CConstaterende datOverBetuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

21-01-26.10 Relevant stuk 4 BP Oosterhout, Peperstraat

Gemeenteraadsvergadering 26 januari 2021, gemeente OverBetuweBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Peperstraat, Oosterhout24.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Keur Waterschap De keur is regelgeving van het waterschap. Deze regelgeving is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. Wateren

toelichting (ontwerp)

51

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat Alle wateren binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland, voor zover ze deel uitmaken van het watersysteem, hebben een functie. De wateren zijn van belang voor het functioneren van het watersysteem, maar sommige wateren zijn daarbij belangrijker dan andere. Er wordt onderscheid gemaakt in A-, B- en C-wateren:  A-wateren kunnen worden gezien als de 'slagaders' van het watersysteem. Ze hebben zowel een bergende als een aan- en afvoerende functie. Vanwege het waterhuishoudkundige belang van Awateren worden ze door het waterschap zelf onderhouden. A-wateren hebben daarom een beschermingszone van 4 meter;  B-wateren kunnen worden gezien als de 'aders' van het watersysteem. Ook B-wateren hebben een bergende en een aan- en afvoerende functie, maar zijn minder van belang voor het functioneren van het watersysteem in vergelijking met A-wateren. B-wateren worden onderhouden door de eigenaren van de aangrenzende percelen. Het waterschap voert jaarlijks controles uit ('schouw') om de instandhouding van de B-wateren te waarborgen. B-wateren hebben een beschermingszone van 1 meter;  C-wateren kunnen worden gezien als de 'haarvaten' van het watersysteem. Ze hebben alleen een waterbergende functie.

C-wateren worden niet geschouwd, maar het waterschap en de eigenaren van de aangrenzende percelen hebben er wel een belang bij dat de wateren in stand worden gehouden. C-wateren hebben geen beschermingszone. De kernzone van een water betreft de zone tussen de 'insteken' van het water. Onder de insteek wordt het punt verstaan waar het maaiveld overgaat in het talud. De beschermingszone wordt gemeten vanuit de insteek.

5.8.5

Gemeentelijk waterplan 16

Het gemeentelijke waterplan is in samenwerking met het Waterschap Rivierenland opgesteld teneinde inzicht te geven in de relevante wateropgaven voor:  Wateroverlast, het zoeken van oplossingen om wateroverlast tegen te gaan;  Waterkwaliteit, het onderzoeken van mogelijkheden voor het verbeteren van de waterkwaliteit;  Grondwater, het inventariseren van grondwateroverlast;  Beleving van water, burgers betrekken bij water;  Afspraken en taken van waterschap en gemeente. Dit alles met als doel om te streven naar een gezond, veerkrachtig en goed functionerend watersysteem en waterketen in samenhang met de ruimtelijke inrichting. In het waterplan worden de volgende thema's onderscheiden: watersysteem, waterketen, functies van water, waterorganisatie.

Ten aanzien van het watersysteem wordt in het waterplan gesteld dat ernaar wordt gestreefd om problemen zoals wateroverlast en een watertekort brongericht aan te pakken. Water wordt zo veel mogelijk vastgehouden daar waar het valt of kwelt (retentiegebieden, verbrede waterlopen). Voor het zoeken naar oplossingen ter voorkoming van wateroverlast wordt de drietrapsstrategie vasthouden bergen - afvoeren gehanteerd. Voor het zoeken naar oplossingen ter voorkoming van watertekorten wordt de drietrapsstrategie vasthouden - bufferen - aanvoeren gehanteerd (brongerichte maatregel). Wat betreft de waterketen is in het waterplan de visie neergelegd om geen ongezuiverde lozingen in het buitengebied meer plaats te laten vinden. Negatieve beïnvloeding van het watersysteem vanuit de waterketen door riooloverstorten en regenwaterlozingen wordt (naast de basisinspanning) alleen verder teruggedrongen als de waterkwaliteit plaatselijk onder de maat is of als functioneel gebruik of de belevingswaarde daar aanleiding voor zijn.

Met betrekking tot ruimtelijke plannen is het streven om water medeordenend te laten zijn. Gemeente

52

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat en waterschap hebben gezamenlijk afspraken ten aanzien van locatiekeuze en - inrichting vastgelegd. Water krijgt de juiste aandacht bij het inrichten van nieuwe woon- en werkgebieden. Enerzijds om mogelijke (toekomstige) problemen te voorkomen en anderzijds om de leefomgeving en de belevingswaarde te verbeteren. In de bebouwde gebieden draagt het water bij aan een aantrekkelijke en veilige woonomgeving met optimale belevings- en gebruiksmogelijkheden. Water is zichtbaar in de vorm van open water en is functioneel. Nieuwe wijken zijn 'wateraantrekkelijk' ingericht. Ten slotte kan wat betreft de waterorganisatie worden gesteld dat gemeente en waterschap in ieder geval jaarlijks contact hebben op bestuurlijk niveau en frequenter op ambtelijk niveau. Er vindt goede afstemming van activiteiten en taken plaats en er is een goede afstemming en planning voor het onderhoud en beheer van het aanwezige water.

5.8.6

Situatie plangebied 17

Door Buro Boot is een waterhuishoudingsplan opgesteld. In het rapport is aandacht besteed aan de huidige waterhuishoudkundige situatie van het terrein. Daarna zijn de uitgangspunten beschreven die enerzijds gelden vanuit het beleid (rijk, provincie, waterschap, gemeente) en anderzijds zijn opgesteld naar aanleiding van overleg met betrokken partijen. Op basis van genoemde uitgangspunten en het ontwerp is de benodigde retentie van hemelwater en de wijze van afvoer van het hemelwater uitgewerkt.

