CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Vaststellen bestemmingsplan Kerkwetering 13 - 14' - Bijlage 2 (Bestemmingsplan).pdf

Forum Samenleving 25 oktober 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 4.: Raadsvoorstel ‘Vaststellen bestemmingsplan Kerkwetering 13 – 14’32.106 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het is van belang dat de omwonenden tijdig over de risico’s wordt gealarmeerd tijdens een calamiteit. Gifwolkscenario Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk is om te schuilen mits ramen, deuren en ventilatie afgesloten kunnen worden. Als vluchten niet mogelijk is, is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief. Als schuilen niet mogelijk is kan ervoor gekozen worden te vluchten (voor personen buiten). Transport over water Er liggen in de directe omgeving van het plangebied geen vaarwegen met routes van gevaarlijke stoffen. Er zijn derhalve geen beperkingen voor de planlocatie. Transport over spoor Er liggen in de directe omgeving geen spoorbanen. Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor geldt, dat het afwegingsgebied voor het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening in principe is gemaximaliseerd op 200 meter van het spoor (aan beide zijden). Er zijn derhalve geen beperkingen voor de planlocatie. Transport per buisleiding Voor zoneringsafstanden van hogedruk gasleidingen geldt vanaf 11 november 2014 het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen. Er dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in de AMvB. Er liggen in de nabijheid van de planlocatie geen buisleidingen. Er zijn voor wat betreft het transport door buisleidingen derhalve geen beperkingen voor de planlocatie.

Elektromagnetische straling Er bevinden zich in de nabijheid van de planlocatie geen straalpaden. Er is hieruit volgend geen sprake van vrijkomende elektromagnetische straling, die een risico zouden kunnen vormen voor de volksgezondheid. Er zijn voor wat betreft elektromagnetische straling derhalve geen beperkingen voor de planlocatie. Conclusie Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen worden uitgesloten.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 32

4.2

Water “Waterkoers!” Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan beschrijft in hoofdlijnen de belangrijkste doelen en maatregelen die het waterschap de komende zes jaar wil bereiken en uitvoeren. In het plan staat hoe Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zorgt voor een duurzaam, schoon en veilig watersysteem. In het waterbeheerplan zijn onder andere de maatregelen voor de KRW vastgelegd. Voor de maatregelen geldt een resultaatsverplichting voor eind 2021. De doelen die aan deze maatregelen ten grondslag liggen zijn vastgelegd in het Waterplan van de Provincie Utrecht. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van Duurzaam waterbeheer Het uitgangspunt voor de planontwikkeling is dat het gebied hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel dat de planontwikkeling geen gevolgen heeft voor het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. Waterstructuurvisie (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, 2002) Water speelt een steeds grotere rol in onze samenleving. Functies zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van water. Daarnaast verandert het klimaat. Daarom heeft water in de toekomst meer ruimte nodig. In de Waterstructuurvisie presenteert het waterschap zijn integrale visie op een duurzaam waterbeheer op de lange termijn.

Doelen hierbij zijn: - het gewenste veiligheidsniveau tegen overstroming en wateroverlast is gegarandeerd; - er is sprake van een goede waterkwaliteit; - de ecohydrologische variatie binnen het plangebied is hersteld; - de bodemdaling is verminderd of zo mogelijk stopgezet; - er zijn goede gebruiksmogelijkheden van het plangebied voor verschillende maatschappelijke functies; er is voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar om dit mogelijk te maken; - de landschappelijke betekenis van water is behouden of versterkt. In de structuurvisie zijn gebied specifieke doelstellingen en maatregelen gedefinieerd. Ook staat het streefbeeld voor 2050 beschreven, gebaseerd op de volgende principes: - Vasthouden, bergen, afvoeren; - Voorkomen, scheiden of schoon maken van vuilemissies; - Vergroten zelfvoorzienendheid en duurzame inrichting; - Grondwater als ordenend principe. Het streefbeeld kan niet los worden gezien van het toekomstige grondgebruik binnen het beheergebied. Enerzijds vraagt het streefbeeld op een aantal plaatsen om meer ruimte voor water. Anderzijds kan het streefbeeld alleen worden bereikt indien het grondgebruik meer op de waterdoelstellingen wordt afgestemd. Voor de drie belangrijkste functies −wonen/werken, landbouw en natuur− is daarom in kaart gebracht of en hoe deze functies passen bij een duurzaam waterbeheer.

Dit is in combinatie met het streefbeeld vertaald naar een visie op het toekomstig gewenste grondgebruik in het werkgebied. Ruimtelijke ontwikkelingen Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m2 in stedelijk gebied en 1000 m2 in landelijk gebied is een Watervergunning nodig.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 33

Planspecifiek Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is verantwoordelijk voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in het zuidelijke deel van de Provincie Utrecht en een klein deel van de Provincie Zuid-Holland. Onderhavige locatie ligt binnen het beheersgebied van dit waterschap. Het plangebied is in figuur 4.11 omkaderd.

Fig. 4.11, Legger oppervlakte water 2020 (Bron HDSR) Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie in geheel niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van Duurzaam waterbeheer. Het uitgangspunt voor de planontwikkeling is dat het gebied hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel dat de planontwikkeling geen gevolgen heeft voor het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. In onderhavig plan wordt een voormalig bedrijfsgebouw en bijbehorende verhardingen geamoveerd ten behoeve van de ruimtelijke inpassing. Hierdoor zal de afstroming van het regenwater verbeteren.

