21-04-20.10 Relevant stuk 3 Toelichting ONTD Bestemmingsplan Buitengebied Dijkversterking Wolferen-Sprok
Tekst van het document
4.3.5
Beschermde soorten
4.3.5.1 Toetsingskader Onder de Wet natuurbescherming bestaat de soortenbescherming uit drie beschermingsregimes: 1. een beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1), 2. Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5); 3. en ‘Andere soorten’ (artikel 3.10). Voor ieder van deze regimes gelden afzonderlijke verbodsbepalingen. Daarnaast geldt te allen tijde de algemene zorgplicht.
4.3.5.2 Beschrijving In en om de omgeving van het projectgebied zijn verschillende beschermde soorten aangetroffen. De beschermde soorten die in of nabij het studiegebied in de afgelopen zeven jaar zijn waargenomen, zijn opgenomen in tabel 6.
Toelichting (ontwerp)
57
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Tabel 6 Soorten in en nabij het projectgebied in het kader van de Wet natuurbescherming soortenbescherming
58
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.3.5.3 Effecten Van bever wordt een hol ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats door gebruik van een transportroute langs dijksectie 6 (Fort Beneden Lent). Het ongeschikt raken is een aantasting van het leefgebied en hiervoor wordt een ontheffing aangevraagd. Er is geen sprake van een afname van de gunstige staat van instandhouding; het is niet nodig om de verblijfplaats te compenseren. Van gewone dwergvleermuis wordt door het ruimtebeslag van de dijkversterking een paarverblijf vernietigd door de sloop van de huizen op de percelen van Waaldijk 42/43. Het vernietigen van een verblijfplaats is aantasting van het leefgebied en hiervoor wordt een ontheffing aangevraagd. De verblijfplaats wordt daarnaast ook gecompenseerd om aantasting van de gunstige staat van instandhouding te voorkomen. Aantasting van leefgebieden van overige door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten is uitgesloten of wordt voorkomen door het nemen van mitigerende maatregelen.
4.3.5.4 Conclusie De dijkversterking leidt tot ruimtebeslag en daarmee overtreding van verbodsbepalingen voor bever, gewone dwergvleermuis en diverse beschermde soorten. De compensatie voor de gewone dwergvleermuis zorgt voor het volledig wegnemen van het negatieve effect. Voor bever hoeft niet te worden gecompenseerd. Wel worden er mitigerende maatregelen genomen voor alle soorten. Het gaat uiteindelijk om ‘een geringe verslechtering van de functionaliteit van het leefgebied en instandhouding van de soort ten opzichte van de referentiesituatie voor één of meer soorten waarvoor waarschijnlijk een ontheffing verleend kan worden’. Vanuit het aspect beschermde soorten zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.3.6
Rode Lijstsoorten
4.3.6.1 Toetsingskader Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De Rode lijst heeft geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij.
4.3.6.2 Effecten Binnen het projectgebied zijn verschillende Rode Lijstsoorten aanwezig. Deze soorten kunnen negatieve effecten van de dijkversterking ondervinden door o.a. verstoring of vernietiging door ruimtebeslag. Rode Lijst soorten zijn echter niet beschermd onder de Wet natuurbescherming. Wel is te allen tijde de zorgplicht van kracht. Effecten op Rode Lijstsoorten die tevens beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en aanwezig zijn in het projectgebied zijn reeds in de effectbeoordeling beoordeeld. Dit betreft vooral de grondgebonden zoogdieren en de vogelsoorten. Wanneer deze soorten negatieve effecten door het voornemen ondervinden, worden deze voorkomen door mitigerende maatregelen, of wordt een ontheffing aangevraagd en worden compenserende maatregelen getroffen. Voor de soorten die niet onder de Wnb beschermd zijn maar wel negatieve effecten door de dijkversterking ondervinden zijn geen wettelijke maatregelen noodzakelijk. De mitigerende en compenserende maatregelen zijn dan ook niet gericht op deze soorten. Het is echter wel mogelijk dat ze profiteren van de maatregelen die genomen zullen worden in het kader van de Wnb. Hierdoor zullen zij minder of niet verstoord worden tijdens de aanlegfase.
Toelichting (ontwerp)
59
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.3.6.3 Conclusie De effecten voor de Rode Lijstsoorten zijn gelijkwaardig aan die van de soortenbescherming. Vanuit het aspect Rode Lijstsoorten zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.3.7
Bomen en houtopstanden
4.3.7.1 Toetsingskader Onder de Wnb zijn houtopstanden beschermd. Dit betekent dat houtopstanden in principe niet gekapt mogen worden zonder een melding aan Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie (Wnb art. 4.2). Met ‘houtopstand’ wordt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen bedoeld. Houtopstanden conform de Wet natuurbescherming zijn enkel de houtopstanden die buiten de bebouwde kom staan (grens conform voormalige Boswet). De bomen binnen de bebouwde kom vallen onder het bevoegd gezag van de gemeente en hiervoor geldt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het gemeentelijk bomenbeleid als (wettelijk) kader. Omdat de Wnb alleen van toepassing is buiten de bebouwde kom, is van belang waar de gemeenten deze grens hebben vastgesteld. Middels een gemeentelijk besluit heeft de gemeente Overbetuwe de grenzen van de bebouwde kom op grond van de Wnb vastgesteld (vaststelling bebouwde kom Wnb d.d. 20 feb 2018). De rood gearceerde delen op onderstaande afbeelding geven aan waar de bebouwde kom Wnb houtopstanden ligt. Uit de afbeelding blijkt dat voor de dijkversterking enkel de woonkernen Slijk-Ewijk en Oosterhout als bebouwde kom zijn aangewezen. Op het overige traject is de Wnb dus van toepassing. Binnen het GNN en GO zijn bomen en houtopstanden die niet tot een natuurdoeltypen horen beschermd door de Omgevingsverordening Gelderland 2018.
Afbeelding 25 Grens bebouwde kom Wnb houtopstanden voor Overbetuwe (rood gearceerde delen)
4.3.7.2 Effecten Uit de bomeninventarisatie en de landelijke en gemeentelijke regelgeving blijkt voor 7.640 m2 (0,76ha) houtopstand een melding of kapvergunningplicht met herplantplicht (één op één). Daarnaast wordt er in totaal voor 9.853 m2 (0,99ha) bomen gekapt die via het GNN en GO beschermd zijn, hiervoor geldt een herplantplicht met een toeslag van 66%. Houtopstanden kunnen een dubbele bescherming hebben waardoor ze zowel onder de Wnb als het GNN en GO beschermd zijn. Het is vanuit het oogpunt van dijkveiligheid niet mogelijk om de bomencompensatie van de boomvlakken uit te voeren op de locaties waar de bomen verwijderd worden. De onder GNN en GO beschreven compensatielocaties bevatten voldoende compensatieruimte voor de houtopstanden. Het gaat om soorten als schietwilg, zwarte els, populier en veldesdoorn met een ondergroei van vlier, grauwe wilg en
60
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok sporkehout.
Gemeente Lingewaard In de gemeente Lingewaard wordt in totaal voor 1.815 m2 aan houtopstand gekapt. Voor 411 m2 wordt een melding in het kader van de Wnb gedaan bij Gedeputeerde Staten. Er worden geen bomen gekapt waarvoor een kapvergunningplicht geldt op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). 1.815 m2 van de houtopstanden die gekapt zullen worden vallen binnen het GNN en GO. In totaal wordt 3.013 m2 aan houtopstanden gecompenseerd voor bomen die gekapt worden binnen de gemeente Lingewaard. Dit betreffen de eerder beschreven bomen die vallen onder de Wnb, en bomen die binnen het GNN en GO vallen.
