21-04-20.10 Relevant stuk 3 Toelichting ONTD Bestemmingsplan Buitengebied Dijkversterking Wolferen-Sprok
Tekst van het document
Toelichting (ontwerp)
83
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
De planologische bescherming die deze leiding op dit moment heeft in het bestemmingsplan wordt doorgezet in dit bestemmingsplan middels de dubbelbestemming Leiding - Gas.
4.9.3
Conclusie
Het aspect kabels en leidingen levert geen belemmeringen op voor de realisatie van de dijkversterking. De planologische bescherming van de gasleidingen uit het bestemmingsplan wordt overgenomen in het bestemmingsplan. Vanuit het aspect planologische kabels en leidingen zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.10
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen.
4.10.1 Toetsingskader Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's dienen te worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Binnen deze contour mogen in ieder geval geen kwetsbare objecten (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of geprojecteerd worden.
Groepsrisico Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans dat een dergelijk ongeval zich voordoet. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen onder andere zelfredzaamheid en
84
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok bestrijdbaarheid. 4.10.2 Resultaten De ontwikkeling betreft het versterken van de primaire waterkering. Op basis van de risicokaart is een inventarisatie gemaakt van risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. Op afbeelding 40 en 41 zijn uitsneden opgenomen van de risicokaart met hierop de 3 deelgebieden van dit bestemmingsplan weergegeven (groene lijnen): 1. ter hoogte van Waaldijk 3 in Andelst; 2. percelen ten westen van de A50; 3. vanaf Dorpsstraat 70 in Slijk-Ewijk tot aan Waaldijk 47 in Oosterhout.
Afbeelding 40 Uitsnede uit de risicokaart met aanduiding deelgebied 1 en 2 (groene lijn)
Ten noorden van de deelgebieden 1 en 2 bevinden zich enkele inrichtingen die vanwege het opslaan van gevaarlijke stoffen als risicobron zijn aangemerkt (rode stippen, al dan niet met rode omranding op afbeelding 40. Deze risicobronnen hebben echter geen plaatsgebonden risicocontour en zijn tevens op afstand van de deelgebieden gelegen.
Toelichting (ontwerp)
85
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Afbeelding 41 Uitsnede uit de risicokaart met aanduiding deelgebied 3 (groene lijn)
Ten zuiden van de deelgebieden 1 t/m 3 ligt de rivier de Waal. De plaatsgebonden risicocontour van de Waal is op de afbeeldingen 40 en 41 aangeduid door middel van de zwarte onderbroken lijn. Hierop is te zien dat deze risicocontour niet buiten de oevers van de Waal komt en derhalve geen belemmering vormt voor het plangebied van dit bestemmingsplan. De rood onderbroken lijnen op afbeelding 41 geven de gasleidingen van de Nederlandse Gasunie aan die door deelgebied 3 loopt. Deze gasleidingen hebben geen plaatsgebonden risicocontouren.
4.10.3 Conclusie Onderhavig bestemmingsplan maakt geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk. De dijk is daarnaast zelf geen risicobron. De dijkversterking leidt niet tot een toename in het plaatsgebonden risico of het groepsrisico. Hiermee treedt er geen wijziging op wat betreft externe veiligheid. Vanuit de aspect externe veiligheid zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.11
Verkeer
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de mogelijke verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de bestaande functies in beeld te worden gebracht.
4.11.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient het aspect verkeer te worden beoordeeld. De nieuwe ontwikkeling mag geen onevenredige (negatieve) invloed hebben op de verkeersafwikkelende werking van het omliggende wegennetwerk.
86
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.11.2 Resultaten In dit bestemmingsplan wordt de as-verlegging van de dijk mogelijk gemaakt om constructieve elementen te vermijden. Ter hoogte van Waaldijk 3 wordt de dijk rivierwaarts verplaatst waardoor de dijk versterkt kan worden met een berm. In samenhang hiermee wordt de bovenstrooms gelegen bocht in de dijk landinwaarts verlegd waar de zone binnendijks al een lokale ophoging heeft. Ondanks dat het een gewijzigde situatie betreft, betreft het geen wijziging welke een verkeersaantrekkende werking op gemotoriseerd (auto)verkeer tot gevolg heeft. Het aantal verkeersbewegingen blijft in de nieuwe situatie gelijk aan de huidige situatie (de autonome verkeersgroei buiten beschouwing latende).