Ontwerp watersysteem Randvoorwaarden ontwerp watersysteem Voor de waterhuishouding van het plangebied moet worden uitgegaan van onderstaande randvoorwaarden.

Randvoorwaarden waterhuishouding (bron: Buro Boot)

Afvloeiende oppervlakken

toelichting (ontwerp)

53

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat Binnen het plangebied zijn diverse oppervlakken aanwezig. Deze zijn aangegeven in de navolgende tabel.

Overzicht diverse oppervlakken (bron: Buro Boot)

Met de stelregels van Waterschap Rivierenland levert dat de volgende benodigde berging op: T=100+10% 3

3

664 (m /ha) x 1,01 (ha) = 671 m berging Omdat een groot deel van de berging in watergangen en wadi's wordt vormgegeven wordt in het vervolg van de rapportage de T=100 als maatgevende norm gehanteerd. Derhalve dient het plan 3 minimaal 671 m berging te bevatten.

Omgang hemelwater De benodigde berging wordt gecreëerd in een aantal wadi's binnen het plangebied en door het verbreden van de noordelijk gelegen B-watergang. De bodem van de wadi's bevinden zich op circa NAP +8,80m en worden voorzien van een drainageleiding om ook in natte periodes vertraagd af te kunnen voeren. In onderstaande tabel is weergegeven hoeveel er in de geprojecteerde wadi's binnen het plangebied geborgen kan worden tijdens een maatgevende T=100 + 10% situatie.

Berging in wadi's (bron: Buro Boot)

Zoals gezegd wordt de B-watergang ten noorden van het plangebied verbreed. Vanwege de bomen aan de noordzijde wordt voorgesteld deze zijde van de watergang niet te wijzigen. Wel is het mogelijk om de watergang aan de oostzijde te verbreden richting de hondenuitlaatplaats. Verder wordt voorgesteld de zuidzijde van de watergang uit te voeren in een flauw talud. De onderhoudsstrook wordt uitgevoerd in talud (1:6).

54

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat Aan de westkant van het plangebied is een stuw geprojecteerd in de B-watergang met een niveau van NAP + 8,55 m. Hierdoor kan de beschikbare berging in de B-watergang binnen het plangebied benut worden. De stuw wordt voorzien van een doorlaat zodat er landelijke afvoer vanuit het plangebied mogelijk is van 1,5 l/s.ha. Voorgesteld wordt de doorlaat op 0,2 m boven de bodem van de watergang te situeren.

De B-watergang is een droogvallende watergang. Om de watergang achter de stuw ook droog te laten vallen, wordt voorgesteld een drainageleiding aan te leggen in de bodem van de watergang welke doorloopt tot aan de bestaande B-watergang voor de stuw. Via deze drainageleiding kan tijdens droge periodes het water dat nog achtergebleven is in de watergang achter de stuw afgevoerd worden richting de bestaande B-watergang voor de stuw.

Het aanlegniveau van de drainageleiding bevindt zich onder de GHG. Tijdens natte periodes is er geen verschil in het energieniveau in de drainageleiding voor en achter de stuw. Hierdoor zal er geen extra afvoer vanuit de watergang achter de stuw richting de watergang voor de stuw plaatsvinden. Bij een T = 100 + 10% situatie kan de watergang volledig gevuld worden, tot een niveau van NAP + 8,70 m. In onderstaande tabel is de beschikbare berging in de B-watergang als gevolg van de uitbreiding weergegeven.

Berging in uitbreiding watergang (bron: Buro Boot)

Ook onder de wadi's wordt drainage voorgesteld op een hoogte van NAP +7,60 m in een sleuf van drainagezand. De drainage watert af op het HWA-stelsel dat vervolgens loost op de B-watergang. Het aanleg niveau van de drainagebuizen ligt hier onder de GHG van NAP + 8,45 m. Op de drainageleiding wordt een opzetstuk gemonteerd die voorziet in een overstortniveau dat gelijk is aan de GHG. Door overstortweerstand zal het drainageniveau altijd boven de GHG liggen, waardoor geen extra water onttrokken wordt.

In onderstaande tabel wordt weergegeven hoeveel berging er met het voorgestelde watersysteem binnen het plangebied gecreëerd wordt.

Beschikbare berging binnen plangebied (bron: Buro Boot)

Met het voorgestelde watersysteem wordt voldoende berging gecreëerd binnen het plangebied. Voor de maatgevende neerslaggebeurtenis wordt voldaan aan de door het waterschap gestelde eisen.

toelichting (ontwerp)

55

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat In bijlage D van het waterhuishoudingsplan is de bergingsberekening op basis van de methode van Buishand en Velds voor een neerslaggebeurtenis T = 100+10% opgenomen. Hieruit volgt dat er voldoende berging binnen het plangebied aanwezig is. De ledigingstijd van de wadi's is minder dan 24 uur.

Ter plaatse van de B-watergang aan de noordzijde is de onderhoudsstrook langs het water geborgd door de garage buiten de onderhoudsstrook te plaatsen. Onderhoud wordt bij een B-watergang door de aanwonenden verzorgd.

Ontwerp HWA-stelsel Ontwerp Om het hemelwater dat afstroomt van de verharde oppervlakken binnen het plangebied in de wadi's en de noordelijk gelegen watergang te bergen, is een HWA-stelsel opgenomen in het ontwerp. De woningen en wegen welke direct aan de wadi's en de watergang zijn gelegen, voeren oppervlakkig af richting de wadi's en de watergang.

De westelijk gelegen wadi's zijn onderling verbonden middels duikers met een diameter van 400 mm. Met deze diameter is voldoende afvoercapaciteit beschikbaar om de wadi's gelijkmatig te vullen.

