Raadsvoorstel 'Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) U16' - Bijlage 3 (Overzicht zienswijzen raden).pdf
Tekst van het document
Nr
1 Zienswijze
Status
Gemeente Bunnik
2 Zienswijze
Bunnik
Zienswijze op concept IRP Geachte heer Verschuure en heer Jansen,
Verwerking
Verantwoording
Wij hebben met interesse kennisgenomen van de conceptversie van het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de regio U16. Wij spreken waardering uit voor het samenbrengen van veel ambities in een afgewogen ruimtelijke visie op onze regio. Behoeft geen beantwoording Integrale afweging van de ruimtelijke koers Het IRP geeft een goede gelegenheid om een belangrijk punt te onderstrepen: de integraliteit van opgaves waarvoor wij in onze gemeente en regio staan. Wat ons betreft behoeft het IRP hierop nog aanvullingen. Woningbouw, groen, recreatie, mobiliteit, energietransitie en economie moeten immers allemaal gebeuren in een beperkte ruimte. Dat vereist een zorgvuldige afweging, die wat ons betreft op hoofdlijnen eerst moet gebeuren in onze gemeente. In die afweging spelen voor ons ook brede welvaart en aspecten van leefbaarheid zoals luchtkwaliteit en biodiversiteit. Dat proces gaat de Bunnikse samenleving in tijdens het opstellen van de Omgevingsvisie, die momenteel in wording is. Dit IRP, met visualisatie en denkrichtingen, kan dienen als een “praatplaat” of een ‘discussiestuk’ in dit proces en is daarmee niet een leidend principe. Wij staan als gemeente welwillend tegenover een handreiking naar de regio wat betreft de behoefte aan woningbouw, zie de plannen voor Odijk West en het Stationsgebied.
Bovendien heeft onze Raad op 9 juli 2020 via een motie het College opgeroepen de participatie van de bevolking fluks ter hand te nemen. Voordat deze participatie tot een goed einde is gebracht, is een zienswijze op aspecten die daar nog worden afgewogen nog voorbarig. Kennis genomen van zienswijze 3 Zienswijze
Bunnik
4 Zienswijze
Bunnik
5 Zienswijze
Bunnik
Groen en Landschap De gemeenteraad is tevreden met de uitwerking van groen en landschap in het IRP en het uitgangspunt dat de ontwikkeling van groen en landschap gelijk opgaat met de andere opgaven. Het financieringsaspect ontbreekt nu nog in het concept IRP, maar we zijn blij dat dit in het vervolg van het IRP verder wordt uitgewerkt. Natuurinclusief bouwen Voorts willen we u nog wijzen op de motie Natuurinclusief Bouwen in het REP, die is aangenomen in onze raad in juli 2020. Wij vinden het van essentieel belang dat nieuwe woonwijken natuurinclusief gebouwd worden; zo hebben wij dit ook opgenomen in het Integrale Programma van Eisen van Odijk West/ Kersenweide.
Behoeft geen verwerking
Behoeft geen beantwoording
Behoeft geen verwerking
Natuurinclusief bouwen is ook in het IRP uitgangspunt. U vindt dat o.a. terug in perspectief 1 en redeneerlijn 1
Wonen in relatie tot (auto)mobiliteit De gemeenteraad constateert dat de regio onze gemeente ziet als een plek voor toekomstige woningbouw, met name rondom knooppunt station Bunnik. Onze gemeenteraad is op de locatie ten zuiden van de A12 nog niet toegekomen aan de meningsvorming, de communicatie met de inwoners en de ruimtelijke afweging die met deze grote opgave samenhangt. Het gesprek in onze eigen samenleving is nog niet gevoerd en wij kunnen dan ook nog geen bevestiging geven of deze ruimtelijke koers de juiste is. Wij vragen de regio daarom om geduld ten aanzien van het commitment dat Bunnik geeft op het gebied van woningbouwontwikkeling, wat niet wil zeggen dat wij de behoefte van de regio niet onderkennen. Geen verwerking in IRP 6 Zienswijze
Bunnik
7 Zienswijze
Bunnik
8 Zienswijze
Bunnik
10 Zienswijze
De knelpunten in automobiliteit rond Odijk en Bunnik zijn deels van kwalitatieve aard (doorsnijding) en deels van verkeerskundige aard, waarbij het werkelijke knelpunt eerder zit op de A12. De loop van de N229 en de aansluiting van de Limesbaan is in het IRP benoemd als onderwerp van onderzoek in relatie tot de verstedelijking van de regiopoort Bunnik. Hiervoor zal inderdaad samenwerking gezocht moeten worden met Rijkswaterstaat, de Provincie en andere stakeholders. Dit zal in de vervolgfase van het IRP verder worden opgepakt.
Odijk West/ Kersenweide en omlegging N229 Omdat wij hebben gekozen voor een groei van ons inwoneraantal in Odijk west/ Kersenweide, is een oplossing vereist voor de mobiliteitsknelpunten op de A12 en de provinciale wegen in het Kromme Rijngebied waarbij de verlegging van de N229 naar De Limesbaan en de volledige aansluiting van De Limesbaan op de A12 essentieel is. Niet alleen voor Bunnik, maar ook voor de gemeenten Houten en Wijk bij Duurstede. Aangezien dit buiten onze invloedssfeer ligt, zijn concrete afspraken met de provincie en het Rijk c.q. Rijkswaterstaat noodzakelijk om deze mobiliteitsknelpunten op te lossen. Mobiliteit In het concept IRP wordt ingezet op een schaalsprong in OV en fiets. Daarbij is station Bunnik aangemerkt als een van de regioknooppunten om deze regio duurzaam bereikbaar te houden. Dit sluit goed aan op onze ambities en plannen voor de stationsomgeving Bunnik.
Versterken regionale ov-verbindingen Naast deze grootschalige ov-verbeteringen is het ook noodzakelijk om juist de (kleinere) ov-dwarsverbindingen voor woon-werkverkeer of familiebezoek tussen steden en dorpen rondom de stad Utrecht te verbeteren. De verbinding vanuit deze plaatsen via regionale OV-knooppunten kost voor deze inwoners juist veel meer tijd dan een rechtstreekse verbinding. Het alternatief lonkt: de auto. Wij roepen daarom op tot het realiseren van een groter wiel met spaken. De situatie rond de gelijkvloerse kruising van het spoor met de Schoudermantel in de kern Bunnik vraagt daarbij om aandacht. Ook is er behoefte aan duidelijkheid rond een mogelijke verdubbeling van dit traject. 9 Zienswijze
Het stationsgebied van Bunnik kent door haar ligging en OV-ontsluiting een grote potentie om een bijdrage te leveren aan de regionale opgave voor zowel wonen als werken. Het IRP is echter adaptief en kent een horizon tot 2040. Een zorgvuldig lokaal proces is van belang om tot een gedragen ontwikkeling te komen.
Behoeft geen beantwoording
In verschillende zienswijzen wordt meer aandacht gevraagd voor ‘dwarsverbanden’ in het OV systeem die rechtstreekse verbindingen creëren tussen kernen, zoals de vaak genoemde OV-verbinding tussen Houten, Nieuwegein en IJsselstein. Voor het verwerken van OV-verbindingen in het IRP sluiten wij aan op het Toekomstbeeld OV. In die argumentatie spelen het (beperkte) budget voor OV-exploitatie in combinatie met het afwegen van de vervoerswaarde van gewenste OV-lijnen een grote rol. Bovendien is het van belang dat gewenste verbeteringen aan relatief ‘dikke’ verbindingen als de OVVoor de ontwikkeling van het OV netwerk baseren we ons in de regio op het regionale verbinding tussen Houten, Nieuwegein en IJsselstein, hoewel op Toekomstbeeld OV. De OV-corridors die in dat document genoemd staan werken we samen met korte termijn niet levensvatbaar, voor de langere termijn wel de provincie uit tot OV-lijnen van hoge kwaliteit (vwb snelheid en frequentie) naar alle op het lijstje blijven staan als mogelijke netwerkverbeteringen. windrichtingen van de regio.
