CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B3. Regionaal Risicoprofiel 2027-2030 bijlagen (238554)

Forum Samenleving 21 september 2026, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel wensen en bedenkingen Regionaal Risicoprofiel VRU 2027 (238549)33.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bovendien zorgen zowel verstedelijking als klimaatverandering dat (wilde) dieren en mensen steeds dichter op elkaar leven. Het leefgebied van dieren wordt steeds kleiner en de kans dat zo’n virus op een mens overspringt wordt daardoor groter. Conclusie 2.2.3 Chronische blootstellingen Chronische blootstelling verwijst naar herhaaldelijk of continu contact met een schadelijke stof of situatie gedurende een lange periode (maanden tot jaren). In tegenstelling tot acute blootstelling, waarbij effecten direct merkbaar zijn, bouwen de risico’s bij chronische blootstelling zich vaak langzaam op, wat kan leiden tot onomkeerbare gezondheidsschade. Voorbeelden van schadelijke chronische blootstellingen zijn blootstelling aan asbest, PFAS, Chroom-6 en fijnstof. Daarnaast worden ook gezondheidsrisico’s toegeschreven aan chronische blootstelling aan lawaai. Incidenteel komt nieuwe informatie beschikbaar, waardoor specifieke vragen ontstaan over chronische blootstelling aan stoffen die tot dan toe als veilig werden beschouwd 51.

Belangrijke bronnen zijn: Radongas uit de bodem: hiervoor bevat de bouwregelgeving eisen voor de ventilatie en afsluiting van kruipruimten; 19 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Verkeer: door het verzorgingsgebied van de VRU lopen diverse drukke snelwegen en vaarwegen, die kunnen zorgen voor een verhoogde concentratie fijnstof (snelwegen) of in water oplosbare schadelijke stoffen, die ergens in de loop van de rivier worden geloosd. In en rond deze wegen kan chronische blootstelling aan lawaai een rol spelen. Industriële lozingen: In de provincie Utrecht is geen zware industrie, wel enkele Seveso- bedrijven, maar die zorgen niet voor een specifieke extra blootstelling aan schadelijke stoffen. Asbesthoudende bouwmaterialen: In gebouwen van voor 1992 is mogelijk asbest aanwezig. Als deze aanwezigheid tijdig is onderkend, leidt deze meestal niet tot een chronische blootstelling door de wettelijk voorgeschreven systematiek van veilig werken met dit materiaal. Chronische blootstelling is echter mogelijk als de aanwezigheid van het materiaal niet bekend is en het materiaal daardoor onbedoeld wordt aangetast, bijvoorbeeld tijdens renovatie- of sloopwerkzaamheden. 2.3 Continuïteit vitale voorzieningen Vitale voorzieningen vormen de ruggengraat van talrijke maatschappelijke processen.

Uitval van deze voorzieningen kan zich op uiteenlopende manieren voordoen, zoals in de vorm van stroomstoringen, uitval van de drinkwatervoorziening of het niet beschikbaar zijn van telecommunicatie. De oorzaak is veelal van technische aard, maar ook menselijk handelen – al dan niet opzettelijk – kan tot uitval leiden. Onder dit thema vallen de volgende risicotypen: • Verstoring elektriciteitsvoorzieningen • Verstoring brandstofvoorziening • Verstoring gas/warmtevoorziening • Verstoring data en telecommunicatie • Verstoring drinkwatervoorziening 52 NCTV, Uitkomsten najaarsmeting Risico- en Crisisbarometer 2025. 53 NCTV, ‘Denk Vooruit’ . • Verstoring afhandeling verkeer en vervoer • Verstoring afhandeling voedselvoorziening • Verstoring afvalverwerking • Verstoring rioolwaterzuiveringsvoorziening Dergelijke verstoringen vormen een serieuze bedreiging voor de continuïteit van processen die afhankelijk zijn van deze infrastructuur. Bovendien leidt de uitval van één vitaal proces vaak tot negatieve effecten of zelfs uitval bij andere vitale voorzieningen. Door een toenemende afhankelijkheid van vitale systemen, in combinatie met ontwikkelingen zoals toenemende hybride dreiging, de energietransitie, maar ook de drinkwatercongestie, neemt niet alleen de kans op uitval toe, maar ook de potentiële impact ervan.

Hierdoor is het risico op maatschappelijke ontwrichting bij uitval van vitale voorzieningen aanzienlijk. Bij uitval van vitale voorzieningen verwachten inwoners vaak dat problemen snel worden opgelost en dat de overheid direct hulp biedt. In werkelijkheid is dit bij grootschalige en langdurige verstoringen niet haalbaar. De beschikbare capaciteit van hulpdiensten en overheid is beperkt, waardoor prioritering noodzakelijk is. Dit betekent dat inwoners tijdelijk zelfredzaam moeten zijn. Daarnaast neemt de kans op verstoringen door moedwillige acties, zoals sabotage of cyberaanvallen, toe. Dergelijke incidenten kunnen het herstel aanzienlijk vertragen en complexer maken. Het is daarom van belang dat in de regio aandacht wordt besteed aan risicocommunicatie, voorbereiding en samenwerking om de impact van dergelijke scenario’s te beperken. Het stoppen van vitale processen wordt door inwoners als meest ernstige risico gezien voor de samenleving: 28 procent ziet dit als catastrofaal, 40 procent als zeer ernstig. Daarnaast maakt 53 procent van de inwoners in Utrecht zich zorgen over het stoppen van vitale processen52. Dit komt door de directe zichtbare en voelbare impact van uitval van apparaten en systemen. Omdat de kans op uitval echter lange tijd klein is geweest, zullen inwoners moeten wennen aan de verhoogde kans op uitval die de komende jaren bestaat.

De Denk Vooruit-campagne 53 ondersteunt inwoners hierin, bijvoorbeeld door het advies om een noodpakket aan te leggen en afspraken te maken met naasten over het handelen tijdens noodsituaties. 20 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel 2.3.1 Verstoring elektriciteitsvoorziening Veel processen in de samenleving zijn afhankelijk van stroom. Als de elektriciteitsvoorziening uitvalt kan dit voor grote problemen zorgen. Denk alleen al aan het uitvallen van elektrische apparaten, straatverlichting en stoplichten, telefoonmasten en mobiele netwerken, waterdruk, liften, toegangsdeuren en tankstations. Uitval heeft dan ook in veel gevallen ontwrichtende cascade-effecten tot gevolg, zeker als de uitval lang aanhoudt. Daarnaast kan een verstoring van de elektriciteitsvoorziening ook zorgen voor verstoringen bij andere vitale voorzieningen. Veel van deze processen zijn afhankelijk van stroomvoorziening. Het Nederlandse stroomnet behoort tot de meest betrouwbare netten van Europa. In 2024 kregen klanten te maken met een uitval van gemiddeld 23,9 minuten. In totaal vonden er in 2024 27.341 stroomonderbrekingen plaats in Nederland met een gemiddelde van 113 getroffen klanten per onderbreking 54. Stedin is in het verzorgingsgebied van de Veiligheidsregio Utrecht verantwoordelijk voor de het regionale stroomnetwerk. Verstoringen in de elektriciteitsvoorziening kunnen verschillende oorzaken hebben.

Enerzijds blijft de kans op verstoringen door werkzaamheden aan het stroomnet aanwezig. Anderzijds komt de betrouwbaarheid de komende jaren onder druk te staan als gevolg van netcongestie. Specifiek in de regio Utrecht (net als in Flevoland en delen van Gelderland) is het stroomnet vol. Er ontstaat zogenaamde ‘filevorming’ op het stroomnet. De oorzaak hiervan is de snelle verduurzaming, economische groei én dat we steeds meer stroom op hetzelfde moment gebruiken. Het tekort aan netcapaciteit in de provincie Utrecht loopt naar verwachting de komende jaren verder op 55. Ondanks uitbreidingsmaatregelen van het stroomnet, kunnen gebruikers als gevolg van deze netcongestie vaker te maken krijgen met zowel kort- als langdurende onderbrekingen. Dit komt doordat netbeheerder Stedin veel onderhoud blijft plegen om het net uit te breiden, maar het stroomnet bij overbelasting op sommige momenten ook afschakelt om verdere schade aan het stroomnet te voorkomen. Zowel groot- als kleingebruikers zijn niet altijd goed voorbereid op stroomuitval, ondanks inspanningen om bedrijfscontinuïteit en noodpakketten op orde te hebben. Daarnaast wordt het regelen van noodstroomaggregaten overgelaten aan bedrijven en individuen en zijn deze hierin afhankelijk van beschikbare diesel (die door stroomuitval bij tankstations niet meer afgenomen kan worden).

