CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16' - Bijlage 7 (Overzicht reacties consultatieronde colleges).pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 16.: Raadsvoorstel ‘Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16’34.128 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De kanttekening, die voor veel gemeenten geldt, is we dat fijnmazig versterken van de lijnen die naar Utrecht (het stedelijk gebied) lopen. De busverbinding tussen Houten en Nieuwegein is inmiddels ontsluitend vervoer een aandachtspunt blijft. In het OV netwerkperspectief van de provincie werken we deze uitgekleed. Neem daarom ook regionale verbindingen op (zie specifieke opmerkingen); opgave verder uit. Voor fiets geldt ook dat in de hele regio investeringen nodig zijn. Waarbij samen met het Rijk gewerkt moet worden aan grootschalige projecten die nodig zijn voor het slechten van barrières zoals rivieren, kanalen en Rijkswegen. Bijvoorbeeld een fietsverbinding naar Culemborg over de Lek en een fietsverbinding naar Nieuwegein en Vianen ook met fietsbruggen over de lek en over het Amsterdam Deze verbindingen/investeringen staan in het IRP genoemd, conform de meer gedetailleerde ambtelijke Rijnkanaal. Hier mag meer aandacht voor zijn in het perspectief; opmerkingen van gemeente Utrecht is het geschetse belang sterker in het stuk opgenomen. Investeringen in weginfrastructuur zijn noodzakelijk, niet alleen vanwege bereikbaarheid maar ook vanwege leefbaarheid. Bij een regionale woningbouwopgave als deze is het een illusie om goede bereikbaarheid en leefbaarheid na te streven met uitsluitend openbaar vervoer en fietsinvesteringen.

Deze investeringen zijn vooral nodig bij verleggingen van rondwegen, maken van aansluitingen op Rijkswegen en aanpassingen/verbeteringen in de lokale infrastructuur. In het IRP staat de oprit Limesbaan A12 opgenomen, dit moet worden vervangen door op- en afrit Limesbaan A12 richting Arnhem. Dit is noodzakelijk voor het mogelijk maken van woningbouw in Houten en Bunnik, ook ligt er al een bestuurlijke overeenkomst dat de Limesbaan (N421) een volledige aansluiting op de A12 krijgt. Dit moet volgens ons worden opgenomen in het IRP. Daarbij herinneren wij u ook nog graag aan de motie 031-2020 van onze gemeenteraad (zie ook de opmerkingen in de bijlage). De tekst is waar mogelijk aangepast. In aanvulling op het tweede punt in deze brief is het ook noodzakelijk dat invulling wordt gegeven aan een praktisch plan van aanpak hoe de genoemde activiteiten in het perspectief en programma tot uitvoering worden gebracht (aanpak, doel, resultaat, financiën, organisatie, samenwerking et cetera). Dit is vooralsnog afwezig. Gemeenten hebben behoorlijk geïnvesteerd zowel qua financiële middelen als in menskracht bij het ontwikkelen van het Integraal Ruimtelijk Perspectief en Programma. Het zou jammer zijn als deze investeringen en de inspanning die hiermee gepaard is gegaan zou uitdoven.

Daarom vragen wij u om bij de aanbieding van het Concept IRP een (concept) plan van aanpak voor het vervolg, maar op zijn minst een beschrijving daarvan, aan de stukken toe te voegen (dit plan van aanpak zien wij als stuk voor de colleges en niet voor de raden). Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4. Integrale regionale opgave: De vertaling van de integrale regionale opgave, zeker ook in kaartbeeld, laat zien dat we als regio voor grote uitdagingen staan. Gezien het belang van bereikbaarheid en de samenhang met de woningbouwopgave is het niet verwonderlijk dat deze onderwerpen het meest zijn uitgewerkt. Daarbij valt op dat voor de woningbouwopgave de nadruk ligt op de kwantitatieve opgave. De vertaalslag naar de kwalitatieve behoeften zal nodig zijn om duidelijk te maken hoe de woningbouwopgave aansluit bij het idee van een gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. De opgave voor groen, landschap en water lijkt nog niet scherp gekoppeld aan de andere opgaven. Met name de (ruimtelijke) impact van de grote vraag naar extra groen en recreatie zijn niet scherp vertaald. Dat maakt het moeilijker om het realiteitsgehalte van de benoemde ambities te toetsen. Leidt niet tot aanpassingen. Voor de vervolgstappen wordt ingezet op regionaal programmeren, investeringsstrategieën en allianties.

Een uitwerking hiervan staat nog als pm in het document. Afhankelijk van de specifieke uitwerking zal dit om een nadere reactie vragen vanuit IJsselstein. Wij vragen aandacht voor een goede afstemming over deze vervolgstappen en een helder gesprek op de verschillende bestuurstafels om tot gezamenlijkheid te komen op deze belangrijke onderdelen. Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4. Leidt niet tot aanpassingen. We richten ons als regio op de verbindingen die opgenomen zijn in het regionaal Toekomstbeeld OV; het grote wiel en de verbindingen die daar mee samen hangen is expliciet afgevallen in het Toekomstbeeld en komt dus niet terug in het IRP. Diverse verbindingen tussen achterland en regiopoorten en/of multimodale hubs moeten voorzien in de gewenste goede verbindingen.

Ijsselstein

Mobiliteit

Ijsselstein

Mobiliteit

Ijsselstein

Groen, landschap en water

Ijsselstein

Groen, landschap en water

Ijsselstein

Groen, landschap en water

Ijsselstein

Wonen

Ijsselstein

Vitale kernen

Ijsselstein

Werken

Montfoort

Algemeen

Montfoort

Algemeen

Montfoort

Algemeen

Montfoort

Vitale kernen

Montfoort

Vitale kernen

Montfoort

Vitale kernen

Bij redeneerlijn 2, Keuzes voor duurzame mobiliteit, ligt de focus op het kleine wiel met spaken. Wij willen aandacht vragen voor het belang van het grote wiel. Juist het grote wiel is van belang om het achterland van de metropool Utrecht goed aan te hechten op de agglomeratie. Om de mobiliteitsdruk te verlichten voor met name de stad Utrecht, worden parkeermaatregelen en beprijzing maatregelen voorgesteld. Deze zullen een effect hebben op gemeenten en wijken rondom de stad Utrecht. Daarbij komt dat een van de twee toekomstscenario’s voor mobiliteit bij onvoldoende effect van de voorgestelde maatregelen, uitgaat van een sterkere inzet op onder meer de Leidt niet tot aanpassingen. Sterk inzetten op generek mobiliteitsbeleid incl beprijzen en parkeermaatregelen parkeermaatregelen en beprijzing. Is een indicatie te geven van de gevolgen voor omliggende wijken en gemeenten? Wat wordt hiermee is een belangrijke hoeksteen van de beleidslijn voor mobiliteit in het IRP. De vraag over mogelijke effecten feitelijk van deze wijken en gemeenten gevraagd? maakt onderdeel uit van vervolgonderzoek U Ned. Wij plaatsen nog een kanttekening bij de uitbreiding van het huidige bos langs de Noord-IJsseldijk in IJsselstein. Vergroting van dit bos achten wij niet onmogelijk, maar zal met aandacht voor bestaande landschappelijke waarden, zoals zichtlijnen en openheid, gerealiseerd moeten worden.

Aan de noordwestkant, bij de N228, zien wij goede mogelijkheden, ook door de ontwikkelingen die Staatsbosbeheer hier wil realiseren. Dichter bij de kern IJsselstein staat de openheid van het gebied meer onder druk, waarmee een verdere uitbreiding van het bestaande bos in deze richting niet wenselijk is. De kaart is hierop aangepast. In de redeneerlijn 1, De Utrechtse trots als basis, zijn verschillende beelden opgenomen die niet volledig overeenkomen met de weergaven in andere redeneerlijnen. Bij de confrontatie tussen de verschillende redeneerlijnen zal aandacht moeten zijn voor de haalbaarheid van met name groen- ambities. Juist door een slimme koppeling, zoals wordt voorgesteld binnen deze redeneerlijn, kan tot een betere planvorming worden gekomen, zoals het Kromme IJsselpark laat zien. In de thema uitwerking wordt hierbij nog aangegeven dat voor de Hollandsche IJssel scheg, in samenhang met Rijnenburg en de A12 zone, een grote extra opgave voor recreatiegebied wordt voorzien. Deze oppervlakte lijkt niet in verhouding te staan tot andere gebieden. Is onderzocht of deze extra hectares recreatiegebied daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden, rekening houdend met de andere ruimtevragen die in dit gebied spelen? De opgave voor groen, landschap en water lijkt nog niet scherp gekoppeld aan de andere opgaven.

