A05.2 Bijlage 2 Uitvoeringsprogramma MOBW U16 Oudewater 2025-2026 (173747).pdf
Tekst van het document
De kosten van dit bedrag garanderen we in de begroting. We verwachten dit vanaf 2026 te kunnen doen. We onderzoeken of we een risicoreserve kunnen creëren.
24
We maken een afwegingskader voor de besteding van de buffer. Het opvangen van dalingen in het budget lokaal maatwerk / kunnen continueren van structurele verplichtingen zal daar onderdeel van zijn.
5.2 Samenhang met andere financiële stromen De besteding van middelen voor Beschermd Wonen, in het bijzonder van middelen voor de basisset (inclusief woonprojecten) betreft voorzieningen die van vergelijkbare aard zijn met de voorzieningen die uit IZA, GALA of actieplan dakloosheid worden betaald. We gaan deze bestedingen op elkaar afstemmen. Omdat we dan naar 16 gemeenten moeten kijken is dit nog geen eenvoudige klus, dus we gaan ook kijken hoe we het behapbaar kunnen houden. We brengen in kaart waaraan middelen uit IZA, GALA en actieplan dakloosheid worden besteed en liggen deze naast de bestedingen vanuit BW. We komen met een gezamenlijk advies over de integrale afstemming.
5.3 Begroting 2025-2026 Definitief 2025 – voorlopig 2026 Hieronder presenteren we de begroting van het programma MOBW U16 voor 2025 en 2026. Voor 2025 is dit de definitieve begroting. Voor 2026 is het een indicatieve begroting. Gezien het vragen die er nog zijn over de zorgkosten (zie ook hieronder), gezien het lopende hervormingstraject, gezien de inventarisatie van de basisset die we gaan doen en gezien de afstemming met andere programma’s is het denkbaar dat er voor 2026 nog significante wijzingen optreden. Concept Werkbegroting 2025 en 2026
Vastgestelde Concept 2025 Concept 2026 begroting 2024 Totaal Rijksbijdrage € 94.733.000 € 100.576.000 € 100.854.000 Ruimte uit werkbegroting 2024 € 7.157.000 € Aanname indexatie 2025 € 2.907.000 € 2.907.000 Totale baten € 94.733.000 € 110.640.000 € 103.761.000 BW zorgkosten totaal € 71.542.000 € 72.761.000 € 71.261.000 Buffer (gebaseerd op 3% van de zorgkosten) € 2.183.000 € 2.243.000 Uitvoeringskosten totaal € 4.907.000 € 5.544.000 € 5.539.000 Regionale basis € 1.969.000 € 6.820.000 € 5.094.000 Lokale basis € 17.667.000 € 24.638.000 € 20.995.000 Ontwikkelbudget U16 € 257.000 € 215.000 € 150.000 Eigen bijdrage € -1.609.000 € -1.521.000 € -1.521.000 Totale kosten € 94.733.000 € 110.640.000 € 103.761.000
Baten Rijksbijdrage Het bedrag van de Rijksbijdrage is gebaseerd op de septembercirculaire 2024. We doen voor 2025 en 2026 een aanname voor de indexatie; we gebruiken hiervoor het percentage indexatie dat door de Utrechtse raad voor zorgkosten is gehanteerd, te weten 2,89% (voor alle zorguitgaven hetzelfde). Dit 25
lijkt wellicht laag maar in voorgaand jaar was de indexatie te hoog ingesteld en dat wordt hiermee rechtgetrokken. Ruimte uit werkbegroting voorgaand jaar Deze post is opgebouwd uit een aantal componenten. In de meicirculaire 2024 is de indexatie voor 2024 toegevoegd aan het budget. Dit bedrag is niet nodig voor de dekking van de kosten in 2024. Conform de afspraken blijft ruimte binnen de werkbegroting in een lopend jaar beschikbaar voor de begroting van het volgend jaar. Onderbesteding op de buffer 2024, de ontwikkelkosten 2024 en de uitvoeringskosten van de gastheergemeente De post “ruimte uit werkbegroting voorgaand jaar” is in 2025 erg hoog. In 2024 hebben we bij de meicirculaire de indexatie voor 2024 ontvangen. Omdat met deze budgetophoging nog geen rekening was gehouden, zetten we die in 2024 niet in en komt dit ten gunste van de werkbegroting 2025. Vanaf 2025 houden we in de werkbegroting rekening met een bedrag voor indexatie gedurende het jaar, waardoor er geen (of kleinere) incidentele voordelen ontstaan.
