CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

C03 - Ingekomen stuk Werkgroep Behoud Lopikerwaard - WBL Magazine nummer 126.pdf

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6.: Lijst van ingekomen stukken11.222 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

JAARGANG 40 - Nummer 126 - December 2020

1

UITGAVE VAN DE WERKGROEP BEHOUD LOPIKERWAARD

drukt het WBL Magazine

Mandenmakerij de Broedkorf 2

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

Een woordje vooraf Wel of geen windmolens of zonneweiden in de Lopikerwaard? That's the question! Of toch liever woningbouw? Wie regelmatig het nieuws, zowel lokaal als landelijk, volgt ziet dat de druk op de grond steeds meer toeneemt. Een voorbeeld is hierbij de Polder Rijnenburg, aan de rand van de Lopikerwaard, waar de gemeente Utrecht, Provincie en het Rijk van mening verschillen over de invulling van de grond.

COLOFON WBL Magazine is een uitgave van de Stichting Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL). De stichting is ingeschreven in het stichtingenregister K.v.K. onder nr. 41179802. Kopij en info aan: Redactie WBL Magazine Moerasbos 25 3411 WD Lopik 0348-553006 / 06-10302055 Samenstelling redactieteam Tineke Honkoop Wim van der Putten Theo Hattink Vormgeving & opmaak Jan Kooijman Foto omslag: Jan Kooijman

Er gebeurt dus veel rond de energietransitie, zowel in Oudewater, Montfoort, Lopik als IJsselstein. Soms zorg- en verbazingwekkend hoe de energietransitie vorm krijgt. Er wordt niet gevraagd “willen jullie windmolens?”, maar "waar gaan we ze plaatsen." Gelukkig zijn er mensen die op de rem trappen zoals landschapsarchitect Berno Strootman, vertrekkend Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, die stelt in het advies van het College van Rijksadviseurs "een pas op de plaats te maken” in het kader van de energietransitie. Nu geen zonneweiden in de weilanden, ook geen ontsierende windmolens. Het College pleit voor een bredere visie, met waterstof, bodemwarmte etc. en een minister voor Ruimtelijk Ordening. Het College verzet zich tegen de hagelslag die nu over het land wordt uitgestrooid. Maar niet alleen een vertrekkend rijksadviseur staat op de rem, ook burgers verenigen zich in het verzet. We plaatsen in dit Magazine een brief van de Vereniging van Weidevogelbescherming die zich ernstige zorgen maakt over het plan om windmolens en zonneweiden te plaatsen in de Lopikerwaard. De werkgroep stelt: de Lopikerwaard is 1 van de 3 kerngebieden voor weidevogels in de Provincie Utrecht. De provincie en de gemeente Lopik hebben altijd bouwen in het groen beperkt, waarom wel windturbines en zonneweiden? 3

Er is nog een groot potentieel aan daken in onze Lopikerwaard zowel bij bedrijven als bij burgers. Een terechte vraag! In deze uitgave van de WBL staat het relaas van Ronald Meijer uit Polsbroek. Samen met de buurt kwam hij in opstand tegen een bedrijf dat te groot is voor de plek waar ze nu gevestigd is. Door jarenlang overleg en door goede bemiddeling kunnen de partijen verder. Het was een proces van een lange adem! De druk op de grond neemt toe, even niet opletten en je hebt een megaslachthuis of een autobedrijf met veel auto's in het weiland. Daarom ook heeft de WBL samen met Landschap Erfgoed Utrecht een zienswijze opgesteld over het gebied Lagedijk/Klaphek, ook wel ‘Over Oudland’ genaamd. Wim Boesten geeft een kleine geschiedenisles in zijn voorwoord. Het is belangrijk om de Lopikerwaard meer cultuurhistorische betekenis te geven. Als de geschiedenis niet bekend is dan is de sloop snel ingezet en er gaat dan meer dan 1000 jaar geschiedenis verloren. In het volgende Magazine zal de cultuurhistorie van de Lopikerwaard meer worden uitgediept door Willem Scholten en zijn team in samenwerking met de Historische Kring IJsselstein. In deze uitgave ook een mooi geschiedenisverhaal van Carla Brokking, Zij vertelt over de laatste dijkdoorbraken in Jaarveld in 1751. De kranten stonden er vol van.

Ik wens u allen fijne feestdagen en blijf gezond! Veel leesplezier!

Tineke Honkoop

WBL Magazine December 2019, jaargang 39 - nr 123

Adverteren in dit Magazine

INHOUDSOPGAVE

Voor een gering bedrag kunt u uw bedrijf of organisatie onder de aandacht brengen bij de lezers van dit Magazine. U ondersteunt daarmee de Werkgroep Behoud Lopikerwaard en maakt mede de uitgave van het Magazine mogelijk.

Vooraf Van de voorzitter Telpost De Horde Loonbedrijf De Heer Schone rivieren Plas/dras Hoesten Zwerfvuil ruimen Blikveld Reddingsplan grutto Dijkdoorbraken Weidevogelvereniging

Belangstelling? Stuur dan een mailtje naar: webmaster@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

HET WBL MAGAZINE VOORTAAN DIGITAAL I.P.V. PER POST? Vanaf het volgende nummer bieden wij onze leden/donateurs de mogelijk om dit Magazine niet langer per post te ontvangen maar in plaats daarvan een digitale versie. Dit bespaart ons naast verzendkosten ook drukkosten en het bespaart papier. Alle beetjes helpen.

pag. 1 pag. 3 pag. 5 pag. 7 pag. 9 pag. 11 pag. 13 pag. 18 pag. 20 pag. 20 pag. 21 pag. 24

Campagne ‘Nederland plant bomen’ van start

Eén miljoen bomen voor nieuwe bossen in Nederland, dat is het doel van de campagne Nederland plant bomen Wilt u van deze mogelijk gebruik maken? Stuur dan waarmee de EO op 18 november 2020 van start gaat. De een mailtje naar: omroep roept, samen met webmaster@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl Staatsbosbeheer, Stichting Nationale Boomfeestdag en Buitenfonds, iedereen in Nederland op om mee te werken aan een groener Nederland door het kopen van bomen. De bomen www.werkgroepbehoudlopikerwaard.nl komen in bossen in alle twaalf provincies. www.facebook.com/

WBL ONLINE

WerkgroepBehoudLopikerwaard

Meer bos Bossen spelen een belangrijke rol in het zorgen voor schone lucht, opslag van CO2, biodiversiteit en een gezondere leefomgeving. Met hulp van alle Nederlanders komt er dankzij deze campagne meer bos in ons land. Staatsbosbeheer zorgt ervoor dat in elke provincie terreinen beschikbaar komen om nieuwe bossen aan te leggen en plant de bomen.

Het volgende WBL Magazine verschijnt in april 2021. Hebt u ideeën over onderwerpen die u graag beschreven ziet worden of wilt u zelf een redactionele bijdrage leveren? De initiatiefnemers roepen gezamenlijk alle Nederlanders op om samen één miljoen bomen bij elkaar te brengen. Neem dan contact op met Een boom kost € 7,50, inclusief het planten en de eerste Tineke Honkoop: jaren jeugdverzorging in één van de nieuwe bossen. redactie@ Meedoen? werkgroepbehoudlopikerwaard.nl Ga naar Nederlandplantbomen.nl 4

WBL Magazine secember 2020, jaargang 40 - nr 126

WBL WBLMagazine WBL Magazine Magazine December augustus april 2020, jaargang 40 - nr 125 124 126

Van de Voorzitter De WBL heeft recent bij de ter visie legging van de Omgevingswet Provincie Utrecht een zienswijze ingediend wat betreft het Lagedijk/ Klaphek gebied. “Waarom?“ zult u zich afvragen.

door Wim Boesten, voorzitter Werkgroep Behoud Lopikerwaard foto: rechts onder: Wim Boesten poseert in het betreffende gebied

Bestuur WBL Voorzitter: Wim Boesten Secretaris: Wim van der Putten 06-51503306 Penningmeester: Leo van den Berg 06-22468863 Leden van het bestuur Henriëtte Keijzer 06-24532952 Irene Schuller 06-28407546 Marco Buitelaar 06-42916424

