CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

C01.1 Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord - onderhandelaarsakkoord.pdf

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 8: Ingekomen stukken46.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

In de praktijk zien we, met name in sommige regio’s, dat het moeilijk is om ANW-diensten en crisisdiensten in de ggz te bemensen. In de huidige situatie betekent dit dat de ANW en crisisdiensten met name terecht komen bij die collega’s die al werkzaam zijn binnen de acute en cruciale ggz. De inzet van deze afspraak is om de lasten beter te verdelen, ook met het oog op de werkdruk in binnen de acute en cruciale ggz. Met deze afspraak erkennen de psychiaters en andere relevante beroepsverenigingen bovendien dat zij een 24/7 zorgplicht hebben voor hun patiënten. Deze 24/7 verantwoordelijkheid kunnen de betreffende zorgprofessionals invullen door (waar nodig) deelname aan een sluitend netwerk acute ggz. Hierdoor creëren we tevens meer gelijkheid tussen personeel in loondienst en personeel niet in loondienst (zzp-ers en vrijgevestigden). Op die manier wordt werken in cruciale ggz aantrekkelijker. Deze afspraak richt zich op de ggz. We zien een relatie afspraak E4: We zorgen dat iedereen een eerlijke bijdrage levert.

76

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

Passende zorg Inzet: Zorgmedewerkers inzetten op de meest effectieve zorg voor de meest urgente patiënten. [E1] We maken kwaliteitsinformatie transparant Versnelling keuze-informatie voor cliënten Wat is de afspraak: Cliënten hebben het wettelijk recht om een weloverwogen keuze te kunnen maken tussen verschillende zorgaanbieders. Met deze afspraak willen we de informatiepositie van cliënten concretiseren, ongewenste praktijkvariatie tussen zorgaanbieders voorkomen en een gelijkwaardige toegang van cliënten tot passende zorg realiseren. Deze afspraak is aanvullend op de IZA-afspraken over transparantie en in aansluiting op dat wat al gedaan wordt door de msz-partijen van het BO Kwaliteit voor passende msz zoals beschreven in de Kamerbrief ‘Informatie over kwaliteit van medisch specialistische zorg voor de patiënt’ 37. We zijn al jaren met keuze-informatie voor cliënten bezig, in 2015 was het Jaar van de Transparantie, maar zien nog onvoldoende vooruitgang in de praktijk. Ook de overheidspartijen (VWS, het Zorginstituut, NZa en IGJ) slaan de handen ineen om op korte termijn hierin een versnelling aan te brengen. Transparantie afspraken binnen de msz lopen via het BO kwaliteit.

Wie gaat wat doen en wanneer: 1) Inzicht in de mate waarin transparantie is gerealiseerd: Patiëntenfederatie en het Zorginstituut presenteren samen met alle betrokken partijen uiterlijk september 2025 een meting Transparantie waar we nu staan. Daarmee maken we concreet hoe het op dit moment met de transparantie staat. Dit doen we onder andere aan de hand van de Landelijke Transparantiekalender, waarbij het gaat om informatie die er voor de patiënt toe doet (bijv. klinische informatie, volumenormen en patiënt gerapporteerde uitkomsten). Vervolgens zal ieder jaar in Q4 een vervolgmeting worden gepresenteerd om ontwikkelingen te kunnen monitoren. Dit wordt gedaan door openbaar te maken welke aandoeningen en instellingen transparant zijn en voldoende inzicht bieden aan cliënten om een weloverwogen keuze te kunnen maken tussen verschillende zorgaanbieders. 2) Ontsluiting van alle transparante informatie op een voor patiënten vindbare en begrijpelijke wijze: Op dit moment worden de afgesproken transparante data in de Openbare Database van het Zorginstituut (Zorginzicht) beschikbaar gemaakt. Voor patiënten zijn deze data op de manier waarop ze worden gepresenteerd moeilijk vindbaar en lastig begrijpelijk. Daarom wordt geïnvesteerd in een duidelijke (zo mogelijk bestaande) website, waarop alle transparante data op begrijpelijke wijze beschikbaar komt met duiding door professionals.

Een goede, duidelijke vindplaats is behulpzaam voor patiënten die op zoek zijn naar informatie over kwaliteit van zorg. Hierbij kunnen patiënten zowel instellingen vergelijken op basis van de uitkomstinformatie, als begrijpelijke informatie vinden die hen helpt bij het maken van een keuze over hun behandeling in het proces van Samen Beslissen. 3) Msz-partijen zetten het traject om te bezien hoe we kwaliteitsregistraties voor alle doelen van kwaliteit (leren en verbeteren, samen beslissen, keuze-informatie) kunnen inzetten versneld door. Daarvoor hebben partijen begin 2026 een gapanalyse gereed plus een implementatieroute om zo snel mogelijk alle doelen, waaronder keuzeinformatie en transparantie over 50% van de ziektelast, te kunnen realiseren. 4) Het Zorginstituut komt samen met andere betrokken partijen met een agenda om in ieder geval voor prostaatcarcinoom en de aandoeningen van tranche 1 van de IZAafspraak spreiding & concentratie 38, versnelling in transparantie te realiseren. De inzet is om in 2025, samen met partijen (tripartiet), (aanvullende) indicatoren te formuleren, zodat de benodigde informatie in 2026 kan worden geregistreerd en in 2027 kan worden aangeleverd en gepubliceerd en deels al eerder. Kamerstukken II, 2023-24, 31 765, nr. 858.

Tranche 1 betreft een aantal kankersoorten en twee hartaandoeningen, namelijk hoofd/hals-/long-/maag/slokdarm-, pancreas- en nierkanker en aorta aneurysma en carotislijden. 37 38

77

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

5)

6)

7)

8)

Daarbij kan gedacht worden aan reeds beschikbare informatie over welke zorgaanbieder passende zorg verleent, de ervaren en objectieve uitkomsten van zorg, bijwerkingen en complicaties van behandelingen en wachttijden. Zo krijgen cliënten meer zicht op welke zorgaanbieder bijv. een laag risico op incontinentie na een ingreep heeft. Daarmee krijgen ook zorgverzekeraars zicht op kwaliteitsinformatie die zij kunnen gebruiken voor de contractering van passende kwaliteit. Team overheid zal vanuit haar eigenstandige rol uitvoering geven aan de versnelling van de gemaakte afspraken (ondersteuning, doorzettingsmacht waar dat kan en handhaving waar dat nodig is). Ook zal het Zorginstituut in 2025 met partijen (tripartiet) data die niet op alle of op slechts een beperkt aantal zorgaanbieders ziet, openbaar beschikbaar maken, zodat cliënten daarover kunnen beschikken. Het initiatief om deze informatie aan het Zorginstituut te verstrekken ligt bij de zorgaanbieder. Dit valt binnen het proces van de Transparantiekalender. Dit aanvullend op dat wat al gedaan wordt zoals beschreven in de Kamerbrief ‘Informatie over kwaliteit van medisch specialistische zorg voor de patiënt’ 39. Partijen spreken af intensiever gebruik te maken van bestaande data, die zo veel mogelijk geautomatiseerd uit de systemen kunnen worden gehaald en deze ook sneller inzichtelijk te maken voor patiënten en verzekeraars.

Daarbij wordt ook gekeken naar data die voor andere doelen wordt verzameld. Dit moet binnen een jaar (begin 2026) leiden tot extra informatie. Voor sommige aandoeningen missen we nog data en indicatoren. Deze worden z.s.m. ter beschikking gesteld via bestaande structuren. In Q3 2025 wordt een precieze werkagenda omtrent deze afspraak vastgesteld. Verkend wordt of hier aanpassing van wet- en regelgeving voor noodzakelijk is en als ja, dan wordt dit aangepast. De NZa zal zich de komende jaren inzetten op het stimuleren van transparantie van uitkomstinformatie voor de patiënten. De meest verregaande vorm van transparantie van uitkomstinformatie is noodzakelijk voor de patiëntkeuze voor zorgaanbieders. Als informatie inzichtelijk is voor patiënten, is deze in de praktijk ook beschikbaar voor alle stakeholders. De acties van VWS, het Zorginstituut, NZa en IGJ zullen leiden tot minder vrijblijvendheid voor het transparant zijn van instellingen over kwaliteit. Waar nodig zal ook handhaving plaatsvinden. In eerste instantie zijn deze afspraken gericht op de msz. V&V-partijen geven invulling aan deze afspraak door uitvoering te geven aan het Generiek Kompas. De V&V maakt geen aanvullende afspraken buiten het Generiek Kompas.