Zorgkosten Actuele begroting Conceptbegroting Conceptbegroting 2024 2025 2026 Beschermd wonen (lump sum) € 7.181.000 € 5.961.000 € 5.961.000 Beschermd verblijf (lump sum) € 34.537.000 € 35.931.000 € 35.931.000 Beschermd thuis (lump sum) € 24.981.000 € 25.959.000 € 25.959.000 Mensen met BW-indicatie in andere zorg € € 2.100.000 Overgang LVB 18+ € 100.000 € Zorg in natura pxq € 2.989.000 € 2.650.000 € 2.650.000 Pgb BW € 1.854.000 2.160.000 € 2.160.000 Stelpost taakstelling BW € -3.500.000 Totaal zorgkosten € 71.542.000 € 72.761.000 € 71.261.000 BW zorgkosten totaal
De belangrijkste wijzigingen in 2025 en 2026 ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2024 zijn: Op de budgetten is een indexatie toegepast van 2,89%, dit is het percentage dat in de gemeente Utrecht voor alle zorginkoop gehanteerd wordt Hervormingen: in 2024 is besloten dat er een taakstelling komt op de kosten Beschermd wonen van ca. €1,7 miljoen in 2025, € 3,5 miljoen in 2026 en € 4,1 structureel vanaf 2026. De besparing moet terugvallen in de middelen ten behoeve van versterking van basisset (preventie). Voor 2025 is afgesproken de taakstelling in te vullen met de middelen vanuit de indexatie 2024 en niet door een verlaging van de zorgkosten; en om inhoudelijk verantwoorde hervormingen uit te werken. Er is een werkgroep Hervormingen hiermee aan de slag gegaan. In de kosten 2026 is de taakstelling als stelpost verwerkt op de zorgkosten. Hierbij houden we een flinke slag om de arm. Het is goed denkbaar dat de hervormingen een aantal veranderingen in de zorgkosten gaat veroorzaken, we kunnen nog niet voorzien hoeveel dit zal worden. Een voorbeeld van het laatste is dat we gaan onderzoeken of cliënten met een BW indicatie maar die zorg ontvangen die met andere middelen is gefinancierd ook kunnen gaan financieren vanuit ons budget (zie acties werkgroep aanbieders).
Als dat inderdaad passend blijkt (en dat ligt vooralsnog in de lijn der verwachting) dan betekent dit naar verwachting 26
een extra kostenpost van 2,1 miljoen euro. Omdat we het nog moeten onderzoeken is er nog geen zekerheid over deze kostenpost, maar omdat op dit moment het waarschijnlijk lijkt dat we deze stap maken begroten we het voorlopig mee voor 2026. In de definitieve afspraken met het Leger des Heils is binnen het budget een andere verdeling van de plekken BW/BV/BT opgenomen die beter aansloot bij de werkelijke invulling. Hierdoor is het aantal plekken BW lager geworden en zijn er plekken toegevoegd aan BV en met name BT. Living lab loopt af. Een deel van de groep die nu via deze aanpak wordt geholpen zal na afloop van Living Lab weer binnen BW opgevangen worden (vooral BT). We gaan in 2025 onderzoeken om welke groep dit gaat, wat zij nodig hebben en welke zorgkosten dit met zich mee gaat brengen. In 2025 zal duidelijk worden wat dat betekent voor de begroting van 2026. We hevelen de financiering van buiten regionale plaatsingen (deels) over van pxq financiering naar Beschermd Wonen en Beschermd Verblijf. Dit betreft alleen een verschuiving tussen posten, geen toe- of afname in de zorgkosten. In 2025 is nog een bedrag opgenomen voor de cliënten LVB 18+ die zorg krijgen van niet voor BW gecontracteerde partijen.
