Raadsvoorstel 'Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16' - Bijlage 7 (Overzicht reacties consultatieronde colleges).pdf
Tekst van het document
Gemeente
Bunnik
Categorie
Inhoudelijke reactie
Algemeen
Met waardering hebben wij kennisgenomen van het Ontwerp Integrale Ruimtelijke Perspectief (IRP) U10. De regio werkt sinds 2018 samen om te komen tot een definitief ontwikkelperspectief voor deze regio tot 2040. Een perspectief waarin ruimtelijke vraagstukken op het gebied van gezondheid, wonen, werken, bereikbaarheid, groen, landschap, water en energie op een integrale en duurzame wijze zijn uitgewerkt en waar via een uitvoeringsstrategie gewerkt kan worden aan de realisatie daarvan. Een belangrijk, complex en dynamisch proces en product, waar in de gemeente Bunnik veel waarde aan wordt gehecht. Zeker ook vanwege het feit dat onze gemeente volop bezig is met plannen die bijdragen aan de lokale en regionale opgaven en we zien dit graag vertaald in het uiteindelijke definitieve Integrale Ruimtelijke Perspectief. Allereerst willen wij de complimenten geven voor dit ontwerp IRP. Er is in een korte periode weer een goede verbeter- en concretiseringsslag gemaakt. We zijn dan ook in grote mate tevreden met de uitwerking van het Ontwerp IRP en herkennen daarin voor een groot deel onze ambities. Tegelijkertijd constateren wij op onderdelen nog ruimte voor aanscherping en verbetering en maken daarom graag gebruik van de mogelijkheid om een formele bestuurlijke reactie op het Ontwerp te geven.
Voordat we daar toe over gaan willen wij eerst de rol van de provincie in dit proces aanstippen. Leidt niet tot aanpassingen.
Reactie richting gemeente
Provincie als partner. Wij werken als U16 regio de laatste jaren op een goede, constructieve manier in samenwerking met elkaar aan een integraal ruimtelijk perspectief, waarbij de provincie ook aan tafel zit. Dit perspectief is het leidend document voor de verdere ontwikkeling van onze regio. Wij voelen de laatste tijd wat ongemak door verschillende provinciale stukken zoals de provinciale programmering voor wonen en werken, uitgevoerd door bureau Stec. Naast het feit dat woningaantallen niet overeenkomen met hetgeen in het IRP staan, verbazen wij ons ook over deze gang van zaken. Het IRP moet de basis zijn voor het regionaal programmeren en de provincie moet hierin ondersteunend zijn en als partner optrekken met de regio om de programmering te realiseren. Wij ervaren op dit moment dat de provincie, vooruitlopend op het IRP en op onderdelen ook in afwijking daarvan, zelf wil sturen op de programmering. Wat ons betreft moet de provincie veel meer als gelijkwaardige partner optreden en commitment uitspreken op het IRP. Wij zien graag een reactie van de bestuurlijk trekkers van het IRP U10 hoe zij de rol van de provincie zien in dit proces. Bunnik
Bunnik
Proces
Energie
In het IRP is de samenhang tussen de verschillende producten nader aangemerkt.
Parallel aan het proces rondom het IRP wordt gewerkt aan de uitwerking van de Regionale Energie Strategie (RES). Deze uitwerking is complex vanwege de verschillende claims op de ruimte, de technische randvoorwaarden en de lokale maatschappelijke en politieke weerstand (met name rondom windenergie). De uitwerking van de RES om tot concrete locaties voor zon- en windenergie te komen wordt door de gemeentes gedaan, met regionale afstemming. Onze gemeente trekt hierin samen op met de Kromme Rijngemeenten om hieraan concrete invulling te geven. Zoals bekend loopt het proces van de RES in onze regio moeizaam en onlangs werd duidelijk dat de regio meer tijd nodig heeft voor de uitwerking van de RES 1.0. In plaats van besluitvorming hierop voor de zomer is dit doorgeschoven naar het najaar van dit jaar. In het Ontwerp IRP wordt nog uitgegaan van besluitvorming op de RES 1.0 voor de zomer. Ons college vraagt zich af welke impact deze vertraging op het proces van het IRP heeft en ontvangt daar graag een reactie op. Wellicht kunt u in diezelfde reactie ook aangeven tot in welk detail de inhoud van de RES zich zal verhouden tot de inhoud van de energieopgave in het IRP, zodat ook de mate van afhankelijkheid tussen de RES en REP concreter wordt.
Vanwege de ontwikkelingen met de RES is de energieopgave in het IRP nu nog onvoldoende concreet uitgewerkt en daarmee is nog geen sprake van een integrale uitwerking op alle thema’s. De integraliteit van de opgaven in het IRP is voor Bunnik een randvoorwaarde om de implementatie ervan succesvol te laten zijn en speelt daarom een belangrijke rol in de afweging bij de uiteindelijke besluitvorming. Wel pleiten wij er voor om vast te houden aan de planning en, conform het plan van aanpak, dit jaar besluitvorming op het definitieve IRP in colleges en raden te organiseren. Bij het thema energie is een kader opgenomen hoe om wordt gegaan met de ontstane situatie.
Bunnik
Groen, landschap en water
Bunnik
Groen, landschap en water
We zijn tevreden met de plek die groen en landschap heeft gekregen in het ontwerp IRP. Met name het uitgangspunt dat de ontwikkeling van groen en landschap gelijk opgaat met de andere opgaven. Onze gemeente ligt centraal in het zogenoemde “Amfitheater van de Kromme Rijn”. De verstedelijkingslocaties in en rondom onze gemeente maken het noodzakelijk om het groen en landschap tussen deze locaties te versterken en met elkaar te verbinden tot een robuust groen/blauw netwerk. Een punt van aandacht is dat het onderdeel recreatie / recreatief medegebruik globaal is meegenomen in het hoofdstuk groen en landschap, waarin ook andere onderwerpen als natuur en nationaal park zijn uitgewerkt. Om scherper te krijgen wat we op het gebied van recreatie voor ogen hebben helpt het om dit duidelijker een plek te geven of ter verduidelijking een samenvatting recreatie toe te voegen in het concept IRP. Wordt nader uitgewerkt in fase 4. Onze zorg in het algemeen is wel de haalbaarheid van deze opgave. De afgelopen jaren is voldoende ervaring opgedaan om te kunnen concluderen dat deze opgave niet volledig (via de ontwikkellocaties) uit de markt gehaald kan worden.
Voor de financierbaarheid van bovenregionale groenontwikkelingen is wat ons betreft daarom een regionaal Groenfonds (of iets van die strekking) noodzakelijk, waarin partners zoals de stad Utrecht (gelet op de grote groeiambities van de stad en ter bevordering van groen om de stad) en de provincie (ter bevordering van robuust groen/blauw netwerk) een belangrijk aandeel moeten leveren. We verwachten in het concept IRP dat op dit onderdeel de investeringsstrategie concreet is uitgewerkt, zodat duidelijk is op welke wijze de realisatie en het beheer en onderhoud gefinancierd kan worden. Hierin zal, wat Bunnik betreft, de stad Utrecht, de provincie en mogelijk het Rijk ook een aandeel moeten Wordt nader uitgewerkt in fase 4. Het programma Groen Groeit Mee biedt daarvoor een handreiking qua leveren. instrumentarium.
Mobiliteit
In het ontwerp IRP ligt de nadruk op een schaalsprong in OV en fiets en het beïnvloeden van mobiliteitsgedrag (om modal shift te stimuleren) om deze regio (duurzaam) bereikbaar te houden. Met onze ontwikkellocaties zetten wij ook in op duurzame mobiliteit, waarin OV en fiets centraal staan in de planvorming. Dit sluit dus goed op elkaar aan. In het ontwerp staat ook beschreven wat er voor nodig is om het mobiliteitsconcept van het wiel met spaken goed te laten functioneren. Het uitbreiden van de spoorcapaciteit op de corridor Breukelen – Utrecht – Maarn onderschrijven wij ten zeerste en zien wij noodzakelijk om de sprinterfrequentie op station Bunnik te kunnen verhogen in het kader van onze knooppuntontwikkeling. Waar wij zorgen over hebben is dat de huidige OV-infrastructuur bij lange na niet toereikend is voor een toename van 10% meer reizigers, laat staan een hoger percentage. Dit vraagt dus om enorme investeringen om de huidige OV-infrastructuur toekomstbestendig te maken en vooralsnog is daar geen zicht op.