In de zuidelijk gelegen wadi en de meest noordelijk gelegen wadi is een roosterput in het ontwerp opgenomen met een dekselniveau van NAP +9,20 m. Hiermee wordt de wadi gevuld tot dit niveau voordat het middels het HWA-stelsel overstort richting de noordelijk gelegen watergang.

Geadviseerd wordt de woningen aan de Peperstraat middels een HWA-leiding op eigen terrein aan te sluiten op het HWA-stelsel. Dit vanwege de ligging van kabels en leidingen in het trottoir en de weg voor deze woning. Het water zal hierdoor direct via het HWA-stelsel afwateren naar de B-watergang waar dit water geborgen wordt. Ook het water vanaf de parkeerplaatsen wordt door het HWA-stelsel afgevoerd en geborgen in de B-watergang.

Voorgesteld wordt de dakoppervlakken en afvoeren te vervaardigen van niet uitlogende en duurzame bouwmaterialen. Hiermee wordt de kwaliteit van het afvloeiende hemelwater gewaarborgd. Om de vuilvracht richting het HWA-stelsel te beperken, wordt geadviseerd bladvangers en voldoende zandvang toe te passen.

Toetsing en dimensionering HWA-stelsel Het HWA-stelsel is ontworpen aan de hand van het 'Handboek locatie-eisen 2014', gemeente Overbetuwe, d.d. 4 februari 2014. De gehanteerde uitgangspunten t.a.v. het ontwerp en de dimensionering van het HWA-stelsel zijn weergegeven in onderstaande tabel.

56

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat

Uitgangspunten ontwerp HWA-stelsel (bron: Buro Boot)

Het HWA-stelsel is dusdanig ontworpen dat wordt voldaan aan de in bovenstaande tabel genoemde uitgangspunten. In bijlage C van het waterhuishoudingsplan is het ontwerp van het HWA-stelsel opgenomen.

De hydraulische toetsing van het ontworpen HWA-stelsel is opgenomen in de navolgende tabel. De toetsing toont geen berekend water-op-straat bij bui L09. Er is sprake van ruim voldoende waking in het stelsel. Hiermee is voldoende capaciteit om naast het afvoeren van het afvloeiend hemelwater ook de afvoer van de wadi's richting de watergang te waarborgen.

Toetsing HWA-stelsel bui L09 (bron: Buro Boot)

toelichting (ontwerp)

57

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat Peilenplan Als onderdeel van het rioolplan is voor het projectgebied ook een peilenplan opgesteld. Hierin is een advies voor de vloer- en wegpeilen gegeven. De voorgestelde peilen zijn opgenomen in tekening K160281-001 in de bijlage bij het waterhuishoudingsplan.

Op basis van de droogleggings- en ontwateringseisen is de minimale ontwerphoogte voor de vloerpeilen NAP +9,35 m en voor de as-weg NAP +9,15 m. De vloerpeilen in de omgeving van het plangebied bevinden zich op ca. NAP + 9,60 m. Om het plan aan te sluiten op de omgeving, zijn binnen het plangebied de vloerpeilen zoveel als mogelijk op NAP +9,60 m ontworpen. In relatie tot deze vloerpeilen is het peil van de as-weg ontworpen op NAP +9,40 m.

Ontwerp DWA-stelsel Ontwerp Het ontworpen systeem (zie tekening K16-0281-001 in de bijlage bij het waterhuishoudingsplan) sluit aan op de bestaande gemengde riolering in de Peperstraat. Het b.o.b.-niveau van het systeem varieert van NAP +8,07 m tot NAP +7,20 m ter hoogte van de aansluiting op het bestaande gemengde stelsel. Geadviseerd wordt de woningen aan de Peperstraat rechtstreeks aan te sluiten op het bestaande gemengde riool in de Peperstraat. In de bijlage van het waterhuishoudingsplan is het ontwerp van het DWA-stelsel met de daarbij behorende informatie opgenomen.

Het DWA-stelsel is ontworpen aan de hand van het 'Handboek locatie-eisen 2014', gemeente Overbetuwe, d.d. 4 februari 2014. De parameters in onderstaande tabel zijn gehanteerd t.a.v. het ontwerp en de dimensionering van het DWA-stelsel.

Uitgangspunten ontwerp DWA-stelsel (bron: Buro Boot)

58

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat

Dimensionering Het aan te leggen DWA-stelsel is ontworpen met de minimale inwendige diameter van 250 mm. Het maximale debiet van een PVC buis met een inwendige diameter van 250 mm met k = 3,0 mm en i = 0,002 (minimaal toegepast verhang) bij 50 % vulling bedraagt 12,1 l/s. Dit is ruim voldoende om het DWA-debiet uit het plangebied af te voeren.

5.8.7

Conclusie

Met inachtneming van de uitgangspunten en maatregelen uit het waterhuishoudingsplan, dat is opgesteld in overleg met het waterschap, vormt het aspect 'water' geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.9

Flora en fauna

5.9.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden van het plangebied. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provincies beschermen via provinciale verordening waardevolle natuurgebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland, weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied. Daarnaast kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijngebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Ook de bescherming van individuele plant- en diersoorten is geregeld in deze wet.

5.9.2

Quick scan flora en fauna

Door Staro is een quick scan flora en fauna geconcludeerd.

18

uitgevoerd. Uit de quick scan kan het volgende worden

Beschermde gebieden Er kan niet worden uitgesloten dat er veranderingen in stikstofdepositie optreden, positief dan wel negatief, ten aanzien van het nabijgelegen Natura 2000-gebied “Rijntakken” en NNN. Dit natuurgebied is gelegen op 420 meter van het plangebied.