Het plangebied wordt in hoofdzaak begrensd door een tertiaire watergang aan de oostzijde van het perceel. Deze watergangen hebben een beschermingszone van twee meter. Het betreffende perceel ligt dichtbij de primaire watergang Kerkwetering, een boezem om het water van de omliggende polders af te voeren. Deze watergang met bijbehorende beschermingszone van vijf meter, ligt buiten het onderhavige plan. Er hoeft voor het realiseren van een nieuwe twee onder één kap woningen geen watervergunning te worden aangevraagd. Als uitvloeisel van onderhavig bestemmingsplan zal sprake zijn van een afname van afwaterend oppervlak. Voorts worden geen watergangen gedempt. De hoeveelheid oppervlaktewater blijft in beginsel gelijk. Voor wat betreft het aspect waterkwaliteit zullen er uitsluitend niet uitlogende bouwmaterialen worden toegepast welke voldoen aan het Besluit bodemkwaliteit. Op deze wijze wordt diffuse verontreiniging van het oppervlaktewater voorkomen. Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 34

In het kader van het wettelijk vooroverleg is advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden middels een digitale watertoets. Gezien de ontwikkelingen behoeft er volgens het waterschap geen watercompensatie plaats te vinden. Wel werd geadviseerd om hemelwater op eigen terrein te verwerken, hetgeen in de verdere planontwikkeling zal worden opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van het aspect water geen zaken zijn die zich verzetten tegen dit plan.

4.3

Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Verkeer Onderhavig plangebied heeft een eigen inrit naast de bestaande woning, waarop op eigen perceel kan worden geparkeerd. De brede verharde inrit bied tevens toegang tot de achterliggende hal met bedrijfsbestemming. In de nieuwe situatie zal er voor de twee onder één kap woningen, een eigen inrit worden gerealiseerd waarop eveneens kan worden geparkeerd op het eigen perceel. De herbestemming van het perceel 6365 van bedrijfsdoeleinden ten behoeve van de bestemming wonen zal resulteren in een reductie van het aantal verkeersbewegingen op de Kerkwetering. Parkeren Bij beide woningen worden tenminste twee parkeervoorzieningen gerealiseerd op eigen terrein. De noodzakelijke parkeervraag kan volledig beantwoord worden op eigen terrein. De parkeervoorzieningen worden in het terreininrichtingsplan opgenomen. Planspecifiek Dit aspect vormt derhalve geen belemmering en er is geen nader onderzoek nodig. vormt geen belemmering en er is geen nader onderzoek nodig.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 35

4.4

Ecologie Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes: 1. Vogels (artikel 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (artikel 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (artikel 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de artikelen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in artikel 3.3 zien op de 'overige soorten' die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb.

Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming De Wnb brengt voor de bescherming van soorten in ieder geval de volgende drie voor de praktijk belangrijke wijzigingen met zich: 1. Allereerst is onder de Wnb niet langer de minister van Economische Zaken, maar zijn Gedeputeerde Staten van de provincies het bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffingen. 2. Ten tweede kunnen de in de praktijk gehanteerde 'tabelsoorten' niet langer gebruikt worden. In plaats daarvan wordt met de nieuwe indeling van de Wnb gewerkt. 3. Ten derde is de inhoud van de verboden en de ontheffingsgrondslagen gewijzigd.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 36

In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Onder de Wnb geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk worden nagelaten of maatregelen genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Plan specifiek Voor het onderhavige plan heeft Watersnip, een ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie ook rapportage ‘EO Kerkwetering 13-14 Oudewater.pdf’ voor verdere toelichting. Ten behoeve van het ecologisch onderzoek is bureau onderzoek en veldonderzoek verricht. Het plangebied aan de Kerkwetering maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of een bijzonder provinciaal natuurmonument. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’, bevindt zich op een afstand van circa 6 km ten westen van het plangebied. Het Natura2000gebied ‘Uiterwaarden Lek’ bevindt zich op 9,6 km van het plangebied.

Figuur 4.11: Natura2000 kaart ten opzichte van plangebied (bron: www.natura2000.nl) Flora Het plangebied is sterk verhard. Tussen de bestrating groeien enkele algemene plantensoorten waaronder Harig Wilgenroosje, Grote weegbree, en verschillende grassoorten. In voortuin van nummer 13 bevindt zich een kleine vijver (2x2 meter), met hierin Gele lis, Lisdodde en Krabbenscheer. De achtertuin van nr. 13 is grotendeels bestraat en vertoont achterstallig onderhoud. Op sommige plekken wordt de bestrating overwoekerd door soorten als Kleine Klaver en Perzikkruid. Aan de rand van het plangebied, tegen de sloot aan, groeien twee jonge Essen en een Els. Deze bomen hebben geen stamdiameter van >30 cm. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 37

