A10 - Ingekomen stuk ODRU - Verzoek zienswijze begrotings-wijzigingen en Kadernota 2023.pdf
Tekst van het document
Gemeente Oudewater Aan de gemeenteraad, ter attentie van het College van B&W Postbus 100 3420 DC OUDEWATER
Bezoekadres: Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht Postadres: Postbus 13101 3507 LC Utrecht 088 – 0225000 info@odru.nl www.odru.nl kvk 55523544 btw NL85 1750 126 B01 iban NL35 BNGH 0285 1555 71
Utrecht, 1 oktober 2021
DIGITAAL VERZONDEN 1-10-2021
Uw kenmerk: Ons kenmerk: Behandeld door:
INT20.1011/4019 A.E. van Vuuren
Onderwerp:
Verzoek tot zienswijze (ontwerp)Begrotingswijzigingen en (ontwerp)Kadernota 2023
Geachte raad, Hierbij bieden wij u, op grond van artikel 34 van de gemeenschappelijke regeling, de (ontwerp) Kadernota 2023 alsmede de eerste (ontwerp) begrotingswijziging 2022 en de tweede (ontwerp) begrotingswijziging 2021 van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) voor zienswijze aan. Het algemeen bestuur van de ODRU heeft in zijn vergadering van 30 september 2021 unaniem ingestemd met deze drie documenten. Wij zijn ons ervan bewust dat de gemeenten zich voor stevige financiële opgaven gesteld zien en hebben hiermee rekening gehouden. Onderstaand lichten wij de belangrijkste punten toe. De ODRU heeft vorig jaar aangekondigd extra inzet te plegen op kostenbesparingen. De eerste resultaten daarvan zijn dit jaar te zien en een deel van de verwachte kostenbesparing in 2022 is verwerkt in de begroting 2022 en daarmee ook in de bijgaande eerste (ontwerp) begrotingswijziging 2022. Ook is er sprake van een aantal externe onzekerheden die invloed kunnen hebben op de begrotingen voor 2022 en 2023. Dat betreft vooral mogelijke verhogingen of juist verlagingen van de structurele opdrachtenportefeuille (DVO-uren) als gevolg van (vooral) het in werking treden van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging bouw. Dit wordt in de (ontwerp-) kadernota 2023 uitgebreider beschreven.
Tegen deze achtergrond van onzekere externe ontwikkelingen, is er ook sprake van een effect op de begroting door de overheveling van oneigenlijke taken naar de gemeenten IJsselstein en Montfoort. Met IJsselstein en Montfoort is in 2020 geconstateerd dat er oneigenlijke taken aan de ODRU waren toebedeeld, waardoor een herschikking in het belang van alle partijen nodig was (n.b. niet te verwarren met de gedeeltelijke uittreding waartoe Montfoort in 2021 besloten heeft; hiervoor geldt dat dit voor de ODRU budget-neutraal moet gebeuren). Deze overheveling van oneigenlijke taken leidt tot een structureel lagere DVO van deze gemeenten en leidt volgens de begrotingsregels waar wij mee werken tot een relatief beperkt structureel tekort op de begroting. In de tweede (ontwerp) begrotingswijziging 2021 is dit effect verwerkt en wordt het jaar 2021 naar verwachting toch met een positief financieel resultaat afgesloten vanwege lagere uitgaven, onder andere als gevolg van gerealiseerde kostenbesparingen.
De eerste (ontwerp) begrotingswijziging 2022 laat nog wel een tekort te zien. Dit is op te vangen vanuit de algemene reserve en/of door het te verwachten positieve resultaat van 2021 hiervoor aan te wenden. Structureel (2023 en verder) kan het tekort worden opgelost wanneer de gemeenten die nu nog niet voldoen aan de afspraak om tenminste 80 % van hun jaarlijkse opdrachtenvolume in hun DVO op te nemen, dit alsnog doen. Dit in aanvulling op de effecten van verdere kostenbesparingen. Hoe meer gemeenten van hun jaarlijkse opdrachtenvolume onderbrengen in de DVO, hoe beter de ODRU in staat is om de efficiency en kwaliteit te verhogen. Gezien de reeds genoemde externe onzekerheden, heeft het algemeen bestuur besloten om medio 2022 de balans op te maken ten aanzien de effecten van deze ontwikkelingen op de DVO-omvang. Dan zal het algemeen bestuur bezien of dit aanleiding geeft om het uurtarief voor 2023 aan te passen ten opzichten van de nu aan u voorgelegde (ontwerp) kadernota en/of voor een tweede begrotingswijziging 2022. Deze handelswijze wordt ook gesteund door de accountant van de ODRU en de toezichthoudende provincie Utrecht. Ten slotte heeft het programma Omgevingswet onvermijdelijk een langere doorlooptijd vanwege het uitstel van de introductie van de Wet (tot 1-7-2022). Daarom wordt hiervoor in de gewijzigde begroting 2022 een extra bedrag van gemeenten gevraagd.
In de bijlage van deze begrotingswijziging is gespecificeerd om welk bedrag het per gemeente gaat. De (ontwerp)Kadernota van ODRU wordt niet alleen gebruikt bij de opstelling van de begroting 2023 van de ODRU, maar ook bij de zogenaamde voorjaarsnota en begroting van uw eigen gemeente. Op deze wijze zijn de begrotingscycli van uw gemeente en ODRU op elkaar afgestemd. Wij verzoeken u – indien u gebruik wilt maken van uw recht op het geven van een zienswijze – deze ons uiterlijk acht weken na verzenddatum, zoals vermeld in deze brief te doen toekomen (tot en met vrijdag 26 november 2021). Wij zullen alle tijdig ontvangen zienswijzen van gemeenten betrekken bij het betreffende agendapunt in de vergadering van het algemeen bestuur op 16 december a.s.. Indien wij binnen deze termijn van acht weken geen reactie hebben ontvangen, gaan wij ervan uit dat u geen opmerkingen heeft bij de drie voorgelegde stukken. Uw zienswijze kunt u, bij voorkeur digitaal, richten aan het dagelijks bestuur, ter attentie van de bestuurssecretaris, mevr. B.J.N. Behrens-Benne of per e-mail bestuurssecretariaat@odru.nl ter attentie van mevr. B.J.N. Behrens-Benne. Na definitieve vaststelling van de stukken zullen wij u informeren en de vastgestelde stukken aan de gemeenten doen toekomen. Met vriendelijke groet, het dagelijks bestuur Omgevingsdienst regio Utrecht, Namens deze,
G.F. Naafs Voorzitter
bijlage: c.c.
tweede (ontwerp) begrotingswijziging 2021 eerste (ontwerp) begrotingswijziging 2022 (ontwerp) Kadernota 2023 Regievoerders
(ontwerp)Kadernota 2023 OMGEVINGSDIENST REGIO UTRECHT
Omgevingsdienst regio Utrecht 1 oktober 2021
(ontwerp)Kadernota 2023
Colofon Titel
(ontwerp)Kadernota 2023
Revisie
8
Datum
1 oktober 2021
Aantal Pagina’s
24 (inclusief titelpagina)
Auteurs
Omgevingsdienst regio Utrecht
Contactpersoon
Planning & Control
ODRU
Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht
Copyright
© Omgevingsdienst regio Utrecht
opgesteld door
Planning & Control
beoordeeld door
managementteam 24 en 31 augustus 2021
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
beoordeeld door
dagelijks bestuur 9 september 2021
besproken door
algemeen bestuur 30 september 2021
vastgesteld door
algemeen bestuur 16 december 2021
Kenmerk
INT21.10
1 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................................3 1.
Inleiding .............................................................................................................................5
1.1
Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) ............................................................................5
1.2
Proces .................................................................................................................................6
1.3
Leeswijzer ...........................................................................................................................6
2.
