B06.1 Begroting 2025 - vastgesteld.pdf
Tekst van het document
21
groep is: meer dan de helft van de jongvolwassenen heeft psychische klachten en ook eenzaamheid en suïcidale gedachten komt veel voor bij deze groep. Daarnaast worstelen jongvolwassenen met hun toekomst. Ruim drie op de tien hebben geen tot matig vertrouwen in hun toekomst. Het is van groot belang om de gezondheidssituatie van de jongvolwassenen te blijven monitoren en samen met hen op zoek te gaan naar mogelijkheden om hun gezondheid en veerkracht te versterken. Een groot deel van deze leeftijdsgroep valt weliswaar ook onder de doelgroep van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (18 t/m 25 jarigen). De manier van werven voor deze monitor (via steekproef en uitnodiging per brief) levert te weinig respons op om betrouwbare cijfers te presenteren. Dit was dan ook de reden voor het starten van een aparte monitor in 2022 om deze groep adequaat in beeld te brengen. Daarnaast zijn veel van de onderwerpen en vraagstellingen niet toegespitst op jongvolwassenen. Halverwege 2025 willen we daarom starten met de organisatie van een reguliere en bij voorkeur landelijke Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2026. Een monitor die qua werving, onderwerpen en vraagstellingen aansluit op de belevingswereld van deze groep. Om de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen eens per 4 jaar uit te kunnen voeren is jaarlijks € 35.000,- nodig.
Sociaal kwetsbare groepen Het aantal meldingen over mensen met onbegrepen gedrag neemt nog steeds toe. Het melden Adviespunt Bezorgd van GGDrU ziet een toename van gemiddeld 9 meldingen per week in 2019 naar 70 meldingen in 2023. Om te werken aan versterking van de herstelkracht van mensen met onbegrepen gedrag en de steunkracht van hun omgeving is in regio Utrecht de kenniswerkplaats Samen Omgaan met Onbegrip (SOMO) opgericht. Als penvoerder is GGDrU samen met ervaringsdeskundigen, Hogeschool Utrecht, het Trimbos Instituut en ruim twintig andere (zorg)organisaties binnen SOMO bezig om vanuit verschillende perspectieven regionale vraagstukken op te pakken. Hierbij wordt ook de ervaringen benut hoe andere regio’s en GGD’en in Nederland gezamenlijk optrekken tegen de stijging van het aantal meldingen over mensen met onbegrepen gedrag. Door met elkaar te werken, leren en verbeteren hopen we zo de signalerende en adviserende functie van de uitvoerende OGGZ taken te optimaliseren. Daarnaast werken we mee aan de landelijke OGGZ monitor. In deze monitor ligt de focus op vier specifieke OGGZ-groepen namelijk EU arbeidsmigranten en ongedocumenteerden, dakloze zorgmijders, ernstige huisvervuilers en dementerende ouderen die door zorgtekort onbegrepen gedrag vertonen. In 2025 zal GGDrU samen met de landelijke werkgroep OGGZ monitor extra onderzoek naar deze doelgroepen doen.
Kennisontwikkeling en innovatie GGDrU is een kennisgestuurde Organisatie. Echter door veranderingen in de maatschappij worden steeds nieuwe eisen gesteld aan de GGDrU. Dat vraagt om nieuwe kennis en aanpak. GGDrU werkt vanuit de bestuursagenda 2023-2027 en laat de kennisontwikkeling en innovatie aansluiten op de activiteiten van de bestuursagenda. Er is de afgelopen periode een Onderzoeksagenda opgesteld rondom de drie pijlers van de bestuursagenda (Kansrijk Opgroeien, Langer gezond zelfstandig en Gezonde leefomgeving). Voor iedere pijler zijn 2 a 3 onderzoekslijnen opgesteld. Aanvullend op deze drie pijlers zijn nog twee losse thema's geprioriteerd: Pandemische paraatheid en een Vitale wendbare organisatie. Vraagstukken worden opgepakt binnen de afdeling Onderzoek Publieke Gezondheid van de GGDrU, het dataen Innovatielab als binnen stages en projecten in kader van opleiding arts Maatschappij en Gezondheid. Andere mogelijkheden zijn het beleggen van onderzoeksvraagstukken binnen de kennisnetwerken waar de GGDrU deel vanuit maakt zoals de Regionale Kenniswerkplaats Jeugd en Gezin Centraal, de werkplaats SOMO (mensen met onbegrepen gedrag), Amphi (Infectieziektebestrijding), Kennisplatform Utrecht Sociaal (KUS) of incidentele samenwerkingsverbanden. Deze ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de Kennisen Adviesfunctie van de GGDrU.
Datagedreven werken naar een hoger niveau Om een beter beeld te krijgen van de gezondheidssituatie van de bevolking in regio Utrecht, analyseren we ook bestaande interne- en externe data (bijvoorbeeld data jeugdgezondheidszorg, OGGZ, CBS, Vektis en Perined). Begroting GGDrU 2025
22
We zoeken daarbij continue naar mogelijkheden om deze data op een efficiëntere manier te verzamelen, analyseren en ontsluiten. We zorgen daarbij voor hoge normen van datakwaliteit en standaarden zodat de analyses gebaseerd zijn op betrouwbare consistente gegevens. Dit alles realiseren we door samen te werken met andere teams, GGD’en en partijen en door de technologische ontwikkelingen op de voet te volgen en waar bruikbaar in te zetten. Gezondheidsatlas In 2023/2024 ontwikkelen we Gezondheidsprofielen per gemeente op de GGDrU Gezondheidsatlas. Een gezondheidsprofiel geeft in één oogopslag een beeld van de gezondheid en factoren die daarmee samenhangen in een gemeente of wijk. De gegevens komen uit verschillende bronnen: de meest recente GGD Gezondheidsmonitors, DDJGZ, CBS, RIVM, etc. We financieren dit ten dele vanuit de GALA gelden ‘Versterken kennis- en adviesfunctie GGD’. In 2025 zal de focus liggen op het verder verbinden van verschillende databronnen. Het gezondheidsprofiel op gemeente- of wijkniveau geeft zicht op waar de belangrijkste gezondheidsproblemen zitten. De cijfers staan niet op zichzelf; ze vormen een basis om met inwoners en professionals in dialoog te gaan om de cijfers te duiden. Zo’n dialoog en waar nodig een verdieping of verrijking van het beeld zijn belangrijk om onderbouwde keuzes te maken en prioriteiten te stellen binnen GALA en IZA.
Het daadwerkelijk leveren van verdiepende gezondheidsprofielen voor verschillende doelgroepen en thema’s zal niet geheel bekostigd kunnen worden vanuit Versterken Kennis & Adviesfunctie gelden. Afhankelijk van de vraag van gemeenten naar het detailniveau (gegevens op buurt/wijkniveau), zal hiervoor een maatwerkconstructie mogelijk zijn. In 2025 werken we binnen Onderzoek specifiek aan: Bijdragen aan de verbetering van de (collectieve) mentale gezondheid van de jeugd, door middel van kwantitatief en kwalitatief onderzoek en verdiepende analyses. We presenteren de resultaten van de Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (16-25 jaar) en de reguliere Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen (18+) aan de gemeenten Continueren van de bijdrage aan data gedreven werken, om meer impact te hebben op de gezondheidssituatie van inwoners in de regio 6 panelonderzoeken onder het inwonerspanel. De onderwerpen worden bepaald door de actualiteit en in afstemming met professionals en gemeenten. voorbereidingen van een reguliere landelijke Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2026 (16-25 jaar). Het bereiken van kwetsbare groepen die we niet in de reguliere monitors bereiken Doorontwikkelen van gezondheidsprofielen op gemeente- en wijkniveau.
Ondersteuning van JGZ ten behoeve van de uitvoering van het werk, onder andere bij de implementatie van vernieuwde dienstverlening in het basisonderwijs en het verhogen van de vaccinatiegraad.