Beschermde soorten In het plangebied komen mogelijk verschillende beschermde soorten voor die vermeld staan in de tabellen van de Flora- en faunawet, zie tabel 1 op de volgende pagina.

Soorten van FFtabel 1 Mogelijk wordt het plangebied gebruikt door enkele grondgebonden zoogdieren, amfibieën en de wijngaardslak, die zijn opgenomen in FFtabel 1. De voorgenomen plannen hebben mogelijk een negatief effect op zoogdieren, amfibieën en/of de wijngaardslak van FFtabel 1. Voor de soorten van FFtabel 1 geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkeling een algehele vrijstelling. Het is derhalve niet noodzakelijk mitigerende maatregelen te nemen voor de soorten van FFtabel 1.

toelichting (ontwerp)

59

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat Soorten van FFtabel 2 Mogelijk vormt het plangebied een onderdeel van het grotere leefgebied/foerageergebied van de steenmarter. De voorgenomen plannen hebben geen effect op het leefgebied/foerageergebied van de steenmarter. Verblijfplaatsen van steenmarter zijn redelijkerwijs uit te sluiten in de schuren.

Soorten van FFtabel 3 Het plangebied kan deel uitmaken van het foerageergebied van vleermuizen. Voorgenomen plannen zullen geen negatief effect hebben op het foerageergebied van vleermuizen. De grenzen van het plangebied bieden mogelijk lijnvormige groenstructuren die zouden kunnen functioneren als vliegroute voor vleermuizen. Er zijn echter geen werkzaamheden aan de structuren van de grenzen van het plangebied voorzien. Mogelijkerwijs wordt met name de structuur van de oostelijke grens zelfs versterkt door de aanleg van tuinen. Met de voorgenomen plannen blijft het mogelijk voor vleermuizen om zich langs de randen van het plangebied te verplaatsen. Er kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat de voorgenomen plannen negatieve effecten hebben op het voorkomen van de beschermde libelsoorten rivierrombout of gevlekte witsnuitlibel (beide FFtabel 3). Mogelijkerwijs komen deze soorten sporadisch zwervend voor in het plangebied. Het plangebied vormt geen essentieel leefgebied voor deze soorten. Aangezien het plangebied geen essentieel foerageergebied vormt voor de das (FFtabel 3) kan worden uitgesloten dat de voorgenomen plannen negatieve effecten hebben op das.

Soorten van FFtabel vogels Het plangebied is geschikt als foerageer- en broedgebied voor algemene vogelsoorten (FFtabel vogels). Als het verwijderen van de schuren buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. Gezien de ligging van het plangebied en nestmogelijkheden in de directe omgeving, kan niet worden uitgesloten dat het plangebied essentieel foerageergebied vormt voor steen-, ransen/ of kerkuil waarvan het nest jaarrond beschermd is. Indien het plangebied essentieel foerageergebied vormt voor één of meer van deze soorten zullen de voorgenomen plannen hier een negatief effect op hebben. Nader onderzoek naar de functie van het plangebied voor uilen wordt aanbevolen.

5.9.3

Nader onderzoek steenuil en kerkuil 19

Door Staro is een nader onderzoek steenuil en kerkuil uitgevoerd. Uit het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in het plangebied en de omgeving daarvan geen nestplaatsen van kerkuil aanwezig zijn. De voorgenomen plannen hebben zodoende geen negatieve effecten ten aanzien van kerkuil. Op drie locaties in de omgeving van het plangebied zijn territoria van steenuil vastgesteld. Gezien de afstand tussen het plangebied en de vastgestelde territoria is het mogelijk dat de steenuil gebruik maakt van het plangebied. Het terrein betreft een maïsakker en is derhalve een beperkt deel van het jaar geschikt foerageergebied voor de steenuil. Het plangebied vormt daarom geen essentieel foerageergebied voor steenuil. In de omgeving zijn voldoende geschiktere terreinen voor de steenuil. De voorgenomen plannen hebben zodoende geen negatief effect op de functionele leefomgeving behorende bij de nestplaats van steenuil. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen plannen binnen het plangebied Peperstraat te Oosterhout geen negatieve effecten tot gevolg zullen hebben ten aanzien van kerkuil en nestplaatsen van steenuilen, alsmede de functionele leefomgeving van deze nestplaatsen. Verdere procedures ten aanzien van de Wet natuurbescherming zijn zodoende niet aan de orde.

60

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat 5.9.4

Aerius-berekening 20

Voor de bestemmingsplanherziening is een AERIUS-berekening opgesteld. In deze AERIUSberekening is uitgerekend of met de geplande ruimtelijke ontwikkeling stikstofemissies te verwachten zijn die leiden tot een toename in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen van nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen significante toename van depositie te verwachten is aangezien de berekening geen berekende waarde geeft voor depositie op een Natura 2000-gebied. De berekening is uitgevoerd voor zowel de gebruiks- als aanlegfase. Voor beide fases geldt dat de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar niet wordt overschreden. Nader onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. Eveneens kan geconcludeerd worden dat voor het plan geen 'passende beoordeling' ten aanzien van het Natura 2000-gebied uitgevoerd hoeft te worden. Daarmee bestaat voor het plan eveneens geen m.e.r.-plicht.

5.9.5

Conclusie

Het aspect 'natuur' vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.10

Archeologie en cultuurhistorie

5.10.1 Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Monumentenwet 1988 is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, moet worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast.

