CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

C04 - Ingekomen stuk Werkgroep Behoud Lopikerwaard - WBL Magazine augustus 2021.pdf

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7.: Lijst van ingekomen stukken15.013 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

JAARGANG JAARGANG41 41- -Nummer Nummer128 128- -Augustus Augustus2021 2021

1

UITGAVE VAN DE WERKGROEP BEHOUD LOPIKERWAARD UITGAVE VAN DE WERKGROEP BEHOUD LOPIKERWAARD

WBL Magazine, Augustus 2021, jaargang 41 - nr 128

Adverteren in dit Magazine

Inhoudsopgave

Voor een gering bedrag kunt u uw bedrijf of organisatie onder de aandacht brengen bij de lezers van dit Magazine. U ondersteunt daarmee de Werkgroep Behoud Lopikerwaard en maakt mede de uitgave van het Magazine mogelijk. Belangstelling? Stuur dan een mailtje naar: webmaster@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

Vooraf

Pagina 1

Van de voorzitter

Pagina 3

Immuun

Pagina 5

De bever

Pagina 13

Natuur dichtbij huis

Pagina 15

Nieuwe energiecoöperatie

Pagina 20

HET WBL MAGAZINE VOORTAAN Cabauwse molen Subsidie duurzame landbouw DIGITAAL I.P.V. PER POST?

Pagina 21

Vanaf het volgende nummer bieden wij onze leden/donateurs de mogelijkheid om dit Magazine niet langer per post te ontvangen maar in plaats daarvan een digitale versie. Dit bespaart ons naast verzendkosten ook drukkosten en het bespaart papier. Alle beetjes helpen. Wilt u van deze mogelijk gebruik maken? Stuur dan een mailtje naar: webmaster@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

Meet de waterkwaliteit

Pagina 23

Aziatische hoornaar

Pagina 24

Ronald Meijer stelt zich voor

Pagina 25

Nieuw wandelpad

Pagina 27

Goed broedseizoen weidevogels

Pagina 28

Pagina 22

WBL ONLINE

Het volgende WBL Magazine verschijnt in december a.s. Hebt u ideeën over onderwerpen die u graag beschreven ziet worden of wilt u zelf een redactionele bijdrage leveren? Neem dan contact op met Tineke Honkoop: redactie@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

www.werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

drukt het WBL Magazine 2

WBL Magazine, Augustus 2021, jaargang 41 - nr 128

Een woordje vooraf

COLOFON WBL Magazine is een uitgave van de Stichting Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL). De stichting is ingeschreven in het stichtingenregister K.v.K. onder nr. 41179802.

Kopij en info aan: Redactie WBL Magazine Moerasbos 25 3411 WD Lopik 0348-553006 / 06-10302055 Samenstelling redactieteam Tineke Honkoop Wim van der Putten Theo Hattink Vormgeving & opmaak Jan Kooijman Foto omslag: Ransuil in nieuwbouw Benschop, foto Linda Bosma Foto rechtsonder, kerkuil brengt prooi naar kast (26 juli om 23.00 uur, foto Linda Bosma.

Terug van weggeweest. In dit WBL Magazine zetten we de bever en de kerkuil in de spotlights. De kerkuil en de bever zijn terug in de Lopikerwaard. 19 jaar geleden werd na afwezigheid van 25 jaar weer een paartje kerkuilen in de Lopikerwaard gezien. In een schuur bij een agrariër in Benschop. Door de juiste omstandigheden te scheppen om de kerkuilen zich prettig bij te laten voelen, kwam er al snel een nest met 7 jongen ofwel uilskuikens. Sindsdien zit er ieder jaar een broedsel in deze schuur. Linda Bosma is een natuurfotografe uit Benschop. Zij volgt het kerkuilengezin van nabij en via een fotoverslag vertelt zij er meer over. De bever wordt regelmatig gezien in de Lek en soms in de Hollandsche IJssel. In 1988 zijn er in de Biesbosch en de Gelderse Poort bevers geherintroduceerd in Nederland. In 2016 kwamen de eerste melding van een gelukkige wandelaar die een bever zag zwemmen ter hoogte van Schoonhoven. Sindsdien wordt de bever regelmatig gespot door een vroege visser of wandelaar. Ikzelf kwam in het voorjaar diverse afgevreten boompjes tegen langs de Lek bij Lopik. Het bleken de vraatsporen van de bever. Mijn interesse was gewekt. De bever is met een opmars bezig. Van Limburg tot Groningen. Via de Zoogdierenvereniging heb ik meer informatie over dit markante dier kunnen vinden.

Dat zijn toch prettige berichten over de kerkuil de bever, mooi dat ze weer in de Lopikerwaard terug zijn. Nog een mooi bericht. Onder de titel ‘Het hoge land rondom IJsselstein en Lopikerkapel, ontstaan en ontwikkeling van een bijzonder gebied’ zal de WBL in samenwerking met de Historische Kring IJsselstein een boek uitgeven over de geschiedenis van het gebied in het zuidoosten van de Lopikerwaard. Het boek beschrijft de geschiedenis van dit relatief hooggelegen gebied vanaf de Oudheid tot heden. Speciale aandacht is er voor Hofstede te Vliet en Huis te Vliet 3

in Lopikerkapel. Het laatste hoofdstuk zal zijn gewijd aan de afgelopen decennia. Het gebied dat in dit boek beschreven wordt is in de afgelopen periode in het vizier gekomen van planologen en planontwikkelaars. Het boek is geschreven door twee leden van de WBL, namelijk Cobie van Lent-Schwarze en Wim Scholten, en Hans Ellenbroek en Bart Rietveld, beide leden van de Historische Kring IJsselstein. De eindredactie wordt gevoerd door Wim Scholten. Een mooie samenwerking die resulteert in een prachtig boek voor eenieder die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Lopikerwaard. We kennen Wim Scholten nog van zijn interessante verhandeling in het WBL Magazine december 2017 over hoe de Lopikervaart in 1628 werd omgeleid. Wim Scholten was toen nog niet zo lang een inwoner van de Lopikerwaard maar zag met zijn scherp oog het interessante verhaal over de wetering. Nu, 4 jaar verder, is er door veel grondig onderzoek een boek in aantocht. Wim van der Putten heeft enkele weken achter de studieboeken gezeten en heeft een interessant verhaal geschreven over Immuniteit. Iets wat we allemaal hopen te bereiken als het over virussen gaat. Hopelijk vindt u in het WBL Magazine genoeg interessante verhalen om in de vakantie (als u het nog tegoed hebt) tot u te nemen. Veel leesplezier, Tineke Honkoop

WBL Magazine, Augustus April 2021,2021, jaargang jaargang 41 - nr 41 127 - nr 128

Het kaartbeeld van de grote kaart van Nederland geeft in kleuren het relatieve verschil weer tussen gebieden van de kans dat windturbines een negatief effect zullen hebben op overtrekkende vogels. In roodtinten de gebieden met de hoogste kans, in lichtblauw de gebieden met de laagste kans.

Gevoeligheidskaarten m.b.t. windmolens voor trekvogels in Nederland (grote kaart boven) en voor broedvogels (links) en niet−broedvogels linksonder in Utrechtse regio’s U16 en U10 Het kaartbeeld hiernaast geeft in kleuren het relatieve verschil weer tussen gebieden van de kans dat windturbines een negatief effect zullen hebben op zowel broed− als niet−broedvogel-populaties. In roodtinten de gebieden met de hoogste kans, in blauw en wit de gebieden met de laagste kans.

Voor nadere uitleg van de interpretatie en de beperkingen van deze kaartbeelden zie Sovon−rapport 2021/09. Versie 2021. Copyright Sovon Vogelonderzoek Nederland en het Ministerie van LNV. 4

WBL Magazine secember 2020, jaargang 40 - nr 126

WBL WBL WBLMagazine Magazine, WBL Magazine Magazine December Augustus augustus april 2020, 2021, jaargang 40 41 - nr 125 124 126 128

Windmolens, een pittige discussie, ook in de Lopikerwaard door Wim Boesten, voorzitter WBL

Over windmolens zijn de meningen nogal verdeeld. Aan de ene kant zijn ze onmisbaar op de korte termijn voor de energietransitie, aan de ander kant ontsierend voor het landschap. En er zijn mogelijk nog meer bezwaren, zoals toegelicht in dit voorwoord.

