CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Tappersheul III - bedrijventerrein en sportvoorzieningen' - Bijlage 2 (Bestemmingsplan).pdf

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan Tappersheul III - bedrijventerrein en sportvoorzieningen28.246 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Oudewater

Bestemmingsplan ‘‘Bedrijventerrein Tappersheul III” Vaststelling

8 november 2021

Gemeente Oudewater

Bestemmingsplan ‘‘Bedrijventerrein Tappersheul III” Vaststelling

Inhoud: • • •

Toelichting Regels Geometrische plaatsbepaling (verbeelding)

werknummer: datum: bestand:

619.121.90 8 november 2021 J:\619\121\30\3.projectresultaat\

Procedureoverzicht Fase

Datum

Voorontwerp

10 september 2020

Ontwerp

9 februari 2021

Terinzagelegging

24 februari t/m 6 april 2021

Definitief

KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam

Toelichting

Bedrijventerrein Tappersheul III

2

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Voorgaande bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 7 8

Hoofdstuk2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid

11 11 13 16 18

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Huidige situatie 3.2 Toekomstige situatie

21 21 22

Hoofdstuk4 Sectorale aspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.1.1 Kader 4.1.2 Onderzoek 4.1.3 Conclusie 4.2 Ecologie 4.2.1 Kader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Geluidhinder wegverkeer 4.3.1 Kader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Luchtkwaliteit 4.4.1 Kader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Water 4.5.1 Kader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Bodemkwaliteit 4.6.1 Kader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Externe veiligheid 4.7.1 Kader 4.7.2 Onderzoek

31 31 31 31 32 32 32 33 35 35 35 35 36 36 36 37 38 38 38 41 43 44 44 44 46 46 46 47 Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

3

4.7.3 Conclusie 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.8.1 Kader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Verkeer en parkeren 4.9.1 Onderzoek 4.9.2 Conclusie 4.10 Conventionele explosieven 4.11 Overige belemmeringen 4.11.1 Inleidend 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Duurzaamheid 4.12.1 Kader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 M.e.r.-beoordeling 4.13.1 Kader 4.13.2 Onderzoek

49 49 49 49 53 54 54 56 57 57 57 57 57 57 57 58 58 58 58 59

Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Planmethodiek 5.2 Regels 5.3 Geometrische plaatsbepaling

61 61 61 63

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Exploitatieverplichting 6.1.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.3 Handhavingsaspecten

65 65 65 65 65

Hoofdstuk7 Procedure 7.1 Voorbereidingsfase 7.2 Ontwerpfase 7.3 Vaststellingsfase

67 67 68 68

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

4

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

5

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel van het plan

De gemeente Oudewater wil, om tegemoet te komen aan de grote vraag aan bedrijfskavels, het bestaande bedrijventerrein Tappersheul uitbreiden. Hiervoor zijn de gronden ten oosten van het bestaande bedrijventerrein gereserveerd. In de provinciale ruimtelijke verordening is hier reeds op voorgesorteerd en is dit gebied aangeduid als toekomstig bedrijventerrein. Het gebied heeft de werknaam 'Tappersheul III'. Ten zuiden van de uitbreiding van het bedrijventerrein bestaat daarnaast de wens om een aantal sportvoorzieningen te realiseren die nu elders in Oudewater liggen (zwembad, skeelerbaan met een extra mogelijkheid voor een natuurijsbaan als het vriest, en mogelijk op termijn een nieuwe sporthal). Voorliggend bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het bedrijventerrein en realisatie van het zwembad en skeelerbaan mogelijk. Daarnaast geeft voorliggend bestemmingsplan een kader voor de landschappelijke inpassing en een geleidelijke overgang naar het omliggende buitengebied.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen ten noordoosten van de kern van Oudewater. Het gebied ligt ingeklemd tussen de Polderwetering en de Broekkade. Ten westen van het plangebied ligt het bestaande bedrijventerrein 'Tappersheul. De polder 'Noord-Linschoten' grens aan de oostelijke zijde aan het plangebied. Het plangebied is deels gelegen binnen de bestaande landschapszone die een overgang van stad naar landschap vormt. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de grotere context weergegeven.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

6

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (rode stippellijn) in grotere context Als verder ingezoomd wordt op het plangebied en de directe omgeving blijkt dat het plangebied globaal begrensd wordt door: Het water van de Polderwetering in het zuiden; De Iepenweg, het Toleind, de Kabelslag en bestaande bedrijvigheid in het westen; De Broekkade in het noorden; De strokenverkaveling (weilanden) van de polder 'Noord-Linschoten' in het oosten. In afbeelding 1.2 is de ligging van het plangebied in haar directe omgeving weergegeven.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

7

Afbeelding 1.2: Ligging plangebied in directe omgeving

1.3

Voorgaande bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied vigeren, tot op het moment dat het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt: het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Tappersheul", dat op 17 december 2009 door de gemeenteraad van Oudewater is vastgesteld, in het noordwestelijke (blauwe) deel. het bestemmingsplan "Landelijke gebied Oudewater & Wileskop", dat op 4 juli 2011 is vastgesteld, in het oostelijk (roze) deel. het bestemmingsplan "De Noort Syde II", dat op 4 juli 2013 is vastgesteld, in het zuidwestelijke (oranje) deel. In afbeelding 1.3 is een overzicht van de vigerende bestemmingsplannen in het plangebied weergegeven. Het deelgebied, dat gelegen is in het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Tappersheul", kent de bestemmingen 'Groen', 'Water', 'Verkeer' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde hoog'. In het deelgebied, dat gelegen is in het bestemmingsplan "Landelijk gebied Oudewater & Willeskop", vigeren de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Landschap' en 'Groen'. Daarnaast zijn voor de noordelijke gronden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde middelhoog' en 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde hoog' opgenomen. De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is opgenomen voor de gronden in het deelgebied dat ligt in het bestemmingsplan "De Noort Syde II".

