B1. Ruimtelijk Kader Kerkwetering (2).pdf
Tekst van het document
Concept
Ruimtelijk Kader Kerkwetering Oudewater 29 april 2025
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
1
Aan het woord
Wethouder Bernadette Schomaker In onze gemeente kun je heel mooi wonen. Maar wonen waar en hoe je wilt, is voor veel mensen helaas niet vanzelfsprekend. Oudewater kent, net als landelijk het geval is, een forse woningnood. Oudewaternaren willen graag in Oudewater blijven wonen, maar hebben moeite om hier een (betaalbare) woning te vinden. Op dit moment komen jongeren, senioren en gezinnen met middeninkomens nog moeilijk aan een woning. Binnenstedelijke locaties zoals Oranje Bolwerk en de Westerwal zijn gerealiseerd of in ontwikkeling. Toch neemt dat de woningnood niet weg. Met Kerkwetering als uitbreidingslocatie kunnen wij in fases de komende jaren tot maximaal 500 woningen bouwen. Dat doen we gefaseerd zodat deze woningen zoveel mogelijk ter beschikking kunnen komen van Oudewaternaren.
Werken aan een aantrekkelijke woonwijk In Kerkwetering moeten starters, senioren én gezinnen fijn kunnen wonen en leven. Er komt dan ook een mix van verschillende soorten woningen: sociale huur, middeldure huur, betaalbare koop en vrije sectorhuur. Maar een aantrekkelijke buurt is méér dan dat. Vanaf het begin van de ontwikkeling willen we stimuleren dat bewoners elkaar ontmoeten en omzien naar elkaar. Omwonenden en toekomstige bewoners worden betrokken bij de invulling van de verschillende voorzieningen (speelplekken, ontmoetingsplekken e.d). Ook het realiseren van bijvoorbeeld een buurtkamer in de wijk kan hierin bijdragen. Kerkwetering zal ook in harmonie zijn met de natuurlijke en bebouwde omgeving eromheen. We zorgen daarom voor veel groen, speelruimte en meer verkeersveiligheid.
Zoeken naar vernieuwende oplossingen Kerkwetering heeft op dit moment een agrarische functie. De ondergrond bestaat uit veen en klei. Dat vraagt om vernieuwende oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan drijvend bouwen op water of op veen. We onderzoeken de mogelijkheden om zo de wijk klimaat- en bodemdalingsbestendig te maken. Ook maken we ruimte voor biodiversiteit en waterberging. Zo passen we de wijk aan, aan de natuur. Daarmee geven we ook invulling aan het Ontwikkelperspectief Groene Hart 2050 van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. En geven we het goede voorbeeld van hoe het ook kan!
De kracht van samenwerking Als gemeente kunnen we dit niet alleen. Bij de verdere uitwerking van de plannen kijken we met onze partners hoe we onze ambities kunnen vormgeven. We werken dan ook nauw samen met bijvoorbeeld Oudewaterse bewoners en ondernemers, het waterschap, de provincie, Coördinatiebureau Het Groene Hart en het Rijk, maar ook met marktpartijen.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
2
Inhoudsopgave Deel 1
4
9.
Participatie
41
1.1 Het ruimtelijk kader 1.2 Klimaatbestendig en bodemdalingsvrij bouwen
6
2.
Plangebied
7
2.1 2.2
Beschrijving plangebied Eigendomsverhoudingen
7 7
9.1 Inleiding 9.2 Proces tot nu toe 9.3 Vervolgproces 9.3.1 Stedenbouwkundig plan 9.3.2 Opbrengst participatieproces 9.4 Belanghebbenden 9.5 Communicatie en informatie 9.6 Toetsing stedenbouwkundig plan door kwaliteitscommissie
3.
Visie ‘Wonen met het water’
9
10. Planning op hoofdlijnen
43
Bijlagen
44
Bijlage 01: Beschrijving geldend bestemmingsplan
45
1.
Inleiding
5 5
3.1 Stedenbouwkundige hoofdopzet 3.2 Beeldkwaliteit (architectuur en ruimte)
11
4.
Uitgangspunten
15
4.1 4.2 4.3
Programma Verkeer en parkeren Recreatie
15 16 18
5. Voorkomen bodemdaling – Klimaatbestendig bouwen 5.1 Algemeen 5.2 Ruimtelijke uitgangspunten klimaatbestendig bouwen
42
10
19
19
22
6.
Duurzaamheid, circulariteit
24
6.1 6.2 6.3
Klimaatbestendig Circulariteit Natuurinclusief bouwen
24 24 24
Bestemmingsplan Landelijk Gebied Oudewater & Willeskop (2011) Bestemmingsplan Landelijk Gebied Oudewater & Willeskop, 1e herziening (2022) Paraplubestemmingsplan Oudewater 2022
45 46 46
Bijlage 02: Quickscan Verkeersstudie Sweco Los bijgevoegd
Deel 2: Beleidskader en milieu
25
Bijlage 03: Opbrengst informatieavond 16 april
7.
Beleidskader
26
Los bijgevoegd
7.1 7.2 7.3
Rijk Provincie Utrecht Beleid gemeente Oudewater
26 27 30
8.
Milieukundige aspecten
33
8.1 Water 8.2 Bodem 8.3 Geur 8.4 Geluid 8.5 Omgevingsveiligheid / externe veiligheid 8.6 Luchtkwaliteit 8.7 Archeologie en cultuurhistorie 8.8 Ecologie en stikstof 8.9 Milieueffecten (m.e.r.)
33 35 35 35 36 37 39 40 40
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
41 41 41 41 42 42 42
Heeft u nog vragen?
47
3
Deel 1
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
4
1. Inleiding Om aan de woningbehoefte in Oudewater te kunnen voldoen, zijn woningbouwlocaties nodig. De Woonvisie 2020-2025 van Oudewater beschrijft een jaarlijkse behoefte van uitbreiding met circa 30 woningen over de periode 2020-2040. Hieruit ontstaat de noodzaak om de plancapaciteit vanaf 2023 te vergroten. Volgens huidige inzichten ontbreekt na 2028 het zelfs aan concrete bouwlocaties. Het realiseren van de voorgenomen woningbouw van Kerkwetering aan de randen van de kernen, net buiten de rode contour, biedt kansen om alsnog de gewenste woningen te kunnen realiseren. De locatie Kerkwetering is als potentiële woningbouwlocatie buiten de rode contour opgenomen in de Omgevingsvisie Oudewater (2022). In het regionaal programma van de U-16 (een regionaal samenwerkingsverband van 16 gemeenten) is Kerkwetering opgenomen als uitbreidingslocatie buiten de rode contour, waar tussen 2025 en 2040 gefaseerd maximaal 500 woningen gebouwd kunnen worden. Deze uitgangspunten zijn overgenomen in het Provinciale Programma Wonen & Werken. Besluitvorming hierover heeft op 5 oktober 2021 plaatsgevonden.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
1.1
Het ruimtelijk kader
Als eerste stap in de planvorming is voorliggend ruimtelijk kader opgesteld waarin de ruimtelijke, beleidsmatige en milieukundige randvoorwaarden zijn verkend, een woningbouwprogramma is bepaald en een globale stedenbouwkundige en verkeerskundige opzet op hoofdlijnen is bepaald. Het ruimtelijk kader is in de eerste plaats gebaseerd op vastgesteld beleid en wettelijke regelgeving. Deze onderdelen staan niet open voor participatie en vormen een vast gegeven in de verdere planvorming. Over het concept van dit ruimtelijk kader zijn bewoners, gebruikers van het gebied en andere belanghebbenden op een informatiebijeenkomst op 16 april 2025 geïnformeerd. De aandachtspunten die door de aanwezigen zijn benoemd, zijn als bijlage bij dit ruimtelijk kader gevoegd. Bij verdere planvorming worden deze aandachtspunten meegenomen en wordt inzichtelijk gemaakt wat met deze aandachtspunten is gedaan. Na vaststelling van voorliggend ruimtelijk kader door de gemeenteraad van Oudewater, vormt het de leidraad voor de verdere planvorming. Het ruimtelijk kader zal worden uitgewerkt in een Stedenbouwkundig Plan (SP) waarin de opzet van de wijk, de plek van de woningen, het groen, de verkeersontsluiting en parkeeroplossingen verder wordt uitgewerkt.