Van de Voorzitter Bestuur WBL Voorzitter: Wim Boesten Secretaris: Wim van der Putten 06-51503306 Penningmeester: Leo van den Berg 06-22468863 Leden van het bestuur Henriëtte Keijzer 06-24532952 Irene Schuller 06-28407546 Marco Buitelaar 06-42916424

De WBL is groot voorstander om windmolens in te zetten voor waterstofproductie, de zogeheten groene waterstof. Hiermee zijn in Groningen flinke vorderingen gemaakt in het NortH2 project, een consortium van Shell, Gasunie en Groningen Seaports. Die groene waterstof kan in de toekomst zelfs weer via ons gasleidingnetwerk worden gebruikt voor de energievoorziening van onze huizen. Hoezo “van het gas af”? Tijdens een recente zoom-meeting vroeg ik aan de mensen die zich fors verzetten tegen windmolens, met name de hoge windturbines, waar staan dan die grote gedrochten van 210 meter? Je merkt enorme weerstand tegen de grotere windmolens. Waar kun je ze zien? Nou je hebt ze misschien al gepasseerd, toen je bij verkeersplein Deil kwam, want daar staan 11 windturbines langs de A15 met ashoogte 140 meter en piekhoogte 208 meter. Op weg naar Nijmegen zei ik tegen mijn echtgenote “hier moeten die grote krengen staan“. Nou we komen dichterbij en we waren eensgezind, op die locatie zijn ze heel gepast en niet ontsierend. Je kijkt onder de wieken van de molens door waarmee het beeld veel rustiger is en ik zelf vind dat een grote windmolen op een geschikte locatie 5

niet altijd horizon- vervuilend hoeft te zijn. Overigens vlakbij Deil, iets verderop richting Tiel, heb je nog een enorme zonnepanelenweide langs het talud van de Betuwespoorlijn: een zeer geschikte locatie en fraai vormgegeven! Wat betreft windmolens: soms wordt gesproken van “gehaktmolens“, want ze zouden schade toebrengen aan de vogels. Vandaar dat ik in dit artikel kaartjes hebt opgenomen van Sovon over het effect van windturbines op de broed- en trekvogels (zie de pagina hiernaast). Dan is het vanzelfsprekend van belang dat in gebieden die kwetsbaar zijn, oranje/rood dus, het plaatsen van windturbines onaanvaardbaar is. Hallo beleidsmakers, ik hoor hier nooit iets over? Het was al bekend dat de WBL voorstander is van kleine windmolens, zoals de Campina windmolens van 15 meter hoogte, die in combinatie met zonnepanelen op boerendaken en industrieterreinen zeker kunnen bijdragen aan de energietransitie.

WBL Magazine, Augustus 2021, jaargang 41 - nr 128

Wat doet de windmolen met onze gezondheid? Recent is een motie aangenomen in de Tweede Kamer om dit te onderzoeken (zie zijbalk). Het zijn geen indianenverhalen over klachten en derhalve moet er een juist antwoord gevonden en geformuleerd worden alvorens plaatsing dichtbij bebouwing toe te staan. Het is raadzaam om de bevindingen van dit onderzoek af te wachten. Recent ook kwam Urgenda in het nieuws. U weet wel, ze hebben de staat voor de rechter gesleept rond de stikstofkwestie en die zaak gewonnen en ook zij kwamen met het statement ‘niet overal zonneweiden en windmolens “ in ons landschap maar leg ze op bestaande daken en op plaatsen optimaal ingepast in het landschap. Maar ook het College van Rijksadviseurs laat van zich horen en maakt zich grote zorgen over de lappendeken bij het plaatsen van de windmolens. Zij bepleiten zelfs een minister van ruimtelijke orde, hetgeen ik ook toejuich, mits die de goede kant opkijkt. Nu terug naar onze regio: waar liggen de kansen en waar niet volgens WBL. We achten het langs de A12 plaatsen van windmolens kansrijk, zo wil Utrecht in Rijnenburg die hoge windmolens plaatsen. Tot heden zijn slechts drie locaties van de twaalf geplande locaties beschikbaar! Het zal wel afhangen van

WBL WBL Magazine Magazine, December April 2021, 2020, jaargang 41 40 - nr 127 126

de nieuwe regering, want mocht die het gebied aanwijzen als preferente bouwlocatie, dan gaan de plannen naar de prullenbak. Overigens zouden dan woningbouwplannen van IJsselstein ook lager ingeschaald kunnen gaan worden! IJsselstein wil maar liefst 2900 woningen buiten de rode contouren bouwen! Ons komt ter ore dat de gemeente Oudewater bij natuurgebied Willeskop plannen voor windmolens in gedachten heeft. Voor de WBL onaanvaardbaar uiteraard: daar geen “gehaktmolens”. Dit is net het gebied waar vogels fourageren en rood ingekleurd is op de Sovon-kaart. Tientallen kiekendieven vinden hier ‘s avonds hun rustplek. Maar ook langs de Lek is voor WBL onaanvaardbaar, dit vanwege de vogeltrek. Vooralsnog is ons advies: bezint eer ge begint. De norm voor de energietransitie voor 2030 ligt al in het verschiet . Ga eerst voor de quick winst zoals het stimuleren en faciliteren van meer zonnepanelen op daken en vooral gezamenlijke opwekprojecten door boeren en bedrijven met grote daken en kleine windmolens. Daarbij de focus op windmolens op zee of grootschalige windmolenparken in plaats van versnipperd door het hele land.

MOTIE VAN DE LEDEN ERKENS EN LEIJTEN Aangenomen met 133 stemmen voor op 22 juni 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat windmolens negatieve effecten kunnen hebben op de leefkwaliteit en gezondheid van direct omwonenden; overwegende dat het RIVM heeft aangegeven dat er aanvullend onderzoek nodig is naar de gezondheidseffecten van windmolens; overwegende dat andere landen strikte afstandsnormen hanteren voor windmolens op land; verzoekt de regering, op korte termijn een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten van verschillende afstandsnormen op de gezondheid en leefkwaliteit van omwonenden; verzoekt de regering, de resultaten van dit onderzoek mee te nemen in het verder concretiseren van de RES’en, en gaat over tot de orde van de dag.

foto: de 3 windmolens nabij bedrijventerrein De Copen (Lopik)

6

WBL WBL Magazine, Magazine, Augustus April 2021, 2021, jaargang jaargang 41 41 -- nr nr 128 127

door Wim van der Putten, dierenarts en bestuurslid WBL

Het lichaam probeert zich te beschermen tegen bacteriën, virussen en allerlei andere micro-organismen maar ook tegen allerlei giftige substanties zoals toxines van insecten, door een scala aan cellen en moleculen die samen het immuunsysteem vormen, ons afweerapparaat. Belangrijke taken daarbij zijn: • de ziekteverwekkers moeten herkend worden; • het bedwingen van de aanval maar ook vooral reguleren van de aanval, zodat de reactie niet uit de hand loopt en • het voorkomen van een aanval door eenzelfde ziekteverwekker d.m.v. immunologisch geheugen. Dit systeem is nooit zo actueel geweest als in het afgelopen jaar. Alle details die ermee te maken hebben, zoals betrouwbaarheid, intensiteit en niveau werden tot in detail besproken en het begrip groepsimmuniteit is dagelijkse kost geworden. Maar immuniteit betreft veel meer dan weerstand tegen een coronavirus. Het immuunapparaat moet ons beschermen tegen alle ziekteverwekkers, hun gifstoffen en ook graag tegen kankercellen. Ook speelt immuniteit nog een rol in de politiek. Deze vaak misbruikte immuniteit kan niet in de schaduw staan van die oprechte biologische. Bestuurders die zich soms verschuilen achter deze kunstmatig opgeworpen barrière lopen achteraf grote risico’s, zoals het rijden op een tijger veilig is, zolang je er maar op kunt blijven zitten.

Tijdens mijn studie voor diergeneeskunde stond de kennis over het functioneren van het immuunapparaat nog in haar kinderschoenen. Een ondoordringbare huid als barrière tegen ziekteverwekkers met heel veel witte bloedcellen in je bloed en lymfe7

klieren en antistoffen als bescherming tegen alsnog binnengedrongen ziekteverwekkers. Maar sindsdien zijn er meerdere Nobelprijzen uitgereikt aan immunologen die grote sprongen voorwaarts hebben gemaakt in een voor de mensheid en dierenwereld belangrijke wetenschap. Heel complexe systemen waar we nog geen weet van hadden, zijn door hen ontdekt om al die miljarden ziekteverwekkers, die via de lichaamsopeningen binnendringen uit te schakelen. We gingen er langzamerhand vanuit dat infectieziektes in onze moderne westerse wereld weinig meer zouden kunnen uitrichten en eigenlijk bedwongen waren. Een scala aan antibiotica om bacteriën te bestrijden en als wapen tegen de voor antibiotica ongevoelige virussen een keur aan vaccins. Maar veel bacteriën hebben helaas het kunstje van penicilline door en virussen zijn vele malen sneller gebleken dan wij kunnen vaccineren. Als er 3 virusdeeltjes in onze keel belanden en zich ongeremd zouden kunnen vermenigvuldigen zijn dat er na een dag duizenden miljarden en hetzelfde geldt ook voor bacteriën die zich elke 10 minuten kunnen delen. Reken maar eens uit… Dit eenvoudige coronavirus heeft aangetoond dat het nog steeds vrij eenvoudig is te kunnen toeslaan, dat we helemaal niet zo deskundig waren als we dachten en dat onze waterdichte bestrijdingsmogelijkheden al snel aan alle kanten lek geschoten werden.

