CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. RAAPrap_5518_OUDE_20220617_totaal.pdf

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente OudewaterBij agendapunt: 13: Raadsvoorstel Actualisatie archeologiebeleid (071141)15.902 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAAP-RAPPORT 5518

Archeologie in de gemeente Oudewater Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en beleidskaart

Colofon Opdrachtgever: gemeente Oudewater Titel: Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtingen- en beleidskaart Versie: 17-06-2022 Auteur: ir. E.H. Boshoven, D. Peeters MA, M. IJsselstijn MA Projectcode: OUDE Bestandsnaam: RAAPrap_5518_OUDE_20220617

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2022 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

Samenvatting In opdracht van de gemeente Oudewater heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in het najaar van 2021 en winter van 2022 een actualisatie doorgevoerd van de gemeentelijke archeologiekaarten uit 2015. Het gaat hierbij om het bijwerken van de bestaande kaartgrenzen alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische en landschappelijke (geomorfologische) gegevens en inzichten. Een belangrijk onderdeel van de actualisatie was de bestudering van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) waarmee de begrenzing van de diverse stroomgordels en crevasses kon worden verfijnd en aangevuld. Ook is uitgebreid aandacht besteed aan locaties met bodemverstoringen. In 2021 is voor de gemeente een inventarisatie naar Ontplofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd door IDDS en resulterend in een bodembelastingkaart. D e resultaten van die inventarisatie zijn eveneens gebruikt om een WOII-kaartlaag toe te voegen aan de archeologische kaarten. Bestudering van diverse historische kaarten, uitgevoerd archeologisch onderzoek (en ook het AHN) heeft meer informatie over de bewoningslinten in de gemeente opgeleverd en ook zijn de archeologisch relevante watergebieden op de kaarten weergegeven. Dit alles heeft geresulteerd in drie kaartbijlagen, te weten een aardkundige kaart, een archeologische waarden- en verwachtingenkaart en beleidskaart.

Deze rapportage betreft een toelichting op de methode, de wijzigingen ten aanzien van de vorige kaart (uit 2015) en een toelichting op de diverse beleidscategorieën.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[3]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader en doelstelling ........................................................................................................................... 5 1.2 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen ............................................................................................ 5

2 Methoden en bronnen ....................................................................................................................... 7 2.1 Analyse van de archeologisch-landschappelijke context ......................................................................... 7 2.2 Bronnen en methoden .......................................................................................................................... 7 2.3 Inventarisatie van bodemverstoringen ................................................................................................. 15 2.4 Structuur digitale kaartbestanden (GIS) .............................................................................................. 16

3 Actualisatie van het archeologisch verwachtingsmodel .................................................................... 17 3.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 17 3.2 Detaillering van de stroomgordels ....................................................................................................... 17 3.3 Conflictarcheologie ............................................................................................................................ 23 3.4 Bewoningslinten ................................................................................................................................. 23 3.5 Bodemverstoringen ............................................................................................................................ 26 3.6 Watergebieden .................................................................................................................................. 26

4 Actualisatie archeologiebeleid......................................................................................................... 27 4.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 27 4.2 Erfgoedwet, Besluit Erfgoedwet Archeologie, Omgevingswet ................................................................ 27 4.3 Van verwachtingskaart naar beleidskaart ............................................................................................ 30 4.4 De archeologische beleidscategorieën ................................................................................................ 31 4.5 Archeologisch onderzoek(straject) ...................................................................................................... 34

5 Toelichting op de kaartproducten .................................................................................................... 35 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 35 5.2 De aardkundige kaart ......................................................................................................................... 35 5.3 De archeologische waarden- en verwachtingenkaart ............................................................................ 36 5.4 Archeologische beleidskaart ............................................................................................................... 37

Literatuur .......................................................................................................................................... 40 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 41

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[4]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

1 Inleiding 1.1 Kader en doelstelling Archeologie, cultuurlandschap en gebouwde monumenten spelen een steeds grotere rol bij ruimtelijke ontwikkelingen. Opgraven of inpassen van archeologische vindplaatsen, het historisch cultuurlandschap als creatieve input voor ontwerp, bescherming en herbes temming van bouwkundig erfgoed: het zijn allemaal manieren waarop bewust aandacht wordt besteed aan de boven - en ondergrondse historische kwaliteiten van een gebied. Het zichtbaar en beleefbaar maken van cultuurhistorie kan een gebied een eigen identiteit geven. Daardoor wordt niet alleen de intrinsieke waarde voor de lokale bevolking verhoogd, maar ontstaan ook economische kansen. Een voorbeeld daarvan is een historische dorpskern, maar het geldt ook voor landelijke gebieden waar bijvoorbeeld fietsrecreanten op afkomen. Een zorgvuldige omgang met cultuurhistorie en benutting van historische kwaliteiten kan dus economisch lonend zijn, zo is uit onderzoek gebleken. De bestaande archeologische beleidskaart van de gemeente Oudewater dateert uit 2015 1. In de bijbehorende rapportage is uitgebreid ingegaan op beleidsaspecten, het fysisch-geografisch landschap, de archeologische vindplaatsen en bewoningsgeschiedenis en op de samengestelde verwachtingskaart zelf.

Omdat (zeker de laatste jaren) het aantal archeologische onderzoeken landelijk enorm is gestegen, is het zaak om de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart periodiek te laten actualiseren. In opdracht van de gemeente Oudewater heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in het najaar van 2021 en winter van 2022 een actualisatie doorgevoerd van de gemeentelijke archeologiekaarten. Het gaat hierbij om het bijwerken van de bestaande kaartgrenzen alsmede het bijwerken van de achterliggende databestanden met nieuwe/aanvullende archeologische en landschappeli jke (geomorfologische) gegevens en inzichten, het toevoegen van informatie over bodemverstoringen, het herzien van de verwachting voor watergebieden en het aanpassen van de beleidskaart. Daarbovenop heeft de actualisatie vanuit een bredere cultuurhistorisc he en ruimtelijke analyse plaatsgevonden ten opzichte van de inventarisaties uit 2015. Zo is er onderzoek gedaan naar historische nederzettingslocaties vanwege de belangrijke leemte in de bestaande archeologische registraties ten aanzien van de locatie van nederzettingsresten uit de Middeleeuwen en de (vroege) Nieuwe tijd.

1.2 Onderzoeksopzet, leeswijzer en richtlijnen De actualisatie van de kaarten heeft betrekking op het aardkundige, archeologische, historisch bouwkundige en historisch-stedenbouwkundige erfgoed op het grondgebied van de gemeente Oudewater (figuur 1). Gestreefd is naar een naadloze inhoudelijke en ruimtelijke aansluiting van de archeologische waarden- en verwachtingskaarten met de buurgemeenten, maar aangezien de kaarten van de meeste buurgemeenten al zeker tien jaar oud zijn bevatten deze nog niet de laatste ondergrond- en verwachtingsmodellen en is een naadloze aansluiting niet altijd mogelijk . De resultaten

1

Van den Ende, 2015

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[5]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

van de actualisatie en inventarisatie van WOII-gerelateerde archeologie zijn geïntegreerd in de nieuwe gemeentelijke archeologiekaarten (kaartbijlagen 1, 2 en 3).

Figuur 1. Ligging van de gemeente Oudewater.

