B1. Programmabegr 2023-2026 Oudewater.pdf
Tekst van het document
Begroting
Rekening
veld
2023
2022
2021
1.054
1.015
769
Lasten 7.2
Riolering
2.1
Verkeer en vervoer
2.4
Economische havens en waterwegen
136
106
72
btw exploitatie en op investeringen
149
148
109
Storting in de voorzienig riolering
603
399
541
1.948
1.668
1.497
6
Totale lasten
6
Baten 7.2
Doorberekende kosten huisaansluitingen
5
5
20
7.2
Rioolheffingen woningen
1.943
1.663
1.477
Totale baten
1.948
1.668
1.497
Saldo (=mutatie reserve; min = onttrekking) Kostendekkendheidsgraad
€0
€0
€0
100%
100%
100%
De lasten stijgen door met name de hogere extracomptabele doorbelasting van de btw op exploitatie en investeringen en baggeren cf. de financiële heroriëntatie (kadernota). De baten stijgen conform de vaste index van 10%, de prijsindex van 6,2%. Dit resulteert in de volgende mutaties van de Voorziening riolering cf. raadsbesluit GWP Oudewater 20202024: (stand per 1-1-2022 € 3.866.068)
2022
storting
€ 465.332
2023
storting
€ 603.619
2024
storting
€ 675.245
2025
storting
€ 637.517
2026
storting
€ 651.764
Oudewater heeft gekozen voor een grote stijging van de rioolheffing in 2020-2023, zodat de rioolheffing daarna nagenoeg gelijk kan blijven. Het gevolg hiervan is dat de Voorziening riolering fors toeneemt om latere investeringen te dekken.
79
C. Rechten In de onderstaande tabellen is voor de verschillende rechten opgenomen wat de begrote baten en lasten zijn en wat de kostendekkendheid is. Nagestreefd wordt een kostendekkendheidsgraad van 100%. Zichtbaar is dat dit voor een aantal tarieven nog niet is gerealiseerd. Ad 1 Leges burgerzaken Onder de naam ‘leges’ wordt een aantal verschillende rechten geheven ‘ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten’. Sommige leges zijn niet voor 100% kostendekkend omdat er voorgeschreven wettelijke tarieven zijn (voorbeelden: uittreksels burgerlijke stand, reisdocumenten en rijbewijzen). Taak-
Begroting
Begroting
Rekening
veld
2023
2022
2021
Burgerzaken
441
466
443
Totale lasten
441
466
443
Baten
144
169
143
€ x 1.000
-€ 297
-€ 297
-€ 300
Kostendekkendheidsgraad
33%
36%
32%
Lasten 0.2
0.2
Saldo
Ad 2 Begrafenisrechten Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Taak-
Begroting
Begroting
Rekening
veld
2023
2022
2021
Lasten 7.5
Begraafplaatsen
10
15
58
7.5
Baten
15
15
12
Saldo
€ x 1.000
-€ 5
€0
-€ 46
Kostendekkendheidsgraad
150%
100%
21%
De kosten van planmatig onderhoud fluctueren jaarlijks (zijn in 2023 wat lager begroot dan in 2022) en hebben daardoor invloed op de kostendekkendheid. De kostendekkendheid lijkt > 100% , dat is in de praktijk niet zo aangezien de kosten van de gemaakte uren van de buitendienst verwerkt zitten in de post 'dienstenovereenkomst Woerden'.
80
Ad 3 Marktgelden Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats. Begrotingstechnisch zijn er geen bijzonderheden t.o.v. 2022. Taak-
Begroting
Begroting
Rekening
veld
2023
2022
2021
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
42
39
37
Totale lasten
42
39
37
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
26
25
16
Totale baten
26
25
16
€ x 1.000
-€ 16
-€ 14
-€ 21
Kostendekkendheidsgraad
62%
64%
43%
Lasten 3.3
Baten 3.3
Saldo
Ad 4 Bruggelden Voor iedere doorvaart van de Hoenkoopse brug wordt € 2,- per vaartuig gerekend. Met de opbrengst hiervan wordt een deel van de brugbediening door medewerkers van Ferm Werk bekostigd. Taak-
Begroting
Begroting
Rekening
veld
2023
2022
2021
Verkeer en vervoer
46
43
57
Totale lasten
46
43
57
Baten
13
12
13
€ x 1.000
-€ 33
-€ 31
-€ 44
Kostendekkendheidsgraad
28%
28%
23%
Lasten 2.1
2.4
Saldo
Ad 5 Omgevingsvergunningen Binnen het taakveld omgevingsvergunning is de kostendekkendheid afhankelijk van de baten. Temporisering van de baten levert een lagere kostendekkenheid. Echter, hogere baten zijn meestal gekoppeld aan een grotere werklast, wat uiteindelijk kan leiden tot meer capaciteitsinzet. Gevolg hiervan is dat de kostendekkendheid dan niet wordt verhoogd maar gelijk blijft. Taak-
Begroting
Begroting
Rekening
veld
2023
2022
2021
Wonen en bouwen
482
355
714
Totale lasten
482
355
714
Wonen en bouwen
366
350
542
Totale baten
366
350
542
Lasten 8.3
Baten 8.3
Saldo
81
€ x 1.000
-€ 116
-€ 5
-€ 172
Kostendekkendheidsgraad
76%
99%
76%
D. Vergelijking met andere gemeenten Belastingsoort 2022
Oudewater
Woerden
BodegravenReeuwijk
Montfoort
De Ronde Venen
OZB woningen
0,1246%
0,1133%
0,1162%
0,1223%
0,0724%
OZB niet-woningen
0,5355%
0,5311%
0,4671%
0,6468%
0,4125%
Eenpersoonshuishouden
€ 263
€ 240
€ 222
€ 229
€ 270
Meerpersoonshuishouden
€ 329
€ 291
€ 275
€ 374
€ 348
€ 335
€ 241
€ 375
€ 269
€ 210
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
82
PARAGRAAF 2 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Wat is het doel van deze paragraaf? De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Oudewater om niet gedekte risico’s op te vangen. Zowel het BBV als ook de provincie en de accountant wijzen op het belang van risicobeheersing en de berekening van het weerstandsvermogen. De financiële positie van een gemeente bestaat uit de exploitatie en het eigen vermogen. Het niet geoormerkte vermogen (= weerstandsvermogen) is van belang om te bepalen of de gemeente financieel gezond is, hetgeen (mede) afhankelijk is van het risicoprofiel. Voor het beoordelen van de financiële positie is daarom inzicht nodig in de omvang en achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Oudewater om niet gedekte risico’s op te vangen. Doelstellingen met betrekking tot het weerstandsvermogen en de risicobeheersing zijn: •
risico’s beheersen;
•
risico’s waar mogelijk verminderen;
•
norm van het weerstandsvermogen ontwikkelen;
•
onderbouwen van beslissingen;
•
verbeteren dienstverlening;
•
herkennen en benutten van kansen;
•
stimuleren professionaliteit van de medewerkers;
•
beschermen vermogenspositie gemeente.
Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Wettelijk kader De gemeente heeft voor wat betreft het weerstandsvermogen en risicobeheersing met een aantal wetten en toezichthoudende partijen te maken: Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), Rijk, provincie Utrecht en accountant. De informatie in deze paragraaf is vooral gebaseerd op het BBV. Hierin staat dat in deze paragraaf een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, een inventarisatie van de risico's en het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s moet worden opgenomen. Gemeentelijk beleid Hoe we omgaan met risico’s en de bepaling en aanwending van het weerstandsvermogen hebben we vastgelegd in de nota Financiële Sturing (FS). Veel van het onderstaande is terug te leiden tot de afspraken die daarin staan. Ons beleid is erop gericht om goed zicht te hebben op de risico’s die het behalen van onze doelstellingen in de weg kunnen staan. De risico’s die we onderkennen, worden geanalyseerd en afhankelijk van het type risico worden beheersmaatregelen opgesteld en uitgevoerd. Dit proces is cyclisch opgebouwd en maakt onderdeel uit van ons planning-en-controlinstrumentarium. Omtrent de aanwending van de weerstandscapaciteit bepaalt ons beleid: Voor zover mogelijk treffen we maatregelen ter beperking van de schade.
Voor zover de schade niet kan worden beperkt, analyseren we in hoeverre de kosten kunnen worden betaald uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten. Dit geldt ook voor de kosten die aan het treffen van de maatregelen zijn verbonden. Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, wordt een beroep gedaan op de aanwezige weerstandscapaciteit.
83
Beschikbare weerstandscapaciteit Zoals er sprake is van incidentele en structurele risico’s, zo is ook sprake van incidentele en structurele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is opgenomen welke onderdelen kunnen worden onderscheiden binnen onze gemeente en in hoeverre deze structureel of incidenteel zijn. Conclusie op basis van dit overzicht is dat er aanmerkelijk meer incidentele dan structurele risicodekking is. Dit is geen probleem. Bij de kwantificering van de risico’s wordt hier rekening mee gehouden door structurele risico’s dubbel te laten meetellen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat binnen een tijdsbestek van drie tot vier jaar een structureel risico kan worden opgevangen, waarbij in het eerste jaar de impact 100% bedraagt, in het tweede jaar 75%, in het derde jaar 25% en in het vierde jaar 0%. Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Algemene reserve
incidenteel
1.494
506
1.746
2.698
3.795
5.961
Reserve Sociaal Domein
incidenteel
129
-
-
-
-
-
Stille reserves
incidenteel
-
-
-
-
-
-
Onbenutte belastingcapaciteit
structureel
563
563
643
643
643
643
Onvoorzien
structureel
-
1
12
12
12
12
Totaal
€ 2.186
€ 1.070
€ 2.401
€ 3.353
€ 4.450
€ 6.616
Totaal
Op de tabel is de volgende toelichting te geven: •
Algemene reserve. De incidentele weerstandscapaciteit van de gemeente Oudewater wordt hoofdzakelijk gevormd door de algemene reserve. Andere reserves worden niet meegerekend, omdat hiervoor een bestemming in de begroting is opgenomen. Uitzondering is de reserve Sociaal Domein. Bij de bepaling van de hoogte van de Algemene reserve is rekening gehouden met de het saldo van de Voorjaarsrapportage 2022, geprognosticeerde begrotingssaldi en de bijdrage van de ontwikkeling Statenland aan de Algemene Reserve.
•
Stille reserves. De stille reserves van de gemeente Oudewater worden vanwege hun speculatieve karakter op 0 gewaardeerd.
•
Post onvoorzien. Ter dekking van onvoorziene begrotingsuitgaven in de loop van het jaar is in de begroting een budget onvoorzien opgenomen. Dit budget is gebaseerd op een norm van € 1,25 per inwoner.
•
Onbenutte belastingcapaciteit. Deze indicator geeft aan in welke mate wij risico's op kunnen vangen door belastingen te verhogen en zo dus de inkomsten te verhogen. Daarbij maken wij gebruik van de zogenoemde artikel 12-norm. Dit is de norm die het Rijk aangeeft tot welk bedrag de OZB kan worden verhoogd op het moment dat een gemeente in de financiële problemen komt. De berekening ziet er als volgt uit:
Bedragen x € 1.000
Baten begroting 2022
Tarief OZB
Totale WOZ-waarde
Eigenaren woningen
2.059
0,1156%
1.781.142
Eigenaren niet-woningen
587
0,3142%
186.824
Gebruikers niet-woningen
375
0,2485%
Totale baten
3.021
Art.12-norm
0,1729%
Maximale baten (0,1729% x totale WOZ-waarde) Onderdekking rioolheffing Onderdekking afvalstoffenheffing Onbenutte ruimte (maximale totale baten)
84
3.664 643
150.905 2.118.871
Risico's De risicopositie van de gemeente wordt bepaald door de risico’s te kwantificeren op basis van de kans dat het risico zich voordoet en de financiële impact van het risico. Voor de beoordeling van de kans is de onderstaande schaalindeling gehanteerd: Risico
Omschrijven als
Geschatte kans van voorkomen
Klein
Onwaarschijnlijk
10%
Gemiddeld
Aannemelijk
50%
Groot
Waarschijnlijk
80%
Per risico is de maximale financiële impact en de kans dat het risico zich kan voordoen ingeschat. Het weerstandsvermogen dient om risico’s af te dekken waarvoor nog geen voorziening is getroffen of waarvoor geen verzekering is afgesloten. De risico’s zijn navolgend gekwantificeerd en toegelicht.
85
Omschrijving
Impact
Kans
incidenteel/ Benodigde weerstandsstructureel capaciteit begroting 2023
A. Programma's 1. Bestuur, dienstverlening en veiligheid
a. DVO gemeente Woerden b. Corona
2. Fysiek beheer openbare ruimte en Mobiliteit
a. IBOR / Riolering / Infrastructuur b. Hoenkoopsebrug
3. Sociaal domein
4. Cultuur, economie, recr. & toerisme, energietransitie 5. Sport en onderwijs
7. Algemene inkomsten
s
€ 500.000
€ - gemiddeld
i
€-
€ 500.000 gemiddeld
i
€ 250.000
i
€-
€ 3.200.000
nihil
a. Participatiewet etc.