Hoge OV-kwaliteit is alleen mogelijk tussen plekken met hoge Tot slot geldt, zie het Regionaal Mobiliteitsprogramma, dat de concentraties van wonen en/of werken; we hebben er als overheden belang bij om de buslijnen zo regio inzet op verduurzaming van de mobiliteit door middel van vol mogelijk te laten rijden om belastinggeld effectief te spenderen. Voor vervoer naar kleine een zogenaamde mobiliteitstransitie; die transitie komt tot kernen en verbindingen tussen middelgrote kernen geldt dat ze zelfstandig geen hoge OV-kwaliteit stilstand als de pot geld voor OV-exploitatie op termijn niet kunnen genereren en daarom richt de visievorming in de regio zich op het aantakken van kernen groter wordt, want de gewenste extra OV-passagiers kosten op plekken (regiopoorten, multimodale hubs) met hoge OV-kwaliteit om een goede ketenreis hoe dan ook geld. mogelijk te maken.
Bunnik
Bunnik
Energie Bunnik wil klimaatneutraal worden in 2040. De energie-opgave is nog onvoldoende uitgewerkt/gedekt in het concept IRP. Het opwekken van duurzame energie moet dus nog ingepast worden in de schaarse ruimte, waar ook woningbouw, groen, mobiliteit en recreatie moeten worden ingepast. Dat kan niet zonder een integrale benadering, waarbij zoekgebieden moeten worden aangewezen voor energieopwek. Onze gemeente is nog bezig met dit proces waarbij tijdelijkheid, integraliteit en dubbelgebruik van energielandschappen een rol spelen. Wij wensen u veel succes met de verwerking van de zienswijzereacties van de raden en kijken uit naar het definitieve IRP.
RES 1.0 is geintegreerd in het IRP.
Voor het concept IRP was de RES 1.0 nog niet gereed. De RES 1.0 is nu geintegreerd in het IRP.
Met vriendelijke groet, Burgemeester van de gemeente Bunnik,Griffier, R. van BennekomH. Khairouni 11 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
De Bilt
Geachte heren Verschuure en Jansen, Op 27 mei jl. heeft de gemeenteraad van de gemeente De Bilt het concept Integraal Ruimtelijke Perspectief (IRP) van het REP behandeld en hebben we onze zienswijze bepaald. We herkennen ons voor het overgrote deel in dit IRP en we zijn content dat er met het IRP een gezamenlijk regionaal toekomstperspectief is ontwikkeld om nu en in de toekomst de groei op een gezonde en duurzame wijze op te vangen. Een perspectief waarin ook onze regionale inbreng zoals verwoord in ons Position Paper goed is meegenomen. Middels deze zienswijze vragen we aandacht voor alternatieven voor de tramverbinding USP-Zeist en voor de participatie. Op deze punten verwachten wij dat er stappen worden gemaakt, waardoor we besluitvorming van het definitieve IRP dit najaar met vertrouwen tegemoet kunnen zien.
Behoeft geen beantwoording
12 Zienswijze
De Bilt
Voor de OV-netwerkontwikkeling in dit deelgebied geldt dat provincie en belanghebbende gemeenten nog geen duidelijke richting hebben gekozen voor de toekomstige ontwikkeling van het gehele OV-netwerk en specifiek de mogelijkheden, modaliteit en routering van een HOV-corridor. Voor een dergelijke ingreep geldt dat een zorgvuldige afweging van factoren als inpasbaarheid, betaalbaarheid en reistijdwinst leiden tot een toekomstige afweging waarbij het belangrijkste doel is dat de extra investering in HOV ondersteunend moet zijn aan de groei van wonen en werk in het deelgebied. Samen met de provincie zullen wij in vervolgonderzoek voor Alternatieven voor tramverbinding USP-Zeist diverse mogelijke ingrepen in het ov-systeem de brede Zoals bekend maken wij ons zorgen over de ecologische en landschappelijke inpasbaarheid van het doortrekken van een tramverbinding vanaf het USP naar Zeist. Aantasting van het landgoed netwerkeffecten aan de oostkant van de stad Utrecht in beeld Oostbroek is voor onze gemeente niet acceptabel. Daarnaast verwachten wij een verslechtering van de OV bereikbaarheid van de zuidkant van De Bilt door het schrappen van buslijnen om de brengen, waarbij ook onderstaande specifieke opgaven in beeld tramverbinding mogelijk te maken. Het perspectief voor het kunnen realiseren van dit deel van de tramlijn is beperkt.
Dit wordt ook duidelijk uit de deelstudie HOV-USP dat in het kader van het worden gebracht: Bestuurlijk Overleg MIRT is uitgevoerd. Het nieuws na het uitkomen van dit concept IRP REP dat vanuit het Groeifonds (vooralsnog) geen bijdrage wordt geleverd heeft dit perspectief verder • Ov-as Bilthoven – USP versnellen, eventueel met Een HOV- of zelfs lightrailverbinding tussen USP en Zeist west/noord (en eventueel zelfs door naar verslechterd. Een belangrijk kritiekpunt uit de negatieve beoordeling van de Utrechtse propositie, in het kader van het landelijk Groeifonds, is dat deze tekort schiet op aantoonbaarheid van deels vrijliggende infrastructuur op de Soestdijkseweg. Amersfoort) is een stevige ingreep in het bestaande regionale OV-netwerk. Voor een dergelijke efficiëntie (meest geëigende oplossing, sobere en doelmatige vormgeving). We zijn van mening dat er serieus gekeken moet worden naar een soberder alternatief pakket aan maatregelen voor het Hierbij hoort ook het toekomstbestendig maken ingreep geldt dat een zorgvuldige afweging van factoren als reistijdwinst, ontwikkeling verbeteren van de bereikbaarheid van het USP en de de Noordoost kant van Utrecht. Een pakket dat meer uit gaat van de bestaande infrastructuur en de ecologische en landschappelijke busstation Bilthoven.
vervoersvraag en inpassing leiden tot een afweging van plussen en minnen waarbij vooral van inpasbaarheid. Opties daarvoor kunnen zijn een HOV-busbaan over de Universiteitsweg, Utrechtseweg en Amersfoortseweg als alternatief voor de trambaan naar Zeist-Noord en meer inzetten op • Zeist – De Bilt – Utrecht Centrum blijft een goede belang is hoe het toekomstige OV netwerk aansluit bij bestaande en toekomstige het gebruik van station Bilthoven voor een deel van de OV ontsluiting van het USP (Bilthoven en Utrecht). Ons voorstel is om gezamenlijk met de regio en de provincie ook de alternatieven beter in busverbinding over de Utrechtseweg. verstedelijkingslocaties. Samen met de provincie zullen wij in vervolonderzoek de brede beeld te brengen om zo te komen tot een goed en uitvoerbaar OV bereikbaarheidspakket voor de Noordoostkant van Utrecht en het USP en daarbij nadrukkelijk de netwerksamenhang en de Ladder De in de IRP kaarten opgenomen lijn is nadrukkelijk netwerkeffecten aan de Oostkant van de stad Utrecht voor diverse mogelijke ingrepen in het OVvan Verdaas te betrekken. indicatief bedoeld. systeem in beeld brengen. 13 Zienswijze
14 Zienswijze
15 Zienswijze
De Bilt
De Bilt
De Bilt
Regionale participatie belanghebbenden en participatie in de omgevingsvisie We constateren dat de inbreng van regionale belanghebbenden bij dit concept IRP helaas nog beperkt is. We verwachten dat deze inbreng veel steviger aan bod komt in het IRP, dat in september voor definitieve besluitvorming van het IRP wordt voorgelegd aan de raden. Op dit moment loopt in onze gemeente een drietal grote participatietrajecten met betrekking tot samenwerken aan wonen, opwekken energie en de lokale omgevingsvisie waarin deze trajecten een plaats krijgen. Uit deze trajecten zullen wijzigingen voor het ruimtelijke beleid van de gemeente naar voren komen die mogelijk ook een regionaal effect hebben. De lokale participatie binnen ons traject van de omgevingsvisie is dus nadrukkelijk gaande. Zoals verwoord door de U10 is de status van het IRP dat dit document na vaststelling in de gemeenteraden gezien wordt als een afspraak waarbij gemeenten met behoud van de eigen publiekrechtelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van bijvoorbeeld gemeentelijke omgevingsplannen, afspreken de ambities en doelen van het IRP naar vermogen te helpen realiseren. Deze lijn kunnen we onderschrijven en we zien het belang van de vaststelling van dit document voor de gezamenlijke lobby naar Rijk en provincie.