Gelukkig beschikken we allemaal over een bijna oneindig beter georganiseerd immuunapparaat om ons te beschermen tegen al die ziekteverwekkers. Een beetje onderhoud daarvan is wel vereist en een te arrogante houding dat we alles onder controle hebben, kan ongenadig afgestraft worden.

WBL Magazine, Augustus April 2021,2021, jaargang jaargang 41 - nr 41 127 - nr 128 We zullen ons toch meer moeten gaan richten op ons eigen gratis afweerapparaat.

Het is vergelijkbaar met een oorlog zonder burgerdoden en een soldaat die nooit op zijn eigen soldaten kan schieten!

De digitale technologie is complex, briljant, snel en wereldomvattend maar is nog niets vergeleken bij ons immuunapparaat. Honderden miljoenen tot miljarden verschillende eiwitten en afweercellen tasten 24 uur per dag al onze miljarden lichaamscellen af of er mogelijk ziekteverwekkers in verborgen zitten en of ze niet op hol geslagen zijn en veranderd zijn in ongewenste kankercellen. Is er iets mis dan wordt er binnen enkele seconden door dat immuunapparaat een perfecte en minutieuze cascade van afweerreacties op gang gebracht, die erop gericht is om ziekteverwekkers en kankercellen uit de weg te ruimen of uit te schakelen. Het ene verdedigingssysteem waarschuwt daarbij al de andere systemen. Onmisbare immuuncellen krijgen voorrang en mogen zich explosief gaan vermenigvuldigen, want hoe meer gerichte soldaten in de strijd gebracht kunnen worden hoe beter. Onze gezonde lichaamscellen worden in deze strijd zoveel mogelijk met rust gelaten, want daar is het immuunapparaat zeer streng in, alles wat eigen en gezond is mag niet aangevallen worden! Geen enkele immuuncel of immuuneiwit kan zelfstandig en alleen te werk gaan, altijd moet er een samenwerkingsverband met andere immuuncellen en -eiwitten opgestart worden om vergissingen uit te sluiten dat er gezonde lichaamscellen vernietigd zouden kunnen worden. Alles wordt meerdere malen gecheckt om fatale vergissingen uit te sluiten.

Het is vergelijkbaar met een oorlog zonder burgerdoden en een soldaat die nooit op zijn eigen soldaten kan schieten! Zijn er afweercellen die dat toch doen, dan worden deze meteen vernietigd. Al die miljarden afweercellen en eiwitten communiceren met elkaar door middel van chemische moleculen, de ogen van het immuunapparaat. Helaas zijn er veel ziekteverwekkers en 8

kankercellen die deze verdedigingslinie weten te omzeilen. Het aangeboren immuunapparaat. Stel dat een coronavirus je keel binnenkomt dan wordt er binnen secondes al groot alarm geslagen. Op het slijmvlies dat de luchtwegen bekleedt zit de eerste verdedigingslinie van verschillende eiwitten, die deze virussen meteen zullen gaan vernietigen zonder een spoor achter te laten, geen koorts, geen ziekteverschijnselen en ook geen antistoffen, je hebt er niets van gemerkt. Zo hoort het… Als deze primaire verdediging hapert en het virus, bacterie of een van al die andere schadelijke pathogenen toch door de huid of bv. de slijmvliesbekleding van de luchtwegen, weet te dringen dan wordt er groot alarm geslagen en wordt er een leger van afweercellen gemobiliseerd. Macrofagen (grote eters) zijn bv. van die cellen van het immuunapparaat en die liggen te wachten in het weefsel onder al die slijmvliezen. Zij eten deze doorgebroken ziekteverwekkers op (fagocyteren) maar gaan bovendien met stukjes van dat verorberde virus of andere ziekteverwekker via de lymfevaten naar de lymfeklieren waar de B- en T-lymfocyten zich ophouden en wachten op een opdracht. Het grote en snelle werk van het immuunapparaat gebeurt door dit basale gedeelte van het immuunapparaat dat we bij onze geboorte al hebben meegekregen.

Het is een kwestie van seconden tot minuten, zo snel reageert het en valt het alle ziekteverwekkers direct aan wanneer zij ons lichaam binnenkomen en bepaalt zo voor 95% onze totale afweer. Dit systeem herkent alle ziekteverwekkers, omdat alle bacteriën en virussen een gemeenschappelijk herkenningspatroon hebben. Complementsysteem Het oudste verdedigingssysteem dat we bij de geboorte hebben meegekregen is hoogstwaarschijnlijk het

WBL Magazine secember 2020, jaargang 40 - nr 126 “Complementsysteem”: een dertigtal verschillende eiwitten die in ons bloed zitten en bij het doorbreken van microorganismes door de huid en slijmvliezen meteen actief aan de slag gaan. Zij doden niet alleen de ziekteverwekkers maar produceren ook lokstoffen voor de afweercellen die deze bacteriën, virussen enz. moeten gaan opeten, de fagocyterende afweercellen. Die afweereiwitten kunnen pas hun werk doen na een kettingreactie waarbij het ene eiwit het andere doormidden knipt en het doormidden geknipte eiwit knipt weer het volgende eiwit door enz. Het laatste doorgeknipte eiwit kan pas haar werk doen, allemaal om vergissingen uit te sluiten. Een ware cascade van chemische processen maar razendsnel. Zie foto hieronder.

De macrofagen zijn heel belangrijke afweercellen van ons witte bloedcellenassortiment, maar zij zijn zeker niet alleen en doen dat samen met miljarden andere gespecialiseerde cellen zoals de Neutrofielen, Dendritische cellen en de Natural-Killercellen. Hoe kan een virus of andere ziekteverwekker daaraan ontsnappen? En mocht het nog allemaal niet genoeg zijn, het lichaam beschikt ook nog over een gespecialiseerd afweersysteem met B- en T-lymfocyten. Macrofaag Macrofagen (grote eters) zijn een be-

WBL WBL WBLMagazine Magazine, WBL Magazine Magazine December Augustus augustus april 2020, 2021, jaargang 40 41 - nr 125 124 126 128

paald soort witte bloedcellen van het immuunapparaat die alles in ons lichaam verslinden dat er niet thuishoort, zoals microben, kankercellen, dode cellen en afgestorven, pussend weefsel. Zij zijn in alle weefsels aanwezig maar vooral op plaatsen waar gevaar kan dreigen, zoals darmwand en longweefsel en ze patrouilleren daar door zich als amoeben te verplaatsen. Als het pathogenen gelukt is om de natuurlijke barrières van ons lichaam (huid en slijmvliezen van darmen, longen enz.) te passeren en in weefsels terecht komen, komen zij meteen in actie. Zoals bijna alles in het lichaam hebben zij nog veel meer taken. Wanneer ze een ziekteverwekker hebben verorberd, plakken ze een kenmerkend onderdeel daarvan op hun buitenwand zodat alle andere immmuuncellen en eiwitten dat kunnen waarnemen en gealarmeerd worden en weten om welke ziekteverwekker het gaat. Bovendien gaan deze macrofagen via de lymfebanen naar de lymfeklieren waar ze de daar rustende T- en B-lymfocyten gaan waarschuwen. De B-lymfocyten gaan aan de slag om specifieke antistoffen te maken en de T-lymfocyten trekken via het bloed massaal naar de plaats des onheils. Bovendien produceren deze macrofagen stoffen die ter plekke een ontstekingsreactie opstarten zodat er meer bloed naar de plaats des onheils stroomt.

