CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Programmabegroting 2022 - 2025' - Bijlage 2 (Programmabegroting 2022 - 2025).pdf

Gemeenteraad 15 november 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 3.: Raadsvoorstel ‘Programmabegroting 2022 – 2025’36.161 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

-18.886

-12.507

-12.507

-12.732

-225

-12.732

-12.732

-12.732

-16.808.987

-16.784.700

-17.383.558

-17.913.939

-530.381

-17.523.664

-17.452.474

-17.537.429

0.10 Mutaties reserves

0

113.024

113.024

0

-113.024

0

0

0

Totaal Stortingen

0

113.024

113.024

0

-113.024

0

0

0

-71.000

0

-519.072

0

519.072

0

0

0

Totaal Baten Stortingen

Onttrekkingen 0.10 Mutaties reserves Totaal Onttrekkingen

-71.000

0

-519.072

0

519.072

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

-16.855.901

-16.850.461

-18.663.664

-17.887.349

776.315

-17.541.715

-17.396.196

-17.214.145

54

Verschillenanalyse 2021 - 2022 Hieronder worden de belangrijkste verschillen toegelicht: Taakveld Mutatie lasten t.o.v. 2021

Bedrag

0.5

Werkelijk doorberekende rente aan taakvelden (door lagere rente)

112.763

nadeel

0.5

Rente investeringen

-7.848

voordeel

0.5

Rente langlopende geldleningen (door stijging leningen)

10.080

nadeel

0.5

Rente financiering

14.136

nadeel

0.8

Post onvoorzien is verlaagd om te komen tot een sluitende begroting

-11.753

voordeel

0.8

Stelpost Wet open overheid

87.000

nadeel

0.8

Begrotingsruimte 2020

695.273

nadeel

997

nadeel

900.648

nadeel

Taakveld Mutatie baten t.o.v. 2021

Bedrag

voordeel nadeel +

0.61

OZB woningen (hogere opbrengst)

-81.207

voordeel

0.62

OZB niet-woningen (hogere opbrengst)

-40.296

voordeel

0.7

Algemene uitkering (hogere uitkering)

-568.290

voordeel

0.7

Integratie-uitkering sociaal domein (lager)

159.841

nadeel

Diversen Totaal mutaties lasten

Diversen

-429

voordeel

Totaal mutaties baten

-530.381

voordeel

Totaal mutaties lasten en baten

370.267

nadeel

Taakveld Mutaties reserves

55

voordeel nadeel +

voordeel nadeel +

0.10

Toevoeging aan de algemene reserve

-113.024

voordeel

0.10

Onttrekking aan de algemene reserve in 2021 tbv dekking budgetreserveringen. In 2022 geen onttrekking dus een nadeel tov 2021.

519.072

nadeel

Totaal mutaties reserves

406.048

nadeel

PROGRAMMA 8 OVERHEAD Portefeuillehouder

Thema

Danny de Vries

Personeel en organisatie

Bas Lont

Financiën

Walther Kok

Automatisering, Personeel en organisatie

Omschrijving Dit programma biedt inzicht in de overheadkosten van de gemeente Oudewater. Volgens de BBV-regelgeving worden deze lasten (en baten) apart inzichtelijk gemaakt. Het betreft een meer financieel-technisch programma waaraan geen specifieke programmadoelen zijn gekoppeld.

Specificatie taakvelden Exploitatie

Werkelijk 2020

Primitieve begroting 2021

Begroting 2021 inclusief wijzigingen

Begroting 2022

Verschil begroting 2022 en begroting 2021 na wijzigingen

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Lasten 0.4 Overhead

4.199.453

4.366.798

4.366.798

4.473.465

106.667

4.403.533

4.403.324

4.403.115

Totaal Lasten

4.199.453

4.366.798

4.366.798

4.473.465

106.667

4.403.533

4.403.324

4.403.115

-63.414

-62.455

-62.455

-63.632

-1.177

-63.632

-63.632

-63.632

Baten 0.4 Overhead Totaal Baten

-63.414

-62.455

-62.455

-63.632

-1.177

-63.632

-63.632

-63.632

Gerealiseerd resultaat

4.136.039

4.304.343

4.304.343

4.409.833

105.490

4.339.901

4.339.692

4.339.483

Verschillenanalyse 2021 - 2022 Taakveld Mutatie lasten t.o.v. 2021

Bedrag

voordeel nadeel +

0.1

Salarissen college

0.4

DVO-bijdrage aan de gemeente Woerden. Naast de indexering zijn de kosten meegenomen voor kosten constructeur, boa en horecacoördinator

0.4

Bijdrage aan RHC Rijnstreek en Lopikerwaard

0.4

Doorbelaste DVO-kosten naar heffingen en leges van Oudewater

-21.774 voordeel

0.4

Onderhoud stadhuis o.b.v. het MOP

13.901

0.4

Onderhoud stadskantoor o.b.v. het MOP

-12.386 voordeel

0.4

Stelpost exploitatielasten verkoop stadskantoor (nog te realiseren)

-40.000 voordeel

0.4

Kapitaallasten stadskantoor

-13.439 voordeel

Diverse Totaal mutaties lasten Taakveld Mutatie baten t.o.v. 2021

nadeel nadeel

2.410

nadeel nadeel

-46 voordeel 106.667

nadeel

Bedrag

voordeel nadeel +

Diverse

-1.177 voordeel

Totaal mutaties baten

-1.177 voordeel

Totaal mutaties lasten en baten

56

6.946 171.055

105.490

nadeel

PARAGRAFEN PARAGRAAF 1 LOKALE HEFFINGEN Wat is het doel van deze paragraaf? Het totale pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat uit een tiental verschillende belastingen, heffingen en rechten die worden gelegitimeerd door een belastingverordening die door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze paragraaf geeft een overzicht op hoofdlijnen van deze heffingen die bij de diverse programma’s in de programmabegroting zijn geraamd. In het kort geven we aan welk beleid we in het begrotingsjaar gaan voeren ten aanzien van de lokale heffingen. Het lokale beleid is vastgesteld in de belastingverordeningen. Verder is een overzicht opgenomen van de geraamde opbrengsten, wordt aandacht besteed aan de lokale belastingdruk en aan het kwijtscheldingsbeleid.

Wettelijk kader en gemeentelijk kader Ten aanzien van de heffingen onderscheidt de wet drie soorten: •

Belastingen: gedwongen betalingen aan de overheid waar geen rechtstreekse contraprestatie van de overheid tegenover staat. Ze kunnen aan een brede of specifieke doelgroep in rekening worden gebracht.

•

Bestemmingsheffingen: deze die dienen ter bestrijding van specifieke kosten. Voorbeelden zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze heffingen mogen niet meer dan kostendekkend zijn.

•

Rechten: een betaling waar een direct aanwijsbare contraprestatie van de overheid tegenover staat. Deze contraprestatie kan bestaan uit een product of dienst. Onderscheid kan worden gemaakt in onder meer gebruiksrechten (bijvoorbeeld haven- of marktgelden) en genotsrechten (waaronder leges). De hoogten van sommige rechten zijn landelijk bepaald. Verder geldt dat deze maximaal kostendekkend mogen zijn.

Naast het landelijk beleid is het volgende gemeentelijk beleid geformuleerd:

57

•

De bestemmingsheffingen en rechten zijn in principe 100% kostendekkend. Dat is niet overal het geval omdat er bijvoorbeeld wettelijke voorschriften zijn (wettelijke tarieven).

•

De opbrengsten/heffingen worden in 2022 ten opzichte van 2021 verhoogd met 1,8%. Uitgezonderd onroerendezaakbelastingen (1,8% + 2%), rioolrechten (16%) en afvalstoffenheffing (8,8%).

•

Kwijtscheldingsbeleid. Voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend aan persoenen (niet aan bedrijven). De gemeente Oudewater hanteert voor de kwijtschelding de norm die door het Rijk gegeven wordt aan de gemeenten: 100% van de norm voor de bijstand. Bij een norm onder de 100% is er sprake van strenger beleid. Vrijwel alle inwoners die een aanslag gemeentelijke belastingen ontvangen en moeten rondkomen van een bijstandsuitkering of alleen een AOW-uitkering en geen vermogen hebben, komen op basis van deze norm voor kwijtschelding in aanmerking. De regelgeving voor de kwijtschelding is neergelegd in de Leidraad Invorderingswet 1990.