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

8

Afbeelding 1.3: overzicht vigerende bestemmingsplan in relatie tot het plangebied Strijdigheid met vigerende bestemmingsplannen De beoogde ontwikkeling is in diverse opzichten strijdig met de vigerende bestemmingsplannen. Zo is voorzien in de ontwikkeling van bedrijven en sportvoorzieningen binnen de bestemmingen 'Groen' en 'Agrararisch met waarden - Landschap'. In functioneel opzicht is dit strijdig omdat bedrijven en sportvoorzieningen niet zijn toegestaan binnen deze bestemmingsplannen. Daarnaast kennen beide beide bestemmingen geen bouwvlakken waardoor ook in ruimtelijke opzicht sprake is van strijdigheid. Daarnaast is voorzien in de realisatie van groenstructuren en ontsluitingen ter plaatse van de bestemming 'Water' uit het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Tappersheul'. Beide functies zijn op basis van de vigerende bestemming niet toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet het plangebied van een actueel juridisch-planologisch kader waarin voorgenomen ontwikkelingen mogelijk zijn.

1.4

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Na deze inleiding is in Hoofdstuk 2 Beleidskader ingegaan op de verschillende beleidskaders op Rijksniveau en provinciaal en gemeentelijk niveau. In Hoofdstuk 3 Planbeschrijving is de gebiedsvisie uiteengezet. Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten gaat in op de verschillende sectorale aspecten en doet verslag van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die gelden vanuit de diverse planologische en milieukundige toetsingskader. In Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving is de juridische toelichting op het bestemmingsplan gegeven. Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan, dat in een economisch en maatschappelijk facet uiteengelegd wordt. Tevens wordt daarbij ingegaan op het aspect handhaving. Ten slotte wordt de bestemmingsplanprocedure in Hoofdstuk 7 Procedure nader toegelicht. Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

9

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

10

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

11

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want onze ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zetten we een proces in gang waarmee we keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter kunnen maken. Zo bouwen we samen aan een mooier en sterker Nederland. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt.

Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Op de Noordzee ligt er bijvoorbeeld een opgave om meer windmolens te plaatsen. Dat kan alleen als we goede afspraken maken met andere gebruikers. Ook moeten we goed nadenken over de plekken waar de opgewekte windenergie aan land komt. Het is efficiënt om juist daar plaats te bieden aan bedrijven die veel stroom gebruiken. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; b. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

12

die van toekomstige generaties. StructuurvisieInfrastructuuren Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. De structuurvisie geeft een integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden.

In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's. Ter versterking van het vestigingsklimaat in de stedelijke regio's rondom de main-, brain- en greenports geldt een gebiedsgerichte, programmatische urgentieaanpak. In krimpregio's wordt het interbestuurlijke programma bevolkingsdaling doorgezet. In het SVIR worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden.

Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast. Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). In de Barro worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

13

Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan. Door BUCK Consultants International is een onderbouwing opgesteld voor de uitbreidingen in Oudewater buiten de rode contour. Deze onderbouwing is opgenomen in bijlage 1.

Uit deze onderbouwing blijkt dat er behoefte is aan bedrijfsruimte in Oudewater. Lange termijn prognoses wijzen uit dat er 3 ha netto uitbreidingsbehoefte is in Oudewater. De locatie Tappersheul III wordt beoordeeld als een ontwikkeling met een lokaal verzorgingsgebied. Binnen dit verzorgingsgebied is er geen geschikt aanbod aanwezig om aan deze behoefte te voldoen en ontstaat er geen onaanvaardbare leegstand bij de ontwikkeling. De bewoners in de gemeente Oudewater hebben zich uitgesproken over een zwembad in de gemeente. Het huidige zwembad voldoet niet meer en renovatie is duur. De mogelijkheid om het zwembad te slopen en nieuwbouw te realiseren is alleen financieel haalbaar wanneer er een woningbouwprogramma kan worden toegevoegd, waarmee kosten voor het zwembad gedekt kunnen worden. Omdat er binnenstedelijk geen extra locaties voor woningbouw aanwezig zijn, is woningbouw op Statenland wenselijk. Het verplaatsen van het zwembad biedt dus mogelijkheden voor een haalbare businesscase en de invulling van de woningbouwbehoefte. De locatie Tappersheul III komt hiervoor in aanmerking, gezien de dilemma's die op andere locaties spelen, waardoor de afweging anders gemaakt dient te worden dan in 2016 het geval was.

Door de ontwikkeling van Tappersheul III voor bedrijvigheid en sportvoorzieningen buiten de rode contour: Wordt de schaarse ruimte van Oudewater binnen en buiten de rode contour efficiënt benut; Kunnen zowel Statenland als Tappersheul III verantwoord en integraal worden ontwikkeld; Ontstaat er financiële haalbaarheid voor de nieuwbouw van het zwembad en kan invulling worden geboden aan een maatschappelijk gewenste ontwikkeling; Krijgt de woningbouwbehoefte om Oudewater een vitale stad en samenleving te houden invulling; Wordt de urgente behoefte aan bedrijfsruimte ingevuld en ruimtelijk inpasbaar; Wordt de ambitie van de gemeente om sportvoorzieningen te clusteren mogelijk. Hiermee is de behoefte aan voorgenomen ontwikkelingen aangetoond.