Dit zorgt weer voor de aanvoer van vooral neutrofielen: weer andere witte bloedcellen, die in enorme aantallen in ons bloed aanwezig zijn. Ook deze houden zich bezig met het verslinden van microben. Een begeleidend verschijnsel bij een dergelijk ontstekingsherstelproces is dat onze pijnzenuwen geprikkeld worden om te voorkomen dat dit kwetsbare proces verstoord wordt. Ook koorts is daar een onderdeel van, waardoor er meer bloed aangevoerd wordt en ziekteverwekkers ‘’gekookt’’ worden. Pijnstillers en ontstekingsremmers remmen dit proces. 9

Wanneer ze een ziekteverwekker hebben verorberd, plakken ze een kenmerkend onderdeel daarvan op hun buitenwand zodat alle andere immmuuncellen en eiwitten dat kunnen waarnemen en gealarmeerd worden en weten om welke ziekteverwekker het gaat.

WBL Magazine, Augustus April 2021,2021, jaargang jaargang 41 - nr 41 127 - nr 128 den deze afweercellen meteen opgeroepen door de macrofagen en zijn ze binnen enkele minuten ter plaatse. Daarbij moeten ze wel de bloedvaten verlaten, heel bijzonder dat dat kan! De micro-bloedvaatjes worden daarvoor doorlaatbaar en de neutrofielen wringen zich als microslangetjes door die microgaatjes in de bloedvatwand op weg naar de werkplek, de wond.

afbeelding: macrofaag verslindt bacteriën (blauw gekleurd). Ze hebben een doorsnede van 4 x een rode bloedcel (duizendmaal vergroot).

Afbeelding hieronder: een neutrofiel

Zoals een goede timmerman kan slopen en weer opbouwen zo veelzijdig zijn ook deze macrofagen. Zij kunnen een enorm gecompliceerde strijd aangaan met de ziekteverwekkers en vervolgens alle dode cellen en bacteriën opruimen, maar ook het herstelproces helpen ondersteunen en begeleiden. Zij kunnen daarbij processen versnellen maar ook weer afremmen als dat nodig is. Ook al staat er ‘’macro’’ voor haar naam, het is niet meer dan een microscopisch celletje maar waanzinnig veelzijdig en haar complexiteit is vergelijkbaar met die van een eicel, waar uiteindelijk ook een compleet mens of dier uit ontstaat. Haar diameter is ongeveer 4x die van een rode bloedcel. Neutrofielen Zij zitten in het bloed, worden gevormd uit stamcellen in het beenmerg van vooral de wervels, ribben en bekken en vormen ongeveer 60-70 % van ons aantal afweercellen.

afbeelding rechtsonder: rode bloedcellen met daartussen gekleurde neutrofielen

Misschien wel het belangrijkste onderdeel van ons aangeboren immuunapparaat. Miljarden witte bloedlichaampjes die in ons bloed zitten, ongeveer 5 miljard per liter bloed. Afrikanen en mensen uit het MiddenOosten hebben er minder! Haar doorsnede is 2 x die van een rode bloedcel. Omdat deze neutrofielen maar kort leven, enkele uren tot een paar dagen, maakt het lichaam er elke dag ongeveer 100 miljard aan. Als we een wond oplopen wor10

Door het beschadigde weefsel in de wond komen er ook stoffen vrij die deze neutrofielen chemisch naar zich toe trekken zoals een magneet doet met metaal: chemotaxis. Deze neutrofielen zijn er om de bacteriën die via de wond ons lichaam proberen binnen te komen op te eten en te vernietigen, daarbij geholpen door allerlei chemische stoffen. De verorberde ziekteverwekker wordt in de neutrofiel met waterstofperoxide en een chloorachtige chemische stof gedood en vervolgens beschikt ze over een keur aan chemische stoffen om de bacterie te verteren. Uiteindelijk blijven de dode neutrofielen als gele of groene pus achter, afhankelijk van de soorten bacteriën die ze hebben vermoord. Uiteindelijk wordt de neutrofiel, als deze zijn werk gedaan heeft weer opgegeten door de macrofagen, de reuzencellen van het immuunapparaat. Eigenlijk zijn de kortlevende neutrofielen de flexwerkers van het immuunstelsel en zijn de macrofagen in vaste dienst. De neutrofielen kunnen slechts één actie uitvoeren, de macrofagen wel honderd en leven ook veel langer.

WBL Magazine secember 2020, jaargang 40 - nr 126 Ook produceert de neutrofiel chemische stoffen die het bloed laten stollen en zo wordt de omgeving van de wond afgegrendeld om te voorkomen dat de ziekteverwekkers kunnen ontsnappen. Het herstel van de wond zelf is weer een ander verhaal. Dus neutrofielen spelen een sleutelrol in de eerstelijns verdediging tegen binnenkomende pathogenen omdat zij erg mobiel zijn, enorme aantallen bacteriën kunnen opeten en bovendien ook nog allerlei chemische stoffen produceren die weer andere cellen van het immuunapparaat aantrekken. Er zijn bacteriën die een beschermend vetachtig laagje om zich heen hebben, zoals de tbc/tuberkelbacil, en zich zodoende niet zomaar laten vernietigen door een neutrofiel. Te veel suiker in het bloed remt de werking van deze neutrofielen.

Dendritische afweercel Zij is het AWACS-vliegtuig van het afweerapparaat, het alles aftastende radarvliegtuig. Het is de cel die vooral communiceert tussen het aangeboren immuunapparaat en het verworven gespecialiseerde immuunapparaat. Ook zij houden overal de wacht, maar vooral onder de huid en slijmvliezen van luchtwegen enz. Ook zij fagocyteren doorgebroken ziekteverwekkers, maar dan vooral om met deze informatie naar de lymfeklieren te gaan om daar de B- en T-lymfocyten te waarschuwen.

WBL WBL WBLMagazine Magazine, WBL Magazine Magazine December Augustus augustus april 2020, 2021, jaargang 40 41 - nr 125 124 126 128

Met al die uitlopers, zodat ze op een beetje hersencel lijkt, kan ze tegelijkertijd met heel veel andere cellen communiceren. Ralph Steinman, een Canadese wetenschapper ontdekte in 1973 deze bijzondere cel met al zijn voelsprieten. Hij toonde ook aan dat zij een wezenlijke rol spelen in de afweer tegen ziekteverwekkers en kankercellen, omdat zij onmisbaar bleek te zijn door het activeren van de T- en B- lymfocyten. Hij ontving in 2011 daarvoor de Nobelprijs, mede omdat hij ook met deze dendritische cellen had gezorgd voor een innovatieve behandeling tegen kanker, infectieziektes en auto-immuunziektes. Helaas was hij 3 dagen voor het bericht dat hij deze voor wetenschappers prestigieuze prijs had gekregen, overleden. De commissie was daarvan niet van op de hoogte! Een Nobelprijs voor overleden wetenschappers mag niet.

Interferon Het verhaal over het aangeboren afweerstelsel zou niet compleet zijn als de ontdekking van interferon geen aandacht zou krijgen, een eiwit dat geproduceerd wordt door alle lichaamscellen die aangevallen worden door een virus. Het was artsen allang opgevallen dat er nooit mensen waren die tegelijkertijd aan 2 of meer virusinfecties leden zoals pokken en mazelen of nu aan covid en griep. Wereldwijd werd er onderzoek naar gedaan en Alick Isaacs en Jean Lindemann waren de eersten die het woord ‘’interferon’’ in de mond namen voor een toen nog onbekende stof, die voorkomt dat een lichaamscel door twee verschillende virussen kan worden geïnfecteerd. Veel collega-wetenschappers namen hen aanvankelijk niet serieus omdat zij de virusremmende stof nog niet hadden kunnen isoleren en spraken gekscherend over ‘’imaginon” en “misinterpreton’’. Isaacs werd zelfs depressief van al deze kritiek, maar ze gingen door met onderzoek. Het duurde nog 10 jaar voor men de zuivere stof wist te isoleren en toen stond de wereldpers er ook bol van. 11

Helaas was hij 3 dagen voor het bericht dat hij deze voor wetenschappers prestigieuze prijs had gekregen, overleden.

WBL Magazine, Augustus April 2021,2021, jaargang jaargang 41 - nr 41 127 - nr 128 Het bleek niet alleen de virusgroei af te remmen maar ook die van kankercellen! Eindelijk een nieuw kankermedicijn, dat men ook nog via biotechnologie op grote schaal zou kunnen gaan bereiden. Helaas…het werkt wel remmend op de groei van kankercellen maar ook op allerlei belangrijke functies van het lichaam, met als gevolg een scala aan heftige bijwerkingen en patiënten belandden soms zelfs bij de psychiater. Later bleken er wel meer dan 10 verschillende interferonen te zijn die allemaal verschillende taken hebben en om het geheel nog ingewikkelder te maken, vormen zij een klein deel van een grote groep van stoffen die met de naam ‘’Cytokinen’’ werd toebedeeld. Wel 100 verschillende eiwitachtige stoffen, geproduceerd door de lichaamscellen om met elkaar te kunnen ‘’praten’’, communiceren en overleg plegen.