Wat zijn de regeldrukeffecten: Uit de kwalitatieve inschatting van de regeldrukeffecten van deze afspraak blijkt dat deze afspraak naar verwachting geen effect heeft op de regeldruk. Er wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande registraties. Toelichting: Cliënten hebben het wettelijke recht om te weten wat verschillen in uitkomsten in kwaliteit van zorg tussen zorgaanbieders zijn. Zo kunnen zij een keuze maken voor de zorgaanbieder die het beste bij hen past. Het mag niet zo zijn dat een cliënt het eigen lot uit handen moet geven en afhankelijk is van zorgaanbieders/zorgverleners of zorgverzekeraar/zorgkantoor. Het Zorginstituut heeft de wettelijke bevoegdheid om zorg te dragen voor het verzamelen, samenvoegen en beschikbaar maken van informatie over de kwaliteit van verleende zorg met het oog op het recht van de cliënt een weloverwogen keuze te kunnen maken tussen verschillende zorgaanbieders 40. In dat kader zijn zorgaanbieders verplicht jaarlijks kwaliteitsinformatie aan te leveren over de indicatoren die op de Transparantiekalender staan. Het voorbeeld in de media van incontinentie na een prostaatoperatie, waarbij cliënten nog steeds niet de verschillen tussen ziekenhuizen weten, laat zien dat het proces om tot een passende indicator te komen beter en sneller moet.

Zorgaanbieders zijn op grond van de Wkkgz verplicht om doelmatige zorg te leveren, richtlijnen na te leven en richting cliënten transparant te zijn over de kwaliteit van de zorg, het al dan niet

40 art. 11, lid 1, onderdeel a, Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Binnen het project Herijken van de kwaliteitstaken ZIN wordt de invulling van deze wettelijke bevoegdheid geëvalueerd en aangepast waar nodig.

78

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

bestaan van wetenschappelijk bewezen werkzaamheid, de wachttijd en ervaringen van cliënten met die zorg 41. Zorgaanbieders zijn op grond van de Wmg verplicht informatie openbaar te maken over de eigenschappen van de aangeboden prestaties en diensten, op een zodanige wijze dat deze gegevens voor consumenten gemakkelijk vergelijkbaar zijn. Deze informatie betreft onder andere de kwaliteit van de aangeboden prestaties en diensten 42. De keuze-informatie voor cliënten helpt ook zorgverzekeraars in de contractering van passende zorg.

41 42

art. 2 en art. 10 Wkkgz. Art. 38 Wmg. 79

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

[E2] We realiseren impactvolle passende zorg door opschaling en contractering Passende zorg – opschaling en contractering impactvolle passende zorg initiatieven Wat is de afspraak: De ambitie is dat deze afspraak – voor de diverse sectoren – voor circa 20.000 werknemers bijdraagt om de arbeidsmarktvraag van 100.000 werknemers te overbruggen. Zorgaanbieders en zorgprofessionals zullen (intern) gelijkgericht werken (denk aan ziekenhuisbesturen en msb’s) en verzekeraars zullen in het contracteerbeleid als het gaat om impactvolle passende zorg congruent handelen. Bij impactvolle initiatieven die belangrijk zijn om de transitiedoelen te halen maken verzekeraars en aanbieders meerjarige financiële afspraken als zekerheden in tijd nodig zijn om de impact te realiseren. Bij passende zorg is opschaling cruciaal. Opschaling lukt alleen als dit ook vanuit de zorgaanbieders en zorgverleners zelf plaatsvindt. Hiertoe wordt een gedragen en gezamenlijke governance en bijbehorende werkwijze ontwikkeld voor het vervolg, waarbij iedere sector jaarlijks impactvolle voorbeelden van initiatieven die tot passende zorg leiden oplevert én selectie plaatsvindt ten behoeve van de opschaling, tezamen optellend tot minimaal 20.000 werknemers besparing in 2028.

Zorgverzekeraars zullen de werkzame onderdelen 43 uit deze geselecteerde impactvolle passende zorg initiatieven vervolgens congruent contracteren zodat een dynamiek op gang komt van versnelling van passende zorg. Daar waar bekostiging dergelijke initiatieven in de weg staat, zal er ruimte worden gecreëerd in de bekostiging, zodat de transitie naar passende zorg wordt ondersteund. Het gelijkgericht opschalen en contracteren van deze impactvolle initiatieven is een eerste stap; partijen blijven werken aan passende contractering die de noodzakelijke bijdrage aan de transitiedoelen in de volle breedte ondersteunt. Wie gaat wat doen en wanneer: 1. Ten behoeve van het versnellen van passende zorg en in aanvulling op de gemaakte afspraken werken de AZWA-partijen, onder regie van de NFU, NVZ, V&VN en FMS, een gedragen en gezamenlijke governance en bijbehorende werkwijze (incl. beoordelingscriteria) uit voor het ophalen, selecteren en beoordelen en selecteren van de werkzame onderdelen uit passende zorg initiatieven. 44 Partijen nemen daarin de 21 voorbeelden uit het Programma Passende Zorgpraktijken mee. Tijdens het eerste BO AZWA na de zomer (2025) wordt een eerste gedragen voorstel hiertoe besproken. Bij de governance wordt gebruik gemaakt van de Thematafel Passende zorg, zoals bij onderdeel 3 beschreven.

Een belangrijk onderdeel van de governance is een opschalingsplan, waarvoor ook de evaluatie van het programma Passende zorgpraktijken wordt betrokken. Bij het plan is oog voor het gebruik van bestaande programma’s, wordt gekeken naar een mechanisme voor in de wijk, de ggz en de ouderenzorg. 2. Elke sector levert voor 1 oktober 2025 impactvolle passende zorg initiatieven op (met substantiële impact op arbeidsinzet ), optellend tot minimaal 20.000 werknemers besparing in 2028. 45 Als er sprake kan zijn van een waterbedeffect wordt dit met de betreffende sector besproken alvorens het wordt geïmplementeerd; Deze worden gelijkgericht ingekocht door verzekeraars. a. FMS doet dit voor de medisch specialistische zorg (incl. passend geneesmiddelenbeleid) en betrekt V&VN, NVZ, NFU, ZKN, Patiëntenfederatie en ZN daarbij ten behoeve van draagvlak voor de opschaling; en maakt hiervoor onder andere gebruik van de Less is More aanpak en de al bestaande ZE&GG implementatieagenda; b. NL ggz doet voorstellen voor de ggz en betrekt de beroepsgroepen in de ggz, MIND en ZN daarbij ten behoeve van draagvlak voor opschaling; c.

V&VN doet voorstellen voor de wijkverpleging en betrekt ActiZ, Patiëntenfederatie en ZN daarbij ten behoeve van draagvlak voor opschaling; 43 Telkens wanneer het begrip ‘impactvolle passende zorg initiatieven’ wordt gehanteerd, gaat het om de werkzame onderdelen uit de impactvolle passende zorg initiatieven. 44 Met aandacht voor substantiële impact op arbeidsinzet zonder waterbedeffect, optellend tot minimaal 20.000 werknemers besparing in 2028. 45 Bij het selecteren is aandacht voor de IZA doelgroepen: Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden, Mensen met psychische problematiek, Mensen met (risico op) hart- en vaatziekten, Mensen met (risico op) kanker, Ouderen met een kwetsbare gezondheid

80

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

d.

