Raadsvoorstel 'Jaarrekening 2020' - Bijlage 2 (Jaarstukken 2020).pdf
Tekst van het document
93
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Daarnaast geeft Ferm Werk uitvoering aan de Wet Sociale Werkvoorziening en het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen. Tot de taken van Ferm Werk behoort het op basis van genoemde regelgeving verstrekken van uitkeringen en overige inkomensondersteuning en het uitvoeren van in de regelgeving aangegeven activiteiten ter bevordering van participatie en re-integratie in het arbeidsproces. Bestuurlijk belang / betrokkenen
De gemeentebesturen van Oudewater, Woerden, Montfoort en BodegravenReeuwijk. De deelnemende gemeenten hebben in het bestuur stemrecht naar rato van het aantal inwoners. Dit komt erop neer dat de gemeente Oudewater ongeveer 10% van de stemmen in het Algemeen Bestuur heeft. Besluiten worden genomen met 2/3 meerderheid van stemmen.
Bestuurder vanuit onze gemeente
Lid : wethouder drs. J.I.M. Duindam (DB) en raadslid K. de Bruijn (AB) Plaatsvervangend lid : wethouder drs. W.J.P. Kok en raadslid E. van Wijk
Financieel
Bijdrage
Begroting 2020: € 785.000 Rekening 2020: € 902.000 Begroting 2021: € 823.000
Eigen vermogen
01/01/2019: € 264.603 31/12/2019: € 264.603
Vreemd vermogen
01/01/2019: € 8.523.699 31/12/2019: € 8.173.092
Financiële ontwikkeling
Het is van belang onderscheid te maken tussen grote geldstroom en kleine geldstroom. De zogenoemde grote geldstroom betreft uitgaven aan uitkeringen etc. die voor een groot gedeelte worden gedekt door rijksbijdragen (het BUIG-budget). Vanuit dat budget worden ook de loonkostensubsidie voor arbeidsbeperkten en de loonkosten voor ‘nieuw beschut werk’ betaald. De kleine geldstroom betreft organisatie- en formatiekosten van Ferm Werk. Deze kosten worden vooral gedekt door inkomsten uit de markt en gemeentelijke bijdragen. Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2020 is er sprake van een afwijking van € 117.000. Deze afwijking wordt veroorzaakt door tal van ontwikkelingen t.g.v. de coronacrisis, zoals de ontwikkeling van het uitkeringsbestand, de netto toegevoegde waarde, de definitieve vaststelling van de rijksbijdragen BUIG en SW en de uitvoering van de Tozo. Op basis van de Q3-rapportage is een begrotingswijziging opgesteld om te voorkomen dat er sprake is van een begrotingsonrechtmatigheid. De
94
gewijzigde begroting 2020 is op 17 december 2020 door de gemeenteraad van Oudewater vastgesteld. Voor 2021 zijn er diverse ontwikkelingen gaande waarvoor een begrotingswijziging wordt voorzien. De begrotingswijziging 2021 volgt in december 2021. Inhoudelijke ontwikkeling
Ferm Werk bestaat sinds 1 januari 2014. Op die datum zijn de sociale diensten van vier gemeenten samengegaan met het WSW-bedrijf. Sinds de oprichting heeft Ferm Werk zich steeds meer ontwikkeld als partner binnen het sociaal domein. Naast de oorspronkelijke taken als het versterken van uitkeringen en het uitvoeren van de WSW, is Ferm Werk steeds intensiever betrokken bij activiteiten op het snijvlak van thema´s binnen het sociaal domein zoals arbeidsmatige dagbesteding. Een steeds groter deel van de inwoners met een bijstandsuitkering heeft een moeilijk te overbruggen afstand tot betaald werk. Zij zijn moeilijk rechtstreeks te bemiddelen naar een betaalde baan. Deze ontwikkeling heeft inmiddels geleid tot het besef dat het inzetten van andere instrumenten en het ontwikkelen van daarbij passende expertise bij Ferm Werk noodzakelijk is. Daarnaast wordt steeds intensiever samengewerkt tussen Ferm Werk en de rest van het sociaal domein, waardoor de schotten tussen WMOvoorzieningen en jeugd en voorzieningen Participatiewet minder hard worden. Ook speelt Ferm Werk een belangrijke rol in de opvang van vergunninghouders en hun integratie in de samenleving. Daarbij zijn toeleiding naar aanvullend onderwijs en toeleiding naar werk belangrijke elementen. Tegelijkertijd wordt, ook in het kader van het regionale werkbedrijf, de werkgeversdienstverlening verstrekt.
