CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B12. Werkgroep Behoud Lopikerwaard, Magazine december 2024.pdf

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: ingekomen stukken10.910 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

JAARGANG 44 - Nummer 136 - December 2024

1

UITGAVE VAN DE WERKGROEP BEHOUD LOPIKERWAARD

Bericht van de penningmeester

IN DEZE UITGAVE:

Het jaar 2024 loopt alweer ten einde en snel zal het 2025 zijn. Met het nieuwe jaar komt het onvermijdelijke verzoek van de penningmeester om uw jaarlijkse contributie/donatie te betalen.

Van de bestuurstafel

Pag. 2

Donateursdag WBL

Pag. 4

Het ‘Hoge land’

Pag. 5

Het Hoen van Hoenkoop

Pag. 7

Vislift

Pag. 8

De Weidemolen van Linschoten

Pag. 9

Werkzaamheden gasleiding

Pag. 10

Waterberging Willeskop

Pag. 11

Bloeiende bermen

Pag. 13

Het gazon

Pag. 14

Klimaatbestendige waterberging

Pag. 16

Rijnenburg

Pag. 18

Hoogtekaarten

Pag. 19

Winterse verrassingen

Pag. 23

Nieuwe fietsroutes

Pag. 26

36 Miljoen voor natuurherstel

Pag. 27

Zwaard van Linschoten

Pag. 28

Het bedrag is hetzelfde gebleven: € 20,- voor één persoon en minimaal € 25,- voor een gezinslidmaatschap. U kunt uw contributie/donatie en een eventuele extra bijdrage overmaken op bankrekening NL39 INGB 0001 0530 29 t.n.v. Penningmeester Stichting WBL. Bij voorbaat dank. De WBL is erkend als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Uw contributie/donatie aan de WBL is hier-

WBL Magazine digitaal Leden/donateurs ontvangen dit WBL Magazine per post in gedrukte vorm. Er bestaat ook een mogelijkheid om het Magazine digitaal per e-mail te ontvangen. Dat bespaart papier en verzendkosten.

Wilt u voortaan het WBL Magazine digitaal ontvangen maak dit dan per e-mail kenbaar aan:

2

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

COLOFON WBL Magazine is een uitgave van de Stichting Werkgroep Behoud Lopikerwaard (WBL) Bankrekening: NL39 INGB 0001 0530 29 t.n.v. Penningmeester Stichting WBL

De stichting is ingeschreven in het stichtingenregister K.v.K. onder nr. 41179802 Redactie: Waldien Burger redactie@ werkgroepbehoudlopiker waard.nl Vormgeving & opmaak Jan Kooijman Foto omslag: Herbert Ziher

Bestuur WBL Voorzitter(s): Ronald Meijer Henriëtte Keijzer Secretaris: Irene Schuller 06-28407546 Penningmeester en ledenadministratie: Leon Snoek Leden van het bestuur Leo van den Berg Wim Boesten De stichting heeft de ANBIstatus RSIN/fiscaal Nr. 804125776

Een woordje vooraf van de redactie Als vrijwilliger zeg je vaak ja tegen een vraag, waarvan je op dat moment niet helemaal kunt overzien wat het gevolg is. Het onderwerp spreekt je aan, je vindt het belangrijk, je wilt graag helpen, ze zeggen dat het niet zoveel werk is. De meesten van u herkennen dat waarschijnlijk. Het bestuur van de Werkgroep Behoud Lopikerwaard heeft veel op haar bord. Dat blijkt wel uit het overzicht dat duovoorzitter Ronald Meijer in dit magazine geeft. In wezen is dat natuurlijk een logisch gevolg van succes. Dat succes komt door de manier waarop de WBL zich in de Lopikerwaard met zaken bemoeit. Partijen nemen de WBL serieus en betrekken de WBL inmiddels vaak op voorhand al bij hun plannen. Dat is goed voor het behoud van de Lopikerwaard, al blijven er genoeg moeilijke afwegingen. Als redactie van een nieuwsbrief vraag je altijd om input van de lezers in de wetenschap dat er meestal niet veel reacties komen. Of er komt commentaar op iets wat fout gaat of dat iemand niet bevalt. Dus eigenlijk is het meer voor de vorm dat je überhaupt vraagt om reacties. Bij het WBL bestuur en de redactie komen niet alleen reacties binnen op artikelen, maar ook suggesties voor artikelen, complete artikelen en aanbiedingen van foto’s.

Blijkbaar zijn de WBL donateurs zeer betrokken bij hun Lopikerwaard en het behoud daarvan. Ik vind het bijzonder om te merken dat het WBL Magazine intensief gelezen wordt. Dat inspireert mij als redacteur, die ook van te voren niet goed kon inschatten hoeveel werk het maken van het magazine zou zijn. Omdat het bestuur het WBL Magazine zo duurzaam mogelijk wil maken, is het ditmaal gedrukt op RecyStar papier. Dat heeft gevolgen voor de kleur van het magazine. Wij hopen dat het net zo mooi en leesbaar is. Graag horen we wat u daarvan vindt. Vormgever Jan Kooijman en ik wensen u veel plezier met het WBL Magazine. En blijf vooral reageren. Waldien Burger

ADVERTEREN IN HET WBL MAGAZINE? Voor een gering bedrag kunt u uw bedrijf of organisatie onder de aandacht brengen bij onze lezers. U ondersteunt daarmee ook de Werkgroep Behoud Lopikerwaard en maakt mede deze uitgave mogelijk. Belangstelling? Stuur dan een mailtje naar penningmeester@werkgroepbehoudlopikerwaard.nl 3

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

Van de bestuurstafel: lopende zaken

Ronald Meijer, duo-voorzitter

Foto rechterpagina: Zeldenrust in Benschop, foto van Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed

Bestuurswetenswaardigheden Tijdens de afgelopen jaarvergadering heeft onze secretaris Irene Schuller een opsomming gegeven van de vele dossiers die wij onderhanden hebben. Het handelt dan om illegale slootdempingen die soms zelfs onbewust blijken plaats te vinden, uitbreidingen van bedrijventerreinen, woningbouwprojecten buiten de zogenaamde rode contouren, plaatsing van windmolens en zonnevelden, waterweg ingrepen door het Hoogheemraadschap, AZC’s en vele dossiers die over de (her)inrichting van het landelijk gebied gaan. In totaal enkele tientallen dossiers waarover de WBL een standpunt inneemt en met bestuurders in overleg gaat. Zoals bekend is uw WBL geen actiegroep. Wij proberen aan de voorkant van een proces al tot goede afspraken te komen. Maar af en toe wordt voor ons een grens overschreden en dienen wij zienswijzen in of stappen zelfs naar de Rechtbank of Raad van State. Als voorbeelden waarover de WBL een standpunt heeft ingenomen wil ik u een viertal dossiers toelichten. Inrichting bedrijfsterrein Daiwa House, Montfoort Allereerst de inrichting van het bedrijfsterrein van Daiwa House in Montfoort. Lange tijd is gesproken over de bedrijfsvoering en onder andere over de zichtbaarheid van gestapelde containers. Dit dossier is samen met Hugo Kotestein opgepakt. En met veel bewoners die direct in de omgeving van het bedrijf wonen.

In november 2024 is in principe een laatste bijeenkomst geweest en bleek het mogelijk om duidelijke afspraken te maken. Die komen op papier te staan en de gemeente zal nauwlettend op de uitvoering van de afspraken toezien. Maar dit zo gesteld hebbend, doet dit tekort aan de insteek van het bedrijf zelf. Die is bereid om een stuk parkeerterrein grenzend aan een woonwijk beschikbaar te stellen in ruil voor de gemaakte afspraken. 4

Dat is een lang gekoesterde wens van de wijkbewoners. De gemeente, bij monde van de wethouder, zal kijken hoe ze kunnen ondersteunen bij de herinrichting van het betreffende terrein. Na vele overleggen is hier uiteindelijk een win-win situatie ontstaan, waarmee zowel het bedrijf als de bewoners er op vooruit gaan. En dat ook leidt tot een betere landschappelijke inbedding van het bedrijf. Zodra de afspraken goed op papier staan, gaat de WBL dit dossier dan ook met een goed gevoel afsluiten. Herinrichting Zeldenrust, Benschop Een ander dossier waar de WBL een zienswijze op heeft ingediend betreft de herinrichting van het monumentale pand en bijbehorend land van Zeldenrust in Benschop. De WBL is bekend met de wens van veel inwoners in Benschop om tot betaalbare woningen te komen, inclusief starterswoningen en sociale woningbouw. Het betreft in dit geval echter een zeer forse uitbreiding die grotendeels voorbij de rode contour gaat. Dit leidt tot een groot kwaliteitsverlies van zowel de historische kern van Benschop, als van het landelijk gebied en de biodiversiteit. En dit project maakt ook latere woningbouw mogelijk. Niets is in de toekomst zo makkelijk om openstaande gaten op te vullen. En daarmee gaat de laatste historische lintbebouwing aan de noordkant van Benschop, inclusief de fraaie overgang naar het landelijk gebied door dit project verloren.

