt bij elkaar opgeteld 1.825 + 1.400 = 3225 m². In de situatie na verplaatsing met de gevraagde uitbreiding is er 3.225 - 2.887 = 338 m² winkelvloeroppervlak minder, afgezet tegen het feitelijk aanwezige winkelvloeroppervlak in de afgelopen 5 jaar.

Tabel 2: Fietswinkel Poort van Midden Gelderland: omvang bestaande en nieuwe winkel in bruto vloeroppervlak (bvo) en winkelvloeroppervlak (wvo)

Hoewel de planologische detailhandelsmogelijkheden in de gemeente vergroot worden, is er afgezet tegen het fei-

Met de verplaatsing van fietsenwinkel Wels2wielers naar Heteren is er sprake van een verplaatsing van planologische rechten voor detailhandel (3.423 m² bvo, zie hiervoor) en uitbreiding van het gebouw in Heteren (van 2.600 naar 5.418

-

waarvan

Nieuw

waarvan

bvo

wvo

bvo

wvo

2.600

1.825

3.354

2.147

1.480

740

+1

1.033

Totaal

2.600

1.825

5.418

2.887

In de berekeningen van het economisch functioneren wordt uitgegaan van de werkelijke (feitelijke) vermindering van het winkelvloeroppervlak (ca. 340 m2 wvo), omdat dit relevant is voor het bepalen van de (omzet)effecten.

6.2

Beleid

Regionaal beleid In 2018 is door de regio Arnhem-Nijmegen het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) opgesteld, waarin de ontwikkeling ten aanzien van bedrijventerrein, kantoren en locaties voor perifere detailhandel centraal staan. Op dat punt is de RPW leidend boven het RPD (Regionaal Programma Detailhandel uit 2013). De RPW kent vier doelstelling:  zorgen voor nieuwe economische ontwikkeling op de juiste locatie met maximaal rendement voor de werkgelegenheid;

In bijlage 5 van het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied Overbetuwe” staat dat 1.141 m² bebouwingsoppervlak voor de functie detailhandel is toegestaan. Binnen de aangegeven bouwhoogte is een bedrijfsgebouw in 3 bouwlagen toegestaan (kelder, begane grond, 1 verdieping). Dit betekent dat momenteel in totaal maximaal 3 x 1.141 = 3.423 m² bvo detailhandel is toegestaan aan de Baltussenweg 37.

vrijdag 18 december 2020

20

6 Behoefte detailhandel Overbetuwe, ladderonderbouwing Driel & Heteren

  

ruimte geven aan lokale bedrijvigheid; in een realistisch tijdspad toewerken naar een economisch evenwicht in vraag en aanbod; de economische marktontwikkelingen nauwlettend volgen en optimaal benutten.

Ten aanzien van perifere detailhandel in relatie tot de gewenste planontwikkeling is het volgende opgenomen:  Op alle perifere winkellocaties (buiten de reguliere detailhandel) is detailhandel in PDV-branches alleen toegestaan als die ruimtelijk niet inpasbaar is in de reguliere detailhandel. Een reden om perifere detailhandel buiten centrumgebieden, buurt- en wijkcentra te vestigen kunnen betrekking hebben op volume en veiligheid. Dit is in onderhavig geval aan de orde: gezien het volume van het assortiment kan de fietsenwinkel niet in reguliere centrumgebieden worden ingepast.  Bedrijventerrein Poort van Midden-Gelderland is geen concentratiegebied voor perifere detailhandel. Nieuwe detailhandel op bedrijventerreinen is in principe niet toegestaan. De locatie Poort van Midden-Gelderland is echter wel aangewezen als kleinschalig cluster (‘overige winkellocatie), waar onder voorwaarden marktinitiatieven geconcentreerd kunnen worden.  Verder is ten aanzien van perifere detailhandel vastgelegd dat uitbreiding van bestaande detailhandel (waarbij de som van de winkeloppervlakte van het nieuwe pand en het vrijkomende pand boven de 1.500 m2 bvo komt) alleen mogelijk is na advies van het Intergemeentelijk Overleg Detailhandel (IOD/IOW). In 2016 is over de onderhavig ontwikkeling advies gegeven door het IOD (zie hierna).