Ferm Werk wordt ook door het bedrijfsleven meer en meer gezien als een partner bij het vervullen van vacatures en het beperken van de werkloosheid in de regio. Ferm Werk bestaat sinds 1 januari 2014. Op die datum zijn de sociale diensten van vier gemeenten samengegaan met het WSW-bedrijf. Sinds de oprichting heeft Ferm Werk zich steeds meer ontwikkeld als partner binnen het sociaal domein. Naast de oorspronkelijke taken als het versterken van uitkeringen en het uitvoeren van de WSW, is Ferm Werk steeds intensiever betrokken bij activiteiten op het snijvlak van thema´s binnen het sociaal domein zoals arbeidsmatige dagbesteding. Een steeds groter deel van de inwoners met een bijstandsuitkering heeft een moeilijk te overbruggen afstand tot betaald werk. Zij zijn moeilijk rechtstreeks te bemiddelen naar een betaalde baan. Deze ontwikkeling heeft inmiddels geleid tot het besef dat het inzetten van andere instrumenten en het ontwikkelen van daarbij passende expertise bij Ferm Werk noodzakelijk is. Daarnaast wordt steeds intensiever samengewerkt tussen Ferm Werk en de rest van het sociaal domein, waardoor de schotten tussen Wmovoorzieningen en jeugd en voorzieningen Participatiewet minder hard worden. Ook speelt Ferm Werk een belangrijke rol in de opvang van vergunninghouders en hun integratie in de samenleving.
Daarbij zijn toeleiding naar aanvullend onderwijs en toeleiding naar werk belangrijke elementen. Tegelijkertijd wordt, ook in het kader van het regionale werkbedrijf, de werkgeversdienstverlening verstrekt. Ferm Werk wordt ook
95
door het bedrijfsleven meer en meer gezien als een partner bij het vervullen van vacatures en het beperken van de werkloosheid in de regio. Als gevolg van de coronamaatregelen heeft het dagelijks bestuur van Ferm Werk besloten om de fysieke dienstverlening en de begeleiding van de SWmedewerkers gedurende een korte periode te onderbreken. Dit heeft geleid tot een daling van de netto toegevoegde waarde. In 2021 zal Ferm Werk zich richten op het ontwikkelen van een cafetariamodel aan dienstverlening. Dat betekent dat de minimale dienstverlening in beeld wordt gebracht en dat de mogelijkheden voor aanvullende dienstverlening wordt aangeboden. Voor Oudewater is het van belang dat Ferm Werk zich verder ontwikkelt tot een partner binnen het brede sociale domein en dat de relatie met en de dienstverlening aan het bedrijfsleven verder wordt verstrekt. Het gaat daarbij met name over de invulling van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor participatie van cliënten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maar ook om het samen optrekken ten behoeve van een meer integrale dienstverlening aan cliënten van Ferm Werk die tevens klant zijn van andere partijen in het sociaal domein, zoals bijvoorbeeld schuldhulpverlening, jeugdzorg of justitie. Risico's
De regelingen die FermWerk uitvoert zijn openeinderegelingen. De begroting gaat uit van verwachtingen van het aantal mensen dat bijstand of inkomensondersteuning aanvraagt. En van een bepaald aantal cliënten dat gebruik gaat maken van een garantiebaan of nieuw beschut werk. Ook ten aanzien van de hoogte van de BUIG-uitkering is een inschatting gemaakt. In de werkelijkheid kan dit alles mee of tegen vallen. Het risico daarvoor berust volledig bij de deelnemende gemeenten.
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU) Doel
Het in stand houden van een dienst van gemeenten ter uitvoering van de taken bij of krachtens de Wet publieke gezondheid (Wpg) opgedragen aan de colleges op het gebied van de publieke gezondheid.
Bestuurlijk belang / betrokkenen
Gemeenten zijn wettelijk verplicht een gezondheidsdienst in stand te houden. Alle 26 gemeenten van de provincie Utrecht houden de dienst in stand door een gemeenschappelijke regeling. Met ingang van 2014 is er één regeling voor zowel de stad Utrecht als de overige gemeenten. Vanaf 2014 is de naam ‘GGD regio Utrecht’ (GGDrU). De GGDrU voert ook de jeugdgezondheidszorg uit voor alle gemeenten van de provincie met uitzondering van de stad Utrecht die een eigen dienst voor JGZ heeft.