Met name de (ruimtelijke) impact van de grote vraag naar extra groen en recreatie zijn niet scherp vertaald. Dat maakt het moeilijker om het realiteitsgehalte van de benoemde ambities te toetsen Daarbij valt op dat voor de woningbouwopgave de nadruk ligt op de kwantitatieve opgave. De vertaalslag naar de kwalitatieve behoeften zal nodig zijn om duidelijk te maken hoe de woningbouwopgave aansluit bij het idee van een gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen

Leidt niet tot aanpassingen. Het is van belang om de landschappelijke en recreatieopgaven te integreren in andere opgaven. Dan wordt het een integraal plan en dat is belangrijk. Zonder meekoppeling met andere functies is de groen en recreatieopgave inderdaad niet realiseerbaar. Dus ' met de U16 maken we de regio een voor allen, allen voor een!' --> samen staan we voor de opgave. Dit is in voorbereiding. Een systematiek daarvoor is opgenomen in het hoofdstuk uitvoeringsstrategie. De 'koppeling' maakt onderdeel uit van fase 4.

Wordt nader uitgewerkt in fase 4.

Bij redeneerlijn 3, Een gezonde regio begint met vitale kernen, is aangegeven dat de woningbouw en omlegging van de N210 bij IJsselstein hand in hand gaan. De opmerking dat deze ontwikkelingen niet mogen leiden tot meer verkeer op provinciale en hoofdwegen kan voor verwarring zorgen. Wij begrijpen dat een toename van autoverkeer niet tot problemen moet leiden op provinciale en hoofdwegen. Daarom wordt nu een onderzoek uitgevoerd door de provincie naar de huidige knelpunten op de N210, waaruit blijkt dat op termijn ingrijpende maatregelen nodig zijn om deze knelpunten goed aan te pakken. Juist voor de vitaliteit van kleine kernen is mobiliteit en bereikbaarheid over provinciale wegen van belang. Wij willen de woningbouwopgave van onze gemeente dan ook inzetten om een bijdrage te leveren aan deze noodzakelijke maatregelen. De redenering dat woningbouw niet mag leiden tot meer verkeer, is dan ook te rigide en doorsnijdt de ambities om kernen in de U16 vitaal te houden. Voor IJsselstein betekent is de woningbouwopgave cruciaal want zonder deze nieuwe woningen zit de woningmarkt in IJsselstein op slot en zal door afvloeiing van starters en jonge gezinnen de vergrijzing versterkt doorzetten en het inwoneraantal afnemen. Dit is funest voor het voorzieningenniveau, waarmee IJsselstein niet meer aantrekkelijk is voor de doelgroepen die juist nu in IJsselstein willen blijven wonen.

De teksten zijn waar mogelijk aangepast. Bij de redeneerlijn 7, Verdichten en (niet) mengen werklocaties, worden verschillende maatregelen voorgesteld om te komen tot een reductie van de verwachte vraag naar bedrijventerrein. Voor IJsselstein is aangegeven dat de meeste bestaande bedrijventerreinen gerevitaliseerd moeten worden. Wij merken op dat een deel van deze bedrijventerrein recent is aangelegd (met name Over Oudland). De uitdaging om bedrijventerreinen aantrekkelijk en courant te houden is reëel, maar het is aan de gemeente om te bepalen of revitalisering het juiste middel is om deze doelen na te streven. De voorgestelde maatregelen kunnen dan ook alleen als suggestie worden opgenomen in de tekst, waarbij wordt aangegeven dat we als regio gebaad zijn bij courante, levensvatbare bedrijventerreinen die zich waar mogelijk blijven door ontwikkelen. De uitspraken van BT Economie van 23 maart zijn hierin overgenomen.

De status van het IRP in relatie tot de gemeentelijke omgevingsvisies vinden wij onduidelijk. Toelichting, in het IRP staat (pagina 11) …. “Waarbij de uitgangspunten van het IRP worden verankerd in de lokale omgevingsvisies”. In de begeleidende brief vanuit de bestuurlijke opdrachtgevers REP staat: “Het IRP kan hiermee doorwerken in de omgevingsvisies.” Onze suggestie is dat we afspreken om de uitgangspunten van het IRP waar dat kan in de lokale omgevingsvisies te verankeren. De belangen van alle U16 gemeenten dienen in het IRP opgenomen te zijn. Wij ervaren echter dat de provinciale en stedelijke belangen voorop staan in het IRP, de focus ligt op binnenstedelijke ontwikkelingen en grote mobiliteitsingrepen. Graag blijven wij met u in gesprek over hoe het IRP van toegevoegde waarde kan worden voor alle deelnemende gemeenten. Wij onderschrijven dat we boven regionaal afspraken moeten maken in het IRP, maar wij zien ook dat het IRP op veel gemeentelijke belangen op detail ingaat, dit detailniveau is onzes inziens onnodig voor de grote opgaven op het gebied van wonen en werken. Wij zijn van mening zijn dat hiermee de autonomie van de gemeente wordt aangetast. Wij onderschrijven het belang van vitale kernen zoals u die hebt beschreven op pagina 47 en 49, waarvoor wij in de periode 2020-2030 430 nieuwe woningen willen realiseren.

Maar zien gelijke tijd dat hier een aantal randvoorwaarden zijn geformuleerd die uitbreiding zouden kunnen blokkeren, t.w.: - Deze kernen blijven zich ontwikkelen waar dat mogelijk is in samenhang met de doelstellingen voor groen, landschap en mobiliteit. - De ontwikkeling van deze kernen wordt gekoppeld aan andere opgaven zoals het verbeteren van groen, landschap, water, energie of werken. - Het uitgangspunt is dat ontwikkeling niet mag leiden tot een zwaardere belasting van het bestaande wegennet. - Waarbij we ook oog hebben voor een rendabele exploitatie van ov-verbindingen Wij zien een stapeling van ambities met bijkomende eisen en zien dat door deze stapeling de uitbreidingslocaties dusdanig (economisch) onaantrekkelijk worden dat wij vrezen voor afstel. Wij zien o.a.: - aan woningbouw-ontwikkeling worden elementen toegevoegd, zoals Landschap, water en groen-inclusief ontwikkelen (p. 35); - natuurinclusiviteit & klimaatadaptief (p. 37) en - de Handreiking ‘Vitaliteit met kwaliteit’ (p.49). Montfoort streeft naar leefbare vitale kernen in de gemeente. Wij zijn dan ook zeer content met de prominente plek die vitale kernen in het IRP innemen. Wel zijn wij van mening dat voor het vitaal houden van kernen een gelijkblijvende of licht groeiende bevolking noodzakelijk is.

Dit voor voldoende klandizie voor de lokale ondernemers, behoud van het verenigingsleven en het behouden van basisschoolvoorziening(en). De omvang van de groei en hoe deze te accommoderen in de gemeente is een lokale aangelegenheid passend bij de structuur van de kern zelf, tenzij een regionaal belang in het geding komt.

De teksten zijn waar mogelijk aangepast. De status van het IRP is verduidelijkt en genuanceerd.

Het IRP beoogt evenredige aandacht te geven aan alle onderdelen van de regio.

De teksten zijn waar mogelijk aangepast. De status van het IRP is verduidelijkt en genuanceerd.

De teksten zijn waar mogelijk aangepast.

Leidt niet tot aanpassingen.

Leidt niet tot aanpassingen.

Montfoort

Vitale kernen

Montfoort

Vitale kernen

Montfoort

Mobiliteit

Montfoort

Wonen

Het perspectief “In 2040 zijn ook kleine en middelgrote kernen in de regio vitaal en dynamisch” (punt 5 van pagina 31) wordt alleen gekoppeld aan woningbouw. Wij stellen voor dit uit te breiden met de volgde onderdelen - kleine kernen en het landschap zijn complementair aan de stedelijke gebieden. Samen vormen ze een divers en samenhangend geheel. - in de kernen worden woningen bijgebouwd voor de lokale en bovenlokale behoefte en indien nodig worden daar afspraken over gemaakt in de regio. Daarnaast wordt er gewerkt aan andere zaken die de vitaliteit beïnvloeden zoals bv. voorzieningen, bereikbaarheid en (sociale en ruimtelijke) samenhang. De tekst is op hoofdlijnen aangepast. De specifieke tekstvoorstellen zijn niet overgenomen. Graag zouden wij afspreken dat bij ontwikkelingen lokaal een integrale afweging gemaakt wordt over de kwalitatieve aspecten uit de handreiking Vitaliteit met kwaliteit. En dat deze handreiking inderdaad ter inspiratie wordt gebruikt en niet wordt voorgeschreven als verplichte werkwijze Het IRP onderschrijft dit. Leidt niet tot aanpassingen. Wij begrijpen de zorg om het wegennet niet te zwaar te belasten en dat we gezamenlijk oplossingen moeten zoeken om de mobiliteit te verbeteren (o.a. fiets en OV).