LHV/NHG doet voorstellen voor de huisartsenzorg en betrekt InEen, Patiëntenfederatie en ZN daarbij ten behoeve van draagvlak voor opschaling; e. LHV/NHG en FMS doen voorstellen voor patiënten in de laatste levensfase en betrekt V&VN, InEen, NVZ, NFU, Patiëntenfederatie en ZN daarbij ten behoeve van draagvlak voor opschaling. f. LHV en V&VN brengen samen voorstellen in vanuit de partijen die betrokken zijn bij de realisatie visie eerstelijnszorg. Bij bovenstaande ligt weliswaar het voortouw bij één partij, maar ook de andere genoemde partijen bij de sector hebben hier een verantwoordelijkheid in om te komen tot een brede sectorale opschaling. 3. Jaarlijks actualiseren deze partijen de overzichten met het oog op het volgende: a. De FMS, NL ggz, V&VN en het LHV/NHG leveren jaarlijks, voor 1 oktober, de overzichten aan de Thematafel Passende Zorg. In samenspraak met ZN en de Patiëntenfederatie (en voor de ggz MIND) worden de passende zorg initiatieven per sector in de periode van november tot december transparant beoordeeld en geprioriteerd. In januari worden de meeste impactvolle opschaalbare passende zorg initiatieven geselecteerd, gelet op de mate waarin deze bijdragen aan het behalen van de transitiedoelen.

Deze prioritering/selectie per sector wordt bij de start van het eerste kwartaal geaccordeerd door het BO IZA/AZWA, zodat de geselecteerde initiatieven worden meegenomen in het zorginkoopbeleid van de zorgverzekeraars dat uiterlijk 1 april gepubliceerd wordt. b. De betrokken partijen publiceren de geselecteerde initiatieven per sector op de www.integraalzorgakkoord.nl/passendezorg. c. De betrokken partijen communiceren actief over de gemaakte afspraken naar hun achterban en bieden ondersteuning bij de opschaling. 4. Zorgaanbieders/zorgverleners implementeren zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen 2 jaar de geselecteerde initiatieven volgens het principe pas toe of leg uit en leggen deze geselecteerde initiatieven waar nodig vast in richtlijnen. 5. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders contracteren de geselecteerde initiatieven volgens het principe pas toe of leg uit. 6. Zorgaanbieders, zorgprofessionals en zorgverzekeraars werken bij het opschalen van de geselecteerde impactvolle passende zorg initiatieven gelijkgericht en maken gebruik van meerjarige financiële afspraken daar waar zekerheid in tijd nodig is om passende zorg te realiseren. 7.

De NZa ontwerpt een jaarlijkse monitor bij de contractuele afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars over de opschaling van de geselecteerde initiatieven, en de daadwerkelijke opschaling in de praktijk met zo min mogelijk uitvoeringslast voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders en zo min mogelijk toezichtlast voor de NZa. 8. VWS en de NZa maken ruimte in de bekostiging, daar waar deze het realiseren van passende zorg nog in de weg staat. Het uitgangspunt is dat de bekostiging zo eenvoudig mogelijk is. 9. Waar van toepassing declareren partijen niet langer niet-passende zorg en informeren de patiënten daarover helder. Waar relevant vragen AZWA-partijen een duiding aan het Zorginstituut over de stand van de wetenschap en praktijk ter bepaling of zorg tot het Zvwbasispakket behoort. Wat zijn de regeldrukeffecten: Uit de kwalitatieve inschatting van de regeldrukeffecten van deze afspraak blijkt dat de regeldruk naar verwachting afneemt door deze afspraak. Vermindering van regeldruk is immers het uitgangspunt van dit akkoord. Dus ook van de te selecteren impactvolle passende zorg initiatieven.

81

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

[E3] We dragen met professionele richtlijnen bij aan passende zorg en de transitiedoelen Richtlijnen voor zorgprofessionals ondersteunen passende zorg en dragen bij aan de transitiedoelen Wat is de afspraak: Gezien de eerder afspraken uit het IZA maken we op het gebied van richtlijnen voor professionals ambitieuzere en concrete aanvullende afspraken. Partijen spreken af dat zij ervoor zullen zorgdragen dat professionele richtlijnen het realiseren van passende zorg ondersteunen en bijdragen aan de transitiedoelen, waarbij leefstijl en preventie belangrijke aangrijpingspunten zijn. Richtlijnen blijven daarbij een richtinggevend vertrekpunt voor de gezamenlijke klinische besluitvorming, waarbij de zorgverlener samen met de individuele patiënt kijkt wat er bij de patiënt past (samen beslissen). Bij het opstellen van de aanbevelingen in richtlijnen wordt naast aspecten als aantoonbare effectiviteit, veiligheid en kosten, ook rekening gehouden met de personele capaciteit en duurzaamheid. Daarbij zal ook meer expliciet worden aangegeven welke interventies bij wie niet (voldoende) bijdragen. Daarmee zetten we de beschikbare middelen in om de zorg zoveel mogelijk toegankelijk te houden, waarbij oog wordt gehouden voor de eventuele gevolgen in andere sectoren.

Zo dragen we gezamenlijk bij aan het doorlichten van zorg op bewezen niet-effectiviteit en versterken we de afspraken voor passende zorg en pakketbeheer (Verbeteren en Verbreden van de Toets op het Basispakket) uit het IZA. De urgentie is groot en er is veel werk te verzetten. Tegelijkertijd kunnen niet alle richtlijnen tegelijk worden geactualiseerd. Daarom is prioritering nodig, waarbij een zo optimaal mogelijke inzet van zorgprofessionals en het garanderen van gelijkwaardige toegang tot zorg zwaar zullen meewegen. Daarnaast stellen de richtlijnpartijen ten behoeve van het opschalen van werkzame elementen uit impactvolle passende zorginitiatieven een toelichting op voor de nog niet geactualiseerde richtlijnen om zorgprofessionals het comfort en de ruimte te geven (ook in het toezicht en de aansprakelijkheid) passende zorg te leveren die bijdraagt aan de transitiedoelen. Ook voor de IGJ zal de toelichting richtinggevend zijn voor het toezicht. Wie gaat wat doen en wanneer: 1) De AZWA-partijen die verantwoordelijk zijn voor de richtlijnen (‘richtlijnpartijen’: FMS, LHV/NHG, richtlijn partijen in de ggz en V&VN) schrijven voor eind 2025 een plan om richtlijnen vanaf 1 januari 2026 waar nodig zo aan te passen dat deze: a.

ondersteunend zijn aan het samen beslissen tussen zorgverlener en patiënt over de meest passende zorg, waarbij ook het niet of anders verlenen van zorg expliciet onderdeel is van het gesprek; b. het principe ‘zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan en met een zo gering mogelijke arbeidsinzet’ hanteren; c. naast aspecten als aantoonbare effectiviteit en veiligheid, ook rekening houden met de personele capaciteit en andere afwegingen zoals kosten en duurzaamheid. Daarbij wordt expliciet(er) aangegeven welke interventies niet (voldoende) bijdragen; d. up to date blijven door de meest recente kennis over de meest effectieve, kostenefficiënte, arbeidsbesparende en gelijkwaardige toegang tot zorg zo snel als mogelijk op te nemen en de aanbevelingen in richtlijnen en kwaliteitsstandaarden zo snel mogelijk toe te passen in de praktijk. De richtlijnpartijen betrekken Patiëntenfederatie, MIND, ZN en het Zorginstituut bij het plan. 2) De richtlijnpartijen wegen in dit plan een zo optimaal mogelijke inzet van zorgprofessionals en het garanderen van gelijkwaardigere toegang tot zorg en welzijn voor patiënten mee bij de prioritering welke (modules van) richtlijnen als eerste worden geactualiseerd. Vanuit de multidisciplinariteit die de zorg voor een patiënt vaak vergt, werken richtlijnpartijen daarin samen.

3) De richtlijnpartijen komen ten behoeve van het opschalen van werkzame elementen uit impactvolle passende zorginitiatieven voor eind 2025 tot een gezamenlijke leidraad hoe in de transitietijd van nu omgegaan moet worden met richtlijnen die nog niet veranderd zijn om zorgprofessionals een handelswijze te geven (ook in het toezicht en de aansprakelijkheid) passende zorg te leveren die bijdraagt aan de transitiedoelen. De richtlijnpartijen betrekken daarbij de IGJ.