Bunnik
Leidt niet tot aanpassingen.
Bunnik
Mobiliteit
Bunnik
Mobiliteit
Bunnik
Mobiliteit
Bunnik
Wonen
Ondertussen wordt de ontwikkeling van woningbouw en werklocaties versneld op gang gebracht en is het uitgangspunt dat dit niet mag leiden tot een toename van het autogebruik op de hoofdwegen. Een uitgangspunt dat wellicht kan werken in een compacte, stedelijke omgeving, maar naarmate je verder daarbuiten komt, is het een utopie om te denken dat het toevoegen van woon- en werklocaties niet zal leiden tot een toename van het autogebruik op het hoofdwegennet. Wat ons betreft mag dit niet leiden tot het onmogelijk maken van gebiedsontwikkelingen en moet er dus ook aandacht zijn voor het oplossen van knelpunten voor de auto-infrastructuur. In dat kader zijn we blij dat een volledige aansluiting van De Limesbaan op de A12 en de verlegging van de N229 op De Limesbaan wordt onderzocht als oplossing van regionale knelpunten. Dit is echt noodzakelijk voor het mogelijk maken van woningbouw in Bunnik en Houten. Daarnaast verbetert het de leefbaarheid van onze dorpen en de (regionale) bereikbaarheid. Leidt niet tot aanpassingen. Voor de volledigheid merken wij op dat in het ontwerp IRP gesproken wordt over de oprit van de Limesbaan op de A12. Dit moet worden vervangen door op- en afrit Limesbaan A12 richting Arnhem. Hier ligt een bestuurlijke overeenkomst met de provincie aan ten grondslag waarin is afgesproken dat de Limesbaan (N421) een volledige aansluiting op de A12 krijgt.
Dit moet volgens ons op deze wijze worden opgenomen in het IRP. De tekst is waar mogelijk aangepast. Als snelst groeiende regio van Nederland voorzien wij dat de realisatie van woon- en werklocaties sneller zal gaan dan de realisatie van de benodigde schaalsprong in OV en fiets met als risico dat het mobiliteitsconcept niet goed functioneert. Het lijkt ons daarom geen verstandige keuze om alleen in te zetten op de schaalsprong in OV en fiets en pas te kijken naar uitbreiding van de regionale weginfrastructuur als blijkt dat dit niet afdoende is. Wij hebben daarom sterk de voorkeur om parallel aan de schaalsprong in OV en fiets nu ook al structurele oplossingen voor knelpunten op het hoofdwegennet te onderzoeken, zoals de parallelstructuur van de A12. Dit We houden de lijn aan die in de BT Mobiliteit is vastgesteld en die stelt dat het grootschalig toevoegen van vooraf uitsluiten, omdat het op gespannen voet staat met de kwaliteit van leven in de te verstedelijken A12 zone, Utrecht Zuidwest en de capaciteit op het wegennet de minst wenselijke optie is in de verstedelijkingsstrategie. Wel onderzoeken we in Kromme Rijnstreek, kan en mag geen reden zijn om hier niet op te studeren.
Na een dergelijk onderzoek kan de regio pas een U Ned komende twee jaar de opties voor deze toevoegingen, zodat we op een later moment alsnog kunnen weloverwogen keuze maken of het uitbreiden van de regionale weginfrastructuur noodzakelijk is. besluiten om deze opties in te zetten. We nemen het wel tekstueel op als onderzoeksoptie naar het vervolg. In het ontwerp IRP staat de gemeente Bunnik prominent op de kaart voor verschillende opgaven. Daar zijn wij uiteraard tevreden over, maar we willen wel graag benadrukken dat de opgaven goed in balans moeten zijn. Voor de Bunnikse ontwikkellocaties gaan we uit van een groei van maximaal 5000 woningen om wonen en groen, water en landschap in balans te kunnen ontwikkelen. In het ontwerp IRP wordt uitgegaan van 6000 woningen verspreid over Odijk-West, Bunnik-Zuid en de Stationsomgeving. Dit is een te grote opgave en komt niet ten goede aan de landschapsontwikkeling die we nastreven. We vragen u om dit aantal woningen in het IRP naar beneden bij te stellen tot maximaal 5000 woningen. De tekst is waar mogelijk aangepast.
Werken
De opgave om voldoende banen te creëren, op de juiste locaties en tevens een transitie vorm te geven naar een duurzame en circulaire economie is een stevige uitdaging. Een deel van de opgave kan gerealiseerd worden door intensivering en uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen. In het ontwerp IRP zien wij dat de spoorzonelocatie in Bunnik is opgenomen als een gebied om te behouden en te revitaliseren. Daar zijn we tevreden over. Overigens zien wij de Bunnikse locatie De Raaphof ook als geschikte locatie om te intensiveren en uit te breiden met lokale bedrijven. De locaties die daarmee in onze dorpskernen vrij komen kunnen dan weer herontwikkeld worden tot aantrekkelijke woon- en werklocaties. Intensivering en uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen is met name ook een financieringsvraagstuk en kan niet alleen door gemeenten gedragen worden. In het ontwerp IRP wordt dit ook onderschreven, maar een financieringsstrategie ontbreekt nog. Ook dit zien wij graag terugkomen in de verdere uitwerking van het ontwerp IRP.
Bunnik
Bunnik
Regiopoorten
Bunnik
Regiopoorten
Bunnik
Deelgebieden
Bunnik
Ontwikkelpad
De ontwikkeling van de regiopoorten gaat niet alleen gepaard met het realiseren van woningbouw, maar ook met het toevoegen van maatschappelijke en commerciële voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid op die poorten. De stationsomgeving Bunnik is in het ontwerp IRP nadrukkelijk in beeld als interessante woon- en werklocatie. Hiervoor zijn we reeds plannen aan het maken om deze monofunctionele werklocatie te transformeren naar een aantrekkelijke woon, werk en ontmoetingslocatie. Daarbij zien wij, gezien onze ligging op steenworp afstand van het Utrecht Science Park, de stad, het landschap en de goede bereikbaarheid per auto en OV, dit gebied ook als interessante satellietlocatie voor het USP op het gebied van Life Science en Health, onder andere als kantorenlocatie. Wij vinden dat het economische belang van regiopoorten nu onderbelicht is in het Ontwerp IRP. Er is niet alleen sprake van (stedelijke) dynamiek in de centrale stad Utrecht maar ook in de regiopoorten. De 10-minutenstad stopt niet bij de gemeentegrenzen van Utrecht. Wij onderschrijven daarom ook het belang om jaarlijks te monitoren hoe de behoefte aan kantoren zich zal ontwikkelen.
Daarnaast is station Bunnik ook een regiopoort voor het landschap met goede en comfortabele verbindingen naar het Kromme Rijngebied, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en De Limes, maar ook naar het toekomstige landschapspark wat we in het Kromme Rijngebied nastreven. Daarbij hebben de landschappelijke ontwikkelingen ook een economische functie, doordat het de leefbaarheid bevordert en door meer mogelijkheden voor verblijfsrecreatie in het Kromme Rijngebied te creëren. In hoofdstuk 3 vinden we de vijf deelgebieden. Deze zijn naar onze mening nog onvoldoende uitgewerkt. Bunnik is onderdeel van deelgebied 1 (Kromme Rijn vallei). De lijstjes ten aanzien van de verschillende thema’s zijn nog niet afdoende doordacht en daardoor niet van voldoende kwaliteit en naar tevredenheid, hier moet nog een flinke slag overheen. Er worden in het IRP veel ambities uitgesproken die allemaal een claim leggen op de beschikbare ruimte. Dit vraagt wel een nadere uitwerking die wij nog missen. Welke functies kunnen gecombineerd worden en waar? Waar komen alle benodigde hectares vandaan: grotendeels van de landbouw? Dat zou dan concreet aangeduid moeten worden. Daarnaast zou je verwachten dat naast de lijstjes van maatregelen ook concrete samenwerkingsprojecten of vervolgstappen benoemd worden. Hier is nog geen sprake van.