Geraamde opbrengsten Baten begroting

Baten begroting

Baten rekening

2022

2021

2020

Belastingen en heffingen A. Belastingen 1 Eigenaren woningen

1.905

1.824

1.749

Eigenaren niet-woningen

546

518

528

Gebruikers niet-woningen

336

324

310

2 Precariobelasting

12

11

13

3 Toeristenbelasting

13

13

19

2.812

2.690

2.619

1 Afvalstoffenheffing

1.251

1.126

993

2 Rioolheffing

1.730

1.488

1.357

Subtotaal B Bestemmingsheffingen

2.981

2.751

2.510

1 Leges burgerzaken

169

166

89

2 Begrafenisrechten

15

16

14

3 Marktgelden

25

24

16

Subtotaal A Belastingen B. Bestemmingsheffingen

C. Rechten

4 Bruggelden

12

12

11

5 Omgevingsvergunningen

350

300

311

Subtotaal C Rechten

571

518

441

€ 6.364

€ 5.959

€ 5.570

Totaal

€ x 1.000

Lokale lastendruk De lokale lastendruk geeft voor de belangrijkste tarieven weer wat een inwoner van de gemeente betaalt en hoe deze zich het afgelopen jaar heeft ontwikkeld (fictief huishouden). De bedragen zijn gebaseerd op een huishouden in een woning met een waarde voor het belastingjaar 2021 van € 335.000 en voor 2022 van € 361.000 (8% waardestijging). Dit is exclusief de teruggave afvalstoffenheffing en gerekend met indexeringspercentages. 2022

2022

2021

2021

1-persoonshuishouden

meerpersoonshuishouden

1-persoonshuishouden

meerpersoonshuishouden

1 OZB

448

448

432

432

2 Rioolheffing

347

347

299

299

3 Afvalstoffenheffing (meerpers.)

263

329

255

297

€ 1.058

€ 1.124

€ 986

€ 1.028

Totaal

A. Belastingen Ad 1 OZB. In de onderstaande tabel zijn de OZB-tarieven 2022 en 2021 opgenomen. De tarieven 2022 worden geheven als percentage van de getaxeerde woningwaarde naar peildatum 1 januari 2021. De prognoses per 1 september 2021 duiden op een gemiddelde stijging voor woningen met 8 % en een gemiddelde daling voor niet-woningen met 0,5%. De tarieven worden hiermee gecorrigeerd. De werkelijke OZB-opbrengst kan uiteindelijk afwijken van de werkelijke opbrengst door:

58

•

de waardeontwikkeling van de onroerende zaken;

•

de te verwachten minder- en meeropbrengsten van respectievelijk sloop en nieuwbouw;

•

de waardevermindering als gevolg van bezwaar- beroepsprocedures;

•

de toename van het aantal ‘No Cure No Pay’-bezwaren en de kostenvergoeding hiervan;

•

en leegstand van de bedrijven.

In december worden de OZB-tarieven definitief vastgesteld door de raad, deze kunnen daarom afwijken van de tarieven zoals hieronder opgenomen. Tarief OZB

Begroting

Werkelijk

Begroting

2022

2021

2021

0,1240%

0,1290%

0,1382%

a Eigenaren

0,2987%

0,2863%

0,3069%

b Gebruikers

0,2363%

0,2265%

0,2230%

1 Woningen a Eigenaren 2 Niet woningen

Opbrengst OZB: Taak

Begroting

Begroting

veld

2022

2021

Rekening 2020

1.905

1.824

1.749 528

0.61

Eigenaren woningen

0.62

Eigenaren niet-woningen

546

518

0.62

Gebruikers niet-woningen

336

324

310

€ 2.787

€ 2.666

€ 2.587

Totaal

€ x 1.000

De opbrengsten voor de OZB worden in 2022 met 3,8% (1,8% index + 2% uitgangspunt begroting 2019-2022) en een stukje areaaluitbreiding verhoogd. Ad 4 Precariobelasting Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Taak

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2022

2021

2020

€ 12

€ 11

€ 13

0.64

Opbrengst

€ x 1.000

Ad 5 Toeristenbelasting Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Taak

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2022

2021

2020

€ 13

€ 13

€ 19

3.4

B.

Opbrengst

€ x 1.000

Bestemmingsheffingen

Ad 1 Afvalstoffenheffing Voor de bestrijding van de kosten die samenhangen met het inzamelen en verwerken van afval is de gemeente bevoegd om de gemaakte kosten te verhalen. Voor het huishoudelijk afval (afval dat ontstaat vanuit particuliere huishoudens) wordt afvalstoffenheffing geheven. Onderstaande tabel geeft een overzicht van baten en lasten afvalstoffenheffing. Wanneer de baten hoger zijn dan de lasten, wordt het meerdere in de voorziening afvalstoffenheffing gestort. De lasten stijgen door met name de hogere extracomptabele doorbelasting van de btw op exploitatie en investeringen, conform de financiële heroriëntatie. De baten stijgen conform de vaste index van 2%, de prijsindex van 1,8% en de extra stijging conform de kadernota (5%).

59

Taak

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2022

2021

2020

Lasten 7.3

Afval

1.077

1.093

945

2.1

Verkeer en vervoer

25

25

25

6.3

Inkomensregelingen

24

24

24

0.4

Overhead

5

5

5

188

118

118

Totale lasten

1.319

1.265

1.117

7.3

Afvalstoffenheffing inclusief teruggave

1.251

1.126

993

7.3

Overige baten

129

137

160

7.3

Baten

1.380

1.263

1.153

Saldo

€ 61

-€ 2

€ 36

Kostendekkendheidsgraad

105%

100%

103%

btw-lasten te verhalen op btw-compensatiefonds

Dit resulteert in de volgende mutaties van de voorziening afvalstoffenheffing: (stand per 1-1-2021 € 36.536) 2021

onttrekking

€ 1.702

2022

storting

€ 61.107

2023

storting

€ 78.562

2024

storting

€ 94.044

2025

storting

€ 119.571

Dit zijn indicatieve stortingen/onttrekkingen omdat de hoogten van diverse lasten en baten nog niet exact bekend zijn, zoals de teruggave afvalstoffenheffing (n.a.v. het aantal keren dat er huisvuil is aangeboden) en de bijdrage uit het afvalfonds. Op deze wijze wordt een redelijke voorziening opgebouwd. De begrote kosten voor het inzamelen van huishoudelijk afval vallen in 2022 hoger uit dan in 2021. De belangrijkste oorzaak van deze kostenstijging zijn toegenomen kosten van de verwerking van huishoudelijk afval door de Afvalverwerking Utrecht. De batenkant neemt toe door de groei van het aantal huishoudens en met name de stijging van het tarief. Ad 2: Rioolheffing Uit de rioolheffing bekostigt de gemeente de uitvoering van de drie gemeentelijke watertaken. Dit zijn het inzamelen en transporteren van afvalwater, het bergen en afvoeren van hemelwater en het zorgdragen voor het grondwater. Onderdeel van hemelwater en grondwater zijn ook maatregelen voor de uitvoering van klimaatadaptatiethema’s wateroverlast en droogte. Meer informatie vindt u in het Gemeentelijk Waterbeleidsplan 2020-2024. De rioolheffing stijgt in 2022 met 16% inclusief inflatiecorrectie. Dit is nodig om de stijgende kapitaallasten als gevolg van vervangingsinvesteringen te kunnen dekken. In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van de kosten en baten van de rioolbegroting.