Na het ontdekken van Romeinse grafheuvels in 2009 bij de aanleg van de gemeentewerf te IJsselstein kunnen we ons afvragen “hebben hier vroeger niet de Romeinen gewoond?” Zo wordt uit de stukken van ADC acheoprojecten duidelijk dat er inderdaad een aantal Romeinse nederzettingen geweest moeten zijn ten zuiden van de grafheuvels dus juist in het gebied bij de Lagedijk/Klaphek, ook wel Over Oudland genoemd. Logisch. Langs de oevers van de Hollandse IJssel die in dit gebied meanderde, met zandbanken en stroomruggen, was dit een ideale vesting plaats voor de eerste bewoners. Sowieso is dit gebied van grote historische betekenis in verband met de afdamming van de Hollandse IJssel bij het toenmalige gehucht Hoppenes (huidige Klaphek) rond 1285 door graaf Floris de Vijfde. Een enorm event in de geschiedenis waarbij de Hollandse IJssel de huidige proporties kreeg in ons gebied. Van een grote ruige rivier, toen zo groot als de huidige Lek (Lacke door de Romeinen genoemd, betekenis Lekstroom), tot de gekanaliseerde vorm nu. IJsselvaart uit IJsselstein vaart over deze oorspronkelijke rivier, hier de Kromme IJssel genoemd, vanaf de Doorslag via Nieuwegeins IJsselbos onder de A2 door naar de oorsprong bij de dam in de Lek en dan verder via de Enge IJssel naar de Rode Leeuw te Lopikerkapel. Een prachtige tocht! Utrecht heeft rond 1400 een verbinding gezocht naar Rotterdam en een kanaal 5

gegraven bij Nieuwegein, “De Doorslag”, waarbij scheepvaart naar Gouda en Rotterdam mogelijk was. Veelal met trekschuiten, waarvan het Hollands IJsselpad nog belangrijke tracés laat zien van het jaagpad langs de huidige gekanaliseerde Hollandse IJssel die na de waaiersluis in Gouda weer zijn oorspronkelijke en ruige afmeting krijgt. Maar niet alleen de cultuur van IJsselstein is indrukwekkend, want de verbinding naar Lopik naar de Lopiker Wetering via de Enge IJssel was een belangrijke scheepvaartroute voor de lokale bewoners. Later werd een verbinding gemaakt met de Lobeke via een smal kanaal bij de Graafdijk. Er wordt in de historie over dit gebied bij de Graafdijk “Kasteel de Heul” genoemd, alsmede het etablissement “de Posthoorn” en uiteraard “ Huis de Vliet”, toen met de ingang aan de Achterdijk, nu is die gesitueerd aan de Lopikerweg. Er is zoveel te beschrijven over dit gebied. Er was wel wat historische informatie, maar dit gaat veranderen. Tijdens de voordracht van Wim Scholten over sniepen in Lopik , waar ik onder de indruk raakte over zijn kennis op dit terrein, heb ik hem gevraagd om zijn historische kennis in te zetten voor dit gebied en met name voor Lage Dijk/ Klaphek ter ondersteuning van bovenvermelde zienswijze.

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

Hij heeft een team gevormd met Cobie van Lent Schwartze voormalig bewoner Huis te Vliet en Hans Ellenbroek van de Historische Kring IJsselstein. Er dient zich dan ook een zeer fraai schrijven aan, hetwelk binnenkort samen met de Historische Kring IJsselstein onder regie van Bart Rietveld (voorzitter HKIJ) wordt uitgebracht. Zo kwamen zij ook tot prachtige documentatie over de zeldzame blokverkaveling in het gebied van de Lage Dijk, waarbij met name Wim Scholten indrukwekkende informatie opdook uit de archieven. Wat blijkt nu? Nadat de Romeinen ons gebied verlieten kwamen de tot het Christendom bekeerde Franken onze

contreien bewonen. Rond 900 legden ze blokverkaveling aan, te herkennen aan sloten loodrecht op de rivier in blokverkaveling. Dit soort verkaveling is eigenlijk heel zeldzaam in onze regio. Er is nog maar 5% van over want in een aantal andere plaatsen zoals in Montfoort zijn er sportvelden en woningen verrezen. Twee honderd jaar later zou de grote ontginning plaats vinden, met de bekende cope verkaveling, ook een erfgoed waardig. Deze zien we in het Groene Hart, maar komt ook voor in de omgeving van Hamburg en in voormalig Oost Duitsland. Deze drie locaties hebben een aanvraag ingediend als Unesco monument. Dit gaat misschien spelen na 2025.

Digitale hoogtekaart Vanaf de IJsseldam tekenen de Kromme en de Enge IJssel zich af als een witte lijn tussen de beide IJsseldijken. De IJssel werd in 1285 afgedamd, waarna het IJsseldal verlandde en landbouwgebied werd. Het terrein direct achter de dijken vertoont een vierkante precisering, wat duidt op een Frankische oorsprong. Vermoedelijk is het al bewoond sinds de 10e eeuw. Ook tussen de Lage Dijk en de Hoge 6

Biezendijk ziet men nog sporen van de vierkante precisering. Dit is geheel anders dan de lang opgestrekte copen-percelering die men in het grootste deel van de Lopikerwaard vindt. In de afbeelding is dit te zien ten westen van de Hoge Biezendijk. Deze copenontginningen met kavels van doorgaan 113 m bij 1250 m dateren in onze streek uit de periode 1050 1200.

WBL Magazine april 2020, jaargang 40 - nr 124

WBL WBLMagazine MagazineDecember augustus 2020, jaargang 40 - nr 125 126

Telpost De Horde in 2020

door Kees de Leeuw, foto’s Ajan Boele

Het 24e jaar trekvogels tellen op telpost De Horde op de Lekdijk ten oosten van Jaarsveld zal vooral in de herinnering blijven als het COVID-19 jaar. Ondanks de beperkingen (beperkt aantal tellers op de telpost) werd er toch een record aantal uren geteld. Op 1 december stond de teller op 778:30 uur. Het oude record stamt met 742:30 uur uit 2007.

Top 3 van 2020

Een bijzondere mijlpaal mag niet onvermeld blijven. Op 1 november 2020 werd het 12.000ste teluur afgesloten. Er werden 337.183 vogels geteld verdeeld over 165 soorten (tegen 373.000 vogels verdeeld over 180 soorten vorig jaar). In de afgelopen 24 jaar zijn 232 vogelsoorten als trekvogel genoteerd (5,1 miljoen vogels). Waarnemingen We zagen dit jaar één nieuwe soort. Op 4 augustus vloog een Cetti’s Zanger (afb. Vogelbescherming) langs. Dit mooie zangvogeltje is de afgelopen jaren met een enorme opmars in Nederland bezig. Het eerste zekere broedgeval in Nederland was in 1974. In 2006 vestigde de soort zich in de Biesbosch van waaruit Nederland de afgelopen jaren in een rap tempo wordt gekoloniseerd. In de Lopikerwaard verscheen de eerste in 2014, dit jaar telden we tijdens onze broedvogeltellingen in het voorjaar al 25 territoria. Vier langstrekkende Noordse Kauwen op 4 november betekende de eerste waarneming van deze ondersoort, de oostelijke tegenhanger van onze ‘gewone’ Kauw. Van 17 soorten werd het dagrecord scherper gezet waarvan de meest in het oog springende hieronder worden be-

noemd. Op 3 april telden we 21 Zwartkopmeeuwen. In totaal zagen we dit jaar 183 Zwartkopmeeuwen. Deze fraaie soort met zijn prachtige nasale 'miauwende' roep is de laatste jaren met een duidelijke opmars bezig. Op 5 mei passeerden 60 Oeverlopers, bijna een verdriedubbeling van het dagrecord. Dit jaar zagen we er 237, ruim een kwart van het aantal in de afgelopen 10 jaar.

Vale Gier Op 19 juni vlogen 14 Vale Gieren vrijwel recht over de telpost in zuidwestelijke richting. De vogels waren enkele uren daarvoor vertrokken vanaf de NoordVeluwe waar ze de nacht hadden doorgebracht. We kregen de groep al in beeld toen ze nog boven Utrecht-stad cirkelden (afstand ca. 16 km!) wat bij een groep van deze soort met een spanwijdte van ongeveer 2,5 meter dus mogelijk is. Het was pas onze vierde waarneming na één vogel in 2010 en één respectievelijk drie vogels in 2015. De vijfde waarneming liet niet lang op zich wachten want twee dagen later vlogen er nog eens 4 Vale Gieren langs. 7

Vink: 66.222 ex., waarvan 50.000ex. in oktober.