Wij willen wij nogmaals de complimenten geven voor dit ontwerp IRP en de grote inspanning die daarvoor geleverd is. Het regionale verhaal krijgt steeds meer vorm en inhoud. Wel is het noodzakelijk dat invulling wordt gegeven aan een praktisch plan van aanpak hoe de genoemde activiteiten in het perspectief en programma tot uitvoering worden gebracht (aanpak, doel, resultaat, financiën, organisatie, samenwerking, haalbaarheid, fasering en investeringsstrategie et cetera). Dit is vooralsnog afwezig. Daarom vragen wij u om bij de aanbieding van het Concept IRP een (concept) plan van aanpak voor het vervolg toe te voegen (dit plan van aanpak zien wij als stuk voor de colleges en niet voor de raden). Wij gaan de komende weken graag met u in overleg en dragen graag bij om bovenstaande punten in een volgende versie van het Integraal Ruimtelijk Perspectief te verwerken.
Algemeen
Op 11 februari zijn tijdens een apart constructief bestuurlijk overleg met een delegatie van het REP team een aantal bespreekpunten specifiek voor De Bilt doorgenomen en zijn daarover afspraken gemaakt, die we u per mail op 12 februari hebben bevestigd. Zoals ook aangekondigd in dit overleg zou het niet mogelijk zijn alle wijzigingen door te voeren voor deze consultatieronde bij de colleges. We constateren dat dit inderdaad op een aantal punten nog niet gelukt is en we vertrouwen erop dat dit in het concept IRP van het REP, dat wordt voorgelegd aan de gemeenteraden, alsnog wordt verwerkt. Vanwege het grote belang willen we een aantal punten extra benadrukken. Daarnaast hebben we per pagina nog een aantal opmerkingen (zie bijlage).
De Bilt
Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4.
Leidt niet tot aanpassingen.
Leidt niet tot aanpassingen.
Daar waar mogelijk zijn de deelgebieden nader uitgewerkt. Een verdere uitwerking vindt plaats in fase 4.
Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4.
Leidt niet tot aanpassingen.
De Bilt
Proces
De Bilt
Algemeen
In ons gesprek op de 11 februari hebben we onze zorgen geuit over de participatie in het REP. We betreuren het dat regionale stakeholders zoals bijvoorbeeld het Utrechts Landschap pas deze maand bij het REP worden betrokken. Een intensief traject is nodig met de regionale stakeholders om gebruik te maken van hun kennis en inbreng en dit de verwerken in het IRP. We maken ons zorgen of hun inbreng nog voldoende meegenomen kan worden in het IRP. Tevens willen we de suggestie doen om deze regionale stakeholders ook de mogelijkheid te geven, net zoals de gemeenteraden, een zienswijze te kunnen indienen op het concept IRP binnen het regionale proces, om te voorkomen dat deze organisaties bij alle individuele gemeenten afzonderlijk hetzelfde traject moeten doorlopen. Voor onze wens om inwonersparticipatie ook op regio niveau te organiseren was helaas onvoldoende draagvlak bij andere gemeenten. In De Bilt zullen we de inwonersparticipatie met de aangeboden ondersteuning van het REP team vormgeven binnen onze omgevingsvisie. Dit is een uitdaging omdat we merken dat het REP traject in zo’n fase komt, waarbij soms meer concreetheid gevraagd wordt dan we nu in het kader van zorgvuldige besluitvorming in de omgevingsvisie kunnen geven.
We hopen op uw begrip hiervoor en verwachten in de programmeringsfase van het REP meer concreetheid te kunnen geven waardoor de trajecten meer gelijk op lopen. Leidt niet tot aanpassingen. In het IRP staan veel kaartbeelden die het document leesbaarder en begrijpelijker maken en helpen in de visievorming. Deze beelden geven echter ook een suggestie van concreetheid die niet aansluit bij de werkelijkheid en we ons deels ook niet in herkennen. Zo ligt bijvoorbeeld het primaat voor in ieder geval de woningbouwlocaties binnen het stedelijk gebied bij de gemeente. In De Bilt zijn we samen met inwoners in een intensief traject opzoek naar nieuwe woningbouwlocaties, die we ook zullen verankeren in onze omgevingsvisie. In ieder geval dient een disclaimer te worden toegevoegd over de status van het kaartmateriaal. De kaarten en perspectieven zijn aangepast in afstemming met de desbetreffende ambtenaar.
Algemeen/wonen
De intekening van de woonmilieus bevat nu voor onze gemeente een homogeniteit die niet strookt met de werkelijkheid. Eerder is toegezegd dat deze nog zouden worden aangepast. Dat is in voorliggend concept nog niet gebeurd. Dit geldt ook voor het aanpassen van de plancapaciteit van woningen, waar de getallen bij gemeente De Bilt niet matchen met de door ons aangeleverde cijfers. Ook staat in deze nieuwe versie voor een groot aantal gemeenten de totale plancapaciteit geclassificeerd onder 'vitaliteit', terwijl lang niet alle bouwplannen in deze gemeenten onder die noemer vallen. We stellen voor dat het REP team in ambtelijk overleg gaat om te komen tot betere kaartbeelden cijfers en classificering. De kaart en perspectieven zijn aangepast in afstemming met de desbetreffende ambtenaar.
De Bilt
De stippellijn van de sneltram is in de kaart afgezwakt. Een HOV- of zelfs lightrailverbinding tussen USP en Zeist west/noord (en eventueel zelfs door naar Amersfoort) is een stevige ingreep in het bestaande regionale OVnetwerk. Voor een dergelijke ingreep geldt dat een zorgvuldige afweging van factoren als reistijdwinst, ontwikkeling vervoersvraag en inpassing leiden tot een zorgvuldige afweging van plussen en minnen waarbij vooral van belang is hoe het toekomstige mobiliteitssysteem aansluit bij toekomstige verstedelijkingslocaties. Het komt er op neer dat een dergelijke grote investering alleen te rechtvaardigen is als we met de toekomstige In de kaartbeelden van het IRP is het doortrekken van de Uithoflijn parallel langs de A28 ingetekend. Zoals ook besproken op 11 februari verbinding veel verstedelijkingslocaties en overstappende mobilisten op een snelle manier naar bestemmingen is er nog geen tracékeuze gemaakt en zijn de bestuurlijke besprekingen tussen gemeenten, de provincie en belanghebbenden over het in de stad Utrecht kunnen vervoeren. Daarmee is de ontwikkeling van de verbinding dus nauw verbonden met tracé van het doortrekken van de Uithoflijn nog niet gestart.
Zoals bekend zijn we geen voorstander het doortrekken van de Uitfhoflijn potentiele verstedelijkingslocaties in het noorden van Zeist en de ontwikkeling van multimodale hubs Zeist ten zuiden van de A28 omdat dit tot grote aantasting van de ecologische en landschappelijke waarden in dit gebied leidt en dit tot een Noord (automobilisten uit omgeving én vanaf A28) en Mooi Zeist (forenzen uit Zeist op de fiets) en deze verslechtering van de OV bereikbaarheid van de zuidkant van de Bilt. Uit deelstudie HOV-USPAmersfoort komen grote bedenkingen naar ontwikkelingen staan voor het deelgebied Noordoost centraal in het IRP; de verbinding is daarom ook voor het voren over de haalbaarheid van een tramlijn waarbij het zeker is dat in ieder geval het tramtracé Zeist – Amersfoort niet realistisch is. Wij kaartmateriaal van belang, waarbij wij opmerken dat ook in de ontwerp POVI de verbinding getoond wordt. vragen ons af of het zinvol is de ambitie voor een trambaan of een vertrambare busbaan vast te houden. We zijn van mening dat het Over de uitwerking en het tracé van een eventuele verbinding zullen nog veel verdiepende studies samen met opwaarderen van een HOV busverbinding over de Universiteitsweg en de Utrechtseweg over grotendeels de reeds vrij liggende busbanen de provincie uitgevoerd worden, van belang is wel om te constateren dat er tot nu toe geen andere realistischer is.
Dit sluit ook beter aan bij de “Ladder van Verdaas” waar het gaat om duurzame keuzes voor infrastructuur ingrepen. Voor tracévarianten dan een tracé strak langs de A28 zijn gevonden die op criteria reistijdwinst, ontwikkeling het IRP zijn we daarom van mening dat op geen enkele wijze voorgesorteerd kan worden op de tracékeuze van het doortrekken van de vervoersvraag en inpassing net zo gunstig scoren. Het is wel een onderzoeksoptie naar het vervolg, met een Uithoflijn. indicatief tracé opgenomen op de kaart. De fietspaden in het kaartbeeld zijn aangepast gebaseerd op bestaande wegen en paden. De Bisschopsweg is niet opgenomen als regionale verbinding, voldoet niet aak kwaliteitseisen. Het fietspad Zeist-USP is al meer dan 10 jaar een belangrijke optie in het verbeteren van het regionale fietsnetwerk omdat de omrijdfactor tussen Zeist centrum/noord/west en USP alsmede Utrecht centrum/zuid erg hoog is vergeleken met andere fietsverbindingen in de regio gericht op USP en Utrecht. In alle beleidsvisies die we in de regio, in Meer teksten en tekeningen suggereren een fietspad dwars door de waardevolle landschappelijke en samenwerking met andere overheden maken, zal vanwege grote nut en noodzaak deze verbinding telkens ecologische zone tussen het USP en Zeist.
