B3. Woonzorgbehoefteonderzoek aandachtsgroepen en ouderen Provincie Utrecht - Definitief 28 juni 202.pdf
Tekst van het document
4.2 Vraaganalyse Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een verstandelijke beperking, is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2023 (peildatum 1 januari 2023) hadden in provincie Utrecht 8.295 mensen een VG-indicatie (2.480 in de regio Amersfoort en 5.080 in regio U10).
4.1 Doelgroep en context
In combinatie met de bevolkingsprognose is een basisprognose opgesteld van de verwachte omvang van de groep mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking voor de periode tot en met 2040. Hierbij hebben wij rekening gehouden met een stijging van het zorggebruik als gevolg van het ouder worden van de doelgroep.
In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Er worden geen nieuwe indicaties meer afgegeven voor langdurige zorg aan mensen met een lichte zorgvraag (VG 1 en 2). Deze mensen zijn voor ondersteuning tegenwoordig aangewezen op de Wmo. Mensen met een bestaande VG1- of VG2-indicatie en die al in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperking van de toegang tot de Wlz, zien wij een landelijke trend waarin steeds meer mensen een indicatie voor VG hebben. Deze groei gaat sneller dan de algehele bevolkingsgroei; het gaat dus om een stijgend aandeel. Deels wordt deze groei verklaard doordat de doelgroep met een verstandelijke beperking ouder wordt dan voorheen; daarnaast wordt vaak gewezen naar de steeds ingewikkeldere samenleving.
In onderstaande tabellen wordt de verwachte omvang van de groep mensen met een verstandelijke beperking met een Wlz-indicatie volgens de demografische prognose uiteengezet. De woonvraag is uitgesplitst naar twee woonvormen: geclusterd wonen en gespikkeld wonen. Geclusterd wonen is begeleid wonen of beschermd wonen in een (on)zelfstandige woonruimte, met andere cliënten in hetzelfde pand of complex. Gespikkeld wonen houdt in dat iemand zelfstandig woont, in de nabijheid van een zorgpunt waarvandaan zorg/ondersteuning kan worden geleverd. De mate waarin cliënten geclusterd of gespikkeld wonen stellen wij afhankelijk van het type VG-indicatie. De aannames (bijlage 3) zijn gebaseerd op wat zorgaanbieders tijdens de werksessies en in Utrechtse gemeenten (voor lokale onderzoeken) ons hebben verteld.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
25
Tabel 4.1: Basisprognose provincie Utrecht (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Provincie Utrecht 2023 2030 2040 Geclusterd wonen 7.780 8.540 (+760) 9.335 (+1.555) Gespikkeld wonen 515 575 (+60) 580 (+65) Bron: Woonzorgweter Companen Tabel 4.2: Basisprognose regio Amersfoort (excl. Barneveld en Nijkerk; 2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Regio Amersfoort 2023 2030 2040 Geclusterd wonen 2.350 2.580 (+230) 2.835 (+485) Gespikkeld wonen 130 145 (+15) 145 (+15) Bron: Woonzorgweter Companen Tabel 4.3: Basisprognose regio Amersfoort (incl. Barneveld en Nijkerk; 2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Woondeal 2023 2030 2040 Amersfoort Geclusterd wonen 2.975 3.295 (+320) 3.665 (+690) Gespikkeld wonen 175 195 (+20) 205 (+30) Bron: Woonzorgweter Companen Tabel 4.4: Basisprognose regio U10 (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Regio U10
2023
2030
2040
Geclusterd wonen
4.735
5.205 (+470)
5.650 (+915)
380 (+35)
385 (+40)
Gespikkeld wonen 345 Bron: Woonzorgweter Companen
Naast de basisprognose is er een trendprognose opgesteld. Tijdens de werksessies zijn een aantal ontwikkelingen besproken die zijn meegenomen in de trendprognose:
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
• Ontwikkeling van geclusterd naar gespikkeld wonen Aanwezigen benoemden dat afgelopen jaren een trend was ingezet om mensen met een zwaardere VG-indicatie meer in de wijk te laten wonen met het oog op inclusie en deelnemen in de samenleving. Dit bleek niet altijd goed te gaan, waardoor nu juist weer wordt ingezet op het wonen in instellingen voor mensen met een zwaardere VG-indicatie. In de toekomst zien de aanwezigen wel voor zich dat degenen met een lichtere zorgzwaarte meer gespikkeld zullen wonen, mits meer gebruik wordt gemaakt van zorgtechnologie. De trend naar gespikkeld wonen gaat echter niet snel: de doelgroep wordt ouder en voor mensen die al heel lang in een instelling wonen is het niet wenselijk en haalbaar om meer gespikkeld te gaan wonen. Tijdens de werksessies is niet concreet benoemd welke zorgzwaartes in de toekomst vaker gespikkeld kunnen wonen. In gesprekken elders in het land horen wij dat dit vooral mogelijk is voor mensen met een VG3-, VG4- of VG6-indicatie. Daarom is voor VG3 de aanname van 15% gespikkeld wonen in de huidige situatie aangepast naar 30% gespikkeld wonen in 2040; voor VG4 en VG6 is de aanname van 5% gespikkeld wonen in de huidige situatie aangepast naar 15% gespikkeld wonen in 2040.
• Ontwikkeling naar ‘lokaal wonen’ De gedachte achter deze ontwikkeling is dat jongeren en jongvolwassenen met een beperking steeds vaker dicht bij de woonplaats van hun ouders willen blijven wonen. De aanwezigen herkenden deze trend. Als gevolg daarvan zal de vraag naar VG-zorg meer evenwichtig verdeeld worden. Landelijk zijn er 6,7 VGindicaties per 1.000 inwoners. Voor regio Amersfoort ligt dit gemiddelde op 8,0 en voor regio U10 betreft het gemiddeld 5,2. Voor gemeenten die relatief weinig (ten opzichte van het landelijk gemiddelde) VG-indicaties hebben per 1.000 inwoners (zoals Renswoude en Montfoort) zal dit betekenen dat de vraag naar woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking zal toenemen, terwijl dit voor gemeenten die relatief veel VG-indicaties hebben per 1.000 inwoners (zoals Baarn en Woudenberg) zal afnemen. In de
26
trendprognose schetsen we de situatie op basis van maximale evenredige spreiding. Dit scenario is niet realistisch. In sommige gemeenten is er nou eenmaal een groot instellingsterrein en dat zal niet verdwijnen. Deze gemeenten zullen dus een groter aandeel van de VG-doelgroep blijven bedienen. Anderzijds geldt voor gemeenten die nu relatief weinig VG-cliënten bedienen dat er een bepaalde schaalgrootte nodig is. Figuur 4.1: VG indicaties per 1.000 inwoners per gemeente 31,2
16,0 4,8
7,1 6,8
4,3
7,1
12,8 13,5
3,7 4,7 3,5 5,6
6,3 7,1
2,5
4,9 2,9 3,2 4,2 6,5 6,2 3,5 5,4
6,7 6,9 5,4 0,0
Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Leusden Soest Woudenberg Bunnik De Bilt De Ronde… Houten Ijsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse… Vijfheerenlan… Wijk bij… Woerden Zeist Rhenen Renswoude Veenendaal Barneveld Nijkerk
35,0 30,0 25,0 20,0 15,0 10,0 5,0 0,0
Tabel 4.6: Trendprognose regio Amersfoort (excl. Barneveld en Nijkerk; 2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Regio Amersfoort 2023 2030 2040 Geclusterd wonen 2.350 2.330 (-20) 2.170 (-180) Gespikkeld wonen 130 205 (+75) 310 (+180) Bron: Woonzorgweter Companen Tabel 4.7: Trendprognose regio Amersfoort (incl. Nijkerk en Barneveld; 2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Woondeal 2023 2030 2040 Amersfoort Geclusterd wonen 2.975 3.035 (+60) 2.965 (-10) Gespikkeld wonen 175 285 (+110) 445 (+270) Bron: Woonzorgweter Companen Tabel 4.8: Trendprognose regio U10 (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Regio U10 2023 2030 2040 Geclusterd wonen 4.735 5.610 (+875) 6.690 (+1.955) Gespikkeld wonen 345 625 (+280) 1.085 (+740)
Bron: Woonzorgweter Companen
Bron: Woonzorgweter Companen
Op basis van bovenstaande uitgangspunten schetsen we een trendprognose die er als volgt uitziet:
4.3 Aanbodinventarisatie
Tabel 4.5: Trendprognose provincie Utrecht (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Provincie Utrecht 2023 2030 2040 Geclusterd wonen 7.780 8.615 (+835) 9.495 (+1.715) Gespikkeld wonen 515 895 (+380) 1.485 (+970) Bron: Woonzorgweter Companen
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Uit de regioanalyse gehandicaptenzorg (Zorgkantoor Zilveren Kruis, 2022) blijkt dat er in de provincie 264 instellingslocaties voor personen met een VGindicatie zijn. Om het aantal plekken te inventariseren, is een uitvraag gedaan bij zorgaanbieders. Aangezien niet alle zorgaanbieders de inventarisatie hebben ingevuld, is er geen compleet beeld van het aanbod. Daarom kijken we voor de opgave naar het verschil in de huidige en toekomstige vraag. Aandachtspunt hierbij is dat zorgaanbieders aangeven dat er mensen zijn met een Wlz-indicatie die thuis bij hun ouders wonen, of zelfstandig wonen. Zij
27
ontvangen vaak ambulante begeleiding, en maken vaak ook gebruik van dagbesteding. Welk deel van de Wlz-cliënten zelfstandig dan wel bij de ouders woont, is niet bekend. In werkelijkheid is er dus misschien geen of een kleiner tekort aan verblijfsplekken voor mensen met een verstandelijke beperking. Mensen met een Wlz-indicatie die nu thuis bij hun ouders wonen, kunnen in de toekomst mogelijk wel behoefte hebben aan een woonplek bij een zorgaanbieder, bijvoorbeeld omdat de ouders te oud zijn om de zorg op zich te nemen. Voor gemeenten waar het aanbod wel compleet in beeld is – bijvoorbeeld gemeenten waar een lokale woonzorganalyse is uitgevoerd – staat het aanbod weergegeven op de fact sheets.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
28
5 Mensen met een lichamelijke of zintuiglijke beperking
Vooral mensen met een visuele beperking zullen een beroep doen op woningaanpassingen, dit geldt in mindere mate voor personen met een auditieve beperking. Voor mensen met een visuele beperking is een grondgebonden woning of woning in een gebouw met lift wenselijk. Ook een toegankelijke woonomgeving in de nabijheid van voorzieningen is van belang.