In hoofdstuk 2 worden de gebruikte bronnen genoemd en de methoden behandeld. In hoofdstuk 3 volgt de inhoudelijke verantwoording. De geactualiseerde kaarten zijn bijgevoegd als kaartbijlage 1 ( kaart met landschappelijke ondergrond en archeologische vindplaatslocaties, schaal 1:10.000; afgebeeld op schaal 1:12.000), kaartbijlage 2 (archeologische waarden- en verwachtingenkaart; schaal 1:10.000; afgebeeld op schaal 1:12.000) en kaartbijlage 3 (archeologische beleidskaart, schaal 1:10.000; afgebeeld op schaal 1:12.000). Op deze beleidskaart zijn de in hoofdstuk 3 onderbouwde archeologische vindplaatsen en verwachtingen op dusdanige wijze beleidsmatig ‘vertaald’ dat ze bij de herziening en actualisatie van de bestemmingsplannen en het overige ruimtelijke beleid van de gemeente Oudewater kunnen worden opgenomen en als basis kunnen dienen bij de gemeentelijke vergunningverlening (archeologische onderzoeksverplichting). Het samenstellen van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). Het uitgevoerde onderzoek bestond uit een bureauonderzoek. Er is geen veldonderzoek uitgevoerd.

De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtsnoer. De praktische uitvoering van het onderzoek voldoet aan de normen opgesteld in het Handboek ROB-specificaties van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[6]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

2 Methoden en bronnen 2.1 Analyse van de archeologisch-landschappelijke context De archeologische waarden- en verwachtingenkaart voor de gemeente Oudewater is niet alleen gebaseerd op een analyse van bekende archeologische en historisc he vindplaatsen en terreinen, maar in nog hogere mate op de fysiek-landschappelijke en bodemkundige context van het gemeentelijk grondgebied. In de archeologische studie die van het gemeentelijk grondgebied is gemaakt, kunnen op grond van de ondiepe geologie, de terreinkenmerken en de bodemgesteldheid namelijk verschillende landschappen worden onderscheiden die ieder eigen ontwikkelingen en bewoningsmogelijkheden hebben gekend. Juist door analyse van deze bewoningsmogelijkheden en ontwikkelingen door de tij d heen kan een verwachtingsmodel worden opgesteld.

2.2 Bronnen en methoden 2.2.1

Landschappelijke-bodemkundige gegevens

De actualisatie van de bestaande kaart en het onderliggende verwachtingsmodel voor de ondergrond betreft het bijwerken van het bestaande verwachtingsmodel aan de hand van een aantal (nieuwe) gegevensbronnen: 1. De nieuwe paleogeografische kaart voor het rivierengebied. 2 Deze kaart diende ook als basis voor de laatste versie van de gemeentelijke verwachtingskaart (2015). 2. De studie naar oeverwalcomplexen langs de (vroegere) Rijntakken. 3 3. Actueel Hoogtebestand Nederland (0,5 m grid; AHN4). 4. Onderzoeksresultaten van uitgevoerd archeologisch (voor)onderzoek. 5. Bodemkaart Lopikerwaard (Stiboka, 1968-1969). 6. DINOloket. 7. RAF luchtfoto’s. 8. De kaartlaag ‘Huidige toestand van het Pleistocene oppervlak (in meter t.o.v. NAP) ’, ook bekend als ‘Top Pleistoceen met geulen’ (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed; https://services.rce.geovoorziening.nl/toppleistoceen/wfs? ). 4 Voor de nieuwe kaart zijn de begrenzingen en kaartclassificaties van de verwachtingskaart uit 2015 als uitgangspunt genomen en is het ondergrondmodel geactualiseerd aan de hand van de hierboven genoemde bronnen. De informatie, die in het ondergrondmodel is opgenomen, is in tabel 1 gespecificeerd.

2

Cohen, K., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.Geurts, 2012. Rhine-Meuse Delta Studies. Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Departement Fysische Geografie, Universiteit Utrecht. 3 Pierik, H.J., 2017. Geomorphological reconstructions of the natural levee landscape in the first millennium AD of t he RhineMeuse delta, the Netherlands. DANS dataset. 4 Op basis van deze kaart is sprake van een vrij gradueel verloop van het Pleistoceen oppervlak in de gemeente, waarbij er geen aanwijzingen zijn voor zandopduikingen, zoals rivierduinen. Het dekzand is in de noordoostelijke hoek van de gemeente het hoogst gelegen (top tussen 6 en 8 m –NAP) en duikt richting het zuidwesten achtereenvolgens naar 8 -10 m –NAP, 10-12 m –NAP en in de zuidwestelijke punt van de gemeente naar 12 -14 m –NAP.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[7]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

Veld

Opmerking

Ondergrond

Beschrijving van ondergrondtype en benoeming stroomgordel

DiepteCm

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante niveaus in cm mv op basis van het hoogste voorkomen van (oever)afzettingen in de gemeente Oudewater. In het geval dat meerdere niveaus boven elkaar gelegen zijn, is het hoogste niveau hier gespecificeerd. In de enkele gevallen dat binnen de gemeentegrenzen onvoldoende informatie beschikbaar was met betrekking tot de verwachte diepteligging, zijn bronnen van buiten de gemeente gebruikt

Datering

Datering van betreffende archeologisch relevante niveaus

Toelichting

Eventuele toelichting

Bron

Bron(nen) waarop de begrenzing is gebaseerd

Bron_Diept

Bron(nen) waarop de diepteligging is gebaseerd

Verwachtin

Archeologische verwachting

VerwPeri

Archeologische periode(n) waarvoor de verwachting geldig is

Tabel 1. Tabelstructuur van het basisbestand OUDE_ondergrond..

2.2.2

Archeologische vondstlocaties/vindplaatsen

Algemeen Archeologische vindplaatsen zijn (punt)locaties waar (in het verleden) vondsten/waarnemingen zijn gedaan die van archeologisch belang zijn en die het mogelijk maken bepaalde uitspraken te doen over de archeologische betekenis van een locatie. Veelal betreft het een locatie waar antropogene grondsporen en al dan niet in los verband voorkomende materiële resten, zoals aardewerk, vuursteenartefacten of organische artefacten voorkomen. De aard, ouderdom, verspreiding, gaafheid en conservering hiervan kunnen worden benut om de aan - of afwezigheid van vergelijkbare maar nog onbekende resten elders in het landschap (tot op zekere hoogte) te voorspellen. Veel archeologische waarnemingen uit het verleden staan geregistreerd in een landelijke database: ARCHIS3, de nationale archeologische databank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Buiten deze registraties zijn echter nog veel meer waarnemingen bekend en al dan niet opgenomen in collecties van heemkundeverenigingen. Ook historische bronnen zijn een waardevolle bron van informatie. Op dit moment is het, gezien het huidige maatschappelijke gezichtspunt ten aanzien van de omgang met materieel erfgoed, vanzelfsprekend om ook deze bronnen te gebruiken bij het opstellen van een verwachting ten aanzien van cultuurhistorisch erfgoed (zie verder § 2.2.3).

