CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-01-26.12 relevant stuk 4b.3 Bijlagenboek_Elst Ziekenhuisvoorziening Rijnstate - kopie 2.pdf

Gemeenteraadsvergadering 26 januari 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Elst Centraal en Rijnstate18.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toets

Omvang van het project

Het plan heeft een omvang/ programma van maximaal 25.000 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) voor een ziekenhuis met de daarbij behorende functies. Toegelaten relevante functies betreffen: -

maatschappelijke voorzieningen;

-

aan zorg gerelateerde voorzieningen;

-

aan zorg gerelateerde en ondergeschikte detailhandel;

-

vergadercentrum (maximaal 750 m² bvo);

-

ondergeschikte horeca;

-

detailhandel, maximaal 100 m²;

-

ondersteunende kantoren;

-

WKO-installatie (maximaal 3 doubletten);

-

waterstofvoorziening c.q. andere activiteiten in milieucategorie 3.1, welke passen binnen de voorgaande doeleinden, in de oostelijke zone, na toepassing van een wijzigingsbevoegdheid.

Het plan voorziet verder in: -

de realisatie van een parkeerterrein ten noorden van de Nieuwe Aamsestraat met een capaciteit van ca. 180 parkeerplaatsen;

-

realisatie van een kiss & ride-strook in het verlengde van de Nieuwe Aamsestraat;

-

het verleggen van een deel van de Spoorlaan;

-

het verleggen van een A-watergang.

De activiteit blijft hiermee ruimschoots onder de drempelwaarden voor een directe m.e.r.beoordelingsplicht en is ca. een factor 8 kleinschaliger van omvang.

Hoofdstuk 2

7

Kenmerken van het project Criteria

Toets

Cumulatie met andere pro-

Niet aan de orde. De locatie van Rijnstate in Velp is verkocht en voor drie jaar terugge-

jecten

huurd. De locatie in Zevenaar wordt afgeschaald en tot centrum voor planbare zorg en ouderenzorg ontwikkeld. Er wordt geen programma toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie.

Gebruik van natuurlijke hulp-

Bij de ontwikkeling wordt niet op permanente wijze gebruik gemaakt van natuurlijke hulp-

bronnen

bronnen, met uitzondering van inherent gebruik van een voor mensen toegankelijk gebouw, zoals elektriciteit en kraanwater. In het kader van de bouwfase is mogelijk (afhankelijk van materialisering e.d.) tijdelijk en incidenteel gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Na toepassing van de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk om door middel van een waterstofvoorziening in (een deel van) de energiebehoefte te voorzien.

Productie van afvalstoffen

Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies, alsmede afval dat tijdens de bouwfase (tijdelijke situatie) ontstaat, zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.

Verontreiniging en hinder

De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied, waarbij het plangebied thans grotendeels braakliggend is en gedeeltelijk voor bedrijfsdoeleinden is bestemd. Tijdens de aanlegfase zullen er bouw- en grondwerkzaamheden plaatsvinden. Significant negatieve effecten vanwege deze effecten zijn echter niet aan de orde, hetgeen onder meer blijkt uit de uitgevoerde Aerius-berekening ten aanzien van de aanlegfase. In de directe omgeving zijn geen gevoelige functies aanwezig, welke onevenredige hinder zullen ondervinden van de sloop- en bouwwerkzaamheden. Ten aanzien van de toekomstige gebruiksfase kan op basis van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken worden geconcludeerd dat er geen onevenredige verontreiniging en hinder zullen optreden. Navolgend wordt hier ten aanzien van diverse relevante aspecten nader op ingegaan. Luchtkwaliteit: Uit de quickscan luchtkwaliteit is gebleken dat het plan, dat voorziet in een maximale toename van 1.768 motorverkeersbewegingen per etmaal, niet in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Geluid: Dit bestemmingsplan maakt een maatschappelijke voorziening (ziekenhuis) en een parkeerterrein mogelijk. Daarmee is er sprake van nieuwe milieubelastende functies, die behoren tot milieucategorie 2. In dit geval bedraagt de richtafstand ten opzichte van zowel het ziekenhuis als het parkeerterrein 30 meter.

Met toepassing van de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid zijn tevens activiteiten in milieucategorie 3.1 (richtafstand 50 meter) toegestaan. De woningen aan de Regenboog en Meiregen bevinden zich op ten minste 75 meter afstand van het nieuwe parkeerterrein en ten minste 125 meter van het ziekenhuis. Onevenredige geluidhinder is gezien deze afstanden in de toekomstige situatie niet aan de orde. Daarnaast valt onevenredige geluidhinder als gevolg van het extra verkeer niet te verwachten. Het verkeer wordt namelijk vrijwel geheel via de Nieuwe Aamsestraat en Spoorlaan afgewikkeld en daarmee niet via woongebieden. Geur: Onevenredige geurhinder in de toekomstige situatie is gezien de aard van de activiteiten uitgesloten.

Hoofdstuk 2

8

Kenmerken van het project Criteria

Toets Trillingen: Er worden geen functies mogelijk gemaakt, die voor trillingshinder in de omgeving zullen zorgen. Stof. Er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt, waarvan onevenredige stofhinder voor de omgeving te verwachten valt. Flora en fauna: De gevolgen van het project ten aanzien van stikstofdepositie zijn middels een Aerius-berekening onderzocht. Er is onderzoek verricht naar zowel de beoogde gebruikssituatie, als naar de aanlegfase. Er is geen sprake van een significante bijdrage. De bijdrage bedraagt 0,00 mol/ha/jaar in beide fasen. Het project leidt niet tot toename van stikstofpositie, of anderszins negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Voorts is in het kader van de planvorming een ecologische quickscan uitgevoerd. Ten aanzien van dit aspect zijn geen belemmeringen geconstateerd. Ten aanzien van de uitvoering van werkzaamheden gelden enkele nadere voorwaarden. Externe veiligheid: Er worden geen nieuwe risicobronnen met het plan mogelijk gemaakt. Bodem: Er hebben diverse bodemonderzoeken plaatsgevonden binnen het plangebied. De grond is daarbij gedeeltelijk gesaneerd. De grond is c.q. wordt geschikt gemaakt voor de toekomstige functies. De toekomstige functies zijn naar hun aard niet bodemverontreinigend. Aanvullend geohydrologisch onderzoek is uitgevoerd vanwege de ambitie tot realisatie van een WKO-installatie.

Uit het onderzoek blijkt dat er in beginsel geen onevenredig negatieve effecten zullen optreden. Door middel van voorwaarden in de planregels is gewaarborgd dat hiernaar nader onderzoek plaatsvindt. Water. Het plan leidt tot significante een toename van het verhard oppervlak. Daarnaast wordt een bestaande A-watergang verlegd. De toename aan verhard oppervlak kan met het toekomstige oppervlaktewater adequaat worden gecompenseerd. De ontwikkeling kan hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn daarom niet te verwachten.

Risico van ongevallen

Het plangebied ligt in het invloedsgebied van enkele risicobronnen en er wordt een nieuw kwetsbaar object toegevoegd. Het groepsrisico van deze risicobronnen is kwalitatief en kwantitatief verantwoord. Er is sprake van een toename van het groepsrisico, maar dit blijft in de toekomstige situatie ruimschoots onder de oriëntatiewaarde. De toename van het groepsrisico is door middel van een verantwoording beschouwd en kan aanvaardbaar worden geacht.