Dat terwijl er absoluut betere mogelijkheden bestaan. Wij gaan niet over de keuze van andere locaties, maar veel bewoners en toch ook wij zien veel betere mogelijkheden aan de zuidkant. Een belangrijke overweging hierbij is dat de WBL constateert dat in de laatste veertig jaar al meer dan de helft van het zogenaamde Groene Hart is verdwenen. In Noord Holland al bijna geheel en wat er nog bestaat is versnipperd. In Zuid Holland

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

is het Groene Hart eveneens fors aangetast en in onze Lopikerwaard (het kleine stukje Groene Hart dat in Utrecht ligt) is het nagenoeg voor 40% weg. We wonen niet in een museum. Dat beseft de WBL ook, maar als er kwalitatief betere mogelijkheden bestaan dan strijden we daarvoor. Vooralsnog hopen we met het college en de raad van Lopik tot een compromis te komen. Wij zijn niet volledig tegen woningbouw bij Zeldenrust en denken dat een aangepast plan kansrijk is. Maar als nodig zullen we bij handhaving van het huidige plan voor onze doelstelling strijden bij de Raad van State.

Rechtbank zal komen. In dit traject is diverse malen aan de initiatiefnemer gevraagd of hij bereid is om zijn plannen eventueel aan te passen en daarmee een gesprek mogelijk te maken. Dat blijkt tot op heden niet het geval. Daardoor komt deze zaak komend jaar dan ook helaas voor de rechter. De WBL heeft een groot aantal vermeende tekortkomingen in de vergunningverlening aan de orde gesteld. Het gaat om ruimtelijke ordening (meerdere verdiepingen) en milieu (denk vooral aan de stikstofuitstoot, maar ook aan mest, de gezondheid van omwonenden, ammoniak, wel of geen gebruik van de juiste filters, afstanden, enz.). Hier zijn vele andere instanties, zoals onder andere de GGD, bij betrokken. Daarnaast zal de WBL in het traject bij de Provincie gesprekspartner blijven in verband met stikstofuitstoot richting de natuur.

Varkensflat, Montfoort Als derde dossier wil ik hier noemen de aanvraag die voorligt voor een flatgebouw voor varkens in het veenweide gebied. Waarbij het aantal varkens dan uit moet breiden tot 18.000. De omwonenden maken zich grote zorgen. Zowel de gemeente als de Provincie Utrecht zijn hierbij betrokken. Allereerst gaat het om de omgevingsvergunning om tot de uitbreiding van het stallencomplex te komen. Daar gaat de gemeente over in het kader van het bestemmingsplan en milieu inclusief dieraantallen. In dit dossier is ook een Milieu Effect Rapportage (MER) benodigd. Daarnaast een vergunning om stikstof te kunnen uitstoten in verband met bescherming van de natuur. Daar gaat de Provincie over. Door een langdurig en zeer complex proces is de stand van zaken dat de gemeente inmiddels de vergunning tot de bouw heeft verleend. De WBL heeft daar tezamen met omwonenden een zienswijze op ingediend die komend jaar voor de

ROBA Metals, van IJsselstein naar Lopik Tenslotte wil ik dan nog één onderwerp vermelden. Wij ontvangen vragen waarom wij voor de verplaatsing zijn van ROBA Metals BV uit IJsselstein naar het bedrijventerrein de Copen in Lopik. In Lopik wordt immers eveneens de rode contour overschreden. Dit bleek voor ons bestuur ook een moeilijk vraagstuk. Uiteindelijk zien wij dat met de verplaatsing van ROBA naar de Copen honderden woningen -binnenstedelijk- in IJsselstein gebouwd kunnen worden. Daarmee vervalt ons inziens de noodzaak en druk om veel woningen in het buitengebied te bouwen, zoals bijvoorbeeld in het Kromme IJssel gebied. In vergelijking daarmee neemt de kwaliteit van het bestaande bedrijventerrein de Copen niet dramatisch of in ieder geval veel minder af. Ook de windturbines ter vervanging van de huidige drie molens op de Copen komen hier. Soms kijkt uw bestuur dus of de hond of de kat harder bijt. En we moeten dan een keuze maken wat ons inziens het minste schade oplevert. Zoals u ziet werkt uw WBL niet alleen aan de bewustwording bij inwoners en gezagsdragers voor de kwaliteit van ons gebied, maar als nodig nemen wij ook actie om tot betere besluiten te komen. Wilt u reageren op bovenstaande dan zien wij uw reacties heel graag tegemoet. 5

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Tekst en foto’s: Leon Snoek

Donateursdag WBL De jaarlijkse WBL donateursdag was dit jaar op 21 september. De dag werd gecombineerd met de Algemene vergadering en is altijd een mooie gelegenheid om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen. We ontvingen bijna 30 leden/donateurs onder een stralende zon op het terras van Natuurmuseum en Klompenwinkel de Wielewaal in Willige Langerak. Als eerste werd de Algemene vergadering met het secretarieel en het financieel verslag van 2023 behandeld. De beide duovoorzitters, Henriëtte Keijzer en Ronald Meijer, vertelden over lopende activiteiten. Tenslotte werd oud bestuurslid Wim van der Putten met een pakket streekproducten bedankt voor vele jaren bestuurswerk en zijn talloze bijdragen voor het WBL Magazine. In het Natuurmuseum kon men de unieke natuur van het Groene Hart ontdekken: geschilderde landschappen en een bijzondere collectie van opgezette vogels en dieren laten de diversiteit en kwetsbaarheid van de natuur zien. Naast het Natuurmuseum namen we een kijkje in de Klompenwinkel; sommigen maakten een wandeling door de tuin. Daarna genoten we op het terras van zelfgemaakte pompoenensoep en broodjes. Stadswandeling Schoonhoven ’s Middags maakten de donateurs een stadswandeling door zilverstad Schoonhoven onder leiding van twee gidsen van de Stichting Stadswandeling Schoonhoven.

Schoonhoven is een mooie historische stad, die lang een zelfstandige gemeente was tot de samenvoeging in 2015 met de gemeenten Nederlek, Ouderkerk, Vlist en Bergambacht tot de gemeente Krimpenerwaard. In 2023 telde Schoonhoven 13.570 inwoners. De stad heeft een oppervlakte van 6,96 km² en was daarmee de kleinste gemeente van Nederland. 6

Het middeleeuwse stratenpatroon is in deze oude vestingstad nog vrijwel geheel intact en er zijn fraaie oude woonhuizen en monumentale gebouwen te bezichtigen. Ook de overblijfselen van de vestingwerken, waaronder resten van de middeleeuwse stadsmuur en de Veerpoort, vertellen nog verhalen uit het verleden.

WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135

Het ‘hoge land’ van IJsselstein, Lopikerkapel en Uitweg Tekst: Wim Boesten Met dank aan het Cultuurfonds, mede dankzij het Van HoornKoster Fonds.

Een greep uit de vele enthousiaste reacties die het WBL bestuur mocht ontvangen:

“Ik heb het boek ontvangen en ben er blij mee. Wat een mooi boek hebben jullie gemaakt.” “Kunt u mij helpen aan het boek? Ik zou het graag mijn vader cadeau doen.” “Het boek was een groot succes. Zijn broers en zussen willen het ook hebben.”

Woensdag 11 september was een heuglijke dag voor de WBL en de Historische Kring IJsselstein (HKIJ). Twee jaar werkten de auteurs Wim Scholten, Hans Ellenbroek, Cobie van LentSchwarze en Bart Rietveld aan dit gezamenlijk project. Hun fraaie boek was afgerond en gedrukt. Onze duovoorzitter Ronald Meijer en vice voorzitter van de HKIJ Hans Pillen stonden daar uitgebreid bij stil. Tijdens de inleidende speech benadrukte Ronald dat het hier om een uniek gebied gaat, waar de historie in het landschap nog steeds goed zichtbaar is. Hij gaf aan dat inmiddels al enkele boeken de weg naar lezers hadden gevonden en dat we leuke reacties terug krijgen (zie de marges op deze pagina’s). Vervolgens deed Ronald een oproep aan bestuurders om het gebied ook zoveel mogelijk cultuur-historisch en als relatief leeg landelijk gebied in tact te laten.