De overheid kan bij grootschalige stroomuitval niet iedereen helpen. 54 Netbeheer Nederland, Betrouwbaarheid van elektriciteitsnetten in Nederland | Resultaten 2024. 55 TenneT , ‘Krachtige interventies in Flevopolder, Gelderland en Utrecht nodig om aansluitstop voor kleinverbruik te voorkomen’ . 56 Nadia Bloemendaal e.a., Een Extreem Rapport. Door de energietransitie speelt ook het weer een steeds grotere rol in de stabiliteit van het energiesysteem. Wanneer het tegelijkertijd bewolkt of donker is, en er weinig wind staat, wordt er weinig zonne- en windenergie opgepakt. Zo’n periode wordt duisterluwte genoemd. In het huidige energiesysteem brengt duisterluwte behalve hoge stroomprijzen geen drastische effecten met zich mee. Dit komt doordat een groot deel van de elektriciteit nu nog wordt geproduceerd door gascentrales. Wanneer het gasvormogen afneemt in de elektriciteitsproductie en de elektriciteitsvraag verder gaat stijgen bij koud weer, wordt het energiesysteem gevoeliger voor weersinvloeden en is afschakelen om verdere schade te voorkomen vaker noodzakelijk 56. Territoriale veiligheid Een langdurige of grootschalige stroomuitval kan de werking van kritieke infrastructuur aanzienlijk verstoren. Dit heeft gevolgen voor alle processen in de samenleving die van stroom afhankelijk zijn, zowel in de fysieke als in de digitale ruimte.

Hoe groter de tijdsduur, de bevolkingsdichtheid en het gebied dat getroffen, hoe groter de aantasting van de territoriale veiligheid. Fysieke veiligheid Stroomuitval vormt een aanzienlijk risico voor de fysieke veiligheid van inwoners. Uitval van verkeerslichten en spoorbeveiliging verhoogt de kans op verkeersongevallen, met mogelijke slachtoffers tot gevolg. In ziekenhuizen, zorginstellingen en bij kwetsbare mensen thuis kan het stilvallen van medische apparatuur levensbedreigend zijn. Ook noodsystemen zoals liften en alarmsystemen functioneren mogelijk niet, wat evacuaties bemoeilijkt. Daarnaast kan langdurige stroomuitval ook uitval van telefoonnetwerken tot gevolg hebben, waardoor burgers geen 112-melding meer kunnen maken en in onveilige situaties geen hulpdiensten meer ingeschakeld kunnen worden. Daarnaast kan een grootschalige langdurige stroomuitval leiden tot grote schaarste in de hulpverlening en/of handhaving, met discontinuïteit tot gevolg (hulpverlening en/of handhaving ernstig onder druk). 21 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Economische veiligheid De economische impact van stroomuitval is groot. Productieprocessen in industrie en logistiek komen stil te liggen, wat leidt tot directe financiële schade. Digitale betalingen en financiële transacties kunnen niet doorgaan, waardoor handel en dienstverlening worden verstoord.

Daarnaast kan bederf van gekoelde goederen extra kosten veroorzaken en een grote impact hebben op de voedselproductie. Daarbij komen ook nog de kosten voor eventuele herstelwerkzaamheden. Hoe langer de verstoring duurt, groter ook de impact in de nafase zal zijn. Ecologische veiligheid Bij uitval van elektriciteit kunnen waterzuiveringsinstallaties en rioolpompen stilvallen, wat kan leiden tot vervuiling van oppervlaktewater en overstort op straat. Ook kan het falen van pompsystemen overstromingen veroorzaken bij hevige regenval. In chemische fabrieken kan het ongecontroleerd stoppen van processen milieuschade veroorzaken. Sociale en politieke stabiliteit Langdurige stroomuitval kan leiden tot maatschappelijke onrust. Communicatiekanalen zoals internet en telefonie vallen weg, waardoor informatievoorziening stokt en paniek kan ontstaan. Bij een lange periode van onzekerheid neemt de onrust in de samenleving verder toe, met escalatie van ontwrichtend gedrag (hamsteren, plunderen, wetteloosheid) tot gevolg en afname van vertrouwen in de overheid en samenleving. Daarnaast bestaat er een kans op toename van polarisatie, wat de stabiliteit van het bestuur onder druk zet. Veiligheid van cultureel erfgoed Musea, archieven en monumenten zijn afhankelijk van klimaatbeheersing en beveiligingssystemen.

Bij stroomuitval kan de temperatuur en luchtvochtigheid in opslagruimten stijgen, wat schade aan kunstwerken en documenten veroorzaakt. Daarnaast verhoogt het uitvallen van alarmsystemen het risico op diefstal. Waarschijnlijkheid en beleving Technisch gezien was de kans op uitval van de elektriciteitsvoorziening lange tijd gering dankzij een robuust elektriciteitsnetwerk en goede redundantie. Als gevolg van netcongestie, extreme weersomstandigheden en toenemende cyberdreiging is de kans op onderbrekingen in de elektriciteitsvoorziening toegenomen. Daarnaast zijn de precieze momenten waarop en de gebieden waar onderbrekingen optreden niet direct beter te voorspellen. Sterker nog, afschakelingen van het stroomnet als gevolg van netcongestie kunnen vaak niet of pas kort van tevoren worden aangekondigd door netbeheerder Stedin. Het is daarom belangrijk dat de samenleving voorbereid is op frequentere, langere en grotere verstoringen. Mensen ervaren stroomuitval als zeer ontwrichtend, zelfs als het maar enkele uren duurt. Voor bedrijven geldt dat stroomuitval vanuit economische overwegingen een hoog impact- risico is en dat zij zelf de afweging maken in hoeverre zij dit risico afdekken door middel van bedrijfscontinuïteitsmaatregelen. Beweeglijkheid en onzekerheden Het risico op verstoring van de elektriciteitsvoorziening is sterk in beweging.

De afhankelijkheid van elektriciteit neemt toe door de elektrificatie en door de energietransitie naar duurzame bronnen. Deze ontwikkeling vergroot niet alleen de impact van een mogelijke stroomuitval, maar maakt ook het energiesysteem complexer en daarmee kwetsbaarder voor storingen. Daarnaast groeit de waarschijnlijkheid van verstoringen door externe dreigingen zoals cyberaanvallen en sabotage, mede ingegeven door geopolitieke spanningen. De digitalisering van het net en de koppeling met internationale energiemarkten vergroten het aanvalsoppervlak en de kans op ontwrichting. Conclusie De toenemende afhankelijkheid van een stabiel elektriciteitsnet, gecombineerd met netcongestie, weersinvloeden en groeiende externe dreigingen, maakt dat het risico op ernstige verstoringen in de stroomvoorziening de komende jaren duidelijk toeneemt. Waar uitval tot voor kort als uitzonderlijk werd beschouwd, moeten overheid, bedrijven en burgers nu rekening houden met frequenter en onvoorspelbaarder optredende onderbrekingen. De potentiële impact daarvan is groot en raakt alle vitale belangen: van fysieke veiligheid en economische continuïteit tot sociale stabiliteit en zelfs de werking van kritieke infrastructuur.