Toen in de jaren 70 van de vorige eeuw van een bepaald cytokine werd aangetoond dat het bij muizen kankergezwellen liet afsterven, was er weer een enorme opwinding onder de immunologen: eindelijk is het dan toch gelukt. Het cytokine kreeg de toepasselijke naam ‘Tumor Necrose factor’ afgekort als TNF. Helaas bleek al snel dat het bij mensen vaak averechts werkte en tumoren sneller liet groeien. Nu zijn er zelfs medicijnen ontwikkeld die het TNF afremmen.... Maar misschien staat er wel weer een wetenschapper op die dit bij muizen wel bruikbare kankermedicijn via een eenvoudige chemische ingreep weet om te bouwen tot een wel werkzaam kankermedicijn, zoals de Hongaarse Katalin Kariko dat deed met het aanvankelijk niet bruikbare mRNA vaccin van Pfizer/Biontech. Zij verving een gevaarlijk molecuul door een nepmolecuul. Ook het meest succesvolle vaccin aller tijden kwam uiteindelijk uit de handen van een huisarts, die waardeloze en ongevaarlijke koeienpokken wist in te zetten om mensen levenslang te beschermen tegen de dodelijke mensenpokken.

Doe je het als lichaamscel niet goed dan word je door het immuunapparaat vernietigd. Het verworven gespecialiseerde immuunapparaat Dit onderdeel van ons afweerapparaat vertegenwoordigt slechts 5%. Dit gedeelte van ons afweer, het op gang brengen van T en B-lymfocyten in onze lymfeklieren en milt komt traag op gang en duurt al gauw een paar weken….maar is zeer gespecialiseerd en in staat om voor elk verschillend virus of bacterie speciale antistoffen aan te maken en kan zodoende gericht aanvallen en ook een geheugen daarvan opbouwen. Als de Dendritische cel met haar informatie van een ziekteverwekker in de lymfeklier is aangekomen, wordt er bepaald welke van de daar aanwezige miljarden B- en T-lymfocyten een match heeft met deze specifieke ziekteverwekker. Al die miljarden B- en Tlymfocyten verschillen in hun sensoren en de B- en T-lymfocyt die het goede dekseltje heeft dat op het ziekteverwekkerspotje past wordt de koningin! Zij mag zich explosief als een kloon gaan vermenigvuldigen, zodat al haar nakomelingen identiek zijn aan haarzelf en als ze op voldoende sterkte zijn, trekken ze massaal naar de plaats van het ziektegebeuren. Na genezing blijven enkele van hen als geheugencellen achter, de memory-lymfocyten.

De B- en T-lymfocyten gaan via het bloed ook naar de plek des onheils en de antistoffen omgeven aldaar de ziekteverwekkers daarmee, zodat deze duidelijker herkenbaar worden voor de fagocyterende afweercellen om door hen verslonden te kunnen worden. Antistoffen zelf kunnen het virus niet doden, wel verlammen, merken en klaar maken voor de fagocyten die haar dan kunnen opeten. “Zauberkugeln”, toverkogels, noemde de Duitse Nobelprijswinnaar Paul Ehrlich ze al in het jaar 1900. Als het een ziekteverwekker gelukt is om toch een lichaamscel binnen te 12

Ook het meest succesvolle vaccin aller tijden kwam uiteindelijk uit de handen van een huisarts, die ….

WBL Magazine secember 2020, jaargang 40 - nr 126

WBL WBL WBLMagazine Magazine, WBL Magazine Magazine December Augustus augustus april 2020, 2021, jaargang 40 41 - nr 125 124 126 128

dringen dan kan deze niet meer gefagocyteerd worden door de afweercellen en is vernietigen van de lichaamscel met ziekteverwekker nog de enige oplossing, het schip tot zinken brengen met man en muis. Dat is de taak van een speciaal daarvoor opgeleide Tlymfocyt, de ‘’cytotoxische’’ T-lymfocyt, maar ook de Killercellen kunnen dat. De T-lymfocyten kunnen dus niet fagocyteren en hun specialiteit is vooral dat zij lichaamscellen die geïnfecteerd zijn met ziekteverwekkers lek te schieten en zodoende vernietigen.

Soms werden biggen en kalfjes van wel 10 of meer verschillende moederbedrijven aangevoerd op een bedrijf met als gevolg een besmetting met een scala van verschillende ziekteverwekkers met veel ziektes tot gevolg.

Ook van de T-cellen blijven geheugencellen achter om bij een latere herinfectie met dezelfde ziekteverwekker meteen in actie te kunnen komen en kunnen zo dus een blijvende bescherming garanderen, vaak levenslang. Van dit principe maakt ook vaccineren gebruik. Bij vaccineren omzeil je wel het aangeboren primaire immuunapparaat door het vaccin met ziekteverwekker en al rechtstreeks in de spieren te spuiten en je zodoende de natuurlijke beschermende barrières van het lichaam omzeilt. De T- en B- lymfocyten, die slechts 5% van het vermogen van afweerapparaat vormen, worden dan direct ingeschakeld. Meestal worden door vaccinatie zelfs alleen maar de B-lymfocyten geactiveerd om antistoffen aan te maken, maar met het nieuwe mRNA vaccin zouden ook de T-lymfocyten geactiveerd worden. De door middel van vaccinatie verkregen hoeveelheid antistoffen is vele malen lager dan wanneer je de ziekte hebt doorgemaakt en kan wel een factor van 1000 of meer lager zijn: het beschermt dus ook veel korter. Als je antistoffen tegen een ziekteverwekker kunt aantonen in het bloed dan is deze in het verleden ooit doorgebroken geweest. Zijn er geen antistoffen aan te tonen dan ben je niet met die ziekteverwekker in contact geweest of het basale immuunapparaat heeft de ziekteverwekker binnen minuten uit de weg geruimd en er geen sporen van achtergelaten. 13

Passieve afweerapparaat Jonge dieren maar ook baby’s hebben nog een primitief immuunapparaat dat zich nog verder moet ontwikkelen en zij moeten het hebben van de passieve weerstand die zij van de moeder hebben meegekregen: deze is vooral gericht op de ziekteverwekkers uit haar eigen buurt. Meestal blijven moeder en kind ook in hun natuurlijke omgeving, gelukkig maar want verplaatsen is niet zonder risico. Bij onze gedomesticeerde jonge dieren gebeurt dat helaas vaak wel, uitgezonderd veulens, die nog een half jaar bij de moeder blijven en zodoende al die tijd ook moedermelk met antistoffen krijgen: die hebben dan ook weinig ziekteproblemen. Dit geldt ook in mindere mate voor lammetjes. Jonge katjes, hondjes maar ook kalfjes en biggen moeten al snel op eigen benen staan en vaak ook nog in een compleet nieuwe omgeving met andere ziekteverwekkers en bovendien ook nog gehinderd door verlatingsstress en dientengevolge veel ziekteproblemen. Langdurige stres ondermijnt het afweerapparaat. Ook het mengen van jonge dieren van verschillende herkomst kan veel ziekteproblemen veroorzaken. Soms werden biggen en kalfjes van wel 10 of meer verschillende moederbedrijven aangevoerd op een bedrijf met als gevolg een besmetting met een scala van verschillende ziekteverwekkers met veel ziektes tot gevolg. Komen ze allemaal van hetzelfde moederbedrijf dan zijn er praktisch geen problemen.

We hebben nu ook met het coronavirus ervaren dat ziekteverwekkers enorm onverwacht kunnen opduiken en daarna divers en grillig blijven, niets staat stil in de natuur en past zich aan om te overleven. Wetenschappers schatten dat nog maar 5 % van de exacte werking van het immuunapparaat is opgehelderd. Voor elk probleem dat opgelost wordt, komen er weer 10 voor in de plaats. In hoeverre je kunt vertrouwen op het immuunapparaat is moeilijk te voorspellen.