82

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

4) De richtlijnpartijen komen samen met het Zorginstituut en VWS tot een werkwijze voor richtlijnen die een maatschappelijke afweging behoeven, waarbij een rol van de overheid nodig is. Het gaat hierbij om het creëren van onder meer een escalatiemogelijkheid voor die situaties waar (haalbaarheids)issues zoals ten aanzien van de toegankelijkheid spelen, die de verantwoordelijkheid of besluitvormingsmogelijkheden van de richtlijnpartijen overstijgen. De uitkomst van dit proces nemen richtlijnpartijen over in de aanbeveling in de richtlijn of kwaliteitsstandaard. 5) VWS verkent in 2025 of het nodig is om wetgeving voor te bereiden ten behoeve van een betere verbinding tussen de richtlijnen en het pakketbeheer. Onverminderd het uitgangspunt dat de zorgprofessionals over de inhoud van de richtlijnen gaan, gaat het om randvoorwaarden waaraan goede richtlijnen moeten voldoen, zoals transparant zijn over de gemaakte keuzes, bewijslast en duidelijke aanbevelingen over de voorkeursbehandeling. Hiertoe werkt het Zorginstituut eerst de uitvoerbaarheid/werkbaarheid uit. Wat zijn de regeldrukeffecten: Uit de kwalitatieve inschatting van de regeldrukeffecten van deze afspraak blijkt dat de regeldruk naar verwachting afneemt door deze afspraak.

Met deze afspraak wordt immers samen beslissen en het voorkomen van onnodige zorg gestimuleerd en een handelswijze gegeven aan zorgprofessionals om passende zorg te leveren die bijdraagt aan de transitiedoelen. Toelichting: Richtlijnen en kwaliteitsstandaarden omschrijven goede zorg en houden rekening met wat nodig is om zorg nu en in de toekomst voor iedereen toegankelijk te houden. Zorgprofessionals zijn verantwoordelijk voor het tot stand komen van onderbouwde richtlijnen en kwaliteitsstandaarden. Hierbij moeten zowel patiënten als andere stakeholders worden betrokken. Het gaat om het vinden van een goede balans tussen kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. Met het oog op inbedding van passende zorg in de praktijk werken VWS en het Zorginstituut aan het herijken van de kwaliteitstaken van het Zorginstituut. Het Zorginstituut heeft op grond van de WKKGZ de wettelijke taak om continue kwaliteitsverbetering in de gezondheidszorg te stimuleren en begrijpelijke betrouwbare informatie over de kwaliteit van zorg toegankelijk te maken. Bij het herijken worden huidige knelpunten opgelost en het instrumentarium bijgesteld zodat het Zorginstituut beter kan bijdragen aan passende zorg. Deze bijstelling (indien nodig) vindt plaats tijdens de looptijd van het AZWA en kan daarmee invloed hebben op de uitwerking van deze afspraak.

83

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

[E4] We zorgen dat iedereen een eerlijke bijdrage levert Evenwichtig en toegankelijk zorglandschap Wat is de afspraak: Het is van groot belang dat alle zorgaanbieders en zorgverleners een reële bijdrage leveren aan de gewenste ontwikkeling in de richting waar de zorg voor staat. Dit gezien de enorme opgave die voor ons ligt, te weten een toegankelijker zorglandschap en beheersing van de arbeidsmarktproblematiek. Daarbij is ook belangrijk dat de hier te maken afspraken ondersteunend zijn aan het behoud van de basisinfrastructuur van met name de kleinere ziekenhuizen om de toegankelijkheid van zorg ook in de regio te garanderen. Hier ligt uiteraard een relatie met de afspraken over acute zorg. Het is tegen bovenstaande achtergrond belangrijk dat zorgaanbieders een gelijke uitgangspositie hebben. Enkele voorbeelden: Als de ene zorgaanbieder gehouden is zorg te dragen voor de beschikbaarheid van bepaalde infrastructuur (zowel materieel als personeel) voor bijvoorbeeld acute zorg of intensieve zorg, en de andere niet, dan moet daar een adequaat verschil in vergoeding of anderszins tegenover staan. Als er verschillen zijn in de ‘casemix’ qua zorgzwaarte van de patiënten tussen instellingen, dan moet daar in de tarifering rekening mee worden gehouden. Ook geldt dat afspraken rond opleiden, opleidingsgelden, ANW-diensten, het uitsluitend leveren van zorg die passend is etc.

zonder uitzondering moeten gelden voor alle aanbieders, tenzij afgesproken is dat dit niet nodig is. Dat laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn omdat niet altijd alle zorgverleners nodig zijn voor ANW-diensten, maar de ANW-zorg moet wel kunnen worden bemenst. In de verschillende sectoren zijn de vraagstukken rond een evenwichtig speelveld verschillend. Zo ligt het probleem in de wijkverpleging anders dan in de medisch specialistische zorg en daar zijn de vraagstukken weer verschillend van de ggz. Een belangrijk onderscheid betreft verder het verschil tussen gecontracteerde en nietgecontracteerde zorg. Om praktische redenen valt deze afspraak uiteen in twee verschillende onderdelen. Het eerste onderdeel gaat over de verschillen in voorwaarden tussen gecontracteerde en nietgecontracteerde zorg in met name ggz en wijkverpleging. Het tweede onderdeel richt zich op verschillen in voorwaarden tussen aanbieders in de medisch specialistische zorg. Per onderdeel lichten we hieronder toe wat het probleem is, welke oplossingen zijn aangedragen en welke afspraken we maken om toe te werken naar concrete en effectieve maatregelen.

Wie gaat wat doen: VWS komt in overleg met partijen uiterlijk Q1 2026 met een samenhangend pakket van maatregelen ter effectuering van de volgende doelen: 1) bevorderen van gecontracteerde zorg, 2) grip op vestiging van niet-gecontracteerde zorg, 3) ontmoedigen van niet-gecontracteerde zorg waar dat nodig is voor de beweging uit het IZA en AZWA 46, 4) het creëren van een gelijk speelveld tussen msz aanbieders op het gebied van planbare zorg. Dit pakket bestaat in beginsel uit de in dit fiche beschreven maatregelen. Wanneer die onverhoopt onvoldoende doelbereik realiseren zal VWS in overleg met partijen aanvullende maatregelen formuleren om de doelen te bereiken. VWS zal voor beide onderdelen samen met de betrokken partijen via een quick scan de problemen kwalitatief en kwantitatief duiden. Tegelijk worden de hieronder genoemde oplossingen tegen het licht gehouden. Partijen spreken af in ieder geval de oplossingen door te voeren die in de besprekingen in het bestuurlijk overleg naar voren zijn gekomen en in onderstaande worden benoemd. Dit tenzij bij de uitwerking zou blijken dat de nadelen groter zijn dan de voordelen of dat blijkt dat de beoogde doelen onvoldoende kunnen worden bereikt. Die uitwerking zal op objectieve transparante wijze plaatsvinden en waar nodig zal de NZa worden betrokken, daar waar relevant zal de NZa om een uitvoeringstoets worden gevraagd.

Het besluit welke oplossingen

46

Zie ook afspraak 4f uit onderdeel J Contractering van het IZA 84

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

gezien de uitwerking doorgevoerd kunnen worden zal door VWS worden genomen gehoord de betrokken veldpartijen en in overleg met de NZa. Bij de uitwerking worden de afzonderlijke maatregelen getoetst op • bijdrage aan toegankelijkheid, betaalbaarheid en arbeidsmarktproblematiek van zorg; • effectiviteit en proportionaliteit om het probleem op te lossen; • de juridische haalbaarheid; • administratieve lasten. Ook wordt een toets gedaan op de effecten van het geheel aan voorgestelde maatregelen, omdat de geselecteerde maatregelen uiteindelijk in samenhang moeten worden bezien. De maatregelen kunnen de vorm krijgen van bindende afspraken en/of (aanpassing van) regelgeving door de overheid. Onderdeel 1: Eerlijke bijdrage van gecontracteerde en niet-gecontracteerde zorgaanbieders, met bijzondere aandacht voor de ggz en wijkverpleging: Probleem: • Er zijn niet-gecontracteerde zorgaanbieders die zich in onevenredige mate richten op de patiënten met een relatief lichte zorgvraag, onvoldoende meedoen aan regionale samenwerkingsafspraken, zich onttrekken aan ANW-diensten of relatief veel nietpassende of ondoelmatige zorg leveren. Bijvoorbeeld: niet-gecontracteerde zorgaanbieders die zich onttrekken aan de IZA/AZWA afspraken, waaronder afspraken over blended/hybride en in groepen behandelen in de ggz.

