Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Tappersheul III - bedrijventerrein en sportvoorzieningen' - Bijlage 4 (Toelichting - bijlage 20).pdf
Tekst van het document
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
KENMERK:
BB17-100-01 (DEFINITIEF)
BETREFT:
VOORONDERZOEK CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
PROJECT:
OUDEWATER - TAPPERSHEUL
OPDRACHTGEVER:
GEMEENTE OUDEWATER
1
Vooronderzoek CE
BB17-100-01
Documentcode: Aantal pagina’s: Datum: Status:
BB17-100-01 46 8 mei 2020 Definitief
BeoBOM Bezoekadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam Postadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam T: E:
+31 (0)10-8202920 info@beobom.nl
KVK: 61002046 BTW: NL 08541.59.587.B01
Afbeelding voorzijde: De eerste Canadezen bereiken Oudewater op 7 mei 1945. In triomf trekken zij voorbij het stadhuis. Bron afbeelding: leerkrachten.kunstcentraal.nl
2
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Inhoud Managementsamenvatting ...............................................................................................................5 Inleiding .............................................................................................................................................6 1. Algemeen .......................................................................................................................................7 Aanleiding ......................................................................................................................................7 Begrenzing projectgebied .............................................................................................................8 Doel ................................................................................................................................................9 Terminologie ..................................................................................................................................9 Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) ............................. 10 2. Inventarisatie bronnenmateriaal..................................................................................................
11 Algemeen ..................................................................................................................................... 11 Literatuur ..................................................................................................................................... 11 Gemeentelijk en provinciaal archief ............................................................................................. 12 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 ................................................... 15 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden ......................................... 15 Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD ...................................................... 15 Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) ..................................................... 15 National Archives, Kew, Surrey .................................................................................................... 15 Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives .............................................................................................. 16 Eerder uitgevoerde vooronderzoeken ........................................................................................
18 Overige bronnen .......................................................................................................................... 20 3. Bronnenanalyse ........................................................................................................................... 21 Algemeen ..................................................................................................................................... 21 Resultaten archief- en literatuuronderzoek ................................................................................. 21 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 ................................................... 33 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden ......................................... 34 Collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten EODD ......................................................... 35 4. Luchtfotoanalyse ......................................................................................................................... 36 Algemeen ..................................................................................................................................... 36 Resultaat luchtfotoanalyse .......................................................................................................... 36 5.
Landschapsanalyse ...................................................................................................................... 39 Algemeen ..................................................................................................................................... 39 Naoorlogse bodemroerende werkzaamheden............................................................................ 39 Resultaat vergelijking .................................................................................................................. 41 Hoogteverschillen ........................................................................................................................ 41 6. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal ............................................................................... 43 Algemeen ..................................................................................................................................... 43 3
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Indicaties...................................................................................................................................... 43 Contra-indicaties .......................................................................................................................... 43 Leemten in de kennis (overig) ..................................................................................................... 43 Mogelijk aan te treffen (sub)soorten CE...................................................................................... 44 Horizontale afbakening verdacht gebied .................................................................................... 44 Verticale afbakening verdacht gebied ......................................................................................... 44 Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................................ 45 Bijlage 1. BB17-100-OT-01 INVENTARISATIEKAART ........................................................................... 46 Bijlage 2. BB17-100-OT-02 BODEMBELASTINGKAART ...................................................................... 47
4
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Managementsamenvatting Ter plaatse van Oudewater staan enige werkzaamheden gepland in de vorm van uitbreiding van het bedrijventerrein te Tappersheul. Om deze werkzaamheden te kunnen realiseren, zullen bodemroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (hierna: CE) te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (hierna: WSCS-OCE). Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Oudewater, zoals getoond in dit vooronderzoek. N.B. Het in dit rapport getoonde projectgebied bevat een uitbreiding ten opzichte van het in 2018 opgeleverde vooronderzoek met kenmerk 2017-BB-114-01 (d.d. 2 februari 2018). Waar nodig zijn de in het oorspronkelijke rapport beschreven bevindingen bijgesteld of herzien. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde literatuur- en archiefgegevens, zijn géén feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen.
Het gebied geldt derhalve niet als méér verdacht dan de overige Nederlandse bodem waarvoor geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van CE. Op basis van deze afwezigheid van feitelijke aanwijzingen, zijn binnen het projectgebied geen verdachte gebieden afgebakend. Vanuit OCE-oogpunt kunnen de geplande werkzaamheden, binnen de contouren van het projectgebied zoals getoond in voorliggend document en op bijbehorend kaartmateriaal, zonder aanvullend onderzoek of opsporingsproces worden uitgevoerd. N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij dit rapport worden mogelijk verdachte gebieden en/of indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond (met uitzondering van bijlage 2, de bodembelastingkaart, waarop enkel verdachte gebieden binnen de grenzen van het projectgebied worden getoond), welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.
5
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Inleiding Projectnaam:
Vooronderzoek Conventionele Explosieven Oudewater
Project:
Oudewater - Tappersheul
Opdrachtgever:
Gemeente Oudewater
Projectadres:
Oudewater
Besteknr./opdrachtnr.
BB17-100-01
Werkomschrijving:
Uitvoering vooronderzoek Conventionele Explosieven en samenstellen CE bodembelastingkaart conform het WSCS-OCE
Doelstelling:
Uitvoering vooronderzoek CE
Uitvoerder
BeoBOM
Autorisatie rapportage en bodembelastingkaart: Dhr. F.G.J. Barink, adviseur, senior OCE-deskundige
Auteurs:
CE-bodembelastingkaart:
drs. dhr. A.S. Douma Historicus
drs. dhr. J. Rotteveel Historicus
drs. dhr. M. Zantingh Historicus
drs. dhr. J. Rotteveel Historicus
6
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
1. Algemeen Aanleiding Ter plaatse van Oudewater staan enige werkzaamheden gepland in de vorm van uitbreiding van het bedrijventerrein te Tappersheul. Om deze werkzaamheden te kunnen realiseren, zullen bodemroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. De mogelijkheid bestaat dat tijdens oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog CE binnen of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn achtergebleven. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van CE te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het WSCS-OCE. Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Oudewater, zoals getoond in dit vooronderzoek. N.B. Het in dit rapport getoonde projectgebied bevat een uitbreiding ten opzichte van het in 2018 opgeleverde vooronderzoek met kenmerk 2017-BB-114-01 (d.d. 2 februari 2018). Waar nodig zijn de in het oorspronkelijke rapport beschreven bevindingen bijgesteld of herzien.
7
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Begrenzing projectgebied Het projectgebied is begrensd op basis van de door opdrachtgever verstrekte gegevens1 en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Onderstaande figuren tonen het projectgebied in twee zoom-niveaus. Alle afbeeldingen waarop het projectgebied te zien zijn, zijn noord-zuid georienteerd. Aan enkele afbeeldingen in voorliggend rapport, is een schaallat toegevoegd. Dit is gedaan om ook bij uitsneden de afstanden goed te kunnen inschatten. Tevens is een noordpijl toegevoegd aan de afbeeldingen waarbij dit als wenselijk wordt gezien.