22 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel 2.3.2 Verstoring brandstofvoorziening Uitval van de brandstofvoorziening betreft een (dreigende) onderbreking in de productie, opslag, transport, distributie of levering van aardolieproducten, aardgas, steenkool, waterstof of andere brandstoffen aan eindgebruikers. Het risico raakt direct aan de continuïteit van vitale processen in mobiliteit, hulpdiensten, industrie en (nood)energievoorziening. Territoriale veiligheid Uitval van de brandstofvoorziening kan de inzetbaarheid van politie, defensie, brandweer en andere hulpdiensten beperken, waardoor de weerbaarheid tegen grensoverschrijdende of militaire dreiging afneemt. Daarnaast kan afhankelijkheid van buitenlandse brandstof de strategische autonomie onder druk zetten. Fysieke veiligheid Een verstoring in de brandstofketen kan de operationele slagkracht van hulpdiensten aantasten. Hierdoor kan de responscapaciteit bij rampen, branden of grootschalige incidenten significant verminderen. Economische veiligheid Brandstofuitval raakt transport, productie, landbouw en industrie direct, wat leidt tot het stilvallen van bedrijfsprocessen, kostenstijgingen en verstoringen in goederenketens. Langdurige of grootschalige uitval kan economische schade veroorzaken en maatschappelijke ontwrichting versterken.

Ecologische veiligheid Bij uitval of verstoring van brandstofvoorziening of –distributie, kan de druk op alternatieve, mogelijk vervuilendere bronnen toenemen. Ook verhoogt elke verstoring de kans op milieuschade door incidenten, bijvoorbeeld bij geïmproviseerde opslag op alternatieve locaties. Sociale en politieke stabiliteit Brandstofschaarste kan snel maatschappelijke onrust veroorzaken, zeker als mobiliteit, verwarming of andere primaire diensten geraakt worden. Politiek kan dit leiden tot druk op besluitvorming, polarisatie of verminderde bestuurlijke legitimiteit wanneer keuzes rond prioritering en verdeling controversieel worden. Cultureel erfgoed De directe impact van uitval van de brandstofvoorziening op cultureel erfgoed is beperkt. Alleen in uitzonderlijke situaties, zoals bij schaarste in brandstof in combinatie met stroomuitval, kan verminderde beschikbaarheid van brandstof gevolgen hebben voor klimaatbeheersing en beveiligingssystemen. Ook kan bij calamiteiten de verminderde inzetcapaciteit van hulpdiensten de kwetsbaarheid van monumenten vergroten. Dit betreft vooral een indirect risico. Waarschijnlijkheid en beleving De kans op langdurige of grootschalige uitval van brandstofvoorziening wordt momenteel als laag tot middelhoog ingeschat, maar is sterk afhankelijk van externe omstandigheden.

De brandstofketen is complex en deels internationaal georganiseerd, waardoor verstoringen in productie, logistiek of distributie relatief snel merkbaar zijn. Tegelijk kan stroomuitval direct leiden tot uitval van brandstofvoorziening, bijvoorbeeld doordat pompinstallaties afhankelijk zijn van elektriciteit. Anderzijds is brandstof ook nodig om in tijden van grootschalige stroomuitval in noodstroom te kunnen voorzien door middel van dieselaggregaten. De beleving van dit risico in de samenleving is doorgaans laag, totdat zich daadwerkelijk tekorten of leverings- of distributieproblemen voordoen. Er bestaat een sterk vertrouwen dat brandstof altijd beschikbaar is. Daarnaast is niet voor alle inwoners duidelijk dat het bij grootschalige stroomuitval bijvoorbeeld niet meer mogelijk is om te tanken in het getroffen gebied. Perceptie en realiteit kunnen daardoor sterk uiteenlopen. Beweeglijkheid en onzekerheden Door toenemende geopolitieke spanningen, kwetsbaarheden in mondiale aanvoerketens en een hoge afhankelijkheid van enkele cruciale knooppunten kan de kans op verstoringen in de komende jaren toenemen. Kleine verschuivingen in geopolitieke verhoudingen, marktprijzen of transportstromen kunnen in korte tijd grote operationele effecten hebben.

Ook de onzekerheid is aanzienlijk: niet alleen door beweeglijke energiemarkten, maar ook door technologische veranderingen, de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers en de verwevenheid met andere vitale infrastructuren. De brandstofketen is bovendien kwetsbaar voor cascade-effecten: een verstoring op één punt kan zich snel door de keten verspreiden. De energietransitie maakt dit risico zowel complexer als meer gelaagd. Terwijl de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afneemt, ontstaat in de tussenfase juist een hybride situatie waarin oude én nieuwe energiestromen kwetsbaar zijn. 23 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Daarnaast raakt dit risico aan schaarste problematiek, vooral tijdens grootschalige calamiteiten zoals regionale stroomuitval, langdurige hitte of kou, of bij militaire dreiging en conflict. In dergelijke scenario’s kunnen brandstoffen schaars worden door prioritering, distributiebeperkingen, of verstoringen in internationale ketens. De impact op maatschappelijke stabiliteit kan dan groot zijn. Conclusie De uitval van de brandstofvoorziening vormt een veelzijdig en potentieel ontwrichtend risico, juist doordat het zoveel vitale processen tegelijk raakt.

Hoewel de kans op langdurige of grootschalige verstoringen momenteel als laag tot middelhoog wordt ingeschat, kan deze door geopolitieke spanningen, kwetsbaarheden in internationale ketens en de verwevenheid met andere vitale infrastructuren snel toenemen. De afhankelijkheid van brandstof voor mobiliteit, noodstroomvoorziening, logistiek en hulpverlening maakt dat zelfs relatief korte onderbrekingen grote maatschappelijke en economische effecten kunnen hebben. Tegelijkertijd is de maatschappelijke beleving van dit risico beperkt, wat kan leiden tot verrassing en onrust wanneer verstoringen zich wél voordoen. De energietransitie versterkt bovendien de complexiteit: in een hybride fase waarin oude en nieuwe energiestromen naast elkaar bestaan, ontstaan nieuwe kwetsbaarheden en onduidelijkheden in aanbod, distributie en prioritering. 2.3.3 Verstoring gas- en warmtevoorziening Gas wordt in Nederland gebruikt om te verwarmen en mee te koken. Verstoringen in de gasvoorziening leiden dus tot uitval van gasfornuizen en tot uitval van verwarmingsinstallaties, wat vooral in de wintermaanden voor problemen zorgt. Verstoring van de gas- en warmtevoorziening worden voornamelijk veroorzaakt door (onderhouds-)werkzaamheden waarbij bijvoorbeeld een gasleiding wordt geraakt. In het verzorgingsgebied van de Veiligheidsregio Utrecht zijn Stedin is verantwoordelijk voor de gasvoorziening.

Sinds 1 juli 2018 geldt er geen aansluitplicht meer voor gas in nieuwbouw. Steeds meer gemeenten ontwikkelen aardgasvrije wijken en stappen over op duurzamere vormen van verwarming, zoals elektrisch verwarmen of het gebruik van groen gas. Hierdoor wordt verwacht dat de afhankelijkheid van gasvoorzieningen de komende jaren verder afneemt. Tegelijkertijd kan deze afbouw vertraagd worden door de huidige netcongestie, waardoor gas in sommige gebieden nog langer noodzakelijk blijft. Territoriale veiligheid De gasvoorziening in Nederland is sterk verbonden met geopolitieke ontwikkelingen. Nederland is volledig afhankelijk van internationale gasstromen en verstoringen daarvan kunnen de energiezekerheid van Nederland onder druk zetten. Geopolitieke spanning en sabotage van pijpleidingen kan daarnaast direct gevolgen hebben voor nationale veiligheid en strategische autonomie. Fysiek veiligheid Bij een acute verstoring of lekkage in het gasnet kunnen incidenten ontstaan, zoals explosies of branden bij installaties. Daarnaast kan uitval van de gasvoorziening in koude periodes leiden tot gezondheidsrisico’s door gebrek aan verwarming, vooral bij kwetsbare groepen. Uitval van elektriciteit heeft bovendien directe gevolgen voor de gas- en warmtevoorziening.