Het ruimtelijk kader geeft voldoende houvast om sturing te geven en voldoende ruimte om samen met bewoners en belanghebbenden de wijk verder te ontwerpen en zo te komen tot een gebalanceerd en gedragen plan.
5
1.2 Klimaatbestendig en bodemdalingsvrij bouwen Kerkwetering ligt op een veen- en klei ondergrond. Dit betekent dat de bodem zeer gevoelig is voor bodemdaling. De gemeente Oudewater wil met Kerkwetering een wijk realiseren die toekomstbestendig is, leefbaar en aantrekkelijk. Het doel is een comfortabele woonomgeving te creëren, waarvan de beheerskosten in de toekomst ook betaalbaar blijven. Om dit te realiseren is de ambitie om een klimaat- en bodemdalingsbestendige wijk te realiseren. Dit betekent dat er rekening gehouden wordt met het natuurlijke water- en bodemsysteem en dat gewerkt wordt met een zettingsvrije techniek om schade en kosten voor toekomstige bewoners en beheerders te voorkomen. Het uitgangspunt is om een wijk te realiseren waarbij geen sprake is van extra bodemdaling ten opzichte van de autonome bodemdaling. Niet tijdens de bouw en ook niet na oplevering. Zettingsvrij geldt zowel voor woningen, openbare ruimte en voor infrastructuur. De visie voor de nieuwe woonwijk gaat uit van ‘wonen met het water’. Een van de methode waar voor de ontwikkeling van Kerkwetering naar wordt gekeken is drijvend bouwen op water en op het veen. Dit betekent dat woningen en infrastructuur drijvend op water (drijvend) of drijvend op veen (amfibisch) wordt uitgevoerd.
De bodemopbouw is hierbij bepalend of richtinggevend in de keuze die gemaakt wordt voor amfibisch, drijvend of op palen. Bij de ontwikkeling wordt uitgegaan van een zogenaamde ‘Life Cycle Costing’ methodiek (LCC), waarbij een levensduur van 100 jaar wordt gehanteerd.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
Oudewater gaat met de ontwikkeling Kerkwetering werk maken van klimaat- en bodemdalingsbestendig bouwen en is een van de sleutelopgave in de Regionale Investeringsagenda van de NOVEX Groene Hart. De gemeente Oudewater/ Woerden heeft samen met HDSR, provincie Utrecht en het Coördinatiebureau Groene Hart een aantal expertsessies georganiseerd om de meest actuele kennis en kunde op het gebied van drijvend bouwen te betrekken en argumenten voor- en tegen met elkaar af te wegen. Naast de inbreng van de eigen specialisten en beheerders hebben Blue21, Bartels & Vedder, Klexpert, het college van Rijksadviseurs, Bosch Slabbers Landschapsarchitecten en Sweco meegedacht. Bij de Deltaworkshop, georganiseerd samen met de staf van de Deltacommissaris, waren aanvullend ook nog diverse ontwerpers, bouwers en innovators aanwezig. De uitkomsten van deze expertsessie zijn verwerkt in de ruimtelijke uitgangspunten voor klimaat- en bodemdalingsbestendig bouwen. De Utrechtse Waterpartners hebben voor de provincie Utrecht een geschiktheidskaart ontwikkeld voor nieuwe woon- en werklocaties op het gebied van water en bodem. In opdracht van de provincie Utrecht heeft Defacto een handreiking geschreven bij deze geschiktheidskaart. Kerkwetering is in dit rapport als een casus opgenomen en in het rapport zijn verschillende oplossingsrichtingen verkend voor bouwen op slappe veengrond.
Ook de opbrengsten van dit rapport zijn verwerkt in de ruimtelijke uitgangspunten.
6
2. Plangebied 2.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied Kerkwetering in Oudewater bestaat in de huidige situatie uit een agrarisch (gras)land aan de westzijde van de kern van Oudewater. Aan de zuid- en oostzijde wordt het gebied begrensd door de bebouwde kom van Oudewater. Aan de noordzijde ligt het agrarisch bedrijf aan de Ruigeweide 4-6. Aan de westzijde ligt het voor publiek toegankelijke Veenweidepark met groen, water en wandelpaden.
2.2
Eigendomsverhoudingen
Het grootste gedeelte van Kerkwetering is particulier eigendom. Alleen kadastraal perceel HKD00-C-405 (zie onderstaande kadastrale kaart) is eigendom van de gemeente Oudewater.
Voor de ontwikkeling van Kerkwetering wordt uitgegaan van een fase 1 en 2. De eerste fase heeft betrekking op het zuidelijk deel van het plangebied (zie afbeelding, gele kader). Dit plangebied is ongeveer 12 hectare groot. Dit ruimtelijk kader is van toepassing op deze eerste fase, maar ook voor een eventuele ontwikkeling van de volgende fase zullen de ruimtelijk uitgangspunten van toepassing zijn. Woningbouwontwikkeling binnen het plangebied past niet binnen het geldende omgevingsplan Oudewater, omdat op de planlocatie een agrarische bestemming van toepassing is die geen woningbouw mogelijk maakt. Het omgevingsplan moet dus worden gewijzigd om de bouw van woningen met bijbehorende tuinen, parkeervoorzieningen, groen, water en infrastructuur mogelijk te maken.
Uitsnede kadastrale kaart met blauw omlijnd het kadastrale perceel dat in eigendom is bij de gemeente.
Plangebied Kerkwetering fase 1 (zuidelijk deel).
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
7
2.3
Strategie grondpositie
Voor realisatie van Kerkwetering is verwerving van de grond van particulieren noodzakelijk. De verwerving van deze gronden kan door gemeente Oudewater of door ontwikkelaars plaatsvinden. Voor de ontwikkeling van Kerkwetering voor wat betreft grondpositie zijn veel verschillende vormen. De meeste gebruikelijke vormen zijn: 1.
2.
3.
In onderstaand schema staan verschillende vormen weergegeven, met daarbij de rolverdeling in de verschillende fasen. In de komende periode worden de verschillende vormen van grondpositie en samenwerkingsvormen verder in beeld gebracht en uitgewerkt. Hierbij vormt de nota grondbeleid (2024) het uitgangspunt.
Gemeente heeft volledige grondpositie: alle percelen zijn eigendom van gemeente en worden via tenders aan de markt aangeboden; Bouwclaim: ontwikkelaars hebben een gedeeltelijke grondpositie, gemeente koopt grond van ontwikkelaars, maakt bouwrijp en bouwkavels worden terug verkocht aan de ontwikkelende partijen met kavelpaspoort. Anterieure overeenkomst met een ontwikkelaar of consortium: indien er meerdere grondeigenaren in het gebied zijn, zal de gemeente alleen samenwerken met een consortium van ontwikkelende partijen. De aard van de locatie in combinatie met de geduide koers maakt integrale ontwikkeling noodzakelijk.
private ontwikkeling
joint venture
pps
bouwclaim
grex
grondeigendom
gemeente
initiatief
private partij
visie en programma
gezamenlijk
planuitwerking projectontwikkeling bouwrijp maken bouw opstallen woonrijp maken beheer openbaar gebied
grondbeleid
actief
faciliterend
regie
veel sturing
minder sturing
financieel
veel risico veel kansen
weinig risico minder kansen
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
8
3. Visie ‘Wonen met het water’ Aan de Kerkwetering zal een woonwijk ontstaan, die aansluit op de karakteristiek van Oudewater maar die ook een nieuw woonmilieu zal bieden, aanvullend op de bestaande woonbuurten van Oudewater. De aansluiting wordt gegarandeerd door de wijk met wegen, fietspaden en voetpaden, water en groen te verbinden met het netwerk van Oudewater. En door een bebouwingsdichtheid en hoogte die aansluit op de Oudewaterse maat en schaal. De nieuwe woonwijk zal zich echter onderscheiden door de wijze waarop rekening is gehouden met klimaatverandering en bodemdaling. Om duurzaam en aangenaam te kunnen blijven wonen in een gebied met een slappe bodem van klei en veen, in een klimaat waarin extreme regenbuien steeds vaker zullen voorkomen, zal de wijk anders van opzet zijn dan de oudere wijken. Die waren op meer draagkrachtige bodems gebouwd of er was een dik pakket zand op het landschap aangebracht. Om problemen in de toekomst te voorkomen zoals het verzakken van wegen, tuinen en rioleringen en overstroomde straten die hoge beheerkosten en veel ongemak veroorzaken zal de wijk anders dan gebruikelijk worden opgebouwd. De visie voor de nieuwe aanpak gaat uit van ‘wonen met het water’ met een opzet van de wijk die rekening houdt met de slappe bodem en hevige regenbuien. Hoe gaat die nieuwe woonwijk eruitzien? In een stedenbouwkundig plan zal dat uitgewerkt worden.
