CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-06-22.22 Relevant stuk 4, Toelichting en regels, Driel, BP Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

Gemeenteraadsvergadering 22 juni 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14" en het beeldkwaliteitplan "Vire Hof"37.880 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De (relevante) ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap voor de GO binnen dit deelgebied zijn: ontwikkeling ecologische verbinding Overbetuwe - KAN: parkachtige structuren met water en moeraszones. ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden. ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen. ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen. Met dit bestemmingsplan wordt binnen de Groene ontwikkelingszone een cluster met drie vrijstaande woningen en een gezamenlijk bijgebouw mogelijk gemaakt. Er is daarmee geen sprake van een grootschalige ontwikkeling. In de quickscan flora en fauna (Bijlage 10) is het planvoornemen nader getoetst aan de bovenstaande kernkwaliteiten van de GO. Ter plaatse van de overige gronden van de Groene ontwikkelingszone wordt bijgedragen aan de daadwerkelijke realisatie van een ecologische verbindingszone. De gronden worden ingericht met onder meer rabattenbos, opgaand groen, een waterplas en watergangen, boomgroepen en solitaire bomen en open agrarische percelen (extensief agrarisch gebruik). Op advies van de provincie in het kader van het vooroverleg, is voor de laatstegenoemde open gronden gekozen voor schraal grasland.

Ten opzichte van de huidige invulling van deze gronden als boomkwekerij, is er daarmee sprake van een significante ontwikkeling van de ecologische en hydrologische waarden van de Groene ontwikkelingszone en neemt het oppervlak aan natuur aanzienlijk toe. De inrichting en beplanting, zoals beschreven in het inrichtings-, beplantings- en beeldkwaliteitsplan (respectievelijk te raadplegen in Bijlage 2, Bijlage 3 en Bijlage 1), is op deze eis nadrukkelijk afgestemd. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan geen aantasting van de kernkwaliteiten van de GO met zich meebrengt, maar integendeel juist bijdraagt aan de te bereiken doelstellingen voor het gebied. Thema 'wonen' Aangezien met het plan in totaal 41 nieuwe woningen en 56 zorgwoningen mogelijk worden gemaakt, is het thema 'wonen' van toepassing. Nieuwe woningen mogen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. In paragraaf 4.1 onder 'Ladder voor duurzame verstedelijking' alsmede in Bijlage 2 is het plan uitvoerig getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is onder meer ingegaan op de wijze waarop het woon- en Toelichting (ontwerp)

29

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 zorgprogramma passen binnen onder meer de regionale afspraken. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de regels met betrekking tot het thema wonen. Planlocatie Poort van Midden Gelderland Blauw 14 te Heteren Op deze locatie gelden de volgende aanduidingen: tijdelijk verbod nieuwvestiging, uitbreiding en hervestiging glastuinbouw; Romeinse limes; intrekgebied. De ligging binnen deze gebieden zorgt niet voor belemmeringen. Het plan maakt geen nieuwvestiging, uitbreiding of hervestiging van een glastuinbouwbedrijf mogelijk. Daarnaast is er geen sprake van winning van fossiele energie. De regels ten aanzien van de Romeinse Limes bepalen dat nieuwe ontwikkelingen de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes niet mogen aantasten (artikel 2.60). In paragraaf 5.12 van dit bestemmingsplan wordt onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkelingen geen negatieve invloed hebben op de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes. Thema 'detailhandel' Dit bestemmingsplan voorziet in een verplaatsing van een detailhandelsfunctie vanuit het landelijk gebied (Baltussenweg 37) naar de onderhavige planlocatie in bestaand stedelijk gebied. Dit past in het uitgangspunt dat stedelijke functies, zoals detailhandel, in principe binnen bestaand stedelijk gebied worden uitgeoefend.

Op de locatie in Heteren wordt de bestaande, tijdelijk vergunde vestiging van de fietsenwinkel uitgebreid. Planologisch wordt er in de gemeente 1.995 m² bvo aan detailhandel toegevoegd. Daarnaast is er zeer beperkt (ca. 150 m²) sprake van uitbreiding van planologische mogelijkheden in winkelvloeroppervlak. Het plangebied betreft een 'perifere locatie', zoals bedoeld in de verordening. Conform artikel 2.2.4 van de verordening is dit uitsluitend toegestaan, mits de detailhandelsvoorziening past in het vigerende Regionaal programma werklocaties (RPW). In Bijlage 2 (paragraaf 6.2 van de betreffende bijlage) is aan het RPW getoetst. Het RPW kent vier doelstellingen: zorgen voor nieuwe economische ontwikkeling op de juiste locatie met maximaal rendement voor de werkgelegenheid; ruimte geven aan lokale bedrijvigheid; in een realistisch tijdspad toewerken naar een economisch evenwicht in vraag en aanbod; de economische marktontwikkelingen nauwlettend volgen en optimaal benutten. Ten aanzien van perifere detailhandel in relatie tot de gewenste planontwikkeling zijn de volgende overwegingen relevant: gezien het volume van het assortiment kan de fietsenwinkel niet in reguliere centrumgebieden worden ingepast. de locatie Poort van Midden-Gelderland is aangewezen als kleinschalig cluster ('overige winkellocatie), waar onder voorwaarden marktinitiatieven geconcentreerd kunnen worden.