Gemeente Nijmegen In de gemeente Nijmegen wordt voor 1.302 m2 aan houtopstand gekapt, waarvoor een Wnb-melding wordt gedaan bij Gedeputeerde Staten.Voor 1.450 m2 dient een kapvergunning aangevraagd te worden. De kapvergunning kan alleen door de eigenaar aangevraagd worden. Voor gemeentebomen kan er geen kapvergunning worden aangevraagd. 3.209 m2 van de te kappen houtopstand valt binnen het GNN en GO. In totaal moet er 6.777 m2 aan houtopstanden gecompenseerd worden voor bomen die gekapt worden binnen de gemeente Nijmegen.
Gemeente Overbetuwe In de gemeente Overbetuwe moet een Wnb-melding worden gedaan bij Gedeputeerde Staten voor 4.477 m2 aan houtopstand. Er worden geen bomen gekapt waarvoor een kapvergunningplicht geldt op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). 4.829 m2 van de houtopstanden die gekapt zullen worden vallen binnen het GNN en GO. Er moet in totaal 8.414 m2 aan houtopstanden gecompenseerd worden voor bomen die gekapt worden binnen de gemeente Overbetuwe.
Gemeente Neder-Betuwe Er worden geen bomen gekapt waarvoor sprake is van een meldingsplicht of kapvergunningplicht.
4.3.7.3 Conclusie Bij elkaar genomen wordt voor 7.640 m2 (0,76ha) aan melding of kapvergunningplichtige houtopstanden geveld. Daarnaast wordt in totaal voor 9.853 m2 (0,99ha) bomen gekapt die via het GNN en GO beschermd zijn. De totale oppervlaktes aan te kappen houtopstanden zijn niet optelbaar omdat er overlap is tussen de verschillende beschermingsregimes. In totaal dient er inclusief toeslag 18.204 m2 (1,82 ha) aan houtopstand gecompenseerd worden. Voor deze herplantopgave zijn 2 herplantlocaties aangewezen. De herplant wordt geregeld via een omgevingsvergunning kappen en een Wnb-melding houtopstanden. Vanuit het aspect bomen en houtopstanden zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.4
Luchtkwaliteit
De overheid draagt zorg voor een goede luchtkwaliteit en moet de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De luchtverontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen. Denk hierbij aan het gemotoriseerde verkeer, industriële en agrarische inrichtingen en achtergrondconcentraties van verontreinigende stoffen. Fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen uit de luchtkwaliteitsregelgeving. Bepaalde bestemmingen in (de omgeving van) een ruimtelijk plan kunnen (extra) gevoelig zijn voor
Toelichting (ontwerp)
61
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok luchtverontreiniging. Daarom moeten de effecten op de luchtkwaliteit beoordeeld worden die door de nieuwe planologische mogelijkheden van dit bestemmingsplan worden geboden. Dit volgt enerzijds uit luchtkwaliteitsnormen (grenswaarden) en anderzijds is de 'goede ruimtelijke ordening' een randvoorwaarde. Er moet sprake zijn van een ruimtelijk aanvaardbare situatie.
4.4.1
Toetsingskader
De Nederlandse wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit in de buitenlucht vloeit voort uit Europese richtlijnen en is vastgelegd in titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Artikel 5.16, 1ste lid geeft de grondslagen waarmee kan worden onderbouwd dat een plan aan de eisen met betrekking tot luchtkwaliteit voldoet: het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden; ten gevolge van het project is sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of de concentratie blijft gelijk; het plan draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen inhoudt dat de projectbijdragen NO2 en PM10 maximaal 3 % van de jaargemiddelde grenswaarde bedragen, oftewel maximaal 1,2 µg/m3. Wanneer een plan voldoet aan één of meerdere van de bovenstaande grondslagen, vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor realisatie van het plan.
4.4.2
Resultaten
Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen de aanlegfase (tijdelijke effecten) en de gebruiksfase (definitieve effecten). In dit dijkversterkingsproject is voor luchtkwaliteit enkel het aspect verkeer relevant. In de regel is het van belang om na te gaan of de realisatie van het project gevolgen heeft voor de hoeveelheid (motorisch) verkeer in het projectgebied en dientengevolge voor de luchtconcentraties van fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Het aantal verkeersbewegingen blijft in de nieuwe gebruiksfase gelijk aan de huidige situatie (de autonome verkeersgroei buiten beschouwing latende). De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen gevolgen voor de luchtkwaliteit in de gebruiksfase. Tijdelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit vinden wel plaats in de aanlegfase van het project door transport en uitvoering van grondwerkzaamheden. Hoewel de werkzaamheden grootschalig van aard zijn, kan redelijkerwijs verwacht worden dat de belasting lokaal beperkt is. Door de fasering van werkzaamheden en omdat de werkzaamheden zich verplaatsen over het totale dijktraject is de belasting lokaal beperkt en slechts van tijdelijke aard. Op basis hiervan kan gesteld worden dat het voornemen realiseerbaar is binnen de luchtkwaliteitseisen uit de Wet Milieubeheer.
4.4.3
Conclusie
De dijkversterking zorgt niet voor een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiermee wordt voldaan aan de eisen die gesteld worden in de Wet milieubeheer. Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
62
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.5
Bodem
In verband met de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's, ecologische risico's of verspreidingsrisico's zijn. Bij een overschrijding van de interventiewaarde van een bepaalde stof spreekt men van een sterke verontreiniging. Het overschrijden van de interventiewaarde betekent dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant hier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Door het verwijderen of beheren van eventueel aanwezige verontreinigingen, nemen de (risico's van) verontreinigingen in het gebied af, zodat de veiligheid en gezondheid van uitvoerders van grondwerkzaamheden kan worden gewaarborgd. Als gevolg van de sanering verbetert de bodemkwaliteit in het gebied. Dit geldt zowel voor de diffuse kwaliteit in het gebied, als voor aanwezige verontreinigingen met een duidelijke bron. Buitendijks is formeel sprake van waterbodem. Als sterk verontreinigde waterbodem aanwezig is, dan moet deze grond bij ingrepen (bijvoorbeeld klei-ingraving) te worden afgevoerd. Ook hiervoor geldt dat verwijdering van de sterk verontreinigde grond leidt tot een verbetering van de waterbodemkwaliteit in het gebied.
De kwaliteit van de te ontgraven grond bepaalt in belangrijke mate de hergebruikmogelijkheden van de grond. Binnen het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) gaat men uit van het stand-still-principe, waarbij (op gebiedsniveau) geen achteruitgang mag plaatsvinden van de gebiedseigen bodemkwaliteit. De toe te passen grond moet minimaal dezelfde kwaliteit bevatten als de reeds aanwezige grond (ontgravingsklasse). In 2019 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar de actuele bodemkwaliteit van zowel de landbodem als de waterbodem binnen het plangebied. In aanvulling hierop is een apart onderzoek uitgevoerd naar de bodemkwaliteit onder het wegtracé.
4.5.1
Toetsingskader
In de Wet bodembescherming (Wbb) is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
4.5.2
Resultaten
In deze paragraaf worden de resultaten uit het MER kort samengevat voor de bodemkwaliteit van het dijklichaam, de landbodem, de waterbodem (incl. PFAS) en het wegtracé.
