CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B24. WBL Magazine mei 2025.pdf

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken13.727 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De mast dient sinds 1992 als meetpunt voor concentraties van broeikasgassen, een onderwerp dat steeds belangrijker wordt. Begin deze eeuw was er een eerste grootschalige wolkenmeetcampagne voor onderzoek naar de rol van wolken in het klimaat. Sinds 2002 is de naam officieel Cabauw Experimental Site for Atmospheric Research (CESAR). In CESAR werken drie universiteiten en vijf onderzoeksinstituten samen (KNMI, RIVM, UoG, VU, UU, WUR, TNO, TU Delft). Het is het centrum van experimenteel atmosferisch onderzoek in Nederland. In de omgeving noemen ze hem vanaf het begin al de Snuffelpaal, vanwege de metingen gerelateerd aan luchtverontreiniging.

WBL Magazine, mei 2025, jaargang 45 - nr 137

Ruisdael Observatorium Sinds 2018 maakt Cabauw ook onderdeel uit van een grootschalig infrastructureel project: het Ruisdael Observatorium, genoemd naar de 17e eeuwse Jacob van Ruisdael, die vooral beroemd is vanwege zijn prachtige schilderijen van wolkenluchten en de realistische manier waarop hij het lichtspel in de wolken en op het aardoppervlak nabootste. Het Ruisdael Observatorium is een landelijke onderzoeksfaciliteit die meer concrete, gedetailleerde voorspellingen van het weer en de luchtkwaliteit mogelijk moet maken.

een drie-dimensionaal beeld. Een groot voordeel van zo’n gedetailleerde nationale kaart van de ‘Nederlandse lucht’, is dat ons land een grote verscheidenheid aan verschillende soorten landschap, gebouwen, landbouw en weersomstandigheden biedt op een zeer klein oppervlak. Dat betekent dat we heel uiteenlopende lessen over het weer en klimaat kunnen leren, die ook internationaal ingezet kunnen worden. De gegevens zijn toegankelijk voor veel gebruikers, om onderzoek te doen en innovatie te bevorderen met hoogwaardige informatie over luchtkwaliteit.

Het Cabauw station draagt bij aan Europees atmosfeeronderzoek naar broeikasgassen, én naar wolken, stofdeeltjes en luchtverontreiniging. Dat gebeurt met een hoge resolutie van slechts 100 x 100 meter, veel kleiner dan de huidige modellen kunnen, wat zorgt voor

Ruisdael Observatorium is de Nederlandse bijdrage aan de Europese ACTRIS (European Research Infrastructure for the observation of Aerosol, Clouds and Trace Gases) en ICOS (Integrated Carbon Observation System) infrastructuren.

19

WBL Magazine, Magazine, mei december 2024, jaargang WBL 2025, jaargang 45 - nr 44 137- nr 136 Tekst: Waldien Burger, met dank aan Theo van Berkel Voor uitgebreide informatie: vanberkelbeelden.pictures.nl Foto’s: Carla Brokking

Op de grens van Lopikerkapel en IJsselstein, bij de driesprong Biezendijk/ Hogebiezendijk, niet ver van het wachthuisje van het Nozema gebouw, staat het beeld “De Bietenkapper”. Een vierkante, taps toelopende zuil, bestaande uit twee blokken beton, met daarop, ook in beton, een beeld van een bietenkapper, als symbool voor de landbouw in Lopik en omgeving. Op de zuil verbeelden twee reliëfs de fruitoogst en de veeteelt.

De Bietenkapper in Lopikerkapel Waarom daar een beeld? Op 14 juni 1949 doet het gemeentebestuur het eerste verzoek aan kunstenares Hank Hans (1919 – 2015) om een klein beeldhouwwerk te maken voor de locatie vlakbij het Nozemagebouw. In het gebouw waren destijds de radiozenders Hilversum I en II gehuisvest, waardoor er veel ‘autoriteiten en vreemdelingen’ vanuit IJsselstein kwamen. Aan het beeld konden ze zien dat ze op gebied van Lopik kwamen. Lein Schuman, toenmalig burgemeester van Lopik, zei bij de onthulling dat hij wilde “dat ook op het platteland kunstwerken zouden worden geplaatst en dat de noodzaak een grenspaal te plaatsen aanleiding was voor het plaatsen van een kunstzinnige uitvoering, waarmee het culturele niveau van de gemeente en de burgerzin vergroot zou kunnen worden”. Waarom Hank Hans? Hank Hans wordt gevraagd omdat ze eerder het Oorlogsmonument ontwierp dat op 25 oktober 1948 werd onthuld in Lopik. Zij is zeer vereerd met de opdracht, maar geeft wel meteen aan dat ze nog druk is met een opdracht voor Rotterdam. Het oorlogsmonument “Sterker door strijd”, geschonken door koningin Wilhelmina, wordt op 30 november 1951 onthuld in het stadhuis van Rotterdam. Het ontwerpproces In januari 1951 presenteert Hans haar eerste ontwerp, een driehoekig plein met op elke hoek een figuurtje, uitgevoerd in Franse kalksteen, begroot op 8.500 gulden.