Bij een stroomstoring schakelen Cv-ketels onmiddellijk uit, terwijl de gasleidingen nog wel gevuld blijven door voldoende druk in het regionale net. Duurt de stroomuitval echter langer dan 24 uur, dan neemt de kans toe dat de gasleidingen worden gevuld met gas waaraan geen geurstof meer wordt toegevoegd, wat veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Economische veiligheid Gas is cruciaal voor industrie, energieopwekking en verwarming. Een langdurige verstoring kan leiden tot stilvallen van productieprocessen, stijgende energieprijzen en economische schade. Ook kan het vertrouwen in de energievoorziening afnemen, wat investeringen beïnvloedt. Ecologische veiligheid Hoewel de directe ecologische impact beperkt is, kunnen noodmaatregelen zoals overschakelen op alternatieve brandstoffen (bijvoorbeeld olie of kolen) leiden tot hogere emissies en milieuschade. Daarnaast kan lekkage van gas bij verstoringen bijdragen aan broeikasgasuitstoot. 24 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Sociale en politieke stabiliteit Door de energietransitie stappen steeds meer huishoudens en bedrijven af van gas als energiebron. De impact van een verstoring in de gasvoorziening zal de komende jaren naar verwachting dan ook steeds verder afnemen.

Een langdurige verstoring kan wel maatschappelijke onrust veroorzaken onder de afnemers die nog wel gebruik maken van gas, vooral bij stijgende energiekosten of tekorten in de winter. Dit kan leiden tot protesten, druk op de overheid en polarisatie over energiebeleid en afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers. Cultureel erfgoed Bij uitval van verwarming in musea, archieven of monumenten kan schade ontstaan door temperatuurschommelingen en vochtproblemen. Waarschijnlijkheid en beleving Korte verstoringen in de gasvoorziening komen met regelmaat voor, maar worden meestal snel verholpen. Een verstoring wordt ervaren als een directe bedreiging van comfort en gezondheid. Burgers verwachten continuïteit, dus een langdurige storing kan leiden tot wantrouwen richting overheid en energiebedrijven. Langdurige verstoringen komen echter nauwelijks voor. Echter brengt de verwevenheid met de elektriciteitsvoorziening extra kwetsbaarheden met zich mee, vooral tijdens koude periodes of bij grootschalige stroomuitval. Beweeglijkheid en onzekerheden Het risico op uitval van de gasvoorziening laat een tweezijdige beweging zien. Enerzijds neemt onder invloed van de energietransitie, waardoor steeds minder huishoudens en bedrijven afhankelijk zijn van gas, de verwachte impact van een verstoring verder af.

Anderzijds is Nederland voor gasleveranties afhankelijk van andere landen en daarmee ook sterk afhankelijk van de relaties met die landen. De verwachting dat gas een aflopend systeem is, zorgt bovendien voor een paradox: de algemene afhankelijkheden worden kleiner, maar de risico’s voor de groepen en sectoren die wél afhankelijk blijven, worden relatief groter. Conclusie Verstoringen in de gasvoorziening in Nederland worden weliswaar minder ontwrichtend naarmate de energietransitie vordert, maar blijven tegelijkertijd een complex en strategisch risico vormen. De afhankelijkheid van internationale gasstromen en geopolitieke stabiliteit betekent dat externe ontwikkelingen direct doorwerken op nationale, en daarmee ook regionale, energiezekerheid. Hoewel de impact voor huishoudens in de toekomst afneemt door de afbouw van aardgas, blijft gas essentieel voor industrie en warmtenetten, waardoor een langdurige verstoring nog steeds aanzienlijke economische en maatschappelijke schade kan veroorzaken. 2.3.4 Verstoring data en telecommunicatie Telecommunicatie is het overbrengen van informatie van de ene plek naar een andere zonder dat iets of iemand zich fysiek daarnaartoe verplaatst. Hieronder vallen onder meer diensten als (mobiele)telefonie, radio, televisie en internet.

In Nederland zijn verschillende bedrijven verantwoordelijk voor de verbindingscapaciteit, met als enkele voorbeelden VodafoneZiggo, KPN en Odido. Verstoring of uitval van deze diensten kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting, omdat zij essentieel zijn voor maatschappelijke en operationele processen. Dit kan het gevolg zijn van technische storingen, fysieke beschadiging van kabels of knooppunten, stroomuitval, cyberaanvallen, extreme weersomstandigheden, grootschalige incidenten en overbelasting van netwerken. Ook omdat vitale sectoren sterk afhankelijk zijn van deze verbindingen, kan langdurige uitval snel leiden tot cascade-effecten. De bedrijven binnen de telecomsector zijn zelf verantwoordelijk voor de continuïteit van hun eigen processen en zijn verplicht om passende maatregelen te treffen om de continuïteit van hun diensten te waarborgen. Alle aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten treffen preventieve maatregelen om een zo hoog mogelijke continuïteit van diensten en netwerken te bereiken. In het bijzonder voor telefoondiensten in geval van een stroomuitval. Echter is de verwachting dat telecommunicatie bij een grootschalige stroomuitval na ongeveer twee uur niet meer mogelijk is.

25 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Territoriale veiligheid Bij grootschalige uitval van telecommunicatie is de impact op de territoriale veiligheid groot. Het leidt tot functioneel verlies van processen die van telecommunicatie afhankelijk zijn en kan tevens de informatiepositie en communicatie tussen veiligheidsdiensten beperken, wat de coördinatie negatief beïnvloedt. Fysieke veiligheid Als 112 en communicatie tussen hulpdiensten worden belemmerd, ontstaan vertragingen in alarmering en aansturing. Ook technische systemen die afhankelijk zijn van dataverbindingen (bijv. bruggen, sluizen, overwegen en zorgtechnologie) kunnen ontregeld raken, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Economische veiligheid De economische gevolgen van uitval van telecommunicatie kunnen substantieel zijn. Betalingsverkeer, logistiek en digitale bedrijfsvoering zijn sterk afhankelijk van telecom. Uitval leidt al snel tot stilstand in processen, omzetverlies en verstoring van ketens. Vooral langdurige storingen kunnen brede economische schade veroorzaken. Ecologische veiligheid De impact op ecologische veiligheid is mogelijk maar doorgaans indirect. Milieumonitoringssystemen, waterbeheer en industriële procesbewaking maken gebruik van telecom. Bij uitval kan een incident later worden opgemerkt of lastiger worden bestreden.

Structurele ecologische schade is minder waarschijnlijk, maar niet uit te sluiten bij langdurige of brede uitval. Sociale en politieke stabiliteit Sociale en politieke stabiliteit kunnen duidelijk worden geraakt, vooral als inwoners en hulpdiensten of overheidsinstanties elkaar niet kunnen bereiken. Dit kan leiden tot onrust, onzekerheid en geruchtenvorming. Ook bestuurlijke besluitvorming en crisiscommunicatie kunnen worden vertraagd. De stabiliteit wordt niet structureel ondermijnd, maar wel tijdelijk verzwakt bij langdurige telecomuitval. 57 Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, ‘Toolkit uitval telecom’ . Cultureel erfgoed De impact op cultureel erfgoed is relatief beperkt. Digitale beveiligings- en monitoringssystemen kunnen minder goed functioneren en digitale collecties kunnen tijdelijk onbereikbaar zijn. Fysieke schade aan erfgoed is echter niet waarschijnlijk, tenzij er tegelijkertijd een ander incident plaatsvindt waarbij telecomuitval de respons belemmert. Waarschijnlijkheid en beleving In Nederland hebben we vrijwel altijd goed werkende telecommunicatie. Maar uitval van telecom of IT is nooit helemaal uit te sluiten 57. Kleinschalige en kortdurende telecomstoringen komen in Nederland dan ook regelmatig voor.

Dit komt door de grote afhankelijkheid van technische infrastructuur en data, in combinatie met de risico’s op technische storingen, graafschade, cyberincidenten en stroomuitval. Inwoners lijken de kans op uitval van telecommunicatie doorgaans als laag te beschouwen, omdat storingen in Nederland snel worden opgelost en netwerken meestal betrouwbaar functioneren. Tijdens een daadwerkelijke storing verandert die beleving echter snel: mensen ervaren onrust, onzekerheid en frustratie, vooral wanneer ze geen toegang hebben tot 112, digitale diensten of betrouwbare informatie. Inwoners verwachten dat voorzieningen altijd beschikbaar zijn, waardoor vertrouwen snel kan afnemen bij ernstige uitval. Hierdoor ontstaat een opvallend contrast tussen een lage risicoperceptie vooraf en een hoge impactbeleving tijdens een incident. Beweeglijkheid en onzekerheden Het risico op uitval van telecommunicatie wordt gekenmerkt door een hoge mate van beweeglijkheid en onzekerheid. Dit komt door toenemende digitalisering en ketenafhankelijkheden, maar ook de toenemende cyberdreiging en klimaatverandering kunnen van invloed zijn op de ontwikkeling van dit risico. Daarnaast geldt dat hoe meer data gebruikt wordt, hoe groter de druk op netwerken zal zijn, wat kan leiden tot overbelasting en daardoor uitval. Ontwikkelingen in het gebruiksgedrag zijn dan ook van invloed op de ontwikkeling van dit risico.