Wij zien wij echter een verslechtering in de kwaliteit van de OV (strekken van de lijnen) en de nadruk wordt gelegd bij de rendabiliteit van de exploitatie. Ook investeringen in verbetering van de fietsinfrastructuur worden vanwege het relatief kleine aantal gebruikers ten opzichte van de overige gemeenten niet gefinancierd. De huidige uitgangspunten maken het daarom onmogelijk de mobiliteit te verbeteren zonder dat de automobiliteit zal toenemen. De mobiliteit (auto’s, fietsers en OV) van de Lopikerwaard wordt ons inziens te weinig vormgegeven. Strekken van lijnen zorgt juist voor betere ov-kwaliteit: snellere verbindingen. Leidt niet tot aanpassingen. Wij begrijpen het aantal woningen dat vermeld staat op pagina 140 (430). Dit aantal is ook vastgesteld in onze raad van 27 januari 2020. Het woningbouwprogramma behelst echter de periode 2020-2030. Voor de periode 2030-2040 nog geen woningbouwprogramma vastgesteld. We zien graag verwoord dat de periode tot aan 2040 nog lokaal bezien wordt wat onze behoefte voor eventuele woningbouw is om vitale kernen te behouden. Bij de tabel is een opmerking hierover opgenomen.

In uw aanbiedingsbrief schrijft u dat na het verwerken van de reacties uit de colleges het ontwerp IRP wordt omgezet naar een Concept IRP, welke via het college wordt aangeboden aan de gemeenteraad en dat u de zienswijze vanuit de gemeenteraad graag ontvangt uiterlijk 1 juli. Vanzelfsprekend gaan wij er wel vanuit dat de RES bij de gemeenten bekend is bij de behandeling van de IRP in de raad.

Montfoort

Proces

Nieuwegein

Algemeen

Nieuwegein

Mobiliteit

Nieuwegein

Mobiliteit

Nieuwegein

Mobiliteit

Wij hebben eerder al signalen afgegeven dat de datum van 1 juli voor ons niet haalbaar is omdat de gemeenteraad van Montfoort in juni niet vergaderd. Wij zullen u na behandeling in de commissie (21 of 22 juni) op de hoogte stellen van het voorstel aan de gemeenteraad en na 5 juli 2021 (raadsvergadering) op de hoogte stellen van het raadsbesluit. Wij realiseren ons dat de totstandkoming van het IRP een majeure opgave is en constateren dat er met dit concept een stevige basis ligt, waarin nog wel witte vlekken zijn opgenomen. Het is van belang om tot goede afspraken te komen hoe we bij de invulling van deze witte vlekken vast blijven houden aan een integrale afweging van het ruimtelijk perspectief. Wij zien dat in het Ontwerp IRP de regionale bypass A12 niet in de perspectiefkaart is opgenomen, dat sluit aan bij de regionale redeneerlijnen en perspectieven op het thema mobiliteit. Wij ondersteunen deze keuze van harte en willen nogmaals benadrukken dat een regionale bypass A12 vergaande consequenties zou hebben voor Nieuwegein: op de toename van mobiliteit door Nieuwegein heen, op de leefbaarheid van de bestaande stad en de ontwikkelkansen en kwaliteiten van de A12 zone.

Uitbreiding van de weginfrastructuur in dit gebied past in onze ogen niet bij de kwaliteit van gezond stedelijk leven, zal de ontwikkelruimte van de A12 zone inperken en de mobiliteitsstrategie om het aantal auto’s niet mee te laten groeien onuitvoerbaar maken. Op de kaart mobiliteitsnetwerk 2040 (p. 44 en p. 93) en op de energiekaart (p. 90) zien we de bypass wel terug, we gaan er vanuit dat hier per abuis een oude kaart is opgenomen en verzoeken u ook hier de bypass van deze kaart af te halen. Eveneens in de teksten bij goede kaartbeelden (zie bijv. toelichting op p. 126 ‘optioneel een parallelstructuur’. Wij hebben zorgen over het ontbreken van een integrale afweging voor Groen en Landschap in het IRP. Een grote uitdaging in de regio is de schaalsprong die voor groen en landschap nodig is. De investering in landschap is tevens voorwaardelijk om de stedelijke opgaven te kunnen realiseren. De verwachting is echter dat er vanuit de verstedelijking nauwelijks financieel kan worden bijgedragen aan bovenplanse investeringen omdat de meeste ontwikkelingen binnenstedelijk worden gerealiseerd en veelal een tekort op de grondexploitatie hebben. Van belang is daarom ook om bij de rijkspartners de groenopgave scherp in beeld te brengen zodat er geen verstedelijking wordt gerealiseerd zonder daarbij ook te investeren in groen, recreatie en sport.

Bij de totstandkoming van het IRP waren de zoekgebieden voor zon- en windenergie nog niet bekend. Een integrale afweging heeft daarom nog niet volwaardig plaatsgevonden. Wij zouden graag zien dat in het IRP meer inzicht komt over hoe de zoekgebieden zich verhouden tot de andere functies. In hoeverre er verwacht kan worden dat dit conflicteert met zoekgebieden voor bijvoorbeeld bedrijventerreinen en woningbouw. Wat daarnaast nog onvoldoende in het IRP tot uitdrukking komt is dat het landschap rondom de stedelijke gebieden wel eens flink kan veranderen in een meer nadrukkelijker energielandschap om in de energiebehoefte van de stedelijke gebieden te voorzien. We hebben in onze ambities voor de Liesbosch bepaald dat de Liesbosch een belangrijk bedrijventerrein moet blijven, waar verdichting en deels ook woningbouw mogelijk is. Dit kan echter alleen maar onder de voorwaarden dat de systeemsprong op de vervoersknoop Westraven gerealiseerd wordt.

Leidt niet tot aanpassingen.

Leidt niet tot aanpassingen.

Leidt niet tot aanpassingen.

De kaart is hierop aangepast. De tekstuele vermelding wordt wel opgenomen. In andere trajecten zoals Uned wordt deze optie immers wel onderzocht.

Leidt niet tot aanpassingen. Deze veronderstelling klopt. Dat landschap randvoorwaardelijk is voor verstedelijking wil niet zeggen dat de verstedelijking de landschappelijke ontwikkeling moet betalen. Landschap en stedelijk ontwikkeling moet als 1 integrale opgave gezien worden. Bij stedelijke ontwikkelingen moet er dus een financieringsstrategie zijn voor het landschap. Dat kan inderdaad deels van het rijk komen. Het programma groen groeit mee doet onderzoek naar financieringsstrategien.

Nieuwegein

Groen, landschap en water

Nieuwegein

Energie

Nieuwegein

Energie

Nieuwegein

Werken

Oudewater

Algemeen

Oudewater

Algemeen

Oudewater

Energie

Oudewater

Proces

In alle eerlijkheid moeten wij bekennen dat diverse onderdelen van het door u voorgelegde Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) ver afstaan van de ruimtelijke uitdagingen in onze gemeente. De verstedelijking in de stad Utrecht en de as met spaken (de velg ontbreekt) als mobiliteitsoplossing raken Oudewater niet of nauwelijks. Uiteraard begrijpen wij dat dergelijke ingrepen indirecte effecten (kunnen) hebben op onze gemeente. In onze reactie beperken wij ons echter tot de voor onze gemeente relevante onderwerpen. Leidt niet tot aanpassingen. Het bovenstaande doet niets af aan het feit dat wij het proces om tot een regionale visie te komen steunen. Een regionale visie is een goed instrument voor afstemming tussen gemeenten. Deze afstemming komt ten goede aan de ruimtelijke ontwikkeling op regionaal én lokaal niveau. Daarnaast zijn wij als regio op basis van een gezamenlijke visie beter in staat om onze belangen bij de provincie Utrecht en het Rijk te behartigen. Overigens verwacht wij van de provincie dat zij zich, gezien de intensieve betrokkenheid bij het voortraject, verbindt aan het IRP. Leidt niet tot aanpassingen. Integraliteit RES- en REP-proces. In de afgelopen periode is bestuurlijk gekozen voor het verruimen van de planning voor de RES U16 van 1 juli naar 1 oktober 2021.

