C01.1 Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord - onderhandelaarsakkoord.pdf
Tekst van het document
b.
c.
2026
2027
2028
MSZ
31.898
32.427
32.514
GGZ
5.857
5.935
5.974
Wijkverpleging
3.792
3.849
3.934
Huisartsenzorg
4.839
5.086
5.273
MDZ
1.038
1.176
1.233
Deze beschikbare kaders zijn exclusief eventuele toekomstige technische mutaties. De komende jaren kan er bijvoorbeeld sprake zijn van mutaties als gevolg van wijzigingen in aanspraken en bekostiging die niet voortkomen uit en niet van invloed zijn op de afspraken uit het AZWA, maar wel kunnen leiden tot aanpassing van de meerjarenreeks. In de bij deze paragraaf bijhorende bijlage van deze bestuurlijke afspraken is de opbouw van het kader per sector opgenomen.
6. Macrobeheersing en omgang met overschrijdingen
a.
b.
c.
d.
Algemeen De afgesproken financiële kaders voor individuele sectoren zijn leidend. Indien onverhoopt het afgesproken financiële kader van een individuele sector wordt overschreden, treden partijen hierover in overleg, waarbij gekeken zal worden naar de aard en oorzaken van de overschrijding. Als op basis van de actualisatiecijfers blijkt dat er sprake is van een overschrijding van de kaders van de sectoren MSZ, GGZ, wijkverpleging, huisartsenzorg en MDZ gelden de normale begrotingsregels. Deze regels impliceren dat als deze situatie van overschrijding zich voordoet er in eerste instantie gekeken wordt naar de aard en oorsprong van de overschrijding en er een oplossing wordt gevonden binnen de geldende begrotingsregels. Bij een eventuele overschrijding in een sector kan worden bezien of aannemelijk is dat de overschrijding samenhangt met een onderschrijding in andere sectoren. Indien dat het geval is, kan dit aanleiding zijn voor VWS om geen maatregelen te nemen. Partijen nemen in overleg maatregelen die voorkomen dat overschrijdingen doorwerken in latere jaren.
94
Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025
e.
f. g.
VWS kan op basis van haar wettelijke taken en instrumenten eenzijdig maatregelen nemen om een overschrijding in een sector te redresseren, waaronder via inzet van het macrobeheersinstrument. Hierbij kan VWS meewegen welke maatregelen andere partijen nemen. Specifiek Voor de overschrijdingen van de kaders GGZ, huisartsenzorg en MDZ in de periode t/m 2024 wordt het macrobeheersinstrument niet ingezet. Het macrobeheersinstrument wordt in 2025 en 2026 niet ingezet voor de sectoren wijkverpleging en MSZ in geval van eventuele overschrijdingen in die jaren, zolang de uitgaven binnen het in IZA afgesproken kader blijven. Voor 2027 en 2028 gelden voor deze sectoren de kaders zoals opgenomen in onderdeel 5 van deze financiële paragraaf.
7. Actualiseren sectorale kaders a. De financiële kaders van de afzonderlijke sectoren worden verwerkt in de VWS-begroting 2026. b. VWS zal de budgettaire kaders van de afzonderlijke sectoren conform de reguliere begrotingssystematiek ingeval van onderschrijdingen meerjarig bijstellen op basis van de (verwachte) realisatiecijfers. In beginsel gebeurt dit jaarlijks bij de voorjaarsbesluitvorming op basis van de van het Zorginstituut te ontvangen Q4 cijfers van jaar t-1. Hierbij vindt een technische sectorale weging plaats. Ingeval van overschrijdingen blijven de afgesproken financiële kaders van kracht. c. Deze ramingsbijstellingen in de VWS-begroting laten onverlet de inzet op de inhoudelijke afspraken in dit akkoord. Voor de sectoren blijven de in dit akkoord afgesproken financiële kaders daarom het maximum van de toegestane uitgaven. 8. Aanvullende financiële afspraken In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de aanvullende financiële afspraken. In de bij deze paragraaf behorende bijlage zijn overzichten opgenomen van de individuele maatregelen en beschikbare bedragen per jaar. a. Transformatiemiddelen De periode waarin de transformatiemiddelen beschikbaar zijn wordt verlengd t/m het jaar 2028.