26 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Conclusie Uitval van telecommunicatie vormt een risico dat, ondanks de relatief lage kans op langdurige landelijke verstoringen, een zeer grote impact kan hebben door de sterke verwevenheid met vrijwel alle vitale processen. Onze samenleving is afhankelijk van continue digitale connectiviteit voor veiligheid, economie, zorg, logistiek en bestuurlijke besluitvorming. Daardoor kan een brede of langdurige telecomstoring snel leiden tot niet alleen praktische problemen, maar ook maatschappelijke onrust. Bovendien neemt de dynamiek rond dit risico toe door verdergaande digitalisering, groeiende datavolumes, cyberdreigingen en de afhankelijkheid van elektriciteit. Hierdoor verschuift het risico van zeldzaam en beheersbaar naar complex en potentieel ontwrichtend. 2.3.5 Verstoring drinkwatervoorziening Drinkwater is zowel een primaire levensbehoefte als een belangrijke voorwaarde voor productie, industrie, landbouw. Drinkwater is daarnaast ook gedeeltelijk benodigd voor brandblusinstallaties en ook de brandweer maakt gebruik van bluswater bij haar repressieve taken. Op diverse plekken in de waterketen kunnen verstoringen optreden, met vervuiling van drinkwater en/of uitval van de drinkwatervoorziening als gevolg.

In de regio Utrecht zijn drinkwaterbedrijf Oasen (gemeente Vijfheerenlanden) en Vitens (overige gemeenten in de regio Utrecht) verantwoordelijk voor de productie en distributie van drinkwater. Bij een verstoring in de drinkwatervoorziening die (naar verwachting) langer duurt dan 24 uur, waarbij geen sprake is van een kookadvies én waarbij het een onderbreking is voor meer dan 2.000 aansluitingen, zijn zij verplicht tot het leveren van nooddrinkwater. Drinkwaterbedrijven zijn echter niet verplicht om nooddrinkwater te leveren aan bedrijven en zorginstellingen in dergelijke gevallen. Deze organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor hun continuïteit wanneer het drinkwater vervuild of de drinkwatervoorziening verstoord is. Verstoring van de drinkwatervoorziening leidt daarmee tot drie scenario’s: 1. Besmetting drinkwatervoorziening met als gevolg kookadvies. 2. Besmetting drinkwatervoorziening met als gevolg uitval drinkwaterlevering via het leidingnet. 3. Onvoorziene (zonder vooraankondiging) of voorziene uitval (met vooraankondiging) drinkwaterlevering via het leidingnet. Territoriale veiligheid Een grootschalige verstoring van de drinkwatervoorziening kan de nationale weerbaarheid aantasten, vooral als sabotage of cyberaanvallen op vitale waterinfrastructuur plaatsvinden.

Dit raakt tevens de continuïteit van een basisvoorziening die essentieel is voor crisisbeheersing en militaire operaties. Fysieke veiligheid Drinkwater is cruciaal voor gezondheid en hygiëne. Uitval en/of verontreiniging kan leiden tot uitdroging, voedselveiligheidsproblemen en verspreiding van ziekten. Vooral kwetsbare groepen zoals zieken, ouderen en kinderen lopen direct gevaar bij langdurige verstoringen. Daarnaast kan het wegvallen van de watervoorziening voor beperkingen in de bluswatervoorziening zorgen, wat direct van negatieve invloed is op de continuïteit van de hulpverlening bij levensbedreigende incidenten. Economische veiligheid Bedrijven in de (voedings-)industrie, zorginstellingen en horeca zijn sterk afhankelijk van schoon water. Een verstoring kan leiden tot productiestilstand, hoge kosten voor noodvoorzieningen en reputatieschade. Ook kan de landbouwsector zwaar getroffen worden. Hoe langer de verstoringen duren, hoe groter de economische schade die geleden wordt. Ecologische veiligheid Bij verstoringen in waterzuivering of distributie kunnen ongezuiverde lozingen plaatsvinden, wat leidt tot vervuiling van oppervlaktewater en ecosystemen. Dit kan langdurige milieuschade veroorzaken en herstel kostbaar maken.

Sociale en politieke stabiliteit Uit diverse recente voorbeelden (zoals de drinkwatervervuiling in Utrecht in november 2025 en rondom Amersfoort in december 2025 en januari 2026) blijkt dat mensen binnen korte tijd na een aangekondigde verstoring waterflessen en zelfs wc-papier gaan hamsteren. Dit gebeurt zelfs als er enkel een kookadvies geldt en het water uit de kraan nog beschikbaar is. Dit kan leiden tot chaotische situaties bij supermarkten. Ook hier geldt dat de mate van sociale ontwrichting verbonden is aan de duur van de drinkwaterverstoring. Daarnaast kan een moedwillige oorzaak ook van invloed zijn op het veiligheidsgevoel van mensen. Vertrouwen in overheid en drinkwaterbedrijven kan afnemen, wat tot protesten of paniek kan leiden. 27 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Cultureel erfgoed Musea, archieven en monumenten zijn afhankelijk van klimaatbeheersing en schoon water voor conservering. Bij uitval van watervoorziening kan schade ontstaan door verhoogde luchtvochtigheid of gebrek aan koeling. Ook brandveiligheid kan in gevaar komen door niet- werkende sprinklerinstallaties. Waarschijnlijkheid en beleving Nederland heeft een robuust drinkwatersysteem met hoge kwaliteitsnormen en redundantie, waardoor grootschalige uitval weinig voorkomt. Kleine lokale storingen (bijvoorbeeld door leidingbreuken) komen regelmatig voor, maar worden meestal binnen enkele uren opgelost.

Door de netcongestieproblematiek in de regio Utrecht is de kans op een grootschalige en langdurige stroomuitval echter reëel, wat ook verstoringen in de drinkwatervoorziening tot gevolg kan hebben. Bijvoorbeeld op hogere woonlagen door het wegvallen van de waterdruk. Het drinkwaterbedrijf is zelf verantwoordelijk voor de continuïteit van drinkwaterlevering middels een wettelijke verplichting om 10 dagen 58 geheel zelfvoorzienend te zijn voor het leveren van drinkwater via het leidingnet tot aan de huisaansluiting op de begane grond, en treft daarvoor maatregelen om verstoringen of uitval zo adequaat mogelijk te verhelpen. Door de robuustheid van het Nederlandse drinkwatersysteem krijgt vervuiling of grootschalige verstoring van drinkwater vaak snel veel aandacht in de media. Dit leidt vaak ook tot hamstergedrag, wat een indicatie kan zijn van de beperkte voorzieningen die huishoudens zelf hebben getroffen om verstoringen op te vangen. De Denk Vooruit-campagne van de Rijksoverheid speelt ook op dit risico in, door huishoudens te adviseren water in huis te halen voor noodsituaties. Beweeglijkheid en onzekerheden Door de groei van de bevolking en de economie is steeds meer drinkwater nodig. Droogte en verzilting kunnen de beschikbaarheid van grond- en oppervlaktewater beïnvloeden. We kunnen niet onbeperkt drinkwater blijven winnen zonder schade aan de natuur en economie.