Figuur 1. De begrenzing van het projectgebied (groen) in twee zoomniveaus. Bron satellietbeeld: World Imagery.
1
Inclusief de via email door gemeente Oudewater aangevraagde aanpassing/uitbreiding van 17 april j.l.
8
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Doel Het doel van het vooronderzoek CE is om: Vast te stellen of er indicaties dan wel contra-indicaties bestaan voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied; Indien er indicaties bestaan voor de aanwezigheid van CE vast te stellen welke (sub)soorten er kunnen worden aangetroffen; Op basis van luchtfoto-interpretatie de mogelijke locaties van achtergebleven CE zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen; Het verdachte gebied in de horizontale en in verticale dimensie af te bakenen; Een rapportage en bijbehorende CE bodembelastingkaart samen te stellen. Terminologie Voor het opstellen van vooronderzoeken wordt voor alle CE-gerelateerde werkvlakken een viertal gebieden onderscheiden. Projectgebied – gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aanleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied dat tijdens het vooronderzoek onderzocht is. Het WSCS-OCE schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen, om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien.
Ten behoeve van ieder vooronderzoek wordt onderzocht op geografische relevante na(a)m(en), dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijv. straat-, buurtschap-, plaats-, gemeenten- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen. De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en derhalve mogelijk relevant zijn, worden vervolgens gerapporteerd in het vooronderzoek. Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op (de directe) omgeving van het projectgebied. Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie zoals Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied – gebied waarin mogelijk CE aangetroffen kunnen worden. De totstandkoming wordt bepaald in hoofdstuk 6 (indien van toepassing).
Opsporingsgebied – gebied waar het verdachte gebied en het projectgebied elkaar overlappen. Indien er sprake is van een opsporingsgebied, dienen aanvullende maatregelen genomen te worden. Deze aanvullende maatregelen kunnen bestaan uit een opsporingsproces, maar ook uit aanvullend bureau-onderzoek of overige beheersmaatregelen. 9
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Onverdacht gebied - de op de CE bodembelastingkaart niet als ‘verdacht gebied’ aangeduide locaties kunnen worden beschouwd als onverdacht gebied. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van CE.
Figuur 2. Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.
Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) In de praktijk wordt vaak de term NGE (Niet Gesprongen Explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang met CE (conventionele explosieven). NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. Voorliggend document heeft slechts betrekking op CE, ofwel (fabrieksmatig geproduceerde) explosieven, niet zijnde geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch, die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en waarop de richtlijnen van het WSCSOCE van toepassing zijn. Binnen deze definitie vallen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; Restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; Voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; Wapens of onderdelen daarvan.
10
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
2. Inventarisatie bronnenmateriaal Algemeen Voor dit vooronderzoek CE is een inventarisatie opgesteld van de bronnen die door BeoBOM worden geraadpleegd. Onderstaande tabel toont de geraadpleegde bronnen. Bron Literatuur Gemeentelijk of provinciaal archief Nationaal Archief Den Haag Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie (NIOD) Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Nederlands Instituut voor militaire historie (NIMH) Luchtfotocollectie Bibliotheek Universiteit Wageningen Luchtfotocollectie Topografische Dienst/Kadaster Zwolle (TOPOD) Luchtfotocollectie Aerial Reconnaissance Archives (TARA) The National Archives (NA) Londen Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) Getuigenverslagen
Verplicht (WSCS) √ √
Aanvullend
√ √ √
Geraadpleegd √ √ √
√ √
√
√
√
√ √
√
√ √ √
√
√
√
Literatuur Onderstaande literatuur is geraadpleegd ten behoeve van voorliggend vooronderzoek. Hierbij dient vermeld te worden dat er zowel titels op macro- als op microniveau zijn geraadpleegd. De titels op macroniveau behandelen de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in een breder perspectief, terwijl de werken op microniveau zich toespitsen op een specifieke streek of plaats. Tot slot dient vermeld te worden dat het werk van dhr. Eversteijn met de nodige terughoudendheid wordt gebruikt tijdens het opstellen van het overzicht met oorlogshandelingen. Reeds meerdere malen is gebleken dat dit werk gebeurtenissen foutief heeft genoteerd, waarbij vergissingen in jaartallen, plaatsen en afgeworpen bommenlasten en dergelijke geen uitzonderingen zijn. Dat wil niet zeggen dat het werk per definitie onbetrouwbaar is als bron, echter dient er ten allen tijde een tweede bron gevonden te worden bij gebeurtenissen aangehaald door dit werk. In veel gevallen blijkt het werk van dhr. Eversteijn wel degelijk correct. Het niet gebruiken van dit werk dient derhalve als een gemis te worden beschouwd. Het belang van een tweede bron geldt overigens ook voor de andere werken: er wordt gestreefd naar minimaal één aanvullende bron per genoteerde
11
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
gebeurtenis. Afwezigheid van een tweede bron en inschatting van de betrouwbaarheid van de gebruikte bronnen wordt in dit rapport tevens weergegeven. Onderstaande titels zijn geraadpleegd. Amersfoort, H. en Kamphuis, P., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s-Gravenhage 2012). Beek, M., Kooiman, M., Oudewater. Geschiedenis en architectuur (Zeist 1993) Derriks, G., e.a., Oudewater in touw. De geschiedenis van een uniek stadje in de 20e eeuw (Oudewater 1999). Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011). Klep, Christ en Ben Schoenmaker (red.), Bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (’s Gravenhage 1995). Korthals-Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940 – 1945 (Wormer 1984). Middlebrook, M. en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Surrey 2011). Pollemans, T., Ach ja, zo was Oudewater. Stad en Ommeland van 1900 tot 1950 (Oudewater 1993). Pollemans, T., Oudewater tijdens de Tweede Wereldoorlog (Oudewater 2005). Pollemans, T., Een ereschuld. Gedenkboek Oudewaterse oorlogsslachtoffers (Oudewater 2007). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.).
Gemeentelijk en provinciaal archief Ten behoeve van dit vooronderzoek is een aantal archiefstukken geïnventariseerd en geanalyseerd. In het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard te Oudewater zijn diverse stukken met betrekking tot het projectgebied geïnventariseerd en geraadpleegd. Ook is het Nationaal Archief te Den Haag geraadpleegd, dat dienstdoet als archiefbewaarplaats voor de provincie Zuid-Holland. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. Indien er staat aangegeven dat een dossier als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contra-indicaties2 kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-
2
Onder indicatie wordt verstaan: gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het onderzoeksgebied, of een gedeelte daarvan, verdacht is op de aanwezigheid van CE. Een contra-indicatie betreft een gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het verdacht gebied, of een gedeelte daarvan, als onverdacht kan worden aangemerkt.