Foto Hubert Ziher: Wim Boesten overhandigt het boek aan de burgemeesters

7

Hierbij refereerde hij aan de verschillende landelijke opgaven zoals de energietransitie en woningbouw. Hij bepleitte dit laatste stukje vrijwel ongerept landelijk gebied te beschermen. Het schitterende boek geeft aan waarom. Daarna ging Hans Pillen kernachtig in op de historie van het gebied. Wim Boesten, oud-voorzitter van de WBL en initiatiefnemer van het boek, reikte exemplaren uit aan burgemeesters Patrick van Domburg van IJsselstein en Laurens de Graaf van Lopik en aan Susanne Rijninks, gebiedscoördinator van de Lopikerwaard namens de Provincie. Helaas kon hoogheemraad Bert de Groot niet aanwezig zijn. Een week later werden echter ook exemplaren overhandigd aan de hoogheemraden Bert de Groot en Willem van der Steeg en adviseur cultuurhistorie Remco Lots van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR).

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

Het ‘hoge land’ van IJsselstein, Lopikerkapel en Uitweg’ is de titel van het boek dat de Werkgroep Behoud Lopikerwaard en de Historische Kring IJsselstein samen uitgeven. U kunt het bestellen via de mail. Stuur een mail naar: penningmeester @werkgroepbehoud lopikerwaard.nl.

“Wij wonen inmiddels in Duitsland, maar het boek kan naar mijn ouders in IJsselstein.”

“Mijn ouders wonen in Lopikerkapel, het is een cadeau voor hen.” “Ik heb tot mijn 21ste in Lopikerkapel gewoond, nu alweer 40 jaar in Maartensdijk. Mooie herinneringen.”

Het boek beschrijft het gebied van het Hoge land, grofweg vanaf het begin van de Hollandsche IJssel oorspronkelijk bij het vroegere Hoppenes bij het Klaphek in IJsselstein, meanderend via Nieuwegeins ‘IJsselbos’ naar IJsselstein en dan verder naar Montfoort, Oudewater en uiteindelijk via Gouda naar Rotterdam. De Hollandsche IJssel was een forse rivier met stroomgordels en daarbij behorende stroomruggen. De meanderende rivier verplaatste zich regelmatig en zo ontstonden de verschillende stoomruggen met afzettingen van zand en klei en op andere plaatsen in de ondiepten veen. De Lek was een reststroom ‘Lacke’ geheten, die pas na de afdamming van de Rijn en later de IJssel in omvang toenam tot de forse rivier die hij nu is. De Rijn werd in 1123 afgedamd bij Wijk bij Duurstede, zodat Utrecht ‘droge voeten hield’ en later werd op verzoek van graaf Floris V in 1285 de IJssel afgedamd bij het Klaphek. Toen de IJssel was afgedamd beklaagde Utrecht zich, want het had nu geen vaarweg meer naar Rotterdam. En zo werd ‘de Doorslag’ via het Merwede kanaal als verbinding gegraven, die bij het IJsselbos in de Hollandsche IJssel stroomt. De oevers werden al vanaf de bronstijd bewoond, getuige de vele gevonden voorwerpen. De vroege agrariërs wisten al snel dat je het beste fruit kon telen op de vruchtbare klei, waar je nu

Foto: boek is ook overhandigd aan het Streekarchief

8

nog steeds de boomgaarden aantreft. In het boek zijn de verschillende verkavelstructuren beschreven, zoals de esverkaveling en blokverkaveling. Dat waren de eerste bewoonde gebieden. Zo is in Linschoten, waar blokverkaveling ook nog zichtbaar is, recent nog een zeer oud zwaard opgegraven. Vanaf 1050 werd in opdracht van de

bisschoppen van Utrecht de Lopikerwaard ontgonnen via het copesysteem, langgerekte percelen van 1250 bij 113 meter. Afwaterend via een kade naar het laagste gelegen deel van de Lopikerwaard, nabij de Vlist. Het boek beschrijft ook de vaarverbinding tussen Schoonhoven, IJsselstein en Utrecht met trekschuiten. En uiteraard ie er ook een beschrijving van de nu fraai gerestaureerde hofstede Huis te Vliet. En nog veel meer, alles rijkelijk voorzien van vele prachtige foto’s.

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Tekst: Waldien Burger, met dank aan Theo van Berkel Foto’s: Theo van Berkel

Het Hoen van Hoenkoop in Oudewater Een bakstenen sokkel met een grote kip staat midden op de rotonde van Oudewater als je vanuit Haastrecht via de Provincialeweg komt. Vanwege het verkeer kan niemand meer het bordje lezen dat op de sokkel is geschroefd, laat staan het donkere koperen plaatje met ‘Hoenkoop 1970’ erop. Op het bordje staat: Het Hoen - Kunstenares Ineke van Dijk (1940) – Geplaatst in 1970.

Gemeentewapen Hoenkoop

Uitgebreide informatie vindt u op: vanberkelbeelden.pictures/ beeldhouwers/a-i/inekevan-dijk/het-hoen-vanhoenkoop-oudewater/

Gemeente Hoenkoop Het Hoen én de band met gele bakstenen in de sokkel verwijzen naar de gemeente Hoenkoop. Het gemeentewapen van Hoenkoop was geel met dezelfde banden in zwart en 3 hoenderen. Vanaf 1818 was Hoenkoop een zelfstandige gemeente, totdat die op 1 september 1970 werd opgeheven en bij Oudewater gevoegd. Zes jaar eerder, op 11 juni 1964 was de provinciegrens tussen ZuidHolland en Utrecht al gewijzigd, waardoor Oudewater bij Utrecht kwam. Hoenkoop had toen 762 inwoners, waarvan de meesten niet bij Oudewater wilden horen. 90% van het land van Hoenkoop was van boeren, die veel invloed hadden. In het grotere geheel van Oudewater zou die invloed veel kleiner worden. Op 28 april 1970 ging de Eerste Kamer akkoord met de herindeling waarmee Hoenkoop bij Oudewater en de Provincie Utrecht werd gevoegd.

Beeld voor Hoenkoop Terwijl het proces van samenvoeging speelt, besluit de gemeente Hoenkoop een beeld te plaatsen. Ze reserveren 4.000 gulden voor een opdracht aan een jonge kunstenaar uit Zuid-Holland om een beeld van een kip te maken. 9

Op 13 augustus 1969 geven ze voor 3500 gulden opdracht aan kunstenaar Ineke van Dijk (1940). Nadat haar eerste ontwerp is afgekeurd ontwerpt ze het huidige hoen van 90 cm. ‘Schijt aan Oudewater’ De gemeente Hoenkoop vraagt toestemming om het beeld langs de Provinciale weg te zetten voor het uitbreidingsplan Goudse Straatweg, waar nu de benzinepomp is. Ze plaatsen het hoen zo, dat het met haar staart richting Oudewater staat om daarmee aan te geven dat Hoenkoop ‘schijt aan Oudewater’ heeft.

Op 17 juni 1970 om 19.30 uur wordt het onthuld in aanwezigheid van de gemeenteraadsleden van Hoenkoop, Ineke van Dijk en andere belanghebbenden. Naar verluidt zijn er geen Oudewaternaren aanwezig. Bij de herinrichting van de Provincialeweg in 2008 moest het beeld wijken. De Kunstcommissie Oudewater heeft ervoor gezorgd dat het Hoen op de nieuwe rotonde een plaats kreeg. Wel weer met haar achterste richting Oudewater, hoewel de toenmalige burgemeester Verhoeve nog in 2017 heeft verzocht dat te veranderen.

WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135 Tekst: Waldien Burger, met dank aan Alien Kroeze van HDSR Foto’s: HDSR

De vislift is gesubsidieerd vanuit Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland

Vislift bij gemaal de Zwaan in Lopik Met de aanleg van een vislift bij gemaal de Zwaan in Lopik heeft Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (het waterschap) een primeur in zijn werkgebied. Gemaal de Zwaan ligt bij de Wielsekade iets ten westen van de Damweg bij Lopik. De vislift verbindt de Maalvliet met de Lopikerwetering.