Er dreigt dan ook een tekort aan drinkwater te ontstaan, dit noemen we drinkwatercongestie 59. Drinkwatercongestie kan de leveringszekerheid in gevaar brengen. Specifiek in de regio Utrecht gelden hier al waarschuwingen voor. Daarnaast zorgt de digitalisering van waterzuiveringsinstallaties en pompstations ervoor dat systemen kwetsbaarder worden voor cyberaanvallen. 58 ISR Nederland en VEWIN, Continu betrouwbaar drinkwater leveren 2025. 59 Interprovinciaal Overleg, ‘Maak van drinkwater niet de volgende netcongestie. Inbreng Interprovinciaal Overleg Commissiedebat Water’ . Ook moet rekening gehouden worden met verstoringen of vervuiling als gevolg van sabotageacties. De continuïteit van de robuustheid van het systeem is dan ook voor een groot deel afhankelijk van maatregelen tegen drinkwatercongestie, klimaatverandering en digitale kwetsbaarheden. Conclusie Drinkwater is een primaire levensbehoefte en randvoorwaarde voor diverse vitale processen. Hoewel het Nederlandse drinkwatersysteem robuust en sterk redundant is, kunnen verstoringen - veroorzaakt door vervuiling, technische storingen, stroomuitval, cyberdreigingen of sabotage - snel leiden tot grote maatschappelijke onrust en acute gezondheidsrisico’s, zeker voor kwetsbare groepen.

Recente voorbeelden in de regio Utrecht tonen aan hoe snel hamstergedrag, onzekerheid en verstoring van het dagelijks leven ontstaan, zelfs bij relatief beperkte incidenten met een duidelijk handelingsperspectief. Daarbij wordt de continuïteit van het systeem in de komende jaren verder onder druk gezet door toenemende drinkwatercongestie, klimaatverandering, bevolkingsgroei en digitalisering van waterinfrastructuur. Dit maakt het risico zowel dynamisch als gelaagd: terwijl de kans op grootschalige uitval historisch laag is, kan de impact in moderne omstandigheden zeer groot zijn. 2.3.6 Verstoring afhandeling verkeer en vervoer Dit risico gaat over de verstoring van de afhandeling van het verkeer en vervoer, ongeacht de oorzaak ervan. De uitwerking van het risico verkeersongevallen en de duiding daarvan staat in 2.4.1. De regio Utrecht is door de centrale ligging in Nederland een knooppunt op de verschillende vormen van vervoer. Het hoofdwegennet bestaat uit de A1, A2, A12, A27 en A28, welke allen nagenoeg aan elkaar zijn verbonden door verschillende knooppunten. Het hoofdvaarwegennet bestaat in de provincie uit de Lek, het Merwedekanaal en Amsterdam- Rijnkanaal, welke een van de drukst bevaren kanalen ter wereld is.

Ook op het spoor is Utrecht een centraal knooppunt waar vijf spoorcorridors samenkomen op Utrecht Centraal Station als doorvoerpunt voor veel treinen van Oost naar West en Noord naar Zuid samen met de overstap naar bijvoorbeeld Utrecht Science Park (75.000 reizigers per dag). 28 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Een verstoring van de afhandeling verkeer en vervoer kan voorzien of onvoorzien zijn. Vanwege de centrale ligging is er in de regio Utrecht een groot risico op het ontstaan van een ‘verkeersinfarct’ bij een verstoring op een van de hoofdwegen. Voorzienbare (planbare) verstoringen hebben te maken met onderhoud en vervanging. De komende jaren is veel onderhoud en vervanging gepland van wegen en kunstwerken. Bij voorzienbare verstoringen op het hoofdwegennet heeft de VRU op voorhand contact met Rijkswaterstaat (RWS) wanneer grote impact wordt verwacht op de doorstroming en bereikbaarheid voor hulpdiensten, zoals bij de werkzaamheden aan de A12 in 2025. Het risico bij onvoorziene verstoringen is naar verwachting klein bij reguliere incidenten en ongevallen. Het risico op tunnelincidenten geldt in de regio Utrecht ook voor de Leidsche Rijntunnel. Incidenten of onvoorziene afsluiting van de Leidsche Rijntunnel hebben een grote impact op de doorstroming van verkeer.

Volgens RWS liggen de grootste risico’s voor het hoofd(vaar)wegennet in fysieke ongevallen en extreme weersomstandigheden. Onvoorzienbare verstoringen door incidenten of extreme weersomstandigheden komen volgens het Crisisrisicoprofiel van RWS regelmatig tot vaak voor. De gevolgen ervan zijn licht tot beperkt voor de afhandeling van het wegverkeer. Incidenten op het hoofdvaarwegennet in de regio, zoals aanvaringen, brand of obstructies, hebben beperkte tot ernstige gevolgen voor de afhandeling van het vaarverkeer 60. De gevolgen van voorzienbare en onvoorzienbare verstoringen op het spoor zijn licht tot eventueel ernstig afhankelijk van het type verstoring. Gemiddeld kunnen reizigers na een kort oponthoud verder reizen dan wel omreizen via een andere corridor of middels alternatief vervoer van A naar B worden gebracht. In exceptionele gevallen kunnen reizigers stranden. Deze reizigers kunnen in die gevallen over het algemeen gebruik maken van alternatieve vervoersmiddelen of krijgen de mogelijkheid om te overnachten wanneer dit niet kan. Extreme weersomstandigheden kunnen leiden tot een stapeling van de risico’s op het gebied van vervoer. Bij uitval van één of meerdere reismogelijkheden zoeken reizigers andere vormen van vervoer.

In relatie tot militaire dreiging is het aannemelijk dat de komende jaren, in het kader van Host Nation Support, steeds vaker gebruik wordt gemaakt van civiele infrastructuur voor militaire transporten. De exacte impact hiervan is nog niet bekend, maar naar verwachting zal dit vooral gevolgen hebben voor de mobiliteit over spoor en weg. 60 Afdeling Crisismanagement, Crisisrisicoprofiel Rijkswaterstaat 2025 - 2028. 61 Kox e.a., Verkenning van de potentiële effecten van klimaatverandering op de voedselveiligheid in Nederland: Mogelijke kennisleemtes in de borging van de voedselveiligheid. 62 Ten Dam e.a., Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Bevoegdhedenschema 10 – Drinkwater, levensmiddelen, diervoeders, biologische agentia. 2.3.7 Verstoring afhandeling voedselvoorziening Klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande weersextremen hebben gevolgen voor voedselproductie en de verdere keten. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de voedselvoorziening 61. Gezien de snelheid van deze verandering ligt dit buiten de scope van dit RRP . Een andere mogelijke oorzaak van verstoringen kan liggen in de keteneffecten van uitval van andere vitale infrastructuur of De voedselvoorziening in Nederland is op nationale en internationale schaal geregeld. Coördinatie en bevoegdheden in (nood-)maatregelen liggen op het niveau van het Rijk en de Europese Unie 62.

2.3.8 Verstoring afvalverwerking Binnen de regio Utrecht zijn er diverse afvalinzamelingsbedrijven die het afval ophalen bij bedrijven en particulieren. Deze afvalinzamelingsbedrijven brengen het afval voornamelijk naar afvalverwerkers buiten de provincie. Incidenten, het weer of lage energievraag kunnen leiden tot verstoring van het afvoerproces, waardoor de inzamelbedrijven hun afval niet kwijt kunnen. Bij lage energievraag schroeven de afvalverbrandingsfaciliteiten hun verwerking terug. Deze ketenafhankelijkheid zorgt voor opstapeling van het afval bij de op- en overslaglocaties. Hitte is een oorzaak van broei, waardoor brand kan ontstaan op de op- en overslaglocaties van de inzamelbedrijven. Daarnaast kan opstapeling van afval tijdens hitte leiden tot extra plaagdieren overlast. Sneeuw en kou zorgt ervoor dat afval niet ingezameld kan worden, waardoor het afval zich opstapelt rondom de verzamelcontainers en bij bedrijven. Vanuit de trends en ontwikkelingen heeft vooral de energietransitie invloed op dit risico. Steeds meer afvalinzamelbedrijven werken met voertuigen op alternatieve energie. Bij uitval van de laad-/ en tankinfrastructuur veroorzaakt dit snel opstoppingen in het proces.