Op dit moment is voor ons onduidelijk welk effect dit heeft op het proces voor het Regionaal Economisch Perspectief en Programma (REP), waar het IRP onderdeel van uitmaakt. Wij hopen dat hier op korte termijn duidelijkheid over komt. Het is voor iedereen belangrijk om te weten op welke manier het IRP zich tot de RES verhoudt en op welke manier integratie tussen beide processen kan plaatsvinden. Bij het thema energie is in een kader opgenomen hoe wordt omgegaan met de ontstane situatie. In het voorgelegde document spreekt u de wens uit om de uitgangspunten van het IRP in lokale omgevingsvisies te verankeren. Vanuit een regionaal perspectief begrijpen wij uw wens. Het is echter aan de gemeenteraden om te beoordelen of zij hierin meegaan. Het IRP beschouwen wij als een bouwsteen voor onze lokale omgevingsvisie. Een bouwsteen waarin een regionaal perspectief op ruimtelijke ontwikkelingen wordt geschetst. Onze gemeenteraad zal beoordelen in hoeverre zij elementen uit dit perspectief opneemt in onze gemeentelijke omgevingsvisie. Het IRP zien wij dan ook niet als een kaderstellende, maar als een richtinggevende visie. De visie vormt vooral een instrument om de samenwerking tussen gemeenten mee te versterken. De teksten zijn waar mogelijk aangepast. De status van het IRP is verduidelijkt en genuanceerd.

Vitale kernen

In het IRP wordt veel aandacht geschonken aan het onderwerp vitale kernen. De visie erkent het belang van woningbouw voor de vitaliteit van kleine(re) kernen. Wij staan volledig achter dit standpunt. In het IRP wordt in dit kader over een handreiking genaamd ‘Vitaliteit met kwaliteit’ gesproken. Een handreiking gericht op kennisdeling is naar onze mening een goed idee. Wij verzoeken u echter met klem om geen voorstellen voor regionale voorschriften voor woningbouw in deze handreiking op te nemen. De provincie Utrecht stelt op dit moment al meer dan genoeg eisen aan woningbouwlocaties. Wij hebben geen behoefte aan additionele regionale voorschriften. Het is binnen de huidige provinciale kaders moeilijk genoeg om woningbouwlocaties te ontwikkelen. De teksten zijn waar mogelijk aangepast. De status van het IRP is verduidelijkt en genuanceerd.

Oudewater

Oudewater

Mobiliteit

Oudewater

Mobiliteit

Oudewater

Groen, landschap en water

Oudewater

Groen, landschap en water

Oudewater

Groen, landschap en water

Bij het thema energie is in een kader opgenomen hoe wordt omgegaan met de ontstane situatie. Doordat de zoekgebieden voor zon- en windenergie nog niet bekend zijn is ook de impact op het landschap moeilijk weer te geven. Tekstueel is dit wel opgenomen, maar het zal pas zichtbaar worden als de zoekgebieden opgenomen worden.

Leidt niet tot aanpassingen.

Leidt niet tot aanpassingen. De lijn die we in het IRP kiezen als inzet vanuit onze regionale verstedelijkingsstrategie richting mobiliteitsstudies met provincie en rijk is dat we opties waarbij de capaciteit van het wegennet zodanig moet worden uitgebreid dat dit leidt tot nieuwe doorsnijdingen op plekken waar we verstedelijkingslocaties hebben gepland onderaan de ladder voor de gecombineerde strategie verstedelijking/mobiliteit komen. Met name de zware knelpuntproblematiek op de Ring Utrecht Zuid (A12) In het verlengde van bovenstaande betoog zijn wij het niet eens met uw uitgangspunt over automobiliteit. U stelt dat in de toekomst in maakt dat hierdoor weinig ruimte is om rond bestaande op- en afritten en op de aansluitende provinciale de spits niet meer auto’s op het wegennet mogen rijden dan nu het geval is. De sterke groei aan woningen en arbeidsplaatsen mag niet wegen capaciteit toe te voegen en daardoor is de groei van autopendel in de spits effectief gellmiteerd door de leiden tot meer autogebruik in de spits. Voor kleine(re) kernen zonder goede OV-verbindingen is dit een onhoudbaar uitgangspunt. Net capaciteit van de bestaande wegenstructuur, op enkele kleine optimalisaties rond verstedelijkingslocaties en als u zijn wij voorstander van goed OV en uitstekende fietsverbindingen. Daarnaast snappen wij dat de doorstroming op het een paar bestaande plannen.

Daarom zetten we in op een stevig paket generiek mobiliteistbeleid in hoofdwegennet onder druk staat. Aan de andere kant is de auto voor inwoners van onze gemeente met afstand het belangrijkste combinatie met een schaalsprong in OV- en fietnetwerken. Daarbij willen we benadrukken dat we in U Ned vervoersmiddel. Een toename van het aantal woningen zal bij ons altijd gepaard gaan met een toename aan autogebruik. Wij verzoeken u doorgaan met studies over het uitbreiden van de het wegennet, ook op en rodn de Ring Utrecht. Voor 2025 dan ook met klem om uw uitgangspunt voor de meer landelijk gelegen gemeenten met kleine(re) kernen te nuanceren, zodat u meer zullen rijk en regio met elkaar besluiten of een verstedlijkingstrategie kan zonder het toevoegen van capaciteit recht doet aan de realiteit. op het wegennet of dat dit op een aantal plekken wel degelijk noodzakelijk is. In aanvulling op het bovenstaande stellen wij voor om de door u ingetekende snelfietsverbinding tussen Woerden en Gouda een andere route te laten volgen. Plaats de snelfietsverbinding niet volledig langs het spoor, maar sluit deze bij Papekop aan op de Johan J. Vierbergenweg om vervolgens via de Ruige Weide of de N228 de verbinding met Gouda te maken. Op deze manier verbindt u de kern Oudewater aan de snelfietsverbinding tussen Woerden en Gouda.

Vanuit het oogpunt van verbonden vitaliteit en de beperkt beschikbare OV-voorzieningen is het belangrijk dat Oudewater met deze routes verbonden is. Wij staan open voor eventuele alternatieve mogelijkheden om Oudewater op de snelfietsverbindingen aan te sluiten. De kaart is hierop aangepast. Wij vinden het goed dat er in het IRP veel aandacht uitgaat naar het onderwerp groen en landschap. Net als u zijn wij van mening dat het landschap, de cultuurhistorie, natuurgebieden, parken, plassen en rivieren de trots van onze regio zijn. De door u voorgestelde gebiedsgerichte aanpak ondersteunen wij. Ons landschap is zeer divers en elke plek kent zijn eigen uitdagingen. Een gebiedsgerichte aanpak doet recht aan deze diversiteit en kan ruimte bieden aan de belangen die in een specifiek gebied aanwezig zijn. Enkel op deze manier is het mogelijk om draagvlak te verkrijgen en vooruitgang te boeken bij de grote ruimtelijk opgaven voor het buitengebied. Voorbeelden van deze opgaven zijn de bodemdalingsproblematiek, de veranderende landbouw en het behoud en versterken van de biodiversiteit. Leidt niet tot aanpassingen Wij staan achter de door u geformuleerde ambities op het gebied van groen en landschap. Wel vragen wij aandacht voor de financiering van deze ambities. U stelt voor om groenontwikkeling te financieren vanuit verstedelijking.

Het gros van de verstedelijking vindt Dat landschap randvoorwaardelijk is voor verstedelijking wil niet zeggen dat de verstedelijking de momenteel binnenstedelijk plaats. landschappelijke ontwikkeling moet betalen. Landschap en stedelijk ontwikkeling moet als 1 integrale opgave Binnenstedelijke ontwikkeling is complex en kostbaar. Wij vragen ons sterk af of uw voorstel in de praktijk haalbaar is. Via het programma gezien worden. Bij stedelijke ontwikkelingen moet er dus een financieringsstrategie zijn voor het landschap. ‘Groen groeit mee’ worden de kosten van uw ambities en mogelijke financieringsbronnen in beeld gebracht. Het lijkt ons verstandig om Het programma groen groeit mee doet onderzoek naar financieringsstrategien. Dit wordt nader uitgewerkt in de financiële koppeling tussen verstedelijking en groen nader af te wegen wanneer het complete financiële beeld beschikbaar is. fase 4. Verder valt het ons op dat Oudewater niet wordt genoemd bij de toelichting op de polderscheg Lange Linschoten op pagina 68. Aangezien de Lange Linschoten zich op Oudewaters grondgebied bevindt, is dit vreemd. In dezelfde alinea willen wij dat u bij het kopje cultuurhistorie de Oude Hollandse Waterlinie vermeld.