WBL Magazine, Augustus April 2021,2021, jaargang jaargang 41 - nr 41 127 - nr 128 Het is afhankelijk van leeftijd, gezondheid, slaap, stress en andere leefomstandigheden. Een vitaal bestaan en gezonde leefstijl zijn vooral van wezenlijk belang maar je kunt er nooit helemaal op vertrouwen en met het stijgen der jaren sukkelt het immuunapparaat langzaam in slaap. De sterfte t.g.v. griep is voor 90 % bij de 65+ers. Het vermijden van onbekende ziekteverwekkers is verstandig, maar niet altijd mogelijk. Ook erfelijke tekortkomingen in het complexe afweerapparaat kunnen het ziekteverwekkers gemakkelijk maken. In de wetenschap gaat het volgens Arthur Koestler vaak als volgt: ”De geschiedenis van ontdekkingen zit vol met aankomsten op onverwachte bestemmingen en aankomsten op de goede bestemming met de verkeerde boot.” Door al die ontdekkingen is wel duidelijk geworden dat het immuunapparaat niet bepaald een eenvoudig verdedigingsmiddel is. Steinman en al die andere duizenden onderzoekers realiseerden zich dit maar al te goed en maakten steeds meer duidelijk dat het een bovenmenselijk gecompliceerd systeem is, een mini-heelal. Al die cellen

en eiwitten van dat afweersystemen hebben niet een eigen en specifiek omschreven taak zoals lang werd aangenomen, maar kunnen steeds weer wisselende vaardigheden uitvoeren, allemaal afhankelijk van wat nodig is op dat moment en geïnduceerd wordt door haar omgeving. Zoals een stukje vel tijdens onze embryonale ontwikkeling zich differentieert tot een compleet oog en zelfs een ‘’eenvoudig” stukje vel een enorme potentie in zich heeft, zo is dat ook met al die ‘’eenvoudige’’ immmuuncellen, het hangt allemaal af van wat er aan de hand is in het lichaam en wat de omgeving vraagt. De informatie die inwerkt op de cellen bepaalt wat ze gaan doen zoals een bouwvakker die destructief kan gaan slopen om daarna iets prachtigs op te bouwen. Manipuleren in dat ongelooflijk complexe immuunapparaat is waanzinnig moeilijk en misschien wel vergelijkbaar met het idee om de aarde in een gunstiger baan om de zon te brengen om verdere opwarming te voorkomen.

WBL en HKIJ maken samen een boek: Het hoge land rondom IJsselstein en Lopikerkapel Onder de titel ‘Het hoge land rondom IJsselstein en Lopikerkapel, ontstaan en ontwikkeling van een bijzonder gebied’ zal de WBL in samenwerking met de Historische Kring IJsselstein een boek uitgeven over de geschiedenis van het gebied in het zuidoosten van de Lopikerwaard, dat ligt tussen de IJssel en de Graafbrug, tussen Lek en Achterdijk en van de IJsseldam tot IJsselstein. Het boek beschrijft de geschiedenis van dit relatief hooggelegen gebied vanaf de Oudheid tot heden. In een aantal hoofdstukken besteedt het boek aandacht aan onder andere de bestuurlijke en waterstaatkundige geschiedenis. In twee hoofdstukken komen vele bestaande monumenten en reeds verloren gegane bijzondere ge-

bouwen aan de orde, met speciale aandacht voor Hofstede te Vliet en Huis te Vliet in Lopikerkapel. Het laatste hoofdstuk zal zijn gewijd aan de afgelopen decennia. Het gebied dat in dit boek beschreven wordt is in de afgelopen periode in het vizier gekomen van planologen en planontwikkelaars. Het boek is geschreven door twee leden van de WBL, namelijk Cobie van Lent-Schwarze en Wim Scholten, en Hans Ellenbroek en Bart Rietveld, beide leden van de Historische Kring IJsselstein. De eindredactie wordt gevoerd door Wim Scholten. Het rijk geïllustreerde boek zal een formaat hebben van 22,5 x 24 cm en de winkelprijs zal € 14,95 bedragen. 14

.

WBL Magazine secember 2020, jaargang 40 - nr 126

door Tineke Honkoop, info via Zoogdier-vereniging

foto onder: vraatspoor van bever langs de Lek bij Lopik

WBL WBL WBLMagazine Magazine, WBL Magazine Magazine December Augustus augustus april 2020, 2021, jaargang 40 41 - nr 125 124 126 128

Steeds vaker worden er bevers gespot in de Lek en soms in de Hollandsche IJssel. Het gaat goed met de bever in Nederland. Eerder was al bekend dat het dier vanuit de Biesbosch zijn weg richting het Groene Hart had gevonden. Bevers, geboren in de Biesbosch, trekken sinds 2011 naar geschikte grienden langs de Oude Maas. De laatste jaren worden vraatsporen en burchten gevonden o.a. in Krimpen a/ d IJssel. Hoogstwaarschijnlijk zijn de bevers, of bever, via het Stormpoldervloedbos in Krimpen a/d IJssel naar onze kant van de rivier gekomen. Zelf kwam ik tijdens een wandeling langs de Lek t.h.v. de Zijdeweg in Lopik, in het voorjaar duidelijke vraatsporen van een bever tegen. Ik besloot om eens een onderzoekje te starten. Op internet vond ik diverse meldingen o.a. van een waarneming bij de pont in Schoonhoven in 2016. Hier kwam een bever op zijn gemak langs zwemmen. Ook vond ik een melding vanuit Ameide van een zwemmende bever in maart 2021 en vrij recent vond een wandelaar 2 jonge bevers in Krimpen aan de Lek. 15

Maar ook in De Hollandsche IJssel in Gouda zwom in 2019 een bever rond. Zijn komst wordt in het Groene Hart met gejuich ontvangen. Want de bever was een lange tijd hier afwezig. In 1826 werd de bever voor het laatst in Nederland gezien. Voornamelijk door de jacht verdween de bever uit ons land. Hij werd bejaagd om zijn pels voor het bont en voor bevergeil, een substantie uit de anaalklieren, dat werd gebruikt in geneesmiddelen en in parfums.

WBL Magazine, Augustus April 2021,2021, jaargang jaargang 41 - nr 41 127 - nr 128 Bevergeil is een naar muskus ruikende stof en de bever gebruikt het om zijn territorium te markeren. Paspoort van de bever Bevers hebben een platte brede staart. Bij onraad slaan ze hiermee op het water om soortgenoten te waarschuwen. Ze hebben korte poten en alleen de achterpoten hebben zwemvliezen. Bevers hebben een stompe kop met kleine oogjes en oren. Als ze duiken kunnen ze hun neus en oren sluiten. Knagen doen ze met hun sterke oranje snijtanden die altijd doorgroeien. Bevers hebben een kop-romp lengte van ca. 75 tot 90 centimeter en wegen 23 tot 38 kilogram. De staart is 28 tot 38 centimeter lang. Man en vrouw zijn even groot. Bevers leven in kleine familiegroepen en altijd in de buurt van water. Een groep telt zo’n vijf of zes bevers. Een volwassen paartje en hun jongen van de twee laatste worpen. De jongen blijven ongeveer twee jaar bij hun familie en gaan daarna hun eigen territorium zoeken. De bever is een dagdier, maar in drukke gebieden is hij hoofdzakelijk ’s nachts actief. In rustige gebieden kun je hem vaak ’s ochtends of ‘s avonds zien.

Bevers zijn goede zwemmers. Ze kunnen tot vijftien minuten onder water blijven. De bever is een echte vegetariër met een uitgebreid menu. Hij eet, naast scheuten van waterplanten, ook delen van bomen en struiken Hij heeft een voorkeur voor wilgen en populieren. Met zijn vlijmscherpe tanden knaagt hij de schors van de stam. Hij is in staat om flinke bomen door te knagen om zo bij de takken te kunnen komen. De takken gebruikt hij om zijn burcht te bouwen en hij legt er een wintervoorraad van aan.

Vraatsporen Door zijn foerageergedrag laat de bever nogal wat sporen achter. Zo worden bomen, met name in het winterseizoen, om geknaagd voor het aanleggen van een eventuele wintervoorraad. Bij het omknagen van een boom wordt op een hoogte van enkele centimeters tot een halve meter hoogte de bekende zandlopervormige inkeping gemaakt. Bij afgeknaagde takken of dunne bomen ontstaat een schuin snijvlak. Rond de plaats waar de bever heeft geknaagd liggen vaak grove spaanders van 3 tot 4 cm breedte en 10 tot 12 cm lengte. De bever knaagt bomen tot wel 60 cm doorsnede door, en soms ook wel dikkere bomen. Vervolgens wordt een boom in stukken van 1 meter of meer geknaagd en naar de waterkant gesleept om van de bladeren, twijgen en bast te eten. Ook worden delen naar een dam of burcht gesleept. De tandafdrukken, die ongeveer 8 mm breed zijn, zijn duidelijk zichtbaar op de stam, de tak en op de spaanders. In het water zijn vaak afgeknaagde en geschilde takken van bomen te vinden, waarop tandafdrukken meestal nog zichtbaar zijn. 16