Fauna – vleermuizen - huisnummer 13: woning De woning is gebouwd in de jaren ‘30. De woning is opgebouwd met baksteen en er is geen spouwmuur aanwezig. De voorgevel is strak afgewerkt met Trespa. Op een aantal plekken in de muur zijn gaten gedicht met purschuim. Het dak is bedekt met dakpannen die strak op elkaar zijn aangebracht. Er is onder deze pannen geen ruimte voor een rust- of verblijfplaats van vleermuizen. Daarbij is de dakgoot ook zo hoog ten opzichte van de pannen, dat er geen rechtstreekse invliegmogelijkheid is voor vleermuizen. Een gedeelte van het dak is bedekt met grind. Aan de achtergevel zijn de pannen strak op de zijmuur aangebracht. Fauna – vleermuizen – huisnummer 14: loods De loods is in gebruik door een interieurbouwbedrijf. Dit pand is tot aan de slootgrens gebouwd. Er is gedurende de dag veel activiteit en lawaai van onder andere een zagerij. De loods is opgebouwd uit baksteen en er is geen spouwmuur aanwezig. Aan de voorgevel zijn houten boeidelen aangebracht. Een aantal van deze planken laten los. Bij nadere inspectie bleek hier echter geen geschikte ruimte voor vleermuizen aanwezig te zijn. Er is: a. Geen stabiel microklimaat aanwezig; b. Er is veel verstoring vanwege lawaaiige werkzaamheden (door onder meer zaagmachines) en een grote garage roldeur die overdag in gebruik is; c. Er zijn geen donkere plekken om in weg te kruipen.

De voorgevel is afgewerkt met een Trespa plaat. Tussen de muur en deze opbouw is geen achterliggende ruimte aangetroffen (zie figuur 16). Het dak is bedekt met Eternit golfplaten. Vleermuizen maken geen gebruik van deze daken om zich onder te verschuilen vanwege het ontbreken van een geschikt microklimaat. In de zomer kan het erg heet worden. De omgeving van het plangebied is ook niet aantrekkelijk voor vleermuizen. Langs de Kerkwetering is geen verbindende groenstructuur aanwezig. Gelet op de aard en constructie van beide panden zijn geen van beide geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezigheid van rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Fauna - overige soorten Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht. Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken.

De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen Geadviseerd wordt om voor de nieuwbouw binnen het plangebied gebruik te maken van natuurinclusief bouwen. In de nieuwe bebouwing wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen door het inbouwen van nestkasten en vleermuiskasten. Er zijn tegenwoordig vele interessante mogelijkheden voor het creëren van ruimtes voor vogels en vleermuizen op de markt. Enkele aanbieders zijn: Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 38

Conclusie Watersnip heeft geeft in fig. 4.8. aan of het onderhavige plan op verschillende onderdelen gevolgen/schade geeft ten aanzien van flora en fauna. Er kan worden geconcludeerd worden dat dit niet het geval is.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 39

4.5

Archeologie en cultuurhistorie

4.5.1

Wettelijk kader archeologie In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging wordt de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 2021.

Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016 - 2021. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente. De gemeente Oudewater heeft een archeologiebeleid opgesteld. In de beleidsnota geeft de gemeente aan hoe zij invulling geeft aan haar rol van bevoegd gezag, de reikwijdte en ambities van het beleid en de uitvoering daarvan. Naast een beleidsnota is een beleidskaart opgesteld. Deze kaart bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, die tezamen de noodzakelijke informatie bevatten over hoe de gemeente bij besluitvorming over gebruik en inrichting van de ruimte omgaat met "bekende en te verwachten archeologische monumenten". Planspecifiek Het plangebied ligt ten noorden van Oudewater. Volgens de gemeentelijk archeologische verwachtingskaart is er een hoge trefkans te verwachten ten aanzien archeologische vondsten.

Zie ook figuur 4.11 voor de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Oudewater ligt de planlocatie in een zone met een hoge archeologische verwachting. Hier is sprake van bijzondere archeologische verwachtingen voor bewoningssporen die samenhangen met de ontstaansgeschiedenis van Oudewater uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 40

Gezien de lichte funderingsconstructies van de bestaande bebouwing zijn geen diepgaande verstoringen te verwachten. Omdat de wijze en mate van verstoring, gepaard gaande met de planontwikkeling nog niet bekend is, dient rekening gehouden te worden, dat er een archeologisch bureauonderzoek zal worden uitgevoerd om gespecificeerde verwachtingen in kaart te brengen. Een archeologisch bureauonderzoek kan achterwege blijven indien: • een bouwplan die betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en de bodem op een grotere diepte dan 0,3 m niet verder wordt verstoord; • bouwwerken en bouwplannen met een oppervlakte van niet meer dan 200 m2; • een bouwplan die betrekking heeft op een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 m en zonder heiwerkzaamheden zal worden geplaatst; • bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van instandhouding en bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden; • activiteiten waar geen omgevingsvergunning voor bouwen vereist is; • bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend en waarbij een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgelegd.

Een archeologisch onderzoek moet conform gemeentelijke beleid worden uitgevoerd wanneer het plangebied groter is dan 200 m² en de verstoring dieper gaat dan 30 cm. Voor de bouw van de woning wordt er dieper afgegraven dan 30 cm hoewel het bebouwd oppervlakte per woning kleiner is dan 200m2. Zodanig kan er worden geconcludeerd dat de er een verstoring kan worden veroorzaakt aan de ondergrond en vondsten van archeologische waarde zijn een mogelijkheid. De noodzaak voor een archeologisch bureauonderzoek is hierbij aan de orde. Nader archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd. Op basis van de Monumentenwet en de Wet op Archeologie en Monumentenzorg zijn mogelijke (toeval)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren.