Ontwikkelingen .................................................................................................................7
2.1
Algemeen ............................................................................................................................7
2.2
Omgevingswet (Ow) ...........................................................................................................7
2.3
Beleidsontwikkelingen 2023 en verder ...............................................................................7
2.4
Economische ontwikkelingen ..............................................................................................8
2.5
Vernieuwingen BBV ............................................................................................................9
3.
Wat mag het kosten ..........................................................................................................9
3.1
Wijze van financiering .........................................................................................................9
3.2
Financiële uitgangspunten begroting 2023 ...................................................................... 10
3.3
Financieel beleid .............................................................................................................. 11
3.4
Baten en Lasten ............................................................................................................... 13
3.4.1
Toelichting op de lasten ................................................................................................... 13
3.4.2
Toelichting op de baten ................................................................................................... 14
4.
Loon- en prijsontwikkeling ........................................................................................... 15
4.1
Inleiding ............................................................................................................................ 15
4.2
Loon- en prijsontwikkeling ............................................................................................... 15
4.3
Tarief 2023 ....................................................................................................................... 16
5.
Planning en tijdschema ................................................................................................. 18
6.
Verantwoording.............................................................................................................. 18
6.1
Rapportages .................................................................................................................... 18
6.2
Jaarrekening .................................................................................................................... 18
BIJLAGE 1.
Uren per gemeente ...................................................................................................... 19
BIJLAGE 2.
Berekening loon- en prijsontwikkeling .......................................................................... 22
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
2 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
Samenvatting Voor u ligt de (ontwerp)Kadernota 2023 voor de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). In deze (ontwerp)Kadernota beschrijven we de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting 2023. Het belangrijkste uitgangspunt in deze (ontwerp)Kadernota is de vaststelling van het uurtarief voor 2023. Het uurtarief wordt, net als voorgaande jaren, op basis van het structurele gedeelte van de begroting als volgt berekend (en gecorrigeerd voor de loon- en prijsontwikkeling (CPB-index)): begrote vaste toegestane formatie plus vaste overige kosten voor 2023 (meerjarenbegroting) huidige gegarandeerde (G-) uren (= DVO) plus vaste T-contracten
Financiële situatie De ODRU kende afgelopen jaren een structureel gezonde exploitatie, hetgeen meegenomen is in de, in het voorjaar van 2021 gemaakte, (financiële) uitwerking van de meerjarenbegroting. Doordat de ODRU met een integraal uurtarief werkt waaruit alle vaste kosten van de uitvoering en overhead worden gedekt, ontstaat, bij een gelijk blijvende DVO-uren omvang, een stabiele financieel gezonde basis. Op dit moment is, door meerdere factoren, zoals de Omgevingswet (Ow) en besparingen bij gemeenten, onzeker wat met de omvang van het aantal DVO-uren gaat gebeuren. Op het uurtarief hebben de volgende vier factoren een mogelijk effect: a. Loon- en prijsontwikkelingen (index opgave CPB): hierop heeft de ODRU geen invloed. b. DVO-uren omvang: wanneer het aantal door gemeenten gegarandeerde/vaste uren daalt, stijgt het uurtarief (en vice versa). c. Besparingen: het drie-sporentraject voor de kostenbesparingen. Deze worden in principe ‘ingeboekt’ bij realisatie. d. Wet- en regelgeving: zoals beknopt beschreven in hoofdstuk 2. In de afgelopen jaren is alleen de factor ‘loon- en prijsontwikkelingen’ meegenomen in de berekening van het uurtarief, met uitzondering in het uurtarief van 2020. In dat jaar was de stijging van de DVOuren dusdanig dat we het uurtarief met 1 euro hebben verlaagd. Op dit moment zijn vooral factor a. en b. van groot belang voor het uurtarief van 2023.
Factor c. en d. kunnen namelijk ook effect hebben op het aantal uren en/of het incidentele gedeelte van de begroting. Met IJsselstein en Montfoort is in 2020 geconstateerd dat er oneigenlijke taken aan de ODRU waren toebedeeld, waardoor een herschikking in het belang van alle partijen nodig was. Het betreft hier de teruggave van RO- en DHW-taken hetgeen tot een verlaging van de DVO leidt bij de gemeenten IJsselstein en Montfoort. Dit is structureel van aard en resulteert in een tekort in de meerjarenbegroting. Dit tekort is relatief gemakkelijk en nagenoeg geheel op te lossen indien alle gemeenten die nu nog minder dan 80% van de af te nemen uren in het DVO hebben opgenomen, zich houden aan de 80/20 regel. Deze is in 2016 overeengekomen en houdt in dat een gemeente 80% van zijn af te nemen uren in de DVO plaatst (gegarandeerde uren) en 20% flexibel afneemt. De 80/20 regel heeft ook een positief effect op de continuiteit en kwaliteit van de dienstverlening van de ODRU. Immers, op basis daarvan kan voldoende vast personeel worden ingezet, en kan een te grote flexibele schil worden voorkomen. Het effect van dit structurele tekort is vooralsnog niet meegenomen in de berekening van het uurtarief voor 2023. De ODRU heeft er voor gekozen om nu nog niet het uurtarief 2023 te verhogen en dus daarmee het structurele tekort op te lossen.
Argumentatie hiervoor luidt als volgt: Op dit moment is er sprake van diverse ontwikkelingen, die mogelijk een substantieel effect in neerwaartse of opwaartse zin hebben op de omvang van het DVO en het uurtarief. Aangezien deze nu nog onvoldoende bekend zijn, zal de ODRU medio 2022 een overzicht van deze effecten maken. Op
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
3 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
basis hiervan zal bekeken moeten worden of het uurtarief en de meerjarenbegroting dient te worden aangepast via een begrotingswijziging. De ODRU is vorig jaar een drie-sporen traject (factor c.) gestart om de kostenbesparingen zichtbaar te maken en te realiseren. De ODRU werkt nauwgezet aan het spoor ‘het verhogen van de vaste bezetting en verminderen van de inhuur’ als ook aan het spoor ‘minder uren voor tenminste dezelfde kwaliteit en omvang van de dienstverlening. In deze (ontwerp)Kadernota wordt een aantal externe ontwikkelingen genoemd die van belang zijn voor de ODRU, omdat deze uiteindelijk effect zullen hebben op het uurtarief (en/of de uren van de gemeenten). Deze externe ontwikkelingen zijn niet verwerkt in het uurtarief van 2023 in deze (ontwerp)Kadernota, omdat het exacte financiële effect nog niet bekend is en de kosten niet zijn meegenomen in de meerjarenbegroting. Gezien de grote betekenis van deze ontwikkelingen voor de ODRU, behoeven deze tevens een nauwgezette monitoring, sturing en verantwoording. De belangrijkste ontwikkelingen die invloed zullen hebben op de totale bijdrage die gemeenten betalen (dus op uurtarief en/of uren) zijn de Omgevingswet (o.a. bodemtaken), de WKB, klimaat, energie en duurzaamheid en energielabel C verplichting voor kantoren.
Deze ontwikkelingen kunnen wijzigingen in de DVO-uren omvang tot gevolg hebben en derhalve effect op het uurtarief. Naast het uurtarief sec is het van belang om te kijken naar de totale bijdrage die de gemeenten betalen en het voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria VTH, die richtlijnen geeft voor de inrichting van de organisatie qua kwantiteit en kwaliteit (KC-2).
Tarief 2023 De tarieven van de ODRU dienen tenminste kostendekkend te zijn, waarbij ernaar wordt gestreefd deze zo laag mogelijk te houden door heldere afspraken en een efficiente bedrijfsvoering. Indien de verwachtingen van het CPB worden doorgevoerd resulteert dit in een tariefstijging van 1,87%. Hierin is tevens over het jaar 2021 en 2022 een correctie berekend op basis van de werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Het tarief voor 2023 is als volgt berekend: Voor- en nacalculatie
Tarief 2023
Loon correctie
1,80%
Prijs correctie
2,10%
Gewogen L/P Stijging (€ 96,75 * 1,87%) Berekend tarief 2023
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
1,87% €
1,75
€
98,50
4 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
1.