Daarnaast spreekt u in het deelgebied Woerd, Waard en Vijfheerenlanden over de Kromme Linschoten, hetgeen de Lange Linschoten moet zijn en is de Limes niet opgenomen in het kaartbeeld op pagina 36. Ten slotte is het voor de versterking van de biodiversiteit in het landschap goed om in het IRP aandacht te schenken aan de aanleg van kleine landschapselementen (KLE’s), waaraan op dit moment al actief wordt gewerkt. De teksten zijn waar mogelijk aangepast.

Oudewater

Werken

Oudewater

Werken

Oudewater

Werken

Oudewater

Werken

Oudewater

Wonen

Oudewater

Wonen

Oudewater

Proces

Stichtse Vecht

Algemeen

Stichtse Vecht

Algemeen

Stichtse Vecht

Groen, landschap en water

Stichtse Vecht

Groen, landschap en water

Stichtse Vecht

Groen, landschap en water

Stichtse Vecht

Groen, landschap en water

Het IRP gaat uit van een forse groei aan woningen en arbeidsplekken tot aan 2040. U wilt beiden een plek geven zonder het groen en landschap te veel aan te tasten. Op het gebied van werken stelt u voor om wonen en werken waar mogelijk te mengen en bedrijventerreinen intensiever te gaan gebruiken. Met het intensiever gebruiken van bedrijventerreinen doelt u op het verhogen van het aantal arbeidsplaatsen per hectare. Leidt niet tot aanpassingen. Voor het bedrijventerrein Tappersheul, gelegen in de kern Oudewater, is in de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar intensiveringsmogelijkheden. Zowel de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) als wijzelf zijn tot de conclusie gekomen, dat De teksten zijn hierop aangepast. Voor elk terrein wordt een plan gemaakt hoe het betreffende terrein een intensivering niet haalbaar is. In onderliggende rapporten over bedrijventerreinen behorend bij het IRP deelt u deze conclusie. Wij gaan er bijdrage kan leveren aan de opgave. In het regionaal programma zijn alleen intensiveringsopgaven die dan ook vanuit dat de intensiveringsambitie niet van toepassing is op bedrijventerrein Tappersheul. gemeenten zelf hebben aangedragen opgenomen. Naast het intensiveren van bedrijventerreinen wordt voorgesteld om voor de plannen van nieuwe bedrijventerreinen een regionaal uitgifteprotocol op te stellen.

Aan de hand van het uitgifteprotocol kan op kwaliteit en uitgifte worden gestuurd. U geeft terecht aan dat de regie bij de verantwoordelijke gemeente blijft liggen. Het uitgifteprotocol dient vooral als monitoringsinstrument. Wij kunnen ons vinden in het zoeken van regionale afstemming, maar willen benadrukken dat het daarbij moet blijven. Uiteindelijk is het lokale bestuur aan zet voor keuzes over de inrichting en uitgifte van bedrijventerreinen. Daarnaast vragen wij ons af hoe dit regionale bedrijventerreinenprotocol zich verhoudt tot het regionale programma werken van de provincie Utrecht. Leidt niet tot aanpassingen. Verder wordt in het IRP de suggestie gedaan om te onderzoeken of een regionaal bedrijventerrein een oplossing kan zijn voor het accommoderen van de bedrijventerreinbehoefte. Wij staan achter dit standpunt en zien een regionaal bedrijventerrein als een mogelijke oplossing voor het faciliteren van de economische groei. Wij pleiten dan ook voor een zoektocht naar een locatie voor een regionaal bedrijventerrein in Utrecht-West en denken graag met u mee over voors en tegens van bepaalde locaties Leidt niet tot aanpassingen. Op het gebied van wonen hanteert u voor Oudewater aantallen, die wij voor het regionale programma wonen van de provincie hebben ingebracht. Logischerwijs kunnen wij ons vinden in deze kwantitatieve gegevens.

Het is echter wel goed om bij de woningbouwaantallen in het plancapaciteitsoverzicht een onderscheid te maken tussen woningbouw voor vitaliteit en de huidige harde plannen. Op dit moment wordt dit niet gedaan, waardoor alle plannen het kenmerk ‘bouwen voor vitaliteit’ krijgen. In onze ogen strookt dit niet met de realiteit en is een nuancering op zijn plaats. Leidt niet tot aanpassingen. Voor de eenvoud van de tabel is dit onderscheid niet gemaakt. Daarnaast stroken de kaartbeelden in het IRP nog niet met de kwantitatieve gegevens. Zo ontbreekt de uitbreidingslocatie Kerkwetering op uw kaarten. Wij hebben dit al meerdere keren aangegeven. Hierbij verzoeken wij u wederom om deze uitleglocatie op de kaarten op te nemen. Ter verduidelijking: het betreft het gebied tussen de Dijkgraaflaan in het zuiden, de Ruige Weide in het noorden, aan de westkant afgesloten door het Veenweidepark en aan de oostkant door de Kerkwetering. De kaart is hierop aangepast. Leidt niet tot aanpassingen. We hechten aan onze filosofie dat de U10 een netwerk is van colleges met de raden als besluitvormend orgaan. De uitdaging in een lichte samenwerking is vasthouden aan de positie van colleges en raden en tegelijkertijd te zorgen voor efficiënte en effectieve besluitvorming.

De lichtvoetige collegeregeling van de U10 is een reactie op het BRU als formele regeling en de wens van de gemeenten om in positie te blijven als het gaat om besluiten over hun eigen grondgebied. Binnen de U10 krijgen raden besluiten WIj zijn benieuwd op welke wijze u onze reactie in het ontwerp IRP verwerkt. Het is belangrijk dat alle U16-colleges de inhoud van het IRP voorgelegd door hun eigen college. Soms aan het begin van een proces (kaderstellend) en soms aan het eind. onderschrijven, voordat deze naar lokale besluitvorming wordt gebracht. Mocht u naar aanleiding van deze reactie vragen en/ of In deze rol worden raden geïnformeerd door hun eigen college en vindt besluitvorming plaats volgens de eigen opmerkingen hebben, dan horen wij dat uiteraard graag. Indien nodig zijn wij tot een mondelinge toelichting op deze brief bereid. procedures. Daarnaast gaan we ervan uit dat u openstaat dat wij als college nog in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op de eventuele In feite geen verdere acties voor het IRP. Procesmatig wordt het IRP aangeboden aan colleges. Daarbij kunnen aanvullingen op de redeneerlijnen vooraf aan het ontwerp IRP . colleges een zienswijzenvoorstel meegeven aan de Raden. Als Stichtse Vecht zien we dat de wereld om ons heen verandert.

De regio Utrecht, waar Stichtse Vecht deel van uit maakt, is de snelst groeiende regio in Nederland en dat merken we ook in onze gemeente. Zo kennen we een gespannen woningmarkt met hoge huur- en koopprijzen en lange wachtlijsten, hebben we te maken met drukte in het verkeer, lopen de bedrijventerreinen vol en staat het groene landschap onder druk door verstedelijkingsvraagstukken en door transformatie van de landbouwsector en de energietransitie. Deze opgaven kunnen we niet alleen aan en ze eindigen niet bij de gemeentegrenzen. Het is dan ook goed dat we als regio kijken naar deze opgaven, zoeken naar oplossingen en waar mogelijk keuzes maken. We zien dan ook de noodzaak om ruimte te geven aan deze groei en tegelijkertijd willen we oog houden voor een gezonde en leefbare woon- en leefomgeving voor de circa 65.000 inwoners van onze gemeente. Want juist de centrale ligging in Nederland, de mooie groene omgeving en het rijke cultuurlandschap maken Stichtse Vecht een aantrekkelijke gemeente. Stichtse Vecht beschikt, in een regio die groeit en overvol raakt, over een unieke waarde: ruimte om te ontspannen en te recreëren. Dat willen we koesteren. Leidt niet tot aanpassingen. Het buitengebied van de gemeente Stichtse Vecht, gelegen tussen de Utrechtse Heuvelrug, het omvangrijke westelijke veenweidegebied en de grote stedelijke agglomeraties, is een uniek gebied.

