Raadsvoorstel 'Programmabegroting 2022 - 2025' - Bijlage 2 (Programmabegroting 2022 - 2025).pdf
Tekst van het document
Saldo door te berekenen externe rente (a+b+c)
161.551
d1. rente over reserves/voorzieningen
71.110
d2. rente voorzieningen tegen contante waarde
0
totaal d
71.110
e. aan taakvelden door te berekenen externe rente (a+b+c+d)
232.661
f. werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
287.200
Renteresultaat op treasury (e-f)
-54.539
4. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille De financieringspositie heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen versus de waarde van de investeringen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen, is dit een teken dat de gemeente een vaste geldlening moet gaan aantrekken. De financieringsbehoefte van de gemeente wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsprognose. Op basis van de verwachte baten en lasten (kasstromen) wordt een schatting gemaakt van het verwachte liquiditeitsverloop. Voor een goede liquiditeitsplanning is vooral inzicht nodig in de financiële planning van grote projecten en investeringen. Wekelijks wordt de liquiditeitspositie bepaald waardoor snel ingespeeld kan worden op de financieringsbehoefte van de gemeente. Het verloop van de langlopende geldleningen en het hieraan gekoppelde gemiddelde rentepercentage is in onderstaande tabel opgenomen: Datum
saldo (x 1.000) langlopende geldleningen
gem. rente
omslag-perc.
1-1-2021
€ 14.400
1,05%
2,00%
1-1-2022
€ 12.920
1,14%
1,00%
In de najaarsnota 2021 wordt het omslagpercentage 2021 verlaagd van 2 naar 1, zodat deze weer in overeenstemming is met het gemiddelde rentepercentage. De afgesloten leningen van de laatste 10 jaar zijn in onderstaande tabel opgenomen:
78
jaar
bedrag (x 1.000)
rente
2012
€ 2.000
2,91%
2019
€ 4.000
-0,25%
2020
€
-
0,00%
2021
€ 7.000
0,207%
5. Uitgangspunten In de meerjarenbegroting 2022-2025 is rekening gehouden met de volgende rentepercentages in de staat van activa. - Renteomslagpercentage 1,00 - Rente nieuwe investeringen 1,00 - Rente grondbedrijf 0,74 Het eerste jaar van investering wordt geen rente berekend. De renteomslag is nagenoeg gelijk aan het gemiddelde rentepercentage van de langlopende geldleningen. De rentenotitie BBV is hierin leidend.
6. Verwachting voor 2021 en 2022 Hoewel er een (lichte) druk op de rentetarieven is blijft de verwachting dat een stijging van rente op zowel de geld- als de kapitaalmarkt beperkt blijft.
79
PARAGRAAF 5 BEDRIJFSVOERING 1. Wat is het doel van deze paragraaf? Bedrijfsvoering draait om het sturen en beheersen van de organisatie om de geplande resultaten zo effectief en efficiënt mogelijk te realiseren. Het gaat dus om antwoorden op hoe-vragen.
2. DVO met gemeente Woerden Dienstverleningsovereenkomst (DVO) De bedrijfsvoering voor de gemeente Oudewater is ondergebracht bij de gezamenlijke ambtelijk organisatie die onder verantwoordelijkheid van de gemeente Woerden werkzaamheden op het terrein van onder andere de bedrijfsvoering voor Oudewater verricht. Deze dienstverlening is beschrevenen in een dienstverleningsovereenkomst (DVO). Deze DVO is op 16 juli 2020 door de gemeenteraden van zowel Oudewater als Woerden weer voor 5 jaar vastgesteld. Uitvoeringsovereenkomst (UVO) Jaarlijks wordt door de colleges van Oudewater en Woerden een UVO vastgesteld. Hierin worden nadere afspraken gemaakt over de wijze van uitvoering van de overeengekomen dienstverlening voor het komende begrotingsjaar. Basis voor deze UVO is de door de raad van Oudewater vastgestelde begroting voor het komende jaar. Daarbij wordt aandacht besteed aan eventueel meer- en minderwerk, wat de aandachtspunten zijn ten aanzien van uitvoering en welke afspraken gemaakt kunnen worden over de kwaliteit. In onderstaande tabel staan de bedragen die gemoeid zijn met de dienstverlening door Woerden. Ontwikkelingen 2022 Ook gedurende 2022 en verder vindt er verdere doorontwikkeling plaats binnen de gezamenlijke werkorganisatie voor Oudewater en Woerden.
Er worden initiatieven ontplooid ten behoeve van de gezamenlijke dienstverlening, met aandacht voor bestuurlijke verschillen tussen de twee gemeentes. Omschrijving
Bedrag
Te betalen aan de gemeente Woerden: Bijdrage op basis van de DVO
5.346.308
Constructeur
15.225
Horecacoördinator
20.300
BOA
55.825
btw Totaal te betalen aan de gemeente Woerden Omschrijving
45.676 € 5.483.334 Bedrag
Te ontvangen van de gemeente Woerden: Bijdrage team Oudewater Bijdrage in griffiekosten Oudewater Totaal te ontvangen van de gemeente Woerden
120.000 18.000 € 138.000
3. Informatiebeleid Door corona moest de technische basis van de ICT versneld op orde gebracht worden. Teams en zaakgericht werken zijn niet meer weg te denken de nieuwe manier van werken. Ook zijn de vergaderruimten in het stadskantoor ingericht om effectief digitaal hybride te kunnen werken. Een ander neveneffect hebben we gemerkt in de samenleving. Criminaliteit is verplaatst van fysiek naar online. Daarom is proactief onderzocht welke aanvullende bescherming noodzakelijk is. In de toekomst zullen we continu kijken of op basis van het dreigingsbeeld aanvullende maatregelen gewenst/vereist zijn. In 2020/2021 is het zaakgericht werken geïmplementeerd, een belangrijke bouwsteen om dienstverlening en bedrijfsvoering te verbeteren. We hebben gemerkt dat deze doelstelling, met name door de coronacrisis, niet gerealiseerd is. In 2021/2022 vinden activiteiten plaats om het zaaksysteem beter te laten aansluiten bij de processen.
80
4. Rechtmatigheid De accountant voert elk jaar een interimcontrole uit bij de gezamenlijke ambtelijke organisatie. Op basis daarvan geeft de accountant adviezen om interne procedures te verbeteren. De uitkomst van deze interimcontrole zal door het college van Oudewater met het college van Woerden worden besproken. Eens in de vier maanden zal de voortgang ten aanzien van de aanbevelingen die voortkomen uit de interimcontrole van de accountant door de twee verantwoordelijke portefeuillehouders van Woerden en Oudewater gezamenlijk worden besproken. Tijdens deze periodieke bijeenkomsten wordt ook stilgestaan bij de follow-up van de aanbevelingen die de accountant heeft gedaan ten aanzien van de controle op de jaarrekening.
