CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B13. Staat van Utrecht, Special 67+ in de provincie Utrecht.pdf

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken26.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

35

Tabel 5.3 Online criminaliteit, ondervonden delicten naar leeftijd (2019) totaal personen vanaf 15 jaar

Leeftijd: 75 jaar of ouder

Online criminaliteit

22,3%

15,0%

10,2%

Identiteitsfraude totaal

0,6%

0,7%

0,4%

Identiteitsfraude - Skimming

0,1%

0,0%

0,0%

Identiteitsfraude - Phishing/pharming

0,5%

0,6%

0,4%

Koop- en verkoopfraude totaal

5,7%

2,5%

0,9%

Koopfraude

5,2%

2,4%

0,8%

Verkoopfraude

0,4%

0,1%

0,0%

Hacken totaal

8,2%

7,5%

5,9%

Hacken - Ingebroken op computer

0,8%

1,2%

1,2%

Hacken - Ingebroken op emailaccount

2,6%

2,5%

2,2%

Hacken - Ingebroken op website/profielsite

3,2%

1,1%

0,6%

Hacken - overig

2,2%

2,7%

2,0%

Cyberpesten totaal

7,9%

4,3%

3,0%

Cyberpesten - Laster

2,0%

0,6%

0,3%

Cyberpesten - Stalken

1,7%

0,4%

0,2%

Cyberpesten - Chantage

1,7%

1,4%

0,9%

Cyberpesten - Bedreiging met geweld

1,1%

0,2%

*

Cyberpesten - overig

2,5%

1,6%

1,0%

Bron: CBS / *te weinig data

36

Leeftijd: 65 tot 75 jaar

Tabel 5.4 Sociale veiligheid 65-plussers provincie Utrecht (2020)

Sociale veiligheid De GGD regio Utrecht (GGDRU) heeft aan de hand van inwoners­ enquêtes gegevens verzameld over de mate waarin sociale onveiligheid voorkomt onder 65-plussers in de provincie Utrecht. Voor de meeste onderzochte soorten onveiligheid (ongewenste seksuele benadering thuis, verwaarlozing in de verzorging thuis, lichamelijk geweld thuis) liggen de percentages in 2020 dermate laag (onder de 1%) dat dit een betrouwbare vergelijking tussen gemeenten bemoeilijkt. Waar het gaat om ‘psychisch geweld thuis in de afgelopen twaalf maanden’, zien we wel hogere percentages. Voor de provincie gemiddeld ligt het aandeel ouderen dat in de voorgaande twaalf maanden psychisch geweld thuis heeft meegemaakt op 4,3%. Relatief het hoogst is het gerapporteerde aandeel in de gemeenten Rhenen (5,5%), Nieuwegein en Baarn (5,3%), het laagst in de gemeenten Montfoort (2,4%), Woudenberg (3%) en IJsselstein (3,5%).

Ongewenst seksueel benaderd thuis afgelo­pen 12 mnd

Financieel benadeeld thuis afgelo­pen 12 mnd

Verwaarloosd in verzorging thuis afgelo­pen 12 mnd

Lichamelijk geweld thuis afgelo­pen 12 mnd

Amersfoort

0,1%

0,7%

0,6%

0,4%

4,0%

Baarn

0,2%

1,4%

1,1%

0,3%

5,3%

Bunnik

0,1%

1,8%

0,3%

0,2%

4,8%

Bunschoten

*

1,0%

0,2%

*

3,7%

De Bilt

*

1,1%

0,3%

0,5%

4,7%

De Ronde Venen

*

0,7%

*

0,2%

3,9%

Eemnes

0,2%

1,5%

0,3%

0,5%

4,3%

Houten

*

1,2%

0,7%

0,3%

3,6%

IJsselstein

Psychisch geweld thuis afgelo­pen 12 mnd

*

1,3%

0,8%

*

3,5%

0,1%

0,5%

0,2%

0,4%

4,1%

Lopik

*

1,7%

1,1%

0,2%

4,2%

Montfoort

*

0,5%

0,3%

0,2%

2,4%

Nieuwegein

0,2%

1,2%

0,6%

0,2%

5,3%

Oudewater

*

0,7%

0,6%

0,4%

5,1%

Renswoude

*

1,2%

*

0,5%

4,2%

Rhenen

0,5%

0,8%

0,1%

0,9%

5,5%

Soest

0,2%

1,1%

0,5%

*

3,6%

Stichtse Vecht

0,2%

1,4%

0,5%

*

4,0%

Utrecht

0,7%

1,1%

0,6%

0,6%

4,4%

Utrechtse Heuvelrug

0,1%

1,3%

0,4%

0,4%

3,6%

Leusden

Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede

*

0,7%

0,2%

0,4%

4,1%

0,2%

0,9%

0,8%

0,1%

5,1%

*

0,3%

0,8%

*

5,2%

Woerden

0,1%

0,8%

0,5%

0,2%

4,3%

Woudenberg

0,3%

0,7%

0,8%

0,2%

3,0%

Zeist

0,3%

1,0%

0,8%

0,2%

4,6%

Provincie Utrecht totaal

0,2%

1,0%

0,5%

0,3%

4,3%

Bron: ggdru.buurtmonitor.nl * Geen data

37

Deel II

Utrechtse ouderen en hun sociale omgeving

38

6

Werk en inkomen

Arbeidsdeelname 55-plussers Groeiend aandeel 55-plussers neemt deel aan arbeidsproces Het aandeel 55-plussers dat betaald aan het werk is, is sinds de afgelopen twee decennia sterk aan het stijgen. De netto arbeidsparticipatie van de groep 55- tot 64-jarigen is in de periode 2004 tot 2019 toegenomen van 45% naar 70%. Dit percentage staat voor het aandeel werkenden in een bepaalde (leeftijds)groep ten opzichte van de totale beroeps- en niet-beroepsbevolking in die leeftijd. Met de gestegen Nederlandse arbeidsparticipatie van de groep 55-plussers, behoort Nederland inmiddels tot de Europese top 5 van hoogste deelname. Een van de meest opvallende aspecten van de stijging is volgens UWV het feit dat momenteel bijna twee derde van de 60- tot 65-jarigen aan het werk is. Begin 2000 ging dit nog om een op de vijf. De toegenomen arbeidsparticipatie van 55-plussers wordt volgens UWV deels veroorzaakt door beleids­ maatregelen zoals de afschaffing van de fiscale voordelen van de VUT en het prepensioen in 2006. Daarnaast werd in januari 2016 de AOW-leeftijd verhoogd. Gemiddeld is in het eerste kwartaal van 2022 nog één op de vijf 65- tot 70-jarigen aan het werk en één op de twaalf 70- tot 75-jarigen. (UWV, 2022)

Tabel 6.1 Netto arbeidsparticipatie 55-plussers in Nederland (1e kwartaal 2022) 55 tot 60 jaar

80,3%

60 tot 65 jaar

63,6%

65 tot 70 jaar

21,2%

70 tot 75 jaar

8,3%

75 jaar of ouder

2,7%

Bron: CBS

Pensioen en AOW Gemiddelde pensioenleeftijd stijgt Veel werknemers gaan eerder met pensioen dan op hun AOWgerechtigde leeftijd. Landelijk lag de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers in de periode 2000-2006 op 61 jaar. De pensioen­ leeftijd steeg vanaf 2007 en het aandeel werknemers dat voor hun 65e verjaardag met pensioen ging is sindsdien gedaald. Vanaf 2013 houdt de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers min of meer gelijke tred met de geldende AOW-leeftijd. (CBS, 2022 g) Groei aandeel AOW-ontvangers 2014-2019 relatief sterk in provincie Utrecht Gemiddeld is het aantal AOW-ontvangers in Nederland tussen 2014 en 2019 gegroeid met 4%. Voor de provincie Utrecht is dat 9%. De provincie komt daarmee op de tweede plaats van stijgers, na 39

AOW-uitkeringen naar Utrechtse gemeenten 2014-2019 Aantal AOW-ontvangers 2014

Flevoland (13%). Binnen de provincie Utrecht is de relatieve groei van het aantal AOW-ontvangers het grootst in de gemeenten Wijk bij Duurstede (+17%), Houten (+16%) en Nieuwegein (+13%). Niet of nauwelijks groei was er op dit gebied in De Bilt (0%), Soest en Utrecht (beide 1%).

Tabel 6.2 AOW-uitkeringen naar provincie 2014-2019 Aantal AOW-ontvangers 2014

Relatieve groei 2014-2019

2019

Relatieve groei 2014-2019

2019

Amersfoort

20.270

21.540

6%

Baarn

5.250

5.500

5%

De Bilt

9.680

9.640

0%

Bunnik

3.070

3.150

3%

Bunschoten

3.050

3.320

9%

Eemnes

1.610

1.760

9%

Houten

5.760

6.710

16%

IJsselstein

4.950

5.560

12%

Leusden

5.520

6.130

11%

Lopik

2.100

2.310

10%

Montfoort

2.340

2.530

8%

Nieuwegein

10.360

11.700

13%

Oudewater

1.900

1.970

4%

710

750

6%

Groningen

104.080

107.230

3%

Renswoude

Fryslân

124.660

129.490

4%

Rhenen

3.810

3.960

4%

Drenthe

101.660

106.030

4%

De Ronde Venen

7.960

8.490

7%

Overijssel

200.210

208.580

4%

Soest

9.630

9.730

1%

Flevoland

47.350

53.440

13%

Stichtse Vecht

11.380

12.200

7%

Gelderland

369.150

391.090

6%

Utrecht (gemeente)

33.440

33.930

1%

Utrecht

194.400

212.250

9%

Utrechtse Heuvelrug

11.150

11.350

2%

10.230

11.050

8%

Noord-Holland

457.480

476.910

4%

Veenendaal

Zuid-Holland

603.020

619.470

3%

Vijfheerenlanden

*

10.550

*

Zeeland

81.830

83.710

2%

Wijk bij Duurstede

3.710

4.340

17%

Noord-Brabant

454.290

478.750

5%

Woerden

8.430

9.150

9%

Limburg

234.320

244.090

4%

Woudenberg

2.260

2.320

3%

Nederland

3.307.290

3.452.950

4%

Zeist

12.200

12.620

3%

Bron: CBS

40

Bron: CBS

41

De leeftijd waarop men AOW-gerechtigd wordt, is sinds 2013 gaan verschuiven. Tot die tijd lag deze leeftijd vast op 65 jaar. In 2013 was dit 65 jaar en 1 maand. Sindsdien schuift de AOW-leeftijd in stapjes op naar volgens verwachting 67 jaar in 2024.