Het landschap bestaat onder meer uit stroomruggen, komgronden, veenweiden en veenontginningen (de plassen). Er bevinden zich ook veel buitenplaatsen, monumenten, de Vecht, de karakteristieke Vechtdorpen en het verkavelingslandschap. Dat zijn allemaal kernkwaliteiten die de leefomgeving hun identiteit geven en die van grote waarde zijn voor Leidt niet tot aanpassingen. Belangrijke waarden om herkenbaar te houden in de landschapsopgaven van de Stichtse Vecht. toekomst. We willen werken aan een krachtig en vitaal landelijk gebied, met een goede balans tussen natuur, landbouw, water, cultuurhistorie, landschap en recreatie. Waar iedereen nu, maar ook in de toekomst, van kan genieten en waar ondernemers blijvend een gezonde onderneming kunnen runnen. Hier zijn onder meer nieuwe verdienmodellen voor nodig en daarom moeten er mogelijkheden worden Leidt niet tot aanpassingen. De transitie van de landbouw vindt plaats in balans met de waarden van het verkend en bedreigingen in ogenschouw worden genomen. We moeten zoeken naar een balans. landelijk gebied. Het behoud en ontwikkelen van de ‘Utrechtse Trots’ in kwaliteit en kwantiteit onderstrepen wij dan ook. De schaalsprong van het landschap en zijn kwaliteiten wordt uiteengezet in gebiedsgerichte opgaven. Dit geeft aanleiding voor de te ontwikkelen thema’s en mogelijke samenwerkingsverbanden in de programmering.

Leidt niet tot aanpassingen. Voor de gemeente Stichtse Vecht zien wij belangrijke opgaven terugkomen in de gebiedsgerichte opgaven: 1. Blauwe krans Stelling van Amsterdam (pg. 67) 2. Polderscheg Lange Linschoten – Woerden – Breukelen (pg.68) 4. Waterliniescheg (pg. 69) 7. Agrarisch groenblauw netwerk (pg. 70). Leidt niet tot aanpassingen.

Stichtse Vecht

Groen, landschap en water

Stichtse Vecht

Mobiliteit

Stichtse Vecht

Mobiliteit

Stichtse Vecht

Mobiliteit

Stichtse Vecht

Mobiliteit

De verbindende thema’s zijn de veenweidegebieden, open landschappen, groenblauwe verbindingen, Hollandse Plassen, UNESCO erfgoed en cultuurhistorie. De kaart op pagina 66 verbeeldt deze opgaven. Wij constateren hierin en in de teksten van de gebiedsgerichte opgaven een ‘witte vlek’ ten opzichte van verbeeldingen in het ontwikkelbeeld van de bouwsteen Groen en Landschap. De rivier de Vecht en zijn opgave en kwaliteiten lijken niet samenhangend verbonden met de gebiedsgerichte opgaven 1,2 en 4. De rivier de Vecht heeft een centrale en verbindende ligging tussen de Vinkeveense en Loosdrechtse Plassen maar ook met de stad Utrecht. Het landschap is hier kleinschalig met een afwisseling aan dorpen en buitenplaatsen, kastelen en boerderijen en vormt door zijn verwevenheid van functies een bijzondere kwaliteit. De geschiedenis van de regio is hier voelbaar en zichtbaar aanwezig. Het cultuurhistorisch erfgoed en landschap maken de verhaallijn van de Gouden Eeuw en de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie beleefbaar. Deze kwaliteiten verbinden de genoemde gebiedsgerichte opgaven en zouden benadrukt moeten worden in de opgave, kaart en kwaliteit. De kaart en teksten zijn waar mogelijk aangepast. Stichtse Vecht ligt tussen de grote steden Utrecht en Amsterdam. Dat brengt de nodige vervoersbewegingen met zich mee.

De spoorverbinding Utrecht- Amsterdam, het Amsterdam- Rijnkanaal en de A2 zijn belangrijke verkeersaders voor Nederland en lopen door Stichtse Vecht. De druk op de bestaande infrastructuur is groot. De mobiliteit loopt nu al vast en de huidige infrastructuur kan de forse groei voor de komende decennia niet aan. Leidt niet tot aanpassingen. Het inzetten op duurzame mobiliteit en bereikbaarheid om te kunnen wonen, werken, winkelen en recreëren sluit dan ook helemaal aan bij onze ambities. Bereikbaarheid en mobiliteit zien wij als voorwaarde bij toekomstige ontwikkelingen. OV-knooppunten vormen hierbij een belangrijke rol doordat deze een nadrukkelijke rol hebben in de verstedelijking en ook in de mobiliteit om ketenverplaatsingen te faciliteren. Allerlei vervoersstromen komen bij een ov-knooppunt samen, met prioriteit voor fietsen, lopen en openbaar vervoer. Er ligt dan ook zeker een opgave op het gebied van verduurzaming van de mobiliteit. Leidt niet tot aanpassingen. In het concept IRP wordt in de perspectieven (blz. 29) geconstateerd dat de regio op drie niveaus voor mobiliteitsopgaven staat: 1e: faciliteren van doorgaand nationaal en internationaal verkeer tussen andere regio’s en landen; 2e: faciliteren van verkeer van en naar de regio; 3e: faciliteren van verkeer in de regio. Leidt niet tot aanpassingen.

Met faciliteren wordt bedoeld het bieden van middelen voor verplaatsing en het bieden van infrastructuur voor verplaatsingen. Per niveau is een laag van voorzieningen en infrastructuur voorzien. Deze drie opgaven dienen naar onze mening integraal te worden benaderd. Echter dit zien we niet geheel terug in het IRP. In plaats daarvan zien we bij de redeneerlijnen een versplintering ontstaan. Zo wordt bij redeneerlijn 2 vooral ingegaan op de derde opgave gericht op verkeer in de regio en op de bereikbaarheid van de stad Utrecht vanuit de Leidt niet tot aanpassingen. Hoe we de verschillende opgaven voor mobiliteit kunnen aanpakken is onderdeel regio. Bij redeneerlijn 5 over regiopoorten lijkt het qua mobiliteit gericht te zijn op de tweede opgave maar ook die gaat in op vervoer van het vervolgonderzoek in U Ned.In het IRP nemen we alleen een beleidslijn voor het omgaan met tussen stad en regio. Daarnaast worden er wel linken gelegd met UNed maar geen verbindingen mee gemaakt. Verzocht wordt deze mobiliteitsopgaven op die zich met name richt op hoe we om willen gaan met de door de regio zelf verbinding duidelijker te maken. veroorzaakte groeiende stromen van mobiliteit als gevolg van autonome groei en verstedelijkingsambities.

Mobiliteit

Naar onze mening wordt er nog te weinig ingegaan op het doorgaande (inter)nationale verkeer en van en naar de regio. Voor de gemeente Stichtse Vecht en voor de regio Vecht en Venen is dit wel van belang omdat vitale infrastructuur voor die twee opgaven het deelgebied doorsnijden, enerzijds als een barrière fungeren, anderzijds mede zorgt voor de aantrekkelijkheid van het deelgebied voor wonen, werken en vrije tijd. In andere deelgebieden speelt dit minder of niet omdat de nationale infrastructuur er minder massaal is.

Stichtse Vecht

Stichtse Vecht

Mobiliteit

Stichtse Vecht

Regiopoorten

Stichtse Vecht

Regiopoorten

Stichtse Vecht

Regiopoorten

Stichtse Vecht

Regiopoorten

Stichtse Vecht

Regiopoorten

Stichtse Vecht

Wonen

Stichtse Vecht

Wonen

Stichtse Vecht

Energie

Stichtse Vecht

Energie

Leidt niet tot aanpassingen. Hoe we de verschillende opgaven voor mobiliteit kunnen aanpakken is onderdeel van het vervolgonderzoek in U Ned.In het IRP nemen we alleen een beleidslijn voor het omgaan met mobiliteitsopgaven op die zich met name richt op hoe we om willen gaan met de door de regio zelf veroorzaakte groeiende stromen van mobiliteit als gevolg van autonome groei en verstedelijkingsambities.