60

Taak

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2022

2021

2020

1.010

795

798

Lasten 7.2

Riolering

2.1

Verkeer en vervoer

2.4

Economische havens en waterwegen

106

39

71

Btw exploitatie en op investeringen

147

110

146

Totale lasten

1.263

944

1.017

Baten

1.730

1.488

1.357

Saldo (=mutatie reserve;- = onttrekking)

€ 467

€ 544

€ 340

Kostendekkendheidsgraad

137%

158%

133%

7.2

2

De lasten stijgen door met name de hogere extracomptabele doorbelasting van de btw op exploitatie en investeringen en baggeren conform de financiële heroriëntatie (kadernota). De baten stijgen conform de vaste index van 10%, de prijsindex van 1,8% en de extra stijging conform de kadernota (4,2%). Dit resulteert in de volgende mutaties van de voorziening riolering conform raadsbesluit GWP Oudewater 2020-2024: (stand per 1-1-2021 € 3.324.810) 2021

storting

€ 554.305

2022

storting

€ 465.332

2023

storting

€ 549.654

2024

storting

€ 539.750

2025

storting

€ 564.681

Oudewater heeft gekozen voor een grote stijging van de rioolheffing in 2020-2023, zodat de rioolheffing daarna nagenoeg gelijk kan blijven. Het gevolg hiervan is dat de voorziening riolering fors toeneemt om latere investeringen te dekken.

C. Rechten In de onderstaande tabellen is voor de verschillende rechten opgenomen wat de begrote baten en lasten zijn en wat de kostendekkendheid is. Nagestreefd wordt een kostendekkendheidsgraad van 100%. Zichtbaar is dat voor een aantal tarieven dit nog niet is gerealiseerd. Ad 1 Leges burgerzaken Onder de naam ‘leges’ wordt een aantal verschillende rechten geheven ‘ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten’. Sommige leges zijn niet voor 100% kostendekkend omdat er voorgeschreven wettelijke tarieven zijn (voorbeelden: uittreksels burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen. Taak

Begroting

Begroting

Rekening

2022

2021

2020

Burgerzaken

466

461

427

Totale lasten

466

461

427

veld Lasten 0.2 0.2

Baten

169

166

89

€ x 1.000

-€ 297

-€ 295

-€ 338

Kostendekkendheidsgraad

36%

36%

21%

Saldo

Onder de naam ‘leges’ wordt een aantal verschillende rechten geheven ‘ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten’. Sommige leges zijn niet voor 100% kostendekkend omdat er voorgeschreven wettelijke tarieven zijn (voorbeelden: uittreksels burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen).

61

Ad 2 Begrafenisrechten Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Taak

Begroting

Begroting

Rekening

veld

2022

2021

2020

Lasten 7.5

Begraafplaatsen

15

5

2

7.5

Baten

15

16

14

€ x 1.000

€0

-€ 11

-€ 12

Kostendekkendheidsgraad

100%

320%

675%

Saldo

De lasten begrafenisrechten nemen in 2022 toe. Dit wordt grotendeels veroorzaakt doordat er meer planmatig onderhoud is in dit jaar. De kosten van planmatig onderhoud fluctueren jaarlijks en hebben daardoor invloed op de kostendekkendheid. Ad 3 Marktgelden Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats. Taakveld

Begroting 2022

Begroting 2021

Rekening 2020

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

39

39

39

Totale lasten

39

39

39

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

25

24

16

Totale baten

25

24

16

€ x 1.000

-€ 14

-€ 15

-€ 23

Kostendekkendheidsgraad

64%

62%

41%

Lasten 3.3

Baten 3.3

Saldo

Ad 4 Bruggelden Voor iedere doorvaart van de Hoenkoopse brug wordt € 2,- per vaartuig gerekend. Met de opbrengst hiervan wordt een deel van de brugbediening door medewerkers van Ferm Werk bekostigd. Taakveld

Begroting 2022

Begroting 2021

Rekening 2020

Verkeer en vervoer

43

43

33

Totale lasten

43

43

33

Baten

12

12

11

€ x 1.000

-€ 31

-€ 31

-€ 22

Kostendekkendheidsgraad

28%

28%

33%

Lasten 2.1 2.4

Saldo

Ad 5 Omgevingsvergunningen Binnen het taakveld omgevingsvergunning is de kostendekkendheid afhankelijk van de baten. Temporisering van de baten levert een lagere kostendekkenheid. Echter, hogere baten zijn meestal gekoppeld aan een grotere werklast, wat uiteindelijk kan leiden tot meer capaciteitsinzet. Gevolg hiervan is dat de kostendekkendheid dan niet wordt vergroot maar gelijk blijft. Taakveld

Begroting 2022

Begroting 2021

Rekening 2020

Wonen en bouwen

355

397

369

Totale lasten

355

397

369

Wonen en bouwen

350

300

311

Totale baten

350

300

311

€ x 1.000

-€ 5

-€ 97

-€ 58

Kostendekkendheidsgraad

99%

76%

84%

Lasten 8.3

Baten 8.3

Saldo

62

D. Vergelijking met andere gemeenten Belastingsoort 2021

Oudewater

Woerden

Bodegraven-

Montfoort

Reeuwijk

De Ronde Venen

OZB woningen

0,1290%

0,1179%

0,1225%

0,1245%

0,0764%

OZB niet-woningen

0,5128%

0,5091%

0,4947%

0,6677%

0,3572%

Eenpersoonshuishouden

€ 255

€ 225

€ 216

€ 205

€ 256

Meerpersoonshuishouden

€ 297

€ 273

€ 265

€ 335

€ 332

€ 300

€ 234

€ 243

€ 255

€ 216

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing

63

PARAGRAAF 2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Wat is het doel van deze paragraaf? De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Oudewater om niet gedekte risico’s op te vangen. Zowel het BBV als ook de provincie en de accountant wijzen op het belang van risicobeheersing en de berekening van het weerstandsvermogen. De financiële positie van een gemeente bestaat uit de exploitatie en het eigen vermogen. Het niet geoormerkte vermogen (= weerstandsvermogen) is van belang om te bepalen of de gemeente financieel gezond is, hetgeen (mede) afhankelijk is van het risicoprofiel. Voor het beoordelen van de financiële positie is daarom inzicht nodig in de omvang en achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Oudewater om niet gedekte risico’s op te vangen. Doelstellingen met betrekking tot het weerstandsvermogen en de risicobeheersing zijn: • • • • • • • •

risico’s beheersen; risico’s waar mogelijk verminderen; norm van het weerstandsvermogen ontwikkelen; onderbouwen van beslissingen; verbeteren dienstverlening; herkennen en benutten van kansen; stimuleren professionaliteit van de medewerkers; beschermen vermogenspositie gemeente.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Wettelijk kader De gemeente heeft voor wat betreft het weerstandsvermogen en risicobeheersing met een aantal wetten en toezichthoudende partijen te maken: Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), Rijk, provincie Utrecht en accountant. De informatie in deze paragraaf is vooral gebaseerd op het BBV. Hierin staat dat in deze paragraaf een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico's en het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s moet worden opgenomen. Gemeentelijk beleid Hoe we omgaan met risico’s en de bepaling en aanwending van het weerstandsvermogen hebben we vastgelegd in de nota Financiële Sturing (FS). Veel van het onderstaande is terug te leiden tot de afspraken die daarin staan. Ons beleid is erop gericht om goed zicht te hebben op de risico’s die het behalen van onze doelstellingen in de weg kunnen staan. De risico’s die we onderkennen, worden geanalyseerd en afhankelijk van het type risico worden beheersmaatregelen opgesteld en uitgevoerd. Dit proces is cyclisch opgebouwd en maakt onderdeel uit van ons planning-en-control-instrumentarium. Omtrent de aanwending van de weerstandscapaciteit bepaalt ons beleid: Voor zover mogelijk treffen we maatregelen ter beperking van de schade.

Voor zover de schade niet kan worden beperkt, analyseren we in hoeverre de kosten kunnen worden betaald uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten. Dit geldt ook voor de kosten die aan het treffen van de maatregelen zijn verbonden. Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, wordt een beroep gedaan op de aanwezige weerstandscapaciteit.

Beschikbare weerstandscapaciteit Zoals er sprake is van incidentele en structurele risico’s, zo is ook sprake van incidentele en structurele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is opgenomen welke onderdelen kunnen worden onderscheiden binnen onze gemeente en in hoeverre deze structureel of incidenteel zijn. Conclusie op basis van dit overzicht is dat er aanmerkelijk meer incidentele dan structurele risicodekking is. Dit is geen probleem. Bij de kwantificering van de risico’s wordt hier rekening mee gehouden door structurele risico’s dubbel te laten meetellen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat binnen een tijdsbestek van drie tot vier jaar een structureel risico kan worden opgevangen, waarbij in het eerste jaar de impact 100% bedraagt, in het tweede jaar 75%, in het derde jaar 25% en in het vierde jaar 0%.