Inleiding
Voor u ligt de (ontwerp)Kadernota 2023 van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU). In deze (ontwerp)Kadernota beschrijven we de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opstellen van de begroting 2023. Het belangrijkste doel van de Kadernota is de vaststelling van het uurtarief voor 2023. In deze (ontwerp)Kadernota worden diverse interne en externe ontwikkelingen beschreven die effect hebben op het uurtarief en/of de R&D kosten van de ODRU. Er kunnen ook externe ontwikkelingen zijn die niet van invloed zijn op het uurtarief, maar wel op het aantal uren (producten en diensten) dat door gemeenten van de ODRU gevraagd wordt. Gezien de betekenis hiervan voor de ODRU vergen deze ontwikkelingen voorbereidingen en behoeven een nauwgezette monitoring, sturing en verantwoording. Deze externe ontwikkelingen zijn niet verwerkt in het uurtarief van 2023 omdat het exacte financiële effect nog niet bekend is en de kosten niet zijn meegenomen in de meerjarenbegroting.
1.1
Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)
De ODRU is een gemeenschappelijke regeling (GR) van vijftien middelgrote en kleine gemeenten in de provincie Utrecht. Los van landelijke ontwikkelingen hebben zij al eerder hun krachten gebundeld op het gebied van het omgevingsrecht. Dit levert voor zowel de gemeenten samen, als voor elk van de gemeenten afzonderlijk, betere garanties voor kwaliteit van de uitvoering, financiële schaalvoordelen en vermindering van kwetsbaarheid. De Rijksoverheid heeft met het Besluit omgevingsrecht bepaald welke taken gemeenten minimaal moeten overdragen aan hun Omgevingsdienst. De ODRU is uitvoerder van gemeentelijke VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) en het kennis- en expertisecentrum voor milieu en duurzaamheid. Wij werken in opdracht van vijftien gemeenten in de provincie Utrecht. De deelnemende gemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Ruim 200 vakspecialisten, variërend in leeftijd en achtergrond, ondersteunen gemeenten en andere samenwerking-organisaties zoals de veiligheidsregio, het waterschap en de GGD bij de uitvoering van hun milieu- en omgevingstaken.
FIGUUR 1: MISSIE ODRU
Dat doen we met een breed aanbod van producten en diensten op het gebied van bodem, milieu-, bouwen woningtoezicht, vergunningen en meldingen, geluid en lucht, natuur- en milieueducatie, ruimtelijke ordening, klimaat, energie en duurzaamheid.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
5 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
1.2
Proces
De leden van het algemeen bestuur (AB) van de ODRU stellen de Kadernota 2023 vast. Uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van vaststelling wordt de (ontwerp)Kadernota toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze raden kunnen binnen acht weken bij het dagelijks bestuur (DB) hun zienswijzen naar voren brengen. Het DB voegt de ingebrachte zienswijzen bij de Kadernota 2023 ten behoeve van de definitieve vaststelling door het AB. In het kader van versimpeling, waar ook het bestuur om heeft gevraagd, gaat de ODRU onderzoeken hoe dit proces van zienswijzen kan worden vereenvoudigd. De planning voor de vaststelling van de Kadernota 2023 is als volgt: • • •
Ontwerp vaststellen door AB Zienswijze termijn gemeenteraden (8 weken) Vaststelling door AB
30 september 2021 26 november 2021 (uiterlijk retour) 16 december 2021
De Kadernota 2023 vormt hierna het financiële kader voor de Begroting 2023, die in het voorjaar van 2022 wordt opgesteld. Het AB stelt de Kadernota en Begroting vast vanuit de rol van eigenaar. De gemeenten hebben de rol van opdrachtgever bij de totstandkoming van de dienstverleningsovereenkomst en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. 1.3
Leeswijzer
In deze (ontwerp)Kadernota zetten we in hoofdstuk 2 eerst de ontwikkelingen uiteen in het fysieke domein die op ons afkomen. De Omgevingswet, beleidsontwikkelingen, economische ontwikkelingen en vernieuwingen in het BBV worden hierin behandeld. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe de ODRU wordt gefinancierd en wat de financiële uitgangspunten voor de begroting 2023 zijn. In hoofdstuk 4 gaan we in op de verwachte loon- en prijsontwikkelingen. Hierin wordt het tarief berekend op basis van de nacalculatiemethode. Afsluitend vindt u in de hoofdstukken 5 en 6 de tijdsplanning en de verantwoordingsrapportages.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
6 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
2.
Ontwikkelingen
2.1
Algemeen
Een aantal voor ons relevante ontwikkelingen op bouw en milieu in Nederland kan een financieel effect op de ODRU hebben, maar naar verwachting (vooralsnog) niet op het uurtarief. Inhoudelijk zijn ook in 2023 de Omgevingswet (Ow) en Klimaat, Energietransitie en Duurzaamheid de belangrijkste thema’s voor de ODRU. En voor de bouwtaken is dat de Wet Kwaliteitsborging bouw, waarvan de inwerkingtreding ook is uitgesteld naar 1 juli 2022. Wat de ODRU in de komende jaren moet ontwikkelen wordt grotendeels daardoor bepaald. Hoe de ODRU dat gaat doen wordt enerzijds beïnvloed door de corona pandemie. Parttime thuiswerken bijvoorbeeld is in 2023 een structureel gegeven voor veel medewerkers. Anderzijds kan de beperkte arbeidsmarktcapaciteit leiden tot hogere kosten voor het vaste personeel en hogere tarieven voor inhuur. De ODRU zal daarom in 2023 doorgaan met het reeds ingezette beleid om alle vacatures te vervullen, opdat de totale kosten voor personeel lager zijn en waarmee de beoogde kostenbesparing verder wordt gerealiseerd. De ODRU verwacht vooralsnog dat de krappe arbeidsmarkt geen effect zal hebben op het uurtarief.
2.2
Omgevingswet (Ow)
In het bestuurlijk overleg van de landelijke koepels is besloten dat zij de Eerste en Tweede Kamer gaan voorstellen de inwerkingtreding van de Omgevingswet met een halfjaar uit te stellen naar 1 januari 2023. De ODRU heroverweegt daarom haar implementatietraject van de Omgevingswet. Voortschrijdend inzicht op de implementatie op de Omgevingswet en het uitstel maken dat de invoering van de Omgevingswet duurder is dan geraamd. Tegelijk heeft de laatste raming van de ODRU van de structurele financiële gevolgen van de Omgevingswet een lagere stijging van het benodigde aantal uren en/of te maken aantal producten opgeleverd dan in de eerdere raming. Dit is een indicatie; de werkelijk stijging is afhankelijk van nog te maken keuzes en meer inzicht in de gevolgen van de Omgevingswet. Voor 2022 worden de gevolgen van Ow meegenomen in een aangepast Uitvoeringsprogramma per gemeente per 1 juli 2022. Er zijn (nog) geen afspraken over de gevolgen die de Ow kan hebben voor de Dienstverleningsovereenkomsten (DVO), en daarmee dus ook niet over het uurtarief.