De uitgangspunten voor dit stedenbouwkundig plan zijn vastgelegd in dit ruimtelijk kader en geven heel nadrukkelijk richting aan het te verwachten toekomstbeeld.
Er wordt straks gewoond op, aan en tussen verbrede sloten en nieuwe waterpartijen. In huizen die drijven op het water en op veen of die op palen boven het water staan of die gelegen zijn aan het water of aan niet opgehoogde groengebieden. Niet met een tuin die verzakt maar met een gefundeerd terras, drijvende terrassen of een veranda, direct gekoppeld aan het huis. Water en groen geven de wijk een aangename ontspannen sfeer. De straten en paden die niet kunnen wegzakken zullen niet breder zijn dan nodig. In de smalle woonstraten wordt vooral gefietst en gelopen. De auto’s staan op loopafstand geparkeerd op groene pleintjes. De niet opgehoogde groene buitenruimte en het water bieden volop mogelijkheden om te spelen en te wandelen. Maar soms na een hevige regenbui zal het daar even te drassig voor zijn. Veel bewoners hebben wellicht een kano of supboard voor vermaak op zomerse dagen. Door behoud van de oorspronkelijke bodem en het huidige waterpeil krijgt ook de natuur in de wijk alle kansen om zich te ontwikkelen. Dit verhoogt het woonplezier en komt de biodiversiteit ten goede. De woningen zelf zullen vaak van hout gemaakt zijn. Door het lagere gewicht beter geschikt op de slappe bodems dan beton en steen en bovendien minder milieubelastend.
‘Wonen met het water’ voorkomt niet alleen problemen met zettingen en wateroverlast en hoge onderhoudskosten in de toekomst, maar zal de wijk ook een aantrekkelijk groen en ontspannen woonklimaat bieden. Een wijk waarin lopen, fietsen en spelen centraal staan en bereikbaarheid gegarandeerd is. En waarin senioren en gezinnen, alleenstaanden en starters, met hoger of lager inkomen een thuis vinden.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
9
3.1 Stedenbouwkundige hoofdopzet De stedenbouwkundige hoofdopzet van Kerkwetering gaat uit van een bebouwingsgebied waar woningen gerealiseerd kunnen worden, dat wordt omgeven door ‘groen en blauw’. Aan de westzijde ligt het bestaande Veenweidepark dat behouden blijft en waarmee nieuwe verbindingen worden gemaakt in de vorm van wandelroutes. Aan de noordzijde vormt de bestaande hindercirkel van het agrarisch bedrijf aan de Ruige Weide de uiterste bebouwingsgrens. Aan de oostzijde vormt de bestaande watergang de grens van het bebouwingsgebied. Aan de zuidzijde vormt het bestaande boerderijcluster aan de Dijkgraaflaan 110 een uiterste bebouwingsgrens. Ook is aan die zijde een groene/blauwe ruimte tussen de bestaande woningen aan de Dijkgraaflaan en de nieuwe woningen wenselijk. Bovenstaande uitgangspunten leiden tot de volgende visiekaart: Binnen het te bebouwen gebied kunnen naast grondgebonden woningen ook enkele appartementengebouwen als hoogteaccent in maximaal 4 tot 6 bouwlagen
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
gebouwd worden. De appartementen zullen voor een deel worden gebouwd voor senioren, voor wie de nabijheid van voorzieningen (zoals de supermarkt aan de overzijde van de Vierbergenweg) van belang is. Voor het overgrote deel van het te bebouwen gebied worden grondgebonden eengezinswoningen voorzien met een bouwhoogte van maximaal 11 meter (3 bouwlagen). Aan de oostzijde en de zuidzijde sluit de nieuwe wijk Kerkwetering aan op het bestaande stedelijke gebied van Oudewater. Aan de oostzijde wordt een bebouwingsvrij profiel aangehouden van minimaal 40 meter ten opzichte van de huidige bebouwing aan de Kerkwetering. Aan de zuidzijde wordt een groen/blauwe zone gerealiseerd met een breedte van circa 50 meter tussen de woningen aan de Dijkgraaflaan en de nieuw te bouwen woningen. Op deze wijze wordt voldoende afstand aangehouden tussen de nieuwbouw en de bestaande bebouwing. Deze zone kan ook gebruikt worden als waterberging of voor natte natuurontwikkeling.
10
3.2 Beeldkwaliteit (architectuur en ruimte) Bebouwing Vanwege de slappe veenondergrond en de eis om bodemdalingsvrij te bouwen, wordt voor deze locatie uitgegaan van zettingsvrij bouwen door middel van lichte bouwwerken in een waterrijke omgeving. Daarnaast zijn er ambities ten aanzien van het bevorderen van de biodiversiteit en het gebruik van ‘bio-based’ bouwmaterialen. Hierdoor zal er sprake zijn van een specifiek karakteristieke beeldkwaliteit. Beelbepalende aspecten daarbij zullen zijn: • • •
• •
• •
Eenduidige en hoogwaardige afbakening tussen openbaar gebied en privé buitenruimte; Hoogteaccenten tot maximaal 6 bouwlagen worden als verspreide ‘torentjes’ in het groen of in het water geplaatst. Dus geen lange dichte wanden en galerijflats.