€ 250.000 gemiddeld
s
€ 250.000
b. Wmo
€ 200.000 gemiddeld
s
€ 200.000
c. Jeugdzorg
€ 200.000 gemiddeld
s
€ 200.000
a. Milieuaangelegenheden
€ 250.000
i
€ 25.000
klein
a. Zwembad (exploitatie)
€ 60.000 gemiddeld
s
€ 60.000
a. Zwembad (nieuw ontwikkeling)
€ 400.000 gemiddeld
i
€ 200.000
i
€-
c. Verplaatsing skeelerbaan Statenland 6. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen
€ 500.000 gemiddeld
€-
a. Planschade
€ 100.000
i
€ 10.000
b. Stijging Energiekosten
€ 600.000 gemiddeld
s
€ 600.000
€ 270.000
klein
i
€ 27.000
€ 1.350.000
klein
i
€ 135.000 € 150.000
a. Garantieverlening gemeente b. Garantieverlening WSW
klein
c. Algemene uitkering gemeentefonds
€ 300.000 gemiddeld
i
d. Rentestijging
€ 330.000 gemiddeld
s
B. Bedrijfsvoering
a. Privacy / datalek
€ 200.000 gemiddeld
i
€ 100.000
b. Juridische risico's
€ 100.000 gemiddeld
s
€ 100.000 € 200.000
Subtotaal B. Bedrijfsvoering C. Verbonden partijen
a. VeiligheidsRegio Utrecht (VRU)
€ 600.000
klein
i
€ 60.000
b. OmgevingsDienst Regio Utrecht (ODRU)
€ 420.000
klein
i
€ 42.000
c. Afval Verwerking Utrecht (AVU)
€ 360.000
klein
i
€ 36.000
d. GGD Regio Utrecht
€ 400.000
klein
i
€ 40.000
e. Ferm Werk
€ 700.000
klein
i
a. Tappersheul III b. Statenland
Subtotaal E. Projecten Totaal
86
€ 500.000
klein
i
€ 50.000
€ 2.500.000
klein
i
€ 250.000 € 300.000
Subtotaal D. Grondexploitaties E. Projecten
€ 70.000 € 248.000
Subtotaal C. Lasten partijen D. Grondexploitaties
€ 330.000 € 2.937.000
Subtotaal A. Programma's
a. Masterplan binnenstad
€-
b. Zwembad
p.m
c. Hoenkoopse brug
p.m
d. Klepper
p.m €€ 3.685.000
A. Programma's Ad 1:Bestuur, dienstverlening en veiligheid a - DVO Gemeente Woerden Met ingang van 2015 is er een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de gemeente Woerden afgesloten. De mogelijkheid bestaat dat hier aanvullende kosten uit voortvloeien. Om dit risico af te dekken wordt een bedrag van € 500.000 meegenomen binnen het weerstandsvermogen. b - Corona De coronasituatie leidt tot verlies van inkomsten (o.a. leges) en hogere uitgaven voor o.a. ondersteuning van maatschappelijke instellingen, zoals culturele instellingen en sportaccommodaties. De ervaring leert dat compensatie van het rijk voldoende is voor de geleden verliezen. Daarom is dit risico in 2023 op nihil gezet. Ad 2: Fysiek beheer openbare ruimte en vervoer De prijsstijging in de sector grond-, weg- en waterbouw is al jaren hoger dan de indexatie die op de gemeentebegroting wordt toegepast. Daarnaast bestaat een risico op overschrijding voor producten waar lopende contracten met landelijke indexen zijn voorgeschreven of waar wettelijke zorgplicht dwingt tot ingrijpen ook als het budget niet toereikend is. Ad 3: Sociaal domein a - Participatiewet Doordat de door de gemeente uitgevoerde taken op het gebied van werk & inkomen zgn. openeinderegelingen zijn, is geen zekerheid te krijgen en geen grens te stellen aan het aantal aanvragen om voor een uitkering in aanmerking te komen.
Daarnaast wordt begroot op basis van een BUIG-budget dat wij van het Rijk ontvangen in april van het voorgaande jaar. Dit wordt nadien nog drie keer bijgesteld tot het definitieve bedrag. Dit kan zowel positief als negatief uitvallen. b - Wmo Toenemende kosten door vergrijzing. Prognose van de VNG is stijging van 7% per jaar. Dit wordt met name veroorzaakt door vergrijzing. c - Jeugdwet Toenemende kosten jeugdzorg Doordat jeugdzorgtaken ‘open einde regelingen’ zijn, is geen zekerheid te krijgen en geen grens te stellen aan het aantal aanvragen voor ondersteuning. Een specifieke oorzaak voor dit risico is dat andere organisaties dan de gemeenten (mn SAVE en de huisartsen) jeugdigen kunnen indiceren voor hulpverlening. Ad 4: Cultuur, economie en milieu a - Milieuaangelegenheden In algemene zin geldt dat er voor de gemeente altijd een financieel risico aanwezig is van saneringen van (on)bekende locaties met bodemverontreiniging en van het verwerken van vrijkomende licht verontreinigende grond in ontwikkelingsgebieden. De algemeen gestelde risico’s zijn vooraf niet aan te geven en worden sterk bepaald door factoren als eigendomssituatie, oorzaak van de bodemverontreiniging, eigen werken waar vrijkomende grond in kan worden verwerkt en dergelijke.
Ad 5: Sport en onderwijs a - Zwembad Door de raad is in 2013 onder meer besloten om het saldo van de bestemmingsreserve Investeringen zwembad beschikbaar te stellen aan Stichting Beheer Zwembad Oudewater (SBZO). Hiermee kan het direct noodzakelijke groot onderhoud worden uitgevoerd. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de nietdagelijkse onderhoudskosten en reparaties aan gebouwen/installaties. Gezien het achterstallige onderhoud wordt in deze risicoparagraaf een bedrag opgenomen voor storingen en als gevolg daarvan eventueel niet uitstelbaar onderhoud. In het collegeprogramma wordt ervan uitgegaan dat een nieuw
87
zwembad gerealiseerd gaat worden. Vooralsnog heeft SBZO toegezegd de exploitatie in 2022 nog te zullen verzorgen. In de begroting wordt t.a.v. de exploitatielasten rekening gehouden met de realisatie van een nieuw zwembad. Er bestaat een reëel risico dat de kosten hiervan hoger worden dan waar nu in de begroting rekening mee wordt gehouden. Ad 6: Ruimtelijke ontwikkeling en wonen a - Planschade Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen of beperkingen in verdere ontwikkelingen die de gemeente mogelijk maakt of oplegt, kunnen tot vijf jaar na besluitvorming verzoeken om planschade worden ingediend. Het gaat hierbij om de vaststelling van bestemmingsplannen en de toepassing van binnen- en buitenplanse ontheffingen of projectbesluiten. Planschadevergoeding bij indirecte planschade wordt op basis van de Wro alleen toegekend voor waardeverminderingen boven 2%. De gemeente sluit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vaak een planschadeovereenkomst met de ontwikkelaar. Bij commerciële ontwikkelingen met een kleiner algemeen belang worden de planschaderisico’s voor de gemeente op deze manier in principe tot € 0 teruggebracht. De kans kan echter nog niet op nihil worden gezet. Ad 7.