Vissen nemen de lift Stuwen, inlaten en gemalen vormen een barrière voor vissen, daarom worden vispassages aangelegd. Vanwege de overbrugging van twee meter peilverschil werkt de vislift bij de Zwaan anders dan een traditionele vispassage. De kamers waar de vis doorheen zwemt, lopen als een soort wokkel naar boven (of beneden) en zijn in een grote kring in een ton geplaatst. Via de vislift kunnen vissen zich makkelijk verplaatsen van de ene naar de andere watergang. Door een monitoringssysteem in de vislift is te zien welke vissen er passeren. De stroomsnelheid van het water is op afstand aan te passen. Hierdoor kunnen verschillende soorten vissen makkelijker door de vislift zwemmen.

Foto’s: boven de vislift bij gemaal “De Zwaan” tussen Lopik-dorp en Cabauw onder: schematische weergave van de vislift

Achterland en diversiteit Nu vissen bij de Zwaan de lift kunnen nemen naar de Lopikerwetering, is een groot achterland bereikbaar. Daardoor ontstaat een ecologische verbinding tussen de Maalvliet en de Lopikerwetering. ln combinatie met eerder aangelegde vispassages kunnen vissen via

10

waterknooppunt Polsbroek zelfs naar de gekanaliseerde Hollandsche lJssel zwemmen en omgekeerd. Het waterschap hoopt ook dat er door de vislift meer biodiversiteit komt in het achterland en dat vissen zich daar rustig kunnen voortplanten. In het voorjaar zoeken vissen de polders op, omdat het water minder hard stroomt. Op die plekken kunnen ze paaien en hun jongen krijgen. In het najaar zoeken ze weer wat dieper water op om daar in de winter te kunnen schuilen. Een kijkje in de vislift In de vislift hangt een camera. Van iedere vis die door de vislift zwemt, legt de camera het type en het aantal vast. Zo is precies bekend welke vissen waar en wanneer zwemmen. Daarnaast houdt de vislift ook de waterstanden en de waterkwaliteit in de gaten en is dus bijvoorbeeld direct te zien als de vislift verstopt zit. Kijk op hdsr.vislift.nl hoe het werkt en bekijk een filmpje van vissen die door de vislift zwemmen.

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

Tekst: Peter Gruters, lid van Stichting Hugo Kotestein. Foto: onthulling en in werkingstelling van de Hertogweidemolen, foto: Elvira Schenk

Op landgoed Liefhoven draait de 70 jaar oude Hertogweidemolen weer. Op 28 juni 2024 onthulden burgemeester van Montfoort Petra van Harskamp en Willem van der Steeg van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) de gerestaureerde molen door een doek van het informatiebord af te trekken waarop tekst van Janneke Severs-Hilgeman staat. De zeldzame Hertogweidemolen staat al vanaf begin vijftiger jaren in Linschoten. De molen zorgde ervoor dat het waterpeil in de weilanden op hoogte bleef. Zijn naam dankt de molen aan de makers, de firma Hertog uit Moerkapelle. Van deze stalen wind-watermolens met waaierpomp zijn er nog maar enkele in bedrijf in Nederland.

De restauratie werd uitgevoerd door de medewerkers van het plaatselijke bedrijf Belo. Omdat de molen helemaal verroest was hebben zij elk onderdeel apart uit de molen gedemonteerd en gefotografeerd om te weten hoe alles weer teruggeplaatst moest worden. De medewerkers van Belo ontdekten dat de haakse overbrenging van de horizontale wiekenas naar verticaal gerealiseerd werd door de achteras van een Chevrolet.

De techniek en restauratie De molen heeft vier wieken, en een rechthoekige staart. Onder aan de pomp zit een waaier die onder in een betonnen bak draait en zo het water omhoog pompt en door een klep, zodat het water naar een naastgelegen afvoersloot afgevoerd wordt.

Het geheel is geïnitieerd, opgezet en ondersteund door de Stichting Hugo Kotestein en de Vereniging Oud Linschoten. Het unieke gemeentelijk monument met hoge cultuurhistorische waarde heeft nu de gemeentelijke monumentenstatus en is voor de toekomst en Linschoten gered.

11

Na ongeveer een jaar van demonteren, restaureren en opnieuw plaatsen staat de molen nu weer te glimmen. Linschotense bedrijven, de gemeente, vereniging Oud Linschoten en HDSR verzorgden de sponsoring van de restauratie.

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Foto’s: Leon Snoek

Werkzaamheden Gasleiding Hoornaar - Reijerscop Het aanleggen van de gasleiding in de Lopikerwaard zit in de afrondende fase. Het grootste gedeelte van de leiding is aangelegd door middel van HDDboringen. Deze manier van aanleggen geeft het minste overlast voor de grondeigenaren en de omgeving. De lengte van de boringen varieert tussen enkele honderden meters en ruim een kilometer. Na het intrekken van de boringen worden deze aan elkaar verbonden. Vanaf begin september is gestart met het opruimen van de werkterreinen en het herstellen van de percelen in hun oude cultuurtechnische staat. Voor aanvang van de werkzaamheden zijn op verschillende plaatsen archeologische onderzoeken gedaan. Bij deze onderzoeken zijn geen noemenswaardige vondsten gedaan, aldus Barend Zuidbroek, Omgevingsmanager Grondzaken van Gasunie.

Defensie wil laag vliegen boven Lopikeren Krimpenerwaard

Foto Apache helicopter: Pixabay

In december 2023 heeft Defensie de Notitie Reikwijdte en Detailniveau naar de Tweede Kamer gestuurd met onder andere de vraag om meer ruimte voor oefenen met laagvliegende helikopters. Daarvoor hebben ze hun oog ook laten vallen op de Lopiker- en Krimpenerwaard. In reactie daarop kon iedereen zijn zienswijze indienen. De WBL, maar ook de Provincie Utrecht, Vereniging Weidevogelbescherming Lopik en Natuur en Milieufederatie Utrecht hebben expliciet aandacht gevraagd voor de weidevogels in de Lopikerwaard. Veel mensen besteden aandacht en (publiek) geld aan bescherming van weidevogels, met name de nationale vogel de Grutto. Een paar jaar geleden heeft een laagvliegende helikopter bij Blokland aantoonbaar veel nesten doen mislukken. 12

Daarom is uitdrukkelijk verzocht om in ieder geval niet in het broedseizoen, van 1 maart tot 15 juli, laag te vliegen in de Lopikerwaard. Defensie doet momenteel onderzoek en voert gesprekken. Begin 2025 willen ze de milieueffectrapportage klaar hebben. In de tweede helft van 2025 verwachten ze de Nota van Antwoord te hebben en de Nationale Beleidsvisie NPRD vast te stellen. De WBL zal dat op de voet volgen.

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

In eerdere WBL Magazines informeerden wij u over plannen van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) om een waterberging van circa 200.000 m3 water te creëren in natuurgebied Willeskop van Staatsbosbeheer. De plannen geven het waterschap meer mogelijkheden om tijdens extreem natte periodes het water vast te houden en door te voeren. Onlangs sprak ik met projectmanager Jasper Zalm over de voortgang van de uitvoering. Grondwerk en inlaten Het grondwerk voor het versterken van de natuurwaarden zal voor de kerstdagen worden afgerond. Dat betreft de aanleg van een zuiveringsmoeras, natuuroevers voor ondiep water, paddenpoelen en eilandjes waar dieren naar kunnen vluchten bij hoog water. Dan zijn ook de waterinlaten, duikers en stuwen voor de aan- en afvoer van water vernieuwd of aangelegd. Onder de provinciale weg N228 is een buisleiding met een diameter van 130 cm op fundering aangebracht. Daarmee kan het overtollige water van de Hollandsche IJssel bij zware regenval via een nieuwe vaart langs de Damweg naar het natuurgebied worden geloodst.

Opruimen en inzaaien Door met name het natte voorjaar van 2024 hebben de werkzaamheden wat langer geduurd dan voorzien. De opruimwerkzaamheden en het inzaaien van open stukken grond zal in het 1e kwartaal van 2025 gebeuren. In het gebied zal voorlopig geen vee grazen. In plaats daarvan gaat Staatsbosbeheer periodiek en gericht maaien om riet- en moerasontwikkeling te stimuleren.