Op onderstaande afbeeldingen is een impressie van de soort woningen / sfeer weergegeven die voor Kerkwetering wordt beoogd:
De zichtbare toepassing van hout als bouwmateriaal in de gevels; Vegetatiedaken in combinatie met geïntegreerde zonnepanelen; Zorgvuldig ontworpen buitenruimtes gekoppeld aan de woningen in de vorm van veranda’s, balkons, steigers, vlonders en terrassen; Compacte bouw ter beperking van de footprint, leidend tot verticale geleding; Bebouwingsvlakken die ‘poreus’ zijn en daarmee leefruimte bieden voor flora en fauna. Wel baksteen, hout, (ruw)natuursteen, leem, riet, maar geen harde vlakke plaatmaterialen als composiet, kunststof, metaal en glas; Appartementen 6 lagen (Beeld: Mix architecten)
Paalwoning (Beeld: Mix architecten)
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
11
Rug-aan-rug woningen (Beeld: Smartwoningen Timpaan)
Appartement 4 lagen (Beeld: Penta architecten)
Drijvende woningen (Foto: Ben Kuipers)
Rug-aan-rug woningen (Beeld: Heijligers Projectontwikkeling)
Beneden-boven woningen (Foto: Ben Kuipers)
Rijwoningen met terras ipv tuin (Beeld: Mix architectuur)
Drijvende appartementen (Bron: Breman.nl)
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
12
Openbare ruimte
•
Vanwege de slappe veenondergrond en de eis van zettingsvrij bouwen, zal de verharde openbare ruimte compact zijn en de niet verharde openbare ruimte zal voor een groot deel water en vochtig/moerassig land zijn. Beeldbepalende aspecten:
•
•
•
•
•
De toe te passen technieken, materialen en stedenbouwkundige opzet om een klimaat- en bodemdalingsbestendige woonwijk te realiseren, zal beeldbepalend zijn voor de (beperkte) openbare ruimte. Dit kan leiden tot toepassen van elementenverharding of juist van grote aaneengesloten platen. Een hoogwaardige afwerking is vereist om de beperkte verharding ook kwaliteit te geven. Bij elementen daardoor kiezen voor gebakken straatstenen; In de openbare ruimte wordt prioriteit gegeven aan de fietser en de voetganger. De inrichting van de straten wordt hier op vormgegeven; Kruisingen van wegen met watergangen in principe uitvoeren als bruggen, voor de beleefbaarheid van het water. Bruggen als beeldbepalende elementen aandacht geven voor vormgeving en materialisering; Beeldbepalende oeverafwerking: waar het kan natuurlijke oevers (zonder beschoeiing), waar het moet hoogwaardige duurzame kades aanleggen;
•
• •
•
• •
Ruimtegebruik van openbare verlichting beperken door deze waar mogelijk aan de bebouwing te bevestigen; Wandelpaden door drassig gebied uitvoeren in halfverharding waar dat kan en als vlonderpaden waar het moet; Beplanting: boombeplanting afgestemd op de groeiomstandigheden. Bij hoge grondwaterstanden inzetten op knotbomen en soorten als wilg en els die bestand zijn tegen hoge waterstanden; Riet en oevervegetaties als beeldbepalende en natuurrijke elementen inzetten; Waar grotere drooglegging vereist is (trapveldjes e.d.) kijken naar gebouwde, gefixeerde of drijvende constructies of in de vorm van terpen aanleggen; Innovatieve mobiliteits- /parkeeroplossingen passend bij klimaat- en bodemdalingsbestendig bouwen. Bijvoorbeeld parkeervelden creëren met waterdoorlatende verharding met gras die incidenteel onder water kunnen staan; Afvalverzameling in centrale containers op een of meerdere centrale plekken (al dan niet ondergronds); Oplossing voor wijkgerichte voorzieningen, zoals pakketpunten, bij entree van de wijk;
Op onderstaande afbeeldingen is een impressie van de buitenruimte / sfeer openbare ruimte weergegeven die voor Kerkwetering wordt beoogd:
Wonen aan natte natuur (Beeld: Mix Architecten)
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
13
Smalle autoloze straten (Foto: Ypenburg, Faro architecten)
Parkeren op waterdoorlatende parkeerterreinen (Beeld: Haarsma Infra)
Spelen in poldernatuur (Foto: Deelse Kampen, Gemert)
Verbrede sloten in de wijk (Foto: Ypenburg, Faro architecten)
Wandelen door poldernatuur (Foto: Ben Kuipers)
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
14
gbouw 4. Uitgangspunten
de
4.1
Programma
Wonen Het toekomstig woonprogramma wordt bepaald op basis van de ambities uit het gemeentelijk hoofdlijnenakkoord 2022 – 2026 en de vastgestelde Woonvisie Oudewater 2020-2025. In overeenstemming met het Provinciaal Programma Wonen en Werken wordt uitgegaan van de bouw van maximaal 500 woningen in Kerkwetering; waarvan maximaal 250 woningen in de periode tot en met 2030 en de overige 250 woningen na 2030. Hierbij wordt uitgegaan van twee fases, fase 1 betreft het zuidelijk plangebied en fase 2 betreft het noordelijk plangebied. Fase 1 bestaat uit de bouw van 300 tot 350 woningen. Om lokaal woningzoekenden een goede uitgangspositie te geven en om de voorzieningen in Oudewater niet te overbelasten met een groot aantal nieuwe inwoners, wordt gefaseerd gebouwd en opgeleverd. Volgens de huidige inzichten zullen jaarlijks circa 50 woningen kunnen worden gebouwd tot een uiteindelijk totaal van 350 woningen in fase 1. Daarbij wordt uitgegaan van de volgende verdeling in woningcategorieën:
Verdeling Percentage
Aantallen fase 1
30% 10% 30% 30% 100%
105 35 105 105 350
Sociale huur Middeldure huur Betaalbare koop Vrije sector
In Oudewater zijn relatief veel eengezinswoningen (rijwoningen). Voor Kerkwetering wordt om die reden ingezet op een mix aan soorten woningen, zoals maisonnettes, appartementen, eengezinswoningen, rug-aan-rug woningen, vrijstaande woningen, waarbij het uitgangspunt is dat 70% betaalbaar moet zijn. Op deze manier worden andersoortige woningen gebouwd waarmee de doorstroming op de Oudewaterse woningmarkt kan worden bevorderd. De woonvisie van Oudewater stelt dat er sprake moet zijn van een gedifferentieerd woningbouwprogramma en doet richtinggevende uitspraken met betrekking tot woonvoorkeuren voor verschillende doelgroepen. Er is in Oudewater met name behoefte aan betaalbare koopwoningen voor diverse doelgroepen. Daarnaast is er met name in de sociale huursector een tekort aan een- of tweepersoons appartementen. Ook eventuele voorzieningen op het gebied van wonen en zorg zullen gezien de schaal van de ontwikkeling van Kerkwetering in meer of mindere mate een plek moeten krijgen. Dit kan variëren van huisvesting van senioren tot een specifieke zorgdoelgroep. Voor sociale huur geldt dat deze alleen verhuurd mogen worden via een toegelaten instelling. Ook voor de midden huurwoningen geldt dat deze bij voorkeur via een toegelaten instelling worden verhuurd.
In de gemeentelijke grondprijsbrief (die jaarlijks wordt herzien) is aangegeven welke soort en omvang woning binnen welke prijscategorie valt. De grondprijsbrief van 2025 is te vinden via deze externe link.
Werken Zoals gebruikelijk in Oudewater bieden de geldende ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen / omgevingsplannen) de mogelijkheid om binnen de woning ruimten te benutten voor bedrijf of beroep aan huis. Daarbij moet sprake zijn van een kantoorruimte, praktijkruimte (voor een huisarts, fysio of tandarts) of bedrijfsmatige activiteit die inpasbaar is in de woning en de woonomgeving en die wordt uitgeoefend door de persoon die er woont. De werkruimte mag niet leiden tot een afbreuk van het woonen leefklimaat in de omgeving. Doorgaans is bedrijf of beroep aan huis op 1/3 van het woonoppervlak tot een maximum van 40 m². Daarmee blijft de werkfunctie ondergeschikt aan de woonfunctie. Alle vormen van horeca of detailhandel, alsook andere bedrijfsmatige functies die veel verkeer aantrekken of andere onwenselijke hinder opleveren zijn niet wenselijk en worden dan ook niet toegestaan.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
15
Voorzieningen Hoewel Kerkwetering in beginsel een pure woonwijk wordt, kan het zijn dat de komende jaren behoefte ontstaat aan enkele wijkgebonden kleinschalige voorzieningen, zoals een huisartsenpraktijk of andere medische voorziening. Dit wordt in de verdere planvorming uitgewerkt en meegenomen bij de wijziging van het omgevingsplan. In Kerkwetering zullen volgens de huidige inzichten geen winkels en onderwijsvoorzieningen komen, daarvoor zijn in de nabijheid voldoende voorzieningen beschikbaar. Voor het nabijgelegen scholencomplex aan de Cope zal op termijn wel uitbreiding met twee lokalen wenselijk zijn. Daarnaast zal het mogelijk zijn om op de begane grond van een appartementengebouw een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte (zoals een gemeenschappelijke huiskamer, werkruimte, o.i.d.) te realiseren zodat bewoners elkaar kunnen ontmoeten.