In dit hoofdstuk brengen we de langdurige zorgvragers met een lichamelijke beperking of een zintuiglijke beperking met een Wlz-indicatie in beeld.
5.1 Doelgroep en context
5.2 Omvang doelgroep Mensen met een lichamelijke beperking
Woonwensen Mensen met een lichamelijke beperking Mensen met een (al dan niet aangeboren) lichamelijke beperking hebben behoefte aan een goed toegankelijke woning. De mate waarin een woning aangepast moet zijn is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Als het gaat om woningaanpassingen, dan is het niet belangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn. Wel moet de woning het liefst gelijkvloers zijn en genoeg ruimte bieden in de badkamer voor diverse hulpmiddelen. De woonomgeving moet toegankelijk zijn en de woning moet gelegen zijn in de buurt van voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken. Ook voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving is belangrijk, bij voorkeur voor de deur. Mensen met een lichamelijke beperking doen naast beroep op woningaanpassingen ook beroep op (ambulante) zorg. De intensiteit van deze zorg is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Mensen met een zintuiglijke beperking Mensen met een (al dan niet aangeboren) zintuiglijke beperking kunnen ook behoefte hebben aan een toegankelijke woning. De mate waarin een woning aangepast moet zijn is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2023 (peildatum 1 januari 2023) hadden in de provincie Utrecht ongeveer 810 mensen een LG-indicatie (regio Amersfoort: 230; regio U10: 485). Het grootste deel van deze personen is tussen de 18 en 65 jaar oud. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat het aantal mensen met een Wlz-indicatie voor een lichamelijke beperking de komende jaren licht stijgt: een toename van ongeveer 100 LG-indicaties tot 2040 in de hele provincie. Onderstaande tabel toont de demografische ontwikkeling op provinciaal en regioniveau. Tabel 5.1: Demografische ontwikkeling LG-indicaties (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) 2023 2030 2040 Regio Amersfoort (excl. en incl. 230/315 245/338 255/358 Barneveld/Nijkerk) Regio U10 485 515 545 Renswoude, Rhenen, 95 100 110 Veenendaal Totaal provincie Utrecht 810 860 910 Bron: Woonzorgweter Companen
29
De groeiende omvang van het aantal mensen met een lichamelijke beperking betekent niet dat er daadwerkelijk zo veel woonplekken beschikbaar moeten komen. Het grootste deel van de mensen met een lichamelijke beperking woont in een reguliere (aangepaste) woning en ontvangt indien nodig ambulante zorg. Voor hen zijn dus enkel woningaanpassingen nodig. Voor degenen die een intensievere zorgvraag hebben, kan de woonzorgvraag worden opgevangen door middel van passende woonvormen. Volgens de regioanalyse gehandicaptenzorg (Zorgkantoor Zilveren Kruis, 2022) zijn er 10 instellingslocaties voor mensen met een lichamelijke beperking in de provincie.
Mensen met een zintuiglijke beperking Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een zintuiglijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2023 (peildatum 1 januari 2023) hadden in Regio Amersfoort 45 mensen (50 incl. Barneveld en Nijkerk) een ZG-indicatie. In Regio U10 waren dit 455 personen. In totaal hadden 510 personen in de provincie Utrecht een ZG-indicatie. Voor gemeenten met meer dan 5 personen met een ZG-indicatie, wordt in de betreffende fact sheets weergegeven hoeveel ZGindicaties het betreft. Het grootste deel van deze personen is tussen de 18 en 65 jaar oud. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat de omvang van deze groep grotendeels stabiel zal blijven. Er zijn in de provincie 2 instellingslocaties voor mensen met een visuele beperking (Zorgkantoor Zilveren Kruis, 2022).
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
30
6 Mensen met psychische problematiek We brengen de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Wij richten ons hierbij op de groep die verblijft in Beschermd Wonen (GGZ). Per definitie is Beschermd Wonen (BW) bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Beschermd Wonen wordt grotendeels gefinancierd en georganiseerd vanuit de Wmo, maar sinds 2021 ook vanuit de Wlz.
6.1 Doelgroep en context Beschermd Wonen Wmo Binnen de Wmo is Beschermd Wonen bedoeld voor volwassenen die vanwege psychische problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen zonder de directe nabijheid van toezicht en ondersteuning. De begeleiding van de zorginstelling is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie. Cijfers over de omvang van de groep met een BW Wmo indicatie per gemeente in de provincie Utrecht hebben wij ontvangen van de twee centrumgemeenten Amersfoort en Utrecht (peildatum 1 januari 2023).
Beschermd Wonen Wlz (GGZ-W) Vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering van zorg en verblijf vanuit de Wlz, omdat zij blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben. Voor de omvang van de groep met een Wlz GGZ-Wonen indicatie per gemeente
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
in de provincie Utrecht, is gebruik gemaakt van de CIZ-databank (peildatum: 1 januari 2023).
Woonwensen Woning De meeste mensen in Beschermd Wonen geven de voorkeur aan een eigen appartement met een aparte slaapkamer en eigen sanitaire voorzieningen, vanwege privacy en autonomie. Een klein gedeelte van de mensen met een BW-indicatie heeft juist behoefte aan een woonvorm waarin ze voorzieningen met anderen delen, vanwege de sociale interactie die dat met zich meebrengt. Zorg en ondersteuning • Een stabiele omgeving, dagelijkse regelmaat en het vinden/behouden van (on)betaald werk of dagactiviteiten zijn belangrijk. Afhankelijk van de behoefte kan er ook begeleiding zijn bij het huishouden en het maken van sociale contacten; soms is ook sprake van verzorging en verpleging. • De doelgroep is zeer divers. Een deel kan na een verblijf van een aantal jaar weer zelfstandig wonen. Voor een ander deel is de verwachting dat zij ook op langere termijn niet in staat zullen zijn om zelfstandig te gaan wonen. • Continuïteit in de persoonlijke begeleiding (ook na uitstroom) wordt als zeer prettig en noodzakelijk ervaren. De mensen zijn gebaat bij het creëren van een vertrouwensband.
6.2 Vraaganalyse In januari 2023 hadden zo’n 3.445 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen in de provincie Utrecht: 1.820 mensen een Wmo-indicatie en 1.625 mensen een Wlz (GGZ-W) indicatie.