De gemeente vindt dat te duur en vraagt haar een eenvoudiger kunstwerk te ontwerpen voor 1.500 gulden. Dat vindt Hans te weinig, zij stelt voor om voor 3.000 gulden een betonnen zuil met drie figuren te ontwerpen. Lopik vraagt het ministerie van 20

Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen tevergeefs om subsidie, maar geeft op 15 september 1952 toch akkoord. In januari 1954 meldt Hank Hans dat de uitvoering in beton haar wordt afgeraden en of zij het toch in kunststeen zal maken. Het gemeentebestuur blijft bij de uitvoering in beton en vindt dat het beeld eigenlijk allang geplaatst had moeten zijn. Op 2 maart 1954 wordt het ontwerp gepresenteerd, de uitvoering komt vervolgens voor kosten van de gemeente. De locatie Ook over de locatie is discussie. De ANWB vindt de locatie op de driesprong Biezendijk/Hogebiezendijk geen goed idee met het oog op verkeersveiligheid. Dus wordt de locatie verplaatst naar een plek langs de Biezendijk, waar een bocht is gemaakt. Uiteindelijk is het beeld “De Bietenkapper” op 14 september 1954 om 15.00 uur onthuld door burgemeester Schuman, in het bijzijn van de burgemeester van IJsselstein, waarschijnlijk Hank Hans en nog wat genodigden.

WBL Magazine, mei 2025, jaargang 45 - nr 137

Platform Groenblauwe Dooradering Tekst en afbeelding: Provincie Utrecht

In het Platform Groenblauwe Dooradering (Platform GBDA) werken meerdere partijen samen aan een aantrekkelijk landschap voor mensen, planten en dieren in de provincie Utrecht. Het doel van het platform is om de aanleg en het herstel van gebiedseigen landschapselementen zoals poelen, houtwallen en knotwilgen te stimuleren.

In 2017 is het samenwerkingsverband onder de naam Platform kleine landschapselementen opgericht op initiatief van de provincie Utrecht. Inmiddels is het Platform uitgegroeid van 9 naar 32 partijen (waaronder de gemeenten IJsselstein, Lopik, Montfoort en Oudewater en het Collectief Lopikerwaard), en is de naam gewijzigd in Platform Groenblauwe Dooradering. Deze naam sluit beter aan bij het doel van de provincie Utrecht om, naast aandacht voor bomen en struiken, ook meer aandacht te besteden aan de kwaliteit van oevers en sloten. De zogenoemde blauwe dooradering. Ook het ecologisch beheren van bijvoorbeeld bermen en dijken krijgt meer aandacht, deze zijn onderdeel van de groene dooradering. Belang van kleine landschapselementen De provincie Utrecht vindt het belangrijk dat kleine landschapselementen worden behouden, hersteld, beschermd en aangelegd. Ze zijn van grote waarde voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Er zijn daarom verschillende subsidiemogelijkheden voor aanleg, herstel en beheer. 21

Landschappelijke en recreatieve waarde Kleine landschapselementen zijn in het verleden vooral aangelegd omdat ze nuttig waren. Ze dienden bijvoorbeeld als vee- of waterkering of voor de productie van hout of fruit. Zo vind je in het lagergelegen westen van de provincie meer knotwilgen en in het oosten meer houtwallen. Kleine landschapselementen zijn daarmee van belangrijke cultuurhistorische waarde en dragen bij aan de uitstraling en identiteit van onze gevarieerde Utrechtse landschappen. Ze maken onze regio aantrekkelijk om te wonen, te recreëren en te ontspannen. Versterking biodiversiteit Landschapselementen vormen in het landelijk gebied een netwerk van water en groen dat natuurgebieden met elkaar verbindt. Daardoor kunnen planten en dieren zich verplaatsen van het ene naar het andere gebied. In de landschapselementen is ruimte voor dieren om te schuilen, te nestelen en te eten. Dit is belangrijk voor de biodiversiteit. Nuttig Ook zijn kleine landschapselementen nuttig. Er leven bijvoorbeeld dieren in die plaaginsecten of bladluizen in gewassen bestrijden. En bijen en hommels die helpen om gewassen te bestuiven. Beplanting zorgt voor het breken van wind en geeft verkoeling voor vee in warme zomers. Ook het belang van bomen voor het vastleggen van CO2 is een factor die steeds meer aandacht krijgt.