Dit brengt het risico met zich mee van personeelsverloop van de gecontracteerde naar de niet-gecontracteerde zorg. Het maakt werken in de niet-gecontracteerde setting aantrekkelijker. • Zorgverzekeraars die onvoldoende instrumenten hebben om hier goed op te kunnen sturen. Te toetsen oplossingen: • Het (her-)introduceren van een vergunningplicht die strengere eisen stelt met betrekking tot onder andere regionale samenwerking, de invulling van ANW-diensten, crisisdiensten en het aanleveren van informatie over wachtlijsten en de kwaliteit van zorg, en handhaving); • Het inzetten van artikel 12 van de Zvw, dat houdt in via een AMvB aanwijzen van vormen van zorg waar een overeenkomst voor nodig is om de zorg te mogen leveren; • Het reguleren van de prestaties waarbij rekening gehouden zou moeten worden met de verschillende bijdrage aan de opgave, verschillen in de zorgzwaarte en verschillende gemiddelde kosten tussen de verschillende typen zorgaanbieders (tariefdifferentiatie daar waar er sprake is van gereguleerde tarieven); • Het inzetten van een coulanceverbod en het verbieden van reclame-uitingen daarover.

Bij coulance gaat het om het kwijtschelden of overnemen van zorgkosten die niet door de zorgverzekeraar worden vergoed; • Het inzetten op wettelijke mogelijkheden voor zorgverzekeraars om controles te doen bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders; • Het breder inzetten van machtigingen bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders. • Naast de genoemde maatregelen, zal VWS onderzoeken welke wettelijke ruimte er is of kan worden gecreëerd om de vergoeding te verlagen algemeen, en voor die aanbieders van niet-gecontracteerde zorg die zich ten onrechte onttrekken aan redelijke voorwaarden voor het leveren van zorg zoals die ook voor gecontracteerde aanbieders gelden. Onderdeel 2: Eerlijk speelveld in de Medisch Specialistische Zorg: VWS zal samen met de NZa, ZN, NVZ, NFU, ZKN, FMS, V&VN en Patiëntenfederatie kwalitatief en kwantitatief de relevante onderdelen van het speelveld binnen de medisch specialistische zorg in kaart brengen. Daarbij wordt naar de volle breedte van de medisch specialistische zorg gekeken. Daarbij kent het onderzoek gezien de looptijd tot einde van het eerste kwartaal van 2026 wel zijn beperkingen. Speciale aandacht zal worden besteed aan de verschillen op het speelveld tussen de verschillende soorten (grotere en kleinere) ziekenhuizen, de zelfstandige behandelcentra van ziekenhuizen, en zelfstandige behandelcentra.

Hieraan zullen deze partijen medewerking verlenen en in onderlinge afstemming, zonder terughoudendheid inzicht in de benodigde cijfers

85

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

geven. Benadrukt zij dat zowel de ‘reguliere’ ziekenhuizen als zelfstandige behandel centra nodig zijn om de zorg toegankelijk, betaalbaar en innovatief te houden. Daarbij is contractering en in sommige gevallen ook regulering nodig om de benodigde infrastructuur overeind te houden en oneerlijke concurrentie te voorkomen. Probleem: • Verschillen in casemix qua zorgzwaarte van patiënten tussen sommige ziekenhuizen en sommige zelfstandige behandelcentra worden onvoldoende weerspiegeld in tariefstelling; • Verschillen in de infrastructuur die beschikbaar gehouden moet worden voor acute zorg en intensieve zorg wordt onvoldoende weerspiegeld in de tarifering tussen sommige (locaties van) ziekenhuizen en tussen sommige ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. • Verschillen in de mate waarin ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra participeren in ANW diensten en opleidingen van zorgpersoneel. Te toetsen oplossingen: • Het differentiëren van de prestaties (betaaltitels) in de bekostiging van de medisch specialistische zorg zodat in de contractering tarieven overeengekomen kunnen worden die beter aansluiten bij de verschillen in geleverde zorg en organisatie tussen de verschillende typen zorgaanbieders. • Uiteraard laat dat onverlet dat sommige van de oplossingen zoals genoemd onder onderdeel 1 ook hier van toepassing kunnen zijn.

Relatie met overige afspraken Voor zowel onderdeel 1 als onderdeel 2 geldt dat de gesignaleerde problemen en gesuggereerde oplossingen onderdeel zijn van een breder vraagstuk over een evenwichtig en toegankelijk zorglandschap. In dit akkoord zijn ook andere afspraken gemaakt die bijdragen aan een evenwichtig en toegankelijker zorglandschap, zoals: • B3: Versterken van de lerende omgeving: opleiden en ontwikkelen als vanzelfsprekendheid; • C1: We zorgen dat mensen met urgente problemen sneller zorg ontvangen; • C3: Transparantie: actieve zorgbemiddeling mogelijk maken en inzicht in wachtlijsten verbeteren; • C6: Verbeteren toegankelijkheid van de ggz • D1: Medisch specialistische zorginstellingen gaan samenwerken in netwerken en zij verbinden hun aanbod via de regioplannen aan de zorgvraag; • D2: De versterking van de eerstelijnszorg wordt structureel geborgd; • D7: We zorgen voor voldoende participatie voor de invulling van avond-, nacht-, weekend- en crisisdiensten. Wat is het tijdpad: Uiterlijk in Q1 van 2026 worden de uitkomsten van de quick scans op onderdeel 1 en 2 opgeleverd aan het BO IZA/AZWA met het oog op de besluitvorming over de te nemen concrete en effectieve maatregelen. Wat zijn de regeldrukeffecten: Uit de kwalitatieve inschatting van de regeldrukeffecten van deze afspraak blijkt dat de regeldruk naar verwachting toeneemt door deze afspraak.

Onduidelijk wat de maatregelen precies zullen zijn, maar met de huidige denkrichting is regeldruk te verwachten.

86

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

[E5] We verbeteren toegang tot bestaande geneesmiddelen voor patiënten Betere beschikbaarheid van geneesmiddelen Wat is de afspraak: We zorgen voor betere toegang tot bestaande geneesmiddelen voor patiënten, en goede zorg bij tekorten, door met de partijen uit de farmaceutische zorg structurele afspraken te maken. Denk bijvoorbeeld aan verbeteringen in de inkoop van geneesmiddelen, betere informatie en begeleiding voor patiënten bij tekorten, het zoveel als mogelijk voorkomen van extra kosten voor patiënten bij tekorten, en het verminderen van administratieve lasten en kosten voor zorgaanbieders. De afspraak is gericht op het beschikbaar maken en houden van bestaande geneesmiddelen. Dit is essentieel voor de toegankelijkheid van alle zorg waar geneesmiddelen onderdeel van uitmaken. Daarnaast heeft de afspraak een positieve impact op de arbeidscapaciteit van zorgverleners die nu ondanks de tekorten van geneesmiddelen toch goede patiëntenzorg blijven leveren. De afspraak draagt op verschillende vlakken bij aan het vrijspelen van zorgpersoneel voor zorgtaken, onder andere door het terugdringen van administratieve lasten, door duidelijker informatie voor zorgverleners en patiënten en uiteraard ook doordat een betere beschikbaarheid van geneesmiddelen minder regelwerk en minder vervangende, vaak zwaardere, zorg betekent.

