CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

C02 - Ingekomen stuk Werkgroep Behoud Lopikerwaard - WBL Magazine april 2021.pdf

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6.: Lijst van ingekomen stukken14.809 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

JAARGANG 41 - Nummer 1276 - April 2021

1

UITGAVE VAN DE WERKGROEP BEHOUD LOPIKERWAARD

Adverteren in dit Magazine

INHOUDSOPGAVE

Voor een gering bedrag kunt u uw bedrijf of organisatie onder de aandacht brengen bij de lezers van dit Magazine. U ondersteunt daarmee de Werkgroep Behoud Lopikerwaard en maakt mede de uitgave van het Magazine mogelijk. Belangstelling? Stuur dan een mailtje naar: webmaster@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

Van de voorzitter

Pag. 2

Toekomst van Lopik

Pag. 2

Dijk-driedaagse

Pag. 5

Monsterrollen dijkleger

Pag. 5

Vaccineren

Pag. 6

HET WBL MAGAZINE VOORTAAN Archief Willige Langerak Van het bestuur

DIGITAAL I.P.V. PER POST?

Fruitcollectie IJsselstein Vanaf het volgende nummer bieden wij onze Daken gezocht leden/donateurs de mogelijk om dit Magazine niet langer per post te ontvangen maar in plaats Herman de Manmaand daarvan een digitale versie. Dit bespaart ons naast verzendkosten ook drukkosten en het bespaart papier. Alle beetjes helpen. Wilt u van deze mogelijk gebruik maken? Stuur dan een mailtje naar: webmaster@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

Pag. 14 Pag. 15

Pag. 18 Pag. 24 Pag.26

Het volgende WBL Magazine verschijnt in Reacties op het artikel “Toekomst van Lopik” kunnen augustus a.s. Hebt u ideeën over onderwerpen gemaild worden naar: die u graag beschreven ziet worden of wilt u zelf webmaster@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl een redactionele bijdrage leveren? Neem dan contact op met Tineke Honkoop: redactie@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

WBL ONLINE www.werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

drukt het WBL Magazine

2

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

Een woordje vooraf

COLOFON WBL Magazine is een uitgave van de Stichting Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL). De stichting is ingeschreven in het stichtingenregister K.v.K. onder nr. 41179802. Kopij en info aan: Redactie WBL Magazine Moerasbos 25 3411 WD Lopik 0348-553006 / 06-10302055 Samenstelling redactieteam Tineke Honkoop Wim van der Putten Theo Hattink Vormgeving & opmaak Jan Kooijman Foto omslag: Jan Kooijman

Waarom zijn wij op aard? Nee hier bedoel ik niet een existentiële vraag rond Pasen, maar waarom is de WBL er? Wat is haar functie? Ruim 40 jaar geleden werd de Werkgroep Behoud Lopikerwaard opgericht in de Lopikerwaard als actiegroep voor het behoud en de versterking van de natuur en het landschap in de Lopikerwaard. Voornamelijk om tegenwicht te kunnen bieden aan de destijds op hand zijnde ruilverkaveling. Heeft de WBL vandaag de dag nog bestaansrecht? Snijdt het nog hout wat we doen? Het bestuur van de WBL heeft een stuk geschreven waar we weer mee verder kunnen; De doelstelling en taken van de WBL zijn beschreven in een visiedocument. Uiteindelijk is het waarom de WBL is opgericht niet veel anders dan wat we heden ten dagen willen; bescherming van het eigen karakter van de stadjes, dorpen en het karakteristieke landschap in de Lopikerwaard. Ook nu nog actueel. Lopik onderzoekt door gebrek aan financiële middelen naar samenwerking met andere gemeenten. Dit was decennia terug nog vloeken in de kerk. Denk aan de suggestie om Montfoort, Oudewater en Lopik te voegen tot één MOL gemeente! We zijn 20 jaar verder en herindeling is nu een reële optie. Ook hier de vraag wat moeten we behouden? Wat is er zo eigen op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie in samenhang met de leefomgeving? En wat dacht je van de energietransitie.

Iedere gemeente heeft dit op de agenda staan. De WBL besteed hier in dit Magazine altijd veel aandacht aan.

Nog een belangrijke vraag van deze tijd? Heb je al een Covid-vaccin gehad? Wim van de Putten heeft de vaccins bij dieren allemaal voor je op een rijtje gezet. Weet je overigens dat veel virologen hun studie zijn begonnen met diergeneeskunde? 3

Van diergeneeskunde naar Nationale Volksgezondheid. Het lijkt een onlogische stap maar dat is het allerminst. De wisselwerking tussen diergeneeskunde en humane geneeskunde is groot. De gezondheid van mens, dier en milieu zijn met elkaar verbonden. Zeker in een klein land als Nederland met veel inwoners, dieren en landbouw op een kleine oppervlakte. Veel virussen bij de mens ontstonden uit dierlijke virussen. Nog een weetje? Wist je dat de grootste openbare fruitbomencollectie in IJsselstein staat? Nee ik ook niet maar het is wel zo. In de jaren 70 is landschapsarchitect George Otter begonnen met het planten van allerlei soorten rassen. Sommige soorten komen nog alleen voor in IJsselstein. Ivon Vrolijk van Klimaat Neutraal IJsselstein werkt samen met Lucas van Loenen van de University van Applied Sciences van Hall Larenstein. Alle bomen zijn geïnventariseerd en in een GIS kaart zichtbaar gemaakt. Samen met lokale experts en vrijwilligers is er tevens een Bioblitz uitgevoerd. Dit is een onderzoek van 24 uur op een bepaalde plek. Iedere deelnemer kan daar zijn of haar specialisatie kwijt. Dit fenomeen is uit Amerika over gewaaid en wordt ook in Nederland steeds populairder. Een beetje bewegen? Dat komt goed uit. Loes Truijens van Instituut Voor Natuureducatie en Duurzaamheid heeft, hoe toepasselijk, een digitale fruitbomenwandeling uitgezet langs de fruitcollectie in IJsselstein.

In deze lentetijd een lust voor het oog. Als u niet te lang wacht pakt u de bloesem nog even mee! Fijne wandeling en veel leesplezier! Tineke Honkoop

WBL Magazine, Magazine secember April 2021,2020, jaargang jaargang 41 - nr 40 127 - nr 126

WBL WBLMagazine WBL Magazine Magazine December augustus april 2020, jaargang 40 - nr 125 124 126

Van de Voorzitter

door Wim Boesten, voorzitter Werkgroep Behoud Lopikerwaard “Toekomst van Lopik” door Jan Kooijman, raadslid in Lopik van 1986 tot 1998. Vervolgens was hij gedurende 12 jaar wethouder en nam in april 2010 afscheid.

Bestuur WBL Voorzitter: Wim Boesten Secretaris: Wim van der Putten 06-51503306 Penningmeester: Leo van den Berg 06-22468863 Leden van het bestuur Henriëtte Keijzer 06-24532952 Irene Schuller 06-28407546 Marco Buitelaar 06-42916424

Toen ik ruim 10 jaar geleden aantrad als voorzitter van de WBL raakte ik geïnspireerd door de bijeenkomsten die ik bijwoonde in onze regio van de Gebiedscommisssie de Utrechtse Waarden. Het was een samenwerkingsverband in de Lopikerwaard van de gemeenten Oudewater, Montfoort, Lopik en IJsselstein. Leuke meetings waarbij ambtenaren en wethouders van deze gemeenten betrokken waren, alsmede het Waterschap, agrarische ondernemers, Struinen en Vorsen, ondernemers etc. etc. Maar na het vertrek in 2010 van Jan Kooijman, zeer verdienstelijke en inspirerende voorzitter, ging het met de betekenis en ambities van de samenwer-

king in de Utrechtse Waarden bergafwaarts. Er leek geen vruchtbare bodem voor samenwerking (?) Of is dat slechts schijn ..…, gebeurt er toch meer op dit gebied tussen de gemeenten? De gemeenten hebben in verband met energietransitie de laatste jaren meer samengewerkt dus..… Hoe gaat de toekomst in de Lopikerwaard er uit zien? Onlangs kwam de heer Strien, raadslid in de gemeente Lopik, in het nieuws toen hij een discussie opende of gemeentelijke herindeling opportuun is. Hoe ziet de bestuurlijke samenwerking en toekomst eruit in de Lopikerwaard? Ik geef in dit voorwoord gaarne ruimte aan Jan Kooijman met zijn ervaring over ins en outs op dit thema (zie het verhaal van zijn hand hieronder).