12
Vooronderzoek CE
BB17-100-01
indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving welke verder niets zeggen over de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. In dat geval staat de precieze reden vermeld. Indien relevant, is de gevonden informatie weergegeven in de tabel met oorlogshandelingen, verderop in deze rapportage. Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard O023 Collectie A.J.J. Putman, 1914-1960 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
O023
59
Dagboeken van A.A.J. (HAN) Putman, 1943 mrt. 1 – 1943 dec 31 Dagboeken van A.A.J. (HAN) Putman, 1944 jan. 1 – 1946 juni 2 Oudewater tijdens de Tweede Wereldoorlog. Uitgave gemeentebestuur Oudewater 1970. 1 deel Oudewater tijdens de Tweede Wereldoorlog. Uitgave gemeentebestuur Oudewater 1985. 1 deel Oudewater tijdens de Tweede Wereldoorlog. Uitgave gemeentebestuur Oudewater 1995. 1 deel
Ja.
60 196 197 198
Ja. Ja. Ja. Ja.
O068 Gemeente Oudewater, (1911) 1939-1988 (1999) Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
O068
874
Registers van processen-verbaal, opgemaakt door de burgemeester en vanaf 1943 door de groep Oudewater van het Korps Staats-, later Rijkspolitie, 1940-1947 Stukken betreffende de toepassing van de Vuurwapenwet gedurende de bezettingsperiode, 1940-1946
Nee. Deze inventaris is organisatorisch van aard en bevat een personeelsregister. Nee. De stukken gaan over de inzameling van wapens voorafgaand aan de oorlog. Nee. De stukken zijn niet CEgerelateerd. Ja.
908
982 1211
1407
Stukken betreffende oorlogsgraven op de begraafplaatsen in de gemeente, 1943-1988 Stukken betreffende de financiële afwikkeling van schade aan enkele woningen aan het Rode Zand ten gevolge van bominslag, 1940 Stukken betreffende de inkwartiering van Duitse militairen in gebouwen in de gemeente, 1943-1946
Nee. De stukken zijn niet CEgerelateerd.
R040c Gemeente Papekop, (1932) 1943-1964 (1966) Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
65
Stukken betreffende de Luchtbeschermingsdienst, 19431946 Rapporten betreffende bominslagen in de gemeente, 1943-1944 Publicatie van de burgemeester waarin gewaarschuwd wordt om zich niet te begeven in de nabijheid van militaire verdedigingswerken, 1944
Nee. De stukken zijn organisatorisch van aard. Ja.
66 132
Nee. Dit stuk is niet CE-gerelateerd.
13
Vooronderzoek CE
BB17-100-01 Nationaal Archief 2.04.110 Korps hulpverleningsdienst Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
20
Registers met krantenknipsels inzake explosieven, z.d.
21
Registers met krantenknipsels inzake explosieven, 19451947 Registers met krantenknipsels inzake explosieven, 19571959 Registers met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig
Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied. Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied. Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied. Ja.
22 27
2.04.53.15 Inspectie Bescherming bevolking tegen luchtaanvallen Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
39
Ingekomen en minuten van uitgegane brieven van en aan diverse overheidsinstellingen 1940-1941. Commissaris der Koningin in de provincie Zuid-Holland Meldingen en processen-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten 1940-1941. Zuid-Holland
Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied.
76
Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied.
2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
1958
Rapporten betreffende verdedigingsstelsels in Nederland. 1941-1945. Provincie Zuid-Holland
Nee. Niet CE-gerelateerd.
3.02.27.01 Provinciaal bestuur Zuid-Holland Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
5061
Ingekomen stukken en minuten van uitgaande stukken. 1e afdeling 1941, 4e afdeling 1941.
Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied.
3.02.42 Kabinet Commissaris Koningin Zuid-Holland Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
211
213
Meldingen van branden, lekkages en explosies in gemeenten in de provincie, 1949-1968 Meldingen van branden, lekkages en explosies in gemeenten in de provincie, 1970-1979 Opruimacties van V1-bommen en munitie, 1975-1978
214
Opruimacties van V1-bommen en munitie, 1979-1980
215
Opruimacties van V1-bommen en munitie, 1981-1982
Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied. Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied. Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied. Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied. Nee. Heeft geen betrekking op het projectgebied.
212
14
Vooronderzoek CE
BB17-100-01
Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 In het Semi-Statisch archief van Defensie te Rijswijk is nagegaan of binnen het projectgebied door de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) in de periode 1945-1970 ruimingen van CE zijn uitgevoerd. Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden Sinds 1971 worden meldingen en ruimingen (MORA’s) van CE centraal geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst (EODD). In het archief, eveneens ondergebracht in het Semi-Statisch Archief te Rijswijk is nagegaan of hierin meldingen en/of ruimingen zijn opgenomen die plaats hebben gehad in de directe nabijheid van het projectgebied sinds 2010. De ruimingen die plaatsvonden vóór 2010, zijn tevens opgevraagd. Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD De collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD is geraadpleegd om na te gaan of er ten tijde van de oorlog binnen het onderzoeksgebied mogelijk mijnenvelden zijn aangelegd.
Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Indien uit de raadpleging van de (verplichte) bronnen blijkt dat er sprake is van indicaties voor de aanwezigheid van Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, dan wordt de collectie Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940-1945) met collectienummer 575 van het NIMH geraadpleegd. Indien uit de raadpleging van de (verplichte) bronnen blijkt dat er sprake is van indicaties voor het plaatshebben van grondgevechten in de periode mei 1940, dan wordt de collectie Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940 met collectienummer 409 geraadpleegd. Er zijn voor dit vooronderzoek geen aanwijzingen aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van stellingen en verdedigingswerken binnen het projectgebied. Om deze reden is geen aanvullend onderzoek in de collectie 575 ‘Duitse verdedigingswerken en inundaties van Nederlands grondgebied in de oorlog/rapporten van militaire aard vanuit bezet Nederland aan bureau inlichtingen Londen’, uitgevoerd. Er werden evenmin aanwijzingen gevonden dat er binnen het projectgebied gevechtshandelingen plaatsvonden in de meidagen van 1940. Daarom bleek het niet noodzakelijk de collectie 409 ‘Gevechtsverslagen en –rapporten mei 1940’ te raadplegen.
National Archives, Kew, Surrey In The National Archives te Londen zijn diverse stukken van de RAF geraadpleegd. Waar relevant, is de aangetroffen informatie toegevoegd aan het overzicht met oorlogshandelingen. AIR 25 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
AIR 25
222
Operations Record Book No 12 (Fighter) Group
Ja.
15
Vooronderzoek CE
BB17-100-01 AIR 27 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
AIR 27
1157
Operations Record Book No 193 Squadron (December 1944). Operations Record Book No 197 Squadron (October 1944). Operations Record Book No 257 Squadron (December 1944) Operations Record Book No 263 Squadron (February 1945)
Ja.
1196 1528 1548
Ja. Ja Ja.
AIR 37 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
AIR 37
716
2nd Tactical Air Force: Daily Log November/December (1944) 2nd Tactical Air Force: Daily Log January/February (1945)
Ja.
717
Ja.
Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives Op basis van luchtfotoanalyse kan een nauwkeuriger beeld ontstaan van de oorlogshandelingen die op een bepaalde locatie hebben plaatsgevonden en de sporen die deze mogelijk hebben achtergelaten. Sporen die zichtbaar kunnen zijn op luchtfoto’s van goede kwaliteit zijn bijvoorbeeld kraters door artillerie- of bominslagen, aangelegde stellingen, versperringen of beschadigde of vernielde bebouwing. Als deze sporen (correct) worden geïnterpreteerd kunnen bijvoorbeeld inslaglocaties nauwkeuriger worden vastgesteld dan op basis van literatuur- of archiefonderzoek mogelijk zou zijn. Interpretatie van luchtfotomateriaal is niet altijd eenvoudig: door weersomstandigheden, (te) grote hoogte en andere factoren kan de beeldkwaliteit onvoldoende zijn. Het blijven bovendien momentopnamen. Een bominslag kan bijvoorbeeld na enkele dagen door herstelwerkzaamheden al niet meer zichtbaar zijn. Om deze reden wordt ten allen tijde getracht diverse luchtfoto’s van variërende data en van goede kwaliteit aan te schaffen. Hoeveel luchtfoto’s beschikbaar zijn, verschilt per locatie. Uit de collectie van de Bibliotheek Universiteit Wageningen (DOTKAdata) is het beschikbare luchtfotomateriaal voor deze locatie geïnventariseerd en beoordeeld op kwaliteit.
De geraadpleegde luchtfoto’s dateren van 11 september 1944, 24 december 1944 en 12 mei 1945. Dit zijn voorts alle data waarop luchtfoto’s van het projectgebied beschikbaar zijn. In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde en (deels) dekkende luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s) Sortie
Datum
Schaal
Kwaliteit
Dekking
Bron
3124
106G2792
11 september 1944
1/9.000
Goed
100%
DOTKA
4108
4/1480
24 december 1944
1/11.400
Goed
100%
DOTKA
1011
16/2171
12 mei 1945
1/30.000
Matig
100%
DOTKA
16
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Figuur 3. De dekking van het projectgebied op 11 september 1944. luchtfotonummer 3124. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 4. De dekking van het projectgebied op 24 december 1944, luchtfotonummer 4108. Bron satellietbeeld: World Imagery.
17
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Figuur 5. De dekking van het projectgebied op 12 mei 1945, luchtfotonummer 1011. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Eerder uitgevoerde vooronderzoeken Er zijn bij BeoBOM voor wat betreft de omgeving van het huidige projectgebied enkele eerder uitgevoerde onderzoeken bekend. Het gaat hierbij om een historisch vooronderzoek en een archeologisch rapport. Hieronder worden de bevindingen van de betreffende onderzoeken uiteengezet. AVG, Memo vermoedelijke ligging bom machinefabriek Oudewater, kenmerk 1556042-BR-01 (8 juni 2015) Doel van deze memo is om aan te tonen: ‘de vermoedelijke ligging en de bijbehorende maatregelen aangaade toekomstige werkzaamheden ten aanzien van de baggerwerkzaamheden op de Gekanaliseerde Hollandse Ijssel.’. Op basis van eerder onderzoek en met behulp van sonderingen is de globale ligging van de bom bepaald. De bom zou zich vermoedelijk bevinden in de directe nabijheid van de machinefabriek. H. van den Ende, Archeologische onderzoeksagenda Gemeente Oudewater (25 september 2016). Doel van deze archeologische onderzoeksagenda is ‘om de huidige stand van kennis van archeologisch Oudewater in kaart te brengen.’. Geconcludeerd werd dat ‘het buitengebied van Oudewater resten van oorlogshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog herbergt.’. In het rapport wordt vervolgens geschreven dat in 1943 twee vliegtuigen in Oudewater zijn neergestort en dat tijdens de oorlog de spoorlijn bij Papekop is gebombardeerd door geallieerde jachtbommenwerpers.
T&A Survey, Historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven ter plaatse van spoortracé Gouda – Breukelen, rapportnummer RNO-034 (18 september 2012)
18
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Doel van dit vooronderzoek - gelegen op ten minste 700 meter afstand van het projectgebied - was ‘om te bepalen of een gebied in horzontaal vlak verdacht of onverdacht is op de aanwezigheid van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog’. Geconcludeerd werd dat er ‘feitelijk materiaal is aangetroffen, waaruit blijkt dat er mogelijke verschillende explosieven zijn achtergebleven tijdens WOII’. Het onderzoeksgebied is deels verdacht op de aanwezigheid van explosieven. Op onderstaande afbeelding is duidelijk zichtbaar dat de spoorlijn ter hoogte van Papekop verdacht gebied is.
Figuur 6. De ligging van het projectgebied ten opzichte van de contouren van het onderzoeksgebied van T&A Survey. De rood gearce erde gebieden geven de verdachte gebieden weer. Bron afbeelding: T&A Survey, Historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven ter plaatse van spoortracé Gouda – Breukelen, rapportnummer RNO-034 (18 september 2012).
De informatie uit de rapporten is – waar relevant - meegenomen in de uitkomsten van voorliggend vooronderzoek.
19
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Overige bronnen Ter aanvulling van de als verplicht gestelde bronnen als beschreven in het WSCS-OCE zijn tevens enkele relevante persberichten, websites, landkaarten en andere bronnen geraadpleegd. Via de database www.delpher.nl zijn diverse krantenartikelen uit de periode 1940-1945 geraadpleegd. ahn.nl; beeldbankwo2.nl; delpher.nl; documentaires Stichtse Vecht 1940-1945; forten.info; gahetna.nl; Google Earth; hetgeheugenvannederland.nl; inoudeansichten.nl; kadaster.nl; leerkrachten.kunstcentraal.nl; maps.google.com; pdok.nl; stationsweb.nl; topotijdreis.nl; tracesofwar.com; vergeltungswaffen.nl; verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl.
20
Vooronderzoek CE
BB17-100-01
3. Bronnenanalyse Algemeen Ten behoeve van het vooronderzoek, heeft BeoBOM een groot aantal bronnen geraadpleegd. In dit hoofdstuk is het resultaat opgenomen van de beoordeling en evaluatie van het in het vorige hoofdstuk geïnventariseerde bronnenmateriaal. Resultaten archief- en literatuuronderzoek Op basis van het bronnenonderzoek, is hieronder een overzicht gegeven van de verschillende oorlogshandelingen welke plaats hadden in (de omgeving van) het projectgebied. In de kolom ‘relevantie’ wordt door BeoBOM nader toegelicht in hoeverre gebeurtenissen relevant zijn voor/van invloed zijn op het huidige projectgebied en of er sprake is van een tweede, bevestigende bron. Het WSCS-OCE zegt hierover dat bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal de volgende uitgangspunten [worden] gehanteerd: De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijk verifieerbare bronnen. Indien slechts één bron is aangetroffen, wordt dat duidelijk aangegeven in de rapportage. In de rapportage wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat. In de kolom relevantie zal derhalve tevens worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de bronnen. Datum Meidagen 1940
Gebeurtenis Oudewater wordt op 13 mei getroffen door een luchtaanval. De woningen van L. Blonk en J. Groeneweg op het Rodezand worden getroffen, Voorts worden een perceel grond tussen de woningen van M. Hogendoorn en T. Schouten aan de Goudse Straatweg en het terrein van de machinefabriek geraakt.3 Vanuit onder meer Veenendaal zijn duizenden mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Zij wijken voor een groot deel uit naar Oudewater. Vier of vijf Heinkel-bommenwerpers vliegen vanuit westelijke richting naar Oudewater. Onderweg schieten zij op de stroom vluchtelingen op de Utrechtse- en de Goudse straatweg. Cor van der Klis schrijft het volgende over de luchtaanval in de IJsselbode: “Plotseling opende één van de vliegtuigen zijn bommenluik en kwamen er een stuk of tien bommen naar beneden. Ze vielen in een lijn van west naar oost over Oudewater. De eerste ontplofte precies tegen de voorgevel van het huis van de familie Ries Hogendoorn aan de Goudse straatweg (nu nr. 60). De voorgevel en de erker werden weggeslagen (…) Gelukkig bleken de meeste projectielen ‘blindgangers’; bommen die om de een of andere reden niet ontploffen. Hoeveel er precies zijn gevallen, is niet bekend, maar dat er nog verschillende in de bodem zitten is wel zeker. Eén schoot er door het dak van een loods op het terrein
Relevantie Niet aantoonbaar relevant. De getroffen percelen bevinden zich op ongeveer 1,2 kilometer afstand van het projectgebied. Deze informatie wordt door meerdere bronnen onderschreven en derhalve als betrouwbaar ingeschat.