5. Stelposten Verspreid over de begroting zijn enkele stelposten opgenomen. In een overzicht samengebracht zijn dit de volgende (voor zover > € 10.000): Overzicht stelposten begroting 2022-2025
2022
2023
2024
2025
6040 0135
Stelpost exploitatielasten stadskantoor
40.000
40.000
40.000
40.000
60200010.2
Stelpost FH openstelling tel./ balie
35.000
35.000
35.000
35.000
6610 0032
Stelpost exploitatie cultuurhuis
0
12.309
12.309
12.309
€ 75.000
€ 87.309
€ 87.309
€ 87.309
Totaal stelposten
81
PARAGRAAF 6 VERBONDEN PARTIJEN Wat is het doel van deze paragraaf? Een gemeente kan in principe zelf bepalen hoe een bepaalde taak wordt uitgevoerd. De gemeente kan er bijvoorbeeld voor kiezen de uitvoering zelf ter hand te nemen of de uitvoering te regelen (via een gemeenschappelijke regeling) met een aantal regiogemeenten gezamenlijk. Kernvragen blijven steeds of de doelstellingen van het uitvoerende orgaan nog steeds corresponderen met die van de gemeente en of de doelstellingen van de gemeente gerealiseerd worden. Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke risico’s is het gewenst dat in de begroting aandacht wordt besteed aan rechtspersonen, waarmee de gemeente een band heeft. Deze paragraaf geeft dan ook per verbonden partij informatie over de verbonden partijen en de bestuurlijke doelstelling die via de verbonden partij wordt gerealiseerd.
Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geeft als (enige) definitie: “een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft”. Bestuurlijk belang is zeggenschap, hetzij op basis van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Er is sprake van een verbonden partij als de wethouder, het raadslid of de ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Bij alleen een benoemingsrecht of een voordrachtsrecht – de gemeente mag een bestuurder of commissaris in de organisatie benoemen of voordragen – is er strikt genomen geen sprake van een verbonden partij. Gemeenten maken vaak van een dergelijk recht gebruik om ervoor te zorgen dat er kwalitatief goede bestuurders in het bestuur van de partij terechtkomen. Ook de stichting waarin bijvoorbeeld de wethouder cultuur op persoonlijke titel als bestuurder plaatsneemt – en dus niet de gemeente vertegenwoordigt– is volgens deze definitie geen verbonden partij.
Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Dit betekent dan ook dat, wanneer een verbonden partij failliet mocht gaan, de deelnemers in deze verbonden partij, dus ook de gemeente Oudewater, voor extra kosten zullen komen te staan. Uit bovenstaande blijkt dus ook dat bij leningen en garantstellingen geen sprake is van een verbonden partij: de gemeente houdt juridisch verhaal als de partij failliet gaat. Ook bij exploitatiesubsidies is er geen sprake van een verbonden partij: het gaat om overdrachten (subsidies). In deze paragraaf is het begrip verbonden partijen echter wat ruimer opgevat dan in het BBV. Daarom zijn bijvoorbeeld ook de belangrijkste organisaties die geen rechtspersoonlijkheid hebben, opgenomen. Maar eveneens zijn opgenomen stichtingen waarin de gemeente een benoemingsrecht heeft en die zij ook een subsidie geeft, grote organisaties waar de gemeente of een bestuurder levert en of zich garant stelt enz. De reden voor deze “brede” invulling van de paragraaf verbonden partijen is de behoefte aan overzicht.
De belangrijkste partijen aan wie de gemeente zich op een of andere manier bestuurlijk en/of financieel verbonden heeft komen nu op één plek in de begroting en rekening bij elkaar. Gemeenschappelijke regelingen In deze paragraaf is per gemeenschappelijke regeling een format ingevuld. De reden hiervoor is dat landelijk, maar ook in Oudewater, meer inzicht wordt verlangd in de verbonden partijen waardoor het inzicht en de “grip” vergroot kan worden. Ook is van een aantal grotere stichtingen waarbij de gemeente financieel is betrokken een afzonderlijke format opgenomen. De gemeente Oudewater heeft bestuurlijke en financiële belangen in verschillende verbonden partijen. De onderstaande partijen worden per categorie toegelicht:
82
Gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Vestigingsplaats
Utrecht
Doel
Het doel van deze regeling is het door de Veiligheidsregio Utrecht realiseren van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau van de beheersing van rampen en crisis in de Utrechtse gemeenten, waaronder het (verplicht) organiseren van brandweerzorg op regionaal niveau. De gemeentelijke organisaties zijn verantwoordelijk voor een aantal crisisbeheersingsprocessen zoals: crisiscommunicatie, publieke zorg en nazorg. Geen enkele gemeentelijke organisatie is in staat om deze taken geheel op eigen kracht te vervullen. Regionale samenwerking en bundeling van ambtelijke capaciteit is absoluut noodzakelijk.
Programma
1. Bestuur, dienstverlening en veiligheid 6. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen
Deelnemende partijen
De 26 Utrechtse gemeenten: Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist.
Bestuurders vanuit onze gemeente
Lid : burgemeester drs. D.C. de Vries Plv.lid : wethouder drs. J.I.M. Duindam
Bestuurlijk belang
Veiligheid houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Bestuurlijke afspraken over prioriteiten en inzet worden op regionaal niveau gemaakt via de Veiligheidsregio Utrecht of het Regionaal College van de politie.
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
Eenduidige en efficiënte inrichting van de brandweer Eenduidige aanpak van rampen en crises Eenduidige aanpak brandweerzorg
Financiële bijdrage
Begroting 2021 : € 591.000 Begroting 2022 : € 615.000 (6.110.0011/20-6830.0040) De bijdrage aan de VRU staat voor 90% geraamd bij taakveld 1.1 crisisbeheersing en voor 10% bij taakveld 8.3 wonen en bouwen. Bovenstaande bedragen zijn inclusief de bijdrage voor de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) Bijdrage MKA is € 11.272.
83
Belang van Oudewater
84
De Veiligheidsregio Utrecht houdt zich met o.a. de volgende werkzaamheden bezig: • De VRU heeft de risico’s in de regio in beeld en vastgelegd in het risicoprofiel. De informatie wordt met in- en externe partners gedeeld via: - regionaal risicoprofiel; - provinciale risicokaart; - brandrisicoprofiel; - (Gemeentelijke) Integrale Veiligheidsplannen. • De VRU adviseert het bevoegd gezag om onveilige situaties te voorkomen en/of te beperken, met betrekking tot: - ruimtelijke ordening & externe veiligheid (incl. overstromingsrisico’s); - bouwen; - brandveilig gebruik van gebouwen en bouwwerken; - milieu; - evenementen. • De VRU houdt risicogericht toezicht op (brand)veiligheid in bestaande bouw en bij evenementen en adviseren het bevoegd gezag over te nemen maatregelen. • De VRU wil met stimulerende preventie de zelfredzaamheid van burgers en bedrijven vergroten. • De VRU zorgt voor goed voorbereide en opgeleide brandweermensen die de beschikking hebben over voldoende materieel en materiaal voor de uitvoering van hun taak. • De VRU onderhoudt een aantal specialismen waaronder waterongevallen, rietkapbrandbestrijding, natuurbrandbestrijding en technische hulpverlening. • Op het gebied van Bevolkingszorg beheert de VRU de regionale piketten. • De VRU zorgt er voor dat piketfunctionarissen uitgebreid opgeleid, geoefend en getraind worden .