4.5.2.1 Bodemopbouw dijklichaam De bodemopbouw van het dijklichaam bestaat tot de maximale boordiepte van 2,25 m-mv voornamelijk uit klei, met plaatselijk lagen zand. Tijdens het veldwerk zijn plaatselijk laagjes zand (in kleigrond), brokken klei (in zandgrond), grind, schelp en/of roesthoudende materialen aangetroffen. Tijdens het veldwerk zijn zeer plaatselijk (bodemvreemde) bijmengingen aangetroffen, zoals puin, kolengruis, bakstenen en metselpuin. De hoeveelheden puin op de onderzochte boorpunten zijn zeer minimaal. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Toelichting (ontwerp)
63
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.5.2.2 Landbodem Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de gemeente Overbetuwe en Nijmegen op verschillende locaties binnen het ruimtebeslag van de dijkversterking sterke verontreinigingen voorkomen met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie (zie onderstaande afbeelding, locatie A ligt in Overbetuwe, B en C in Nijmegen). Dit geldt voor zowel boven- als ondergrond. Ook zijn verhoogde gehalten aan nikkel waargenomen.
Afbeelding 26 Delen van het dijktracé met overschrijdingen van de interventiewaarde (PAK en minerale olie)
Naast deze interventiewaarde-overschrijdingen zijn er ook over diverse secties met tussenwaarde-overschrijdingen (zie volgende afbeelding, locaties A t/m D liggen in Overbetuwe, locaties E t/m G liggen in Nijmegen). Deze tussenwaarde-overschrijdingen geeft aan dat de grond ter plaatse verontreinigd is. Hierdoor gelden er op deze locaties gebruiksbeperkingen. De kritische parameters voor deze verontreinigingen zijn PAK, minerale olie en kobalt. Door de overschrijdingen van zowel de interventie- als de tussenwaarde is aanvullend onderzoek noodzakelijk om de verontreiniging nader af te perken. Er moet rekening gehouden worden met beperkte gebruiksmogelijkheden en saneringswerkzaamheden als er ter plaatse grondroerende werkzaamheden plaatsvinden.
64
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Afbeelding 27 Delen van het dijktracé met overschrijdingen van de tussenwaarde (PAK, minerale olie en kobalt)
Om te voldoen aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond van het dijklichaam indicatief ingedeeld in verschillende kwaliteitsklassen voor zowel de bovengrond (zie afbeelding 28) als de ondergrond (zie afbeelding 29).
Toelichting (ontwerp)
65
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Afbeelding 28 Indicatieve classificering van de kwaliteit van de bovengrond (landbodem)
Afbeelding 29 Indicatieve classificering van de kwaliteit van de ondergrond (landbodem)
66
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Uit de beoordelingen blijkt dat er een grote variatie is in de kwaliteit van de grond. Zo bestaat de landbodem (binnendijkse zijde) zowel uit de klassen AW2000 (achtergrondwaarde), Wonen, Industrie als Niet toepasbaar. In dijksecties 6 en 9 (beide in gemeente Nijmegen) is de bovengrond sterk verontreinigd en in dijksecties 1 en 7 in gemeente Nijmegen en dijksectie 10, 14 en 16 in gemeente Overbetuwe is dit het geval voor de ondergrond. In dijksecties 4, 6, 8, 9 (gemeente Nijmegen) en 14 (gemeente Overbetuwe) valt de bovengrond in de klasse Niet Toepasbaar. Deze grond moet zonder meer worden afgevoerd als het vrijkomt bij de dijkversterkingsmaatregelen. Voor de ondergrond geldt dit in delen van dijksecties 1, 7, 8, 9 (gemeente Lingewaard en Nijmegen), 10, 13 en 16 (gemeente Overbetuwe). In nagenoeg alle dijksecties komen delen voor die vallen in de klasse AW2000 en Industrie. In dit geval geldt, net als voor de klasse wonen, beperkte afzetmogelijkheden. Vrijgekomen grond mag alleen worden hergebruikt in gebieden met dezelfde of lagere bodemkwaliteit, waardoor de diffuse bodemkwaliteit (de achtergrondkwaliteit) ter plaatse verbetert. Als dat niet mogelijk is, wordt de grond afgevoerd naar een erkend verwerker. Grond in de klasse AW2000 is vrij toepasbaar, maar de overige grond heeft beperkingen voor de hergebruiksmogelijkheden.
4.5.2.3 Waterbodem Ook voor de waterbodem geldt dat er een variabele kwaliteit van het sediment (baggerspecie) bestaat. Deze variëren van klasse Vrij Toepasbaar, klasse A, klasse B tot Niet toepasbaar voor de bovengrond (zie afbeelding 30). De diepere grond aan de buitendijkse zijde is over het algemeen van schonere kwaliteit en bevat geen grond dat als Niet toepasbaar is geclassificeerd. De ondergrond bevat daarentegen wel een variabele verdeling van grond in de overige klassen (zie afbeelding 31). De Polychloorbifenylverbindingen (PCB) is de kritische parameter in baggerspecie die er voor zorgt dat in delen van het plangebied beperkte toepassingsmogelijkheden heeft of zelfs in zijn geheel als Niet toepasbaar dient te worden beschouwd. In het laatste geval moet de grond zonder meer afgevoerd en vervangen door schonere grond. In Overbetuwe (dijksectie 12) ligt een strekking waar de bovengrond Niet toepasbaar is. Als grootschalige bodemingrepen plaatsvinden, dan moet op enkele locaties uitloogonderzoek plaatsvinden op verschillende metalen bij grond ingedeeld in klasse B. Als de grond wordt hergebruikt binnen het project, is er geen aanvullende onderzoeksplicht.
Toelichting (ontwerp)
67
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Afbeelding 30 Indicatieve beoordeling van de kwaliteit van de bovengrond (waterbodem)
Afbeelding 31 Indicatieve beoordeling van de kwaliteit van de ondergrond (waterbodem)
68
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
PFAS in de waterbodem Over grote delen van de dijk is de PFAS in de bovengrond belast met PFAS gehalten tot boven de 3,0 µg/kg d.s. (zie afbeelding 32). Vanwege PFAS zijn er ook gebruiksbeperkingen voor grondverzet. Vrijkomende grond moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Uit afbeelding 32 kan worden afgeleid dat grote delen van de waterbodem binnen het plangebied moeten worden afgevoerd. De ondergrond is minder belast, in minder trajecten wordt de de 3,0 µg/kg d.s. overschreden (zie afbeelding 33). Dit verschil is verklaarbaar, omdat atmosferische depositie een belangrijke rol speelt bij de verspreiding van PFAS en dit met name van invloed is op de bovengrond. Desondanks zijn er diverse trajecten, waar ook de ondergrond moet worden afgevoerd bij grondroerende werkzaamheden (zie afbeelding 33).
Afbeelding 32 Overzicht bovengrond met PFAS-gehalten boven 3,0 µg/kg d.s.
Toelichting (ontwerp)
69
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Afbeelding 33 Overzicht ondergrond met PFAS-gehalten boven 3,0 µg/kg d.s.
4.5.2.4 Wegtracé De grond onder het wegtracé is op enkele locaties sterk verontreinigd met PAK en in enkele gevallen hiervoor ook met minerale olie. De bodemkwaliteit leidt op deze locaties tot de klasse 'Niet toepasbaar'. Ook voor kobalt zijn verhoogde waarden aangetroffen. Uit het asfaltonderzoek bleek dat in de fundering van de weg een teerhoudende laag aanwezig is. Het asfalt bevat geen teer. Bij verkennend bodemonderzoek naar de fundering is geen asbest aangetroffen.