3
Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vlieg-tuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011) 147.
21
BB17-100-01 Datum
Vooronderzoek CE Gebeurtenis van de Machinefabriek en is schuin door de gevel van dat gebouw in de grond terechtgekomen; die zit daar waarschijnlijk nog steeds. Er ging er één dwars door het dak van het huis van de familie Blonk en kwam midden op het Rodezand terecht.”.4
Relevantie
Een andere getuige vertelt een enigszins afwijkend verhaal over het bombardement. Mevrouw J. Winterswijk-Paling: “Op Tweede Pinksterdag cirkelden vliegtuigen boven onze huizen. Ze waren in een luchtgevecht gewikkeld. Ze lieten hun bommen vallen, niet doelbewust, maar ze wilden vluchten en als ze geraakt werden, konden ze maar beter geen bommen aan boord hebben.”.5 Uit gemeentelijke stukken betreffende oorlogsschade blijkt dat de volgende percelen schade hebben opgelopen door de bominslagen: • Roodezand C. 285 (woonhuis) • Roodezand C.286 (woonhuis) • Roodezand C. 287 (woonhuis) • Roodezand C. 288 (woonhuis) • Roodezand C. 183 (woon- en winkelhuis) • Roodezand C. 184 (woon- en winkelhuis) Uit een rapport aan het Centraal Bureau voor Statistiek blijkt dat geen van de percelen totaal verwoest is door de bominslagen. Slechts één woning is tijdelijk onbewoonbaar, maar aangenomen wordt dat herstel mogelijk is.6
4
C. van der Klis, ‘Onder de toren. Even stilstaan bij de vierde mei’, De IJsselbode, 28 april 1981. T. Pollemans, Oudewater tijdens de Tweede Wereldoorlog (Oudewater 2005) 12. 6 RHC Rijnstreek, toeg. nr. O068, inv. nr. 1211. 5
22
Vooronderzoek CE
BB17-100-01 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
Figuur 7. Eén van de gebombardeerde huizen aan de Goudse straatweg (nr. 62) te Oudewater. Bron afbeelding: leerkrachten.kunstcentraal.nl
9 april 1943
Om 23:45 uur wordt een AVRO Lancaster MK III van No 9 Squadron neergeschoten door een Duitse jager van het Nachtjagdgeschwader I. De bommenwerper stort neer te Oudewater nabij Linschoten. De voltallige bemanning komt om het leven bij de crash.7 Cor van der Klis schrijft het volgende over de crash: “Na het eerste salvo al stond de bommenwerper in brand en vloog met een angstwekkend gebrul van de op hol geslagen motoren over Oudewater. (…) Staande op de ophaalbrug zag ik het toestel over Oudewater scheren en zag het toen snel naar beneden duiken. Voor mijn gevoel was de brandende bommenwerper in de buurt van de Oude Singel neergekomen; naar later bleek gelukkig enkele honderden meters verder. Het lag in het weiland van de familie M. IJff, wonende aan de Noord-Linschoterzandweg.”.8 Naar verluidt is het vliegtuig op de terugweg van een bombardement op Duisburg neergeschoten. Hennie IJff-Pol – bewoonster van de boerderij waarnaast het vliegtuig is neergestort - schreef over de betreffende nacht: “Het was alsof we in een hel zaten. De vlammen gierden over ons heen met een nog veel harder geluid dan van een sirene.”.9
Niet aantoonbaar relevant. Hoewel de precieze locatie van de neergestorte bommenwerper niet bekend is, lijkt het volgens de bronnen op minimaal een kilometer afstand van het projectgebied te hebben plaatsgevonden. Hoewel door ooggetuigen gemeld wordt dat brokstukken in de wijde omgeving verspreid raakten, is het niet feitelijk aan te tonen dat deze binnen het projectgebied terecht zijn gekomen. Deze informatie wordt door meerdere bronnen onderschreven en derhalve als betrouwbaar ingeschat.
7
Verliesregister SGLO: T2184. C. van der Klis, ‘Onder de toren. Even stilstaan bij de vierde mei’, De IJsselbode, 28 april 1981. 9 T. Pollemans, Een ereschuld. Gedenkboek Oudewaterse oorlogsslachtoffers (Oudewater 2007) 46. 8
23
BB17-100-01 Datum
Vooronderzoek CE Gebeurtenis In het werk ‘Oudewater tijdens de Tweede Wereldoorlog’ wordt gesteld dat de romp van de bommenwerper in een weiland in Snelrewaard terecht is gekomen. Tot in de verre omtrek van de locatie van de crash zijn echter brokstukken neergekomen.10 Vermoedelijk is het vliegtuig al voor het neerstort grotendeels uiteengevallen.
Relevantie
De heer A.J.J. Putman heeft in zijn dagboek het volgende geschreven over de neergestorte bommenwerper: ‘Het moet een zwaar toestel zijn en overal zijn de brokken neergekomen o.a. in Willeskop, bij de molen, in de Waarden, de Linschoten. Overal ligt wat.’.11
Figuur 8. Afbeelding van de Barbara May, het toestel dat naast Oudewater is neergestort. De bemanning poseert voor de bommenwerper. Bron afbeelding: leerkrachten.kunstcentraal.nl
10 11
Pollemans, Oudewater tijdens de Tweede Wereldoorlog, 24. RHC Rijstreek, toeg. nr. O023, inv. nr. 59
24
Vooronderzoek CE
BB17-100-01 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
Figuur 9. Het oranje ingekleurde gebied geeft het gebied aan waarbinnen de bommenwerper is neergestort. Snelrewaard wordt ten noorden door de Lange Linschoten en ten zuiden door de Waardsedijk begrensd. Voorts vermelden de bronnen dat het vliegtuig in de nabijheid van Oudewater zou zijn neergestort.