De bestaande ‘use it or lose it’ afspraak blijft gehanteerd: als transformatiemiddelen in enig jaar niet worden gebruikt, dan vervallen die middelen en zijn daarmee niet meer beschikbaar voor daaropvolgende jaren. De afspraken over het oormerken van de transformatiemiddelen naar sectoren blijven gedurende de looptijd van het IZA (t/m 2026) van toepassing, maar worden niet verlengd. Een deel van de afspraken uit het AZWA wordt gefinancierd vanuit de bestaande transformatiemiddelen. Onderstaande figuur geeft de verdeling van de transformatiemiddelen weer.
95
Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025
b. Doorbraakmiddelen Conform de inhoudelijke afspraken in dit akkoord wordt een deel van de remgelden in 2027 en 2028 als doorbraakmiddelen beschikbaar gesteld voor impactvolle transformaties, aanvullend op de bestaande transformatiemiddelen uit het IZA. Voor de jaren 2027 en 2028 is hiervoor € 400 miljoen per jaar beschikbaar. Toelichting werkwijze doorbraakmiddelen Zorgverzekeraars zijn voor de doorbraakmiddelen niet risicodragend. De precieze governance wordt nog uitgewerkt en vastgesteld in een toekomstig BO AZWA. Hierbij wordt in ieder geval bezien welke spelregels er moeten gelden (anders dan ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’), zodat de meeste impact op de transitiedoelen wordt gerealiseerd. Op de bestaande governance vinden in ieder geval de volgende wijzigingen plaats: •
• • •
Lat impact omhoog: De lat wanneer een doorbraak daadwerkelijk impactvol is wordt hoog. Daarbij moet de impact op fte (arbeidsbesparing) leidend zijn. Om deze verhoging van de lat te onderstrepen worden de nieuwe middelen doorbraakmiddelen genoemd. In het bestuurlijke gremium, zoals opgenomen in de werkinstructie bestaande uit ZN, NZa, NVZ, VWS, ActiZ, de Nederlandse GGZ en VNG wordt een voorstel voorbereid hoe de lat voor impactvol wordt verhoogd. Het BO AZWA neemt hier een besluit over. Partijen spreken af dat de uitwerking van het verhogen van de lat niet leidt tot een verzwaring van de verantwoordingslasten voor zorgaanbieders. De doorbraakmiddelen worden niet geoormerkt naar sectoren. De doorbraakmiddelen in 2027 en 2028 worden ingezet voor arbeidsbesparende maatregelen zoals de inzet van AI, medische technologie en hulpmiddelen. De NZa monitort en toetst of de bedragen van de aanvragen voor doorbraakmiddelen passen binnen het totaal aan beschikbare middelen, conform de huidige werkwijze. Bij de doorbraakmiddelen toetst de NZa op het bedrag dat per jaar beschikbaar is gesteld. Het kabinet spreekt het politieke committent uit om structureel beleid te gaan voeren op de inzet van arbeidsbesparende technologie (AI, medische technologie en hulpmiddelen) in de zorg. Hiermee maken we de zorg toegankelijker en werken we aan het terugdringen van het arbeidsmarkttekort in de zorg.
Dit is een proces van lange adem, waarbij perspectief – ook financieel – voor de sector nodig is. Samen met het veld werkt het kabinet aan plannen voor de (middel)lange termijn. Er is veel vertrouwen dat de inzet gaat werken. Er zal de komende jaren bewijs komen wat effectief is en wat niet. 96
Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025
We gaan nu van de kant met een startpakket met financiering voor 2 jaar (2027 en 2028). Deze 2 jaar worden gebruikt om de concreet uit te werken en de effecten van het startpakket te evalueren. Bij een positieve evaluatie en op basis van uitgewerkte plannen loopt dit in 2028 mee in het reguliere begrotingsproces, waarbij het uitgangspunt is dat de middelen structureel worden als dit past binnen de afgesproken financiële kaders. Voor de inzet van deze middelen die dan structureel worden is in dat geval ook geen aanvullende dekking nodig. c. Maatregelen medische preventie 1. Maatregelen op het gebied van preventie kunnen leiden tot lagere uitgaven in de Zvw. Hiervoor is het volgende afgesproken: Als er onder een maatregel op het gebied van preventie of op het snijvlak van sociaal en medisch terrein een business case ligt - waarbij de kosten en besparingen meerjarig in beeld zijn gebracht – dan kan volgens de begrotingssystematiek de besparing in de Zvw wordt ingeboekt en worden gebruikt als dekking om deze maatregel (deels) te financieren. Bij de beoordeling kunnen verschillende maatregelen worden samengevoegd in één pakket. De beoordeling over de sluitendheid van de business case vindt dan plaats over het pakket als geheel. Besluitvorming loopt via de reguliere begrotingsprocessen binnen het Kabinet en BO IZA.