Fig. 4.12 Archeologische verwachtingskaart Oudewater 2015, blauwe stip geeft de positie van de planlocatie aan de Kerkwetering 13 en 14 weer.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 41

4.6

Cultuur historische waarden Op 1 januari 2012 zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in het kader van de Modernisering van de Monumentenzorg. Op basis hiervan dient in alle bestemmingsplannen die vanaf dat moment worden op- en vastgesteld in de toelichting een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden (art. 3.1.6 Bro *). In Oudewater zijn de archeologische waarden en verwachtingen geïnventariseerd en verwoord in het archeologiebeleid dat door de raad in maart 2011 werd vastgesteld. De archeologienota biedt hiermee de basis voor vertaling in de verschillende bestemmingsplannen. Naast archeologie dienen nu ook historische (stede)bouwkunde en historische geografie meegenomen te worden in de belangenafweging. Hierbij gaat het zowel om reeds beschermde als niet formeel beschermde, maar wel hoog gewaardeerde objecten en structuren. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het dan ook belangrijk om in beeld te hebben welke cultuurhistorische waarden zich in het gebied bevinden en hoe de gemeente hier mee omgaat. In de toelichting moet een beschrijving worden opgenomen van de ruimtelijke structuur van het gebied en van de aanwezige cultuurhistorische waarden.

Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop de selectie en waardering van de cultuurhistorie in het gebied is uitgevoerd. Planspecifiek Het plangebied aan de Kerkwetering wordt door het bestemmingsplan ‘Binnenstad’, niet aangeduid als beschermd stadsgezicht. De ‘strook Kerkwetering’ wordt ruimtelijk en stedenbouwkundig als volgt omschreven: “De meest noordelijk gelegen bebouwingsstrook kenmerkt zich door zeer diverse bebouwing, zowel in functie, oriëntatie als omvang. Woningen met bijbehorende erfbebouwing in verschillende omvang en hoogte worden hier afgewisseld door kleine en grote bedrijfsgebouwen waarin uiteenlopende activiteiten plaatsvinden. De woningen worden ontsloten vanaf de Kerkwetering die in het noorden aansluit op de Joh. J. Vierbergenweg en zijn georiënteerd op het open veenweidegebied in het westen. De bedrijven oriënteren zich meer op de Joh. J. Vierbergenweg. De bebouwingszone wordt aan de oostzijde door een sloot gescheiden van de Joh. J. Vierbergenweg. De ruimtelijk-visuele uitstraling van de achterkanten van de bedrijven en woningen naar de Joh. J. Vierbergenweg houdt te wensen over en dient waar mogelijk te worden verbeterd. Reeds in het vigerende bestemmingsplan was voorzien in de mogelijkheid om in deze zone zowel woningen als bedrijven te realiseren.

Op basis van deze mogelijkheid zijn ter plaatse van de locatie Kerkwetering 18-20, 6 nieuwe woningen gerealiseerd. Voor de verdere invulling van deze zone met woningen, ter vervanging van uit te plaatsen bedrijven, zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden geformuleerd. De belangrijkste randvoorwaarden zijn: - behoud van enige openheid in het bebouwingslint; - de bebouwingsstructuur dient te zijn opgebouwd uit losse bouwvolumes met een individuele uitstraling; - een strakke voorgevelrooilijn ten behoeve van een duidelijke structuur en een evenwichtig straatbeeld; - nieuwe erfbebouwing aan de zijde van de Joh. J. Vierbergenweg dient een kleinschalig karakter te hebben; het groene beeld aan de Joh. J. Vierbergenweg kan zodoende worden versterkt. Het onderhavige plan zal binnen de planlocatie, niet tot aantasting leiden van de cultuurhistorische waarden noch ruimtelijke aspecten aangezien het plan qua schaal, oriëntatie en positionering aansluit op de bestaande bebouwingstructuur en het bestaande stratenpatroon. Het voldoet daarbij aan de bovenstaande randvoorwaarden.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 42

4.6

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten Kabels en leidingen In het plangebied liggen kabels en leidingen. De bestaande huisaansluitingen van Kerkwetering 13 en 14 zullen worden aangepast aan de positionering van de nieuwe bebouwing. Te zijner tijd zullen beschermde maatregelen getroffen te worden wanneer deze aansluitingen worden aangepast.

Figuur 4.13: Kadaster Klic melding

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 43

4.7

Economische uitvoerbaarheid Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing een exploitatieplan te koppelen. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Plan specifiek De begeleiding van de planologische procedure is door middel van het heffen van leges gedekt. Daarnaast is het aanleggen van voorzieningen in het aangrenzende openbaar gebied niet aan de orde. Voor de gemeente Oudewater zijn derhalve geen kosten verbonden aan het opstellen en uitvoeren van deze ruimtelijke onderbouwing. De economische uitvoerbaarheid van het bouwplan is volledig de verantwoording van de initiatiefnemer.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 44