Hoofdstuk 2

9

2.3 Plaats van het project Plaats van het project Criteria

Toets

Aard van de omgeving

Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Elst in een sterk verstedelijkt gebied. In de directe omgeving zijn onder meer een bedrijventerrein, een spoorlijn met NS-station, een parkeergarage en enkele wegen aanwezig. Woongebieden bevinden zich iets verder van het plangebied af.

Bestaand grondgebruik en be-

Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels braakliggend. Daarnaast zijn enkele we-

staande bestemming

gen, paden en een watergang in het plangebied aanwezig. Het grootste deel van het plangebied is bestemd voor bedrijfs-en verkeersdoeleinden.

Relatieve rijkdom aan kwaliteit

Middels flora- en faunaonderzoek is gekeken naar de relatieve rijkdom van de aanwezige

en het regeneratievermogen

flora en fauna in het plangebied. De rijkdom is beperkt. Het plan kan met enkele randvoor-

van de natuurlijke hulpbronnen

waarden ten aanzien van de uitvoeringsfase worden gerealiseerd zonder significant nega-

van het gebied

tieve effecten op de flora en fauna.

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: 

Gevoelige gebieden (wet-

Het plangebied ligt op circa 4 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Ove-

lands, kustgebieden, berg-

rige beschermede natuurgebieden bevinden zich op nog grotere afstand. Indien er sprake is

en bosgebieden, reserva-

van potentiële externe effecten van het plan, betreft dit uitsluitend stikstofdepositie. In par.

ten en natuurparken, Habi- 2.2 is immers reeds geconcludeerd dat onevenredige verstoringen ten gevolge van geluid-, tat- en Vogelrichtlijngebie-

stofhinder en dergelijke niet aan de orde zijn. Uit de uitgevoerde Aerius-berekening voor de

den)

aanleg- en gebruiksfase blijkt dat van externe werking op een Natura 2000 gebied in de vorm van stikstofdepositie boven 0,00 mol/ha/jr geen sprake is. Wetlands, kust-, berg- en bosgebieden zijn in de omgeving niet aanwezig. Het plangebied behoort niet tot een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Ook behoort het plangebied niet tot een gebied waarbinnen een Rijksmonument ligt. Het plangebied is eveneens niet gelegen in een Bèlvéderegebied of een beschermd stads/dorpsgezicht.

gebieden waarin bij com-

Niet aan de orde.

munautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden 

gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid

Het plangebied ligt in een verstedelijkt gebied met met name infrastructuur en bedrijventerreinen in de directe omgeving. Op enige afstand bevindt zich de rand van een woonwijk. De directe omgeving kent een relatief lage bevolkingsdichtheid en evenmin een hoge personendichtheid.

landschappen van histo-

Het plangebied is niet van historisch, cultureel of archeologisch belang.

risch, cultureel of archeologisch belang

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de na-

Hoofdstuk 2

10

tuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Onderstaand wordt aangegeven of er sprake is van dergelijke gebieden in de nabijheid van het project en zo ja, of er sprake is van potentiële effecten op gevoelige gebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Nee

Habitat- en vogelrichtlijngebieden

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van deze gebieden (>4 kilometer afstand). Op de effecten op dergelijke gebieden is voorgaand reeds ingegaan. Negatieve effecten zijn niet aan de orde.

Watergebied van internationale beteke-

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van watergebieden met internationale bete-

nis

kenis.

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied is niet gelegen binnen of nabij het Natuurnetwerk Nederland. Het

(voormalige EHS)

dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk is op ongeveer 1,25 kilometer afstand van het plangebied gelegen. Gezien de aard van de voorgenomen plannen en de stedelijke ligging zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk niet worden aangetast.

Landschappelijk waardevol gebied

Het planvoornemen vindt plaats in stedelijk gebied en ligt niet in de nabijheid van een landschappelijk waardevol gebied.

Waterwinlocaties. waterwingebieden,

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van waterwinlocaties. waterwingebieden, en

en grondwaterbeschermingsgebieden

grondwaterbeschermingsgebieden.

Beschermd monument

Het planvoornemen betreft nieuwbouw op een braakliggend terrein. Er zijn geen monumenten aanwezig in het plangebied en omgeving.

Belvedère-gebied

Het plangebied ligt niet in of in de nabijheid van een Belvedere-gebied.

2.4 Kenmerk van het potentiële effect Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Toets

Bereik van het effect (geografische

Het initiatief kent een fors programma van 25.000 m² bvo. De potentiële negatieve

zone en grootte van de getroffen bevol-

effecten zijn niettemin beperkt en uitsluitend lokaal van aard. Daarnaast is een be-

king)

perkt tijdelijk effect gedurende de aanlegfase mogelijk. Gelet op de aard van de omgeving, waarbij gevoelige, waardevolle en woongebieden niet binnen het bereik van de potentiële effecten gelegen zijn, is het bereik van het potentiële effect zeer beperkt te noemen.

Grensoverschrijdende karakter van het

Niet aan de orde, gelet op het voorgaande.

effect Waarschijnlijkheid van het effect

Van onevenredige negatieve effecten voor de omgeving is naar verwachting geen sprake. De waarschijnlijkheid van enige onevenredig negatieve effecten is zeer gering.

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid

In de aanlegfase is er sprake van tijdelijke niet-onomkeerbare effecten, maar deze

van het effect

effecten zijn te verwaarlozen. Daarna moet voor langere tijd ter plaatse een ziekenhuis functioneren. In deze fase zijn negatieve effecten in beginsel niet aan de orde. Als dit al het geval is, dan zal het een incident betreffen.

Hoofdstuk 2

11

3.

VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING Beoordeling Onderstaand wordt op basis van de in hoofdstuk 2 beschreven kenmerken, de plaats van het project en de potentiële effecten beschouwd of er aanleiding is voor het doorlopen van een m.e.r.-(beoordelings)procedure. Kenmerken van het project In vergelijking met de ‘reguliere’ drempelwaarden uit onderdelen C en D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er weliswaar sprake is van een project van meer dan verwaarloosbare omvang, maar dat er sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en van een activiteit die vele malen minder grootschalig is dan projecten die boven deze drempelwaarden komen. Het plan heeft een omvang/ programma van maximaal 25.000 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) ten behoeve van een ziekenhuisvoorziening met aanverwante functies. Daarnaast vinden er infrastructurele wijzigingen en een verlegging van een watergang plaats. Gebleken is dat er geen sprake is van onevenredige hinder of overlast in enige vorm ten gevolge van het project. De kenmerken van het project rechtvaardigen het uitvoeren van een MER niet. Plaats van het project De ontwikkelingslocatie ligt in bestaand bebouwd gebied, in sterk verstedelijkt gebied (bedrijventerrein). Het plangebied ligt niet in of nabij een gevoelig gebied, zoals een Natura 2000-gebied of het Nederlands Natuurnetwerk. Ook woongebieden bevinden zich niet in de directe omgeving.

De plaats van het project rechtvaardigt het uitvoeren van een MER niet. Kenmerken van de potentiële effecten Het project heeft geen belangrijke uitstraling van milieueffecten naar de omgeving. Er treden geen onevenredig negatieve effecten op woongebieden, gevoelige gebieden of waardevolle gebieden op. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en werkzaamheden. Significant negatieve effecten zijn echter niet aan de orde, hetgeen onder meer blijkt uit de uitgevoerde Aerius-berekening ten aanzien van de aanlegfase. In de directe omgeving zijn geen gevoelige functies aanwezig, welke onevenredige hinder zullen ondervinden van de sloop- en bouwwerkzaamheden. Ten aanzien van de toekomstige gebruiksfase kan op basis van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken worden geconcludeerd dat er geen onevenredige verontreiniging en hinder zullen optreden. De potentiële negatieve effecten zijn beperkt en uitsluitend lokaal van aard. Daarnaast is van belang dat er met het plan ook bedrijvigheid wordt wegbestemd. In hoofdstuk 2 alsmede in de toelichting bij het bestemmingsplan is nader ingegaan op de effecten van de ontwikkeling vanuit diverse relevante aspecten. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze invloed is in onderhavig geval niet zodanig dat er normen worden overschreden.