De kosten van deze (preventie)maatregelen worden volledig via de begroting gefinancierd (en dus betaald uit belastingen) en verantwoord, niet via verzekeraars. 2. Met het sluiten van dit akkoord spreken partijen af dat er in ieder geval zal worden geïnvesteerd in de volgende maatregelen: inzet AI bij bevolkingsonderzoek borstkanker, inzet MRI bij bevolkingsonderzoek borstkanker voor specifieke groepen, aanvullende seksuele gezondheidszorg en vaccinatie tegen gordelroos inclusief inhaalcampagne. Voor deze maatregelen is structureel € 68 miljoen beschikbaar. Een tabel met de individuele maatregelen en de meerjarig beschikbare bedragen is opgenomen in bijlage 2. 3. Naast deze specifieke maatregelen wordt in de jaren 2027 en 2028 € 45 miljoen gereserveerd voor maatregelen die nog nader onderbouwd moeten worden en daarmee op een ontwikkelagenda komen te staan. De ontwikkelagenda wordt jaarlijks aan de IZA-tafel besproken. d. Opleidingen Om bij te dragen aan de transitiedoelen zullen organisaties en professionals in zorg en welzijn anders moeten gaan werken. Dit vraagt om aandacht voor opleiding en scholing (leven lang leren) van (toekomstige) professionals, eerst en vooral waar tekorten het grootst zijn en waar de beweging naar de voorkant om vraagt. De toepassingen van technologische - (bijv. AI) en sociale innovaties (bijv. reablement) en passende zorg (bijv.
samenwerking welzijn, palliatieve zorg, doelgericht indiceren en doelgestuurd behandelen) zijn majeure veranderingen. Ook is behoud van instroom in de opleidingen voor tekortberoepen, voldoende loopbaanmogelijkheden en het verminderen van de uitstroom van professionals van belang. Om het opleiden en scholen van medewerkers in zorg en welzijn ook buiten het ziekenhuis te borgen komen hiervoor middelen beschikbaar, oplopend tot € 185 miljoen structureel vanaf 2029. Als er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn indexeert VWS waar nodig de budgetten voor het opleiden van medewerkers in zorg en welzijn. e. Sociaal domein Voor de benodigde investeringen en maatregelen in sociaal domein, conform de inhoudelijke afspraken in dit akkoord is structureel € 371 miljoen beschikbaar. Daarboven op is er voor de jaren 2027 en 2028 incidenteel in totaal € 196 miljoen beschikbaar. Een tabel met de individuele maatregelen en de meerjarig beschikbare bedragen is opgenomen in bijlage 2.
97
Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025
Een deel van de middelen voor het sociaal domein wordt tijdelijk beschikbaar gesteld. Deze basisfunctionaliteiten zijn opgenomen in de ontwikkelagenda deel 1 (basisfunctionaliteiten incidenteel). Partijen gebruiken de komende jaren om nader te onderzoeken wat het effect van deze maatregelen is op de zorgvraag in de Zvw. De beschikbare middelen voor sociaal domein worden voor € 135 miljoen opgevangen met de structurele middelen van de huidige SPUK IZA. Verder dienen de structurele kosten in het sociaal domein als gevolg van transformatieplannen worden gedekt binnen deze beschikbare middelen. Op basis van de afspraken die in het akkoord staan, wordt ook een proces ingericht om tot een passende uitkeringsvorm te komen over hoe de middelen voor sociaal domein aan gemeenten zullen worden verstrekt. Uitgangspunt hierbij is dat de uitkeringsvorm passend is bij voorgestelde beleid. Bij dit proces worden fondsbeheerders en VNG betrokken. De afspraak onder 8.c.1. in deze financiële paragraaf geldt ook voor maatregelen op het snijvlak van het sociaal en medisch domein. f. Overige investeringen via begroting Er wordt een bedrag oplopend naar in totaal € 61 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor investeringen via de VWS-begroting die bijdragen aan het reduceren van de zorgvraag in de Zvw of randvoorwaardelijk zijn om de doelen van het AZWA te kunnen realiseren.