Buffer In de conceptbegroting is weer een buffer van 3% opgenomen. De 3% is berekend op de totale zorgkosten. De buffer kan ingezet worden voor onvoorziene kosten binnen de gehele werkbegroting van BW. Het ziet er wellicht vreemd uit dat de zorgkosten in 2026 lager zijn en de buffer hoger; dit is het gevolg van dat we rekenen met 3% over de zorgkosten in 2026 zónder de taakstelling. Basisset De basisset wordt gefinancierd vanuit twee begrotingsposten: a) begrotingspost regionale basis. b) begrotingspost lokale basis Ad a) regionale basis In de begrotingspost regionale basis staan de middelen die nodig zijn voor de activiteiten uit de basisset die we regionaal aansturen en organiseren; en dus ook regionaal financieren. Het criterium om het regionaal op te pakken is dat we een activiteit / dienst in meerdere subregio’s uitvoeren en dat gezamenlijkheid meerwaarde heeft (in de aansturing, kwaliteit, kosten, eenduidigheid etc). Dit wordt in 2025 uitgewerkt door de werkgroep basisset. Ook zou vanuit het hervormingsplan kunnen volgen dat we meer voorzieningen in de basisset regionaal gaan oppakken. In de begrotingspost regionale basis staat in 2025 al meer activiteiten / diensten dan in 2024, omdat we van een aantal diensten al hebben besloten dat we die regionaal willen aanvliegen.
We verwachten dat dit in 2026 weer wat hoger uit zal vallen: er vindt een verschuiving plaats van lokale basis naar regionale basis. Dit betekent niet dat er minder voorzieningen in de basisset in gemeenten zullen zijn; het betekent dat een deel van de lokale voorzieningen vanaf 2026 worden gefinancierd uit de post ‘regionale basis’ dus deze kosten hoeven de individuele gemeenten dan niet 27
meer zelf te dragen. Uiteindelijk betekent dit dus géén vermindering van inzet in de basisset als geheel. In 2025 voorzien we de volgende uitgaven /voorzieningen in de regionale basis: Product / Dienst Herstelacademie regionaal (ENIK) Pit Stops Beter Wonen: verdeling contingent en bijbehorende informatie en beleidsvorming Kosten inzet H4H voor de U16, inclusief kosten voor aanjagen van de plaatsing van langwachtenden Budget voor 3 pilots voor het creëren van onzelfstandige woningen Prikkelarm wonen Leertraject voor lokale toegangen mbt ernstig psychische aandoeningen Structureel betrekken van cliënten / belangenbehartigers bij beleidsvorming Living Lab Totaal
€ € €
2025 3.500.000 € 453.000 € 63.000 €
2026 3.500.000 453.000 63.000
€
244.000
€
244.000
€ € € €
300.000 1.700.000 160.000
€ € € €
154.000 120.000 160.000
€ €
400.000 6.820.000
€ €
400.000 5.094.000
Hieronder volgt een toelichting per post o
Enik is een dienst waarbinnen ervaringsdeskundigen hulp en ondersteuning bieden aan inwoners met psychische problematiek die is gericht op herstel. Deze dienst wordt door Lister geleverd en maakte in 2023 en 2024 al onderdeel uit van het contract. Lister is begonnen met het opzetten van afdelingen in Utrecht Stad en Lekstroom, en gaat uitbreiden naar West en ZOU. De verwachting is dat zij in 2025 nog in een groeimodel zitten en daarmee dan minder middelen nodig hebben dan in 2026.