Toekomst van Lopik Op het moment dat ik dit stukje zit te tikken is het de ochtend na de raadsvergadering van 23 maart waarin een ruime meerderheid van de Lopikse gemeenteraad zich uitsprak voor bestuurlijke opschaling. Voor een gemeentelijke herindeling dus. Zo, dat weten we dus: Lopik is op zoek naar een geschikte partner. Lopik of Loopjij “Dit zeer belegen grapje, met een baard van een overjarige hipster”, zijn de eerste woorden van de notitie die in opdracht van het Lopikse college werd gemaakt om te kunnen bepalen of de gemeente nog wel in staat blijkt om haar taken naar behoren te kunnen uitvoeren. Het stuk stemt niet vrolijk. Er wordt momenteel in de gemeente Lopik vooral re-actief gehandeld. Er wordt wel hard gewerkt aan oplossingen, maar daardoor is er geen aandacht voor de oorzaak van de problemen. Die vicieuze cirkel blijkt lastig te doorbreken. De tijd ontbreekt om strategische 4

keuzes te maken en omdat er zich steeds weer andere problemen die om oplossingen vragen aandienen. “Simpele” oplossingen, zoals bijvoorbeeld de gemeentewerf een dag extra per week sluiten of het onderhoudsniveau van het openbaar groen naar beneden bijstellen, levert natuurlijk wel wat financiële ruimte op, maar onvoldoende. Extra uitgaven in het sociale domein (o.a. jeugdhulpverlening) en in het kader van Covid-19 (steunpakketten) hebben de noodzaak om ernstig na te denken over de vraag of Lopik nog wel zelf in staat is te bepalen welke taken er uitgevoerd worden en hoe, naar voren gehaald. “Zijn we nog wel in staat om de belangen van de inwoners goed te dienen” was de centrale vraag waarover de gemeenteraad zich boog. In de notitie van het college wordt die vraag kortweg met “neen” beantwoord. “De organisatie is nog steeds in staat om op de basisdienstverlening op orde te houden, maar is onvoldoende in staat om op

WBL WBL Magazine Magazine, December April 2021, 2020, jaargang 41 40 - nr 127 126

strategisch niveau de ballen in de lucht te houden. Dit komt door de kwantitatieve beperkingen en is geen diskwalificatie van de medewerkers”, aldus het Lopikse college. Het college legde de gemeenteraad 3 sporen voor waaruit gekozen kon worden en er werd van de gemeenteraad een richting gevraagd waarin het vervolgproces gerealiseerd zou kunnen worden. De 3 voorgestelde sporen waren: 1. Lopik is in staat om alleen basisdiensten te verlenen. De gemeente is dan nog meer dan nu alleen in staat om de wettelijke taken uit te voeren. 2. Lopik is in staat om basisdiensten te verlenen en strategische vraagstukken op te pakken. Lopik wordt dan lid van de zogenaamde U16, de regionale samenwerking waar steeds meer ruimtelijk beleid wordt gemaakt. Denk dan aan bijvoorbeeld de Regionale Energie Strategie (RES) en ook beleid t.a.v. de klimaatadaptatie en recreatieve ruimte vanwege de toenemende druk vanuit het stedelijk gebied. Lopik leunt nu op de regio, maar bij dit spoor kan Lopik zelf ambtelijke capaciteit inbrengen en daarmee de belangen van de Lopikse burger behartigen. In totaal zou er dan zo’n 1,5 miljoen extra voor personeel beschikbaar moeten komen (structureel per jaar) om alles goed op te kunnen pakken. Dit zal leiden tot een belastingverhoging van zo’n € 350,- voor elk huishouden.

Door deze extra inzet van het geld ontstaat er een organisatie die evengoed voor een gemeente van 50.000 inwoners (Lopik heeft nu ca. 14.400 inwoners) zou kunnen functioneren. 3. Lopik is in staat om basisdiensten te verlenen en strategische vraagstukken op te pakken en kan pro-actief zijn. Een mooi voorbeeld hiervan is de nieuwgevormde gemeente Krimpenerwaard waar bijv. een medewerker zich samen met de agrarische sector bezighoudt met de bodemdaling. Ook kan de gemeente hierbij actief bezig gaan om bijv. financiële middelen die beschikbaar zijn gekomen in het kader van de Green Deal in te zetten in

het gebied. De extra benodigde middelen hierbij werden becijferd op zo’n 3 miljoen, hetgeen voor de huidige Lopikse schaal een paar bruggen te ver is. De gemeenteraad sprak zich in meerderheid uit voor dat 3e spoor. En daarbij is aangegeven dat het niet reëel is te denken dat Lopik dit spoor als zelfstandige gemeente zou kunnen realiseren. Met dat meerderheidsbesluit gaat Lopik voor een verdere uitwerking van de bestuurlijke opschaling. De inwoners Zowel tijdens de eerder gehouden commissievergadering over deze materie en tijdens de raadsvergadering waren er slechts 2 (!) inspraakreacties, 1 zelfs niet eens uit de gemeente Lopik maar uit Schoonhoven. De inbreng van de inwoners uit de 9 kernen van Lopik was dus zo goed als nihil. Terecht ook dat de fracties zich afvroegen of en hoe de Lopikse inwoners bij de verdere gang van zaken kunnen worden betrokken. 5

Wat voor gemeente wil Lopik zijn en wat is de beste en betaalbare manier om de inwoners nu en in de toekomst te (be)dienen? Als de Gemeente Lopik nu niets doet moet het de komende jaren veel lokale voorzieningen stopzetten met het risico daarna alsnog te moeten besluiten de koers te wijzigen.

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

Er is nu vooral over de inwoners gesproken en niet met. Een simpel berichtje op de gemeentelijke Facebookpagina, met een paar honderd volgers, of een berichtje op de wekelijks gemeente-pagina in een huis-aanhuisblad is natuurlijk volstrekt onvoldoende om de Lopikse burgers en bedrijven bij dit proces te betrekken. Gelukkig heeft de regionale pers het een en ander opgepakt, maar lang niet iedereen leest dit natuurlijk. Ik ben benieuwd hoe dit verzuim op korte termijn gaat worden goed gemaakt. En hoe nu verder? De eerste opdracht aan het Lopikse college is om een profielschets te maken waarin de sterke punten van de gemeente worden verwoord. Dit is nodig om mogelijke fusie-partners te verleiden om samen te gaan met Lopik. Ook zullen in het vervolgproces de contouren van de gewenste nieuw te vormen gemeente duidelijk moeten worden geschetst. Gaat Lopik voor een stedelijke of landelijke gemeente? Wat zal de omvang van de nieuw te vormen gemeente moeten zijn om aan de eisen, zoals gesteld aan spoor 3, te kunnen voldoen? Hoe moet rekening worden gehouden met de huidige samenwerkingen en welke rol is er voor de provincie weggelegd? Dit alles gaat zijn beslag krijgen in een projectplan waarbij, naar wij hopen, ook de inwoners, de Lopikse bedrijven en instellingen en de medewerkers hun inbreng zullen hebben. Het is verleidelijk om alvast te speculeren op de mogelijke samenvoegingen.