64

Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

1.887

1.831

506

172-

1.114-

2.226 -

45

-

-

-

-

Algemene reserve

incidenteel

Reserve Sociaal Domein

incidenteel

Stille reserves

incidenteel

-

-

-

-

-

-

Onbenutte belastingcapaciteit

structureel

293

293

563

563

563

563

Onvoorzien

structureel

13

13

1

13

13

13

Totaal

€ 2.193

€ 2.182

€ 1.071

€ 404

- € 538

- € 1.650

Totaal

Op de tabel is de volgende toelichting te geven: •

Algemene reserve. De incidentele weerstandscapaciteit van de gemeente Oudewater wordt hoofdzakelijk gevormd door de algemene reserve. Andere reserves worden niet meegerekend, omdat hiervoor een bestemming in de begroting is opgenomen. Uitzondering is de reserve Sociaal Domein.

•

Stille reserves. De stille reserves van de gemeente Oudewater worden vanwege hun speculatieve karakter op 0 gewaardeerd.

•

Post onvoorzien. Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting een budget onvoorzien opgenomen. Dit budget is gebaseerd op een norm van € 1,25 per inwoner. Voor de begroting 2022 is deze post ingezet om de begroting 2022 sluitend te maken.

•

Onbenutte belastingcapaciteit. Deze indicator geeft aan in welke mate wij risico's op kunnen vangen door belastingen te verhogen en zo dus de inkomsten te verhogen. Daarbij maken wij gebruik van de zogenoemde artikel 12-norm. Dit is de norm die het Rijk aangeeft tot welk bedrag de OZB kan worden verhoogd op het moment dat een gemeente in de financiële problemen komt. De berekening ziet er als volgt uit:

Bedragen x € 1.000

Baten begroting 2022

Tarief OZB

Totale WOZ-waarde

Eigenaren woningen

1.905

0,1240%

1.536.290

Eigenaren niet-woningen

546

0,2987%

182.792

Gebruikers niet-woningen

336

0,2363%

Totale baten

2.787

Art.12-norm

0,1800%

Maximale baten (0,1800% x totale WOZ-waarde) Onderdekking rioolheffing

142.192 1.861.275

3.350 -

Onderdekking afvalstoffenheffing Onbenutte ruimte (maximale totale baten)

563

Risico's De risicopositie van de gemeente wordt bepaald door de risico’s te kwantificeren op basis van de kans dat het risico zich voordoet en de financiële impact van het risico. Voor de beoordeling van de kans is de onderstaande schaalindeling gehanteerd: Risico

Omschrijven als

Klein

Onwaarschijnlijk

Geschatte kans van voorkomen 10%

Gemiddeld

Aannemelijk

50%

Groot

Waarschijnlijk

80%

Per risico is de maximale financiële impact en de kans dat het risico zich kan voordoen ingeschat. Het weerstandsvermogen dient om risico’s af te dekken waarvoor nog geen voorziening is getroffen of waarvoor geen verzekering is afgesloten. De risico’s zijn navolgend gekwantificeerd en toegelicht.

65

Omschrijving

Impact

Kans

Incidenteel / structureel

Benodigde weerstandscapaciteit Begroting 2022

A. Programma's 1. Bestuur, dienstverlening en veiligheid a DVO gemeente Woerden

500.000 gemiddeld

b Corona

400.000 gemiddeld

s

500.000 i

200.000

2. Fysiek beheer openbare ruimte en vervoer a IBOR / Riolering / Infrastructuur

500.000 gemiddeld

i

250.000

a Participatiewet etc.

250.000 gemiddeld

s

250.000

b Wmo

200.000 gemiddeld

s

200.000

c Jeugdzorg

200.000 gemiddeld

s

200.000

250.000 klein

i

25.000

3. Sociaal domein

4. Cultuur, economie en milieu a

Milieuaangelegenheden

5. Sport en onderwijs a

60.000 gemiddeld

s

60.000

b Zwembad (nieuwe ontwikkeling)

Zwembad (exploitatie)

850.000 gemiddeld

i

425.000

c Verplaatsing skeelerbaan - Statenland

600.000 waarschijnlijk

i

480.000

100.000 klein

i

10.000

270.000 klein

i

27.000

1.000.000 klein

i

100.000

i

50.000

6. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen a

Planschade

7. Algemene inkomsten a

Garantieverlening gemeente

b

Garantieverlening WSW

c

Algemene uitkering Gemeentefonds

100.000 gemiddeld

€ 2.777.000

Subtotaal A. Programma's B. Bedrijfsvoering a Privacy / datalek

200.000 gemiddeld

i

100.000 € 100.000

Subtotaal B. Bedrijfsvoering C. Verbonden partijen a VeiligheidsRegio Utrecht (VRU)

600.000 klein

i

60.000

b OmgevingsDienst Regio Utrecht (ODRU)

420.000 klein

i

42.000

c AfvalVerwijdering Utrecht (AVU)

360.000 klein

i

36.000

d Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

400.000 klein

i

40.000

e Ferm Werk

700.000 klein

i

70.000 € 248.000

Subtotaal C. Verbonden partijen D. Grondexploitaties a Tappersheul III Subtotaal D. Grondexploitaties Totaal

€ 500.000 klein

i

€ 50.000 € 50.000 € 3.175.000

A. Programma's Ad 1:Bestuur, dienstverlening en veiligheid a - DVO Gemeente Woerden Met ingang van 2015 is er een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de gemeente Woerden afgesloten. De mogelijkheid bestaat dat hier aanvullende kosten uit voortvloeien. Om dit risico af te dekken wordt een bedrag van € 500.000 meegenomen binnen het weerstandsvermogen. b - Corona De coronasituatie leidt tot verlies van inkomsten (o.a. leges) en hogere uitgaven voor o.a. ondersteuning van maatschappelijke instellingen, zoals culturele instellingen en sportaccommodaties. Het risico bestaat dat niet voldoende middelen beschikbaar worden gesteld door het Rijk.

66

Ad 2: Fysiek beheer openbare ruimte en vervoer De prijsstijging in de sector grond-, weg- en waterbouw is al jaren hoger dan de indexatie die op de gemeentebegroting wordt toegepast. Daarnaast bestaat een risico op overschrijding voor producten waar lopende contracten met landelijke indexen zijn voorgeschreven of waar wettelijke zorgplicht dwingt tot ingrijpen ook als het budget niet toereikend is. Ad 3: Sociaal domein a - Participatiewet Doordat de door de gemeente uitgevoerde taken op het gebied van werk & inkomen zgn. openeinderegelingen zijn, is geen zekerheid te krijgen en geen grens te stellen aan het aantal aanvragen om voor een uitkering in aanmerking te komen. Daarnaast wordt begroot op basis van een BUIG-budget dat wij van het Rijk ontvangen in april van het voorgaande jaar. Dit wordt nadien nog drie keer bijgesteld tot het definitieve bedrag. Dit kan zowel positief als negatief uitvallen. b - Wmo Toenemende kosten door vergrijzing. Prognose van de VNG is stijging van 7% per jaar. Dit wordt veroorzaakt door vergrijzing, maar ook de aanzuigende werking door het abonnementstarief. c - Jeugdwet Toenemende kosten jeugdzorg Doordat jeugdzorgtaken ‘open einde regelingen’ zijn, is geen zekerheid te krijgen en geen grens te stellen aan het aantal aanvragen voor ondersteuning.