Hoofdstuk 3

12

De kernmerken van de potentiële effecten rechtvaardigen het uitvoeren van een MER niet. Conclusie De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn beperkt omvang en van een aard dat deze geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg hebben, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Er is geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure in het kader van de planvorming van het bestemmingsplan ‘Elst, Ziekenhuisvoorziening Rijnstate’.

Hoofdstuk 3

13

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.bro.nl

Hoofdstuk 3

1

bestemmingsplan Elst, Ziekenhuisvoorziening Rijnstate

Bijlage 5 Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling

62

Bijlagen bij toelichting (ontwerp)

Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling

bestemmingsplan Elst, Ziekenhuisvoorziening Rijnstate

Bijlage 6 Akoestisch onderzoek weg- en railverkeer

64

Bijlagen bij toelichting (ontwerp)

Stationsweg 2 8011 CZ ZWOLLE

Notitie

05509-51345-08 Haalbaarheidsstudie Rijnstate te Elst Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl www.cauberghuygen.nl K.v.K 58792562 IBAN NL71 RABO 0112 075584

Datum

Referentie

Behandeld door

13 januari 2020

05509-51345-08

M. Blankvoort

1

Inleiding

Het Rijnstate ziekenhuis doet een haalbaarheidsonderzoek naar een vestiging in de gemeente Overbetuwe, bij voorkeur op de Spoorlaan te Elst. Volgens de gemeente Overbetuwe is een ziekenhuisfunctie een goede aanvulling op de aanwezige voorzieningen in Elst. In de voorliggende notitie wordt inzichtelijk gemaakt wat de geluidbelasting op de gevels van het ziekenhuis is, vanwege het weg- en railverkeerslawaai. 2

Situatie en massastudie

2.1

Situatie

Rijnstate wil zich vestigen op de locatie Spoorlaan. Deze locatie kent een gunstige ligging ten opzichte van de dorpskern Elst, het spoor en de uitvalswegen (A15, A325). Tevens zijn er parkeervoorzieningen aanwezig (P&R garage). Gezien de centrale ligging ten opzichte van dorpskern Elst heeft deze locatie de voorkeur voor het voorzien van in een ziekenhuisvoorziening. In afbeelding 1 is de situatie van de locatie Spoorlaan grafisch weergegeven.

Afbeelding 1: Situatie locatie Spoorlaan

2.2

Massastudie

In het ontwerpproces bestaat de opgave uit op het ontwikkelen van een ziekenhuisvoorziening op Spoorlaan 1 & 3 waarbij de mogelijkheid wordt onderzocht om de weg (Spoorlaan) om te leggen. Voor het ontwerp liggen voorts de volgende uitgamgspunten ten grondslag: − Focus op poliklinische zorg met bijbehorende zorg en centra ondersteuning − Ondersteunende functies (laboratoria en mogelijk kantoor) worden bij voorkeur in hetzelfde gebouw gehuisvest. − Er wordt uitgegaan van het volgende programma: • Basis (fase 1): 15.000 m² bvo. • Uitbreiding (fase 2): 10.000 m² bvo. • Mogelijkheid tot tweede uitbreiding (fase 3): ca. 5.000 m² bvo. Voormelde uitgangspunten hebben eind november 2019 geleid tot het volgende resultaat van de massastudie, zie afbeelding 2.

Haalbaarheidsstudie Rijnstate te Elst Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

05509-51345-08 13-01-2020 Pagina 2

Afbeelding 2: Voorlopige massastudie

Het voorlopig ontwerp van het nieuwe ziekenhuis bestaat uit een drielaags bouwwerk, met op de vierde bouwlaag de technische installaties. In het gebouw zijn diverse functies opgenomen, zoals behandelruimten, laboratoria, verkeersruimten, kantoren en vergaderruimten. Het ontwerp uit afbeelding 2 is als uitgangspunt gehanteerd in onderhavig rapport. 3

Wegverkeerslawaai

3.1

Grenswaarden

Voor het onderdeel wegverkeerslawaai is artikel 74 Wet geluidhinder van belang. Op grond van voormeld artikel hebben alle verkeerswegen een geluidzone, behoudens wegen die gelegen zijn binnen een woonerf of waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Uit de analyse van de geprojecteerde situatie blijkt dat de maximumsnelheid op alle verkeerswegen binnen een afstand van 200 meter tot het plangebied 30 km per uur bedraagt. Dit betekent deze wegen geen geluidzone hebben, waardoor ten aanzien van de Wet geluidhinder er geen belemmeringen zijn. Immers, de geprojecteerde locatie is niet gelegen in een geluidzone van een weg. Echter, vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening is het wel noodzakelijk om inzicht te geven in de optredende geluidniveaus vanwege het wegverkeer op de gevels van het ziekenhuis. Hierbij geldt de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB als streefwaarde en Lden = 63 dB als grenswaarde. Voorts wordt de aftrek ex artikel 110g Wgh toegepast (i.c. 5 dB). Haalbaarheidsstudie Rijnstate te Elst Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

05509-51345-08 13-01-2020 Pagina 3

3.2

Verkeersgegevens

In afbeelding 3 zijn de etmaalintensiteiten grafisch weergegeven ter hoogte van het plangebied (bron: Goudappel Coffeng).

Afbeelding 3: Etmaalintensiteit ter hoogte van plangebied

Voor berekening van de geluidbelasting wordt een rijsnelheid gehanteerd van 30 km/uur. De wegdekverharding bestaat deels uit dichtasfaltbeton en deels uit klinkerverharding.

Haalbaarheidsstudie Rijnstate te Elst Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

05509-51345-08 13-01-2020 Pagina 4

4

Railverkeerlawaai

4.1

Grenswaarden

Ter hoogte van het plangebied bedraagt de breedte van de geluidzone 300 meter aan weerszijden van het spoor (artikel 1.4 juncto artikel 1.4a Besluit geluidhinder). Daarmee is de geprojecteerde locatie gelegen in de geluidzone van de spoorweg. Bepaalde gebruiksfuncties van het ziekenhuis zijn geluidgevoelig als bedoeld in de Wet geluidhinder, namelijk: − Onderzoeks- en behandelingsruimten van het ziekenhuis (artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder d, sub 2⁰ Besluit geluidhinder). − Ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van het ziekenhuis (artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder d, sub 5⁰ Besluit geluidhinder). De voorkeursgrenswaarde voor railverkeerlawaai voor voormelde functies bedraagt 53 dB (artikel 4.9, tweede lid, aanhef en onder b. Besluit geluidhinder). Met een hogere waarde procedure kan het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) toestaan dan de voorkeursgrenswaarde. De ten hoogste toelaatbare grenswaarde bedraagt 68 dB (artikel 4.11 Besluit geluidhinder). Bij hogere geluidbelastingen is een dove gevel nodig, waarbij geen te openen delen in de gevel aanwezig mogen zijn. Als alternatief kan ervoor gekozen worden om aan die zijde geen geluidgevoelige functies te creëren.