Ganzen In het gebied vindt ganzenbeheer plaats om overlast van overzomerende ganzen te beperken in de voornamelijk agrarische omgeving, maar ook om de rietgroei te stimuleren in het natuurgebied. Wildbeheereenheid (WBE), Faunabeheereenheid (FBE) en Staatsbosbeheer bekijken samen met welke verschillende maatregelen ze het aantal ganzen kunnen verminderen. Dat kan nestbehandeling, wegvangen of afschot van ganzen zijn. Houtkades Het hakhout van de Noordzijdse kade is aan de kant van de natuurplas teruggezet. De eeuwenoude hakhoutstoven zijn gezaagd en lopen alweer uit. 13

Tekst: Leon Snoek Foto’s: Leon Snoek

WBL Magazine, mei 2024, jaargang 44 - nr 135 Over een paar jaar zal de andere zijde ook worden gezaagd zodat de houtkade weer in cyclische beheer is genomen. Vispassage Op de hoek Noordzijdse kade en Maalvliet de Pleyt komt een duiker, die alleen opengezet wordt om overtollig water af te voeren richting Hollandsche IJssel. Hier komt ook een vispassage waardoor vissen van het natuurgebied naar Maalvliet de Pleyt en de rest van de polder kunnen zwemmen en andersom. Oude sluis Tijdens de voorbereidingen van de aanleg van de buisleiding onder de N228 kwam er een roodbruin metselwerk tevoorschijn. Er waren sterke aanwijzingen dat het om restanten zou gaan van een 17de -eeuwse sluis. Na tussenkomst van Stichting Hugo Kotestein en de gemeente Oudewater werd een archeoloog gevraagd om diepgravend onderzoek te doen. Daaruit bleek dat er recente bouwmaterialen zoals cement zijn gebruikt en dat een 17de-eeuws bouwwerk er net even anders uit zou zien. De gevonden duiker komt volgens tekeningen uit 1911. De duiker is industrieel erfgoed en is nu wel officieel opgetekend.

Oeroude bomen Bij de graafwerkzaamheden kwamen eeuwenoude veeneiken tevoorschijn. Onderzoek van Museum en Onderzoeksinstituut Naturalis in Leiden heeft uitgewezen dat de veeneiken dateren van 1360 tot wel 1379 voor Christus. De aangetroffen hoeveelheid indiceert dat er op die plaats in die tijd een moerasbos is geweest. De veeneiken die toen omvielen of afstierven zijn in het water beland en weggezakt in het veen. De veeneiken zijn in het gebied gebleven en worden nu gebruikt als golfbreker onder water aan de oostzijde van de natuurplas nabij Maalvliet de Pleyt. Bij rustig water zijn ze te zien. 14

Foto boven: Noordzijdsekade Foto linksonder: veeneik als golfbreker

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Tekst: Waldien Burger, met dank aan Landschap Erfgoed Utrecht Foto’s: Sanne Kosterdam

Bloeiende bermen bij Salmsteke Bij de dijkversterking van de Lekdijk bij Salmsteke, tussen Jaarsveld en de Rolafweg Zuid, doet Landschap Erfgoed Utrecht onderzoek in het kader van praktijknetwerk bloeiende bermen. De dijkversterking door Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) wordt gecombineerd met recreatie en natuur. Om de bovenlaag van de dijk te beschermen is biodiversiteit erg belangrijk. Een mooi begroeide dijk met verschillende soorten grassen en kruiden beschermt de dijk tegen wind en water. De plantwortels houden de bodem vast en voorkomen dat deze wegspoelt. Zaden verzamelen Op de dijk groeiden al veel kruiden en grassen. Daarvan zijn zaden verzameld om later weer te kunnen inzaaien. Daarnaast is er een stuk van de bovenlaag van de dijk afgegraven, bewaard en weer op de dijk teruggelegd. Daarmee zijn alle zaden in die bovenlaag dus ook weer terug op de dijk. Bij het verzamelen en zaaien is onder andere Biodivers bv betrokken, de specialist in natuurzadenmengsels van inheemse wilde planten uit Oudewater. Zij oogsten zaden op verschillende manieren. Met de hand, bijvoorbeeld zaad van Margrieten, waar vaak ook grassen in meegenomen worden. Daarnaast gebruiken ze een soort stofzuiger, bijvoorbeeld voor paardenbloemzaden of andere speciale machines om zaden te oogsten.

Resultaat bekijken Op 21 mei en 17 september 2024 organiseerde Landschap Erfgoed Utrecht kennismiddagen van het praktijknetwerk bloeiende bermen op de dijk bij Salmsteke. Daarbij kijken beleidsmedewerkers, loonwerkers, vrijwilligers en anderen hoe het project vordert, doen ze inspiratie op en delen ze kennis. In mei was goed te zien dat stukken op 15

verschillende tijdstippen zijn ingezaaid. Het als eerste ingezaaide stuk liet zien dat de bedekking van de bodem nog wat beter kan, wat wel weer ruimte bood voor wat later ontkiemende kruiden. Hier werd een lijst van twintig kruiden opgetekend, van madelief, grote ratelaar, klaver, wikke, knoopkruid, duizendblad, veldgerst tot zachte dravik. Op het stuk dat wat later is ingezaaid hebben grassen een voorsprong gekregen, maar zijn ook al zo’n dertig andere soorten te zien: korenbloem, scherpe boterbloem, smeerwortel, kropaar, melkdistel, kraailook, kamille, om er

een aantal te noemen. Op het stuk dijk dat ‘geënt’ is, waarbij de zode eraf gehaald is en weer teruggelegd, is de normale vegetatie voor de tijd van het jaar te zien. Veel van de grassoort goudhaver, met daarnaast zo’n vijftien andere soorten: onder andere voederwikke, glad walstro, slibbladige ooievaarsbek, veldlathyrus, paardenbloem en vijfvingerkruid. Van het bezoek in september is nog geen rapport opgemaakt.

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Tekst: Irene Schuller Foto’s: Waldien Burger

Duurzaam tuinieren: het gazon Het gazon is al een tijd uit de gratie bij veel tuiniers. Te veel werk om het bij te houden, is een veel gehoorde reden. Maaien, harken, verticuteren, kanten knippen, bemesten… Een gazon is een duurzame keuze Voor de natuur in de tuin is een gazon een welkome aanvulling. In en onder de grasmat leven wormen, pissebedden, duizendpoten, grasmotten, slakken en nog een heel scala aan kleine beestjes. Lijsterachtigen zoals de merel en de zanglijster pikken wormen en slakjes uit het gras. Een groene specht vind je ook vaak op het grasveld, hij pikt er de mieren uit. Vinken vinden er vaak zaden. Huismussen eten van alles en vinden er ook altijd wat van hun gading. Met een gazon voeg je een heel ecosysteem aan je tuin toe, ook als het een kleine tuin is. Een ander aspect dat steeds belangrijker wordt is de invloed op de waterhuishouding. Een goed gazon kan veel water opnemen en 16

het doorlaten naar het grondwater, het is een perfecte waterbuffer. In de zomer werkt het ook verkoelend, het is heerlijk om met blote voeten door het gras te lopen als het warm is. En een gazon is ook gewoon mooi. Het geeft de tuin een ruimtelijk effect en is vaak de basis van een goed tuinontwerp. Klassiek is de tuin van mijn opa en oma: een gazon met een bloemenborder er omheen. Op het gras kon je lekker met een bal spelen of een tent bouwen en als het heel warm was kregen we een bak met water. Op een gazon kan je lopen en spelen, het kan er tegen.

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

Minder werk aan je gazon Als je tegen het werk opziet, kun je een aantal keuzes maken om dat werk te verminderen. Plaats een rand van tegels, trottoirband of klinkers om het gazon heen. Als je met één wiel van de maaier over die rand rijdt maai je de kant van het gras mee en hoeven de kantjes niet meer geknipt of afgestoken te worden. Bovendien kunnen de borderplanten over de rand groeien, dat ziet er veel natuurlijker uit dan een afgestoken rand. Laat het maaisel liggen Maaien is een essentieel onderdeel van het onderhoud van het gazon. In het groeiseizoen eens per week of vaker. Maar we kunnen het onszelf makkelijker maken als we het maaisel laten liggen. Helaas worden bijna alle maaimachines geleverd met een opvangbak voor het maaisel en is het vaak lastig om die bak weg te laten. Maar het maaisel is goede voeding voor de grasmat, dat moeten we laten liggen. Wat je niet afvoert hoef je ook niet toe te voegen. Als je de voedingsstoffen die in het gras zitten laat liggen en laat verteren hoef je ook niet te bemesten. De populaire robotmaaiers zijn wat dat betreft ideaal: ze maaien het gras vaak en ze voeren niets af. Een duurzame keuze die veel werk uit handen neemt. Verticuteren hoeft niet. Verticuteren is veel werk en niet echt duurzaam. Alles wat van de grasmat afkomt na het verticuteren zit vol met organische voedingsstoffen en dat wordt afgevoerd.