o
Pit Stops zijn lokale, tijdelijke woonvoorzieningen voor passende zorg en ondersteuning dichtbij huis voor inwoners die dreigen dakloos te worden. De bestaande voorzieningen worden voortgezet en we voorzien een extra locatie elders in de regio. Kosten zijn gebaseerd op geïndexeerde kosten van de bestaande plekken plus 6 extra plekken á 20.000 euro per plek.
o
Beter Wonen verdeelt het contingent woningen voor MOBW onder zorgaanbieders, en in het verlengde daarvan draagt zij bij aan informatie en beleidsvorming over wonen en zorg. Zij wordt al langer vanuit ons budget gefinancierd opdat zij voldoende mankracht hebben deze rol inte vullen. Voorheen betrof dit een bijdrage voor de loonkosten van een projectleider; voor 2025 en 2026 wordt deze financiering geladen met concrete resultaatsafspraken.
o
H4H zorgt voor matching beschikbare woningen uit het contingent en uitstromende cliënten. Indien cliënten langer dan een half jaar op de wachtlijst staan, gaan in 2024 ‘aanjagers’ per regio aan de slag met de vraag waarom uitstroom hapert en wat er gedaan kan worden om dit vlot te trekken. Het is efficiënter als dit aanjagen vanuit 1 plek wordt gedaan, en vanaf 2025 financieren we H4H hiervoor voor een halve fte dwz 70.000 euro. Verder blijkt dat Utrecht Stad al jaren diensten van H4H voor de gehele regio financiert uit haar lokale budget. Het regionale deel hevelen we over naar de regionale basis. Dit betreft 172.000 euro.
o
Vanuit de pijler wonen gaan we investeren op het creëren van onzelfstandige woonplekken, in maximaal 3 pilots. We schatten in dat we per pilot eenmalig gemiddeld 50.000 euro kwijt 28
om capaciteit in te zetten om dit voor elkaar te krijgen en jaarlijks 50.000 voor de extra kosten rondom sociaal beheer / woonbegeleiding en leefbaarheid. o
Er loopt een zoektocht naar woonplekken waar cliënten kunnen verblijven die niet gedijen in een reguliere woning in een reguliere woonomgeving. We zoeken zowel naar nieuwe locaties als dat er bestaande locaties aangepast of verhuist moeten worden. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met kosten die met de reguliere zorgbudgetten niet tot een sluitende business case komen. We reserveren 1,7 miljoen voor in principe 30 woonplekken voor deze doelgroep, waarbij deze middelen bedoeld zijn om de business case sluitend te krijgen. Dit zijn eenmalige kosten. We weten nog niet precies in welk jaar deze kosten zich manifesteren. We nemen daarom het gehele bedrag op voor 2025, mocht het later worden dan schuiven we de middelen die niet zijn besteed door naar volgende jaar/jaren.
o
We willen de kennis bij de lokale toegang vergroten als het gaat om ernstige psychiatrische aandoeningen en welke zorg en hulp daar goed bij past. We willen daarom een leertraject uitrollen over de hele U16 / de relevante toegangsmedewerkers.
o
Cliëntparticipatie is onontbeerlijk als we echt de goede dingen willen doen. Clientparticipatie is nog niet zo goed ingericht als we vinden dat zou moeten: we willen naar een structurele samenwerking waarbij alle regio’s goed vertegenwoordigd zijn. We gaan hierop investeren voor de hele U16.
o
Binnen Living Lab bestonden een aantal projecten die zich richten op de hele U16 en minstens zoveel gericht is op cliënten rondom BW als MO. Dit betreffen kosten voor de periode 2025 en 2026, dus incidenteel in twee jaar.