Wie gaat wat doen: De AZWA-partijen en de partijen uit het BO Extramurale Farmacie (Patiëntenfederatie, NHG, KNMP, ASKA, NApCo, Optima Farma, FMS/NVZA, VIG, Bogin, GLN, BG Pharma, LHV, VWS, NVZ, NFU en ZN) zorgen voor betere toegang tot bestaande geneesmiddelen voor patiënten en goede zorg bij tekorten door gezamenlijk gedragen bestuurlijke afspraken gericht op betere beschikbaarheid van geneesmiddelen te maken. Dit vindt plaats binnen de bestaande overlegstructuur BO EF waar de afspraken inhoudelijk worden geconcretiseerd. Genoemde partijen committeren zich aan de afspraken die in dit verband gemaakt worden en nemen ieder hun verantwoordelijkheid om de gemaakte afspraken na te komen. Zij zijn hierop aanspreekbaar. De afspraken gaan in ieder geval over de onderstaande punten: 1. Koepels van apothekers, zorgverzekeraars, voorschrijvers, patiënten en het ministerie van VWS maken afspraken t.b.v. duidelijke informatie voor patiënten over de gevolgen van een tekort. 2. We dringen administratieve lasten terug voor voorschrijvers en apothekers die het gevolg zijn van tekorten, bijvoorbeeld door afspraken tussen koepels van zorgverleners onderling of van zorgverzekeraars. Zo maken we meer tijd vrij voor patiëntenzorg.

Dit is in lijn met de bestaande werkagenda van de Regiegroep Aanpak Regeldruk en in aansluiting met de AZWA afspraak A1 “We ontlasten medewerkers door doorbraakprojecten die regeldruk verminderen op te schalen”. 3. Koepels van apothekers, voorschrijvers, patiënten, ziekenhuizen en het ministerie van VWS hebben het voornemen om te komen tot afspraken over de juridische verankering van afspraken over farmacotherapeutische substitutie door de apotheker van geneesmiddelen bij tekorten. 4. De koepels van apothekers, ziekenhuizen, zorgverzekeraars, groothandels, leveranciers en het ministerie van VWS stellen in 2025 een inkoopleidraad beschikbaarheid geneesmiddelen op. Het doel van de leidraad is om ongewenste effecten in de keten op de beschikbaarheid van geneesmiddelen te voorkomen. 5. De koepels van zorgverleners, ziekenhuizen, zorgverzekeraars, patiënten, groothandels, leveranciers en het ministerie van VWS maken afspraken over een goed afgestemde en snelle reactie op (dreigende) tekorten. Voor het slagen

87

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

van deze afspraken zijn sub-afspraak a) en b) een randvoorwaarde, deze worden daarom met voorrang opgepakt. De afspraken gaan over: a) het opstellen van uniforme definities, bijvoorbeeld over wanneer een geneesmiddel als niet beschikbaar wordt beschouwd, b) het versnellen en verbeteren van data-uitwisseling, c) het verminderen van risico’s bij het melden van (dreigende) tekorten en bij het uitwisselen van data hieromtrent voor leveranciers en andere partijen in de keten, d) snelle aanpassing van de vergoeding door zorgverzekeraars bij een tekort én frequente update van de informatie hierover in informatiesystemen zoals de G-standaard, e) een praktische en eenduidige taak- en rolverdeling tussen de spelers in de keten, van leverancier tot en met de apotheek. f) Bij al deze onderwerpen houden we rekening met bestaande trajecten die al lopen. 6. De koepels van apothekers, apotheekhoudende huisartsen, zorgverzekeraars, groothandels en leveranciers maken uniforme afspraken over de uitverkooptermijn van producten bij wisseling van preferent product en eventueel in nader te bepalen andere situaties. We maken ook afspraken over gelijkgericht handelen tijdens de verlengde uitverkooptermijn. Hiermee verminderen we het risico op tekorten door uitverkoop of door opstartproblemen.

Wat is het tijdspad: De partijen leggen in Q2 2025 een bestuurlijk gedragen set afspraken vast (‘de penlijst’). De afspraken worden verder geconcretiseerd tot een Werkagenda, die wordt vastgesteld in Q4 van 2025. Wat zijn de regeldrukeffecten: Uit de kwalitatieve inschatting van de regeldrukeffecten van deze afspraak blijkt dat de regeldruk naar verwachting afneemt door deze afspraak. De afspraak raakt aan de regeldruk in de apotheekzorg, msz, ggz, wijkverpleging en huisartsenzorg. Toelichting: Patiënten en zorgprofessionals hebben er de laatste jaren steeds meer mee te maken dat het medicijn dat zij nodig hebben er niet is. Dit zorgt voor allerlei problemen voor patiënten, soms zelfs levensbedreigend. Zorgprofessionals zoals artsen en apothekers zijn op hun beurt veel tijd kwijt aan het zoeken naar geschikte alternatieven, en met het begeleiden van hun patiënten. Er is niet één oorzaak voor de tekorten en daarom is er ook niet één oplossing. Oorzaken en oplossingen zijn ook complex. De partijen uit de farmaceutische zorg maken structurele afspraken om de beschikbaarheid te verbeteren en tekorten aan te pakken. Zo wordt de zorg voor patiënten beter en toegankelijker en verlagen we de belasting van professionals doordat zij minder tijd kwijt zijn aan het oplossen van de gevolgen van geneesmiddelentekorten.

88

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

[E6] We maken afspraken om fraude in de zorg te voorkomen, opsporen, stoppen en bestraffen Zorgfraude: voorkomen, opsporen, stoppen en bestraffen Dit jaar gaat er zo’n 109 miljard euro om in de zorg. Hoewel verreweg het grootste deel van de zorgaanbieders en zorgverleners met de beste intenties goed werk verrichten, trekt een sector waar veel geld in omgaat ook mensen met kwalijke bedoelingen aan. Het is nog te gemakkelijk om met slechte intenties een zorgbedrijf te starten of frauderende praktijken voort te zetten. Wat het extra zorgelijk maakt is dat jeugdigen, cliënten en patiënten de dupe worden van zorgfraude en georganiseerde criminaliteit. Zij krijgen minder, verkeerde of geen zorg die zij wel nodig hebben. Fraude en zorgverwaarlozing zijn nauw met elkaar verbonden. Zorgfraude en criminaliteit in de zorg raakt ook de veiligheid van de medewerkers in de verschillende zorgdomeinen. Fraude in de zorg is een probleem van ons allemaal. Alle partijen steunen de ambitie dat de zorgfraude steviger aangepakt moet worden en dat eenieder een verantwoordelijkheid heeft en een bijdrage kan leveren om fraude te voorkomen en te stoppen.

Dat vraagt van iedereen: van patiënt en cliënt tot goedwillende collega zorgaanbieder, van inkoper van zorg tot toeleverancier, van de overheid en van alle betrokkenen, onder andere dat we alert zijn op ongebruikelijke praktijken, vermoedens van misstanden melden en het vermogen van de sector om zich tegen ondermijnende activiteiten te weren, vergroten. En dat we malafide/criminele zorgverleners zoveel mogelijk aan de voorkant weren. Een doeltreffende aanpak van zorgfraude vraagt naast algemene maatregelen om een risicogestuurde, (sector)gerichte benadering. Dit om de goedwillende zorg- en hulpverleners niet te laten lijden onder de kwaadwillenden. Iedereen realiseert zich dat maatregelen gericht op het aanpakken van fraude en meer toezicht op gespannen voet staat met de ambitie om de administratieve lasten in de zorg te beperken. Daarom moet er bij alle relevante maatregelen goed gekeken worden naar de proportionaliteit en impact ook op de kleinere zorgaanbieders. Tegelijkertijd geeft het stellen van meer eisen aan de toetreding van zorgaanbieders de mogelijkheid om na toetreding een verlichting aan te brengen in het toezicht en de verantwoordingseisen. Als het beter lukt aan de voorkant kaf en koren van elkaar te scheiden, dan kunnen we meer ruimte geven aan het koren. Er zijn al diverse maatregelen in gang gezet om misbruik van zorggeld tegen te gaan.