Sprekend met dorpsgenoten is al snel duidelijk dat er allerlei richtingen op gedacht kan worden. Er is zelfs gesuggereerd om de gemeente Lopik op te delen en deze delen afzonderlijk toe te voegen aan nabuur-gemeenten. Lopik is met zijn grote buitengebied natuurlijk een aantrekkelijk partij als het gaat om een aantal uitdagingen van deze tijd. Het is geen geheim dat IJsselstein naar het Lopikse grondgebied lonkt als het om woningbouw gaat en ook zullen buurgemeenten maar wat graag de in-

spanningen die ze moeten leveren op het gebied van de energietransitie (windmolens en zonneparken) likkebaardend het Lopikse buitengebied hiervoor aan willen wijzen. Vanuit Schoonhoven is aangegeven Lopik samen te voegen met de gemeente Krimpenerwaard. Weliswaar een suggestie die de provinciegrens overschrijdt, maar denkbaar. De provincie Utrecht heeft er immers bij het ontstaan van de gemeente Vijfheerenlanden een fors stuk grondgebied bijgekregen. Wat is er dan op tegen een stukje af te staan? Destijds is de MOL-variant (MontfoortOudewater-Lopik) ten grave gedragen onder druk vanuit de bevolking. Wellicht komt deze variant opnieuw in beeld, ook al bevindt Oudewater zich inmiddels in een innige verstrengeling met Woerden. Mijn voorkeur zou hebben om bij de genoemde 3 gemeenten ook IJsselstein te voegen en met dit 4tal een heuse Lopikerwaard-gemeente te laten vormen. Met ruim 70.000 inwoners is de schaal voldoende om voor een optimale dienstverlening, waarbij tevens pro-actief gewerkt kan worden aan een toekomstbestendige gemeente, garant te staan. Mij is niet bekend hoeveel oud zeer er nog zit bij Montfoort en IJsselstein na het pijnlijke mislukken van hun gezamenlijke backoffice, maar ik stel voor deze variant bij voorrang te onderzoeken. Het levert een landelijk gemeente op (Utrechtse Waarden?) met historische stadskernen. Er is een duidelijke samenhang.

Een aantrekkelijk open en groen gebied met voluit mogelijkheden voor de agrarische bedrijven in combinatie met natuurontwikkeling en recreatie, met voldoende bedrijventerreinen en ruimte voor woningbouw en energietransitie. Maar, er zijn vast ook een aantal andere opties. Met Woerden? Ook al legden zo’n 2.000 jaar geleden de Romeinen al een grens (de limes) tussen Woerden en ons gebied. Met de Lekstroomgemeenten, Houten, Nieuwegein? Kortom bedenk het maar. 6

Ieder zal zo zijn voorkeuren hebben als het gaat om de toekomst van Lopik. Laat ons weten wat jullie voorkeur heeft en we kijken of we er een platform op de website voor kunnen inrichten. Het mailadres vind je aan de binnenzijde van het omslag.

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

Samen maken we de Lekdijk sterker en mooier!

Dijk-driedaagse Dijkgraaf Jeroen Haan en hoogheemraad Els Otterman, lopen op 2, 3 en 4 juni 2021 van Amerongen naar Schoonhoven. Graag nodigen zij u uit om een deel van het traject of het geheel hiervan mee te lopen.

Uiteraard worden de de Corona -maatregelen in acht genomen. Mocht het zo zijn dat juni nog niet verantwoord is, dan wordt de Dijkdriedaagse verplaatst naar een later moment.

Al wandelend gaan ze het gesprek aan met professionals, bestuurders, volksvertegenwoordigers, bewoners en andere geïnteresseerden. Het gesprek kan gaan over de dijk, het rivierenland-

schap, waterveiligheid en eventuele andere thema’s die aan de dijk en de rivier gerelateerd zijn. Het landschap vertelt een deel van het verhaal maar er worden daarnaast inspirerende sprekers uitnodigen om op verscheidene plekken langs de dijk een inhoudelijke toelichting te geven of een boeiend verhaal te vertellen over het belang en de historie van de dijk. En ook voor anderen is er gelegenheid om op de mobiele zeepkist een korte pitch te geven. Komende maanden wordt het programma steeds verder ingevuld. Met namen, plaatsen en tijden. Loopt u mee? Of wilt u op de hoogte blijven? Wij horen het graag, mail dan uw contactgegevens naar dijkdriedaagse@hdsr.nl.

Monsterrollen dijkleger

www.rhcrijnstreek.nl

In de vorige editie was een mooi artikel te lezen van de hand van Carla Brokking over de dijkdoorbraak bij Jaarsveld in 1751. Het dijkleger speelde hierin natuurlijk ook een grote rol. Het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard (RHC), ook wel bekend als het streekarchief, heeft kortgeleden de monsterrollen van dit dijkleger digitaal inzichtelijk gemaakt. De monsterrollen komen uit het archief van het Hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams en de IJsseldam (1328-1974), waar de Lopikerwaard deel van uit maakte. Monsterrollen zijn de lijsten van de mannen die deel uitmaakten van het dijkleger, inclusief het materiaal dat zij mee moesten nemen. Het was verplicht voor alle weerbare mannen van 18 tot en met 60 jaar met tenminste vier morgen land in bezit om deel te nemen in dit dijkleger, tenzij men een goede reden had om niet deel te kunnen nemen 7

(bijvoorbeeld armoede). Ook was het mogelijk om het plicht af te kopen. Het RHC heeft indexen gemaakt op deze monsterrollen, met tussenpozen van 25 jaar, lopende van 1630 tot en met 1850. Helaas is het archief niet volledig.

De monsterrollen van de jaren 16831783 ontbreken. Geïnteresseerden kunnen de indexen bekijken op de website van het RHC, www.rhcrijnstreek.nl. Hier zijn de monsterrollen van de plaatsen Achthoven, Benschop, Cabauw, Haastrecht, Hoenkoop, Jaarsveld, Lopik, Noord- en Zuid-Polsbroek, Willeskop, Willige Langerak, IJsselstein en Zevender te vinden. U kunt nu dus vanuit huis bekijken of uw voorouders ook deel hebben uitgemaakt van het dijkleger!

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

Vaccineren door Wim van der Putten, dierenarts en bestuurslid WBL

Dit was een belangrijk onderdeel van mijn werk als dierenarts. Koeien, paarden, schapen, varkens, kippen, honden, katten maar ook duiven, konijnen en soms zelf fretten werden voortvarend gevaccineerd tegen een zeer breed scala aan ziektes.

We werden door de farmaceutische industrie ruimschoots voorzien van allerlei entstof-cocktails, ontworpen om alles zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Sommige van deze mengsels, zoals bij de hond, beschermden deze wel tegen 8 van de meest diverse ziektes. “Wel erg veel in een keer”, vroeg ik me wel eens af maar volgens immunologen kun je wel tegen duizend ziektes tegelijk vaccineren… Komt nog steeds niet zo overtuigend over. Enten van dieren Vaccineren was het eerste dat ik als toekomstig dierenarts goed kon. Als student mocht je deze handeling al gelegaliseerd uitvoeren. Elk jaar moesten in Nederland in de winterperiode alle runderen tegen de gevreesde Mond-en -klauwzeer worden ingeënt. Daar maakte je als arme student dan ook dankbaar gebruik van, niet alleen voor de centen maar het was ook een mogelijkheid om alvast aan het beroep te ruiken en een gelegenheid te leren omgaan met de boeren en hun vee. Maanden trok ik van boerderij naar boerderij met kratten vol entstof achterin de au8

to van de dierenarts-echtgenote. Aangekomen op een boerderij moest voor het gebruik van de entstof deze eerst gemengd worden, want ook MKZ wordt veroorzaakt door een virus dat steeds muteert, zodat er ondertussen wel 7 sero-types zijn die geen enkele kruisimmuniteit hebben. Na het openen van de staldeur, is de angstige blik van de koeien en de gespannenheid van de boer mij het meest bijgebleven. Het waren vooral de oudere koeien die de geautomatiseerde glinsterende injectiespuit met bijbehorende slangen meteen herkenden. Sommige koeien gingen op hun knieën zitten in de hoop dat ik dan niet bij de injectieplaats zou kunnen komen. Er moest een grote hoeveelheid pijnlijke entstof onderhuids in het kossem, een huidplooi tussen de voorbenen, geïnjecteerd worden. De pijnlijkheid van de

entstof was geen kleinzerigheid van die dieren, een rijke ervaring nadat de naald in mijn hand terechtgekomen was. Deze pijnlijkheid wordt veroorzaakt door het formaldehyde in het vaccin waarmee het MKZ-virus gedood was, maar er zat ook nog aluminiumhydroxide in om de entstof beter en langer te laten werken, het z.g. adjuvans. Sommige runderen begonnen zelfs te brullen als ik in de buurt kwam en dan ontstond er pas echt paniek en helaas