in 2016 is over de verplaatsing van de winkel advies gegeven door het Intergemeentelijk Overleg. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is het plan, inclusief de beoogde uitbreiding op de locatie in Heteren, opnieuw ter advies voorgelegd. Op 17 juni 2020 is positief besloten op deze adviesaanvraag door het regionaal PFO Economie. Het initiatief past binnen het vigerende RPW. er is een groot aantal bedrijfseconomische redenen voor de uitbreiding van de fietsenwinkel, welke in de genoemde bijlage uitgebreid zijn beschouwd. er is geen ruimte voor de planontwikkeling op daarvoor aangewezen concentratiegebieden. De Aamsepoort in Elst is het concentratiegebied in Overbetuwe, maar door de geldende bestemming (Detailhandel – Tuin-, Interieur- en Sfeercentrum) en het ontbreken van leegstand is hier geen ruimte. Tevens moet sprake zijn van lokale uitbreiding/verplaatsing en moet elders in de gemeente/subregio planologische ruimte voor perifere detailhandelsvoorzieningen worden wegbestemd. Dit is het geval: er sprake van een verplaatsing en lokale uitbreiding. Daarbij worden op de locatie Baltussenweg in Driel

30

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 planologische mogelijkheden voor detailhandel weggenomen. Met een voorwaardelijke verplichting in de planregels is geborgd dat de detailhandel op de huidige locatie wordt beëindigd. De gewenste ontwikkeling is in overeenstemming met het RPW en voldoet daarmee aan de in de Omgevingsverordening gestelde regels. Drinkwaterbescherming Het plangebied ligt binnen een intrekgebied grondwater en (gedeeltelijk) binnen een boringsvrije zone. In de Omgevingsverordening zijn hiervoor specifieke regels opgenomen in artikelen 3.5, 3.25 en 3.26 ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de drinkwatervoorziening. Deze regels hebben onder meer betrekking op de aanleg van boorputten (waaronder sonderingen), grond- of funderingswerken en open of gesloten bodemenergiesystemen. Zo zijn bodemenergiesystemen verboden en is het verboden om boorputten op te richten. Tevens is het verboden om grond- of funderingswerkzaamheden uit te voeren op een diepte van 3 meter of meer onder het maaiveld. Deze verboden gelden niet indien wordt voldaan aan bepaalde voorschriften die opgenomen zijn in de verordening.

Voorafgaand aan het oprichten van een boorput of het uitvoeren van grond- of funderingswerkzaamheden dieper dan 3 meter dient door degene die de activiteit onderneemt een melding te worden gedaan bij Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. De zorgplicht grondwaterbescherming vraagt aandacht om te voorkomen dat bepaald handelen of juist het nalaten daarvan de kwaliteit van het grondwater aangetast. Omdat bij de uitvoering van werkzaamheden in het plangebied moet worden voldaan aan de regels die opgenomen zijn in de Omgevingsverordening voor boríngsvrije zones en intrekgebieden, is op de verbeelding van het bestemmingsplan op beide planlocaties de aanduiding 'milieuzone beschermingszone grondwater' opgenomen. In de regels is bepaald dat hier tevens de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland gelden vanwege de ter plaatse aanwezige boríngsvrije zone en het intrekgebied. Er geldt een verbod voor het bouwen van bouwwerken dieper dan 3 meter, tenzij er sprake is van vervanging van bestaande fundering, of op basis van een advies van het waterleiding bedrijf vaststaat dat er vanuit grondwaterbeschermingsoogpunt geen bezwaar tegen de bouwactiviteiten is. Eventueel kunnen voorschriften aan de omgevingsvergunning voor het bouwen worden gesteld.

De aanduiding 'milieuzone – beschermingszone grondwater' vervult mede een signaleringsfunctie en maakt direct duidelijk dat deze regels uit de verordening ten behoeve van de bescherming van het grondwater in acht genomen moeten worden. De regels die opgenomen zijn in de Omgevingsverordening Gelderland hebben een rechtstreekse werking en deze gelden dus ook los van het bestemmingsplan altijd. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

Toelichting (ontwerp)

31

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

4.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 Op 1 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Overbetuwe de Omgevingsvisie Overbetuwe 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Overbetuwe voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2040 aan. De Omgevingsvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De gemeente onderscheidt een aantal kernwaarden die als vertrekpunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen dienen. Deze kernwaarden zijn ontstaan in het cultuurhistorisch gegroeide Betuwse rivierenlandschap. Kernwaarden zijn beschreven op het gebied van bodem en landschap, netwerk en infrastructuur en occupatie. De verschillende kernen in de gemeente kennen elk een eigen karakteristieke identiteit en waarden. Deze worden eveneens als leidraad voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd. Behoud van de karakteristiek en (specifieke) kwaliteiten van deze kernen en het buitengebied is een speerpunt in het beleid.

In de Omgevingsvisie wordt de focus gelegd op zes opgaven: Vitaal buitengebied in beweging; Innovatieruimte voor ondernemerschap; Samen werken aan energietransitie; Gevarieerde dorpse woonomgeving; Netwerk verbonden met samenleving; Voorzieningen geclusterd. Per thema wordt de toekomstige ontwikkeling van de Overbetuwse leefomgeving beschreven. Beoordeling De planlocatie Baltussenweg 37 e.o. te Driel behoort tot het buitengebied van Overbetuwe. Eén van de centrale opgaven volgens de Omgevingsvisie is het behouden van een vitaal buitengebied. De gemeente wil dit met (meer) differentiatie bereiken. In het buitengebied worden zeven deelgebieden onderscheiden, met specifieke ambities per deelgebied, die op concrete situaties worden toegepast. Het plangebied ligt op een snijvlak van verschillende gebieden: aan de rand van de uiterwaarden, aan de dorpsrand van Driel en aan de rand van de landschappelijke zone (parklandschap) die zich uitstrekt van Driel en de Drielse Rijndijk tot aan Park Lingezegen. De Omgevingsvisie geeft in samenhang met het Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe het landschappelijk kader voor ontwikkelingen in het buitengebied. Bij de planontwikkeling is nadrukkelijk rekening gehouden met de ligging op een snijvlak van verschillende karakteristieke gebieden en de daarbij behorende bestaande en te ontwikkelen kwaliteiten.