Voor een gemiddelde weekdag is de verkeersintensiteit 2560 motorvoertuigen per etmaal. Om dit door te rekenen naar een gemiddelde werkdag wordt het aantal verkeersbewegingen conform het CROW vermenigvuldigd met 1,11 (11% meer t.o.v. een weekdag). Een gemiddelde werkdag genereert dan ongeveer 2850 motorvoertuigen per etmaal. Voor het bepalen van het kruispunttype ter hoogte van het kruispunt tussen Johan J. Vierbergenweg en de Lijnbaan is gekeken naar de verwachte verkeerstoename tot 2040. Hiervoor is een jaarlijks groeipercentage van 1% toegepast. Met betrekking tot de oriëntatie richting noord of zuid is met twee scenario’s gerekend: • • •
4.2
Verkeer en parkeren
Verkeersgeneratie Om inzicht te krijgen in het effect van deze ontwikkeling op het bestaande netwerk van wegen en paden, is een verkeersstudie vereist. Een eerste quickscan is uitgevoerd om inzichtelijk te maken welke maatregelen naar verwachting nodig zijn bij de ontwikkeling van Kerkwetering. Voor het ontsluiten van het gemotoriseerd verkeer is een aansluiting op de Johan J. Vierbergenweg het meest realistisch. In de quickscan is onderzoek gedaan naar het type kruispunt. De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de landelijke CROW-kencijfers. Zie voor het volledige rapport over de verkeersgeneratie bijlage 3. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is uitgegaan van 500 woningen. De woningtypen voor de 350 woningen uit fase 1 zijn voor deze berekening in dezelfde verhoudingen uitgebreid naar 500 woningen. Dit omdat ook fase 2 van Kerkwetering op hetzelfde kruispunt moet worden ontsloten. Voor de totale ontwikkeling van Kerkwetering geldt dan de volgende verkeersgeneratie:
70% richting het noorden (A12) en 30% richting het zuiden (centrum). 50% richting het noorden (A12) en 50% richting het zuiden (centrum). Door twee scenario’s door te rekenen is er een bandbreedte van de te verwachte effecten.
Als eerst is gekeken naar een voorrangskruispunt. Uit de quickscan blijkt een voorrangskruispunt geen verkeerskundig acceptabele ontsluiting biedt voor deze wijk. De wachttijden zijn dermate lang dat op dit moment al sprake is van overbelasting van het kruispunt. De overbelasting zal alleen maar toenemen. Vervolgens is een enkelstrooksrotonde doorgerekend. Uit de quickscan blijkt dat tot 2040 een enkelstrooksrotonde net niet voldoet in de avondspits voor scenario 1 en dat er voor de avondspits in scenario 2 sprake is van geen restcapaciteit. Aangezien de enkelstrooksrotonde op basis van de uitgangspunten net niet voldoet, wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren in de vorm van verkeerstellingen of een verkeersmodel om te achterhalen of een enkelstrooksrotonde inderdaad te weinig afwikkelcapaciteit biedt. Mocht uit nader onderzoek blijken dat een enkelstrooksrotonde inderdaad niet voldoet, dan kan een meerstrooksrotonde overwogen worden of een kruispunt met verkeerslichten.
Gemotoriseerd verkeer Voor het gemotoriseerd verkeer wordt een centrale ontsluiting gerealiseerd naar de Johan J. Vierbergenweg, ter hoogte van de Lijnbaan. Hier kan voor de verkeersveilige afwikkeling van het verkeer een nieuw kruispunt worden gerealiseerd (nu nog een T-splitsing). Voor de ontsluiting van de wijk moet uit nader onderzoek blijken of een enkelstrooksrotonde een acceptabele ontsluiting is of dat er gekozen moet worden voor een ander type ontsluiting. Aan de noordzijde van het plangebied fase 1 wordt een reservering vrijgehouden voor een auto-ontsluiting voor het geval een tweede fase van Kerkwetering gaat worden gebouwd. De tweede fase van Kerkwetering wordt ook ontsloten via de te realiseren aansluiting met de Johan J. Vierbergenweg en de Lijnbaan.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
16
Het parkeren van gemotoriseerd verkeer wordt geclusterd opgelost. De woonstraten blijven hierbij zoveel mogelijk autovrij. Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de op dat moment geldende parkeernormen. Het clusteren van parkeren geeft de mogelijkheid om op deze locaties laadpleinen te realiseren voor elektrische voertuigen. Alle parkeerplekken worden zodanig ingericht dat ze in de toekomst kunnen worden omgezet naar laadplekken. Eén op de 10 vakken wordt ingericht als laadplek, op termijn wordt dit 1 op de 5.
Langzaam verkeer Fietsverkeer Het grootste aandeel fietsverkeer van en naar Kerkwetering wordt afgewikkeld via dezelfde route als het autoverkeer. Op het kruispunt met de Johan J. Vierbergenweg en de Lijnbaan komen enkele fietsroutes samen waar deze op aansluit. Vervolgens wordt aan de zuidwestzijde richting de Dijkgraaflaan een fietsdoorsteek gerealiseerd. Dit verbindt de nieuwe wijk met maatschappelijke voorzieningen zoals de school. Alle fietsroutes worden zo ingericht dat deze ook gebruikt kunnen worden door hulpdiensten. Voor hulpdiensten is het belangrijk dat de wijk minstens twee toegankelijke ontsluitingen heeft. Voor fase 2 van Kerkwetering wordt een fietsaansluiting gerealiseerd aan
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
de Ruige Weide. In de verdere uitwerking van het plan moet gekeken worden hoe de fietsroute zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt kan worden. Voetgangers Vanuit de nieuwe wijk worden nieuwe voetgangersverbindingen gemaakt naar het bestaande Veenweidepark aan de westzijde waarmee de toegankelijkheid van het Veenweidepark wordt vergroot. Op onderstaande afbeelding is de verkeerskundige opzet weergegeven.
Openbaar vervoer Bewoners van de nieuwe wijk kunnen gebruik maken van de bestaande busverbinding over de Vierbergenweg. Er zijn ter hoogte van Kerkwetering twee haltes bereikbaar op loopafstand: ‘Lijnbaan’ en ‘Tappersheul’. Deze bushaltes zijn door de gekozen ligging van de verkeersontsluiting voor langzaam verkeer goed bereikbaar. Beide bushaltes bestaan uit dezelfde lijnen. Namelijk lijn 123 van Uithoorn naar Oudewater en lijn 505 van IJsselstein naar Woerden. De laatstgenoemde is een buurtbus. Voor de verbinding tussen Utrecht en Gouda, lijn 107, zijn er op 5 minuten fietsen twee haltes op de N228.
17
4.3
Recreatie
Voor zowel de nieuwe bewoners van Kerkwetering als voor de bestaande bewoners van omliggende wijken is de nabijheid van groenvoorzieningen om te kunnen recreëren van belang. Daarbij gaat het om lokale, kleinschalige en bezoekersextensieve voorzieningen, zoals wandelpaden, speelvoorzieningen in de wijk en andere voorzieningen die gericht zijn op natuurbeleving, sport en spel, wandelen en fietsen. Aan de noordzijde van Kerkwetering zal in aansluiting op het westelijk gelegen Veenweidepark een nieuwe groen-blauwe zone worden aangelegd onder de noemer ‘Polderpark’. Deze zone valt in de huidige situatie binnen de geurcontour van de varkensboerderij. Daarnaast vormt het een buffer en overgangsgebied tussen de nieuwe woonwijk en het landelijk gebied. In het polderpark kunnen wandelroutes worden aangelegd door het groen en met bruggetjes over het water. Ook zijn hier mogelijkheden voor de aanleg van recreatieve voorzieningen zoals een natuurspeeltuin met speeltoestellen op en over het water. In het Polderpark zal een reservering worden opgenomen voor een toekomstige verkeersontsluiting naar het noordelijk deel van Kerkwetering waar in de toekomst mogelijk nog 150 woningen worden gebouwd.
4.4
Natuur en groen
Het groen en water in de wijk moeten recht doen aan de eis vanuit de omgevingsvisie dat natuur en biodiversiteit een belangrijke rol spelen in de kernrandzones. Het plangebied ligt vlak naast een locatie met hogere biodiversiteit en een grote natuurlijke waarde. In het kader van de toekomstbestendigheid is het daarnaast van belang dat de wijk goed bestand is tegen hittestress, extreme regenval en periodes van droogte. De natuurherstelwet verplicht dat er vanaf 2030 een stijgende lijn zit in de hoeveelheid groen per inwoner. Daarom is het van belang dat de aanleg van het groen en water in het plangebied ten minste rekening houdt met de volgende eisen: • •
•
•
•
•
Het groen is robuust, verbonden met elkaar en de omgeving, en geschikt voor de locatie. Er wordt in het ontwerp rekening gehouden met gebiedseigen, bij het bodem- en watersysteem passende beplanting en begroeiing. Bij de opzet van de wijk en het groen wordt zoveel mogelijk invulling gegeven aan de 3-30-300 regel, passend binnen de kaders van bodemdalingsbestendig en klimaatbestendig bouwen. In de bouwplannen wordt rekening gehouden met de eisen vanuit het convenant duurzaam bouwen, dit houdt in dat er leefgebied en nestgelegenheid wordt gecreëerd voor een aantal gidssoorten. Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met het creëren van voldoende boomkroonvolume, opgaand groen of drijvende beplanting zoals drijvende rietkragen, om hittestress te beperken. Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met voldoende ruimte ondergronds voor de wortels van bomen en planten.