Wat gaat het kosten? Langer gezond zelfstandig (x € 1.000)
Raming 2024-0 Baten
Lasten
Raming 2025-0 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Gezondheidsbevordering
-
2.078
-2.078
-
1.983
-1.983
Openbare geestelijke gezondheid
-
1.162
-1.162
-
1.418
-1.418
Epidemiologie
-
954
-954
-
918
-918
-
4.194
-4.194
-
4.319
-4.319
200 200
40 4.234
160 -4.034
-
60 4.379
-60 -4.379
Geraamde totaal saldo van baten en lasten Mutaties reserves Geraamd resultaat
Begroting GGDrU 2025
23
Voor de categorie Gezondheidsbevordering behorend bij de pijler Langer gezond zelfstandig, geldt dat de begrote kosten in 2025 afnemen. Voor het grootste deel wordt dit verklaard door het programma Nu niet zwanger (NNZ). De begrote inzet van dit programma als regionale basisvoorziening voor de periode van 2023 t/m 2026 is voor de laatste twee jaar gehalveerd. Dit op basis van de besluitvorming over NNZ in het AB van januari 2023. Daarbij is ook aangegeven dat deze mate van afschaling afhankelijk is van de implementatie bij organisaties op lokaal en regionaal niveau. De concrete mate van afschaling zal kunnen worden bepaald na een evaluatie. Daarnaast zijn de lasten ook gecorrigeerd voor de reeds genoemde loon- en prijsindexering. Bij de categorie Openbare geestelijke gezondheid (OGGZ) wordt de beperkte stijging verklaard door de correctie van de genoemde loon- en prijsindexering. Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB) wordt begin 2024 geëvalueerd, en vanuit die uitkomsten een meerjaren-visie ontwikkeld op de inzet van GGDrU binnen het werkveld. Dit kan van invloed zijn op de begroting 2025-0 en verder. Deze effecten worden meegenomen in de begrotingswijziging 2025-1 en meerjarenbegroting 2026-0. Bij de categorie Epidemiologie wordt de mutatie verklaard door de volwassenen en senioren monitor, die één keer in de vier jaar wordt uitgevoerd.
Deze was in 2024 en de volgende staat gepland voor 2028. Jaarlijks wordt hiervoor een bedrag aan de bestemmingsreserve gedoteerd. Verder is in 2025 rekening gehouden met de gezondheidsmonitor jongvolwassenen.
2.5 Vitale en wendbare organisatie Wat willen we bereiken? GGDrU wil een organisatie zijn die meegaat in zijn tijd en klaar staat in het volgende decennium. Een GGD die midden in de samenleving staat en op een manier werkt waarbij inwoners zich prettig voelen. Die altijd de verbinding zoekt. Een stabiele en veerkrachtige organisatie die kan meebewegen met veranderingen in de samenleving. Een organisatie waar mensen graag willen werken.
Wat doen we daarvoor? Leiderschapsontwikkeling In 2025 starten we met een leiderschapsprogramma dat in 2024 is vormgegeven. Hierbij wordt er aangesloten op de organisatieontwikkeling en de behoefte vanuit het directieteam en management. De thema's die in het programma worden ondergebracht worden gezamenlijk door management en DT geïnventariseerd. Vitaliteit In 2025 geven we uitvoering aan het in 2024 aangescherpte vitaliteitsbeleid. In de CAO 2024 is vastgelegd dat er een beleidsplan vitaliteit moet zijn dat voldoet aan de in de cao vastgelegde criteria. Kwaliteit In 2025 betrekken we de klant op verschillende manieren en ontwikkelen we onze visie daarop verder door. Door vormen als klantreizen, klanttevredenheidsonderzoeken, ervaringsdeskundigheid en klantpanels in te zetten kunnen we nog beter aansluiten bij de wensen van onze inwoners en stellen we de klant centraal in onze dienstverlening.
Begroting GGDrU 2025
24
Daarnaast blijven we intern het kwaliteitsdenken stimuleren. Dit doen we door de medewerkers met de teamrol kwaliteit, de zelforganiserende teams, het management en de directie te ondersteunen en te adviseren op het gebied van continu verbeteren: leren, ontwikkelen en reflecteren. Om de PDCA (plan-do-check-act) cyclus te versterken in het kader van het bewerkstelligen van een lerende organisatie vervult team kwaliteit een verbindende rol. Hiervoor voert het team bijvoorbeeld kwaliteitsinterviews uit. Hiermee kijken we naar wat goed gaat en wat ervoor zorgt dat het goed gaat. Ook kijken we naar wat beter kan en wat we ervan kunnen leren. Het team signaleert rode draden, bijvoorbeeld in FONA-meldingen en klanttevredenheidsonderzoeken, en koppelt deze trends terug aan relevante teams. Opleiden Dit doen we vanuit onze maatschappelijk plicht, maar ook om de pool met ambassadeurs te vergroten. Om ons blijvend in te kunnen zetten voor de gezonde generatie van de toekomst dienen we onze personele bezetting op peil te houden. In 2025 werken we daarom met vaste opleidingsteams zodat er een klimaat ontstaat dat opleiden een structureel onderdeel wordt van het reguliere werk. Het opleiden van professionals zal ook onderdeel worden van onze strategische personeelsplanning. Opleiden is in onze optiek het nieuwe werven en essentieel voor een duurzaam en robuuste publieke gezondheidszorg.
Interne mobiliteit In 2025 zetten we in op het bevorderen van interne mobiliteit om mensen aan ons te binden. Medewerkers krijgen de mogelijkheid om een project of klus tijdelijk op te pakken om hun persoonlijke en professionele ontwikkeling te stimuleren. Zo blijven we een aantrekkelijke werkgever. Hierin gaan we de samenwerking aan met onder andere de Veiligheidsregio Utrecht. Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Het bestuurlijke en besluitvormende traject voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling is in 2023 ingang gezet. Eind 2024 zal de gewijzigde regeling in werking treden. Het wijzigen van de regeling brengt geen kosten voor 2025 met zich mee. Een verplichte wijziging, op grond van de Wet Gemeenschappelijke regelingen, is het invoeren van een evaluatiemoment van de regeling. Wanneer de gemeenschappelijke regeling geëvalueerd gaat worden, brengt dit meerkosten met zich mee. De hoogte van deze kosten zijn nu nog onbekend. De evaluatie zal niet plaatsvinden in 2025, maar conform het wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling op een nader bepaalbaar moment. Zodoende worden de meerkosten niet meegenomen in de begroting voor 2025. Huisvesting Naar aanleiding van vragen die zijn ontstaan over de beschikbaarheid en de kwaliteit van onze JGZ locaties wordt het strategisch huisvestingsplan in 2024 afgerond.
De keuzes die we maken in dit plan hebben de komende jaren consequenties voor onze locaties. Dit kan gaan over aantallen locaties, locatiekeuze maar ook over uitstraling, arbo wetgeving en technische eisen. Besluitvorming omtrent het strategisch huisvestingsplan zal in de loop van 2024 in het AB plaatsvinden. Het implementeren van de punten die voortkomen uit het strategisch huisvestingsplan zullen de komende jaren een rol spelen, huurcontracten lopen immers niet allemaal tegelijk af. Het plan zal zoveel mogelijk in de loop der jaren worden uitgevoerd om eventuele financiële consequenties te spreiden. Aangezien het financieren van onze JGZ locaties per gemeente wordt afgehandeld hebben verhuizingen en verbouwingen geen invloed op de begroting in het algemeen. Informatievoorziening (IV) en datagedreven werken In de begroting 2025 en verder heeft het AB geld beschikbaar gesteld om de basis op orde te krijgen en bijvoorbeeld risico's rond datalekken en het niet voldoen aan wet- en regelgeving te verhelpen.
Begroting GGDrU 2025
25
Hiertoe wordt in 2024 een I-strategie ontwikkeld op basis waarvan wij de komende jaren de koers uitzetten. Deze wordt nog in 2024 geagendeerd voor het bestuur waarna wij de inhoudelijke focus voor 2025 en verder kunnen bepalen. Enerzijds is het belangrijk dat we onze middelen inzetten om de eerder genoemde basis op orde te brengen, anderzijds merken we dat de vraag naar datagedreven werken toeneemt. Data vormt de basis voor onze dienstverlening, het ophalen en analyseren van deze data moet ons in staat stellen om de klant beter en efficiënter te bedienen. Het doorontwikkelen van dashboards/ rapportages is hier onderdeel van, extra inzet op het gebied van data zal dan ook noodzakelijk zijn. Informatiebeveiliging In 2025 zal worden verder gebouwd aan het voldoen aan de NEN7510, BIO en NIS-2. In 2024 wordt gewerkt aan opzet van het ISMS (Information Security Managent System), dit wordt in 2025 geëvalueerd. Rapportage, evaluatie, bijsturing moeten conform NEN7510 ingeregeld worden. Eind 2025 moet de organisatie op het niveau van certificering zijn of daar dicht tegenaan zitten. De verwachting is dat binnen 5 jaar GGDrU verplicht gecertificeerd moet zijn. In 2025 zetten we vanuit de wendbare en vitale organisatie in op: Het uitvoeren van het strategisch huisvestingsplan in haar hele breedte. Per gemeente zullen de consequenties inclusief financiën in kaart worden gebracht.