Koperwiek: 55.787 ex, waarvan 45.000 ex. in oktober

Spreeuw: 44.082 ex., waarvan 29.000 in oktober-november.

boven: overvliegende Vale Gieren bij De Horde en onder Vale Gier (afb. Vogelbescherming Nederland)

WBL Magazine December april 2020, 2020, jaargang jaargang 40 - nr40 124 - nr 126

WBL Magazine augustus 2020, jaargang 40 - nr 125

foto’s: spreeuw (boven), vink (onder) en een zeehond

Alle resultaten van telpost De Horde en vele andere telposten in de wereld zijn te vinden op www.trektellen.nl (De Horde vind je via www.trektellen.org/count/ view/10/)

Naast de dagrecords zijn er zeker ook andere waarnemingen vermeldenswaardig. Zo zagen wij dit jaar o.a. 4 Zwarte Ooievaars, 7 Zeearenden, 33 Visarenden, 21 Zwarte Wouwen, 254 Bruine - en 22 Blauwe Kiekendieven. Bijzonder waren de tweede Bijeneters, de tweede Zwarte Specht, de derde en vierde Zwarte Zee-eend en de achtste en negende Koereiger ooit.

In de avond van 30 augustus vloog een groep van 5 Grote Sterns boven de Lek richting zuidwest. Het was pas onze vierde waarneming van deze prachtige soort, die vooral langs de kust verblijft. Eerder werd steeds één vogel gezien (in 2006, 2012 en 2013). In de ochtend van 13 oktober vlogen maar liefst 38.492 Koperwieken (foto hiernaast) langs, waarmee het oude record uit 2006 met ruim 14.000 werd overschreven. Het totaal aantal vogels wat op deze ochtend werd gezien was met ruim 54.000 ook een record. Het vorige record van ruim 43.000 vogels was op de topdag van Koperwieken in 2006. Op 14 oktober trokken 361 Buizerden langs in mooie thermiekbelletjes' (dagrecord was 333 in oktober 2011). In de ochtend van 29 oktober vlogen in 3,5 uur 4770 Aalscholvers in lange golvende slierten voorbij. Een groot deel van de Aalscholvers die in het IJsselmeergebied verblijven, vliegen geconcentreerd en in een smalle baan richting Frankrijk. Wij hebben het geluk dat onze telpost samen met slechts een handjevol andere "binnenland"-posten in deze baan ligt waardoor wij jaarlijks van dit mooie fenomeen kunnen genieten. 8

Zeehond Zoogdieren waren zeker ook de moeite waard dit jaar met als absoluut hoogtepunt de eerste Gewone Zeehond voor de telpost op 24 april en onze eerste waarneming ooit in de Lopikerwaard! De zeehond zwom langzaam langs de post en was eind van de middag in Krimpen aan de Lek aangekomen, 30 km stroomafwaarts. In februari-juli zagen we bijna wekelijks een Bever in de Lek bij de telpost (twee op 18 april). Op 7 mei zwom een Reebok in 3 minuten de Lek over. Wij kijken al uit naar komend jaar. Hopelijk brengt dit vijfde lustrumjaar ons weer veel plezierige uren met bijzondere waarnemingen.

WBL Magazine December april 2020, 2020, jaargang jaargang 40 - nr40 124 - nr 126

WBL Magazine augustus 2020, jaargang 40 - nr 125

Dossier loonbedrijf De Heer of hoe een zaak minimaal 12 jaar kan duren Het loonbedrijf De Heer is gelegen aan de Noordzijdseweg te Polsbroek. Een zeer smalle vroegere zandweg bedoeld om de daaraan gelegen boerderijen te ontsluiten met initieel paard en wagen en later met lichte tractoren. Het loonbedrijf was zijn bestaan begonnen met het bewerken van het in de buurt gelegen agrarisch land met kleine tractoren. De eigenaar voerde echter een ambitieus beleid en kon succesvol zijn werkzaamheden uitbreiden naar uiteindelijk bijna het gehele land. Het voertuigenpark werd navenant uitgebreid. Ook werden andere bedrijven opgekocht, waaronder op enig moment een heibedrijf. Voor deze uitbreiding werd ook land met een agrarische bestemming naast het bedrijfsterrein opgekocht waarop het bedrijf wilde vergroten. De paar voertuigen uit de beginperiode waren immers toegenomen tot enkele tientallen, waaronder zelfs meerassige voertuigen van vele tientallen tonnen zwaar. De vervoersbewegingen namen toe tot honderden per dag waarbij de voertuigen tot op 2 meter van aan de weg gelegen bebouwing rijden. Door het vaak jonge personeel werd daarbij ook nog eens stelselmatig veel te hard gereden. De vele, vaak monumentale en niet onderheide boerderijen en huizen staan op veen en schudden tientallen malen per dag op hun grondvesten.

Scheuren in muren, gebroken ruiten en gesprongen vloerplavuizen werden schering en inslag. Ook was al vanaf 04.00 sprake van het starten van vele dieselmotoren, plaatwerk activiteiten en andere lawaai producerende activiteiten waardoor de aanwonenden niet meer konden slapen. Daarnaast laat de smalle Noordzijdseweg passeren van wagens niet toe. Auto’s werden soms van de weg gedwongen, fietsers en kinderen waren niet meer veilig. De bewoners kwamen in 2008 in opstand en een breed getekende petitie viel bij de gemeente Lopik in de bus. Het bedrijf was volgens de bewoners uit zijn jasje gegroeid en paste niet langer in de rurale omgeving en aan de smalle landelijke weg waar het nu was gevestigd. De bewoners stuitten echter op een hecht bolwerk bij de gemeente waar het loonbedrijf op kon terugvallen.

Hierdoor heeft de groep zich geroepen gevoeld om de Commissaris van de Koningin persoonlijk aan te schrijven, alsmede om het toen nog bestaande Ministerie van VROM in te schakelen. Tevens werden rechtszaken gevoerd. Zowel de Commissaris als het Ministerie gaven aan de bewoners te steunen. Met de komst van de toen nieuwe burgemeester Westerlaken begon ook bij de gemeente, de wethouder en haar ambtenaren het beeld te verschuiven. Wat verder een rol speelde was dat het aangekochte agrarische land dat was bedoeld om als bedrijfsterrein in gebruik te nemen inmiddels illegaal was verhard en ook was, zonder dat alle vergunningen definitief waren, de sloot gelegen tussen het vergunde bedrijfsterrein en het aangekochte land gedempt. De Raad van State sprak uit dat de verharding van het terrein moest worden verwijderd. Ondertussen was de WBL zonder dat de bewoners dit wisten gestart met een procedure om de illegaal gedempte sloot terug te graven. De WBL was van mening dat als de Provincie niet optrad tegen het illegaal dempen van sloten en zelfs daar mee instemde het hek van de dam was en het oorspronkelijke eeuwenoude cultuurlandschap dan binnen de kortste keren teloor zou gaan. Ook hier oordeelde de Raad van State in het voordeel van de WBL en gaf opdracht de sloot terug te graven. Inmiddels waren we ruim in het jaar 2013 beland.

Op initiatief van de nieuwe burgemeester werden tevens gesprekken georganiseerd tussen het loonbedrijf en bewoners. Deze gesprekken verliepen in eerste instantie dramatisch. Het commerciële belang van het bedrijf prevaleerde. Pas nadat de eigenaar van het loonbedrijf een intermediair aanstelde en deze bevoegdheden gaf verbeterde de situatie enigszins. Het personeel werd gewezen op het langzaam rijden op de Noordzijdseweg en om daarbij de verkeersregels en het normale fatsoen in acht te nemen. Dat dit bij het veelal jonge personeel niet altijd begrepen of gewoon vergeten werd, zorgde ervoor dat dit een traject van de lange adem werd en tot heden blijvende aandacht nodig heeft. Maar stapje voor stapje nam de gemiddelde snelheid af. Ook werd de vroege lawaaioverlast aangepakt. 9

door Ronald Meijer, bewoner van de Noordzijdseweg in Polsbroek, nabij loonbedrijf De Heer

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126 Na veel gesprekken met de gemeente en De Heer werd uiteindelijk door de gemeente opgetreden tegen het parkeren van voertuigen van het loonbedrijf op het illegaal verharde terrein , alsmede op het weiland achter de wetering. Het bedrijf moest terug naar het vergunde bedrijfsterrein. Het loonbedrijf was in al die jaren succesvol verder gegroeid en kon uiteindelijk niet alle voertuigen meer kwijt op het oorspronkelijke bedrijfsterrein. Er werd uitgeweken naar uiteindelijk een drietal andere locaties en het heel zware vervoer (het heibedrijf) werd verkocht. Wel bleef de hoofdvestiging aan de Noordzijdseweg. Het werd het loonbedrijf duidelijk dat voor zijn bedrijfsvoering een ongedeelde locatie grote voordelen had. In overleg met de gemeente werd een plan gemaakt om naar een industrieterrein te vertrekken. Toen in 2016 alles in kannen en kruiken leek en het bestemmingsplan gewijzigd zou worden bleek dat de Provincie Utrecht een plan ontwikkelde voor alle industrieterreinen in de provincie, waar Lopik in was opgenomen. Er moest een jaar gewacht worden op de besluitvorming van dit Provinciale Plan. Doordat er een fout door een Provinciale ambtenaar was gemaakt sneuvelde het plan in de besluitvormende behandeling in de Provinciale Staten. Het moest opnieuw alle bureaucratische stappen doorlopen.