5.10.2 Archeologische beleidsadvieskaart In opdracht van de gemeente Overbetuwe heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in 2004 een archeologische beleidsadvieskaart vervaardigd, die in 2011/2019 is geactualiseerd. De archeologische beleidsadvieskaart maakt deel uit van het in het voorjaar van 2004 gestarte gemeentelijk erfgoedplan. Dit plan heeft tot doel een integraal kader met beleidsvoornemens op te stellen om de cultuurhistorie (archeologie, historische geografie en historische bouwkunde) beter te verankeren in de ruimtelijke planning, de cultuurhistorie beter zichtbaar te maken en de educatieve en recreatieve waarde ervan te verhogen. De archeologische beleidsadvieskaart (inclusief themakaart) vormt daarbij een van de pijlers van het Erfgoedplan.

De navolgende kaart is de archeologische beleidsadvieskaart en geeft een globaal beeld weer wat betreft de indicatie tot de archeologische verwachtingswaarde. Het plangebied heeft hier een lage archeologische verwachtingswaarde.

toelichting (ontwerp)

61

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat

Fragment archeologische beleidsadvieskaart gemeente Overbetuwe bron: RAAP

5.10.3 Situatie plangebied Op de gemeentelijke beleidskaart is het gebied grotendeels aangegeven als een gebied met een lage archeologische waarde. Een gebied in het zuidelijk deel heeft een hoge verwachtingswaarde. Het gemeentelijk beleid stelt hier geen noodzaak tot streven naar behoud in huidige staat. Als het 2 bruto-oppervlak van de ingreep groter is dan 2.500 m en de diepte van de ingreep dieper is dan 30 cm -mv is een inventariserend archeologisch onderzoek verplicht (IVO-protocol 1).

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek 21

Door ADC ArcheoProjecten is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd om de verwachting voor archeologische resten vanaf de IJzertijd te toetsen en zonodig aan te vullen. Tevens is in het uiterste zuidelijke deel langs de Peperstraat een karterend booronderzoek uitgevoerd.

Op basis van de uitkomsten van het veldonderzoek wordt het zuidelijke deel, uitgezonderd de zone rond boring 18, relatief kansrijk bevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. In een vegetatiehorizont op een diepte van 50-70 cm -mv en op een diepte van 90-120 cm -mv zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Deze kunnen wijzen op voormalige bewoning op afzettingen van de Ressense stroomgordel. ADC adviseert voor de zuidelijke zone (rond boringen 17 t/m 24 uitgezonderd boring 18) een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.

Dit onderzoek heeft als doel de aan- of afwezigheid van een vindplaats vast te stellen en indien aanwezig, te waarderen. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Geadviseerd wordt om het overige deel van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is niet uit te sluiten dat buiten het voor vervolgonderzoek geselecteerde gebied en binnen de vrijgegeven dieptes toch nog archeologische resten voorkomen.

62

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat

Kaart boringen archeologisch onderzoek bron: ADC ArcheoProjecten

Selectiebesluit bevoegd gezag p.m.

5.10.4 Conclusie Het grootste gedeelte van het plangebied is – na inventariserend booronderzoek – vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Aan het zuidelijke deel is, in afwachting de resultaten van het vervolgonderzoek door middel van proefsleuven, een archeologische dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van eventuele archeologische waarden.

5.11

Explosieven

toelichting (ontwerp)

63

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat 5.11.1 Algemeen Als gevolg van oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog kunnen explosieven in een plangebied zijn achtergebleven. Bij het spontaan aantreffen van explosieven ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico, doordat het explosief door direct contact of trillingen kan exploderen. Onbedoelde explosies kunnen dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving tot gevolg hebben. Tevens kan een spontane vondst resulteren in meerkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden.

5.11.2 Onderzoek 22

Voor het plangebied is in september 2016 door BeoBom een explosievenonderzoek uitgevoerd . Het onderzoek is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. De belangrijkste conclusies zijn hieronder weergegeven.

Uit de luchtfotoanalyse voor de risicokaart is gebleken dat het hele grondgebied van de gemeenten Overbetuwe en Lingewaard kan worden beschouwd als getroffen door artillerie- en/of mortierbeschietingen.

Binnen de gemeente Overbetuwe hebben sinds de Tweede Wereldoorlog diverse ontwikkelingen plaatsgevonden die van invloed zijn geweest op de bodem. Op locaties waar bodemroerende werkzaamheden zijn uitgevoerd kan worden aangenomen dat (tot op zekere diepte) eventuele aanwezige NGE (Niet Gesprongen Explosieven) reeds opgemerkt en verwijderd zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de naoorlogs gerealiseerde bebouwing.

De beoogde bebouwing zal echter aangelegd worden in tot zover ongeroerde grond. Hier zijn maatregelen nodig om de detonatie van eventueel aanwezige NGE tegen te gaan. Om het projectgebied vrij te geven dient detectie plaats te vinden. Daarmee kunnen gedetecteerde objecten benaderd worden en indien het explosieven blijken te zijn, geïdentificeerd worden, teneinde de EODD in te schakelen.

Op basis van de beschikbare archiefgegevens, literatuur en luchtfotomateriaal kan worden gesteld dat binnen het plangebied de volgende (sub)soorten NGE kunnen zijn achtergebleven:  Geschutmunitie, met een maximaal kaliber van 15 cm, met schokbuis, tot een diepte van maximaal circa 6,70m+NAP (circa 2m-MV).  Klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers tot een diepte van 6,2m+NAP (circa 2,5m-MV). Om de risico's met betrekking op NGE te minimaliseren wordt hieronder per taak een maatregel voorgesteld. In het schema staan alleen de werkzaamheden waarvan tot nu toe melding is gedaan. Verder is een korte analyse opgenomen van de uit te voeren werkzaamheden en de relatie hiervan met de verdachte gebieden (risico).