Het uitvoeren van de I-strategie Datagedreven werken om de klant beter te kunnen bedienen
Begroting GGDrU 2025
26
3 Financiën 3.1 Overzicht van baten en lasten 2025 De ontwikkelingen voor 2025 komen samen in één programma Publieke Gezondheid. In de onderstaande tabel presenteren we het overzicht van baten en lasten van de begroting 2025. Daarna splitsen we de begroting op naar de drie inhoudelijke pijlers van de bestuursagenda plus de conform BBV verplichte productgroepen ‘Overhead’, ‘Algemene Dekkingsmiddelen’ en Onvoorzien. Programma (x € 1.000)
Publieke Gezondheid
Raming 2024-0 Baten
Lasten
Raming 2025-0 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
56.998
57.699
-701
64.671
64.611
60
Geraamde totaal saldo van baten en lasten
56.998
57.699
-701
64.671
64.611
60
Mutaties reserves Geraamd resultaat
741 57.739
40 57.739
701 -
64.671
60 64.671
-60 -
Het programma opgesplitst naar inhoudelijke pijlers en de conform BBV verplichte productgroepen geeft het volgende beeld: Programma Publieke Gezondheid (x € 1.000)
Gezonde en veilige leefomgeving
Raming 2024-0 Baten
Lasten
Raming 2025-0 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
2.100
11.821
-9.721
2.445
14.004
-11.559
Kansrijk opgroeien
-
27.247
-27.247
-
30.927
-30.927
Langer gezond zelfstandig
-
4.194
-4.194
-
4.319
-4.319
Algemene dekkingsmiddelen
54.898
-
54.898
62.226
-
62.226
Overhead
-
14.315
-14.315
-
15.225
-15.225
Bedrag onvoorzien
-
122
-122
-
136
-136
Geraamde totaal saldo van baten en lasten
56.998
57.699
-701
64.671
64.611
60
Mutaties reserves Geraamd resultaat
741 57.739
40 57.739
701 -
64.671
60 64.671
-60 -
Vennootschapsbelasting Aangezien verwacht wordt dat over de taken, die GGDrU uitvoert, geen winst wordt gemaakt, is in de begroting 2025 een bedrag van € 0 opgenomen aan last voor de vennootschapsbelasting. Onvoorzien In de begroting 2025 is rekening gehouden met een post ‘Onvoorzien’ van 0,3% over de totale inwoner- en kindbijdrage (zoals opgenomen in de financiële verordening van GGDrU). Dit komt neer op een bedrag van € 136.000.
3.2 Ontwikkelingen algemene gemeentelijke bijdrage 2025-2028 Verschillende factoren zijn van invloed op de ontwikkeling van de inwonerbijdrage en de kindbijdrage. Per onderdeel zijn ze uiteen gezet. Begroting GGDrU 2025
27
3.2.1 Loonindex Deze wordt berekend op basis van de uitgangspunten van de Kaderbrief 2025. Daarin is opgenomen dat de cao en de premieontwikkelingen van het werkgeversdeel worden gevolgd. In deze begroting is gerekend met de cao-voorwaarden uit het definitieve akkoord van 14 december 2023. In de cao wordt uitgegaan van een stijging van het salaris van 4,75% per 1 januari 2024 en vervolgens 1,25% per 1 oktober 2024. De cao is geldend tot april 2025, daardoor is er voor het resterende deel (vanaf april) van het jaar 2025 gerekend met de loonvoet sector overheid uit de septembercirculaire 2023 à 5,8%.
Bron: septembercirculaire 2023, pagina 30.
De cao-effecten uit het definitieve akkoord tot april 2025 en het resterende deel op basis van de loonvoet sector overheid van 2025 zijn verwerkt in deze begroting. Naast bovengenoemde ontwikkeling is ook de mutatie in de werkgeverspremies van invloed op de loonindexatie. De mutaties bestaan uit een stijging van de sociale verzekeringspremies (SV) en een lichte daling van de premies voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen (werkgeversdeel). Alle effecten op de loonindex samen leiden tot een stijging van de loonkosten van GGDrU van circa € 3.569.000. 3.2.2 Prijsindex Hiervoor wordt uitgegaan van het Bruto Binnenlands Product, zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023 van het Gemeentefonds. Bij begroting 2024-0 is gerekend met een prijsindex van 2,5%. Uit de septembercirculaire 2023 blijkt dat de prijsindex voor 2024 is bijgesteld naar 3,3%. Hierdoor passen we een correctie toe à 0,8%. Voor het jaar 2025 is de prijsindex in de septembercirculaire 2023 2,8% waardoor de totale prijsindex die toegepast wordt in de begroting 2025-0 uitkomt op 3,6%. Dit leidt tot een materiële kostenstijging van circa € 585.500. De totale loon- en prijsindexering komt hiermee uit op circa € 4.154.000. Dit is hoger dan aangegeven in de kaderbrief, dit wordt veroorzaakt door de verwerking van de caovoorwaarden uit het definitieve akkoord en de werkelijke effecten vanuit de werkgeverspremies.
Begroting GGDrU 2025
28
3.2.3 Aantrekkelijke werkgever In de begroting 2024-0 er besloten om de aankomende drie jaar de inwoner- en kindbijdrage jaarlijks met 1 miljoen op te hogen in het kader van de pijler van de ‘Wendbare en vitale organisatie’. Achtergrond Al een aantal jaren wordt GGDrU geconfronteerd met een lastige arbeidsmarkt voor specifieke functies. De problematiek heeft zich inmiddels zo verdiept dat een breed scala aan functies moeilijk in te vullen is. De arbeidsmarkt in zijn algemeenheid en de zorgarbeidsmarkt nog veel meer is ernstig overspannen geraakt. GGDrU constateert (en dit wordt gestaafd door extern onderzoek) dat onze arbeidsvoorwaarden ten opzichte van vergelijkbare organisaties te veel achterblijven en te schraal zijn. Eén van de wijzigingen die in 2024 is doorgevoerd is het bijstellen van de inschaling van een belangrijk deel van de functies, zoals onder andere en bijvoorbeeld verpleegkundigen. Financiële consequenties Het effect van de aanpassing van de inschaling van de relevante functies is berekend op een stijging ca € 3 miljoen in de jaren 2024-2026. Hiervoor is een ingroeimodel (tot aan maximale trede) gehanteerd van ca € 1 miljoen stijging per jaar. Voor 2025 komt dit neer op een ophoging à € 0,288 van de inwonerbijdrage en van € 2,870 van de kindbijdrage.
Deze verhoging wijkt af van de verhoging in 2024 en wordt veroorzaakt door wijzigingen in het aantal inwoners en kindaantallen. 3.2.4 Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (16-25 jaar) Om een helder beeld te krijgen van de gezondheidssituatie van de inwoners van onze regio, is het periodiek uitvoeren van monitors van cruciaal belang voor de gemeenten. GGDrU voert bijvoorbeeld de Gezondheidsmonitor Volwassenen uit via de inwonerbijdrage. De afgelopen jaren is de Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen afgenomen onder 16 t/m 25-jarigen in Nederland met incidentele corona-financiering. Deze jongvolwassenen vormen een kwetsbare groep waar veel gemeenten weinig inzicht in hebben. Door met de onderwerpen, vraagstellingen en werving van de monitor aan te sluiten op de belevingswereld van deze groep lukt het goed deze jongvolwassenen te bereiken. Uit de monitor blijkt dat veel jongvolwassenen kampen met psychische klachten, eenzaamheid en suïcidale gedachten. Deze cijfers onderstrepen het belang van een voortdurende monitoring van de gezondheidssituatie van jongvolwassenen, en van samenwerking met hen om manieren te vinden om hun gezondheid en veerkracht te versterken. Om dit structureel te kunnen realiseren, is jaarlijks € 35.000 nodig, wat via een verhoging van de inwonerbijdrage is verwerkt.