31
Tabel 6.1: BW-indicaties provincie Utrecht (peildatum 1 januari 2023) Wmo-indicatie Wlz-indicatie (GGZ-W) Intramuraal Beschermd Thuis Regio Amersfoort (excl. 210/220 45/45 475/490 en incl. Nijkerk8) Regio U10 560 900 1.065 Renswoude, Rhenen, 70 25 70 Veenendaal (Foodvalley) Totaal provincie Utrecht 840 970 1.610 Bron: gemeenten Amersfoort en Utrecht en CIZ databank (2024)
De regio’s Amersfoort en U10 kennen verschillende producten binnen het Beschermd Wonen Wmo. • Regio Amersfoort – Intramuraal: Intramuraal Beschermd Wonen en Pgb Beschermd Wonen (scheiden wonen en zorg in wooninitiatief). – Beschermd Thuis: scheiden wonen en zorg in eigen woning. • Regio U10 – Intramuraal: Beschermd Verblijf en Beschermd Wonen bovenregionaal. – Beschermd Thuis: Beschermd Thuis, Pgb Beschermd Thuis en Living Lab. Het is niet bekend of Beschermd Thuis cliënten in hun eigen woning of woning van een zorgaanbieder wonen. Bij het opstellen van een prognose van de vraag naar Beschermd Wonen binnen de provincie zijn wij uitgegaan van het aantal actieve BW-indicaties (Wmo Intramuraal, Wmo Beschermd Thuis en Wlz) op dit moment. In het ‘basisscenario’ rekenen we de huidige BW-vraagontwikkeling in elke gemeente demografisch door.
Naast het basisscenario werken we een ‘trendscenario’ uit, waarin we rekening houden met een aantal verschuivingen die worden ingegeven door veranderingen in beleid en die zijn besproken tijdens de werksessies: • Verdere ombouw van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis De ombouw van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis is in de provincie Utrecht al in volle gang. Tijdens de werksessies benoemden de aanwezigen de wens om de afhankelijkheid van Beschermd Wonen verder te verminderen door onder andere de inzet op Beschermd Thuis. – In Regio Amersfoort is op 1 januari 2023 ongeveer 15% van de Wmoindicaties Beschermd Thuis. Die 15% is gebaseerd op de aangeleverde Wmo-indicaties Beschermd Thuis door de gemeente Amersfoort. In het trendscenario voorzien we een verdere stijging naar 35% van de Wmoindicaties Beschermd Thuis. Deze stijging naar 35% is een aanname. – In Regio U10 wordt sterk ingezet op Beschermd Thuis volgens de Regionale Koers Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (2017) en het Regioplan Beschermd Wonen (2022). Momenteel is ongeveer 60% van de Wmo-indicaties Beschermd Thuis. Die 60% is gebaseerd op de aangeleverde Wmo-indicaties Beschermd Thuis door de gemeente Utrecht. In het trendscenario voorzien we een verdere stijging naar 75% van de Wmo-indicaties Beschermd Thuis. Deze stijging naar 75% is een aanname.
• Regionale spreiding De meeste BW-plekken bevinden zich in de centrumgemeenten Amersfoort en Utrecht. In dit scenario zetten we in op maximale regionale spreiding, wat betekent dat de BW-plekken evenredig zijn verdeeld (naar inwonertal) over alle gemeenten in de regio’s. We ramen een trendscenario waar enerzijds meer wordt ingezet op regionale spreiding, en anderzijds de ombouw van Beschermd Wonen naar Beschermd
8 Voor gemeente Barneveld geen informatie beschikbaar.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
32
Thuis verder wordt doorgezet. Onderstaande tabel laat de totale BWvraagontwikkeling zien voor de provincie – die gelijk is in de basis- en trendprognose. Tabel 6.2: Prognose BW-indicaties provincie Utrecht (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Provincie Utrecht BW – Wmo BW – Wlz Totaal Bron: Woonzorgweter Companen.
2023 1.810 1.610 3.420
2030 1.930 1.710 3.640
2040 2.010 1.815 3.825
In de tabellen hieronder is te zien hoe de BW-indicaties verdeeld zijn over de gemeenten in de regio’s in het basisscenario en het trendscenario. Tabel 6.3: Basisprognose BW-indicaties per gemeente Regio Amersfoort (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Basisprognose 2023 2030 BW – Wmo: BW – Wmo: BW – Wmo: Beschermd BW – Wmo: Beschermd Intramuraal Thuis BW – Wlz Intramuraal Thuis Amersfoort 166 37 370 180 40 Baarn 6 2 25 5 0 Bunschoten 8 0 0 10 0 Eemnes 1 0 0 0 0 Leusden 20 4 35 20 5 Soest 10 0 45 10 0 Woudenberg 2 1 0 0 0 Nijkerk 9 0 15 10 0 Regio Amersfoort 213/222 44 475/490 225/235 45 (excl. en incl. Nijkerk) Bron: Woonzorgweter Companen.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
BW – Wlz 405 25 0 0 35 45 0 15 510/525
BW – Wmo: Intramuraal 185 5 10 0 20 10 0 10 230/240
2040 BW – Wmo: Beschermd Thuis 40 0 0 0 5 0 0 0 45
BW – Wlz 435 25 0 0 35 50 0 15 545/560
33
Tabel 6.4: Trendprognose BW-indicaties per gemeente Regio Amersfoort (2023 – 2040; afgerond op 5-tal) Trendprognose 2023 2030 BW – Wmo: BW – Wmo: BW – Wmo: Beschermd BW – Wmo: Beschermd Intramuraal Thuis BW – Wlz Intramuraal Thuis Amersfoort 166 37 370 110 60 Baarn 6 2 25 10 5 Bunschoten 8 0 0 10 5 Eemnes 1 0 0 0 0 Leusden 20 4 35 15 10 Soest 10 0 45 15 10 Woudenberg 2 1 0 5 0 Nijkerk 9 0 15 15 5 Regio Amersfoort 213/222 44 475/490 165/180 90/95 (excl. en incl. Nijkerk) Bron: Woonzorgweter Companen. Tabel 6.5: Basisprognose BW-indicaties per gemeente Regio U10 (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Basisprognose 2023 BW – Wmo: BW – Wmo: Beschermd BW – Wmo: Intramuraal Thuis BW – Wlz Intramuraal Bunnik 5 5 0 5 De Bilt 10 20 50 10 De Ronde Venen 5 5 5 5 Houten 25 25 25 25 IJsselstein 10 30 40 10 Lopik 0 5 0 0 Montfoort 5 5 0 5 Nieuwegein 30 65 70 30 Oudewater 5 0 0 5 Stichtse Vecht 30 20 45 30
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
2030 BW – Wmo: Beschermd Thuis 5 20 5 25 30 5 5 70 0 20
BW – Wlz 325 30 15 5 40 60 10 40 485/525
BW – Wlz 0 50 5 25 45 0 0 75 0 45
BW – Wmo: Intramuraal 85 15 10 5 15 25 5 25 160/185
2040 BW – Wmo: Beschermd Thuis 45 5 5 5 10 15 5 15 90/105
BW – Wlz 250 40 35 15 50 75 25 70 490/560
BW – Wmo: Intramuraal 5 10 5 25 10 0 5 35 5 35
2040 BW – Wmo: Beschermd Thuis 10 20 5 25 30 5 5 80 0 25
BW – Wlz 0 50 5 25 45 0 0 80 0 50
34
Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Zeist Regio U10 Bron: Woonzorgweter Companen.
335 15 15 10 30 30 560
615 25 10 5 25 40 900
490 70 25 0 75 170 1.065
360 15 20 10 30 30 590
660 25 15 5 25 40 955
Tabel 6.6: Trendprognose BW-indicaties per gemeente Regio U10 (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Basisprognose 2023 2030 BW – Wmo: BW – Wmo: BW – Wmo: Beschermd BW – Wmo: Beschermd Intramuraal Thuis BW – Wlz Intramuraal Thuis Bunnik 5 5 0 5 10 De Bilt 10 20 50 15 30 De Ronde Venen 5 5 5 10 25 Houten 25 25 25 20 45 IJsselstein 10 30 40 15 30 Lopik 0 5 0 5 10 Montfoort 5 5 0 5 10 Nieuwegein 30 65 70 30 70 Oudewater 5 0 0 5 5 Stichtse Vecht 30 20 45 25 50 Utrecht 335 615 490 260 550 Utrechtse Heuvelrug 15 25 70 20 40 Vijfheerenlanden 15 10 25 20 40 Wijk bij Duurstede 10 5 0 10 15 Woerden 30 25 75 20 45 Zeist 30 40 170 30 60 Regio U10 560 900 1.065 495 1.035 Bron: Woonzorgweter Companen.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
540 70 25 0 75 175 1.130
BW – Wlz 10 50 25 40 40 5 5 80 5 60 485 65 40 10 70 140 1.130
380 15 25 10 30 30 625
695 25 20 5 25 40 1.015
595 70 25 0 75 180 1.200
BW – Wmo: Intramuraal 5 20 20 20 15 5 5 25 5 25 155 20 25 10 20 30 405
2040 BW – Wmo: Beschermd Thuis 20 55 55 65 40 20 15 80 15 80 460 65 75 30 65 85 1.225
BW – Wlz 20 55 55 60 40 20 15 80 15 80 450 60 75 30 65 80 1.200
35
Tabel 6.7: Basisprognose BW-indicaties per gemeente Regio Foodvalley (2023 - 2040; afgerond op 5-tal) Basisprognose 2023 2030 BW – Wmo: BW – Wmo: BW – Wmo: Beschermd BW – Wmo: Beschermd BW – Wmo: Intramuraal Thuis BW – Wlz Intramuraal Thuis BW – Wlz Intramuraal Renswoude 0 0 5 0 0 5 0 Rhenen 0 0 0 0 0 0 0 Veenendaal 70 25 65 70 30 65 70 Totaal 70 25 70 70 30 70 70 Bron: Woonzorgweter Companen. Noot: voor Renswoude en Rhenen geen informatie beschikbaar voor BW – Wmo Intramuraal en Beschermd Thuis.