2.3
Beleidsontwikkelingen 2023 en verder
Gemeenten en beleid In 2022 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot verandering, versnelling of uitstel van beleidskeuzes op VTH gebied. Er is nu sprake van financiële druk bij de gemeenten. Gemeenten willen daarom meer inzicht hebben in de kosten van de ODRU. Daar werkt de ODRU hard aan, nog in 2021 zullen bijvoorbeeld alle standaardproducten een eerste kengetal hebben. Tegelijkertijd zijn landelijk extra structurele gelden vrijgekomen voor gemeentelijke taken in de jeugdzorg en het onderwijs. Dat kan gemeenten lucht geven op het budget voor de VTH taken. Steeds vaker worden overheden, landen en zelfs internationale organisaties als de EU gedwongen hun klimaatbeleid waar te gaan maken. Rapporten als die van de Rekenkamer (juni 2021) zijn kritisch op het beleid en het toezicht. Er is meer druk dan ooit om de gemaakte afspraken (Parijs b.v.) echt te halen dan wel om de afspraken aan te scherpen. Dit kan leiden tot aanvullende regelgeving en nieuwe prioriteiten voor de provincies en gemeenten, en daarmee de ODRU.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
7 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
De vervuiling (PFAS, stikstof) in combinatie met energietransitie is echt een maatschappelijk thema. De aandacht voor een gezonde leefomgeving neemt onder de inwoners stevig toe. De burger betrekt daar ook steeds meer zijn persoonlijke gezondheid bij. Hierdoor komt het werk van een omgevingsdienst dichter bij die van zorg- en veiligheidsorganisaties als de GGD en het RIVM. Per 1 januari 2023 zijn alle kantoren verplicht te voldoen aan de eisen van energielabel c. Voor het toezicht hierop zijn de gemeenten verantwoordelijk en zij krijgen daarvoor financiële middelen van het rijk. Mogelijk besluit het AB van de ODRU dat dit toezicht een koerstaak is, waardoor alle gemeenten deze taak bij de ODRU gaan beleggen. En omdat het structureel is, zou dit kunnen leiden tot een verhoging van de DVO-uren. In 2023 zullen waarschijnlijk ook effecten te zien zijn van het rapport van de Commissie van Aartsen. Denk hierbij aan de opdrachtgeversrol van de gemeenten en het onafhankelijk toezicht op omgevingsdiensten. Verdere organisatorische vernieuwingen, die door mogelijk extra werk effect heeft op overhead (uurtarief/kosten), zullen worden vereist in: • • •
Wet Open Overheid als vervanger van WOB: alles is openbaar tenzij; Wet Elektronische Publicaties (WEP); Wet Gemeenschappelijke regeling.
Technologische ontwikkelingen De technologische ontwikkeling zet door. Enerzijds betreft het de informatiepositie voor inwoner en overheid. Die moet gelijk zijn. Dat heeft voor de ODRU veel consequenties die gaan over datakwaliteit en privacy gevoeligheid. Ervoor zorgen dat informatie digitaal beschikbaar is. Wie legt wat vast, wie is de eigenaar van de bronbestanden. Dat moet goed afgebakend worden. Daarnaast komen er nieuwe technologische mogelijkheden in het werk van de ODRU, zoals drones voor toezicht. In combinatie met meer thuiswerken zijn dit, zoals hierboven al genoemd, ook mogelijkheden om beter om te kunnen gaan met de krapte op de arbeidsmarkt en de organisatiekosten beheersbaar te houden, opdat er vanuit de bedrijfsvoering geen ophogend effect op het uurtarief is.
2.4
Economische ontwikkelingen
Het Centraal Plan Bureau (CPB) verwacht dat de economie in 2021 groeit met bijna 4%, gevolgd door ruim 3% groei in 2022. Hoewel de economie als geheel snel herstelt, blijft de aanwezigheid van het coronavirus wel een factor van betekenis en deze pandemie is ook de belangrijkste onzekerheid bij de economische vooruitzichten. Indien onverhoopt weer grootschalige beperkingen in het economisch verkeer noodzakelijk worden, zal dit de economische ontwikkeling direct raken. De overheidsfinanciën herstellen in lijn met de ontwikkeling van de economie. In 2021 is er nog een begrotingstekort van 5,3%, maar in 2022 daalt dit door het wegvallen van de steun en het aantrekken van de belastinginkomsten tot 1,8%. Door de snelle groei daalt de overheidsschuld, gemeten als percentage van de economie, alweer. Arbeidsmarkt Het UWV verwacht een herstel van de arbeidsmarkt in 2021 en 2022. Dit blijkt uit de UWV Arbeidsmarktprognose 2021 – 2022, waarin een grote mate van onzekerheid zit vanwege de coronacrisis. Het CPB spreekt van spanning op de arbeidsmarkt. Bij de ODRU is de spanning op de arbeidsmarkt merkbaar. De ODRU heeft de ambitie om de formatie zoveel mogelijk in te vullen maar merkt de spanning op de arbeidsmarkt waarbij het vooral voor de bouw- en milieutaken moeilijk is om vacatures in te vullen. De verwachting is dat deze spanning de komende jaren aanhoudt.
De situatie wordt verergerd door de toenemende uitstroom wegens leeftijd en arbeidsmobiliteit.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
8 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
Huizenmarkt De verwachtingen voor de prijzen op de huizenmarkt zijn de laatste tijd door de meeste banken naar boven bijgesteld. De verwachting is dat de prijzen in 2022 een bescheiden stijging zullen laten zien. Bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en milieuvergunningen zijn direct gelinkt aan investeringen, gebiedsontwikkeling en bedrijvigheid. Dit betekent dat de komende jaren weinig veranderingen zullen zijn in de vraag naar WABO-vergunningaanvragen en wijzigingen van bestemmingsplannen. Hieruit vloeit ook een stabiel niveau van toezicht en handhaving en klachtafhandeling voort. Het is belangrijk om samen met de gemeenten de ontwikkeling van de conjunctuur en het effect hiervan op de vraagkant te blijven volgen in de aanloop naar de contractbesprekingen voor 2023.
2.5
Vernieuwingen BBV
De begroting 2023 wordt ingedeeld naar de laatste inzichten in het BBV, de ervaringen met de jaarcijfers 2021 en de begroting 2022. De afgelopen periode zijn er geen grote wijzigingen geweest in het BBV waardoor de opzet van de begroting 2023 op dezelfde wijze kan plaatsvinden zoals de begroting 2022. De beoogde wijziging om per 2021 een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening op te nemen, is uitgesteld naar 2022 en blijft ook voor 2023 relevant. Vanaf begrotingsjaar 2022 vindt er een verandering plaats in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening van gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving wordt gehandeld, maar is het dagelijks bestuur aan zet. Het dagelijks bestuur dient immers te kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem van interne beheersing en -controle, om (primair) te waarborgen dat de ODRU bij alle (financiële) beheers handelingen en transacties de wet- en regelgeving naleeft. Als gevolg hiervan heeft de ODRU per 2021 het interne controleplan aangescherpt, om als basis te dienen voor de rechtmatigheidsparagraaf. Indien er na vaststelling van deze (ontwerp)Kadernota wijzigingen in het BBV worden doorgevoerd, dan wordt dit meegenomen bij het opstellen van de begroting 2023.
3.
Wat mag het kosten
3.1
Wijze van financiering
De financiële exploitatie van de ODRU is gebaseerd op de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Die kent op dit moment de vorm van inputsturing: per gemeente worden de uren afgestemd op de verwachte uit te voeren taken, er wordt vooraf één vast uurtarief afgesproken (via de Kadernota) en daarmee is de bijdrage van elke gemeente bekend, evenals bijna alle inkomsten voor de ODRUbegroting. Op jaareinde wordt een afrekening gemaakt op basis van de werkelijk gerealiseerde uren. In het AB is de wijze van financiering en verantwoording besproken waarbij besloten is te werken op basis van outputsturing en inputfinanciering. Dit houdt in dat er een uitgebreidere verantwoording plaatsvindt van de output maar dat voor de financiering de ureninkoop de basis blijft.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
9 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
Figuur 2 geeft de systematiek van begroten grafisch weer.