64

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat Voorafgaand aan deze werkzaamheden dient er een projectplan OCE opgesteld te worden dat goedgekeurd dient te worden door het bevoegd gezag, te weten de burgemeester van de gemeente Overbetuwe als eindverantwoordelijke voor de openbare orde en veiligheid. Het gehele proces dient te worden uitgevoerd conform het WSCS-OCE als herzien/vastgesteld in 2016.

5.11.3 Conclusie Het aspect explosieven vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

5.12

Verkeer en parkeren

5.12.1 Verkeer De hoofdontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Peperstraat. Daarnaast wordt de locatie, met een langzaamverkeersverbinding, via een smaller profiel, ontsloten op de Lage Wick. Een calamiteitendoorgang verbindt het plangebied met de Hoge Wickstraat aan de oostzijde.

Door Goudappel Coffeng is onderzoek gedaan naar de verkeerskundige gevolgen van de realisatie van de woningen op onderhavige planlocatie. Daarbij is getoetst of de omliggende wegen de toekomstige verkeersintensiteiten (inclusief de verkeersstromen gegenereerd door het plan) verkeersveilig kunnen verwerken. Daarbij zijn twee ontsluitingsvarianten bekeken: via de Peperstraat en via De Lage Wick. Voor de Peperstraat geldt dat deze straat de (toekomstige) intensiteiten prima kan verwerken. De functie en de vormgeving van deze weg zijn in balans met zowel het huidige als het toekomstige gebruik. Voor De Lage Wick geldt dat de vormgeving en het gebruik bij elkaar passen, maar de functie als woonerf aangetast wordt als deze weg als ontsluitingsvariant wordt aangewezen. Deze weg is dan ook niet geschikt als ontsluiting van de woningbouwlocatie, maar wel als incidentele calamiteitenontsluiting. Geconcludeerd kan worden dat de Peperstraat de meest logische ontsluitingsroute is en dat deze weg voldoende is toegerust voor de verkeerstoename door het plan. Met de voorgestelde ontsluiting in het plangebied zoals beschreven wordt hieraan voldaan.

Voor het volledige onderzoek naar verkeerseffecten wordt verwezen naar de bijlage.

5.12.2 Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de door de gemeenteraad vastgestelde Nota parkeernormen 2016.

Parkeerdruk Ter plaatse van de woningbouwlocatie worden maximaal 44 woningen gerealiseerd. Het indicatieve stedenbouwkundige plan gaat uit van 44 woningen, bestaande uit verschillende woningtypen. Uitgaande van de in de Nota Parkeernormen 2016 gehanteerde normen levert dit de volgende parkeervraag:  Koop, vrijstaand: 4 x 2,7 = 10,8  Koop, 2^1 kap: 10 x 2,6 = 26  Koop tussen/hoek: 30 x 2,4 = 72

toelichting (ontwerp)

65

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat De totale parkeerdruk bedraagt 108,8 parkeerplaatsen.

Beoogde parkeerplaatsen De parkeervraag die woningbouwlocatie Peperstraat met zich meebrengt, zal gedeeltelijk op eigen terrein en gedeeltelijk in het openbaar gebied op worden gevangen. Navolgend overzicht laat zien welk gedeelte van de parkeervraag op eigen terrein wordt opgevangen en in welke mate in het openbaar gebied geparkeerd kan worden. Een en ander is gebaseerd op het indicatief stedenbouwkundig plan.  Openbaar: 83  Garage met dubbele oprit: 5 x 1,8 = 9  Garage met lange oprit: 9 x 1,3 = 11,7  Dubbele oprit zonder garage: 2 x 1,7 = 3,4  Lange oprit zonder garage: 2 x 1,0 = 2 Het aanbod aan parkeerplaatsen binnen het stedenbouwkundig plan komt hiermee op 109,1. Op grond hiervan kan worden gesteld dat de parkeervraag realiseerbaar is binnen het plangebied. De voor dit plan geldende parkeernormen zijn opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan, zodat bij de realisatie van het plan gewaarborgd is dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen.

5.12.3 Conclusie Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.13

Handhaafbaarheid

Het opstellen van één eenduidig bestemmingsplan met voor iedereen dezelfde (on)mogelijkheden maakt handhaving makkelijker; de rechtsgelijkheid is namelijk goed verzorgd op deze manier. De regels die voor het plangebied worden opgesteld zijn waar mogelijk flexibel en ruim en zijn waar nodig stringent en strak gesteld. In het volgende hoofdstuk 'Beschrijving van de bestemmingen' zijn de bestemmingen nader toegelicht.

5.14

Duurzaamheid

De gemeente heeft een duurzame leefomgeving hoog in het vaandel staan. Duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik is onontkoombaar om bij te dragen aan het beperken van het gebruik van op termijn eindige en niet hernieuwbare grondstoffen.

Het duurzame karakter van het plan komt onder andere naar voren in de volgende onderdelen:

Stedenbouwkundig plan

Openbare ruimte Een duurzame woonomgeving biedt voldoende ruimte voor groen en water. Enerzijds zichtbaar, voor de beleving in het plangebied. Anderzijds om gevolgen van klimaatverandering (extreme neerslag, hittestress) het hoofd te bieden.