Zowel de perspectieven, de redeneerlijnen, de uitwerkingen per deelgebied en thema, als het ontwikkelpad missen de samenhang in Leidt niet tot aanpassingen. Hoe we de verschillende opgaven voor mobiliteit kunnen aanpakken is onderdeel aanpak tussen de drie opgaven. Deze samenhang is noodzakelijk om de coördinatie te verkrijgen in de ruimtelijke planning van van het vervolgonderzoek in U Ned.In het IRP nemen we alleen een beleidslijn voor het omgaan met infrastructuur en in het ruimtebeslag per infrastructuurlaag. Verzocht wordt dit te verduidelijken in het IRP waarbij het mobiliteitsopgaven op die zich met name richt op hoe we om willen gaan met de door de regio zelf mobiliteitsvraagstuk een onderdeel gaat vormen van de programmering. veroorzaakte groeiende stromen van mobiliteit als gevolg van autonome groei en verstedelijkingsambities. Breukelen is een van de regiopoorten binnen het IRP. Het stationsgebied van Breukelen biedt ruimte om het gebied mooier en slimmer in te richten, waardoor er kansen ontstaan voor het combineren van wonen en werken. Het NS-station Breukelen ligt halverwege het traject Amsterdam-Utrecht, naast de afrit van de A2. Het is daarmee een belangrijke verkeersader in Nederland. Dat betekent dat verschillende verkeersstromen en mobiliteitsvormen bij elkaar komen rond het stationsgebied van Breukelen.

Het is een strategische P&R-locatie voor de bereikbaarheid in de metropoolregio Amsterdam en regio Utrecht. De locatie heeft hiermee een grote aantrekkingskracht op ondernemers, werknemers en reizigers. Leidt niet tot aanpassingen. We willen de potentie van het stationsgebied Breukelen, om uit te groeien tot een hoogwaardig stedelijk woon- en werkmilieu, beter benutten. Het blijft een plek waar de overstap gemaakt wordt naar het ov richting Amsterdam of Utrecht. We willen hier een plek realiseren met een gezonde mix van wonen, werken en winkelen. Daarnaast zien we knooppunt Breukelen ook als Groene poort, zodat het mooie buitengebied van Stichtse Vecht goed bereikbaar wordt voor inwoners uit de regio voor recreatie en ontspanning. Leidt niet tot aanpassingen. Rond het stationsgebied zien wij een mix van wonen en werken. Bij werken denken we ook aan kantoren. Momenteel worden deze bij redeneerlijn 7 alleen toegeschreven aan de knooppunten gelegen bij de stad Utrecht. Wij zijn van mening dat kantoren niet alleen toebedeeld moeten worden aan de stad Utrecht. Juist het toevoegen van kantoren in combinatie met wonen en werken bij de De tekst is waar mogelijk aangepast. Nettotoevoegingen zijn alleen mogelijk in de stad Utrecht, daarbuiten is regiopoorten versterkt het knooppunt. ruimte voor verplaatsingen.

Daarnaast speelt nog de vraag hoe we omgaan met de transitie van incourante kantoormeters naar courante kantoormeters. Een deel van de getransformeerde kantoorvierkante meters Planetenbaan kunnen naar onze mening toegevoegd worden bij knooppunt Breukelen. Inmiddels hebben we vernomen dat de tekst van redeneerlijn 7 wordt herschreven doordat deze te beperkt was opgesteld. Binnenkort wordt een nieuw tekstvoorstel voorgelegd aan de bestuurstafel economie. Verzocht wordt om het thema werkmilieus/ De tekst is waar mogelijk aangepast. Nettotoevoegingen zijn alleen mogelijk in de stad Utrecht, daarbuiten is bedrijventerreinen (blz 81) hierop aan te passen. ruimte voor verplaatsingen. Verder liggen er kansen in de treinverbinding met Utrecht. Het station kent verbindingen met Amsterdam en Rotterdam en wordt beperkt bediend door treinen naar Utrecht. Een opwaardering van de spoorcapaciteit richting Bunnik zorgt ervoor dat ook Breukelen een meer frequente verbinding met Utrecht kan krijgen, wat het regionale spoornet verder versterkt. Het is goed om te zien dat deze opwaardering is opgenomen in het IRP. Leidt niet tot aanpassingen. In deze redeneerlijn wordt kort ingegaan op twee beoogde uitleglocaties in Stichtse Vecht. Realisatie van grootschalige woningbouw bij Loenersloot is bij ons niet aan de orde.

De reden hiervoor is dat wij van mening zijn dat grootschalige woningbouw hier niet voor de hand ligt. De locatie sluit namelijk niet aan op een bestaande kern met voorzieningen. Deze zouden dus in de locatie zelf ontwikkeld moeten worden. Er is geen werklocatie nabij, waardoor bewoners voor veel van hun dagelijkse activiteiten van en naar deze locatie zouden moeten reizen. Met alle gevolgen van dien voor de bereikbaarheid. Ook ligt deze locatie in het relatief open landschap van het Groene Hart en is het vanuit waterproblematiek geredeneerd niet de meest gewenste locatie voor woningbouw. De tweede locatie is Breukelen West. Het gebied ten westen van Breukelen biedt mogelijkheden voor woningbouw: wonen in een waterrijk gebied nabij het ov-knooppunt. Echter wij zien ook dat er meer voor de hand liggende grote uitleglocaties zijn in de regio. We vinden het wel interessant om een eerste verkenning van deze ontwikkelrichting te betrekken bij de ontwikkeling van het stationsgebied Breukelen. Daarmee wordt een beter beeld gekregen van de (on)mogelijkheden om dit gebied in de verdere toekomst mogelijk te ontwikkelen. We verzoeken dan ook deze locatie als een pauze locatie op te nemen. Stichtse Vecht vindt het belangrijk om een gezonde, schone en duurzame gemeente te zijn. Om deze toekomstbestendige gemeente te kunnen zijn.

Hierbij geven we invulling aan de klimaatdoelstellingen en we schakelen over op "nieuwe energie". "Nieuwe energie" betekent dat de energievraag van inwoners, bedrijven en organisaties wordt verminderd en dat energie zoveel mogelijk duurzaam wordt opgewekt. Als gemeente leveren we een bijdrage aan het regionaal concept bod van 1,8 TWh. In oktober 2020 heeft de gemeenteraad reeds de lokale opgave duurzame elektriciteit voor Stichtse Vecht vastgesteld op 0,1 TWh in 2030 en 0,2 TWh in 2040, onder voorbehoud van een goede landschappelijke inpassing, bijdrage aan lokaal eigendom, wederkerigheid en realisatiemogelijkheden. Deze bijdrage legt een onvermijdelijk beslag op onze fysieke leefomgeving. De doelstelling is om dit zo in te passen, dat het zo min mogelijk afbreuk doet aan (kern)gezond leven in een stedelijke regio.

Leidt niet tot aanpassingen. Breukelen-West is in dit IRP verder niet beeld. Volgens de ladder van verstedelijking als vastgesteld in de contour is dit geen locatie die in beeld komt voor ontwikkeling tot 2040. Er worden in het IRP geen nieuwe pauzelandschappen opgenomen omdat dit bewegingen in het maaschappelijk veld op gang kan brengen die niet passen bij onze koers.

Leidt niet tot aanpassingen.

Leidt niet tot aanpassingen.

Stichtse Vecht

Werken

Stichtse Vecht

Deelgebieden

Stichtse Vecht

Deelgebieden

Stichtse Vecht

Vitale kernen

Utrecht

Algemeen

Utrecht

Algemeen

Utrecht

Algemeen

Utrecht

Algemeen

Utrecht

Algemeen

Utrecht

Algemeen

Utrecht

Algemeen

Utrecht

Energie

Utrecht

Wonen

Utrecht

Wonen

Utrecht

Werken

Utrecht

Mobiliteit

Utrecht

Groen, landschap en water

Utrecht

Groen, landschap en water

Utrecht

Ontwikkelpad

Utrecht

Proces

Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water

Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water

Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water

Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water

Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water

Utrechtse Heuvelrug Groen, landschap en water Utrechtse Heuvelrug Gezond stedelijk leven

Utrechtse Heuvelrug Gezond stedelijk leven Utrechtse Heuvelrug Gezond stedelijk leven

In het IRP wordt het woord circulaire bedrijven veelvuldig gebruikt. Het verduurzamen van bedrijven gaat verder dan alleen circulair. Daarom wordt verzocht het woord te wijzigen in ‘duurzaam’. Daarnaast dient in het IRP opgenomen te worden dat er op gestuurd wordt dat nieuwe bedrijven energieneutraal en met de nieuwste technieken worden gerealiseerd. Op deze manier worden er geen gebouwen gerealiseerd die geen bijdragen leveren aan het verduurzamen van de werkgebieden.