WBL Magazine, mei 2025, jaargang 45 - nr 137

Subsidie voor aanleg en herstel Voor de aanleg en het herstel van kleine landschapselementen zijn er verschillende subsidiemogelijkheden: • Aanleg en herstel van kleine landschapselementen in gebieden die begrensd zijn als natuur en als leefgebied droge dooradering, zoals beschreven in het Natuurbeheersplan (te vinden op de website van Provincie Utrecht). • Aanleg van kleine landschapselementen met functieverandering van grond voor een beperkt aantal houtige landschapselementen en nog niet voor natuurvriendelijke oevers. De regeling is alleen bestemd voor agrarische gronden die minimaal vijf jaar aantoonbaar ingeschreven staan bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) .

De subsidies verlopen via de agrarische collectieven die meedoen aan het Platform. Zij kunnen de subsidie aanvragen en zij ontzorgen deelnemers, ook wel eindbegunstigden genoemd,

die een landschapselement willen aanleggen of herstellen. Voor de aanleg en het herstel van kleine landschapselementen binnen het Natuurnetwerk Nederland kunt u in alle gemeenten gebruikmaken van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL). Deze subsidie geldt voor natuurterreinen en landbouwgebieden en niet voor stedelijk groen en erfbeplanting.

Heeft u vragen over SKNL? Mail dan naar de provincie Utrecht via: steunpuntnatuur@provincieutrecht.nl Collectief Lopikerwaard mailt u via: info@ collectieflopikerwaard.com

Subsidie voor beheer De provincie stimuleert het beheer en behoud van kleine landschapselementen. Hiervoor is in de hele provincie subsidie mogelijk via de regeling voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Deze regeling loopt via de agrarische collectieven. Wilt u hiervan gebruik maken? Neem dan contact op met Collectief Lopikerwaard. Achter de schermen wordt hard gewerkt aan de concrete invulling van het programma. In het decembernummer hopen wij u meer concrete informatie te kunnen geven over wat er in de Lopikerwaard mogelijk is. "Het vergeten leven van Nederland" is een documentaire van filmmaker Rik van der Linden die de impact van natuurverlies in Nederland belicht. De film toont de oorsprong van de natuurlandschappen en benadrukt de noodzaak van natuurherstel in de Delta-regio. Het doel is om bewustzijn te creëren over de uitdagingen waarmee de natuur in Nederland wordt geconfronteerd en om inspiratie te bieden voor behoud en ontwikkeling van het leven in Nederland. Je kunt de documentaire ook bekijken op YouTube.

22

WBL Magazine, mei 2025, jaargang 45 - nr 137

Tekst en foto lezing (rechtsonder): Leon Snoek

Uilen in de Lopikerwaard In Nederland kun je acht verschillende soorten uilen tegenkomen en ze zijn fascinerend. Ook in de Lopikerwaard zijn deze geheimzinnige nachtvogels te vinden. IVN-natuurgids Gijs van Kempen nam op twee avonden in januari en februari een volle zaal in Montfoort mee in de wondere wereld van de uilen. Zijn boeiende lezing, georganiseerd door Platform Duurzaam Montfoort, trok maar liefst 160 bezoekers. Volgens Gijs komt de grote interesse doordat uilen vooral nachtdieren zijn en je ze daardoor overdag nauwelijks ziet. ‘Daar in woord en beeld over te kunnen vertellen, dat spreekt mensen aan’.