Onder het kopje 'Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP)' wordt hier nader op ingegaan. Ook aan enkele overige opgaven wordt door het voorliggende plan bijgedragen, namelijk het streven naar een gevarieerde dorpse woonomgeving, verbinden van netwerken met de samenleving en het clusteren van voorzieningen. Het plan voorziet in een combinatie van woningen en zorgwoningen in een landelijke omgeving aan de rand van de bebouwde kom van Driel. Bij elkaar passende voorzieningen worden geclusterd, waarbij er een onderscheidend landelijk woonmilieu wordt gecreëerd. De clustering biedt ook mogelijkheden om netwerken met bestaande voorzieningen in en rond de kern tot stand te brengen. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP) In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebiedsspecifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd. De hoofddoelstelling is het ontwikkelen van

32

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden. Per deelgebied zijn daarnaast gebiedsspecifieke opgaven opgenomen. Beoordeling Met dit bestemmingsplan is er sprake van ontwikkeling van in totaal zes clusters met woningen of zorgwoningen en een gebouw voor een kinderopvang/ontmoetingsruimte. Deze ontwikkelingen vinden plaats in het buitengebied. Een bestaande agrarische bedrijfslocatie verdwijnt en een detailhandelslocatie wordt verplaatst uit dit gebied. Het LOP stelt kaders voor de ontwikkelingen in dit plangebied. Het plangebied Baltussenweg 37 e.o. maakt deel uit van het oeverwallen- en stroomruggenlandschap, waar gestreefd wordt naar behoud van ruimtelijke afwisseling en versterking van kleinschaligheid op de oeverwallen. Het plangebied ligt in de deelgebieden 1c (Oeverwal tussen Driel en Randwijk, westelijk plandeel) en 13a ('t Vlot, oostelijk plandeel). Bij het opstellen van het inrichtingsplan (opgenomen in Bijlage 2) is het LOP in samenhang met bovengenoemde Omgevingsvisie als kader gehanteerd. Hierna wordt dit per deelgebied nader toegelicht.

Westelijk plandeel: oeverwal Driel De oeverwal zuidelijk van de Nederrijn strekt zich uit van Randwijk in het westen tot Driel, ter hoogte van het plangebied, in het oosten. In dit deelgebied is beoogd om het stroomruglandschap te versterken. Panorama’s naar de stuwwal dienen behouden te blijven. In dit deelgebied moet er dus voorzichtig omgegaan worden met verdichtende ontwikkelingen. Behoud van zichtrelaties tussen de stuwwal en de kern Driel/Baltussenweg is daarom als randvoorwaarde bij de planuitwerking gesteld. In het deelgebied worden onder meer de volgende ambities nagestreefd: Behoud kolk De Nieuwstad, direct noordwestelijk van het plangebied. Deze blijft behouden. Aansluitend wordt een weide voorzien en wordt het huidige agrarische bouwvlak verwijderd; Vergroten contrast tussen openheid en kleinschaligheid. Dit wordt bereikt doordat kleinschalige bebouwingsclusters worden afgewisseld met open agrarische percelen, behoud van doorzichten tussen de clusters en landschappelijke inpassing van de clusters. Met de gekozen invulling is een passende verhouding tussen bebouwing en onverhard gebied gevonden. De weides, die door jongvee extensief zullen worden begraasd, borgen het behoud van het agrrische karakter van het gebied, in samenhang met de (boeren)erf-achtige opzet van de clusters.

Toelichting (ontwerp)

33

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

Af beelding 17: landschappelijke inpassing en inrichting westelijk plandeel conf orm LOP

Oostelijk plandeel: 't Vlot In dit deelgebied ligt een provinciaal aangewezen ecologische verbindingszone tussen de Nederrijn en Park Lingezegen. Het deelgebied functioneert als een groene bufferzone tussen Driel en Arnhem (wijk Schuytgraaf). Dit karakter moet worden behouden. Naast het realiseren van natuur is het maken van een recreatief netwerk mogelijk. Binnen het deelgebied wordt ingezet op onder meer: Ontwikkeling ecologische verbindingszone. Kavelpatronen geven richting aan de inrichting; Aanleg vochtig loofbos, rietmoeras Woerden beleefbaar houden; Open kom ten oosten van Driel open houden; Toegankelijkheid en beleefbaarheid bufferzone vergroten; Versterken contrast tussen openheid en kleinschaligheid, onder meer door laanbeplanting en erfbeplanting op lagere oeverwallen; Cultuurhistorie (karakteristieke verkavelingspatronen) herkenbaarder maken. Met dit bestemmingsplan wordt een belangrijke stap in de realisatie van de ecologische verbindingszone gezet. Het plandeel ligt op een belangrijk schakelpunt voor deze zone en is essentieel om een doorgaande verbindingszone tot stand te brengen. Ten noorden van het plandeel zijn al enkele percelen met natuur ingericht en met het voorliggende plan wordt dit verder uitgebreid door de huidige agrarische boomkwekerijfunctie om te zetten in ontwikkeling van de volgende functies.