Het is belangrijk op te merken dat deze verhoging niet geldt voor de gemeente Utrecht, omdat zij deze taak niet heeft belegd bij GGDrU. Voor de 25 MNgemeenten betekent dit een verhoging van € 0,034 per inwoner. 3.2.5 Maternale Kinkhoest vaccinatie (MKV) Vanaf december 2019 krijgen zwangere vrouwen maternale kinkhoestvaccinatie aangeboden door de Rijksoverheid. De vergoeding hiervan verliep via het RIVM. Vanaf 1 januari 2024 wordt de uitvoering van deze maternale kinkhoestvaccinatie formeel overgedragen aan de gemeenten. De maternale kinkhoestvaccinatie wordt opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) zoals genoemd in artikel 11, tweede lid, in het Besluit publieke gezondheid. De financiële middelen voor de uitvoering van de maternale kinkhoestvaccinatie worden aan het gemeentefonds toegevoegd aan het cluster Sociale basisvoorzieningen. Ook hier is verhoging afwijkend ten opzichte van de verhoging in 2024 en wordt veroorzaakt door de verrekening van de indexering en de wijzigingen in de kindaantallen.
Begroting GGDrU 2025
29
3.2.6 Overzicht inwoner- en kindbijdrage De financiële impact van de ontwikkelingen vertaalt zich in een mutatie van de inwonerbijdrage (IWB) en kindbijdrage (KB), welke in de volgende tabellen uiteen zijn gezet. Gemeente MN-gemeenten (m.u.v. Eemnes)
IWB 2024-0 € 7,230
Loon index
Prijs index
0,453
0,074
Monitor Aantrekkelijke Jongvolwassenen werkgever 0,288
Gemeente Eemnes € 6,927 0,434 0,071 0,288 Gemeente Utrecht * € 5,009 0,314 0,051 0,288 * Bedrag is exclusief de bijdragen voor Epidemiologie en Gezondheidsbevordering
Gemeente MN-gemeenten
KB 2024-0 € 151,041
Loon index 9,457
Prijs Aantrekkelijke index werkgever 1,552 2,870
IWB 2025-0
0,034
€ 8,079
0,034 -
€ 7,754 € 5,663
MKV 1,173
KB 2025-0 € 166,093
Gemeenten Eemnes en Utrecht Toezicht Wmo hoeft niet verplicht bij GGD’en afgenomen te worden. De gemeenten Eemnes en Utrecht nemen het Toezicht Wmo niet af bij GGDrU. Zij betalen daardoor een lagere inwonerbijdrage. De bijdrage van de gemeente Utrecht wordt daarnaast nog beïnvloed door andere afspraken. Bij de fusie van GGDrU (1-1-2014) zijn afspraken gemaakt tussen de gemeente Utrecht en de 25 gemeenten van Midden-Nederland. Die leiden ertoe dat het basispakket voor de gemeente Utrecht anders wordt uitgevoerd. De grootste verschillen zitten in afspraken rond epidemiologie, gezondheidsbevordering en toezicht WMO. Dit houdt in dat Utrecht de uitvoering van deze taken niet of op andere wijze bij GGDrU heeft belegd. Tevens betaalt de Gemeente Utrecht geen kindbijdrage, omdat er geen Jeugdgezondheidszorg taken worden afgenomen. Op dit moment kijkt het dagelijks bestuur met de gemeente Utrecht samen naar een verdere optimalisatie en versterking van de samenwerking. Meerjarenperspectief inwoner- en kindbijdragen Het meerjarenperspectief voor het verwachte bedrag aan inwoner- en kindbijdrage per gemeente voor 2025-2028 hebben we inzichtelijk gemaakt (indicatief). Uitgangspunt daarbij zijn de inwoneraantallen en kindaantallen per 1 januari 2023 die voor de begroting 2025 zijn gebruikt.
Tevens is de ophoging van inwoner- en kindbijdrage voor het jaar 2026 vanuit de aantrekkelijke werkgever verwerkt.
Begroting GGDrU 2025
30
Gemeente Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist Totaal
Aantal inwoners 1-1-2023 160.759 25.008 16.026 22.500 43.884 45.572 9.598 50.581 33.492 31.467 14.704 13.929 65.426 10.232 5.747 20.329 47.439 65.771 367.947 50.429 68.525 60.052 23.995 53.244 14.358 66.629 1.387.643
Aantal kinderen 1-1-2023 33.818 4.748 3.468 5.122 9.230 8.714 1.916 11.131 6.598 6.207 2.974 2.876 11.948 1.998 1.429 4.265 9.166 13.245 9.883 14.858 12.562 4.636 11.088 3.366 13.812 209.058
2025*
2026*
2027*
2028*
6.916 991 705 1.033 1.888 1.816 393 2.257 1.367 1.285 613 590 2.513 415 284 873 1.906 2.731 2.226 2.049 3.022 2.572 964 2.272 675 2.832 45.185
7.250 1.039 740 1.082 1.979 1.904 412 2.366 1.433 1.348 642 619 2.636 435 297 915 1.998 2.864 2.395 2.148 3.167 2.696 1.011 2.382 707 2.969 47.432
7.431 1.065 758 1.109 2.028 1.951 422 2.425 1.469 1.381 658 634 2.701 446 305 938 2.048 2.935 2.455 2.202 3.246 2.763 1.036 2.441 725 3.044 48.618
7.617 1.091 777 1.137 2.079 2.000 433 2.486 1.505 1.416 675 650 2.769 457 312 961 2.099 3.009 2.516 2.257 3.328 2.832 1.062 2.502 743 3.120 49.834
* bedragen * € 1.000 nb 1: Kindaantal gemeente Utrecht onvermeld aangezien de gemeente geen taken op het gebied van Jeugdgezondheidzorg afneemt bij GGDrU nb 2: Bijdrage gemeente Utrecht is inclusief de liaisonbijdrage gezondheidsbevordering en epidemiologie
Begroting GGDrU 2025
31
3.3 Bijdragen en vergoedingen per gemeente 2025 In het volgende overzicht staan de verwachte gemeentelijke bijdragen voor wettelijke-, intensivering van wettelijke taken, collectieve taken en maatwerk. In bijlage 4 is per gemeente de gedetailleerde weergave neergezet.