Foto steenuil (hiernaast): Gijs van Kempen

Kenmerken Tijdens de lezing deelde Gijs zijn uitgebreide kennis over uilen: de verschillen tussen dag- en nachtvliegers, hun voedsel en broedplaatsen en de verbazingwekkend stille manier waarop ze zich door de lucht bewegen. Gijs betrok het publiek actief bij zijn verhaal. Op de vraag wat kenmerkend is voor uilen kwamen verschillende antwoorden uit de zaal. ‘Dat een uil zijn nek 270 graden kan draaien, is wel een kenmerk’, zei Gijs. ‘Andere kenmerken zijn het afgeplatte gezicht en het feit dat ze hun prooi niet scheuren, maar geheel 23

doorslikken. In de kliermaag wordt het voedsel verteerd en in de spiermaag die erboven ligt, komen de onverteerbare delen terecht. Hier wordt alles samengeperst tot een braakbal, die de uil uitperst’. Gijs legde uit dat uilen, in tegenstelling tot andere roofvogels, hun ogen aan de voorkant van hun kop hebben, waardoor ze gedwongen zijn hun kop te draaien om hun omgeving waar te nemen. Natuurlijke vijanden van uilen zijn roofvogels en marterachtigen. Uilen hebben het moeilijk als gevolg van verstedelijking, toegenomen verkeer en het verdwijnen van nestgelegenheid in schuren en kerken. De toehoorders waren zeer geboeid door de beelden en verhalen van Gijs.

Lopikerwaard In de Lopikerwaard leven vijf verschillende soorten uilen. De vraag welke soorten uilen het meest voorkomen is volgens Gijs lastig te beantwoorden. De Nestkasten Werkgroep Woerden (NWW) heeft geen gegevens van de ransuil en de velduil, dus die kunnen ze niet controleren. Deze soorten zijn wel in ruime aantallen in de Lopikerwaard te horen en te zien, volgens Gijs. Zo kun je jaarlijks tussen eind december en maart - met kennis van uilengeluiden zowel de steenuil, bosuil als de ransuil horen roepen. Ook voor velduilen is de Lopikerwaard een prachtig gebied; ‘s winters komen ze op bepaalde plekken soms met tientallen voor.

WBL Magazine, mei 2025, jaargang 45 - nr 137

De Nestkasten Werkgroep Woerden (NWW) bouwt nestkasten voor de kerkuil, steenuil, bosuil en torenvalk in Woerden en ruime omgeving en controleert deze regelmatig, waarbij de jongen worden geringd. Met het controleren van de nestkasten verzamelt NWW gegevens over de vogels en hun leefgebied. Die gegevens stelt NWW ter beschikking aan het Vogeltrekstation en aan Sovon, die ze gebruikt voor hun onderzoek naar verspreiding en overleving van de vogelsoorten in Nederland. Bij de controles worden de nestkasten ook schoongemaakt en waar nodig gerepareerd of vervangen. Kerkuil De kerkuil is een bewoner van (half) open landschappen, bij ons veelal het boerenland. Hij vestigt zich graag in gebouwen zoals schuren of kerktorens. Daar zoekt hij rustige, donkere schuilhoekjes als rustplaats voor overdag en als nestplaats. Kerkuilen leiden een teruggetrokken leven en worden als het donker is actief als ze in het open veld jagen, vooral op veldmuizen. Ze zijn in het algemeen plaatstrouw en gevoelig voor winters met langdurige vorst en sneeuw. Steenuil De steenuil is de bekendste kleinere uilensoort. In ons land is hij van oudsher een bekende verschijning in vooral kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. De steenuil schuwt de menselijke omgeving niet en broedt vaak op boerenerven, vooral als deze voldoende natuurlijke variatie bieden.

Dan kan een steenuil op een klein oppervlak alles vinden wat hij nodig heeft. Vanaf paaltjes of andere verhogingen zoekt de steenuil naar voedsel en vliegt daar in golvende vlucht op af.

Foto bosuil kuikens (hiernaast): Gijs van Kempen

Bron: www.vogelbescherming.nl

De bosuil broedt overwegend in boomholtes en begint al vroeg in het jaar (februari of maart) met nestelen. Het bekendst is de bosuil misschien nog wel van de spookachtige roep van de mannetjes - graag gebruikt in griezelfilms die dan wordt beantwoord door het vrouwtje.