Armoede Relatief veel 65+-huishoudens met laag inkomen in gemeente Utrecht In heel Nederland heeft in 2020 5,9% van de huishoudens waarvan de kostwinner 65 jaar of ouder is, een inkomen tot 101% van het sociaal minimum. Voor de provincie Utrecht is dit cijfer iets gunstiger, namelijk 5,2%. Vooral de gemeente Utrecht springt er ongunstig uit. Hier heeft 10,7% van de 65+-huishoudens een inkomen tot 101% van het sociaal minimum, waarbij voor 6,7% geldt dat dit inkomen al vier jaar of langer op dit niveau is. Gemeenten in de provincie Utrecht waar relatief weinig ouderen een inkomen hebben tot 101% van het sociaal minimum zijn Bunnik (1,9%), Leusden (2,4%) en Woudenberg (2,5%).

42

Bijna 6% van 65-plussers heeft in 2020 moeite met rondkomen Gemiddeld geeft 5,7% van de 65-plussers in de provincie Utrecht in 2020 aan enige tot grote moeite te hebben met rondkomen. Dit percentage is lager dan voor de groep 18- tot 64-jarigen (9,6%). Gemeenten waar relatief veel inwoners van 65 jaar of ouder enige tot grote moeite hebben met rondkomen zijn Utrecht (10,9%), Baarn (6,7%) en IJsselstein (6,5%). Senioren in Oudewater (2,7%), Woerden (3,0%) en Bunnik (3,2%) hebben gemiddeld minder vaak moeite met rondkomen. Waar het gaat om de vraag of inwoners in staat zijn een onverwachte uitgave te doen van € 1.000 of meer, antwoordt 12,2% van de 65-plussers in 2020 ontkennend. Voor de groep 18 tot 64 jarigen is dat 16,8%.

Tabel 6.4 Percentage 65-plussers met lage inkomens provincie Utrecht (2019-2020) % huishoudens met Inkomen tot 101% van het sociaal minimum, hoofdkost­ winner 65 jaar of ouder (2020)

% huishoudens dat vier jaar of langer een inkomen heeft tot 101% van het sociaal minimum, hoofdkost­winner 65 jaar of ouder (2020)

% 65+ met enige tot grote moeite met rondkomen (2020)**

% 65+ met risicovolle schulden, 65+ (2020)**

Amersfoort

6,4%

Baarn

3,7%

Bunnik Bunschoten

3,8%

5%

1,6%

14,7%

1,7%

6,7%

1,4%

13,4%

1,9%

0,7%

3,2%

0,4%

6,5%

3,2%

1,3%

3,7%

0,6%

15,6%

De Bilt

3,7%

1,9%

4,3%

1,1%

10,8%

De Ronde Venen

4,1%

2,1%

4,4%

1,1%

13,0%

Eemnes

5,0%

2,7%

4%

0,7%

6,9%

Houten

2,9%

1,2%

4,6%

1,2%

10,9%

IJsselstein

4,0%

2,0%

6,5%

0,4%

12,9%

Leusden

2,4%

1,2%

3,8%

0,8%

7,8%

Lopik

3,5%

1,6%

5,5%

0,3%

15,5%

Montfoort

2,8%

1,6%

4,1%

0,3%

11,6%

Nieuwegein

4,2%

2,2%

5,4%

1,2%

13,9%

Oudewater

3,4%

1,4%

2,7%

0,5%

11,5%

Renswoude

4,4%

1,8%

3,9%

0,3%

9,8%

Rhenen

3,4%

1,8%

4,9%

0,5%

12,8%

Soest

3,7%

2,2%

5,1%

1,1%

11,6%

Stichtse Vecht

3,5%

1,9%

3,8%

,9%

12,3%

Utrecht

10,7%

6,7%

10,9%

***

***

Utrechtse Heuvelrug

3,9%

1,8%

4,8%

1,1%

10,0%

Veenendaal

5,6%

3,3%

5,3%

1,0%

12,3%

Vijfheerenlanden

4,4%

2,1%

5,4%

1,2%

13,7%

Wijk bij Duurstede

2,9%

1,3%

4,7%

0,9%

12,2%

Woerden

3,3%

1,6%

3%

1,0%

11,4%

Woudenberg

2,5%

1,0%

4,3%

1,3%

9,9%

Zeist

5,3%

3,0%

5,2%

0,9%

12,4%

Totaal provincie Utrecht

5,2%

2,9%

5,7%

1,0%

12,2%

Totaal Nederland

5,9%

3,3%

***

***

***

Bron: CBS ** Bron: ggdru.buurtmonitor.nl *** Hier zijn geen vergelijkbare cijfers van beschikbaar.

% 65+ niet in staat om een onverwachte uitgave van €1000 te betalen (2020)**

Ouderen uit klassieke migratielanden hebben gemiddeld vaak lage huishoudensinkomens Ouderen uit de klassieke migratielanden Turkije, Marokko, Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen hebben gemiddeld lagere huishoudensinkomens en vaker een bijstands­­uitkering dan in Nederland geboren ouderen. De huishoudens­inkomens van oudere migranten uit de buurlanden zijn volgens het CBS vergelijkbaar met die van Nederlandse ouderen. Ook ouderen met een Indonesische achtergrond hebben relatief hoge huishoudensinkomens vergeleken bij andere migrantenouderen. (CBS, 2022e) Ontwikkeling huishoudensinkomens toekomstige ouderen nog onduidelijk Hoe de inkomens van ouderen zich de komende jaren ontwikkelen is volgens het SCP nog onduidelijk. De hoogte van de inkomens van ouderen hangt niet alleen samen met de arbeids­participatie in het verleden en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, maar ook met scheidingen en ontwikkelingen in de AOW en werk­nemerspensioenen. Naar verwachting echter hebben toekomstige 75-plussers vaker en/of langer aan de arbeidsmarkt deelgenomen dan de huidige 75-plussers en dus meer aanvullend pensioen opgebouwd. Ouderen zullen in de toekomst dan ook vermoedelijk meer te besteden hebben. (SCP, 2019b) (SCP, 2022k) 43

7

Sociale activiteiten en vrijetijdsbesteding

Tevredenheid met het leven

Sociale contacten

Relatief grote tevredenheid met het leven onder ouderen Ouderen blijken gemiddeld tevredener met het leven, dan volwassenen gemiddeld. Dit blijkt bij uitstek te gelden voor de groep 65- tot 75-jarigen. In 2021 geeft ruim 87% van deze leeftijdsgroep aan tevreden te zijn over het leven, ten opzichte van bijna 84% van alle Nederlanders (vanaf 15 jaar) gemiddeld. Voor de groep van 75 jaar en ouder ligt het percentage tevredenen op bijna 85%. Ook voor 2021 bleek al dat het juist de groep 65– tot 75-jarigen is, die zich het meest tevreden voelt. Daarna zet een daling in maar is de tevredenheid nog steeds groter dan gemiddeld voor Nederland.

In de gemeente Utrecht hebben relatief veel ouderen geen contact met buren of familie Het blijkt niet vanzelfsprekend voor alle ouderen om sociale contacten te onderhouden met familie, vrienden of buren. Ruw geschat kan van ongeveer één op de tien senioren in de provincie Utrecht gezegd worden dat deze geen contact heeft met vrienden (9,4%) en/of buren (10,4%). Voor één op de zestien senioren geldt dat zij geen contact hebben met familie. Waar het gaat om geen contact hebben met buren, en men elkaar ook niet groet, liggen de scores relatief hoog in de gemeenten Utrecht (15,2%), Nieuwegein (12,7%) en Wijk bij Duurstede (12,3%). Relatief laag liggen de scores in Bunnik (4,4%) en Montfoort (8%). Waar het gaat om geen contact hebben met familie, speelt dit relatief vaak in Utrecht (13,1%), Nieuwegein en IJsselstein (beide 8,1%). Relatief weinig speelt dit in Bunschoten (1,6%), Renswoude (2,9%) en Woudenberg (3,1%).

Tabel 7.1 Tevreden met het leven (naar leeftijd) 2016

2021

Bevolking totaal van 15 jaar en ouder

85,2%

83,6%

65 - 75 jaar

88,4%

87,2%

75 jaar en ouder

83,0%

84,5%

Bron: CBS

44

Tabel 7.2 Sociale contacten 65-plussers provincie Utrecht (2020) Gaat niet bij familie/vrienden/buren langs of komen niet bij hem of haar thuis Amersfoort

Geen contact met familie

9,2%

6,4%

Baarn

9,1%

Bunnik

10,6%

Bunschoten De Bilt De Ronde Venen

Geen contact met vrienden

Heeft geen contact met buren en groet ook niet

Lid van een vereniging 65- tot 75-jarigen zijn relatief vaak lid van een vereniging Senioren van 65 tot 75 jaar zijn relatief vaker lid van verenigingen dan Nederlanders (≥ 15 jaar) gemiddeld. Dit geldt met name voor politieke partijen, vakbonden, consumentenorganisaties, patiëntenverenigingen, milieuorganisaties en hobbyverenigingen. Na het 75ste levensjaar komt hier weer een kentering in, en neemt het aandeel ouderen met een lidmaatschap af en komt uit onder dat van Nederlanders gemiddeld. Uitzonderingen hierop zijn patiëntenvereniging (lidmaatschap blijft ongeveer gelijk), en culturele en gezelligheidsverenigingen. Hiervan neemt het lidmaatschap na het 75ste jaar relatief toe.