Daarbij zijn de bovengenoemde ambities voor het deelgebied als leidraad gehanteerd. Bij de inrichting van het gebied zijn de herkenbare kavelpatronen gehandhaafd en beter zichtbaar gemaakt. Het plandeel bestaat uit: weides aan de Baltussenweg, waarmee een kleinschalig agrarisch landschap in lijn met het westelijk plandeel wordt gecreëerd. Dit vormt een logische overgang naar de rest van het deelgebied (bebouwingscluster en natuur); een grootschalige open weide in de oostelijke zone; aanleg rabattenbossen en bosplantsoenen met boomvormers (streekeigen beplanting); realisatie waterplas en rietmoeras centraal in het gebied; aanleg wandelpaden met bruggen door het gebied heen ter bevordering van toegankelijkheid,

34

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 beleefbaarheid en recreatieve ontwikkeling in samenhang met ontwikkeling van ecologische waarden; aanleg natuurvriendelijke oevers langs bestaande watergangen; realisatie kleinschalig wooncluster in boerenerf-opzet met drie woningen en gedeelde toegangsweg, bijgebouw en erf. Nadrukkelijk wordt de relatie met de waterplas en het open landschap benut; fruitboomgaard en bomenrij nabij de toegangsweg; solitaire bomen en boomgroepen verspreid door het plangebied. De voorgestelde inrichtingsmaatregelen leveren in samenhang bezien een bijdrage aan een groot aantal ambities uit het LOP voor dit deelgebied. Het gebied zal blijven functioneren ls buffer tussen Driel en Schuytgraaf en wordt ontwikkeld met een gebalanceerde mix van natuur, weides, water, een bebouwingscluster en intensieve recreatie.

Af beelding 18: inrichting oostelijk plandeel in deelgebied 't Vlot conf orm LOP.

Conclusie Het plan levert een bijdrage aan meerdere doelstellingen van het LOP en is hiermee dus in overeenstemming.

Toelichting (ontwerp)

35

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

Hoofdstuk 5 5.1

M ilieu- en omgevingsaspecten

Milieueffectrapportage

Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleine bouwprojecten, zoals het onderhavige, beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Ook de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn' is relevant. Sinds 16 mei 2017 is deze wet in werking. De richtlijn heeft de procedure en de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling gewijzigd. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van ruimtelijke plannen. Voor activiteiten, die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Beoordeling en conclusie Met dit bestemmingsplan wordt enerzijds voorzien in een verplaatsing en uitbreiding van een detailhandelsfunctie naar de locatie Poort van Midden Gelderland Blauwe 14 te Heteren.

Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de huidige bestemming ('Bedrijventerrein') op deze locatie, is er geen sprake van m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten op deze planlocatie. Aan de Baltussenweg 37 e.o. worden in totaal 6 clusters met stedelijke functies (41 woningen, 56 zorgwoningen, een kinderdagopvang en een dagbestedingsvoorziening) gerealiseerd. Gezien de aard en omvang van deze ontwikkeling, kan dit onderdeel van het plan als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., worden beschouwd. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daarom noodzakelijk. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de aanmeldingsnotitie vindt een beoordeling/toets plaats aan de criteria, die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze is opgenomen in Bijlage 3. Aanbevolen is om geen MER op te stellen. Het bevoegd gezag heeft voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan een afzonderlijk besluit hieromtrent genomen (d.d. 9 februari 2021). Dit besluit is op de voorgeschreven wijze kenbaar gemaakt.

5.2

Geluid

Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) moet bij een plan een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. Alle wegen hebben geluidzones, met uitzondering van wegen die in een als 'woonerf' aangeduid gebied liggen en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor moet met een ontheffing een hogere

36

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 waarde worden vastgesteld. De gemeente Overbetuwe heeft specifiek beleid vastgesteld in de Nota geluidbeleid en de Nota hogere grenswaarden. Beoordeling Met dit bestemmingsplan worden nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt op de planlocatie Baltussenweg 37 e.o. de Driel, namelijk woningen, zorgwoningen en kinderdagopvang. In de omgeving van de planlocatie zijn enkele wegen aanwezig met diverse snelheidsregimes. Spoorwegen en geluidgezoneerde industrieterreinen zijn in de omgeving niet aanwezig. Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in Bijlage 4. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de relevante omliggende wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijdt. Vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening is tevens de cumulatieve geluidbelasting berekend. Deze blijft eveneens (ruimschoots) onder de voorkeursgrenswaarde. Er zijn dan ook geen akoestische belemmeringen voor de geplande woningen, zorgwoningen en het kinderdagverblijf. Conclusie Het aspect akoestiek vormt geen belemmering voor het plan.

5.3

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2ìg/m3).

Beoordeling en conclusie Met dit bestemmingsplan wordt enerzijds voorzien in een verplaatsing en uitbreiding van een detailhandelsfunctie naar de locatie Poort van Midden Gelderland Blauw 14 te Heteren. Hier neemt het aantal verkeersbewegingen met circa 290 mvt/etmaal toe conform de berekende verkeersgeneratie in paragraaf 5.13. Aan de Baltussenweg 37 e.o. worden in totaal 6 clusters met stedelijke functies (41 woningen, 56 zorgwoningen, een kinderdagopvang en een dagbestedingsvoorziening) gerealiseerd. Ook hier is sprake van een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen, maximaal circa 140 mvt/etmaal. De ontwikkelingen kunnen dan ook een relevant effect op de luchtkwaliteit hebben. Om na te gaan of de ontwikkeling NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is door middel van de NIBM-tool berekend of het plan mogelijk in betekenende mate bijdraagt. Afbeelding 19 geeft de resultaten hiervan weer. Hierbij is vanuit een worst case benadering de totale verkeerstoename vanwege het plan berekend, hoewel de locaties

Toelichting (ontwerp)

37

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 op behoorlijke afstand van elkaar liggen. De conclusie is dat het plan ruim onder de drempelwaarde blijft, derhalve niet in betekenende mate bijdraagt en nader onderzoek niet noodzakelijk is.

Afbeelding 19: resultaten NIBM-tool (bron: www.infomil.nl)

5.4

Bedrijven en milieuzonering

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies, zoals woningen. Bij de planontwikkeling moet rekening worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Als bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype.