Gemeente
Wettelijke Intensivering Collectieve taken wettelijke taken taken
Amersfoort
Maatwerk
Totale bijdrage 2025-0
1.716
53
5.781
1.279
8.829
Baarn
250
16
815
280
1.360
Bunnik
173
1
591
69
835
Bunschoten
209
11
863
161
1.244
De Bilt
441
4
1.587
112
2.144
De Ronde Venen
468
11
1.493
301
2.272
Eemnes
93
5
324
52
474
Houten
516
26
1.888
238
2.668
IJsselstein
326
13
1.127
129
1.595
Leusden
320
9
1.065
162
1.556
Lopik
175
0
504
85
764
Montfoort
148
6
488
126
767
Nieuwegein
630
13
2.057
516
3.215
Oudewater
108
2
346
78
534
Renswoude
56
-
241
10
307
Rhenen
198
-
724
66
988
Soest
466
20
1.572
312
2.371
Stichtse Vecht
694
16
2.260
507
3.476
2.226
121
252
853
3.452
Utrechtse Heuvelrug
540
20
1.699
142
2.401
Veenendaal
695
1
2.509
308
3.514
Vijfheerenlanden
619
52
2.137
500
3.308
Wijk bij Duurstede
240
9
789
92
1.131
Woerden
553
12
1.900
516
2.982
Woudenberg
157
9
570
61
798
Zeist
714
90
2.381
210
3.395
12.730
522
35.965
7.163
56.380
Utrecht
Totaal gemeenten
Niet-gemeentelijke opbrengsten
Totaal Bijdrage begroting 2025-0
8.291
64.671
Bedragen x € 1.000,-
Begroting GGDrU 2025
32
3.4 Autorisatie vervanging activa In 2023 hebben we de meerjarige investeringskalender geactualiseerd. Op basis hiervan is de investeringsbehoefte voor de periode 2025 tot en met 2028 opgenomen. Alle bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 2025. Autorisatie van de investeringskredieten vindt plaats door middel van vaststelling van de begroting en begrotingswijziging. In de onderstaande tabel zijn de extra aan te vragen investeringskredieten (kolom ‘mutatie krediet 2025’) opgenomen inclusief de verwachte vervangingsinvesteringen voor de komende periode. Investeringsoverzicht (x€ 1.000)
Meerjarige investeringsprojecten - Bedrijfsgebouwen Utrechtseweg 3-5/Velduil Amersfoort Totaal Bedrijfsgebouwen
Mutatie Saldo Krediet 2025 Krediet 2025
Krediet
Investeringen
42 42
-
-
42 42
-
-
-
357
15
-
342
15
98
80
556 39 952
150 425 125 715
436 125 561
406 50 798
70 75 160
70 75 243
105 300 485
994
715
561
839
160
243
485
ultimo-2024
2025
Inv.*
Inv.*
2026
Inv.*
2027
2028
Reguliere vervangingsinvesteringen - Machines, apparaten en installaties (medische) Apparatuur - Overige materiele activa Inventaris Automatisering - Vervoersmiddelen Totaal vervangingsinvesteringen * inv. = verwachte Investeringen
Totalen
Met de bovenstaande vervangingsinvesteringen komen we uit op een consistente meerjarige afschrijvingslast. Afschrijvingsstaat
Afschrijving
Afschrijving
Afschrijving
Afschrijving
(x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
- Bedrijfsgebouwen - Machines, apparaten en installaties Installaties Apparatuur - Overige materiele activa Inventaris Automatisering - Vervoersmiddelen Totaal
Begroting GGDrU 2025
244
244
218
216
167 94
166 95
166 95
166 95
142 427 25 1.100
158 408 29 1.100
146 450 25 1.100
127 471 25 1.100
33
3.5 Meerjarenraming 2025-2027 De gecomprimeerde meerjarenraming van het programma Publieke Gezondheid is gebaseerd op de pijlers uit deze begroting. Er is geen rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen. Programma (x €1.000)
Raming 2025
Publieke Gezondheid
Baten 64.671
Lasten 64.611
Geraamde saldo Mutaties reserves Geraamd resultaat
64.671 64.671
64.611 60 64.671
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 60 66.723 66.663 60 67.875 67.815 60 69.570 69.510 60 60 66.723 66.663 -60 60 - 66.723 66.723
60 67.875 67.815 -60 60 - 67.875 67.875
60 69.570 69.510 -60 60 - 69.570 69.570
3.6 Overzicht van incidentele baten en lasten De begroting 2025-0 is gebaseerd op structurele baten en lasten. Daarbij worden de maatwerkafspraken met gemeenten voor de vorm als structureel gecategoriseerd. Uiteraard zijn gemeenten autonoom in het bepalen van de omvang van het maatwerk. Onderstaande twee tabellen geven de incidentele lasten en onttrekkingen uit de reserves weer en het structurele begrotingssaldo. Incidentele Baten & lasten ( x € 1.000)
Raming Raming Raming Raming 2025
2026
2027
2028
Incidentele lasten Nu niet zwanger 2023-2026 Rookvrij leven (Soesterkwartier, Overvecht, Franse gat) 2023-2025 Aanvullende Seksuele gezondheidszorg Utrecht 2023-2026 Kennis en advies functie 2023-2025 Transkliniek Utrecht 2023-2025 GOR-Corona monitor Jeugd, Jong volw, volw/sen 2022-2025 Totaal incidentele lasten
352 310 250 165 80 45 1.202
252 250 502
-
-
Incidentele baten Nu niet zwanger 2023-2026 Rookvrij leven (Soesterkwartier, Overvecht, Franse gat) 2023-2025 Aanvullende Seksuele gezondheidszorg Utrecht 2023-2026 Kennis en advies functie 2023-2025 Transkliniek Utrecht 2023-2025 GOR-Corona monitor Jeugd, Jong volw, volw/sen 2022-2025 Totaal incidentele baten
352 310 250 165 80 45 1.202
252 250 502
-
-
Reserves n.v.t. Totaal incidentele mutaties reserves
-
-
-
-
Geraamd incidenteel resultaat
-
-
-
-
Begroting GGDrU 2025
34
60 -60 -
Uit de tabel is te halen dat er in de begroting meerjarig een aantal projecten uitgevoerd gaan worden waar incidentele financiering voor beschikbaar is. We sturen erop dat er geen meerjarige structurele financiële verplichtingen ontstaan, door de uitvoering van deze projecten. Structureel & Incidenteel begrotingssaldo
Raming Raming Raming Raming
(x € 1.000)
2025
Saldo baten en Lasten Toevoegingen en onttrekkingen reserves Begrotingssaldo na bestemming Incidenteel begrotingssaldo Incidenteel saldo baten en Lasten Incidentele toevoegingen en onttrekkingen reserves Geraamd incidenteel resultaat Structureel begrotingssaldo Structureel saldo baten en Lasten Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves Structureel begrotingssaldo
2026
2027
2028
60 -60 -
60 -60 -
60 -60 -
60 -60 -
-
-
-
-
60 -60 -
60 -60 -
60 -60 -
60 -60 -
3.7 Beleidsindicatoren Conform de regeling beleidsindicatoren gemeenten van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 maart 2016 moeten onderstaande beleidsindicatoren in de programmaverantwoording van GGDrU worden opgenomen.
Omschrijving
Eenheid
Inwoners per 1-1-23 Apparaatskosten Apparaatskosten per inwoner
aantal € 1.000 €
1.387.643 15.093 10,88
Formatie (exclusief inhuur) Formatie per 1.000 inwoners
Fte Fte
510 0,37
Bezetting (exclusief inhuur) ultimo 2023 Bezetting per 1.000 inwoners
Fte Fte
533 0,38
Kosten inhuur derden Loonsom (exclusief overige personeelslasten) Kosten inhuur derden in % van loonsom
€ 1.000 € 1.000 %
3.223 46.813 6,9%
Overhead Totale lasten Overhead in % van totale lasten
€ 1.000 € 1.000 %
15.093 64.671 23,3%
Begroting GGDrU 2025
Score
35
4 Verplichte paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voorgeschreven paragrafen met uitzondering van lokale heffingen en grondbeleid. Deze laatste twee paragrafen zijn niet van toepassing op GGDrU. Het gaat om de volgende paragrafen: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bedrijfsvoering Verbonden partijen Onderhoud kapitaalgoederen Financiering en treasury Openbaarheidsparagraaf
4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.1.1 Weerstandsvermogen Kunnen we financiële tegenvallers opvangen zonder te bezuinigen? Het antwoord op deze vraag is te vinden in het weerstandsvermogen van GGDrU. Het weerstandsvermogen is het resultaat van de verhouding tussen enerzijds de weer-standscapaciteit en anderzijds de risico’s die financiële impact kunnen hebben op de organisatie. De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. Per 31 december 2023 bedraagt de weerstandscapaciteit € 2.409.460 (zijnde de algemene reserve van GGDrU) vòòr resultaatbestemming 2023. 4.1.2 Risicobeheersing In de nota ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ (vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 5 juli 2023) zijn uitgangspunten opgenomen voor de uitvoering van de risico-inventarisatie. De actualisatie van de risico-inventarisatie vindt jaarlijks plaats door deze risico’s met de betreffende verantwoordelijken te bespreken. Medio januari 2024 heeft de meest recente actualisatie van de risico-inventarisatie plaatsgevonden. Deze actualisatie maakt onderdeel uit van de reguliere P&C-cyclus en heeft daardoor nadrukkelijk de aandacht van GGDrU.
Reizigersadvisering In 2019 is besloten om voor de taak ‘Reizigersadvisering’ een separate bestemmingsreserve te vormen, zodat de jaarlijkse exploitatieresultaten van deze taak ten gunste of ten laste van deze reserve worden gebracht. Zodra de bestemmingsreserve afdoende is opgebouwd zal een eventueel gekwantificeerd risico niet meer ten laste van de weerstandscapaciteit komen. Jeugdgezondheidszorg Ten aanzien van de taak ‘Jeugdgezondheidszorg’ is een vrijwaringsbepaling vastgelegd met de gemeente Utrecht. Dit houdt in dat de gemeente Utrecht wordt gevrijwaard voor JGZexploitatieresultaten. Eventuele risico’s hierop (DDJGZ en JGZ-exploitatieresultaten) worden separaat afgedekt en niet middels aanhouden van een algemene reserve. Voor alle andere financieel gekwantificeerde risico’s is het gewenst dat GGDrU hiervoor over voldoende weerstandscapaciteit beschikt.