Algemene inkomsten a/b - Garantieverleningen Veruit het grootste deel heeft betrekking op leningen van de Woningbouwvereniging Oudewater, waar het Waarborgfonds Sociale Woningbouw voor 100% borg staat met een achtervang van 50% van de gemeente en 50% van het Rijk (ruim € 21 miljoen). Gezien deze constructie gaan we ervan uit dat het risico voor de gemeente maximaal 5% van het totaal van de gewaarborgde leningen omvat, oftewel ruim € 1.000.000. In het overzicht van de risico’s is daarom aangegeven dat de benodigde weerstandscapaciteit op afgerond € 100.000 wordt geraamd. Daarnaast is er één lening van St. Sporthal Oudewater en drie leningen van tennisvereniging De Heksenmeppers waarvoor de gemeente 100% garant staat. Het gaat hier om € 270.000. c- Algemene uitkering gemeentefonds De raming en de ontwikkelingen van de algemene uitkering in het meerjarenperspectief zijn jaarlijks gebaseerd op de meicirculaire. Hierbij is uitgegaan van constante prijzen. Jaarlijks blijkt uit met name de septembercirculaire wat de werkelijke algemene uitkering wordt. Aangezien het accres binnen de algemene uitkering afhankelijk is van de economische vooruitzichten en dus de uitgaven van het Rijk, blijft de hoogte van de algemene uitkering altijd een risicofactor voor de gemeente. Daarom is ook hiervoor een risicopost opgenomen.
d- Rentestijging De huidige marktontwikkelingen laten zien dan een (forse) rentestijging mogelijk is. Dit heeft een nadelig effect op de rentekosten.
B. Bedrijfsvoering Ad a: Privacy / Datalek Datalek, zoals bedoeld in de AVG. Hiervoor kunnen boetes opgelegd worden door de Autoriteit Persoonsgegevens.
C. Verbonden Partijen De veronderstelling, dat het uitoefenen van taken door gemeenten gezamenlijk in een regio voor de gemeenten (en haar inwoners) financiële voordelen oplevert, kan niet in alle gevallen als juist worden onderkend. De invloed van een individuele gemeente op het beleid van een eenmaal ingesteld lichaam is beperkt. Aan dit gegeven is het bezwaar verbonden, dat samenwerkingsverbanden door het vormen van reserves e.a. een eigen financieel beleid gaan voeren; dus in feite een stukje financieel beleid van de aangesloten gemeenten overnemen. De bijdrage van de gemeente Oudewater aan gemeenschappelijke regelingen is een regelmatig onderwerp van gesprek in vergaderingen van het college en van de raad. Ook bij andere gemeenten
88
bestaat de gedachte om voor de (groeiende) financiële problematiek van de gemeenten, ook een bijdrage van gemeenschappelijke regelingen te vragen door hen te verzoeken bijvoorbeeld bezuinigingen te laten plaatsvinden. In de paragraaf 6. “Verbonden partijen” vindt een uitgebreide toelichting plaats.
D. Grondexploitaties Voor Tappersheul III is inmiddels een exploitatieopzet opgesteld en zijn de benodigde gronden reeds aangekocht. Jaarlijks vindt een herziening van de exploitatieopzet plaats. Er vinden momenteel onderhandelingen plaats over de verkoop van verschillende percelen met diverse gegadigden. De exploitatie van grond kent financiële risico’s. Kosten, zoals de boekwaarde van verwerving en overige kosten en de daaruit voortvloeiende rentelasten, worden normaliter gedekt door inkomsten uit grondverkoop. Aan zowel de baten- als de lastenkant kunnen zich risico’s voordoen. Kosten van verwerving, milieusanering of bijvoorbeeld het bouw- en woonrijp maken kunnen tegenvallen, uitkomst van aanbestedingen is niet altijd voorspelbaar en de inkomsten uit grondverkoop kunnen door conjuncturele ontwikkelingen of veranderende wensen van woonconsumenten veranderen. Een belangrijk risico is daarnaast het niet halen van vooraf bepaalde planningen. Het is dus zaak om binnen de grondexploitaties alert te zijn op ontwikkelingen die van invloed zijn op de kosten en baten en deze tijdig te signaleren, te rapporteren en te verwerken. Bijdragen aan reserves mogen pas plaatsvinden als de boekwaarde van het complex dit toelaat (winstneming).
Fraude- en continuïteitsrisico’s Net als elke organisatie loopt ook de gemeente Oudewater een risico op fraude. Hiervoor is een frauderisicoanalyse uitgevoerd en wordt in de organisatie aandacht besteed aan het onderwerp integriteit. Het continuïteitsrisico is beperkt door het 'vangnet' van een artikel-12 status. Hierdoor is het niet mogelijk voor een gemeente om failliet te gaan. De ontwikkeling van de schuldquote en het structurele begrotingssaldo blijven in dit kader wel een punt van aandacht.
Weerstandsvermogen Het is van belang te weten of sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Aangezien het risicoprofiel bekend is, kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt ook wel het weerstandsvermogen genoemd. Deze wordt als volgt berekend: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit. Het totaalbedrag aan kwantificeerbare risico’s bedraagt € 3.685.000. Het is te verwachten dat het jaarlijkse totaal berekende bedrag aan risico’s fluctueert. In de nota Financiële Sturing is een bandbreedte afgesproken. Die bandbreedte is: •
minimaal de totale netto waarde van de geïnventariseerde (rest)risico’s (dit zijn de risico’s waarvoor geen voorziening of vereveningsreserve in het leven is geroepen) en
•
maximaal de totale netto waarde van de geïnventariseerde (rest)risico’s vermenigvuldigd met een onzekerheidsfactor van 1,43. Deze onzekerheidsfactor gaat ervan uit dat de geïnventariseerde (rest)risico’s 70% van de totale risico’s vormen.
Wanneer de ratio weerstandsvermogen minder dan 1,0 bedraagt, is een gemeente kwetsbaar. De gemeente beschikt dan niet over voldoende capaciteit om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Er kunnen zich echter onvoorziene situaties voordoen waarbij een gemeente binnen één jaar meerdere tegenslagen heeft te verwerken, ook al was de kans daarvoor laag ingeschat. Het spreekt voor zich dat hoe hoger het weerstandsvermogen is, hoe meer (onvoorziene) tegenvallers opgevangen kunnen worden. Echter, ook een groot weerstandsvermogen is niet altijd ideaal. Wanneer de ratio hoog oploopt kan men zich afvragen of de gemeente dit geld ook niet voor andere doeleinden zou kunnen inzetten, bijvoorbeeld voor de uitvoering van nieuw beleid. Een ratio van 1,0 wordt in termen van risicomanagement overigens gekwalificeerd als voldoende.