4.11.3 Conclusie De as-verlegging van de dijk heeft geen verkeersaantrekkende werking. Vanuit het aspect verkeer zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.12
Geluid
Wijzigingen aan een weg, spoorweg of industrie moeten voldoen aan de wet- en regelgeving die is opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh) en onderliggende besluiten en regelingen.
4.12.1 Toetsingskader De Wet geluidhinder is van toepassing bij de aanleg en/of wijziging van de volgende geluidsbronnen: gezoneerde bedrijventerreinen; spoorwegen (geen hoofdspoorwegen); wegen (hoofdwegen én 30 km wegen of woonerven). In verband met de fysieke wijziging van de weg op de Waaldijk dient in het kader van de Wet geluidhinder de akoestische effecten te worden beoordeeld. Vanwege de aanwezigheid van geluidgevoelige bestemmingen binnen de invloedssfeer (wettelijke geluidzone) van de te wijzigen wegen is in het kader van de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek voldoet aan het Reken- en Meetvoorschrift 2012. Bij wijzigingen op of aan een weg moet binnen het afgebakende onderzoeksgebied onderzocht worden of er sprake is van 'reconstructie' van die weg zoals dat is gedefinieerd in de Wgh. Er is sprake van 'reconstructie' als aan de volgende twee voorwaarden voldaan wordt: er moet sprake zijn van een fysieke wijziging op of aan de weg.
Het gaat dan bijvoorbeeld om een wijziging van het profiel, de wegbreedte, de hoogteligging, het wegdek, het aantal rijstroken, de aanleg van kruispunten, de aanleg van aansluitingen, op- en afritten, wijzigingen van de maximumsnelheid, en dergelijke; ten gevolge van deze wijziging en de verwachte groei van het verkeer in de eerste tien jaar na de wijziging moet er sprake zijn van een toename van de geluidbelasting met (afgerond) 2 dB of meer. Om dit te kunnen bepalen moet dus eerst voor elke geluidgevoelige bestemming de geldende 'grenswaarde' worden bepaald. Vervolgens wordt bezien of deze grenswaarde in de toekomstige situatie, doorgaans het 10e jaar na openstelling van de gewijzigde weg, met 1,50 dB of meer overschreden wordt.
Toelichting (ontwerp)
87
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.12.2 Resultaten Om te bepalen of sprake is van een reconstructie van de weg is een akoestische beoordeling uitgevoerd. De gehele fysieke wijziging van de weg en onderliggende dijk zijn opgenomen in een akoestisch model. De wegwijziging zelf leidt niet tot toename van verkeer (geen verkeersaantrekkende werking). Bij een formele reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder is een toename van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (beschermingsniveau woningen en andere geluidsgevoelige objecten zoals geregeld in Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder) op de gevel van de woning toegestaan. In de toekomstige situatie werd een geluidbelasting berekend van afgerond 42 dB (op 4,5 m hoogte). Omdat de laagst mogelijk toetswaarde voor de beoordeling van een formele reconstructie is gelegen op 48 dB is in deze situatie geen sprake van een formele reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. De verkeersintensiteit mag, voordat sprake zou kunnen zijn van een formele reconstructiesituatie, toenemen met meer dan 600%. Dit is een onrealistisch scenario, omdat er geen grootschalige projectontwikkeling plaatsvindt. Tevens wordt op basis van berekeningen en beoordeling verondersteld dat er geen sprake zal zijn van een toename van 1,4 dB ten opzichte van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ter plaatste van de gevels van woningen.
In het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' kan dan ook geconcludeerd worden dat er geen significante geluidstoename is. De notitie akoestische beoordeling wegwijziging dijktraject is te vinden in Bijlage 6.