Ad b: Lokale basis Zoals gezegd: de basisset valt uiteen in een begrotingspost lokale basis en een begrotingspost regionale basis. De regionale basis is hierboven toegelicht. De lokale basis omvat voorzieningen die iedere gemeente voor zich organiseert en financiert. De post lokale basis is op het moment dat deze begroting wordt gemaakt nog de “sluitpost” van de werkbegroting. De baten die niet nodig zijn voor de dekking van de overige begrotingsposten vormen de post lokaal maatwerk. Dit betekent ook dat deze post kan fluctueren over de jaren heen. De werkgroep basisset werkt in 2025 uit welke voorzieningen we met elkaar benoemen als voorzieningen die overal in ieder geval moeten zijn. Een deel daarvan wordt gefinancierd uit de post regionale basis, de rest uit de post lokale basis. De financiering voor de voorzieningen waarvan we vinden dat die er in ieder geval moeten zijn willen we 2026 garanderen. Daarmee geven we invulling aan de gedachte dat de beweging naar voren geen sluitpost moet zijn. Daarnaast hebben we in paragraaf 6.1 aangegeven welke andere stappen we zetten om gemeenten meer zekerheid te geven. Dat betekent dat de post regionale basis zal groeien en de post lokale basis afneemt. Dat betekentz zeker niet dat er minder (middelen voor) voorzieningen lokaal zullen zijn.
Immers de activiteiten die we vanuit de regionale basis financieren worden overgenomen van de lokale basis, deze activiteiten blijven bestaan en lokale gemeenten kunnen hun lokale basismiddelen inzetten voor andere voorzieningen. 29
Uitvoeringskosten Uitvoeringskosten kunnen we indelen in drie categorieën: a. Lokale toegang b. Gastheergemeente Utrecht c. Beleidscapaciteit ZOU, West en Lekstroom Ad a Lokale toegang In de lokale toegang worden waarschijnlijk meer aanvragen ‘afgevangen’ dan de 25% waarmee werd gerekend; hetgeen betekent dat er meer aanvragen worden onderzocht dan waar mee werd gerekend, dus dat de uitvoeringskosten hoger liggen dan geraamd in 2024. Hierover zijn de goede gegevens echter nog niet beschikbaar. Dat betekent dat we op dit moment rekenen met hetzelfde uitgangspunt als voorheen (plus indexering). Zodra we in 2025 de juiste cijfers beschikbaar hebben passen we het budget voor 2026 aan. Dit levert het volgende beeld op: Verwachte instroom van nieuwe cliënten Beschermd Wonen per WMO regio. Aantal nieuwe cliënten Instroom Niet gehonoreerde aanvragen 25% Totaal nieuw te onderzoeken cliënten
Zuid Oost
Utrecht West 94 31 125
Lekstroom 60 20 80
Utrecht 116 39 155
439 146 585
Op basis van de bandbreedte van het verwachte aantal nieuwe cliënten (tabel 3) zijn de benodigde formatie en de loonkosten doorgerekend. Daarbij is de inschatting dat de duur van het onderzoekstraject per client 20 uur is, inclusief verwerkingstijd, registratie van gegevens etc. Hieraan moeten we de kosten van de lokale toegang voor Utrecht Stad toevoegen. Utrecht is later begonnen met de inzet van de lokale toegang voor BW en heeft daarom nog geen vergoeding gekregen voor de kosten daarvan. In 2024 bedroegen 205.000 euro, die zijn door Utrecht uit de lokale basismiddelen betaald. Vanaf 2025 zal de toegang in Utrecht wel volledig meedraaien en dan ook vergoeding voor deze kosten uit het budget BW ontvangen. We passen dezelfde rekenregel toe op deze toegang en dan komen we uit op een bedrag van € 970.000 inclusief overhead. Dit voegen we toe aan de uitvoeringskosten voor de lokale toegangen. Tot slot is er het voornemen om in 2025 te gaan experimenteren met de uitvoering van herindicaties door de lokale toegang. Dit behoeft allereerst een goed plan: hoe veromvattend willen we dit aanvliegen, voor welke cliënten, is er een relatie met het hervormingstraject, wat betekent het voor cliënten en aanbieders. We willen het dan ook zeker niet meteen overal invoeren maar de herindicatie door de lokale toegang uitproberen in iedere regio.