89
Wij streven naar een weerstandsvermogen van 1,0 t.o.v. de geïdentificeerde netto risico's die niet worden gedekt door bestemmingsreserves of voorzieningen. Indien de ratio op enig moment buiten de toegestane ondergrens komt, doet het college zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één jaar, een voorstel om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen. De verhouding tussen de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit binnen de afgesproken bandbreedte staat in de tabel hieronder. Uit de tabel blijkt dat er onvoldoende dekking is voor de risico’s vanuit de beschikbare weerstandscapaciteit, gemeten naar de huidige afspraken omtrent de bandbreedte. Het weerstandsvermogen bedraagt 0,7. Dit voldoet niet aan het minimumniveau zoals vastgelegd in de nota Financiële Sturing. Bedragen x € 1.000
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Beschikbare weerstandscapaciteit
2.186
1.070
2.401
3.353
4.450
6.616
Ondergrens benodigde weerstandscapaciteit
3.185
3.175
3.685
3.685
3.685
3.685
Bovengrens benodigde weerstandscapaciteit (risico's x 1,43%)
4.555
4.540
5.270
5.270
5.270
5.270
0,7
0,3
0,7
0,9
1,2
1,8
Weerstandsvermogen ondergrens
Kengetallen Financiële positie Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Zij kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeente. Daarom schrijft het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: a. 1) netto schuldquote en 2) de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen b. solvabiliteitsratio c. grondexploitatie d. structurele exploitatieruimte e. belastingcapaciteit Kengetal
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
a1. netto schuldquote
64%
139%
133%
161%
153%
174%
a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
63%
137%
132%
160%
152%
172%
b. solvabiliteitsratio
16%
7%
5%
5%
5%
5%
c. grondexploitatie
14%
12%
10%
2%
-7%
0%
d. structurele exploitatieruimte
4,5%
-0,9%
0,9%
3,4%
3,9%
-1,2%
e. belastingcapaciteit
120%
139%
135%
135%
135%
135%
Aan de kengetallen zijn door de toezichthouder geen normen verbonden, maar ze hebben wel een signaleringswaarde. Deze signaleringswaarden zijn als volgt: Signaleringswaarden
Minste risico
Neutraal
Meeste risico
a1. netto schuldquote
< 90%
90 - 130%
> 130%
a2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
90 - 130%
> 130%
b. solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50%
< 20%
c. grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%
d. structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
e. belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
90
De kengetallen geven inzicht in de (ontwikkeling van de) financiële positie van de gemeente. Ze maken onder meer inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Daarnaast geven ze inzicht in de financiële weerbaaren wendbaarheid van de gemeente. Hieronder wordt per kengetal uitgelegd welke verhouding wordt uitgedrukt en hoe het desbetreffende kengetal zich ontwikkelt. In totaliteit geven deze indicatoren het beeld dat de financiële situatie zorgelijk is. a. netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de financiële positie drukken. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130%. Wanneer de netto schuld groter is dan 130% van de inkomsten, is sprake van een erg hoge schuld. Voor de gemeente Oudewater overschrijden deze kengetallen de norm fors. De schuldquote zal de komende jaren verder toenemen en in 2026 uitkomen op 174%. Dit is vooral een gevolg van het geprognosticeerde hoge jaarlijkse investeringsniveau en het feit dat deze investeringen (nagenoeg) volledig met externe leningen gefinancierd zullen moeten worden. b.
solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Een solvabiliteitsratio lager dan 20% (signaalwaarde) heeft een gemeente haar bezit zwaar belast met een schuld. De solvabiliteitsratio ligt met 5% in 2022 al ver onder de norm. Ook de komende jaren blijft de solvabiliteitsratio onder deze (bodem)signaalwaarde. Dit wordt met name veroorzaakt doordat het balanstotaal van de gemeente toeneemt (als gevolg van het relatief hoge investeringsniveau dat (nagenoeg) volledig met externe leningen gefinancierd zal moeten worden). c. grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde van de in exploitatie genomen bouwgronden) is ten opzichte van de totale jaarlijkse baten. Het geeft aan of een gemeente veel geld heeft geïnvesteerd in haar grondexploitatie. Dit geld moet namelijk nog worden terugverdiend vanuit grondverkopen. Een grondexploitatie van 20% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. De boekwaarde van de in exploitatie genomen gronden van de gemeente blijven ruim binnen dit percentage. d. structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan in welke mate de structurele lasten van de gemeente worden gedekt door structurele baten.
Een kengetal van 0% of hoger geeft aan dat er sprake is van een structureel sluitende begroting. Een negatief kengetal betekent dat het structurele deel van de baten in de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. In de jaren 2023-2025 ligt dit kengetal boven 0%. Voor 2026 is geen sprake van een structureel sluitende begroting. e. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente in principe nog meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een politieke beleidskeuze. Een kengetal boven de 100% kan een indicatie geven van de mate waarin de gemeente voor het structureel kunnen dekken van de begroting afhankelijk is van de eigen belastingbaten. Dit is echter niet alleen bepalend. Met name de eventueel nog beschikbare ruimte in de onbenutte OZB-belastingcapaciteit geeft aan of er nog ruimte is voor verhoging van de OZB-baten.
91
PARAGRAAF 3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Wat is het doel van deze paragraaf? De gemeente Oudewater heeft de openbare ruimte in beheer. In die ruimte vindt een groot aantal activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Voor die activiteiten bestaat de openbare ruimte uit een aantal kapitaalgoederen op gebied van infrastructuur (wegen, water, riolering, kunstwerken), voorzieningen (groen, verlichting, sportfaciliteiten) en gebouwen. Al deze kapitaalgoederen dienen onderhouden te worden. Gezien de duurzaamheid van de kapitaalgoederen is dat een taak die continu budgettaire middelen vergt. Doel van deze paragraaf is om daar inzicht in te geven en het kader te schetsen voor zes hoofdonderwerpen: integraal beleid openbare ruimte (o.a. wegen, groen, kunstwerken en meubilair), riolering, baggeren, sportvelden en gebouwen.
Wettelijk kader en gemeentelijk beleid Beheerplannen Voor de meerjarige onderhoudsramingen van enige omvang wordt in Oudewater gewerkt met beleids- en beheerplannen, waarin gekoppeld aan de keuze voor een bepaald onderhoudsniveau, een meerjarenraming wordt gemaakt van de kosten. Daarin worden die kosten van onderhoud gesplitst naar: •
klein onderhoud (dekking kosten via exploitatie);
•
groot onderhoud (dekking kosten via exploitatie en via voorziening);
•
vervangingen / renovatie (dekking kosten via kapitaalkrediet).
Deze beheerplannen omvatten in principe een periode van 5 tot 10 jaar. Stand van zaken uitvoering advies accountant voor betere onderbouwing reserves Naar aanleiding van een eerder advies van de accountant is gestart met het up to date krijgen van de beheerplannen voor de openbare ruimte. Ze bleken eerder onvoldoende werkbaar en een update was daarom gewenst. Daarom zijn de voorzieningen tijdelijk omgezet in reserves. Ook in 2023 wordt ingezet op het compleet maken van de benodigde beheerplannen. Wegens beperkte capaciteit worden de plannen achtereenvolgens opgepakt. Daarnaast wordt ingezet op het omzetten van de voorziening/reserves richting de gewenste systematiek conform Woerden. Voor grote projecten is bijvoorbeeld een voorbereidingsbudget/-krediet ingevoerd. Als resultaat van deze projectfase wordt een scenario-keuze met bijpassende financiële onderbouwing aan het bestuur voorgelegd. Hiermee worden college en raad optimaal in hun rol en behoefte gesteund. En worden keuzes vanuit techniek, participatie en haalbaarheid transparant ten opzichte van elkaar afgewogen. Voorzieningen (tijdelijk reserves) Voor het groot onderhoud bestaat de keuze tussen dekking van de kosten via de exploitatie dan wel via een te vormen voorziening.