4.5.3
Conclusie
De werkzaamheden zullen leiden tot een verbetering van de bodemkwaliteit op delen waar grondroerende werkzaamheden zullen plaatsvinden en waar de grond door verontreiniging moet worden afgevoerd/gesaneerd. De dijk is in verschillende mate belast met verschillende stoffen (met name PAK, minerale olie en PFAS). Bij het inslaan van damwanden is de invloed op de (water)bodemkwaliteit verwaarloosbaar. Mocht er hier wel een sleuf worden gegraven, dan heeft dat wel positieve invloed op de bodemkwaliteit. Nabij de locaties 1.1 (Lingewaard), 4.1, 7.1 (Nijmegen), 12.1, 12.2, 14.2, 15.3, 17.2, 17.3, 17.4 (Overbetuwe), 17.5 (Neder-Betuwe) is het aannemelijk dat (diffuse) bodemkwaliteit door de dijkversterking zal verbeteren. Het aspect bodem staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg. De niet toepasbare grond zal worden gesaneerd.
70
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.6
Archeologie
Voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingplan dient inzicht te zijn verkregen in bekende en te verwachten archeologische waarden in het plangebied en omgeving. Daarnaast dient inzicht te zijn verkregen wat de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden.
4.6.1
Toetsingskader
De bescherming van archeologisch en cultureel erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet, die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode 2016-2021 een overgangsregeling opgenomen. De Erfgoedwet regelt onder andere de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Archeologisch onderzoek zal moeten worden uitgevoerd indien er sprake is van een hoge trefkans of indien het plangebied niet is gekarteerd.
4.6.2
Resultaten
Het landschap rond het onderzoeksgebied is ontstaan tijdens de huidige geologische periode (het holoceen, vanaf 10.000 jaar geleden) en is beïnvloed door de verschillende Rijntakken. Vrijwel het gehele plangebied bevindt zich op stroomgordelafzettingen. Over het algemeen is binnendijks sprake van oeverafzettingen over beddingafzettingen. Ook zijn er crevasse- en dijkdoorbraakafzettingen gevonden. Veldonderzoek wijst uit dat in de buitendijkse delen er sprake is van een dun pakket (vaak verstoorde) uiterwaardafzettingen over oudere oever- en beddingafzettingen. Het rivierenlandschap is voortdurend veranderd en heeft hierdoor een grote invloed gehad op de keuze voor bewoningslocaties. Vooral de hogere delen in het landschap, zoals pleistocene terrasresten, rivierduinen, oevers van rivieren en verlaten stroomgordels, hadden de voorkeur als nederzettingslocatie. In de zone van dijksectie 9 tot en met 13 (gemeente Overbetuwe en Nijmegen) zijn binnen en op de grens van het huidige plangebied vijf archeologische vondstmeldingen of complexen bekend. Daarnaast liggen er verschillende historische objecten in het plangebied , met daarbij lijnobjecten en vlakken die een relatie met de Tweede Wereldoorlog hebben. Verder zijn er 16 vindplaatsen aangetroffen en begrensd.
Naast individuele huisplaatsen, kasteelterreinen en redoutes zijn er zowel aanwijzingen gevonden voor kleinere als grotere archeologische nederzettingen. Daarnaast laten delen van het plangebied een dusdanig intact bodemprofiel zien, in combinatie met een hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek, dat ook hier in het verkennend booronderzoek een hoge archeologische verwachting aan toe is gekend. De delen van het plangebied waarin sprake is van verstoring van het bodemprofiel is in het onderzoek een lage archeologische verwachting toegekend (zie onderstaande afbeelding).
Toelichting (ontwerp)
71
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Afbeelding 34 Resultaat verkennend booronderzoek
4.6.3
Effecten
Door het afgraven van de bodem kunnen archeologische sporen en resten verdwijnen. Het betreft een groot deel van het binnendijkse plangebied. Het ontwerp gaat al uit van zo min mogelijk ontgraven, waardoor de resterende (mogelijke) vernietiging niet is uit te sluiten. Het ontwerp en de realisatie voorzien in het doorlopen van de archeologische onderzoekscyclus. Op deze wijze worden sporen gedocumenteerd en eventuele vondsten buiten de bodem behouden (ex situ behoud). Er zijn weinig slappe lagen aanwezig, waardoor verstoring van de sporen in de bodem door het ophogen met het dijklichaam vermoedelijk niet optreedt. Door het plaatsen van damwanden verstoort lokaal de ondergrond. Echter zal het onderzoeken van deze locaties een groter oppervlak verstoren dan het plaatsen van de damwanden zelf. Alleen ondiep of bij het graven van een sleuf voor het plaatsen van een damwand is onderzoek mogelijk.
Vervolgonderzoek Het verkennend onderzoek adviseert proefsleuvenonderzoek uit te voeren voor de vindplaatsen en de delen met een hoge archeologische verwachting waar ingrepen gepland zijn. Proefsleuvenonderzoek is gepland voor zomer 2020. Voor het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek worden programma's van eisen (PvE) opgesteld. Binnen een groot deel van het plangebied – vooral rond Lent - worden sporen uit de Tweede Wereldoorlog verwacht, van schuttersputten tot loopgraven en stellingen. Een belangrijk deel hiervan zal worden aangesneden binnen de zones waarvoor al proefsleuven worden geadviseerd. Voor de overige elementen uit WOII wordt hier geen nader vervolgonderzoek geadviseerd, omdat een specifieke onderzoeksvraag ontbreekt. Als het bevoegd gezag specifieke onderzoeksvragen heeft bij een locatie, of als de uit te voeren proefsleuven daartoe aanleiding geven, kan een uitbreiding van het vervolgonderzoek
72
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok een mogelijkheid zijn. Op één locatie in de Loenense Buitenpolder, buitendijks van vindplaats 10, zal een zogenaamd beverscherm worden geplaatst in een zone met een hoge verwachting. Hier wordt geadviseerd de graafwerkzaamheden archeologisch te laten begeleiden. Begeleiding heeft hier de voorkeur boven een proefsleuvenonderzoek, omdat de voor het beverscherm te graven sleuf zich zeer dicht langs open water bevindt. Dit maakt het graven van een proefsleuf technisch onuitvoerbaar. Voor de vindplaatsen op en nabij de kasteelterreinen van de huizen Oosterhout en Wolferen is het wenselijk om met geofysisch onderzoek zicht te krijgen op de locatie en omvang van het gehele kasteelterrein om context te bieden aan eventuele sporen binnen het plangebied. Dit onderzoek wordt voorafgaande aan het proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Voor de deelgebieden met een lage archeologische verwachting wordt geadviseerd deze vrij te geven. Binnen de (overwegend) buitendijkse zones met een hoge archeologische verwachting waar geen ingrepen gepland zijn, hoeft op basis van de huidige plannen geen vervolgonderzoek plaats te vinden. Hier heeft geen booronderzoek plaatsgevonden. Bij eventuele aanpassing van de plannen waardoor deze zones alsnog bedreigd worden, wordt geadviseerd hier ook verkennend booronderzoek te laten uitvoeren.
Het doorlopen van de cyclus voor archeologische monumentenzorg is een voorwaarde voor de latere omgevingsvergunning. Elke stap of fase eindigt met een afweging of er voldoende informatie is verzameld om een afgewogen beslissing te kunnen nemen over eventuele vervolgacties. Bovenstaande maatregelen vormen een advies, het bevoegde gezag neemt een besluit.