Begroting GGDrU 2025
36
Hoog
-AVG -Fiscaliteit -Stoppen ASGsubsidie
Midden
-Europees Aanbesteden -ICT omgeving
-Tekort gekwalificeerd personeel -Juridische claim leverancier GGiD -Ombuigingen
-Fluctuatie inwoner -en kindaantallen -RI&E-Rovatie De Dreef 5 -Vraag reisadvies -Aanbesteding DDJGZ
-Maatwerk -Nieuwe pandemie / disruptieve gebeurtenissen
-FG: samenwerking op MN-niveau en MAZ-aanbesteding
Publieke gezondheid asielzoekers
Laag
IMPACT
De actualisatie van de risico-inventarisatie leidt tot onderstaande risicokaart, waarbij de GGDrU-brede risico’s, risico's ten aanzien van Reizigersadvisering en risico's inzake DDJGZ tezamen zijn opgenomen. In de uitwerking van de kwantificering van de risico’s naar euro’s weerstandsvermogen wordt wel een splitsing aangebracht in de drie groepen (interne bedrijfsvoering, samenwerking in de gemeenschappelijke regeling en externe ontwikkelingen) van risico’s.
Laag
Midden
Hoog
KANS
4.1.3 Kwantificering GGD-brede risico’s Op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie heeft een financiële kwantificering plaatsgevonden van de benoemde GGD-brede risico’s (NB: de geactualiseerde risicoinventarisaties van reizigersadvisering en DDJGZ, waaronder GGiD, worden separaat in deze paragraaf beschreven). Dit leidt uiteenzetting op de volgende pagina
Begroting GGDrU 2025
37
Begroting GGDrU 2025
38
Benodigde weerstandscapaciteit GGD-brede risico’s Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.537.750. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 2.409.460. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/nodig) 1,567. Hiermee zijn de genoemde risico’s financieel afdoende afgedekt. Kwantificering risico Reizigersadvisering Op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie heeft een financiële kwantificering plaatsgevonden van het benoemde risico ten aanzien van de taak Reizigersadvisering. Dit leidt tot de volgende opstelling.
Begroting GGDrU 2025
39
Weerstandscapaciteit risico Reizigersadvisering De weerstandscapaciteit voor dit risico bestaat uit de bestemmingsreserve Reizigersadvisering. Per 31 december 2023 bedraagt de weerstandscapaciteit € 0. Benodigde weerstandscapaciteit risico Reizigersadvisering Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 30.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 0. Omdat de weerstandscapaciteit € 0 is kan geen verhouding (beschikbaar/nodig) worden berekend. Hiermee is het genoemde risico financieel niet afdoende afgedekt. In principe kan dan de algemene reserve als buffer fungeren. Kwantificering risico DD-JGZ Op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie heeft een financiële kwantificering plaatsgevonden van het benoemde DD-JGZ-risico. Dit leidt tot de volgende opstelling.
Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 95.000. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de bestemmingsreserve JGZ.
Begroting GGDrU 2025
40
4.1.4 Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de resultatenrekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van GGDrU. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte GGDrU beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. De kengetallen bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel d uit het BBV, zijn in de onderstaande tabel berekend en toegelicht en zijn afgeleid uit de geprognosticeerde balans (zie hoofdstuk 5). Zie voor een nadere toelichting ook bijlage 3. Twee kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) hebben geen betrekking op GGDrU. Realisatie
Begroting
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
7,1%
16,5%
13,4%
7,1%
16,5%
13,4%
Solvabiliteitsratio
12,5%
10,9%
11,2%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
0,0%
0,0%
Kengetallen
2023
2024-0
Raming 2025-0
Netto schuldquote (inclusief gecorrigeerd voor alle leningen) De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Volgens het BBV moeten twee ratio’s worden weergegeven, te weten de ‘netto schuldquote’ en ‘netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen’. Hoe hoger de schuld hoe hoger de netto schuldquote. De positie van GGDrU is positief te noemen; het percentage voor 2025 van 13,4% bevindt zich in de categorie 'minst risicovol’ aangezien deze lager is dan negentig procent. De verhouding stijgt ten opzichte van de realisatie 2023, dit wordt veroorzaakt door de incidentele baten vanuit de corona meerkostenregeling en VIP welke een gunstig effect had op het kengetal.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin GGDrU in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe beter GGDrU zijn verplichtingen kan voldoen en hoe gunstiger de financiële weerbaarheid is. De solvabiliteit wordt berekend als de verhouding tussen het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen. De solvabiliteitverhouding 2025 laat een beperkte daling zien ten opzichte van de realisatie 2023, dit als gevolg van de geprognotiseerde onttrekkingen aan de reserves in 2024. De solvabiliteitsratio van 11,2% voor 2025 bevindt zich in de categorie 'meest risicovol’ aangezien deze lager is dan twintig procent.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een neutraal of positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente van de langlopende leningen) te dekken. Voor 2025 valt de structurele exploitatieruimte met 0% in categorie 'Neutraal'.
4.2
Bedrijfsvoering
Deze paragraaf geeft inzicht in de ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering bestaat uit alle beherende, verantwoordende en controlerende activiteiten die de organisatie in staat stellen om de voorgenomen activiteiten binnen de productgroepen en prestaties zo effectief en efficiënt mogelijk te realiseren.
Begroting GGDrU 2025
41
Formatie De totale formatie van onze organisatie komt uit op 507,05 fte (peildatum 1-1-2025). Onze ondersteunende diensten zijn cruciaal om onze organisatie goed te laten draaien. Het gaat om de volgende onderdelen: Financiën, HR, ICT, Facilitair, Directie, Secretariaat, Strategisch Beleid, Kwaliteit, Communicatie en Control. In totaal hebben we 83,69 fte ondersteunende diensten op een totale formatie van 507,05 fte. Verzekeringen GGDrU voert het beheer van zijn verzekeringen in eigen beheer uit. Het pakket bestaat uit de volgende verzekeringen: brand- en exploitatiekostenverzekering; aansprakelijkheidsverzekering; werkgevers aansprakelijkheidsverzekering bestuurder motorrijtuigen verzekering; wagenparkverzekering; rechtsbijstandverzekering; computer- en elektronicaverzekering. Integriteit GGDrU wil alle medewerkers een veilige werkomgeving bieden. Ook gaan we ervan uit dat elke ambtenaar in de basis integer is. Aangezien integriteit niet een vastomlijnd begrip is zorgen we ervoor dat het op verschillende manieren in de organisatie en ondersteuning van medewerkers aan de orde komt. De kern is dat men zich bewust wordt van integriteitsrisico’s. Daarnaast is bijvoorbeeld het risico van kwetsbare functies geminimaliseerd door functiescheiding (scheiding van taken en bevoegdheden). Voor het borgen van de integriteit heeft GGDrU een gedragscode.
Integriteit is niet slechts een aantal regels waaraan de medewerkers zich moeten houden. Het gaat verder: integriteit ligt besloten in de houding en het gedrag van mensen. Het gaat om normen en waarden. De regels in de GGDrU-gedragscode gelden voor alle medewerkers van GGDrU. Zo is het afleggen van de ambtseed als onderdeel van de introductie voor nieuwe medewerkers opgenomen.
4.3
Verbonden partijen
Deze paragraaf geeft inzicht in ‘derde rechtspersonen’ waarin GGDrU een bestuurlijk en financieel belang heeft. Dit belang heeft zowel betrekking op privaatrechtelijke als publiekrechtelijke organisaties. Privaatrechtelijke organisaties zijn in het Burgerlijk Wetboek nader geregeld, en kunnen stichtingen, verenigingen, coöperaties, vennootschappen en deelnemingen zijn. 4.3.1 GGD GHOR Nederland (Vereniging voor Publieke Gezondheid en Veiligheid (PGV)) GGD GHOR Nederland is de koepelorganisatie van de GGD-en en GHOR bureaus. Vanuit GGD GHOR Nederland wordt, voor en in samenspraak met de DPG-en, de lobby en belangenbehartiging voor de GGD-en en GHOR bureaus gedaan richting politiek en stakeholders. Daarnaast voert GGD GHOR Nederland projecten uit, die vanuit efficiency oogpunt centraal moeten worden uitgevoerd en die randvoorwaarden en producten opleveren waarmee de GGD-en hun werkzaamheden kunnen verrichten. Bestuurlijk en financieel belang Het hoogste orgaan van GGD GHOR Nederland is de Raad van DPG-en. Hierin worden de 25 GGD-en en GHOR-bureaus vertegenwoordigd door hun Directeur Publieke Gezondheid (DPG). Het presidium bestaat uit vijf leden van het algemeen bestuur. GGDrU betaalt op jaarbasis een contributie aan GGD GHOR Nederland gebaseerd op een bijdrage per inwoner. Voor 2023 bedroeg deze contributie € 228.953.