5 juni 1943
26 juni 1943
De luchtbeschermingsdienst van Papekop meldt dat er aan de Papekopperdijk nr. 20 een voorwerp is ingeslagen. Bij nadere inspectie blijkt het om een fles fosfor te gaan. De vloeibare is fosfor is tegen enkele schuren en de gevel van perceel nr. 20 gespat. In het weiland achter de betreffende woning worden nog vier flessen met fosfor aangetroffen. De fosfor heeft enkele schroeischade aangericht, maar geen structurele schade.12
Niet aantoonbaar relevant. De genoemde locatie ligt op ongeveer anderhalve kilometer afstand van het projectgebied.
Om 02:37 uur in de nacht stort een Vickers Wellington MK X van No 166 Squadron neer te Oudewater bij Hekendorp.13 De bommenwerper is neergeschoten door een Duitse jager van het Nachtjagdgeschwader I. Twee van de vijf bemanningsleden overleven de crash.14
Niet aantoonbaar relevant. Hekendorp ligt op enkele kilometers afstand van het projectgebied.
Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier echter een officieel rapport, dat in principe als betrouwbaar wordt ingeschat.
12
RHC Rijnstreek, toeg. nr. R40c, inv. nr. 66. Eversteijn, Bombardementen, 1650. 14 Verliesregister SGLO: T2608. 13
25
BB17-100-01 Datum
September 1944
11 oktober 1944
Vooronderzoek CE Gebeurtenis De bommenwerper is op de terugweg van een bombardement op Gelsenkirchen. Nadat het toestel wordt getroffen, stort het brandend neer en komt vlak naast de boerderij van Verwey terecht. De vlammen van het neergestorte toestel waaien richting de IJssel, waardoor de boerderij gespaard blijft.15
Relevantie
Een kolonne Duitse tanks rijdt ’s nachts langs Oudewater richting Utrecht. Vanwege de verduistering was het zicht zeer slecht. Twee tanks slaan per ongeluk linksaf het Ijsselvere op. Na het passeren van de Ijsselbrug beseffen de bestuurders dat ze de verkeerde richting op gaan. Bij de Romeijnsebrug proberen ze te keren. Een tank lukt dat. De andere tank schiet te ver door en stort naast de brug in de haven. Twee bemanningsleden komen om het leven.16
Niet aantoonbaar relevant. De genoemde locatie ligt op ongeveer 1,4 kilometer afstand van het projectgebied.
In de Operation Record Books (ORB’s) van No 197 Squadron staat vermeld dat twee jachtbommenwerpers een aanval uitvoeren op de spoorlijn binnen kaartvak E.0085. ‘These two aircraft were airborne on an armed recce. Two bombs were dropped on the railway line west of OUDEWATER E.0085. One direct hit cut the line and another hit the south side of the embankment. Also two large M.T. destroyed both containing troops. The railway near OUDEWATER appeared to be repaired after recent damage.’.17
Niet aantoonbaar relevant. De spoorlijn binnen het genoemde kaartvak ligt op ruim twee kilometer afstand van het projectgebied.
Deze informatie wordt door meerdere bronnen onderschreven en derhalve als betrouwbaar ingeschat.
Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier echter een officieel rapport, dat in principe als betrouwbaar wordt ingeschat.
Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier echter een officieel rapport, dat in principe als betrouwbaar wordt ingeschat.
15
Pollemans, Een ereschuld, 50. RHC Rijnstreek, toeg. nr. O023, inv. nr. 196. 17 TNA, AIR 27/1196: Operations Record Book No 197 Squadron (October 1944). 16
26
Vooronderzoek CE
BB17-100-01 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
Figuur 10. Kaartvak waarbinnen een aanval op het spoor zou hebben plaatsgevonden. Bron satellietbeeld: World Imagery.
12 oktober 1944
Een burgervrachtwagen wordt onderweg van Oudewater naar Schoonhoven op de Damweg beschoten door een geallieerd toestel. De bestuurder van de vrachtwagen komt om het leven bij de aanval.18
Niet aantoonbaar relevant. De Damweg begint vanuit Oudewater op ruim twee kilometer afstand van het projectgebied. Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier een secundaire bron, die echter als betrouwbaar wordt ingeschat.
4 november 1944
De Daily Logs van Second Tactical Airforce melden dat een groep van twaalf Supermarine Spitfires een rail interdiction uitvoert. De vliegtuigen werpen gezamenlijk 12 x 500lb bommen op een trein in kaartvak E.0284. Naar verluidt missen de meeste bommen het doelwit.19 De aanval zou zijn uitgevoerd door No 66 Squadron. In de ORB’s van betreffend Squadron is echter niet te herleiden dat deze een aanval in de nabijheid van Oudewater heeft uitgevoerd.20
Niet aantoonbaar relevant. De werkelijke locatie van het bombardement is niet bekend. De beschrijving in de ORB’s van No 66 Squadron komt niet overeen met de melding in de Daily Logs. Voorts is er binnen kaartvak E.0284 geen spoorlijn gelegen. Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier een secundaire bron, die echter als betrouwbaar wordt ingeschat.
18
Pollemans, Een ereschuld, 23. TNA, AIR 37/716: Daily Log (November/December 1944) 2015. 20 TNA, AIR 27/600: Operations Record Book No 66 Squadron (November 1944). 19
27
Vooronderzoek CE
BB17-100-01 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
Figuur 11. Op deze afbeelding is de vermeende locatie zichtbaar waar de aanval van de Spitfires zou hebben plaatsgevonden. Duidelijk te zien is dat het kaartvak op geruime afstand van de spoorlijn ligt dat in het linkerbovenhoek van de afbeelding zichtbaar is. Bron satellietbeeld: World Imagery
3 december 1944
In de ORB’s van No 193 Squadron staat vermeld dat acht Hawker Typhoons een aanval op het spoor uitvoeren binnen kaartvakken Z.328035 en Z.335028. Een vliegtuig wijkt uit naar een ander doelwit: ‘The spare aircraft dropped 2 bombs in the railway yard at OUDEWATER. Both exploded in the yard, but it was not possible to see if the lines were cut.’.21
Niet aantoonbaar relevant. In Oudewater is geen spooremplacement gelegen. Het is mogelijk dat de piloot Schoonhoven getroffen heeft. Tijdens de oorlog beschikte Schoonhoven over een tramlijn en station. Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier echter een officieel rapport, dat in principe als betrouwbaar wordt ingeschat.
21
TNA, AIR 27/ 1157: Operations Record Book No 193 Squadron (December 1944).
28
BB17-100-01 Datum 5 december 1944
Vooronderzoek CE Gebeurtenis Acht Typhoons van No 257 Squadron bombarderen tussen 08:53 uur en 09:49 uur de spoorlijn Gouda-Woerden. De vliegtuigen zijn elk bewapend met een bom van 500 lb.22 Het ORB van No 257 Squadron meldt het volgende over de aanval: ‘Bommen afgeworpen op de een spoorbrug te D.8985 - vier treffers – en op de spoorlijn te E.0287 – twee treffers en twee net mis.’.23 Op de spoorlijn ter hoogte van Papekop zijn in totaal dus vier bommen afgeworpen.
Relevantie Niet aantoonbaar relevant. De gebombardeerde spoorlijn bevindt zich op ongeveer 1,2 kilometer afstand van het projectgebied. Deze informatie wordt door meerdere bronnen onderschreven en derhalve als betrouwbaar ingeschat.