We willen daarbij wel het voorbehoud maken dat we het IRP als tussenstap zien, waarbij het mogelijk is dat nieuwe elementen die voortkomen uit onze lokale participatietrajecten in de programmeringsfase van het REP aanbod zullen komen. Dit vraagt om een adaptief karakter van dit IRP. Wij wensen u veel succes in het zetten van de nodige stappen om te komen tot een definitief IRP van het REP.
In de totstandkoming van het IRP is er voor regionale stakeholders gelegenheid geweest input te leveren tijdens twee participatiebijeenkomsten. De input die daarin is geleverd is in het definitieve IRP verwerkt.
De uitvoering van het IRP kent inderdaad een adaptief karakter. De bevoegdheid voor planologische procedures ligt uiteindelijk bij de gemeenten en daarbij horen ook lokale participatietrajecten die kunnen zorgen voor nieuwe inzichten.
Namens het college van burgemeester en wethouders van De Bilt, Hoogachtend, College van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, de secretaris, de burgemeester, drs. R. van Netten mr. S.C.C.M. Potters 16 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
De Ronde Venen
Geachte heren Verschuure en Jansen,
17 Zienswijze
18 Zienswijze
De regio staat voor grote ruimtelijke opgaven die om een regionale aanpak vragen. In dat kader werken we samen met de 16 gemeenten in de regio Utrecht om tot een Ruimtelijk Economisch Programma te komen. In de huidige fase 3 leidt dit tot een Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). Dank voor het concept IRP. Met deze reactie geven we onze zienswijze op het voorliggende rapport.
Behoeft geen beantwoording
Groen & Landschap: Onvoldoende zicht op de uitvoerbaarheid & financiën van de opgave Het IRP kent veel ambities op het gebied van landschap, klimaatadaptatie en landbouwtransitie. Deze zijn in nauwe samenwerking aan de bestuurstafel groen & landschap tot stand gekomen. Het concept IRP doet recht aan de grote opgaven en uitdagingen om natuur, klimaat en economische dragers zoals agrariërs de ruimte te bieden voor ontwikkeling. De Groene ontwikkeling van de regio is een randvoorwaarde voor verstedelijking en mobiliteitsontwikkeling. Over de wijze waarop deze onderlinge relatie wordt vormgegeven bestaat nog veel onduidelijkheid. Het is een uitdaging om alle ambities waar te maken. In dat verband krijgen wij graag meer zicht op de uitvoerbaarheid van deze opgave, wijze van financiering en regievoering. Zonder heldere en evenredige financiële bijdrage is de uitvoering onmogelijk. Vooralsnog wachten wij de resultaten van het traject Groen Groeit Mee af.
De groenopgave is net als de andere opgaven voor de regio ambitieus en voorwaardelijk voor de groei van de regio. Het klopt dat veel van deze ambities net als ambitites uit andere thema's nog niet financieel gedekt zijn. We benadrukken dat het gaat om een gezamenlijke ambitie van de regio waarbij de oplossingen ook moeten passen bij deze gezamenlijkheid. In het hoofdstuk uitvoeringsstrategie is dit in het IRP omschreven en in de vier fase wordt dit verder uitgewerkt. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het programma 'groen groeit mee' van provincie, gemeentes en waterschappen.
De Ronde Venen
De Ronde Venen
Mobiliteitsimpuls Zowel OV, Fiets als Auto nodig Met tevredenheid constateren wij dat ons Strategisch OV-plan integraal is opgenomen. Hierdoor verwachten wij een kwalitatieve impuls voor de bereikbaarheid van onze gemeente. De snelle en hoogfrequente OV-verbindingen met zowel Uithoorn (Amstellijn), Breukelen als station Bijlmer/Arena staan opgenomen. Ook buslijn 120 is opgenomen. De gemeentelijke inzet is gericht op een route van deze lijn via station Abcoude, zodat er invulling wordt gegeven aan Abcoude als OV knooppunt. We vragen uw aandacht hiervoor in het IRP. Daarnaast constateren wij met tevredenheid dat de verbinding tussen de eindhalte van de Amsteltram in Uithoorn en Station Breukelen voor fietsers is opgenomen, evenals een noord-zuidroute voor fietsers. Dit zorgt voor mogelijkheden om het fietsen over grotere afstanden een impuls te geven. Wel benadrukken wij het belang om na te denken over de daadwerkelijke realisatie van deze routes: hoe zorgen we er als regio voor dat ze worden aangelegd en de urgentie gedeeld wordt? Vanwege onze ligging aan de provincie-grens vragen wij extra aandacht voor de urgentie en aansluiting op fietspaden over de provinciegrens. Het belang van de bereikbaarheid van de auto blijven we benadrukken. Het is voor de leefbaarheid van onze gemeente essentieel dat onze inwoners en bezoekers gebruik kunnen blijven maken van de auto.
Het openbaar vervoer en de fiets kunnen op dit moment deze functie niet volledig overnemen. Wij zijn blij dat dit belang wordt onderkend. Het baart ons echter grote zorgen dat de noodzakelijke investeringen in de infrastructuur van de N201 worden uitgesteld. Naast OV en fiets willen we ons samen met u inspannen voor de nodige investeringen in de infrastructuur en het terugdringen van doorgaand verkeer op de N201, zodat de bouwmogelijkheden voor De Ronde Venen toenemen. Onze gemeente is voor een groot deel gericht op de Amsterdamse regio en onze inwoners leveren een zeer beperkte bijdrage aan de problematiek op de Utrechtse Ring. In dit licht moet ook onze wensen voor woningbouw worden bezien. Wij missen verkeersveiligheid als belangrijk onderwerp, terwijl een verkeersveilige situatie bijdraagt aan een aantrekkelijke leefklimaat in onze regio.
De Ontwikkeling van het Wiel met Spaken biedt enorme kansen om in te zetten op een mobiliteitstransitie voor nieuwe verstedelijkingslocaties én het bestaand stedelijk gebied. De teksten van het IRP gaan uitbereid in op automobiliteit, maar hebben als uitgangspunt dat we de capaciteit van het wegennet niet willen vergroten. Optimalisaties rond nieuwe verstedelijkingslocaties, horen wel tot de mogelijkheden en opties zijn weergegeven in de teksten voor mobiliteit in het ontwerp IRP. In het landelijk gebied blijft de auto een zeer belangrijke rol spelen in het mobiliteitssysteem; de afstanden zijn vaak te groot voor de fiets, de dichtheden zijn niet geschikt voor meer OV en de beschikbare ruimte is zodanig dat de auto ook voldoende plek heeft. De uitdaging voor landelijke gebieden draait om de ontwikkeling die maakt dat het steeds moeilijker (in tijd of in geld) zal worden om met de auto naar belangrijke bestemmingen in het stedelijk gebied te reizen. Omdat forenzen in het landelijk gebied wel de auto gebruiken ligt de uitdaging er in om plekken te creëren waar de mobilist van de auto op andere modaliteiten over kan stappen, bijvoorbeeld op zogenaamde multimodale hubs.
19 Zienswijze
20 Zienswijze
21 Zienswijze
22 Zienswijze
23 Zienswijze
24 Zienswijze
25 Zienswijze
26 Zienswijze
27 Zienswijze
De Ronde Venen
Vernieuwende aanpak nodig voor OV en Fiets Een beter OV is een van de kernpunten uit ons verkeersbeleid. Onze gemeente ziet het belang in van het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets ten opzichte van het autogebruik, zeker in het licht van onze woningbouwwens. De uitvoering van de maatregelen om het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets te stimuleren vergt veel inzet en aandacht. Het is belangrijk om met elkaar na te denken hoe we deze maatregelen daadwerkelijk realiseren in de kleine en middelgrote gemeenten; zij beschikken over beperkte capaciteit. Daarnaast gaat het niet alleen om het doen van investeringen, bijvoorbeeld in openbaar vervoer. We moeten als gemeenten met elkaar en andere overheidslagen in gesprek om vernieuwende vormen van (openbaar) vervoer te bedenken in de meer landelijke gebieden van onze regio. Wij roepen de U10 op om dit gesprek te initiëren en tot gezamenlijke afspraken te komen.