Ransuil. Foto: Waldien Burger

Ransuil De ransuil is iets kleiner en oogt slanker dan de bosuil. Opvallend zijn de lange, vaak omhooggerichte oorpluimen en de oranjegele ogen. Hij komt voor in landschapstypen waar open veld aanwezig is met voldoende veldmuizen. De ransuil broedt veelal in oude nesten van eksters of kraaien. ’s Winters verzamelen ransuilen zich in groepen, vlak bij gunstige voedselgebieden. Velduil De velduil is een vogel van open terrein, met een voorkeur voor moerassige gebieden en venen. Hij lijkt enigszins op de ransuil, maar heeft veel kortere oorpluimen en een zwavelgele iris. De soort is ook overdag actief. Velduilen zijn zwervers en leggen soms enorme afstanden af. Als broedvogel zeldzaam geworden. ’s Winters zijn er soms kleine invasies van velduilen uit Noord- en NoordoostEuropa.

Bosuil De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Europa. Hij bewoont allerlei landschappen, variërend van loof- en naaldbos tot stadsparken en groene woonwijken, waar hij door zijn nachtelijke leefwijze niet altijd opgemerkt wordt. 24

Links: kerkuil brengt prooi naar nestkast, foto: André Eikenaar

WBL Magazine, mei 2025, jaargang 45 - nr 137 Door Irene Schuller

Duurzaam tuinieren

Egels in je tuin Als je op een zwoele zomeravond in een hoekje van je tuin ineens een hoop gesnuif, gesmak of geritsel hoort, is het meestal een egel die daar rondscharrelt. We worden allemaal blij van zo’n ontmoeting met een egel en toch gaat het slecht met ze. De aantallen nemen jaar na jaar af. Wat kunnen we doen om de egels een handje te helpen en ze in onze tuin te krijgen en te houden?

Egels zijn ook gek op kattenbrokjes. Foto’s: Jan Kooijman

Voedsel Egels zijn carnivoren, ze eten slakken, wormen, larven, rupsen, een zieke muis of een nest muizen, soms zelfs bijen en wespen. Dat voedsel moet dan wel aanwezig zijn in je tuin en daar hoef je niets voor te doen. Sterker nog, die beestjes komen in je tuin als je een luie en enigszins slordige tuinier bent. Als er dode bladeren liggen, dode takjes en dergelijke, dan komen de wormen en pissebedden vanzelf, een gedekte tafel voor je egel. Ook tuinvogels als merel, heggenmus en roodborst scharrelen in zo’n hoopje bladafval en zoeken er hun voedsel. Een ander voordeel is dat al die kleine beestjes het tuinafval omzetten in compost waardoor de structuur van de grond verbetert. Dus laat bladafval liggen, het scheelt een hoop werk en het levert alleen maar voordelen op voor je tuin, de egels en de vogels. Een composthoop is ook altijd een fijne plek voor een egel om voedsel te zoeken. Om dezelfde reden: hij zit vol met wormen, larven, pissebedden etc. Allemaal lekkere hapjes voor egels. En als je er ruimte voor hebt is een takkenril helemaal perfect, daar kunnen egels voedsel vinden en in schuilen. In een tuin met alleen tegels heeft een egel niets te zoeken. 25

Voortplanting Egels hebben meestal één nestje per jaar met 3 tot 6 jongen. Het vrouwtje heeft een veilige beschutte plek nodig voor het nest en voldoende voedsel om de jongen te kunnen zogen. Dat vindt ze in een tuin met veel begroeiing en rommelhoopjes. Na ongeveer 6 weken zijn de kleintjes zelfstandig en zoeken ze zelf hun voedsel. Schuttingen: zorg voor een doorgang Ook al zijn ze vrij klein, egels kunnen best hard lopen en ze leggen dan ook in één nacht een aantal kilometers af. Dat doen ze om voedsel te zoeken, maar natuurlijk ook voor de vrijerij. De veilige route is door aaneengesloten achtertuinen, maar die route is vaak afgezet door schuttingen waardoor wij ze dwingen om over de weg te gaan. Jammer genoeg worden er veel egels overreden omdat ze zich oprollen bij gevaar. Heel effectief tegen een huiskat maar niet tegen een auto. Jaarlijks worden er naar schatting 135.000 egels overreden. We kunnen niet veel doen om dat te voorkomen, maar als we ze in onze tuin vrije doorgang geven zal dat allicht schelen. Op elke 10 meter schutting een doorgang van 15x15 cm is genoeg. Als alle buren dat doen worden de gezamenlijke achtertuinen één groot aaneengesloten foerageergebied voor de egels! Nog beter is het om in plaats van de schutting een heg aan te planten. Onder de begroeiing is altijd wat te eten voor onze egels en er is beschutting.