Hoe dit uitgevoerd wordt, is vastgelegd in het Beleidsplan Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO). • De VRU adviseert de gemeenten over de optimale inrichting van hun crisisorganisatie. Voor de lokale functionarissen verzorgt de VRU ook het totale opleiding, training en oefentraject. • De VRU volgt met het veiligheidsinformatiecentrum (VIC) de ontwikkelingen van risico’s in onze regio, die mogelijk kunnen uitgroeien tot een ramp of crisis. • De VRU coördineert en organiseert geneeskundige hulp aan slachtoffers bij een ramp of crisis. In de voorbereidende fase valt hieronder ook het op geneeskundig vlak adviseren bij evenementen. • De VRU adviseert het openbaar bestuur en organisaties die een rol hebben in geneeskundige hulpverlening over te nemen maatregelen. • De VRU organiseert crisisoefeningen met zorgverleners, brandweer, gemeenten en politie zodat de hulpverlening goed op elkaar aansluit. • De VRU stelt de wettelijke verplichte incidentbestrijdingsplannen op of actualiseert deze. • De VRU evalueert GRIP-incidenten conform het evaluatiebeleid van de VRU. • De VRU beschikt over actuele aanvals- en/of bereikbaarheidskaarten voor risicovolle en kwetsbare objecten. • De VRU draagt zorg voor de continuïteit van de meldkamerfunctie in aanloop naar de samenvoeging, onder meer door harmonisatie van de meldkamerprocessen.
• De VRU gaat verder met het verder terugdringen van de nodeloze meldingen via de brandmeldinstallatie. De VRU zet in op een combinatie van voorlichting, toezicht & handhaving en verificatie van de melding. • Op het gebied van organisatieontwikkeling zal de VRU zich onder andere bezig houden met het ontwikkelen van accountmanagement, harmonisatie rechtspositie en loketgericht werken
De VRU voert een aantal taken op het gebied van onderhoud en exploitatie van de brandweerkazernes uit. De pakketten operationeel onderhoud, schoonmaak en ARBO & veiligheid neemt de gemeente af bij de VRU. Financiële en inhoudelijke ontwikkelingen 2022
n.v.t.
Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 13.081.000 Einde boekjaar: € 17.732.000
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 33.023.000 Einde boekjaar: € 30.900.000
Financieel resultaat 2020 (saldo baten en lasten)
Saldo van baten en lasten: € 4.653.000 Resultaat (na mutaties reserves): € 2.129.000
Risico’s
Het grootste risico betreft het voordoen van grote rampen en calamiteiten in een regio gemeente, waardoor er een financieel risico ontstaat voor het bekostigen van de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling VRU.
Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard (RHC) Vestingsplaats
Woerden
Doel
Uitvoering Archiefwetgeving en het beheer van historische archieven en collecties en beschikbaarstelling ervan aan burgers en organisatie. Op grond van de Archiefwet-1995 moeten besturen van overheden ervoor zorgdragen dat hun archieven in goede en geordende en toegankelijke staat verkeren. Verder is het RHC belast met het wettelijk toezicht op het gemeentelijk beheer van nog niet overgebrachte archieven.
Programma Deelnemende partijen
Gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Lopik, Montfoort, Oudewater, Woerden en IJsselstein en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden te Houten.
Bestuurders vanuit onze gemeente
Lid : burgemeester drs. D.C. de Vries Plv. lid : wethouder drs. B.C. Lont
Bestuurlijk belang
De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de overgebrachte archieven ligt sinds 2006 bij het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling RHC .
85
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
Bovengenoemde taken (zie achter Doel) vloeien voort uit de Archiefwet. Deze wet verplicht overheidsinstellingen de archieven in goede, geordende en toegankelijke staat te bewaren. Daarnaast verplicht de Archiefwet overheidsinstellingen om archieven die ouder zijn dan 20 jaar en voor blijvende bewaring in aanmerking komen, toegankelijk te maken voor het publiek. Hierbij veranderd de status van deze archieven in principe naar openbaar en zijn ze voor iedereen kosteloos te raadplegen.
Financiële bijdrage
Begroting 2021 € 46.912 (incl. btw) De kosten voor 2022: Depotkosten inclusief compensatie bedrag (te ontvangen): Bijdrage per meter depotruimte € 35,30 x 222 meter = € 7.836 Compensatiekosten ivm eigen depotruimte te ontvangen € 680 Totaal: € 7.156 Kosten per aantal inwoners: Bijdrage per inwoner € 4,1748 x inwoners 10.100 = € 42.166 Begroting 2022 € 49.322 (incl. btw) Vanaf 2018 wordt door het RHC de btw in rekening gebracht (zit ook in de bijdrage). de deelnemers kunnen deze via het btw-compensatiefonds verhalen.
Belang van Oudewater
Doel van het RHC is in het samenwerkingsgebied: uitvoering geven aan de Archiefwet en het vervullen van de functie van regionaal kennis- en informatiecentrum op het gebied van de lokale en regionale geschiedenis door het opbouwen en beheren van een zo breed mogelijke collectie (regionaal) historische bronnen en deze op een zo actief mogelijke wijze dienstbaar maken voor een breed publiek.
Financiële en inhoudelijke ontwikkelingen 2022
Vanuit de Archiefwet richt het RHC zich op het beheer van het statisch archief en de uitvoering van de inspectietaak. Het fungeert voor de gemeente als historisch informatiecentrum. De niet-wettelijke taken van het RHC werden afgebouwd. Het vergroten van de digitale toegankelijkheid van de archieven en collecties is een belangrijk speerpunt voor de komende jaren. Het RHC zal ook de vorming van een regionaal E-depot de komende tijd verder oppakken. Via de RHC-website is het mogelijk om sommige archiefbescheiden digitaal te raadplegen. Archieven en bronnen die zijn ontsloten worden zoveel mogelijk op de website voor publiek beschikbaar gesteld. Natuurlijk blijft het mogelijk de studiezaal te bezoeken om onderzoek te doen of (bouw)dossiers in te zien. De overbrengingstermijn voor Archiefbescheiden naar het RHC staat momenteel volgens de Archiefwet op 20 jaar. Er is een traject gestart om deze termijn terug te brengen naar 10 jaar. In de eerste helft van 2019 is een wetsvoorstel gelanceerd m.b.t. openbare raadpleging. Verkorting van de overbrengingstermijn van 20 jaar naar 10 jaar zal een behoorlijke invloed op de werkzaamheden bij het RHC. Deze verkorting van de overbrengingstermijn zal waarschijnlijk in 2022 worden geëffectueerd.
Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2020
Nihil
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2020
n.v.t.
Risico's
De taken worden uitgevoerd op basis van een sobere dienstverlening: alleen de wettelijke taken
86
Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Vestigingsplaats
Utrecht
Doel
De AVU is een gemeenschappelijke regeling ingevolge de Wet gemeenschappelijke regelingen en is in 1984 opgericht door de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht. Deze gemeenschappelijke regeling heeft als doel een efficiënte en uit oogpunt van milieuhygiëne verantwoorde wijze van overslag, transport en verwerking van huishoudelijke en andere categorieën van afvalstoffen (geen bedrijfsafval) voor de deelnemende gemeenten te organiseren. Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval. Ook organiseert en regisseert de AVU de papierinzameling, de glasinzameling en de inzameling van oude medicijnen en injectienaalden (i.s.m. de Apothekersvereniging AVNM) in de provincie Utrecht en laat de AVU jaarlijks de sorteeranalyses van het restafval per gemeente uitvoeren.
Programma
2. Fysiek beheer openbare ruimte en vervoer
Deelnemende partijen
Alle gemeenten binnen de provincie Utrecht met uitzondering van de gemeente Vijfheerenlanden (in 2021 uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling): de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, de Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist.