We richten ons als regio op de verbindingen die opgenomen zijn in het regionaal Toekomstbeeld OV; het grote wiel en de verbindingen die daar mee samen hangen is expliciet afgevallen in het Toekomstbeeld en komt dus niet terug in het IRP. Diverse verbindingen tussen achterland en regiopoorten en/of multimodale hubs moeten voorzien in de gewenste goede verbindingen. Hoge OV-kwaliteit is alleen mogelijk op plekken waar hoge concentraties van wonen en/of werken zijn; we hebben er als overheden belang bij om de buslijnen zo vol mogelijk te laten rijden om belastinggeld effectief te spenderen. Voor vervoer naar kleine kernen en verbindingen tussen middelgrote kernen geldt dat ze zelfstandig geen hoge OV-kwaliteit kunnen genereren en daarom richt het IRP zich op het aantakken van kernen op plekken (regiopoorten, multimodale hubs) met hoge OV-kwaliteit om een goede ketenreis mogelijk te maken. Het OV-plan van Ronde Venen biedt de juiste ingredienten om langs deze lijn de OV-netwerkontiwkkling in het noordwesten van de regio vorm te geven.
Landelijk wonen in De Ronde Venen We herkennen ons niet in de conclusie, opgave en thematische uitwerking wonen dat er een overschot is aan dorpse milieus. Zij vormen een aanvulling op de compacte stedelijke gebieden. In de Ronde Venen is de woningschaarste in dorpse milieus sterk voelbaar. De schaarste aan (betaalbare) dorpse milieus is juist een groot en uiterst urgent probleem voor de eigen inwoners. Met name voor starters en senioren die in hun dorp willen blijven wonen. Compacte stedelijke gebieden mogen niet de enige optie worden. Zij bieden geen antwoord op de trend van jonge gezinnen die de stad en stedelijke gebieden juist verlaten op zoek naar ruimte. De woningschaarste in dorpse milieus is voor deze doelgroep een probleem. Deze doelgroep draagt bij aan behoud van vitaliteit van onze dorpen. Bijkomend effect is dat deze groep jonge stedelingen meer te besteden heeft en hiermee de woningprijzen opdrijft. Diversiteit blijft nodig om te voorzien in de woonwensen van onze inwoners. Wat wij te bieden hebben aan de regio: dorps wonen, kleinschalig gestapeld, met groene ruimte voor beweging en ontmoeting. Waarbij we inspelen op de grote behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens. Verwerkt in tekst IRP
De constatering rond dorpse milieus volgt uit het kwalitatieve woningbehoefteonderzoek. Daarin werd geconstateert dat in een deel van de regio een overschot zou zijn aan nieuwe plannen in dorpse milieus. Dit is lastig te rijmen met druk op de woningmarkt in de dorpen. Belangrijk is dat er lokaal de juiste woonmilieus worden gerealiseerd die passen bij de vraag, veelal juist voor de doorstroming van senioren en voor starters. De formulering is in het IRP daarop aangepast tot de volgende: "Buiten de stedelijke agglomeratie moeten woonmilieus vooral lokaal goed worden afgestemd op de behoefte. Het gaat veelal om het creëren van kansen voor de doorstroming van senioren en het toevoegen van woningen voor starters."
Groen en dorps wonen in vitale kernen: inzet op lichte groei in plaats van krimp De kleinere en middelgrote kernen spelen in op de behoefte aan groen, rust en ruimte als kwaliteit binnen de regio. Deze kwaliteit kan in het IRP beter voor het voetlicht gebracht worden als tegenhanger van compact wonen in de stad. We herkennen ons niet in het doel van de opgave vitale kernen dat omschreven is als: krimp tegengaan. Als we de opgave van 2.800 huishoudens als lokale groeiopgave richting 2040 aanvullen met de ambitie om in te spelen op de regionale behoefte met 2.000 woningen, dan groeit De Ronde Venen licht. U geeft zelf aan dat er nog enige ruimte is voor groei van Mijdrecht op het provinciale wegennet. Ook wij zien net als u een opgave op het gebied van multimodale mobiliteit, maar gaan die uitdaging aan en zien op voorhand geen draagvlak voor krimp, maar juist voor lichte groei. De Ronde Venen is voor een groot deel op de Amsterdamse regio gericht, waardoor de bouwopgave het wegennet rondom Utrecht beperkt beïnvloedt. Daarnaast verzoeken wij u om in redeneerlijn 3 over vitale kernen in te gaan op voldoende werkgelegenheid voor de doe- & maakindustrie in de vitale dorpen, zoals u aangeeft in de thematische uitwerking van werklocaties. Verwerkt in tekst IRP
De opgave voor vitale kernen is lokaal verschillend. De dorpse woonmilieus voegen unieke kwaliteiten toe als tegenhanger van de compacte stedelijke groeigebieden. Dat dit lokaal ook meer kan zijn dan het voorkomen van krimp wordt in het IRP beschreven. De formulering is hiervoor meer eenduidig gemaakt en de verwijzing naar krimp is verwijderd. Ook de verwijzing naar werkgelegenheid is toegevoegd aan de redeneerlijn. De ligging nabij Amsterdam zien we als een specifiek kenmerk van de lokale woningmarkt van De Ronde Venen, waarbij rekening gehouden moet worden.
Kleinschalige én middelgrote uitbreidingslocaties in de redeneerlijn vitale kernen Voor onze autonome groei van 2800 huishoudens kunnen we tot 2030 binnen bestaand stedelijk gebied redelijk goed vooruit door in te breiden. Na 2030 moeten we uitbreiden buiten de contour om aan onze woningbehoefte te voldoen. Dit staat los van de gewenste uitbreiding voor de regio omwille van een gezonde bevolkingsopbouw en het vitaal houden van onze dorpen. De grootschalige uitleglocaties staan genoemd in redeneerlijn 6. Voor de vitale kernen gaat het om kleinschalige én middelgrote uitbreidings-locaties. Wij vragen om dit te verwerken in redeneerlijn 3 en in de uitvoeringsstrategie. Geen verwerking in IRP
In de redeneelijn 3 over Vitale Kernen staat genoemd dat uitleglocaties nodig kunnen zijn voor kernen om vitaal te blijven. Daarbij staat niets over de schaal van deze locaties. We zien dit als een onderwerp voor lokale uitwerking. Redeneerlijn 6 over uitleglocaties gaat over grootschalige locaties die uitsluitend nodig zijn voor de grote regionale vraag. Deze twee lijnen zijn bewust gesplitst. In het geval van De Ronde Venen gaat het om Vitale Kernen en is de schaal van eventueel benodigde uitleglocaties een onderwerp dat lokaal uitgewerkt moet worden.
Verstedelijkingsprincipes IRP verbreden met woningbouw langs hoogwaardige OV-lijnen Met het Strategisch OV plan ontstaat er een hoogwaardige OV-lijn door onze gemeente. We sluiten met woningbouw langs deze lijn aan op de verstedelijkingsprincipes van het IRP. Dit is in lijn met uw verstedelijkingsprincipes en de aandacht in het IRP voor OV en fiets. De gemeenteraad heeft op 2 juli 2020 ingestemd met de contour REP als onderzoeksagenda voor een op te stellen integraal ruimtelijk perspectief. Een van de moties die bij deze besluitvorming is aangenomen, betreft: verbreding van de verstedelijkingsprincipes met als doel het niet alleen mogelijk maken van woningbouw rond OV-knooppunten, maar ook langs hoogwaardige OV-lijnen. Hoewel u heeft teruggekoppeld dat deze motie integraal in het IRP is overgenomen, lezen wij dit onvoldoende terug in het IRP. Slechts in algemene zin is er een koppeling tussen kwaliteit van het OV en de mate van verstedelijking. We verzoeken u om de verbreding van verstedelijkingsprincipes te verwerken in zowel de redeneerlijn mobiliteit als vitale kernen inclusief de uitwerking. Deels overgenomen in IRP
In de geactualiseerde versie van het IRP (9 september) is in de redeneerlijn Vitale Kernen een passage toegevoegd: Daar waar in de vitale kernen snelle, directe en frequente busverbindingen zijn, is het logisch om in de buurt van de haltes te kijken naar mogelijkheden voor verstedelijking, voor zover dat passend is bij de structuur van de kernen en het landschap. Ook in het specifieke stuk over Mijdrecht als middelgrote kern is hier een passage aan toegevoegd irt het OV plan van De Ronde Venen. Binnen de opgave voor vitale kernen zijn deze OV haltes dus plekken om als eerste te kijken naar extra verstedelijking. Daarbij wel de kanttekening dat dit soort OV-lijnen een ander type kwaliteit biedt dan de regiopoorten die aan een treinstation ligen. Het is dus geen vrijbrief voor grootschalige verstedelijking.