9,3%

11,3%

4,4%

7%

10,1%

4,6%

9,3%

4,4%

6,4%

1,6%

8,9%

9,6%

10,5%

6,1%

9,1%

11,5%

8,1%

6,1%

6,5%

10,9%

Eemnes

6,9%

4,2%

8,8%

10,7%

Houten

7,9%

3,5%

10%

9,5%

IJsselstein

9,7%

8,1%

8,7%

11,9%

Leusden

8,5%

6,5%

9,1%

9,8%

Lopik

9,7%

6,1%

9,6%

9,9%

Montfoort

8,4%

4,3%

8,2%

8%

Nieuwegein

9,6%

8,1%

11,8%

12,7%

Oudewater

6,9%

5,9%

9,8%

10,6%

Politieke partij

4,2%

6,7%

5,0%

Renswoude

10,7%

2,9%

8,9%

9,6%

Beroepsorganisatie

6,4%

4,4%

3,1%

13,0%

15,0%

8,8%

Tabel 7.3 Lidmaatschap verenigingen in Nederland naar leeftijd (2021) totaal bevolking 15 jaar en ouder

65-75 jr

75 jr en ouder

Rhenen

9,6%

3,9%

10,7%

9,6%

Vakbond

Soest

7,3%

6,2%

10,3%

9,7%

Consumentenorganisatie

41,6%

56,8%

42,0%

11,1%

9,5%

Patiëntenvereniging

5,9%

10,3%

10,2%

Stichtse Vecht

8,5%

7,1%

*

13,1%

7%

15,2%

Milieuorganisatie

20,8%

30,6%

24,8%

Utrechtse Heuvelrug

10,8%

6,7%

9,3%

9,7%

Sportvereniging

34,9%

29,6%

17,3%

Veenendaal

8,4%

5,3%

8,1%

10,4%

Culturele vereniging

5,8%

7,8%

9,6%

Vijfheerenlanden

8,2%

4,7%

10,6%

11,1%

Hobbyvereniging

6,6%

12,3%

8,8%

11,5%

8,6%

9,6%

8,7%

13,4%

16,6%

Utrecht

Wijk bij Duurstede

8,9%

6,5%

10,3%

12,3%

Gezelligheidsvereniging

Woerden

9,7%

4,8%

9%

9,2%

Andere vereniging Bron: CBS

Woudenberg

7,9%

3,1%

8,4%

9,6%

Zeist

9,9%

6,6%

8,7%

10,7%

Totaal

9,0%

5,9%

9,4%

10,4%

Bron: ggdru.buurtmonitor.nl / * Hier zijn geen vergelijkbare gegevens van beschikbaar.

45

46

Tabel 7.4 Aandeel 65-plussers dat mantelzorg verleent en/of vrijwilligerswerk doet (2020) Is mantelzorger (minimaal 3 mnd en/ of minimaal 8u/wk)

Mantelzorg bieden en vrijwilligerswerk Een op zes van de Utrechtse 65-plussers is mantelzorger Veel ouderen bieden mantelzorg. In de provincie Utrecht gaat het om één op de zes 65-plussers (16,4%). Zij verleenden deze zorg in 2020 minimaal drie maanden, en/of minimaal acht uur per week. Relatief veel mantelzorgers zijn er in de gemeenten IJsselstein en Woudenberg (beide 19,3%) en Stichtse Vecht (18,6%). Relatief weinig mantelzorgers zijn er in Renswoude (12,8%), Vijfheerenlanden (13,1%) en Utrecht (13,5%). Een groot aandeel mantelzorgers geeft aan zich overbelast te voelen. Er wordt in de toekomst een nog grotere vraag naar mantelzorg voorzien. Om aan deze groeiende zorgvraag te voldoen, zal naar verwachting ook vaker een beroep moeten worden gedaan op werkenden. Zij zullen waarschijnlijk vaker dan momenteel het geval is mantelzorg en het hebben van een betaalde baan moeten combineren. Om ervoor te zorgen dat deze groep mantelzorgers dit volhoudt, is volgens het RIVM aandacht en passende ondersteuning voor mantelzorgers noodzakelijk. (RIVM, 2021c) (RIVM, 2021p)

Mantelzorger voelt zich overbelast

Doet vrijwilligerswerk

Amersfoort

14,9%

11,1%

Baarn

16,3%

16,1%

28,4% 35%

Bunnik

18,1%

12,4%

37,3%

Bunschoten

17,9%

9,8%

36,6%

De Bilt

17,8%

15,7%

28,5%

De Ronde Venen

15,3%

11%

31,4%

Eemnes

18,4%

9%

36,7%

Houten

17,3%

15,4%

32,8%

IJsselstein

19,3%

12,6%

28,8%

Leusden

16,7%

8,6%

33,3%

Lopik

16,3%

8%

32,5%

16%

9,4%

38,4%

Montfoort Nieuwegein

14,5%

13,2%

25,9%

Oudewater

16,4%

10,6%

37,4%

Renswoude

12,8%

7,4%

37,7%

Rhenen

15,1%

14,8%

33,2%

Soest

15,3%

13,8%

30,5%

Stichtse Vecht

18,6%

9,5%

29,6%

Utrecht

13,5%

15,7%

25,3%

Utrechtse Heuvelrug Veenendaal

18%

9,6%

32,7%

17,2%

9,4%

32,4%

Vijfheerenlanden

13,1%

18,6%

25,4%

Wijk bij Duurstede

13,9%

18%

30,7%

Woerden

16,5%

10,5%

32,1%

Woudenberg

19,3%

10,6%

39,3%

Zeist

17,3%

8,9%

29,6%

Totaal

16,4%

11,8%

30,8%

Bron: CBS

47

Bijna een op de drie 65-plussers doet vrijwilligerswerk 31% van alle 65-plussers in de provincie Utrecht doet in 2020 aan vrijwilligerswerk (zie tabel 7.4). Dat is iets meer dan de groep 18- tot 64-jarigen (28%). Relatief veel inwoners doen aan vrijwilligerswerk in de gemeenten Woudenberg (39,3%), Montfoort (38,4%) en Renswoude (37,7%). Relatief weinig inwoners doen vrijwilligerswerk in de gemeenten Utrecht (25,3%), Vijfheerenlanden (25,4%) en Nieuwegein (25,9%). Als we kijken naar het soort vrijwilligerswerk dat ouderen doen, dan zien we in heel Nederland dat werken voor een sportvereniging afneemt met het vorderen van de leeftijd (van 11,7% door Nederlanders gemiddeld, naar 7% van de 65- tot 75-jarigen, tot 4,1% van de 75-plussers). Daarentegen zijn 75-plussers juist naar verhouding het meest actief voor hobbyverenigingen. 4,9% van hen doet daar vrijwilligerswerk voor, tegenover 3,9% van de Nederlandse volwassenen gemiddeld.

48

Vrijwilligerswerk bij verenigingen, naar leeftijd (2021)

75 jaar en ouder

65-75 jaar

totaal bevolking 15 jaar en ouder 0%

2% Hobbyvereniging

Bron: CBS

4%

6% Culturele vereniging

8%

10% Sportvereniging

12%

Tabel 7.5 Culturele interesse en gebruik naar leeftijd - indexcijfers 12-19 jaar

20-34 jaar

35-49 jaar

50-64 jaar

65+

Culturele interesse naar persoonskenmerken (2018), 100 is gemiddeld Interesse in kunst

110

99

105

100

91

Interesse in erfgoed*

95

94

100

103

107

cultuurbezoek 2014-2020, 100 is gemiddeld

Culturele participatie

cultuur

114

103

100

98

92

kunsten

117

104

100

97

91

erfgoed

116

97

100

101

96

kunstbezoek 2012-2020, 100 is gemiddeld

Ouderen hebben relatief meer belangstelling voor erfgoed dan voor kunsten Het SCP en de Cultuurmonitor hebben gekeken naar de mate waarin verschillende leeftijdsgroepen interesse hebben in cultu­ rele uitingen. Als norm stellen ze de gemiddelde interesse op 100 en kijken vervolgens in hoeverre de verschillende leeftijds­ groepen hiervan afwijken. Het blijkt dat ouderen bovengemiddelde (indexcijfer 107) interesse hebben waar het gaat om ‘erfgoed’ ten opzichte van ‘kunst’ (indexcijfer 91). Erfgoed is een verzamel­ naam voor monumenten en verzamelingen met een grote cultuur­historische betekenis. Waar het gaat om kunstbezoek zijn ouderen sterk oververtegenwoordigd (indexcijfer 126) waar het de gecanoniseerde podiumkunsten betreft. Dit omvat met name de klassieke muziek, dans, ballet en toneel. Ze zijn ondervertegenwoordigd op het gebied van populaire podiumkunst (indexcijfer 74) en film (indexcijfer 60). Wat betreft de beoefening van cultuur, vindt dat door ouderen relatief veel vaker plaats op het gebied van erfgoed (indexcijfer 106) dan op het gebied van de kunsten (indexcijfer 89) en cultuur (indexcijfer 96).

gecanoniseerde podiumkunst**

127

82

83

102

126

populaire podiumkunst

124

119

103

96

74

beeldende kunst

122

88

89

106

107

film

152

123

108

85

60

Bezoek aan culturele plekken 2012-2020, 100 is gemiddeld museum

124

87

95

103

107

bibliotheek

187

82

111

79

85

festival

158

121

98

87

65

118

122

103

98

72

optreden op feest

Cultuurbeoefening 2012-2020, 100 is gemiddeld cultuur

135

103

90

93

96

kunsten

152

108

88

90

89

erfgoed

119

99

83

97

106

Bronnen: SCP (2021) Wat hebben mensen met cultuur? en www.cultuurmonitor.nl * Erfgoed is een verzamelnaam voor monumenten en verzamelingen met een grote cultuurhistorische betekenis. ** Bij gecanoniseerde podiumkunst gaat het om onder meer klassieke muziek, dans en toneel.