Bestuurders vanuit onze gemeente
Lid : wethouder drs. B.C. Lont Plv. Lid : wethouder drs. W.J.P. Kok
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
Namens de gemeenten voert de gemeenschappelijke regeling AVU de regie op de overslag, het transport, de bewerking en de verwerking van het door de inwoners van de provincie Utrecht aangeboden huishoudelijk afval. Ook organiseert en regisseert de AVU de papierinzameling, de glasinzameling en de inzameling van oude medicijnen en injectienaalden (i.s.m. de Apothekersvereniging AVNM) in de provincie Utrecht en laat de AVU jaarlijks de sorteeranalyses van het restafval per gemeente uitvoeren.
Financiële bijdrage
Begroting 2021: € 357.561 (herziene begroting 2021 AVU) Begroting 2022: €336.545 (zie grootboeknummers 6730.0012/6730.0013/6730.0014)
Belang van Oudewater
De AVU bundelt de deskundigheid van de aangesloten gemeenten, waardoor er voor beleid en uitvoering een platform met veel (plaatselijke) kennis beschikbaar is. Door inzameling en verwerking van huishoudelijk afval gezamenlijk aan te besteden, worden dankzij grote hoeveelheden in de regel gunstige tarieven verkregen.
Financiële en inhoudelijke ontwikkelingen 2021
Doordat de bestaande contracten van de AVU voor het verwerken van restafval en GFT 31 december 2020 afliepen, heeft de AVU deze werkzaamheden opnieuw aanbesteed. Het gebrek aan concurrentie in de markt en onzekerheid over de afzet van
87
deelstromen, maatregelen rond CO2-besparingen en PFAS hebben geleid tot hogere verwerkingstarieven voor deze afvalstromen in de komende jaren. Per 1 april 2020 zijn alle AVU-gemeenten overgestapt naar de nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029. Deze nieuwe Ketenovereenkomst vervangt vanaf 2022 de huidige Raamovereenkomst Verpakkingen 2012-2022. Hierdoor zijn de AVU-gemeenten vanaf 1 april 2020 alleen nog verantwoordelijk voor het inzamelen van PMD en niet meer voor de postcollection (= overslag en transport, sorteren en vermarkten). Hierdoor zijn de kosten voor het verwerken en post-collection voor PMD in de AVU-begroting van 2021 vervallen. De uittreding van de gemeente Vijfheerenlanden uit de GR AVU leidt voor zover dit momenteel kan worden overzien niet tot financieel of ander nadeel van de andere 25 in de GR AVU deelnemende gemeenten. Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 648.556 Einde boekjaar: € 494.290
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 13.844.156 Einde boekjaar: € 17.580.965
Financieel resultaat 2020 (saldo baten en lasten)
Saldo van baten en lasten voor belasting en onttrekking: € 230.731 Gerealiseerd resultaat € 176.048
Risico's
In principe kent de AVU geen risico’s. Alleen wanneer een grote contractpartner haar verplichtingen niet kan nakomen zou een nieuwe overeenkomst meerkosten met zich mee kunnen brengen. Deze meerkosten worden dan wel weer doorberekend aan de deelnemende gemeenten.
Ferm Werk Vestigingsplaats
Woerden
Doel
Ferm Werk is de uitvoeringsorganisatie van vier gemeenten op het terrein van Participatie, Werk & Inkomen. De vier deelnemende gemeenten hebben alle taken van hun sociale diensten ondergebracht bij Ferm Werk inclusief het daarmee verbonden operationele beleid. De dienstverlening die Ferm Werk verzorgt betreft het uitvoering geven aan taken in het kader van de Participatiewet waarin zijn opgenomen de volgende voormalige wetten: Wet Werk en Bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Daarnaast geeft Ferm Werk uitvoering aan de Wet Sociale Werkvoorziening en het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen. Tot de taken van Ferm Werk behoort het op basis van genoemde regelgeving verstrekken van uitkeringen en overige inkomensondersteuning en het uitvoering geven aan in de regelgeving aangegeven activiteiten ter bevordering van participatie en re-integratie in het arbeidsproces.
Programma
3. Sociaal domein
88
Deelnemende partijen
De gemeentebesturen van Oudewater, Woerden, Montfoort en Bodegraven-Reeuwijk. De deelnemende gemeenten hebben in het bestuur stemrecht naar rato van het aantal inwoners. Dit komt erop neer dat de gemeente Oudewater ongeveer 10% van de stemmen in het Algemeen Bestuur heeft. Besluiten worden genomen met 2/3 meerderheid van stemmen.
Bestuurders vanuit onze gemeente
Leden : wethouder drs. J.I.M. Duindam (DB) en raadslid K. de Bruijn (AB) Plv. leden: wethouder drs. W.J.P. Kok en raadslid mw. E. van Wijk
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
Zie doel.
Financiële bijdrage
Begroting 2021: Reguliere basis dienstverlening € 2.393.064 Begroting 2021: Aanvullende dienstverlening € 112.610 Begroting 2022: Reguliere basis dienstverlening € 2.780.855 Begroting 2022: Aanvullende dienstverlening € 110.534
Belang van Oudewater
Zie doel.
Financiële ontwikkelingen 2022
De financiële ontwikkeling in 2022 wordt gekenmerkt door een hoge mate van onzekerheid, de coronacrisis zorgt voor een nieuwe realiteit. In de prognose van de ontwikkeling van het cliëntenbestand die onder de onderhavige begroting ligt, is uitgegaan van de huidige bestandsomvang plus een inschatting van de gevolgen van de coronacrisis. Voor 2022 betekent dit nog een stijging van het uitkeringsgerechtigden, vanaf 2023 is de verwachting dat het aantal cliënten weer gaat stabiliseren. Onzeker is in welke mate het rijk deze kostenstijgingen zal compenseren. Daarnaast vindt de uitwerking van de bestuursopdrachten plaats. De wettelijke verplichtingen en bovenwettelijke inspanningen, de governance structuur en de kostenverdeling tussen de eigenaren (4 gemeenten) zijn de bouwstenen van de vernieuwingsopdracht aan Ferm Werk. De gezamenlijke impact hiervan is groot en leidt tot structurele veranderingen van Ferm Werk als GR. De aangeboden ontwerpbegroting 2022-2025 is beleidsarm opgesteld omdat deze nog geen rekening houdt met de volledige uitwerking van de bestuursopdrachten. Ferm Werk zal daarom een begrotingswijziging 2022 opstellen, hierin worden de resultaten van de vernieuwing van Ferm Werk, alsmede nieuwe beleidsvoornemens en de impact van de coronacrisis opgenomen.
Inhoudelijke ontwikkelingen 2022
In 2022 zal de lijn waarin met Ferm Werk de samenwerking wordt gezocht binnen het brede sociaal domein worden voortgezet. De ontwerpbegroting 2022 is immers beleidsarm opgesteld (gebaseerd op het uitgangspunt dat Ferm Werk haar dienstverlening in 2022 continueert op de manier waarop dat normaliter gebeurt). De resultaten van de vernieuwing van Ferm Werk, alsmede nieuwe beleidsvoornemens en de impact van de coronacrisis worden in de nog op te stellen begrotingswijziging opgenomen. Voor Oudewater is het van belang dat Ferm Werk zich verder ontwikkelt tot een partner binnen het brede sociale domein en dat de relatie met en de dienstverlening aan het bedrijfsleven verder wordt verstrekt. Het gaat daarbij met name over de invulling van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor participatie van cliënten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maar ook om het samen optrekken ten behoeve van een meer integrale dienstverlening aan cliënten van Ferm Werk die tevens klant zijn van andere partijen in het sociaal domein, zoals bijvoorbeeld schuldhulpverlening, jeugdzorg of justitie.