Op onderstaande afbeelding is de groen/blauwe structuur van Kerkwetering aangeduid.
In het Veenweidepark is conform het raadsvoorstel van 4 oktober 2007 een reservering gedaan voor toekomstige voorzieningen. Dit zijn speelelementen zoals een trekpontje, een vissteiger, inrichting van een avonturenspeeltuin en een houten loopbrug. Op het moment dat de nieuwe woonwijk Kerkwetering wordt gebouwd, worden deze elementen in het Veenweidepark aangebracht ten laste van de exploitatie van de nieuwe wijk.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
18
5. Voorkomen bodemdaling – Klimaatbestendig bouwen 5.1
Algemeen
De gemeente Oudewater wil met Kerkwetering een wijk realiseren die toekomstbestendig is, leefbaar en aantrekkelijk. Het doel is een comfortabele woonomgeving te creëren, waarvan de beheerskosten in de toekomst ook betaalbaar blijven. Om dit te realiseren is de ambitie om een klimaat- en bodemdalingsbestendige wijk te realiseren. Dit betekent dat er rekening gehouden wordt met het natuurlijke water- en bodemsysteem en dat gekeken wordt naar een zettingsvrije techniek voor het bouwen van woningen en infrastructuur. Het uitgangspunt is om een wijk te realiseren waarbij geen sprake is van extra bodemdaling ten opzichte van de autonome bodemdaling. Niet tijdens de bouw en ook niet na oplevering. Dit is ook in lijn met de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Zettingsvrij geldt zowel voor woningen, openbare ruimte en voor infrastructuur. Bij de ontwikkeling wordt uitgegaan van een zogenaamde ‘Life Cycle Costing’ methodiek (LCC), waarbij een levensduur van 100 jaar wordt gehanteerd. Hiermee worden de vermeden kosten van klimaatschade en de directe en indirecte baten meegenomen in de berekening. Bij deze berekening worden de kosten en baten van alle betrokken partijen in beeld gebracht (van de ontwikkelaar, van de gemeente, het waterschap, toekomstige bewoners en nutsbedrijven).
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
Bij de ontwikkeling van de wijk moet adaptief gebouwd worden. Dit betekent dat de wijk in de toekomst kan inspelen op veranderende klimaatomstandigheden. Gedacht kan hierbij worden aan een veranderend waterpeil, het opvangen van grote hoeveelheden regen etc. Het uitgangspunt is dat mensen over 50 of 100 jaar ook nog goed kunnen wonen in Kerkwetering. Voorkomen moet worden dat de gevolgen van het bouwen worden afgewenteld naar de toekomst. Bij de planontwikkeling wordt uitgegaan van de lagenbenadering. Een goede analyse met hulp van de lagenbenadering geeft een stevige basis voor een ontwerp. De analyse verschaft inzicht in de sterke en zwakke punten in elke laag en in de samenhang tussen de lagen. De bodem en waterhuishouding dient hierbij goed in beeld gebracht te worden en het gebied wordt op basis van het water- en bodemsysteem ontwikkeld.
19
Geschiktheidskaart Utrechtse waterpartners De Utrechtse waterpartners (vier waterschappen, drie drinkwaterbedrijven en Rijkswaterstaat Midden-Nederland) hebben een geschiktheidskaart voor nieuwe woon- en werklocaties in de provincie Utrecht ontwikkeld. Deze kaart geeft inzicht in de geschiktheid voor nieuwe woon- en werklocaties vanuit het water- en bodemsysteem. De kaart vormt daarmee de ruimtelijke vertaalslag van het principe ‘water en bodem sturend’.
Het plangebied van Kerkwetering valt binnen de volgende geschiktheidscategorieën: • •
C ‘Bodem, water of klimaatverandering vraagt substantiële inspanning, (ja, mits) D ‘Een ontwikkeling of landgebruik legt een claim op de toekomst, (nee, tenzij)
Uit de deelkaarten waarop de geschiktheidskaart is gebaseerd, is te herleiden dat dit wordt veroorzaakt door risico’s ten aanzien van bodemdaling en overstroming, zie ook de bijbehorende viewer: Geschiktheidskaart woon- en werklocaties. De geschiktheidskaart laat zien dat er voor de ontwikkeling van de locatie Kerkwetering uitdagingen liggen vanuit water en bodem.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
20
Klimaat- en Bodemdalingsbestendig - Wonen met water Voor Kerkwetering is het uitgangspunt om een wijk te realiseren waarbij geen sprake is van extra bodemdaling ten opzichte van de autonome bodemdaling. De visie voor de nieuwe woonwijk gaat uit van ‘wonen met het water’. Een van de methode waar voor de ontwikkeling van Kerkwetering naar wordt gekeken is drijvend bouwen op water en op het veen. Dit betekent dat woningen en infrastructuur drijvend op water (drijvend) of drijvend op veen (amfibisch) wordt uitgevoerd. Daarnaast behoren ook woningen op palen tot de mogelijkheid. De bodemopbouw dient uiteindelijk bepalend of richtinggevend te zijn in de keuze die gemaakt wordt voor amfibisch, drijvend of bouwen op palen. Een gemengde oplossing is hierbij ook voorstelbaar.
Bron: BoschSlabbers landschapsarchitecten. In opdracht van CRa. (College van Rijksadviseurs)
Ruimtelijk Kader Kerkwetering
21
5.2 Ruimtelijke uitgangspunten klimaatbestendig bouwen Voor de verdere uitwerking van de plannen zijn enkele ruimtelijke uitgangspunten geformuleerd voor klimaaten bodemdalingsbestendig bouwen. Als algemeen uitgangspunt geldt dat het natuurlijke bodem- en watersysteem leidend is in de planvorming. De uiteindelijke keuzes voor de fundering van woningen en infrastructuur én vormgeving van openbare ruimte moet voortkomen uit dit natuurlijke bodem- en watersysteem. Voor de verschillende thema’s staan in onderstaande paragraaf de ruimtelijke en technische uitgangspunten vermeld. Bij de uiteindelijke planvorming dient, op basis van het bodem- en watersysteem, onderbouwd te worden op welke manier er aan de uitgangspunten wordt voldaan. Per thema staan die hieronder vermeld:
• •
•
• •
5.2.1.
Bodem
Voor het aspect bodem gelden de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • Binnen de ontwikkeling van Kerkwetering is het uitgangspunt om een wijk te realiseren waarbij geen sprake is van extra bodemdaling ten opzichte van de autonome bodemdaling. Niet tijdens de bouw en ook niet na oplevering. Voor autonome bodemdaling wordt uitgegaan van 1 tot 2 cm per jaar. Hier moet in het ontwerp op geanticipeerd worden voor een periode van 100 jaar. • De bodemopbouw is sturend in de keuze voor fundering: de opbouw van de ondergrond lijkt wisselend te zijn binnen het plangebied. Op basis van een fijnmazig sonderingsonderzoek tot de vaste zandlaag moet in beeld gebracht worden wat de opbouw en draagkracht van de bodem is. Ook het aanbrengen van peilbuizen geeft informatie over de bodemopbouw. Hierbij dienen een aantal diepe en een aantal ondiepe peilbuizen geplaatst te worden. • De natuurlijke componenten van de bodem worden zoveel mogelijk benut voor de realisatie van de gehele wijk. • De natuurlijke bodem wordt zoveel mogelijk behouden. Ontwerpen vanuit de natuurlijke bodemopbouw. De huidige hoogte van het bestaande maaiveld wordt zo veel mogelijk behouden. Afwijkingen dienen goed te worden onderbouwd. • Binnen het plangebied is grondvervanging in principe niet toegestaan. Grondvervanging met klasse industriegrond onder infrastructurele voorzieningen, is onder geen voorwaarde toegestaan.
5.2.2.