2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisieen Omgevingsverordeningprovincie Utrecht Provinciale Staten hebben op 10 maart 2021 de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht vastgesteld, samen met het bijbehorende planMER. De omgevingsvisie en interim omgevingsverordening zijn op 1 april 2021 in werking getreden. Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

14

In de omgevingsvisie staat hoe de provincie zich wil voorbereiden op de toekomst, gezien alle ontwikkelingen die op ons afkomen en die ruimte vragen in de provincie (zoals bijvoorbeeld de bevolkingsgroei en het opwekken van duurzame energie). In de (interim) omgevingsverordening staan de juridische regels die bij de omgevingsvisie horen. In het milieueffectrapport (planMER) zijn de milieugevolgen van het nieuwe beleid in beeld gebracht. De omgevingsverordening die onder de Omgevingswet in werking kan treden, wordt momenteel geüpdatet. De Ontwerp Omgevingsverordening provincie Utrecht 2022 heeft van begin juni tot half juli 2021 ter inzage gelegen. Na verwerking van zienswijzen, stellen Provinciale Staten de Omgevingsverordening naar verwachting begin 2022 vast. Deze Omgevingsverordening treedt dan onder de Omgevingswet in werking. Provinciale Structuurvisie2013 - 2028 (herijking 2016) In de Provinciale Structuurvisie 2013 - 2028 wordt de strategie van Utrecht 2040 in ruimtelijke zin verder uitgewerkt. De structuurvisie omvat het beleid voor de periode tot 2028. Bij de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie is ook een Verordening vastgesteld. De Provinciale Structuurvisie beoogt een aantrekkelijke provincie te creëren om in te wonen, werken en recreëren. De met vele regiopartijen opgestelde Strategie Utrecht 2040 vormt daarvoor het uitgangspunt.

De doelen uit Strategie Utrecht 2040 vragen om een integrale aanpak die resulteert in drie pijlers: een duurzame leefomgeving; vitale dorpen en steden; landelijk gebied met kwaliteit. Het plangebied is in de structuurvisie aangeduid als kernrandzone in het landelijk gebied gebied. Uit de provinciale structuurvisie blijk dat er onder andere aandacht moet zijn voor bodemdaling, klimaatadaptatie, cultuurhistorie en landschappelijke waarde. In dit plan wordt hiermee rekening gehouden door te zorgen voor waterberging en een goede landschappelijke inpassing van het geheel. In de kernrandzone visie, die is opgenomen als bijlage 2, wordt meer aandacht besteed aan deze landschappelijke inpassing. Daarnaast is in de structuurvisie reeds voorzien in de ontwikkeling van het bedrijventerrein omdat het plangebied is aangeduid als toekomstig bedrijventerrein. Provinciale Ruimtelijke Verordening Op 4 februari 2013 hebben Provinciale Staten van Utrecht de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 vastgesteld. Een herijking heeft in 2016 plaatsgevonden. Het doel van de verordening is provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Dat betekent dat de gewenste ontwikkelingen in een gebied of regio op deze manier worden veiliggesteld. De basis van de verordening is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028.

In de verordening zijn onder andere regels met betrekking tot de kernrandzone, cultuurhistorie en landschap opgenomen. Kernrandzone In de verordening is de visie doorvertaald in regels. Om tot ontwikkeling in de kernrandzone te komen dient sprake te zijn van versterking van de ruimtelijke kwaliteit, dient de verstedelijking ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar te zijn en dienen omliggende functies niet onevenredig te worden geschaad. Daarnaast dient de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit te zijn geborgd. Voor de eerste twee punten is de kernrandzonevisie in bijlage 2 opgesteld. In deze visie wordt ingegaan op de versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Dit bestemmingsplan ziet in het borgen van de ruimtelijke kwaliteit middels bestemmingen en regels. In Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

15

deze toelichting wordt inzichtelijk gemaakt dat de omliggende functies niet onevenredig geschaad worden. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden uit de provinciale verordening. Cultuurhistorie Het plangebied is gelegen in het agrarisch cultuurlandschap. In de regels is aangegeven dat een ruimtelijk besluit voor deze gronden geen nieuwe bestemmingen en regels mag bevatten die leiden tot een onevenredige aantasting van deze worden. In het de kernrandzone visie wordt aandacht besteed aan de cultuurhistorische waarden en verderop in de toelichting wordt aandacht besteed aan dit onderwerp. Landschap Het plangebied is gelegen in het landschap van het Groene Hart. Voorgeschreven is dat een de toelichting op een ruimtelijk besluit voor deze gronden een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten geeft en de wijze waarop met de bescherming ervan wordt omgegaan. In de kernrandzonevisie wordt hier aandacht aan besteed. Deze visie is vertaald in dit bestemmingsplan. Toekomstig bedrijventerrein Verder is een groot deel van het plangebied in de provinciale verordening aangeduid als 'toekomstig bedrijventerrein'. In de verordening zijn voorwaarden gesteld aan een ruimtelijke besluit dat de nieuwvestiging of uitbreiding van bedrijventerreinen mogelijk maakt. Zo dient de uitbreiding van het bedrijventerrein plaats te vinden in aansluiting op het stedelijk gebied.

Het plangebied, waar de uitbreiding voorzien is, grenst direct aan het bestaande bedrijventerrein en daarmee het stedelijke gebied (zoals dat ook op de verbeelding van de provinciale verordening is aangeduid). Aan de eerste voorwaarde wordt daarmee voldaan. Verder dient de uitbreiding bij te dragen aan een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. In bijlage 2 is de kernrandzonevisie opgenomen die voor de voorgenomen ontwikkeling is opgesteld. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde voorwaarde. Daarnaast zijn er enkele voorwaarden gesteld met betrekking tot herstructurering. De herstructurering van bestaande bedrijventerreinen dient verzekerd te zijn door middel van een herstructureringsplan, de uitbreiding dient in samenhang en evenredige verhouding met de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen plaats te vinden, en de tijdige realisering van de herstructurering dient te zijn verzekerd. Hiertoe wordt door de gemeente een herstructureringsplan/revitaliseringsplan opgesteld. Deze is momenteel in ontwikkeling, het plan van aanpak hiervoor is opgenomen in bijlage 21. Conform het bepaalde in artikel 3.20 lid 2 onder f en artikel 4.2 lid 1 onder d van de provinciale verordening, is het voorgaande verzekerd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan (artikel 3.4.3).