ARCHIS-waarnemingen Belangrijkste uitgangspunt voor de archeologische inventarisatie zijn de in ARCHIS3 aangemelde onderzoeken en waarnemingen (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/). Elk in Nederland uit te voeren archeologisch onderzoek wordt in dit systeem onder een unieke numerieke code, het ARCHIS zaakidentificatienummer (of CIS-code) aangemeld. Tot deze registratie horen ook geografische (toponiem, locatie, omvang) en andere administratieve gegevens (uitvoerder, opdrachtgever, aanleiding). Eventueel aangetroffen archeologische resten (individuele vondsten, complextypen, etc.) worden in ARCHIS3 eveneens geregistreerd onder hetzelfde zaakidentificatienummer. Omdat in de door de gemeente ontvangen GIS-gegevens van de kaart uit 2015 de attribuutgegevens ontbreken is er voor gekozen een nieuwe dataset met archeologische vondst locaties op te bouwen. In ARCHIS staan 319 waarnemingen geregistreerd en deze kunnen worden samengevoegd tot 51 vondstlocaties ,

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[8]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

waarvan 40 vondstlocaties uit de kern van Oudewater en 11 vondstlocaties buiten de historische kern. Zie bijlage 33 voor de catalogus met vindplaatsen. Overige archeologische waarnemingen/vondstlocaties Per e-mail is op 15 november contact gezocht met dhr. Haars, een amateurarcheoloog uit Oudewater, dhr. C. Haars. Met hem zijn enkele e-mails uitgewisseld over een potentiële locatie van een voorganger van Huis Te Vliet, maar waar op basis van het combineren van bronnen als het AHN, stroomgordelkaart en historische bronnen sprake lijkt te zijn van crevasse -afzettingen. Portable Antiquities of the Netherlands De archeologische vondstlocaties die geregistreerd staan in PAN (Portable Antiquities of the Netherlands) mogen (vanwege afspraken van PAN met de metaaldetectoramateurs) niet op de kaart worden weergegeven. Binnen de gemeente Oudewater zijn momenteel 45 vondsten geregistreerd in PAN. 5 De gegevens in deze database zijn gebruikt om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen. Indien nodig is het ondergrondmodel aangepast, dan wel de begrenzing van historische dorpskernen of oude woongronden. De 45 vondsten hebben betrekking op 9 locaties, waarvan 3 locaties (met 39 vondsten) in de historische kern van Oudewater.

De overige vondsten betroffen losse vondsten die zijn aangetro ffen bij metaaldetectie en van één vondst, een Romeinse sestertius, is aangegeven dat zeer waarschijnlijk sprake is van stortgrond dat van elders afkomstig is, namelijk uit de Rootstraat. 6 Vindplaatscatalogus Voor elke geïnventariseerde archeologische vindplaats is een catalogusnummer uitgedeeld (N=51). Het betreft dimensieloze puntlocaties waar archeologische vondsten zijn geregistreerd. E én vindplaats kan meerdere perioden en/of vindplaatstypen omvatten en meerdere ARCHIS -waarnemingsnummers. Deze staan in bijlage 3 onder hetzelfde catalogusnummer, maar in een andere regel (‘volgnr’) opgenomen. In het ARCHIS3 systeem staan de vindplaatsen onder een zaakidentificatienummer verme ld. Met dit zaakidentificatienummer kan op de website https://archis.cultureelerfgoed.nl/ uitgebreide extra informatie over de vindplaats worden opgezocht.

5 6

Peildatum: 1 november 2021; https://portable-antiquities.nl/pan/#/public Mondelinge mededeling dhr. C. Haars

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[9]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

Attribuutnaam

Voorbeeldwaarde

CatNr

1

CatNrSub ZaakIdNummer

3093928100

ARCHIS_wnr

17301

RDX_coord

118640

RDY_coord

451150

Precisie

‘Administratief’ indien administratief geplaatst

Toponiem

Papekop

Plaats

Papekop

Gemeente

Oudewater

Provincie

Utrecht

Bron

ARCHIS 20210916

Categorie

Nietopgehoogde, individuele huisplaats

Begindatering

Late middeleeuwen B

Einddatering

Nieuwe tijd midden

Omschrijving Datum_melding

1970-06-23

Ligging

Ligging binnen of buiten historische kern van Oudewater

Tabel 2. Samenvatting van de archeologische vindplaatsgegevens.

In tegenstelling tot de archeologische waarnemingslocaties, zijn de uit historische bronnen overgenomen nederzettingslocaties (§ 2.2.3) en de WOII-gerelateerde locaties niet opgenomen in de vindplaatscatalogus (bijlage 3). De reden is dat de aanvullende informatie veelal te beperkt is i n relatie tot de enorme hoeveelheid locaties (ruim 1.000) voor opname in deze catalogus. Voor meer informatie over dit type vindplaats dient dan ook, naast de kaart, het GIS -bestand te worden geraadpleegd).

2.2.3

Archeologisch relevante locaties uit historische bron

Naast de ARCHIS-gegevens zullen ook de historisch bekende elementen met een archeologische betekenis (zoals historische bebouwingslocaties en waterwerken) op de kaart worden opgenomen. ARCHIS kent ten aanzien van nederzettingsresten uit de middeleeuwen en de vroege Nieuwe tijd namelijk nog belangrijke leemten en uit cultuurhistorische inventarisaties blijkt telkenmale dat op historische kaarten nog veel terreinen voorkomen die een volwaardige rol moeten vervullen in het proces van archeologische monumentenzorg. Bij de inventarisatie/actualisatie zijn de volgende stappen uitgevoerd: - Op de kaart uit 2015 zijn, naast de historische kern van Oudewater, een aantal locaties van (onder andere) molens weergegeven door middel van een buffer van 50 m o m de (vermoedelijke) locatie. Deze locaties zijn op de huidige kaart na controle en aanpassing van de begrenzing opgenomen. Aan de hand van de kadastrale minuut 1832 en het AHN bleek de begrenzing van deze locaties veelal verfijnd (en daarmee verkleind) te kunnen worden. Tevens zijn de diverse historische kaarten gecontroleerd op nog ontbrekende (molen)locaties. Ook deze locaties zijn op de kaart weergegeven.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[10]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

- Recent is de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Oudewater beschikbaar gekomen (Haartsen e.a., 2017). De GIS-gegevens van deze kaart zijn bestudeerd op de aanwezigheid van elementen waaraan een archeologische relevantie kan worden gekoppeld. De archeologisch relevante elementen zijn verzameld (voor zover deze niet al uit andere bronnen in het gissysteem waren geregistreerd). - Speciale aandacht is uitgegaan naar de historische bewoningslinten in de gemeente. De bewoningslinten stonden op de kaart van 2015 al afgebeeld, maar mogelijk kunnen deze linten nog worden verfijnd. Hiertoe is bij de diverse archieven (nationaal archief, archief van Hoogheemraadschap Rijnland en het Utrechts Archief) gezocht naar historische kaarten van het gebied. Anderzijds is aan de hand van de in de diverse bewoningslinten uitgevoerde archeologische onderzoeken geanalyseerd in hoeverre op basis van een booronderzoek vervolgonderzoek is geadviseerd en wat de reden hiervan was.