Daarmee willen we ervaring opdoen met hoe dit werkt en wat de voor- en nadelen in de praktijk zijn. Om planvorming en experiment mogelijk te maken hogen we het budget met 10% op. Dit betreft in totaal € 157.000,-; dit is voor het hele traject beschikbaar dus niet op voorhand verdeeld per regio. Oftewel: mocht in de ene regio meer herindicaties gedaan worden dan in een andere dan kunnen middelen op die manier worden verdeeld. Mocht het in 2025 succesvol blijken dan is het denkbaar dat in 2026 het budget voor uitvoeringskosten in de toegang verder opgehoogd moet worden, maar omdat dat nu nog niet bekend is hebben we voor 2026 op dit moment hetzelfde begroot als in 2025.
30
Gezamenlijke uitvoeringskosten voor de toegang van de drie WMO regio’s Lekstroom, ZOU en West tesamen plus de kosten van Utrecht apart. Uitvoeringskosten toegang
Totaal
Nieuw te onderzoeken cliënten
Utrecht 360
Duur onderzoeken * 20 uur Fte o.b.v. 1.350 uur Loonkosten Ruimte voor uitbreiding Overhead 28,3% Bandbreedte loonkosten incl. overhead
€ € € €
7.200 5,33 470.000 € 60.000 € 133.000 € 663.000 €
585 11.707 8,67 756.000 97.000 214.000 1.067.000
Ad b. Gastheergemeente Het bedrag voor de uitvoeringskosten voor Utrecht als gastheergemeente is gebaseerd op de gerealiseerde kosten in 2024 te weten € 2,7 miljoen7. Dat wordt allereerst geïndexeerd met 5,6%. Daarnaast voorzien we in 2025 en 2026 de volgende kosten bij de gastheergemeente die in 2024 nog niet speelden: Communicatie: 5 uur per week ondersteuning en advies. Extra kosten zijn € 26.000,-. Doorontwikkeling toezicht (als gevolg van nieuwe wetgeving): extra kosten zijn € 51.000 in 2025 en € 112.000 in 2026. Deze bedragen zijn berekend op basis van de extra investeringen die moeten worden gedaan om het toezicht op de zorg in het algemeen conform de nieuwe wetgeving te organiseren; en daarvan het aandeel voor BW te bepalen aan de hand van het aandeel dat de kosten van BW zijn in de gehele zorgkosten (28,8%). Aanbesteding: er moet nog een besluit worden genomen of BW per 2027 opnieuw wordt aanbesteed of dat we alleen de contracten verlengen. Indien we gaan aanbesteden dan zal er veel energie gestoken moeten worden in het aanbestedingsproces, dit kan niet met de bestaande beleidscapaciteit. We weten dat er veel inzet en kosten gemoeid zijn met aanbestedingsprocessen. Deze kosten, als deze zich gaan voordoen, financieren we uit de buffer. Extra inzet op realisatie van prikkelarme locaties: € 81.000,-.
Daarnaast loopt er een gesprek met het zorgkantoor om dit in cocreatie te doen. De lokale teams worden in hun werkzaamheden ondersteund door het Regionale Team. Het is denkbaar dat in de loop der tijd de lokale teams zo ver zijn gevorderd dat zij minder ondersteuning nodig hebben en daarmee minder inzet nodig is. Dat zal tzt duidelijk worden en dat betekent dat de middelen voor de gastheergemeente dan verminderd kunnen worden. Aangezien er nog een duidelijke ontwikkelagenda voor de lokale toegang staat gaan we op dit moment nog niet uit van afschaling van de inzet van het RT in 2025. In 2025 zal duidelijk worden hoe dit er in 2026 uit zal moeten zien. De kosten gastheergemeente komen voor 2025 daarmee in totaal op € 2.994.000 Ad c: beleidscapaciteit ZOU, West en Lekstroom 7
In de berekening van de uitvoeringskosten van de gastheergemeente is een fout ontdekt, waardoor de kosten te hoog waren opgenomen. Dit wordt nog nader onderzocht. In de werkbegroting is het gecorrigeerde bedrag opgenomen, mogelijk moet dit naar aanleiding van het onderzoek nog worden bijgesteld.