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127 ook soms bij de boer. De koeien stonden 50 jaar geleden nog aangebonden achter de keukendeur en ze waren ook nog bewapend met soms enorme hoorns die ze in dit geval ook soms onverwacht gebruikten. Na op een dag 600 runderen gevaccineerd te hebben was je niet moe van het veterinaire werk maar van het atletisch ontwijken van die soms onverwachte snelle reacties van al die gehoornde koppen. Die pijnlijke vaccinatie was het wel meer dan waard na eeuwen van constante uitbraken van deze gevreesde en erg besmettelijke ziekte. Dit RNA-virus was in staat om zich minstens 5 kilometer via de wind te verspreiden en, indien niet gehinderd door bomen wel meer dan 10 km. In 1991 kwam er een Europees verbod op deze zeer succesvolle MKZ-vaccinatie om de export naar buiten de EU van vlees en melk veilig te stellen. Nog 3 flesjes vaccin, genoeg voor 150 volwassen koeien, heb ik achtergehouden als aandenken aan deze eenvoudige maar niet minder fantastische wetenschappelijke ontwikkeling uit die tijd.

foto’s rechtsonder: de “geautomatiseerde” mond-enklauwzeerspuit met vaccin

Soorten immuniteit Men onderscheidt een actieve en een passieve immunisatie, waarbij een actieve verkozen is boven een passieve omdat daarbij het lichaam zelf geprikkeld wordt om een weerstand op te bouwen tegen een ziekteverwekker. Het duurt echter wel een paar weken voordat het immuunapparaat zover is en soms is dit te risicovol als de ziekteverwekker direct bestreden moet worden. Men kan dan passief antistoffen toedienen, die meteen aan het werk kunnen gaan, maar deze zijn na enkele weken weer uit het bloed verdwenen. Wanneer een paard gecastreerd wordt, met daarbij een behoorlijk risico op een tetanusinfectie krijgt deze direct antistoffen toegediend, maar wordt tegelijkertijd ook gevaccineerd met een tetanusvaccin voor de langere termijn. De eerste paar weken is het zeer tetanusgevoelige paard dan beschermd door het serum met antistoffen en daarna wordt de bescherming overge9

nomen door de door de vaccinatie opgebouwde antistoffen. Waar komen die antistoffen vandaan? Die worden uit het bloed van gezonde paarden gehaald die al vaker gevaccineerd zijn. In het verleden werden door de farmaceutische industrie hiervoor speciale paarden gebruikt, zg. serumpaarden. Vaccinatie als medische verworvenheid is zelden zo actueel geweest als tijdens deze coronapandemie. Langzamerhand was het iets vanzelfsprekends geworden, iets om te vergeten als je er niet door een of ander bureau aan herinnerd werd. Het is weer tijd voor een griepprik, DKTP en zo meer. Soms lijkt het bijna op een ingesleten traditie die zijn nut verloren heeft en er alleen nog is om de kassa van de farmaceutische industrie te spekken. Ditzelfde wantrouwen en twijfel speelt ook in de diergeneeskunde. De overheid heeft zelfs sommige vaccinaties, zoals tegen mond- en klauwzeer en varkenspest verboden en gaat nu bij een uitbraak over tot het middeleeuwse afslachten; stamping out klinkt wat vriendelijker.

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127 Geschiedenis Infectieziekten zijn de enige reden om mensen en dieren te vaccineren. Deze infectieziektes kunnen ontstaan wanneer ziektekiemen het lichaam binnendringen en zich verspreiden. Het lichaam reageert hierop met een ontstekingsreactie die gepaard gaat met koorts, roodheid, pijn, zwelling en verstoord algemeen welbevinden. De infectieziekten vormen nog altijd de belangrijkste groep van ziekten bij mens en dier. Vooral de koorts is een zeer snelle en belangrijke actie van het lichaam om een ziekteverwekker te lijf te gaan. De stofwisseling jaagt de lichaamstemperatuur op om zo de afweercellen extra te activeren en bovendien kunnen de meeste ziekteverwekkers zich bij deze hogere temperatuur niet meer vermenigvuldigen. Voor mij als dierenarts was een verhoogde temperatuur en hartslag dan ook een positief teken dat het lijf nog in volle strijd gewikkeld was met de ziekteverwekker (s). Erg ziek en een verlaagde temperatuur was meestal ongunstig met vaak het doodskruis in zicht. Voor alle huidige vaccinaties geldt dat men eerst de ziekteverwekker moet kennen, kunnen isoleren en kweken om entstof te kunnen fabriceren. Toen 200 jaar geleden Edward Jenner - huisarts in Engeland - en zijn tijdgenoten gingen vaccineren, was er van isoleren en kweken nog geen sprake, omdat de ziekteverwekkers nog niet bekend waren.

Zij wisten uit ervaring dat ziektemateriaal van dieren soms in staat was om mensen te beschermen tegen gelijkwaardige ziektes en zoals later bleek, veroorzaakt door familiaire ziekteverwekkers. Voor de tijd van Jenner werd er ook al geprobeerd om mensen en dieren te beschermen tegen allerlei dodelijke ziektes. Bij de erg besmettelijke longpest van runderen werd er zelfs longweefsel van een overleden rund in de staart van gezonde runderen gespoten om ze op deze manier te beschermen. Ze verloren dan vaak wel hun staart maar altijd beter dan de longen. Het grote risico van dergelijke doe-het-zelf vaccinaties was dat je aan het werk was

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

met de dodelijke ziekteverwekker en deze goedbedoeld aan het verspreiden was, zodat deze - ongewenst - zo maar weer in de longen terecht zou kunnen komen. Humaan werd de eerste echt succesvolle vaccinatie ruim 200 jaar geleden toegepast door Edward Jenner, die huisarts in Engeland. Hij had ervaren dat melkmeisjes door een eenvoudige koeienpok op hun handen beschermd waren tegen de zeer gevaarlijke mensenpok, die wel 20% kans gaf om eraan te overlijden. Die vrij onschuldige koeienpok komt bij melkkoeien vaak op de spenen en de uier voor. Na wat publieke weerstand werd dit de eerste echt succesvolle preventieve bescherming door een vaccinatie. Hij noemde dit ‘vaccineren’ omdat koe in het latijn ‘vacca’ is. Nu staat vaccineren voor alle inentingen en heeft niets meer met een koe van doen. Al eeuwen hiervoor gebruikten de Chinezen ook een soortgelijke manier om mensen te beschermen tegen de humane pokken. De inhoud uit de pokken van mensen met een lichte pokkeninfectie werd daarvoor gebruikt en ze noemden deze methode “variolatie”, bepaald niet zonder risico. Was een van de gezinsleden gevaccineerd en was er een pok op zijn arm gekomen dan konden de andere familieleden hun arm tegen die pok houden, een goedkope en praktische manier om het hele gezin, familie, dorp te beschermen…”arm to arm”.

In die tijd had men van virussen nog geen weet maar ze realiseerden zich maar al te goed dat er ‘iets’ was dat deze infecties veroorzaakte. 10

foto: enting tegen 2 virusziektes, Bovine Virus Diarree en Infectieuze Rhinotracheites

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

Een kleine honderd jaar later, in 1885 was het Louis Pasteur die hersenmateriaal van een aan hondsdolheid overleden meisje inspoot in de hersenen van een konijn. Het duurde wel 3 weken voordat het konijn hondsdol werd. Nam hij van dit overleden konijn weer wat hersenmateriaal en spoot hij dat weer in bij een volgend konijn dan werd deze tussentijd van overlijden steeds korter…, het virus werd na al die passages steeds virulenter voor het konijn maar, heel bijzonder, voor de mens steeds minder. Dit via wel 30 konijnen gepasseerde virus gebruikte Pasteur om mensen na een dodelijke beet van een dolle hond te beschermen en met succes. Van over de gehele wereld reisde men naar Frankrijk om zich door Louis Pasteur te laten behandelen met dit ‘gelapaniseerde’ virus (lapin het Franse woord voor konijn). Louis Pasteur was niet in staat de veroorzaker van deze ziekte aan te tonen maar realiseerde zich heus al wel dat er een ziekteverwekker in het spel moest zijn die kleiner was dan een bacterie. Een virus is ook maar een honderdste van een bacterie groot. Na deze periode werden heel veel bacteriële ziekteverwekkers geïsoleerd en werden er vaccins tegen gemaakt en was het vooral de Duitse tegenhanger van Louis Pasteur, Robert Koch die hier veel aan heeft bijgedragen.