2.2.4

Archeologische rijksmonumenten

Rijksmonumenten zijn terreinen, gebouwen of andere objecten die om hun nationale cultuurhistorische waarde door de rijksoverheid zijn aangewezen als beschermd monument. Ze zijn onder het rijksmonumentennummer te vinden in het monumentenregister (https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/ ). Binnen de gemeente zijn geen archeologische rijksmonumenten aanwezig

2.2.5

Terreinen van archeologische waarde

Het hoofddoel van archeologisch vooronderzoek in het kader van de archeologische monumentenzorg (AMZ) is om voorafgaand aan vergunningverlening de arch eologische waarde van het terrein dat zal worden verstoord in voldoende mate vast te stellen. Daartoe wordt gekeken naar de kwaliteit, de zeldzaamheid en de contextwaarde van (eventueel) aanwezige archeologische resten. Dit wordt ‘waardestelling’ genoemd. Van een aantal terreinen is deze waardestelling in het verleden reeds door het Rijk (i.c. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) bepaald. De meeste van deze terreinen werden ondergebracht op de provinciale archeologische monumentenkaart (AMK). De gegevens in de kaartbijlagen 1 en 2 zijn ontleend aan de laatst aangepaste versie van de AMK, voor het laatste gepubliceerd in juli 2014 door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. In dit rapport en op de kaarten worden de AMK-terreinen vermeld als ‘terreinen van archeologische waarde’ of TAW. Ten opzichte van de situatie in 2015 zijn er geen wijzigingen in de AMK-terreinen binnen de gemeente. Er is sprake van 3 AMK-terreinen en betreffen een versterkt huis/kasteel ter plaatse van Goudse Straatweg 65/67, de kerk in het historische centrum van Oudewater en de historische kern van Oudewater zelf.

Aangezien de begrenzing van deze laatste niet klopt, wordt dit AMK -terrein niet op de kaartbijlagen weergegeven, maar is de begrenzing zoals afgebeeld op de kaart uit 2015 aangehouden.

2.2.6

Militair erfgoed

Tachtigjarige Oorlog en Oude Hollandse Waterlinie De gemeente valt binnen de grenzen van de Oude Hollandse Waterlinie (OHW), waarvan de aanleg teruggaat tot in de Tachtigjarige Oorlog. Op de archeologische kaart van 2015 stonden de

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[11]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

vestingwerken van Oudewater en de Linie van Pleyt al aangegeven. Aan de hand van de diverse bronnen zijn elementen met archeologische relevantie van de OHW geïnventariseerd en in het gissysteem opgenomen.

Tweede Wereldoorlog Recent heeft de gemeente een gemeentedekkende inventarisatie naar Ontplofbare Oorlogsresten (OO ) uit de Tweede Wereldoorlog uit laten voeren met een chronologische gebeurtenissenlijst, een inventarisatiekaart, een bodembelastingkaart en begeleidend rapport als resultaat. 7 De gegevens die bij deze inventarisatie door IDDS zijn verzameld, zijn door RAAP beoordeeld op de archeologische relevantie. Archeologisch relevante zaken zijn vervolgens meegenomen bij onderhavig onderzoek. Aan de archeologisch relevante punt- en lijnelementen van de inventarisatiekaart van IDDS zijn buffers toegekend. In tabel 3 is een overzicht weergegeven van de gebruikte bufferafstanden per type element en een toelichting betreft: -

In het geval van loopgraven dient altijd rekening te worden gehouden met een verwachting op nog niet ontdekte sporen van minstens 5 m afstand vanuit het hart van de loopgraaf. Veel loopgraven zijn omgeven met mangaten – niet altijd zichtbaar – die zich tot op deze afstand van de loopgraaf kunnen bevinden (exclusief afwijking luchtfoto).Omdat veelal sprake is van een lichte afwijking van de luchtfoto dan wel de gegeorefereerde lijnen is een buffer met straal van 10 m aangehouden.

-

Geschutstellingen en wapenopstellingen gaan meestal gepaard met schuilplaatsen en munitieopslagplaatsen. De afstand tot het stuk van deze opslagplaatsen kan sterk variëren. Archeologisch relevante grondsporen worden verwacht tot 25 m rond de opstelplaats van het stuk geschut.

-

Voor vliegtuigcrashlocaties is een buffer met straal van 50 m aangehouden. Zo is de crashlocatie zelf slechts indicatief bekend (globale omschrijving met bijvoorbeeld huisnummer) en in de directe omgeving van de crash kunnen resten te verwachten zijn met name in afvalkuilen.

-

Kraters van afwerpmunitie, raketten of V-wapens variëren sterk in omvang, waarbij de kraters van raketten minder omvangrijk zijn dan die van afwerpmunitie en V -wapens. Met name kraters in het buitengebied zullen weinig of geen archeologische relevantie hebben. De kraters die in meer bewoond gebied lagen (en kraters direct langs wegen) kunnen tij dens (of direct na) de oorlog volgestort zijn met allerlei afval en daarmee archeologisch relevant zijn. Voor verwerking van deze gegevens op de verwachtingenkaart is derhalve een selectie gemaakt van kraters met mogelijke archeologische relevantie (buffer toegekend) en kraters met vermoedelijk geen archeologische relevantie (geen buffer). De straal van de gebruikte buffer is afhankelijk van het type inslag.

7

Enenkel, 2021

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[12]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

type

aantal

Vorm

buffer

Loopgraaf

3 (totale lengte: 38 m)

Lijn

10 m (weerszijden)

Mangaten (zone)

2 (totale lengte: 431 m)

Lijn

5m (weerszijden)

Mangaten (individuele exemplaren)

20

Punt

5m

Geschutopstelling

2

Punt

25 m

Punt

25 m

86

Punt

15 m

Krater raket

4

Punt

10 m

Oorlogsschade

17

Vlak

Wapenopstelling

5

Punt

10 m

vliegtuigcrash

2

Punt

50 m (ligging indicatief)

Infrastructuur zonder geschutopstelling of munitievoorraad Krater afwerpmunitie

opmerkingen

Tabel 3. Archeologisch relevante elementen uit de OO-inventarisatie van IDDS.

Voor alle gegraven stellingen uit de Tweede Wereldoorlog geldt een verwachting op achtergelaten of gedumpt materiaal. Als locaties als stellingen gebruikt zijn voor gevecht geldt een verwachting op achtergelaten strijdmiddelen, zoals wapens, munitie, uitrusting en voorraden. Daarnaast zijn gegraven stellingen na de oorlog vaak gebruikt als dumpplek voor overbodig geworden oorlogsmateriaal, of puin en interieur uit verwoeste (civiele) bebouwing. In grondsporen van al deze structuren kunnen resten worden aangetroffen van constructiemateriaal, uitrustingstukken en verpakkingsmateriaal voor munitie. Ook kunnen resten van prikkeldraadversperringen bij het opruimen na de oorlog in stellingen, mangaten en loopgraven zijn gedumpt. Ook hier geldt dat bruikbare voorwerpen en bruikbaar constructiemateriaal na de oorlog verwijderd zullen zijn. Bij de OO-inventarisatie zijn diverse locaties geregistreerd die betrekking hebben op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in de Tweede Wereldoorlog en waarvan de bron literatuur betreft. In de chronologische gebeurtenissenlijst van IDDS worden deze gebeurtenissen beschreven en betreffen beschrijvingen van onder andere bombardementen door vliegtuigen. Aan deze gebeurtenissen kan geen archeologische betekenis worden gegeven , omdat de exacte locatie niet bekend is.