In principe geldt dat het werken met voorzieningen de uitzondering moet blijven, immers in principe behoren onderhoudsuitgaven binnen de exploitatie te worden opgevangen. Alleen als het verloop van de uitgaven over de jaren zo schommelt dat dit de financiële positie van de gemeente verstoort, kan gewerkt worden met een voorziening. Over het algemeen zal dat alleen het geval zijn als er sprake is van een beperkt aantal grotere objecten, waardoor het uitgavenniveau per jaar sterk kan variëren. Als sprake is van een groot aantal (deel)objecten kan het onderhoudsbudget normaliter daarover jaarlijks in redelijk gelijke delen worden verdeeld.
Beleid en belangrijkste projecten per hoofdonderwerp In 2023 wordt gewerkt met de volgende beleids-/ en beheerplannen: · Handboek Inrichting Openbare Ruimte Oudewater (HIOR); · AVOI en het Handboek kabels & leidingen 2018; · Gemeentelijk WaterbeleidsPlan (GWP) 2020-2024; · Baggerplan; 92
· Wegenbeheersplan 2017-2026; · Meerjaren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen (MOP); · Civieltechnische Kunstwerken 2014-2023; · Nota Openbare Speelruimte 2013; · Masterplan Binnenstad Oudewater. Kwaliteitsniveaus De kwaliteitsniveaus zijn in financiële zin vertaald in de begroting (zie ook programma 2). De hierna volgende tabel geeft weer wat de budgetten zijn voor onderhoud (interne uren en derden), overig (kapitaallasten, belastingen etc.) en welke beschikbaar zijn voor vervanging en reconstructie. De vervangings- en reconstructie-maatregelen worden daarbij gedeeltelijk via investeringen gefinancierd. Daarnaast zijn investeringen opgenomen die worden afgeschreven. In de tweede kolom staan de investeringen 2023. Op grond van het in deze bijlage opgenomen overzicht autoriseert uw raad de kredieten. BEGROTING 2023
A) IBOR
Onderhoud 2023 Kapitaallasten 2023 Totaal exploitatie 2023
Vervanging/ reconstructie
1-Verhardingen
974.185
236.682
1.210.867
1-Gladheidbestrijding
81.315
11.500
92.815
25.000
2-Groenvoorziening
324.203
20.185
344.388
235.000
2-Onkruidbestrijding
67.888
0
67.888
0
2-Speelvoorzieningen
10.884
15.668
26.552
0
3-Straatmeubilair
17.405
0
17.405
0
3-Elektrakasten
0
4.924
4.924
0
475.829
0
475.829
0
0
154.573
154.573
0
199.251
135.673
334.924
0
2.150.960
579.205
3.630.165
900.000
3-Verlichting 4-Beschoeiingen/kademuren 5-Civiele kunstwerken €
Subtotaal
640.000
B)
Riolering
765.304
785.889
1.551.193
1.997.300
C)
Baggeren
160.202
0
160.202
0
D)
Sportvelden (complex)
95.992
40.228
136.220
0
3.172.458
1.405.322
7.475.080
2.897.300
Totaal
93
€
Overzicht hoeveelheden IBOR en verbeelding van kwaliteitsniveaus Type asset
Omvang (indicatie)
Kwaliteitseis
Verharding
580.000 m2
CROW Beeldkwaliteit B
Beplanting
127.000 m2
Zorgplicht
8.000 stk
Zorgplicht
Bomen Bruggen en steigers
54 stk
Gras
CROW Beeldkwaliteit B voor rijbaan als onderdeel van verharding
527.000 m2
Zorgplicht
Inrichtingselementen
3.000 stk
Zorgplicht
Kademuren en damwanden
1300 meter Zorgplicht
Lichte beschoeiingen
onbekend meter Zorgplicht
Markt- en Evenementenkasten
1 stk
Zorgplicht
Openbare Verlichting houten masten *
102 stk
Zorgplicht
Openbare verlichting elektrakasten
23 stk
Zorgplicht
Speeltoestellen
117 stk
Zorgplicht
* Betreft houten masten in gemeentelijk eigendom. Overige masten en alle armaturen zijn in eigendom en beheer bij CityTec.
Binnenstad
Woongebieden
Bedrijventerreinen
Buitengebied
groter of gelijk aan 80%
groter of gelijk aan 80%
groter of gelijk aan 80%
groter of gelijk aan 80%
1. Verharding
B
B
B
C
2. Groen en speelvoorzieningen
B
C
C
C
3. Openbare Verlichting
B
C
C
C
3b. Meubilair
B
C
C
C
4. Beschoeiing en kademuren
B
C
C
C
5. Civiele kunstwerken
B
C
C
C
Riolering
B
B
B
B
Baggeren
B
B
B
B
Percentage areaal dat moet voldoen aan niveau ?
A Mooi en comfortabel B Functioneel C Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder; alleen mogelijk als voldaan wordt aan wettelijke eisen, veiligheid en functionaliteit D Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, mogelijke juridische aansprakelijkstelling of sociale onveiligheid
94
De belangrijkste aandachtpunten: Ad a: IBOR 1. Verharding (wegen), straatreiniging (inspectie om het jaar) en gladheidsbestrijding Voor het wegenonderhoud wordt op basis van de laatste inspectiegegevens uit 2022 en het wegenbeheersplan (2017-2026) het benodigde onderhoud bepaald. Hierin zijn de doelstellingen vanuit het IBOR vertaald in concrete maatregelen. Gedurende de looptijd van het beheerplan wordt waar mogelijk de aanwezige achterstand op het onderhoud van de verhardingen weggewerkt en wordt proactief ingezet op het voorkomen van achterstallig onderhoud in de toekomst. Het wegenareaal wordt grotendeels op kwaliteitsniveau C onderhouden. Het wegonderhoud wordt zo goed mogelijk afgestemd op het onderhoud van de rest van de openbare ruimte (groen, civiele kunstwerken, beschoeiingen en riolering). Hiermee wordt zo veel mogelijk gewerkt middels het werk met werk maken - principe. 2. Groen en speelvoorzieningen (jaarlijks) Ook voor het onderhoud van het groen en de speelvoorzieningen gelden de beleidskaders vanuit het IBOR. Groen: Daarnaast zijn het concept Groenblauwe Omgevingsplan (niet vastgesteld door gemeenteraad) en de planning groenrenovaties de basis waarop het onderhoud wordt uitgevoerd. Het groen wordt onderhouden op kwaliteitsniveau B/C. Er zijn wensen om het groenbeheer nader te onderzoeken en hier een heroverweging qua kwaliteitsniveau ’s op te doen.