 Daarbij moet aangetoond worden dat uitbreiding van de betreffende bestaande perifere detailhandelsvestiging bedrijfseconomisch nodig is. Er zijn een groot aantal bedrijfseconomische redenen voor de uitbreiding van de

vrijdag 18 december 2020

fietsenwinkel, zie paragraaf 6.4 Bij dit soort ontwikkelingen moet worden aangetoond dat er geen ruimte is op daarvoor aangewezen concentratiegebieden. Dit is het geval: De Aamsepoort is het concentratiegebied in Overbetuwe, maar door de geldende bestemming (Detailhandel – Tuin-, Interieur- en Sfeercentrum) en het ontbreken van leegstand is hier echter geen ruimte. Tevens moet sprake zijn van lokale uitbreiding/verplaatsing en moet elders in de gemeente/subregio planologische ruimte voor perifere detailhandelsvoorzieningen worden wegbestemd. Dit is het geval: er sprake van een verplaatsing (van Wels2wielers naar Heteren) en lokale uitbreiding (van het bestaande filiaal van Wels2Wielers in Heteren, namelijk Fietswinkel Gelderland). Daarbij worden op de locatie Baltussenweg in Driel planologische mogelijkheden voor detailhandel weggenomen.

In 2016 heeft het Intergemeentelijk Overleg Detailhandel (6-6-2016) al een positief advies opgesteld ten aanzien van de verplaatsing van de fietsenwinkel. Ten tijde van dit advies wat het RPW (2017) nog niet vastgesteld en is daarom nog getoetst aan het RPD (2013). Conclusie van het advies was dat verplaatsing van de rijwielhandel niet geheel past binnen de beleidslijnen uit het RPD voor het toestaan van PDV buiten traditionele winkelgebieden. Toch zijn er in dit geval zwaarwegende argumenten om verplaatsing mogelijk te maken. De verplaatsing leidt tot grote planologische voordelen op de locatie die achtergelaten wordt. De gemeente Overbetuwe wil bovendien voorkomen dat Wels2Wielers aanzienlijk uitbreidt op de bestaande locatie door gebruik te maken van de planologische rechten. Het IOD adviseert dan ook deze ontwikkeling mogelijk te maken.

Gemeentelijk beleid In oktober 2019 is de Omgevingsvisie Overbetuwe vastgesteld. Een belangrijke opgave is het clusteren van voorzieningen. Ten aanzien van detailhandel bestaat de ambitie om buiten de winkelgebieden geen (nieuwe) detailhandel meer mogelijk te maken. Ook hier wordt een uitzondering gemaakt voor grootschalige detailhandel die niet passend is in de winkelgebieden. In het Economisch Uitvoeringsprogramma 2019-2022 van de gemeente Overbetuwe wordt ten aanzien van detailhandel en centrumgebieden het uitgangspunt uit het coalitieprogramma aangehaald. Vanuit versterking en het behoud van de centrumfunctie is detailhandel in het buitengebied en bedrijventerreinen onwenselijk. Een uitzondering hierop vormt volumineuze detailhandel.

6.3

Trends en ontwikkelingen

Fysieke winkelmarkt onder druk door internet De opkomst van het internet winkelen heeft de fysieke winkelmarkt onder druk gezet, voor de niet-dagelijkse sector. Lange tijd nam de leegstand toe, maar de afgelopen tijd lijkt deze ontwikkeling te stagneren, mede doordat leegstaand winkelvastgoed steeds vaker getransformeerd wordt en een andere functie krijgt (zoals wonen of horeca). Toch zal de druk op fysieke winkels naar verwachting verder toenemen, met name door een toenemende internetverkoop. Anderzijds bieden een aantrekkende economie, demografische transitie en gewijzigd consumentengedrag ook kansen voor vernieuwing. De focus in veel gebieden is gericht op het versterken van de kwaliteit van het bestaande aanbod dan wel het toevoegen van vernieuwend en onderscheidend aanbod. Wijzigend koopgedrag De sterke opkomst van het internet heeft geresulteerd in een

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=fa41930c-e3d9-4a3a-8cb0-8b2001c840b7