Dit kan zoals bekend op geen draagvlak rekenen bij de gemeente De Bilt en ook bij landschap- boven komen drijven, waarbij de ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het en natuurorganisaties en kan zoals ook besproken op 11 februari geen onderdeel uitmaken van het IRP. Voorkeur van De Bilt blijft het om betreffende gebied de noodzaak voor een zorgvuldige inpassing evident maken. Het is wel een het verbeteren van de huidige route over de Bisschopsweg te onderzoeken. onderzoeksoptie naar het vervolg, met een indicatief tracé opgenomen op de kaart. Met betrekking tot duurzaamheid en energie hebben we het ontwerp IRP op dit moment vooral ter kennisgeving aangenomen in afwachting van besluitvorming over de RES. Hier zal vooral in de programmeringsfase van de REP nog een grote slag in gemaakt moeten worden om dit te integreren in het REP. Bij het thema energie is een kader opgenomen hoe om wordt gegaan met de ontstane situatie. Pagina 1, 27, 101: Schapenweide (ten zuiden van USPB) niet ingetekend als half wonen (zuidelijk deel) en half Life Science bedrijvigheid (noordelijk deel) De kaarten en perspectieven zijn hierop aangepast.
De Bilt
Mobiliteit
De Bilt
Mobiliteit
De Bilt
Energie
De Bilt
Algemeen
De Bilt
Werken
De Bilt
Werken
De Bilt
Groen, landschap en water
De Bilt
Groen, landschap en water
De Bilt
Mobiliteit
De Bilt De Bilt
Mobiliteit Mobiliteit
De Bilt
Mobiliteit
De Bilt De Bilt
Mobiliteit Mobiliteit
De Bilt
Wonen
De Bilt
Wonen
De Bilt
Algemeen
De Bilt De Bilt De Bilt
Algemeen Algemeen Algemeen
Pagina 108: Snelfietsroute USP Zeist moet ivm ecologische waarden de bestaande infrastructuur volgen (Bisschopsweg) Pagina 111: Hier staat de directe fietsverbinding USP Zeist ingetekend. Dat moet verwijderd worden Pagina 74: Herhaalde oproep en ook toegezegd in het BO wonen is aanpassen woonmilieus De Bilt bij een weergave die beter aansluit bij werkelijkheid. In Bilthoven en de Bilt zijn naar onze mening vooral groen stedelijke gebieden (groen) ipv dorps. Pagina 108: Opgave vitaliteit Maartensdijk. Toevoegen circa 200 buiten de rode contour bij Maartensdijk als onderdeel van de 500 woningen, anders kan er een beeld ontstaan dat op basis van de tabel de gehele opgave bij Maartensdijk gebouw wordt. Dat is niet het geval. Pagina 93: In deze laag zitten een flink aantal ruimtelijke ontwikkelingen die in De Bilt niet te verklaren zijn. Graag een aparte ambtelijke sessie tussen De Bilt en de ontwerper om dit goed te krijgen. Pagina 108: Schapenweide is hier niet ingekleurd met half paars (life science bedrijvigheid) en half oranjewoningbouw. Paarse kleur USPB is niet goed ingetekend. Ook onduidelijk wat de paarse vlek meer richting USP is. Pagina 133: Elke gemeente werkt aan een omgevingsvisie het specifiek benoemen van de RSU is hier wat vreemd. Pagina 133/135: Hier ontbreekt een doorkijk op de deelgebied uitwerkingen.
De Ronde Venen
Groen, landschap en water
Groen en landschap: financiële dekking voorwaarde voor uitvoering, lokaal draagvlak mits ook verstedelijking (rood voor groen), sleutelpositie voor eigenaren en beheerders
Pagina 21: Ambitie nieuwe banen 2040 wetenschap gerelateerde omgeving (USP Life Sciences) is 8.980 ( circa 9.000 banen) Zie ook p. 79. Pagina 60/80 Bedrijvenpark Larenstein (net nieuw) staat opgenomen als revitaliseren. Dit terrein moet geen kleur hebben of kleur behouden (groen). Stationsgebied is ook deels transformatie dus moet geel worden. Pagina 35-37: Hier ontbreek aandacht voor het belang van landgoederen en economische verdienmodellen voor landgoederen om voor versterking natuur, recreatie en behoud cultureel erfgoed te zorgen. Pagina 69: Waterliniescheg: De opgaven voor nieuwe economische modellen voor landgoederen voor behoud en versterking cultuurhistorie, natuur en recreatie hier toevoegen. Pagina 43: Hier ontbreekt de herkenning van het belang van de verbinding Station Bilthoven – USP zoals wel is opgenomen in de uitwerking van de Noordoostflank. Pagina 94/103: Weghalen of herformuleren directe/korste fietsroute USP-Zeist omdat van de snelste route door landschappelijk en ecologisch waardevol gebied geen sprake is. Pagina 108: Benoemen dat HOV waterlinielijn een tram of bus is. Pagina 108: Zin eventueel door vrij liggende infrastructuur Soestdijkseweg aanpassen. Suggestie nieuwe zin.
Ov-as Bilthoven – USP versnellen, eventueel door (deels) vrij liggende infrastructuur op de Soestdijkseweg en de Universiteitsweg, duurzame mobiliteit afspraken instituten en werkgevers op deze as en toekomstvast maken busstation Bilthoven
Er is een bandbreedte opgenomen in plaats van specifieke aantallen. De kaarten zijn hierop aangepast. Wordt nader uitgewerkt in fase 4. Waar mogelijk in tekst opgenomen. Wordt nader uitgewerkt in fase 4. Leidt niet tot aanpassingen. De verbinding wordt niet belangrijk genoeg geacht voor de bewuste opsomming. Fietspaden in kaartbeeld aangepast gebaseerd op bestaande wegen/paden, klein stuk ingestippeld. Bisschopsweg niet opgenomen als regionale verbinding; voldoet niet aan kwaliteitseisen. De tekst is waar mogelijk aangepast.
De tekst is waar mogelijk aangepast. Fietspaden in kaartbeeld aangepast gebaseerd op bestaande wegen/paden, klein stuk ingestippeld. Bisschopsweg niet opgenomen als regionale verbinding; voldoet niet aan kwaliteitseisen. De kaart en perspectieven zijn hierop aangepast. In de toelichting bij het kaartbeeld is een nuancering wat betreft woonmilieus opgenomen.
De tabel is minder specifiek gemaakt. De kaart en perspectieven zijn hierop aangepast. De kaart en perspectieven zijn hierop aangepast. De tekst is waar mogelijk aangepast. Daar waar mogelijk zijn de deelgebieden nader uitgewerkt. Een verdere uitwerking vindt plaats in fase 4. Gemeenten staan samen aan de lat voor de opgave op groen & landschap. De wijze waarop dit gebeurt wordt nader uitgewerkt in fase 4.
De Ronde Venen
Groen, landschap en water
De Ronde Venen
Groen, landschap en water
De Ronde Venen
Mobiliteit
De Ronde Venen
Mobiliteit
De Ronde Venen
Mobiliteit
De Ronde Venen
Mobiliteit
De Ronde Venen De Ronde Venen
Mobiliteit Vitale kernen
De Ronde Venen
Vitale kernen
De Ronde Venen
Vitale kernen
Als gemeente zien we kansen voor een doorontwikkeling van groen & landschap. Er komt veel op onze gemeente af wat zijn weerslag krijgt in het landschap: landbouwtransitie, cultuurhistorie, biodiversiteit, wateropgave, vrijkomende agrarische bebouwing en bodemdaling. Voor het grondgebied van De Ronde Venen is in het IRP een aantal grote opgaven benoemd: de Stellingparkontwikkeling c.q. de Blauwe Krans, de blauwgroene ontwikkeling van het agrarisch landschap en levendige boerensloten. Net als u zien we de groei van het landschap en de verstedelijking hand in hand gaan. We steunen de lijn, waarbij specifiek voor De Ronde Venen de meekoppelkansen wordt benoemd van versterking van de Amstelscheg (MRA), wateropgave en verstedelijking bij Mijdrecht. Overigens zien we ook bij andere dorpen in onze gemeente een verstedelijkingskans, maar deze is naar verwachting het grootst bij Mijdrecht. We zien kansen om deze verstedelijking te koppelen aan de gestrekte OV lijnen (OV strategie De Ronde Venen). In verhouding ligt er bij ons een grotere opgave groen & landschap en een kleinere opgave verstedelijking dan in het stedelijk kerngebied. We kunnen pas uitvoering geven aan de opgave groen & landschap als er een evenredige organisatie en financiële dekking is. Voorwaarde voor gemeente De Ronde Venen is dat dit regionaal wordt opgelost.