Bestuurder vanuit onze gemeente
Lid : wethouder drs. W.J.P. Kok Plaatsvervangend lid : wethouder drs. J.I.M. Duindam
Financieel
Bijdrage
Begroting 2020: € 375.778 Basistaken € 66.454 Intensivering basistaken € 1.744
96
Basistaken-plus € 251.178 Maatwerk € 56.403 Rekening 2020: € 319.890 t.l.v. Openbare gezondheidszorg € 51.360 t..v. JGZ maatwerk € 11.321t.l.v. inspecties kinderopvang € 4.374 t.l.v. Forensisch onderzoek Totaal 386.945 Meer dan begroot uitgegeven voor het Meldpunt Bezorgd (een dienstverlening die op verzoek van gemeente is uitgebreid en die ten last komt/moet komen van ander budget). Minder van begroot uitgegeven voor inspecties kinderopvang (als gevolg van sluiting tijdens 1e en 2e lockdown). Begroting 2021: € 402.301 Eigen vermogen
Vreemd vermogen Financiële ontwikkeling
Ultimo 2019: € 4.232.707 Ultimo 2020: € 5.142.740
Ultimo 2020: € 35.524.740
De financiering van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) is ontschot (vanaf 2018 wordt de JGZ gefinancierd voor de leeftijd van 0-19 jaar, de knip bij 4 jaar is verdwenen) en collectief gefinancierd (de bijdrage voor JGZ is voor alle gemeenten gelijk getrokken. De bijdrage voor JGZ wordt bepaald op basis van kindaantallen, niet meer op basis van aantal inwoners). De JGZ 0-4 jaar is verschoven van maatwerk naar basistaken-plus. Omdat de organisatie van de GGDrU niet robuust genoeg was is in 2018 een verbeterplan gemaakt, het Ombuigingsplan (2018-2021), met ombuigingen en dekking van de benodigde middelen. Uit extern onderzoek was gebleken dat ombuigingen voldoende financiën kunnen opleveren voor de intensivering van de ondersteunende organisatie van de GGD. Niet zeker was of alle ombuigingen (tijdig) gerealiseerd konden worden. De termijn van het Ombuigingsplan is inmiddels verlengd tot 2025 (zie verder bij risico’s). Verhoging van de inwonersbijdrage is voor 2021 niet voorzien.
Inhoudelijke ontwikkeling
In de begroting van 2019 zijn 5 maatschappelijke effecten benoemd en vertaald naar resultaten. Dit zijn: 1 Inwoners wonen, leven, gaan naar school en werken in een veilige omgeving waar aandacht is voor gezondheid en elkaar. 2 Een gezonde en veilige start voor elk kind. 3 Iedereen kan zich ontwikkelen en ontplooien. 4 Iedereen kan meedoen. 5 Bedreigingen van de publieke gezondheid worden bestreden. Deze maatschappelijke effecten zijn de leidraad voor de ambities voor 2019. Naast inhoudelijke ambities is er ruim aandacht voor het verbeteren van de dienstverlening en het verder op orde brengen van de organisatie.
97
Per ambitie (veiliger leefomgeving, minder kwetsbare inwoners, gezondere en weerbaarder kinderen en scholen, een goede start voor ieder kind en het voorkomen van gezondheidsproblemen en –risico’s) zijn de beoogde resultaten, de acties en de kosten vastgelegd. Echter in 2020 is een ingrijpende niet voorziene ontwikkeling geweest. Als gevolg van de coronapandemie heeft de GGDrU vanaf februari 2020 een deel van de reguliere processen en werkzaamheden afgeschaald of stopgezet omdat personeel vrijgemaakt moest worden voor de bestrijding van het coronavirus. Kritische processen zijn doorgegaan. In de tweede helft van 2020 zijn veel taken weer opgepakt. Voor het uitvoeren van de coronataken (testen, bron- en contactonderzoek, vaccineren) is het coronabedrijf van de GGDrU opgericht. Risico's
De deelnemende gemeenten aan de Gemeenschappelijke Regeling GGDrU staan garant voor de betaling van rente en aflossing van de door de GGD aangegane geldlening en rekening-courant overeenkomsten. De garantstelling geschiedt naar verhouding van de inwonertallen op 1 januari van het jaar waarin de garantieverplichting tot stand is gekomen. Twee keer per jaar vindt de integrale risico-inventarisatie plaats binnen de GGDrU. Deze maakt deel uit van de reguliere P&C-cyclus. De actualisatie wordt weergegeven in een risicokaart. Op de risicokaart is af te lezen dat er een paar risico’s zijn met midden tot hoge kans en impact: - het maatwerk (onzeker is of gemeenten daar al dan niet mee door gaan) - reizigersvaccinatie (de vraag fluctueert, onduidelijk welke impact corona op langere termijn heeft) - GGiD (= digitaal kinddossier): de implementatie is vertraagd, - ombuigingen (die langer duren dan voorzien, mede als gevolg van vertraging GGiD) en aan het voldoen aan AVG (veranderende wetgeving, in de coronacrisis is versteviging van capaciteit en inrichting nodig gebleken) In de jaarrekening van 2020 zijn drie categorieën risico’s onderscheiden: interne bedrijfsvoering, de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling en externe ontwikkelingen. Per productgroep zijn daarin de risico’s beschreven, van actiepunten voorzien en van het bedrag dat nodig is als weerstandsvermogen.
