B14. WBL-Magazine mei 2024.pdf
Tekst van het document
WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135
Vanaf de meivakantie is er iedere dinsdagmiddag inloopmiddag voor iedereen die vragen wil stellen over de voortgang van het project. U bent welkom in de bouwkeet, bereikbaar vanaf de Damweg.
Ver voor onze jaartelling bestond het westen van het land uit moerasbossen. De veeneiken die toen omvielen of afstierven zijn in het water beland en weggezakt in het veen. Er kan dan geen zuurstof meer bij waardoor de bomen of delen ervan intact blijven. Aan de hand van het tellen van de jaarringen is na te gaan hoe oud de bomen op dat moment waren. Ook kunnen ze bepalen wat de klimatologische omstandigheden duizenden jaren geleden waren. Bovendien kunnen ze nagaan hoe nat het gebied was waarin de bomen stonden en hoe groeizaam die tijd was. Een deel van de stammen wordt weer onder water gebracht. En mogelijk dat Staatsbosbeheer een deel van de stammen zichtbaar wil houden voor de recreant. Ze zoeken nog naar een passende manier.
24
Broedseizoen Aannemer Van Oostrum Westbroek BV is gestart met grondwerk in het natuurgebied. Vanaf de weg is daar weinig van te merken en wandelaars ondervinden geen hinder van het werk op het wandelpad. Tijdens het broedseizoen werkt de aannemer niet in het natuurgebied, maar aan de inlaat onder de provinciale weg en aan de kade en het gebied langs de Damweg in Oudewater. Medio september zal de aannemer de houtkades snoeien, waardoor predatoren van weidevogels minder schuilplekken krijgen. Het wandelpad zal dan een periode afgesloten zijn voor publiek. Alle werkzaamheden moeten uiterlijk november 2024 zijn afgerond.
WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135 door Jake van Dam (foto rechts) Jake van Dam is met 25 jaar de jongste donateur van Werkgroep Behoud Lopikerwaard. Hij woont al zijn hele leven in Lopik en Jaarsveld en is dol op natuur en cultuurhistorie. Mede daarom koos hij voor de opleiding Land- en Watermanagement aan de Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp. Hij studeert twee dagen in de week en werkt daarnaast drie dagen als hovenier bij Copijn Groen Aanleg & Beheer. Zijn team van ongeveer tien mensen verzorgt vooral aanleg en onderhoud voor groen van bedrijven en gemeenten door het hele land. Met studeren en werken heeft Jake het druk, toch heeft hij ook nog tijd voor vrijwilligerswerk. Hij is secretaris en geeft clinics voor de Polsstokvereniging Jaarsveld en doet jeugdwerk vanuit de kerk.
Pleidooi voor een levende tuin In het voorjaar krijgen alle tuinen weer kleur. Eerst langzaam, wat aarzelende sneeuwklokjes en een vage waas van kleur in struiken. Daarna gaat het steeds harder om in mei uit te monden in alle kleuren groen van het palet en een veelheid aan bloeiende bomen, struiken en bloemen. Het blijft mooi om elk jaar weer te zien, maar leeft uw tuin ook echt? Hovenier en student Land- en Watermanagement Jake van Dam geeft de WBL magazine lezer wat groene tips mee voor een levende tuin. Volle grond of planten in potten Staan planten en bomen in de volle grond of is de tuin betegeld en staat het groen in een paar potten? Een tuin waarin planten in de volle grond staan, verhoogt de biodiversiteit, niet alleen bovengronds, maar ook ondergronds. Talloze insecten en wormen halen voeding uit organisch materiaal dat in de grond terecht komt. Denk bijvoorbeeld aan wortels en blad van afgestorven planten of het blad dat in het najaar van de bomen valt. Al die insecten en wormen verbeteren de bodemstructuur en zorgen voor een hogere doorlaatbaarheid van de grond. Daardoor vinden wortels van planten makkelijker hun weg door de bodem en bij hevige regenval kan ook het water gemakkelijk wegzakken. Naast die betere bodemstructuur bevordert diversiteit ook de bestuiving van planten. Een tuin met veel planten en bloemen trekt veel bijen en insecten aan.