4.6.4
Conclusie
De mogelijke doorsnijding van middelhoge tot hoge (verwachtings)waarden bedraagt meer dan 1 ha. In het MER wordt dit grote ruimtebeslag beoordeeld als 'zeer negatief'. Na het toepassen van de compenserende maatregel om eventuele waarden op te graven en sporen te documenteren, is in ieder geval behoud ex situ (buiten de vindplaats) gegarandeerd. Omdat behoud in situ (op locatie zelf) naar verwachting niet mogelijk blijkt, blijft er een negatieve effect. In dit bestemmingsplan zijn diverse archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. De bescherming van de aanwezige archeologische waarden is daarmee ook planologisch geregeld. Vanuit het aspect archeologie zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.7
Erfgoed
Het uitgangpunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is om het binnen een plangebied aanwezige cultuurhistorische erfgoed te behouden. Dit houdt in dat bescherming moet worden geboden aan de aanwezige Rijksmonumenten, provinciale en gemeentelijke monumenten, met als doel cultuurhistorische belangen te laten meewegen in ruimtelijke planvorming.
4.7.1
Toetsingskader
Voor gebouwd erfgoed geldt een wettelijke bescherming vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Er geldt een vergunningplicht voor het afbreken, verstoren, verplaatsen, in enig opzicht wijzigen of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een beschermd gebouwd monument op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht (artikel 2.1, 1e lid, onder f van de Wabo).
Toelichting (ontwerp)
73
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.7.2
Resultaten
4.7.2.1 Historisch-geografische structuren, ensembles en elementen Dijklichaam Het dijklichaam is een belangrijke historisch-geografische structuur in het projectgebied. De dijk heeft een hoge belevingswaarde: over een lange strekking is het een hoog punt in het landschap, met een continu profiel, goed zichtbaar en herkenbaar in een afwisselend rivierenlandschap. De slingerende ligging herinnert aan oude dijkdoorbraken. De fysieke kwaliteit van de dijk is ook hoog. In grote delen van de dijk is vermoedelijk de historische opbouw nog aanwezig, de dijk is gaaf en geconserveerd. De dijk heeft een hoge inhoudelijke kwaliteit door de samenhang met de ontstaansgeschiedenis van het landschap vanaf de middeleeuwen, ontwikkeling door de tijd en de strijd tegen het water. De dijkversterking verandert het dijklichaam. Bij het toepassen van een constructie blijft de hoofdvorm van de dijk overheersen. Een nieuwe (binnen)berm beïnvloedt de belevingswaarde van de dijk over het algemeen negatief, omdat hierdoor de hoofdvorm van de dijk minder duidelijk is. Op tracés met voldoende ruimte loopt bij de dijkversterking Wolferen-Sprok, om de hoofdvorm te behouden, de binnenberm heel geleidelijk af. Op de berm loopt het gebruik van de naastliggende percelen door tot aan het raster naast de beheer- en onderhoudsstrook. Er is medegebruik op de berm.
Dit leidt tot het gevoel dat het landschap doorloopt tot de 'dijk' (het hoofdlichaam). De landschappelijk ingepaste binnenberm op het dijktraject Wolferen-Sprok is hiermee onopvallender dan gebruikelijk. Door het uitgangspunt dat het Waaldijkprofiel (zie ook paragraaf 4.8) wordt toegepast, blijft de kenmerkende, relatief smalle kruin van het dijklichaam gewaarborgd over het hele tracé. De dijk heeft hiermee een continue uitstraling over het hele traject.
Afbeelding 35 Bovengrondse cultuurhistorische waarden
74
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Het huidige dijklichaam wordt zoveel mogelijk op de huidige locatie in standgehouden, waardoor de fysieke kwaliteit gelijk blijft. Over het algemeen wordt bij aanpassingen de huidige leeflaag verwijderd. Dit heeft geen grote gevolgen voor de historische lagen in de dijk. Op bepaalde locaties wordt het huidige dijklichaam verder afgegraven, zoals bij de dijkverlegging bij Wolferen. Hier wordt de historische opbouw aangetast. De inhoudelijke kwaliteit blijft hoog. De dijk behoudt zijn functie en samenhang.
Paden, dwarskaden en kwelkaden Door het hele projectgebied worden verschillende historische dwarskades en wegen die dwars op de dijk liggen verkort en aangepast bij de aansluiting. De functionele aansluiting op de dijk blijft behouden. Voldoende lengte van de structuren blijft over, zodat deze niet in waarde verliezen door de dijkversterking. Binnen het plangebied (buiten de landgoederen) zijn op het Actueel Hoogtebestand geen kwelkaden zichtbaar, behalve een enkele die binnen het ruimtebeslag van de dijkversterking al door een eerdere dijkversterking is ondergewerkt.
Kolken Het ontwerp van de dijkversterking is aangepast om ruimtebeslag op de tien langs de dijk aanwezige kolken te voorkomen. De zichtbaarheid van de kolken blijft intact, de gaafheid blijft, en de samenhang met de dijk en de strijd tegen het water blijft bestaan. Daarmee is er geen effect op de beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteiten van de kolken zelf. Wat wel verandert, is het mogelijk verdwijnen van de struiken langs de oever van sommige kolken (zie hiervoor ook paragraaf 6.9 van het MER).
Historisch groen Er staan negen monumentale bomen, waarvan acht in de gemeente Overbetuwe (bij Waaldijk 6 Andelst, Waaldijk 10, 25 en 31 en Dorpsstraat 70 in Slijk-Ewijk en Waaldijk 36 en 46 Oosterhout) nabij het fysieke ruimtebeslag voor de dijkversterking. Het ruimtebeslag van de dijkversterking is echter zo aangepast, dat de bomen in het ontwerp behouden blijven. In de werkruimte is hier ook rekening mee gehouden. Er worden daarmee geen effecten verwacht op de bomen, zodat de kwaliteiten blijven bestaan. In het ontwerp is rekening gehouden met de levensvatbaarheid van de bomen met de werkzaamheden in de nabijheid. Op natte gronden langs de dijk vond in het verleden bosbouw plaats door grond in ruggen op te werpen. Op de ruggen konden bomen groeien en de greppels zorgden voor extra ontwatering (rabattenstructuur). De huidige dijkversterking blijft weg bij een structuur tussen Waaldijk 23 en 18 en heeft geen ruimtebeslag bij de rabatten bij de westelijke opgang van de Grote Allee (hier ligt buitendijks de Zwarte Kuil). Wel is er bij de rabatten rondom de Klipstraat bij Wolferen een ruimtebeslag in het ontwerp. Aan de oostkant van de Klipstraat, waar nog bomen staan, is ongeveer 4 meter aanvullend ruimtebeslag. Hierdoor worden circa 20 knotwilgen gerooid. Aan de westzijde van de Klipstraat zijn de bomen in de huidige situatie al gerooid.
Ook hier is het ontwerp tot maximaal 5 meter ruimtebeslag. Door de dijkversterking worden de grondstructuren ingekort, maar blijven ze nog wel bestaan. Met name door de visuele verandering van het verdwijnen van de bomen is er sprake van een negatief effect.
Toelichting (ontwerp)
75
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Afbeelding 36 Uitsnede schaduwversie AHN3 bij de rabatten
4.7.2.2 Historische (steden)bouwk undige ensembles en elementen Binnen het maximale ruimtebeslag van de dijkversterking liggen verschillende gebouwde monumenten. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beschermde landgoed en de overige beschermde monumenten. De hiernavolgende paragrafen gaan in op het beschermde landgoed en de overige beschermde monumenten.