49

Sporten

Vakantie en recreatie

Groeiend aandeel ouderen sport wekelijks Er is in heel Nederland sprake van een toenemend aantal ouderen dat aan sport doet. Sportte aan het begin van de 21ste eeuw 27% van alle 65-plussers, rond 2020 is dat 37%. Er zijn forse verschillen naar opleidingsniveau als het gaat om de sportdeelname van 65-plussers. Van de hoger opgeleide 65-plussers beoefent in 2020 52% wekelijks een sport, tegen 28% van de lager opgeleiden. Hoewel ouderen minder vaak wekelijks sporten dan volwassenen in het algemeen, consumeren zij relatief vaak sport via de media. Van de 65- tot 80-jarigen volgt 38% dagelijks sport via media, tegenover 25% van de mensen van 18 tot 55 jaar. Voor hun sportdeelname gebruiken 65- tot 80-jarigen momenteel minder (technische) hulpmiddelen zoals apps en hartslagmeters, dan de jongere generaties. Wat de toekomst betreft verwacht het Mulier Instituut dat de deelname van ouderen aan sport zal blijven groeien. (Mulier Instituut, 2022)

Betere spreiding van toerisme over het jaar heen verwacht Wat het recreëren van ouderen in de toekomst betreft, wordt verwacht dat deze groep voor een betere spreiding van het toerisme over het jaar heen gaat zorgen. Omdat de groep 55-plussers vaak niet meer is gebonden aan schoolgaande kinderen of gepensio­ neerd is, kunnen ze vaker dan jongere generaties rondom het hoogseizoen op vakantie gaan of uitjes maken op relatief rustige midweekse dagen. Ook maakt vergrijzing de toeristische sector wellicht minder gevoelig voor de economische conjunctuur. Gepensioneerden zijn immers niet afhankelijk van inkomen uit werken en hoeven dus tijdens een recessie niet meer te vrezen voor bijvoorbeeld baanverlies. (ABNAMRO, 2020)

50

8

Burgerschap en participatie

75-plussers het vaakst zeer geïnteresseerd in politiek Van alle 75-plussers in Nederland is in 2021 17% zeer geïnteres­ seerd in politiek, 40% tamelijk geïnteresseerd, 26% weinig geïnte­ resseerd en 17% niet geïnteresseerd. Opvallend is dat 75-plussers naar verhouding vaker ‘zeer geïnteresseerd’ in politiek zijn dan Nederlanders vanaf 15 jaar gemiddeld (13%). Het aandeel mensen dat niet geïnteresseerd is in politiek, is voor alle leeftijdsgroepen gemiddeld gelijk, namelijk 17%. Interesse in politiek (2021)

niet geïnteresseerd

Ouderen hebben relatief weinig vertrouwen in andere mensen en organisaties Over het algemeen hebben ouderen vanaf 65 jaar, minder vertrouwen in andere mensen en organisaties dan Nederlanders gemiddeld. Een belangrijke uitzondering hierop vormt het vertrouwen in kerken. 75-plussers hebben hier beduidend meer vertrouwen in (38,1%) dan Nederlanders gemiddeld (29,2%). Vertrouwen in andere mensen in het algemeen ligt bij de groep 75-plussers beduidend lager (55,4%) dan bij Nederlanders gemiddeld (66,3%). Het minste vertrouwen hebben 75-plussers in ambtenaren (34,5%), Tweede Kamer (34,6%) en grote bedrijven (34,8%). Het meeste vertrouwen hebben zij in de politie (80%) en rechters (70,2%).

weinig geïnteresseerd

tamelijk geïnteresseerd

zeer geïnteresseerd 0%

10% 75+ jaar

20% 65-75 jaar

30%

40%

50%

Nederlanders totaal (vanaf 15 jaar)

Bron: CBS

51

66,3%

63,4%

55,4%

Kerken

29,2%

27,3%

38,1%

Leger

72,0%

60,0%

60,4%

Rechters

79,2%

68,1%

70,2%

Pers

45,9%

47,3%

42,0%

Politie

79,3%

77,4%

80,0%

Tweede kamer

42,3%

33,1%

34,6%

Ambtenaren

46,2%

34,7%

34,5%

Banken

48,7%

42,0%

47,1%

Grote bedrijven

39,2%

29,0%

34,8%

Europese Unie

53,4%

41,9%

46,6%

internet-, computer- en softwaregebruik, zogenoemde digitale vaardigheden. Er doen zich nog wel grote verschillen voor tussen leeftijdsgroepen. Zo heeft 64% van de 25- tot 45-jarigen in 2021 meer dan alleen basisvaardigheden op digitaal vlak, en geldt dat voor 28% van de 65- tot 75-jarigen. Een van de uitdagingen in het sociale domein is volgens het SCP (SCP, 2022) dan ook zorgdragen voor het verminderen van verschillen in digitale vaardigheid van mensen. Een digitale kloof kan leiden tot verschillen in de toegankelijkheid van bijvoorbeeld de zorg wanneer steeds meer voorzieningen alleen digitaal zijn aan te vragen en relevante informatie alleen op het web te vinden is. De ouderen van de toekomst zullen naar verwachting minder vaak digibeet zijn omdat zij al eerder in hun leven met computers te maken hebben gehad. Overigens wordt ook verwacht dat ouderen in 2050 gemiddeld hoger zijn opgeleid dan momenteel. (NIDI, 2021)

Ouderen nu nog op achterstand in digitale vaardigheid Om te kunnen participeren in de samenleving, is het gebruik van digitale middelen inmiddels onmisbaar geworden. Nederland behoort volgens het CBS (CBS, 2022a) in 2021 tot de Europese landen met het grootste aandeel inwoners dat vaardig is in

Met name 65- tot 75-jarigen maken steeds meer gebruik van sociale media Ondanks de relatieve achterstand die 65-plussers hebben in digitale vaardigheid in het algemeen, heeft het sociale mediagebruik van ouderen de laatste jaren een vlucht genomen. Vooral 65tot 75-jarigen maken hier steeds meer gebruik van. In 2019 zei 76% van de ondervraagden in deze leeftijdscategorie actief te zijn geweest op sociale media, vijf jaar eerder was dat nog 40%. Ook het socialemediagebruik onder 75-plussers is toegenomen.

Tabel 8.1 Aandeel bevolking dat vertrouwen heeft in andere mensen en organisaties (2021) Bevolking totaal 15 jaar en ouder Vertrouwen in andere mensen

65-75 jarigen

75 jaar en ouder

Vertrouwen in organisaties

Bron: CBS

Digitalisering

52

Tekstberichten uitwisselen via bijvoorbeeld Whatsapp is onder ouderen het meest populair. (CBS, 2020m) (CBS, 2022b) Groeiende groep 75-plussers online op zoek naar gezondheidsinformatie Ook waar het gaat om het zoeken van gezondheidsinformatie op internet, is er sprake van een groei in het gebruik door ouderen. Volgens het CBS (CBS, 2022c) loopt Nederland, samen met Finland, binnen de Europese Unie voorop in het gebruik van internet bij het zoeken naar informatie over gezondheid. Online gezondheidsactiviteiten zijn informatie opzoeken over gezondheid, afspraken maken, medische gegevens bekijken, online diensten regelen zoals een consult of vragen om een herhaalrecept, medicijnen kopen of gebruik maken van betaalde gezondheidsof sportapps. In 2021 zochten vooral 25- tot 45-jarigen (83%) online naar informatie over gezondheid, 75-plussers het minst. Wel was er sprake van een sterke toename bij deze groep; in 2021 zocht bijna de helft (49%) van de 75-plussers online naar gezondheidsinformatie, een jaar eerder was dit 39%. Zie ook: Regie over de eigen gezondheid

53

Deel III

Utrechtse ouderen en hun gezondheid

54

9

Leefstijl en eigen regie

Bewegen 38% van Nederlandse 65-plussers voldoet aan beweegrichtlijn In de periode 2016-2020 voldoet in heel Nederland 38% van de 65-plussers aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad (er zijn geen recente gegevens voorhanden voor de provincie Utrecht). Voor alle volwassenen tezamen ligt dit percentage op 48%. 65-plussers met een lage sociaaleconomische status (SES) voldoen in 2016-2020 beduidend minder (25%) aan de beweegrichtlijnen dan 65-plussers met een hoge SES (57%). Van de 65-plussers met een lichamelijke beperking voldoet 13% aan de beweegrichtlijnen en van de 65-plussers met een chronische aandoening 31%. Volgens het Mulier Instituut (2022) vormen huishoudelijke activiteiten een belangrijke bron van bewegen voor de senioren: zij besteden weke­ lijks 45% van hun tijd aan beweegactiviteiten in het huishouden, tegenover 28% van de volwassenen in het algemeen. Hoewel oude­ ren in uren meer wandelen en fietsen dan jongeren, besteden zij per saldo tien uur per week minder aan bewegen dan de jongere groep volwassenen. Dit houdt verband met het wegvallen van werk­gerelateerde beweging. (Mulier Instituut, 2022) Voor ouderen die in instellingen verblijven, is regelmatig bewegen zo mogelijk

nog belangrijker dan voor alle andere senioren. Vooral mensen die cognitief kwetsbaar zijn, zoals ouderen met dementie of met een verstandelijke beperking, zouden regelmatig moeten bewegen omdat dit (ook) gunstig is voor ontwikkeling van het brein. (Scherder, 2014)

De beweegrichtlijn voor volwassenen en ouderen • Bewegen is goed, meer bewegen is beter. • Doe minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel. • Doe minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen. • Voorkom veel stilzitten. (Gezondheidsraad, 2017)

55

Tabel 9.1 Leefstijlkenmerken 65-plussers in provincie Utrecht (2020) Overgewicht (incl. ernstig overgewicht), 65+

Meer dan helft ouderen heeft overgewicht In de provincie Utrecht heeft in 2020 gemiddeld 55% van de inwoners van 65 jaar of ouder overgewicht. Bij 16% van alle 65-plussers is gemiddeld sprake van ernstig overgewicht (obesitas). Er doen zich vrij sterke verschillen voor tussen gemeenten. Zo heeft in de gemeente Bunschoten 66% van de inwoners overgewicht tegenover bijvoorbeeld 48% in de gemeente De Bilt. Hoge scores zijn er ook in Vijfheerenlanden (63%) en Renswoude (62%), lage scores ook in Bunnik (49%) en Soest (50%).