Bouwen in relatie tot de wateropgave De Ronde Venen staat net als de gemeenten in het Veenweidegebied aan de lat voor de uitdaging om de bouwopgave en de wateropgave te combineren. Deze uitdaging staat onder redeneerlijn 3 helder en als kans geformuleerd, zodat dit in fase 4 van het REP kan worden uitgezocht. Wij verzoeken u om de tekst over de wateropgave in de deelgebiedsuitwerking Vecht & Venen aan te laten sluiten op de tekst uit de redeneerlijn; de formulering is te scherp en biedt onvoldoende kansen richting de uitvoering. Voor de uitvoeringsstrategie stellen wij voor om het volgende op te nemen: onderzoek of en hoe de koppeling tussen bouwen en water vorm kan krijgen. Bijvoorbeeld als onderdeel van het regionaal programmeren.
De formulering in het deelgebied is aangepast, zodat hij aansluit bij de formulering uit de redeneelijn 3.
De Ronde Venen
De Ronde Venen
De Ronde Venen
De Ronde Venen
De Ronde Venen
Verwerkt in tekst IRP
De Ronde Venen
Werken: aandacht gevraagd voor de werkgelegenheid In redeneerlijn 7 over werklocaties is voldoende aandacht voor de verduurzaming en klimaatadaptatie van de werklocaties. De aandacht voor de bereikbaarheid en het stimuleren van OV en fiets op de werklocaties komt onvoldoende voor het voetlicht. Dit is iets wat bijvoorbeeld speelt op Bedrijventerrein Mijdrecht. Welk perspectief wordt geschetst voor bedrijventerreinen met middelgrote kavels zoals Bedrijventerrein Mijdrecht? Voor onze ambitie om 12 hectare bedrijventerrein toe te voegen zien we kansen om aan te sluiten bij de in het IRP gemaakte keuze voor “bedrijvigheid met een duidelijke regionale binding, danwel een duidelijke regionale bijdrage aan de verduurzaming van bedrijventerreinen”. Deze uitbreiding is bedoeld om de lokale ruimtebehoefte van bedrijven te faciliteren en dient tevens als schuifruimte voor de intensiveringsopgave van Bedrijventerrein Mijdrecht. Wij schatten de kans klein in dat bedrijven willen verplaatsen naar een van de te ontwikkelen regionale bedrijventerreinen op afstand van De Ronde Venen. Veel bedrijven in de doe- & maakindustrie hebben diepe wortels in onze gemeente en verhuizing over grote afstand leidt tot personeelsverlies en daarmee extra kosten. Deze bedrijven hebben fysiek ruimte nodig.
Bovendien willen wij de werkgelegenheid op peil houden, passend bij uw doelstelling om voldoende werkgelegenheid in de vitale kernen te behouden om mobiliteitspendel te beperken.
Bedrijventerrein Mijdrecht is opgenomen als een van de zoekgebieden voor regionale bedrijventerreinen. De bestaande bedrijventerreinen zijn eerder in het 'adviesrapport toekomstbestendige werklocaties' beoordeeld. Ook is de Next Economy potentie van de grotere terreinen beoordeeld (waaronder ook bedrijventerrein Mijdrecht). Doel is dat bedrijventerreinen met (middel)grote kavels, samen met terreinen met een ander profiel (en kavelomvang), maar ook bedrijven op niet-formele locaties, een complementair aanbod vormen. Ook voor de circulaire economie.
Duurzaamheid: meer aandacht nodig voor de opgave van het aardgas af De Ronde Venen wil klimaatneutraal zijn in 2040. Dat betekent dat we dan geen aardgas meer gebruiken en duurzaam opgewekte elektriciteit gebruiken. In het IRP wordt de regionale samenwerking voor de opwek van elektriciteit voldoende genoemd. Er wordt weinig gezegd over de opgave ‘van het aardgas af’, alleen in redeneerlijn 8. Wij stellen voor om zowel aan de thematisch samengevatte Opgave Energie als aan Perspectief 6 toe te voegen dat gemeenten in de regio stappen zetten om van het aardgas af te gaan. Vervolgens stellen wij voor om aan de thematisch samengevatte Opgave en Perspectief 6 aangepast. En RES gebieden Opgave Energie toe te voegen dat de lokale zoekprocessen van gemeenten de basis vormen voor de RES. Verder missen we een toelichting dat de energieopgave in hoofdstuk 3 ontbreekt. opgenomen in H3.
Zowel aan de thematisch samengevatte Opgave Energie als aan Perspectief 6 is de opgave ten aanzien van een duurzame warmtevoorziening toegevoegd. De RES 1.0 is nu geïntegreerd in het IRP en ontbreekt niet meer in hoofdstuk 3.
De Ronde Venen
De Ronde Venen
Uitvoeringsstrategie Samen met u en de andere gemeenten in de regio Utrecht geven wij invulling aan de regionale opgaven die spelen op grondgebied van De Ronde Venen. Een gezamenlijke aanpak in de regio Utrecht maakt ons als gemeente sterk, richting bestuurslagen in Utrecht en Noord-Holland die voor ons beide relevant zijn als provinciegrensgemeente. In de uitvoeringsstrategie vragen wij aandacht voor de volgende elementen: 1.Vormgeving van de samenwerking met de Metropoolregio Amsterdam, individuele gemeenten in Noord Holland en/of Provincie Noord Holland op onderwerpen die spelen aan de provinciegrens: Groene Poortontwikkeling Abcoude, Blauwe Krans Stelling van Amsterdam, Dom tot Dam fietsroute, etc.. 2.Bevorderen van de uitvoeringskracht op de uitdagingen in vitale kernen: de bouwopgave in relatie tot de wateropgave in veenweidegebieden, uitvoering OV en fietsambities, etc.. Verwerkt in tekst IRP.
Beide suggesties zijn opgenomen in hoofdstuk 4, uitvoeringsstrategie. De samenwerking over de regio- en provinciegrenzen heen is belangrijk, met name waar het gaat om ruimtelijke keuzes die spelen rond de regiogrenzen. in het IRP is dit benoemd en de Provincie Utrecht heeft benoemd dat zij hier een rol in kunnen vervullen. Het bevorderen van de uitvoeringskracht op de uitdagingen in vitale kernen is overgenomen door het overnemen van uw suggestie om hiervoor een separate gebiedsuitwerking voor op te starten. Daarin is ruimte voor Gemeente De Ronde Venen om juist de expertise die benoemd zijn in deze zienswijze in te brengen.
28 Zienswijze
De Ronde Venen
De suggestie is overgenomen in de tekst onder 3B: "Rond Mijdrecht raakt de ontwikkeling van de dorpen de opgave voor groen, water en landschap. Hier wordt gezocht naar manieren om uitbreiding te combineren met de ontwikkeling van de blauwe krans en met een bijdrage aan de klimaatrobuuste regio." De suggestie om een gebiedsuitwerking voor vitale kernen toe te voegen aan de uitvoeringsstrategie is een goede en deze is overgenomen in het IRP en zal nader uitgewerkt worden in het (Plan van) Aanpak van Fase 4. Doordat elke vitale kern haar eigen dynamiek kent is deze als eigen lijn gehandhaafd in het adaptief ontwikkelpad. In het IRP staat nergens dat de Ruimtelijk Economische Koers door alle gemeenten is vastgesteld. De Contour is een uitwerking van de Ruimtelijk Economische Koers en het IRP is op zijn beurt een uitwerking van de Contour. We werken daarmee van grof naar fijn. Het REK en de Contour zijn beide geen toetsingskader.
Bij de gebiedsuitwerkingen onder 3b vragen wij u om toe te voegen: groeipotentie De Ronde Venen in combinatie met ontwikkeling Blauwe Krans en klimaatrobuuste regio.
29 Zienswijze
De Ronde Venen
30 Zienswijze
De Ronde Venen
31 Zienswijze
De Ronde Venen
32 Zienswijze
De Ronde Venen
Wij stellen voor om de vitale kernen als vierde type gebiedsuitwerking toe te voegen, waarbij samenwerking plaatsvindt op onderdelen zoals kennisdeling, natuurinclusief bouwen en lobby/ uitvoeringskracht op mobiliteit. In die zin is er wel sprake van een ontwikkelpad voor vitale kernen, ook al kent elk dorp haar eigen dynamiek en fasering. Toetsen aan Contour REP Tot slot nog een opmerking over de Ruimtelijk Economische Koers (REK). In het IRP staat beschreven dat alle gemeenten het REK hebben omarmd. Gelet op het feit dat er vier van de zestien gemeenten niet expliciet hebben besloten over de Ruimtelijk Economische Koers en daarna reeds de Contour REP is verschenen, stellen we voor om daar aan te toetsen. Dit vergroot het draagvlak voor het IRP. Leesbaarheid kaartmateriaal Tot slot valt het ons op dat de oriëntatierichting van het kaartmateriaal wisselt per kaart. Het komt de leesbaarheid ten goede als de noordpijl van de kaartjes consequent wordt toegepast.