De bever: Klasse: Mammalia (Zoogdieren) Orde: Rodentia (Knaagdieren) Familie: Castoridae (Bevers) Geslacht: Castor Soort: Castor fiber Rode Lijst NL Zoogdieren (2020):Thans niet bedreigd

naschrift Tineke: Men kon mij helaas bij de Werkgroep CaLutra geen informatie geven over de specifieke stand van de bever(s) in de Lek t.h.v. de Lopikerwaard. Zolang die informatie er niet is doen wij het met waarnemingen van wandelaars en “vroege vogels” die vaak worden verrast met een langs zwemmende bever. Wij zijn benieuwd of de bevers zich hier definitief gaan vestigen en zo een verrijking voor de natuur langs de Hollandsche IJssel en de Lek gaan vormen.

foto’s van vraatsporen: Jan Kooijman

WBL Magazine, Magazine secember Augustus 2020, 2021, jaargang 40 41 - nr 126 128

Vroeger kwam de bever in een groot deel van Nederland voor. Door zijn gewilde pels en onderhuidse vetlaag, omdat bevervlees in vastentijd gegeten mocht worden (hij werd, net als een vis, gezien als een ‘waterdier’) en omdat het vee zijn poten brak in ondergrondse beverholen werd de bever intensief bejaagd. Daarnaast is biotoopvernietiging ook een belangrijke factor geweest, waarna hij in 1826 is uitgestorven. In de periode 1988-1991 is in de Biesbosch een aantal families uit het Elbegebied (voormalig DDR) losgelaten, vanaf 1994 gevolgd door een herintroductie in de Gelderse Poort (tussen Arnhem en Nijmegen). Nabij Natuurpark Lelystad leeft sinds 1991 een populatie, die zijn oorsprong kent uit ontsnapte bevers. Tussen 2002 en 2004 zijn er dieren bijgezet bij bevers die zelfstandig vanuit Duitsland en België naar Limburg kwamen. Het meest recent is de uitzetting van bevers in het grensgebied van Groningen en Drenthe vanaf 2008. Inmiddels zijn de meeste uitzetlocaties met elkaar verbonden en heeft de bever de tussenliggende stukken zelf gekoloniseerd. De bever neemt de laatste jaren zowel in aantal als in verspreiding toe.

WBL WBLMagazine WBL Magazine Magazine December augustus april 2020, jaargang 40 - nr 125 124 126

Waarnemen Sporen Het karakteristieke beeld van een grote omgeknaagde boom is uiteraard het meest opvallende spoor dat een bever achterlaat. Er zijn echter veel meer dingen waar een bever zijn aanwezigheid mee verraadt. Zicht Bevers zijn in het zomerhalfjaar in de avond, wanneer ze actief worden, goed waar te nemen. Vaak komen bevers in de zomer rond 20.30 uit hun verblijfplaats, maar dat kan ook pas om 22.00 plaatsvinden. In de winter zijn ze vrijwel alleen actief als het donker is. Geluid Meestal zwijgzaam. Soms zachte kreunende of blazende geluiden. In geval van gevaar slaan ze met hun staart op het water om familieleden te waarschuwen. Het geluid van de staart die op het water slaat is vaak de manier hoe je de aanwezigheid van een bever opmerkt tijdens een wandeling in de avonduren. Op de website van Zoogdiervereniging (zoogdiervereniging.nl) vond ik meer informatie. De vereniging telt samen met de waterschappen de bevers in Nederland. Het blijkt dat in Limburg de populatie erg groot is en nog steeds groter wordt. De provincie vindt dat er nu te veel bevers zijn. Deze zouden een bedreiging vormen voor de dijken. Elk jaar zijn er weer veel medewerkers van de waterschappen en deelnemers van de bever & otterwerkgroep van Zoogdiervereniging (CaLutra), die de verspreiding van bever of otter bijhouden in hun gebied.

Dankzij deze inzet is het mogelijk om veranderingen in verspreiding van deze semi-aquatische zoogdieren te volgen. Dit project is sinds 2012 onderdeel van het NEM (Netwerk Ecologische Monitoring). Op de kaart (afbeelding) de resultaten tot medio 2020. Inventarisatie bever Sporen van bever (vraatsporen, geurmerken, burchten, holen, legers, dammen, beverkanalen) zijn doorgaans goed te herkennen en gemakkelijk te vinden. 17

Een aantal deelnemers van CaLutra volgt al enkele jaren ‘hun bevers’. Daarnaast leveren de medewerkers van de waterschappen landelijke gegevens, want zij kunnen relatief eenvoudig en zonder grote tijdsinspanning achterhalen en weergeven waar bevers voorkomen. Op het kaartje hierboven staat de verspreiding van de bever weergegeven op het niveau van 5 x 5 km hokken tot en met medio 2020. In grote lijnen geeft deze kaart een actueel beeld van de verspreiding. De kaart laat in tegenstelling tot vorige jaren, waarbij er nagenoeg alleen aan de al aanwezige verspreiding aansluitende hokken bijkwamen, enkele opvallende veranderingen zien. Zo dook begin 2020 een bever op ten oosten van Den Haag. Meerdere mensen hebben minimaal één dier gezien en gefilmd. Daarnaast dook er een bever op langs de Dinkel in Twente. Ook vermeldenswaardig zijn de bevermeldingen in de Achterhoek. Daarnaast werd er voor het eerst sinds jaren een kilometerhok met beversporen in Noord-Holland gevonden (Stichtse Brug). Nu het rivierengebied nagenoeg vol zit, is het de verwachting dat bevers in toenemende mate de hogere zandgronden gaan koloniseren. (Bron: De Telganger, oktober 2020)

WBL Magazine, Augustus April 2021,2021, jaargang jaargang 41 - nr 41 127 - nr 128

door Linda Bosma - 51 jaar en woonachtig in Benschop. Amateurfotograaf met een passie voor macrofotografie, vogels en landschappen. Wilt u meer van haar werk zien? Ze is te vinden op Instagram onder de naam : lindabosmuis.

foto bovenaan pagina: de uilskuikens, ca. 6 weken oud. De een heeft nog donsveren op zijn borst de andere alleen nog op zijn kop.

Natuur dichtbij huis Al jaren geniet ik van de prachtige natuur dichtbij huis. En in de Lopikerwaard kun je als amateur natuurfotograaf je hart ophalen. Ongeveer een maand geleden ben ik gevraagd om de kerkuilen op een boerenerf te komen fotograferen. 19 jaar geleden werd er, nadat er ca. 25 jaar geen enkele kerkuil meer was waargenomen in de Lopikerwaard, ineens een koppeltje kerkuilen op deze boerderij in Benschop gezien. De eigenaren timmerden direct een uilenkast en in datzelfde jaar werden 7 eieren uitgebroed en grootgebracht. De jaren erna breidde de populatie gestaag uit en 1 nestkast werden er 3. Ieder jaar worden er sinds die tijd wel 1 tot 2 broedsels kerkuilen grootgebracht. 2021 is een slecht jaar voor de Kerkuilen. De hele strenge vorstperiode van februari heeft de populatie door heel 18

Nederland flink uitgedund en ook op de boerderij is er maar 1 broedend paartje dit jaar. In de bezette nestkast liggen op een gegeven moment 8 eieren. Helaas zijn de eieren niet allemaal uitgekomen. Wanneer de nestkast weer wordt gecheckt, nadat er in de schemer duidelijke geluiden uit de kast zijn gekomen, zitten er 5 kuikens in. Op dat moment ben ik gevraagd deze fotoserie te maken. De grootte en leeftijd van de jongen verschilt van elkaar. Kerkuilen leggen namelijk hun eieren niet allemaal tegelijk maar met tussenposen van ca. 2 dagen per ei. Moeder uil begint dan bij het eerste ei al wel direct te broeden, waardoor de jongen dus ook niet allemaal tegelijk uit het ei komen. Ook in “onze kast” zitten jongen die variëren in de leeftijd van ca. 2 weken oud tot 3,5-4 weken oud.

WBL Magazine secember 2020, jaargang 40 - nr 126

WBL WBL WBLMagazine Magazine, WBL Magazine Magazine December Augustus augustus april 2020, 2021, jaargang 40 41 - nr 125 124 126 128

Op het moment dat dit stuk gepubliceerd wordt zullen de Kerkuil kuikens ca. 7 en 9 weken oud zijn. Nog te jong om de nestkast al definitief te verlaten. Wanneer de jongen ongeveer 9 weken oud zijn kunnen ze al een beetje vliegen en verlaten ze zo nu en dan de nestkast om de wereld om zich heen te ontdekken en kracht op te bouwen voor het vliegen. Geleidelijk aan wagen ze hun eerste poging tot het vangen van hun eigen prooi.