89
Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar € 264.603 Einde boekjaar € 74.603
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar € 8.173.091 Einde boekjaar € 13.321.665
Financieel resultaat 2020 (saldo baten en lasten)
€ 190.000
Risico's
De regelingen die Ferm Werk uitvoert zijn open einde-regelingen. De begroting gaat uit van verwachtingen van het aantal mensen dat bijstand of inkomensondersteuning aanvraagt. En van een bepaald aantal cliënten dat gebruik gaat maken van een garantiebaan of nieuw beschut werk. Ook ten aanzien van de hoogte van de BUIG-uitkering is een inschatting gemaakt. In de werkelijkheid kan dit alles mee of tegen vallen. Het risico daarvoor berust volledig bij de deelnemende gemeenten. Daarnaast wordt in samenspraak met Ferm Werk onderzoek gedaan naar de invulling van de opgelegde bezuinigingen door de andere gemeenten. Het risico bestaat dat als alle bezuinigingen worden doorgevoerd, de continuïteit van Ferm Werk mogelijk in het geding komt.
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU) Vestigingsplaats
Utrecht
Doel
Het in stand houden van een dienst van gemeenten ter uitvoering van de taken bij of krachtens de Wet publieke gezondheid opgedragen aan de colleges op het gebied van de publieke gezondheid.
Programma
3. Sociaal domein
Deelnemende partijen
Alle 26 gemeenten van de provincie Utrecht houden de gemeenschappelijke regeling in stand. Met ingang van 2014 is er 1 regeling voor zowel de stad Utrecht als de overige gemeenten. Vanaf 2014 heet de GGD niet langer ‘GGD Midden Nederland’ maar: ‘GGD regio Utrecht’ (GGDrU).
Bestuurders vanuit onze gemeente
Lid : wethouder drs. W.J.P. Kok Plv. lid : wethouder drs. J.I.M. Duindam
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
De GGDrU levert een bijdrage aan het bevorderen van een gezonde bevolking door middel van onderzoek, advies en ondersteuning. Infectieziektenbestrijding is een belangrijke taak van de GGDrU; het belang is door de corona-uitbraak in 2020 nog duidelijker geworden. De JGZ heeft een belangrijke signalerende functie als het gaat om de ontwikkeling van onze jeugd. Een andere belangrijke taak van de GGDrU is het verzamelen van epidemiologische gegevens waarmee de gemeenten hun beleid kunnen richten.
90
Financiële bijdrage
Begroting 2021: € 402.301 Begroting 2022: Basistaken € 78.872 Intensivering basistaken € 1.888 Basistaken-plus € 271.001 Maatwerk € 55.349 Totaal bijdrage en vergoedingen: € 407.111 (zie grootboeknrs 6710.0010/6710.0011/6120.0012/6430.0019) De inwonerbijdrage voor de Algemene Publieke Gezondheidstaken bedraagt € 5,881 De kindbijdrage voor de uitvoering van de JGZ bedraagt € 124,628
Belang van Oudewater
Onderdeel uitmaken van de verbonden partij GGDrU levert Oudewater voordelen op het gebied van (financiële) risicospreiding, bestuurlijke kracht en effectiviteit, kennis en expertise en efficiency dankzij samenwerking met andere gemeenten én GGDrU zelf.
Financiële ontwikkelingen 2022
Omdat de organisatie van de GGDrU niet robuust genoeg was, worden verbeteringen doorgevoerd. Voor de dekking van de daarmee gepaard gaande kosten is een Ombuigingsplan (2018-2021) opgesteld en nog in uitvoering. Door vertraging in de oplevering van het nieuwe Digitaal Dossier JGZ, het GGiD, met daarmee samenhangende financiële tegenvaller, is het Ombuigingsplan verlengd tot 2024. De tegenvaller is daardoor opgevangen in de eigen langetermijnbegroting en heeft geen financiële gevolgen voor de bijdrage van de gemeenten aan de GGDrU. Uit extern onderzoek is gebleken dat ombuigingen voldoende financiën kunnen opleveren voor de intensivering van de ondersteunende organisatie van de GGD. Niet zeker is of alle ombuigingen (tijdig) gerealiseerd kunnen worden (zie verder bij risico’s). Verhoging van de inwonerbijdrage, anders dan op basis van indexering of uitvoering van extra taken in opdracht van de gemeente, is tot 2022 niet nodig geweest. Vanaf 2022 worden de kind- en inwonerbijdrage echter wel verhoogd omdat uitbreiding van de capaciteit ter versterking van de privacy en informatiebeveiliging noodzakelijk bleek. De inwonerbijdrage gaat met 3,5% omhoog, de kindbijdrage met 1,1%. In 2020 is er een ingrijpende niet voorziene ontwikkeling geweest. Voor het uitvoeren van coronataken is het Coronabedrijf opgericht. De kosten daarvan worden door het ministerie gecompenseerd.
Inhoudelijke ontwikkelingen 2022
In de begroting van 2022 zijn 5 maatschappelijke effecten benoemd en vertaald naar resultaten. Dit zijn: 1 Inwoners wonen, leven, gaan naar school en werken in een veilige omgeving waar aandacht is voor gezondheid en elkaar. 2 Een gezonde en veilige start voor elk kind. 3 Iedereen kan zich ontwikkelen en ontplooien. 4 Iedereen kan meedoen. 5 Bedreigingen van de publieke gezondheid worden bestreden. Deze maatschappelijke effecten zijn de leidraad voor de ambities voor 2022. Naast inhoudelijke ambities is er ruim aandacht voor het verbeteren van de dienstverlening en het verder op orde brengen van de organisatie. Per ambitie (veiliger leefomgeving, minder kwetsbare inwoners, gezondere en weerbaarder kinderen en scholen, een goede start voor ieder kind en het voorkomen van gezondheidsproblemen en -risico’s) zijn de beoogde resultaten, de acties en de kosten vastgelegd. Vanaf 2020 heeft de GGD er veel taken bij gekregen, die uitgevoerd worden binnen het Coronabedrijf van de GGDrU: bronen contactonderzoek, afnemen van testen en uitvoeren van het vaccinatieprogramma.
91
Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 4.232.707 Einde boekjaar: € 5.142.740
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 11.747.504 Einde boekjaar: € 35.524.368
Financieel resultaat 2020 (saldo van baten en lasten)
Saldo van baten en lasten: € 2.513.000 Resultaat (na mutaties reserves): € 2.264.000
Risico's
De deelnemende gemeenten staan garant voor de betaling van rente en aflossing van de door de GGD aangedane geldlening en rekening-courant overeenkomsten. De garantstelling geschiedt naar verhouding van de inwonertallen op 1 januari van het jaar waarin de garantieverplichting tot stand is gekomen. Twee keer per jaar vindt de integrale risico-inventarisatie plaats binnen de GGDrU. Deze maakt deel uit van de reguliere P&C-cyclus. De actualisatie wordt weergegeven in een risicokaart. Op de risicokaart is af te lezen dat er een paar risico's zijn met midden tot hoge kans en impact: - het maatwerk (onzeker is of gemeenten daar al dan niet mee door gaan) - reizigersvaccinatie (de vraag fluctueert, onduidelijk welke impact corona op langere termijn heeft) - GGiD (= digitaal kinddossier): de implementatie is vertraagd, - ombuigingen (die langer duren dan voorzien, mede als gevolg van vertraging GGiD) en aan het voldoen aan AVG (veranderende wetgeving, in de coronacrisis is versteviging van capaciteit en inrichting nodig gebleken). Corona De coronacrisis heeft grote impact op het werk van de GGDrU en heeft ook financiële gevolgen. Het Rijk heeft toegezegd om gemaakte meerkosten te compenseren.
Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Vestigingsplaats
Provinciehuis Utrecht
Doel
De Omgevingsdienst Regio Utrecht ondersteunt en adviseert de gemeente Oudewater bij het uitvoeren van milieutaken en het ontwikkelen van beleid voor milieu en duurzaamheid. De ODRU levert een bijdrage aan het realiseren van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving en het versterken van de bestaande milieukwaliteit door inwoners, bedrijven en overheden te stimuleren tot milieuvriendelijk handelen en gedrag. Voor de uitvoering van de milieutaken is de programmabegroting van de gemeente leidend. Binnen dit financiële kader wordt jaarlijks een Uitvoeringsprogramma (UVP) opgesteld. Dit zijn de kaders waarbinnen de Omgevingsdienst haar taken uitvoert.
Programma
4. Cultuur, economie en milieu
Deelnemende partijen
De gemeentebesturen van Bunnik, De Bilt, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, De Ronde Venen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist.
92
Bestuurders uit onze gemeente
Lid : wethouder B. Lont Plv. lid : wethouder W. Kok
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
Een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving (in het kader van milieu)
Conform de gemeenschappelijke regeling dragen de 15 deelnemende gemeenten gezamenlijk het risico voor de Omgevingsdienst. Financiële bijdrage
Begroting 2021 € 384.370 (exclusief tijdelijke uren t.b.v. onvermijdelijke ontwikkelingen) Begroting 2022 € 391.451 (exclusief tijdelijke uren t.b.v. onvermijdelijke ontwikkelingen) (zie grootboeknummer 6740.0011)
Financiële en Ontwikkelingen 2022
De komst van de Omgevingswet per 1 juli 2022 heeft grote impact op de werkzaamheden van de ODRU. De ODRU heeft de inschatting gemaakt dat de komst van de Omgevingswet extra werkzaamheden met zich meebrengt. Deels betreft dit kosten voor nieuwe bodemtaken waar budget vanuit het Rijk tegenover staat. De hoogte van dit budget is nog niet bekend. Deels betreft het anders werken. Onder de uitvoering van de Omgevingswet zal duidelijk worden welke inspanning van de ODRU nodig is om de werkzaamheden uit te voeren en welke kosten dit met zich mee zal brengen. Door de invoering per 1 juli zal het Uitvoeringsprogramma tussentijds aangepast worden.
Inhoudelijke ontwikkelingen 2022
Een belangrijke ontwikkeling in het samenspel tussen ODRU en gemeente is de komst van de Omgevingswet.
Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 1.749.771 Einde boekjaar: € 1.157.790
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 7.699.971 Einde boekjaar: € 7.863.561 Solvabiliteitsratio 12,83% (hoe hoger, hoe groter de weerbaarheid)
Financieel resultaat 2020 (saldo baten en lasten)
Saldo van baten en lasten € -176.118 Geraamd resultaat (na mutaties reserves) € 125.764
Risico's
Op een deel van het eigen vermogen van de ODRU rusten diverse bestemmingen zodat het weerstandsvermogen van de ODRU zich beperkt tot de algemene of egalisatiereserve. In het Algemeen Bestuur van de ODRU van 19 december 2019 is besproken af te stappen van de ratio van 1,5 en te gaan werken met een bandbreedte. In de risiconotitie 2019/2020 is daarom besloten uit te gaan van waarderingscijfer C wat uitgaat van een voldoende weerstandsvermogen met een bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Eind 2020 was de ratio 1,05. Dit ligt binnen de ratio van 1,0 tot 1,4 en dat betekent dat de risico's gedekt kunnen worden vanuit het weerstandsvermogen. Als de Algemene Reserve boven deze bandbreedte uit komt, wordt het meerdere teruggegeven aan de eigenaar-gemeenten. Het niveau van het benodigde weerstandsvermogen wordt ieder jaar vastgesteld in de notitie Weerstandsvermogen en Risicomanagement.
93
Vennootschappen en coöperaties Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Vestigingsplaats
Den Haag
Openbaar belang
De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De strategie van de bank is gericht op het behouden van substantiële marktaandelen in het Nederlands maatschappelijk domein en het handhaven van een excellente kredietwaardigheid (Triple A). Daarnaast streeft zij naar een redelijk rendement voor haar aandeelhouders. De BNG biedt financiële diensten op maat, zoals kredietverlening, betalingsverkeer, advisering en elektronisch bankieren. Daarnaast neemt zij deel aan projecten in de vorm van publiek-private samenwerking.
Doel
BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Alleen overheden, namelijk het Rijk (50%), gemeenten, waterschappen en provincie mogen aandeelhouder zijn van de BNG. Hierdoor kan toezicht gehouden worden op optimale belangenbehartiging voor deze overheden.
Programma
7. Algemene inkomsten
Deelnemende partijen
De gemeente Oudewater heeft geen zetel in het bestuur en de raad van commissarissen van de BNG. De gemeente heeft als aandeelhouder wel stemrecht in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Overheden en instellingen op het gebied van volkshuisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, cultuur en openbaar nut (publieke sector).
Bestuurders vanuit onze gemeente
Geen deelname in het bestuur. Wel zeggenschap door het bezit van aandelen.
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
Zie doel.
Financiële bijdrage (ontvangst dividend)
De bank is een structuurvennootschap. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een waterschap. De gemeente Oudewater bezit 27.612 aandelen (= 0,225% van het totaal aantal aandelen). Jaarlijks ontvangt de gemeente dividend naar rato van het aantal aandelen. Baten (dividenduitkering): Begroting 2021 € 35.067 Begroting 2022 € 35.067 (zie grootboeknummer 6050.0011)
94
Belang van Oudewater
Eventuele kortlopende en langlopende leningen aangaan en deposito’s uitzetten. Daarnaast heeft de gemeente afgelopen jaren aandelen van de bank in haar bezit. Op deze aandelen wordt jaarlijks dividend ontvangen.
Financiële ontwikkelingen 2022
De positieve ontwikkeling van de leverage ratio is aanleiding voor de BNG bank om de pay-out ratio te verhogen van 37,5% naar 50%.
Inhoudelijke ontwikkelingen 2022
BNG Bank wil de positie van expert in financiering van publieke voorzieningen in de komende jaren verder versterken. De strategie is gericht op het inspelen op de (veranderende) behoeften van de klant door het volgen van het overheidsbeleid en het bieden van maatwerk-oplossingen voor de financiering van duurzame investeringen.
Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 4.991 miljoen Einde boekjaar: € 4.887 miljoen
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 132.518 miljoen Einde boekjaar: € 144.802 miljoen
Financieel resultaat 2020 (saldo van baten en lasten)
Nettowinst na belastingen van € 221 miljoen (vorig jaar 163 miljoen) Na aftrek van de uitkering voor dividend aan verschaffers van hybride kapitaal is een bedrag van 101 miljoen euro in 2020 beschikbaar voor aandeelhouders. De belangrijkste oorzaken van de stijging van de nettowinst ten opzichte van 2019 is dat de BNG in 2019 een hoge eenmalige voorziening had getroffen ten laste van het resultaat.