FIGUUR 2: BEGROTINGSMETHODIEK BIJ DE ODRU
1. Jaarlijks wordt een begroting opgesteld op basis van de gegarandeerde (G) gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de DVO en de vaste contracten. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd, de begroting is zo tenminste budgettair neutraal. Dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten. 2. Afhankelijk van de rechtmatigheid en noodzaak wordt jaarlijks een begrotingswijziging (BGW) gemaakt. In de begrotingswijziging worden extra baten vanuit de vastgestelde UVP’s (T+Puren) opgenomen tegen het afgesproken basistarief. Hierdoor ontstaat dekking voor incidentele lasten, voornamelijk in te huren capaciteit om de productie te realiseren. De BGW wordt opgesteld met een mate van voorzichtigheid. Hiermee wordt bedoeld dat niet alle extra gecontracteerde UVP-uren worden opgenomen, maar gemiddeld 90% van de extra uren. De systematiek van BGW draagt bij aan de financiële solide basis. Mocht er onverhoopt iets minder worden gerealiseerd en zijn er dus minder inkomsten, dan staan daar vanuit dit voorzichtigheidsbeginsel geen uitgaven tegenover die tot een negatief resultaat kunnen leiden. 3. Naast de DVO (G-uren), UVP (T+P-uren) is het gebruikelijk dat in het lopende jaar de gemeente of andere opdrachtgevers aanvullende taken afnemen bij de ODRU.
Voor deze aanvullende uren wordt het basistarief met een opslag van 10% gehanteerd. Daarnaast is het mogelijk dat er meer UVP-uren worden gerealiseerd dan vooraf gecalculeerd, omdat deze UVP-uren voorzichtig worden begroot (+/-90%). De aanvullende baten geven dekking voor inhuur van tijdelijke capaciteit, de organisatie van deze inhuur en onvoorziene kosten.
3.2
Financiële uitgangspunten begroting 2023
De meerjarige budgetten voor 2023-2025 uit de begroting 2022 en de structurele wijzigingen uit de tweede bijgestelde begroting 2021 vormen de basis voor het opstellen van de begroting 2023 met inachtneming van de vereisten van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV).
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
10 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
Op grond van de in deze (ontwerp)Kadernota 2023 opgenomen uitgangspunten zullen de meerjarige budgetten worden aangepast. De methodiek van de voor- en nacalculatie op de loon- en prijsontwikkeling, zoals afgelopen jaren gehanteerd, wordt ook in deze (ontwerp)kadernota gevolgd. De begroting 2023 borduurt voort op de huidige manier van begroten (zie figuur 2). De producten- en dienstencatalogus (PDC) is de basis voor de vertaling van de DVO in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (UVP). Het aantal uren uit de DVO’s vormt de basis voor de vaste toegestane formatie. Conform de vereisten van het BBV wordt de begroting 2023 ingedeeld naar de voorgeschreven taakvelden. Voor de ODRU zijn dat: •
• • •
Volksgezondheid & Milieu (V&M); hieronder vallen alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving die betrekking hebben op milieu en de adviestaken; Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing (VHROSV); hieronder vallen alle bouwtaken en advisering op het gebied van RO; Onderwijs; hieronder vallen de taken op het gebied van Natuur- en Milieu Educatie (NDC); Overhead; hieronder vallen de werkzaamheden en lasten m.b.t. de overhead.
De taakvelden worden als zodanig in de begroting 2023 onderscheiden zodat gemeenten de bijbehorende taken met baten en lasten kunnen aggregeren in hun eigen begroting. Alle bedragen in de begroting zijn exclusief btw. De ODRU is door de Belastingdienst aangemerkt als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting. Hierdoor worden alle facturen die de ODRU voor haar dienstverlening verzendt, verzwaard met het vigerende tarief voor de omzetbelasting. De ODRU kan zelf geen beroep doen op het btw-compensatiefonds. In 2016 heeft de Belastingdienst het officiële standpunt ingenomen dat de ODRU niet vennootschapsbelasting (VpB) plichtig is. Dit is bepaald op basis van de activiteiten zoals toe en nu worden verricht. Het beleid is om ook in 2023 en de jaren daarna de vrijstelling te behouden en alleen nieuwe activiteiten te overwegen als deze de vrijstelling niet in gevaar brengen. Het bestuur en het managementteam wordt zoals te doen gebruikelijk periodiek geïnformeerd over de voortgang van de realisatie conform de Planning & Control kalender.
3.3
Financieel beleid
De ODRU kende afgelopen jaren een structureel gezonde exploitatie, hetgeen meegenomen is in de, in het voorjaar van 2021 gemaakte, (financiële) uitwerking van de meerjarenbegroting. Doordat de ODRU met een integraal uurtarief werkt waaruit alle vaste kosten van de uitvoering en overhead worden gedekt, ontstaat, bij een gelijk blijvende DVO-uren omvang, een stabiele financieel gezonde basis. Op dit moment is, door meerdere factoren, zoals de Omgevingswet (Ow) en besparingen bij gemeenten, onzeker wat met de omvang van het aantal DVO-uren gaat gebeuren. Op het uurtarief hebben de volgende vier factoren een mogelijk effect: a. Loon- en prijsontwikkelingen (index opgave CPB): hierop heeft de ODRU geen invloed. b. DVO-uren omvang: wanneer het aantal door gemeenten gegarandeerde/vaste uren daalt, stijgt het uurtarief (en vice versa). c. Besparingen: het drie-sporentraject voor de kostenbesparingen. Deze worden in principe ‘ingeboekt’ bij realisatie. d. Wet- en regelgeving: zoals beknopt beschreven in hoofdstuk 2.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
11 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
In de afgelopen jaren is alleen de factor ‘loon- en prijsontwikkelingen’ meegenomen in de berekening van het uurtarief, met uitzondering in het uurtarief van 2020. In dat jaar was de stijging van de DVOuren dusdanig dat we het uurtarief met 1 euro hebben verlaagd. Op dit moment zijn vooral factor a. en b. van groot belang voor het uurtarief van 2023. Factor c. en d. kunnen namelijk ook effect hebben op het aantal uren en/of het incidentele gedeelte van de begroting. Door de DVO-verlagingen bij Montfoort en IJsselstein, als gevolg van teruggave van RO- en DHW taken, is een structureel tekort ontstaan in de meerjarenbegroting. Dit tekort is relatief gemakkelijk en nagenoeg geheel op te lossen indien alle gemeenten die nu nog minder dan 80% van de af te nemen uren in het DVO hebben opgenomen, zich houden aan de 80/20 regel. Deze is in 2016 overeengekomen en houdt in dat een gemeente 80% van zijn af te nemen uren in de DVO plaatst (gegarandeerde uren) en 20% flexibel afneemt. De 80/20 regel heeft ook een positief effect op de continuiteit en kwaliteit van de dienstverlening van de ODRU. Immers, op basis daarvan kan voldoende vast personeel worden ingezet, en kan een te grote flexibele schil worden voorkomen. Het effect van dit structurele tekort is vooralsnog niet meegenomen in de berekening van het uurtarief voor 2023.
De ODRU heeft er voor gekozen om nu nog niet het uurtarief 2023 te verhogen en dus daarmee het structurele tekort op te lossen. Argumentatie hiervoor luidt als volgt: Op dit moment is er sprake van diverse ontwikkelingen, die mogelijk een substantieel effect in neerwaartse of opwaartse zin hebben op de omvang van het DVO en het uurtarief. Aangezien deze nu nog onvoldoende bekend zijn, zal de ODRU medio 2022 een overzicht van deze effecten maken. Op basis hiervan zal bekeken moeten worden of het uurtarief en de meerjarenbegroting dient te worden aangepast via een begrotingswijziging. De ODRU is vorig jaar een drie-sporen traject gestart om de kostenbesparingen zichtbaar te maken en te realiseren. Afgelopen tijd is nauwgezet gewerkt aan het spoor 1 ‘het verhogen van de vaste bezetting en verminderen van de inhuur’ als ook aan het spoor 2a ‘minder uren voor tenminste dezelfde kwaliteit en omvang van de dienstverlening’. Onder het laatste spoor valt o.a. standaardisering, digitalisering in combinatie met procesoptimalisatie en door werkstructuur (wie is waarvan), rolvastheid en sturing op afgesproken kwaliteit, productie en kentallen met normtijden te verbeteren.