Samengevat gelden de volgende grenswaarden voor railverkeerlawaai: − Lden ≤ 53 dB => geen belemmeringen − 53 dB < Lden ≤ 68 dB => hogere waarde procedure met aanvullende maatregelen − Lden > 68 dB => dove gevel (=geen te openen delen) 5

Rekenmethode geluidbelastingen weg- en railverkeerslawaai

De berekeningen van de geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeer, zijn uitgevoerd conform het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012, (hierna te noemen: RMG2012). Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van Standaard Rekenmethode II uit bijlage III respectievelijk bijlage IV van het RMG2012. De berekeningen zijn uitgevoerd door ter plaatse van de gevels van het ziekenhuis een raster van punten te leggen, waaruit geluidcontouren gegenereerd worden.

Haalbaarheidsstudie Rijnstate te Elst Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

05509-51345-08 13-01-2020 Pagina 5

6

Rekenresultaten

6.1

Wegverkeerslawaai

In afbeelding 4 zijn de rekenresultaten weergegeven vanwege het wegverkeerslawaai.

Afbeelding 4: rekenresultaten wegverkeerslawaai Lden [dB]

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van de westgevel lager is dan 48 dB. Ter plaatse van de zuid- en oostgevel is de geluidbelasting lager dan 63 dB. De geluidbelasting ter plaatse van de noordgevel varieert tussen lager dan 48 dB tot ten hoogte 63 dB. Omdat de berekende geluidbelasting niet hoger is dan de grenswaarden van 63 dB, wordt de berekende geluidbelasting aanvaardbaar geacht.

Haalbaarheidsstudie Rijnstate te Elst Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

05509-51345-08 13-01-2020 Pagina 6

6.2

Railverkeerslawaai

In afbeelding 4 zijn de rekenresultaten weergegeven vanwege het wegverkeerslawaai.

Afbeelding 5: rekenresultaten rail wegverkeerslawaai Lden [dB]

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van de westgevel hoger is dan 68 dB. Ter plaatse van de noord- en zuidgevel is de geluidbelasting lager dan 68 dB, maar hoger dan 48 dB. De geluidbelasting ter plaatse van de oostgevel is lager dan 48 dB. Omdat de berekende geluidbelasting op de westgevel hoger is dan de grenswaarde van 68 dB, is aldaar een dove gevel benodigd indien daar de functies geprojecteerd worden zoals genoemd in paragraaf 4.1. Mochten die functie achterweg blijven dan is geen dove gevel benodigd. Voor de noord- en zuidgevel zal een hogere grenswaarde verleend moeten worden voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Voorts zijn aanvullende geluidwerende maatregelen noodzakelijk teneinde het binnenniveau te garanderen, zoals aangegeven in het Bouwbesluit 2012.

Haalbaarheidsstudie Rijnstate te Elst Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

05509-51345-08 13-01-2020 Pagina 7

7

Conclusies

Het Rijnstate ziekenhuis doet een haalbaarheidsonderzoek naar een vestiging in de gemeente Overbetuwe, bij voorkeur op de Spoorlaan te Elst. Volgens de gemeente Overbetuwe is een ziekenhuisfunctie een goede aanvulling op de aanwezige voorzieningen in Elst. In deze notitie is inzichtelijk gemaakt wat de geluidbelasting op de gevels van het ziekenhuis is, vanwege het weg- en railverkeerslawaai. Uit het onderzoek blijkt dat dat de verkeerswegen geen geluidzone hebben, omdat de maximumsnelheid 30 km/uur bedraagt. Uit de rekenresultaten van het wegverkeerslawaai blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van de westgevel lager is dan 48 dB. Ter plaatse van de zuid- en oostgevel is de geluidbelasting lager dan 63 dB. De geluidbelasting ter plaatse van de noordgevel varieert tussen lager dan 48 dB tot ten hoogte 63 dB. Omdat de berekende geluidbelasting niet hoger is dan de grenswaarden van 63 dB, wordt de berekende geluidbelasting aanvaardbaar geacht. Uit het onderzoek blijkt voorts dat dat de geluidbelasting vanwege railverkeerslawaai ter plaatse van de westgevel hoger is dan 68 dB. Ter plaatse van de noord- en zuidgevel is de geluidbelasting lager dan 68 dB, maar hoger dan 48 dB. Een hogere grenswaarde is aldaar noodzakelijk. Voorts zijn aanvullende geluidwerende maatregelen noodzakelijk teneinde het binnenniveau te garanderen, zoals aangegeven in het Bouwbesluit 2012.

De geluidbelasting ter plaatse van de oostgevel is lager dan 48 dB.

Cauberg Huygen B.V.

mr. ing. M.J.M. Blankvoort Senior Adviseur

Haalbaarheidsstudie Rijnstate te Elst Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder

05509-51345-08 13-01-2020 Pagina 8

bestemmingsplan Elst, Ziekenhuisvoorziening Rijnstate

Bijlage 7 Reflectie-onderzoek geluid

Bijlagen bij toelichting (ontwerp)

73

Bezoekadres: Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle

Notitie

05509-51345-12 Rijnstate ziekenhuis te Elst Effecten op geluidbelasting vanwege nieuwbuw ziekenhuis

Postadres: Hoofdweg 70 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584

Datum

Referentie

Behandeld door

29 mei 2020

05509-51345-12

M.J.M. Blankvoort

1

Inleiding

Naar aanleiding van de inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan van de nieuwe locatie van het Rijnstate ziekenhuis, is onderzocht welke invloed het geprojecteerde gebouw heeft op de geluidbelasting vanwege weg- en railverkeerslawaai op bestaande woningen. Hiervoor is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd, met en zonder ziekenhuis, waarbij de geluidbelasting ten gevolge van weg- en railverkeer afzonderlijk is berekend op de bestaande woningen. 2

Situatie

Naast de beoogde locatie ligt het spoor en treinstation van Elst, verder liggen rondom de locatie de wegen: Oude Aamsestraat, Van Oldenbarneveltstraat, Spoorlaan en Nieuwe Aamsestraat. Figuur 2.1 geeft een overzicht van de situatie.

Figuur 2.1: Overzicht van de situatie met in zeeblauw de geplande nieuwbouw. (bron: pdok.nl)

Voor het vergelijkingsonderzoek zijn bij de woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen in de nabije omgeving rekenpunten toegevoegd aan het rekenmodel. Figuur 2.2 geeft hiervan een overzicht.

Rijnstate ziekenhuis te Elst Effecten op geluidbelasting vanwege nieuwbuw ziekenhuis

05509-51345-12 29 mei 2020 Pagina 2

Figuur 2.2: Globaal overzicht locatie rekenpunten in het railverkeermodel

3

Beoordelingscriterium

In het kader van een verantwoord woon- en leefmilieu is per geluidstype een toename van geluid, ten gevolge van nieuwbouw, tot 2 dB als verantwoord te beschouwen. Een toename van geluid van 2 dB is voor het menselijk oor niet waarneembaar en kan niet tot meer hinder leiden. Dit criterium is ontleend aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:811, r.o. 4.2.

Rijnstate ziekenhuis te Elst Effecten op geluidbelasting vanwege nieuwbuw ziekenhuis

05509-51345-12 29 mei 2020 Pagina 3

4

Resultaten

4.1

Railverkeerslawaai

In tabel 4.1 zijn de woningen weergegeven, waarbij de hoogste toename in de geluidbelasting plaatsvindt ten gevolge van het railverkeerslawaai. Tabel 4.1: Rekenresultaten railverkeer gesorteerd op verschil

Toelichting tabel: Waarde: berekend invallend geluidniveau in de situatie met ziekenhuis Referentie: berekend invallend geluidniveau in de situatie zonder ziekenhuis

Uit tabel 4.1 blijkt dat de toename van de geluidbelasting vanwege het railverkeer ruimschoots kleiner is dan 2 dB en beperkt blijft tot slechts 1,3 dB. Deze toename is derhalve aanvaardbaar waardoor ter plaatse van de bestaande woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft.