Detailhandel Tot slot is het plangebied in de PRV aangeduid als 'detailhandel buiten bestaand winkelgebied'. In de bijbehorende regeling is bepaald dat een ruimtelijk besluit alleen nieuwvestiging of uitbreiding van detailhandel mogelijk kan maken onder bepaalde voorwaarden (artikel 4.4). Binnen de uitbreiding van het bedrijventerrein Tappersheul zijn bepaalde vormen van detailhandel in beperkte mate denkbaar. In dit bestemmingsplan is dit opgenomen in de vorm van een afwijkingsbevoegdheid (artikel 3.5.1 onder c). Daarmee kunnen bepaalde detailhandelsactiviteiten worden toegelaten, onder voorwaarde dat het aantoonbaar bedrijfsmatig gewenst en/of noodzakelijk is en geen negatieve gevolgen heeft voor de detailhandel binnen bestaand winkelgebied zoals bedoeld in de PRV. De motivatie zal ook de andere hierbij benoemde aspecten uit de (ontwerp) omgevingsverordening moeten benoemen. Ook gaat het Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

16

alleen om enkele aangegeven vormen van detailhandel. Zodoende zijn de voorwaarden uit de PRV met betrekking tot detailhandel in dit bestemmingsplan geborgd.

Voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het provinciale beleid.

2.3

Regionaal beleid

LandschapsontwikkelingsplanGroene Driehoek Voor de gemeenten in de Groene Driehoek (Montfoort, Oudewater en Lopik) is een gezamenlijk landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. Het plan geeft inzicht in de mogelijkheden en keuzen voor de landschapsontwikkeling in het buitengebied voor de komende 30 jaar. Ook zijn realiseerbare projecten benoemd gericht op recreatie, landschap/cultuurhistorie, natuur, water en landbouw. Het LOP gaat uit van een actieve landschapsontwikkeling waarbij een belangrijke rol is toegekend aan de kernkwaliteiten van het landschap. Voor de Groene Driehoek staat behoud en ontwikkeling van de streekeigen identiteit, verscheidenheid en beleving van het landschap voorop, onder de voorwaarde dat een groot deel van het gebied levensvatbaar blijft voor de landbouw en met name de veeteelt. Er is echter behoefte aan het inpassen van niet-agrarische ontwikkelingen. Bij het vaststellen van nieuwe ontwikkelingsrichtingen moeten de bestaande kernkwaliteiten van het landschap als basis en richtinggevend kader dienen voor ruimtelijke veranderingen. Een integrale aanpak van de problematiek over de gemeentegrenzen heen is hierbij van belang. In de landschapsvisie, die is weergegeven in afbeelding 2.1, is te zien dat de uitbreiding van het bedrijventerrein in dit ontwikkelingsplan al is voorzien.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

17

Afbeelding 2.1: Landschapsvisie landschapsontwikkelingsplan Uit de kaart van het uitvoeringsprogramma (afbeelding 2.2) blijkt dat in het plangebied een versterking van de groene buffers plaats dient te vinden.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

18

Afbeelding 2.2: Uitvoeringsprogramma landschapsontwikkelingsplan In het ontwikkelingsplan wordt aangegeven dat de inpassing van het bedrijventerrein aandacht vraagt en dat dit landschappelijk ingepast dient te worden. Een ander aandachtspunt is dat de polders in recreatief opzicht weinig toegankelijk zijn vanuit de kernen. Omdat het plangebied in de kernrandzone is gelegen en de overgang richting de polders aandacht verdient, is een kernrandzonevisie opgesteld, zie bijlage 2. Deze visie is gericht op het handhaven en versterken van de bestaande kwaliteiten en om nieuwe initiatieven beter in samenhang te kunnen beoordelen. De visie is een toetsingskader voor ruimtelijke initiatieven.

2.4

Gemeentelijk beleid

Ontwerp-OmgevingsvisieOudewater Op 5 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oudewater het ontwerp van de Omgevingsvisie Oudewater 2022-2040 vastgesteld. De ontwerp-omgevingsvisie ligt van 13 oktober tot en met 23 november 2021 voor eenieder ter inzage. Naar verwachting wordt de omgevingsvisie begin 2022 vastgesteld. Op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan geldt zodoende nog de Structuurvisie Oudewater 2005-2025.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

19

StructuurvisieOudewater 2005-2025 De structuurvisie van de gemeente Oudewater geeft de koers voor de ruimtelijke ontwikkeling op de korte, middellange en lange termijn weer. De structuurvisie is feitelijk een integraal masterplan voor het gehele grondgebied. De structuurvisie heeft de volgende functies: Het biedt een integraal en samenhangend ontwikkelingskader voor de ruimtelijke en programmatische ontwikkeling van Oudewater. Het is een toetsingskader met een goede ruimtelijke onderbouwing voor de ontwikkeling van deelprojecten. Verzorgt de communicatie tussen het gemeentebestuur en de bevolking over de ruimtelijke ontwikkeling van Oudewater . Het zorgt voor communicatie, overleg en afstemming van het beleid op verschillende schaalniveau's, tussen rijk, provincie en gemeente. In de gemeentelijke structuurvisie is met betrekking tot het plangebied aangegeven dat de overgang van stad naar land aan de oostzijde van het bedrijventerrein Tappersheul zal worden vormgegeven als stadsland. Deze zonen vormt een groene buffer naar het open buitengebied. In afbeelding 2.3 is een uitsnede van de structuurvisie weergegeven.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

20

Afbeelding 2.3: Uitsnede van de structuurvisie Oudewater Deze overgang, waar in de structuurvisie op gedoeld wordt, is in het provinciale beleid verankerd in de kernrandzone. Met de voorgenomen ontwikkeling verschuift deze zone. Bij ontwikkeling wordt het geheel landschappelijk goed ingepast en wordt gezorgd voor een groene overgang richting het open buitengebied. Voor een nadere onderbouwing voor de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar bijlage 2.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

21

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied is in de huidige situatie een onbebouwd gebied dat fungeert als afscherming van het bestaande bedrijventerrein ten opzichte van het omliggende landschap. Het plangebied is een half-open landschappelijke zone met diverse landschapselementen zoals bosjes, boomgroepen, sloten, poelen, grasland en struinpaden. Hiermee kent het een ecologische en recreatieve verblijfskwaliteit. Het gebied is in de huidige situatie echter slechts beperkt toegankelijk en mist de relatie met het groene tussengebied bij Toleind. In de afbeeldingen 3.1, 3.2 en 3.3 is de huidige situatie in het plangebied weergegeven.