De tekst is waar mogelijk aangepast.

Stichtse Vecht is gelegen in twee deelgebieden: deelgebied 2: Noordoostflank en deelgebied 3: Vecht en Venen. De Noordoostflank is het gebied gelegen tussen de Loosdrechtse Plassen en de Heuvelrug. Hier komen het strategische landschap van de Waterlinie, Heuvelrug en stadsrand samen. Bij dit deelgebied ontbreekt de schakel met Maarsen en de Maarssenveense plas volledig. Verzocht wordt dit gebied alsnog te betrekken bij dit deelgebied. Waarbij de Maarsseveense plassen en de aanwezige forten horende bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie een (belangrijke) rol kunnen betekenen aan de westzijde van dit gebied. Om dit te realiseren moeten OV verbindingen versterkt worden. Datzelfde geldt ook voor betere verbindingen tussen de plassen en het Noorderpark. Dit zou een waardevolle toevoeging zijn in het gebieden, nu deze twee recreatiegebieden grotendeels gescheiden van elkaar liggen. De tekst is waar mogelijk aangepast. Deelgebied Vecht en Venen is het gebied dat vooral gelegen is binnen de gemeenten Stichtse Vecht en Ronde Venen. Kenmerkend door het aanwezige veenweidengebied en de verschillende rivieren zoals De Vecht en het Gein. Maar ook door de dynamische infrastructuurlijnen die van noord naar zuid gaan.

Wij kunnen instemmen met de opgaven die worden beschreven voor landschap, mobiliteit, stedelijke ontwikkeling, ontwikkeling regiopoorten, vitaliteit en werken, waarbij wij u vragen rekening te houden met de hierboven genoemde aanvullingen. Leidt niet tot aanpassingen. Wij kunnen ons vinden in deze redeneerlijn. Maar hebben een enkele toevoeging. Op blz. 47 wordt aangegeven dat vitale kleine en middelgrote kernen complementair aan elkaar moeten zijn. Het is ons niet duidelijk wat met deze zinsnede wordt bedoeld. Wordt hier bedoeld complementair in de regio? Daarbij wordt bij de winkelgebieden niet ingegaan op het voorzieningenniveau bij kleine kernen en in het buitengebied. Juist solitaire (kleine) winkels zijn van belang voor kleine kernen en het buitengebied omdat ze de leefbaarheid stimuleren. De laatste opmerking is opgenomen. Compementair betekent dat de kernen aanvullend op elkaar zijn. Als enige regio in Nederland lukt het ons om gezamenlijk te werken aan een aanpak om ruimtelijke opgave samenhangend en integraal een plek te geven in de regio. Het gaat om een complexe puzzel, die we met elkaar willen leggen. We zijn nog nooit zover geweest. Daar mogen we als regio trots op zijn. Leidt niet tot aanpassingen.

We hebben ons als regio voor de opgave gesteld om niet alleen sectoraal naar de ontwikkelingen te kijken, maar ook cross sectoraal zodat kansen, oplossingen en vraagstukken naar boven komen. U werkt toe naar een verbeelding van de gezamenlijke regionale opgave en samenhang met de lokale opgaven. Hieruit moet duidelijk worden wat gemeenten aan het regionaal perspectief hebben en tegelijkertijd ook wat zij ervoor moeten laten. Voor Utrecht geldt bijvoorbeeld dat zij een ruim aanbod aan werkgelegenheid voor inwoners voor de regio en grootstedelijke voorzieningen levert. Aan de regio vraagt Utrecht meer (bereikbaar) groen en recreatie, ruimte voor opwek van energie en voor bedrijventerreinen. Leidt niet tot aanpassingen. In het algemeen denken we dat het ontwerp IRP, na verwerking van onderstaande opmerkingen, voor de gemeente Utrecht een goede basis is om over te gaan tot de voorgestelde 2-fasenbesluitvorming. U bent er in ons inziens in geslaagd om in een korte tijd een omvangrijk document aan te bieden met een heldere verbeelding van gemeentelijke opgaven. Er is veel werk verzet en we willen u complimenteren met het ontwerp IRP tot zo ver. Leidt niet tot aanpassingen.

In deze reactie op het ontwerp IRP is leidend geweest waar het IRP de ambitie van de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040), de Utrechtse visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, helpt mogelijk te maken en waar het beter kan. Ook hebben we gekeken of het IRP voldoende inzichtelijk maakt wat Utrecht de regio biedt en wat Utrecht van de regio nodig heeft. Leidt niet tot aanpassingen. We constateren in het IRP enige discrepanties met de RSU 2040 (woningaantallen en uitwerking in gebieden). We stellen voor om op korte termijn met u in overleg te gaan om deze discrepanties zo snel mogelijk op te lossen. Waar nodig is tekst en beeld aangepast. In het IRP wordt voorgesteld om een maatschappelijke ladder op te stellen waaraan ruimtelijke keuzes worden getoetst. Hierin zijn ook maatschappelijke voorzieningen voor onder andere zorg, sport/spel en onderwijs opgenomen. Aan die maatschappelijke ladder is een aantal doelen verbonden. Echter de ruimtelijke implicaties van de maatschappelijke voorzieningen met een bovenlokale betekenis zijn nog niet in beeld gebracht. We stellen u voor om een inschatting te maken van de ruimtelijke implicaties en om bijbehorende potentiele Interessant aspect dat eventueel meegenomen wordt in het plan van aanpak fase 4. Advies is om hierover bij locaties in beeld te brengen. de bestuurstafel richting aan te geven.

U schetst een zevental perspectieven als basis voor de ontwikkeling en samenhang van de regio. Ons is het overkoepelende perspectief nog niet scherp. We stellen het op prijs als u hiervoor een kernboodschap formuleert. De tekst is waar mogelijk aangepast. Bij het IRP hoort onlosmakelijk helderheid over de locaties voor de opwek, opslag en het transport van energie. Deze ontbreken nog. Wij vinden het belangrijk dat er op korte termijn de zoeklocaties uit de afgeronde lokale zoekprocessen (naar verwachting begin april 2021 Bij het thema energie is in een kader opgenomen hoe wordt omgegaan met de ontstane situatie. afgerond) owrden toegevoegd zodat de energieopgave nog gekoppeld kan worden aan de andere ruimtelijke opgaven en waarden. Op In het IRP is opgenomen dat het logisch is principes te ontwikkelen die de imoact van verstedelijking op de basis hiervan kan een integrale afweging plaatsvinden. Daarbij vinden we het ook belangrijk om regionaal kwalitatieve principes af te gaan energievraag zo klein mogelijk maken. Nieuwe wijken en bedrijventerreinen kunnen energieneutraal- of spreken (bijvoorbeeld enerige-neutrale nieuwbouw). positief zijn. Dit kan worden uitgerwerk in de volgende fase. Uit het IRP blijkt onvoldoende dat we werken in een omgeving met een grote druk op de woningmarkt waar groepen die zijn aangewezen op een betaalbare woning niet aan bod kunnen kmen.

We verzoeken u hier aandacht aan te besteden. Met betrekking tot doorstroming vragen we in het IRP aandacht voor het bouwen van het juiste aanbod op de juiste plek. En in samenhang daarmee is er inzet vanuit andere tafels en documenten nodig om maatregelen die doorstroming op gang brengen (bijvoorbeeld in de toewijzing voorrang geven aan bepaalde doelgroepen of fiscale, financiele maatregelen). Deze maatregelen kunnen inzet zijn bij het regionaal programmeren. In het IRP wordt gebruik gemaakt van de theoretische onderzoeksmethodieken. Wij stellen als vervolgstap voor, om bij de te maken ruimtelijke keuze voor woonmilieus lokale uitgangspunten als laadvermogen en menging met groenvoorzieningen te nemen. Als aandachtspunt geven we u nog mee dat de nu in het concept geformuleerde maximumaantallen voor de verschillende locaties inclusief de kernen, in het vervolg nog een toetsing vragen aan de (thematische) randvoorwaarden. Ze zijn daarmee niet op voorhand als beoogd te beschouwen. We maken ons zorgen of we de ruimtevraag naar bedrijventerreinen in de regio kunnen accommoderen. We streven naar 15.000 extra banen op de bedrijventerreinen in de regio met een ruimtevraag van ca 100 ha gerelateerd aan de stad Utrecht. Daarmee is het wenselijk dat deze bedrijventerreinen in de omgeving van de stad liggen. Gezamenlijk hebben we een redeneerlijn afgesproken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/397/documents/12485