Een specifieke oorzaak voor dit risico is dat andere organisaties dan de gemeenten (mn SAVE en de huisartsen) jeugdigen kunnen indiceren voor hulpverlening. Ad 4: Cultuur, economie en milieu a - Milieuaangelegenheden In algemene zin geldt dat er voor de gemeente altijd een financieel risico aanwezig is van saneringen van (on)bekende locaties met bodemverontreiniging en van het verwerken van vrijkomende licht verontreinigende grond in ontwikkelingsgebieden. De algemeen gestelde risico’s zijn vooraf niet aan te geven en worden sterk bepaald door factoren als eigendomssituatie, oorzaak van de bodemverontreiniging, eigen werken waar vrijkomende grond in kan worden verwerkt en dergelijke. Ad 5: Sport en onderwijs a - Zwembad Door de raad is in 2013 onder meer besloten om het saldo van de bestemmingsreserve Investeringen zwembad beschikbaar te stellen aan Stichting Beheer Zwembad Oudewater (SBZO). Hiermee kan het direct noodzakelijke groot onderhoud worden uitgevoerd. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de niet-dagelijkse onderhoudskosten en reparaties aan gebouwen/installaties. Gezien het achterstallige onderhoud wordt in deze risicoparagraaf een bedrag opgenomen voor storingen en als gevolg daarvan eventueel niet uitstelbaar onderhoud. In het collegeprogramma wordt ervan uitgegaan dat een nieuw zwembad gerealiseerd gaat worden.

Vooralsnog heeft SBZO toegezegd de exploitatie in 2021 en 2022 nog te zullen verzorgen. In de begroting wordt t.a.v. de exploitatielasten rekening gehouden met de realisatie van een nieuw zwembad. Er bestaat een reëel risico dat de kosten hiervan hoger worden dan waar nu in de begroting rekening mee wordt gehouden. Daarnaast moet, om nieuwbouw op Statenland te realiseren, de skeelerbaan verplaatst worden. Hiervan is de inschatting dat dit € 600.000 kost. Hiervoor is nog geen dekking gevonden. Ad 6: Ruimtelijke ontwikkeling en wonen a - Planschade Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen of beperkingen in verdere ontwikkelingen die de gemeente mogelijk maakt of oplegt, kunnen tot vijf jaar na besluitvorming verzoeken om planschade worden ingediend. Het gaat hierbij om de vaststelling van bestemmingsplannen en de toepassing van binnen- en buitenplanse ontheffingen of projectbesluiten. Planschadevergoeding bij indirecte planschade wordt op basis van de Wro alleen toegekend voor waardeverminderingen boven 2%. De gemeente sluit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vaak een planschadeovereenkomst met de ontwikkelaar. Bij commerciële ontwikkelingen met een kleiner algemeen belang worden de planschaderisico’s voor de gemeente op deze manier in principe tot € 0 teruggebracht. De kans kan echter nog niet op nihil worden gezet.

67

Ad 7. Algemene inkomsten a/b - Garantieverleningen Veruit het grootste deel heeft betrekking op leningen van de Woningbouwvereniging Oudewater, waar het Waarborgfonds Sociale Woningbouw voor 100% borg staat met een achtervang van 50% van de gemeente en 50% van het Rijk (ruim € 21 miljoen). Gezien deze constructie gaan we ervan uit dat het risico voor de gemeente maximaal 5% van het totaal van de gewaarborgde leningen omvat, oftewel ruim € 1.000.000. In het overzicht van de risico’s is daarom aangegeven dat de benodigde weerstandscapaciteit op afgerond € 100.000 wordt geraamd. Daarnaast is er één lening van St. Sporthal Oudewater en drie leningen van tennisvereniging De Heksenmeppers waarvoor de gemeente 100% garant staat. Het gaat hier om € 270.000. c- Algemene uitkering gemeentefonds De raming en de ontwikkelingen van de algemene uitkering in het meerjarenperspectief zijn jaarlijks gebaseerd op de meicirculaire. Hierbij is uitgegaan van constante prijzen. Jaarlijks blijkt uit met name de septembercirculaire wat de werkelijke algemene uitkering wordt. Aangezien het accres binnen de algemene uitkering afhankelijk is van de economische vooruitzichten en dus de uitgaven van het Rijk, blijft de hoogte van de algemene uitkering altijd een risicofactor voor de gemeente. Daarom is ook hiervoor een risicopost opgenomen.

B. Bedrijfsvoering Ad a: Privacy / Datalek Datalek, zoals bedoeld in de AVG. Hiervoor kunnen boetes opgelegd worden door de Autoriteit Persoonsgegevens.

C. Verbonden Partijen De veronderstelling, dat het uitoefenen van taken door gemeenten gezamenlijk in een regio voor de gemeenten (en haar inwoners) financiële voordelen oplevert, kan niet in alle gevallen als juist worden onderkend. De invloed van een individuele gemeente op het beleid van een eenmaal ingesteld lichaam is beperkt. Aan dit gegeven is het bezwaar verbonden, dat samenwerkingsverbanden door het vormen van reserves e.a. een eigen financieel beleid gaan voeren; dus in feite een stukje financieel beleid van de aangesloten gemeenten overnemen. De bijdrage van de gemeente Oudewater aan gemeenschappelijke regelingen is een regelmatig onderwerp van gesprek in vergaderingen van het college en van de raad. Ook bij andere gemeenten bestaat de gedachte om voor de (groeiende) financiële problematiek van de gemeenten, ook een bijdrage van gemeenschappelijke regelingen te vragen door hen te verzoeken bijvoorbeeld bezuinigingen te laten plaatsvinden. In de paragraaf 6. “Verbonden partijen” vindt een uitgebreide toelichting plaats.

D. Grondexploitaties Op 31 december 2020 waren er twee complexen in bewerking, namelijk De Noort Syde II en Tappersheul III. De verwachting is dat De Noort Syde II per 31 december 2021 wordt afgesloten. Nagenoeg alle infrastructurele werkzaamheden zijn verricht en er vinden momenteel onderhandelingen plaats met een kandidaat-koper voor het laatste perceel grond. Voor Tappersheul III is inmiddels een exploitatieopzet opgesteld en zijn de benodigde gronden reeds aangekocht. Jaarlijks vindt een herziening van de exploitatieopzet plaats. Er vinden momenteel onderhandelingen plaats over de verkoop van verschillende percelen met diverse gegadigden. De exploitatie van grond kent financiële risico’s. Kosten, zoals de boekwaarde van verwerving en overige kosten en de daaruit voortvloeiende rentelasten, worden normaliter gedekt door inkomsten uit grondverkoop. Aan zowel de baten- als de lastenkant kunnen zich risico’s voordoen. Kosten van verwerving, milieusanering of bijvoorbeeld het bouw- en woonrijp maken kunnen tegenvallen, uitkomst van aanbestedingen is niet altijd voorspelbaar en de inkomsten uit grondverkoop kunnen door conjuncturele ontwikkelingen of veranderende wensen van woonconsumenten veranderen. Een belangrijk risico is daarnaast het niet halen van vooraf bepaalde planningen.

Het is dus zaak om binnen de grondexploitaties alert te zijn op ontwikkelingen die van invloed zijn op de kosten en baten en deze tijdig te signaleren, te rapporteren en te verwerken. Bijdragen aan reserves mogen pas plaatsvinden als de boekwaarde van het complex dit toelaat (winstneming).

68

Weerstandsvermogen Het is van belang te weten of sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Aangezien het risicoprofiel bekend is, kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt ook wel het weerstandsvermogen genoemd. Deze wordt als volgt berekend: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit. Het totaalbedrag aan kwantificeerbare risico’s bedraagt € 3.175.000. Het is te verwachten dat het jaarlijkse totaal berekende bedrag aan risico’s fluctueert. In de nota Financiële Sturing is een bandbreedte afgesproken. Die bandbreedte is: •

minimaal de totale netto waarde van de geïnventariseerde (rest)risico’s (dit zijn de risico’s waarvoor geen voorziening of vereveningsreserve in het leven is geroepen) en

•

maximaal de totale netto waarde van de geïnventariseerde (rest)risico’s vermenigvuldigd met een onzekerheidsfactor van 1,43. Deze onzekerheidsfactor gaat ervan uit dat de geïnventariseerde (rest)risico’s 70% van de totale risico’s vormen.