5

Duurzaamheid Beleid In paragraaf 2.3 van het Provinciaal beleid is verwoord dat bij het plan rekening gehouden dient te worden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. De locatie ligt binnen het stedelijk gebied (de ‘rode contouren’) waardoor aan deze regel moet worden voldaan. Daarnaast is er door de gemeente Oudewater een Energie Agenda opgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat er slechts nog een vergunning verstrekt voor de bouw van nieuwbouwwoningen die energieneutraal zijn of dat met kleine aanpassingen kunnen worden. Planspecifiek Bij onderhavig plan zal er rekening worden gehouden met energiebesparing en duurzame energiebronnen. In de BENG-berekening zullen deze aspecten worden meegenomen. Enkele onderdelen hieruit c.q. in aanvulling hierop lichten wij hieronder nader toe. Zongericht bouwen De nieuw te bouwen woning heeft een zuidoost en noordwest oriëntatie om aansluiting te vinden bij de bestaande stedenbouwkundige opzet van de bebouwing aan de Kerkwetering. Desalniettemin maakt het gebruik van de zonstraling door haar oriëntatie. Het woongedeelte bevind zich namelijk aan beiden zijden van de woning. Om oververhitting te kunnen voorkomen wordt over de volledige breedte van de pui in de achtergevel voorzieningen getroffen voor het aanbrengen van zonwering.

Bodemwarmtepomp en PV-panelen Per 1 juli 2018 verviel de plicht voor netbeheerders om nieuwbouw aan te sluiten op het aardgasnet. Dit is geregeld in de Wet VET (Wet Voortgang Energietransitie). Dit houdt in dat er geen nieuwe gebouwen en panden na splitsing meer mag aansluiten op het aardgasnetwerk, mits er een Omgevingsvergunning is aangevraagd voor 1 juli 2018. Voor de omgevingsvergunning bouwen dient er een BENG-berekening te worden opgesteld. Naar alle waarschijnlijk zal er een elektrisch aangedreven luchtwarmtepomp of een grondwarmte pomp worden opgesteld. Deze warmtepomp voorziet de woning van warmtapwater en verwarming. De benodigde elektriciteit zal deels worden opgewekt met PV-panelen welke op het hellende dak zal worden aangebracht. Op het dak is nog ruimte aanwezig om het oppervlakte aan PV-panelen uit te breiden. Hierdoor is het met een kleine aanpassing mogelijk om op termijn een nul-op-de-meter situatie te creëren. De bodemwarmtepomp of luchtwarmtepomp is een verbetering in de BENG, alle andere uitgangspunten vanuit de BENG blijven onveranderd. Verbeterde naad- en kierdichting Voor de gehele woning zal een verbeterde naad- en kierdichting worden toegepast om de energieverliezen te beperken. Als waarde is hiervoor aangehouden Qv10= 0,3 dm3/s.m2.

Testen van deze maatregel is mogelijk door een luchtdichtheidstest (blowerdoortest) te laten uitvoeren conform NEN 2686, NEN-EN-ISO 9972. Isolatie De woning voldoet aan het Bouwbesluit nieuwbouw eisen. Dit betekend een rc-waarde voor de gevel, een Rc-waarde van 4,7 m2K/W. Een Rc-waarde van de begane grondvloer van 3,7 m2K/W. Het dak zal een Rc-waarde behalen van 6,3 m2K/W. Hotfill aansluiting De wasmachine en de vaatwasser worden gevoed met warmwater vanuit het voorraadvat van de warmtepomp. Elektrisch na verwarmen vindt indien nodig plaats in de machine.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 45

6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1

Overleg Er heeft geen vooroverleg met de gemeentelijke instanties plaats gevonden op verzoek van de gemeente Oudewater.

5.2

Zienswijzen Op de te volgen bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In navolging hiervan zal het ontwerpbesluit voor zes weken ter inzage worden gelegd. Een ieder krijgt in deze periode de gelegenheid om zienswijzen in te dienen. In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de zienswijzen beantwoord. Tevens wordt aangegeven of de zienswijze aanleiding is dit bestemmingsplan te wijzigen.

5.3

Conclusie Het plan wordt maatschappelijk uitvoerbaar geacht. Gesteld kan worden dat het plan ruimtelijk geen aanpassingen verlangt en op de beoordeelde aspecten voldoet aan de beleidsmatige en wettelijke kaders. De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bouwplan is voldoende aangetoond.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 46

Regels Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Artikel 1: Begripsbepalingen 1. het plan het bestemmingsplan Kern Oudewater van de gemeente Oudewater, vervat in de kaart en deze voorschriften. 2. de kaart de gewaarmerkte kaart met bijbehorende verklaring, bestaande uit 4 kaartbladen, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. 3. aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 4. aan-huis-gebonden beroep het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning worden uitgeoefend. 5. achtergevellijn de op de plankaart als zodanig aangegeven lijn die, in combinatie met de rechte lijnen die in het verlengde daarvan zijn te trekken, bij het bouwen aan de van de weg afgekeerde zijde niet mag worden overschreden. 6. ander bouwwerk elk bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 7. antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 8.

antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 9. archeologische deskundige een deskundige met betrekking tot archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders te stellen kwalificaties. 10. archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingvergunning beschikt. 11. archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 12. bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 47