Op de luchtfoto van 24 december 1944 zijn enkele kraters naast het spoor bij Papekop zichtbaar. Voorts is een losse krater op ongeveer een kilometer ten zuidoosten van het spoor waarneembaar.
Figuur 12. Op deze afbeelding is het kaartvak te zien waarbinnen de aanval van de Typhoons heeft plaatsgevonden. Bron satellietbeeld: World Imagery.
22 februari 1945
Een groep jachtbommenwerpers voert aanvallen uit op vier seinhuisjes tussen de kaartvakken D.9884 en E.0287.24
Niet aantoonbaar relevant. Een precieze locatie van de luchtaanval is niet bekend. Voorts is de
22
TNA, AIR 37/716: Daily Log (November/December 1944) 2197. TNA, 27/1528: Operations Record Book No 257 Squadron (December 1944). 24 TNA, AIR 37/717: Daily Log (January/February 1945) 2609. 23
29
BB17-100-01 Datum
Vooronderzoek CE Gebeurtenis Uit de ORB’s van No 263 Squadron blijkt dat twee seinhuisjes vernietigd worden.25
Relevantie spoorlijn op geruime afstand van het projectgebied gelegen. Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier een secundaire bron, die echter als betrouwbaar wordt ingeschat.
27 februari 1945
Twee vrachtwagens van de voedselvoorziening worden ter hoogte van de Oudeweg in Willeskop beschoten door meerdere geallieerde jagers. Beide vrachtwagens worden vernietigd. Een voetganger die toevallig ter plaatse is, komt om het leven als gevolg van de beschieting.26
Niet aantoonbaar relevant. Willeskop bevindt zich op ruim 1,5 kilometer afstand van het projectgebied. Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier een secundaire bron, die echter als betrouwbaar wordt ingeschat.
20 maart 1945
Om 09:40 uur in de ochtend wordt Oudewater getroffen door een luchtaanval aldus auteur Eversteijn. Vier Supermarine Spitfires MK IX van No 124 Baroda Squadron voeren een bombardement uit met 8 x 250 lb en 4 x 500 lb aan bommen. De spoorlijn Woerden-Gouda wordt getroffen.27 In de ORB’s van No 12 Fighter Group wordt bevestigd dat No 124 Baroda Squadron een aanval op het spoor tussen Gouda en Woerden uitvoerde. De aanval zou echter uitgevoerd zijn op het spoor binnen kaartvak D.9583. Deze locatie bevindt zich ter hoogte van Goverwelle.28 Om 10:50 uur in de ochtend wordt Oudewater wederom getroffen door een luchtaanval aldus auteur Eversteijn. Vier Spitfires MK XVI van No 451 RAAF Squadron voeren een bombardement uit met 8 x 250 lb aan bommen. Ten westen van Oudewater wordt een spoorbrug getroffen.29 Ook hier bevestigen de ORB’s van No 12 Fighter Group dat No 451 Squadron een aanval op de spoorlijn Gouda-Woerden heeft uitgevoerd. Het kaartvak dat als doelwit genoemd wordt is D.9884. Deze locatie bevindt zich ten hoogte van Hekendorp.30
5 mei 1945
De bevrijding van Oudewater verloopt niet geweldloos. De knokploeg van het verzet was kort voor de bevrijding omgedoopt in de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) en zag na
Niet aantoonbaar relevant. Het spoor ten westen van Oudewater is meerdere keren gebombardeerd door geallieerde jachtbommenwerpers. De gebombardeerde locaties bevinden zich echter allen op enkele kilometers afstand van het projectgebied. Vermoedelijk voert Eversteijn de naam Oudewater enkel op als geografisch herkenningspunt voor de betreffende luchtaanvallen. Deze informatie wordt door meerdere bronnen onderschreven en derhalve als betrouwbaar ingeschat.
Niet aantoonbaar relevant. De genoemde locaties bevinden zich allen op
25
TNA, AIR 27/1548: Operations Record Book No 263 (February 1945). Pollemans, Een ereschuld, 26. 27 Eversteijn, Bombardementen, 2762. 28 TNA, AIR 25/222: Operations Record Book No 12 (Fighter) Group. 29 Eversteijn, Bombardementen, 2763. 30 TNA, AIR 25/222: Operations Record Book No 12 (Fighter) Group. 26
30
BB17-100-01 Datum
15 oktober 1965
Vooronderzoek CE Gebeurtenis de bevrijding toe op ontwapening van nog overal aanwezige Duitse soldaten. Bij de Waardsedijk ter hoogte van het voormalige kerkhof en Molen de Herder komt het tot een treffen tussen de B.S. en Duitse SS-ers. Een vrachtwagen met Duitse soldaten nadert een wachtpunt dat door Nederlandse B.S.-ers wordt bewaakt. Wanneer de Nederlanders de wagen willen aanhouden, lost een Duitse officier enkele schoten in de lucht. Eén van de B.S.-ers schiet daarop zijn machinegeweer leeg op de truck. Negen Duitse soldaten komen om het leven. Vanuit Willeskop en Montfoort voeren de Duitsers versterkingen aan. Aan de Waardsedijk – tot aan de Groene Kade – ontstaan schermutselingen waarbij meerdere B.S.-ers om het leven komen.31
Relevantie minimaal een kilometer afstand van het projectgebied.
In de Grote Gracht in Oudewater is een grote hoeveelheid wapens en munitie uit de Tweede Wereldoorlog opgedoken door duikers. Het betreft met name patronen, handgranaten en automatische geweren. De wapens en explosieven zijn vervolgens aan de Explosievendienst overgedragen.32
Niet aantoonbaar relevant. De Grote Gracht in Oudewater bevindt zich op ruim een kilometer afstand van het projectgebied.
Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier een secundaire bron, die echter als betrouwbaar wordt ingeschat.
Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier een secundaire bron, die echter als betrouwbaar wordt ingeschat.
22 april 1971
In Willeskop komt een vrouw om het leven nadat zij tijdens de schoonmaak een spijker in de muur slaat. Het ongeval vindt plaats op de boerderij van de familie Groen. Achter het behang zat een granaat beklemd achter een spauwmuur die tot ontploffing kwam toen deze door de spijker werd geraakt. De granaat is afkomstig van een Engelse beschieting tijdens de Tweede Wereldoorlog.33
Niet aantoonbaar relevant. Willeskop is gelegen op ongeveer 2 kilometer afstand van het projectgebied. Mogelijk is het projectiel afkomstig van de beschieting door geallieerde toestellen op Willeskop op 27 februari 1945. Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier een secundaire bron, die echter als betrouwbaar wordt ingeschat.
19 juli 2017
In de Hollandse IJssel bij Oudewater wordt door duikers een zoektocht naar bommen uit de Tweede Wereldoorlog gestart. In het kader van baggerwerkzaamheden moet vastgesteld worden of er nog achtergebleven
Niet aantoonbaar relevant. De Hollandse IJssel bevindt zich op minimaal anderhalve kilometer afstand van het projectgebied.