Als gemeente De Ronde Venen hebben we ontwikkelruimte voor verstedelijking nodig om die kansen te benutten voor het groen & landschap. Rood voor groen vormt een basis die kan rekenen op Gemeenten staan samen aan de lat voor de opgave op groen & landschap. De wijze waarop dit gebeurt wordt politiek draagvlak in De Ronde Venen. nader uitgewerkt in fase 4. Op welke specifieke plekken en hoe wordt de opgave natuur, recreatie en water gerealiseerd? Deze vragen worden in het IRP nog niet beantwoord. In de uitvoering van de wateropgave zien we een sleutelpositie bij de eigenaren en beheerders van het landelijk gebied. Als gemeente zien wij de agrariërs ook in de toekomst als één van de belangrijkste partners bij de inrichting en het beheer van ons landschap. De insteek is om oplossingsrichtingen te zoeken waarbij ambities op het gebied van landbouw, natuur, energie, circulariteit, recreatie en Gemeenten staan samen aan de lat voor de opgave op groen & landschap. De wijze waarop dit gebeurt wordt water verweven zijn met het agrarisch gebruik en bedrijfsvoering. nader uitgewerkt in fase 4. Inzetten op goede verbinding met OV-knoop Breukelen, aandringen op investeringen bestaande provinciale wegen, aftakking Dom tot Damroute via Abcoude/Baambrugge Leidt niet tot aanpassingen.
Op mobiliteitsgebied staat de regio voor een grote uitdaging, gelet op onze verstedelijkingsopgave, natuuropgave en de rol van de regio in de landelijke mobiliteit (draaischijf Nederland). We staan voor grote uitdagingen op het gebied van OV, fiets en auto. We constateren met tevredenheid dat ons Strategisch OV-plan integraal is opgenomen. Daarmee verwachten we een kwalitatieve impuls voor de bereikbaarheid van onze gemeente, zowel richting de Amsterdamse als de Utrechtse regio. Daarnaast constateren we met tevredenheid dat de verbinding tussen de eindhalte van de Amsteltram in Uithoorn en Station Breukelen voor fietsers is opgenomen, evenals een fietsroute van Amsterdam naar Utrecht en een route van Amsterdam naar Woerden via De Ronde Venen. Dit zorgt voor een mogelijkheden om het fietsen over grotere afstanden een impuls te geven. Overigens begrijpen we niet zo goed de toegevoegde waarde van een extra verbinding over het Amsterdam-Rijnkanaal aan de noordzijde van Breukelen. Wat ons betreft wordt er ingezet op een goede verbinding met station Breukelen als OV-knoop. We zien wel een meerwaarde in een aftakking van de Van Dom tot Damroute via Baambrugge en Abcoude. Deze aftakking is niet benoemd. Leidt niet tot aanpassingen. In het kader van het IRP hebben we constant het belang van de bereikbaarheid van de auto benadrukt.
Het is voor de leefbaarheid van onze gemeente essentieel dat onze inwoners en bezoekers gebruik kunnen blijven maken van de auto. Het openbaar vervoer en de fiets kunnen deze functie nu nog niet volledig overnemen. We zijn blij dat dit wordt onderkend. We willen benadrukken dat onze gemeente voor een belangrijk deel is gericht op de Amsterdamse regio en dat onze inwoners slechts zeer beperkt een bijdrage leveren aan de problematiek op de Utrechtse Ring. In dit licht moeten onze wensen voor verstedelijking worden bezien. We dringen aan op investeringen in het bestaande netwerk en provinciale wegen om knelpunten op het gebied van autobereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid op te lossen. Leidt niet tot aanpassingen. Daarom essentieel dat de geplande investeringen in de N201 doorgang vinden. Overigens missen we de verkeersveiligheid als belangrijk onderwerp, terwijl een verkeersveilige situatie bijdraagt aan een aantrekkelijk leefklimaat in onze regio. Leidt niet tot aanpassingen Het IRP geeft aan dat Loenersloot tot 2040 geen locatie is voor woningbouw; hier is geen OV-knoop aanwezig. Loenersloot kan op lange termijn bijdragen aan het lokale en regionale vervoerssysteem, mits hier sprake zal zijn van een hoogfrequente verbinding met de regio. Voor de lange termijn zien we mogelijkheden om Loenersloot te agenderen.
Voor nu kunnen we ons vinden in de gekozen richting voor het openbaar vervoer en willen we ons als gemeente richten op het vitaal houden van de bestaande dorpen. Leidt niet tot aanpassingen Groeipotentie in Mijdrecht benutten, geen extra beleidsbeperkingen en samen werken aan een klimaatrobuuste regio Leidt niet tot aanpassingen In het IRP is aandacht voor de vitale kernen; de kleine en middelgrote kernen in De Ronde Venen en in andere delen van de regio die niet direct aangesloten zijn op het wiel met spaken. Kernen die vanuit het oogpunt van nabijheid en mobiliteit niet de locaties zijn waar de grote groeiopgave van de regio zijn plek vindt. We zien net als u kansen om de groeipotentie in Mijdrecht te benutten. Leidt niet tot aanpassingen Bij het bouwen in de vitale kernen zijn groen en landschap en mobiliteit belangrijke randvoorwaarden en geeft de U10 aan dat afstemming met het provinciale beleid belangrijk is. We steunen de lijn om lokaal aanpassingen mogelijk te maken om verstedelijking en mobiliteit beter op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld door wegen om nieuwe verstedelijkingslocaties te leggen en infrastructuur slimmer te gebruiken ter vervanging van de huidige, te rigide, mobiliteitstoets. Leidt niet tot aanpassingen
Vitale kernen
Voor Mijdrecht wordt de verstedelijkingsopgave gekoppeld aan de wateropgave. Deze koppeling is in de basis logisch, gelet op de ligging van De Ronde Venen. We zijn bereid om ons in te zetten voor de wateropgave. Waar in het IRP aan voorbij wordt gegaan is, dat de wateropgave een regionale opgave is. Het waterbeheerprogramma van de Amstel Gooi Vecht streek (AGV) is nog volop in ontwikkeling en de BOWA regio (Bestuurlijk Overleg Waterregio AGV) gaat nog afspraken maken over klimaatadaptatie in relatie tot bouwen. Bij de Gemeenten staan samen aan de lat voor de opgave op groen & landschap. De wijze waarop dit gebeurt wordt Provincie Utrecht is het beleid en stimuli rondom klimaatadaptief bouwen nog volop in ontwikkeling (project resilience sprint Utrecht). nader uitgewerkt in fase 4.
De Ronde Venen
De Ronde Venen
Vitale kernen
Als gemeente is het onwenselijk dat het IRP voor extra beleidsbeperkingen zorgt. Onze uitdagingen zijn groot genoeg om te voldoen aan de voorwaarden van provincie en waterschap. Bovendien speelt op enkele locaties een andere kwalitatieve opgave zoals herstructurering Ontwikkelingen rondom verstedelijking gaan gepaard met opgaven rondom o.a. mobiliteit en water. Beoogd (Tuinderslaan Mijdrecht en Amstelhoek). Het opnemen van extra voorwaarden zet de uitvoerbaarheid disproportioneel onder druk en is wordt dit in samenhang tot oplossing te brengen. Gemeenten staan samen voor de opgave op groen & dus niet wenselijk. landschap. De wijze waarop wordt verder uitgewerkt in fase 4.