Wanneer de ratio weerstandsvermogen minder dan 1,0 bedraagt, is een gemeente kwetsbaar. De gemeente beschikt dan niet over voldoende capaciteit om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Er kunnen zich echter onvoorziene situaties voordoen waarbij een gemeente binnen één jaar meerdere tegenslagen heeft te verwerken, ook al was de kans daarvoor laag ingeschat. Het spreekt voor zich dat hoe hoger het weerstandsvermogen is, hoe meer (onvoorziene) tegenvallers opgevangen kunnen worden. Echter, ook een groot weerstandsvermogen is niet altijd ideaal. Wanneer de ratio hoog oploopt kan men zich afvragen of de gemeente dit geld ook niet voor andere doeleinden zou kunnen inzetten, bijvoorbeeld voor de uitvoering van nieuw beleid. Een ratio van 1,0 wordt in termen van risicomanagement overigens gekwalificeerd als voldoende. Wij streven naar een weerstandsvermogen van 1,0 t.o.v. de geïdentificeerde netto risico's die niet worden gedekt door bestemmingsreserves of voorzieningen. Indien de ratio op enig moment buiten de toegestane ondergrens komt, doet het college zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één jaar, een voorstel om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen. De verhouding tussen de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit binnen de afgesproken bandbreedte staat in de tabel hieronder.

Uit de tabel blijkt dat er onvoldoende dekking is voor de risico’s vanuit de beschikbare weerstandscapaciteit, gemeten naar de huidige afspraken omtrent de bandbreedte. Het weerstandsvermogen bedraagt 0,3. Dit voldoet niet aan het minimumniveau zoals vastgelegd in de nota Financiële Sturing. De komende jaren komt het weerstandsvermogen verder onder druk te staan, doordat in de jaren 2023-2025 een fors negatief resultaat begroot wordt. Hierdoor wordt de algemene reserve negatief en verslechtert de weerstandsratio naar -0,5 in 2025! Bedragen x € 1.000

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Beschikbare weerstandscapaciteit

2.193

2.182

1.071

Ondergrens benodigde weerstandscapaciteit

2.270

2.240

3.175

Bovengrens benodigde weerstandscapaciteit (risico's x 1,43%)

3.246

3.203

4.540

1,0

1,0

0,3

Weerstandsvermogen ondergrens

69

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

404

538-

1.650-

3.125

3.125

3.125

4.540

4.540

4.540

0,1

0,2-

0,5-

Kengetallen Financiële positie Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Zij kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeente. Daarom schrijft het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: a. 1) netto schuldquote en 2) de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen b. solvabiliteitsratio c. grondexploitatie d. structurele exploitatieruimte e. belastingcapaciteit Kengetal

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

a1. netto schuldquote

60%

101%

139%

179%

187%

179%

a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

59%

99%

137%

177%

185%

177%

b. solvabiliteitsratio

17%

14%

7%

5%

3%

1%

c. grondexploitatie

12%

5%

12%

11%

1%

0%

d. structurele exploitatieruimte

-0,2%

0,6%

-0,9%

-3,3%

-4,4%

-5,1%

e. belastingcapaciteit

114%

128%

139%

139%

139%

139%

Aan de kengetallen zijn door de toezichthouder geen normen verbonden, maar ze hebben wel een signaleringswaarde. Deze signaleringswaarden zijn als volgt: Signaleringswaarden

Minste risico

Neutraal

Meeste risico

a1. netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90 - 130%

> 130%

b. solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

c. grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

d. structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

e. belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

De kengetallen geven inzicht in de (ontwikkeling van de) financiële positie van de gemeente. Ze maken onder meer inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Daarnaast geven ze inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de gemeente. Hieronder wordt per kengetal uitgelegd welke verhouding wordt uitgedrukt en hoe het desbetreffende kengetal zich ontwikkelt. In totaliteit geven deze indicatoren het beeld dat de financiële situatie zorgelijk is. a. netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de financiële positie drukken. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Wanneer de netto schuld groter is dan 130% van de inkomsten, is sprake van een erg hoge schuld. Voor de gemeente Oudewater overschrijden deze kengetallen de norm fors. De schuldquote zal de komende jaren verder toenemen en in 2024 uitkomen op 187%. Dit is vooral een gevolg van het geprognosticeerde hoge jaarlijkse investeringsniveau en het feit dat deze investeringen (nagenoeg) volledig met externe leningen gefinancierd zullen moeten worden. b.

solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Een solvabiliteitsratio lager dan 20% (signaalwaarde) heeft een gemeente haar bezit zwaar belast met een schuld. De solvabiliteitsratio ligt met 7% in 2022 al ver onder de norm. Ook de komende jaren ontwikkelt de solvabiliteitsratio zich verder negatief onder deze (bodem)signaalwaarde. Dit wordt met name veroorzaakt doordat het balanstotaal van de gemeente toeneemt (als gevolg van het relatief hoge investeringsniveau dat (nagenoeg) volledig met externe leningen gefinancierd zal moeten worden) in combinatie met een geprognosticeerd afnemend eigen vermogen. 70

c. grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde van de in exploitatie genomen bouwgronden) is ten opzichte van de totale jaarlijkse baten. Het geeft aan of een gemeente veel geld heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit geld moet namelijk nog worden terugverdiend vanuit grondverkopen. Een grondexploitatie van 20% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. De boekwaarde van de in exploitatie genomen gronden van de gemeente blijven ruim binnen dit percentage. d. structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan in welke mate de structurele lasten van de gemeente worden gedekt door structurele baten. Een kengetal van 0% of hoger geeft aan dat er sprake is van een structureel sluitende begroting. Een negatief kengetal betekent dat het structurele deel van de baten in de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De gemeente prognosticeert de komende jaren dit kengetal onder de 0% omdat er geen sprake is van een structureel sluitende begroting. e. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente in principe nog meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een politieke beleidskeuze.

Een kengetal boven de 100% kan een indicatie geven van de mate waarin de gemeente voor het structureel kunnen dekken van de begroting afhankelijk is van de eigen belastingbaten. Dit is echter niet alleen bepalend. Met name de eventueel nog beschikbare ruimte in de onbenutte OZB-belastingcapaciteit geeft aan of er nog ruimte is voor verhoging van de OZB-baten.

71

PARAGRAAF 3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Wat is het doel van deze paragraaf? De gemeente Oudewater heeft de openbare ruimte in beheer. In die ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Voor die activiteiten bestaat de openbare ruimte uit een aantal kapitaalgoederen op gebied van infrastructuur (wegen, water, riolering, kunstwerken), voorzieningen (groen, verlichting, sportfaciliteiten) en gebouwen. Al deze kapitaalgoederen dienen onderhouden te worden. Gezien de duurzaamheid van de kapitaalgoederen is dat een taak die continu budgettaire middelen vergt. Doel van deze paragraaf is om daar inzicht in te geven en het kader te schetsen voor zes hoofdonderwerpen: integraal beleid openbare ruimte (o.a. wegen, groen, kunstwerken en meubilair), riolering, baggeren, sportvelden, begraafplaatsen en gebouwen.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Beheerplannen Voor de meerjarige onderhoudsramingen van enige omvang wordt in Oudewater gewerkt met beleids- en beheerplannen waarin, gekoppeld aan de keuze voor een bepaald onderhoudsniveau, een meerjarenraming wordt gemaakt van de kosten. Daarin worden die kosten van onderhoud gesplitst naar: •

klein onderhoud (dekking kosten via exploitatie);

•

groot onderhoud (dekking kosten via exploitatie en via voorziening);

•

vervangingen / renovatie (dekking kosten via kapitaalkrediet).

Deze beheerplannen omvatten in principe een periode van 5 tot 10 jaar. Stand van zaken uitvoering advies accountant voor betere onderbouwing reserves. Naar aanleiding van een eerder advies van de accountant is hard aan de slag gegaan met het up to date krijgen van de beheerplannen voor de openbare ruimte. Ze bleken eerder onvoldoende werkbaar en een update was daarom gewenst. Daarom zijn de voorzieningen tijdelijk omgezet in reserves. In 2022 wordt ingezet op het compleet maken van de benodigde beheerplannen. Daarnaast wordt ingezet op het omzetten van de voorziening/reserves richting de gewenste systematiek van onderhoudsbudgetten en vervangingsinvesteringen conform het BBV. Voorzieningen (tijdelijke reserves) Voor het groot onderhoud bestaat de keuze tussen dekking van de kosten via de exploitatie dan wel via een te vormen voorziening. In principe geldt dat het werken met voorzieningen de uitzondering moet blijven, immers in principe behoren onderhoudsuitgaven binnen de exploitatie te worden opgevangen. Alleen als het verloop van de uitgaven over de jaren zo schommelt dat dit de financiële positie van de gemeente verstoort, kan gewerkt worden met een voorziening. Over het algemeen zal dat alleen het geval zijn als sprake is van een beperkt aantal grotere objecten, waardoor het uitgavenniveau per jaar sterk kan variëren.