In het geval van een bombardement zijn de daadwerkelijk op luchtfoto’s geïdentificeerde bomkraters wel archeologisch relevant. Ook zaken zoals schademeldingen en troepenbewegingen zijn archeologisch niet relevant. In tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de verschillende type zaken die niet op de archeologische kaart zijn overgenomen.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[13]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

GIS-bestand

Type

Typegisbestand

Gebeurtenissen

Blindganger

Vlak

1

Te globale locatie (3,2 ha)

Lijn

2

Te globale locatie

Punt

2

Te globale locatie

Vlak

6

Globale locatie (1 km2) van bepaalde bombardementen

Lijn

23

Te globale locatie

Punt

12

Te globale locatie

Lijn

1

Te globale locatie

Punt

1

Te globale locatie

Vlak

4

Uit literatuur; Globale locatie (1 km2)

Lijn

3

Te globale locatie

Raketaanval

Lijn

1

Te globale locatie

Schademelding

Lijn

2

Te globale locatie

Punt

12

Te globale locatie

Bombardement

Bominslag

Beschieting met boordwapens

Aantal

Opmerking

Infrastructuur_zonder_vuurkracht

Opstelplaats

Punt

1

Geen archeologische relevantie

Mora_Punt

MORA-punten

Punt

9

Locaties waar ruimingen hebben plaatsgehad; geen archeologische relevantie

Mora_Lijn

MORA-lijnen

Lijn

2

Locaties waar ruimingen hebben plaatsgehad; geen archeologische relevantie

Niet_definieerbare_verstoring_punt

Nietdefinieerbare verstoring

Punt

23

Zonder controle van de betreffende luchtfoto’s is archeologische relevantie niet vast te stellen

Tabel 4. Overzicht met zaken die door het ontbreken van een archeologische relevantie niet op de archeologische kaart zijn overgenomen.

Binnen de gemeente zijn op basis van de bestudeerde bronnen geen elementen herkend die wel een archeologische relevantie bezitten, maar waaraan geen OO-relevantie kan worden toegekend zoals locaties met (weg)versperringen of werkkampen.

2.2.7

Watergebieden

Aan de hand van diverse bronnen, waaronder historisch kaartmateriaal zoals de serie bonnekaarten, de serie rivierkaarten en de kadastrale minuutplan uit 1832, zijn de nu aanwezige watergebieden (watergangen, grachten, vijvers; zoals weergegeven op de BGT) geïnventariseerd. Van de watergebieden is vervolgens bepaald of er een archeologische relevantie geldt of niet. Zo zijn de watergebieden die in de 20 e of 21 e eeuw zijn gegraven aangeduid als ‘archeologisch niet relevant’. Sterker nog, door het graven van deze watergangen kan het archeologisch relevante niveau voor landbodems verstoord zijn. Deze watergebieden zijn dan ook als verstoring aangemerkt (zie paragraaf 2.3). Van de archeologisch relevante watergebieden is in de attribuuttabel de bron naar de historische kaart(en) waarop de ligging is gebaseerd.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[14]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

2.2.8

Onderzoeksgebieden

In de kaartbijlage 1 zijn de ruimtelijke gegevens met betrekking tot het archeologisch onderzoek in het verleden verwerkt. De bron van deze gegevens is veelal ARCHIS . Aan de attribuuttabel van de onderzoeksgebieden zijn de adviezen opgenomen en, indien beschikbaar, ook de besluiten van de gemeente. In de praktijk geeft de gemeente geen onderzoeksgebieden vrij omdat bij de bouw van bijvoorbeeld een woonhuis met bodemingrepen tot 1 m –mv mogelijk nog diepere archeologische niveaus aanwezig kunnen zijn.

2.3 Inventarisatie van bodemverstoringen Op de bestaande kaart uit 2015 zijn geen bodemverstoringen weergegeven. Aangezien dergelijke verstoringen wel relevant kunnen zijn ten aanzien van eventueel aanwezige archeologische resten, is een inventarisatie van bodemverstoringen uitgevoerd. Deze inventarisatie vond plaats aan de hand van de volgende bronnen: 

De verstoringsbronnenkaart van de RCE (https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart ); De hier vermelde bronnen zijn geraadpleegd;

 Het bestand ‘vergraven gronden’ van Alterra (met name de waarden delfstoffen, transportleidingen, verwerkingen uit de attribuuttabel). Niet alle geregistreerde verstoringen zijn even ingrijpend geweest of sommige in dit bestand opgenomen verstoringtypen (begraafplaatsen, dijk en kade) zijn juist van cultuurhistorische betekenis. De RCE waarschuwt daarom dat het voor deze kaart geïnventariseerde overzicht van potentieel verstorende activiteiten niet is gemaakt voor een een -opeen gebruik in de archeologie en dat ze slechts een eerste indicatie verschaft voor de aanwezigheid van een verstoorde bodem. Het is dan ook niet mogelijk om alleen op basis van de informatie uit die bestanden met zekerheid iets te zeggen over de werkel ijke mate van bodemverstoring. Mede vanwege dit gegeven zijn de niet-ingrijpende verstoringen (zoals geïnventariseerd onder de generieke attribuutwaarden ‘bebouwd’ of ‘natuurontwikkeling’ of ‘open water’ of ‘golfterrein’ of ‘sport en recreatie’) en verstoringen met eerder een cultuurhistorische betekenis, uit het aangemaakte bestand verwijderd;  De gedetailleerde bodemkaarten van de Lopikerwaard (Bles & Zegers, 1969; Bles & Zegers, 1971);  De in 20 e dan wel 21 e gegraven watergangen en vijvers.

De bronnen hier voor zijn het top10vectorbestand en historisch topografische kaarten (met name historische kaart uit omstreeks 1950);  Bodemverstoringen die zijn geïdentificeerd aan de hand van het AHN 4 (0,5 m grid) evenals verstoringen op perceelsniveau van de afgelopen 20 jaar door het combineren van de gegevens van AHN1 (inwinjaar 1999/2000) en AHN4 (inwinjaar 2020) middels een GIS-calculatie (AHN4 min AHN1);  Bodemloket: de op bodemloket.nl weergegeven saneringslocaties zijn niet gebruikt aangezien de weergegeven informatie niet betrouwbaar is (deze onbetrouwbaarheid bleek o.a. bij de actualisatie van de verwachtingenkaart van gemeente Veenendaal). De bodemverstoringen zijn gecategoriseerd in enerzijds ophogingen en anderzijds afgravingen, bodemsaneringen, egalisaties, vergravingen en verstoringen. Ook de in de 20 e en 21 e eeuw gegraven watergangen worden als verstoring geclassificeerd. Het totale oppervlak aan bodemverstoringen

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[15]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

bedraagt 286 hectare (zie tabel 5). Let wel, op een locatie kan sprake zijn van meerdere bodemverstoringen (bijvoorbeeld zowel ophoging van een perceel als verstoring onder een deel van het perceel waar een transportleiding ligt. Type verstoring

Oppervlakte (hectare)

Afgegraven

82

Opgehoogd

136

Verstoord

17

e

20/21 eeuwse waterlichamen

51

Tabel 5. Oppervlakte aan bodemverstoringen, onderverdeeld naar type verstoringen.

In de GIS-tabel met bodemverstoringen staat het type verstoring geregistreerd, de bron en, indien bekend, tot hoe diep de bodem verstoord is. In de meeste situaties is de diepte niet bekend en zal aan de hand van een bronnenonderzoek (bijvoorbeeld het raadplegen van een saner ingsrapport) de exacte diepte (en omvang) van de bodemverstoring moeten worden bepaald.

2.4 Structuur digitale kaartbestanden (GIS) Een van de eindproducten van de actualisatie zijn de aan een geografisch informatiesysteem (GIS) gekoppelde kaartbeelden. Het betreft digitale gis-tabellen waarin per punt-, lijn- of vlakelement verschillende soorten van informatie zijn opgeslagen. De archeologische beleidskaart (kaartbijlage 3) is een ‘platgeslagen’ gis-bestand met daarin alle relevante informatie waarmee de bele idskaart is vervaardigd. Dit platgeslagen gis-bestand bestaat uit één gemeentedekkende kaartlaag zonder gaten of overlappingen. De standaardprojectie van de gis-bestanden is het Rijksdriehoekstelsel (EPSG 28992).