Zo ligt het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders momenteel bij de Tweede Kamer. Dit voorstel introduceert nieuwe voorwaarden voor winstuitkeringen door zorgen jeugdhulpaanbieders die winst mogen uitkeren. Deze voorwaarden zullen ook van toepassing zijn op onderaannemers die winst willen uitkeren. Wat is de afspraak: • Het kunnen aanpakken van fraude is natuurlijk in de allereerste plaats afhankelijk van het kenbaar zijn daarvan. Daarom krijgen de regiotafels die er in het kader van het IZA/AZWA zijn ook een signalerende en agenderende functie. In de regio zijn vermoedens over mogelijke misstanden en zorgen over kwetsbaarheden het beste bekend. Door dit als onderwerp te agenderen op de regiotafels worden partijen zoals verzekeraars en gemeenten die deelnemen in het Informatieknooppunt zorgfraude (IKZ) in staat gesteld om deze vermoedens te delen met bijvoorbeeld het IKZ. •

Branche- en beroepspartijen in de zorg hebben een belangrijke rol in het bevorderen van een betrouwbare en transparante zorgsector. Ze kunnen bijdragen aan het vergroten van het bewustzijn en de weerbaarheid tegen frauduleuze en ondermijnende praktijken door het informeren van hun leden. De verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving ligt bij andere partijen dan branche- en beroepsorganisaties, maar branche- en beroepsorganisaties kunnen wel een ondersteunende rol spelen door samenwerking en kennisdeling te bevorderen en de sector actief te ondersteunen in het herkennen en tegengaan van misstanden. Branche- beroepsorganisaties hebben een rol in het vergroten

89

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

van de alertheid en weerbaarheid van de sector door o.a. het actief informeren van leden o.b.v. signalen van de toezichthouders en het ontwikkelen van initiatieven. •

Er wordt verkend of een beroepenregister een rol kan spelen bij het tegengaan van fraude rondom diploma’s en certificaten. V&VN en Brancheorganisaties Zorg (BoZ) onderzoeken samen in hoeverre een dergelijk register hierin mogelijk van betekenis kan zijn, welke aandachtspunten daarbij komen kijken en onder welke voorwaarden dit eventueel vorm zou kunnen krijgen. De uitkomsten van deze verkenning worden meegenomen in het verdere uitwerken van het plan van aanpak.

•

Zorgaanbieders dragen bij aan het voorkomen van fraude door strikt te toetsen op de juiste kwalificaties van nieuwe medewerkers en bij de inzet van onderaannemers.

•

We willen voorkomen dat mensen met kwalijke bedoelingen een zorgbedrijf (her)starten. VWS zal onder andere na overleg met de TIZ-partijen en het CIBG bezien of en op welke punten de huidige vergunning- en meldingsplicht verbreed en verdiept kan en moet worden. Het uitgangspunt hierbij is dat eerst gekeken wordt of het huidige (wettelijke) instrumentarium volstaat en daar waar nieuwe wetgeving noodzakelijk is dat dit op een risicogerichte, proportionele wijze plaatsvindt. De mogelijke verbreding heeft betrekking op de uitbreiding naar onderaannemers en naar het domein van de jeugdzorg. In het verlengde hiervan zal verkend worden of een vergunningplicht in het Wmo-domein opportuun is. De verdieping gaat over het stellen van aanvullende voorwaarden bij de vergunningverlening. Daarbij kan ook worden gedacht aan het verplicht stellen van een VOG voor bestuurders al dan niet binnen specifieke risicogroepen. Daarbij hoort verder het gerichter en vaker inzetten van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

•

De toetsing van het al dan niet voldoen aan de eisen bij een vergunningaanvraag of een melding zal worden verscherpt in overleg met onder meer het CIBG, de IGJ en de NZa. Ook zal worden onderzocht of er een verplichting moet komen om bestuurswisselingen te melden. Tevens wordt bezien of de huidige regelgeving rond het intrekken van een vergunning en het kunnen openbaar maken van zo’n intrekking volstaat of dat aanvullende regelgeving nodig is.

•

Op basis van risicoanalyses worden beoogde nieuwe en herstartende zorgaanbieders intensiever getoetst/gecontroleerd door betrokken partijen. Hierbij werkt eenieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid samen. Het gaat daarbij in ieder geval om de IGJ, NZa, CIBG, zorginkopende partijen en de Kamer van Koophandel. De toezichthouders zullen hun krachten op het gebied van fraudebestrijding verder bundelen en waar nodig de verdeling van taken en bevoegdheden verder verhelderen.

•

Met de inwerkingtreding van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz) is de grondslag ontstaan voor een Waarschuwingsregister zorgfraude. De VNG, ZN en VWS maken nadere afspraken over de implementatie waaronder afspraken over het beheer, de financiering en governance. Na de totstandkoming en in beheername bewerkstelligen VNG en ZN het gebruik van het register door respectievelijk gemeenten en zorgverzekeraars.

•

De Stichting IKZ is per 1 januari 2025 operationeel en gegevensdeling zit in de opstartfase. Uiterlijk 1 januari 2026 melden alle deelnemende partijen (waaronder zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten) signalen van fraude in de zorg aan de stichting IKZ conform de vereisten van de Wbsrz.

•

Het toezicht binnen de Jeugdhulp en Wmo2015 zal verder worden verstevigd en geprofessionaliseerd. Dat krijgt onder andere zijn beslag met een stimuleringsprogramma. In het stimuleringsprogramma zal onder andere aandacht zijn voor landelijke contractstandaarden, het opleiden van toezichthouders, handhaving en de wijze waarop gemeenten de juiste afwegingen kunnen maken bij het inrichten van het toezicht op de Wmo. Ook wordt ingezet op het door ontwikkelen van de expertisefunctie van de VNG ten behoeve van alle gemeenten. De inhoudelijke randvoorwaarden voor het Wmo en Jeugdhulptoezicht moeten op orde zijn. VWS doet samen met de VNG daar onderzoek naar. Daarbij is expliciete aandacht voor de vergunningplicht en het maximaliseren van winst.

90

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

•

De toezichthouders en opsporingsinstanties zullen in staat worden gesteld door uitbreiding van de capaciteit om het aantal zaken van zorgfraude dat zij bestuursrechtelijk en strafrechtelijk kunnen oppakken te vergroten. VWS zal wetgeving ter hand nemen om de bestuursrechtelijke handhaving op spooknota’s door de NZa mogelijk te maken.

•

De toezichthouders en zorgverzekeraars zullen samen met VWS, in overleg met de Regiegroep Aanpak Regeldruk, een plan opstellen hoe op basis van meer vertrouwen de controle en verantwoordingseisen kunnen worden verlicht en wat nodig is om dit ten uitvoer te brengen.

•

VWS zal in overleg met de NZa en zorgverzekeraars verkennen of en hoe de declaratievoorschriften kunnen worden aangepast, zodat het vermelden van de AGB-code en naam van een onderaannemer verplicht wordt op declaraties.

•

Overige maatregelen rondom de ongecontracteerde zorg die ook bijdragen aan de aanpak van zorgfraude, staan vermeld in E4.

•

Tot slot: zoals recent ook nog eens is bevestigd in de Taskforce Integriteit Zorgsector (TIZ) kan de ketensamenwerking tussen de verschillende partijen betrokken bij de aanpak van fraude in de zorg worden versterkt. Partijen spreken af dit ook daadwerkelijk te gaan doen, de voortgang daarvan te agenderen in het bestuurlijk overleg TIZ en elkaar er ook op aan te spreken.

Wie gaat wat doen: Bovenstaande acties krijgen onder meer een plek in een plan van aanpak dat in het BOTIZ zal worden voorbereid. Dit plan van aanpak moet eind 2025 gereed zijn inclusief duidelijkheid over op welke van de twee overlegtafels, BO IZA/AZWA en BO TIZ, de monitoring van de afspraken efficiënt plaatsvindt. Wat is het tijdpad: Eind 2025 zijn bovenstaande afspraken in concrete plannen van aanpak uitgewerkt en gereed. De uitvoering van een aantal afspraken hoeft daar overigens niet op te wachten. Wat zijn de regeldrukeffecten: De regeldrukeffecten zijn afhankelijk van eventuele extra (wettelijke) maatregelen. Het uitgangspunt is de eventuele regeldruk proportioneel en zo beperkt mogelijk te houden.