Ten aanzien van de doorbraakafspraak professionele richtlijnen zijn voor het verlengen van de verschillende kwaliteitsprogramma’s t/m 2028 middelen beschikbaar: € 12,5 miljoen in 2027 en € 29,3 miljoen in 2028. Binnen dit totaalbedrag zijn voor de looptijd van dit akkoord tevens middelen beschikbaar gesteld voor flankerend beleid vanuit VWS. Een tabel met de meerjarig beschikbare bedragen van individuele maatregelen is opgenomen in bijlage 2. g. Enveloppe gegevensuitwisseling Tussen 2022 en 2028 staat er in totaal circa € 878 miljoen op de VWS-begroting voor het realiseren van gegevensuitwisseling. Daarnaast staat er op de aanvullende post bij Financiën in totaal nog circa € 566 miljoen wat beschikbaar is voor gegevensuitwisseling. Over de middelen die op de aanvullende post staan zal naar verwachting bij voorjaarsbesluitvorming 2026 worden besloten. 9. Perspectief voor de toekomst De financiële afspraken van het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord lopen tot en met 2028. Dit sluit aan bij de periode waarvoor de sectorale groeipercentages zijn vastgelegd in het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet. Echter, de beweging die we hebben ingezet met het IZA, en die wordt versterkt door het AZWA, is er een van lange adem. Het is voor partijen daarom van belang om ook een perspectief te hebben op de ontwikkeling van de financiën in de periode na 2028.
Dat perspectief schetsen we in deze paragraaf. Het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord versterkt de beweging van het IZA en maakt het concreter. Het akkoord bevat concrete en dwingende afspraken hoe je ervoor zorgt dat interventies die zorgvraag voorkomen in elke regio worden ingezet, hoe partijen nog intensiever samen moeten werken om keuzes in het belang van de patiënt te maken. Tevens zijn er concrete afspraken gemaakt die ervoor zorgen dat professionals meer ruimte krijgen om hun werk te doen (bijvoorbeeld door het verdwijnen van regels, het inzetten van medische technologie en investeringen in opleidingen). De AZWA partijen hebben er vertrouwen in dat met dit aanvullende akkoord we het tekort op de arbeidsmarkt kunnen voorkomen en de toegankelijkheid van de zorg kunnen verbeteren. Op die manier kunnen we de stijgende zorgvraag, mede als gevolg van het verlagen van het eigen risico, van een adequaat antwoord voorzien.
98
Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025
Voor het opvangen van de extra zorgvraag zijn middelen beschikbaar, in totaal € 2,3 miljard structureel. In het AZWA maken we afspraken hoe we deze middelen inzetten. Dit valt grofweg uiteen in drie delen: -
-
-
Middelen om de extra zorg te betalen. Deze worden verdeeld over de IZA en niet-IZA sectoren. Deze middelen lopen via de contractering van zorgverzekeraars. De inzet van deze middelen wordt in lijn gedaan met de doelen van het AZWA (afwenden arbeidsmarkttekort en toegankelijkere zorg). Doorbraakmiddelen waarmee tijdelijke investeringen kunnen worden gedaan zodat de zorg een grotere vraag aankan bijvoorbeeld door slimmer te werken via de inzet van AI, medische technologie of hulpmiddelen. Deze middelen lopen via de verzekeraars (gelijkgericht). Middelen om de beweging naar de voorkant te stimuleren, bijvoorbeeld door medische preventie of het investeren in het sociaal domein, en zo zorguitgaven te voorkomen. Deze middelen lopen via VWS-begroting.