Landgoed Loenen Beschrijving complex In het monumentenregister is landgoed Loenen opgenomen als Huis te Loinen (complex nr. 520765). Oorspronkelijk stond hier een versterkt kasteel. Dit kasteel werd bij dijkdoorbraken in 1644 zwaar beschadigd en aan het begin van de negentiende eeuw (circa 1825) afgebroken. Op de oude fundamenten werd rond 1809 een boerderij opgetrokken en ten oosten hiervan bouwde de eigenaar rond 1809 een jachthuis.. In 1834 werd het huis tot een buitenhuis uitgebreid en vermoedelijk werd gelijktijdig een kleinschalige park? aanleg in verschillende/diverse? landschapsstijlen rondom het huis gerealiseerd. Vanaf de dijk werd een loodrecht op het huis staande oprijlaan aangelegd met bospartijen aan weerszijden (waaronder een sterrenbos als neoformeel element). De buitenplaats is van algemeen cultuur-, architectuur- en tuinhistorisch belang vanwege de ouderdom, het vroeg-19de-eeuwse hoofdgebouw, het lanenpatroon en de kleinschalige aanleg van het park in diverse landschapsstijlen en de visuele samenhang tussen de complexonderdelen.
Beschrijving historische tuin- en parkaanleg Voor de dijkversterking is vooral de parkaanleg aan de west- en zuidzijde van het landgoed van belang. De structuren zijn hier beschreven. De oudste drager van de structuur van de buitenplaats wordt gevormd door een oost-westas, de Grote Allee, en enkele dwarslanen. De Grote Allee kent deels, vooral aan de westzijde, dubbele laanbeplanting van eiken en beuken, meer oostwaarts is de laanbeplanting verdwenen op enkele oude beukenbomen na. Aan weerszijden van de Grote Allee is een samenstel van rechthoekige percelen van productiebos en hakhout, weilanden en akkers doorsneden door oude bomen (eiken en beuken). De toegangslaan, die vanaf de dijk loodrecht op het huis is geprojecteerd en de Grote Allee kruist, dateert uit het begin van de 19de eeuw. De toegangslaan naar het huis wordt geflankeerd door bospartijen met aan de linkerzijde een sterrenbos als neoformeel element. Het sterrenbos ligt op een rechthoekig door greppels/sloten omgeven perceel met in het midden een kom. Rondom de kom staan lindebomen (circa 1840).
76
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
De historische tuin- en parkaanleg is van algemeen historisch belang vanwege de ouderdom, vanwege de kleinschalige aanleg in landschapsstijlen? rondom het huis binnen het 18de-eeuwse lanenpatroon, vanwege het sterrenbos als typisch onderdeel van de aanleg bij een buitenplaats en vanwege de functioneel-ruimtelijke samenhang met de andere onderdelen van de buitenplaats.
Beschrijving toegangshekken Aan de Waaldijk staat een 19de-eeuws hek van twee gemetselde hekpijlers met gecementeerde afdekplaten bekroond door natuurstenen eikels, die volgens historisch concept gereconstrueerd zijn. Tussen de pijlers staat een witgeschilderd houten spijlenhek. Het toegangshek is van algemeen historisch belang vanwege de ouderdom, vanwege de markering van de toegang tot de buitenplaats, vanwege de ensemblewaarde en vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
Beschrijving boswachterswoning/jachtopzienershuis Aan de Waaldijk staat een bakstenen woning uit circa1851. Het op rechthoekige grondslag opgetrokken dijkhuis wordt overkapt door een met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak met een overstek voorzien van gesneden windveren. De vierassige voorgevel heeft zesruitsvensters met luiken en een excentrisch geplaatste toegangsdeur met tweeruits bovenlicht. In de zijgevel een dubbele getoogde inrijdeur met links een staldeur en op de verdieping een hooiluik. De boswachterswoning is van algemeen historischbelang vanwege de ouderdom, de beeldbepalende ligging aan de Waaldijk en bij de toegang tot de buitenplaats, de architectonische vormgeving, de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats. Het gebouw is ook beschreven vanuit de aanwijzing tot gemeentelijk monument. De reden voor plaatsing van de aanwijzing? is de gaaf bewaard gebleven hoofdvorm, de detaillering en het materiaalgebruik, de markante ligging in het dijktalud (kromming in de dijk, relatie met Huis Loenen door de ligging aan het toegangspad), het gebruik als voormalige jachtopzienerswoning bij Huis Loenen, als voormalig gemeentehuis van Loenen en als dijkmagazijn.
Toelichting (ontwerp)
77
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Afbeelding 37 Uitsnede open topografische kaart en ruimtebeslag bij landgoed Loenen
Effecten Het voorkeursalternatief aan het einde van de verkenning hield al rekening met het plaatsen van een damwand langs de bossen van het landgoed (14.1) en het behoud van het jachtopzienershuis (Waaldijk 11, 14.2). Het ontwerp gaat tot de beschermde landgoedcontour, met uitzondering van 1 locatie: een dwars op de dijk staande bomenrij. Aan de zuidzijde van het landgoed staan buiten de landgoedcontour enkele bomen op het binnentalud aan de zuidoostelijke hoek, de oprijlaan en het jachtopzienershuis. Het ontwerp gaat ervan uit dat deze blijven staan. De ophoging van de kruin van de dijk is beperkt tot enkele decimeters. Daarmee wordt een visuele verstoring van elementen van het landgoed voorkomen. Er is geen ruimtebeslag in het landgoed of een ander vernietigend effect. Er is geen effect op de beleefde, inhoudelijke of fysieke kwaliteit. Aan de westzijde van het landgoed liggen de Grote Allee en bomenrijen die daar dwars op staan. De dijkversterking raakt een van de dwarsrijen. De grond waarop de eiken staan is niet verhoogd, maar er liggen aan beide kanten wel 1 m diepe greppels omheen. De dijkversterking overschrijdt hier de contour van het beschermde landgoed. De profilering van de naastliggende weilanden wordt doorgezet, om te voorkomen dat de bomenrij in een soort oksel komt te liggen.
Dat kan mogelijk een negatieve (hydrologische) beïnvloeding op de aanwezig lage bomen en struiken hebben. Daarom is gekozen deze bomen te kappen en dit deel van de bomenrij terug te brengen op de berm. Er is geen sprake van het kappen van grote bomen (eiken). Er is wel sprake van een negatief effect, namelijk vernietiging van de beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteiten. Na verloop van tijd wordt de beleving van de bomenrij hersteld, wel is er vernietiging van de bodem met zaadbank. Voor het rooien van de bomen moet een omgevingsvergunning - monumenten aangevraagd worden.
78
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
Afbeelding 38 Eikenrij (Google)
Overige monumenten Grenspalen In het plangebied liggen zes witgeschilderde, ijzeren grenspalen van ongeveer 60 cm hoog in stompe trapeziumvorm, op een vierkante sokkel. Ze dateren uit de 2e helft van de 19e eeuw. Grenspaal Oosterhout/Slijk-Ewijk (mon nr. 523895), grenspaal Slijk-Ewijk/Loenen (mon nr. 523894, grenspaal Loenen/Wolferen (mon nr. 523893), grenspaal Andelst/Wolferen (in de beschrijving staat Dodewaard in plaats van Wolferen, mon nr. 523896) vormen een complex en zijn rijksbeschermd. Ze markeren de dorpspoldergrenzen tussen de diverse kernen binnen de gemeente Overbetuwe. De grenspalen zijn opgenomen in het rijksmonumentenregister, omdat ze uniek in het materiaal ijzer zijn uitgevoerd. Ze hebben hoogstwaarschijnlijk oudere, middeleeuwse voorlopers gehad en kennen dus een eeuwenlange traditie. De dorpspoldergrenzen, de opvolging van buurschappen, vormen de kleinste organisaties onder het toenmalige waterschapsbestuur (dijkstoel). De grenspalen zijn van cultuurhistorische waarde als goed bewaard gebleven grensaanduiding, in ijzer uitgevoerd en als zodanig zeldzaam. Ze zijn ook van belang als zichtbare herinnering aan de plaatselijke geschiedenis. Daarnaast staat er eenzelfde soort paal bij Sprok (Lent-Doornik) en Oosterhout (Lent-Oosterhout, binnendijks van Waaijensteinkolk). Zij worden beschermd door de gemeente Lingewaard (nr. onbekend) en Nijmegen (nr 2178).