4.12.3 Conclusie In dit bestemmingsplan komt enkelbestemming Wonen - Uiterwaarden, een geluidsgevoelige bestemming, voor. Dit betreft een bestaande situatie, welke ongewijzigd blijft in dit nieuwe bestemmingsplan. Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat bij de woningen de voorkeursgrenswaarde zoals geregeld in Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder op de gevel van de woningen wordt overschreden. Uit de akoestische beoordeling blijkt dat er geen sprake is van een reconstructie van een weg en daarom geen verdere onderzoeksplicht in het kader van de Wet geluidhinder nodig is. Daarnaast wordt voldaan aan een 'goede ruimtelijke ordening' omdat van significante geluidstoename geen sprake is. Vanuit het aspect geluid zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.13
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Dit houdt in het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies (zoals wonen en recreëren) anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen het volgende te worden bekeken: bij het mogelijk maken van nieuwe woningen moet er rekening worden gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de bestaande bedrijven; bij het mogelijk maken of uitbreiden van de bedrijven moet bij de bestaande woningen een goed woon- en leefmilieu kunnen worden gegarandeerd.
88
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.13.1 Toetsingskader De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In de publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden.
4.13.2 Resultaten In dit bestemmingsplan komt enkelbestemming Wonen - Uiterwaarden, een milieugevoelige bestemming, voor. Dit betreft een bestaande situatie, welke ongewijzigd blijft in dit nieuwe bestemmingsplan. Er worden geen nieuwe bedrijven opgericht of uitgebreid die hun weerslag hebben op milieugevoelige functies. Omdat het een bestaande situatie betreft hoeft er geen beoordeling gedaan te worden of de woningen invloed hebben op de bedrijfsvoering en milieuruimte van de bestaande bedrijven of andersom; of er bij de woningen door de aanwezigheid van de bedrijven een goed woon- en leefmilieu kunnen kan worden gegarandeerd.
4.13.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering is niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Er zijn geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
Toelichting (ontwerp)
89
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridische planbeschrijving. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de opzet van de planregels, toelichting op de bestemmingen, de overgangs- en slotregels en een toelichting op de verbeelding.
5.1
Dit bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan is opgezet conform de Wro en het Bro, zoals die gelden sinds 1 juli 2008. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn conform deze standaarden opgesteld. Voor opstelling van de regels is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'. Dit om zo eenduidig mogelijke regels op te stellen die zo min mogelijk van elkaar afwijken. Alleen waar nodig zijn de regels aangepast en specifiek voor dit bestemmingsplan opgesteld. Hieronder worden de regels artikelsgewijs behandeld.
5.2
Hoofdstukopbouw van de regels
De regels zijn verdeeld in vier hoofdstukken: 1. inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2); 2. bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en gebruiksregels opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn, dan worden deze ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels en gebruiksregels opgenomen die specifieker ingaan op bijvoorbeeld de bouwhoogte, situering van gebouwen en de toegestane functies. Aansluitend worden afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels opgenomen. In een enkel geval worden ruimere mogelijkheden geboden door het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld; 3. algemene regels. In de laatste twee hoofdstukken zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Deze bepalingen hebben betrekking op het gehele plan. Het betreffen achtereenvolgens algemene regels, zoals een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. 4. overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
90
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
5.3
Toelichting op de regels
5.3.1
Inleidende regels
Begrippen die in de regels worden gebruikt en die uitleg behoeven, worden in het eerste artikel van het bestemmingsplan uitgelegd. Vervolgens bevat het tweede artikel technische regelingen om onder andere oppervlaktes, hoogtes, dieptes en breedtes te kunnen bepalen.
5.3.2
Bestemmingsregels
Om recht te doen aan het uitgangspunt dat het plan niet meer dient te regelen dan noodzakelijk is, is het aantal bestemmingen in het plan zoveel mogelijk beperkt. Ook de bijbehorende bouw- en gebruiksregels zijn waar mogelijk beperkt in aantal en in mate van gedetailleerdheid. Onderstaande afbeeldingen tonen de enkel- en dubbelbestemmingen van dit bestemmingsplan.