2040 BW – Wmo: Beschermd Thuis 0 0 30 30
BW – Wlz 5 0 65 70
Voor de gemeenten in de Foodvalley is geen trendscenario opgesteld, omdat er geen werksessie is geweest in deze regio om trends te bespreken die van invloed zijn op de ontwikkeling van de vraag naar Beschermd Wonen plekken.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
36
Het basisscenario en trendscenario geven een bandbreedte waarbinnen de daadwerkelijke behoefte aan BW-plekken zich zal ontwikkelen in de gemeenten in de regio’s. Daarbij moet opgemerkt worden dat het trendscenario op basis van maximale spreiding niet realistisch is. Meer spreiding van BW-plekken zorgt ervoor dat in bijvoorbeeld Amersfoort en Utrecht minder concentratie van kwetsbare groepen plaatsvindt. Tegelijkertijd is een bepaalde schaalgrootte nodig in de andere gemeenten in de regio’s om meer plekken voor Beschermd Wonen te realiseren. Daarnaast is spreiding ook afhankelijk van de voorzieningen die er zijn in een gemeente en of de omgeving prikkelarm is. Sommige mensen in Beschermd Wonen hebben baat bij een prikkelarme omgeving, voor anderen is dit minder relevant.
6.3 Aanbodinventarisatie Companen heeft onder zorgaanbieders een inventarisatie gedaan naar het aanbod aan plekken intramuraal Beschermd Wonen9. Niet alle zorgaanbieders hebben de aanbodinventarisatie ingevuld, waardoor er geen compleet beeld is van het aantal plekken intramuraal Beschermd Wonen in de provincie Utrecht. Voor gemeenten waar dit aanbod wel compleet is (bijvoorbeeld op basis van eerder onderzoek), staat het aanbod op de fact sheets. Zorgaanbieders die de inventarisatie hebben ingevuld, hebben aangegeven waar hun locaties zitten. Deze locaties staan weergegeven op de interactieve kaart.
9
Plekken Beschermd Thuis zijn niet geïnventariseerd. Voor zorgaanbieders die veel met Beschermd Thuis en verschillende financieringsstromen werken is het lastig om vaste locaties te noemen. Het aanbod en waar dit geleverd wordt is afhankelijk van de woningen die beschikbaar
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
6.4 Uitstroom vanuit Beschermd Wonen Intramuraal Beschermd Wonen Wmo is in principe bedoeld als tijdelijke voorziening. De bedoeling is dat mensen op enig moment uitstromen naar een woonplek waar ze zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. Om een inschatting te kunnen maken van het totale aantal mensen dat vanuit Intramuraal Beschermd Wonen Wmo uitstroomt en een beroep doet op woonruimte in de provincie Utrecht, hanteren we de volgende uitgangspunten/aannames: • Centrumgemeente Utrecht heeft cijfers aangeleverd over de uitstroom op basis van de herkomstgemeente: dit is de laatste gemeente waar iemand stond ingeschreven vóór instroom in Beschermd Wonen. De uitstroom is dus niet hetzelfde als de gemeente waar iemand daadwerkelijk naar is uitgestroomd, maar is bedoeld als inschatting van de uitstroom per gemeente op basis van het principe “instroom = uitstroom”. Dit principe houdt in dat iemand uitstroomt naar de gemeente waar diegene stond ingeschreven voor instroom in Beschermd Wonen en zorgt daarmee voor meer spreiding over gemeenten. Voor de huidige uitstroom hebben we het gemiddelde gepakt van 2021 en 2022. • Centrumgemeente Amersfoort heeft geen zicht op de uitstroom.
Daarom is een inschatting gemaakt van het aantal uitstromers per gemeente in de regio op basis van het aantal mensen met een Intramuraal Beschermd Wonen Wmo- indicatie en de gemiddelde verblijfsduur. In 2022 is voor de gemeente Amersfoort het onderzoek ‘Landschapsschets Wonen en Zorg’ uitgevoerd. Toen is rekening gehouden met een gemiddelde verblijfsduur
worden gesteld door corporaties, de plek waar mensen (gaan) wonen en de aanmeldingen die binnenkomen.
37
van 14,5 maand voor een Intramuraal Beschermd Wonen (Wmo). We hebben deze gemiddelde verblijfsduur aangehouden om de uitstroom in deze rapportage te berekenen. De mensen met een Beschermd Thuis indicatie wonen al zelfstandig en BW voor de Wlz-groep is in principe niet bedoeld als tijdelijke voorziening, en daarom niet gericht op uitstroom. Het komt slechts een enkele keer voor dat iemand uitstroomt vanuit BW-Wlz richting zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. • Voor de uitstroom in de regio Foodvalley is gebruik gemaakt van de gemiddelde verblijfsduur (27,5 maand) Intramuraal Beschermd Wonen (Wmo) in Veenendaal op basis van lokaal onderzoek (Companen, 2024). • De uitstroom in 2040 in het basis- en trendscenario is gebaseerd op het aantal Intramuraal Beschermd Wonen Wmo-indicaties zoals geschat in 2040. In het trendscenario komt de uitstroom lager uit door de inzet op Beschermd Thuis. De tabel hieronder laat een inschatting zien van de huidige jaarlijkse uitstroom en de toekomstige jaarlijkse uitstroom op basis van het basisscenario en het trendscenario. Tabel 6.8: Prognose jaarlijkse totale uitstroom provincie Utrecht (2023 - 2040; afgerond op 5-tal)* Huidige Uitstroom 2040 Uitstroom 2040 uitstroom basisscenario trendscenario Regio Amersfoort 180/185 190/200 135/155 (excl. en incl.
Nijkerk) Regio U10 460 510 330 Renswoude, Rhenen, 30 30 30 Veenendaal Totaal provincie 670 730 495 Utrecht Bron: Woonzorgweter Companen.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Noot: voor Renswoude en Rhenen geen informatie beschikbaar. Voor Veenendaal is de toekomstige uitstroom in het trendscenario gelijk gehouden aan die van het basisscenario.
Momenteel stromen er jaarlijks ongeveer 670 mensen uit vanuit Beschermd Wonen in de provincie Utrecht. In het basisscenario – waarin de huidige situatie demografisch wordt doorgerekend richting de toekomst – neemt de uitstroom toe naar 730 in 2040. In het trendscenario – waarin wordt ingezet op regionale spreiding en meer Beschermd Thuis – komt de uitstroom lager uit op zo’n 495. Een lagere uitstroom betekent echter een hogere instroom in instroomwoningen. Ondanks uitvragen bij verschillende partijen (Beter Wonen, Tussenvoorziening, Het Vierde Huis en gemeente Utrecht) is het niet gelukt om de huidige en toekomstige behoefte aan instroomwoningen in beeld te brengen. Hier gaan we nader op in op pagina 53. Hoe de uitstroom verdeeld is over de gemeenten is te zien in onderstaande tabellen. Tabel 6.9: Inschatting jaarlijkse totale uitstroom per gemeente, Regio Amersfoort (2023 - 2040) Gemeente Huidige Uitstroom 2040 Uitstroom 2040 uitstroom basisscenario trendscenario Amersfoort 137 153 70 Baarn 5 4 12 Bunschoten 7 8 8 Eemnes 1 0 4 Leusden 17 17 12 Soest 8 8 21 Woudenberg 2 0 4 Nijkerk 7 8 21 Regio Amersfoort 177/184 191/199 132/153 (excl. en incl. Nijkerk) Bron: Woonzorgweter Companen.
38
Tabel 6.10: Inschatting jaarlijkse totale uitstroom per gemeente, Regio U10 (2023 - 2040) Gemeente Huidige Uitstroom 2040 Uitstroom 2040 uitstroom basisscenario trendscenario Bunnik 4 6 4 De Bilt 8 8 16 De Ronde Venen 4 4 16 Houten 20 20 16 IJsselstein 14 14 15 Lopik 0 0 4 Montfoort 4 4 4 Nieuwegein 25 30 20 Oudewater 4 4 4 Stichtse Vecht 25 28 20 Utrecht 275 310 127 Utrechtse Heuvelrug 12 11 16 Vijfheerenlanden 12 20 20 Wijk bij Duurstede 8 8 8 Woerden 25 25 16 Zeist 25 25 25 Regio U10 465 517 333 Bron: Woonzorgweter Companen.