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[16]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

3 Actualisatie van het archeologisch verwachtingsmodel 3.1 Inleiding Deze actualisatie van het archeologisch verwachtingsmodel voor de gemeente Oudewater is in beperkte mate gebaseerd op een analyse van bekende archeologische en historische vindplaatsen en terreinen, maar vooral op fysiek-landschappelijke en geologische/geomorfologische factoren in het gemeentelijk grondgebied. Met betrekking tot het geactualiseerde ondergrondmodel betreft dit voornamelijk de aanwezigheid van verschillende stroomgordels, die verschillen in ligging, diepteligging en ouderdom. Daarnaast is de actualisatie van het archeologisch verwachtingsmodel gevoed met informatie over conflictarcheologie en bodemverstoringen en is de begrenzing van historische bewoningslinten verfijnd.

3.2 Detaillering van de stroomgordels Op basis van de in paragraaf 2.1 benoemde recente bronnen is het ondergrondmodel voor de gemeente Oudewater bijgewerkt en verfijnd, met name wat betreft de aanwezige stroomgordels. Hierbij is ‘De nieuwe paleogeografische kaart voor het rivierengebied’, die is opgeste ld door Cohen e.a. (2012) en eveneens de basis vormde voor de laatste versie van de gemeentelijke verwachtingskaart (2015), is als uitgangspunt gebruikt. De belangrijkste wijzigingen en aanvullingen ten opzichte van bovengenoemde verwachtingskaart en reconstructie hebben betrekking op de begrenzing van de oeverwallen en crevasses van de Hollandse IJssel en Lange Linschoten. Op basis van Pierik’s studie uit 2017 naar oeverwalcomplexen langs de (vroegere) Rijntakken, zijn de oeverzones van deze rivieren plaatselijk verruimd. De zones waarin oeverafzettingen van de Hollandse IJssel worden verwacht zijn tussen 20 m en plaatselijk 100 m verbreed (in vergelijking met de stroomgordelkaart van Cohen e.a. uit 2012). De oeverzones langs de Lange Linschoten zijn eveneens op basis van deze reconstructie en met min of meer vergelijkbare afstanden verruimd, terwijl de uitbreiding van deze zone ter hoogte van Noord -Linschoterzandweg 55 (in de binnenbocht van een meander van deze rivier) circa 150 m betreft.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat een groot deel van deze zones reeds op de gemeentelijke verwachtingskaart van 2015 zijn aangegeven als locaties met een verhoogde kans op archeologische resten, in het kader van hun ligging in/nabij historische bewoningslinten langs deze rivieren (figuur 2). Naast deze actualisatie op basis van Pierik’s dataset, heeft de analyse van verschillen in maaiveldhoogten, op basis van het AHN4, verdere inzichten in de aanwezigheid van crevasses van de Hollandse IJssel en Lange Linschoten opgeleverd. Crevasse(geul)afzettingen, die waarschijnlijk deels uit goed gerijpte klei en/of zand zullen bestaan, zijn mogelijk herkenbaar aan het maaiveld of op het AHN als hoger liggende zones, die door het inklinken van omliggende slappere komklei en/of veen zijn ontstaan. Hierbij dient echter opgemerkt te worden dat dieperli ggende (crevasse)geulafzettingen niet of in veel mindere mate als zodanig herkenbaar zijn. Op basis van het AHN lijken crevasseafzettingen op meerdere locaties in de gemeente verder door te lopen of breder te zijn dan op de reconstructies van Cohen e.a. en Pierik. Een voorbeeld hiervan wordt geleverd door een crevasse ten oosten van de Lange Linschoten, die onder meer op de kaart van Cohen e.a. is aangegeven, maar verder door lijkt te

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[17]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

lopen (figuur 2). Hetzelfde geldt voor een crevasse ten zuiden van de Hollandse IJssel ter hoogte van de Zuid-Stuivenberg en Polsbroekerdam stroomgordels (figuur 4).

Figuur 2. Voorbeeld van verschillen in de ligging van oeverwallen en crevasses ten oosten van de Lange Linschoten op de gemeentelijke verwachtingskaart uit 2015 (boven), de reconstructies van Cohen e.a. (2012) en Pierik (2017), en het doorlopen van crevasses op basis van het AHN4 (beneden; de maaiveldhoogten zijn van -1 tot -2 m –NAP geclassificeerd).

Op basis van het AHN zijn ter plaatse van enkele crevasses of stroomgordels ook restgeulen gereconstrueerd, die niet op de gemeentelijke verwachtingskaart uit 2015 waren opgenomen. Restgeulen zijn restanten van geulen met sneller strome nd water en vorm(d)en depressies in het landschap op locaties en in fasen waarin in de omgeving van de restgeul geen grootschalige sedimentatie plaatsvond. Zulke restgeulen zijn op acht locaties in de gemeente als lineaire depressies aan het maaiveld waarneembaar. In een deel van de Blokland-Snelrewaard stroomgordel is een restgeul aanwezig, die op basis van het AHN4 over een langer traject kan worden gevolgd (figuur 3).

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[18]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

Naast het AHN is ook een serie luchtfoto’s, die is gemaakt door de RAF op 22 januari 1945 (toen er sprake was van een met sneeuw bedekt landschap), gebruikt om restgeulen exacter te lokaliseren en reconstrueren. Een voorbeeld van een restgeul die op basis van een van deze luchtfoto’s valt te herkennen is gelegen ter plaatse van een crevasse ten zuiden van de Hollandse IJssel, waar het AHN4 ook heeft geholpen in het nader karteren van de betreffende crevasse (figuur 4).

Figuur 3. Uitsnede ter hoogte van de Blokland-Snelrewaard en Willeskop stroomgordels van de a) De nieuwe paleogeografische kaart voor het rivierengebied (Cohen e.a., 2012), b) het AHN4 en c) het geactualiseerd ondergrondmodel.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[19]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

Figuur 4. Uitsnede ter hoogte van de Zuid-Stuivenberg en Polsbroekerdam stroomgordels van de a) De nieuwe paleogeografische kaart voor het rivierengebied (Cohen e.a., 2012), b) het AHN4, c) door de RAF gemaakte luchtfoto’s en d) het geactualiseerd ondergrondmodel.

Op basis van enkele recent uitgevoerde onderzoeken konden stroomgordels en/of de zones waar oeverafzettingen worden aangescherpt. De onderzoeken gerapporteerd in Blom & Nijdam (2007), Coppens & Sprangers (2012), Coppens (2016a en b) en Wullink (2018) zijn in deze actualisatie gebruikt om zones met een hogere archeologische verwachting (oever -, geul-, crevasse- en restgeulafzettingen) op/nabij de Blokland Snelrewaard, Willeskop en crevasses van de Hollandse IJssel beter te begrenzen. Daarnaast kan op basis van archeologisch onderzoek uitgevoerd in de gemeente

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[20]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

Oudewater (indien noodzakelijk aangevuld met boringen opgenomen in het DINOloket en de resultaten van onderzoek buiten de gemeente) uitspraken worden gedaan over het hoogste voorkomen van potentiële archeologische niveaus, zoals oeverafzettingen, in cm –mv. De aanvulling en verfijning op basis van deze actualisatie van het ondergrondmodel voor de gemeente Oudewater ten opzichte van de kaart van Cohen e.a. (2012), die de basis vormde voor de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart uit 2015, zijn weergegeven in figuur 5. Het geactualiseerde model van de stroomgordels en de diepte waarop archeologisch relevante niveaus worden verwacht is weergegeven in kaartbijlage 1.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[21]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