Risico's
Leverage ratio: De naar risico gewogen solvabiliteitsratio’s zijn ten opzichte van ultimo 2019 stabiel gebleven op een hoog niveau; de Common Equity Tier 1-ratio en de Tier-1 ratio kwamen eind 2020 uit op 33% respectievelijk 39%. Dit is een lichte stijging.
Vitens Vestigingsplaats
Utrecht
Openbaar belang
De kernactiviteiten zijn winning, productie en levering van (drink)water aan particulieren en bedrijven. Vitens is een publiek bedrijf. De aandeelhouders van Vitens – gemeenten en provincies – ondersteunen de maatschappelijke doelstellingen van Vitens, met (mede)verantwoordelijkheid voor gezondheid (door veilig en betrouwbaar drinkwater) en een duurzame samenleving met zorg voor de bescherming van natuur en milieu. Voor de aandeelhouders wil Vitens een financieel krachtig bedrijf zijn en een marktconform dividend uitkeren bij een gezonde solvabiliteit.
Doel
Vitens NV is een publiek (drink)waterbedrijf, waaronder begrepen de winning, productie, transport, verkoop en distributie van water, alsmede het verrichten van alles wat met de publieke watervoorziening verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn. De aandelen van de NV zijn (in)direct in handen van provinciale en gemeentelijke overheden. Hierdoor kan toezicht gehouden worden op optimale belangenbehartiging voor deze overheden.
95
Programma
4. Cultuur, economie en milieu (nutsbedrijven 6.050.010)
Deelnemende partijen
De gemeente Oudewater is aandeelhouder en heeft daarmee stemrecht. De gemeente heeft 9.199 aandelen (0,159 % van het totaal aantal aandelen) in haar bezit. Betrokken zijn diverse gemeenten en provincies.
Bestuurders vanuit onze gemeente
Geen deelname in het bestuur. Wel zeggenschap door het bezit van aandelen.
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
Zie doel.
Financiële bijdrage (ontvangst dividend)
Baten (dividenduitkering): Begroting 2021 € 0 Begroting 2022 € 0 (zie grootboeknummer 6050.0010/11) Het dividend wordt gerelateerd aan het nettoresultaat. Het bedrag aan dividend dat wordt uitgekeerd bedraagt minimaal 40% en maximaal 75% van het nettoresultaat. Relevant hierbij is de benodigde toevoeging aan de reserves om de continuïteit van de onderneming te waarborgen (t.b.v. investeringen in vaste activa of het versterken van de solvabiliteit.
Belang van Oudewater
Een goede drinkwatervoorziening tegen een betaalbare prijs voor de inwoners van Oudewater. Daarnaast het belang als aandeelhouder. Vitens streeft naar zo laag mogelijke drinkwatertarieven, onder voorwaarde dat aan de continuïteitsdoelstelling wordt voldaan. Uitgangspunt hierbij is een bedrijfsresultaat (EBIT) dat jaarlijks wordt begroot op het niveau van het vastgestelde maximaal toegestane WACC-percentage (Weighted Average Cost of Capital) minus de bepaalde afslag, die varieert tussen de 0-0,5%.
Financiële ontwikkelingen 2021
Dividendverwachtingen 2020–2022 Voor de komende jaren is de verwachting dat Vitens geen dividend zal uitkeren als gevolg van de lage WACC =Weighted Average Cost of Capital. (Voor 2020 en 2021: 2,75%) en het hoge investeringsniveau voor de komende jaren. Hierdoor kan Vitens niet voldoen aan de continuïteitsdoelstelling zoals opgenomen in het Financieel beleid. In relatie tot deze ontwikkelingen onderneemt Vitens de navolgende acties die met aandeelhouders zijn afgestemd: Vitens is, in samenwerking met de koepelorganisatie Vewin, een lobby gestart bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om te komen tot aanpassingen op de WACC-systematiek, die meer in lijn liggen met de toekomstige ontwikkelingen in de drinkwatersector waaronder een stijgend structureel niveau aan investeringen en dito financieringsbehoefte; Onderzoek uitvoeren door een onafhankelijke instantie naar de methodiek die ten grondslag ligt aan de hoogte van het meerjarige investeringsplan (IP) zoals is goedgekeurd door de AvA in het najaar van 2019 (als onderdeel van het meerjarenplan 2020-2022); Driejaarlijkse evaluatie/ herijking van het Financieel Beleid van Vitens zoals is vastgesteld in de AvA van juni 2019.
96
Inhoudelijke ontwikkelingen 2021 Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 533.200.000 Einde boekjaar: € 557.100.000
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 1.293.000.000 Einde boekjaar: € 1.340.100.000
Financieel resultaat 2020 (saldo baten en lasten)
Bedrijfsresultaat: € 52.100.000 (2019: € 41.400.000) Resultaat na belasting: € 23.900.000 (2019; € 11.100.000)
Risico's
Hoogte investeringen om beschikbaarheid van voldoende drinkwater te kunnen blijven garanderen .
Stichtingen en verenigingen Stichting Onderwijs Primair (SOP) Vestigingsplaats
Openbaar belang
De Stichting is per 1 augustus 2003 opgericht en heeft ten doel het in stand houden van scholen voor openbaar onderwijs. De stichting heeft achttien onderwijslocaties waar in totaal 2.618 leerlingen basisonderwijs volgen (peildatum 1 oktober 2021.) In Montfoort en Oudewater heeft de stichting in beide gemeenten twee locaties, in Krimpenerwaard veertien. In Oudewater zitten 99 kinderen op de scholen van de stichting (3,8% van het totaal), in Montfoort 302 (11,5%) en in Krimpenerwaard 2.217 (84,7%.)
Doel
De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor het aanbieden van openbaar onderwijs in de gemeente.
Programma
3. Sociaal domein
Deelnemende partijen
De gemeenten Oudewater, Krimpenerwaard en Montfoort.
Bestuurders vanuit onze gemeente
Geen. De Stichting is een zelfstandig bestuur (college van bestuur en een raad van toezicht). De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraden.
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
Zie openbaar belang.
Financiële bijdrage
De gemeente heeft geen direct financieel belang in de stichting. Rijksvergoedingen worden door de stichting zelf ontvangen en zij doet ook haar eigen uitgaven. De raad van toezicht keurt de door het college van bestuur opgestelde begroting en
97
jaarrekening goed. Jaarlijks biedt het college van bestuur de jaarrekening en begroting aan de gemeenteraden aan. De gemeenteraden kunnen zienswijzen kenbaar maken in een gesprek met het college van bestuur. Belang van Oudewater
Keuzevrijheid en -mogelijkheid van primair onderwijs door ouders.
Financiële ontwikkelingen 2022
De stichting is financieel gezond. De solvabiliteit, het weerstandsvermogen en de liquiditeit zijn ruim voldoende ten opzichte van de door het ministerie gestelde signaleringsgrens. De komende jaren is er wel sprake van een licht negatieve rentabiliteit. De stichting heeft geen bovenmatige reserves. Dit betekent dat er geen sprake is van overtollige middelen die niet voor het onderwijs worden gebruikt.