Speelplaatsen: Het regulier onderhoud van de speelplaatsen vindt plaats conform de doelstellingen vanuit IBOR en op basis van de Nota Openbare Speelruimte uit 2013. Onkruidbestrijding: Reeds meerdere jaren is het gebruik van chemische middelen op verharding niet meer toegestaan. Binnen de gemeente Oudewater is gekozen voor het borstelen en af en toe branden van de verharding. Afgelopen jaar is duidelijk geworden, dat het onderdeel groen kwetsbaar is. Vanaf 2023 wordt extra budget vrij gemaakt om de onkruidbestrijding op een gewenste wijze uit te voeren. Ecologisch en natuurlijk beeld, waarbij veiligheid een vereiste is. 3. Overig meubilair en verlichting (5 jaarlijks) Het overige meubilair wordt onderhouden conform de doelstellingen vanuit IBOR, geldende richtlijnen en het vervangingsplan Meubilair. Bij vervanging wordt wanneer mogelijk gekozen voor een circulaire en modulaire invulling. 4. Beschoeiingen/kademuren (5 jaarlijks) Onderhoud en vervanging worden ingepland op basis van inspectie en de kwaliteitsdoelstellingen vanuit IBOR. 5. Civiele kunstwerken (5 jaarlijks) Civiele kunstwerken (bruggen, tunnels, steigers e.d.) worden beheerd op kwaliteitsniveau B en deels op C. De kwaliteit wordt gebaseerd op basis van inspecties en het beheerplan kunstwerken.
Ad B: Riolering Het beheer, onderhoud en vervangingen van de riolering vindt in 2023 plaats op basis van het in 2019 door de gemeenteraad vastgestelde Gemeentelijk WaterbeleidsPlan (GWP) 2020-2024. Dit is een strategisch beleidsplan waarin de invulling van het gemeentelijk waterbeheer staat beschreven. Het belangrijkste en kostbaarste middel voor het gemeentelijk waterbeheer zijn de riolering en bijbehorende voorzieningen. In het GWP zijn de aanwezige voorzieningen, beheer (onderhoud) en vervanging van de voorzieningen, de verbetermaatregelen en een overzicht van de financiële gevolgen opgenomen. Prioriteit heeft hierbij het wegwerken van de aanwezige wateroverlast.
95
Ad C: Baggeren Het baggeronderhoud in 2023 vindt plaats op basis van het vastgestelde baggerplan en gemaakte afspraken met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
Vastgoed Gemeentelijk Vastgoed Uitgangspunt voor het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed is het meerjaren-onderhoudsplan, gebaseerd op de NEN 2767. Het beleidsniveau voor de uitvoering is conditiescore 3 (wat overeenkomt met ongeveer het cijfer 6,5 op een schaal van 10). De actuele gemiddelde jaarlijks benodigde middelen voor uitvoering van het onderhoud bedragen ca. € 280.000. Bij de berekening van de benodigde jaarlijkse middelen is uitgegaan van het afstoten van diverse vastgoedobjecten om in meerjarenperspectief een sluitende onderhoudsbegroting te realiseren. De jaarlijkse begrotingslast (dotatie) voor uitvoering van het meerjaren-onderhoudsplan blijft bij het afstoten van vastgoed gelijk en bedraagt ca. € 162.000. Het beleid is erop gericht om gemeentelijke gebouwen die vanwege hun functie niet noodzakelijk eigendom dienen te zijn van de gemeente, indien mogelijk te verkopen. Een recent voorbeeld hiervan is de verkoop van de Papekopperstraatweg 1-3-5 in 2019/2020. Ook is met ingang van 2022 het gebouw Tjonkie overgedragen aan Stichting Tjonkie. Daarnaast is steeds geprobeerd het meerjaren-onderhoudsplan (MOP) goedkoper uit te voeren, door het voeren van scherpe onderhandelingen met uitvoerders en werkzaamheden nog enigszins uit te stellen daar waar dit verantwoord blijkt.
Daarnaast zijn sommige gebouwen in de praktijk slechts in zeer geringe mate onderhouden, omdat als gevolg van latere besluitvorming de verwachting is ontstaan dat deze gesloopt, gerenoveerd of verkocht zouden worden. In 2021 is het MOP omgezet naar een duurzaam meerjaren-onderhoudsplan (DMOP) en vastgesteld door de gemeenteraad. Via het DMOP wordt inzichtelijk gemaakt welke duurzame keuzes gemaakt kunnen worden bij regulier vervangingsonderhoud op natuurlijke vervangingsmomenten. Voorbeelden van dergelijke duurzame keuzes zijn het gebruik van duurzaam materiaal, duurzame vervanging van componenten of onderdelen van installaties en het aanbrengen van isolatie bij vervanging van dakbedekking. Extra investeringen die nodig zijn om gebouwen energieneutraal te maken of om het energielabel met stappen te verbeteren, zijn niet in het DMOP opgenomen. Dergelijke maatregelen vragen om aparte besluitvorming van de gemeenteraad.
96
PARAGRAAF 4 FINANCIERING Wat is het doel van deze paragraaf? De financieringsparagraaf heeft als doel de raad te informeren over het beleid op het vlak van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico’s.
Wettelijk kader en gemeentelijk beleid De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) vormt het wettelijk kader. Het doel van deze wet is het bevorderen van de kredietwaardigheid en van de transparantie van het financieringsbeleid. In de Wet Fido zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde inrichting en uitvoering van de financieringsfunctie van de decentrale overheden. Voorbeelden hiervan zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De gemeente beschikt verder op grond van de Wet Fido over een Treasurystatuut dat op 16 december 2014 door de raad is vastgesteld. Dit statuut is ingegaan per 1 januari 2015 vanwege de samenwerking met Woerden. Voor beide gemeenten geldt hetzelfde statuut. Eind 2013 is de Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën) in werking getreden. Hierin is opgenomen dat het Rijk en de medeoverheden een gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de begrotingseisen te respecteren. De gelijkwaardige inspanning wordt uitgedrukt in een macronorm voor het EMU-saldo van de medeoverheden gezamenlijk. Gemeenten, provincies, waterschappen en openbare lichamen ingesteld op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht tot deelname aan schatkistbankieren, wat inhoudt dat zij hun liquide middelen moeten aanhouden bij de schatkist van het Rijk. Verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden is ingesteld om de overheidsschuld terug te dringen.
Het rekening-courantsaldo bij de Bank Nederlandse Gemeenten wordt afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van het Rijk. Het beleid is erop gericht de rentelasten zo veel als mogelijk te beperken door op het juiste moment te consolideren op basis van de voorliggende treasuryprognose en de actuele renteontwikkeling. Ontwikkelingen Financieringspositie Het geïnvesteerd vermogen, dat zijn de boekwaarden van alle geactiveerde investeringen (inclusief voorraden), bedraagt per 1 januari 2023 € 42 miljoen. Het schuldrestant van de aangetrokken langlopende geldleningen bedraagt per 1 januari 2023 € 32 miljoen en de stand van de eigen reserves en voorzieningen € 9 miljoen. Risicobeheer Onder risico’s wordt begrepen: rente-, krediet-, liquiditeits- en valutarisico’s. Deze spelen in Oudewater als volgt een rol:
97
•
De te beheersen renterisico’s op grond van de Wet Fido uiten zich concreet in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beide instrumenten beogen de renterisico’s te begrenzen die verbonden zijn aan de korte en lange schuld. Deze worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.