Rijnstate ziekenhuis te Elst Effecten op geluidbelasting vanwege nieuwbuw ziekenhuis

05509-51345-12 29 mei 2020 Pagina 4

4.2

Wegverkeerslawaai

In tabel 4.2 zijn de woningen weergegeven, waarbij de hoogste toename in de geluidbelasting plaatsvindt ten gevolge van het wegverkeerslawaai. Tabel 4.2: Rekenresultaten wegverkeer gesorteerd op verschil

Toelichting tabel: Waarde: berekend invallend geluidniveau in de situatie met ziekenhuis Referentie: berekend invallend geluidniveau in de situatie zonder ziekenhuis

Uit tabel 4.2 blijkt dat de toename van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer ruimschoots kleiner is dan 2 dB en beperkt blijft tot slechts 1,1 dB. Deze toename is derhalve aanvaardbaar waardoor ter plaatse van de bestaande woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft.

Rijnstate ziekenhuis te Elst Effecten op geluidbelasting vanwege nieuwbuw ziekenhuis

05509-51345-12 29 mei 2020 Pagina 5

5

Conclusie

De toename van de geluidbelasting op de gevels van de bestaande woningen in de omgeving van de nieuwbouw van het ziekenhuis is per geluidsoort minder dan 2 dB. Hierdoor blijft aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd.

Cauberg Huygen B.V.

mr. ing. M.J.M. Blankvoort Senior adviseur

Rijnstate ziekenhuis te Elst Effecten op geluidbelasting vanwege nieuwbuw ziekenhuis

05509-51345-12 29 mei 2020 Pagina 6

bestemmingsplan Elst, Ziekenhuisvoorziening Rijnstate

Bijlage 8 Effectstudie omliggende bedrijven

80

Bijlagen bij toelichting (ontwerp)

Stationsweg 2 8011 CZ ZWOLLE Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl www.cauberghuygen.nl K.v.K 58792562 IBAN NL71 RABO 0112 075584

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

Datum Referentie

29 mei 2020 05509-51345-15

Referentie Rapporttitel

05509-51345-15 Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

Datum

29 mei 2020

Opdrachtgever

Gemeente Overbetuwe Postbus 11 6660 AA ELST Mevrouw S. Geerts

Contactpersoon

Behandeld door

mr. ing. M.J.M. Blankvoort Cauberg Huygen B.V. Stationsweg 2 8011 CZ ZWOLLE Telefoon 088-5152505

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 1

Inhoudsopgave 1

Aanleiding en doel onderzoek

4

2

Situatie en massastudie

5

2.1 2.2

Situatie Massastudie

5 6

3

Toegestaan planologisch gebruik

7

3.1 3.2 3.3

Algemeen Milieucategorieën VNG-brochure Beoordeling richtafstanden

7 7 9

4

Waarborging verblijfsklimaat ter plaatse van het ziekenhuis

11

4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7

Algemeen Maximale planologische mogelijkheden Definitie te waarborgen verblijfsklimaat Algemeen Geluid Geur Trillingen Luchtkwaliteit Stof Externe Veiligheid

11 11 12 12 12 13 15 16 17 17

5

Milieuhygiënische effecten vanwege bestaande bedrijven

18

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.4.4 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.6 5.6.1

Algemeen H.J. Heinz B.V., Stationsstraat 50 Algemeen Geluid Geur Otco Straal- en Spuitbedrijf B.V. Energieweg 10 Algemeen Geluid Stof Martens Metaal Elst B.V., Energieweg 2 Algemeen Geluid Trillingen Stof H&S Coldstores B.V., Handelsweg 5 Algemeen Geluid Externe veiligheid Erik van Ooijen Handelsonderneming B.V., Nieuwe Aamsestraat 30 Algemeen

18 18 18 19 20 22 22 22 23 24 24 24 26 26 27 27 27 28 30 30

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 2

5.6.2

Geluid

31

6

Luchtkwaliteit vanwege het toegestane planologische gebruik

33

6.1 6.2 6.3

Algemeen Uitgangspunten Resultaten

33 33 35

7

Samenvatting en conclusie

38

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 3

1

Aanleiding en doel onderzoek

Het Rijnstate ziekenhuis doet een haalbaarheidsonderzoek naar een vestiging in de gemeente Overbetuwe, bij voorkeur op de Spoorlaan te Elst. Volgens de gemeente Overbetuwe is een ziekenhuisfunctie een goede aanvulling op de aanwezige voorzieningen in Elst. Vanwege het toegestane planologische gebruik van omliggende bedrijfsbestemmingen is een onderzoek noodzakelijk naar de milieueffecten van omliggende bedrijven op beoogde locatie. Voorliggend rapport brengt hiervan verslag uit. In hoofdstuk 2 wordt de situatie en de thans bekende massastudie nader toegelicht. Aansluitend wordt in hoofdstuk 3 het huidig toegestane planologische gebruik beschreven en worden de richtafstanden getoetst. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het te waarborgen verblijfsklimaat uiteengezet, door voor de thans relevante milieuaspecten het beleidskader te bepalen. In hoofdstuk 5 worden de milieueffecten van de relevante bedrijven inzichtelijk gemaakt en getoetst aan het gehanteerde beleidskader, waarna in hoofdstuk 6 het aspect luchtkwaliteit aan de orde komt. Afgesloten wordt met een samenvatting en conclusies in hoofdstuk 7.

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 4

2

Situatie en massastudie

2.1

Situatie

Rijnstate wil zich vestigen op de locatie Spoorlaan. Deze locatie kent een gunstige ligging ten opzichte van de dorpskern Elst, het spoor en de uitvalswegen (A15, A325). Tevens zijn er parkeervoorzieningen aanwezig (P&R garage). Gezien de centrale ligging ten opzichte van dorpskern Elst heeft deze locatie de voorkeur voor het voorzien van in een ziekenhuisvoorziening. In afbeelding 1 is de situatie van de locatie Spoorlaan grafisch weergegeven.

Afbeelding 1: Situatie locatie Spoorlaan

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 5

2.2

Massastudie

In het ontwerpproces bestaat de opgave uit op het ontwikkelen van een ziekenhuisvoorziening op Spoorlaan 1 & 3 waarbij de mogelijkheid wordt onderzocht om de weg (Spoorlaan) om te leggen. Voor het ontwerp liggen voorts de volgende uitgamgspunten ten grondslag: − Focus op poliklinische zorg met bijbehorende zorg en centra ondersteuning − Ondersteunende functies (laboratoria en mogelijk kantoor) worden bij voorkeur in hetzelfde gebouw gehuisvest. − Er wordt uitgegaan van het volgende programma: • Basis (fase 1): 15.000 m² bvo. • Uitbreiding (fase 2): 10.000 m² bvo. • Mogelijkheid tot tweede uitbreiding (fase 3): ca. 5.000 m² bvo. Voormelde uitgangspunten hebben eind november 2019 geleid tot het volgende resultaat van de massastudie, zie afbeelding 2.