66

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat De reeds aanwezige omliggende groenzones bij de Spaanstraat en De Lage Wick worden doorgetrokken in het plan om de ontwikkeling aan de Peperstraat aan te laten sluiten op de bestaande groenstructuur. Ook voor water is voldoende ruimte. Straat- en voetpaden worden uitgevoerd in klinkerbestrating, hetgeen waterdoorlatend is. De parkeerkoffers worden gerealiseerd in halfverharding waardoor ook hier ruimte wordt geboden voor infiltratie en tevens een groen aanzicht wordt gecreëerd. Het waarborgen van een duurzame waterkwantiteit houdt in dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt. Wanneer vasthouden niet mogelijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. De ontwikkeling van onderhavig plan gaat gepaard met de aanleg van een duurzaam watersysteem waarbij voldoende ruimte c.q. capaciteit wordt gecreëerd om water binnen het plangebied te bergen. Dit gebeurt door de aanleg van wadi's en het verbreden van de noordelijk gelegen B-watergang.

Woningen De te realiseren woningen zijn energetisch ver uitontwikkeld en dragen bij aan een duurzame bebossing door het toepassen van FSC/PEFC gecertificeerd hout. Goede en doordachte detaillering en materiaalkeuzes beperken afval. Met vaste partijen (co-makers) wordt steeds nagedacht hoe de woning verder verduurzaamd kan worden. Met respect voor elkaar en de omgeving leidt het bouwproces tot duurzaam gebouwde woningen. Gemiddeld scoort zij een 7 voor de GPR gebouwscore 4.2.1. Alle woningen worden verder voorzien van pv-panelen om een bijdrage te leveren aan het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Vaak is het aandeel hernieuwbare energie minimaal 50% (o.a. door de warmtepomp en pv-panelen). Het toepassen van een warmtepomp en het 'all-electric' concept draagt verder bij aan het terugdringen van gebruik van fossiele brandstoffen. Er wordt in de woning lage temperatuurverwarming gebruikt, waaronder vloerverwarming, wat het energiegebruik verder terugdringt. Ook worden alle woningen standaard voorzien van mechanische ventilatie met CO2 sensor, welke ervoor zorgt dat er alleen geventileerd wordt wanneer dit noodzakelijk is. Het uitgangspunt bij het opstellen van een ontwerp is de Trias Energetica om zo een duurzame woning te ontwerpen.

toelichting (ontwerp)

67

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat

Hoofdstuk 6

Beschrijving van de bestemmingen

6.1

Algemeen

6.1.1

Wat is een bestemmingsplan?

Het bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat:  de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en  de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden).

Een bestemmingsplan regelt derhalve:  het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor:  het bebouwen van de gronden;  het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Wabo, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

6.1.2

Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. 2. Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.

68

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat 6.1.3

Hoofdstukindeling van de regels

De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en algemene procedureregels. 4. Overgangs- en slotregel. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

6.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld.

De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

6.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan kent de bestemmingen Groen - Waterberging, Verkeer - Verblijf, Water, Woongebied en de dubbelbestemming Waarde - Archeologische verwachting 1.

Groen - Waterberging De gronden binnen de bestemming Groen - Waterberging zijn bestemd voor onder andere groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ook zijn parkeervoorzieningen mogelijk alsmede in- en uitritten. Speelvoorzieningen en een hondenuitlaatplaats zijn alleen mogelijk daar waar deze functies zijn aangeduid op de verbeelding. Er zijn alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan, die ten dienste staan van deze bestemming.

toelichting (ontwerp)

69

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat Om voldoende waterberging binnen het plangebied te borgen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels (artikel 3.4.2 juncto artikel 9.2)

Verkeer - Verblijf De gronden binnen de bestemming Verkeer - Verblijf zijn bestemd voor wegen en straten en alle daarbij horende voorzieningen ten behoeve van de verblijfsfunctie (bestemmingsverkeer), waaronder ook water, groen-, parkeer- en speelvoorzieningen. Er zijn alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan die ten dienste staan van deze bestemming.

Water De bestemming Water heeft betrekking op water en bijbehorende oevers en voorzieningen. Gebouwen mogen hier niet worden gebouwd. Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming.

Woongebied De woonfunctie is een belangrijke functie in het plangebied. De bestemming Woongebied is enigszins flexibel omdat hier een uitwisseling mogelijk is tussen wonen, groen en water. De bestemming Woongebied onderscheidt vrijstaande -, dubbele - en rijwoningen. Voor bepaalde gebieden binnen de bestemming Woongebied geldt dat enkel vrijstaande of dubbele woningen zijn toegestaan. Bij recht is een aan huis verbonden beroep of bedrijf toegestaan. Dit omdat hiermee tegemoet wordt gekomen aan de wens van velen om ook thuis enige activiteiten/-werkzaamheden te ontplooien. Publieksgerichte activiteiten/-werkzaamheden zijn alleen toegestaan na afwijken, niet-publieksgerichte activiteiten/-werkzaamheden zijn bij recht toegestaan. Daarnaast levert het toestaan hiervan in een woningbouwlocatie levendigheid op, hetgeen ten goede komt aan de leefbaarheid van de wijk. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Bijbehorende bouwwerken, waaronder carports, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd.

Waarde - Archeologische verwachting 1 Ter bescherming van eventuele waardevolle archeologische resten is voor het zuidelijk deel van het plangebied de bestemming Waarde - Archeologische verwachting 1 opgenomen. Ter plaatse van deze dubbelbestemming mag alleen onder voorwaarden of na het verkrijgen van een omgevingsvergunning worden gebouwd.

6.2.2

Algemene regels

Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. De regelingen die wel specifiek om aandacht vragen betreffen de algemene bouwregels en algemene gebruiksregels:

Algemene bouwregels In verband met de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied zijn ondergrondse bouwwerken, waaronder kelders, niet toegestaan.