Waterstructuur
Voor het aspect water gelden de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • Het huidige vaste waterpeil van – 2,08 NAP is het uitgangspunt voor deze ontwikkeling. Verder blijven de huidige peilvakken en peilhoogtes van de aangrenzende gebieden gehandhaafd. Versnippering van de peilvakken
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
is niet wenselijk. Mocht bij verdere planontwikkeling een ander of flexibel peil wenselijk zijn, dan dient hierover overlegt te worden met het waterschap. Een goed bodem- en watersysteem is hierbij leidend; De te dempen watergangen worden voor 100% gecompenseerd; De watervoerende functie van het plangebied voor het benedenstroomse landelijke gebied (doorstroming naar en door het plangebied in noordwestelijke richting) wordt ten allen tijde gewaarborgd; De bestaande primaire watergangen (weteringenstructuur) worden behouden en daar waar mogelijk robuuster (breder) gemaakt en opgenomen in de te ontwerpen waterstructuur. Ook het tertiaire slotenpatroon wordt zoveel mogelijk behouden; Doodlopende watergangen worden niet toegestaan met het oog op de doorstroming (1,5 L/s/ha) en waterkwaliteit; Voor het ontwerp van de watergangen (diepte, breedte en talud) wordt aangesloten bij de regels uit de Waterschapsverordening van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
5.2.3.
Wateropgave en klimaatadaptatie
Voor het aspect wateropgave en klimaatadaptatie gelden de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • De trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ is leidend. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden op de plek waar het valt en/of geleid naar de gebieden die hiervoor worden aangelegd; • De benodigde waterbergingscompensatie-eis luidt 70 mm in combinatie met een maximale peilstijging van 0,3 meter en een afvoer van 1,5 L/s/ha. Deze eis komt overeen met 22,5% open water gerekend over het toekomstig verhard oppervlak; • Conform gemeentelijk beleid mag geen schade en overlast ontstaan bij een bui van 90 mm/uur.
5.2.4.
Waterkwaliteit en ecologie
Voor het aspect waterkwaliteit en ecologie gelden de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • Watergangen met een goed ontwikkelde vegetatie worden behouden, waarbij, indien mogelijk, ingezet wordt op het versterken van de ecologische kwaliteit door bijvoorbeeld het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en paaiplaatsen voor vissen. Er worden geen scherpe hoeken gecreëerd zodat doorstroming mogelijk blijft. Het water mag niet afgesloten zijn; • De waterdiepte onder het drijflichaam van drijvende woningen moet minimaal 1 meter bedragen; • Beplanting in de openbare ruimte is robuust voor droge en natte omstandigheden en passend bij het landschap (gebiedseigen beplanting); • De waterkwaliteit mag niet verslechteren als gevolg van de ontwikkeling van Kerkwetering en waar mogelijk verbeteren. Voldoende doorstroming vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.
22
5.2.5.
Riolering
Voor het aspect riolering gelden de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • Vuil- en schoonwaterstromen worden gescheiden; • Er wordt zoveel ingezet op oppervlakkige afstroming (= afvoer over straat). Alleen daar waar nodig wordt een hemelwaterriool aangelegd; • Wanneer alternatieve (lokale) zuiveringsmethoden de voorkeur hebben, zoals helofytenfilters wordt dit in overleg met het waterschap nader onderzocht op haalbaarheid; • Passende riool oplossing voor slappe grond, bijvoorbeeld vacuüm riool.
5.2.6.
Waterveiligheid
Voor het aspect waterveiligheid gelden de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • Het principe van meerlaagsveiligheid wordt toegepast. Dit betekent dat maximaal wordt ingezet op het zoveel mogelijk beperken van de gevolgen van een eventuele overstroming/doorbraak: ˳ Kwetsbare functies en vitale voorzieningen (bijvoorbeeld schakelstations, meet- en regelstations) worden zodanig gepositioneerd en/of ontworpen dat het risico van uitval bij een overstroming/doorbraak zo klein mogelijk is (bijvoorbeeld: trafostations verhoogd aanleggen); ˳ Evacuatieroutes worden opgenomen in het ontwerp van de infrastructuur.
5.2.7.
Beheer en onderhoud
Voor het aspect beheer en onderhoud gelden de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • Geen schade of overlast (hinder is kortstondig zonder schade, overlast is blijvend) aan gebouwen, weg, riool, kabels en leidingen, private terreinen en tuinen als gevolg van het bouw- en woonrijp maken. Ook niet afwentelen naar toekomstige generaties, in tijd, ruimte, publiek, privaat, etc; • In de business case worden de vermeden kosten van klimaatschade en de directe en indirecte baten meegenomen in de berekening. Er wordt gebruik gemaakt van de LCC rekenmethode om de toekomstige kosten voor beheer en onderhoud mee te nemen in de investeringskosten. Hierbij wordt gerekend met een periode van 100 jaar. Bij deze berekening worden de kosten en baten van alle betrokken partijen in beeld gebracht (van de ontwikkelaar, van de gemeente, het waterschap, toekomstige bewoners en nutsbedrijven).
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
5.2.8.
Infrastructuur
Voor het aspect infrastructuur gelden de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • Voor nutsvoorzieningen moet gekeken worden naar een oplossing waar kabels en leidingen geen schade ondervinden door bodemdaling, bijvoorbeeld door kabels en leidingen langs of door woningen te laten lopen, d.m.v. een kabelgoot of een plaat met fundering; • Bij uitwerking van het plan moet aandacht zijn voor flexibele overgangen van drijvend naar gefixeerd naar traditioneel (randen gebied); • Parkeren wordt op centrale plekken, bij voorkeur aan de randen van, in de wijk gerealiseerd om de hoeveelheid m² hoofdinfrastructuur te beperken; • Beperk de impact op de bodem door zo min mogelijk openbare ruimte te maken: Minimaliseer de hoeveelheid kritieke infrastructuur (infrastructuur met kabels, leidingen en riolering in de ondergrond).
5.2.9.
Funderingsmethode
Voor het aspect funderingsmethode gelden de volgende ruimtelijke uitgangspunten: • Zettingsvrij bouwen: er worden innovatieve methoden (zoals bijvoorbeeld drijvend op water en op veen) toegepast om schade door zetting van woningen, infrastructuur én openbare ruimte te voorkomen. Hierbij wordt ook een plan gemaakt voor privé buitenruimten. De afweging voor de funderingsmethodiek dient inzichtelijk gemaakt te worden waarbij de kosten en baten in beeld gebracht worden; • Het straatpeil ligt minimaal 70 cm boven het gebruikelijke waterpeil van het oppervlaktewater (drooglegging). In het veengebied is dat -door de hoge gemiddelde waterpeilen – niet overal haalbaar: daarom neemt de gemeente daar soms genoegen met een minder hoge drooglegging. Hierover dient afstemming plaats te vinden met de gemeente; • Een gedeelte van de ontwikkellocatie wordt afgegraven voor waterberging en ter compensatie voor eventuele slootdempingen.
Waar niet wordt afgegraven blijft het bestaande slotenpatroon intact; • Daar waar waterberging gerealiseerd wordt, worden drijvende woningen, inclusief de toegang naar de woningen, op water gerealiseerd; • Gebouwen worden zonder kruipruimten gebouwd en kelders moeten waterdicht zijn om wateroverlast te voorkomen; • Woningen, tuinen en openbare ruimte ondervinden geen schade en wordt geen kwaliteitsverlies ervaren als gevolg van toekomstige veranderingen met zichtjaar 2100 als gevolg van bijvoorbeeld bodemdaling (ook autonoom), wateroverlast of droogte; • Vanuit duurzaamheidsoverwegingen, beheerbaarheid en flexibiliteit is het niet wenselijk om gebruik te maken van lichtgewicht ophoogtechnieken (bijvoorbeeld Bims of EPS).
23
6. Duurzaamheid, circulariteit 6.1
Klimaatbestendig
6.2
Circulariteit
Oudewater heeft de opgave om in 2050 een klimaatbestendige gemeente te zijn. Nieuwbouwontwikkelingen dienen bestendig te zijn voor droogte, wateroverlast, hitte(stress) en overstromingen. De inrichtingseisen- en principes uit het Programma Gemeentelijk Water en Klimaatbestendig Oudewater (voorheen Actieplan Klimaatbestendig Oudewater 2050) dienen te worden gevolgd.