Omstreeks 1900 bleek dat er na filtreren met hele fijne filters, die in staat waren bacteriën tegen te houden, met dit vloeibare filtraat toch nog ziektes overgebracht konden worden. Men was er zodoende van overtuigd dat er nog kleinere ziekteverwekkers moesten zijn en zo dacht men aanvankelijk dat deze vloeibaar waren. Toen in Duitsland omstreeks 1930 de elektronenmicroscoop was ontwikkeld, die wel 25.000 maal kon vergroten, bleek dat het ook om een zeer kleine vaste ziekteverwekker ging en was het virus werkelijkheid geworden. Toen men die miniziekteverwekker ook nog kon kweken in bebroede kippeneieren en op in leven gehouden gekweekt weefsel was er al snel een veelvoud aan virusvaccins ge-

boren. Een virus kan zich in tegenstelling tot bacteriën alleen vermenigvuldigen in levend weefsel! De medische maar ook de veterinaire wereld is ervan overtuigd dat vaccineren de grootste medische en veterinaire verworvenheid is tot nu toe. Met weinig kosten en risico’s een enorm resultaat weten te boeken, zodat deze bescherming ook voor iedereen toegankelijk kan zijn. ”Alles wat we nodig hebben om gezond te blijven geeft de natuur ons in overvloed”, is dan ook een uitspraak van Sebastiaan Kneipp. Voor de eerste keer in mijn leven kijkt de mensheid nu weer uit naar de verlossing uit een pandemie door een vaccinatie. Tot nu waren vaccinaties om enorme sterfte een halt toe te roepen maar zoals nu spelen ook maatschappelijke en politieke reden een belangrijke rol.

Virussen en hun ontrouw Ziektes kunnen verdeeld worden in twee groepen, infectueus en niet infectueus. Een infectueuze ziekte wordt veroorzaakt door een micro-organisme is vaak ook besmettelijk, maar niet altijd: bv hondsdolheid en botulisme gaan niet over van jou op de buurman. Een niet infectueuze ziekte wordt veroorzaakt door trauma, giftige stoffen, stofwisselingsstoornissen en kanker. De belangrijkste oorzaak van infecties zijn bacteriën, virussen en protozoën. Virussen en bacteriën hebben ziekmakend heel veel gemeen met elkaar maar toch zijn er ook duidelijke verschillen. In tegenstelling tot bacteriën zijn virussen vooral gericht op één soort dier of de mens, dus gespecialiseerd op een beperkt aantal gastheren en dan ook nog op specifieke organen. Mazelenvirus komt niet bij varkens voor en varkenspestvirus niet bij mensen. Het pokkenvirus zit graag op de huid, het hondsdolheidvirus in de hersenen. De meeste bacteriën voelen zich bij iedereen thuis. Bacteriën kunnen enorme vieze stinkende en necrotische wonden veroorzaken, virussen doen dat nooit. 11

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

Virussen zijn veel besmettelijker dan bacteriën en kunnen op meerdere manieren de gastheer verlaten: via slijm, ontlasting, sperma, zweet en urine om andere wezens te besmetten. Virussen zijn wel heel gevoelig voor zonlicht. Weerstand tegen een virusinfectie is langduriger, hechter en meer beschermend dan die na een bacteriële infectie. Bij alle vormen van leven op de aarde spelen virussen een rol, maar zijn altijd afhankelijk van de machinerie van hun gastheer/vrouw omdat zij levend weefsel nodig hebben om zich te kunnen vermenigvuldigen, zodat men zich wel eens afvraagt of een virus wel levend is. Hun genetisch materiaal is vele malen complexer, gevarieerder en ingewikkelder dan dat van de mens en al het ander leven op deze aarde. De mens en dierenwereld hebben hun genetische codes zeer bedrijfszeker opgeslagen in het DNA. Dit is zeer bestendig en betrouwbaar en ligt veilig opgeslagen in de kern van de cel. Het erfelijke materiaal is gecodeerd in slechts 4 letters: A, T, C, en G, maar wel met heel veel ... elke cel in ons lichaam bevat die enorme lange genetische code die uit 3,2 miljard van die letters bestaat. Zou je het uit willen schrijven dan is het boek 150 meter dik. En dan te realiseren dat ons lichaam uit 50.000 miljard cellen bestaat en in elke cel dat dikke boek zit gecodeerd.

Sommige virussen hebben evenals mensen en dieren hun codes ook in het DNA opgeslagen maar niet allemaal, die gebruiken daarvoor in de plaats het wispelturige en vluchtige RNA, de tegenhanger van het DNA. En daartoe behoort ook het huidige coronavirus.

Meestal kan een virus niet zomaar van de ene soort gastheer naar een andere soort oversteken. Het virus zal zich in zijn nieuwe gastheer moeten aanpassen en het is bovendien een hele toer om de afweer en andere barrières van de nieuwe gastheer te omzeilen en te weerstaan, laat staan zich te vermenigvuldigen en weer te verspreiden. Zo is

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

in het verleden een parvovirus van de kat overgestoken naar de hond. Aanvankelijk had het virus het heel moeilijk bij de hond maar door toevallige gunstige mutaties werd het virus al snel agressiever voor de hond en wist zich steeds beter te handhaven. Later was het met dit gemuteerde parvovirus van de hond moeilijk een kat weer terug te besmetten. Wel beschermde het katten -parvovirus-vaccin de hond tegen haar nieuwe parvovirus. Gastheerwisseling kan maanden tot jaren in beslag nemen. Ze moeten dus echt een flinke kloof overbruggen. Virussen van de ademhalingsorganen zijn bij mens en onze huisdieren wel de favoriete verwekkers, omdat ze zich gemakkelijk kunnen verspreiden en zijn dan ook de meest frequente doodsoorzaak van infectieuze ziektes. Vooral veel individuen in een afgesloten ruimte zijn favoriet bij deze airborne virussen. Met 100.000 kippen in een hok vereist dat 50.000 kubieke meter verse lucht per 24 uur om aan hun zuurstofbehoefte te kunnen voldoen. Wordt daar niet aan voldaan dan ontstaat er een grote aerosol van stof, vocht en ziekteverwekkers en is het een voorspelbare oorzaak van een breed scala aan ziekteverwekkers. Al die duizenden tot miljoenen virussen die zich ophouden in het dierenrijk, kunnen in principe allemaal de overstap maken naar de mens.

In het 2de gedeelte van de 20ste eeuw zijn er 350 ziekteverwekkers vanuit de dierenwereld naar de mens overgestoken. Gelukkig is er vaak weinig contact tussen al die verschillende diersoorten en de mens. Het Canine Distemper virus dat de veroorzaker is van de Hondenziekte bij de hond, is dat ook voor de leeuw, fret, dolfijn, zeehond, bultrug en nog enkele anderen zeezoogdieren, maar hoe komt een leeuw ooit in contact met een fret of zeehond? Is er wel contact dan nog is er vaak een genetische variatie van het virus of bacterie nodig om zich bij een nieuwe gastheer thuis te kunnen gaan voelen, dus aanpassen, hechten, infecteren, vermenigvuldigen en daarna weer verspreiden. 12

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

Dat proces van adaptatie is nog steeds zeer slecht begrepen. Voor de meeste virussen is het dan ook bijna onmogelijk en alleen bij degene die zich zeer snel kunnen evolueren. De RNA-virussen waarbinnen ook het huidige coronavirus valt zijn daar wel heel goed in, ze delen zich razendsnel, wel heel slordig, controleren hun nageslacht slecht maar produceren een enorme virusopbrengst. Meestal is een virus aanvankelijk na mutatie en overstap op een nieuwe gastheer minder fit. Hoe het zich vervolgens in een nieuwe gastheer gaat verspreiden is ook niet voorspelbaar. Soms zit een virus bij vogels in de darmen maar precies hetzelfde virus bij mensen in het ademhalingsapparaat. Dit heeft dan vooral te maken met wat de gunstigste manier voor het virus is om zich te kunnen verspreiden, een eend zal dat gemakkelijker met haar ontlasting doen, een mens via zijn ademhaling… Corona Het corona virus is een positief-sense enkelstrengig RNA-virus in tegenstelling tot het griepvirus dat negatief-sense is, vergelijkbaar met positief en negatief uit de fotografie. Iedereen die in het verleden met filmrolletjes fotografeerde weet dat je aan een negatief niet veel had en dat eerst om moest laten zetten in een positief, dus de eigenlijke foto.