31
De extra inzet vanuit beleid die nodig is past niet binnen de bestaande lokale beleidscapaciteit en is daarom in 2024 al met 2 fte (per subregio) vanuit het budget BW aangevuld. We zullen dit voortzetten in 2025 en 2026. De loonkosten daarvan in 2025 zijn inclusief indexatie € 609.000. Uitvoeringskosten regio's 2025-2026 Capaciteit voor beleid, accounthouderschap etc. structureel 6 fte Overheadkosten
Zuid Oost
West
Lekstroom
Totaal regio's
€ 203.000 € 203.000
€ 203.000
€ 609.000
€ 57.000
€ 57.000
€ 171.000
€ 57.000
Afhankelijk van het besluit rondom aanbesteding zal mogelijk in de subregio’s extra inzet nodig zijn voor de processen hieromtrent. Ook die zullen we dan uit de buffer betalen. In 2025 wordt een hervormingsplan opgeleverd. Hoe fundamenteler de hervormingen zijn, hoe meer tijd het meestal kost om deze ook te implementeren. Bij de keuzes die worden gemaakt moeten we de vraag meenemen welke uitvoeringskosten dit met zich mee gaat brengen. Indien er wordt gekozen voor een ambitieus hervormingsplan voorzien we dat in 2026 en 2026 de kosten voor beleidscapaciteit hoger zullen zijn. De totale uitvoeringskosten komen hiermee uit op € 5.544.000 in 2025 (inclusief indexatie). Ontwikkelbudget U16 Het ontwikkelbudget U16 omvat de kosten die worden gemaakt voor de ontwikkeling van en dialoog over beleid, waarbij ook de onderzoeken, leertrajecten en evaluaties die we doen of laten doen. Een deel van de inzet hiervoor is onderdeel van de reguliere beleidscapaciteit. We voorzien voor 2025 – 2026 de volgende extra kosten vanwege onderzoek dat door externe bureaus wordt gedaan: onderzoek onder cliënten, aanbieders en toegang over succesvolle/wenselijke elementen van de basisset Onderzoek naar de grens van ambulantisering
65.000 65.000
Verder is er momenteel externe begeleiding ingezet in de ontwikkelingen rondom de toegang. Voorzien is dat de RT deze taak grotendeels gaat overnemen. Voor de organisatie van leerbijeenkomsten en bijzondere vraagstukken voorzien we wel nog extra kosten op hierop extra externe capaciteit of deskundigheid in te kunnen zetten. De totale kosten begroten we op 30.000 per jaar. Voor overige kosten (logistiek, advies, teambuilding, leerbijeenkomsten, werksessies met externen etc) nemen we nog eens 50.000 euro op. Het totale ontwikkelbudget bedraagt daarmee € 215.000,- in 2025. Er zijn nog geen onderzoeken voorzien voor 2026. Omdat goed mogelijk is dat dat toch nodig blijkt te zijn nemen we de helft van het onderzoeksbudget van 2025 op en zijn kosten daar dus 150.000,Eigen bijdrage Voor de eigen bijdrage gaan we uit van de actuele prognose voor 2024 + loon- en prijsindexatie van 2,89%. Hiermee komt de eigen bijdrage voor 2025 op € 1.521.000 32
6. Planning, organisatie en inrichting 6.1 Mijlpalenplanning De ambities en voornemens zoals hierboven besproken gaan we we vertaald in een concrete planning voor in eerste instantie 2025. Wat pakken we wanneer op? Dit zal leiden tot een mijlpalenplanning voor 2025. Deze wordt opgesteld nadat dit UP is goedgekeurd en hieraan toegevoegd. De acties voor / inzet naar aanleiding van de beleidsnota voorkomen dakloosheid worden geïntegreerd in deze planning. Eind 2025 maken we een mijlpalenplanning voor 2026.