Overgenomen
Op alle kaarten die voor het IRP zijn geproduceerd is een Noordpijl opgenomen.
Laten we als regio kijken hoe wij gezamenlijk de doelstellingen, zoals geformuleerd in het IRP, kunnen bereiken. Om tot uitvoering te komen is draagvlak en betrokkenheid van groot belang. Voor fase 4 geldt dat wij als raad in een vroegtijdig stadium, voorafgaand aan deze fase, betrokken willen worden. De aanpak voor fase 4 zien wij zo snel als mogelijk tegemoet. Er liggen grote ruimtelijke opgaven. Als gemeente leveren wij graag onze bijdrage. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen, Ruud Kleijnen Maarten Divendal secretaris burgemeester 34 Zienswijze
In IRP Hoofdstuk 4 is de uitvoeringsstrategie voor het IRP beschreven. Hier staat op hoofdlijnen de organisatie van het vervolg en de belangrijkste stappen waarin de verdere uitwerking vorm krijgt. Komende tijd wordt de uitvoeringsstrategie verder uitgewerkt tot een (Plan van) Aanpak voor Fase 4. In de kwartiemakersfase worden raden geinformeerd.
Houten
Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 Geachte heer Verschuure en heer Jansen,
35 Zienswijze
Houten
Wij hebben met interesse kennisgenomen van de conceptversie van het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) van de regio U16. Wij spreken waardering uit voor het samenbrengen van veel ambities in een afgewogen ruimtelijke visie op onze regio. In deze brief geven wij u onze zienswijze op de conceptversie. We hebben daarbij ook gekeken naar wat er is gedaan met de reactie van het college op de vorige versie (Ontwerp IRP). De zienswijze hebben wij met de gemeenteraad van Houten besproken tijdens een werksessie. Ook hebben wij een aantal lokale maatschappelijke partners geraadpleegd. De aandachtspunten van de raad en maatschappelijke partners vindt u terug in onze algemene en specifieke opmerkingen in de zienswijze. Het IRP is zeer compleet, maar ook moeilijk leesbaar en navolgbaar Het stuk is zeer compleet, beslaat veel (alle) thema’s en beschrijft een uitgebreide gedachtegang hoe tot dit stuk is gekomen. Houten is eveneens van mening dat de regio Utrecht nog nooit zo ver is geweest waar het gaat om het gezamenlijk denken over, en het vormen van, een stip op de horizon in het kader van de ruimtelijke toekomst van de regio Utrecht. Deze twee punten doen recht aan het vele werk en alle bijdragen die aan dit stuk zijn gedaan. Complimenten daarvoor! Er zit ook een keerzijde aan de volledigheid en de omvangrijkheid van het stuk.
Dit hebben wij tijdens de consultatieronde ook aangegeven. Het stuk is op plekken moeilijk leesbaar en navolgbaar. Er zijn perspectieven, redeneerlijnen, algemene opgaven, gebiedsgerichte opgaven (die een zin later weer ‘ruimtelijke keuzes’ worden genoemd) en er zijn programmatische keuzes. Het duizelt categorieën en termen. Onze suggestie is om meer structuur te geven, consequent termen gebruiken en te schrappen (less is more). Doe ook vooral een poging om het perspectief concreter te laten zijn, formuleer zaken SMART zodat duidelijk is wat met onderdelen van het Perspectief staat te gebeuren. Is sprake van uitgangspunten voor gebiedsontwikkeling voor de gemeenten? Is er sprake van zaken die nog nadere uitwerking behoeven (onderdeel te maken van een uitvoeringsagenda)? Hier kan nog een flinke slag in geslagen worden en maakt het Perspectief een sterkere leidraad voor het vervolg.
36 Zienswijze
37 Zienswijze
Uw observatie is terecht. Het IRP is een complex stuk geworden. Voor het fundamenteel herschrijven van het IRP is op dit moment onvoldoende ruimte, omdat een andere opbouw van het stuk zou leiden tot verlies van draagvlak. De verschillende onderdelen zijn immers in een intensief proces van samenwerking tot stand gekomen. Wel is een redactionele slag gemaakt en is door het opnemen van een samenvatting de toegankelijkheid van het IRP vergroot.
Houten
Houten
38 Zienswijze
Houten
39 Zienswijze
Houten
40 Zienswijze
Behoeft geen beantwoording
Ondersteuning hoofdlijnen van het IRP De redeneerlijnen van het IRP ondersteunen wij voor een groot gedeelte. Met twee treinstations en een goede ligging is de gemeente Houten een kansrijke plek voor het bouwen van woningen die bijdragen aan de woningnood. Ook over de diverse landschappelijke versterkingen in het Kromme Rijn gebied en de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn wij positief. Wij kunnen ons daarom vinden in de positie die Houten als regiopoort inneemt in het IRP en kunnen zo tegelijkertijd lokale opgaven oppakken. Tegelijkertijd constateert u in het IRP onder redeneerlijn 3 ook dat “de wijze van verstedelijking onderdeel is van het debat over de Ruimtelijke Koers, waarbij de juiste balans wordt gezocht tussen binnenstedelijke verdichting en uitleg.” Deze constatering is juist, maar past beter onder het eerst kopje van deze redeneerlijn. Hieronder gaan wij verder in op de Houtense situatie. Verwerkt in tekst IRP Houtense situatie: geen ruimtelijke visie In onze brief tijdens de consultatieronde (10 maart 2021) hebben we de Houtense situatie geschetst rond de Ruimtelijke Koers. De uitkomsten van het referendum en het besluit van de gemeenteraad waren toen nog niet bekend. Ongeveer 66% van de inwoners die een stem heeft uitgebracht (75% van de stemgerechtigden), heeft tegen het voorgenomen besluit over de Ruimtelijke Koers gestemd.
De gemeenteraad heeft vervolgens na haar duidingsdebat unaniem het voorstel verworpen. Daarmee heeft de gemeente Houten nu geen integraal kader waarbinnen de gemeente de ruimtelijke ontwikkeling kan en wil vormgeven. Houten valt daarmee terug op de kaders en ambities van vóór de ontwikkeling van de ruimtelijke visie. De ambities zoals opgenomen in het IRP en de eerdere reactie van het college op de consultatieversie van het IRP waren voor een groot deel gebaseerd op de ambities uit de verworpen ruimtelijke visie. De huidige Houtense situatie dient expliciet te worden opgenomen in het IRP. Houten onderzoekt de komende tijd of en hoe Houten tot een nieuwe ruimtelijke visie zou kunnen komen.
De constatering over Houten is verplaatst naar het eerste kopje van Redeneerlijn 5
De situatie in Houten wordt verwerkt in het IRP. Onder redeneerlijn 5 (Regiopoorten) wordt opgenomen dat de wijze van verstedelijking in Houten onderwerp is van onderzoek. In het deelgebied De Kromme Rijn wordt dat nog iets verder uitgewerkt. De situatie in Houten wordt verwerkt in het IRP. Onder redeneerlijn 5 (Regiopoorten) wordt opgenomen dat de wijze van verstedelijking in Houten onderwerp is van onderzoek. In het deelgebied De Kromme Rijn wordt dat nog iets verder uitgewerkt.
De geformuleerde ambities van het college uit het collegeprogramma van vóór de ontwikkeling van de ruimtelijke visie blijft: onder andere de bouw van ongeveer 4.300 tot 5.300 woningen tot 2040. Het is echter nog onduidelijk op welke wijze en op welke locaties deze ambitie gerealiseerd moet worden. Daarbij is voor Houten van belang dat het IRP niet sturend is in de locaties en manier waarop we bouwen. Houten behoudt dus volledige ruimte om in samenspraak met inwoners geheel eigen keuzes te maken ten aanzien van stedelijke verdichting, woonmilieus en hoogbouw, en in de door haar gewenste Houtense deelgebieden, inclusief Houten-Oost.