De middelen ondersteunen de transitie die we de komende jaren ingaan. Die transitie zal niet vanzelf gaan. Partijen zullen over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Volgen en bijsturen is daarom essentieel. Er zijn ook de nodige onzekerheden. Omdat er nooit eerder een zo grote verlaging van het eigen risico is geweest, is het onzeker hoe groot de extra zorgvraag per sector precies zal worden. En of het mogelijk is om in de verschillende sectoren die vraag op te vangen. Ook de methodiek van de doorbraakmiddelen is nog nieuw. Investeringsplannen voor bijvoorbeeld AI en medische technologie moeten nog gemaakt en geïmplementeerd worden. Hoewel we er veel vertrouwen in hebben dat de beweging naar de voorkant leidt tot een vermindering van de zorgvraag, zal de komende jaren bewijs moeten komen welke interventie effectief is in het voorkomen van zorgvraag en welke niet. Naast structurele financiering via de contractering en via de VWS begroting (voor o.a. opleiden, sociaal domein en medische preventie) zal een deel van de middelen daarom tijdelijk worden ingezet (t/m 2028). In dit akkoord worden geen bindende afspraken gemaakt over de inzet van deze middelen na 2028. De komende jaren zullen we volgen: -
-
Hoe de extra zorgvraag als gevolg van de verlaging van het eigen risico precies neerslaat in de verschillende sectoren. Voor elke sector zien we of er overschrijdingen of onderschrijdingen van het kader zijn. De kwaliteit van de plannen die worden gemaakt in het kader van de doorbraakmiddelen. In welke mate de beweging naar de voorkant de zorgvraag in de ZVW afbuigt.
Op een later moment kan het kabinet besluiten over de inzet en verdeling van deze middelen (contractering, doorbraakmiddelen en begroting) na 2028. 10. Slotbepaling De afspraken in dit akkoord die via de begroting worden gefinancierd zijn onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Beleidswijzigingen van het Kabinet of parlement op het gebied van de zorg kunnen het noodzakelijk maken dat VWS-bewindspersonen afwijken van de financiële afspraken in dit akkoord. De partijen zullen in dat geval in overleg treden over de gevolgen voor de andere afspraken in dit akkoord.
99
Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025
Bijlage 1 IZA-kaders 2026 t/m 2028 per sector (exclusief eventuele toekomstige mutaties zoals vastgelegd in de financiële paragraaf onderdelen 5b, 7 en 10). MSZ 49 bedragen x € 1 miljoen
2026
2027
2028
1 stand begroting 2025 (inclusief groei 2026 c.f. IZA)
30.460
30.460
30.460
2 tranche loon- en prijsbijstelling 2025
1.353
1.353
1.353
3 stand kader prijspeil 2025
31.813
31.813
31.813
-75
-75
-75
31.738
31.738
31.738
0
0
0
0
4 aanpassing startniveau 5 nieuwe basisstand 6 volumegroei totaal w.v. groei 2027 (0%) w.v. groei 2028 (0%)
0
7 remgeld 8 uitstel tranchering eigen risico 2026
676
763
147
9 bekostiging meedenkadvies
8
8
8
10 wijkklinieken
5
5
5
31.898
32.427
32.514
2026
2027
2028
5.553
5.322
5.322
283
272
272
-6
-6
-6
5.831
5.587
5.587
202
202
5.789
5.789
23
47
23
23
11 kader MSZ inclusief groei in prijspeil 2025 GGZ bedragen x € 1 miljoen 1 stand begroting 2025 (inclusief groei 2026 c.f. IZA) 2 tranche loon- en prijsbijstelling 2025 3 schuif Beschikbaarheidbijdrage psychotraumazorg 4 stand kader prijspeil 2025 5 aanpassing startniveau 6 nieuwe basisstand
5.831
7 volumegroei totaal w.v. groei 2027 (0,4%) w.v. groei 2028 (0,4%)
23
8 remgeld 9 uitstel tranchering eigen risico 2026 10 kader GGZ inclusief groei in prijspeil 2025
123
139
5.935
5.974
26 5.857
Wijkverpleging 49
Het MSZ-kader is exclusief de € 35 miljoen die beschikbaar is voor opschaling IC’s. 100