29 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel 2.3.9 Verstoring rioolwaterzuiveringsvoorziening Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) zijn cruciaal voor het verwerken van afvalwater en het beschermen van volksgezondheid en milieu. Een verstoring kan ontstaan door technische storingen, cyberaanvallen, stroomuitval, extreme weersomstandigheden (overstromingen, droogte), of verontreiniging door chemische stoffen. Dit kan leiden tot ongezuiverde lozingen, stankoverlast en risico’s voor de waterkwaliteit en ecosystemen. In de regio Utrecht zijn waterschappen verantwoordelijk voor de werking van RWZI’s en het transport van afvalwater vanuit rioolgemalen naar de RWZI’s. De waterschappen in de Veiligheidsregio Utrecht zijn het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap Rivierenland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De aanvoer naar de rioolgemalen is echter een verantwoordelijkheid van gemeenten. Bij langdurige uitval moeten noodmaatregelen worden getroffen om lozingen (in bijvoorbeeld sloten en rivieren, maar ook vanuit straatkolken) te beperken en de volksgezondheid te beschermen. Territoriale veiligheid Sabotage van en cyberaanvallen op RWZI’s kunnen onderdeel zijn van hybride dreigingen, gericht op ontwrichting van vitale voorzieningen.

Dit brengt de continuïteit van deze systemen in gevaar en kan indirect gevolgen hebben voor de openbare orde en veiligheid. Fysieke veiligheid Bij uitval van zuivering kan rioolwater ongezuiverd in oppervlaktewater of op de straten terechtkomen, wat leidt tot verspreiding van ziekteverwekkers en risico’s voor drinkwaterbronnen. Dit kan direct gevolgen hebben voor volksgezondheid, vooral bij recreatie of gebruik van oppervlaktewater. Economische veiligheid Industrie en landbouw zijn afhankelijk van een goed functionerend waterbeheer. Verstoring kan leiden tot productiestilstand, extra kosten voor noodzuivering en reputatieschade. Ook kan schade ontstaan door vervuiling van waterwegen. Ecologische veiligheid Ongezuiverde lozingen veroorzaken ernstige milieuschade: zuurstoftekort in water, sterfte van vissen en aantasting van ecosystemen. Chemische verontreiniging kan langdurige effecten hebben op bodem en waterkwaliteit. Sociale en politieke stabiliteit Stankoverlast, gezondheidsrisico’s en mediaberichtgeving over vervuiling kunnen leiden tot maatschappelijke onrust en druk op overheden en waterschappen. Bij moedwillige sabotage neemt het gevoel van onveiligheid toe. Cultureel erfgoed Op het gebied van cultureel erfgoed bestaat er een indirect risico. Bij overstromingen door falende pompen kunnen monumenten en archieven waterschade oplopen.

Waarschijnlijkheid en beleving Nederland heeft een robuust systeem van RWZI’s. Kleine storingen komen regelmatig voor, maar grootschalige uitval is zeldzaam. Als gevolg van netcongestie is de kans echter reëel dat door uitval van elektriciteit RWZI’s stil komen te liggen. De perceptie bij burgers is laag tot matig, maar kan snel omslaan naar hoog bij zichtbare gevolgen zoals stank, vervuiling of gezondheidsrisico’s. Beweeglijkheid en onzekerheden Verschillende ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op het risico van een verstoring van rioolwaterzuiveringsvoorzieningen. Door klimaatverandering ontstaan er meer extreme regenval en langere perioden van droogte. Dit vergroot de kans op overbelasting en storingen. Als gevolg van de toenemende digitalisering kunnen rioolwaterzuiveringssystemen kwetsbaarder zijn voor cyberaanvallen en technische verstoringen. De robuustheid van het systeem hangt af van investeringen in cybersecurity, klimaatadaptatie en noodscenario’s. Conclusie RWZI’s vormen een essentieel maar kwetsbaar onderdeel van de waterketen. Hoewel storingen doorgaans beperkt en snel oplosbaar zijn, kunnen uitval of verontreinigingen direct leiden tot gezondheidsrisico’s, ecologische schade en maatschappelijke onrust.

Door de groeiende afhankelijkheid van digitale systemen, de impact van klimaatverandering en de verwevenheid met elektriciteitsvoorziening neemt de kans op verstoringen én de mogelijke impact toe. 30 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel 2.4 Fysieke leefomgeving en milieu 2.4.1 Verkeersongevallen weg/water/lucht/spoor Algemeen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht maken grote aantallen weggebruikers, reizigers en vervoerders dagelijks gebruik van een dicht netwerk van (rijks)wegen (A1, A2, A12, A27), spoorlijnen, vaarwegen en verschillende luchtroutes. Door deze intensieve en multimodale verkeersstromen vormen verkeersongevallen op weg-, water-, lucht- en spoorinfrastructuur een structureel risico dat onder bepaalde omstandigheden kan uitgroeien tot een regionale crisis. Onder verkeersongevallen vallen gebeurtenissen tijdens het gebruik van weg-, water-, spoor- of luchtinfrastructuur waarbij voertuigen, vaartuigen, treinen of luchtvaartuigen betrokken raken in een botsing, aanvaring, ontsporing, afwijking van de route of noodsituatie, met risico op letsel, schade of verstoring van de omgeving. Vooral incidenten op knooppunten met een hoge vervoersdruk, ongevallen met gevaarlijke stoffen of situaties waarbij vitale infrastructuur langdurig wordt geraakt, kunnen leiden tot ernstige verstoringen van bereikbaarheid, veiligheid en dagelijkse processen in de regio.

Beoordeling impact Territoriale veiligheid Verkeersongevallen kunnen leiden tot buiten gebruik raken, ontoegankelijkheid of functioneel verlies van delen van het regionale grondgebied. De impact verschilt per modaliteit: Weg: Een groot wegongeval kan ertoe leiden dat delen van het hoofdwegennet, tunnels of bruggen tijdelijk niet gebruikt kunnen worden. Dit kan in sommige situaties de bereikbaarheid van een gebied beperken, maar dit betekent niet altijd dat een gebied volledig onbereikbaar wordt. De impact hangt af van de locatie van het incident en de beschikbaarheid van alternatieve routes. Spoor: Een ongeval op het spoor kan leiden tot uitval van spoortrajecten of tijdelijke afsluiting van stationszones. Dit kan gevolgen hebben voor de toegankelijkheid van nabijgelegen gebieden, maar leidt doorgaans niet tot volledige isolatie doordat andere modaliteiten of omrijroutes beschikbaar blijven. Functioneel verlies beperkt zich meestal tot het spoortraject zelf en aangrenzende zones. Water: Een aanvaring of obstructie op een vaarweg kan ertoe leiden dat sluizen, bruggen of delen van het kanaal tijdelijk niet gebruikt kunnen worden. Hierdoor kunnen watergebonden functies of locaties minder goed bereikbaar zijn, maar omliggende gebieden blijven in de regel toegankelijk via het wegennet.

Lucht: Een incident met een luchtvaartuig kan resulteren in afzetting van een crashlocatie of direct omliggende percelen. De territoriale impact blijft daarbij doorgaans beperkt tot het getroffen terrein; omliggende gebieden blijven meestal bereikbaar Fysieke veiligheid Verkeersongevallen kunnen de fysieke veiligheid onder druk zetten doordat zij direct gevolgen kunnen hebben voor de lichamelijke gezondheid en integriteit van betrokkenen. Dit kan variëren van licht letsel tot ernstige verwondingen of overlijden. Per modaliteit verschilt de aard van de risico’s: Weg: Bij aanrijdingen en kettingbotsingen kunnen weggebruikers lichamelijk letsel oplopen door botsimpact, beknelling of brand. Vooral bij hoge snelheden, betrokkenheid van zwaar verkeer of gevaarlijke stoffen bestaat de mogelijkheid van ernstig letsel of dodelijke slachtoffers. Tunnels hebben een risicoverhogende werking. Door de besloten ruimte kunnen rook en hitte zich sneller ophopen dan op open wegvakken, waardoor zicht en zelfredzaamheid snel afnemen. Bijvoorbeeld in de Leidsche Rijntunnel – onderdeel van een van de drukste snelwegcorridors in de regio – kan een brand, aanrijding of stilgevallen voertuig daardoor sneller leiden tot ernstig letsel of beknelling, zeker op tijdstippen met hoge verkeersintensiteit.