Die achterstand heeft het coronavirus niet en kan na het binnendringen in de lichaamscel direct aan de slag om haar genetische codes om te laten zetten in nieuwe virussen. Dat doet ze ook heel voortvarend, is heel erg productief en meer dan 100.000.000 virussen per ml keelslijm is dan ook heel normaal en een flinke schreeuw of hoest, maar vooral een nies zorgt dan voor die virusrijke aerosol. Wat heeft dit virus wereldwijd een aandacht gekregen en draconische effecten veroorzaakt! Politici, wetenschappers en medici gingen en masse aan de slag om het virus er onder te krijgen, te bestrijden of op zijn minst te reguleren. Gelukkig zijn de vitale jeugd en adoles-

centen de dodelijke dans ontsprongen. Massale opeenhopingen van dieren en dientengevolge grote uitbraken van besmettelijke ziekten zijn in de diergeneeskunde al eeuwen een groot probleem. Het was de allerbelangrijkste reden dat precies twee eeuwen geleden in Utrecht de Rijksveeartsenijschool werd opgericht, wel nadat veel landen in Europa ons daarin waren voorgegaan. In de tijd dat nog een overgroot deel van de bevolking agrarisch was, gingen niet alleen de boeren maar ook de overheid failliet aan die eindeloze opeenvolging van niet te bestrijden besmettelijke veeziektes met soms tot wel 80% sterfte. De kersverse door medici opgeleide dierenartsen moesten die maar eens gaan bestrijden. De voorheen gehanteerde lockdowns bij dieren bleken geen succes te zijn en zelfs de geneesheer van de Paus kwam met adviezen en adviseerde toen al om op besmette bedrijven alle dieren te doden en verbranden evenals het stro en mest. Na eeuwen van aanmodderen werd dit uiteindelijk ook de gehanteerde en succesvolle oplossing, maar wel met ondersteuning van leger en politie. Eenden en ganzen brengen over duizenden kilometers vanuit Azië elk jaar weer nieuwe geshifte of gedrifte griepvirussen naar ons toe. Deze enorme verplaatsingen zijn nu ingehaald door het supersonisch vliegverkeer.

De influenzavirussen hebben gezelschap gekregen van allerlei andere virussen - waaronder nu dit coronavirus - alhoewel die in het verleden ook al onder ons gekomen waren. Het huidige COVID-19 is nu al het zevende coronavirus dat in het verleden bij de mens zijn entree heeft gedaan. Hoe die besmettingsprocessen in het verleden precies verlopen zijn, weten we niet, er werd toen nog niet getest en bij ziektegevallen zal het wel voor een griepje versleten zijn. In ieder geval zijn er nog steeds vier verschillende coronavirussen die jaarlijks, vooral bij kinderen, circuleren met verkoudheidsklachten en hopelijk gaat deze COVID19 daar straks ook in over. 13

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

Bij varkens zijn er ook 7 verschillende coronavirussen actief. Enkele daarvan waren en zijn nog steeds zeer virulent en bij hun eerste entree op een bedrijf slaan ze genadeloos toe, alle jonge biggen onder de 3 weken sterven ten gevolge van een niet te behandelen diarree. Tijdens een dergelijke uitbraak bouwen al de op hetzelfde bedrijf aanwezige drachtige zeugen antistoffen op, zodat zij die na de geboorte via de moedermelk kunnen doorgegeven aan hun biggetjes. Er moet tussen besmetting en geboorte wel een tijdspanne van minstens twee weken zitten om voldoende van deze maternale antistoffen te kunnen opbouwen. Daarna blijft het virus meestal hangen op een dergelijk bedrijf, maar merk je het niet meer op en wordt het probleem endemisch. Het aanvoeren van drachtige zeugen enkele dagen voor het biggen van een niet besmet bedrijf op een dergelijk endemisch besmet bedrijf is funest en dan overleven de pasgeboren biggen het niet. Vaccin was er niet en is eigenlijk na een uitbraak ook niet meer nodig, mits je het bedrijf gesloten houdt. Bij kippen en kuikens ligt dat anders Mestkuikens komen op dag 1, als pas uitgekomen kuiken, in aantallen van wel 100.000 tot 1.000.000 op een mestbedrijf aan, in deskundig schoongemaakte en ontsmette stallen, in een bed van zaagsel en stro en bij een temperatuur van ruim 30° C.

Het ziet er buitengewoon verzorgd, diervriendelijk en behaaglijk uit, zoveel van die spelende kuikens van een dag oud in een heerlijk verwarmde schone stal en dan zover je kijken kunt. Zoals een pasgeboren big zijn antistoffen via zijn moedermelk binnenkrijgt zo krijgt een kuiken dat via het ei. Daarom worden de moederkippen van broedeieren tegen heel veel ziektes gevaccineerd om zoveel mogelijk antistoffen in het ei te kunnen proppen. Maar na een paar weken raken die antistoffen van het kuiken op en beginnen allerlei ziekteproblemen de kop op te steken, ook omdat de stal voller en voller raakt, de leefomstandigheden ongunstiger worden en de infec-

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

tiedruk exponentieel gaat toenemen. Waar komen in een ontsmette stal al die ziekteverwekkers dan toch vandaan? Zelden van een stal uit de directe omgeving, want die ligt soms wel kilometers verderop. Het zijn de kuikens zelf die ze meebrengen in hun veertjes, luchtwegen en darmpjes en al opgelopen hebben bij het uitkomen op de broederij. Ook hier speelt het coronavirus een belangrijke rol als oorzaak van heftige luchtweginfecties maar vooral omdat deze gecompliceerd wordt door de poepbacterie E-coli, die massaal aanwezig is in het stof. Gelukkig is er een matig werkend vaccin dat al vanaf dag 1 al over de kuikens gesprayd wordt zodat het via de ogen en ademhalingsapparaat een afweer kan gaan opbouwen. Dit moet wel steeds herhaald worden om de weerstand een beetje op peil te kunnen houden. Soms kan ook bij dieren het coronavirus genadeloos toeslaan - vergelijkbaar met het humane verloop in verpleegtehuizen - en wel in overvolle catteries met raskatten. Een inferieur immuunapparaat (door inteelt verkregen), overbehuizing met veel stress van deze solitaire dieren en een enorm hoge infectiedruk door onvoldoende frisse lucht maakt dat het aanwezige redelijk onschuldige coronavirus dan onbegrepen muteert tot deze dodelijke mutant. Zelfs een vaccin is hier niet tegen opgewassen.

Toekomst Miljoenen verschillende virussen huizen er nog om ons heen, waarvan nog maar een klein gedeelte is onderzocht en beschreven. Ze doen aan shift en drift, aan recombinatie en her-sortering van hun genetisch materiaal en dagelijkse mutaties zijn een vanzelfsprekendheid. Maar ook de wetenschap heeft niet stil gezeten en men is in staat de genetische codes van virussen haarfijn in kaart te brengen en zo hebben de vaccinontwikkelaars daar efficiënt op ingespeeld.

14

Mestkuikens komen op dag 1, als pas uitgekomen kuiken, in aantallen van wel 100.000 tot 1.000.000 op een mestbedrijf aan, in deskundig schoongemaakte en ontsmette stallen, in een bed van zaagsel en stro en bij een temperatuur van ruim 30° C.

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127 Decennialang hebben we ons fantastisch kunnen redden met vaccins gemaakt van dode en verzwakte ziekteverwekkers of belangrijke stukjes daarvan. Helaas was het fabricageproces zeer omslachtig en tijdrovend en is de snelheid te traag voor de uitbraken die nu in een pandemische stroomversnelling zijn gekomen. Gelukkig heeft een Duits-Turks emigrantenechtpaar, twee pas afgestudeerde en gedreven artsen, 30 jaar geleden het idee opgevat de nieuwe wetenschap over de genetische codes in te gaan inzetten in dienst van de gezondheid van de mens. Aanvankelijk was het de bedoeling die DNA- en RNA-codes te gebruiken om bij kankerpatiënten het immuunapparaat aan te zetten tot het opruimen van kankercellen. Kankercellen en virussen hebben heel veel gemeen, ze bestaan beide uit afwijkende eiwitten en behoren door de killercellen van het immuunapparaat opgeruimd te worden. Zowel de kankercellen als de virussen verraden zich door bepaalde afwijkende eiwitten op hun oppervlak die de killercellen herkennen als lichaamsvreemd om ze vervolgens op te eten en te vernietigen. Het nieuwe mRNA vaccin Plotseling staat er nu een “m” voor het RNA. Dit is de eerste letter van “messenger”, dat boodschapper betekent.