Als sprake is van een groot aantal (deel)objecten kan het onderhoudsbudget normaliter daarover jaarlijks in redelijk gelijke delen worden verdeeld. Beleid en belangrijkste projecten per hoofdonderwerp In 2022 wordt gewerkt met de volgende beleids-/ en beheerplannen: • • • • • • • • •

72

Handboek Inrichting Openbare Ruimte Oudewater (HIOR); AVOI en het Handboek kabels & leidingen; Gemeentelijk WaterbeleidsPlan (GWP) 2020-2024; Baggerplan; Wegenbeheersplan 2017-2026; Meerjaren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen (MOP) 2012-2022; Civieltechnische Kunstwerken 2014-2023; Nota Openbare Speelruimte 2013; Masterplan Binnenstad Oudewater.

Kwaliteitsniveaus De kwaliteitsniveaus zijn in financiële zin vertaald in de begroting (programma 2). De hierna volgende tabel geeft weer: - Wat de benodigde budgetten zijn voor onderhoud (denk hierbij aan de benodigde posten voor dagelijks en planmatig onderhoud); - Welke budgetten er nodig zijn om de kapitaallasten van eerdere investeringen te betalen; - En welke investeringen er benodigd zijn voor vervanging en/of integrale reconstructie van de openbare ruimte. Op grond van het in deze bijlage opgenomen overzicht autoriseert uw raad de kredieten. Begroting 2022 A) IBOR

Onderhoud

Kapitaallasten

Vervanging/ reconstructie

Totaal 2022

1-Verhardingen

809.000

191.000

50.000

1.050.000

1-Gladheidbestrijding

70.000

11000

0

81.000

2-Groenvoorziening

288.000

19.000

200.000

507.000

2-Onkruidbestrijding

50.000

0

0

50.000

2-Speelvoorzieningen

10.000

14.000

13.000

37.000

3-Straatmeubilair

16.000

0

0

16.000

3-Electrakasten 3-Verlichting

0

5.000

0

5.000

438.000

0

0

438.000

0

159.000

1.700.000

1.859.000

4-Beschoeiingen/kademuren 5-Civiele kunstwerken €

Subtotaal

173.000

110.000

350.000

633.000

1.854.000

509.000

2.313.000

4.676.000

B)

Riolering

1.261.000

99.000

3.535.000

4.895.000

C)

Baggeren

151.000

0

0

151.000

D)

Sportvelden €

Totaal

90.000

40.000

0

130.000

3.356.000

648.000

5.848.000

9.852.000

Overzicht hoeveelheden IBOR en verbeelding van kwaliteitsniveaus Areaal

Hoeveelheid

Areaal

Wegen (l)

Hoeveelheid

73 km

Hagen

2.700 m2

1.177 st

Gras

475.600 m2

Civiele kunstwerken

45 st

Water

352.400 m2

Lichtpunten (eigendom)

186 st

Beplanting

76.000 m2

Dragers/palen

698 st

Wegen (opp)

577.700 m2

Verkeersborden

Binnenstad

Woongebieden

Bedrijventerreinen

Buitengebied

>= 80%

>= 80%

>= 80%

>= 80%

1. Verharding

B

C

C

C

2. Groen en speelvoorzieningen

B

C

C

C

3. Openbare Verlichting

B

C

C

C

3b. Meubilair

B

C

C

C

4. Beschoeiing en kademuren

B

C

C

C

5. Civiele kunstwerken

B

C

C

C

Riolering

B

B

B

B

Baggeren

B

B

B

B

Percentage areaal dat moet voldoen aan niveau

A Mooi en comfortabel B Functioneel C Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder; alleen mogelijk als voldaan wordt aan wettelijke eisen, veiligheid en functionaliteit D Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, mogelijke juridische aansprakelijkstelling of sociale onveiligheid

73

De belangrijkste aandachtspunten Ad a: IBOR 1. Verharding (wegen), straatreiniging (inspectie om het jaar) en gladheidsbestrijding Voor het wegenonderhoud wordt het benodigde onderhoud bepaald op basis van de laatste inspectiegegevens en het wegenbeheersplan (2017-2026). Hierin zijn de doelstellingen vanuit het IBOR vertaald in concrete maatregelen. Gedurende de looptijd van het beheerplan wordt waar mogelijk de aanwezige achterstand op het onderhoud van de verhardingen weggewerkt en wordt proactief ingezet op het voorkomen van achterstallig onderhoud in de toekomst. Het wegenareaal wordt op kwaliteitsniveau C onderhouden. Het wegonderhoud wordt zo goed mogelijk afgestemd op het onderhoud van de rest van de openbare ruimte (groen, civiele kunstwerken, beschoeiingen en riolering). 2. Groen en speelvoorzieningen (jaarlijks) Ook voor het onderhoud van het groen en de speelvoorzieningen gelden de beleidskaders vanuit het IBOR. Groen: Daarnaast zijn het concept Groenblauwe Omgevingsplan en de planning groenrenovaties de basis waarop het onderhoud wordt uitgevoerd. Het groen wordt onderhouden op kwaliteitsniveau B/C. De praktijk heeft laten zien dat we dit onderhoudsniveau niet voldoende halen. In 2022 zal aan uw raad een voorstel worden voorgelegd hoe dit kan worden ingevuld.

Speelplaatsen: Het regulier onderhoud van de speelplaatsen vindt plaats conform de doelstellingen vanuit IBOR en op basis van de Nota Openbare Speelruimte uit 2013. Onkruidbestrijding: Reeds meerdere jaren is het gebruik van chemische middelen op verharding niet meer toegestaan. Binnen de gemeente Oudewater is gekozen voor het borstelen en af en toe branden van de verharding. Deze methode is minder effectief gebleken dan gewenst, waardoor het beoogde onderhoudsniveau niet overal binnen de gemeente wordt gehaald. Net als bij het groen zal in 2022 aan uw raad een voorstel worden voorgelegd hoe dit kan worden ingevuld. 3. Overig meubilair en verlichting (vijfjaarlijks) Het overige meubilair wordt onderhouden conform de doelstellingen vanuit IBOR, geldende richtlijnen en het vervangingsplan Meubilair. Bij vervanging wordt wanneer mogelijk gekozen voor een circulaire invulling. 4. Beschoeiingen/kademuren (vijfjaarlijks) Onderhoud en vervanging worden ingepland op basis van inspectie en de kwaliteitsdoelstellingen vanuit IBOR. 5. Civiele kunstwerken (vijfjaarlijks) Civiele kunstwerken (bruggen, tunnels, steigers e.d.) worden beheerd op kwaliteitsniveau B en deels op C. De kwaliteit wordt gebaseerd op basis van inspecties en het beheerplan kunstwerken.

Ad B: Riolering Het beheer, onderhoud en vervangingen van de riolering vindt in 2022 plaats op basis van het in 2019 door de gemeenteraad vastgestelde Gemeentelijk WaterbeleidsPlan (GWP) 2020-2024. Dit is een strategisch beleidsplan waarin de invulling van het gemeentelijk waterbeheer staat beschreven. Het belangrijkste en kostbaarste middel voor het gemeentelijk waterbeheer zijn de riolering en bijbehorende voorzieningen. In het GWP zijn de aanwezige voorzieningen, beheer (onderhoud) en vervanging van de voorzieningen, de verbetermaatregelen en een overzicht van de financiële gevolgen opgenomen. Prioriteit heeft hierbij het wegwerken van de aanwezige wateroverlast. Ad C: Baggeren Het baggeronderhoud in 2022 vindt plaats op basis van het vastgestelde baggerplan en gemaakte afspraken met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Gemeentelijk Vastgoed Uitgangspunt voor het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed is het meerjarenonderhoudsplan, gebaseerd op de NEN 2767. Het beleidsniveau voor de uitvoering is conditiescore 3 (wat overeenkomt met cijfer van ongeveer 6,5 op een schaal van 10). De actuele gemiddelde jaarlijks benodigde middelen voor uitvoering van het onderhoud bedragen plusminus € 280K.