Uitstroom naar zelfstandige woonruimte
werksessie), maar daar is geen feedback op gekomen. Daarom gaan we er voor de Regio U10 ook vanuit dat 35% uitstroomt naar zelfstandige woonruimte. Tabel 6.11: Prognose jaarlijkse uitstroom naar zelfstandige woonruimte provincie Utrecht (2023 - 2040; afgerond op 5-tal)* Huidige Uitstroom 2040 Uitstroom 2040 uitstroom basisscenario trendscenario Regio Amersfoort 60/65 65/70 50/55 (excl. en incl. Nijkerk) Regio U10 160 180 115 Renswoude, Rhenen, 10 10 10 Veenendaal Totaal provincie 230 255 175 Utrecht Bron: Woonzorgweter Companen. Noot: voor Renswoude en Rhenen geen informatie beschikbaar. Voor Veenendaal is de toekomstige uitstroom in het trendscenario gelijk gehouden aan die van het basisscenario.
Er zijn zo’n 230 uitstromers die jaarlijks behoefte hebben aan zelfstandige woonruimte na een verblijf in Beschermd Wonen in de provincie Utrecht. Richting 2040 zal deze behoefte uitkomen tussen de 175 (trendscenario) en 255 (basisscenario). Hoe de behoefte aan zelfstandige woonruimte verdeeld is over de gemeenten is te zien in onderstaande tabellen.
Niet iedereen die uitstroomt doet een beroep op zelfstandige woonruimte. In het onderzoek ‘Landsschapschets Wonen en Zorg (2022) voor de gemeente Amersfoort is aan zorgaanbieders Beschermd Wonen gevraagd waar cliënten na een verblijf in Beschermd Wonen Wmo terecht komen voor hun vervolgstap. Hieruit bleek dat een derde (35%) uitstroomt naar zelfstandige woonruimte (al dan niet met ambulante begeleiding). In de Regio U10 hebben wij deze aanname getoetst (in de werksessie en in het verslag van de
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
39
Tabel 6.12: Inschatting jaarlijkse uitstroom naar zelfstandige woonruimte per gemeente, Regio Amersfoort (2023 - 2040) Gemeente Huidige Uitstroom 2040 Uitstroom 2040 uitstroom basisscenario trendscenario Amersfoort 48 54 25 Baarn 2 1 4 Bunschoten 2 3 3 Eemnes 0 0 1 Leusden 6 6 4 Soest 3 3 7 Woudenberg 1 0 1 Nijkerk 3 3 7 Regio Amersfoort 62/65 67/70 45/52 (excl. en incl. Nijkerk) Bron: Woonzorgweter Companen. Tabel 6.13: Inschatting jaarlijkse uitstroom naar zelfstandige woonruimte per gemeente, Regio U10 (2023 - 2040) Gemeente Huidige Uitstroom 2040 Uitstroom 2040 uitstroom basisscenario trendscenario Bunnik 3 5 2 De Bilt 3 3 6 De Ronde Venen 1 1 6 Houten 7 7 6 IJsselstein 5 5 5 Lopik 0 0 1 Montfoort 1 1 1 Nieuwegein 9 10 7 Oudewater 1 1 1 Stichtse Vecht 9 10 7 Utrecht 96 108 44 Utrechtse Heuvelrug 4 4 6 Vijfheerenlanden 5 7 7
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Wijk bij Duurstede Woerden Zeist Regio U10 Bron: Woonzorgweter Companen.
3 9 9 163
3 9 9 183
3 6 9 118
Uitstroom naar tussenvorm Uit het onderzoek ‘Landsschapschets Wonen en Zorg (2022) bleek dat zo’n 25% uitstroomt naar een tussenvorm. Deze aanname is getoetst in de werksessies in de regio’s Amersfoort en U10. De tabel hieronder laat zien dat in regio Amersfoort zo’n 35 uitstromers en in regio U10 220 uitstromers een beroep doen op een tussenvorm. Hoe dit verdeeld is over de gemeenten is te vinden in de fact sheets. Tabel 6.14: Inschatting huidige uitstroom naar tussenvorm provincie Utrecht (afgerond op 5-tal) Huidige Uitstroom 2040 Uitstroom 2040 uitstroom basisscenario trendscenario Regio Amersfoort 45/45 50/50 35/40 (excl. en incl. Nijkerk) Regio U10 115 130 85 Renswoude, Rhenen, 10 10 10 Veenendaal Totaal provincie 170 190 130 Utrecht Bron: Woonzorgweter Companen. Noot: voor Renswoude en Rhenen geen informatie beschikbaar. Voor Veenendaal is de toekomstige uitstroom in het trendscenario gelijk gehouden aan die van het basisscenario.
40
7 Kwetsbare jongeren We gaan in op de vraag naar woonruimte voor jongvolwassenen die na een verblijf in een jeugdzorginstelling of pleeggezin kunnen uitstromen naar vervolghuisvesting.
7.1 Doelgroep en context Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten: een deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar, maar soms wordt deze verlengd; dit duurt maximaal 5 jaar, tot de jongere 23 jaar is. Jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdzorg verblijven. Een deel van de jongeren die uitstromen uit een verblijfssetting heeft na die tijd nog behoefte aan (ambulante) ondersteuning. Jongeren met een ondersteuningsbehoefte geven aan dat meer zelfstandigheid en vrijheid om hun eigen leven te leiden voor hen de belangrijkste redenen vormen om op zichzelf te willen wonen. Daarin verschillen zij niet van hun leeftijdsgenoten. Om deze stap in hun wooncarrière te kunnen zetten zijn er (extra) inspanningen nodig. Met name financiën en vaardigheden (vaak huishoudelijk van aard) zijn belangrijke ‘struikelblokken’ op weg naar zelfstandig wonen. Het inkomen van deze jongvolwassenen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Ze komen
10
meestal niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering, maar komen ook niet makkelijk aan het werk. Jongeren die nog een opleiding volgen, moeten rondkomen van een stagevergoeding (BBL), een tegemoetkoming in de studiekosten (bijvoorbeeld HAVO), studiefinanciering (MBO/HBO/WO) en een eventuele bijbaan. Naast de beperkte financiële mogelijkheden is een knelpunt dat het woningaanbod voor jongeren beperkt is. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en de inschrijftijd van jongeren is per definitie erg kort, aangezien zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven bij een corporatie. Daar bovenop komt de huidige krapte op de woningmarkt. Hierdoor kunnen jongeren vanuit jeugdzorg met verblijf moeilijk uitstromen naar zelfstandige woonruimte.
Jongeren in jeugdzorg met verblijf Om een inschatting te kunnen maken van de vraag naar plekken voor jeugdzorg met verblijf is gekeken naar de beschikkingen Jeugdzorg per 1 januari 2023 (CBS Jeugdmonitor), uitgesplitst naar de woonvormen pleegzorg, gezinsgericht (gezinshuizen, zorgboerderijen) en ander verblijf bij JH-aanbieder10. Op die peildatum maakten ongeveer 2.585 jongeren in de provincie gebruik van een vorm van jeugdzorg met verblijf (tabel 6.1).
7.2 Uitstroom vanuit Jeugdzorg met verblijf Voor het grootste deel gaat het binnen de jeugdzorg met verblijf om zorg aan relatief jonge kinderen. Voor hen is een vraag naar eigen woonruimte voorlopig niet aan de orde. In dit onderzoek richten we ons op de kwetsbare jongeren
De jongere verblijft op de accommodatie van de jeugdhulpaanbieder, veelal in een groep met andere jongeren. Het betreft alle vormen van verblijf die niet onder één van de voorgaande categorieën vallen.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
41
van 15 tot 17 jaar in jeugdzorg met verblijf. Deze groep zit tegen de leeftijdsgrens van jeugdzorg aan en zal daarom in de komende jaren een stap op de woningmarkt (willen) zetten. Begin 2023 gaat dit voor de provincie Utrecht om zo’n 890 jongeren. Voor de berekening van de verwachte uitstroom nemen we het gemiddelde aantal van de 15 tot 17-jarigen. We schatten in dat er jaarlijks zo’n 295 jongeren uitstromen. Een deel van de jongeren die uitstromen uit jeugdzorg kan direct zelfstandig gaan wonen, anderen hebben eerst behoefte aan een ‘tussenvorm’ in de vorm van geclusterd wonen met begeleiding (bijvoorbeeld kamertraining) of scheiden wonen en zorg (bijvoorbeeld in de vorm van een tiny house in de nabijheid van het gezinshuis waar de jongere eerst woonde). Er is ook een groep met een intensievere zorgvraag die doorstroomt richting Beschermd Wonen (Wmo of Wlz). We hebben aannames geformuleerd voor de uitstroomrichting (bijlage 3). Op basis van het onderzoek ‘Landschapsschets Wonen en Zorg’ van de gemeente Amersfoort (2022) gaan we ervan uit dat in de regio Amersfoort en Foodvalley 55% uitstroomt naar zelfstandige woonruimte (al dan niet met ambulante begeleiding). Voor de regio U10 gaan we uit van een uitstroom van 45% richting zelfstandige woonruimte op basis van het onderzoek ‘Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen’ van de gemeente Utrecht (2021).