Afbeelding 3.1: Overzicht van de huidige situatie in het plangebied.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

22

Afbeelding 3.2: Huidige situatie in het plangebied gezien vanaf de Kabelslag

Afbeelding 3.3: Huidige situatie in het plangebied gezien vanaf de Iepenweg

3.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie is voorzien in de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein 'Tappersheul', welk gedeelte 'Tappersheul III' wordt genoemd, en de realisatie van diverse sportvoorzieningen. De bedrijven zijn in het noordelijke deel van het plangebied voorzien en de sportvoorzieningen worden in het zuidelijke deel van het plangebied gerealiseerd. Programma Het bestaande bedrijventerrein wordt in westelijke richting uitgebreid en bestaat uit 3 hectare uitgeefbaar Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

23

terrein. Het bedrijventerrein krijgt geen duidelijke branchering en is daardoor aantrekkelijk voor verschillende bedrijven. De precieze programmatische invulling van dit deel van het bedrijventerrein is daarmee niet volledig afgebakend. Wel worden in dit bestemmingsplan uiteraard kaders geboden voor de maximale bedrijfsactiviteiten en eisen gesteld aan inrichting en beeldkwaliteit. De sportvoorzieningen zijn, zoals gezegd, voorzien in het zuidelijke deel van het plangebied. Het voornemen bestaat om een zwembad met een binnen- én buitenbad te realiseren. Bij dit buitenbad is ook voorzien in de realisatie van een ligweide en een parkeerterrein. Dit parkeerterrein is bedoeld voor de bezoekers van zowel het binnen- én buitenbad. Naast de realisatie van het zwembad is ook voorzien in de realisatie van een skeelerbaan. Rondom de skeelerbaan bestaat de mogelijkheid dat er een extra ring wordt aangelegd die bij vorst onder water kan worden gezet zodat daar een natuurrijsbaan kan ontstaan. Deze buitenring kan ook gebruikt worden als recreatieve / oefenskeelerbaan. Daarnaast wordt op de langere termijn ook mogelijk de realisatie van een nieuwe sporthal voorzien.

Het betreft voorzieningen die nu reeds in Oudewater aanwezig zijn en die alsdan verplaatst zouden worden: de skeelerbaan en het zwembad (thans alleen buitenbad) zijn nu gevestigd aan de zuidwestzijde van Oudewater, op Statenland. De nieuwe sporthal zou ter vervanging zijn van één van de twee bestaande sporthallen in Oudewater. Dit is echter nog niet concreet genoeg en daarom niet juridisch mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan. Stedenbouwkundige opzet Door het bureau Juurlink [+] Geluk is een beeldkwaliteitsplan opgesteld ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen. Op 14 november 2019 is een beeldkwaliteitsplan door de gemeenteraad vastgesteld, dat op 28 januari 2021 is geactualiseerd. Naar aanleiding van de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan is het beeldkwaliteitsplan opnieuw geactualiseerd (gedateerd 21 oktober 2021). Dit document is opgenomen in bijlage 3 bij de toelichting.

Om tot een uiteindelijk verkaveling en inrichting te komen, zijn aan het begin van het proces een aantal uitgangspunten geformuleerd: Een goede (groene) rand richting het landschap; Een representatief profiel van de Iepenweg; Zichtlijnen naar het landschap open houden; Een onderscheid tussen de bedrijfszone en een meer recreatieve/sportzone door middel van een groene tussenstrook bij het Toleind; Het accentueren van de kop van het gebied. Bovengenoemde uitgangspunten zijn schetsmatig weergegeven in afbeelding 3.4.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

24

Afbeelding 3.4: Schetmatige verkenning van stedenbouwkundige uitgangspunten. Uit overleg met ondernemers en omwonenden is na een eerdere versie van het beeldkwaliteitsplan gebleken dat een andere opzet van het meest zuidelijke verkavelingsblok (E) werd gewenst. De opzet van een bedrijfsverzamelgebouw als één volume centraal op de kavel is vervangen door een opzet van een open bedrijvenhof met vier kleine volumes en één ontsluiting via een hof. De totale oppervlakte van het verkavelingsblok is met bijna 25% verkleind waardoor de openheid en landschappelijke inpassing verbetert. Dit is meegenomen in het beeldkwaliteitsplan voorontwerpbestemmingsplan was gevoegd.

van

22

april

2020,

zoals

dat

bij

het

In januari 2021 is het beeldkwaliteitsplan opnieuw geactualiseerd. Naar aanleiding van de inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd. De ontsluiting van het blok E is verlegd van aansluiting op het Toleind naar aansluiting op het einde van de Iepenweg binnen het bestaande hek. Dit hek sluit in de vooravond om 's ochtends weer open te gaan en verhindert verkeer tussen de woonwijk en het bedrijventerrein. Zo bleek dat voor verkavelingsblok A andere bouwhoogtes wenselijk waren. Voorheen was hier een maximale bouwhoogte van 8 m opgenomen. Voor de eerste 50 meter bezien vanaf de doorgetrokken Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