Zware drinker (binge drinken*), 65+

Overmatige drinker (Mannen: >14 glz per wk; Vrouwen: >7 glz per wk), 65+

Amersfoort

54,5%

14,7%

4,4%

18,7%

Baarn

53,7%

13%

4,3%

22,3%

Bunnik

Overgewicht

Ernstig overgewicht, 65+

49%

14,4%

3,3%

19,1%

Bunschoten

65,5%

19,6%

2,6%

14,6%

De Bilt

48,4%

11,5%

3,7%

21,7%

De Ronde Venen

54,2%

15,9%

6,5%

21,5%

Eemnes

57,3%

12,4%

5,1%

26,5%

Houten

58,4%

16%

3,8%

15,5%

IJsselstein

59,2%

16,6%

6,1%

24,4%

Leusden

51,9%

13,5%

2,2%

17,7%

Lopik

61%

15,6%

5,2%

15,8%

Montfoort

56,1%

14,2%

5,8%

18,8%

Nieuwegein

59,2%

17,5%

5%

17,5%

Oudewater

56,9%

13,7%

4,8%

22,2%

Renswoude

61,7%

15,9%

3,8%

14,3%

Rhenen

56,2%

15,8%

4,7%

18,8%

Soest

49,7%

12,1%

4,2%

24,3%

Stichtse Vecht

50,1%

13,7%

3,6%

22,1%

Utrecht

56,5%

17,9%

6,6%

18,6%

Utrechtse Heuvelrug

54,1%

13,5%

3,1%

19,7%

Veenendaal

60,7%

18,1%

3,9%

15,5%

Vijfheerenlanden

63,2%

20,1%

4,8%

16,3%

Wijk bij Duurstede

54,7%

15,6%

2,6%

24%

Woerden

56,9%

15,5%

4,7%

19,7%

Woudenberg

53,6%

12,7%

2,9%

12,5%

Zeist

51,3%

14,3%

4,7%

19,7%

Totaal provincie Utrecht

55,4%

15,6%

4,6%

19,3%

Bron: ggdru.buurtmonitor.nl / * Laatste vier weken vijf glazen alcohol of meer gedronken bij één gelegenheid

56

Alcoholconsumptie 19% van de Utrechtse ouderen is een ‘overmatige drinker’ Waar het om alcoholconsumptie gaat, is 19,3% van de 65-plussers in de provincie Utrecht te zien als overmatige drinker (mannen drinken dan 14 glazen alcohol of meer per week, vrouwen 7 glazen of meer). Gemeenten met de hoogste aandeel overmatige drinkers zijn Eemnes (26,5%), IJsselstein (24,4%) en Soest (24,3%). Het laagste aandeel overmatige drinkers zijn er in Woudenberg (12,5%), Renswoude (14,3%) en Bunschoten (14,6%).

Regie over de eigen gezondheid Verschillen in gezondheidsvaardigheden bepalen mede gezondheidsverschillen Het zorg-gebruik van ouderen (maar ook volwassenen in het algemeen) wordt in toenemende mate gezien als samen­hangend met de gezondheidsvaardigheden die iemand heeft. Dit zijn ‘de vaardigheden van mensen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen’. Deze vaardigheden worden wereldwijd gezien als één van de belangrijkste determinanten van gezondheid en sociaal­

economische gezondheidsverschillen. Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden hebben meer moeite hun weg te vinden binnen de zorg, zijn minder goed in staat om zelf thuis om te gaan met gezondheid en ziekte en vinden het moeilijker om in een consult met een zorgverlener een actieve gesprekspartner te zijn. (NIVEL, 2019) Inkomensverschillen kunnen mogelijke tweedeling kwaliteit zorg in de hand werken Er zijn indicaties dat ouderen in de toekomst mede door hun gemiddeld hogere opleidingsniveau zelf meer de regie (kunnen) nemen over de zorg die ze willen ontvangen. Wellicht zullen deze ouderen vaker gebruikmaken van zelf betaalde huishoudelijke hulp of (welzijns)diensten. Toch zullen niet alle ouderen in staat zijn om op deze manier hun zorg te organiseren en te regisseren. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld ouderen met een laag opleidingsniveau, met weinig digitale vaardigheden, met een klein netwerk of met een laag inkomen. (SCP, 2019c) Het is denkbaar dat in de toekomst, met voorziene tekorten aan zorgpersoneel en zwaardere druk op mantelzorg, met name meer tweedeling ontstaat op basis van inkomensverschillen. Ouderen met meer financiële middelen zullen relatief meer keus hebben in de vraag van wie ze zorg willen betrekken en minder risico lopen op suboptimale verzorging en ondersteuning.

57

10

Fysieke gezondheid

Algemene gezondheid en levensverwachting Bijna 70% van de 65-plussers ervaart zijn of haar gezondheid als goed of zeer goed Gemiddeld in de provincie Utrecht beschouwt bijna 69% van de 65-plussers zijn of haar gezondheid in 2020 als goed of zeer goed. Relatief hoge scores zijn er in Baarn (76%), Woudenberg (74,9%) en Eemnes (74,7%) en relatief lage scores in de gemeente Utrecht (59,8%), IJsselstein (65,4%) en Nieuwegein (65,9%).

Tabel 10.1 Aandeel 65-plussers met goed ervaren gezondheid in provincie Utrecht (2020) (zeer) Goed ervaren gezondheid, 65+ Amersfoort

(zeer) Goed ervaren gezondheid, 65+

69,6%

Oudewater

71,4%

Baarn

76%

Renswoude

68,2%

Bunnik

73,7%

Rhenen

69,7%

Bunschoten

72,5%

Soest

72,7%

De Bilt

Stichtse Vecht

68,4%

De Ronde Venen

74,2%

71%

Utrecht

59,8%

Eemnes

74,7%

Utrechtse Heuvelrug

72,5%

Houten

70,1%

Veenendaal

68,8%

IJsselstein

65,4%

Vijfheerenlanden

66,6%

Leusden

73,6%

Wijk bij Duurstede

70,9%

Lopik

66,7%

Woerden

70,3%

Montfoort

72,5%

Woudenberg

74,9%

Nieuwegein

65,9%

Zeist

69,5%

Totaal provincie Utrecht

68,6%

Bron: ggdru.buurtmonitor.nl

Levensverwachting: vrouwen hebben iets meer kans op ongezonde jaren Zoals eerder al benoemd is de gemiddelde levensverwachting in Nederland voor mannen (als deze 65 geworden zijn) 83,6 jaar en voor vrouwen 86,2 jaar. Vrouwen die 65 geworden zijn leven dus gemiddeld genomen 2,6 jaar langer dan mannen die 65 geworden 58

Tabel 10.2 Chronische aandoeningen en lichamelijke beperkingen bij 65-plussers in provincie Utrecht - 2020 Ernstig beperkt vanwege problemen met de gezondheid

zijn. Als we de levensverwachting echter opdelen in gezonde en ongezonde jaren, dan blijkt dat mannen en vrouwen (vanaf hun 65ste levensjaar) gemiddeld even lang in goede gezondheid leven. Vrouwen hebben dus uiteindelijk gemiddeld te maken met meer ongezonde jaren. Deze worden doorgaans doorgebracht in ‘lichte ongezondheid’. (VZinfo) Zie ook de paragraaf ‘(bevolkings) verschillen tussen mannen en vrouwen’.

Beperkingen en chronische aandoeningen Een op de dertien 65-plussers voelt zich ernstig beperkt Gemiddeld voelt ongeveer een op de dertien inwoners (7,6%) van de provincie Utrecht, die ouder is dan 65 jaar, zich in 2020 ernstig beperkt vanwege problemen met de gezondheid. Dit cijfer ligt bovengemiddeld hoog in de gemeenten Lopik (10,6%), IJsselstein (9,9%) en Utrecht (9,2%). Voor de gemeenten Baarn (4,3%), Oudewater (5,2%) en Montfoort (5,5%) liggen deze cijfers juist relatief laag. Het aandeel 65-plussers dat minimaal één beperking heeft op het gebied van horen, zien of (lichamelijke) mobiliteit, is voor de hele provincie gemiddeld 23,4%. Ongunstig steken de gemeenten Utrecht (30,4%), Lopik (28,7%) en Vijfheerenlanden (26,3%) hierbij af. Het aandeel 65-plussers dat minimaal één beperking ervaart is relatief laag te noemen in de gemeenten Eemnes (18,1%), Bunnik (19,3%) en Baarn (19,5%).

Minimaal één beperking in horen, zien of mobiliteit

Eén of meer lang­ durige ziekte(n) of aandoeningen (langer dan 6 mnd)

Amersfoort

8,1%

24,2%

48,9%

Baarn

4,3%

19,5%

39,2%

Bunnik

7,2%

19,3%

44,6%

Bunschoten

7,1%

25,9%

41,4%

De Bilt

5,8%

21,7%

46,3%

De Ronde Venen

6,2%

21,2%

40,6%

Eemnes

6,5%

18,1%

46,5%

Houten

6%

23,8%

45,9%

IJsselstein

9,9%

26%

47,7%

Leusden

7,5%

20,7%

43,6%

Lopik

10,6%

28,7%

47,8%

Montfoort

5,5%

20,6%

44,6%

Nieuwegein

8,8%

25,1%

48,9%

Oudewater

5,2%

23,8%

43,2%

Renswoude

8,8%

25,9%

41,5%

Rhenen

6,9%

22,5%

48,7%

Soest

8,6%

21,1%

45,4%

Stichtse Vecht

7,8%

22,1%

46,1%

Utrecht

9,2%

30,4%

53,4%

Utrechtse Heuvelrug

7,1%

23,9%

48%

Veenendaal

7,9%

24%

46,2%

Vijfheerenlanden

8,8%

26,3%

45,8%

Wijk bij Duurstede

8%

24,2%

46,3%

Woerden

6,8%

23,7%

47%

Woudenberg

7,4%

24,3%

46,7%

8%

24,2%

48,8%

7,6%

23,4%

46,3%

Zeist Totaal provincie Utrecht Bron: ggdru.buurtmonitor.nl

59

Gezondheidsklachten: meest voorkomend zijn problemen met bewegingsapparaat Waar het gezondheidsklachten van 65-plussers in de Utrechtse provincie in het algemeen betreft (2020), zien we de navolgende gemiddelden: • 68% rapporteert klachten aan het bewegingsapparaat (nek-, schouder-, rugklachten en spierpijn). • 43% rapporteert klachten die gerelateerd zijn aan het zenuwstelsel, zoals hoofdpijn, duizeligheid en tintelingen. • 39% rapporteert luchtwegklachten. • 36% rapporteert moeheid. • 30% rapporteert klachten aan spijsverteringskanaal (zoals buikpijn of maagklachten). • 17% geeft aan te maken te hebben met een hart- of vaatziekte. Gunstige en ongunstige scores op gezondheidsgebied: verschillen tussen gemeenten In tabel 10.3 is te zien hoe deze klachten zich per gemeente voor­ doen. Kijken we bij alle klachten steeds naar de drie gemeenten die relatief het gunstigst en ongunstigst scoren, dan zien we dat

60

sommige gemeenten vaker voorkomen in deze toplijsten dan anderen. Zo vallen de gemeenten IJsselstein en Vijfheerenlanden op doordat ze bij vier van de zes soorten klachten in de top drie uitkomen van ongunstigste scores. Voor IJsselstein gaat het om klachten aan het bewegingsapparaat (71,5%), klachten aan spijsverteringskanaal (32,1%), klachten aan het zenuwstelsel (47,7%) en klachten op het gebied van moeheid (38,5%). Voor Vijfheerenlanden gaat het om klachten aan het bewegingsapparaat (73,2%), hart- en vaatziekten (23,2%), klachten aan het zenuwstelsel (50,1%) en klachten op het gebied van moeheid (38,5%). Gemeenten die op de zes soorten klachten relatief vaak gunstig scoren zijn Bunschoten en De Ronde Venen. Bij Bunschoten gaat het om gunstige percentages op het gebied van klachten aan het bewegingsapparaat (62,2%), hart- en vaatziekten (14%), klachten aan spijsverteringskanaal (26,2%), luchtwegklachten (35,3%) en moeheid (31,5%). Voor de gemeente De Ronde Venen gaat het om klachten aan het bewegingsapparaat (63%), klachten aan het zenuwstelsel (39,8%), luchtwegklachten (32,8%) en moeheid (31,6%). Deze worden gemiddeld genomen minder vaak ervaren.