Een klein verschil is dat op deze palen de naam van de dorpspolder op een horizontaal reliëf in het vlak staat. N.B. Langs het Pannerdensch Kanaal staan ook nog vergelijkbare palen. De zes palen worden tijdens de uitvoering beschermd door deze in te meten, te documenteren en tijdelijk op te slaan (op een veilige en geregistreerde locatie). Na afloop van de werkzaamheden worden ze weer 'rechtop' teruggezet in de dijk met dezelfde kompasoriëntatie als voorheen. Deze maatregel is meegenomen in het ontwerp. Er is sprake van een tijdelijk effect in een periode dat de dijk niet beleefbaar is, de grenspalen zijn dan ook niet beleefbaar. Er is geen permanent effect. Wel zullen bij de drie gemeenten omgevingsvergunningen-monumenten worden aangevraagd.
Slijk-Ewijk Bij Slijk-Ewijk zijn in de verkenning verschillende gemeentelijke- en rijksmonumenten geïnventariseerd. De dijkversterking houdt afstand van de meeste monumenten. Bij Waaldijk 25 (gemeentelijk monument, pastorie uit circa 1970) wordt op het perceel alleen de dijkopgang aangepast aan de benodigde kruinhoogte. Het monument ligt op afstand van de dijk, er is daarom sprake van geen effect. Hieronder wordt alleen ingegaan op de effecten op de kerk en kerktoren. Bij Slijk-Ewijk liggen de kerktoren en kerk uit de 15e-eeuw (Dorpsstraat 70) dicht op de dijk. Deze
Toelichting (ontwerp)
79
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok panden zijn rijksbeschermd (mon nr. 36759 en 36758). De toren van de voormalige hervormde kerk is een eenvoudig, gotisch bouwwerk, met latere verhoging en ingesnoerde naaldspits. De kerk zelf is 'een eenbeukige, laatgotische dorpskerk, bestaande uit een schip zonder steunberen, inwendig gedekt door een plafond; en een hoger, driezijdig gesloten koor met kruisribgewelven. Uitwendig geheel gepleisterd' (monumentenregister.cultureelerfgoed.nl). De monumentenbeschrijving bevat verder geen waardering. Het ontwerp is hier afgestemd op behoud van de kerk en de monumentale bomen. Door de ligging in de oksel van de dijk en de dijkopgang van de Dorpsstraat is er weinig ruimte. Hier is een ophoging nodig van de kruin van ongeveer 70 centimeter. De verhoging gaat vanaf het binnentalud naar buiten waarbij het binnentalud behouden blijft. De buitenteen schuift minder dan 10 meter op naar buiten. Een stalen damwand is direct naast de kerk niet nodig. Het huidige ruimtebeslag houdt wel rekening met ruimte binnendijks. Het ruimtebeslag volgt het eigendom van het waterschap tot aan de perceelsgrens met de kerk. De dijkopgang wordt aangepast om aan te sluiten op de kruinverhoging. Het ruimtebeslag van de opgang gaat aan de zijde van de kerk niet buiten de huidige teen van de dijk.
De bekleding van de dijk blijft bestaan uit gras en wegbekleding. Er is daarmee alleen sprake van een visuele verandering door de verhoging van de kruin. Doordat de dijkverhoging in buitendijkse richting plaatsvindt, is het effect op de kerk beperkt. Er is geen gevolg voor de beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteit.
Waaldijk 3 Het huidige woonhuis aan de Waaldijk 3 in Andelst is een voormalige gepleisterde en witgeschilderde T-boerderij uit het derde kwart 19e eeuw. Het is een gemeentelijk monument. Het heeft architectuurhistorische waarde door de gaaf bewaard gebleven hoofdvorm. Het heeft ook waarde door de vrije ligging in het landschap, aan de voet van de dijk. Aan het einde van de verkenning was hier maatwerk voorzien met als basis een grondoplossing en behoud van het monument. Tegelijkertijd werd hier gevraagd om in de planuitwerking een verlegging van de dijk te onderzoeken. Dit laatste blijkt mogelijk, waardoor er over een langer traject een grondoplossing mogelijk is. Voor het monument ontstaat meer ruimte, omdat hier het huidige dijklichaam wordt verwijderd. Bij de dijkopgang vanuit het huis worden enkele bomen gekapt, verder is er geen effect op het erf. Er is geen gevolg voor de beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteit.
Waaldijk 6, 7 en 13 Aan de Waaldijk 6 ligt een gemeentelijk monumentencomplex de boerderij 'Wolferen' uit 1910 met onder andere een vloedschuur uit 1841. Waaldijk 7 in Andelst betreft een gemeentelijk monumentencomplex uit 1910, de T-boerderij 'Het Kasteel' met bakhuisje. De Waaldijk 13 is een Rijksbeschermde boerderij uit de 17e eeuw. De Waaldijk 6, 7 en 13 liggen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Nadere beschrijving van deze monumenten en de effecten erop is te vinden in het MER. Er zijn geen gevolgen zijn voor de beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteit van de monumenten.
4.7.3
Conclusie
Vanuit het aspect erfgoed zijn er geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.7.3.1 Historisch-geografische structuren, ensembles en elementen De effecten op de dijk als historisch element zijn beperkt doordat het Waaldijkprofiel nog steeds herkenbaar is. Veel historische elementen zoals kolken en historisch groen blijven behouden. Veel structuren blijven herkenbaar. Enkel bij de rabatten bij de Klipstraat in Wolferen treedt er een effect op., hier worden aan de oostkant van de Klipstraat, circa 20 knotwilgen gerooid.
80
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok
4.7.3.2 Historische (steden)bouwk undige ensembles en elementen De dijkversterking heeft voor een groot deel van de aanwezige rijks- en gemeentelijke monumenten geen gevolgen. De rijksbeschermde grenspalen worden na de aanlegfase teruggebracht op dezelfde lengteen breedtegraad op de dijk. Bij het rijksbeschermde landgoed Loenen treedt een negatief effect op. Bij landgoed Loenen wordt een deel van een beschermde bomenrij gekapt. De beleefde waarde wordt weer teruggebracht door gelijkwaardige bomen op de berm terug te brengen. De fysieke kwaliteit wordt naast het ruimtebeslag ook aangetast door het verloren gaan van de zaadbank in de bodem. Het ruimtebeslag is geoptimaliseerd, er is geen sprake van het verdwijnen van grote delen van het landgoederen en/of gebouwde monumenten.