Afbeelding 2: Voorlopige massastudie

Het voorlopig ontwerp van het nieuwe ziekenhuis bestaat uit een drielaags bouwwerk, met op de vierde bouwlaag de technische installaties. In het gebouw zijn diverse functies opgenomen, zoals behandelruimten, laboratoria, verkeersruimten, kantoren en vergaderruimten. Het ontwerp uit afbeelding 2 is als uitgangspunt gehanteerd in onderhavig rapport.

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 6

3

Toegestaan planologisch gebruik

3.1

Algemeen

Teneinde de milieuhygiënische effecten te bepalen op de beoogde locatie van het ziekenhuis vanwege het toegestane planologische gebruik van omliggende plangebieden, wordt een werkwijze gehanteerd dat overeenkomt met (herziene) uitgave van de VNG-brochure ‘Bedrijven- en milieuzonering’. 3.2

Milieucategorieën VNG-brochure

Overeenkomstig de grootst vermelde afstand op enig milieuaspect zijn in de VNG-brochure bedrijfstypen ingedeeld in milieucategorieën 1 tot en met 6. In de VNG-brochure is een verdeling gemaakt van de aan te houden (hinder)afstanden over de volgende categorieën: − Categorie 1: grootste afstand 10 meter. − Categorie 2: grootste afstand 30 meter. − Categorie 3.1: grootste afstand 50 meter. − Categorie 3.2: grootste afstand 100 meter. − Categorie 4.1: grootste afstand 200 meter. − Categorie 4.2: grootste afstand 300 meter. − Categorie 5.1: grootste afstand 500 meter. − Categorie 5.2: grootste afstand 700 meter. − Categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter. − Categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.

Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype type gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 7

Zoals hiervoor is vermeld gelden de richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. De voormelde richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met een afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied (dus van 50 naar 30 meter voor milieucategorie 3.1, zie tabel 3.1 hierna). Tabel 3.1:

Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstanden en omgevingstype

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Relevant voor de milieueffecten op de te herstellen plandelen is in ieder geval het aangrenzende bestemmingsplan Elst, Bedrijventerrein De Aam, vastgesteld mei 2013. Uit de toelichting (paragraaf 3.4.3) van laatstgenoemd bestemmingsplan blijkt dat voor de zonering is uitgegaan van de milieucategorieën 2 tot en met 4.2 en de richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied zijn gehanteerd. De opgenomen richtafstanden zijn geen normen, maar afstanden waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken. De afstanden worden gemeten vanaf de grens van de bestemming die milieubelastende functies toelaat tot aan de dichtstbij gelegen gevel van de gevoelige functie. Voor onderhavig onderzoek kan de systematiek van uitwaartse zonering worden gehanteerd. Op grond van de toegestane milieucategorieën van het aangrenzende bestemmingsplan Elst, Bedrijventerrein De Aam is bepaald waarbinnen in beginsel geen milieugevoelige functies zijn toegestaan. Afbeelding 3 geeft hiertoe het principe aan.

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 8

Categorie 4.1 bedrijf

200 m.

Afbeelding 3: principe van uitwaartse zonering In navolgende paragraaf is het principe toegepast op de beoogde locatie van het ziekenhuis. 3.3

Beoordeling richtafstanden

Zoals hiervoor is vermeld staat het vigerende bestemmingsplan Elst, Bedrijventerrein De Aam, per recht bedrijven toe uit de milieucategorieën 2 tot en met 4.2, waarbij de richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied zijn gehanteerd. Voormelde richtafstanden zijn ingetekend op de kaart. Afbeelding 4 geeft daarvan het resultaat weer.

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 9

Afbeelding 4: toepassing uitwaartse zonering op beoogde locatie ziekenhuis Uit afbeelding 4 blijkt dat de beoogde locatie binnen de richtafstanden zijn gelegen van het omliggende bestemmingsplan. Dit betekent dat projectie van het ziekenhuis slechts mogelijk is, indien aangetoond wordt dat ter plaatse van het ziekenhuis sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat, onder waarborging van de bedrijfsvoering van de bestaande bedrijven. In navolgend hoofdstuk 4 wordt het aanvaardbare verblijfsklimaat nadere gedineerd en toegelicht, waarna in hoofdstuk 5 de effecten van de bedrijven aan de orde komen.

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 10

4

Waarborging verblijfsklimaat ter plaatse van het ziekenhuis

4.1

Algemeen

Teneinde te kunnen onderbouwen dat het verblijfsklimaat ter plaatse van het ziekenhuis wordt gewaarborgd is nader onderzoek noodzakelijk. Hiervoor zijn in ieder geval de volgende aspecten van belang: 1. Vaststellen van de maximale planologische mogelijkheden voor de relevante bedrijventerreinen en bedrijfspercelen. 2. Definiëren te waarborgen verblijfsklimaat. Navolgend worden beide aspecten nader toegelicht. 4.2

Maximale planologische mogelijkheden

Aan de hand van de vigerende bestemmingsplannen moet vastgesteld worden wat de maximale planologische mogelijkheden zijn voor de relevante bedrijventerreinen en bedrijfspercelen. Hierbij is van belang dat uit de jurisprudentie van de Afdeling volgt dat bij het onderzoek naar de milieueffecten van een (ander) bestemmingsplan, mag worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden van dat (andere) bestemmingsplan. 1 Deze jurisprudentie houdt in dat maximalisatie van de planologische bebouwings- en gebruiksmogelijkheden als uitgangspunt heeft te gelden. Die maximale mogelijkheden mogen echter (bij bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen en (meer) stedelijke gebieden) representatief worden ingevuld. Hiermee is bedoeld dat niet van een theoretisch scenario hoeft te worden uitgegaan waarbij alle mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt tot een absoluut maximum zijn ingevuld, maar dat van een meer realistische invulling mag worden uitgegaan. 2 Voor het vervolg is het noodzakelijk om hieraan een praktische invulling te geven. De ervaring met vergelijkbare projecten leert dat een goede communicatie met de bedrijven, de huidige bedrijfsvoering en de redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen3 van essentieel belang zijn. In hoofdstuk 5 wordt dit onderdeel ander uitgewerkt.

1

Zie bijvoorbeeld: ABRvS 26 juni 2012, 201111649/1/R1. Van Velsen, “Representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden van een bestemmingsplan (deel 1)”, TBR 2013/65; ABRvS 3 juli 2013, 201300842/1/R6; ABRvS 26 juni 2012, t.a.p. en ABRvS 4 april 2012, 201004316/1/R1. In de uitspraak van 26 juni 2012 heeft de Afdeling aanvaard dat niet van een absoluut maximale invulling van de planologisch toegelaten (zwaarste) milieucategorieën behoeft te worden uitgegaan, maar een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden als uitgangspunt mag worden genomen. 3 Redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen moeten worden betrokken bij de beslissing op de aanvraag voor een milieuvergunning (art. 8.8 lid 1 onder c, Wm (oud) en art. 2.14 lid 1 onder a 3 Wabo). Bij deze toekomstige ontwikkelingen kan zowel worden gedacht aan ontwikkelingen in de inrichting zelf (voorzienbare veranderingen of uitbreidingen), als ook aan de vestiging van andere inrichtingen en planologische ontwikkelingen die in het gebied gepland zijn. Ruimtelijke plannen, als structuurvisies en bestemmingsplannen, kunnen hiervoor een indicatie zijn. De ontwikkelingen moeten echter wel voldoende concreet zijn. Rijnstate ziekenhuis te Elst 05509-51345-15 effectstudie omliggende bedrijven 29 mei 2020 Bladzijde 11 2