Tabel 10.3 Aandeel 65-plussers in provincie Utrecht met lichamelijke gezondheidsklachten (2020) klachten aan bewegingsapparaat (nek/schouderklachten, rugklachten, spierpijn)

hart- en vaatziekten

klachten aan spijsverteringskanaal (buik-of maagklachten, etc)

zenuwstelsel (hoofdpijn, duizeligheid, tintelingen)

Amersfoort

67,5%

16,8%

30,7%

41,6%

40,1%

36,6%

Baarn

68,1%

15,7%

30,6%

41,4%

39,6%

35,4%

Bunnik

71,8%

15,9%

28,1%

40,9%

38,4%

35%

Bunschoten

62,2%

14%

26,2%

40,9%

35,3%

31,5%

De Bilt

68,2%

15,8%

30,8%

41,8%

43,1%

37,6%

De Ronde Venen

luchtwegklachten

algemeen: moeheid

63%

14,6%

28,4%

39,8%

32,8%

31,6%

Eemnes

67,9%

17,4%

29,8%

40,9%

41,3%

32,3%

Houten

65,3%

18,3%

30,2%

43,1%

41,5%

35,9%

IJsselstein

71,5%

17,8%

32,1%

47,7%

38,8%

38,5%

Leusden

68%

13,4%

30,5%

42,7%

42,3%

36,2%

Lopik

67,4%

17,2%

28,5%

46,9%

41,6%

33,9%

Montfoort

65,4%

15%

32,1%

43,2%

36%

30,4%

Nieuwegein

69%

18,8%

33,5%

44,8%

41,2%

38,8%

Oudewater

63,4%

13,9%

27,3%

37,4%

38,3%

31,7%

Renswoude

66,7%

15,2%

27,1%

39,3%

36,9%

35,9%

Rhenen

68,3%

16,1%

26,9%

42%

37,4%

34,1%

Soest

67,3%

18,7%

31,3%

42,3%

42,1%

36,6%

Stichtse Vecht

67,4%

17,7%

29%

40,3%

36,3%

36,6%

*

*

*

*

*

*

Utrecht Utrechtse Heuvelrug

68%

17,3%

31,4%

45,7%

41,9%

37,5%

Veenendaal

67,8%

16%

27,2%

42,8%

39,2%

35,2%

Vijfheerenlanden

73,2%

23,2%

30,6%

50,1%

37,8%

38,5%

Wijk bij Duurstede

69,4%

14,8%

30,3%

42,6%

36,6%

35,8%

Woerden

67,1%

14,7%

31,3%

43,2%

38,7%

34,9%

Woudenberg

67,8%

16%

23,6%

43,8%

34,9%

36,5%

Zeist

68,6%

18,5%

33,2%

43,4%

40,9%

39,8%

Totaal

67,9%

17,1%

30,4%

43,1%

39,4%

36,3%

Dementie Dementie: meer dan een ziekte die alleen de persoon zelf treft De gezondheidsaandoening met de grootste impact op het persoon­ lijke en sociale leven van ouderen is voor velen waarschijnlijk dementie. Het gaat om aantasting van de cognitieve vaardigheden van de oudere, waarbij zich geheugenproblemen, veranderingen in gedrag en beperkingen in het uitvoeren van dagelijkse handelingen kunnen voordoen. (Volksgezondheidenzorg.info) Als iemand dementie ontwikkelt, raakt dat niet alleen de persoon zelf, maar ook diens directe omgeving. De directe naasten zullen zich moeten beraden op hoe de dementerende geholpen en verzorgd kan worden, welke hulp van buitenaf nodig is en wanneer een eventuele stap naar (tijdelijke of permanente) intramurale zorg onvermijdelijk is. Over het algemeen is er rondom een dementerende veel monitoring en afstemming nodig. Het feit dat er steeds meer mensen met dementie komen, zal ook samenlevingsbreed verder doorwerken. Verwacht kan worden dat men op straat, in winkels en openbare gelegenheden vaker te maken krijgt met iemand die even geholpen moet worden met zijn of haar oriëntatie. Voor gemeenten worden inmiddels door de rijksoverheid steeds meer activiteiten in het leven geroepen om zich dementievriendelijk te kunnen profileren. (Samendementievriendelijk.nl)

Bron: ggdru.buurtmonitor.nl * Deze cijfers zijn niet op een vergelijkbare manier voor de gemeente Utrecht beschikbaar.

61

62

Dementie: grote variëteit aan mogelijke klachten Medisch gezien kunnen er zich bij dementie een grote diversiteit aan klachten voordoen die de veel omvattende impact van de ziekte inzichtelijk maken. Kernsymptomen zijn * een verminderd vermogen om nieuwe informatie aan te leren of zich eerder geleerde informatie te herinneren * zich niet meer goed mondeling en/of schriftelijk kunnen uitdrukken * geen doelbewuste hande­lingen meer kunnen uitvoeren * geen voorwerpen of geluiden meer kunnen herkennen * niet meer kunnen abstraheren, logische gevolgtrekkingen maken, doelgericht handelen * concentratie­stoornissen * slaapstoornissen * zich niet meer kunnen verplaatsen in anderen en emoties niet goed meer kunnen herkennen. Overige mogelijke symptomen zijn * depressie en/ of angstklachten * apathie of hyperactiviteit * hebben van wanen of hallucinaties * slecht kunnen lopen * verlamming of gevoelsverlies. (Volksgezondheidenzorg.info)

Provincie Utrecht in 2040: prognose dat 38.000 inwoners dementie hebben Hoeveel mensen er momenteel precies dementie hebben is afhankelijk van de gebruikte definitie. Het aantal mensen bij wie de diagnose is gesteld door zorgverleners (zoals huisarts of neuroloog) is een stuk lager dan het aantal mensen met dementie dat geschat is op basis van bevolkingsonderzoek. Volgens deze laatste bron zijn er in Nederland in 2021 290.000 mensen met dementie. De verwachting is dat er in 2040 ruim 520.000 mensen zijn met deze ziekte, waarvan 38.000 in de provincie Utrecht (ter vergelijk: dat is meer dan de gemeente IJsselstein momenteel aan inwoners heeft). Hierbij wordt er uiteraard van uitgegaan dat er voor die tijd nog geen ontwikkelingen hebben plaatsgevonden die het vóórkomen van de ziekte hebben kunnen beïnvloeden. Tabel 10.4 geeft een overzicht van prognoses hoeveel mensen dementie zullen hebben in de komende decennia in de afzonderlijke gemeenten.

Tabel 10.4 Indicatie aantal mensen met dementie provincie Utrecht 2020

2030

2040

2050

Nederland

280.000

390.000

520.000

620.000

Utrecht (provincie)

19.000

28.000

38.000

47.000

Amersfoort

2.000

2.800

4.100

5.500

Baarn

550

750

1.000

1.200

De Bilt

1.100

1.300

1.600

1.900

Bunnik

330

450

540

620

Bunschoten

260

420

550

690

Eemnes

150

250

330

400

Houten

570

860

1.400

1.700

IJsselstein

500

770

1.100

1.400

Leusden

550

830

1.200

1.400

Lopik

180

280

370

460

Montfoort

200

330

410

480

Nieuwegein

870

1.400

2.000

2.300

Oudewater

180

300

370

420 150

Renswoude

50

90

130

Rhenen

390

570

730

870

De Ronde Venen

760

1.100

1.500

1.800

Soest

950

1.200

1.600

1.800

Stichtse Vecht

1.000

1.600

2.100

2.400

Utrecht (gemeente)

3.100

4.100

5.900

8.000

Utrechtse Heuvelrug

1.100

1.400

1.900

2.300

Veenendaal

1.000

1.400

1.900

2.400

Vijfheerenlanden

920

1.400

1.900

2.300

Wijk bij Duurstede

320

550

850

1.000

Woerden

800

1.200

1.700

2.100

Woudenberg

230

340

460

590

1.300

1.700

2.400

2>800

Zeist

Bron: ABF in opdracht van Alzheimer Nederland

63

Risicofactoren voor het krijgen van dementie Een belangrijke vraag is of de groei van het aantal ouderen dat dementie krijgt, in de komende decennia nog gekeerd zal kunnen worden. De overheidswebsite Volksgezondheidenzorg (www.vzinfo. nl) meldt dat de risicofactoren om dementie te krijgen, deels niet beïnvloedbaar zijn en deels wel. Niet beïnvloedbare factoren zijn: leeftijd (de kans op het krijgen van dementie neemt sterk toe met het ouder worden), geslacht (vrouwen lijken een hoger risico te hebben voor de ziekte van Alzheimer, mannen meer voor vasculaire dementie) en erfelijke factoren (deze spelen vooral een rol bij vormen van dementie die zich openbaren voor het 65ste levensjaar). Risicofactoren die (theoretisch) wel beïnvloedbaar zijn, omvatten indicatoren die de kans op hart- en vaatziekten vergroten (hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, ernstig overgewicht en diabetes type 2), leefstijlfactoren (roken, alcoholconsumptie, lichamelijke inactiviteit, ongezonde voeding), psychosociale factoren (weinig sociale contacten, depressie, verstoord slaappatroon) en tenslotte overige factoren zoals lage opleiding, traumatische hersenschade, gehoorverlies en luchtverontreiniging.