Een nieuwe vertraging van minstens een jaar. Toen dit bijna rond was kwam als een duveltje uit een doosje de stikstofdiscussie om de hoek kijken. De situatie deed zich nu voor dat de gemeente, de bewoners en het loonbedrijf gezamenlijk druk uitoefenden en gezamenlijk optraden om tot een Provinciaal akkoord te komen. Onderdeel van de uitplaatsing is tevens dat de achterblijvende locatie een goede invulling krijgt waarbij een natuurlijke inpassing en natuurwinst t.o.v. de huidige situatie bereikt wordt. In overleg tussen het loonbedrijf, de gemeente, Provincie en direct aanwonenden is gekozen om de bedrijfsbestemming te laten vervallen en er woningen neer te zetten.

10

Dat laatste niet het minst doordat landelijk en uiteraard ook in de gemeente Lopik een schreeuwend gebrek aan woningen bestaat. Bij de uitwerking van dit plan werd de WBL en ook Mooi Sticht betrokken. Een bijzonder punt van aandacht was hierbij het naastgelegen agrarisch bedrijf dat uiteraard niet gehinderd mocht worden in haar bedrijfsvoering door de aankomende bewoners van de nieuwe panden. Het heeft uiteindelijk dit najaar geresulteerd in een overeenkomst waarin alle partijen zich konden vinden en waarin tevens watergangen terug gegraven worden. Bij dit laatste is ook het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden betrokken die aan deze watergangen in het verleden eisen heeft gesteld. Zoals u leest zijn we inmiddels 12 jaar verder. Slechts de hoofdlijn van dit dossier is hier opgenomen. Het dossier zelf is fysiek bijna 2 meter hoog en bevat vele andere ontwikkelingen, brieven, verslagen etc. Het blijkt in Nederland moeilijk om met alle regels veranderingen tot stand te brengen. Zelfs als alle betrokkenen hetzelfde willen. Het spreekwoord “de aanhouder wint” lijkt hier op te gaan. De vraag is, zijn we er nu? Alle ingrediënten voor de uiteindelijke besluitvorming liggen voor. Alle neuzen staan dezelfde kant op. De hoop en verwachting is dan ook dat er geen onverwachte obstakels meer optreden. En daarna moet natuurlijk de uitplaatsing zelf nog plaatsvinden.

Een traject dat op een jaar wordt ingeschat. De bewoners zijn nog niet van de overlast af. Wel is deze overlast in de tijd enigszins afgenomen, al blijft het vervoer te zwaar voor de Noordzijdseweg en blijft het hard rijden een constant aandachtspunt voor de bedrijfsleiding. Wat wel van belang is dat in dit dossier uiteindelijk alle betrokken niet meer tegenover elkaar staan, maar gezamenlijk aan de eindoplossing werken en men elkaar kan aanspreken. De uiteindelijke uitplaatsing zal dan ook zeker gezamenlijk gevierd worden.

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

door Tineke Honkoop

Schone Rivieren Project Wereldwijd vormt de plasticsoep een bedreiging voor het milieu en de gezondheid van mens en dier. Dat probleem begint dichterbij dan je denkt, namelijk bij de rivier in de buurt. Plastic afval van bedrijven en consumenten komt in de rivier terecht die weer uitkomt in de oceaan. Daar draagt het bij aan de gigantische plasticsoep. ‘Schone Rivieren’ brengt in samenwerking met honderden vrijwillige rivierafvalonderzoekers de plasticvervuiling in Nederland in kaart en pakt het aan bij de bron. Samen met consumenten, bedrijven en overheden gaat ‘Schone Rivieren’ voor plasticvrije rivieren in Nederland in 2030! De Schelde, Haringvliet, Vecht, IJssel, Rijn, Maas, Waal en de Lek worden door vrijwilligers gemonitord.

Schone Lek De Neder-Rijn zet zich vanaf de gemeente Wijk bij Duurstede voort als de Lek. Zo’n 62 kilometer meandert deze rivier door de provincies Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland. Bij Kinderdijk verenigt de Lek zich met de Noord tot de Nieuwe Maas. In de laatste vijftien jaar zijn de dijken langs de Lek verhoogd en heeft de rivier, door het ver11

graven van uiterwaarden, meer ruimte gekregen om hoge rivierafvoeren te verwerken. Helaas krijgt afval hier ook veel ruimte. Langs de Lek ligt veel afval op de oevers. Doordat de waterstand langs de Lek zo kan verschillen, is er een groot risico dat de rivier bij hoge waterstanden dit afval meeneemt naar zee waar het bijdraagt aan de plasticsoep-problematiek. Daarom streven we met ‘Schone Lek’, onderdeel van ‘Schone Rivieren’, naar het stoppen van plastic afval. Dat doen we onder andere door Opruimacties langs de Lek te organiseren. In alle Utrechtse gemeenten langs de Lek werken we inmiddels samen met ambtenaren en lokale vrijwilligersgroepen o.a. de Gemeente IJsselstein en de Zwerfvuilambassadeurs van Duurzaam Lopikerwaard. Samen zetten we regelmatig publieke acties op om de oevers vrij te maken van afval en blijvend aandacht te vragen voor het rivierafvalprobleem en de samenstelling van zwerfafval te monitoren door de inzet van vrijwillige rivierafval-onderzoekers. De trainingen hiervoor worden in het voor- en najaar gegeven.

Schone Rivieren pakt het rivierafvalprobleem bij de bron aan door • het voorkomen van plastic afval in zowel rivieren als stadswateren, beken, sloten en rioolstelsels, • te werken aan gedragsverandering door de bewustwording over zwerfafval te verhogen, • het onderzoeken van mogelijkheden en technieken voor het afvangen van plastic rivierafval, • het stimuleren van partijen om plastic afval te gebruiken voor het maken van diverse hoogwaardige producten om zo bij te dragen aan een circulaire economie, • het aanpakken van de bronnen van het rivierafvalprobleem.

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

Tussen 15 februari en 15 maart 2020 zijn er op 171 locaties langs de rivieren metingen uitgevoerd. Dit is de zesde onderzoeksperiode van het Schone Rivieren-project. De resultaten laten opnieuw een duidelijk beeld zien: onze rivieren zijn vervuild. Gemiddeld zijn er 454 stuks afval per 100 meter rivieroever gevonden. Meer dan 90 procent hiervan is plastic. Een kwart van het aangetroffen afval is wegwerpplastic. De metingen zijn uitgevoerd langs de Maas en Waal op dezelfde meetlocaties als voorgaande jaren. Daarnaast zijn er 52 nieuwe meetlocaties langs de IJssel, het Hollands Diep, de Dordtse Kil, de Oude Maas en het Haringvliet onderzocht. Dit is het begin van de opschaling van het Schone Rivieren-project.