Vervolgens moet het gazon flink bemest worden, waarvoor (plastic) zakken met meststoffen weer worden aangevoerd. Meestal moet er gras worden bij gezaaid. In de natuur wordt gras ook niet geverticuteerd, waarom zou het dan nodig zijn? In plaats daarvan is het belangrijk dat de bodem gezond is en er genoeg wormen zijn. Die wormen zetten het organische materiaal, het maaisel, om in goede mest. Daar hoeven wij niets voor te doen!

Laat bemesten achterwege. Als je het maaisel laat liggen is bemesten ook nauwelijks nodig, dat scheelt alvast een hoop werk. Maar als het toch nodig is, kies dan in elk geval voor organische mest, geen kunstmest. Het kost heel veel energie om kunstmest te maken en dat is zeker niet duurzaam. En de nitraten in kunstmest zijn dodelijk voor veel bodemorganismen en die hebben we nou net nodig om de grond vruchtbaar te houden. Organische mest, bijvoorbeeld compost of koemestkorrels, voldoet prima en helpt het bodemleven.

Variatie Een reden om het maaisel wél af te voeren is de keus voor een kruidenrijk gazon. Dan moet de grond wat armer worden en dat doen we door voedingsstoffen, het maaisel, af te voeren. Dan komen onder andere klaver, hondsdraf, madelief, ereprijs en boterbloem vrij snel op en ontstaat er een kruidenrijk gazon, een walhalla voor insecten en heel fleurig om naar te kijken. Om dit effect in het voorjaar te versterken plant je bloembollen in het gazon. Krokus, sneeuwklok en sneeuwroem, soorten die zelf verwilderen, doen het prima in een gazon. Kies dan wel voor biologisch geteelde bollen, anders krijgen de insecten via de bloemen alsnog veel gif binnen. 17

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Tekst: Leon Snoek en Arianne van Trigt Foto’s: HDSR

Klimaatbestendige wateraanvoer rondom Polsbroek Door klimaatverandering komen ze steeds meer voor, lange droge periodes waarin West-Nederland snakt naar extra zoet water. Dat water kan niet worden afgetapt uit de Hollandsche IJssel in het westen, want die is door het binnenstromende zeewater al te zout geworden. Het moet daarom meer stroomopwaarts gehaald worden uit de rivier de Lek en het AmsterdamRijnkanaal. Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) beheert hiervoor een uitgebreid systeem van riviertjes, kanalen en sloten: de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) genoemd. Onder de naam KWA+ is het waterschap sinds 2016 bezig om samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland op tien locaties de doorvoercapaciteit van de KWA sterk te vergroten. Waterknooppunt Polsbroek Een van die locaties is Polsbroek, een knooppunt waar verschillende watergangen met verschillende peilen bij elkaar komen. Het waterknooppunt in Polsbroek is ontstaan in de middeleeu-

Foto: het baggeren

18

wen. De vlieten en weteringen met verschillende waterpeilen leiden het overtollige water uit het eeuwenoude landschap van de Lopikerwaard in goede banen. Aan dit knooppunt heeft HDSR vorig jaar een extra watergang toegevoegd. Deze nieuwe watergang heeft een speciale taak: hij voert in tijden van extreme droogte extra zoet water aan voor West-Nederland. Dit water gebruiken de waterschappen om de verzilting in hun gebied tegen gaan en om kwetsbare natuur en de bollen- en bomentelers van voldoende zoet water te voorzien. Dit is een interessant en maatschappelijk relevant project, waarbij het waterschap niet alleen stuwen en meerdere bruggen heeft gebouwd, maar ook watergangen heeft verbreed. Vergroten doorstroming Eén van de aanvoerroutes van de KWA+ loopt door de Lopikerwaard. Bij gemaal De Koekoek kan extra water worden ingelaten vanuit rivier de Lek. Dat water stroomt door de Lopikerwaard naar gemaal Keulevaart, in de buurt van Haastrecht.

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

Dat gemaal pompt het water vervolgens naar de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel. Om de capaciteit van ook deze route te vergroten zijn verschillende ingrepen in het watersysteem nodig. Langs een groot deel van de route (14 km) is het nodig de watergang te baggeren en te verbreden en gebruiken we bestaande parallelle watergangen.

Daarnaast zijn aanleg (en vervanging) van bruggen, (inlaat)duikers, bodemen oeverbescherming, een natuurvriendelijke oever en een stuw onderdeel van de werkzaamheden. Baggeren In 2024 zijn de Lansing ten zuiden van Polsbroek en een watergang parallel aan de Groote Kerkvliet gebaggerd. Ook dit was nodig om de doorstroming naar West-Nederland tijdens extreme droogte te vergroten. Het traject is hydraulisch gebaggerd. Dat betekent dat de aannemer de bagger met een zuigboot verwijdert en via een leidingwerk wegpompt. Als dit niet mogelijk was, bijvoorbeeld wanneer de watergang te smal is, werd er met een kraan vanaf de

kade gewerkt. Waarom baggeren? Op de bodem van watergangen verzamelt zich in de loop der tijd een laag bagger. Bagger bestaat onder andere uit gevallen blad, plantenresten en inwaaiend zand en stof. Deze laag wordt steeds dikker waardoor een waterloop ondieper wordt. Teveel bagger, riet en waterplanten stremt de doorstroming en kan wateroverlast veroorzaken. Alleen baggeren was niet voldoende, de watergangen zijn ook dieper gegraven. Hergebruik bagger De bagger is vervoerd naar een baggerdepot, een opslagplek op een perceel van een agrariër, om te drogen. Na het drogen is het een voedselrijke bouwstof die de agrariër gebruikt om zijn percelen mee op te hogen. Project bijna afgerond HDSR verwacht de werkzaamheden in de Lopikerwaard in het voorjaar 2025 af te ronden, dan is het hele project KWA+ uitgevoerd. 19

Foto boven: de nieuwe situatie

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Tekst: Waldien Burger Bron tekst en beeld: www.utrecht.nl, zoekterm Rijnenburg

Plannen Polder Rijnenburg bij Utrecht

Al jaren maken Provincie en stad Utrecht plannen voor uitbreiding in de polder Rijnenburg in de oksel van de A12 en de A2 tussen De Meern en IJsselstein. Langzamerhand krijgen de plannen steeds meer vorm, hoewel er ook nog altijd veel tegenstanders zijn. In de Programmatische Verkenning die in oktober 2024 is gepubliceerd, staan de resultaten van de onderzoeken die inmiddels zijn gedaan naar alle aspecten van het vormgeven van een hele nieuwe woonwijk.

Kijk om de archeologische ontwikkelingen te volgen op: www.aorta.nu/erfgoedrijnenburg/

Een overzicht van de plannen: • Na 2035 zullen er 22.000 tot 25.000 woningen gebouwd worden, grotendeels in appartementengebouwen; • Er zouden 12.500 mensen in de wijk moeten werken, er wordt nog onderzocht of en waar een bedrijventerrein kan komen; • Er komen winkels, scholen, gezondheidscentra; • In de planning staan vier windturbines voor duurzame energie in een groot landschapspark waar ook wandel- en fietsroutes zijn en gesport wordt; • In het landschapspark is ook ruimte voor opvang van water; 20

• Verdere overbelasting van de snelwegen moet voorkomen worden door goed openbaar vervoer en speciale fietsroutes. Archeologische goudmijn Bijzonder aan het plan is dat er al voorafgaand aan de planvorming aandacht is voor archeologisch onderzoek en niet zoals gebruikelijk als de plannen al klaar zijn. Inmiddels zijn al belangrijke vondsten gedaan: er meanderde een rivierarm door het gebied. En nationaal nieuws was de ontdekking van een kanaal dat de Romeinen hadden aangelegd om de Rijn en de Hollandse IJssel te verbinden. Het is mogelijk om de ontwikkelingen te volgen: het is een archeologisch walhalla met bijzonder veel vondsten uit de Romeinse tijd. Deze zijn veel beter bewaard gebleven dan in het noordelijker gelegen Leidsche Rijn. WBL volgt de ontwikkelingen van Rijnenburg en houdt u op de hoogte.