Op de foto’s is goed het leeftijdsverschil te zien. Ca. 15 dagen nadat we de eerste foto’s hebben gemaakt kijken we nog een keer bij de kuikens.

Na ca. 3 maanden komen de jonge kerkuilen niet meer terug in de nestkast maar verblijven nog wel in het territorium van de ouders. Afhankelijk van de hoeveelheid prooien blijven de jonge kerkuilen nog in het territorium van de ouders tot maximaal 1 jaar oud. Daarna moeten ze op zoek naar hun eigen plekje in de Lopikerwaard.

Alle 5 de jongen groeien goed. 3 jongen zijn nog wit gekleurd van de donsveertjes maar de 2 grootste jongen hebben al bijna hun complete volwassen verenkleed zoals te zien op de foto’s. Hier zijn de grootste jongen ca. 6 weken oud. Moeder uil verlaat trouwens het nest niet voordat de jongen tussen de 1,5 en 3 weken oud zijn. Tot die tijd voert de vader uil zowel de moeder als de jongen. Na 1,5 week hebben de kuikens genoeg dons gekregen om zichzelf warm te houden zodat zij ’s nachts mee kan op jacht om voldoende muizen te vangen om alle jongen en zichzelf te voeden. De vader brengt in die tijd de muizen naar de kast en is binnen de kortste tijd weer op pad voor de volgende vangst. Moeder blijft na een vangst langer bij de kuikens. Totdat de kuikens hele muizen kunnen doorslikken voert zij de muizen in kleine stukjes. Met ca. 4 weken kunnen de kuikens al hele muizen verorberen. Dit is natuurlijk wel afhankelijk van het formaat muis. Een kleine muis kunnen ze al eerder in zijn geheel opslokken dan een grote.

Maar het gebeurt ook al dat de jongen zelfstandig genoeg zijn met 4 maanden en dan al vertrekken. Nu natuurlijk de vraag of u zelf uilen tegen kunt komen. Dat is zeker mogelijk, alleen moet u zich wel even verdiepen in de wereld van de uil en er de tijd voor nemen. Maar hierbij alvast wat informatie over de uilen die in de Lopikerwaard voorkomen: de bosuil en de kerkuil. 19

foto linksboven: uilskuiken van ca. 2 weken oud

foto hieronder: kuiken van ca. 3,5 – 4 weken oud waarbij het hartvormige gezicht al goed zichtbaar wordt

20

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127 Deze beide uilen zijn voornamelijk nachtjagers en zult u dus ook bijna nooit overdag vliegend tegenkomen. Dat het nachtjagers zijn is te zien aan de kleur van hun ogen. Deze is zwart. De kerkuil zit het liefst in oude schuren en zolders, hoog in de nok. De bosuil vind je vaak goed gecamoufleerd in oude loofbomen. Eiken zijn favoriet maar ook in kastanjebomen en oude beuken kom je ze tegen. Buiten het broedseizoen vind je de bosuil ook in de kroon van grove dennen. De ransuil heeft oranje ogen en is voornamelijk een schemerjager maar kan ook overdag goed jagen. Deze kun je dus in het laatste of eerste licht van de dag vliegend tegenkomen. Deze uil komt in de winter ook veel voor in woonwijken (zie foto op de voorpagina). Gewoon in een groenblijvende boom ergens in een tuin of zoals bij mij in de straat gewoon in de bomen langs de kant van de weg. Deze uilen zullen dan ook het snelst door mensen gezien worden. Kijk daarbij vooral ook op de grond rond de bomen. Aan de hand van vogelpoep en soms zelfs uilenballen kun je achterhalen of er uilen zitten. Bij mij in de straat komen de ransuilen in het begin van de winter samen in hun gezamenlijke roestplek. Eind februari / begin maart verspreiden ze zich weer naar hun eigen broedplek. Dit is vaak een verlaten kraaiennest.

Typerend voor deze uilen is dat wanneer ze zich op hun gemak voelen ze een beetje in elkaar zitten met hun “oor”pluimen omlaag. Zijn ze alert dan rekken ze zich uit en komen hun mooie pluimen omhoog. Deze “oor”pluimen zijn trouwens de wenkbrauwen van de uil en hebben niets het met gehoor te maken.

De overige 2 uilen die in de Lopikerwaard voorkomen zijn de steenuil en de velduil. Dit zijn uilen met gele ogen en worden gezien als dagjagers. Door de gele kleur van de ogen kunnen deze uilen veel beter tegen het felle licht van de zon. Hierdoor kunnen ze tijdens het

WBL Magazine, Augustus 2021, jaargang 41 - nr 128

jagen tegelijkertijd ook de buizerds, sperwers en kraaien in de gaten houden die het nog wel eens op deze uilen hebben gemunt. Maar ook deze uilen jagen prima in de schemer en tijdens de nacht. De steenuil is te vinden op boerenerven waar ze zich kunnen schuilhouden in knotwilgen, schuren of houtwallen en waar ze hun voedsel makkelijk kunnen vinden. Deze uil vangt soms ook wel muizen maar leeft voornamelijk van regenwormen. Deze kleine uilen houden ervan om ’s ochtends zich op te warmen in de zon. Ook de pas uitgevlogen jongen zitten graag op klaarlichte dag in de zon te wachten totdat hun ouders een smakelijke prooi komen brengen.

vervolg van “Natuur dichtbij huis”

Behalve de foto’s van de kerkuilen stuurde Linda ons nog een aantal foto’s van “natuur dichtbij huis”. We zullen in de toekomst wellicht meer van haar werk gaan zien. Op de pagina hiernaast alvast een impressie; foto’s uit Benschop (o.a. natuurgebied Willeskop).

De velduilen tref je juist weer aan in de polders. Ze houden zich niet schuil in bomen of gebouwen maar op de grond. Ook broeden ze op de grond hun jongen uit. Overdag kun je ze soms zien jagen op veldmuizen en jonge vogels. Het is een zeer zeldzame broedvogel in Nederland. Tijdens de nachtelijke jacht heeft hij concurrentie van de kerkuil en overdag van de torenvalk. Hierdoor verkiest deze vogel toch vaak de schemer als zijn favoriete jachtmoment. Mijn project met de kerkuilen gaat nog wel even door en hopelijk volgen dan ook de overige uilen van de Lopikerwaard. Graag wil ik nog wel het volgende benadrukken. Open nooit zelf een nestkast en verstoor de vogels niet. Zeker de kerkuil en steenuil zijn gevoelig voor verstoring. Ben je geïnteresseerd neem contact op met een lokale uilen- of natuurvereniging. Daar zijn ze altijd opzoek naar vrijwilligers of kun je een lezing bijwonen. En ben je benieuwd wat de natuur in onze eigen buurt nog meer te bieden heeft? Hierbij nog een paar foto’s genomen in natuurgebied Willeskop maar ook gewoon in het “Bosplan” in Benschop. Geniet van de natuur en kijk eens extra om je heen je zult zien dat er meer te zien is dan je denkt. 21

foto: 1 van de nestkasten voor de kerkuilen op de boerderij

WBL Magazine, Magazine secember Augustus 2020, 2021, jaargang 40 41 - nr 126 128

WBL WBLMagazine WBL Magazine Magazine December augustus april 2020, jaargang 40 - nr 125 124 126

Nieuwe energiecoöperatie in Lopikerwaard voor kleine zon-op-dak en zon-op-land projecten Vanaf 1 april 2021 geldt de nieuwe Subsidieregeling Collectieve Energieopwekking (SCE). Een coöperatie koopt een zonnestroominstallatie en legt deze aan op het groot dak van een gemeente, een agrarisch bedrijf, een ondernemer of op een stuk land. Een groep mensen wordt lid van zo’n coöperatie en zij kopen allemaal een deel van deze installatie. Er komen bijvoorbeeld 250 panelen en 25 mensen kopen dan elk 10 panelen. De leden moeten wonen binnen de postcoderoos, vandaar de naam van de regeling. De postcoderoos bestaat uit de viercijferige postcode van de centrale postcode plus alle direct aangrenzende postcodegebieden. De productieinstallatie moet in één van de postcodes binnen de vastgestelde ‘roos’ liggen. De coöperatie krijgt 15 jaar lang een subsidie voor de hoeveelheid opgewekte stroom van de overheid, het bedrag wordt verminderd met de opbrengst van de verkoop van de opgewekte stroom. De nieuwe regeling is bedoeld voor mensen die lokaal collectief duurzame energie willen opwekken, en deelname heeft geen relatie met je eigen stroomverbruik. Kosten en opbrengsten De aanschafprijs van een paneel en bijbehorende installatie, met een opbrengst van circa 300 kWh, kost rond de € 310.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/419/documents/12869