Wat is de functie van dit mRNA? Eiwitten zijn de bouwstoffen van het leven, zowel voor ons als voor het virus, maar deze moeten wel in de lichaamscellen worden gemaakt. Wij bestaan wel uit 100.000 verschillende eiwitten, het COVID-19 virus heeft er maar 9 waarvan het Spike-eiwit, waarmee het zich aan onze lichaamscellen bindt, er één van is. De code voor de bouw van deze eiwitten ligt bij de mens en dieren op het DNA. Het mRNA leest die code en gaat daarmee naar de eiwitfabriek in onze cel, die vervolgens het gewenste eiwit maakt. Dit menselijke mRNA dat codeert voor het Spike eiwit van het coronavirus kan men nu in een laboratorium maken.

Als we dan dit specifieke mRNA inspuiten in onze spieren gaan de eiwitfabriekjes van de spiercellen dit Spike eiwit aanmaken. Dit door die spiercellen gefabriceerd Spike eiwit zet de afweercellen in ons lichaam aan tot het maken van antistoffen hiertegen en activeert bovendien ook nog de killercellen. Het idee van deze twee jonge artsen was innovatief en uniek, maar de werkelijkheid was zeer weerbarstig. Spoot men het mRNA met de genetische code van eiwitten van kankercellen of virussen in bij proefdieren, dan begonnen bij hen alle immuunalarmbellen te rinkelen om een aanwezigheid van vreemd mRNA, erfelijk materiaal dat er niet thuishoorde en soms met heftige reacties tot gevolg. Men begreep al snel dat dit mRNA als een paard van Troje in de cellen van het proefdier gesmokkeld zou moeten worden om tot het gewenste resultaat te komen en daar is tientallen jaren wereldwijd aan gesleuteld. Door deze laatste pandemie is het in een stroomversnelling geraakt. Heel veel biowetenschappers zijn gepassioneerd blijven sleutelen aan dit mRNA om het toch werkzaam in de lichaamscel van de mens te krijgen zonder dat het direct vernietigd werd. De Hongaarse Katalin Kariko, samen met de Amerikaan Drew Weissman is het uiteindelijk gelukt om het immuunsysteem te omzeilen, waardoor het mRNA zijn werk kon doen. Daarmee volgde de oprichting van het Amerikaanse Moderna.

Katalin Kariko Toch bleven tot 2020 de resultaten zeer teleurstellend, geen enkel ontwikkeld vaccin werd goedgekeurd en toegelaten, vooral door de heftige interactie en zo stapten veel grote farmaceuten uit deze nieuwe technologie. Gelukkig waren er die wel doorgingen en zo ook het Duits-Turkse echtpaar en kwam Biontech van de grond, dat nu samenwerkt met de farmareus Pfizer. Toen de corona pandemie in december 2019 wereldwijd onverwacht toesloeg, waren moleculair biologen bezig met 15

Katalin Kariko

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

het ontwikkelen van een mRNAgriepvaccin, maar heeft men meteen het roer omgegooid. Wereldwijd werden alle betrokken wetenschappers ingezet, werd kennis gedeeld en kwamen er onbeperkte financiële middelen. Ondanks wisselend succes heeft de ingeslagen weg van het Duits-Turkse echtpaar na 30 jaar toch geleid tot de ontwikkeling van dit hopelijk succesvolle corona-vaccin. Twee dagen na het vrij komen van de genetische code van COVID-19 virus stond er bij de grote farmaceuten al mRNA-vaccin op de plank en bij een serieuze mutatie van dit coronavirus heeft de vaccinfabrikant dan ook weinig tijd nodig om zijn vaccin aan te passen. Met 75 tot 200 kg RNA-grondstof, het gewicht van een paar mensen, kan men de gehele wereldbevolking vaccineren, het is alleen nog een kwestie van verdunnen, in vetbolletjes verpakken of in een onschuldig verkoudheidsvirus stoppen en de flesjes vullen. Sputnik, AstraZenica maar ook Janssen verpakken het zeer kwetsbare mRNA in een onschuldig adeno-verkoudheidsvirus waardoor het gewoon in de koelkast bewaard kan worden en dat is voor wereldgebruik zeker een grote sprong voorwaarts. Slecht 30 microgram (miljoenste gram) van dit mRNA is nodig voor een dosis vaccin, misschien ook niet zo weinig omdat het gewicht van één mRNA molecuul 0,000000000007 (7 pico) gram is.

WBL Magazine December 2020, jaargang 40 - nr 126

Het lijkt me voor de toekomst wel praktischer, veiliger en bovendien geruststellender om het fabricageproces op te schalen en te optimaliseren zodat we niet zo afhankelijk blijven van verre landen met soms onvoorspelbare stagnaties. Legkippen zijn door hun grote aantallen en onnatuurlijke leefomstandigheden op een leeftijd van een half jaar al 20 keer gevaccineerd tegen een breed scala aan ziektes. Het begint erop te lijken dat de nieuwe mensheid met zijn zittende binnen bestaan, overbevolkte steden en intensieve contacten in de toekomst ook niet meer zonder zal kunnen, maar dan wel met snelle, goedkope en efficiënte. Waarom wel een enorme bierbrouwerij maar geen geld en plaats voor onze farmaceuten. Failliete winkelstraten zouden weer heringericht kunnen worden als testen vaccinatiestraten, uitkomend op een centraal Coronaplein met een levensgroot standbeeld van het Duits-Turkse echtpaar Ugur Sahin en Özlem Türeci.

foto: Uğur Şahin en Özlem Türeci, het Turks-Duiste echtpaar, het “dreamteam” achter het veelbelovende Pfizer-vaccin

Gemeentelijk archief Willige Langerak nu toegankelijk Het archief van de voormalige gemeente Willige Langerak (beheersnummer L049) is nu toegankelijk. De inventaris van dit archief is onlangs voltooid. Daarmee hebben onderzoekers een goed overzicht van de archiefstukken die uit de desbetreffende periode, namelijk 18181942, bewaard zijn gebleven. De geschiedenis van Willige Langerak lijkt erg op die van andere kleinere plaatsen in de Lopikerwaard en het werkgebied van het RHC. Zo werden delen

van Willige Langerak en omgeving diverse malen afgesplitst en ingedeeld bij andere gemeenten. Ook vonden belangrijke wijzigingen in de aard van het bestuur en de gemeentegrenzen plaats in en rond de Franse Tijd. Daarnaast was het in Willige Langerak gewoon, wederom zoals in andere plaatsen, dat de burgemeester tevens de burgemeester en gemeentesecretaris van andere plaatsen was. In het geval van Willige Langerak kende deze gemeente lange tijd geen 16

eigen burgemeester, maar was die post een “bijbaan” van de burgemeester van Lopik, die aldaar woonde en overigens ook burgemeester van Jaarsveld was. Lees meer op de website: rhcrijnstreek.nl/nieuws/

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

Vooraf Als bestuur zijn we druk met het ondersteunen van diverse initiatieven. Dikwijls zijn we gesprekspartner bij gemeentes en provincie of wordt onze ondersteuning gevraagd door inwoners. Ook zetten wij ons in om cultuurhistorische gebouwen of gebieden te beschermen. We merkten dat het voor bijvoorbeeld nieuwe wethouders of ambtenaren niet altijd duidelijk is wat de WBL doet. Maar ook voor u als donateurs is het prettig om te weten waar de WBL voor staat. Daarom hebben wij gemeend de doelstellingen en taken die wij op dit moment voor ons zien op te schrijven in een visiedocument. Dit visiedocument (of delen daarvan) kan dan toegestuurd worden aan betrokken partijen. Wij proberen in onze standpunten dicht bij de kern te blijven, dus het behoud en versterking van de Lopikerwaard. Het is belangrijk een goede stem te geven aan de bewoners van de buitengebieden, als ook de natuur in de Lopikerwaard te verbeteren. Maar dit document staat open voor eventuele aanvullingen of opmerkingen.