31
Pollemans, Oudewater tijdens de Tweede Wereldoorlog, 72. Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad (15 oktober 1965) 33 Nationaal Archief, toeg. nr. 2.04.110, inv. nr. 27. 32
31
BB17-100-01 Datum
34
Vooronderzoek CE Gebeurtenis blindgangers in de rivier aanwezig zijn. De berichtgeving vermeld niet of er daadwerkelijk blindgangers zijn aangetroffen.34
Relevantie Deze informatie wordt door een enkele bron genoemd. Het betreft hier een secundaire bron, die echter als betrouwbaar wordt ingeschat.
https://nos.nl/artikel/2183936-onderzoek-naar-bommen-in-rivier-bij-oudewater.html
32
BB17-100-01
Vooronderzoek CE
Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 In het Semi-Statisch archief van Defensie te Rijswijk is nagegaan of binnen het projectgebied door de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) in de periode 1945-1970 ruimingen van CE zijn uitgevoerd. In deze collectie werden enkele meldingen met betrekking tot het projectgebied aangetroffen. In één van de aangetroffen brieven stelt de gemeentesecretaris dat – voor zover bekend – er geen explosieve stoffen of munitie aanwezig zijn binnen het grondgebied van de gemeente. In een andere brief schijft de burgemeester dat in de gemeente Oudewater geen mijnen of mijnenvelden aanwezig zijn. De betrouwbaarheid van dergelijke meldingen is vaak gering. Na de oorlog beweerden de meeste lokale overheden dat er geen explosieven meer aanwezig waren in hun gemeente. In de praktijk bleek dit met grote regelmaat niet te kloppen.
Figuur 13. Uitsnede van de brief van de gemeentesecretaris. Bron afbeelding: MMOD
33
Vooronderzoek CE
BB17-100-01
Figuur 14. Uitsnede van de brief van de burgemeester. Bron afbeelding: MMOD
Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden Uit het archief van de EODD zijn een aantal meldingen en ruimingen, plaatshebbende in de omgeving van het projectgebied, achterhaald. De locaties van deze meldingen en ruimingen zijn weergegeven in een tabel met ruimingen. De ruimingen worden vervolgens weergegeven in een afbeelding. Enkel de meldingen die (globaal) aan een locatie konden worden gekoppeld, zijn weergegeven. Zo zijn bijvoorbeeld de meldingen op het politiebureau weggelaten, daar in de betreffende gevallen de oorspronkelijke vindplaats van CE niet wordt vermeld. Het ontbreken van deze gegevens, betreft hier derhalve een leemte in de kennis. Voor het projectgebied (en de directe omgeving) zijn de volgende meldingen en ruimingen aangetroffen: MORA
LIGPLAATS
AANTAL
BENAMING/SOORT
BIJZONDERHEDEN
19752654
Koningin Julianastraat 29, Oudewater
1
Brisantpantsergranaat, 37 mm
19761561
Molenstraat 7, Oudewater
1
Brisantgranaat, 7,5 cm
19762044
Afgeleverd op politiebureau
1
Oefenhandgranaat
Met bb, M58, verschoten m/sb, niet verschoten (Duits) Leeg
19772402
Afgeleverd op politiebureau
1
19822567
Afgeleverd op politiebureau
Oefenantitankbrisantgranaatraket, 3.5 inch Oefenbrisantgranaat, 2 cm KKM, diverse kalibers Oefenbrisantgranaat, 25 mm Brisantpantsergranaat, 3,7 cm
1 75 3 1
Niets Niets Niets Korte baan Niets
34
Vooronderzoek CE
BB17-100-01 MORA
LIGPLAATS
AANTAL
BENAMING/SOORT
BIJZONDERHEDEN
19870044
Afgeleverd op politiebureau
50
19930090
Afgeleverd op politiebureau
1
KKM, diverse kalibers onder andere Niets .303 Brisantgranaat, 3 inch m/sb, nr 152, Brits
19962476
Westerwal 30, Oudewater
-
Zoekactie
Resultaat niet bekend
20060650
Papekopperstraatweg, Papekop
1
Rookgranaat, 25 ponder
20142385
Strenger 21, Oudewater
1
Brisantgranaat, 2 cm
Met tsb 221, met dichte achterkant (geen bodemplaat), verschoten Niets
Geen van de bovenstaande meldingen is binnen de contouren van het projectgebied gelegen. De helft van de ruimingen betreft explosieven die op het politiebureau zijn afgeleverd. Deze MORA’s zijn niet aan een locatie te koppelen. De ligplaats van de overige MORA’s is op de afbeelding hieronder weergegeven.
Figuur 15. Ruimingen in de directe omgeving van het projectgebied. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten EODD In de collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten van de EODD zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van mijnenvelden binnen- of in de directe nabijheid van het projectgebied aangetroffen.
35
Vooronderzoek CE
BB17-100-01
4. Luchtfotoanalyse Algemeen Ten behoeve van dit vooronderzoek is een aantal luchtfoto’s door BeoBOM geanalyseerd. Deze luchtfoto’s zijn geïnterpreteerd op de aanwezigheid van schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en militaire werken. De geraadpleegde luchtfoto’s dateren van 11 september 1944, 24 december 1944 en 12 mei 1945. In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde en (deels) dekkende luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s) Sortie
Datum
Schaal
Kwaliteit
Dekking
Bron
3124
106G2792
11 september 1944
1/9.000
Goed
100%
DOTKA
4108
4/1480
24 december 1944
1/11.400
Goed
100%
DOTKA
1011
16/2171
12 mei 1945
1/30.000
Matig
100%
DOTKA
Resultaat luchtfotoanalyse Uit de analyse van het luchtfotomateriaal zijn enkele verstoringen in de wijdere omgeving van het projectgebied gesignaleerd. Het gaat hierbij om de aanwezigheid van kraters van afwerpmunitie ten noorden van het projectgebied. Deze verstoringen zijn op basis van kaartmateriaal en de luchtfotoanalyse in kaart gebracht. Ten behoeve van de luchtfotoanalyse, zijn door BeoBOM enige verbetertechnieken (Dynamic Range Adjustment (DRA), luchtfoto’s in negatief, verhoogd contrast, reliëfschaal groen-rood) toegepast om verstoringen zichtbaar te maken. Deze technieken hebben geen duidelijke verstoringen aan het licht gebracht (anders dan het reeds gesignaleerde). Kraters van afwerpmunitie Op de luchtfoto van 24 december 1944 zijn enkele inslagen naast het spoor ter hoogte van Papekop zichtbaar. Deze kraters zijn waarschijnlijk afkomstig van het bombardement op het spoor van 5 december 1944. Op deze dag werd het spoor ter hoogte van Papekop gebombardeerd door vier Typhoons met 4 x 500 lb aan bommen. Op een kilometer afstand ten zuidoosten van het spoor is in een weiland een losse krater zichtbaar. Vermoedelijk is deze ‘afzwaaier’ ook afkomstig van het bombardement op het spoor. Voorts is op het spoor te Papekop een lichte vlek ter grootte van een krater zichtbaar op de luchtfoto. Het zou hier om een herstelde bomkrater kunnen gaan.