91

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

Financiën 1. Algemene uitgangspunten a. De budgettaire afspraken in deze financiële paragraaf zijn leidend. De bij deze paragraaf behorende bijlage geeft een volledig beeld van de budgettaire effecten van het AZWA, exclusief eventuele toekomstige mutaties zoals vastgelegd in onderdelen 5b, 7, 8 en 10. b. Het totale beschikbare kader voor de IZA-sectoren medisch-specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, wijkverpleging, huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg in de VWS begroting 2025 is € 47,1 miljard in 2025, inclusief loon- en prijsbijstelling 2025. c. De beschikbare jaarlijkse ruimte voor volumegroei in de IZA-sectoren is voor wat betreft 2026 vastgelegd in het IZA en reeds verwerkt in de VWS-begroting 2025. d. In het Hoofdlijnenakkoord is vastgelegd dat de groeipercentages in 2026 in de IZA-sectoren worden doorgetrokken in 2027 en 2028. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de oploop van een aantal ZVW-taakstellingen. Dit betekent dat er voor de betreffende sectoren per saldo ruimte voor volumegroei beschikbaar is van € 377 miljoen in 2027 oplopend naar € 762 miljoen in 2028. e. Bij het beschikbare kader en groeiruimte zoals genoemd in de onderdelen b t/m d is reeds rekening gehouden met de volgende maatregelen: i.

In de budgettaire bijlage van het Hoofdlijnenakkoord is aan het verlengen van het zorgakkoord een extra besparing gekoppeld van € 250 miljoen in 2027 en € 590 miljoen in 2028. ii. Daarnaast zijn in de budgettaire bijlage van het Hoofdlijnenakkoord twee maatregelen met betrekking tot de wijkverpleging opgenomen: besparingen van € 85 miljoen in 2027 en 2028 als gevolg van de ‘Onafhankelijke indicatiestelling ongecontracteerde wijkverpleging’ en besparingen 47 van € 35 miljoen in 2027 en € 85 miljoen in 2028 in het kader via ‘implementatie en opschaling van bestaande digitale zorgtoepassingen in de wijkverpleging’. Deze twee maatregelen zijn geen onderdeel van de afspraken in het AZWA, maar hebben wel gevolgen voor de financiële kaders. f. De financiële afspraken van het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord lopen tot en met 2028. Dit sluit aan bij de periode waarvoor de sectorale groeipercentages zijn vastgelegd in het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet. Echter, de beweging die we hebben ingezet met het IZA, en die wordt versterkt door het AZWA, is er een van lange adem. Het is voor partijen daarom van belang om een perspectief te hebben op de ontwikkeling van de financiën in de periode na 2028. Dat perspectief wordt uitgebreider beschreven in de paragraaf ‘perspectief voor de toekomst’. g.

De in het IZA gemaakte (sectorspecifieke) afspraken blijven gelden gedurende de looptijd van de IZA-afspraken (2023-2026). h. De IZA-afspraak (onderdeel J, paragraaf 5 van het IZA) over de doorvertaling van de OVA in de prijzen en contracten blijft ook gedurende de looptijd van het AZWA gelden. 2. Aanpassing startniveau kaders Het startniveau van de macrokaders per sector wordt bijgesteld op basis van actuele inzichten over het gerealiseerde uitgavenniveau in recente jaren. Dit leidt tot de volgende structurele bijstellingen ten opzichte van de stand VWS-begroting 2025. a. b. c.

d.

MSZ: het kader wordt structureel neerwaarts bijgesteld met € 75 miljoen. GGZ: het kader wordt vanaf 2027 structureel opwaarts bijgesteld met € 202 miljoen. De opwaartse bijstelling voor het jaar 2026 is reeds verwerkt in de begroting 2025. Wijkverpleging: het kader wordt neerwaarts bijgesteld met € 312 miljoen in 2026, € 537 miljoen in 2027, € 534 miljoen in 2028 en structureel € 554 miljoen vanaf 2029 ten opzichte van de stand begroting 2025. Huisartsenzorg: het kader wordt niet bijgesteld.

47 In de jaren 2027 t/m 2030 is ten behoeve van de invoering van deze maatregel sprake van tijdelijke transitiemiddelen (jaarlijks € 17,7 miljoen), waardoor de bruto besparing op het kader wijkverpleging in die jaren € 17,7 miljoen hoger is.

92

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

e.

MDZ: het kader wordt vanaf 2027 structureel opwaarts bijgesteld met € 7 miljoen. De opwaartse bijstelling voor het jaar 2026 is reeds verwerkt in de begroting 2025.

3. Beschikbare volumegroei a. De afgesproken gemiddelde beschikbare volumegroei (exclusief remgelden als gevolg van verlaging eigen risico, zie onderdeel 4 van deze paragraaf) is per sector als volgt: 2026

2027

2028

MSZ

0,0%

0,0%

0,0%

GGZ

0,4%

0,4%

0,4%

Wijkverpleging

3,5%

3,5%

3,5%

Huisartsenzorg

3,5%

3,5%

3,5%

MDZ

5,0%

5,0%

5,0%

Dit betreffen landelijke maximum groeipercentages en laat onverlet keuzes die worden gemaakt in de onderhandelingen tussen individuele zorgverzekeraars en zorgaanbieders waarbij sprake kan zijn van differentiatie. b.

Voor de sector eerstelijnsverblijf/geriatrische revalidatiezorg/ geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen zijn geen groeipercentages afgesproken, maar bevestigen partijen dat het wenselijk is dat ook in deze sector een ruime groei mogelijk blijft. De groeiruimte voor deze sector wordt jaarlijks door VWS bepaald (voor 2026 gaat het om circa 3%).

4. Remgelden verlagen eigen risico a. In het Hoofdlijnenakkoord is vastgelegd dat het verplicht eigen risico met ingang van 2027 wordt verlaagd naar € 165. Voor de verwachte stijging van de zorguitgaven als gevolg van de daardoor toenemende zorgvraag zijn voor de Zvw middelen beschikbaar gesteld (hierna: remgelden). b. Om de toenemende zorgvraag op te vangen worden structureel middelen toegevoegd aan de sectorale kaders op basis van onderstaande verdeling 48. De inzet van deze middelen wordt in lijn gedaan met de doelen van het AZWA (afwenden arbeidsmarkttekort en toegankelijkere zorg). bedragen x € 1 miljoen

2027

2028

MSZ

676

763

GGZ

123

139

Wijkverpleging

39

44

Huisartsenzorg

99

112

MDZ

91

94

1.028

1.151

Totaal

Voor het kader MDZ is bij deze verdeling rekening gehouden met de doorbraakafspraken in dit akkoord. Voor de RESV’s is maximaal € 70 miljoen binnen het MDZ kader beschikbaar. De

48 Met het toevoegen van het remgeld verandert de effectieve groei van de kaders. Bijvoorbeeld voor de MSZ is de per saldo effectieve groei van het beschikbare kader 1,7% in 2027 en 0,3% in 2028.

93

Onderhandelaarsakkoord – 3 juli 2025

partijen monitoren de uitgaven hiervan. Bij overschrijdingen van deze € 70 miljoen worden maatregelen genomen om de overschrijdingen terug te dringen. c.

Zorgverzekeraars en zorgaanbieders maken in de contractering afspraken over de inzet van deze middelen in samenhang met de afspraken in dit akkoord. Voor de meeste afspraken in het AZWA geldt dat de uitvoering loopt via de zorgverzekeraars en daarmee middels de reguliere contractering tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders worden contractuele afspraken gemaakt in lijn met de gemaakte AZWAafspraken. De financiële stromen lopen daarmee via de reguliere prestaties en tarieven, zoals deze door de NZa zijn vastgesteld. Voor een aantal specifieke afspraken, zoals de afspraken over de doorbraakmiddelen, loopt de declaratie via een afzonderlijke prestatie, zodat gemonitord kan worden hoeveel middelen er uitgegeven worden. Voor de meeste afspraken is dit niet van toepassing omdat deze onderdeel zijn van de reguliere contractafspraken.

5. Beschikbare kaders a. De beschikbare macrokaders per sector, exclusief indexatie voor loon- en prijsontwikkeling in de betreffende jaren, zijn op basis van bovenstaande afspraken als volgt: bedragen x € 1 miljoen, prijspeil 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/653/documents/20068