13. bedrijfswoning/dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke kennelijk slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming en het feitelijk gebruik van het gebouw of het terrein. 14. bestaand gebruik het op het tijdstip van het in werking treden van het plan aanwezige gebruik. 15. bestaande bouwwerken bouwwerken, die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan zijn of worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet. 16. bestemmingsgrens een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak. 17. bestemmingsvlak een op de kaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming. 18. bijgebouw een vrijstaand, afzonderlijk van het hoofdgebouw in functioneel en bouwkundig opzicht te onderscheiden gebouw. 19. bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 20. bouwgrens een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak. 21. bouwlaag het tussen twee opeenvolgende vloeren gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw, met dien verstande dat per bouwlaag over het totale vloeroppervlak een plafondhoogte van ten minste 2,4 m aanwezig c.q. mogelijk is. 22.

bouwmarkt een al dan niet geheel overdekt detailhandelsbedrijf met een overdekt vloeroppervlak van minimaal 1.000 m², waarop een volledig of nagenoeg volledig assortiment aan bouw- en doe-hetzelfproducten uit voorraad wordt aangeboden. 23. bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 24. bouwvlak een op de plankaart aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten. 25. bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 26. consumentenvuurwerk vuurwerk voor particulier gebruik als bedoeld in het Vuurwerkbesluit (Stb. 2002, 33). 27. dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 48

39. peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst of minder dan 5 m daarvan: de hoogte van die weg (ter plaatse van de hoofdtoegang); b. in andere gevallen en voor andere bouwwerken: de hoogte van het bestaande terrein ter plaatse van de bouw, zulks gezien in relatie met de hoogte van de bestaande omliggende terreinen (maaiveld). 40. platte afdekking een (min of meer) horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van het grondvlak van het gebouw beslaat. 41. praktijkruimte een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op medisch, paramedisch, therapeutisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied. 42. recreatiewoning een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt. 43. seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. 44. Staat van Bedrijfsactiviteiten de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze voorschriften deel uitmaakt. 45.

vloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van een kantoor, bedrijf of voorziening met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 49

Artikel 2: Wijze van meten Bij de toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten: 1. de breedte en lengte of diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren. 2. het grondoppervlak van een gebouw tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren. 3. het vloeroppervlak van een gebouw de oppervlakte gemeten op vloerniveau tussen de binnenzijden van de scheidsmuren die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen, met uitzondering van ruimten voor verticaal verkeer, ruimten voor gebouwinstallaties, dragende binnenmuren, vrijstaande draagconstructies en delen van vloeren waarboven de vrije hoogte lager is dan 1,5 m. 4. de goot(- of boeibord)hoogte van een gebouw tussen de bovenkant van goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel en het peil; indien zich op enige zijde van een gebouw één of meer dakkapellen bevinden waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de gevelbreedte (op de achterzijde van een gebouw meer dan 70%), wordt de goot of boeibord van de dakkapel als goot- of boeibordhoogte aangemerkt. 5. de bouwhoogte van een gebouw tussen de bovenkant van het gebouw, met uitzondering van antennes, kleine liftkokers, schoorstenen en andere ondergeschikte bouwdelen, en het peil. 6.

de bouwhoogte van een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde tussen het hoogste punt van het bouwwerk en het peil; bij constructies worden de werken in verticale stand meegerekend. 7. de bouwhoogte van een antenne-installatie de bouwhoogte van een antenne-installatie wordt gemeten tussen de voet van de antennedrager en het hoogste punt van de antenne-installatie; indien de antennedrager aan de gevel van een gebouw wordt bevestigd, wordt gemeten tussen het punt waarop de antenne, met antennedrager het dakvlak kruist en het hoogste punt van de antenne-installatie. 8. afstanden afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 50

Hoofdstuk 2: Bestemmingen en gebruik Artikel 3: Woondoeleinden (W) Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Woondoeleinden (W) zijn bestemd voor: a. het wonen en in samenhang daarmee de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, alsmede voor: - ter plaatse van de subbestemming Wm: maatschappelijke voorzieningen, met dien verstande dat deze uitsluitend op de begane grond zijn toegestaan; b. ter plaatse van de subbestemming Wr: uitsluitend een recreatiewoning; c. bijbehorende nutsvoorzieningen; d. water. Bouwvoorschriften 2. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen en aan- en uitbouwen; b. andere bouwwerken. 3. Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de kaart en de volgende bepalingen: a. in afwijking van het bepaalde onder a mag, indien op de kaart een onderstreept cijfer is aangegeven, het aantal te bouwen woningen ter plaatse ten hoogste gelijk zijn aan dit onderstreepte cijfer; b. uitsluitend ter plaatse van de nadere aanwijzing (g) mogen woningen gestapeld worden gebouwd; d. voor wat betreft de bouwhoogte van andere bouwwerken geldt het bepaalde in artikel 27 lid 5. Bijzonder gebruiksvoorschrift 4.