•
Valutarisico’s spelen geen rol. Transacties in vreemde valuta doen zich niet voor en de gemeente neemt alleen deel in het aandelenvermogen van twee (semi)overheidsgerichte instellingen, namelijk Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens. Dit aandelenbezit is echter niet gebaseerd op winstoogmerk c.q. speculatieve doeleinden. Het risico van deze aandelen vinden wij verwaarloosbaar. De aandelen worden gewaardeerd tegen de historische kostprijs.
•
De kredietrisico’s zijn zeer gering. De risico’s die voortvloeien uit een mogelijke waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het (niet) tijdig kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij (kredietrisico) worden in het Treasurystatuut geregeld conform de eisen die de Wet Fido stelt.
1.
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarvoor kortlopende middelen mogen worden aangetrokken op de geldmarkt. Dit maximum bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal (lasten) met een minimum van € 300.000. De kasgeldlimiet wordt voor 2023 geraamd op € 2,4 miljoen. In onderstaande tabel is informatie opgenomen over de verwachte kasgeldlimiet. Bij het structureel overschrijden van de kasgeldlimiet dienen maatregelen genomen te worden zoals het aantrekken van langlopende geldleningen en/of het beperken van het aangaan van de korte schuld. Grondslag Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves)
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
Begroting 2026
28.778
26.505
27.192
26.929
Toegestane kasgeldlimiet - in procenten
8,5
8,5
8,5
8,5
- in bedrag
2.446
2.253
2.311
2.289
(bedragen x € 1.000)
2.
Renterisiconorm
Het renterisico op de vaste schuld is de mate waarin het saldo van de rentelasten verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van een jaar of langer. Om dit risico te beperken, schrijft de wet voor dat herfinanciering jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één jaar te voorkomen. Indien wordt afgeweken van de renterisiconorm kan ontheffing worden verleend. Als bij afwijkingen de toezichthouder wordt geïnformeerd en ontheffing wordt verkregen, handelt de gemeente rechtmatig. Afwijking van de renterisiconorm is niet aan de orde voor de gemeente Oudewater. Grondslag Begrotingsomvang (excl. mutaties reserves)
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
Begroting 2026
28.778
26.505
27.192
26.929
Toegestane renterisiconorm - In procenten
20%
20%
20%
20%
- In bedrag, maximum
5.756
5.301
5.438
5.386
- In bedrag, minimum (wettelijk bepaald)
2.500
2.500
2.500
2.500
Renterisico - Renteherziening
0
0
0
0
1.813
813
813
813
- Toegestane renterisiconorm
5.756
5.301
5.438
5.386
- Begroot renterisico
1.813
813
813
813
Onderschrijding renterisiconorm
€ 3.943
€ 4.488
€ 4.625
€ 4.573
Overschrijding renterisiconorm
€0
€0
€0
€0
- Aflossing Renterisiconorm Toets renterisiconorm
(bedragen x € 1.000)
98
3. Renteresultaat op treasury Het BBV geeft als aanbeveling om in de financieringsparagraaf het renteresultaat op de treasury op te nemen. Met onderstaand overzicht wordt gehoor gegeven aan deze aanbeveling. Begroting 2023 a1. externe rentelasten lange financiering
277.031
a2. externe rentelasten korte financiering
25.000
b. rentebaten
-3.000
totaal a+b
299.031
c1. rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
44.875
c2. rente projectfinanciering door te berekenen taakvelden
0
totaal c
44.875
Saldo door te berekenen externe rente (a+b+c)
343.906
d1. rente over reserves/voorzieningen
0
d2. rente voorzieningen tegen contante waarde
0
totaal d
0
e. aan taakvelden door te berekenen externe rente (a+b+c+d)
343.906
f. werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
569.500
Renteresultaat op treasury (e-f)
-225.594
4. Financieringsbehoefte en leningenportefeuille De financieringspositie heeft betrekking op de financiering van de organisatie voor de lange termijn. De financieringsstructuur wordt hierbij bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen versus de waarde van de investeringen. Zodra de financieringsmiddelen (de reserves, voorzieningen en opgenomen geldleningen) lager zijn dan het totaal van de boekwaarde van de investeringen, is dit een teken dat de gemeente een vaste geldlening moet gaan aantrekken. De financieringsbehoefte van de gemeente wordt bepaald aan de hand van de liquiditeitsprognose. Op basis van de verwachte baten en lasten (kasstromen) wordt een schatting gemaakt van het verwachte liquiditeitsverloop. Voor een goede liquiditeitsplanning is vooral inzicht nodig in de financiële planning van grote projecten en investeringen. Wekelijks wordt de liquiditeitspositie bepaald waardoor snel ingespeeld kan worden op de financieringsbehoefte van de gemeente. Het verloop van het saldo van de langlopende geldleningen en de hieraan gekoppelde gemiddelde rentepercentages zijn in onderstaande tabel opgenomen: saldo langlopende leningen (x € 1.000)
gemiddelde rente
omslag-perc.
1-1-2021
14.400
1,05%
2,00%
1-1-2022
12.920
1,14%
1,00%
1-1-2023
21.440
1,37%
1,50%
Datum
De afgesloten leningen van de laatste 10 jaar zijn in onderstaande tabel opgenomen: jaar
bedrag (€ x 1.000)
rente
2012
2.000
2,91%
2019
4.000
-0,25%
2020
n.v.t.
n.v.t.
2021
7.000
0,207%
2022
10.000
2,026%
99
5. Uitgangspunten In de meerjarenbegroting 2023-2026 is rekening gehouden met de volgende rentepercentages in de staat van activa. - Renteomslagpercentage 1,50 % - Rente nieuwe investeringen 1,50 % - Rente grondbedrijf 0,56 % Het eerste jaar van investering wordt geen rente berekend. De renteomslag is nagenoeg gelijk aan het gemiddelde rentepercentage van de langlopende geldleningen. De Rentenotitie van de commissie BBV is hierin leidend.
6. Verwachting De rente is de afgelopen jaren gedaald tot een historisch laagterecord in 2021, waarbij de rente zelfs negatief is geweest. In de tweede helft van 2021 begon de rente al licht te stijgen, in 2022 is de rentestijging extreem fors geweest: de 10-jaarsrente bij de BNG is sinds begin dit jaar gestegen van 0,42% tot 3,27%. Dit heeft grote gevolgen voor de rentelasten van nieuwe leningen, die hoger zullen liggen dan het percentage van de huidige rekenrente (1,5%). Dit heeft de komende jaren een negatief effect op de rentelasten die wij als gemeente moeten betalen. De Europese Centrale Bank heeft aangegeven de rente verder te zullen verhogen als dit nodig is om de inflatie tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. De verwachting is dan ook dat de rente nog verder zal stijgen.
100