En, laten we eerlijk zijn, een natuurlijke erfscheiding is toch veel mooier dan een schutting? Winterslaap Rond eind november gaan volwassen egels in winterslaap. Ze maken een holletje op een beschutte plek, vaak onder struiken of een omgevallen boom en

WBL Magazine, mei 2025, jaargang 45 - nr 137 Voor meer informatie: www.egelbescherming.nl www.natuurmonumenten.nl/ dieren/egel www.zoogdiervereniging.nl/ zoogdiersoorten/egel Takkenril, ideaal als schuilplaats voor egels

bekleden die met een dikke laag bladeren. De lichaamstemperatuur daalt naar ongeveer 5 graden, de hartslag gaat van 180 naar 9 per minuut en de ademfrequentie gaat van 45 naar 3 keer per minuut. Ze ontwaken 5 maanden later, eind april. Dan zijn ze een kwart van hun lichaamsgewicht kwijt en gaan ze meteen op zoek naar voedsel. Dus maak je tuin niet winterklaar en laat bij het opruimen in de lente wat liggen voor de egel. Gevaar: steile waterrand, netten en slakkenkorrels Naast het verkeer zijn er nog een aantal gevaren voor egels. Er verdrinken er heel wat in vijvers met te steile of gladde randen waar ze in vallen als ze komen drinken. Dat kun je oplossen door wat stenen in de vijver te leggen als opstapje of met een eendentrappetje. Dat is meteen fijn voor andere dieren die de vijver uit willen zoals kikkers, padden en salamanders. Ook de netten die vaak in moestuinen gebruikt worden vormen een gevaar: egels (en vogels) komen er in vast te zitten. Om dat te voorkomen moet je het net strak houden en het dagelijks nalopen, zodat je een eventueel slachtoffer nog op tijd kunt redden. Ze komen ook wel eens vast te zitten in blikjes of ander zwerfvuil langs de kant van de weg en helaas zijn egels niet de enige dieren die dat overkomt. Tenslotte is het belangrijk om het gevaar van slak-

kenkorrels te vermelden. Egels kunnen er echt niet tegen, ook niet de biologische en de eco variant. Egelhuisjes De laatste jaren worden er veel egelhuisjes in allerlei varianten te koop aangeboden, een leuk idee om egels te helpen. We helpen ze ook door een bakje kattenvoer of water voor ze klaar te zetten. Het belangrijkste blijft de totale leefomgeving, onze tuinen moeten groen zijn met rommelhoekjes en plekken waar ze kunnen schuilen. Zonder teveel schuttingen en zonder gebruik van gif. De basis moet in orde zijn, dan is een egelhuis een prima toevoeging.

26

Foto: Waldien Burger

Foto onder: Jan Kooijman

WBL Magazine, mei 2025, jaargang 45 - nr 137 Tekst: André de Wit Foto Rijksmuseum

N.B. Een ophaalbrug voorbij het dorp zou toch fantastisch zijn. Geconfronteerd met de enorme toename van het sluipverkeer door de buurt als gevolg van de afsluiting van de N210 in oktober zouden we de brug periodiek open kunnen zetten en daarmee automobilisten ontmoedigen om door ons mooie dorp te jakkeren.

Gevelsteen Polsbroek bij Rijksmuseum

Zondag 27 oktober 2024, ik loop door de tuinen van het Rijksmuseum. Hier moet toch ergens een gevelsteen zijn met een verbeelding van de Overtoom in Polsbroek? Nadat ik een volledige ronde heb gemaakt en de hoop al heb opgegeven stuit ik op een tuinhuisje. Dit sierlijke gebouwtje bevat diverse gevelstenen en inderdaad ook deze zandstenen afbeelding uit de tweede helft van de 17e eeuw. Puntgaaf en met de gebeitelde tekst eronder “Poels Broeck”. De Overtoom was eeuwenlang een drukke kruising van een weg met waterlopen voorbij het dorpsplein van Polsbroek. Alles dat kon varen werd over de weg heen gesleept/getakeld naar de overzijde, met alle handelswaar erin. Uiteraard niet gratis! Zo kwam ene Jacob de Graeff (1570 – 1636) – Heer van Polsbroek-Zuid en dus grootgrondbezitter, aan extra inkomsten. In 1796 kwam definitief een einde aan de Overtoom in Polsbroek toen de handel over water zich meer verplaatste via de Vlist en de Gouwe. Laten we wel wezen: behoorlijk omslachtig toch om bootjes 27