De situatie in Houten wordt verwerkt in het IRP. Onder redeneerlijn 5 (Regiopoorten) wordt opgenomen dat de wijze van verstedelijking in Houten onderwerp is van onderzoek. In het deelgebied De Kromme Rijn wordt dat nog iets verder uitgewerkt.
Met het verwerpen van de Ruimtelijke Koers heeft de Houtense raad het college opgeroepen om door te gaan met twee gebiedsonderzoeken die na het voorgenomen raadsbesluit reeds waren gestart. De raad heeft het college opgedragen om voor Houten-Noordwest nader onderzoek te doen zodat tot een invulling kan worden gekomen die voldoet aan de aanvullende eisen/wensen zoals door de raad zijn geformuleerd (met als voorbeeld: meer afstand voor woningbouw vanaf de A27 n.a.v. de ingediende zienswijze van de GGDrU, Hof van Wulven een mogelijke invulling met sport/groen/bedrijven). Ook heeft de raad het college opdracht gegeven om onderzoek te doen naar gebiedsontwikkeling in Houten-Oost met woningbouw in combinatie met een landschapspark. Deze onderzoeken zullen na de zomer door het college aan de raad worden aangeboden in de vorm van een onderzoeksagenda met hierin opgenomen: inzichten, adviezen, dilemma’s en relevante onderzoeksvragen voor het vervolg. Gezien voorgaande vragen wij u de uitleglocatie Houten-Oost expliciet op te nemen als onderzoekslocatie met een nadere beschrijving onder redeneerlijn 6. Over de invulling van deze locatie (en in bredere context het Kromme Rijn gebied) gaan wij graag met u in gesprek. Wij kunnen daarbij putten uit de onderzoeken die we momenteel uitvoeren.
De situatie in Houten wordt verwerkt in het IRP. Onder redeneerlijn 5 (Regiopoorten) wordt opgenomen dat de wijze van verstedelijking in Houten onderwerp is van onderzoek. In het deelgebied De Kromme Rijn wordt dat nog iets verder uitgewerkt. Daarbij wordt ook Houten-Oost als onderzoeksoptie benoemd binnen de context van de regiopoort Houten.
Houten
41 Zienswijze
Houten
42 Zienswijze
Houten
43 Zienswijze
Houten
44 Zienswijze
Houten
45 Zienswijze
Houten
46 Zienswijze
Houten
In verschillende zienswijzen wordt meer aandacht gevraagd voor ‘dwarsverbanden’ in het OV systeem die rechtstreekse verbindingen creëren tussen kernen, zoals de vaak genoemde OV-verbinding tussen Houten, Nieuwegein en IJsselstein. Voor Mobiliteit: meer aandacht voor regionale verbindingen openbaar vervoer, fiets en autobereikbaarheid woningbouwlocaties het verwerken van OV-verbindingen in het IRP sluiten wij aan Wij staan achter het principe om te investeren in openbaar vervoer en woningen te bouwen bij trein-en busstations. Onze grootste zorgen blijven echter bij de beperkte aandacht voor en de op het Toekomstbeeld OV. In die argumentatie spelen het onderschatting van het belang van auto-infrastructuur voor de bereikbaarheid van woningbouwlocaties. (beperkte) budget voor OV-exploitatie in combinatie met het afwegen van de vervoerswaarde van gewenste OV-lijnen een We richten ons als regio op de verbindingen die opgenomen zijn in het regionaal Toekomstbeeld Daarnaast vinden we dat er grootschalige verbeteringen nodig zijn in het openbaar vervoer om de gehele regio bereikbaar te houden. Dan gaat het juist om de (kleinere) ov-dwarsverbindingen voor grote rol. Bovendien is het van belang dat gewenste OV; het grote wiel en de verbindingen die daar mee samen hangen is expliciet afgevallen in het woon-werkverkeer of familiebezoek tussen steden en dorpen rondom de stad Utrecht.
De focus ligt te veel op het versterken van ov-lijnen die naar de stad Utrecht lopen en het maken van nieuwe verbeteringen aan relatief ‘dikke’ verbindingen als de OVToekomstbeeld en komt dus niet terug in het IRP. Diverse verbindingen tussen achterland en knooppunten in de stad Utrecht. Het concept van het wiel met spaken is van belang voor de regio maar vooral voor de stad Utrecht. Inwoners uit omliggende plaatsen missen sterke verbindingen verbinding tussen Houten, Nieuwegein en IJsselstein, hoewel op regiopoorten en/of multimodale hubs moeten voorzien in de gewenste goede verbindingen. tussen deze plaatsen. Bijvoorbeeld verbindingen tussen Vijfheerenlanden, Nieuwegein, IJsselstein en Houten (lijn 48). Of verbindingen tussen Houten, Bunnik en het USP (lijn 281 is opgeheven). Het korte termijn niet levensvatbaar, voor de langere termijn wel Hoge OV-kwaliteit is alleen mogelijk op plekken waar hoge concentraties van wonen en/of werken overstappen vanuit deze plaatsen op een nieuw OV-knooppunt in Utrecht kost voor deze inwoners juist veel meer tijd dan een rechtstreekse verbinding. Het alternatief lonkt: de auto. Wij roepen op het lijstje blijven staan als mogelijke netwerkverbeteringen. zijn; we hebben er als overheden belang bij om de buslijnen zo vol mogelijk te laten rijden om daarom op tot het realiseren van een groter wiel met spaken.
We hebben dit meerdere keren aangedragen in bestuurlijke overleggen en brieven maar zien ook dat hier in regionaal verband (U10) te Tot slot geldt, zie het Regionaal Mobiliteitsprogramma, dat de belastinggeld effectief te spenderen. Voor vervoer naar kleine kernen en verbindingen tussen weinig aandacht voor is. regio inzet op verduurzaming van de mobiliteit door middel van middelgrote kernen geldt dat ze zelfstandig geen hoge OV-kwaliteit kunnen genereren en daarom een zogenaamde mobiliteitstransitie; die transitie komt tot richt het IRP zich op het aantakken van kernen op plekken (regiopoorten, multimodale hubs) met De reactie die het college heeft ontvangen naar aanleiding van de consultatieronde is onbevredigend en doet onvoldoende recht aan wat u zelf noemt: “Het IRP schetst vanuit de regionale stilstand als de pot geld voor OV-exploitatie op termijn niet hoge OV-kwaliteit om een goede ketenreis mogelijk te maken. Vanuit multimodale bereikbaarheid verstedelijkingsstrategie de inzet in deze trajecten.” Deze inzet is naar mening van groter wordt, want de gewenste extra OV-passagiers kosten en nabijheid tot andere delen van het stedelijk gebied is de locatie Noordwest een zeer kansrijke Houten wat betreft mobiliteit dus onvoldoende. Het is daarom essentieel om het in de vorige alinea gemaakte punt onderdeel te maken van het IRP. hoe dan ook geld.
verstedelijkingslocatie in de regionale verstedelijkingsstrategie. Uitwerking deelgebieden ondermaats In hoofdstuk 3 vinden we de vijf deelgebieden. Houten is onderdeel van deelgebied 1 (Kromme Rijn vallei) en deelgebied 5 (Centrale As). De deelgebieden zijn naar onze mening nog steeds onvoldoende uitgewerkt. U geeft in uw reactie op onze brief in de consultatieronde aan dat dit voor nadere uitwerking in fase 4 is. Daar zijn we het niet helemaal mee eens. De lijstjes ten aanzien van de verschillende thema’s zijn nog niet afdoende doordacht en daardoor niet van voldoende kwaliteit en naar tevredenheid, hier moet nog een flinke slag overheen. Er worden concrete maatregelen genoemd zonder deze te onderbouwen en van een bredere context te voorzien. Daarnaast verwachten we dat naast de lijstjes van maatregelen ook concrete samenwerkingsprojecten De formuleringen in de gebiedsuitwerkingen zijn ten opzichte van de eerdere versies van het IRP of vervolgstappen benoemd worden. Hier is nog geen sprake van. verder uitgewerkt en voorzien van meer context. Toch is het in deze fase nog niet haalbaar om de integrale visievorming per deelgebied tot in detail te omschrijven.