WBLWBL Magazine Magazine augustus april 2020, jaargang 40 - nr 125 124

verse fabrikanten hun plastic vervangen door een afbreekbaar alternatief. Op de foto is onze “oogst” zichtbaar, de vele

De komende jaren zullen er steeds meer locaties en rivieren worden toegevoegd aan het onderzoek. Schone Rivieren project in de praktijk Zaterdag 17 oktober jl ben ik naar het toegewezen stuk oever van de Lek gefietst. De bedoeling is om 100 meter van de oever nauwkeurig te inspecteren op zwerfvuil. Vanaf de waterlijn tot maximaal 25 meter landinwaarts. De bedoeling is om alles wat je vindt van niet organische oorsprong, vermeld op een bijgeleverde inventarislijst; denk aan doppen kurken, bouwafval, plastic verpakkingen, flesjes, sigarettenpeuken, medisch afval, piepschuim, ballonresten, plastic rietjes etc etc. Kortom een waslijst aan mogelijkheden. Daarnaast kijk je of er op een afmeting van 50x 50 cm via een detailmeting of er microplastics waarneembaar zijn. Na 2 uur grondig zoeken hadden we een halve zak aan plastic afval verzameld en geregistreerd. Via de Litterati-app hebben we het afval met een merknaam gefotografeerd. Zo wordt bijgehouden hoeveel afval van welke fabrikant wordt gevonden in de rivieren in Nederland. Deze gegevens worden door Project Schone Rivieren weer gebruikt bij de gesprekken met de producenten. Zo hebben al di-

sigarettenpeuken en snoeppapiertjes waren in de meerderheid. In het voorjaar van 2021 gaan we weer terug naar hetzelfde stukje oever van de Lek om nogmaals de oever af te struinen op zwerfvuil en dit weer te registreren. Wil je meer weten en lezen over dit project of zelf meewerken en een stukje Lek voor je rekening nemen kijk dan op: www. schonerivieren.org 12

zie ook het artikel van Karin Verhoef over de Litterati-app elders in dit Magazine

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

Plasdras voor weidevogels moet beter door Koen Moons, Kennisnetwerk OBN Het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) ontwikkelt en verspreidt kennis met als doel het structureel herstel en beheer van natuurkwaliteit. Het is een onafhankelijk en innovatief platform waarin mensen uit beheer, beleid en wetenschap samenwerken. De ontwikkelde kennis wordt gedeeld via de website Natuurkennis.nl. foto bovenaan: Arjan van Duijvenboden foto Dick Melman: van de gezenderde jongen werd regelmatig de conditie bepaald

Het principe greppel-plasdras werkt nog niet zo goed als gehoopt. Weidevogels worden er wel door aangetrokken, maar ze krijgen nog steeds weinig jongen groot. Geen groei van de populatie dus. Een beter beheer van de plasdraspercelen, met een licht gewas in de plasdras en hoge en dichte groei eromheen, kan wellicht voor verbetering zorgen. Greppel-plasdras, een maatregel waarbij boeren de middengreppel van een perceel vol water zetten waardoor een natte zone rond de greppel ontstaat, is populair onder boeren omdat het niet erg ingrijpend is voor de bedrijfsvoering. Maar de methode draagt vooralsnog niet bij aan een beter broedsucces van de kievit, blijkt uit onderzoek van Wageningen University & Research, Sovon Vogelonderzoek en Altenburg en Wymenga in opdracht van het Netwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN). Kuikenoverleving Plasdrassituaties zijn wel aantrekkelijk voor weidevogels, bleek uit eerder onderzoek. Er komen meer weidevogels voor dan in vergelijkbare situaties zonder plasdras en het insectenaanbod – en daarmee ook voedselaanbod voor de jongen – is groter. Of dit ook daadwerkelijk leidt tot een grotere overlevingskans voor de kuikens, was nog de vraag. 13

Om hierachter te komen hebben onderzoekers in drie gebieden in ZuidHolland, Utrecht en Friesland/ Groningen de overleving van kievitskuikens in percelen met en zonder plasdras vergeleken. Dat gebeurde door de jongen te zenderen en te volgen.

Slechte conditie De plasdrassituatie bleek geen positieve invloed te hebben op de kuikenoverleving, er groeiden net zo veel – of beter gezegd net zo weinig - kuikens op tot volwassen vogel als in situaties zonder plasdras. De onderzoekers zagen ook dat de conditie van de jongen met plasdras later in het seizoen slechter was dan in de groep zonder plasdras, wat een grotere sterftekans betekent. Opvallend was dat over de hele linie de conditie van de kuikens beduidend slechter was dan tijdens de vergelijkingssituatie in de jaren 80. Kieviten lijken een generiek probleem te hebben; plasdrassen lossen dit niet op.

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

foto’s Dick Melman: (boven) kievit met jong bij plasdras, (midden) bij een greppelplasdras wordt de greppel afgesloten, waardoor rond de greppel een plasdrassituatie ontstaat (onder) zwaar gewas op het plasdrasperceel; een te dichte en hoge begroeiing voor de kuikens

Weelderige begroeiing De greppel-plasdras maakt de verwachtingen dus niet waar; er is geen groter aantal kuikens dat vliegvlug wordt en plasdras draagt daarmee niet bij aan de broodnodige groei van de populatie. Een goede verklaring hadden de onderzoekers niet direct. Wel viel op dat de gewasgroei op de percelen met plasdras vaak erg weelderig was. Dit ‘zware gewas’ is slecht toegankelijk voor kuikens, waardoor ze lastiger voedsel kunnen zoeken. Daarop voerden de onderzoekers een landelijke analyse uit met behulp van satellietbeelden om een inschatting te maken van de biomassa van de vegetatie bij plasdrassen. Daaruit bleek dat de gewaszwaarte van de plasdrassen lang niet altijd minder was dan van de omgeving. In dertig procent van de gevallen was vegetatie in het plasdrasdeel zelfs zwaarder dan erbuiten. Beter beheer Met deze kennis keken de onderzoekers nog eens naar de resultaten in de drie onderzochte gebieden, en merkten dat de gebieden met licht gewas in de plasdras (en hoge en dichte groei eromheen) in elk geval meer weidevogels met jongen herbergden dan de plasdrassen met zwaar gewas. Om tot een beter resultaat te komen, doen de on14

derzoekers dan ook aanbevelingen aan beheerders om tot echt geschikt habitat te komen: naast de plasdrasomstandigheden ook zorgen voor een weinig productieve vegetatie waar de kuikens goed doorheen kunnen lopen.

Daarbij is het belangrijk dat boeren zelf in de gaten houden of het habitat op orde is en tijdig bijsturen. Wellicht kan de plasdras dan daadwerkelijk bijdragen aan de kievitpopulatie.

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

HOESTEN door Wim van der Putten, dierenarts en bestuurslid WBL

afbeeldingen: RS-virus schematisch (boven) en onder elektronenmicroscoop (onder)

Hoesten was in mijn werk als dierenarts een van de topklachten waar ik voor ingeschakeld werd. Niet zomaar een kuchje, maar zorgen-makende hoestbuien. Altijd weer een uitdaging. Behulpzaam of lastig, hinderlijk of toch bedreigend en onderdeel van een complex probleem. De meeste mensen hebben er nog nooit van gehoord, het RS-virus, terwijl het overal om ons heen aanwezig is en bepaald niet zonder nare gevolgen. De afkorting R.S.-virus staat voor Respiratoir Syncytieel virus en tast evenals het Coronavirus en die andere 200 verkoudheidsvirussen het ademhalingsapparaat van mensen en dieren aan. Het behoort tot de familie van de Paramyxovirussen. Hiertoe behoren ook de verwekkers van Mazelen en Rode Hond bij mensen, Runderpest, Pseudovogelpest en Hondenziekte bij dieren. Het runderpestvirus zou een paar duizend jaar geleden overgestoken zijn naar de mens en daar de veroorzaker worden van de alom bekende Mazelen. In tegenstelling tot het griepvirus wisselen deze Paramyxovirussen niet om de zoveel jaar van jasje. Dit RS-virus heeft het vooral op de hele jonge jeugd gemunt, maar is ook voor senioren op zorgafdelingen hoogstwaarschijnlijk nog gevaarlijker dan het griepvirus. Soms al heel jonge baby’s belanden daardoor in het ziekenhuis en soms op de ic. Bij het rund zijn het vaak ook de kalfjes die er mee besmet worden en met vaak een ernstige longontsteking tot gevolg.