Afbeelding 42 Enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen
De regels hebben voor elke bestemming dezelfde opbouw met achtereenvolgens, voor zover aanwezig, de volgende leden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen (indien aanwezig); afwijken van de bouwregels (indien aanwezig); specifieke gebruiksregels (indien aanwezig); afwijken van de gebruiksregels (indien aanwezig); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien aanwezig); wijzigingsbevoegdheid (indien aanwezig). Centraal staat de bestemmingsomschrijving. Daarin worden limitatief de functies en waarden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan respectievelijk worden beschermd. In een aantal gevallen geeft de bestemmingsomschrijving daarbij nog een nadere beperking in de vorm van een bestemmingscategorie of bijvoorbeeld een gebiedsbegrenzing, een maximale oppervlakte- of inhoudsmaat dan wel een beperking tot de bestaande bebouwing. De bouwregels zijn direct aan de bestemmingsomschrijving gerelateerd. Ook de gebruiksregels zijn gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving, zij het dat deze regels zijn opgenomen in de algemene gebruiksregels in hoofdstuk 3. Hierin is bepaald dat het verboden is de onbebouwde grond en/of de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met het in het plan bepaalde. Bedoeld wordt een gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving.
De afwijkings- en wijzigingsregels geven het bevoegd gezag bevoegdheden om onder voorwaarden af te wijken van een regel of onder voorwaarden het plan te wijzigen.
Toelichting (ontwerp)
91
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Flexibiliteitsbepalingen In de regels zijn verschillende afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Voor wijzigingsbevoegdheden zijn burgemeester en wethouders altijd het bevoegd gezag. Voor afwijkingsbevoegdheden zijn burgemeester en wethouders meestal het bevoegd gezag en kan het bij uitzondering bijvoorbeeld gedeputeerde staten betreffen. In alle gevallen gaat het om afwijkingsmogelijkheden van in de bestemmingsbepalingen opgenomen regels. Indien één van deze bevoegdheden wordt gebruikt, moet een (belangen)afweging plaatsvinden. Het gaat immers om de toepassing van bevoegdheden voor het bevoegd gezag. Dat wil zeggen, dat de geboden afwijkingsmogelijkheden mogen worden gebruikt, maar dat er ook voor kan worden gekozen geen gebruik te maken van de bevoegdheid. Dit laatste houdt in dat een eventueel verzoek om toepassing te geven aan een bevoegdheid wordt afgewezen. Teneinde richting te geven aan de (belangen)afweging, zijn bij elke afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid één of meerdere afwegingscriteria/voorwaarden opgenomen. De individuele belangen van de betrokkenen, de betrokken waarden en het algemene belang zullen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Een enkele keer is bepaald dat door de verzoeker of door het bevoegd gezag het één en ander moet worden aangetoond. Wanneer iets voldoende is aangetoond is het aan het bevoegd gezag om een verzoek te beoordelen.
In enkele gevallen wordt het advies van een onafhankelijk deskundige verlangd. Het is aan de verzoeker om dit aan te vragen. De bevoegdheden zijn concreet en objectief begrensd, om duidelijk te maken waar de scheiding ligt tussen de bevoegdheid van het bevoegd gezag (veelal burgemeester en wethouders) en de gemeenteraad. Deze begrenzing is uitgedrukt in bijvoorbeeld een maximale oppervlakte, inhoud, enz. Bij de toepassing van de bevoegdheid wordt niet standaard de maximale ruimte geboden, maar vindt maatwerk plaats waarbij de concrete situatie ter plekke, in relatie tot het verzoek, bepalend is.
5.3.3
Algemene regels
Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene ontwikkelingsbepalingen die zijn opgenomen in de vorm van wijzigingsbevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders. Ook zijn in de algemene regels van dit bestemmingsplan onder andere algemene aanduidingsregels opgenomen ten behoeve van de natuurcompensatie en overige regels ten behoeve van de voorwaardelijke verplichting tot uitvoering van deze natuurcompensatie. Vanuit artikel 2.45 lid 3 van de Omgevingsverordening Gelderland volgt de verplichting om bij de vaststelling van dit bestemmingsplan de effecten van de dijkversterking Wolferen-Sprok te compenseren. Ook volgt daaruit de verplichting om in dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting op te nemen dat ziet op uitvoering van de natuurcompensatie. Dit artikel zorgt ervoor dat activiteiten die nodig zijn ter uitvoering van de dijkversterking Wolferen-Sprok gebonden zijn aan de uitgewerkte natuurcompensatie. Activiteiten die geen verband hebben met de dijkversterking Wolferen-Sprok, zijn niet gebonden aan deze voorwaardelijke verplichting. Daarnaast zijn er met betrekking tot de dubbelbestemmingen voorrangsregelingen opgenomen.