Daarbij spelen ook geurende planten een grote rol. Veel dieren en insecten komen af op de geur van bepaalde planten. Kleine tuin? Niet in elke tuin passen flinke struiken en bomen, maar als het kan vormen ze een perfecte schuilplaats voor vogels. Ook vogels voegen veel toe aan de levende tuin. Hoe meer verschillende bomen en struiken, hoe meer schuilplaatsen, maar ook mogelijkheden voor 25
huisvesting en voeding, bijvoorbeeld door fruitbomen of vruchtdragende struiken. Ook een kleine tuin kan een levende tuin zijn. Plant bijvoorbeeld een ligusterhaag in plaats van een schutting, zorg voor beplanting in de volle grond en voor geurende en vruchtdragende planten en struiken. Toch de schutting met de buren laten staan? Laat er klimplanten tegenop groeien. En een terras in de tuin is fijn, maar overweeg een aantal tegels, bijvoorbeeld langs de randen, weg te halen en plant daar verschillende planten. Dan zit u heerlijk tussen de bloemen. Goed voor ons welzijn Een levende tuin is niet alleen goed voor biodiversiteit, maar ook voor ons eigen welzijn. Wij mensen zijn gelukkiger in een groene omgeving. Planten reinigen de lucht die frisser en gezonder is. Steeds meer studies geven aan dat een groene omgeving voor stressvermindering zorgt en de concentratie verbetert. Bovendien stimuleert groen de sociale interactie, omdat we liever naar buiten gaan in een groene omgeving dan in een versteende omgeving.
WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135 door Henriëtte Keijzer
Steeds meer kruidenrijk grasland Veel boeren in de provincie Utrecht deden mee met de campagne ‘1001 Hectare Kruidenrijk Grasland’ (1001ha) van LTO en Urgenda, wat zeker 184 hectare aan kruidenrijke weilanden opleverde. Maar wat is kruidenrijk grasland eigenlijk en hoe kun je dit realiseren?
grote en kleine grazers in het kruidenrijk grasland; koeien, foto Gijs van Kempen en jonge grutto, foto Astrid Kant
Kruidenrijk grasland bestaat uit een mix aan planten in plaats van slechts enkele soorten gras en zorgt voor een gezondere en klimaatbestendigere bodem en voor meer voedsel voor dieren en microorganismen boven én onder de grond en voor vogels. Het is een manier om de biodiversiteit in het weiland te vergroten. Veel insecten, zoals bijen, vlinders en kevers, zijn afhankelijk van specifieke planten voor voedsel en voortplanting. Kruidenrijk grasland heeft veel verschillende soorten bloeiende planten die deze insecten van nectar en stuifmeel voorzien. Kruidenrijk grasland kan een geschikt leefgebied bieden voor verschillende vogelsoorten. Sommige vogels nestelen in het gras, terwijl andere op zoek zijn naar insecten die overvloedig aanwezig zijn in dit type vegetatie. De structuur van kruidenrijk grasland met zijn verscheidenheid aan plantenhoogtes en -structuren biedt beschutting en schuilplaatsen voor kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen. De diepere wortels van sommige planten helpen bij het vasthouden van 26
voedingsstoffen en voorkomen bodemerosie. Dit draagt bij aan een gezondere bodemkwaliteit, wat op zijn beurt gunstig is voor verschillende planten- en diersoorten die van die bodem afhankelijk zijn. Door kruidenrijk grasland verbetert ook de waterkwaliteit doordat het bodemerosie vermindert en verontreinigingen filtert uit regenwater dat door de bodem sijpelt.
Bovendien bevat het grasland stikstofbindende klavers. Per hectare scheelt dat ongeveer 500 kilo kunstmest en 1000 kilo CO2. Sinds 2020 hebben landelijk al 1500 boeren meegedaan, zij hebben samen 5000 hectare ingezaaid. Dat scheelt al 2.500.000 kilo kunstmest en 10.000.000 kilo CO2. Kruidenrijk grasland ontstaat door het maaibeheer aan te passen.
WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135
Maaien na de bloeiperiode van bloeiende planten, zorgt dat ze de kans krijgen
beeld: Gijs van Kempen
om zaden te produceren en zich te verspreiden. Daarnaast kunnen speciale kruidenmengsels met diverse inheemse kruiden en bloemen passend bij de bo-
27
dem worden ingezaaid. Het land moet ook anders beheerd worden: begrazing met vee, het verminderen van meststoffen en herbiciden. Er zijn ook voorbeelden waarbij de natuurlijke vegetatie hersteld wordt, zoals natte graslanden of veengebieden. Het is net zo productief als ander grasland, maar je hebt veel minder kunstmest nodig. De kosten zijn voor sommige boeren een belemmering om kruidenrijk grasland in te zaaien. Met de financiële bijdrage van de crowdfundactie 1001ha krijgen boeren een flinke korting op het zaad voor de aanleg. De WBL wil zich samen met verschillende organisaties en gemeentes inzetten om boeren te stimuleren hun grasland kruidenrijker te maken. En wat dacht u van uw eigen gazon?
WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135
bron: Nature Today, 26 april 2024 tekst: Naturalis Biodiversity Center foto's: Naturalis foto boven: aardhommels foto rechterpagina: natgeregende weidehommel
Alle telresultaten, zoals de top tien van meest gespotte bijen en een telkaartje waar in Nederland geteld is, zijn te vinden op: Nationalebijentelling.nl/ resultaten/.
Nationale Bijentelling: bijen en tellers trotseren barre weersomstandigheden De Nationale Bijentelling had dit jaar te lijden onder een koud en wisselvallig voorjaar met veel wind, regen en zelfs vrieskou. Desondanks zijn er ruim 40.000 bijen, hommels en zweefvliegen geteld door ruim 2.300 tellers. Het slechte voorjaarsweer is terug te zien in de resultaten: de kou-bestendige honingbij, aardhommel en metselbijen zijn opnieuw de meest gespotte bijen. Ondanks dat het weer niet meezat, trotseerden ruim 2.300 tellers het barre voorjaarsweer tijdens de zevende editie van de Nationale Bijentelling. Deelnemers die meededen aan een van de tien teldagen zagen het vaakst de honingbij voorbij vliegen. Op plek twee en drie van meest gespotte bijen staan na deze ‘tamme’ honingbij, de aardhommel en metselbijen. Bijenexperts van Naturalis Biodiversity Center gaan de komende weken aan de slag met de resultaten voor de volledige analyse, maar zien nu al een aantal opmerkelijke uitkomsten. Invloed koude voorjaarsweer De telresultaten laten dit jaar de soorten zien die minder last hebben van de koude temperaturen: de koubestendige honingbij en hommels staan aan kop in de top tien met in hun midden ook metselbijen, die eigenlijk iets minder goed tegen de kou kunnen. Dit jaar is maar 16,5 procent van de waargenomen bestuivers een honingbij, ten opzichte van wel 25 en 35 procent een 28
paar jaar geleden. Dit is vermoedelijk een gevolg van de wintersterfte, maar daar is meer onderzoek voor nodig. "Bijen zijn koudbloedig en moeten zich opwarmen om te kunnen vliegen", legt bijenexpert en wetenschappelijk directeur van Naturalis Koos Biesmeijer uit. De meeste wilde bijen laten zich daarom pas zien vanaf een temperatuur richting de 15 graden. “Maar honingbijen hebben ‘centrale verwarming’ in de bijenkorf. Ze houden zich samen warm door honing te eten en actief te zijn. Hierdoor kunnen ze bij relatief lage temperaturen al vliegen”, vertelt Biesmeijer. Hommels gebruiken naast hun dichte beharing ook hun vleugelspieren om zichzelf warm te trillen. “Hierdoor kunnen ze eerder uitvliegen om stuifmeel te verzamelen voor hun jongen, die ze vervolgens op deze manier ook warm kunnen houden”, legt hij uit. Een bijenhotel op een zonnige plek kan ervoor zorgen dat metselbijen actief zijn ondanks de kou. “Veel wilde bijen, zoals het vosje, hebben dit niet en moeten zichzelf opwarmen, daardoor zagen we ze ook minder terug deze telling.” Meer bestuivers gespot Opvallend is dat het gemiddelde aantal getelde bestuivers per telling hoger ligt dan vorig jaar, namelijk achttien bestuivers per telling, ten opzichte van slechts vijftien stuks vorig jaar, maar lager dan
WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135
De Nationale Bijentelling is een gezamenlijk initiatief van Naturalis Biodiversity Center, LandschappenNL en Natuur & Milieu, en wordt mede-georganiseerd door IVN Natuureducatie, EIS Kenniscentrum Insecten en Waarneming.nl. Het doel is om gezamenlijk meer over bestuivers te weten te komen, zodat we ze beter kunnen helpen. Daarom wordt iedereen verzocht om mee te doen aan dit onderzoek door wilde bijen te tellen.
eerdere jaren met beter weer (toen rond de twintig). “Tellers konden dit jaar meedoen als groep en samen zie je nu eenmaal meer dan alleen”, legt Biesmeijer uit. “Ook kan het een teken zijn dat de deelnemers bestuivers beter weten te verwelkomen in hun tuin, balkon of buurt.” Dit is ontzettend belangrijk, want ruim de helft van de 360 bijensoorten in Nederland is bedreigd. De organisatoren roepen daarom iedereen op om Nederland meer te laten zoemen. “Juist de steden kunnen een belangrijk toevluchtsoord voor deze bestuivers zijn”, benadrukt Biesmeijer.