Alle kinderen in Nederland van 2 jaar en ouder hebben antistoffen in het bloed, dat dus wijst op een doorgemaakte besmetting. Zo ook beschikken alle volwassen runderen over antistoffen. 15

Het gedrag van het RS-virus bij de mens en dieren is identiek, het humane- en runder RS-virus hebben bijna alles gemeen. Hoogstwaarschijnlijk zijn ze nog niet zo lang geleden van het rund naar de mens overgestoken. Nog maar 50 jaar geleden is dit RS-virus voor het eerst bij chimpansees aangetoond en kort daarna ook bij mensen De RS-virussen familie bestaat uit 2 grote subfamilies, die weer onderverdeeld zijn in 40 serotypes. Ben je immuun tegen de ene dan kun je later weer ziek worden van een ander familielid. Dus kinderen, maar ook ouderen kunnen dientengevolge meerdere malen ziek worden van een RS-virus, dat elk jaar tussen november en april in Nederland actief is. De vitale jeugd heeft er allemaal niet zoveel last van en datzelfde patroon geldt ook bij de dieren.

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

Er is nog steeds geen werkend vaccin. Het draait dus zoals bij alle ziekten veroorzaakt door virussen en bacteriën steeds weer om onze persoonlijke weerstand, die het vooral moet hebben van een alerte reactie van killercellen, interferon en antistoffen. Eigenlijk gaat ook dit RS-virus hetzelfde te werk als ons huidige Covid-19 virus. Het komt ook vooral via de luchtwegen naar binnen en probeert daar onze afweercellen uit te schakelen. Onder normale omstandigheden gaat dit zeker niet lukken. Onze Killercellen zullen meteen het gevecht aan gaan en de lichaamscellen waar het virus toch is binnengedrongen, zullen door onze Cytotoxische T-cellen lek geschoten worden daarbij nog ondersteund door de Helpercellen en Interferon. Pas in tweede instantie komen er de gevormde antistoffen aan te pas om eventueel ook te kunnen helpen. Deze antistoffen en gevormde Memorycellen zullen ons beschermen bij een eventuele herinfectie, mits het virus ondertussen niet van structuur is veranderd. Mensen en dieren zijn zelf het reservoir van het RS-virus, dus niet een of andere vleermuis of varken en wanneer de weersomstandigheden het toelaten verspreidt het zich via uitgeademde, gehoeste en genieste druppeltjes, vergelijkbaar met het corona-virus en al die andere verkoudheidsvirussen.

De grote kracht van ook dit virus is weer dat het bij een besmetting onze verdedigingscellen in de luchtwegen probeert uit te schakelen. De neusholte en bovenste luchtwegen beschikken bovendien over een tapijt van trilhaartjes die overtollig slijm, ziekteverwekkers en stof terug naar buiten zwiepen. Het virus probeert als eerste deze behaarde slijmbekercellen uit te schakelen maar het afweerapparaat zal dat natuurlijk op alle manieren proberen te voorkomen. Bij een herinfectie met hetzelfde RS-Virus zijn het vooral de gevormde ‘lokale’ antistoffen van onze luchtwegen die dit zullen proberen te voorkomen. Bij RS zullen de antistoffen in het bloed wel voorkómen dat het RS-

Virus diep in de longen een longontsteking kan veroorzaken. Dat ter plaatse uitschakelen van virus gebeurt vooral door ‘speciale antistoffen’ met de naam IgA, die daar ter plaatse aanwezig blijven na een infectie in het verleden. De antistoffen die in het bloed circuleren worden aangeduid met de afkorting IgG. Er is nog steeds geen humaan vaccin beschikbaar terwijl er wereldwijd wel 150.000 baby’s en peuters aan overlijden. Te vroeg geboren kinderen zijn het meest kwetsbaar, maar ook die met het syndroom van Down, met aangeboren hartafwijkingen of die te weinig moedermelk hebben gekregen. Op melkveebedrijven zijn de problemen met zieke, hoestende kalfjes ook een gecompliceerd probleem. Hier is wel een matig werkend vaccin tegen RS beschikbaar maar vaak zijn de kalfjes al ziek voordat men in de gelegenheid is om ze in te enten. Ook hier geldt het langdurig onthouden van de moedermelk als een wezenlijke oorzaak. Deze wordt na een paar dagen al vervangen door kunstmelk, welke wel voldoet aan de calorieënbehoefte en waar ook wel de nodige vitamines en sporenelementen aan toegevoegd zijn, maar waarin helaas al die bekende en onbekende antistoffen tegen potentiële ziekteverwekkers ontbreken en dat zijn er heel wat.

Het gevolg is een hoog ziekte- en sterftepercentage bij deze kalfjes, die alleen dankzij een hoogwaardige en accurate zorg van de boerin binnen de perken gehouden kan worden. Kalfjes die bij de moeder mogen blijven worden ook geïnfecteerd met al deze ziekteverwekkers maar worden daar niet ziek van. Al onze volwassen koeien in Nederland zijn in contact geweest met dit RS-virus en hebben ook antistoffen in hun bloed, die via de biest weer worden doorgeven aan de kalfjes, zodat deze de eerste levensweken/maanden beschermd zijn. Zijn deze antistoffen uit het bloed verdwenen dan pas worden de kalfjes vatbaar voor het virus. 16

…...mensen en dieren zijn zelf het reservoir van het RSvirus, dus niet een of andere vleermuis of varken…...

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

Het is echter moeilijk te voorspellen hoe lang die maternale antistoffen in het bloed blijven, enkele weken of misschien wel maanden en dat maakt nogal wat uit. Zou je deze kalfjes al op heel jonge leeftijd gaan vaccineren dan wordt dit vaccin geneutraliseerd door de nog aanwezige antistoffen en is niet werkzaam. Wacht je te lang dan kunnen de antistoffen verdwenen zijn en belandt het kalfje in een ‘immunity-gap’ en is het weer gevoelig voor een besmetting met het virus, wat dan ook vaak gebeurt en dan loop je achter de feiten aan. Hetzelfde fenomeen zou ook voor baby’s moeten gelden als er straks überhaupt een goed wekend vaccin tegen corona zou komen. Het zou dan veiliger zijn om de zwangere moeder in te enten zodat die extra veel antistoffen gaat aanmaken en deze weer doorgeeft aan de pasgeboren baby, zodat deze nog langer beschermd zou zijn en blijven; mits ze tenminste ook de moedermelk krijgen toegediend. Deze baby is dan in staat het afweerapparaat verder veilig te ontwikkelen, dat dan voor meer slagvaardigheid kan zorgen. Ga je kalfjes of baby’s op heel jonge leeftijd vaccineren dan is de antistoffenoogst maar 20% van een vaccinatie op latere leeftijd. Het RS-virus deelt zich zeer slordig, met het gevolg dat het virus niet constant van bouw is en er veel verschillende RSvirussen zijn, waardoor het ook weer moeilijk is om een goed werkzaam vaccin te maken.

Ditzelfde probleem speelt ook bij de coronavirussen en nog vele andere. Overal in de natuur worden ‘’fouten’’ gemaakt: zelfs bij onze celdeling, maar daar worden deze gelukkig meteen hersteld als alles nog gezond is. Al deze onzekerheden over vaccineren bij mensen worden nu uitgeprobeerd op kalfjes, omdat deze bijna hetzelfde RS-virus hebben als de humane variant. Meerdere humane kandidaat-vaccins van verschillende farmaceuten worden op dit moment door ‘dierenarts De Jong‘, werkzaam bij Wageningen Bioveterinary Research, in een kalvermodel getest. Veelbelovende resultaten, maar

het blijft een lastig virus om er een goed werkend en veilig vaccin tegen te maken. Om dit te kunnen testen heeft men kalfjes nodig die geen antistoffen in hun bloed hebben. In Nederland waren die niet te vinden omdat hier alle volwassen melkkoeien antistoffen in hun bloed hebben en deze via de biest weer doorgeven aan de kalfjes. Dierenarts De Jong moest daarvoor uitwijken naar het buitenland en vond op een ver van de bewoonde wereld afgelegen boerderij in Zweden haar gewenste kalfjes zonder RS-antistoffen. Aanvankelijk had zij het geprobeerd met Nederlandse kalfjes die geen biest kregen na de geboorte en zodoende ook geen antistoffen in hun bloed hadden. Dit gaf heel veel gezondheidsproblemen omdat deze kalfjes ook niet beschermd waren tegen allerlei andere ziekteverwekkers. Wel heel bijzonder dat er in Nederland nergens koeien te vinden waren zonder ooit besmet te zijn geweest met dit RS virus: ook niet ergens achteraf in Groningen of Friesland. Ook al is er sinds enkele decennia in de melkveehouderij een complete lockdown om verspreiding van ziektes te voorkomen. Geen veemarkten, paasvee-tentoonstellingen of stamboekveekeuringen, zelfs niet met een zieke koe naar de veterinaire kliniek in Utrecht. Moet er toch vervoerd worden dan alleen onder strenge restricties en de nodige certificaten.