Figuur 5. Geactualiseerd ondergrondmodel en de bronnen die zijn gebruikt voor deze actualisatie.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[22]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

3.3 Conflictarcheologie Zaken die betrekking hebben op conflictarcheologie zoals de vestingwerken van Oudewater maar ook de locatie van Schans De Pleyt uit 1796 en behorend tot de Oude Hollandse Waterlinie stonden reeds op de kaart uit 2015 aangegeven. De huidige kaart is qua thema conflictarcheologie uitgebreid met locaties waar een WOII-gerelateerde archeologische verwachting geldt. Deze WOII -gerelateerde locaties zijn vooral te vinden in een zone tot zo’n 200 m aan weerszijden van de spo orlijn GoudaWoerden. Zoals al aangegeven op de beleidskaart uit 2015 en bevestigd in het onderzoek van IDDS zijn tijdens WOII zeker 2 vliegtuigen neergestort in de gemeente. De crashes betreffen een locatie ter hoogte van Hekendorpse Buurt 65 (26 juni 1943) en in het weiland tussen de woningen aan de Noord Linschotenzandweg 61 en 62 (4 september 1943). Voor deze crashlocaties is een bufferzone met straal van 50 m aangehouden.

3.4 Bewoningslinten 3.4.1

Ligging van de bewoningslinten en bebouwing binnen de linten

Binnen de gemeente Oudewater zijn negen historische bewoningslinten of ontginningsassen te onderscheiden. Door analyse van verschillende historische kaarten uit de 17 e , 18 e en 19 e eeuw is getracht de omvang van deze linten en de ligging van de erven zo goed m ogelijk in kaart te brengen. 8 Zoals uit onderstaand overzicht blijkt, komt uit dit vergelijkende onderzoek een vrij eenduidig beeld. De bebouwing langs de linten lijkt stabiel geweest te zijn, dat wil zeggen: er zijn (nagenoeg) geen verschuivingen te zien in de bebouwingszijde(n) van de linten.

8

De gebruikte kaarten zijn: kaart van het hoogheemraadschap van Rijnland door Balthasar Flor isz. van Berckenrode (1615); kaart van het hoogheemraadschap van Rijnland door Jan Jansz. Dou en Steven van Broeckhuysen (1647), Generaale land-kaarte van den Loopicker W aard door D.W .C. Hattinga (1771) en de oudste kadastrale minuutplans uit de periode 18 11-1832.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[23]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

bewoningslint

datering

1615

1647

1832

Hoenkoopse Buurtweg

cope-ontginning Hoenkoop

geen gegevens

beide zijden (maar buiten huidige gemeentegrens)

alleen aan zuidkant

alleen aan noordkant (behalve bij Hekendorp, daar twee zijden)

alleen aan noordkant (behalve bij Hekendorp, daar twee zijden)

alleen aan noordkant (behalve bij Hekendorp, daar twee zijden)

ca. 1250

alleen aan noordkant

alleen aan noordkant

alleen aan noordkant

Papekopperdijk/ Papekopperstraatweg

cope-ontginning Papekop

alleen westkant

alleen westkant

alleen westkant (behalve bij Papekop en Tappersheul, daar twee zijden)

Goudse Straatweg/ Utrechtse Straatweg

cope-ontginningen Vliet en Dijkveld en Rateles

twee erven aan zuidzijde Utrechtse Straatweg

twee erven aan zuidzijde Utrechtse Straatweg

alleen aan zuidzijde (behalve bij Oudewater, daar twee zijden)

geen bebouwing

twee erven aan zuidzijde

beide zijden

beide zijden

beide zijden

beide zijden

beide zijden

beide zijden

beide zijden

alleen aan noordkant bij Snelrewaard

alleen aan noordkant bij Snelrewaard

beide zijden

ca. 1200 of later

Hekendorpse Buurt/Hekendorperweg

cope-ontginning Hekendorp,

Ruigeweide

cope-ontginning Ruige Weide

vóór 1200

vóór 1200

vermoedelijk voor 1200

Willeskop/ Oudeweg

cope-ontginning eind 11de eeuw

Linschoten

cope-ontginning ruim voor 120

Diemerbroek

cope-ontginning Diemerbroek ca. 1200 of later?

Waardsedijk

cope-ontginningen Snelrewaard, Noord- en ZuidLinschoten ruim voor 1200

Tabel 6. Overzicht van de negen bewoningslinten, de (vermoedelijke) ouderdom en de bewoningssituatie zoals weergegeven op de historische kaarten uit 1615, 1647 en 1832. .

Op de meest recente beleidskaart (2015) is nog een tiende lint aangegeven: de Willekopse Tiendwegwetering. Op de kaart van Dou & Broeckhuysen uit 1647 is langs dit lint aan beide zijden bebouwing weergegeven. Op basis hiervan is de wetering als historisch bewoningslint aangemerkt, hoewel er van bebouwing geen sprake meer is op de oudste kadas trale minuutplans. Bij nader onderzoek blijken er in 1647 echter duidelijke fouten gemaakt te zijn bij de kartering van de cope ontginningen tussen Oudewater en Benschop. De Willekopse Tiendwegwetering is niet goed ingetekend en komt aan de oostkant van Rateles op een zuidelijker punt uit dan de Hoenkoopse Buurtweg aan de westkant van Rateles begint (figuur 6). Het lijkt er sterk op dat de landmeters hier niet zelf gelopen en gemeten hebben en de structuren in deze ontginningen schematisch hebben gekarteerd. Net als anderen tiendwegen bestond de Willekopse Tiendwegwetering oorspronkelijk uit

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[24]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

een kade met aan weerszijden een wetering waarmee in afzonderli jke delen van de ontginning een verschillend waterpeil gehouden kon worden. Langs deze secundair aangelegde waterstaatkundige structuren werden doorgaans geen boerderijen of huizen gebouwd. De kartering van boerderijen langs de Willekopse Tiendwegwetering in 1647 moet dan ook als foutief bestempeld worden. Latere kaartmakers die zich baseerden op Dou & Broeckhuysen hebben deze foutieve kartering overgenomen, zoals Melchior Bolstra in de herziene kaart van het hoogheemraadschap Rijnland uit 1746.

Figuur 6. Weergave van de uiteinden van de Hoenkoopse Buurtweg (links op beide kaarten) en de Willekopse Tiendweg (rechts op beide kaarten) op de kaart van Dou & Broeckhuysen uit 1647 en de kaart van Hattinga uit 1771. Hattinga geeft de situatie weer zoals die momenteel nog is (Willekopse Tiendweg eindigt dichter bij Oudewater dan de Hoenkoopse Buurtweg), terwijl Dou & Broeckhuysen dit anders weergeven.

3.4.2

Analyse uitgevoerd onderzoek

Op basis van het GIS-bestand met uitgevoerde onderzoeken in de gemeente zijn 16 in bewoningslinten gelegen onderzoekslocaties geselecteerd voor een analyse. Het doel van deze analyse is meer te weten te komen over het feit dat in deze bewoningslinten zo weinig vervolgonderzoeken worden geadviseerd. Uit deze analyse blijkt dat een deel van de onderzoekslocaties eigenlijk achter het betreffende bewoningslint lag. Daarnaast is een groot aantal onderzoeken uitgevoerd op een perceel waar op de kadastrale kaart uit 1832 geen bebouwing of erf is weergegeven. Ook bleek de ondergrond in veel van de onderzochte locaties verstoord te zijn, veelal een gemengde laag (klei en veen) en is telkens geïnterpreteerd als een recente verstoring. Vijf onderzoeken betroffen een karterend booronderzoek en ook dit heeft geen archeologisch relevante indicatoren opgeleverd. Tot slot is een booronderzoek uitgevoerd in een kilometers lang tracé langs de Enkele Wiericke waarvan het uiteinde in een bewoningslint lag en waar ter plaatse van het historische erf geen boringen zijn uitgevoerd.