Onder de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in samenhang met het wonen wordt verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voorzover: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; b. het vloeroppervlak voor kantoor- en/of praktijkruimte of de bedrijfsmatige activiteit niet groter is dan eenderde van het gezamenlijk vloeroppervlak van de woning tot ten hoogste 40 m²; c. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; d. het beroep of de activiteit door de bewoner wordt uitgeoefend; e. geen horeca en detailhandelsactiviteiten plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Wijzigingsbevoegdheid bedrijfsmatige activiteiten ex artikel 11 WRO 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden met de bestemming Woondoeleinden te wijzigen in die zin dat in samenhang met het wonen tevens de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten, behorende tot categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten is toegestaan; met inachtneming van de volgende bepalingen: a. er wordt geen afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; b.

het gezamenlijk vloeroppervlak in gebruik voor aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zoals bedoeld in lid 4 en de bedrijfsmatige activiteit is niet groter dan eenderde van het gezamenlijk vloeroppervlak van de woning tot ten hoogste 40 m²; c. ten behoeve van de gewijzigde functie wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer; e. er mag geen horeca en geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; f. de activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 51

Artikel 4: Erven (E) Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Erven (E) zijn bestemd voor: a. erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen en in samenhang daarmee de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; alsmede voor: b. ter plaatse van de subbestemming Eh: opslag van houtproducten; c. zij- en achterpaden; d. bijbehorende nutsvoorzieningen; e. water. Bouwvoorschriften 2. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bijgebouwen en aan- en uitbouwen; b. overkappingen; c. andere bouwwerken. 3. Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de kaart en de volgende bepalingen: a. het gezamenlijke grondoppervlak van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag ten hoogste 40% van de bij het hoofdgebouw behorende gronden met de bestemming Tuinen en Erven bedragen, met een maximum van 50 m²; b. de gronden gelegen achter de achtergevel dienen voor ten minste 60% met een minimum van 35 m² onbebouwd te blijven; c. de in lid a genoemde 50 m² mag worden vermeerderd met 10% van de oppervlakte dat het erf groter is dan 100 m², tot ten hoogste 75 m²; d. de gronden met de subbestemming Eh blijven bij de toetsing aan het bepaalde onder a, b en c buiten toepassing; e. de breedte van een aan- en uitbouw naast het hoofdgebouw mag ten hoogste 3 m bedragen; f.

de diepte van een aan- of uitbouw achter het hoofdgebouw mag, gemeten vanuit de achtergevel, ten hoogste 3 m bedragen; g. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen, waar het perceel grenst aan het openbaar gebied, niet zijnde een achterpad of brandgang, in of ten minste 1 m van de perceelsgrens te worden gebouwd; h. de afstand van een bijgebouw tot het hoofdgebouw dient ten minste 3 m te bedragen; i. de goothoogte van bijgebouwen mag ten hoogste 2,7 m bedragen; j. de bouwhoogte van bijgebouwen mag ten hoogste 4,5 m bedragen; k. in afwijking van het bepaalde onder j mag de bouwhoogte van bijgebouwen ter plaatse van de subbestemming Eh ten hoogste 6 m bedragen; l. de goothoogte van aan- en uitbouwen mag ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen; m. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag ten hoogste de hoogte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen; n. de dakhelling van aan- en uitbouwen aan de zijgevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste gelijk zijn aan de dakhelling van het hoofdgebouw, met dien verstande dat als de uitvoering van de dakhelling gelijk is aan de dakhelling van het bijbehorende hoofdgebouw het bepaalde onder m niet van toepassing is; o. dakkapellen en/of dakopbouwen zijn op aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet toegestaan; p. dakterrassen zijn op aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet toegestaan; q.

voor wat betreft de bouwhoogte van andere bouwwerken geldt het bepaalde in artikel 27 lid 5.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 52

Bijzonder gebruiksvoorschrift 4. Onder de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in samenhang met het wonen wordt verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aanhuis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voorzover: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; b. het vloeroppervlak voor kantoor- en/of praktijkruimte of de bedrijfsmatige activiteit niet groter is dan eenderde van het gezamenlijk vloeroppervlak van de woning tot ten hoogste 40 m²; c. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; d. het beroep of de activiteit door de bewoner wordt uitgeoefend; e. geen horeca en detailhandelsactiviteiten plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Wijzigingsbevoegdheid bedrijfsmatige activiteiten ex artikel 11 WRO 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden met de bestemming Erven te wijzigen ten behoeve van de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten, behorende tot categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; met inachtneming van de volgende bepalingen: a. er wordt geen afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; b.

het gezamenlijk vloeroppervlak in gebruik voor aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zoals bedoeld in lid 4 en de bedrijfsmatige activiteit is niet groter dan eenderde van het gezamenlijk vloeroppervlak van de woning tot ten hoogste 40 m²; c. ten behoeve van de gewijzigde functie wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer; e. er mag geen horeca en geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; f. de activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend.

Artikel 5: Tuinen (T) Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Tuinen (T) zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. zij- en achterpaden; c. bijbehorende nutsvoorzieningen; d. water; e. in- en uitritten en andere ondergeschikte verhardingen. f. minimaal twee parkeerplekken per woning Bouwvoorschriften 2. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. aan- en uitbouwen; b. andere bouwwerken. 3. Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de kaart en de volgende bepalingen: a. per hoofdgebouw mag ten hoogste één aan- of uitbouw worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: - het grondoppervlak mag ten hoogste 4 m² bedragen; - de diepte mag ten hoogste 1,5 m bedragen; - de breedte mag ten hoogste 2/3 van de voorgevelbreedte van het hoofdgebouw bedragen; - de afstand tot aan het openbaar gebied dient ten minste 3 m te bedragen; b. voor wat betreft de bouwhoogte van andere bouwwerken geldt het bepaalde in artikel 27 lid 5.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 53