25

Elzenweg is dit aangepast in minimaal 7,5 en maximaal 15 meter (overeenkomstig het tegenovergelegen blok B), en voor het overige deel van blok A ten noorden hiervan een maximale bouwhoogte van 10 meter. Daarnaast is voor blok A, gezien de aard van de bedrijfsactiviteiten, een afwijkende erfafscheiding toegestaan. Hier kan naast een hekwerk ook een meer gesloten afscheiding worden gerealiseerd, die aan de buitenzijde moet worden begroeid. Daarbij is de maximale hoogte behouden, en blijft erfafscheiding bij de representatieve hoek niet toegestaan. In oktober 2021 is het beeldkwaliteitsplan opnieuw geactualiseerd. Naar aanleiding van de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd. Dit betreft voornamelijk het verleggen van blok E en het onder voorwaarden toestaan van een grotere hoogte in blok A. Ruimtelijke vertaling Verkaveling bedrijvigheid Bovengenoemde stedenbouwkundige uitgangspunten hebben geresulteerd tot een verkaveling met daarin verschillende 'blokken' waarin bedrijfskavels gerealiseerd mogen worden. De studie van Juurlink [+] Geluk heeft geleid tot de verkaveling zoals weergegeven in afbeelding 3.5.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

26

Afbeelding 3.5: Masterplan uitbreiding Tappersheul en sportvoorzieningen (Juurlink + Geluk, juli 2021). De verschillende bouwkavels voor de bedrijven zijn variërend in omvang van 3.840 m2 (blok E) tot 10.150 Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

27

m2 (blok C). Ter plaatse van blok E wordt gedacht aan een open bedrijvenhof met meerdere kleine units. Verkaveling zwembad Zoals aangegeven, zijn de sportvoorzieningen voorzien in het zuidelijk deel van het plangebied. Het zwembad is voorzien in het noordelijk deel van het zoekgebied voor deze voorzieningen. Het zwembad beschikt in de toekomstige situatie over een binnen- en een buitenbad. Het buitenbad is voorzien in het noordoostelijk deel van het perceel en kent een omvang van 50 bij 17 meter. Het zwembad is noord-zuid georiënteerd. Ten westen van het buitenzwembad is voorzien in een ligweide. Daarnaast is ook voorzien in de mogelijke realisatie van een spraypark. Het binnenzwembad is voorzien op het zuidelijk deel van het perceel. Het binnenbad kent een omvang van 25 bij 17,5 meter. Dit bad kent een deels verstelbare bodem. Ten westen van de ligweide en het binnenbad wordt een parkeerterrein gerealiseerd om te kunnen voorzien in de benodigde parkeerplaatsen voor de zwembaden. In totaal worden 240 fietsstallingsplaatsen en ruim 100 parkeerplaatsen aangelegd. Het zwembad wordt landschappelijk ingepast met onder meer een groene grondwal van 1,5 meter hoog langs de weg Toleind. Onder deze groene wal wordt in feite een aarden wal verstaan, voorzien van beplanting.

Deze wal verzorgt naast een landschappelijke inpassing ook een akoestische afscherming van de activiteiten in en rondom het zwembad. Het gebouw krijgt een stoere en sobere uitstraling en wordt als architectonisch solitaire eenheid ontwikkeld. Sporthal Centraal in het sportcluster kan een nieuwe sporthal komen. De komst hiervan is nog onzeker en is daarom nog niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Deze gronden worden in de toekomstige situatie groen ingericht. Ruimtelijk gezien zou de nieuwe sporthal tussen het nieuwe zwembad en de nieuwe skeelerbaan in kunnen komen. In de stedenbouwkundige opzet is daar ruimte voor gereserveerd. Skeelerbaan In het zuidelijk deel van het sportcluster wordt een nieuwe skeelerbaan gerealiseerd. Het gaat om een 200-meter wedstrijdbaan waarbij de bochten een flauw talud kennen (tot circa 1 meter). Bij deze skeelerbaan is voorzien in de realisatie van een kleedgebouw van circa 200 m2. Dit kleedgebouw bestaat uit één bouwlaag. De baan wordt voorzien van enkele lichtmasten. Bezoekers van deze baan kunnen parkeren op de parkeerplaats bij het zwembad. De skeelerbaan wordt landschappelijk ingepast met robuuste blokken bos bestaande uit dichte begroeiing van bomen en struikgewas. Hierdoor krijgt het geheel extensieve en landschappelijke uitstraling. Vanaf de Kabelslag zal deze skeelerbaan weinig zichbaar zijn.

Natuurijsbaan Rondom deze skeelerbaan bestaat de mogelijkheid om in het winterseizoen een openlucht natuurijsbaan te creeëren. Hiertoe wordt rondom de skeelerbaan een extra 'ring' aangelegd die bij vorst onder water gezet kan worden. Bij deze natuurijsbaan zal geen sprake zijn van koel- of omroepinstallaties. Het gaat daarmee niet om een zogenaamde 4.2 inrichting (zie ook paragraaf 4.8 Bedrijven en milieuzonering). Hierdoor zal het gebruik van deze ijsbaan slechts beperkt zijn tot een geringe periode in het jaar, en wellicht zelfs ééns per meerdere jaren aangezien de winters steeds minder streng worden, en wordt mogelijke hinder richting omwonenden beperkt. Deze buitenring kan, wanneer niet in gebruik als natuurijsbaan, ook worden gebruikt als skeeler(oefen)baan. Ontsluiting De ontsluiting van de verschillende bedrijfskavels vindt plaats via nieuwe dwarswegen die in het Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