3.4.3

Conclusie

Op basis van de kadastrale minuut (ca. 1832) zijn de bewoningslinten onderverdeeld in zones met historische bebouwing en zones waarvoor geen aanwijzingen van historische bebouwing is. Aan de zones waarvan bekend is dat er historische bebouwing was, is een archeologische waarde gekoppeld.

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[25]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

De overige zones zonder aanwijzingen van historische bebouwing zijn ingedeeld in de gebieden met een middelhoge verwachting. Daarnaast wordt geadviseerd om de bewoningslinten te beschouwen als historische kern. In historische kernen wordt een booronderzoek veelal niet uitgevoerd omdat niet of nauwelijks onderscheid te maken is tussen recente verstoringen en ‘archeologische’ verstoringen en bovendien op een historische locatie resten als beer- en waterputten te verwachten zijn die vrijwel niet met een booronderzoek zijn op te sporen. Het verschil tussen archeologisch- of recent puin is veelal niet te maken (tenzij er plastic o.i.d. in de boor wordt aangetroffen). Op deze locaties is het vooral nuttig om een (verkennend) booronderzoek uit te voeren, om de diverse lagen en de ondergrond in kaart te brengen. Voor het vervolgonderzoek (karterende/waarderende fase) wordt een proefsleuvenonderzoek als het meest geschikt geacht. Dit advies betreft een wijziging ten aanzien van het beleid uit 2015 waar (onder de protocollen voor archeologisch onderzoek) staat vermeld dat er bij historische bewoningslinten een (bureauonderzoek gecombineerd met een) karterend booronderzoek uitgevoerd dient te worden (protocol 2).

3.5 Bodemverstoringen In de gemeente zijn diverse bodemverstoringen geïdentificeerd , waarvan de afgravingszones in de buitendijks gelegen gebieden langs de Hollandse IJssel goed opvallen. Op het AHN zijn scherpe randen zichtbaar die de lager gelegen delen in het landschap markeren. Hier is de ondergrond over het algemeen minimaal 30 tot 80 cm afgegraven. De daadwerkelijke verstoring reikt mogelijk dieper , omdat op deze locaties klei is gewonnen ten behoeve van de baksteenindustrie en vervolgens niet-bruikbare (al dan niet humushoudende) klei op de locaties is teruggestort. Andere opvallende bodemverstoringen zijn de recente bodemverstoringen die door maaiveldverlaging ten behoeve van natuurontwikkeling in het zuidoosten van de gemeente (natuurreservaat Willeskop) zijn ontstaan. Voorafgaand aan deze afgravingen is archeologisch (voor)onderzoek uitgevoerd. Een voorbeeld waar aan het maaiveld geen verstoringen zichtbaar zijn, maar waar de ondergrond wel verstoord is tot vermoedelijk 1,5 a 2 m –mv, betreft het tracé van een (min of meer noord-zuid georiënteerde) gastransportleiding in het westelijke deel van de gemeente. Tot slot zijn er gebieden geduid waar sprake is van ophogingen.

Het betreft het gebied van de nieuwbouwwijken en bedrijventerrein ten noorden van de historische kern van Oudewater (op basis van het AHN lijkt het gebied tussen de 0,3 en 0,5 m te zijn opgehoogd), maar ook de dijk van de spoorlijn Gouda-Woerden.

3.6 Watergebieden Waar op de beleidskaart voor de watergebieden dezelfd e verwachting als het omliggende gebied gold, is bij huidige actualisatie op basis van historische kaartmateriaal een analyse gemaakt van de ouderdom van het betreffende watergebied en in combinatie met de locatie (in historisch centrum, bewoningslint of terrein met archeologische waarde e.d.) een specifieke verwachting voor watergerelateerde archeologische resten bepaald. Aangezien in watergebieden een bijzondere set aan archeologische resten kan worden verwacht, zoals scheepswrakken, beschoeiingen, funderingen van bruggen, visfuiken, afvaldumps e.d., is de verwachting voor deze watergebieden ondergebracht in specifieke beleidscategorieën (zie verder par. 4.4).

RAAP-rapport 5518 / versie 17-06-2022

[26]

Archeologie in de gemeente Oudewater; Actualisatie van de archeologische waarden -, verwachtingen- en beleidskaart

4 Actualisatie archeologiebeleid 4.1 Inleiding Een zorgvuldige omgang met archeologische erfgoed betekent dat archeologische waarden bijdragen aan de inrichting (en daarmee aan de kwaliteit) van de leefomgeving. Dat er iets bijzonders in de grond zit, kan op verschillende manieren in de architectuur, beplanting of ruimtelijke structuur terugkomen. Hier is een belangrijke taak weggelegd voor ontwerpers. Stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten kunnen zich laten inspireren door archeologische waarden. De geme ente kan dat aansturen en stimuleren. Een zorgvuldige omgang met het archeologische erfgoed betekent niet dat er niets kan. Uitgangspunten beleidskaart De gemeenteraad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening bij de bestemming van gronden altijd rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten (archeologische waarden en verwachtingen). Deze bestemmingsplanverplichting brengt met zich mee dat de gemeente het kader moet stellen voor de archeologische monumentenzorg. De bestaande archeologische beleidskaart (Van den Ende, 2015) is op 24 september 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van Oudewater. In najaar 2021 en winter 2022 is in opdracht van de gemeente Oudewater een geactualiseerde archeologische waarden- en verwachtingenkaart vervaardigd.

De bij dit rapport opgenomen archeologische waarden- en verwachtingenkaart (kaartbijlage 2) is, in opdracht van de gemeente Oudewater, voor de toepassing op beleidsmatig, gemeentelijk nive au ‘vertaald’ naar een beleidskaart (kaartbijlage 3). Op de archeologische beleidskaart staat kort aangegeven wat het gewenste beleid is ten aanzien van de onderzoeksverplichting en betreft een beleidsmatige uitwerking van de geactualiseerde archeologische waarden- en verwachtingenkaart (kaartbijlage 2). De onderliggende gegevens, i.c. kaartbijlagen 1 en 2 en de daarbij horende gegevens(bestanden), zijn van een zodanig gedetailleerd schaalniveau dat de kaart direct van toepassing is voor gebruik op perceel sniveau (100-1.000 m²). De archeologische beleidskaart dient als afwegingsinstrument (onderlegger) bij processen in de ruimtelijke ordening. De beleidskaart kan juridisch-planologisch worden verankerd bij het opstellen van (nieuwe) bestemmingsplankaarten en beheersverordeningen conform de Wro en na inwerkingtreding van de Omgevingswet bij het omgevingsplan.. Totstandkoming De archeologische beleidskaart is tot stand gekomen in samenwerking met RAAP Archeologisch Adviesbureau. De inhoud van de archeologische beleidskaart en deze rapportage is besproken met mevr. E. Mietes, archeologisch adviseur van de gemeente Oudewater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/481/documents/15323