In de vorige Kadernota van 2022 is aangegeven dat wij voornemens zijn om, bij een gelijkblijvende DVO-omvang, in 2021 € 200.000 (bruto) en in 2022 daarbovenop € 500.000 (bruto) te besparen (totaal ca 4 % van de totale bijgestelde begrote kosten voor 2020). Door de ODRU is aangekaart in o.a. de vorige Kadernota dat er naast besparingen ook sprake is van, naast de impact van de Omgevingswet, stijging van de structurele lasten. Dit betreft extra noodzakelijke kosten vooral als gevolg van toenemende digitalisering en bijbehorende stijging in kosten voor ICT-beheer. Afgesproken is om uit de besparingen de extra structurele kosten te dekken. Daarnaast is ingestemd om in 2021, mits er een saldo van de besparingen overblijft, dit restant bedrag te gebruiken om verdere besparingen te kunnen realiseren. Inmiddels is hiertoe in het AB van april 2021 besloten om het resultaat over 2020 van € 126.000 positief te bestemmen voor de uitvoering van interne projecten die gericht zijn op realisatie van voorgenomen structurele kostenbesparingen (zgn. bestemmingsreserve ‘‘Efficiëntieverbeteringen ODRU’). Verder is in dit zelfde AB afgesproken alvast € 100.000 aan besparingen in de begroting van 2022 in te boeken. Deze besparing is opgenomen als inhuurtaakstelling in het incidentele gedeelte van de begroting van 2022.
Deze besparing is derhalve niet verwerkt in het uurtarief van 2023 omdat het uurtarief wordt berekend op basis van het structurele gedeelte van de begroting. Naast het uurtarief is het van belang om vanuit meerdere invalshoeken te kijken naar de bedrijfsvoering van de ODRU, zoals: -
De totale bijdrage die de gemeente betaalt in relatie met de afgenomen diensten en producten (het totale effect van een uren- en/of tariefswijziging). DVO uren verlagingen leiden, indien hier geen compensatie tegenover staat, niet tot uurtariefverlaging omdat de vaste kosten niet (meteen) zijn gereduceerd. Daarnaast heeft de
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
12 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
-
ODRU de (zorg) plicht om te voldoen aan de gestelde kwalitietscriteria VTH (KC-2 die richtlijnen geeft voor de inrichting van de organisatie qua kwantiteit en kwaliteit). Het maken van business cases om ‘het verdieneffect’ voor onze eigenaar gemeenten te bepalen als bepaalde taken door meer gemeenten bij de ODRU worden belegd. Dit in samenhang met eventuele taken die niet bij de ODRU worden belegd.
De ODRU wil in staat zijn om uit de reguliere financiering door onze gemeenten voldoende middelen te genereren om de verdere ontwikkeling van de organisatie (R&D, innovatie ten behoeve van verdere besparingen) mogelijk te maken. In ons onderzoek naar de financieringssystematiek wordt, het betalen van innovatie/continue R&D, naast de randvoorwaardelijke- en overhead taken, beschouwd. In het AB van 30 september 2021 zullen de resultaten hiervan worden besproken (notitie ‘Correcties BBV en vervolg financieringssytematiek’). Jaarlijks wordt op basis van een risicoanalyse de gewenste omvang van het vermogen bepaald. In 2015 heeft het algemeen bestuur besloten de omvang van het weerstandsvermogen te relateren aan de omvang van de risico’s die de ODRU loopt. Sinds de laatste, in december 2020 vastgestelde, notitie Risico’s en Weerstandsvermogen heeft het AB besloten hierbij een ratio te hanteren van tussen de 1,0 en 1,4. In de praktijk betekent dit dat met de huidige vastgestelde risico’s, de weerstandscapaciteit tussen de € 672.000 en € 941.000 bedraagt. Komt het ratio onder 1,0 te liggen, dan volgt een ophoging. Boven een ratio van 1,4 volgt een uitbetaling aan de eigenaren. Vermogensontwikkeling Algemene reserve Bestemmingsreserves: - Omgevingswet - PFAS - Efficiëntie verbeteringen ODRU Totaal eigen vermogen Benodigde weerstandscapaciteit
Stand 1-1-2021
Toevoeging n.a.v. ABbesluit april 2021
Onttrekkingen 1e helft 2021
Stand 1-7-2021
703.429
-
-
703.429
314.617 13.980 1.032.026 672.000
125.764 125.764
-126.318 -12.315 -138.633
188.299 1.665 125.764 1.019.157 672.000
TABEL 1: VERMOGENSONTWIKKELING * DE BESTEMMINGSRESERVES MAKEN GEEN ONDERDEEL UIT VAN HET WEERSTANDSVERMOGEN.
Op dit moment bedraagt de weerstandscapaciteit € 703.429. Hiermee ligt de ratio boven 1,0. Een ophoging van de weerstandscapaciteit is op dit moment niet nodig want is van voldoende niveau om de huidige risico’s af te dekken wanneer deze zich niet gelijktijdig voordoen. Naast de eerstandscapaciteit zijn er in 2021 drie bestemmingsreserves. Voor de Omgevingswet is een bestemmingsreserve om de voorbereidingskosten te financieren. Dit geldt ook voor de bestemmingsreserve PFAS. Beide reserves zijn in het eerste halfjaar aangewend om de gemaakte kosten op te vangen. Het resultaat 2020 heeft de bestemming gekregen voor efficiëntie verbeteringen. Plannen hiervoor en verantwoording hiervan zal aan het bestuur woerden voorgelegd.
3.4
Baten en Lasten
3.4.1
Toelichting op de lasten
Loonkosten De medewerkers van de ODRU vallen onder de cao van de Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). De huidige cao liep t/m 31 december 2020. De genormaliseerde cao kent ook lokale ruimte en daarom kunnen er afspraken komen in het lokale overleg. Het is nog onduidelijk wat
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
13 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
de loonontwikkelingen zullen zijn in 2021 en 2022. Waarschijnlijk zal er sprake zijn van een beperkte loonstijging aangevuld met een vergoeding voor thuiswerken. Daarnaast is er discussie over bovenwettelijke vakantiedagen. De verwachting is dat de pensioenpremie stijgt met 1.5% in 20221 en dat ook de gedifferentieerde premie WGA en Ziektewet zullen stijgen vanwege instroom van enkele medewerkers. Bij de berekening van de salarislasten voor de begroting 2023 wordt uitgegaan van het vastgestelde formatieplan en volgen we de verwachte loonontwikkeling vanuit het CPB. In de concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 20 augustus 2021, wordt de verwachte loonvoet voor de sector overheid voor 2022 ingeschat op 2,1%. Dit is 0.10% hoger dan opgegeven in de voorgaande kadernota. Dit effect zien we terug in de berekening van de voor- en nacalculatie. Voor 2023 zijn nog geen betrouwbare cijfers voorhanden. Wij gaan daarom voor de begroting 2023 uit van een geleidelijke verhoging van de loonkosten. Met het oog op een nieuw af te spreken cao in 2021 en de verwachtingen van het CPB stellen wij voor om voor 2023 uit te gaan van een gematigde loonbijstelling van 2%. Overige (materiële)kosten Voor de overige kosten wordt per onderdeel een budget gereserveerd in de begroting.
Deze posten worden begroot op basis van structurele uitgaven en een inschatting van toekomstige structurele uitgaven. Waarbij we de meerjarige budgetten uit de vastgestelde begroting 2022 als basis nemen. Getracht wordt om de uitgavenstructuur zodanig in te richten dat er sprake is van flexibiliteit en een zo beperkt mogelijk structureel uitgavenpatroon. Het belangrijkste uitgangspunt is hierbij dat structurele uitgaven uit structurele inkomsten worden gefinancierd. Deze posten bedragen doorgaans een, historisch bepaald, percentage van de directe personele lasten. Prijsstijgingen en indexeringen op inhuurcontracten worden opgevangen in het uurtarief. Hierin is de stijging van de inhuurtarieven gecompenseerd. De prijscorrectie in de voor- en nacalculatieberekening van het uurtarief voorziet hierin.