28

verlengde van de bestaande, horizontale wegen liggen. Hierdoor ontstaat een verlening van de Elzenweg, Wilgenweg en Populierenweg. Wanneer de verschillende bouwvlakken worden verdeeld in meerdere kavels en geen directe ontsluiting via een dwarsweg mogelijk is, wordt de kavel rechtstreeks op de Iepenweg ontsloten. Het doel is om het aantal ontsluitingen via de Iepenweg te beperken. De sportvoorzieningen worden op de Kabelslag ontsloten. Parkeren Het parkeren van zowel medewerkers als bezoekers bij de bedrijfskavels vindt plaats op eigen terrein. Ook het laden en lossen is op eigen terrein voorzien. Bij de sportvoorzieningen is voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein. Landschappelijke inpassing Zoals eerder aangegeven, is het plangebied gelegen in de kernrandzone van Oudewater. Door de uitbreiding van het bedrijventerrein en de realisatie van de sportvoorzieningen schuift deze kernrandzone in oostelijke richting op en dient expliciet aandacht besteed te worden aan de landschappelijk inpassing van de ontwikkelingen en de overgang van het plangebied naar het landelijk gebied. In de als Bijlage 2 bij de toelichting opgenomen Kernrandzonevisie is uitgebreid ingegaan op de landschappelijke inpassing van de nieuwe functies en is aangegeven onder welke voorwaarden wordt voldaan aan 'een goede landschappelijke inpassing'.

Beeldkwaliteit bedrijfskavels In het planboek van Juurlink [+] Geluk zijn ook regels over beeldkwaliteit op de bedrijfskavels opgenomen. De regels stellen eisen aan inrichting en beeldkwaliteit voor de bedrijfskavels. Voor zover deze regels stedenbouwkundig van aard zijn, zijn ze verankerd in de regels van het bestemmingsplan. Verder is het beeldkwaliteitsgedeelte op 14 november 2019 vastgesteld als onderdeel van de gemeentelijke welstandsnota, zodat deze regels via dat spoor een juridisch bindende werking krijgen. De geactualiseerde versie van 21 oktober 2021 zal op gelijke wijze worden vastgesteld. Voor wat betreft beeldkwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende blokken en tussen kavels kleiner en groter dan 2.000 m2. Blok A en E kennen een bijzondere status. Voor deze blokken worden afwijkende regels gesteld. Volume Voor wat betreft het volume zijn in het beeldkwaliteitsplan een aantal eisen gesteld. Voor kavels tot 2.000 m2 geldt een minimale bebouwingshoogte van 7,5 meter en een maximale bebouwingshoogte van 12 meter. Hier kan van afgeweken worden als, naar oordeel van Burgemeester en Wethouders, sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Voor kavels groter dan of gelijk aan 2.000 m2 geldt een minimale bebouwingshoogte van 7,5 meter en een maximale bebouwingshoogte van 15 meter.

Voor blok A geldt deze regeling voor wat betreft de eerste 50 meter gemeten vanuit de doorgetrokken Elzenweg; het gedeelte ten noorden daarvan heeft een maximale bouwhoogte van 10 meter. Dit kan onder landschappelijke voorwaarden vergroot worden tot maximaal 15 m. Voor blok E geldt een maximale bebouwingshoogte van 8 meter. Situering en oriëntatie Voor wat betreft het bebouwingspercentage is voorgeschreven dat de bedrijfskavel mimimaal voor 40% en maximaal voor 80% bebouwd mag worden. Voor de branches logistiek en afvalverwerking kan afgeweken worden van het minimum bebouwingspercentage indien het bedrijf zorg draagt voor ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Uit het beeldkwaliteitsplan volgt dat de bebouwing vrijwel altijd op de hoekpunten van de kavel Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

29

gerealiseerd dient te worden en dient de hoek voor minimaal 12 meter bebouwd te worden. Blok D en E vormen hierin een uitzondering. Bij blok D dient de zuidelijk hoek altijd precies op de erfgrens te staan. Bij blok E bestaat de bebouwing uit losstaande volumes die minimaal 9 meter van elkaar af worden geplaatst. De hiervoor beschreven hoek dient een representatieve uitstraling te hebben. Minimaal 25% van dit geveloppervlak bestaat uit raampartijen. Materialisatie, kleurgebruik en reclame Het beeldkwaliteitsplan geeft ook richting aan de materialisatie van de bebouwing en het kleurgebruik. Het is de bedoeling dat de gevel van de bebouwing wordt uitgevoerd in neutrale grijstinten en eventueel hout. Er dient gebruik te worden gemaakt van materialen die ook op lange termijn hun kleur en uitstraling behouden. Gevelreclame mag alleen aan de gevel en niet boven op de gevels aangebracht worden. De reclame maakt onderdeel uit van het gebouwontwerp en bevindt zich in de hoek van de gevel. De vormgeving en toepassing van de reclameuitingen is terughoudend. Beeldkwaliteit sportcluster De beeldkwaliteitseisen voor de sportvoorzieningen (zwembad en skeelerbaan) moeten nog nader worden uitgewerkt. In de kernrandzonevisie (Bijlage 2) is reeds een beknopt aantal inspiratiebeelden opgenomen voor het nieuwe zwembad.

Gedacht wordt aan een uitstraling juist afwijkend van de noordelijker gelegen bedrijfskavels, zodat een icoon in het landschap ontstaat.

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

30

Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

31

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1

Kader

Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt de voorgaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien is aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling, waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 of 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2021/2022.