Algemene gebruiksregels

70

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat Dit artikel geeft aan wat in ieder geval als strijdig gebruik met de bestemmingen wordt gezien. Ook is een algemene gebruiksregel opgenomen in verband met de parkeernormering. Voldaan moet worden aan de gemeentelijke parkeernormen.

toelichting (ontwerp)

71

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat

Hoofdstuk 7

Financiële toelichting

Voorliggend bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk, dat is benoemd in artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat tegelijkertijd met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet worden vastgesteld, waarmee de gemeente de door haar te maken kosten kan verhalen op de initiatiefnemer. Een exploitatieplan hoeft niet vastgesteld te worden indien verhaal van exploitatiekosten anderszins is verzekerd (op een andere manier geregeld is) en tevens locatie-eisen en regels voor woningbouwcategorieën niet nodig zijn of anderszins zijn verzekerd.

De ontwikkeling van voorliggend plan betreft een particulier initiatief. De gemeente neemt niet deel aan de ontwikkeling van het plan. De gemeente verzorgt de planologische kaders na toetsing van de planontwikkeling. De kosten verband houdend met dit bestemmingsplan, alsmede met de uitvoering ervan, zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De door de gemeente te maken kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd via een anterieure overeenkomst, die is gesloten met initiatiefnemer. Ditzelfde geldt voor eventuele planschade. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk.

72

toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat

Hoofdstuk 8 8.1

Overleg en inspraak

Vooroverleg

Het voorontwerpbestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verzonden aan een aantal overlegpartners, te weten het Waterschap Rivierenland en de Provincie Gelderland. De vooroverlegreacties en de gemeentelijke reactie daarop zijn als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan. De reacties hebben geen inhoudelijke gevolgen voor het bestemmingsplan.

8.2

Inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan Oosterhout heeft conform de gemeentelijke inspraakverordening voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is één inspraakreactie binnengekomen. Voor een samenvatting en beantwoording van deze inspraakreactie wordt verwezen naar de bijlage. De inspraakreactie heeft geleid tot een geringe aanpassing van de plangrens en een verduidelijking van de wijze van ontsluiten (de ontsluiting richting de Lage Wick is uitsluitend bedoeld voor langzaam verkeer).

8.3

Zienswijzen

p.m.

toelichting (ontwerp)

73

bestemmingsplan Oosterhout, Peperstraat

Eindnoten 1. Tekst ontleend aan: Imoss stedenbouw landschap buitenruimte (2019), Oosterhout, Beeldkwaliteitsplan Peperstraat. Projectnummer 15082-R, 12 december 2019. 2. Stec Groep (2017), Laddertoets Plan Peperstraat. 16.074. 9 mei 2017. 3. Per 1 juli a.s. treedt een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt aangepast. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is de toets aan de Ladder reeds doorlopen onder het 'oude' regime van voor 1 juli 2017. Bij de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening is geen overgangsrecht opgenomen. Omdat in voorliggend bestemmingsplan de oude ladder is toegepast is daarmee tevens voldaan aan de nieuwe motiveringsvereisten. 4. Ingenieursbureau Land (2016), Verkennend bodemonderzoek Peperstraat te Oosterhout. Projectnummer 76950.27. 28 januari 2016. 5. Ingenieursbureau Land (2017), Rapportage historisch onderzoek Peperstraat 48. Kenmerk: B0177445-RC. 14 juli 2017. 6. SAB (2017), Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Oosterhout Hogewei fase 2. Projectnummer 160176, 7 juli 2017. 7. Bedrijven en milieuzonering, Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 2009, ISBN: 9789012130813. 8. Antea Group (2018), Memo Bedrijven en milieuzonering Peperstraat Oosterhout. Projectnummer 0420092.00, 6 maart 2018. 9.

De Omgevingsjurist (2020), Locatie-specifiek onderzoek spuitzonering bouwplan Peperstraat te Oosterhout. 28 januari 2020. 10. Omgevingsdienst Regio Arnhem (2018). Paragraaf externe veiligheid BP Hoge Wei II. 24 januari 2018. 11. AnteaGroup (2017), Quickscan externe veiligheid. Projectnummer 420092 - AA73. 8 november 2017. 12. AnteaGroup (2017). CAROLA-berekening en Verantwoording Groepsrisico. Projectnummer 410092 AA73. 8 november 2017. 13. Omgevingsdienst Regio Arnhem (2018). Paragraaf externe veiligheid BP Hoge Wei II. 24 januari 2018. 14. AnteaGroup (2017). CAROLA-berekening en Verantwoording Groepsrisico. Projectnummer 410092 AA73. 8 november 2017. 15. AnteaGroup (2017), Quickscan externe veiligheid. Projectnummer 420092 - AA73. 8 november 2017. 16. Grontmij (2008), Waterplan Overbetuwe. Referentienummer: 11/99039256, 23 april 2008. 17. Boot (2017), Rapport Waterhuishouding Hoge Wei II, Oosterhout. Documentnummer P16-0281-005, 13 oktober 2017. 18. Staro (2017), Quickscan flora en fauna Peperstraat te Oosterhout. Rapportnummer 15-0306/17-0173. 19. Staro (2017), Resultaten onderzoek steenuil en kerkuil Peperstraat te Oosterhout. Projectnummer: 16-0044/17-0173. 10 september 2016, aangepast mei 2017. 20. DGMR (2019), Onderzoek stikstofdepositie Hoge Wei. Rapportnummer: M.2019.1190.11.R002, 2 december 2019. 21.

ADC ArcheoProjecten (2017), Peperstraat 48 en omgeving, Oosterhout (gemeente Overbetuwe). Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC Rapport 4033. 5 mei 2017. 22. BeoBom (2016). Explosievenonderzoek Oosterhout, Hoge Wei 1 en 2. Projectnummer 2016-BB-41. 1 september 2016.

74

toelichting (ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=OverBetuwe&id=6001d9ae-003b-4605-a8b1-7c90a79e12ba