Artikel 24: Gebruik van gronden en bouwwerken 1. Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de doeleindenomschrijving en de overige voorschriften. 2. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan onbebouwde gronden te gebruiken of te laten gebruiken: a. als opslagplaats voor bagger en grondspecie; b. als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen; c. als uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen; d. als seksinrichting. 3. Onder strijdig gebruik wordt eveneens in ieder geval verstaan gebouwen en andere bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor: a. seksinrichtingen; b. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk. 4. Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. vormen van gebruik als bedoeld in lid 2, die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de doeleindenomschrijving en/of de overige voorschriften mag worden gebruikt; b. het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming; c.

het uitoefenen van detailhandel voorzover dit een normaal en ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening, zoals ingevolge de voorschriften toegestaan; d. de stalling van ten hoogste één toercaravan of boot op de bij een woning behorende grond. 5. Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 1, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 54

Hoofdstuk 3: Algemene bepalingen Artikel 25: Percentages en dubbeltelbepaling Percentages 1. Een op de kaart of in de voorschriften aangegeven percentage, geeft aan hoeveel van het bouwvlak van het desbetreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in hoofdstuk II anders is bepaald. Dubbeltelbepaling 2. Gronden welke in aanmerking zijn of moeten worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning waaraan uitvoering is of kan worden gegeven, blijven bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 26: Bestaande afstanden en maten 1. Indien afstanden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 2. In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen, hellingshoeken en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 3. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 1 en 2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

Artikel 27: Hoogteaanduidingen 1. Het op de kaart achter een letter of combinatie van letters ingeschreven Arabisch cijfer, niet geplaatst tussen haakjes, geeft − tenzij in hoofdstuk II anders is bepaald en behoudens eventuele vrijstelling − de maximaal toelaatbare goothoogte van gebouwen in meters aan. 2. Het op de kaart achter een letter of combinatie van letters ingeschreven Arabisch cijfer in een cirkel, geeft − tenzij in hoofdstuk II anders is bepaald en behoudens eventuele vrijstelling – de maximaal toelaatbare bouwhoogte van gebouwen in meters aan. 3. Indien op de kaart voor gebouwen geen hoogteaanduiding is ingeschreven, geldt voor de maximaal toelaatbare goot- dan wel bouwhoogte het bepaalde in hoofdstuk II. 4. De in lid 1, 2 en 3 bedoelde hoogten mogen worden overschreden door antenne-installaties mits deze voldoen aan het bepaalde in lid 5 en door schoorstenen, liftkokers, zonnepanelen, trappenhuizen, alarminstallaties en andere ondergeschikte bouwdelen, tenzij in hoofdstuk II anders is bepaald, met dien verstande dat de op de kaart aangegeven goot- of boeibordhoogte tevens mag worden overschreden door hellende dakvlakken, topgevels en dakkapellen.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 55

5. De maximaal toelaatbare bouwhoogte van andere bouwwerken, mag − tenzij in hoofdstuk II of de overige voorschriften anders is bepaald − ten hoogste bedragen: bouwhoogte - van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevel van hoofdgebouwen en de openbare weg 1 m; - van erf- en terreinafscheidingen tussen de achtergevel en de openbare weg 2,5m; - van erf- en terreinafscheidingen elders 2 m; - van lichtmasten 9 m; - van overig straatmeubilair 6 m; - van vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes en zonder techniekkast 15 m; - van vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie 5 m; - van antenne-installaties die op bouwwerken worden geplaatst, niet zijnde schotelantennes 5 m; - van schotelantennes 3 m; - van tuinmeubilair 2 m; - van overige andere bouwwerken 3 m. Straalpad 6. Op de gronden waarboven blijkens de kaart een straalpad is gelegen, mag de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer bedragen dan de hoogte die wordt verkregen door interpolatie van de op de kaart bij het straalpad ingeschreven hoogtematen.

Artikel 28: Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen/voorgevellijn mogen/mag in afwijking van de kaart en hoofdstuk II uitsluitend worden overschreden door tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt.

Artikel 29: Algemene vrijstellings-en wijzigingsbevoegdheden Algemene vrijstellingsbevoegdheid ten behoeve van geringe afwijkingen 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd − tenzij op grond van hoofdstuk II ter zake reeds vrijstelling kan worden verleend − vrijstelling te verlenen van de bepalingen van het plan voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. 2. Vrijstelling wordt niet verleend indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Vrijstellingsbevoegdheid Staat van Bedrijfsactiviteiten 3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in de doeleindenomschrijvingen en wijzigingsbevoegdheden ten aanzien van de toelaatbare categorieën bedrijven uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten teneinde: a.

bedrijven toe te laten die voorkomen in één categorie hoger dan algemeen toelaatbaar, indien en voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, indien en voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Bestemmingsplan - perceel Kerkwetering 13 en 14 te Oudewater 56

Algemene wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van overschrijding bestemmingsgrenzen 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot. Algemene wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van archeologie 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door aan een of meer bestemmingsvlakken de medebestemming Archeologisch waardevol gebied toe te kennen, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn waarvan de bescherming en veiligstelling door middel van dit bestemmingsplan noodzakelijk of gewenst zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/421/documents/13054