5.3.4
Overgangs- en slotregels
Conform het Bro (artikel 3.2.1 en 3.2.2) zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
92
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
5.4
Toelichting op de verbeelding
In paragraaf 2.2 zijn de planologische strijdigheden met de vigerende bestemmingsplannen besproken. De bestemmingslegging en de regels van dit bestemmingsplan zijn daarop aangepast, zodat het initiatief van dit bestemmingsplan planologisch mogelijk wordt. Hierna wordt per deelgebied van dit bestemmingsplan de plangrens toegelicht en puntsgewijs uiteengezet welke wijzigingen er doorgevoerd zijn op de verbeelding van dit bestemmingsplan, ten opzichte van de bestaande bestemmingslegging.
5.4.1
Deelgebied 1
Afbeelding 43 Deelgebied 1
Plangrens: Noordgrens: grens beschermingszone conform legger, zuidgrens bestaand woonperceel, noordgrens perceel natuurcompensatie; Oost- en westgrens: de grens waar het wegontwerp terug aansluit op de huidige ligging van de weg; Zuidgrens: grens waterstaatswerk conform legger en grens 'oude' bestemming Verkeer.
Wijzigingen: verlegging bestemming 'Verkeer', vanwege asverlegging dijk; omzetten bestemming 'Verkeer' van huidige weg naar bestemming 'Agrarisch met waarden'; omzetting bestemming 'Natuur' naar bestemming 'Verkeer' vanwege de asverlegging dijk en omzetting bestemming 'Natuur' naar bestemming 'Agrarisch met waarden' voor het smalle strookje natuur wat door de asverlegging buitendijks komt te liggen; omzetting bestemming 'Bedrijf' naar bestemming 'Natuur' vanwege natuurcompensatie; uitbreiding dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering binnendijks; aanpassing grens tussen dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering en de dubbelbestemming Waterstaat - Waterstaatkundige functie, vanwege asverlegging dijk (nieuwe grens ligt op buitenkant asfalt aan buitendijkse zijde).
Toelichting (ontwerp)
93
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
5.4.2
Deelgebied 2
Afbeelding 44 Deelgebied 2
Plangrens: Conform grenzen kadastraal perceel.
Wijziging: Omzetten bestemming 'Agrarisch met waarden' naar bestemming 'Natuur', vanwege natuurcompensatie mitigatieopgave Natura 2000.
94
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
5.4.3
Deelgebied 3 (west)
Afbeelding 45 Deelgebied 3 (west)
Plangrens: Noordgrens: beschermingszone waterstaatswerk conform legger, exclusief gronden binnen beheersverordening Overbetuwe, Randwijk, Slijk-Ewijk en Valburg, bestemmingsplan Buitengebied, Waaldijk 29 en Oosterhoutsestraat 11, Slijk-Ewijk en twee bestaande percelen ten oosten van dat bestemmingsplan (binnen beheersverordening Buitengebied, beheersverordening De Danenberg). Oostgrens: n.v.t., sluit aan op deelgebied 3 (midden) Zuidgrens: grens conform zone waterstaatswerk conform legger (links) en verder grens conform kadastrale percelen en vigerende bestemming Water; Westgrens: gebaseerd op uiterste grens perceel natuurcompensatie Natuurnetwerk Nederland.
Wijzigingen: omzetten bestemming 'Agrarisch met waarden - Uiterwaarden' naar bestemming 'Natuur', (buitendijks) vanwege natuurcompensatie Natuurnetwerk Nederland (op dijktalud) en mitigatie Natura 2000 (overige percelen); omzetten bestemming 'Agrarisch gebied met landschapswaarden' van beheersverordening De Danenberg naar bestemming 'Agrarisch' (binnendijks); aan binnendijkse gronden met nieuwe bestemming 'Agrarisch' is de dubbelbestemming Waarde Archeologische verwachting 4 toegevoegd; tevens is op de binnendijkse gronden de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering toegevoegd of uitgebreid.