Al die onzichtbare virussen, waarvan er 1000 miljard in een speldenknop kunnen, staan blijkbaar boven al deze grove menselijke barricades. Trekvogels reizen al eeuwen intercontinentaal, insecten en kruipend ongedierte verplaatsen zich soms over grote afstand en de onzichtbare wind doet de rest. We moeten uiteindelijk blijven ademen en zullen nooit deze privileges kunnen afnemen. Als dierenarts had ik heel veel te maken met dit RS-virus. Alle kalfjes werden er vroeg of laat mee besmet en zolang ze 17

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

nog over die maternale antistoffen beschikten was er niet veel aan de hand. Hoe eerder die antistoffen uit het bloed verdwenen, hoe ernstiger de klachten met vaak een heftige longontsteking en de dood of ernstig achterblijven in ontwikkeling tot gevolg. Heel belangrijk in de strijd was de biestvoorziening op het bedrijf. Kalfjes, maar bijna alle huisdieren worden in tegenstelling tot de mens zonder antistoffen geboren. Dit heeft te maken met de bouw van de placenta, die bij dieren niet doorlaatbaar is voor die grote antistoffenmoleculen. Daarom zijn zij voor 100% afhankelijk van de eerste moedermelk, de biest ook wel colostrum genoemd. Op de melkveebedrijven kunnen de kalfjes na de geboorte niet bij de moeder blijven en zijn voor de biestvoorzienig afhankelijk van de verzorging. Kalfjes die wel bij de moeder mogen blijven, kunnen wel tot 40 keer per dag zich te goed doen aan wel in totaal 10 liter van deze levenskrachtige en onmisbare biest. Heel bijzonder is wel dat alleen de eerste 2448 uur deze vitale antistoffen uit de biest de darmwand van het kalfje kunnen passeren en in het bloed kunnen gaan circuleren en zo zijn deze eerste 2 dagen dan ook een wezenlijke periode om te kunnen overleven.

Nu de boer of nog liever de boerin deze taak heeft overgenomen, moet deze wel zorgen dat het kalfje aan haar trekken komt… Vlug, veel en vaak is dan ook het advies en dan ook nog het liefst van de eigen moeder: niet alles door elkaar hutselen van andere moeders. Wat vaak vergeten wordt is ook dat na deze biestperiode de eigen moedermelk nog maandenlang antistoffen en allerlei beschermende eiwitten blijft bevatten, in tegenstelling tot de kunstmelk waar ze het vaak al na een paar dagen verder mee zullen moeten doen. Evenals bij mensen is bij kalfjes het RS vooral actief in de herfst en winter. Lange nachten, minder zonlicht, te weinig beweging. Maar misschien wel het belangrijkste is de te droge lucht, waardoor de zuurstofopname in de longen 18

afneemt en nog erger dat de luchtwegen indrogen, waardoor deze licht beschadigen. Het beschermende slijmlaagje en het trilhaarepitheel kunnen ingeademde ziekteverwekkers moeilijker te lijf gaan en verwijderen. Hoesten is dan nog het laatste redmiddel. Hoesten als waarschuwing voor de dierenbezitter De hoestprikkel wordt opwekt achter in de keel en in het begin van de longen, dus niet diep in de longen: longontsteking zelf wekt minder hoest op dan een eenvoudige keelontsteking. Hoesten bij een longontsteking is bovendien krachteloos en pijnlijk, dus zo kort mogelijk en het zo lang mogelijk proberen te onderdrukken om een krachtige hoest op te bouwen is al helemaal niet mogelijk. Een hoest kost behoorlijk wat energie: eerst een diepe inademing, stemspleet sluiten, vervolgens flink de druk opvoeren door de ademhalingsspieren maximaal aan te spannen en dan ineens de stembanden openen… het resultaat kennen we allemaal. Onderdrukken is niet aan te bevelen, want waar moet dan al dat niet gewenste stof en overtollig slijm met ziekteverwekkers dan blijven? Voor een irriterende prikkelhoest kan dat wel te overwegen zijn. Alle dieren beschikken over een krachtige hoest, uitgezonderd kippen en andere vogels, die zijn meer van het snotteren. Bij kippen is er een bekende ziekte naar vernoemd, veroorzaakt door de bacterie Avibacterium paragallinarum.

Vogels beschikken niet over een middenrif en ademen bovendien via een ingewikkeld luchtzakkensysteem, dat de longen van een constante stroom van lucht moet voorzien, vergelijkbaar met een doedelzak. Zodoende zijn vogels ook niet in staat om een krachtige luchtstroom op te bouwen. Die 9 luchtzakken en de constante luchtstroom zijn nodig om op grote hoogte te kunnen vliegen. Ook katten hoor je zelden hoesten, die zijn meer van het niezen, welke prikkel opgewekt wordt in de neusholte.

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

afbeelding: long van kalfje met longworm

afbeelding rechts: sporangiën van de schimmel Pilobolus

Er zijn zelfs 2 verkoudheidsvirussen, waar elke kattenbezitter vroeg of laat mee te maken krijgt, die er het specifieke ziektebeeld ‘Niesziekte’ aan te danken hebben. De hond mag pas naar het hondenpension als deze is ingeënt tegen’’ Kennelhoest’’, een zusje van Kinkhoest bij mensen.

Varkens en paarden zijn notoire hoesters omdat het geen binnendieren zijn, maar helaas wel door ons daartoe veroordeeld. Wetenschappers hebben een waslijst aan verwekkers geïsoleerd, maar het hoesten is gebleven. Een dampig paard met een zichtbare dubbelslag en veel sterfte door longontsteking bij varkens is het gevreesde resultaat.

Soms begon dat hoesten al voordat de herfst was ingetreden en was er weertechnisch gezien nog geen enkele reden voor. De oorzaak van dit unieke ‘zomerherfsthoesten’ is ondertussen helemaal opgehelderd en inderdaad aan dit jaargetijde gekoppeld. Zover ik weet is het de enige luchtweginfectie die veroorzaakt wordt door wormen van enkele centimeters lang, met de toepasselijke naam ‘longworm’ en wetenschappelijk aangeduid met Dictyocaulus viviparus. Als je er daar trossen van soms wel 1000 in je luchtwegen hebt zitten, wil je die maar al te graag uithoesten, helaas zonder resultaat. Wat de kalfjes wel ophoesten is heel veel slijm met honderdduizenden door deze volwassen vrouwelijke longwormen gelegde eitjes, die na doorslikken met de mest mee naar buiten komen. Uit deze eitjes komen weer jonge wormpjes, maar die zitten dan wel opgesloten in die mesthoop. Als ze hier niet vandaan weten te ontsnappen zou de cyclus doodlopen. Zij moeten uit die mesthoop op het gras zien terecht te komen om opnieuw opgenomen te kunnen worden, want kalfjes eten niet in de directe nabijheid van een mesthoop. Een geniale oplossing heeft zich in het verre verleden aangediend. Samen met die longwormeitjes komen namelijk ook de sporen van een bepaalde, onschadelijke schimmel, Pilobolus genaamd, met de mest mee naar buiten en belanden in diezelfde mesthoop.

Deze sporen gaan ontkiemen en groeien uit tot een schimmel.

Het was een boerenwijsheid, toen ik als jonge dierenarts in de praktijk kwam, dat de jonge kalfjes in de herfst met het overhemd aan uit het weiland opgehaald moesten worden en in het voorjaar met de trui aan weer naar buiten. De hoofdredenen hiervoor waren luchtweginfecties, die al op afstand te herkennen waren door een pompende ademhaling en een luidruchtige hoest. Dit zou tegen het frisse-lucht-dogma indruisen, maar lange en herfstachtige nachten geven te veel afkoeling voor heel jonge dieren, omdat deze nog niet over een beschermend vetlaagje beschikken.

Ook deze sporen moeten zo ver mogelijk van de mesthoop op het gras terecht zien te komen om weer opgenomen te kunnen worden door de kalfjes.