De Ronde Venen
Vitale kernen
De wateropgave is een regionale opgave (klimaatrobuuste regio), waarbij we samen zoeken naar innovatieve oplossingen. En waarbij we de waterberging regelen en bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen. We zien het als uitdaging op regionaal niveau om de uitvoerbaarheid van de opgave te bevorderen cq vergroten. Graag denken we mee over een herformulering van de tekst over de wateropgave.
De Ronde Venen
Vitale kernen
De Ronde Venen
Wonen
De Ronde Venen
Wonen
De Ronde Venen
Wonen
De Ronde Venen
Wonen
De Ronde Venen
Werken
Ontwikkelingen rondom verstedelijking gaan gepaard met opgaven rondom o.a. mobiliteit en water. Beoogd wordt dit in samenhang tot oplossing te brengen. Gemeenten staan samen voor de opgave op groen & landschap. De wijze waarop wordt verder uitgewerkt in fase 4.
In de provinciale verordening wordt bij verstedelijking landelijk gebied onderscheid gemaakt tussen een kleine uitbreiding per kern in het licht van ‘vitale kernen’ en verdergaande uitbreiding onder voorwaarden. Het IRP maakt dit onderscheid niet. Daardoor lijkt het alsof ook de kleine uitbreidingen tot 50 woningen onder de algemene verstedelijkingsrichtlijnen van het IRP vallen. Dat is niet zo; de provinciale verordening stelt voor deze uitbreidingen niet de verplichting dat dit in het provinciaal programma is opgenomen. Leidt niet tot aanpassingen van het IRP. In het IRP is geen sprake van verstedelijkingsrichtlijnen. Inspelen op lokale en regionale behoefte met 4.800 woningen past bij onze centrale ligging tussen Amsterdam en Utrecht, grote vraag naar eengezinswoningen meenemen in IRP Leidt niet tot aanpassingen. Als gemeente hebben we een woningbouwbehoefte van 4.800 woningen tot 2040, die we kunnen realiseren door een combinatie van inbreiding en intensivering in de dorpen en realisatie van woningbouwlocaties buiten de kernen. Het creëren van doorstroming is net als in vele andere gemeenten in de regio bij ons een van de doelstellingen. De lokale woningbouwbehoefte is 2.800 woningen en daarnaast willen we met de bouw van 2.000 woningen een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwbehoefte.
Onze landelijke ligging met dorpse OV verbinding maakt dat wij volgens de redenering van het IRP geen voor de hand liggende locatie zijn om een bijdrage te leveren aan de regionale woningbehoefte. We kunnen ons niet vinden in deze uitspraak. Gelet op onze ligging ten opzichte van Amsterdam, Schiphol, Hilversum en Utrecht kunnen we onze ogen niet sluiten voor de regionale woningbouwbehoefte. We leveren graag een bescheiden bijdrage aan de regionale woningbouwbehoefte. Het IRP gaat voorbij aan de conclusie van Companen dat er een grote vraag is naar eengezinswoningen. We kunnen ons daar niet in vinden. Het IRP zet in op centrum- en hoog stedelijke woonmilieus en benoemd dat er vraag is naar groenstedelijke milieus. Companen geeft aan dat er behoefte is aan groenstedelijke milieus in Utrecht stad, een combinatie die lastig te rijmen valt. Hierdoor is er nog steeds sprake van een discrepantie tussen woonmilieus en eengezinswoningen in stedelijke milieus. We vinden het logisch dat het grootste gedeelte van de regionale behoefte wordt gerealiseerd binnen het stedelijk kerngebied en dat uitbreiding bovenop de eigen behoefte wordt getoetst aan de verstedelijkingsladder. Gelet op de conclusies uit het Companen onderzoek en de dringende behoefte aan woningbouw in de regio zien we ruimte om een bijdrage te leveren aan de regionale behoefte.
Daarnaast wordt er niet in gegaan op de verschuivende woonwensen als gevolg van corona. Het IRP beschrijft duidelijk dat er uit wordt gegaan van de woningbehoeften vóór de pandemie. De toekomst laat zich moeilijk voorspellen, maar dat de crisis waar we nu in leven nog een tijd zal voortduren en impact heeft op de manier van leven en wonen is duidelijk. Wat ons betreft is het dan ook een gemiste kans hier zo star aan vast te houden. Daarbij komt dat de woningcrisis ook steeds grotere vormen aanneemt; er moet meer oog zijn voor de mogelijkheden om deze tekorten op redelijke termijn in te lopen. Hieraan kunnen uitleggebieden in De Ronde Venen een bijdrage leveren. Uitbreiding met 12 hectare én intensivering van Bedrijventerrein Mijdrecht als totaalpakket, zorgen om en pleidooi voor één regionaal terrein met minimale kavelomvang 5 hectare
Leidt niet tot aanpassingen.
Het 'stapje stedelijker' blijft als basisbeeld overeind. Inzet is maatwerk op gemeentelijk niveau.
Het IRP beoogt flexibel te zijn. Er wordt ingezet op regionaal programmeren, daarbij wordt op regioniveau en deelregioniveau de kwantitatieve behoefte en het planaanbod in beeld gebracht. Het provinciale en regionale programma wordt jaarlijks herijkt. Leidt niet tot aanpassingen.
De Ronde Venen
Werken
De Ronde Venen
Werken
De Ronde Venen
Werken
De Ronde Venen
Werken
De Ronde Venen
Proces
De Ronde Venen
Proces
We hebben qua bedrijventerreinontwikkeling een opgave om 12 hectare uit te breiden voor de lokale ruimtebehoefte en werkgelegenheid en we zien kansen voor intensivering en beperkte transformatie/functiemenging. Het is een gecombineerd verhaal; door verplaatsing naar de uitbreiding kan kwaliteitsverbetering op het bestaande plaatsvinden. We hebben de grond op de beoogde locatie in eigendom; hierdoor ontstaat er een mogelijkheid om kansen te verzilveren. Een eerste uitwerking van de uitbreidingslocatie laat zien dat we ruimte voor ondernemerschap combineren met andere regionale ambities zoals klimaatadaptatie, een klimaat- en energiepositief terrein, water & groenambities en collectieve voorzieningen rondom waterstof en elektrisch rijden. Leidt niet tot aanpassingen. We maken ons zorgen om de ontwikkeling van regionale bedrijventerreinen. We kunnen ons vinden in het realiseren van één regionaal terrein, mits deze bedoeld is voor grootschalige bedrijven vanaf 5 hectare die gericht zijn op de regio Utrecht en met een minimum terreinomvang die passend is bij een regionaal terrein. Dit achten we het meest kansrijk langs de A12. Het explicieter benoemen van deze richting geeft helderheid in de richting waar we als regio voor kiezen.
Als kleinschalige en middelgrote bedrijven hier worden toegestaan, leidt dit tot concurrentie met de bestaande bedrijventerreinen en wordt de gekozen richting van kwaliteitsverbetering en intensivering op de bestaande terreinen in de regio ondermijnd. Voor het regionale terrein is concentratie een logische keuze; voor de terreinen die voorzien in de lokale behoefte zijn we voorstander van een goede geografische spreiding, waarbij rekening wordt gehouden met een De BT Economie heeft meegegeven om regionale bedrijventerreinen in verschillende windrichtingen te inhaalslag. onderzoeken. Op de kaartbeelden zien we Bedrijventerrein Mijdrecht terug, echter De Ronde Venen heeft ook nog andere kleinere bedrijventerreinen die ontbreken op de kaart. We zien dat Bedrijventerrein Mijdrecht is benoemd als locatie voor uitbreiding en verdichting; dit ligt in lijn met het raadsbesluit van juli 2020 om in te zetten op Bedrijventerrein Mijdrecht en af te zien van de ontwikkellocatie Blueport Amstelhoek. De kaart en perspectieven zijn hierop aangepast. De Ronde Venen biedt voldoende mogelijkheden voor bedrijven aan huis, waar goed gebruik van wordt gemaakt. In het IRP zien we geen aanleiding om dit beleid te wijzigen.