Het benodigde weerstandsvermogen is € 1.000.000 (in 2019 € 709.000). De beschikbare weerstandscapaciteit (de algemene reserve) is per 31 dec 2020 € 2.598.516. De verhouding beschikbaar/nodig is 2,599. De verwachting is dat de algemene reserve zal teruglopen naar € 821.000 in 2025. Dat ligt rond het minimumniveau van de weerstandscapaciteit op basis van de huidige risicoinventarisatie. Bij tegenvallers die niet gedekt kunnen worden door incidentele meevallers of bij een beroep op reserves bestaat de kans dat de inwonerbijdrage wordt verhoogd. Dat is tot en met 2020 nog niet nodig geweest. Of er een verhoging van de bijdrage komt is nog niet duidelijk. In de GGD begroting zit geen rek meer. Mogelijk is voor de AVG een verhoging van de inwonerbijdrage nodig. Financieel risico als gevolg van de coronabestrijding: De financiële positie van de organisatie als geheel heeft zich negatief ontwikkeld. De solvabiliteit van de GGDrU per eind 2020 is met 13,7% verslechterd ten opzichte van 2019 en 6,6% ten opzichte van de begroting.
98
De vermindering is in zijn geheel toe te schrijven aan de rol van de GGDrU binnen de bestrijding van het coronavirus. De GGD kan de kosten niet uit eigen middelen betalen en is afhankelijk van vergoedingen vanuit het ministerie van VWS en het RIVM. Aan gemeenten zijn geen kosten in rekening gebracht voor de bestrijding van het coronavirus. Voor inspectie kinderopvang is minder in rekening gebracht door tijdelijke sluiting van de opvang. Ook enkele andere taken zijn in mindere mate uitgevoerd. De verwachting is dat de GGDrU voor gederfde inkomsten wordt gecompenseerd door het Rijk en dat gemeenten door de GGD worden gecompenseerd voor maatwerktaken die niet zijn uitgevoerd.
Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Doel
De Omgevingsdienst Regio Utrecht ondersteunt en adviseert de gemeente Oudewater bij het uitvoeren van milieutaken en het ontwikkelen van beleid voor milieu en duurzaamheid. De ODRU levert een bijdrage aan het realiseren van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving en het versterken van de bestaande milieukwaliteit door inwoners, bedrijven en overheden te stimuleren tot milieuvriendelijk handelen en gedrag. Voor de uitvoering van de milieutaken is de programmabegroting van de gemeente leidend. Binnen dit financiële kader wordt jaarlijks een Uitvoeringsprogramma (UVP) opgesteld. Dit zijn de kaders waarbinnen de Omgevingsdienst haar taken uitvoert.
Bestuurlijk belang / betrokkenen
De gemeentebesturen van Bunnik, De Bilt, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, De Ronde Venen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist.
Bestuurder vanuit onze gemeente
Lid : wethouder B. Lont Plaatsvervangend lid : wethouder W. Kok
Financieel
Bijdrage Conform de gemeenschappelijke regeling dragen de 15 deelnemende gemeenten gezamenlijk het risico voor de Omgevingsdienst. Begroting 2020: € 411.052 Rekening 2020: € 376.678 Begroting 2021: € 421.167
Eigen vermogen
99
€ 821.029
Vreemd vermogen
Financiële ontwikkeling
Inhoudelijke ontwikkeling
Risico's
100
€ 7.749.010
De ODRU verwacht dat de uitvoering van de Omgevingswet extra werkzaamheden van de ODRU vraagt. Deels betreft het nieuwe taken waar financiering vanuit het Rijk tegenover staat. Deels betreft het een andere manier van werken. De komende jaren zal duidelijk worden welke inspanning van de ODRU nodig is om de werkzaamheden uit te voeren en welke kosten dat met zich meebrengt.
Een belangrijke ontwikkeling in het samenspel tussen ODRU en gemeente is de komst van de Omgevingswet.
Op een deel van het eigen vermogen van de ODRU rusten diverse bestemmingen zodat het weerstandsvermogen van de ODRU zich beperkt tot de algemene of egalisatiereserve. In het Algemeen Bestuur van 9 april 2020 is besloten om te gaan werken met een bandbreedte van 1,0 en 1,4 voor de risicofactor. Met deze bandbreedte valt de ODRU volgens de methodiek van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in de classificatie C, dat wil zeggen voldoende weerstandsvermogen. De beschikbare weerstandscapaciteit valt met een ratio weerstandsvermogen van 1,05 binnen deze bandbreedte. De benodigde weerstandscapaciteit wordt ieder jaar door het Algemeen Bestuur vastgesteld.