Toelichting (ontwerp)
95
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
5.4.4
Deelgebied 3 (midden)
Afbeelding 46 Deelgebied 3 (midden)
Plangrens: Noordgrens: beschermingszone waterstaatswerk conform legger, exclusief gronden binnen bestemmingsplan Buitengebied, Waaldijk 36 te Oosterhout en een bestaand perceel binnen beheersverordening Buitengebied, beheersverordening De Danenberg. Oost- en westgrens: n.v.t., sluit aan op deelgebied 3 (west en oost). Zuidgrens: v.l.n.r.: grens conform kadastrale percelen mitigatie Natura 2000, vigerende bestemming Water, grens kadastraal perceel compensatie Natuurnetwerk Nederland, grens conform vigerende bestemming 'Verkeer'.
Wijzigingen: omzetten bestemming 'Agrarisch met waarden - Uiterwaarden' naar bestemming 'Natuur', (buitendijks) vanwege natuurcompensatie Natuurnetwerk Nederland (op dijktalud) en mitigatie Natura 2000 (overige percelen); omzetten bestemming 'Agrarisch gebied met landschapswaarden' van beheersverordening.De Danenberg naar bestemming 'Agrarisch' (binnendijks); aan binnendijkse gronden met nieuwe bestemming 'Agrarisch' is de dubbelbestemming Waarde Archeologische verwachting 4 toegevoegd; tevens is op de binnendijkse gronden de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering toegevoegd of uitgebreid.
96
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
5.4.5
Deelgebied 3 (oost)
Afbeelding 47 Deelgebied 3 (oost)
Plangrens: Noordgrens: beschermingszone waterstaatswerk conform legger, exclusief een diverse percelen met bebouwing binnen beheersverordening Buitengebied, beheersverordening De Danenberg. Oostgrens: de grens van het bestemmingsplan zou in eerste instantie tot aan bestemmingsplan Oosterhout lopen, echter door het niet meenemen 'percelen met bebouwing' (zie noordgrens) stopt de oostgrens eerder; Zuidgrens: grens conform vigerende bestemming 'Verkeer'; Westgrens: n.v.t., sluit aan op deelgebied 3 (midden)
Wijzigingen: omzetten bestemming 'Agrarisch gebied met landschapswaarden' van beheersverordening De Danenberg naar bestemming 'Agrarisch' (binnendijks); aan binnendijkse gronden met nieuwe bestemming 'Agrarisch' is de dubbelbestemming Waarde Archeologische verwachting 4 toegevoegd; tevens is op de binnendijkse gronden de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering toegevoegd of uitgebreid.
Toelichting (ontwerp)
97
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid en economische uitvoerbaarheid van het plan.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 1, onder f) stelt dat een toelichting van een bestemmingsplan inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan dient te weergeven. Dat wil zeggen dat voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden en maatschappelijk uitvoerbaar zijn. Tijdens het ontwerpproces heeft het ontwerpteam afstemming gezocht met diverse bevoegde gezagen en stakeholders. Op verschillende momenten is onder andere afgestemd met de volgende partijen: ambtelijke beleidsgroep (ABG); ambtelijke werkgroep bevoegde gezagen (AWBG); bestuurlijke begeleidingsgroep (BBG); interne klankbordgroep (IKBG); externe klankbordgroep (EKBG); omgeving middels dijkateliers en keukentafelgesprekken; programmateam hoogwater beschermingsprogramma (PT HWBP); directieraad Rivierenland (DR); college van dijkgraaf en hoogheemraden Rivierenland (CDH). Ter voorbereiding op het project dijkversterking Wolferen-Sprok en de op te stellen planproducten, zijn de stakeholders op verschillende momenten betrokken geweest. In onderstaande tijdlijn is het omgevingsmanagementproces weergegeven.
98
Toelichting (ontwerp)