4.8
Landschappelijke inpassing/ belevingswaarde
De Waal is een van de grootste en breedste rivieren van Nederland. Hij wordt gevoed door de Rijn, welke bij het Pannerdensch Kanaal vertakt in de Neder-Rijn en de Waal. De Waal is een echte 'werkrivier' met veel scheepvaart, watergebonden bedrijvigheid, steenfabrieken, scheepswerven etc. Op een aantal plaatsen reiken de steden tot aan het water met kenmerkende rivierfronten (bv. Nijmegen). Het rivierenlandschap van de Waal kent in haar dwarsprofiel overal dezelfde, herkenbare opbouw: de rivier, de uiterwaarden (het winterbed), de dijk, het bebouwde oeverwallenlandschap en de open komgronden daarachter. In 2017 is het Ruimtelijk Kwaliteitskader Wolferen Sprok opgesteld. Vervolgens is dit kader vertaald in uitgangspunten en leidende ontwerpprincipes. Hierbij is het technisch- en landschappelijk ontwerp van de dijk in samenhang beschouwd en dit heeft geleid tot een ruimtelijke visie (zie paragraaf 4.8.1) voor de dijkversterking Wolferen Sprok. De ruimtelijke visie sluit aan op: het visie document Panorama Waal (Waterschap Rivierenland en Provincie Gelderland, 2019); de ontwerpuitgangspunten van andere Waaldijk projecten (o.a. de handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Gorinchem – Waardenburg (Waterschap Rivierenland en H+N+S, 2015 en de verantwoordingsrapportage Hagesteijn - Opheusden, H+N+S 2017). 4.8.1
Ruimtelijke visie
De ruimtelijke visie voor Wolferen-Sprok (versie 2.0 d.d. 19 december 2019) beschrijft acht uitgangspunten voor de ontwerpopgave voor dijkverbetering. Deze volgen elkaar op in volgorde waarbij het belang verschuift van hoofdkeuze naar details. De acht uitgangspunten zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
het huidige dijktracé vormt de basis; de dijk is groen; de 'hoofdvorm' van de dijk oogt compact (dwarsprofiel) en continu (lengteprofiel); het landschap van de dijkzone is afwisselend en 'raakt de dijk'; behoud en versterking van beplanting, begroeiing en natuur; voortbouwen op cultuurhistorie; maatwerk en meekoppeling lokale ambities; kansen na de dijkverbetering.
Voor de ruimtelijke visie zijn deze uitgangspunten vertaald naar de volgende hoofdpunten voor het doorontwerp: de dijkverbetering vindt plaats aan, of in directe omgeving van de bestaande dijk; voor dijkverbetering benodigde extra ruimte wordt in eerste instantie aan de binnendijkse zijde gezocht; wanneer er binnendijks onvoldoende ruimte is kan er lokaal rivierwaartse versterking plaatsvinden met een zo beperkt mogelijk ruimtebeslag; de noodzakelijke kleine verschuivingen in het dijktracé kennen een geleidelijk verloop en/of zijn gebaseerd op duidelijke landschappelijke aanleidingen;
Toelichting (ontwerp)
81
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok het huidige lengteprofiel inclusief karakteristieke bochten worden hierdoor behouden en waar mogelijk versterkt. hierbij wordt ook gekeken naar herstel van 'fouten' uit voorgaande dijkverbeteringen; behoud van de continuïteit van het verloop van de weg op de dijk krijgt extra aandacht, met name bij bebouwing. 4.8.2
Resultaten
Bij een dijkversterking kan de belevingswaarde van de dijk zelf veranderen door veranderingen in het aanzicht (profiel, materiaal). Het uitzicht op en vanaf de dijk kan wijzigen doordat de directe omgeving van de dijk onderdeel gaat uitmaken van de waterkering. Het gebruik kan hierdoor veranderen, en daardoor de beleving. Het in 2016 uitgevoerde belevingswaardenonderzoek (Bureau Stroom, 2016) is de basis voor de effectbeoordeling van belevingswaarde. Door zijn hoge ligging in het landschap is de dijk de perfecte plek om te genieten van het weidse en afwisselende uitzicht. Een uitzicht dat door de kenmerkende kronkels ook nog regelmatig verrassingen biedt. De Waal wordt vooral beleefd als onderdeel van het uitzicht vanaf de dijk, met de schepen die erop varen, de meanders en het levendige water. Mensen genieten niet alleen van de omgeving vanaf de dijk, maar trekken ook graag met de fiets of te voet de uiterwaarden en het binnendijkse gebied in, waarvoor de aanwezigheid van wandel- en fietspaden erg belangrijk is. De dijkversterking heeft in de open gebieden (zonder kolken, bebouwing en bossen) relatief groot ruimtebeslag. Door de binnendijkse berm verandert het aanzicht vanaf de dijk op de binnendijkse gebieden. Op een beheerzone na, blijft het huidige landgebruik op de berm echter mogelijk. Waar bomenrijen worden gekapt, worden deze teruggebracht op de berm.
Daarmee is de invloed binnendijks in de open gebieden beperkt. Rondom enkele kolken worden bomen gekapt. Enerzijds verdwijnt het kenmerkende blauw met groen, maar anderzijds verbetert het zicht op de kolk. Naar verwachting komt de (wilgen)opslag relatief snel weer terug. Bij kenmerkende objecten als kolken, bebouwing met tuinen, bossen en landgoederen is waar nodig een constructie toegepast. De dijk wordt hier vaak wel iets hoger en iets breder, maar de objecten blijven behouden.
Afbeelding 39 Belevingswaarde langs de dijk (Bureau Stroom, 2016)
De volgende bijzondere locaties zijn aanvullend beschouwd voor invloed op de belevingswaarde: de bossen bij de landgoederen blijven behouden, hier blijft het een besloten gebied. Er is geen
82
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied, dijkversterking Wolferen-Sprok effect; bij de Klipstraat in Andelst worden bomen gekapt van de rabatten, of rabatten worden ingekort. Omdat er nog bomen en rabatten overblijven is het effect op de belevingswaarde beperkt; bij Wolferen wordt de dijk verplaatst. Dit wordt gedaan met aandacht voor de kronkeligheid van het tracé. Hiermee wordt de belevingswaarde niet aangetast. 4.8.3
Conclusie
De dijkverbetering is zorgvuldig landschappelijk ingepast en heeft daardoor geen negatief effect op de belevingswaarde van de dijk. Er zijn geen bezwaren welke de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg staan.
4.9
Planologisch relevante kabels en leidingen
Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen in het bestemmingsplan vastgelegd te worden. Rond dergelijke leidingen en verbindingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. De leidingen en verbindingen zijn te verdelen in drie typen: 1. buisleidingen met een externe veiligheidszone; 2. bovengrondse hoogspanningslijnen; 3. overige leidingen. De eerste twee type leidingen zijn in ieder geval planologisch relevant. Voor de overige leidingen bepaalt het bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. In planologisch relevante leidingen worden bijvoorbeeld de navolgende producten vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen en goederen; aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. 4.9.1
Toetsingskader
Voor elk van de drie typen leidingen en verbindingen is het wettelijk gezien anders geregeld: 1. voor buisleidingen geldt een wettelijke verplichting. Voor buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van belang; 2. voor bovengrondse hoogspanningsleidingen geldt een advies van het Rijk. In haar 'Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen' uit 2005 met kenmerk SAS/2005183118, heeft het Rijk aangegeven hoe omgegaan moet worden met bovengrondse hoogspanningslijnen bij ruimtelijke plannen; 3. voor de overige leidingen bepaalt bevoegd gezag of deze planologisch relevant zijn. Gewone nutsleidingen zijn meestal niet relevant. Maar voor sommige leidingen is het toch wenselijk deze in het bestemmingsplan op te nemen. Bijvoorbeeld omdat ze van groot maatschappelijk belang zijn en er grote problemen ontstaan als de leiding niet meer werkt. 4.9.2
Resultaten
In het plangebied van dit bestemmingsplan zijn meerdere gasleidingen aanwezig. Deze liggen haaks op de dijk, tussen de Waaldijk 34 en 36. Het betreffen gasleidingen met een doorsnede van 1219 mm en een druk van 75,9 bar. De aanwezige gasleidingen hoeven niet te worden verlegd in het kader van de dijkversterking en zorgt er op deze plek ook niet voor dat bepaalde werkzaamheden niet kunnen worden uitgevoerd.