Een rustige woonwijk of een rustig buitengebied is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Beoordeling Locatie Baltussenweg 37 e.o. te Driel Dit bestemmingsplan maakt op deze planlocatie zowel nieuwe milieugevoelige functies (woningen en zorgwoningen) als een nieuwe milieubelastende functie (kinderdagverblijf en dagbesteding) mogelijk. In de omgeving van de planlocatie zijn de volgende relevante milieubelastende functies aanwezig. In de onderstaande tabel is getoetst wat de kortste afstand tot milieugevoelige functies in het plangebied zal zijn en of aan de richtafstand wordt voldaan. Uitgegaan is van het gebiedstype 'rustig buitengebied/rustige woonwijk'. Adres

38

Functie

Milieucategorie

Richtafstand

Afstand feitelijk

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

Vogelenzangsestraat 3

Pluimveehouderij

Drielse Rijndijk 85 Baltussenweg 39

4.1

200 meter

ca. 85 meter

Detailhandel 1 (houtkachelwinkel)

10 meter

ca. 12 meter

Autobedrijf

30 meter

ca. 80 m

2

Aan de richtafstand ten opzichte van de pluimveehouderij Vogelenzangsestraat 3 wordt niet voldaan. De richtafstand wordt bepaald door het aspect geur. Op dit aspect wordt in paragraaf 5.5 nader ingegaan en er is een geuronderzoek uitgevoerd ten aanzien van de betreffende veehouderij (zie Bijlage 5). uit het onderzoek volgt dat er geen belemmeringen zijn. Daarnaast is, mede naar aanleiding van een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan, een nader onderzoek naar de effecten van geur, fijnstof en endotoxinen vanwege de pluimveehouderij uitgevoerd (Bijlage 6). Hieruit blijkt dat er geen beperking voor het bedrijf ontstaat en dat de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoet aan de grenswaarden. Spuitzones Ten aanzien van boom- en fruitteeltbedrijven is niet alleen de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van belang, maar ook spuitzones in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij deze bedrijven. In het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' is opgenomen dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt in acht moet worden genomen (artikel 3.4.1). Deze afstand wordt algemeen aanvaard, maar er kan volgens de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gemotiveerd worden afgeweken van deze afstand. Direct ten noorden van het perceel Baltussenweg 37 ligt een boomgaard.

De bebouwing in clusters 3 en 4, die respectievelijk maximaal 20 woningen en maximaal 32 zorgwoningen krijgen, liggen gedeeltelijk binnen 50 meter van deze boomgaard, op een kleinste afstand van ruim 10 meter. Ook de bestaande (bedrijfs)woning Drielse Rijndijk 83 ligt binnen de spuitzone. Met deze woning moet reeds rekening worden gehouden. De woning wordt behouden, maar niet op kortere afstand tot de boomgaard worden gerealiseerd. In Bijlage 7 is nader onderzocht of gemotiveerd van de richtafstand van 50 meter afgeweken kan worden ten aanzien van de (zorg)woningen in clusters 3 en 4. Navolgend wordt ingegaan op de voornaamste bevindingen en conclusies. De betreffende (peren)boomgaard is volledig omzoomd door een groenblijvende windsingel. Voor de geplande ontwikkelingen dient desondanks rekening gehouden te worden met een spuitzone. Zoals hiervoor is genoemd, is de in de praktijk gebruikte afstand van 50 meter indicatief. Dat betekent dat er onder omstandigheden gemotiveerd van kan worden afgeweken. Hierbij zijn de volgende aspecten relevant: 1. 2. 3. 4.

wat wordt planologisch mogelijk gemaakt; welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt; wat zijn de effecten van de gewasbeschermingsmiddelen voor de mens bij blootstelling; het gebruik van driftreducerende middelen.

Wanneer deze aspecten nader locatiespecifiek worden beschouwd, zijn de volgende omstandigheden van belang. In de huidige situatie is er in een tweetal gevallen reeds sprake van een woning op een afstand van 10 meter en minder ten opzichte van de boomgaard, derhalve op vergelijkbare tot iets kleinere afstand dan de beoogde nieuwe bebouwing. Uit overleg met de kweker van de boomgaard is naar voren gekomen dat onder andere door de ligging van deze beide woningen de bedrijfsvoering al dusdanig is aangepast, dat spuiten op een afstand van 10 meter geen problemen geeft. Hiervoor is de groenblijvende windsingel opgericht. Verder vindt bemesting handmatig en met een druppelslang plaats en is er sprake van een teeltvrije zone van circa 5 meter. Onbekend is welke middelen de fruitteler gebruikt bij het spuiten van de fruitbomen. Om die reden wordt uitgegaan van de gewasbeschermingsmiddelen die in de fruitteelt het meest worden gebruikt.

Toelichting (ontwerp)

39

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 Bij het bepalen van de afstand in het onderzoek is gemotiveerd worst case uitgegaan van het middel Captan. Uit onderzoek van Wageningen University & Research blijkt dat de gezondheidsrisico's van gewas-beschermingsmiddelen voor omwonenden vooral liggen bij opname van stoffen door de huid (dermaal risico). Voor het middel Captan wordt het dermale blootstellingseindpunt (100%) overschreden bij bespuiting op fruitbomen zonder blad op een afstand van 20 meter tot de laatste bomenrij. Zoals eerder opgemerkt worden de laatste drie boomrijen vanaf de woning handmatig behandeld en is er sprake van een teeltvrije zone van 5 meter. Bovendien is een windsingel gerealiseerd. Uit informatie van de kweker blijkt dat deze een dwarsstroomspuit met driftbeperkende Venturi spleetdoppen gebruikt (DRT75). Uit onderzoek blijkt dat in die situatie van een in de winter bladhoudende windhaag vanaf een afstand van 5 meter tot de laatste bomenrij in het geheel geen overschrijding van het dermale blootstellingseindpunt plaatsvindt. In de huidige situatie is sprake van een groenblijvende windhaag, waarmee de afstand kan worden verkleind naar 5 meter. Vanwege de aangrenzende watergangen is de fruitteler verplicht om emissiebeperkende spuittechnieken te gebruiken.