Hoogtekaarten: lees uw landschap Tekst: Waldien Burger, met dank aan een WBL-donateur en: Lantschapstudies 148, november 2017, door Lantschap, adviesbureau voor landschap en cultuurhistorie, in opdracht van de gemeente Lopik. Het ontstaan van het landschap in de omgeving van Montfoort, door dr H.J.A. Berendsen en drs M.I.J.G. Cortenraad, september 1983 Beeld: Lantschapsstudies en AHN.nl Afbeelding boven: puntenwolk viewer van Montfoort

Een van onze WBL donateurs maakte ons attent op het bestaan van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Dat is een website (ahn.nl) waarop alle hoogtegegevens van Nederland worden bijgehouden. AHN is een meerjarenprogramma en een samenwerking tussen de waterschappen, Provincies en Rijkswaterstaat met als doel het vervaardigen van een digitaal hoogtebestand van Nederland. Het is ongelofelijk nauwkeurig, van elke vierkante meter weten we tot op 5 cm nauwkeurig de hoogte. En het gaat om open data, dus iedereen kan het gebruiken. Daarbij zijn twee mogelijkheden. Het digital terrain model (DTM) geeft de gemeten hoogte van het maaiveld weer. Voor het bekijken van huidige en historische hoogteverschillen in het landschap is dat het meest interessant. Het digital surface model (DSM) geeft de gemeten hoogte weer inclusief de kunstmatig objecten, dus ook de gebouwen en alles wat door de mens gemaakt is. Geïnteresseerden kunnen op de hoogtekaarten interessante zaken zien, zeker in combinatie met historische kaarten. De WBL donateur zag parallellen met een historische kaart van stroomruggen in de Lopikerwaard. 21

10.000 jaar geleden We duiken even diep in de historie van de stroomruggen van de Lopikerwaard, die op een mooi plaatje heel duidelijk te zien zijn. Dat plaatje staat ook in Lantschapstudies 148, dat het bureau Lantschap in opdracht van de gemeente Lopik in 2017 maakte als onderdeel van de Cultuurhistorische waardenkaart Gemeente Lopik. Daarin staat beknopt beschreven hoe de stroomruggen ontstonden. (Zie ook de afbeelding op de volgende pagina.)

Zo’n 10.000 jaar geleden eindigde de laatste ijstijd en begon het Holoceen. Het werd warmer en vochtiger en ons land werd een gesloten bosgebied. De zeespiegel steeg en de rivieren meanderden en voeren meer zand en klei aan. In het deltagebied vertakten de rivieren zich. Dat zien we in het huidige landschap. De Rijn komt als één stroom het land binnen en splitst zich in drie takken: Nederrijn, IJssel en Waal. De Nederrijn vertakte zich vroeger op zijn beurt in Lek, Kromme Rijn en Hollandsche IJssel en Vecht. Door de afdamming van de Kromme Rijn en de Hollandsche IJssel is de stroom teruggebracht tot één bedding, de Lek.

WBL WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

Stroomstelsels in de Lopikerwaard. De belangrijkste zijn de brede Benschopperstroom (actief tussen 8000 en 5500 jaar geleden), de Bloklandstroom (actief tussen 4500 en 4100 jaar geleden), de Lopikerstroom (actief tussen 5000 en 4000 jaar geleden) de Hollandse IJssel (actief van het begin van de jaartelling tot 1285) en de Lek (actief vanaf het begin van de jaartelling tot nu).

Oeverwallen en kommen Meanderende rivieren hebben van nature een smalle bedding, die zorgt dat de rivier bij grote aanvoer van water al snel buiten zijn oevers treedt. Daar verliest het water snelheid waardoor de grootste en zwaarste korrels materiaal – het zand- het eerst neerdalen. Hierdoor ontstaan direct langs de rivier twee lage, zandige ruggen, de oeverwallen. Verder bij de bedding van de stroom vandaan, in de komgebieden, blijft het water langere tijd staan en komen de fijnere kleideeltjes tot bezinking: hier vinden we dus kleilagen in de bodem. Beide oeverwallen en de bedding van een rivier noemen we samen ook wel een stroomrug. Door het voortdurend afzetten van klei en zand hoogt de rivier zijn stroomrug steeds verder op. We zien dat verschijnsel ook nu in de uiterwaarden. De uiterwaarden komen hoger te liggen, de bedding van de rivier ook en na verloop van tijd zijn de dijken weer te laag om een dreigende overstroming te voorkomen. In de tijd dat de rivieren nog niet bedijkt waren, kon het gebeuren dat de rivier zo hoog kwam te liggen, dat hij zijn bedding verliet en een nieuwe koers ging volgen. 22

De oude stroomrug bleef dan als een fossiele rivierloop in het landschap achter. De bedding groeide dicht en de oeverwallen bleven als ruggen in het landschap zichtbaar. Op de plaats van de oudere stroomruggen kwam een veenlaag tot ontwikkeling waardoor van de fossiele rivier niets meer te zien is. In het centrum van de Lopikerwaard is het Benschopper stroomstelsel hier een voorbeeld van. Dit stroomstelsel was een belangrijke Rijntak die ongeveer tussen 8000 en 5500 jaar geleden actief was. Veel kleiner zijn de stroomruggen van de Lopikerstroom en de Bloklandse stroom. Aan het begin van de jaartelling ontwikkelden Lek en Hollandsche IJssel zich als belangrijke takken van het Rijnsysteem. Lopikerwaard: hoogtekaarten Weer terug naar nu en het AHN. Op de website zijn hoogtekaarten te maken, bijvoorbeeld van het oostelijk deel van de Lopikerwaard, zoals hiernaast te zien is. Daar ziet u nog heel duidelijk de oude stroomruggen terug. Donkerblauw geeft de lage polders aan, vervolgens loopt de hoogte op van lichterblauw, naar groen, lichtgroen, geel en oranje naar de hoogste delen in rood. Zo herkennen we bij IJsselstein als

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

hoogste delen de opritten van de snelweg en de dijken langs de Lek. Bij Montfoort is de oude vuilstort zichtbaar. Goed te zien zijn de vele stroomruggen die nog iets boven het omringende landschap uitsteken. Die lichten lichtgroen op in een verder blauwgekleurd gebied. Vroeger liep de Rijn nog ten zuiden van wat nu Vianen is en niet bovenlangs. Net voorbij Vianen ging ze dan noordwaarts en stak ze de huidige Lek over ons gebied in. En dat deed ze met meerdere vertakkingen. Die hebben soms naast elkaar gelopen, maar ze hebben elkaar ook vooral opgevolgd als de loop van het water veranderde met verzanding en doorbraken. Op de iets hogere stroomruggen werd ook als eerste gewoond en het waren ideale verhogingen om wegen op aan te leggen. Zo zijn er bijvoorbeeld vondsten uit de Romeinse tijd gedaan op de Stuivenbergweg, die loopt over de stroomrug die duidelijk lichtgroen zichtbaar is ten zuiden van Montfoort richting IJsselstein. Meer laagte- dan hoogtekaart De donkerblauwe polders tussen de

23

stroomruggen laten zien hoe laag de polders van de Lopikerwaard liggen. Met het begin van de ontginning startte de ontwatering. Ruim 900 jaar geleden lagen de polders zo’n vier meter boven NAP en waterden af naar de Lek en de Hollandse IJssel. Nu liggen ze al twee meter onder NAP en moeten ze constant bemalen worden om droge voeten te houden. Deze bemaling, vanaf 1800 met stoomgemalen en in de vorige eeuw met elektrische gemalen, zorgt dat de bodem steeds sneller daalt. Die is nu twee cm per drie jaar. Omdat de polders vooral voor landbouw gebruikt worden, is steeds meer bemaling nodig, wat een vicieuze cirkel oplevert. Puntenwolk viewer Voor iedereen die zijn of haar eigen dorp, stad, wijk of huis wil opzoeken, heeft de website van AHN een puntenwolkviewer. Daarop is via de miljarden metingen van elk stukje Nederland een 3D plaatje te maken. Zoals het beeld van Montfoort, boven dit artikel, met helemaal rechts de molen en links en in het midden de kerken als hoogste punten. Neem vooral een kijkje op de website en zoek uw eigen gebied op. Er is veel interessants te ontdekken: www.ahn.nl/ahn-puntenwolkenviewer