3.4.2
Toelichting op de baten
Gemeentelijke baten De baten uit de gemeentelijke bijdragen die in de begroting 2023 van de ODRU worden opgenomen, staan gelijk aan de afname van uren die zijn opgenomen in de DVO’s. Dit is conform de begrotingssystematiek uitgewerkt in figuur 2. Naast vaste DVO-uren worden ook de langlopende contracten aan de baten toegevoegd. Met extra omzet vanuit aanvullende opdrachten en uren uit het UVP wordt vooralsnog geen rekening gehouden. Als dit zich voordoet, wordt het financieel verwerkt in een begrotingswijziging. Met de huidige vastgestelde DVO’s en vaste contracten komt de afname van uren in 2023 uit op een totaal van 148.896. In bijlage 1 is de verdeling per gemeente weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de in 2021 geformaliseerde DVO-verlagingen van IJsselstein en Montfoort en het aflopende handhavingscontract van De Bilt in 2022. Overige baten Voor de overige baten wordt in de begroting een budget gereserveerd. Deze posten worden begroot op basis van historische kennis met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel. Hier worden baten bedoeld die onder andere voortvloeien uit vrijval of ontvangst van subsidies en activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie.
1 https://wsgo.nl/nieuws/abp-verwacht-stijging-pensioenpremies-2022
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
14 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
4.
Loon- en prijsontwikkeling
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de effecten van de verwachte loon- en prijsontwikkeling op het tarief doorgerekend. 4.2
Loon- en prijsontwikkeling
De voor- en nacalculatie op de methodiek van loon- en prijsontwikkeling die in 2016 is geïntroduceerd, blijven we handhaven. Hiermee voorkomen we dat ieder jaar een intensieve discussie moet worden gevoerd over de aanpassing van de tarieven. Hierdoor is een reële aanpassing van de tarieven niet mogelijk. Doordat er ieder jaar een nacalculatie wordt gedaan op de eerdere voorcalculatie en het verschil wordt verrekend met de nieuwe tarieven voor het nieuwe begrotingsjaar vallen de tarieven over een langere periode nooit hoger uit dan de gerealiseerde loon- en prijsontwikkeling. Jaar t
Jaar t+1
Jaar t+2
Voorcalculatie lonen t+2 reëel
Voorlopige nacalculatie loonvoet
Definitieve nacalculatie gerealiseerde
verwachte ontwikkelingen
sector overheid (CPB)
ontwikkeling lonen (cao)
Voorcalculatie prijzen t+2 reëel
Voorlopige nacalculatie consumenten
Definitieve nacalculatie consumenten
verwachte ontwikkelingen
prijsindexcijfer (CPI).
prijsindexcijfer (CPI).
TABEL 2: LOON- EN PRIJSONTWIKKELINGSMETHODIEK
De concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 20 augustus 2021, geven een groeiende economische ontwikkeling weer in 2021 en in 2022. De ontwikkeling van de pandemie is een belangrijke onzekere factor. Als onverhoopt weer grootschalige beperkingen in het economisch verkeer noodzakelijk worden, zal dit de economische ontwikkeling direct raken. De verwachting is dat de economie groeit met bijna 4%. Volgend jaar is de verwachting dat deze groeit met 3%. De cijfers vanuit de concept MEV zijn als volgt verwerkt: •
2021 In het gehanteerde rekenmodel voor de ODRU zijn de mutaties verwerkt tot en met 2021. De loonvoet over 2021 is 0,70%. De verwachte consumentenindex prijscijfer (CPI) over 2021 komt uit op 1,90%. Gewogen voor de ODRU is dit 0,95% over 2021. De voorlopige nacalculatie kwam uit op een gewogen percentage van 1,13%. Dit geeft voor 2021 een definitieve, gewogen nacalculatie van -/- 0,18%.
•
2022 In verband met de vele onzekerheden wordt gewerkt met de verwachte loonvoet voor de sector overheid. Op basis van de concept MEV van het CPB wordt voor 2022 een loonvoet van 2,10% verwacht voor de sector overheid en een consumentenindex prijscijfer (CPI) van 1,80%. Gewogen is dit voor de ODRU 2,04% voor 2022. Aangezien in de Kadernota 2022 en de begroting 2022 is uitgegaan van een loonindex van 2,0% en een prijsindex van 1,50% betekent dit een voorlopige nacalculatie van 0,14% over dit jaar.
•
2023 Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie stellen wij voor om de voorcalculatie voor de verwachte loonontwikkeling in 2023 op 2% en die voor de prijsontwikkeling op 1,50% te zetten.
In lijn met de lange termijn visie van het CPB, wordt er verwacht dat de economie beperkt aantrekt in de aankomende jaren. Hierdoor zetten wij ook in op een beperkte loon- en prijsontwikkeling. De voorlopige percentages worden uiteindelijk verrekend in de Kadernota 2024 en de definitieve worden berekend in de Kadernota 2025.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
15 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
In tabel 3 zijn de voorgaande percentages weergegeven. De volledige berekening is terug te vinden in bijlage 2. 2021 Voor- en nacalculatie
Lonen
2022
Prijzen Gewogen Lonen Prijzen Gewogen Lonen Prijzen Gewogen
schatting Kadernota
2,00%
1,50%
1,90% 2,00%
1,80%
2,04%
Voorlopige Nacalculatie
1,00%
1,60%
1,13% 2,10%
Werkelijke nacalculatie
0,70%
1,90%
0,95%
Loon correctie
-0,30%
Prijs correctie
Tarief
2023
0,10% 0,30%
Gewogen L/P
1,90%
2,00% 0,30%
-0,17%
1,50%
1,80% 1,50%
0,14%
2023
2,10% 1,90%
1,87%
TABEL 3: BEREKENING VOOR- EN NACALCULATIE
Rekening houdend met de definitieve nacalculatie voor 2021 en voorlopige nacalculatie voor 2022 van respectievelijk -/-0,18% en +0,14% stijgt het tarief door de loon- en prijscorrecties over 2023 daardoor met 1,87%. 4.3
Tarief 2023
Het uurtarief zoals wij dat berekenen is op basis van de begrote vaste kosten van de toegestane formatie, ICT, huisvesting en overige materiële kosten (gecorrigeerd voor de overige neveninkomsten die niet uur gerelateerd zijn). Deze netto kosten worden gedeeld door de gegarandeerde (G) gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de DVO/vaste contracten. Het resultaat hiervan is het uurtarief dat we hanteren voor het desbetreffende jaar. In dit tarief zijn dus de structurele kosten van de toegestane formatie en de overige vaste kosten afgestemd op de verwachtte omzet vanuit de DVO’s (basis-begroting). Dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten. Jaarlijks wordt in de Kadernota het tarief geïndexeerd via de voor- en nacalculatie methodiek op de loon- en prijsontwikkeling, waardoor het tarief nooit hoger kan uitvallen dan de werkelijke prijsontwikkelingen. Dit sluit aan bij de manier waarop er bij de Rijksoverheid en bij de lokale overheden, door middel van een bijstelling van het gemeentefonds, met de loon- en prijsontwikkeling wordt omgegaan. Met deze correctie wordt de stijging van de reële lasten in 2021 en 2022 opgevangen.