Desalniettemin hechten we Wanneer u toch kiest de deelgebieden niet te verrijken, dan willen wij u de dringende suggestie meegeven om de deelgebieden onderdeel te maken van een bijlage die als werkboek of Voor een deel verwerkt voor zover op dit moment haalbaar. eraan om de maatregelen die volgen uit de redeneerlijnen ook per deelgebied op te sommen. Dit onderzoeksagenda’s worden gepresenteerd. In de leeswijzer kan dan een beschrijving worden Suggestie om onderdeel deelgebieden in apart werkboek op te geeft ten minste de ingrediënten voor de verdere uitwerking per deelgebied en maakt het IRP op opgenomen van de betekenis van deze bijlage. En dat deze in een latere fase nog verder wordt uitgewerkt in bijvoorbeeld zogenaamde ‘gebiedsagenda’s. nemen niet overgenomen. deelgebiedniveau meer tastbaar. De verdere uitwerking zal plaatsvinden in fase 4 van het REP. Specifieke opmerkingen Tot slot geven wij u nog een aantal specifieke opmerkingen mee om het IRP te verbeteren: In het hoofdstuk 1C (Opgaven) is een aanvullende tekst toegevoegd over de mogelijke gevolgen van de coronapandemie. Daarin wordt evenwel gesignaleerd dat de gevolgen op de lange termijn beschouwen en mogelijk in het IRP aanvullend op in te gaan; Verwerkt in tekst IRP (tot 2040) op dit moment nog niet goed te voorspellen zijn.
De tekst is volledig doorgelopen door een externe tekstredacteur, waardoor de consistentie en Zorg voor consistentie (o.a. juiste formulering) in de verschillende trajecten en processen die in de regio lopen. Met als voorbeeld het traject IRP en Regionale Energie Strategie (RES); Verwerkt leesbaarheid is verbeterd. We vragen voor de volgende fase om nadrukkelijke aandacht voor de uitvoerbaarheid van het IRP. Het IRP is nog niet integraal doorgerekend en kent diverse complexe uitdagingen door hoge ambities. Een uitdaging is bijvoorbeeld de vraag hoe binnenstedelijk bouwen kan bijdragen aan bovenplanse kosten. In de volgende fase zal hier inderdaad volop aandacht voor zijn en de nadruk op liggen. T.a.v. energie missen wij nog een integrale afweging t.o.v. de andere functies die ruimte vragen (zoals woningen, bedrijven en natuur). Parallel aan het IRP werken we samen aan de RES. In de huidige versie ontbreken de zoekgebieden voor zon- en windenergie. Daardoor heeft er nog geen integrale afweging plaatsgevonden, waardoor onvoldoende in beeld hoe de energieopgave zich verhoudt tot andere opgaven. In een volgende versie zien wij dit graag wel terug. Zo ontstaat inzicht in mogelijke conflicten en kansen tussen de verschillende ruimtevragen.
47 Zienswijze
RES 1.0 is geintegreerd in het IRP.
Voor het concept IRP was de RES 1.0 nog niet gereed. De RES 1.0 is nu geintegreerd in het IRP.
Houten
48 Zienswijze
Houten
49 Zienswijze
Houten
50 Zienswijze
Houten
51 Zienswijze
Houten
Te lage score IRP bij beoordeling van doel en subdoelen: “Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio”. Wij vragen u de uitgangspunten en ambities te verhogen waardoor de visie beter scoort op dit doel en subdoelen; Voeg ook op kaartmateriaal (zoals de landschapskaarten, integrale kaarten Kromme Rijn) van de uitbreiding van het natuurgebied Nieuw Wulven toe. Tekstueel wordt Nieuw Wulven wel al genoemd. Pagina’s 76 en 77 (Klimaatadaptatie): De fruitteelt maakt in de Kromme Rijn streek onderdeel uit van de cultuurhistorie. Zij is naast producent van voedsel ook beheerder van het landschap. Bij klimaatadaptatie wordt een analyse van de gevolgen van een veranderd klimaat gemist. Voor de fruitteelt betekent dit een toename van het risico op nachtvorst, droogte en hitte. De beschikbaarheid van zoetwater is hierbij essentieel. Een robuuste beschikbaarheid van oppervlakte water is goed te borgen door het integreren van wateropgave en klimaatadaptatie en zou meer benadrukt kunnen worden in het IRP. Pagina 109: “Vijfheerenlanden – Houten – USP, inclusief fietsbrug over Amsterdam- Rijnkanaal” dit moet zijn: “Vijfheerenlanden – Houten – USP, inclusief fietsbruggen over Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek”. Pagina 109: Toevoegen fietsverbinding en fietsbrug tussen Houten en Culemborg. Vanuit Geldermalsen en Culemborg is er een groeiende oriëntatie op de regio Utrecht.
Dat geldt ook voor de belangstelling in deze plaatsen van woningzoekenden die op zoek zijn naar een betaalbare woning. Dit gevoegd bij het al bestaande werk- en studieverkeer geneert dit een groei van de mobiliteit tussen de regio Utrecht en de regio Rivierenland. Daardoor is de doorfietsverbinding tussen de regio's met een fietsbrug over de Lek belangrijk. Bovendien sluit dit goed aan bij de ontwikkeling van de fietsroute F2 (ter ontlasting van de A2) van Den Bosch naar Utrecht. Het verdere traject naar Culemborg maakt onderdeel uit van het Regionaal Fietsplan Rivierenland.
52 Zienswijze
Houten
53 Zienswijze
Houten
Pagina 109: Toevoegen van Tull en ’t Waal, ’t Goy en Schalkwijk in het rijtje van dorpen die een vitaliteitsopgave kennen (zoals woningbouw, bereikbaarheid met het openbaar vervoer). Wij wensen u veel succes met de verwerking van de reacties van de colleges en raden.
De beoordeling wordt aangepast aan de laatste versie van het IRP. Daarin zijn de zoekgebieden van de RES geïntegreerd, waarmee de scores voor de energietransitie naar verwarchting positiever zullen uitpakken. Evenwel blijven er onzekerheden bestaan, omdat de precieze keuzes voor locaties voor energieopwekking nog gemaakt moeten worden. Door verrijkingen in de laatste versie van het IRP is meer aandacht voor o.a. klimaatadaptatie en een gezonde leefomginving. Verwerkt in tekst De koppeling van de wateropgave en klimaatadaptatie wordt op algemeen niveau gelegd in het IRP o.a. in redeneerlijn 1 en bij elk deelgebied. We zijn ons bewust van de gebiedsspecifieke opmerking die u maakt en gaan daar bij de gebiedsuitwerkingen in Fase 4 nadrukkelijk aandacht aan besteden. Aangepast in de tekst
Verwerkt in tekst
Aanpassing tekst Pagina 109: “Vijfheerenlanden – Houten – USP, inclusief fietsbrug over Amsterdam- Rijnkanaal” naar “Vijfheerenlanden – Houten – USP, inclusief fietsbruggen over Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek”.
Verwerkt in tekst
Toevoeging overgenomen in de tekst
Als u nog vragen hebt kunt u contact opnemen met Dominique Smeets of Remko Stinissen via telefoonnummer (030) 63 92 611. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten de secretaris, de burgemeester, A.J. Barink G.P. Isabella
Behoeft geen beantwoording
54 Zienswijze
IJsselstein
Geachte heren Verschuure en Jansen, Aan ons college heeft u verzocht om het concept IRP voor een zienswijze aan onze raad aan te bieden. In de raadsvergadering van 8 juli 2021 heeft onze raad besloten om de volgende zienswijze in te dienen. Allereerst willen wij u bedanken voor het werk dat is verzet om van de vastgestelde Koers via de Contour te komen tot het Integraal Ruimtelijk Perspectief voor onze regio. Dit in een periode waar vanuit MIRT/Uned en Provincie Utrecht ook aan belangrijke onderzoeken en beleidsdocumenten is en wordt gewerkt. Door de verstandige aanpak van het proces is het gelukt om niet alleen het IRP integraal op te stellen, maar ook de samenhang te zoeken met deze belangrijke processen. Voor de uitvoerbaarheid is deze samenhang van groot belang, vanuit het besef dat zowel Rijk als Provincie een belangrijke bijdrage zullen moeten leveren aan onze regionale ambities, willen wij deze waar kunnen maken. In onze zienswijze willen wij nu verder ingaan op inhoudelijke zaken die wij graag onder uw aandacht willen brengen. Dit met het doel om tot een aanscherping van het IRP te komen, waarmee wij als regiogemeenten voldoende houvast hebben om de grote regionale en bovengemeentelijke opgaven op te pakken. 55 Zienswijze