Het gaat daarbij om de volgende zaken: Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; Bescherming van stads- en dorpsgezichten. 4.1.2

Onderzoek

Bureauonderzoek Door Econsultancy is archeologisch onderzoek uitgevoerd. In eerste instantie is bureauonderzoek uitgevoerd. Dit bureauonderzoek is te raadplegen in bijlage 4. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat binnen het plangebied een tweetal potentiële archeologische niveaus worden verwacht. Om de archeologische verwachting te toetsen of aan te vullen, wordt geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek (IVO) uit te voeren. Inventariserend veldonderzoek Dit geadviseerde inventariserend velonderzoek is ook door Econsultancy uitgevoerd en te raadplegen in bijlage 5. De belangrijkste conclusies zijn hieronder weergegeven. Uit het veldonderzoek is gebleken dat binnen het plangebied bedding- en oeverafzettingen van de Blokland-Snelrewaard- en Willeskop-stroomgordel zijn aangetroffen daar waar ze, op grond van bekende gegevens worden verwacht. Daarnaast blijkt in het zuidelijke deel van het plangebied, dat volgens de gemeentelijke beleidskaart een lage verwachting heeft, afzettingen van een niet eerdere gekarteerde beddinggordel zijn aangetroffen. Gezien de diepteligging van deze afzettingen gaat het om een niet gekarteerde loop van de Willeskop-beddinggordel of om een niet gekarteerde beddinggordel uit dezelfde als de Willeskop-beddinggordel. De archeologische potentie voor deze afzettingen van de verschillende beddinggordels wordt echter als laag beschouwd.

Gezien deze archeologische potentie worden bij eventuele toekomstige grondverstorende werkzaamheden waarschijnlijk geen archeologische waarden bedreigd. Geadviseerd Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

32

wordt om geen dubbelbestemming ten behoeve van archeologische resten op te leggen. Cultuurhistorie Het plangebied kent geen gebouwde objecten met monumentale of cultuurhistorische waarden. Ook in de directe omgeving van het plangebied liggen geen objecten met dergelijke waarden. Het omliggende kenmerkt zich door de cope ontginning. Ten noorden van het plangebied ligt de Broekkade. Deze kade is een zogeheten landscheiding, de scheiding tussen twee ontginningsblokken. De kade is opgeworpen als achtergrens van de polder Noord-Linschoten om het water te keren uit het toen nog niet ontgonnen Diemerbroek. Toen later de ontginning van het restgebied Diemerbroek plaatsvond fungeerde de kade tevens als achterkade van de polder Zuid Diemerbroek. De kade is nog geheel aanwezig en is deels begroeid. In de kernrandzonevisie in bijlage 2 wordt ingezet op het behoud en het versterken van de Broekkade. De aanwezige cultuurhistorische kade wordt in de toekomstige situatie versterkt. 4.1.3

Conclusie

Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

4.2

Ecologie

4.2.1

Kader

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van soorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN. 4.2.1.1 Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen.

Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

33

Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.2.1.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht.

Middels een 'habitattoets' dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid). 4.2.2

Onderzoek

Soortenbescherming Quickscan In april 2019 is door Econsultancy een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage hiervan is te raadplegen in bijlage 6. Uit de quickscan is gebleken dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van de heikikker en de functie van het onderzoeksgebied voor deze soort benodigd is. Daarnaast is geconcludeerd dat het plangebied mogelijk essentieel foerageergebied vormt voor een in de omgeving broedende steenuil en de broedlocatie voor binnen het plangebied rustende ransuil. Geadviseerd wordt een aanvullend onderzoek naar het voorkomen en de functie van het plangebied voor deze soorten uit te laten voeren. Voor de overige vogelsoorten geldt dat het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitgevoerd kan worden. Indien werkzaamheden in het broedseizoen uitgevoerd moeten worden dan moet voordat de werkzaamheden plaats vinden een broedvogelinspectie uitgevoerd worden. De bosranden en de bomen langs de Iepenweg betreffen een potentiële vliegroute voor vleermuizen. Door de herinrichting van de onderzoekslocatie kan verstoring ten aanzien van vliegroutes worden voorkomen. Geadviseerd wordt een aanvullend onderzoek naar de functie van de bomen (vliegroutes) uit te laten voeren. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Bedrijventerrein Tappersheul III vastgesteld, 8 november 2021

34

Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Met betrekking tot houtopstanden wordt geconcludeerd dat nader onderzoek niet noodzakelijk is en dat een ontheffingsaanvraag ook niet noodzakelijk is. Nader onderzoek In de quickscan is de aanbeveling gedaan om voor verschillende soorten nader onderzoek uit te voeren. Dit nadere onderzoek is te raadplegen in bijlage 7. Uit dit onderzoek is gebleken dat de uit te voeren ingrepen het leefgebied van de beschermde heikikker en ransuil zullen verstoren en vernietigen en daardoor ontheffingsplichtig zijn. De ontheffingsaanvraag moet ondersteund worden middels een activiteitenplan ten aanzien van deze soorten. Activiteitenplan Door Econsultancy is een activiteitenplan voor deze soorten opgesteld. Dit activiteitenplan is opgenomen in bijlage 8. In dit activiteitenplan is uiteengezet welke beschermde soorten aanwezig zijn, wat de functie is van het plangebied voor deze soorten en wat de mogelijke maatregelen en het succes hiervan is. Uit dit activiteitenplan blijkt dat voor beide soorten geen andere bevredigende oplossing bestaat. Er dient zorgvuldig te worden gehandeld conform ecologisch werkprotocol.

Ontheffing en werkprotocol Ten aanzien van de heikikker is door de provincie Utrecht op 2 april 2020 ontheffing verleend, zie bijlage 9. Voor de ransuil is geen ontheffing noodzakelijk gebleken: in het besluit inzake de ontheffingsaanvrag hebben GS aangegeven dat een ontheffing voor de ransuil niet wordt afgegeven, omdat de aangevraagde verbodsbepalingen niet worden overtreden. Momenteel wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld. Gebiedsbescherming In de quickscan van Econsultancy is ook aandacht besteed aan gebiedsbescherming. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Broekvelden, Vetten-broek & Polder Stein, bevindt zich op circa 5 kilometer afstand ten westen van de onderzoekslocatie.De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Door Econsultancy is een onderzoek stikstofdepostie uitgevoerd, zie bijlage 10. Voor zowel de aanlegals de gebruiksfase is de stikstofdepositie berekend. Uit deze berekeningen is gebleken dat het projecteffect op de Natura 2000-gebieden kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar is. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/429/documents/13427