In de bijlage bij deze (ontwerp)Kadernota zijn de exacte berekeningen opgenomen Bij bovengenoemde uurtariefberekening wordt geen rekening gehouden met de gevolgen van groei of krimp van de organisatie. Groei leidt tot schaalvoordelen. Binnen een bepaalde bandbreedte van groei hoeft de overhead immers niet evenredig mee te groeien met het aantal uren. Als dit zich voordoet kan het tarief dan gecorrigeerd worden voor deze schaalvoordelen. (Zoals in het tarief van 2020 is gebeurd). Bij het terugnemen van taken geldt het omgekeerde. Er ontstaat dan ‘overhead schade’ die moet worden opgevangen (vaste overhead kosten kunnen niet geheel en/of niet zo snel verlaagd worden waardoor voor deze kosten geen volledige dekking is). In de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat deze schade wordt verhaald bij de deelnemer die de taken terugneemt. De ODRU krijgt daarmee de tijd om de formatie en kosten aan te passen aan de nieuwe situatie en de overige deelnemende gemeenten draaien niet op voor de gemaakte frictiekosten. Voor 2023 is de stijging zoals berekend in de vorige paragraaf 1,87%. Dit komt neer op een afgeronde ophoging van €1,75 op het tarief van 2023. Het uurtarief van 2023 komt daarmee uit op € 98,50. Door de DVO-verlagingen ontstaat er in de meerjarenbegroting een structureel te kort van circa € 1 op het uurtarief.
Het uurtarief 2023 is dus niet afdoende voor een sluitende begroting. De ODRU heeft, vanwege de reeds genoemde grote onzekerheid omtrent de toekomstige DVO omvang, er nu nog niet voor gekozen om het uurtarief van 2023 te verhogen en daarmee het structurele tekort op te lossen.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
16 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
Indien de gemeenten met een DVO/UVP verhouding lager dan 80% (o.b.v. UVP’s 2021) de DVO’s verhogen naar 80%, wordt het structurele tekort nagenoeg voorkomen. Dit benadrukt nogmaals het belang voor een 80/20 DVO/UVP verhouding bij alle gemeenten. In de volgende grafiek (figuur 3) is de tariefontwikkeling opgenomen van de afgelopen vier jaar. Hierin is af te lezen dat afgelopen vier jaar het tarief steeds matiger is gegroeid. In het eerste jaar was er een stijging van vanwege de loon- en prijsontwikkelingen € 2,50 per uur en dit jaar wordt er, net als vorig jaar, een stijging voorgesteld van € 1,75 per uur.
FIGUUR 3: TARIEFONTWIKKELING 2020 - 2023
Hieronder zijn de uitgangspunten opgenomen die als basis dienen voor het begrotingsjaar 2023: • • • • • • •
De meerjarenkaders uit de begroting 2022 en de structurele wijzigingen voortkomend uit de tweede begrotingswijziging 2021 vormen de basis voor de begroting 2023. De begroting 2023 zal voortborduren op de huidige wijze van tariefberekening. Voor de begroting 2023 wordt uitgegaan van de zekere omzet vanuit de DVO´s. Het vastgestelde formatieplan wordt doorgerekend op basis van het maximum schaalniveau. Het voorstel is om het tarief voor 2023 vast te stellen op € 98,50 per uur. Als de omvang van de weerstandscapaciteit en bestemmingsreserves het toelaat worden financiële resultaten achteraf verdeeld via het jaarrekeningresultaat over de eigenaren. De komst van de Omgevingswet heeft een grote impact op de dienstverlening in 2023. De hiermee samenhangende volumewijzigingen zijn nog niet bekend en zullen, daar waar nog onzekerheid is in het UVP van 2023 worden vastgelegd en waar wel zekerheid is in het DVO worden opgenomen en doormiddel van een begrotingswijziging voor 2023 worden voorgelegd.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
17 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
5.
Planning en tijdschema
De uitgangspunten voor de begroting 2023, zoals in deze (ontwerp)Kadernota 2023 beschreven, worden op 9 september 2021 vastgesteld in het dagelijks bestuur en op 30 september 2021 besproken in het algemeen bestuur. Daarna volgt de toezending aan het college voor de zienswijzetermijn van acht weken. De zienswijzen worden in het dagelijks bestuur van 25 november 2021 behandeld. Op 16 december 2021 wordt de Kadernota 2023 – rekening houdend met de zienswijzen - vastgesteld in het algemeen bestuur. Medio april, doch uiterlijk acht weken voor de bestuursvergadering van juni 2022, wordt de begroting 2023 aan alle deelnemende gemeenten toegezonden. Hierna kan de begroting in de vergadering van het algemeen bestuur van eind juni/ begin juli 2022 worden vastgesteld en voor 15 juli 2022 aan de toezichthouder worden verstuurd.
6.
Verantwoording
6.1
Rapportages
Binnen de P&C-cyclus worden jaarlijks aan het algemeen bestuur de jaarrekening, de begroting en twee rapportages, inclusief prognose, aangeleverd. De auditcommissie beoordeelt deze rapportages, en de werking van de P&C-cyclus en rapporteert hierover aan het algemeen bestuur. De deelnemende gemeenten ontvangen eenmaal per kwartaal een productrapportage. Hierin staat welke activiteiten er per project zijn uitgevoerd, welke vergunningsprocedures en handhavingactiviteiten er zijn uitgevoerd en welke procedures nog in behandeling zijn. 6.2
Jaarrekening
De jaarrekening wordt opgesteld in het eerste kwartaal volgend op het begrotingsjaar conform de bepalingen van het BBV. De jaarrekening wordt door de accountant gecontroleerd. Deze jaarrekening wordt, samen met de begroting voor het daaropvolgende jaar, aan de deelnemende gemeenten toegezonden waarna zij definitief zal worden vastgesteld door het algemeen bestuur van de ODRU.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
18 Akkoord secretaris:
(ontwerp)Kadernota 2023
BIJLAGE 1. Uren per gemeente
Gemeenten
DVO (G)*
(vaste) T Projecten
(vaste) P Projecten
A projecten
Totaal uren
Bijdrage per gemeente**
Gemeente Bunnik
4.359
4.359 €
429.362
Gemeente De Bilt
4.554
4.554 €
448.569
Gemeente De Ronde Venen
22.859
22.859 € 2.251.612
Gemeente IJsselstein
15.626
15.626 € 1.539.161
Gemeente Montfoort
9.856
9.856 €
970.816
Gemeente Oudewater
4.046
4.046 €
398.531
Gemeente Renswoude
3.310
3.310 €
326.035
Gemeente Rhenen
3.263
3.263 €
321.406
Gemeente Stichtse Vecht
15.923
15.923 € 1.568.416
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
10.178
10.178 € 1.002.533
Gemeente Veenendaal
6.991
Gemeente Vijfheerenlanden
13.100
13.100 € 1.290.350
Gemeente Wijk bij Duurstede
3.773
3.773 €
Gemeente Woerden
13.679
13.679 € 1.347.382
Gemeente Zeist
17.060
17.060 € 1.680.410
Totaal
148.577
319
319
7.310 €
-
-
720.035 371.641
148.896 € 14.666.256
*
BETREFT DE DVO’S PER BOEKJAAR 2022, VOOR ZOVER PER SEPTEMBER 2021 GEFORMALISEERD. NIET GEFORMALISEERDE OPHOGINGEN/VERLAGINGEN ZIJN NOG NIET VERWERKT.
**
BIJDRAGE PER GEMEENTE IS BEREKEND OP BASIS VAN HET NIEUWE VOORGESTELDE TARIEF 2023
Omgevingsdienst regio Utrecht
19
(ontwerp)Kadernota 2023
Ontwikkeling DVO-uren (G) Gemeenten
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Gemeente Bunnik
4.359
4.359
4.359
4.359
4.359
4.359
Gemeente De Bilt
4.554
4.554
4.554
4.554
4.554
4.554
Gemeente De Ronde Venen
12.142
22.859
22.859
22.859
22.859
22.859
Gemeente IJsselstein
19.346
19.346
19.346
15.626*
15.626
15.626
Gemeente Montfoort
13.135
13.135
13.135
9.856*
9.856
9.856
Gemeente Oudewater
4.046
4.046
4.046
4.046
4.046
4.046