“Help wilde bijen door inheemse bloemen en planten te zaaien en zorg dat je het hele jaar door iets bloeiends in je omgeving hebt. ”Hopelijk zien we dan volgend jaar opnieuw een stijging in het aantal getelde bestuivers.”
Waarnemingen gezocht voor onderzoek naar impact uitheemse rivierkreeften op amfibieën bron: Nature Today, 26 april 2024
Meer weten of meedoen aan het onderzoek: www.ravon.nl/Actueel/
foto: Jelger Herder (RAVON), rode Amerikaanse rivierkreeft verplaatst zich over land
Uitheemse rivierkreeften zijn niet meer kreeften hoge dichtheden bereiken en weg te denken uit het Nederlandse wa- voor grote overlast zorgen. tersysteem. Hun opmars is nog volop gaande en de verwachting is niet dat ze Gevolgen voor amfibieën in Nederland ooit nog zullen verdwijnen. Dat ze een niet eerder onderzocht grote impact kunnen hebben op ecosys- Onderzoeken uit het buitenland laten temen en inheemse soorten is bekend. zien dat ook amfibieën nadelige gevolNaar de specifieke effecten op amfigen kunnen ondervinden van uitheemse bieën in Nederland is echter weinig on- rivierkreeften. Zo zorgt de rode Ameriderzoek gedaan. Hoog tijd om er dieper kaanse rivierkreeft in Noord-Italië voor in te duiken. het verdwijnen van alle inheemse salamanders op plekken waar de soort voorDe afgelopen decennia hebben zich komt. In Spanje nemen aantallen inmeerdere uitheemse, veelal Noordheemse amfibieën ook gestaag af na Amerikaanse rivierkreeftsoorten geves- vestiging van deze uitheemse riviertigd in Nederland. Veel van deze soorten kreeft in hun voortplantingswateren. breiden zich sterk uit en gedragen zich Naar de effecten van uitheemse rivierinvasief. Zowel direct als indirect kunnen kreeften op amfibieën in Nederland is ze een grote invloed hebben op inheem- echter nog heel weinig onderzoek gese soorten. Zo voeden rivierkreeften zich daan.
De meeste rivierkreeften zitten in met een breed scala aan dierlijk en open, met elkaar verbonden, watersysplantaardig materiaal en kunnen ze zo temen. Dergelijke wateren zijn vaak ook een direct effect hebben op inheemse visrijk en daardoor bij voorbaat al minsoorten door deze te consumeren. der geschikt voor veel amfibiesoorten. Maar ook indirect kunnen ze een effect Dit doordat ook vissen amfibieën, met hebben door watervegetaties te decime- name de eitjes en larven, eten. ren en middels hun graafwerkzaamheden de waterkwaliteit te beïnvloeden. Niet voor niets is er reeds veel onderzoek gedaan naar de impact van rivierkreeften op watersystemen, met name in lager gelegen polders waar rivier29
WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135
Een fotografische impressie van de lente in de Lopikerwaard. foto’s: broedende eend en broedende zwaan onder: Leon Snoek, zwanennest, broedende futen en kuikentjes in wilg: Waldien Burger
30
Lepelaars in de Lopikerwaard
Half april deed een paartje lepelaars de Lopikerwaard aan. Op weg van Montfoort via de Achtersloot vlak voor de brug naar Marnemoende kon je ze tegen komen op een ondergelopen maisveld. Lepelaars broeden vrijwel overal in gemengde kolonies met reigers, aalscholvers, grauwe ganzen of zilver- en/of kleine mantelmeeuwen. Ze foerageren in ondiepe poldersloten, oeverzones en moerassen. Het voedselgebied strekt zich uit tot op 40 km van de broedkolonie. (meer info: vogelbescherming.nl). Het betreft hier dus waarschijnlijk voorbijgangers die voedsel zoeken. Naast de lepelaars, vertoeven ook kluten, kleine plevieren,
31
32