Zo snel mogelijk minder CO2 uitstoten, betekent ook dat emissies in de bouwfase geminimaliseerd moeten worden. Circulair bouwen en zo veel mogelijk gebruik maken van ‘biobased’ materialen die geen CO2-uitstoot veroorzaken, maar CO2-opslaan, is daarom een eis. Het convenant Toekomstbestendig Bouwen dient als leidraad bij het ontwikkelen van projecten.
Om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan gemeentelijke eisen voor hitte(stress) dient een schaduw en zonnestudie te worden uitgevoerd. Uitgangspunten zijn:
6.3
•
•
•
De openbare ruimte heeft minimaal 40% schaduw, bij de hoogste zonnestand (21 juni) tussen 12:00-18:00. Dit kan worden gerealiseerd door ofwel schaduw van bomenkronen of door het goed positioneren van bebouwing in het plangebied. De schaduwvlakken dienen goed verspreid te liggen in het plangebied. Hierbij dient er voornamelijk schaduw te worden gerealiseerd in gebieden met langzaam verkeer, gebieden met een verblijfsfunctie (wandel- en fietspaden), speeltuinen en terrassen. Om hete nachten te voorkomen is het belangrijk dat we zo min mogelijk warmte in materialen vasthouden. Daarom is minstens 50% van de zuid- en (zuid)westzijde van de bebouwing en de openbare ruimte warmtewerend ingericht. Het groot gebruik van donkere materialen in bouw en openbare ruimte wordt ontmoedigd.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
Natuurinclusief bouwen
Oudewater heeft een Soortenmanagementplan voor vleermuizen, mussen en gierzwaluwen. Daarin heeft Oudewater zich verplicht om voor deze diersoorten extra nest/schuilgelegenheden te realiseren, als compensatie voor de plekken die verloren gaan (vooral door isolatie). Voor deze diergroepen is natuurinclusief bouwen om een bijdrage te leveren aan de SMP-opgave een beleidsuitgangspunt.
24
Deel 2 Beleidskader en milieu
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
25
7. Beleidskader 7.1
Rijk
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Daarin heeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Voor vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen. Deze prioriteiten hebben onder andere betrekking op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. Er wordt gewerkt aan een verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland met een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. De nieuwe woningbouwlocaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief.
De nieuwe wijk Kerkwetering in Oudewater wordt gerealiseerd aan de rand van het bestaande stedelijke gebied. Dit past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie om verstedelijking te laten plaatsvinden op plekken waar de vraag naar (in dit geval woningen) groot is en om zorg te dragen voor een woningvoorraad en bijbehorende stedelijke functies die aansluiten bij de behoefte.
In de NOVI is een 21-tal nationale belangen opgenomen. Dit betreft onder meer het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving, het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur, behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal en belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Verstedelijking vindt plaats in de regio’s waar er vraag is en de grote open ruimten tussen de steden behouden hun groene karakter.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
26
7.2
Provincie Utrecht
Omgevingsverordening provincie Utrecht
Kernrandzone
In de Omgevingsverordening provincie Utrecht is de planlocatie ‘Kerkwetering’ onderdeel van meerdere gebiedsaanwijzingen. Hier zijn in de Omgevingsverordening één of meerdere instructieregels aan gekoppeld die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De voor de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling zijn de gebiedsaanwijzingen ‘Kernrandzone’ relevant (artikel 9.10 Omgevingsverordening) en ‘Instructieregel uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk’(artikel 9.15 Omgevingsverordening.
De voor de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is de gebiedsaanwijzing ‘Kernrandzone’ relevant (artikel 9.10 Omgevingsverordening). In de kernrandzone is verstedelijking onder voorwaarden toegestaan. Zo moet de verstedelijking gepaard gaan met een versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in redelijke verhouding moet staan tot de aard en de omvang van de verstedelijking. De verstedelijking moet ruimtelijk en landschappelijk goed worden ingepast en in aansluiting op het stedelijk gebied worden gerealiseerd. Tenslotte geldt dat omliggende functies niet onevenredig worden geschaad. Bij de wijziging van het omgevingsplan moet één en ander worden onderbouwd en moet een beeldkwaliteitsparagraaf onderdeel uitmaken van de onderbouwing. In voorliggend geval is in dit ruimtelijk kader al een beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen.
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
27
Uitbreiding woningbouw onder voorwaarden mogelijk De instructieregel (artikel 9.15) ziet op mogelijke uitbreiding van woningbouw in het landelijke gebied. Hier zijn de volgende voorwaarden aan gekoppeld:
In geval van de Kerkwetering past de woningbouw binnen het door GS vastgestelde Programma Wonen en Werken. De nieuwe woningen worden gebouwd in aansluiting op het landelijk gebied. In de verordening is bepaald dat de woningbouw niet mag leiden tot extra bodemdaling. Uit een nadere toelichting van de provincie blijkt dat hiermee voor dit project wordt bedoeld dat moet worden gekeken naar het voorkomen van veenoxidatie. Dit kan door geen actieve ontwatering toe te staan en kruipruimteloos te bouwen. Dit zorgt ervoor dat er geen bodemdaling plaatsvindt buiten het plangebied. Daarnaast moet er geprobeerd worden om te voorkomen dat er veen wordt afgegraven, en als dat wel noodzakelijk is dat het veen dan op een andere plek wordt gebruikt waar het ook niet kan oxideren. Dit draagt dan bij aan het (zoveel mogelijk) tegengaan van bodemdaling en ook aan de klimaatdoelstellingen waarbij veenoxidatie ook zorgt voor een hoge broeikasgasuitstoot.
periode na 2031 voldoende plancapaciteit. Voor de regio U10, waar Oudewater onderdeel van is, is de plancapaciteit in de periode 2026-2030 ruim 46.000 woningen. De planlocatie Kerkwetering is in het programma opgenomen voor maximaal 500 woningen, waarvan 150 reeds was geprogrammeerd in het voorgaande Programma Wonen en Werken 2021.
Provinciaal Programma Wonen en Werken (2023 en 2025) Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 Op 4 juli 2023 is het Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. In het programma is het kwantitatief programma wonen provincie Utrecht weergegeven. Daaruit blijkt dat er voldoende plancapaciteit is. Er is op basis van toenmalige (2023) inzichten, voor de provincie als geheel ook voor de
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
28
Provinciaal Programma Wonen en Werken 2025
Provinciaal programma ‘Groen Groeit Mee’
In december 2024 is het ontwerp ‘Provinciaal Programma Wonen en Werken’ ter inzage gelegd. In het programma is de woningbouwlocatie Kerkwetering opgenomen als nieuwe woonlocatie in de gemeente Oudewater. Daarbij wordt een woningbouwprogramma van 500 woningen aangehouden, waarvan 250 tot en met 2030 en 250 na 2030.
In de provinciale omgevingsverordening schrijft de provincie voor dat groen evenwichtig moet meegroeien met de woningbouw bij uitleglocaties boven de vijftig woningen. Om gemeenten en projectontwikkelaars te helpen bij de invulling van die voorwaarde, ontwikkelde de provincie Utrecht de handreiking Groen bij uitbreidingslocaties. Er is bij de aanleg van het veenweidepark wel gesproken over compensatie van waterberging. In het park is meer water aangelegd om vooruitlopend op de ontwikkeling Kerkwetering al te compenseren. Hierdoor is er meer grond uitgeefbaar bij Kerkwetering.
Zie onderstaande afbeelding:
Concept Ruimtelijk Kader Kerkwetering
29
7.3
Beleid gemeente Oudewater
Omgevingsvisie Oudewater (2022) De Omgevingsvisie Oudewater is vastgesteld op 9 juni 2022. De Omgevingsvisie Oudewater biedt een inhoudelijk en samenhangend kader en koers die richting gaat geven aan gewenste ontwikkelingen binnen de gemeente. Het is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente Oudewater. In de Omgevingsvisie zijn diverse opgaven met een ruimtelijke impact op een evenwichtige manier afgewogen en samengebracht.