Begroting GGDrU 2025
42
Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via de afvaardiging van de Directeur Publieke Gezondheid van GGDrU in zowel de vergadering van DPG-en als het presidium. Artikel 15 lid 2 van het BBV geeft aan dat per verantwoorde verbonden partij de omvang van het eigen en vreemd vermogen aan het begin en einde van het begrotingsjaar en het financiële resultaat over het begrotingsjaar moet worden verantwoord. In de begroting van deze verbonden partij zijn deze gegevens niet opgenomen. 4.3.2 GGiD Coöperatief U.A. Het algemeen bestuur heeft in november 2022 besloten om te stoppen met de ontwikkeling van het GGiD. Voor het exploiteren van deze investering heeft GGD regio Utrecht samen met de GGD-en Twente en Hollands Noorden een coöperatie opgericht. Omdat de ontwikkeling van het GGiD is gestopt, is onze verwachting dat er in 2025 geen sprake zal zijn van een financieel belang. De coöperatie zal ook opgeheven worden en daarom is onze verwachting dat vanaf 2025 dit geen verbonden partij meer is.
4.4
Onderhoud kapitaalgoederen
Om kwaliteit te kunnen leveren, moeten we over adequate huisvesting beschikken. Het is van belang dat de waarde van onze gebouwen op peil blijft. Die waarde hangt samen met de aantrekkelijkheid van de gebouwen en hun omgeving. Voor de hoofdvestiging zijn onderhoudscontracten afgesloten voor installaties en bouwkundige onderdelen. Voor overige kapitaalgoederen zoals archiefstellingen en telefooncentrales worden ook onderhoudscontracten afgesloten. Daarmee borgen we de functionaliteit en levensduur. In het geval van lease of huur wordt het onderhoud in contracten meegenomen. Sinds 2004 is GGDrU eigenaar van het gebouw De Dreef 5 in Zeist, dat fungeert als hoofdgebouw. De aanvulling op de voorziening voor groot onderhoud is gebaseerd op een gedetailleerd meerjaren onderhoudsplan (MJOP). In december 2023 heeft een extern bureau een actualisatie uitgevoerd van dit meerjaren onderhoudsplan. Uit dit onderzoek bleek dat in 2023 een deel van de voorziening kon vrijvallen en dat de jaarlijkse dotatie van € 35.000 toereikend is voor de komende jaren.
4.5
Financiering en treasury
GGDrU beschikt over een actueel treasurystatuut. In de paragraaf leggen we de begrippen uit. Ook beschrijven we de renteontwikkeling, kasgeldlimiet, renterisico en onze financieringspositie. In dit statuut is onder meer opgenomen dat, door de invoering van het Schatkistbankieren, de verplichting geldt dat overtollig kasgeld dagelijks naar de staatskas moeten worden afgestort. Renterisiconorm Het renterisico op de lange financiering is gebonden aan een maximum. Dit is wettelijk vastgesteld op de renterisiconorm van 20% van het begrotingstotaal. Onder lange financiering vallen alle financieringsvormen met een rente typische looptijd van langer dan één jaar. De definitie van renterisico is het minimum van de netto nieuw aangetrokken schuld en de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van contractuele renteherzieningen op de opgenomen en uitgezette geldleningen. In de onderstaande tabel staat het renterisico voor de jaren 2025 tot en met 2028.
Begroting GGDrU 2025
43
Renterisico norm
Raming
(x € 1.000)
1.
Renteherziening
2.
Betaalde aflossingen
Raming
2025
Raming
2026
Raming
2027
2028
-
-
-
-
404 404
404 404
404 404
404 404
1+2 = 3
Renterisico
4.
Renterisico-norm
12.934
13.345
13.575
13.914
5a.
Ruimte onder renterisico-norm (4 > 3)
12.934
13.345
13.575
13.914
5b.
Overschrijding renterisico-norm (3 > 4)
-
-
-
-
64.671
66.723
67.875
69.570
20%
20%
20%
20%
12.934
13.345
13.575
13.914
Berekening renterisico-norm 4a. 4b. 4. (4a * 4b)
Begrotingstotaal jaar T Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage Renterisico-norm
Renteontwikkeling Wij hebben ten tijde van opstellen van de begroting 2025 één pand in eigendom waarvoor twee leningen zijn afgesloten, waarvan één lening waarvan de rentevervaldatum samenvalt met de datum waarop de gehele lening wordt afgelost in 2034 en één met een rentevervaldatum per februari 2024. In 2021 zijn er ten behoeve van de renovatie van de Dreef 5 drie leningen met een verschillende looptijd afgesloten. Het rentepercentage voor deze drie leningen zijn voor de gehele looptijd afgesproken. Lening nummer
Instelling
Eerste jaar overeenkomst
Looptijd
Rente %
Rente/Aflossing
40.98570.01
BNG
2004
30 jr.
0,05%
12 x per jaar
40.98688.02
BNG
2004
30 jr.
0,82%
12 x per jaar
40.115068
BNG
2021
25 jr.
0,45%
1 x per jaar
40.115069
BNG
2021
15 jr.
0,20%
1 x per jaar
40.115070
BNG
2021
10 jr.
0,05%
1 x per jaar
In de volgende tabel staan de rente en aflossingen van 2025 tot en met 2028.
Overzicht afgesloten leningen
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Begroting
Begroting
2026-0
2027-0
Totaal vaste schuld begin Lening nummer: 40.98570.01
1.325.304
1.181.020
1.036.664
892.236
Lening nummer: 40.98688.02
3.350.000
3.350.000
3.350.000
3.350.000
Lening nummer: 40.115068
1.012.000
966.000
920.000
874.000
Lening nummer: 40.115069
1.720.000
1.576.667
1.433.333
1.290.000
Lening nummer: 40.115070
490.000
420.000
350.000
280.000
7.897.304
7.493.687
7.089.997
6.686.236
Totaal vaste schuld begin Begroting GGDrU 2025
44
Opnamen Lening nummer: 40.98570.01
-
-
-
-
Lening nummer: 40.98688.02
-
-
-
-
Lening nummer: 40.115068
-
-
-
-
Lening nummer: 40.115069
-
-
-
-
Lening nummer: 40.115070
-
-
-
-
-
-
-
-
Lening nummer: 40.98570.01
144.284
144.356
144.428
144.428
Lening nummer: 40.98688.02
-
-
-
-
Lening nummer: 40.115068
46.000
46.000
46.000
46.000
Lening nummer: 40.115069
143.333
143.333
143.333
143.333
Totaal Opnamen Aflossingen
Lening nummer: 40.115070
70.000
70.000
70.000
70.000
403.617
403.689
403.761
403.761
Lening nummer: 40.98570.01
1.181.020
1.036.664
892.236
747.808
Lening nummer: 40.98688.02
3.350.000
3.350.000
3.350.000
3.350.000
Lening nummer: 40.115068
966.000
920.000
874.000
828.000
Lening nummer: 40.115069
1.576.667
1.433.333
1.290.000
1.146.667
Lening nummer: 40.115070
420.000
350.000
280.000
210.000
7.493.687
7.089.997
6.686.236
6.282.475
Lening nummer: 40.98570.01
663
591
518
446
Lening nummer: 40.98688.02
27.470
27.470
27.470
27.470
Lening nummer: 40.115068
4.554
4.347
4.140
3.933
Lening nummer: 40.115069
3.440
3.153
2.867
2.580
Lening nummer: 40.115070
245
210
175
140
36.372
35.771
35.170
34.569
Totaal aflossingen Schuld Ultimo
Totaal vaste Schuld Ultimo Rente
Totaal Rente
Kasgeldlimiet Het renterisico op de korte financiering wordt wettelijk begrensd door de kasgeldlimiet. Hiertoe behoren alle rekening-courant saldi en kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet is een percentage van de omzet in de begroting. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit percentage 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming, dus met uitzondering van stortingen in reserves. Onze kasgeldlimiet voor 2025 is € 5,280 miljoen, dit is immers 8,2% van € 64,4 miljoen. Onze huidige financiële positie geeft geen aanleiding om voor 2025 maatregelen voor te stellen.