Dementie komt verhoudingsgewijs vaker voor bij migrantenouderen, hetgeen gerelateerd moet worden aan het feit dat deze vaker een lage sociaaleconomische status hebben en te maken hebben met overgewicht, hart- en vaatziekten en diabetes. (Volksgezondheidenzorg.info)

64

Dementie vraagt om een intensieve vorm van mantelzorg Alzheimer Nederland stelt dat er in Nederland in 2021 800.000 mantelzorgers zijn van mensen met dementie. Uit monitorings­onderzoek van de organisatie blijkt dat mantelzorgers gemiddeld 40 uur per week voor hun naaste met dementie zorgen. Van deze mantelzorgers zorgt 47% voor een partner en 44% voor een (schoon)vader of -moeder. 40% combineert de mantelzorg met een baan. De gemiddelde leeftijd van een mantelzorger voor iemand met dementie is 65 jaar, waarvan 68% vrouw is. Ruim de helft van deze groep mantelzorgers geeft aan zich zwaar belast te voelen, 3% voelt zich overbelast. (Alzheimer Nederland, 2021) Zie ook de paragrafen ‘mantelzorg bieden’ en ‘mantelzorg (ontvangen)’.

11

Zorggebruik

Mantelzorg (ontvangen) Soms heeft men liever hulp van een bekende, soms liever van een onbekende Diverse bevolkingsgroepen onderscheiden zich in hun voorkeuren bij een toekomstige zorgvraag. Zo geven mannen en 55- tot 75-jarigen vaker de voorkeur aan hulp van een bekende dan vrouwen en 75-plussers. Ook zeggen ze vaker deze hulp het liefst van hun partner te ontvangen. Dat vrouwen en 75-plussers vaker geen partner (meer) hebben speelt hierbij een rol. De redenen om liever geen hulp van bekenden te ontvangen maar van iemand anders zoals een thuiszorgmedewerker of vrijwilliger, lopen uiteen. In het geval van hulp bij huishoudelijke taken is de belangrijkste reden dat ze bekenden niet tot last willen zijn. Bij persoonlijke verzorging en vooral bij medische verzorging wordt vaker genoemd dat een professional de desbetreffende hulp beter kan geven. Bij persoonlijke verzorging wordt ook relatief vaak aangegeven dat het niet prettig is om deze hulp van bekenden te krijgen. (SCP, 2019c) Mantelzorg: kinderen van Marokkaanse, Turkse en Kaapverdische ouderen wonen vaak relatief dichtbij Als kinderen in de buurt wonen, is het in principe gemakkelijk om mantelzorg te verlenen aan hun oudere ouders. Bij in Nederland

geboren ouderen woont het dichtstbijzijnde kind gemiddeld op een afstand van 13 kilometer. Bij de meeste migrantenouderen woont het dichtstbijzijnde kind op vergelijkbare of grotere afstand. Bij Marokkaanse, Turkse en Kaapverdische ouderen woont het dichtstbijzijnde kind juist relatief dichtbij. Ondanks hun relatieve lage inkomens en uitkeringsafhankelijkheid maakt hen dit mogelijk wat minder kwetsbaar bij hun zorgbehoeften op hun oude dag. (CBS, 2022e) Zorg om mogelijke overbelasting van mantelzorgers Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP, 2022) noemt in haar rapportage over uitdagingen in het sociaal domein, dat er een grens is aan wat mensen vrijwillig op verzoek van de overheid willen doen. Overbelasting van mantelzorgers kan eventueel leiden tot verwaarlozing, verkeerde behandeling of zelfs mishandeling van de hulpbehoevende. Vooral gemeentebesturen zouden zich volgens het SCP moeten beraden op hoe zij de lokale zorgzame samenleving kunnen stimuleren en faciliteren, bijvoorbeeld door het bieden van meer ruimte aan burgerinitiatieven en het ondersteunen van mantelzorgers. Zie ook de paragrafen ‘mantelzorg bieden’ en ‘dementie vraagt om een intensieve vorm van mantelzorg’.

65

Zorg geregeld via Wmo, Zvw en Wlz Gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren verantwoordelijk voor professionele ouderenzorg Ouderen die zelfstandig wonen ontvangen zorg en ondersteuning thuis vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) via de gemeente en vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Ouderen die in een zorginstelling wonen, zoals een verpleeghuis, ontvangen hun zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz), die door de landelijke overheid wordt gefinancierd en door de zorgkantoren uitgevoerd. Er is een groep ouderen die thuis zorg krijgt uit de Wlz. Dat kan een eigen keuze zijn. Maar het kan ook noodgedwongen zijn, omdat zij op de wachtlijst staan voor een verblijf in een instelling. (SCP, 2021c) Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de Wmo 2015, zorgverzekeraars voor de Zvw en zorgkantoren voor de Wlz. Zie hier een overzicht van soorten zorg en ondersteuning naar financieringsbron. Veel ouderen maken gebruik van diverse zorg-soorten naast elkaar Bijna alle 75-plussers staan in contact met een of meer medische zorgverleners. Een aanzienlijk deel (vooral de 85-plussers) ontvangt zorg en ondersteuning thuis. Ruim vier op de tien 75-plussers geeft aan in het afgelopen jaar zorg en ondersteuning te hebben ontvangen bij het huishouden of de persoonlijke 66

verzorging, of verpleging of begeleiding te hebben gekregen. Circa de helft van hen ontvangt dit (ook) van familie, vrienden of kennissen en een derde betaalt de hulp (deels) zelf. Circa een kwart van de 75-plussers ontvangt ondersteuning vanuit de Wmo en een ongeveer even groot deel ontvangt wijkverpleging vanuit de Zvw. Over het gebruik van welzijnsvoorzieningen, zoals maaltijdvoorziening of ontmoetingsbijeenkomsten voor eenzame ouderen, en over de aanwezigheid van een onvervulde behoefte aan zorg, is weinig tot niets bekend. (SCP, 2019b) Knelpunten in de zorg voor zelfstandig wonende ouderen Binnen de groep zelfstandig wonende ouderen, is een deel kwetsbaar te noemen wat hun woon- en zorgsituatie betreft. Het SCP (SCP, 2021k) stelt dat er diverse problemen spelen die er toe leiden dat deze groep soms onvoldoende passende zorg en ondersteuning krijgt. Hierbij doelt het SCP met name op schotten in de wet- en regelgeving, in de financiering en in de uitvoering van de zorg. Bij de uitvoering van de zorg en ondersteuning voor ouderen zijn vele instanties, organisaties en beroepsgroepen betrokken. Dat samenspel verloopt lang niet altijd vlekkeloos, aldus het SCP. Er moet door individuele hulpverleners, organisaties en overheden, meer ruimte genomen worden om over bestaande schotten heen te kijken, waarmee het belang van de oudere beter geborgd wordt. (SCP, 2021k)

67

Prognoses zorggebruik IVVU/Sinfore (2022) heeft prognoses ontwikkeld over toekomstig zorggebruik binnen de provincie Utrecht. Zij stelt dat het gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen in de toekomst sterk zal groeien: van bijna 63.000 mensen die hier in 2020 gebruik van maken, naar ruim 80.000 in 2030 en ruim 99.000 in 2040. Waar het gaat om zorg van wijkverpleegkundigen verwacht IVVU/Sinfore een groei van 14.000 cliënten in 2020, naar 19.000 in 2030 en ruim 25.000 in 2040.

Ambulante medische zorg 65-plussers hebben meer contact met ambulante zorgverleners dan volwassenen gemiddeld De vraag of senioren gemiddeld meer ambulante zorg gebruiken (waarbij ze over het algemeen zelf een hulpverlener bezoeken) dan de groep 18- tot 64-jarigen, moet in de meeste gevallen bevestigend worden beantwoord. 57,6% van de 65-plussers heeft in het vooraf­ gaande jaar een bezoek gebracht aan medisch specialisten, ten opzichte van 34% van de 18 tot -64-jarigen. Dit is een verschil van 23,6 procentpunten, voor huisartsbezoek gaat het om een hoger aandeel van 14,2 procentpunt.

68

Tabel 11.2 Zorgcontacten provincie Utrecht naar leeftijd (2020) Aandeel inwoners dat in het voorafgaande jaar contact gehad heeft met →

Huisarts

Medisch specialist

18 - 64 jarigen

63,7%

34,0%

65+ plus

77,9%

57,6%

14,2

23,6

Verschil in procentpunten Bron: ggdru.buurtmonitor.nl

Ook soorten zorgcontact variëren per gemeente naar intensiteit Kijken we naar ambulante medische zorgcontacten van inwoners per gemeente, dan zien we dat huisartsen relatief vaak worden geconsulteerd door 65-plussers in de gemeenten Utrecht (84,3%), Bunnik (81,7%) en Utrechtse Heuvelrug (80,6%) en relatief weinig in de gemeenten Nieuwegein (74,7%), Rhenen (75,2%) en De Ronde Venen (75,3%). Medisch specialisten worden relatief door veel 65-plussers geconsulteerd uit Bunnik (65%), Eemnes en Utrechtse Heuvelrug (beide 61,4%) en relatief door weinig inwoners uit Montfoort (52,1%), Bunschoten (52,6%) en Renswoude (52,9%).