4.3 4.3.1

Definitie te waarborgen verblijfsklimaat Algemeen

In het algemeen kan gesteld worden dat een ziekenhuis een milieugevoelig object is. Immers, in het gebouw verblijven mensen die beschermd moeten worden en worden activiteiten uitgevoerd die eveneens in aanmerking komen voor bescherming. Omdat diverse milieuaspecten het verblijfsklimaat bepalen, zal per milieuaspect aangegeven moeten worden wat nog aanvaardbaar is. Navolgend is een eerste aanzet gegeven voor de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit, stof en externe veiligheid. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande beleidskaders. 4.3.2

Geluid

Een ziekenhuis is geluidgevoelig vanuit twee verschillende invalshoeken. De eerste betreft de Wet geluidhinder. Het ziekenhuis is geprojecteerd in de geluidzone van het spoor en is gelegen nabij lokale verkeerswegen (30 km/uur zones). In een separaat onderzoek worden de geluideffecten bepaald op de gevels van het ziekenhuis vanwege weg- en railverkeerslawaai. De tweede invalshoek betreft de geluideffecten van de bedrijven, daaraan wordt navolgend aandacht besteed. De gemeente Overbetuwe heeft voor haar grondgebied lokaal geluidbeleid opgesteld. In paragraaf 4.2 van de algemene Beleidsnota (Rapportnummer M.2005.0287.01.R001 gedateerd 3 juni 2009) is aangegeven welke functies beschermd worden in de beleidsnota:

Uit het bovenstaande volgt dat een ziekenhuis in aanmerking komt voor bescherming tegen geluid. Voor bescherming van geluid vanwege bedrijven heeft de gemeente Overbetuwe afzonderlijk beleid geformuleerd in de Nota Bedrijven en Geluid (Rapportnummer M.2005.0287.01.R003 gedateerd 3 juni 2009).

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 12

Op grond van laatstgenoemde nota bedraagt de ambitiewaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege een bedrijf op het ziekenhuis 50 dB(A) etmaalwaarde. De bovengrenswaarde bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde. De hier bedoelde nota doet de volgende aanbevelingen omtrent de grenswaarden van het maximaal geluidniveau vanwege een bedrijf op het ziekenhuis: − 70 dB(A) voor de dagperiode; − 65 dB(A) voor de avondperiode; − 60 dB(A) voor de nachtperiode. Het toestaan van maximale geluidsniveaus hoger dan de grenswaarden dient te worden gemotiveerd. Tenminste moet worden aangegeven welke technische en/of organisatorische maatregelen zijn getroffen om de nadelige gevolgen voor het milieu te beperken, voorzover zij niet kunnen worden voorkomen. In onderhavig onderzoek wordt aansluiting gezocht bij voormelde waarden van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximaal geluidniveau uit de Nota Bedrijven en Geluid. Ingeval een bedrijf beschikt over grenswaarden die hoger zijn dan hiervoor vermeld, dan worden de grenswaarden uit die vergunning gehanteerd. 4.3.3

Geur

De gemeente Overbetuwe heeft voor haar grondgebied geen lokaal geurbeleid opgesteld. Derhalve wordt aangesloten bij het provinciaal geurbeleid, dat is vastgelegd in de beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent geur bedrijven Beleidsregels geur bedrijven (nietveehouderijen) Gelderland 2017 (Prb. 2017, 1043). Het geurbeleid heeft de volgende kenmerken: − In de regels is een toetsingskader opgenomen waarmee de analyse en beoordeling van een geursituatie kan plaatsvinden. − Het toetsingskader stelt niet één norm, maar omvat een afwegingstraject dat wordt afgebakend door een grens- en streefwaarde, met daartussenin een richtwaarde. − De grenswaarde komt overeen met het niveau waarboven vrijwel altijd sprake zal zijn van ernstige hinder. De streefwaarde komt overeen met een niveau van geen hinder. De richtwaarde kan gezien worden als een niveau van redelijke hinder. − Het afwegingstraject verschilt voor bestaande en nieuwe situaties. Op deze wijze kan invulling worden gegeven aan het uitgangspunt om geen nieuwe hindersituaties te laten ontstaan.

− De toetsingswaarden worden mede bepaald door de aard van de geur, de (on)aangenaamheid (hedonische waarde), de gebiedsfunctie, omgevingsfactoren, de historie van het bedrijf en het klachtenpatroon, de bestaande en verwachte geurhinder van het bedrijf, de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels. − De toetsingswaarden stellen beperkingen aan continue geurbelasting, maar zonodig ook aan kortstondige geurbelasting door piekemissies of emissies die zelden optreden. − De regels richten zich op het voorkomen van toekomstige hindersituaties.

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 13

Het Gelders geurbeleid onderscheid vier categoriën geurgevoelige objecten, namelijk: a. categorie A: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie “wonen”; b. categorie B: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie “werken”; c. categorie C: verblijfsobjecten, niet zijnde woningen of vergelijkbare objecten, gelegen in gebiedscategorie wonen of werken; d. categorie D: verblijfsobjecten gelegen op een industrieterrein op de gronden die zijn bestemd voor bedrijven in categorie 4 of hoger conform de VNG brochure Bedrijven en Milieuzonering. Ziekenhuizen zijn als zodanig niet benoemd. In onderhavig onderzoek merken wij gebouw(delen) met een zorgfunctie aan geurgevoelige gebouwen, vallend onder categorie A. Het gaat hierbij om de gebruiksfunctie medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling. Het Gelders geurbeleid hanteert voor categorie A de navolgende waarden voor de geurconcentratie als 98percentiel per bedrijf:

Voorts wordt in het Gelders geurbeleid kortdurende of sterk fluctuerende bronnen getoetst aan waarbij de voormelde waarden, vermenigvuldigd met een factor die als volgt afhankelijk is van de percentielwaarde: a. percentielwaarde 98: factor 1 b. percentielwaarde 99,5: factor 2 c. percentielwaarde 99,9: factor 4 In onderhavig onderzoek wordt aansluiting gezocht bij voormelde waarden uit het Gelders geurbeleid.

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 14

4.3.4

Trillingen

Het ziekenhuis is een gebouw, waar personen geurende een langere periode van de dag verblijven én waar activiteiten worden verricht die (mogelijk) gevoelig zijn voor voelbare trillingen via de bodem. Ten aanzien van de te hanteren normstelling voor trillingen gelden niet wettelijke richtlijnen: a. Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. b. Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, SBR-Richtlijn B, Hinder voor personen in gebouwen. Ad a. Handreiking In paragraaf 6.3.4 van de Handreiking zijn per gebiedstype richt- en grenswaarden opgenomen ter beoordeling van trillingen in woningen. In tabel 8 van deze paragraaf worden vijf gebiedstypen onderscheiden, te weten: 1. woningen in landelijke gebieden, gebieden voor extensieve recreatie; 2. woningen in landelijk gebied met veel agrarische activiteiten, in woonwijken en stadscentra; 3. woningen in gebieden waarin noch overwegend woningen, noch overwegend bedrijven zijn gevestigd; 4. woningen in gebieden met overwegend bedrijfsmatige activiteiten; 5. woningen op industrieterreinen. Per gebiedstype zijn in de tabel voor de dag-, avond- en nachtperiode afzonderlijke waarden voor A1, A2 en A3 gesteld, met dien verstande dat van gebiedstype 1 tot gebiedstype 5 steeds ruimere waarden zijn gesteld.

