CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16' - Bijlage 2 (Concept IRP).pdf

Forum Ruimte 7 juli 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5.: Raadsvoorstel ‘Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16’27.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Waar warmte gebruikt wordt voor het productieproces is het aardgasvrij maken van bedrijventerreinen een uitdaging gezien de beperkte beschikbaarheid van hoge temperatuur warmte in de regio. Bij het intensiveren of uitbreiden van bedrijventerreinen moet de vraag hoe de (toekomstige) warmtevraag wordt onderdeel van de plannen zijn.

Ruimte voor energie infrastructuur Elektriciteit Duurzame opwek moet aangesloten worden op het elektriciteitsnetwerk. Dit vraagt een verzwaring van het bestaande netwerk. Daar is fysieke ruimte voor trace’s en stations voor nodig. Uitbreiding van de energieinfrastructuur vraagt om langjarige voorbereiding en brengt grote investeringen met zich mee. Een belangrijk reden om nu al planmatig samen te werken en de verschillende opgaven te clusteren. Zo kunnen we gebruik maken van hogere netvlakken tot aan het hoogspanningsnet van TenneT. De stroomproductie wordt meer afhankelijk van grillig weer. Dat vraagt om een flexibel energiesysteem dat zorgt dat vraag en aanbod matchen. Dat kan met bijvoorbeeld opslag, back-up productie, omzetten van stroom in waterstof of warmte en koppeling met het buitenland (inen export van duurzaam opgewekte elektriciteit). Dit vraagt ruimte. Warmte Vanuit de Transitievisies Warmte zal duidelijk worden aan welke warmteoplossingen in welke wijken/buurten/ gebieden gewerkt gaat worden. De ruimtelijke impact hangt ook daarmee samen. Het gaat hoofdzakelijk om ruimte voor energie infrastructuur. Denk daarbij aan de plaatsing van regelstations in wijken, warmteleidingen en opwekinstallaties (in wijken of daarbuiten). Dit vraagt aandacht in de toch al zo drukke ondergrond, bijvoorbeeld op verstedelijkingsknooppunten en in oude binnensteden.

Wanneer in de regio veel gekozen wordt voor allelectric oplossingen(warmtepompen) dan neemt de elektriciteitsbehoefte sterk toe. Dit vraagt om netverzwaring en aanzienlijk meer grootschalige opwek van duurzame elektriciteit.

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

95

Windenergie Zonne-energie

Huidige harde planlocaties voor duurzame energie

96

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

Samenhang met de andere pijlers Energie gaat meer ruimte vragen en het wordt meer zichtbaar in de stad en in het landschap. De nationale doelstellingen op CO2 reductie hebben een doorwerking op alle pijlers. Mobiliteit: de CO2-uitstoot van mobiliteit zal tot 2040 sterk gereduceerd worden. Vanaf 2030 zijn er bijvoorbeeld geen nieuwe benzine en dieselauto’s meer te koop. Dat betekent dat er dan 1,8 miljoen laadpalen in Nederland zullen staan. Dat leidt tot een aanvullende elektriciteitsvraag waarvoor verzwaring van het bestaande netwerk nodig is. Ook moet er rekening gehouden worden met piekbelasting met grote vermogens als iedereen tegelijk gaat opladen. Tijdelijke opslag en zelfs teruglevering (vehicle to grid) helpt om het net in balans te houden. Door laadinfra en duurzame energie met elkaar te matchen kan efficiënter gebruik gemaakt worden van het elektriciteitsnetwerk. Wonen: gezond leven in een stedelijke regio vraagt om een duurzame woningvoorraad, duurzame elektriciteitsopwek en duurzame warmtebronnen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Om de energiebehoefte te beperken is het logisch om principes te ontwikkelen die de impact van verstedelijking op de energievraag zo klein mogelijk maken. Verstedelijkingslocaties zullen hun bijdrage moeten leveren aan de opwekking van duurzame energie. Nieuwe wijken en bedrijventerreinen kunnen energieneutraal of -positief zijn.

De grootste opgave is het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Gemeenten maken hiervoor zelf een Transitievisie Warmte en werken hierbij regionaal samen in de RES.

In 2050 moet de landbouw en het landgebruik klimaatneutraal zijn. Een ingewikkelde uitdaging, daar een deel van de uitstoot van broeikasgas niet te vermijden is: koeien produceren methaan en uit kunstmest komt lachgas vrij, beide broeikasgassen. Anderzijds legt de sector ook CO2 vast: in de bomen, de bodem en het gras. Dat draagt weer bij aan de reductiedoelstelling. Economie: ook bedrijven en industrie leveren een belangrijke bijdrage aan CO2 reductie. Een koppeling van opgaven is daarbij kansrijk. Bijvoorbeeld de koppeling tussen het verdichten met bedrijventerreinen en energieopwekking en de koppeling van de ontwikkeling naar een circulaire landbouw en energieopwekking. Verder zijn marktpartijen nodig om de energietransitie vorm te geven. Bijvoorbeeld voor het isoleren van woningen en het aanleggen van warmtenetten en zonnepanelen. Dit biedt de komende decennia kansen voor bedrijven uit de regio. En vraagt tegelijkertijd meer geschoold personeel om hier uitvoering aan te geven. In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas. De grondstoffen komen uit biomassa, reststromen en -gassen. De restwarmte gebruikt de industrie zelf of levert die aan de tuinbouw of gebouwen en woningen.

De industrie is dan naast gebruiker van energie ook producent en buffer van energie.

Groen en landschap: elektriciteitsopwekking vraagt ruimte. Windmolens en zonnevelden hebben ontegenzeggelijk een impact op het landschap. Het vraagt aandacht dit goed in te passen en de impact te beperken. Er liggen kansen om de landschappelijke opgave te koppelen aan de energieopgave. Mogelijk kan de energieopgave een aanleiding of een financiële drager zijn voor landschapsontwikkeling. In het Klimaatakkoord is speciaal aandacht voor de emissie van broeikasgassen uit veenweidegebieden. Dit biedt kansen om ontwikkelingen in deze gebieden mogelijk te maken. Bijvoorbeeld verhoging van het waterpeil in combinatie met het plaatsen van zonnevelden of windmolens.

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

97

2.4

DE REGIO IN LAGEN

Laag 1: Regio

Groene Scheggen Landbouw Bosgebied / Utrechtse Heuvelrug Groenblauwe verbindingen

Laag 2: Groen-blauwe netwerk 98

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

Nieuwe bedrijventerreinen Woningbouwontwikkeling Nieuw hoogstedelijk gebied Historische kern Huidige bedrijventerreinen Huidige steden

Laag 3: Verstedelijking

Nieuwe bedrijventerreinen Woningbouwontwikkeling Nieuw hoogstedelijk gebied Historische kern Huidige bedrijventerreinen Huidige steden Vitale kernen Weg Fietsroute

Laag 4: Mobiliteitsnetwerk HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

99

Perspectiefkaart: Regio Utrecht in 2040

Zoekgebied regionaal bedrijventerrein Groene scheggen Landbouw Bosgebied / Utrechtse Heuvelrug Groenblauwe verbindingen Nieuwe bedrijventerreinen Woningbouwontwikkeling Intensivering stedelijk gebied Historische kern Huidige bedrijventerreinen Huidige steden Vitale kernen Weg Fietsroute Utrecht Centraal Treinstation aan het wiel Treinstation (zwaar) Treinstation 100

Tram-/bushalte HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/414/documents/12342