19

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126 Daarvoor gebruikt de schimmel een katapultachtig systeem. Het verzamelt haar sporen in blaasjes(sporangiën) die op een steeltje, dat boven de mesthoop uitsteekt, komen te staan en vervolgens met grote kracht worden weggeschoten om enkele meters verderop in het gras te belanden. De beginsnelheid van een weggeschoten spore is gelijk aan die van een kogel uit een geweer! De jonge longwormpjes kruipen voor het wegschieten van dat sporangium tegen het steeltje naar boven en liften zo mee, om daarna ver genoeg van de mesthoop in het gras te belanden. Soms zitten er wel 50 jonge longwormpjes op één sporangium waarvan er heel veel op een mestvlaai groeien. Toen ik als dierenarts begon was er nog geen geneesmiddel tegen deze longworm en waren boeren bij de eerste hoestklachten in zomer/ herfst wel verplicht deze kalfjes en pinken weer veilig op stal te zetten. Het was dan ook een

zegen, dat notabene een Belgisch farmaceutisch bedrijf van de gebr. Jansen en Jansen, een fantastisch geneesmiddel op de markt bracht. Niet bepaald goedkoop maar na één injectie en hevige excitatieverschijnselen waren deze kalfjes van een vaak dodelijke aandoening verlost. Later is dit innovatieve bedrijf van deze 2 broers overgenomen door Johnson en Johnson en werkt het nu aan een van die potentiële door Nederland bestelde coronavaccins. ‘Beter voorkomen dan genezen’ en zodoende heeft men een heel bijzonder vaccin ontwikkeld. Duizend met Röntgenstraling bewerkte jonge longwormpjes worden in een flesje gedaan en bij de jonge kalfjes ingegeven vóór ze in het voorjaar naar buiten gaan. Deze bestraalde longwormpjes kunnen niet meer uitgroeien tot volwassen longwormen, maar wekken wel een fantastische immuniteit op. Zulke innovatieve geneesmiddelen zou je als dierenarts niet graag willen missen.

Zwerfvuil ruimen wordt met de Litterati-app een soort sport Zwerfvuil ruimen? Dweilen met de kraan open. Vechten tegen de bierkaai. Dat is zo’n beetje het idee dat je hebt als je hier en daar eens een blikje of plastic zak opraapt. “Morgen ligt het toch weer vol,” zei een passerende automobilist uit zijn open raampje, toen ik onlangs bezig was een berm van rommel te ontdoen. ‘Wat een troep hier’, dacht ik toen ik er langs reed. Op de terugweg kon ik niet nalaten er even met een vuilniszak overheen te gaan. Zo, een stuk beter.

Haalt het wat uit? Ik denk graag van wel. Als ergens toch al afval ligt, trekt dat meer vervuiling aan. En elk dingetje dat je opraapt, kan alvast niet meer in het water waaien om deel te gaan uitmaken van de plastic soep. Gezamenlijke opruimacties bestaan al jaren.

‘Nederland Schoon’ houdt haar opschoondag in maart met tal van plaatselijke initiatieven. World Cleanup Day in september is de grootste wereldwijde opruimactie van het jaar. De alliantie Schone Rivieren meet met 800 vrijwilligers tweemaal per jaar wat er op de oevers van Nederlands grote rivieren is achtergelaten of aangespoeld, om vervuiling gerichter aan te pakken. Sinds steeds meer zwerfvuilruimers de Litterati-app gebruiken, ontstaat voor het eerst een gedetailleerd beeld van wat waar wordt weggegooid en waar het vandaan komt. Begonnen als een beweging op Instagram door de Amerikaan Jeff Kirschner, die afval in zijn eigen woonwijk inventariseerde, is de Litterati-app uitgegroeid tot een middel om afval (litter) wereldwijd in kaart te brengen. 20

tekst en foto: Karin Verhoef

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

“'s Werelds grootste onderzoeksproject op het gebied van burgerwetenschap,” noemt Litterati de deelname van duizenden deelnemers in 165 landen op haar website. “Wat voorheen onmogelijk te volgen was, is nu zichtbaar.” Inmiddels zijn 8,5 miljoen stuks afval geïnventariseerd. Waar lukraak wat opruimen nog iets heeft van ‘geen beginnen aan’, wordt het met de Litterati-app een stuk leuker. Een soort sport. Het doet een beetje denken aan het met de telefoon jagen op Pokémonfiguurtjes, dat een paar jaar geleden zo populair was. Opeens draag je bij aan een wereldwijde database. Ik dacht dat het veel extra werk zou zijn om elk stuk afval te fotograferen en dan ook nog eens te labelen, maar dat is niet zo. Het meeste doet de app zelf. Fotograferen wat je opraapt is een fluitje van een cent. De gps registreert de plek. Uploaden en taggen kun je onderweg of thuis doen. De app koppelt automatisch al trefwoorden aan de foto’s op basis van herkenning. Blikjes Red Bull, Heineken en Coca-Cola, plastic flesjes, doppen en peuken heeft hij al zo vaak voorbij zien komen dat hij zelf categorie, object, materiaal en merk invult. Door het zelflerende systeem wordt de app nog steeds gebruiksvriendelijker. Het liefst loop ik in de uiterwaarden van de Lek.

21

De meest idyllische strandjes, de mooiste vergezichten. Het rustgevende gekabbel van het water op de oever, het gebeier van een carillon aan de overkant van de rivier. De kreten van watervogels, het typische zingende geluid van de vleugelslag van een zwaan. Open grasland, soms met een paar grazende koeien, afgewisseld met bosschages, riet, majestueuze bomen en rivierduinen. Het wijde water van de Lek met zijn scheepvaartverkeer, en daarboven fraaie wolkenluchten en schitterende zonsondergangen. Als je er toch bent kun je ook prachtig fotograferen. De data die vrijwilligers verzamelen zijn van groot belang in het zoeken naar duurzame oplossingen. En die komen steeds meer in zicht. Vanaf midden volgend jaar geldt een Europees verbod op wegwerpplastic. Ook moeten fabrikanten van onder meer filters voor sigaretten, ballonnen en bepaalde voedselen drankverpakkingen gaan meebetalen aan de verwerking van het door hen geproduceerde zwerfafval. Vanaf 1 juli 2021 komt in Nederland statiegeld op kleine plastic flesjes, en met ingang van 2022 ook op blikjes als de hoeveelheid in het zwerfafval niet drastisch vermindert. Voorlopig blijven we rapen en houdt de Litterati-app je score bij. Wie weet waar dit afvaljutten nog toe gaat leiden.

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

Wie over de Provincialeweg ter hoogte van het BP benzinestation in Lopik rijdt heeft tegenwoordig een prachtig zicht op een grote hoeveelheid uitgestalde auto’s. Daar is in de voorbije maanden een heuse openlucht autoshowroom, of is het gewoon een opslagterrein, verrezen. Wat aanvankelijk een weiland

WBL D 2020, jaargang 40 - nr 126

was is nu verhard en biedt plaats aan een groot aantal voertuigen. Je zou verwachten dat een dergelijke buitenopslag moet voldoen aan de gangbare eis van een landschappelijke inpassing. Na de buitenopslag iets verderop nabij Benschop van Autobedrijf De Haan is dit het 2e ‘blikveld’, langs deze weg.

Om grutto te redden is de aanval de laatste verdediging De weidevogelstand in Nederland gaat zó hard achteruit dat Nederland aankoerst op lege weilanden zonder weidevogels. De grutto, onze nationale vogel, dreigt uit ons land te verdwijnen. Overheden, Rijk en provincie moeten nu aan de slag. Stevige maatregelen en extra middelen zijn nu nodig. Dat staat in het Aanvalsplan Grutto dat onlangs werd aangeboden aan minister van Landbouw Carola Schouten. Half november jl. is het Aanvalsplan Grutto door initiatiefnemer Pieter Winsemius (voormalig minister van VROM, VVD) aan minister Schouten van Landbouw en Natuur aangeboden. Het aanvalsplan dat gesteund wordt door zes

weidevogelprovincies, boerenorganisaties en natuurorganisaties, waaronder Vogelbescherming, werd positief ontvangen door de minister. Ze gaf aan dat dit het juiste moment is, omdat er nu meerdere kansen zijn het plan te realiseren. Ze gaf daarbij aan dat er mogelijkheden zijn tot synergie met opgaven voor het veenweidegebied, tegen bodemdaling en klimaatverandering en ook uit het Europese Landbouwbeleid. De minister bood aan om het plan verder samen uit te werken. Het volledige plan is te vinden op de site van Vogelbescherming Nederland (www.vogelbescherming.nl) 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/376/documents/11044