Voor detailhandel volgen we de lijn en zetten we in op levendige en leefbare winkelgebieden gericht op ontmoeting, wat gelet op de huidige ontwikkelingen een grote uitdaging zal zijn. Er spelen bij ons geen grote winkelontwikkelingen met een regionale aantrekkingskracht. Onze bedrijventerreinen zijn niet op kantoren gericht; van de kantoren die aanwezig zijn, zien we gelet op de ligging geen kansen voor transformatie richting wonen. Leidt niet tot aanpassingen. Er speelt veel in onze gemeente: zowel een wens tot verstedelijking als doorontwikkeling van het landschap. In het Ruimtelijk Perspectief De Ronde Venen bezien we alle ruimtelijke opgaven van de gemeente integraal. Waarbij we de opgaven verknopen, de kansen en (on)mogelijkheden in beeld worden gebracht. De mobiliteitsopgave brengen we in beeld en een uitwerking voor groen & landschap wordt als ontwerpend onderzoek onderdeel van het gehele ruimtelijk perspectief. Graag gaan we komende maanden met u in gesprek over ons perspectief. In fase 4 blijven we met elkaar in gesprek over de verdere uitwerking van het IRP. Laten we met elkaar kijken hoe wij gezamenlijk de doelstellingen, zoals geformuleerd in het IRP, kunnen bereiken. Om tot uitvoering te komen is draagvlak voor de uitgangspunten en doelstellingen, maar ook betrokkenheid van groot belang.
Hierbij blijft een belangrijk punt om – rekening houdend met ieders rol – de raden in een vroegtijdig stadium te betrekken bij fase 4: de uitvoering. Het zou onze aanbeveling zijn om in hoofdstuk 4.2 hier voldoende aandacht voor te hebben. Er liggen grote ruimtelijke opgaven. Als gemeente leveren wij daar onze bijdrage aan. Dit wordt verder uitgewerkt in het plan van aanpak fase 4.
Algemeen
U heeft verzocht om onze reactie te baseren op het principe van ‘consent’, zoals met de nieuwe U10 governance is geïntroduceerd. Wij staan helemaal achter dit principe, maar vinden het nu nog te vroeg in het proces van dit traject om ons te beperken tot alleen de grote beargumenteerde bezwaren om te kunnen toestemmen, zeker aangezien we op dit moment in een ‘consultatieronde’ zitten. In deze brief reageren we op hoofdlijnen op het Ontwerp IRP. U leest hier ook onze belangrijkste opmerkingen van dit moment. In bijlage 1 leest u overige opmerkingen van algemene strekking en opmerkingen per pagina.
Houten
Houten
Proces
Houten
Algemeen
Houten
Algemeen
Houten
Algemeen
Houten
Proces
Houten
Proces
Houten
Proces
Houten
Proces
Houten
Wonen
Houten
Deelgebieden
Leidt niet tot aanpassingen.
In de inleiding staan de stappen die we als regio de afgelopen jaren hebben genomen. De gemeenteraden hebben daarin een belangrijke rol. Wij zien graag een tekst over de moties en amendementen van de gemeenteraden op het beoordelingskader en de Contour opgenomen in deze inleiding. Ten aanzien van het laatste stuk (Contour) zijn in Houten de volgende moties aangenomen: • Groene schaalsprong: de raad heeft het college opgeroepen om aan te dringen op een groene schaalsprong met concrete doelen; • Behouden en versterken agrarische sector: de raad heeft het college opgeroepen om zich in U16 verband sterk te maken om in de Contour en het IRP meer aandacht te besteden aan het behouden en versterken van de agrarische sector; • Automobiliteit: de raad heeft het college van Houten opgeroepen om zich hard te maken voor meer aandacht voor automobiliteit in de In de inleindig is een verwijzing naar de moties en amendementen opgenomen. Daarnaast is een bijlage Contour (en dus het IRP). toegevoegd met de beantwoording van moties & amendementen opgenomen. Het stuk is zeer compleet, beslaat veel (alle) thema’s en beschrijft een uitgebreide gedachtegang hoe tot dit stuk is gekomen.
Houten is eveneens van mening dat de regio Utrecht nog nooit zo ver is geweest waar het gaat om het gezamenlijk denken over, en het vormen van, een stip op de horizon in het kader van de ruimtelijke toekomst van de regio Utrecht. Deze twee punten doen recht aan het vele werk en alle bijdragen die aan dit stuk zijn gedaan. Complimenten daarvoor! Leidt niet tot aanpassingen Er zit ook een keerzijde aan de volledigheid en de omvangrijkheid van het stuk. Het stuk is op plekken moeilijk leesbaar en navolgbaar. Er zijn perspectieven, redeneerlijnen, algemene opgaven, gebiedsgerichte opgaven (die een zin later weer ‘ruimtelijke keuzes’ worden genoemd) en er zijn programmatische keuzes. Het duizelt categorieën en termen. Onze suggestie is om meer structuur te geven, consequent termen gebruiken en te schrappen (less is more). Doe ook vooral een poging om het perspectief concreter te laten zijn, formuleer zaken SMART zodat duidelijk is wat met onderdelen van het Perspectief staat te gebeuren, is sprake van uitgangspunten voor gebiedsontwikkeling voor de gemeenten? Is er sprake van zaken die nog nadere uitwerking behoeven (onderdeel te maken van een Waar mogelijk is het stuk verder aangepast. Geconstateerd wordt dat deze compleetheid nodig is om de uitvoeringsagenda)? Hier kan nog een flinke slag in geslagen worden en maakt het Perspectief een sterkere leidraad voor het vervolg.
opgaven, perpsectieven, redeneerlijnen en uitwerking te kunnen tonen. Onze ambities in de Ruimtelijke Koers zijn in lijn met de uitgangspunten van Utrecht Nabij (MIRT- Onderzoek), de Provinciale Omgevingsvisie en het IRP. Met als stip op nummer 1: woningen bouwen in bestaand stedelijk gebied nabij knooppunten, want deze zijn goed bereikbaar met het openbaar vervoer én sparen het open waardevolle landschap in een drukke Utrechtse regio. Met twee treinstations en een goede ligging nabij Lunetten-Koningsweg en het Utrecht Science Park is de gemeente Houten een kansrijke plek voor het bouwen van woningen die bijdragen aan de woningnood. Wij kunnen ons daarom vinden in de positie die Houten als regiopoort inneemt in het IRP en kunnen zo tegelijkertijd lokale opgaven oppakken. Leidt niet tot aanpassingen. De gemeenteraad van Houten heeft op 21 januari een voorgenomen besluit genomen over de Ruimtelijke Koers. Een voorlopig besluit omdat over de Ruimtelijke Koers een referendum plaatsvindt, tegelijkertijd met de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Op 30 maart debatteert de raad over de uitslag van het referendum en neemt een definitief besluit over de Ruimtelijke Koers. Leidt niet tot aanpassingen. Wij wachten uw verdere reactie hierover af.
De uitkomst van het voorlopige besluit (eind januari 2021) is als volgt: in grote lijnen is een meerderheid van de raad het eens met de ontwikkeling van de visie en ambities beschreven in de Ruimtelijke Koers. Daarnaast is een meerderheid van de raad het eens met de ontwikkeling van de binnenstedelijke gebieden (Het Centrum, De Molenzoom en De Koppeling). Er zijn ook verschillende moties en amendementen aangenomen. Eén van de belangrijkste is dat de ontwikkeling van Houten-Noordwest en het Landschapspark HoutenOost per amendement is aangehouden. De raad heeft het college opgedragen om voor Noordwest nader onderzoek te doen zodat tot een invulling kan worden gekomen die voldoet aan de aanvullende eisen/wensen zoals door de raad zijn geformuleerd (met als voorbeeld: meer afstand voor woningbouw vanaf de A27 n.a.v. de ingediende zienswijze van de GGDrU, Hof van Wulven een mogelijke invulling met sport/groen/bedrijven en eventueel woningbouw. Ook is er een motie aangenomen die het college vraagt om onderzoek te doen naar gebiedsontwikkeling in Houten Oost met woningbouw in combinatie met een landschapspark. Over de uitkomsten van de onderzoeken wil de raad medio 2021 worden geïnformeerd en zo mogelijk nog voor de zomervakantie een besluit nemen. De stukken Leidt niet tot aanpassingen. Wij wachten uw verdere reactie hierover af. Houten-Oost is als onderzoeksoptie t.a.v.
de raadsbehandeling zijn hier te vinden: https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/Houten/bb328830-528f-44e0-a496-39c46c7d4ac2. tekstueel in het IRP opgenomen. Houten heeft daarmee dus nog geen definitieve keuze gemaakt voor Noordwest of Houten-Oost (overigens ook niet over de andere 3 ontwikkelgebieden van de Koers omdat het besluit van afgelopen januari een voorgenomen besluit is in verband met het referendum in Houten). Deze notie is ook van belang voor het Integraal Ruimtelijk Perspectief en wij vragen u hier op een volgende manier mee om te gaan: • Er mag expliciet in het Integraal Ruimtelijk Perspectief worden opgenomen dat er in Houten nader onderzoek naar Houten-Noordwest en Houten-Oost plaatsvindt en dat het voornemen is dat hierover in de zomer van 2021 besluitvorming plaatsvindt; • In het kaartmateriaal van het perspectief en andere verbeeldingen zoals “schetsverbeeldingen” (bijvoorbeeld op pagina 40) mag HoutenOost worden opgenomen; Leidt niet tot aanpassingen. Wij wachten uw verdere reactie hierover af. Houten-Oost is als onderzoeksoptie • Wij gaan graag met u in overleg hoe bovenstaande exact kan worden verwerkt in een volgende versie van het perspectief. tekstueel in het IRP opgenomen. Wij danken u nogmaals hartelijk voor de grote inspanning die is geleverd om tot het Ontwerp Integraal Ruimtelijk Perspectief te komen.