Wij horen heel graag van u. En mocht u zich voor een bepaald onderwerp willen inzetten, neemt u dan contact op met een van onze bestuursleden om ons te ondersteunen of van gedachten te wisselen. Henriëtte Keijzer, bestuurslid WBL De doelstellingen en taken van WBL De Stichting Werkgroep Behoud Lopikerwaard, de WBL, is sinds 1981 actief in de Lopikerwaard. Zij is ontstaan tijdens de grootschalige ruilverkaveling in dit gebied. De Lopikerwaard omvat o.a de gemeentes IJsselstein, Lopik, Montfoort, Oudewater en Schoonhoven. Zij zet zich in voor het behoud en de versterking van het eigen karakter van de Lopikerwaard en de naaste omgeving, op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie, in samenhang met de leefomgeving. Door middel van voorlichting, bijeenkomsten, natuureducatie, een magazine, het uitgeven van boeken en infomateriaal, maakt de WBL burgers en gemeentes bewust van de unieke waarden van dit fraaie weidegebied. 17

foto boven: het huidige bestuur van de WBL, van links naar rechts: Wim Boesten, Henriëtte Keijzer, Wim van der Putten, Marco Buitelaar, Irene Schuller, Leo van den Berg en Theo Hattink

WBL Magazine, April 2021, jaargang 41 - nr 127

Doelstellingen WBL

Doelstellingen Werkgroep Behoud Lopikerwaard

• Behoud en bescherming

Opnieuw geformuleerd De WBL volgt kritisch de ruimtelijke plannen van gemeentes, provincie en Rijk die betrekking hebben op het werkgebied van de WBL. Ook heeft de WBL een adviserende rol bij regionale en lokale plannen. Daarbij werkt zij nauw samen met diverse organisaties binnen de Lopikerwaard op het gebied van landschap, natuur, energielandschappen en energieopwekking.

Verdieping doelstellingen WBL 1. Behoud en bescherming cultuurhistorisch erfgoed, waardevolle natuur en een prettige leefomgeving Wij hechten er veel belang aan om de prachtige en karakteristieke buitengebieden van de Lopikerwaard te behouden maar tevens te versterken. Graag willen wij met de gemeentes meedenken in een overleg over het, recent veelbesproken, bouwen buiten de rode contouren en de grootschalige energieopwekking in het buitengebied. Waar ziet de WBL de cultuurhistorische waarden in het geding komen en welke kansen liggen er wel? De groene randen met bomen, het zicht op de Hollandse akkers, de Lek en de Hollandsche IJssel: de natuurwaarde hiervan en de invloed op de bebouwde kom is hoog. Het is belangrijk om dit kenmerk bij de ruimtelijke ontwikkelingen mee te nemen in de omgevingsvisie. Het moet niet alleen gezien worden als buitengebied maar als landschap dat onlosmakelijk verbonden is met de woonkernen en dat de waarde van de dorpen en steden in de Lopikerwaard versterkt. Het stroomgebied van de Kromme IJs-

sel en de Hollandse IJssel zijn cultuurhistorisch zeer waardevol. Het is de laatste resterende 5 % blokverkaveling in de Lopikerwaard. In 900 door de Franken aangelegd nog vóór de grote cope ontginning in 1100. De WBL zet zich in samenwerking met de Historische Kring en B&W in voor behoud van deze gebieden en bescherming hiervan. O.a. door toekennen NNN-status, voor behoud natuur, of aanvragen van hoge cultuurhistorische waarde, beide effectief in de strijd tegen aantasting van het landschap. 2. Behoud en versterking van het buitengebied De WBL wil zich ervoor inzetten dat gemeentes en provincie ruimere mogelijkheden bieden in het buitengebied. Kwaliteit en leefbaarheid van het platteland kunnen zo versterkt worden door de vitaliteit te bevorderen. O.a. door een ruimere regeling voor het splitsen van woningen en historische huisstallen naar meerdere wooneenheden. Of de mogelijkheid voor het oprichten van (tijdelijke) tiny houses op een lege kavel i.p.v. slechts één nieuw te bouwen villa. Uiteraard wel met behoud van het ensemble, uitstraling en zichtlijnen. Zo kunnen meer mensen, ouderen, maar ook jongeren of jonge gezinnen, genieten van het buitengebied, met onderling contact en zorg voor elkaar. Het bijbehorende agrarisch land kan dan ingericht worden als eigen voedselvoorziening en/of lokale voedselvoorziening, natuur, recreatie, biodiversiteit en wateropslag.

Grootschalige energieopwekking in het buitengebied is een bedreiging voor de leefbaarheid. 18

cultuurhistorisch erfgoed, waardevolle natuur en een prettige leefomgeving. • Behoud en versterking van het buitengebied. Pleiten voor ruimere mogelijkheden om bebouwing te gebruiken voor meerdere kleinere wooneenheden. Geen woningbouw op gronden met cultuurhistorische- of hoge natuurwaarden. • Energietransitie: versnellen van benutten bestaande daken voor zonneenergie in plaats van zonnepanelen in weilanden of water. Geen windturbines bij woonkernen of waardevolle natuur en landschap. • Natuurinclusieve landbouw stimuleren in samenwerking met de boeren. • Bijdragen aan verbeteren flora en fauna: ecologisch beheer en maaibeleid openbaar groen door gemeentes en provincie, vergroening binnen de bebouwde kom door inwoners, ecologische landbouw buitengebied. Boeren stimuleren om het erf te vergroenen en houtwallen en singels aan te leggen.

WBL WBL Magazine Magazine, December April 2021, 2020, jaargang 41 40 - nr 127 126

Taken WBL • Toezicht houden op grote

wijzigingen in het landschap en inrichting en deze kritisch beoordelen. • Behoud maar ook versterking Lopikerwaard. • Boeren ondersteunen in transitie naar natuurinclusieve landbouw. • Via lezingen, WBL magazine, boeken en extra uitgaves verdiepen van kennis. Inwoners informeren en betrekken bij onze ideeën over cultuurhistorie en natuur. • Bewoners met elkaar verbinden door contactbevordering, o.a. door de donateursdagen en jaarvergadering. • Gedegen gesprekspartner zijn voor gemeentes en provincie bij ruimtelijke plannen die betrekking hebben op het werkgebied van de WBL en een belangrijke adviserende rol hierin hebben. • Goede contacten onderhouden met gemeentes, provincie, HDSR, Natuur en Milieu Utrecht, Landschap Erfgoed Utrecht, Stichting Groene Hart en andere landschappelijke organisaties. • Samenwerken met diverse bewonersorganisaties binnen de Lopikerwaard op het gebied van landschap, natuur, energielandschappen en energieopwekking.

Inzetten op het faciliteren van zonnepanelen op boerendaken en kleine windmolentjes bij de boerderijen verbetert de economische positie van het buitengebied en voorkomt industrialisering van het landschap. 3. Energietransitie Zonne-energiecentrales op landbouwgrond, water en in natuurgebieden moet vermeden worden. Het is van belang om maximaal in te zetten op oplossingen in het stedelijk gebied, voordat voor de gemakkelijke weg van de zonnepanelen in de wei wordt gekozen. Landschap is niet oneindig beschikbaar. Voor grondeigenaren is het nu té aantrekkelijk om grond te verkopen voor verstedelijking. Grond is niet alleen vastgoed maar ook een publiek goed. Zonnepanelen vormen een industriële laag in het landschap, vergelijkbaar met glastuinbouw. Ze belemmeren de gewenste transitie in de landbouw, jagen grondprijzen op, hebben forse ecologische nadelen en tasten de belevingswaarde aan. Inzet is gemeentes en provincie te laten ondersteunen en faciliteren van maximale benutting van grote daken (o.a. van boerenbedrijven en industriegebieden) en eventuele kleine, landschapsvriendelijke, windmolens bij boerenbedrijven. 4. Landbouw Onze landbouw stuit op kritische grenzen en dit gaat ten koste van het landschap, de bodemkwaliteit, de biodiversiteit en de volksgezondheid. Landbouwgronden worden steeds belangrijker, er is een grote opgave voor de (lokale) voedselvoorziening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/393/documents/12076