Waar over woningen wordt gesproken worden ook andere typen 'trillinggevoelige' bestemmingen bedoeld overeenkomstig geluidgevoelige bestemmingen, zoals een ziekenhuis. Als algemene richt- en grenswaarden voor woningen zijn de waarden onder 2 te hanteren. Daarvan kan gemotiveerd worden afgeweken voor woningen of andere trillinggevoelige gebouwen in de andere genoemde gebieden. Ad b. SBR-Richtlijn B SBR Richtlijn B kent geen onderscheid in gebiedstypen. Wel kent SBR-Richtlijn B om in specifieke gevallen streef- en grenswaarden te verhogen. In tegenstelling tot de Handreiking stelt SBR-Richtlijn B niet alleen streef- en grenswaarden in woningen maar ook ander trillinggevoelige objecten (bijvoorbeeld: scholen, kantoren, bedrijven met trillinggevoelige werkruimten, zoals bijvoorbeeld een zienhuis). Per gebouw/functie zijn in tabel 2 voor de dag-, avond- en nachtperiode afzonderlijke waarden voor A1, A2 en A3 gesteld, met dien verstande dat afhankelijk van het gebouw of functie verschillende waarden zijn gesteld. Beide toetsingskaders zijn door Raad van State in het kader van vergunningverlening geaccepteerd; de keuze voor een bepaald toetsingskader hoort bij de beoordelingsvrijheid van het bevoegd gezag. Zie ook ABRvS 9 oktober 2002, nr. 200104793/1.

Echter, de richt- en grenswaarden behorende bij de gebiedstypering 4 en 5 uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening zijn volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak onvoldoende onderbouwd, ABRvS 12 december 2001, nr. 200005338/1.

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 15

Op grond van een analyse van jurisprudentie 4) menen de auteurs dat de SBR-richtlijn B het bij de Afdeling goed doet: De Handreiking is slechts acceptabel voor zover het de eerste drie gebiedstypen betreft. Helaas is er tot nog toe geen uitspraak geweest waarin met zoveel woorden gezegd is dat men er goed aan doet om bij het verlenen van vergunningen uit te gaan van de SBR-richtlijn als toetsingskader en de Handreiking verder te laten voor wat hij is. Niettemin kan op basis van de bredere toepasbaarheid van de richtlijn en de algemene lijn in de rechtspraak van de Afdeling wel gesteld worden dat het raadzaam is dit te doen. Gelet op het voormelde zien wij voldoende argumenten om ten aanzien van het aspect trillingen bij onderhavig bestemmingsplan aan te sluiten bij de Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, SBR-Richtlijn B, Hinder voor personen in gebouwen. Dit betekent dat voor het beoogde ziekenhuis uitgegaan wordt van de streefwaarden van trillingshinder vanwege bedrijven als weergegeven in tabel 1 (continu voorkomende trillingen gedurende lange tijd). Tabel 1: Streefwaarden trillingshinder Dag en avond

Nacht

Gebouwfunctie A1

A2

A3

A1

A2

A3

Gezondheidszorg

0,1

0,4

0,05

0,1

0,2

0,05

Kritische werkruimte

0,1

0,1

-

0,1

0,1

In onderhavig onderzoek wordt aansluiting gezocht bij voormelde waarden uit tabel 1. Ingeval een bedrijf beschikt over grenswaarden die hoger zijn dan hiervoor vermeld, dan worden de grenswaarden uit die vergunning gehanteerd. Tenslotte wordt vermeld dat niet alleen bedrijven voelbare trillingen kunnen veroorzaken in het ziekenhuis, maar ook voelbare trillingen vanwege het nabijgelegen spoor zijn relevant. Hiervoor is separaat onderzoek uitgevoerd en gerapporteerd in een ander rapport, waarnaar we volledigheidshalve verwijzen. 4.3.5

Luchtkwaliteit

Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. Op basis van artikel 5.16 Wm kan, samengevat, een bestemmingsplan worden vastgesteld, indien: − Aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet Milieubeheer opgenomen grenswaarde, of; − aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of;

J.A. Wendt & C.J. Ostendorf, ‘Welk toetsingskader kan gebruikt worden voor de vaststelling van trillingshinder?’, TMA – Tijdschrift voor Milieuschade en Aansprakelijkheidsrecht 2009, volume 23, issue 3-4, p, 78. Rijnstate ziekenhuis te Elst 05509-51345-15 effectstudie omliggende bedrijven 29 mei 2020 Bladzijde 16 4)

−

−

aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen, of; het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (in werking getreden per 01-08-2009).

De effecten op de lokale luchtkwaliteit ten gevolge van de realisatie van het ziekenhuis worden later in beeld gebracht. Naar aard en omvang van de verkeersgeneratie zullen de grenswaarden uit Titel 5.2 Wm in acht worden genomen. Wat echter niet, of niet in voldoende mate is onderzocht, is de effecten van het plangebied op de bedrijfsvoering van de nabijgelegen bedrijven. Overeenkomstig het ‘toepasbaarheidbeginsel’ wordt de luchtkwaliteit alleen beoordeeld op plaatsen waar mensen kunnen worden blootgesteld gedurende een periode, die in vergelijking met de middelingstijd van de grenswaarde significant is. Onderzocht wordt welke concentraties optreden ter plaatse van het ziekenhuis. De grenswaarden zijn opgenomen in titel 5.2 Wm en de bijbehorende bijlagen. 4.3.6

Stof

Ten aanzien van het aspect stof, anders dan fijn stof, zal aangesloten worden bij de systematiek van het Activiteitenbesluit milieubeheer. 4.3.7

Externe Veiligheid

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van de risico's bij de productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid of het nieuw vestigen van dergelijke activiteiten kunnen beperkingen opleggen aan de omgeving, doordat veiligheidsafstanden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten nodig zijn. Het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten de bedrijven. De spoorbanen Arnhem-Nijmegen en Zetten-Elst lopen door de kern Elst, ten westen van het plangebied. Over het spoortraject Arnhem-Nijmegen worden beperkt gevaarlijke stoffen vervoerd. In een separaat onderzoek is nagegaan of de normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico voor dit baanvak worden overschreden. Volledigheidshalve wordt verwezen dat de rapportage van het onderzoek externe veiligheid.

Rijnstate ziekenhuis te Elst effectstudie omliggende bedrijven

05509-51345-15 29 mei 2020 Bladzijde 17

5

Milieuhygiënische effecten vanwege bestaande bedrijven

5.1

Algemeen

In voorgaand hoofdstuk is het te waarborgen verblijfsklimaat beschreven. De volgende stap is het onderzoek naar de milieueffecten van de bestaande bedrijven waarbij mag worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden van dat (andere) bestemmingsplan Daartoe zijn de bedrijven geselecteerd, die invloed kunnen zijn voor de milieueffecten op de te projecteren locatie van Rijnstate. Dit betreft in dit stadium van de bedrijven: a. H.J. Heinz B.V., Stationsstraat 50. b. Otco Straal- en Spuitbedrijf B.V. Energieweg 10. c. Martens Metaal Elst B.V., Energieweg 2. d. H&S Coldstores B.V., Handelsweg 5. e. Erik van Ooijen Handelsonderneming B.V., Nieuwe Aamsestraat 30. Van voormelde bedrijven zijn de milieudossiers opgevraagd en onderzocht. Aansluitend zijn de bedrijven door ons bezocht, teneinde de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden vast te leggen. Met die informatie is aansluitend onderzocht welke milieueffecten optreden ter plaatse van de beoogde locatie van het ziekenhuis. In de navolgende paragrafen wordt per bedrijf daarvan verslag uitgebracht. 5.2 5.2.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=a4d7ab3c-349b-4fa7-b7fd-8bead7d57a1e