De beperkte vluchtmogelijkheden en de noodzaak van technische systemen (ventilatie, verlichting, detectie) vergroten de complexiteit van de hulpverlening. Spoor: Ontsporingen, botsingen of aanrijdingen met personen kunnen leiden tot ernstig letsel of fataliteit bij reizigers, personeel of omstanders. Bij betrokkenheid van gevaarlijke stoffen kan acute blootstelling extra gezondheidsrisico’s veroorzaken. 31 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Water: Aanvaringen en scheepsongevallen brengen risico’s mee zoals verdrinking, beknelling of brand. Afhankelijk van de omstandigheden kan dit leiden tot ernstig letsel of overlijden. Het vrijkomen van gevaarlijke stoffen kan daarnaast direct gezondheidsrisico’s creëren voor personen nabij de vaarweg. Lucht: Bij luchtvaartincidenten bestaat een duidelijke kans op ernstig letsel of fataliteit voor inzittenden. In uitzonderlijke situaties kunnen ook personen op de grond gewond raken, bijvoorbeeld door brand, explosie of vallende brokstukken. Economische veiligheid Verkeersongevallen kunnen het ongestoord functioneren van de regionale economie verstoren door schade, stagnatie van mobiliteit en het tijdelijk wegvallen van cruciale verbindingen. Dit leidt tot uiteenlopende kostenposten voor bedrijven, overheden en samenleving.

Materiële schade: Schade aan voertuigen, infrastructuur (wegen, bruggen, tunnels, spoor, vaarwegen) en vervoersmiddelen kan aanzienlijke herstelkosten met zich meebrengen. Gezondheidsschade : Letsel of fataliteit brengt medische kosten, arbeidsverzuim en productiviteitsverlies met zich mee, met directe en indirecte economische gevolgen. Financiële schade: Door stremmingen of afsluitingen kunnen bedrijven inkomsten mislopen, bijvoorbeeld door vertraging in goederenstromen, gemiste leveringen of verstoring van logistieke ketens. Dit geldt zowel voor weggebonden sectoren als voor de binnenvaart, het spoor- en luchtvervoer. Kosten voor bestrijding, hulpverlening en herstel: Inzet van hulpdiensten, technische berging, saneringswerkzaamheden en herstelactiviteiten brengt extra publieke en private kosten met zich mee. Bij schade aan kunstwerken of spoorinfrastructuur kunnen herstelkosten hoog oplopen. Ecologische veiligheid Verkeersongevallen kunnen het ongestoord voortbestaan van de natuurlijke leefomgeving aantasten wanneer daarbij stoffen vrijkomen, fysieke schade ontstaat of ecosystemen worden verstoord. De ecologische impact verschilt per modaliteit: 63 Afdeling Crisismanagement, Crisisrisicoprofiel Rijkswaterstaat 2025 - 2028. 64 Krabbenborg e.a., Mobiliteitsbeeld 2025.

Weg: Bij ongevallen met lekkende brandstoffen of gevaarlijke stoffen kan bodem- of oppervlaktewaterverontreiniging optreden. Dit kan lokaal leiden tot aantasting van flora en fauna, verstoring van watergangen of schade aan nabijgelegen natuur- en landschapsgebieden. Spoor: Een incident met gevaarlijke stoffen op het spoor kan leiden tot verspreiding van schadelijke stoffen in bodem, lucht of water. Dit kan ecologische schade veroorzaken langs spoorzones of in aangrenzende natuurgebieden, waaronder verstoring van broed- en leefgebieden of tijdelijke uitval van ecologische functies. Water: Aanvaringen of scheepsongevallen kunnen leiden tot lozing van brandstoffen, oliën of andere schadelijke stoffen in vaarwegen. Dit kan een langdurige verstoring veroorzaken van aquatische ecosystemen, waaronder schade aan visstand, verstoring van waterkwaliteit en aantasting van oevers. Bij grotere lozingen kan herstel veel tijd vergen en blijft ecologische schade deels bestaan 63. Lucht: Een luchtvaartincident kan, afhankelijk van de locatie, leiden tot bodem- of waterverontreiniging door brandstof, puin of brandresten. In natuur- en landbouwgebieden kan dit tijdelijk de ecologische waarde aantasten en schade veroorzaken aan fauna, vegetatie en bodemkwaliteit.

Sociale en politieke stabiliteit Verkeersongevallen kunnen de sociale en politieke stabiliteit onder druk zetten doordat zij een aanzienlijke maatschappelijke impact hebben op slachtoffers, hun naasten en de bredere samenleving. Onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) laat zien dat de maatschappelijke gevolgen van verkeersongevallen voor een groot deel bestaan uit immateriële schade, zoals psychische klachten, afgenomen participatie en langdurige beperkingen in het dagelijks functioneren. Deze effecten reiken verder dan individuele slachtoffers en kunnen gevoelens van onzekerheid en onveiligheid in de samenleving versterken. Wanneer dergelijke incidenten breed zichtbaar zijn of leiden tot langdurige hinder, kan dit daarnaast tot publieke discussie en verhoogde aandacht voor overheidsoptreden en infrastructuurveiligheid leiden. Daarmee kunnen verkeersongevallen, afhankelijk van schaal en omstandigheden, tijdelijk bijdragen aan druk op het maatschappelijk klimaat en het vertrouwen in publieke instituties 64. 32 Bijlagen Regionaal Risicoprofiel Veiligheid van cultureel erfgoed Verkeersongevallen kunnen cultureel erfgoed aantasten wanneer zij plaatsvinden in of nabij monumenten, museale gebouwen, archeologische gebieden of beschermde stads - en dorpsgezichten.

Schade kan bestaan uit beschadiging of (gedeeltelijke) vernietiging van cultuurhistorisch waardevolle objecten of landschapselementen. De impact hangt samen met de uniciteit van het object en de mogelijkheden tot restauratie. Bij incidenten met gevaarlijke stoffen kan bovendien verontreiniging optreden, wat historische structuren of landschappen blijvend kan aantasten. Beoordeling waarschijnlijkheid Wegverkeer De waarschijnlijkheid van verkeersongevallen op het hoofdwegennet hangt samen met de aanwezigheid van Basisnet -wegen, de hoeveelheid vervoerde gevaarlijke stoffen, en de mate waarin sprake is van complexe verkeerssituaties, zoals tankstations, in - en uitvoegstroken en kruispunten. Uit de monitoringsrapportages van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) blijkt dat op de Basisnet -wegvakken binnen de provincie Utrecht jaarlijks grote tonnages gevaarlijke stoffen worden vervoerd, waarbij sommige wegdelen tot de drukste 5–25% van Nederland behoren. Dit leidt tot een structureel verhoogde kans op incidenten, vooral op trajecten waar hoge intensiteit van gevaarlijke -stoffentransport samenvalt met complexe infrastructuur 65-66 . Spoorverkeer De waarschijnlijkheid van spoorongevallen wordt primair beïnvloed door de aanwezigheid van het Basisnet Spoor, de ligging van spoorwegovergangen en de aard van het omliggende gebied.

Spoorwegovergangen in stedelijke gebieden kennen hogere gebruiksintensiteit en daardoor meer potentieel risicovolle interacties tussen trein- en wegverkeer. Uit data uit de Atlas Leefomgeving blijkt dat meerdere Utrechtse overgangen zich in druk stedelijk gebied bevinden, wat de kans op ongevallen verhoogt (bijv. door hogere frequentie van kruisende bewegingen). De kans op een trein -treinbotsing is laag, maar ongevallen tussen trein en wegverkeer op overgangen blijven een belangrijke bron van risico 67. 65 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, ‘Basisnet’ . 66 Rijkswaterstaat, Rapport toetsing realisatiecijfers vervoer gevaarlijke stoffen over de weg aan de risicoplafonds Basisnet. 67 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, ‘Basisnet’ . 68 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, ‘Basisnet’ . 69 Inspectie Leefomgeving en Transport, Vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht. Waterwegen Voor vaarwegen wordt de waarschijnlijkheid bepaald door de ligging van het Basisnet- vaarwegen, de aanwezigheid van complexe situaties als vernauwingen (waaronder sluizen), kruisingen en veerpontlocaties. Deze elementen vergroten de kans op aanvaringen vanwege de beperkte manoeuvreerruimte en lagere reactietijd van schepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/742/documents/21776