24

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Tekst: Everdien Smeenk Foto’s: Adri de Groot Volg zijn vogeldagboek op www.vogeldagboek.nl

Winterse verrassingen Een van mijn kleurrijkste winterse verrassingen is het verschijnen van de putters op mijn uitgebloeide kaardenbol. Meestal laten zij zich pas in januari zien. Dan worden met veel geduld en precisie de zaden uit de kaardenbol gepeuterd. In tegenstelling tot de andere vinken hebben putters een wat dunner snaveltje. Je ziet dan ook nooit een gewone vink op de kaardenbol. Putters vind ik zo prachtig dat ze mij zelfs hebben verleid tot het schrijven van een haiku: Kopje rood gestift met puntige precisie borend naar het zaad

Hierboven: putter Rechtsonder: goudhaantje

Vaak denken wij dat er ’s winters weinig te beleven valt in onze tuinen. Insecten zijn verdwenen of blijven onzichtbaar, egels in winterslaap, kikkers houden zich schuil in de modder van de sloot en de vogelzang is grotendeels verstomd. Toch zie ik ’s winters veel meer vogels in mijn niet winterklaar gemaakte tuin dan in de andere seizoenen. Een tuin met afwisseling van gras, besdragende struiken, inheemse planten en hier en daar een boom(pje) is voor vogels een aantrekkelijke biotoop.

Als wij daar ’s winters nog het nodige vogelvoer (vogelpindakaas, met zaden en zwarte zonnepitten gevulde voedersilo’s, rotte appels etc.) aan toevoegen, kan onze tuin een waar vogelparadijs worden! 25

Een goudhaan of een vuurgoudhaan is ook een echt winters cadeautje! Een goudhaan (we mogen hem geen goudhaantje meer noemen en daar heb ik het een beetje moeilijk mee, vooral omdat het hier om het kleinste vogeltje van Nederland gaat…) heeft een meer zachtmoedige uitstraling dan een vuurgoudhaan, die als extraatje een zwarte oogstreep en een witte wenkbrauwstreep heeft. Dat maakt zijn uiterlijk wat pittiger en strenger.

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Hiernaast: goudvink

Hierboven: vuurgoudhaantjeHieronder: zwartkop (man)

Nog een soort waarvan ik ’s winters in vuur en vlam kan raken is de goudvink! Vooral het mannetje met zijn vuurrode borst en stierennek (in het Engels heet hij heel toepasselijk ‘bullfinch’) kan mij bekoren. Ook al hebben goudvinken een voorkeur voor naaldbomen, in de winter zijn ze minder kritisch en willen ze best af en toe een naaldboomloze tuin aandoen. In de winter van 2018 werd ik zelfs vereerd met een paartje! De laatste jaren heb ik helaas geen goudvink meer op bezoek gehad. Een eenvoudige manier om twee echte wintergasten naar uw tuin te lokken is het neerleggen van fruit. Dat mag best een beetje verrot zijn. Koperwieken en kramsvogels zijn daar dol op en als het goed is hebben de koperwieken inmiddels uw hele hulst of vuurdoorn leeggegeten en zijn ze toe aan een nieuw fruithapje. Een koperwiek lijkt op een zanglijster, maar heeft een opvallende

Onderaan links: koperwiek en rechts: kramsvogel

26

witte wenkbrauwstreep en roestrode flanken. De kramsvogel is wat groter, heeft een grijze kop en is oranjegeel op zijn gestreepte borst. Op de grond oogt hij fier, vaak met opgerichte kop. Ook gedraagt hij zich onverschrokken en jaagt alle merels en zanglijsters weg bij ‘zijn’ appel. Meestal komen kramsvogels pas naar onze tuinen als de weilanden in de omgeving bevroren zijn, vaak in groepen. Zo heeft er een tijdje een grote groep kramsvogels op mijn woonerf gewoond, totdat alle appeltjes op waren… En dan de zwartkop. Hoort hij (zwart petje) of zij (roodbruin petje) wel bij de winterse verrassingen? Het antwoord is ja en nee. In principe zien wij de zwartkop alleen tussen maart en oktober. De rest van het jaar verblijft hij in Frankrijk, Spanje of Italië, maar vanwege de klimaatverandering besluiten steeds meer zwartkoppen niet op trek te gaan, maar gewoon in Nederland te blijven. Bij een strenge winter wordt deze keuze hem waarschijnlijk fataal, maar strenge winters lijken tot het verleden te behoren. Afgelopen winter heeft een vrouwtje zwartkop twee maanden in mijn tuin gewoond. Het was een pittig exemplaar, die alle pimpel- en koolmezen van de vogelpindakaas en voedersilo verjoeg! Maar het korte heldere liedje, dat klinkt als een klaterende beek, horen we pas weer in maart.

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136 Foto links: keep

Foto hieronder: zwartkop (vr.)

2024 is uitgeroepen tot het jaar van de huismus. Dit besluit ging gepaard met enige discussie. Sommige vogelaars waren van mening dat 2024 het jaar van de ringmus moest worden, omdat deze soort nogal in aantal aan het afnemen is. De huismus is ook flink in aantal afgenomen, maar zijn aantallen zijn de laatste jaren gelukkig stabiel. Ik neem het op voor de ringmus, die helaas al sinds 2018 niet meer in mijn tuin verschenen is. Een ringmus lijkt op een huismus, maar hij heeft i.p.v. een grijs petje een roodbruin petje en in zijn witte wang prijkt een prachtig zwart vlekje. Een ringmus broedt niet graag bij u onder de dakpannen, maar geeft de voorkeur aan boomholtes of een nestkast. Het is eigenlijk geen stadsvogel zoals de huismus, maar een vogel die het buitengebied verkiest boven de stad. Terugkijkend op de winter van 2024 zou ik deze winter tot de winter van de grote barmsijs willen uitroepen! Overal werden ze ineens gemeld, in tuinen, parken, stukjes stadsgroen en in buitengebieden. Je moest wel je best voor ze doen, want ze zaten vaak ’verstopt’ tussen de sijsjes. Sijsjes zijn net als putters en mezen dol op de zaden van de elzenpropjes en foerageren dus vaak

hoog in de bomen. Zonder verrekijker waren ze dus moeilijk te onderscheiden van de gewone sijsjes. Maar gelukkig zijn barmsijzen dol op badderen in plasjes en dan zijn in natte toestand het vuurrode vlekje op hun kop en bij de mannetjes het rozerood op hun borst heel goed zichtbaar. Sijsjes en barmsijsjes broeden in Scandinavië en overwinteren o.a. in Nederland. Wordt het in Scandinavië een strenge winter dan kunnen wij in 2025 weer een nieuw barmsijzen invasie verwachten! Een schoonheid waar ik elke winter weer verlangend naar uitkijk is de keep. Hij broedt ook in Scandinavië, hoort bij de vinken en voelt zich hier tussen onze gewone vinken prima thuis. Vinken en dus ook kepen, foerageren graag op de grond, zijn bijvoorbeeld dol op beukennootjes, maar ook op de zaden in onze voedersilo’s. Het zacht oranje op zijn borst, zijn gele snaveltje (wordt in het voorjaar weer zwart) en die subtiele zwarte stipjes op zijn buik maken hem tot een van mijn favoriete wintergasten! Als vogelaar wens ik u een strenge winter toe, met veel winterse verrassingen, ook al is deze wens natuurlijk enigszins egoïstisch… 27

Hierboven: ringmus Hieronder: grote barmsijs

WBL Magazine, december 2024, jaargang 44 - nr 136

Tekst: John van Echtelt

Nieuwe fietsroutes in het knooppuntennetwerk Lopikerwaard Fietsers in de Lopikerwaard kunnen vanaf het voorjaar 2025 gebruikmaken van nog mooiere recreatieve fietsroutes. Komende maanden vernieuwt de provincie Utrecht in samenwerking met het Routebureau Utrecht het fietsknooppuntennetwerk. John van Echtelt uit Montfoort is projectleider en brengt ons op de hoogte.

Meer informatie over de vernieuwing van het fietsroutenetwerk en aanpassing van de fietsroutes is te vinden op: www.routesinutrecht.nl/ actueel. Voor meer informatie over het project: routebureau-utrecht.nl/ fietsroutenetwerk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/600/documents/19060