Inhoudelijke ontwikkelingen 2022
Het aantal leerlingen dat openbaar onderwijs volgt in Hekendorp en Oudewater neemt naar verwachting de komende 15 jaar met ongeveer 13% af. De afname raakt met name Hekendorp. De stichting wil graag het openbaar onderwijs in de twee kernen openhouden. Dat is echter kostbaar als de inkomsten die gekoppeld zijn aan het aantal leerlingen terug blijven lopen. Ook de onderwijskwaliteit komt dan onder druk te staan.
Risico's
De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor het aanbieden van openbaar onderwijs in de gemeente. Het risico bestaat dat als de stichting (dreigt) om te vallen, de gemeenten financieel moeten bijspringen om het openbaar basisonderwijs in stand te houden. De gemeente heeft geen (grond)wettelijke taak om eventuele tekorten bij een stichting voor openbaar onderwijs aan te vullen.
Stichting Urgentieverlening West-Utrecht Vestigingsplaats
Woerden
Doel
Het verlenen van urgentieverklaringen voor een sociale huurwoning aan woningzoekenden uit de regio West Utrecht. De verklaringen worden afgegeven door de stichting op basis van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Oudewater. Deze is vastgesteld door de gemeenteraad. Er is geen eigen visie van de stichting voor de realisatie van de doelstellingen uit de programma's van de begroting. De stichting en de urgentiecommissie van de stichting voeren de huisvestingsverordening uit bij mandaatbesluit van de deelnemende gemeenten.
Programma
6. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen
Deelnemende partijen
De gemeenten De Ronde Venen, Lopik, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden.
Bestuurders vanuit onze gemeente
Lid : wethouder drs. J.I.M. Duindam Plv. lid : wethouder drs. W.J.P. Kok
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
Zie doel.
98
Financiële bijdrage
Begroting 2021 € 3.500 Begroting 2022 wordt laat in het jaar vastgesteld.
Belang van Oudewater
5%
Financiële ontwikkelingen 2022
n.v.t.
Inhoudelijke ontwikkelingen 2022
Vanuit de betrokken gemeenten is er een urgentiecommissie die urgentieaanvragen behandelt. Het Vierde Huis (extern) bereidt de besluiten van de Stichting Urgentieverlening West Utrecht voor. Voor het maken van extra medisch advies, worden extra bedragen in rekening gebracht. De gemeente betaalt € 100 aan de aanvragers als de urgentie wordt verleend. De aanvrager betaalt € 150 leges aan de stichting.
Eigen vermogen begin en einde boekjaar 2020
Begin boekjaar: € 23.947 Einde boekjaar: € 35.805
Vreemd vermogen begin en einde boekjaar 2020
n.v.t.
Financieel resultaat 2020 (saldo baten en lasten)
- € 15.813
Risico's
Bij een grote toename van urgentieaanvragen zal het budget niet kostendekkend zijn. Gezien de inrichting van het voortraject waarbij een intake plaatsvindt, is dit risico beperkt.
Overige verbonden partijen U10
Doel
Doel van de samenwerking is om te komen tot een regionale aanpak van de regionale uitdagingen op het gebied van woningbouw, mobiliteit, economie, energietransitie, groen en landschap en gezond leven, waarbij de lijn van het verdicht verstedelijken rondom knooppunten is vastgelegd in de Ruimtelijk Economische Koers die door de gemeenteraden van de U10 is vastgesteld. In de stedelijke regio rond Utrecht speelt zich het merendeel van het economisch, maatschappelijk en fysieke verkeer af. De samenwerking richt zich niet alleen op overheden, maar wil deze ook verbinden met het bedrijfsleven en kennisinstellingen (‘triple helix’). Hiermee wil de samenwerking bereiken dat de regio Utrecht in de toekomst een aantrekkelijke vestigingsplaats voor inwoners en bedrijven blijft en er gezond kan worden geleefd in een stedelijke regio.
Programma
1. Bestuur, dienstverlening en veiligheid
99
Deelnemende partijen
De gemeentebesturen van Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist, Montfoort, De Ronde Venen en Oudewater zijn lid van de U10. De gemeente Lopik is aspirantlid. Het betreft een flexibele netwerksamenwerking waarbij de gemeenten niet allemaal even intensief deelnemen op alle thema’s.
Bestuurders uit onze gemeente
De U10 kent geen dagelijks of algemeen bestuur. Het betreft een ‘lichte’ samenwerking op basis van een bestuursconvenant. Leden van het college nemen op basis van hun portefeuille deel aan de regionale bestuurstafels. Momenteel is de bestuurlijke deelname als volgt: Wethouder Duindam: bestuurlijk trekker tafel ‘Groen en Landschap’; ‘Economische positionering’; ‘Gezonde woon- en leefomgeving’; Wethouder Kok: deelnemer tafels ‘Duurzame bereikbaarheid’ en ‘Gezonde en inclusieve regio’; Wethouder Lont: deelnemer tafel ‘Klimaatneutrale regio’; Burgemeester De Vries: aangesloten bij het Bestuurlijk Coördinatie Overleg.
Gemeenschappelijk belang dat wordt behartigd
De U10 is een netwerksamenwerking in ontwikkeling. Dit geldt zowel voor de manier van samenwerken (flexibel, doelverkennend, samen met andere partners) als voor de inhoud. In de bestuurstafels worden steeds nieuwe actuele thema’s geagendeerd. Iedere keer wordt daarin gekeken met wie het wordt opgepakt en op welke manier. De U10 ontwikkelt zich in 2022 naar een samenwerking die op basis van een breed gedragen perspectief en programma (Ruimtelijk Economisch Programma en Perspectief – REP) gemeenschappelijk de verstedelijkingsvraagstukken van de regio Utrecht aanpakt. De strategie van de U10 is hierbij om van de regio Utrecht een ontmoetingsplaats te maken voor gezond leven in een stedelijke regio.
Financiële bijdrage
Lidmaatschapsbijdrage + mobiliteitsconvenant 2021: € 14.193,20 Lidmaatschapsbijdrage + mobiliteitsconvenant 2022: € 14.449,00 De jaarlijkse bijdrage is een vaste deelnemersbijdrage van € 1,10 per inwoner voor het samenwerkingsconvenant en € 0,30 per inwoner voor het mobiliteitsconvenant. Dit wordt besteed aan een klein procesteam (6 fte) en een werkbudget voor bijeenkomsten, communicatie etc. Deze bijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van een mixpercentage van 70% loonindex en 30% prijsindex.
Belang van Oudewater
Oudewater is onlosmakelijk onderdeel van de regio Utrecht, als het gaat om wonen, verplaatsen, werken en leven. Daarom is het in het belang van Oudewater om in regionaal verband te werken aan een gezonde, slimme en groene regio. Dat gebeurt aan de volgende bestuurstafels in het bestuurlijk netwerk U10: • Gezonde woon- en leefomgeving • Economische positionering • Klimaatneutrale regio • Duurzame bereikbaarheid • Gezonde en inclusieve regio • Groen en Landschap
Financiële ontwikkelingen 2022
Verwacht wordt dat in de loop van 2022 een additionele bijdrage voor het REP wordt gevraagd. Deze extra bijdrage is bestemd voor de kosten van fase 4 van het REP, het opstellen van een programma. Het plan van aanpak voor fase 4 en de daarbij behorende bijdrage zijn momenteel nog onderwerp van gesprek. De omvang van deze bijdrage is daarom nog onbekend.
100