Hierbij dient afstand te worden houden van de aanwezige sloot door middel van een teeltvrije zone. Deze zone bedraagt bij de teelt van peren tenminste 3 meter indien er gebruik wordt gemaakt van driftreducerende spuittechnieken. Op basis van de benoemde omstandigheden van het geval wordt geconcludeerd dat een afstand van 10 meter ten opzichte van de boomgaard te verantwoorden is. Deze afstand wordt in werkelijkheid nog met circa 5 meter vergroot in verband met de teeltvrije zone en een windsingel. Daarbij wordt geconcludeerd dat in de huidige situatie reeds op 10 meter en minder woningbouw aanwezig is, zonder dat dit tot problemen leidt. Verder wordt geconcludeerd dat in een situatie zonder bladhoudende haag tussen het agrarische perceel en het perceel met de beoogde woning en zorgerf, een afstand van 20 meter (-6 meter teeltvrije zone) volstaat. Met een bladhoudende windhaag is het mogelijk de afstand te verkleinen tot zelfs 5 meter. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Omliggende functies worden niet belemmerd. Ook spuitzones vormen geen belemmering voor het oprichten van de nieuwe bebouwing.

5.5

Geurhinder

Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. Beoordeling Dit bestemmingsplan voorziet in het oprichten van nieuwe geurgevelige objecten in het plandeel Baltussenweg 37 e.o. te Driel. In de omgeving van deze planlocatie is één veehouderij aanwezig, namelijk de pluimveehouderij aan de Vogelenzangsestraat 3. Ten aanzien van deze veehouderij is een geuronderzoek uitgevoerd (Bijlage 5) en is een nadere beschouwing van onder meer de ontwikkelmogelijkheden voor de veehouderij uitgevoerd (Bijlage 6). Uit deze onderzoeken blijkt dat er geen belemmeringen voor de veehouderij optreden. Daarnaast is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd. Conclusie Er zijn vanuit het aspect geurhinder geen belemmeringen voor het initiatief.

40

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

5.6

Bodem

De bodemkwaliteit vormt een belangrijk aspect bij bouwontwikkelingen. In het kader van functiewijziging en herinrichting vormt de bodemkwaliteit bij ontwikkeling van ruimtelijke functies een belangrijke afweging. De Bouwverordening bevat een verbod voor het bouwen van woningen op verontreinigde grond. Beoordeling Dit bestemmingsplan maakt de bouw van een nieuwe woningen en zorgwoningen en dus gevoelige functies mogelijk. Derhalve is een bodemonderzoek voor de planlocatie Baltussenweg 37 e.o., voor zover het de beoogde bebouwingsclusters betreft noodzakelijk. Voor deze planlocatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen in Bijlage 8. Voor de onderzoeksmethodiek en gedetailleerde resultaten wordt verwezen naar deze bijlage. Uit het onderzoek blijkt dat er hooguit sprake is van lichte verontreinigingen in de bodem en het grondwater. De licht vehoogde gehaltes met nikkel in de bodem kunnen als verhoogde achtergrondwaarde worden beschouwd. De verhoogde gehaltes barium en molybeen in het grondater betreffen eveneens van nature verhoogde achtergrondwaarden. De bodemkwaliteit vormt hiermee geen belemmering voor de toekomstige functies. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Voor de locatie Poort van Midden Gelderland Blauw 14 in Heteren is een bodemonderzoek niet noodzakelijk gezien de aard van de wijziging.

Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan. De bodem is geschikt voor het beoogde gebruik.

Toelichting (ontwerp)

41

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

5.7

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron is, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, etc.), waarbij de 10-6-contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het GR (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het GR moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegenomen in de beoordeling van het GR. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Beoordeling Locatie Baltussenweg 37 e.o. te Driel Het bestemmingsplan voorziet in de in de realisatie van in totaal 97 nieuwe woningen, waarbij de bestaande rijwielhandel wordt verwijderd.

Van de 97 woningen worden er 41 reguliere woningen (grotendeels seniorenwoningen) ontwikkeld en 56 zorgwoningen. Er is sprake van nieuwe kwetsbare objecten met deze ontwikkeling. Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In afbeelding 19 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.

42

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

Af beelding 19: uitsnede prov inciale risicokaart (geraadpleegd op 26 januari 2021) met het plangebied locatie Driel in zwarte cirkel

De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op. Het plangebied ligt op ca. 3.250 meter ten oosten van de snelweg A50 en op ca. 1.900 meter ten westen van de spoorlijn Arnhem - Nijmegen. Over deze twee transportroutes worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Op basis van de regeling basisnet en de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze twee risicobronnen niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico is het plan gelegen in het invloedsgebied van snelweg A50 en de spoorlijn Arnhem - Nijmegen. Daarmee hebben wijzigingen in het invloedsgebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico van beide risicobronnen. Echter is de afstand tussen het plan en beide risicobronnen dermate groot (groter dan 200 meter), dat de wetgever heeft aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel nog de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van een twee externe veiligheidsrisicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden.

Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelweg A50 en de spoorlijn Arnhem - Nijmegen. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de Veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 21 januari 2021 (kenmerk: 2021-000165). Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. VGGM zag eveneens geen reden om aanvullend te adviseren. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie.

Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Het plan ligt binnen de effectafstand van het relevante incidentscenario toxische wolk. Bij het genoemde scenario is naar verwachting het schuilen in een woning/gebouw het te adviseren Toelichting (ontwerp)

43

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 handelingsperspectief van de veiligheidsregio. Het plan leidt tot een toename van het aantal aanwezigen waarbij de doelgroep in woonzorgfunctie vermindert zelfredzaam is. Het ligt daarbij in de verwachting dat de aanwezigen zichzelf in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd. De VGGM adviseert ter verbetering zelfredzaamheid, het toepassen van risicocommunicatie, BHV organisatie af te stemmen op de aanwezige risico's en technische maatregelen te treffen aan de gebouwen zodat een toxische wolk buiten blijft. Ten aanzien van risicocommunicatie is er NL Alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder zal de gemeente initiatiefnemer inlichten over de aanwezige risico's en is het plan te ontvluchten via de Baltussenweg en de Drielse Rijndijk. Gezien het geadviseerde van de VGGM enkel ter verbetering is, acht de gemeente het niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te vergroten. Daarnaast zijn de geadviseerde maatregelen niet ruimtelijk relevant. Locatie Poort van Midden Gelderland Blauw 14 te Heteren Het bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een rijwielhandel aan de Poort van Midden Gelderland Blauw 14 te Heteren.

Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In afbeelding 20 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.

Af beelding 20: uitsnede prov inciale risicokaart (geraadpleegd op 26 januari 2021) met het plangebied locatie Heteren in zwarte cirkel

De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op: Transportroutes Het plangebied ligt op ca. 120 meter ten westen van de snelweg A50. Over deze transportroute vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op basis van de regeling basisnet en provinciale risicokaart is vastgesteld dat plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze risicobron niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico is het plangebied wel gelegen binnen het invloedsgebied van de snelweg A50. Ontwikkelingen hierbinnen hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Er is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd (zie de rapportage in Bijlage 9). Uit dit onderzoek volgt dat het groepsrisico door de toekomstige situatie niet toeneemt en de hoogte van groepsrisico beneden

44

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 de 0,1 maal de oriëntatiewaarde blijft. Hierdoor kan er worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Buisleidingen Aangrenzend aan het plangebied ligt aan de noordzijde aardgastransportleiding (N-568-32). Op basis van de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de aardgastransportleiding ter plaats van het plangebied geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 heeft. Daarnaast ligt ook de belemmeringenstrook niet over het gebouw. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied wel binnen het invloedsgebied van deze aardgastransportleiding. Ontwikkelingen hierbinnen hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Hiervoor heeft de initiatiefnemer een onderzoek externe veiligheid aangeleverd, genaamd: Rijwielhandel te Heteren, met rapportnummer O 16556-2-RA d.d. 18 januari 2021. Uit dit onderzoek volgt dat het groepsrisico door de toekomstige situatie niet toeneemt en de hoogte van groepsrisico beneden de 0,1 maal de oriëntatiewaarde blijft. Hierdoor kan er worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Inrichtingen Het plangebied ligt op ca. 550 meter ten noorden van het bedrijf A.S. Watson B.V (Kruidvat distributiecentrum, Poort van Midden Gelderland Rood 24 te Heteren).

Hier worden gevaarlijke stoffen opgeslagen waardoor het bedrijf valt onder het 'Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO)'. Uit een destijds opgestelde risicoberekening ('Kwantitatieve Risicoanalyse Distributiecentrum A.S. Watson Heteren', d.d. 21 januari 2015 met documentnummer BD3451-104-100), blijkt dat het plangebied buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze inrichting ligt. Dit vormt geen belemmering voor de realisatie van dit plan. Ten aanzien van het groepsrisico is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van deze inrichting. Ontwikkelingen hierbinnen hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Uit de destijds uitgevoerde risicoberekening,('Kwantitatieve Risicoanalyse Distributiecentrum A.S. Watson Heteren', d.d. 21 januari 2015 en documentnummer BD3451-104-100), blijkt dat het berekende groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt (zie afbeelding 21).

Af beelding 21: f N-curv e QRA A.S. Watson B.V.

Het plan voorziet in een beperkte toename van het aantal aanwezige personen. Gelet op de afstand tot de risicobron heeft dit geen invloed op het groepsrisico. Desondanks is er sprake van een ontwikkeling binnen het invloedsgebied en moet het groepsrisico verantwoord worden. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van verschillende externe

Toelichting (ontwerp)

45

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 veiligheidsrisicobronnen. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelweg A50 (onderdelen H en I), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) artikel 12 vanwege de aardgastransportleidingen (onderdelen A, B, H en I) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) artikel 13 vanwege de inrichting A.S. Watson B.V. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 21 januari 2021 (kenmerk: 2021-000165). A. Personendichtheid Het plan maakt de uitbreiding van een detailhandel mogelijk. Hier waren 15 personen overdag aan het werk en 1 klant per werknemer. De beoogde situatie gaat uit van 25 werknemers en 1 klant per werknemer. Hierdoor zal het aantal aanwezigen overdag met 20 personen toenemen. B.

Hoogte groepsrisico Doordat het aantal personen maar beperkt toeneemt (maximaal 20 personen) en het plan ook nog op enige afstand ligt van A.S. Watson B.V. heeft deze wijziging geen gevolgen voor de hoogte van het groepsrisico. Uit de destijds uitgevoerde risicoberekening van A.S. Watson B.V. (document: 'Kwantitatieve Risico analyse Distributiecentrum A.S. Watson Heteren” d.d. 21-1-2015) blijkt dat de berekende hoogte van het groepsrisico zich beneden de oriëntatiewaarde bevindt. Voor de aardgastransportleiding is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd (Bijlage 9). Uit dit onderzoek volgt dat het groepsrisico door de toekomstige situatie niet toeneemt en de hoogte van groepsrisico beneden de 0,1 maal de oriëntatiewaarde blijft. C t/m E. Mogelijkheden tot beperk ing van het groepsrisico binnen de inrichting De gemeente Overbetuwe ziet geen andere mogelijkheden om het groepsrisico verder te beperken. In het verleden zijn er aanvullende veiligheidsmaatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning van A.S. Watson B.V. F.

De voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwik kelingen met een lager groepsrisico Omdat het plan kleinschalig van aard is,de rijwielhandel reeds in een bestaand pand is gerealiseerd en de uitbreiding van deze rijwielhandel beperkt is ziet de gemeente Overbetuwe geen andere mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling met een lager groepsrisico. G. Mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst De gemeente Overbetuwe is niet voornemens nieuwe maatregelen te nemen om het groepsrisico te beperken. H. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. VGGM zag eveneens geen reden om aanvullend te adviseren. I. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie.

Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Het plan ligt binnen de effectafstand van het relevante incidentscenario toxische wolk. Bij het

46

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14 genoemde scenario is naar verwachting het schuilen in een woning/gebouw het te adviseren handelingsperspectief van de veiligheidsregio. Het plan leidt tot een toename van het aantal aanwezigen waarbij de doelgroep in woonzorgfunctie vermindert zelfredzaam is. Het ligt daarbij in de verwachting dat de aanwezigen zichzelf in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd. De VGGM adviseert ter verbetering zelfredzaamheid, het toepassen van risicocommunicatie, ontvluchtbaarheid op planniveau en afspraken maken met Gasunie over werkzaamheden aan de aardgastransportleiding. Ten aanzien van risicocommunicatie is er NL Alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder zal de gemeente initiatiefnemer inlichten over de aanwezige risico's en is het plan te ontvluchten via de Poort van Midden Gelderland Blauw. Gezien het geadviseerde van de VGGM enkel ter verbetering is, acht de gemeente het niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te vergroten. Daarnaast zijn de geadviseerde maatregelen niet ruimtelijk relevant. Conclusie Locatie Baltussenweg 37 e.o.

te Driel Deze planlocatie ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de transportroutes met een externe veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van beide risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de snelweg A50 en de spoorlijn Arnhem - Nijmegen. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan. Locatie Poort van Midden Gelderland Blauw 14 te Heteren Het plandeel ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de transportroutes, buisleidingen en inrichtingen met een externe veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van de drie risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de snelweg A50, aardgastransportleiding (N568-32) en de inrichting A.S. Watson B.V.

Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Toelichting (ontwerp)

47

bestemmingsplan Driel, Baltussenweg 37 en Heteren, Poort van Midden Gelderland Blauw 14

5.8

Explosieven

De huidige gemeente Overbetuwe en buurgemeente Lingewaard maakten vanaf het begin van de geallieerde luchtlandingsoperatie 'Market Garden' op 17 september 1944 tot aan de bevrijding van Arnhem op 14 april 1945 deel uit van het frontgebied tussen de Duitsers en de Geallieerden. Overbetuwe en Lingewaard werden in hun geheel als oorlogsgebied beschouwd. Er is een gevechtspauze geweest na het oversteken van de brug bij Nijmegen. Het gebied is gedurende acht maanden frontgebied geweest waarbij het volledige eiland (gebied tussen de Rijn en de Waal) geëvacueerd is. Tevens zijn er in die periode hevige bombardementen uitgevoerd. Tijdens de inventarisatie van oorlogsgegevens zijn 104 vliegtuigcrashes opgetekend en meer dan 1.000 oorlogsgraven. Door de oorlogshandelingen ontstonden er gebieden waarvan de bodem sterk met oorlogsmateriaal werd belast, wat op dit moment nog gevaar kan opleveren voor mens en dier. De Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) gaat er in 2014 vanuit, dat slechts 35% van de munitie inmiddels uit de grond is verwijderd. Dit betekent dat we de komende decennia nog met deze explosieve erfenis te maken zullen hebben en er kans bestaat dat in het plangebied nog sprake is van onontplofte munitie.

Beoordeling en conclusie Bij bodemroerende werkzaamheden, zoals het oprichten van gebouwen, graafwerkzaamheden, aanleg van kabels en leidingen en het uitvoeren van bepaalde onderzoeken, is de aanwezigheid van mogelijke niet-gesprongen explosieven (NGE's) van belang. Uit een door de gemeente uitgevoerd vooronderzoek blijkt dat er sinds 1945 binnen het projectgebied sprake is geweest van verschillende bodemroeringen, zoals exploitatie en realisatie van boomgaarden, aanleg van wegen en paden, verleggen en dempen van sloten, etc. Geen van de plandelen kan echter worden vrijgegeven voor nader onderzoek naar de aanwezigheid van NGE's. Dit betekent dat voor de beoogde bebouwingsclusters nader onderzoek door middel van opsporingswerkzaamheden moet plaatsvinden. Voor aanvang van de werkzaamheden moet er een projectplan Opsporing Conventionele Explosieven (OCE) worden opgesteld. Dit projectplan moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag, te weten de burgemeester van de gemeente Overbetuwe als eindverantwoordelijke voor de openbare orde en veiligheid. Het aspect vormt in het kader van dit bestemmingsplan geen belemmering.

5.9

Kabels en leidingen

Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten en -kabels en dergelijke, kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken, moet de (leiding)beheerder aangeven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden. Beoordeling en conclusie In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Dit aspect levert dan ook geen belemmeringen op voor het plan.

5.10

Waterparagraaf

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b) moet inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij zijn de hierna beschreven beleidsstukken van belang. Rijksbeleid Nationaal waterplan In december 2015 stelde het kabinet het Nationaal Waterplan vast. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=0e27b38b-d44a-4062-b885-dd2ba1d6fa7c