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers) vallen onder de taakstelling en worden nader toegelicht op in hoofstuk 14 en zijn in de totale uitstroom van jeugd benoemd in de fact sheets.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Tabel 7.1: Aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf en inschatting jaarlijkse uitstroom per gemeente, afgerond op 5-tal
Gemeente Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes* Leusden Soest Woudenberg Barneveld Nijkerk Totaal Regio Amersfoort (excl./incl. Barneveld en Nijkerk) Bunnik De Bilt De Ronden Venen Houten Ijsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Zeist Totaal Regio U10 Renswoude Rhenen Veenendaal Provincie Utrecht
Totaal in jeugdzorg met verblijf 370 55 45 5 70 90 50 185 100 685/970
Waarvan 15-17 jaar 125 20 15 5 25 35 15 65 30 260/350
Jaarlijkse uitstroom 40 5 5 0 10 10 5 25 10 85/120
20 115 55 100 40 35 20 130 10 165 450 105 115 50 90 160 1.660 10 35 195 2.585
5 40 15 30 15 10 5 45 5 55 160 35 35 15 30 55 565 5 5 55 890
0 15 5 10 5 5 0 15 0 20 55 10 10 5 10 20 190 0 0 20 295 42
Bron: CBS Jeugdmonitor (2022), bewerking Companen. * Cijfers jeugdzorg met verblijf aangeleverd door gemeente Eemnes (2024)
Bij een gelijkblijvende omvang van de groep jongeren in jeugdzorg met verblijf en dus een jaarlijkse totale uitstroom van 295 personen in de provincie, betekent dit dat ongeveer 140 jongeren behoefte hebben aan zelfstandige woonruimte (regio Amersfoort: 45; regio U10: 85). Voor woondeal regio Amersfoort (incl. barneveld en Nijkerk) is er een jaarlijkse behoefte aan 65 zelfstandige woonruimtes. Tabel 7.2: Inschatting jaarlijkse uitstroom naar zelfstandig wonen vanuit jeugdzorg met verblijf, afgerond op 5-tal Jaarlijkse behoefte aan zelfstandige woonruimte Regio Amersfoort (excl. en incl. Barneveld 45 / 65 en Nijkerk) Regio U10 85 Renswoude, Rhenen, Veenendaal 10 Totaal provincie Utrecht 140 Bron: Woonzorgweter Companen.
Naast de uitstroom naar zelfstandige woonruimte zijn er ook uitstromers die nog niet klaar zijn voor volledige zelfstandigheid. Ongeveer 30% van de uitstromende jongeren uit jeugdzorg met verblijf zijn gebaat bij een tussenvorm, zoals kamertraining of geclusterd wonen met begeleiding, om zich voor te bereiden op de toekomstige stap naar een zelfstandige woonruimte. In totaal omvat dit jaarlijks ongeveer 90 jongeren in de provincie (regio Amersfoort: 25; regio U10: 55). Voor woondeal regio Amersfoort (incl. Barneveld en Nijkerk) is er een jaarlijkse behoefte van 35 plekken in een tussenvorm.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Tabel 7.3: Inschatting jaarlijkse uitstroom naar tussenvorm vanuit jeugdzorg met verblijf, afgerond op 5-tal Gemeente Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes* Leusden Soest Woudenberg Barneveld Nijkerk Totaal Regio Amersfoort (excl./incl. Barneveld en Nijkerk) Bunnik De Bilt De Ronden Venen Houten Ijsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Zeist Totaal Regio U10 Renswoude Rhenen Veenendaal Provincie Utrecht
Totale behoefte aan een tussenvorm 15 0 0 0 5 5 0 10 5 25/35 0 5 0 5 0 0 0 5 0 5 15 5 5 0 5 5 55 0 0 5 90
43
Bron: CBS Jeugdmonitor (2022), bewerking Companen. * Cijfers jeugdzorg met verblijf aangeleverd door gemeente Eemnes (2024)
7.3 Kwetsbare jongeren met begeleid wonen In Nederland bestaat een significante groep kwetsbare jongeren en jongvolwassenen met een dringende behoefte aan huisvesting, soms gecombineerd met een zorgvraag. Deze behoefte is niet alleen afkomstig van jongeren die uitstromen uit instellingen of die begeleiding ontvangen, maar ook van jongeren die direct uit hun ouderlijk huis of vanuit een situatie van dakof thuisloosheid komen met zelfredzaamheidproblemen. Daarnaast signaleren buurtteams een urgente woningbehoefte onder jongeren met schoolproblematiek, waarbij een geschikte woonoplossing preventief kan werken tegen schooluitval, dakloosheid of de noodzaak voor zwaardere zorg. De beschikbare woonvormen – zoals kamertraining, kortdurend begeleid wonen, opstartplekken of crisisopvang jongeren – bieden korte, intensieve ondersteuningstrajecten met een pedagogisch ontwikkelaccent binnen een groeps- of individuele setting. Echter, de capaciteit van deze vormen is beperkt, vooral voor jongvolwassenen boven de 18 jaar. Daarnaast bieden sommige instellingen, zoals Reinaerde, geen kamertraining meer aan buiten de Wet langdurige zorg (Wlz) vanwege de financiële en organisatorische uitdagingen.
zelfredzaamheid en woonvaardigheden. De doelstelling is om het aantal jongeren in dergelijke begeleide woonvormen zo beperkt mogelijk te houden, met het oog op het bevorderen van zelfstandigheid en het voorkomen van afhankelijkheid van langdurige zorg. De behoefte aan begeleid wonen voor jongeren/jongvolwassenen in de regio’s varieert van zo’n 95 tot 165 benodigde plekken in gemeente Amersfoort.11 In de gemeente Utrecht komt deze tussenvorm uit op ongeveer 135 benodigde plekken per jaar.12
Tussenvormen van wonen bieden een oplossing voor jongeren die een overgangsfase nodig hebben naar zelfstandige woonruimte. Deze vormen van begeleid wonen bieden een zelfstandige woonomgeving met beperkte tot intensieve ambulante ondersteuning, waar jongeren kunnen werken aan hun 11
Landschapsschets Wonen en zorg (2022). Bandbreedte op basis van ambitiescenario (95 plekken kortdurend begeleid wonen en kamertraining) en alternatief scenario (165 plekken kortdurend begeleid wonen en kamertraining).
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
12
Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen (2021)
44
8 Uitstroom Maatschappelijke Opvang Mensen die dakloos zijn of raken, kunnen een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang. Het gaat om mensen die om uiteenlopende redenen dakloos zijn geraakt. Vaak is er sprake van een opeenstapeling van (psychische) problemen, schulden en/of verslaving. Daarnaast is er een groeiende groep 'economische daklozen': mensen die na een scheiding of faillissement de huidige woning niet meer kunnen betalen, maar ook niet terecht kunnen op de huidige woningmarkt omdat de huren te hoog zijn. Maatschappelijke Opvang is per definitie tijdelijk: het is altijd de bedoeling dat mensen die hier verblijven, op enig moment weer zelfstandig gaan wonen. Mensen voor wie dit niet haalbaar blijkt, stromen soms door naar Beschermd Wonen of een tussenvorm.