4.6 Openbaarheidsparagraaf De openbaarheidsparagraaf is een nieuwe verplichte paragraaf die voortkomt uit artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo). De wet is bedoeld om bestuursorganen transparanter te maken en zo het belang van openbaarheid van publieke informatie beter te dienen. Om tot deze transparantie te komen dient informatie beter vindbaar en uitwisselbaar te worden. Op drie thema’s (actieve openbaarmaking, passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding) worden acties uitgevoerd om de transparantie te bevorderen.
Begroting GGDrU 2025
45
Actieve openbaarmaking Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die ondernomen zijn om informatie uit eigen beweging openbaar te maken voor de samenleving. GGDrU houdt hierbij de werkwijze aan van VNG: het getrapt invoeren van de verschillende onderdelen van actieve publicatie van overheidsinstanties. De categorieën worden openbaar gemaakt op de website. Via het hiertoe aangewezen landelijke platform de Woo-index wordt hiernaar verwezen. Op termijn wordt onderzocht waar we grotere hoeveelheden data duurzaam toegankelijk op kunnen slaan. Reeds opgeleverd: bereikbaarheidsgegevens en organisatie en werkwijze. Hiertoe is op de website inmiddels een organogram en aanvraagformulier beschikbaar en de taak van een contactfunctionaris Woo is belegd (artikel 4.7 van de Woo). Passieve openbaarmaking Onder passieve openbaarmaking verstaan we het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een Woo-verzoek. Evenals het beoordelen van deelbesluiten waarin derden documenten van GGDrU openbaar willen maken in het kader van een Woo-verzoek. Deze verzoeken worden behandeld door de Woo-contactpersoon. Elk verzoek blijft echter voor de betrokken teams/medewerkers dus een extra belasting naast de normale, primaire werkzaamheden. Verbetering van de informatiehuishouding De GGDrU heeft een openbare contactpagina voor inkomende Woo-verzoeken.
Hier kunnen vragen van externen over de beschikbaarheid van (publieke) informatie op een laagdrempelige manier gesteld en beantwoord worden. Er is gestart met de ontwikkeling en implementatie van een kwaliteitssysteem om de kwaliteit van de informatiehuishouding constant te monitoren en verbeteren. Door de informatiehuishouding op orde te brengen wordt niet alleen het actief openbaren overzichtelijker en beter uitvoerbaar, maar kunnen we ook sneller en beter voldoen aan de afhandeling van Woo-verzoeken.
4.7 Overige paragrafen De overige verplichte paragrafen zoals lokale heffingen en grondbeleid zijn niet van toepassing op GGDrU.
Begroting GGDrU 2025
46
5
Geprognosticeerde balans 2025 5.1 Balans Balans - Activa (x €1.000)
Balans
Balans
2024
2025
Vaste activa 1. Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut
12.734
12.394
19
19
52
52
2.000 200 10.508 12.708
2.000 200 6.639 8.839
200
200
- De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel.
1.500
1.500
- Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
750
750
2.250
2.250
27.963
23.754
2. Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd >= 1 jaar
Vlottende activa 3. Voorraden - Gereed product en handelsgoederen
4. Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Overige vorderingen - Uitzetting in 's Rijks schatkist
5. Liquide middelen 6. Overlopende activa
Totaal Activa
Begroting GGDrU 2025
47
Balans - Passiva (x €1.000)
Balans
Balans
2024
2025
Vaste passiva 7. Eigen vermogen - Algemene reserve - Overige bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat
2.409 200 2.609
2.409 260 2.669
8. Voorzieningen
956
1.090
9. Vaste schulden
7.897
7.494
7.500
7.500
1.500 7.500
1.500 3.500
9.000
5.000
27.963
23.754
- Onderhandse leningen binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Vlottende passiva 10. Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar - Overige schulden
11. Overlopende passiva - Verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. - De van Europese en/of Nederlandse overheidslichamen (vooruit)ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
Totaal Passiva
In de volgende paragrafen gaan we op basis van deze balans specifiek in op mutaties in de reserves alsmede de voorzieningen. De wijzigingen in de materiele vaste activa komen voort uit nieuwe investeringen en jaarlijkse afschrijvingen. De verwachting is dat de uitzetting in de rschatkist daalt vanwege deze investeringen en de aflossing van de vaste schulden. De mutaties in de vaste schulden is uitgewerkt in paragraaf 4.5.
5.2
Reserves
In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de geprognosticeerde saldi van reserves per 1 januari 2025 en 31 december 2025. Basis voor de berekening is de reservepositie per 31 december 2023, zoals blijkt uit de jaarstukken 2023.
Begroting GGDrU 2025
48
Reserves
Saldo
Dotatie
Onttrekking
2.409 2.409
-
Bestemmingsreserves - JGZ - Monitor Volwassenen - Reizigersadvisering
200 -
Totaal bestemmingsreserves
(x € 1.000)
01-01-2025
Algemene reserve - Publieke Gezondheid Totaal algemene reserve
Totaal
Saldo
Saldo
Saldo
Saldo
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
-
2.409 2.409
2.409 2.409
2.409 2.409
2.409 2.409
60
-
-
-
200 60 -
200 120 -
200 180 -
200 240 -
200
60
-
260
320
380
440
2.609
60
-
2.669
2.729
2.789
2.849
5.2.1 Algemene reserve Publieke Gezondheid Deze algemene reserve is bestemd voor de egalisatie van incidentele, niet voorziene tegenvallers binnen GGDrU. In de algemene reserve wordt geen mutatie verwacht in 2025. Hiermee blijft het geprognosticeerde saldo van de algemene reserve op het benodigde weerstandsvermogen. De reserve dient tenminste een omvang te hebben om de in euro’s gekwantificeerde risico’s af te dekken. Dit is conform de bestuurlijk vastgestelde nota’s ‘Reserves en voorzieningen’ en ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. 5.2.2 Bestemmingsreserve JGZ Om op transparante wijze invulling te geven aan de vrijwaringsbepaling met de gemeente Utrecht is in 2019 de bestemmingsreserve ‘Jeugdgezondheidszorg’ gevormd. Per ultimo 2025 bedraagt de stand van deze reserve naar verwachting € 200.000. Dit is gelijk aan de ondergrens voor deze bestemmingsreserve. Er wordt geen mutatie voorzien in deze bestemmingsreserve. Monitor Volwassenen Eens in de vier jaar wordt een gezondheidsmonitor onder volwassenen en senioren in de regio Utrecht gehouden. Deze reserve is voor de dekking van de vierjaarlijkse kosten van de uitvoering van deze monitor. De uitvoering van deze monitor is in 2024. Ultimo 2025 is deze bestemmingsreserve per saldo neutraal en wordt in de aankomende vier jaar aangevuld voor de uitvoering in 2028. De jaarlijkse dotatie à € 60.000 is opgenomen als mutatie.
Reizigersadvisering Het algemeen bestuur heeft in 2019 besloten tot de vorming van een separate bestemmingsreserve ‘Reizigersadvisering’; dit vanwege het feit dat deze taak een markttaak betreft. Het ligt in de aard van de taak dat een zekere instabiliteit in de exploitatie ligt besloten. Voor 2025 wordt er geen mutatie verwacht in deze bestemmingsreserve.
Begroting GGDrU 2025
49
5.3
Voorzieningen
In onderstaande tabel is het geprognosticeerde saldo van de algemene voorzieningen ter egalisering van de kosten evenals de voorzieningen voor verplichtingen en risico’s voor de jaren 2025-2027 weergegeven. Voorzieningen (x € 1.000)
Saldo
01-01-2025
Dotatie Aanwending
Saldo
Saldo
Saldo
Saldo
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Voorziening ter egalisering van kosten - Groot onderhoud De Dreef (Zeist)
85
35
-
120
155
190
225
Voorziening voor verplichtingen en risico's - Voorziening WW-uitkering (3e jaars) - Saldo spaarverlof
159 713
24 125
50-
183 788