Wij gaan de komende weken graag met u in overleg en dragen graag bij om bovenstaande punten in een volgende versie van het Integraal Ruimtelijk Perspectief te verwerken. Wij merken daarbij wel op dat het ons ambitieus lijkt om binnen een termijn van 20 kalenderdagen tot een volgende versie te komen. Wij vragen u wat dat betreft om te kiezen voor zorgvuldigheid boven snelheid. In de fase vanaf 30 maart gaan wij met onze raad in gesprek over de zienswijze op het Concept IRP. Ook leggen wij dan het IRP voor aan onze maatschappelijke partners in de gemeente Houten Leidt niet tot aanpassingen. Het regionale woningbehoefte-onderzoek laat zien dat we sterker moeten inzetten op (groen-) stedelijke milieus. Mengen van wonen en werken, voorzieningen in de woonomgeving, en een mobiliteitsprofiel dat op het OV en fietsen is gericht. Deze uitkomsten zijn herkenbaar vanuit ons lokale woningbehoefte-onderzoek (vooral behoefte aan betaalbare appartementen) en vertaald in de ambities van de Ruimtelijke Koers. Dit stelt ons en de regio ook voor uitdagingen. Wij hebben de verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat nieuwe woongebieden sociale cohesie bevorderen, bewegen en ontmoeting stimuleren. Dat aspect mag nog beter naar voren komen in het IRP. De tekst is waar mogelijk aangepast. In hoofdstuk vinden we de vijf deelgebieden. Deze zijn naar onze mening nog onvoldoende uitgewerkt.
Houten is onderdeel van deelgebied 1 (Kromme Rijn vallei) en deelgebied 5 (Centrale As). De lijstjes ten aanzien van de verschillende thema’s zijn nog niet afdoende doordacht en daardoor niet van voldoende kwaliteit en naar tevredenheid, hier moet nog een flinke slag overheen. Er worden in het IRP veel ambities uitgesproken die allemaal een claim leggen op de beschikbare ruimte. Dit vraagt wel een nadere uitwerking die wij nog missen. Welke functies kunnen gecombineerd worden en waar? Waar komen alle benodigde hectares vandaan. Waarschijnlijk grotendeels van de landbouw? Dan moet dat ergens duidelijk verwoord worden. Daarnaast zou je verwachten dat naast de lijstjes van maatregelen ook concrete samenwerkingsprojecten of vervolgstappen benoemd worden. Hier is nog geen sprake van. Zie ook bij specifieke opmerkingen per pagina. Daar waar mogelijk zijn de deelgebieden nader uitgewerkt. Een verdere uitwerking vindt plaats in fase 4.
Houten
Regiopoorten
Houten
Groen, landschap en water
Houten
Energie
Houten
Mobiliteit
Houten
Mobiliteit
Houten
Mobiliteit
Houten
Mobiliteit
Houten
Ontwikkelpad
Ijsselstein
Algemeen
Ijsselstein
Algemeen
De ontwikkeling van de regiopoorten gaat niet alleen gepaard met het realiseren van woningbouw, maar ook met het toevoegen van maatschappelijke en commerciële voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid op die poorten. Onze grote ontwikkellocaties voor woningbouw zijn allemaal gemengde woon-werk locaties. Zoals het centrum, de Molenzoom en de Koppeling. Wij onderzoeken (zie boven) in hoeverre Noordwest ook een bijdrage kan doen aan de regionale vraag naar bedrijfsruimte. Het economische belang van regiopoorten is onderbelicht in het Ontwerp IRP. Er is niet alleen sprake van (stedelijke) dynamiek in de centrale stad Utrecht maar ook in de regiopoorten. De 10- minutenstad stopt niet bij de gemeentegrenzen van Utrecht. Leidt niet tot aanpassingen. Er is een flinke slag geslagen met het thema Groen & Landschap. Wij zien dat u hier ook voor een groot deel invulling heeft gegeven aan de motie van onze gemeenteraad (032-2020). De onderzoeken die hier naar zijn verricht hebben hier aan bijgedragen. Groen groeit mee is voor ons essentieel voor onze inwoners in een steeds meer verstedelijkte regio Utrecht. Wij willen ons buitengebied daarom groen houden. Onze ambities voor een landschapspark in Houten-Oost zien we terug in het IRP door het terugbrengen van de Houtense Rijn. Een andere belangrijke uitbreiding van het groen in onze regio missen wij echter nog in het IRP.
Wij willen namelijk het gebied Nieuw Wulven uitbreiden. Deze maatregel zien wij graag concreet opgenomen worden in de volgende versie van het IRP en verrijkt het Kromme Nieuw Wulven maakt onderdeel uit van de waterliniescheg waar deze aansluit op de A12 zone. De Rijn gebied tussen Houten, Utrecht en Bunnik. waterliniescheg is opgenomen in de teksten en kaarten. Leidt niet tot aanpassingen. Op de bestuurstafel KNR is gesproken over wat op te nemen over de periode na 2030. Gekozen is dicht te blijven bij wat is vastgelegd in de Startnotitie en de Ontwerp RES. Voor het thema energie zit er een focus op 2030 (t.g.v. RES), terwijl het IRP richt op 2040. Daardoor worden soms net verkeerde accenten Elektriciteit krijgt inderdaad wat meer aandacht dan warmte. Dat heeft twee redenen: ten eerste is er ten gelegd (zie ook opmerkingen per pagina). Daarnaast zit de focus van het thema energie ook vooral op elektriciteit. Warmte krijgt weinig aanzien van elektriciteit in de RES al meer uitgewerkt. Daarnaast is de ruimteclaim voor elektriciteitsopwek aandacht. Het risico van de twee punten hiervoor is een onderschatting van de energie-opgave. relatief groot. De uitwerking van mobiliteit in het IRP is te mager in vergelijking met de uitwerking van de andere thema’s. In hoofdstuk 2.3 is geen inhoudelijke verdieping opgenomen t.a.v. dit thema.
De situatie is uiteraard dat dit vooral op andere tafels wordt opgepakt en Leidt niet tot aanpassingen. De uitgebreide onderzoeken naar de wisselwerking tussen mobiliteit en onderzocht, maar dit moet weldegelijk voldoende onderdeel zijn van een gezamenlijk ruimtelijk document als het IRP. Verdere algemene verstedelijking vinden, ism rijk en rpovincie, plaats in U Ned. Het IRP schetst vanuit de regionale opmerkingen t.a.v. mobiliteit zijn: verstedelijkingsstrategie de inzet in deze trajecten. Leidt niet tot aanpassingen. Het IRP baseert de beleidslijn voor OV op het dor de BT Mobiliteit vastgestelde regionale Toekomstbeeld OV. In dat Toekomstbeeld is betaalbaarheid van het gehele OV-systeem een leidend Grootschalige verbeteringen in openbaar vervoer zijn nodig om de regio bereikbaar te houden. Niet alleen investeringen in het versterken principe en daarom is het IRP terughoudend met het opnemen van OV wensen die beschikbare budgetten van de grote en sterke verbindingen maar ook juist in de kleinere verbindingen en verbindingen tussen de kleinere gemeenten. Zoals overschreiden. Voor Houten hebben we spectaculaire verbeteringen in de OV-bereikbaarheid in het vizier ivm busverbindingen tussen IJsselstein, Nieuwegein, Vijfheerenlanden, Houten, Bunnik en het USP. Wij vinden dat de focus te veel ligt op het frequentieverhogingen op het spoor.