Totale uitstroom vanuit de Maatschappelijke Opvang De verantwoordelijkheid voor het bieden van Maatschappelijke Opvang is belegd bij centrumgemeenten. In de provincie Utrecht vervullen de gemeenten Amersfoort en Utrecht deze taak. Beide gemeenten hebben cijfers beschikbaar om een inschatting te maken van het huidige aantal uitstromers (per gemeente). • De gemeente Amersfoort heeft uitstroomcijfers aangeleverd per gemeente in de regio voor de jaren 2021 en 2022. We hebben de gemiddelde uitstroom berekend op basis van 2021 en 2022. Deze uitstroomcijfers per gemeente zijn echter een onderschatting, aangezien van 50% van de uitstromers (80 uitstromers) niet bekend is in welke gemeente zij uitstromen. Om een betere inschatting te maken van het aantal uitstromers
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
per gemeente, hebben we de 80 uitstromers verdeeld over de gemeenten naar rato van inwonertal. • De gemeente Utrecht heeft voor 2022 en 2023 het aantal beëindigde trajecten bij Stadsteam Back Up aangeleverd (respectievelijk 1.191 en 1.006; gemiddeld 1.100). Deze aantallen geven enig zicht op de omvang van de uitstroom in de regio U10. Het is niet bekend hoe deze aantallen verdeeld zijn over de regio. Tabel 8.1: Inschatting totale jaarlijkse uitstroom provincie Utrecht (afgerond op 5-tal) Huidige uitstroom Regio Amersfoort 165 Amersfoort 97 Baarn 7 Bunschoten 6 Eemnes 2 Leusden 8 Soest 12 Woudenberg 3 Overige gemeenten 29 Regio U10 1.100 Totaal provincie Utrecht 1.265 Bron: gemeente Amersfoort en gemeente Utrecht (2024) Noot: geen gegevens bekend voor Barneveld, Nijkerk, Renswoude, Rhenen en Veenendaal
Omdat de Maatschappelijke Opvang vooral gevestigd is in de gemeenten Utrecht en Amersfoort, stromen veel mensen na een verblijf in de Maatschappelijke Opvang ook uit in deze gemeenten. In de regio’s zijn al afspraken gemaakt om de uitstroom na Maatschappelijke Opvang evenrediger te verdelen. Daarom laten de tabellen hieronder zien hoe de jaarlijkse
45
uitstroom er per gemeente uit zou zien wanneer uitstromers meer evenredig verdeeld zijn over de gemeenten (naar rato van inwonertal). Tabel 8.2: Inschatting totale uitstroom per gemeente regio Amersfoort, naar inwonertal Gemeente Toekomstige uitstroom obv inwonertal Amersfoort 84 Baarn 13 Bunschoten 12 Eemnes 5 Leusden 16 Soest 25 Woudenberg 8 Regio Amersfoort 163 Bron: gemeente Amersfoort, bewerking Companen (2024) Tabel 8.3: Inschatting totale uitstroom per gemeente regio U10, naar inwonertal Gemeente Toekomstige uitstroom obv inwonertal Bunnik 18 De Bilt 49 De Ronde Venen 51 Houten 57 IJsselstein 37 Lopik 16 Montfoort 16 Nieuwegein 73 Oudewater 11 Stichtse Vecht 74 Utrecht 412 Utrechtse Heuvelrug 56 Vijfheerenlanden 67 Wijk bij Duurstede 27
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Woerden Zeist Regio U10 Bron: gemeente Utrecht, bewerking Companen (2024)
60 75 1.100
Uitstroom naar zelfstandige woonruimte Zoals eerder genoemd kunnen niet alle uitstromers na een verblijf in de Maatschappelijke Opvang (direct) zelfstandig wonen. In het onderzoek ‘Landsschapschets Wonen en Zorg (2022) voor de gemeente Amersfoort is aan zorgaanbieders Maatschappelijke Opvang gevraagd wat de uitstroomrichting is van uitstromers. Hieruit bleek dat bijna een derde (30%) uitstroomt naar zelfstandige woonruimte (al dan niet met ambulante begeleiding). Aangezien de gemeente Utrecht geen zicht heeft op de uitstroomrichting, hanteren we dezelfde aanname van 30% uitstroom naar zelfstandige woonruimte. Tabel 8.4: Inschatting huidige uitstroom naar zelfstandige woonruimte provincie Utrecht (afgerond op 5-tal) Huidige uitstroom naar zelfstandige woonruimte Regio Amersfoort 50 Amersfoort 29 Baarn 2 Bunschoten 2 Eemnes 1 Leusden 2 Soest 3 Woudenberg 1 Overige gemeenten 9 Regio U10 330 Totaal provincie Utrecht 380 Bron: Companen (2024) Noot: geen gegevens bekend voor Barneveld, Nijkerk, Renswoude, Rhenen en Veenendaal
46
Er zijn zo’n 380 uitstromers die jaarlijks behoefte hebben aan zelfstandige woonruimte na een verblijf in de Maatschappelijke Opvang in de provincie Utrecht. De tabellen hieronder laten zien hoe de behoefte aan zelfstandige woonruimte er per gemeente uit zou zien wanneer uitstromers meer evenredig verdeeld zijn over de gemeenten (naar rato van inwonertal). Tabel 8.5: Inschatting uitstroom naar zelfstandige woonruimte per gemeente naar inwonertal, regio Amersfoort Gemeente Toekomstige uitstroom naar zelfstandige woonruimte obv inwonertal Amersfoort 25 Baarn 4 Bunschoten 4 Eemnes 2 Leusden 5 Soest 7 Woudenberg 2 Regio Amersfoort 49 Bron: Companen (2024)
Tabel 8.6: Inschatting uitstroom naar zelfstandige woonruimte per gemeente naar inwonertal, regio U10 Gemeente Toekomstige uitstroom naar zelfstandige woonruimte obv inwonertal Bunnik 5 De Bilt 15 De Ronde Venen 15 Houten 17 IJsselstein 11 Lopik 5 Montfoort 5 Nieuwegein 22 Oudewater 3 Stichtse Vecht 22 Utrecht 123 Utrechtse Heuvelrug 17 Vijfheerenlanden 20 Wijk bij Duurstede 8 Woerden 18 Zeist 22 Regio U10 330 Bron: Companen (2024)
Uitstroom naar tussenvormen Uit het onderzoek ‘Landsschapschets Wonen en Zorg (2022) bleek dat zo’n 20% uitstroomt naar een tussenvorm, zoals langdurig begeleid wonen 13 of doorstroomwoningen14. Aangezien de gemeente Utrecht geen zicht heeft op de uitstroomrichting, hanteren we dezelfde aanname van 20% uitstroom naar een tussenvorm. De tabel hieronder laat zien dat in regio Amersfoort zo’n 35 13 In de Regio Amersfoort gaat dit om plekken met begeleiding van ex dak- en thuislozen die
14 Dit gaat om doorstroomwoningen voor mensen die uitstromen vanuit de dag- en nachtopvang
instromen vanuit de dag- en nachtopvang met multiproblematiek.
met een lichte begeleidingsvraag.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
47
uitstromers en in regio U10 220 uitstromers een beroep doen op een tussenvorm. Hoe dit verdeeld is over de gemeenten is te vinden in de fact sheets. Tabel 8.7: Inschatting huidige uitstroom naar tussenvorm provincie Utrecht (afgerond op 5-tal) Huidige uitstroom naar tussenvorm Regio Amersfoort 35 Regio U10 220 Totaal provincie Utrecht 355 Bron: Companen (2024) Noot: geen gegevens bekend voor Barneveld, Nijkerk, Renswoude, Rhenen en Veenendaal
Naast uitstromers uit de Maatschappelijke Opvang, zijn er ook (dreigend) daken thuislozen die een beroep kunnen doen op een tussenvorm. Zoals kortdurend begeleid wonen en crisisopvang gezinnen in Regio Amersfoort: een tussenvorm voor gezinnen die geen woning (meer) hebben, maar wel hulpvragen hebben en openstaan voor begeleiding. In regio Amersfoort gaat dit om 18 plekken.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
48
9 Uitstroom Vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel Slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel kunnen in Nederland op verschillende plekken hulp vragen. Vaak is ambulante hulp voldoende, maar soms is de situatie te onveilig dat iemand (tijdelijk) niet thuis kan blijven. Vrouwen kunnen dan terecht in de vrouwenopvang. Tabel 9.1: Aantal plekken vrouwenopvang en jaarlijkse uitstroom Regio Zorgaanbieder Aantal plekken Jaarlijkse behoefte aan uitstroomwoning Regio Amersfoort Kwintes 17 17 Regio U10 Moviera 30 50 Totaal provincie 47 67 Utrecht Bron: Regio U10 = informatie ontvangen van Moviera (2024); Regio Amersfoort = Landschapsschets Wonen en Zorg (2022) Noot: geen gegevens bekend voor regio Foodvalley
In de provincie Utrecht zijn 47 plekken langdurende vrouwenopvang: 17 plekken in regio Amersfoort en 30 plekken in regio U10. Het merendeel van de cliënten komt uit de eigen regio, maar ook een deel van elders. Soms is de situatie namelijk zo onveilig dat vrouwen niet in de eigen gemeente of regio kunnen verblijven, dan hebben zij recht op hulp en opvang in een andere regio (‘bovenregionale plaatsing’). De regio’s Amersfoort en U10 vangen dus ook een aantal cliënten op van buiten de regio. Andersom geldt dit net zo: andere regio’s vangen cliënten op uit Amersfoort en U10.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Jaarlijks verblijven op de 47 plekken langdurende vrouwenopvang zo’n 67 vrouwen met kinderen voor wie urgentie wordt aangevraagd. In de regio U10 bestaat de contingent afspraak dat er jaarlijks 50 woningen zijn voor uitstromers uit de vrouwenopvang. Moviera geeft aan dat de opvang constant vol zit en dat deze woningen ook echt nodig waren de afgelopen jaren – en dus ook nodig zijn in de komende jaren. In de regio Amersfoort is er behoefte aan zo’n 17 uitstroomwoningen per jaar. In totaal komt dit uit op een jaarlijkse behoefte aan 67 uitstroomwoningen in de provincie Utrecht. Naast deze uitstroom naar zelfstandige woonruimte, biedt regio Amersfoort ook de tussenvorm begeleid wonen jonge moeders aan: dit gaat om 10 plekken waarbij jonge moeders tot 23 jaar begeleiding en woonruimte ontvangen – als tussenstap voor de uitstroom naar een zelfstandige woonplek.