Tabel 11.3 Zorgcontacten 65-plussers in provincie Utrecht (2020) Aandeel 65-plussers dat in het voorafgaande jaar contact gehad heeft met →

Huisarts

Medisch specialist

Amersfoort

79,0%

57,8%

Baarn

79,5%

60,2%

Bunnik

81,7%

65,0%

Bunschoten

78,7%

52,6%

De Bilt

77,8%

55,9%

De Ronde Venen

75,3%

54,0%

Eemnes

80,5%

61,4%

Houten

76,5%

53,3%

IJsselstein

77,3%

58,2%

Leusden

79,5%

57,1%

Lopik

76,3%

57,3%

Montfoort

76,4%

52,1%

Nieuwegein

74,7%

56,8%

Oudewater

78,2%

56,2%

Renswoude

78,1%

52,9%

Rhenen

75,2%

58,0%

Soest

80,5%

59,5%

Stichtse Vecht

77,8%

57,8%

Utrecht

84,3%

60,6%

Utrechtse Heuvelrug

80,6%

61,4%

Veenendaal

75,4%

55,2%

Vijfheerenlanden

78,5%

55,8%

Wijk bij Duurstede

75,8%

56,7%

Woerden

79,5%

60,8%

Woudenberg

76,8%

61,2%

Zeist

78,2%

59,2%

Totaal provincie Utrecht

77,9%

57,6%

Bron: ggdru.buurtmonitor.nl

Intensieve (intramurale) ouderenzorg Vraag naar intensieve zorg voor ouderen verdubbelt zich in provincie Utrecht tot 2040 In 2020 werden binnen de provincie Utrecht ruim 10.000 ouderen intramuraal, intensief verzorgd. In opdracht van IVVU (een vereniging van 29 zorgorganisaties in de regio Utrecht) en zorgverzekeraar Zilveren Kruis is er op basis van open data een onderzoek uitgevoerd naar prognoses voor deze intensieve zorgvraag van ouderen tot 2040. (IVVU/Sinfore, 2022) Uit dit onderzoek blijkt dat er, als basiscondities hetzelfde blijven, in 2040 10.515 extra plaatsen voor intensieve verzorging en verpleging van ouderen nodig zijn in de provincie Utrecht. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2020. Vooral gemeenten Utrecht en Amersfoort zullen te maken krijgen met een grote toename van ouderen die intensieve zorg behoeven. Naar schatting zal de toename in de gemeente Utrecht circa 2.700 verpleegplekken omvatten, en in Amersfoort 1.200 verpleegplekken. Ook voor gemeenten Stichtse Vecht (600), Nieuwegein (550) en Houten (500) gaat het om grote aantallen verpleegplekken.

69

Tabel 11.5 Aantal ouderen met intramurale / intensieve zorg in provincie Utrecht (stand en prognose 2020-2040) 2020 Amersfoort

2030

2040

1.116

1.552

2.293

Baarn

315

386

514

De Bilt

604

714

945

Bunnik

171

230

313

Bunschoten

144

211

317

Houten

312

545

820

IJsselstein

279

418

631

Leusden

299

426

593

Lopik

99

149

225

Montfoort

100

141

195

Nieuwegein

448

709

992

Oudewater

95

129

181

Renswoude

29

48

73

Rhenen

203

272

388

De Ronde Venen

399

557

757

Soest

507

639

852

Stichtse Vecht

565

803

1.164

Utrecht (gemeente)

1.751

2.921

4.422

Utrechtse Heuvelrug

676

800

1101

Veenendaal

535

700

955

Wijk bij Duurstede

170

267

360

Woerden

435

578

840

Woudenberg

119

170

259

Zeist

747

895

1.104

Bron: IVVU/Sinfore (2022)

70

Tabel 11.6 Prognose behoefte aan extra intensieve zorg-plaatsen provincie Utrecht, 2040 behoefte aan extra intensieve zorg-plaatsen in 2040 Psychogeriatrie

Somatiek

Amersfoort

643

Baarn De Bilt

Totaal 535

1.178

108

91

199

184

157

341

Bunnik

78

64

142

Bunschoten

95

78

173

Houten

277

231

508

IJsselstein

193

160

353

Leusden

161

133

294

Lopik

69

56

125

Montfoort

52

42

94

Nieuwegein

300

244

544

Oudewater

47

39

86

Renswoude

24

20

44

Rhenen

101

84

185

De Ronde Venen

198

161

359

Soest

188

157

345

Stichtse Vecht

326

274

600

Utrecht (gemeente)

1.455

1.215

2.670

Utrechtse Heuvelrug

230

195

425

Veenendaal

230

190

420

Wijk bij Duurstede

106

85

191

Woerden

221

184

405

Woudenberg

77

63

140

Zeist

195

161

356

Rijksoverheid koerst op nieuwe vormgeving intensieve zorg voor ouderen Het ligt momenteel niet in de verwachting dat de groeiende behoefte aan intensieve zorg voor ouderen nog in verpleeghuis­ settingen zal worden opgevangen. Medio 2022 is de rijksoverheid met zogenaamde WOZO-plannen naar buiten gekomen (Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen). Hierin wordt aan­gegeven dat de vraag naar intensieve verpleging en verzorging vooral in niet-intramurale woonvormen vorm moet krijgen. Dat kan soms in de woning zijn waar men al woont, maar vaak zullen er specifieke woonsettings nodig zijn. Deze ontwikkeling vraagt om een samenhangend beleid op het gebied van wonen, zorg en welzijn en vormt een integrale opgave voor de gemeenten, zorgorganisaties, woningcorporaties, marktpartijen en cliëntenorganisaties. (Ministerie VWS, 2022) (IVVU/Sinfore, 2022)

Bron: IVVU/Sinfore (2022)

71

12

Mentaal welbevinden

Psychische en welzijnsklachten 65-plussers hebben relatief minder contact met GGZ-hulpverleners dan overige volwassen In 2020 hadden 65-plussers in de provincie Utrecht gemiddeld minder vaak zorgcontacten met GGZ-hulpverleners (4,8%) dan 18- tot en met 64-jarigen (7,7%). Ook hulp van vrijgevestigde psychologen werd minder vaak ingeroepen door 65-plussers (3,0%) dan door de jongere volwassenen (7,4%). Daarentegen hebben de 65-plussers relatief vaker contact met iemand van het wijkteam (4,6%) dan inwoners van 18 tot en met 64 jaar (2,1%). Het aandeel senioren dat contact heeft met een sociaal wijkteam is relatief hoog in de gemeenten Utrecht (10%), Woudenberg (7,6%) en Amersfoort (7,2%) en naar verhouding laag in Stichtse Vecht (2,3%) en Montfoort (2,7%). Tabel 12.1 Zorgcontacten provincie Utrecht naar leeftijd (2020) Aandeel inwoners dat in het voorafgaande jaar contact gehad heeft met =>

GGZ

Vrijgevestigd psycholoog

Sociaal wijkteam

18 - 64 jarigen

7,7%

7,4%

2,1%

65+ plus

4,8%

3,0%

4,6%

Verschil in procentpunten

-2,9

-4,4

2,5

Bron: ggdru.buurtmonitor.nl / * In deze totalen zijn geen cijfers van de gemeente Utrecht verwerkt.

72

Tabel 12.2 Zorgcontacten 65-plussers in provincie Utrecht (2020) Aandeel 65-plussers dat in het vooraf­ gaande jaar contact gehad heeft met →

GGZ

Vrijgevestigd psycholoog

Sociaal wijkteam

Amersfoort

4,9%

2,8%

7,2%

Baarn

4,9%

2,6%

5,4%

Bunnik

4,6%

4,1%

6,6%

Bunschoten

6,6%

4,7%

3,1%

De Bilt

4,7%

3,3%

4,2%

3%

2%

2,8%

Eemnes

2,5%

1,6%

2,9%

Houten

3,5%

3,8%

5,2%

IJsselstein

4,9%

4%

4,4%

Leusden

6,2%

4,5%

3,9%

Lopik

5,3%

3,2%

3,1%

Montfoort

5,3%

3,7%

2,7%

Nieuwegein

4,5%

4,5%

3,5%

Oudewater

7,8%

3,5%

2,9%

Renswoude

4,8%

2%

3,6%

Rhenen

4%

3,9%

5,3%

Soest

4,4%

2,7%

2,8%

Stichtse Vecht

3,3%

2,2%

2,3%

*

*

10%

Utrechtse Heuvelrug

5,2%

3,4%

5,8%

Veenendaal

4,9%

2,2%

5,5%

Vijfheerenlanden

5,8%

1,2%

4,9%

Wijk bij Duurstede

6,1%

1,7%

6,6%

Woerden

4,9%

3,5%

4%

Woudenberg

5,3%

2,4%

7,6%

Zeist

4,9%

3,5%

3,9%

Totaal **

4,8%

3,0%

4,6%

De Ronde Venen

Utrecht

Bij 3% ouderen speelt hoog risico op angststoornis of depressieve klachten Op basis van bevolkingsonderzoek van de GGD regio Utrecht wordt geconcludeerd dat er bij 3% van de 65-plussers sprake is van een hoog risico op angststoornissen en depressieve klachten. In gemeenten Utrecht (5,3%), Baarn (4,5%) en Wijk bij Duurstede (3,9%) is dit risico bovengemiddeld hoog. In de gemeenten Bunnik (1,3%), Eemnes (1,3%), Montfoort (1,7%) en Soest (1,7%) is dit beneden gemiddeld laag. Gemiddeld voor alle groepen volwassenen ligt het percentage op 5,5%.

Tabel 12.3 Aandeel 65-plussers met hoog risico op angststoornissen en depressieve klachten in de provincie Utrecht (2020) Amersfoort

2,6%

Oudewater

1,8%

Baarn

4,5%

Renswoude

2,9%

Bunnik

1,3%

Rhenen

2,9%

Bunschoten

2,6%

Soest

1,7%

De Bilt

Stichtse Vecht

2,2%

De Ronde Venen

3,6%

3%

Utrecht

5,3%

Eemnes

1,3%

Utrechtse Heuvelrug

2,1%

Houten

2,7%

Veenendaal

3,2%

IJsselstein

2%

Vijfheerenlanden

3,1%

Leusden

1,9%

Wijk bij Duurstede

3,9%

Lopik

3,7%

Woerden

2,9%

Montfoort

1,7%

Woudenberg

2,3%

Nieuwegein

2,6%

Zeist

2,2%

Totaal

3,0%

Bron: ggdru.buurtmonitor.nl

Bron: ggdru.buurtmonitor.nl / * Geen vergelijkbare cijfers beschikbaar / ** Totaal is exclusief gemeente Utrecht

73

Tabel 12.4 Ernstige eenzaamheid naar gemeente in provincie Utrecht (2020) Volwassenen totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/481/documents/15461