over de weg heen te zetten? Waarom was er destijds geen ophaalbrug?? Gemiste kans! Maar waarom is deze gevelsteen terug te vinden in de tuinen van het Rijksmuseum? Jacob de Graeff was niet alleen Heer van Polsbroek-Zuid; hij was ook raadslid en later burgemeester van Amsterdam. Zijn huis aan de Prinsengracht nr. 785 was rijkelijk versierd met gevelstenen, onder andere met deze van de Overtoom. In 1910 is de gevelsteen door het Rijksmuseum verworven en in de muur van het tuinhuisje gemetseld. In de huidige tijdgeest van teruggaaf van oneerlijk verkregen kunst: zou de gevelsteen niet beter passen op een mooie plek in Polsbroek en meer recht doen aan de geschiedenis? De huidige burgemeester van Amsterdam zal hier zeker gevoelig voor zijn. Ik heb mijn troffel al opgepoetst om straks de gevelsteen aan de dorpspomp te metselen. De pomp krijgt na herinrichting van het dorp wellicht een prominente plek op het dorpsplein vlakbij de voormalige Overtoom. Alles valt daarmee op zijn plek !

WBL Magazine, mei 2025, jaargang 45 - nr 137

Archeologie uit onze achtertuin Het was zomaar een doordeweekse namiddag dat Tineke en ik een bezoek brachten aan het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. We gingen voor de tentoonstelling over de bronstijd. Maar er is natuurlijk altijd nog veel meer te zien daar. Op de bovenste verdieping troffen we een verzameling archeologische vondsten, gerangschikt naar provincie, keurig opgeborgen in laatjes. Elk laatje is een kleine schatkamer op zich. Ik opende voorzichtig een van de laatjes van de provincie Utrecht en werd verrast door de volgende 3 vondsten. 1. Lopik. Leisteen, 1350 - 1475 n. Chr. Onder Hofstede te Vliet in Lopikerkapel is een aantal leien gevonden die als “kladpapier” waren gebruikt. Dit exemplaar toont een tekening van een pauw met daardoorheen een poppetje en daarnaast een ladder. Op de keerzijde staat het begin van het alfabet: a b c d e f 2. Montfoort. Zalfpotje, 1500 – heden Dit zalfpotje is gevonden op het terrein van kasteel Montfoort. Het kasteel werd in 1672 binnengevallen door Franse troepen van Lodewijk XIV, opgeblazen en niet meer herbouwd. Het enige wat je vandaag nog kunt zien is de fraaie toegangspoort met twee grote ronde torens. 3. IJsselstein. Pelgrimsschelp, late Middeleeuwen - nieuwe tijd IJsselstein was vroeger een pelgrimsoord. Deze doorboorde schelp, gebruikt

Tekst: Jan Kooijman en Rijksmuseum van oudheden in Leiden Foto’s: Jan Kooijman

als pelgrimsinsigne, is gevonden bij een kerk rond de nek van een skelet. De schelp is het embleem van de bedevaart naar Santiago de Compostella en staat in het algemeen symbool voor pelgrims.

Jan van Putten Al kijkend naar de vondsten bij fort Vechten memoreren we nog even dat onze goede kennis van destijds, Lopiker

Jan van Putten, ook een aantal fraaie vondsten deed bij fort Vechten en dat we die, als we bij hem waren, bewonderden in de vitrine die hij daarvoor had ingericht. En nog geen twee meter verder lopen we tegen een deel van de “Van Putten Collectie” aan die hier in Leiden is tentoongesteld. Topstuk van de collectie is de helm met visgraatversiering van ijzer en brons (75 - 300 na Chr.). Van Putten raakte vanaf 1969, bij het leggen van pijpleidingen in Vechten (hij werkte bij Defensie) gegrepen door het Romeinse verleden. Ook zocht hij in latere jaren, bij de verbreding van de A12, naar vondsten. 28

Foto boven: helm met visgraatversiering van ijzer en brons (75 - 300 na Chr.)

Dorp 186 Benschop | www.wijnhandelplatano.nl

ADVERTEREN IN HET WBL MAGAZINE? Voor een gering bedrag kunt u uw bedrijf of organisatie onder de aandacht brengen bij onze lezers. U ondersteunt daarmee ook de Werkgroep Behoud Lopikerwaard en maakt mede deze uitgave mogelijk. Belangstelling? Stuur dan een mailtje naar penningmeester@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/642/documents/19692