Woonwensen Woning Wat betreft type uitstroomwoning kan het grootste deel van de uitstromende vrouwen en kinderen uit de voeten met een 1 á 2 kamerwoning. Een paar keer per jaar gaat het om een groot gezin en dan is er behoefte aan een grotere uitstroomwoning. Uitstromers doen vooral een beroep op het goedkope aanbod in de sociale huur (onder de eerste aftoppingsgrens). Ondersteuning Na uitstroom uit de vrouwenopvang krijgen vrouwen maximaal 2 jaar ambulante ondersteuning. Deze ondersteuning loopt uiteen: het leren van de Nederlandse taal of vaardigheden, sociale en emotionele steun bieden, ondersteunen op weg naar zelfredzaamheid, helpen bij het aangaan van (nieuwe) sociale contacten, etc.
49
10 Uitstroom detentie en forensische zorg Een verblijf in een penitentiaire inrichting is een ingrijpende gebeurtenis. Deze tijdelijke onttrekking aan de samenleving kan ervoor zorgen dat mensen hun huis kwijtraken. Personen die langer dan drie maanden in detentie hebben gezeten, kunnen bij uitstroom een beroep doen op urgentie voor een sociale huurwoning.
Detentie In de voorgenomen wet Versterking regie op de volkshuisvesting worden gedetineerden bij een detentie van 3 maanden of langer als urgent beschouwd. Om de jaarlijkse omvang van de groep uitstromers die langer dan drie maanden in detentie hebben gezeten te schatten, is gebruik gemaakt van data van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Alleen voor gemeenten met meer dan 20 uitstromers is de detentieduur per gedetineerde bekend van 2017 tot en met 2021. Voor deze gemeenten hebben we het gemiddeld aantal uitstromers met een detentieduur van 3 maanden of langer berekend over de periode 20172021. Voor de provincie Utrecht komt deze berekening uit op jaarlijks zo’n 335 uitstromers met een detentieduur van langer dan drie maanden (tabel 10.1). Het werkelijke aantal zal iets hoger liggen, ervan uitgaande dat in gemeenten met minder dan 20 uitstromers ook enkele uitstromers langer dan 3 maanden in detentie hebben gezeten.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Tabel 10.1: Inschatting jaarlijks aantal uitstromers met een detentieduur van 3 maanden of langer en uitstromers naar zelfstandige woonruimte (afgerond op 5-tal) Gemiddeld aantal Inschatting behoefte uitstromers met aan zelfstandige detentieduur van 3+ woonruimte maanden Regio Amersfoort (excl. en 55 / 60 11 tot 20 / 12 tot 22 incl. Barneveld) Amersfoort 39 8 tot 14 Baarn 8 2 tot 3 Soest 7 1 tot 3 Barneveld 6 1 tot 2 Regio U10 265 52 tot 90 De Bilt 6 1 tot 2 De Ronde Venen 8 2 tot 3 Houten 4 1 IJsselstein 7 1 tot 2 Nieuwegein 21 4 tot 7 Stichtse Vecht 11 2 tot 4 Utrecht 163 33 tot 57 Utrechtse Heuvelrug 7 1 tot 2 Vijfheerenlanden 9 2 tot 3 Woerden 7 1 tot 2 Zeist 20 4 tot 7 Renswoude, Rhenen, 15 3 tot 5 Veenendaal Veenendaal 15 3 tot 5 Totaal provincie Utrecht 335 65 tot 115 Bron: DJI uitstroomcijfers (2017-2021) Noot: Alleen voor gemeenten met meer dan 20 uitstromers is bekend hoeveel gedetineerden een detentieduur van 3+maanden hebben.
50
Deze 335 uitstromers kunnen een beroep doen op urgentie voor een sociale huurwoning. In de praktijk zal slechts een deel hiervan gebruik maken, omdat uitstromers ook kunnen terugkeren naar hun eigen woning of intrekken bij een naaste, of uitstromen naar een MOBW (Maatschappelijke Opvang; Beschermd Wonen) voorziening. Welk deel van de 335 uitstromers daadwerkelijk een beroep doet op urgentie is onbekend. Landelijk stroomt zo’n 20% tot 35% uit naar een zelfstandige sociale huurwoning. Wanneer we deze percentages ook hanteren voor provincie Utrecht, komen we tot de inschatting dat zo’n 65 tot 115 uitstromers die een beroep doen op een zelfstandige sociale huurwoning. In de fact sheets is het gemiddelde (27,5%) gehanteerd om een inschatting te maken van het aantal ex-gedetineerden dat jaarlijks een beroep zal doen op een sociale huurwoning.
Forensische zorg Personen die uitstromen uit forensische zorg stromen veelal uit naar forensisch beschermd wonen, en soms direct naar reguliere huisvesting. Forensisch beschermd wonen is een verblijfsvoorziening met persoonlijke zorg en ondersteunende begeleiding in een beschermde woonomgeving. Wanneer cliënten (direct of vanuit forensisch beschermd wonen) uitstromen naar reguliere huisvesting, is de mogelijkheid tot het ontvangen van ambulante begeleiding belangrijk. Er zijn geen feitelijke cijfers beschikbaar van het aantal uitstromers uit forensisch beschermd wonen en forensische zorg dat een beroep doet op een zelfstandige sociale huurwoning in provincie Utrecht. Landelijk zijn er jaarlijks zo’n 500 mensen uit forensisch beschermd wonen en 500 mensen uit forensische zorg die uitstromen naar reguliere huisvesting. Om een inschatting te maken van de uitstroom in de provincie Utrecht, verdelen we deze landelijke aantallen naar inwonertal in de gemeenten in de provincie. Deze inschatting komt neer op zo’n 80 uitstromers in de provincie.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
Tabel 10.2: Inschatting jaarlijkse uitstroom naar zelfstandige woonruimte onder uitstromers forensisch beschermd wonen en forensische zorg Inschatting behoefte zelfstandige woonruimte Regio Amersfoort (excl. en incl. Barneveld en 18/24 Nijkerk) Amersfoort 9 Baarn 1 Bunschoten 1 Eemnes 1 Leusden 2 Soest 3 Woudenberg 1 Nijkerk 3 Barneveld 3 Regio U10 55 Bunnik 1 De Bilt 2 De Ronde Venen 3 Houten 3 IJsselstein 2 Lopik 1 Montfoort 1 Nieuwegein 4 Oudewater 1 Stichtse Vecht 4 Utrecht 21 Utrechtse Heuvelrug 3 Vijfheerenlanden 3 Wijk bij Duurstede 1 Woerden 3 Zeist 4 Renswoude, Rhenen, Veenendaal 5
aan
51
Renswoude Rhenen Veenendaal Totaal provincie Utrecht
0 1 4 78
Woonwensen Woning Voor mensen die uit langdurige detentie of forensische zorg komen en naar een zelfstandige woonsituatie gaan, is doorgaans op zeer korte termijn een reguliere sociale woonruimte nodig. De meest passende woonvorm is een (klein) appartement of gezinswoning tot de aftoppingsgrens. Stabiele huisvesting is een belangrijke voorwaarde om recidive te voorkomen.
3400.115 | Woonzorgbehoefteonderzoek
52
11 Zelfstandige woonruimte onder uitstromers van instellingen In de voorgaande hoofdstukken is de huidige (en toekomstige) behoefte aan zelfstandige woonruimte na een verblijf in Beschermd Wonen, Jeugdzorg, Maatschappelijke Opvang, Vrouwenopvang, detentie en forensische zorg in beeld gebracht. In deze paragraaf brengen wij deze aantallen bij elkaar om tot een totaalbeeld van de behoefte aan zelfstandige woonruimte onder uitstromers van instellingen te komen.