Bij de berekening van de benodigde jaarlijkse middelen is uitgegaan van het afstoten van een diverse vastgoedobjecten, om in meerjarenperspectief een sluitende onderhoudsbegroting te realiseren. De jaarlijkse begrotingslast voor uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan blijft gelijk bij het afstoten van vastgoed en bedraagt plusminus € 162K.

74

Het beleid is erop gericht om gemeentelijke gebouwen die vanwege hun functie niet noodzakelijk eigendom dienen te zijn van de gemeente, indien mogelijk te verkopen. Voorbeelden hiervan zijn de verkoop van het pand Kapellestraat 2 in 2008, de berging bij het sportpark Markveld in 2011 en het Verenigingsgebouw aan de Kapellestraat in 2013. In 2022 wordt het kinderactiviteitencentrum Tjonkie overgedragen aan Stichting Tjonkie. Daarnaast is steeds geprobeerd het meerjarenonderhoudsplan (MOP) goedkoper uit te voeren, door het voeren van scherpe onderhandelingen met uitvoerders en door, waar dit verantwoord blijkt, werkzaamheden nog enigszins uit te stellen. Daarnaast zijn sommige gebouwen in de praktijk slechts in zeer geringe mate onderhouden, omdat als gevolg van latere besluitvorming de verwachting ontstond dat deze gesloopt of verkocht zouden worden. Met ingang van 2021 is het meerjarenonderhoudsplan voor het gemeentelijk vastgoed volledig geactualiseerd en omgezet naar een duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMOP). Door middel van het inzetten van het DMOP wordt inzichtelijk gemaakt welke duurzame keuzes gemaakt kunnen worden bij regulier vervangingsonderhoud op natuurlijke vervangingsmomenten.

Voorbeelden van duurzame keuzes bij regulier vervangingsonderhoud zijn gebruik van duurzaam materiaal, duurzame vervanging van componenten of onderdelen van installaties en het aanbrengen van isolatie bij de vervanging van dakbedekking. Extra investeringen die nodig zijn om gebouwen energieneutraal te maken of om het energielabel met stappen te verbeteren, zijn niet in het DMOP opgenomen. Dergelijke maatregelen vragen om aparte besluitvorming van de gemeenteraad.

75

PARAGRAAF 4 FINANCIERING Wat is het doel van deze paragraaf? De financieringsparagraaf heeft als doel de raad te informeren over het beleid op het vlak van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico’s.

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vormt het wettelijk kader. Het doel van deze wet is het bevorderen van de kredietwaardigheid en van de transparantie van het financieringsbeleid. In de Wet Fido zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde inrichting en uitvoering van de financieringsfunctie van de decentrale overheden. Voorbeelden hiervan zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De gemeente beschikt verder op grond van de Wet Fido over een Treasurystatuut dat op 16 december 2014 door de raad is vastgesteld. Dit statuut is ingegaan per 1 januari 2015 vanwege de samenwerking met Woerden. Voor beide gemeenten geldt dit zelfde statuut. Eind 2013 is de Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën) in werking getreden. Hierin is opgenomen dat het Rijk en de medeoverheden een gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de begrotingseisen te respecteren. De gelijkwaardige inspanning wordt uitgedrukt in een macronorm voor het EMU-saldo van de medeoverheden gezamenlijk. Gemeenten, provincies, waterschappen en openbare lichamen ingesteld op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht tot deelname aan schatkistbankieren, wat inhoudt dat zij hun liquide middelen moeten aanhouden bij de schatkist van het Rijk. Verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden is ingesteld om de overheidsschuld terug te dringen.

Het rekening-courantsaldo bij de Bank Nederlandse Gemeenten wordt afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van het Rijk. Het beleid is er op gericht de rentelasten zoveel mogelijk te beperken door op het juiste moment te consolideren op basis van de voorliggende treasuryprognose en de actuele renteontwikkeling. Ontwikkelingen Financieringspositie Het geïnvesteerd vermogen, dat zijn de boekwaarden van alle geactiveerde investeringen, bedraagt per 1 januari 2022 € 32,7 miljoen. Het schuldrestant van de aangetrokken langlopende geldleningen bedraagt per 1 januari 2022 € 12,9 miljoen en de stand van de eigen reserves en voorzieningen € 8,9 miljoen. Risicobeheer Onder risico’s wordt begrepen: rente-, krediet-, liquiditeits- en valutarisico’s. Deze spelen in Oudewater als volgt een rol:

76

•

De te beheersen renterisico’s op grond van de Wet Fido uiten zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide instrumenten beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan de korte en lange schuld. Deze worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.

•

Valutarisico’s spelen geen rol. Transacties in vreemde valuta doen zich niet voor en de gemeente neemt alleen deel in het aandelenvermogen van twee (semi)overheidsgerichte instellingen, namelijk Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens. Dit aandelenbezit is echter niet gebaseerd op winstoogmerk c.q. speculatieve doeleinden. Het risico van deze aandelen vinden wij verwaarloosbaar. De aandelen worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs.

•

De kredietrisico’s zijn zeer gering. De risico’s die voortvloeien uit een mogelijke waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het (niet) tijdig kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij (kredietrisico) worden in het Treasurystatuut geregeld conform de eisen die de Wet Fido stelt.

1.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarvoor kortlopende middelen mogen worden aangetrokken op de geldmarkt. Dit maximum bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) met een minimum van € 300.000. Voor 2022 met een begrotingstotaal van 25,2 miljoen is de kasgeldlimiet afgerond 2,1 miljoen. In onderstaande tabel is informatie opgenomen over de verwachte kasgeldlimiet. Bij het structureel overschrijden van de kasgeldlimiet dienen maatregelen genomen te worden zoals het aantrekken van langlopende geldleningen en/of het beperken van het aangaan van de korte schuld.

Grondslag Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves)

begroting 2022

begroting 2023

25.213

begroting 2024

24.338

begroting 2025

24.563

24.887

Toegestane kasgeldlimiet - in procenten

8,5

8,5

8,5

8,5

- in bedrag

2.143

2.069

2.088

2.115

(bedragen x € 1.000)

2.

Renterisiconorm

Het renterisico op de vaste schuld is de mate waarin het saldo van de rentelasten veranderd door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van een jaar of langer. Om dit risico te beperken, schrijft de wet voor dat herfinanciering jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één jaar te voorkomen. Indien wordt afgeweken van de renterisiconorm kan ontheffing worden verleend. Als bij afwijkingen de toezichthouder wordt geïnformeerd en ontheffing wordt verkregen, handelt de gemeente rechtmatig. Afwijking van de renterisiconorm is niet aan de orde voor de gemeente Oudewater.

Grondslag

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

25.213

24.338

24.563

24.887

- In procenten

20%

20%

20%

20%

- In bedrag, maximum

5.043

4.868

4.913

4.977

- In bedrag, minimum (wettelijk bepaald)

2.500

2.500

2.500

2.500

Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves)

Begroting

Toegestane renterisiconorm

Renterisico - Renteherziening

0

0

0

0

1.480

1.480

480

480

- Toegestane renterisiconorm

5.043

4.868

4.913

4.977

- Begroot renterisico

1.480

1.480

480

480

Onderschrijding renterisiconorm

€ 3.563

€ 3.388

€ 4.433

€ 4.497

Overschrijding renterisiconorm

€0

€0

€0

€0

- Aflossing Renterisiconorm Toets renterisiconorm

(bedragen x € 1.000)

77

3. Renteresultaat op treasury Met ingang van 2017 zijn de nieuwe BBV-voorschriften van toepassing. Hierin staat de aanbeveling dat in de financieringsparagraaf het renteresultaat op de treasury moet worden opgenomen. Met onderstaand overzicht wordt gehoor gegeven aan deze aanbeveling.

begroting 2022 a1. externe rentelasten lange financiering

146.940

a2. externe rentelasten korte financiering

43.718

b. rentebaten

-3.000

totaal a+b

187.658

c1. rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-26.107

c2. rente projectfinanciering door te berekenen taakvelden

0

totaal c

-26.107

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/432/documents/13294