6.2 Regionale samenwerking De U16 heeft de afgelopen jaren grote stappen gemaakt in de regionale samenwerking. De U16 is daarin één van de koplopers in Nederland. We volgen het uitgangspunt ‘als het goed gaat met de buren, gaat het goed met ons’: we zijn afhankelijk van elkaar in het streven om onze inwoners met een psychische kwetsbaarheid zo goed mogelijk in staat te stellen om een zo normaal mogelijk leven te leiden. Om de gemeentelijke samenwerking in de U16 gestalte te geven is een beleidsvormende structuur ingericht. Voorheen werden deze gedragen door (tijdelijke) projectleiders, sinds begin 2024 is gestart met een samenwerkingsverband van medewerkers die dit werk als onderdeel van hun reguliere werkzaamheden doen. De regionale samenwerking is daarmee van tijdelijke projectorganisatie doorontwikkeld tot een structureel ambtelijk en bestuurlijk samenwerkingsverband. Besluitvorming in de U16 vindt plaats op basis van consent. De organisatie is getrapt ingericht. We werken vanuit vier subregio’s, te weten: Utrecht-Stad, Zuid Oost Utrecht (ZOU), Lekstroom en Utrecht West. Iedere subregio zendt een of meerdere vertegenwoordigers af naar de overleggen die op U16 niveau worden gevoerd.
Deze vertegenwoordigers dragen er zorg voor dat informatie en besluiten uit hun MOBW U16-overleg landen in alle gemeenten, en omgekeerd halen input uit de gemeenten in hun subregio op en brengen deze in bij de overleggen. Per subregio is hiervoor een structuur ingericht. De U16 overleggen zijn geen besluitvormende vergaderingen. Indien afspraken formeel vastgelegd moeten worden / een formeel besluit behoeven moet daarvoor per gemeente dit besluit (college of raad) worden genomen. Utrecht Stad is één van de vier regio’s is binnen de samenwerking. Daarnaast heeft zij nog steeds de centrumfunctie, nu de doorcentralisatie (nog?) niet heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat alle middelen nog steeds door het Rijk aan Utrecht Stad worden toegekend en dat de Utrechtse gemeenteraad het budgetrecht heeft. Daarbij heeft Utrecht de rol van gastheergemeente. Dat betekent ten eerste dat Utrecht het besluitvormingsproces faciliteert en ontzorgt. Vervolgens regelt Utrecht het contractmanagement, en organiseert ook andere uitvoerende taken zoals de Regionale Toegang, het innen van eigen bijdragen ed. Utrecht bewaakt regelgeving, toezicht en handhaving. 33
Daarnaast vertegenwoordigt Utrecht de U16 op landelijke tafels. Tot slot zorgt Utrecht voor monitoring en de bijbehorende dataverzameling en – verwerking. Momenteel werken we met de volgende structuur:
Het Regionaal Bestuurlijk Overleg MO/BW (RBO) is bestuurlijk verantwoordelijk voor de regionale samenwerking. De bestuurlijke overlegtafel wordt gevormd door vier bestuurders die elk hun regio vertegenwoordigen op bestuurlijk niveau. Het RBO MO/BW U16 komt 6 keer per jaar bij elkaar. Het Directeurenoverleg MOBW U16 (DO) is een regulier afstemmings- en voorbereidingsoverleg waarin de 4 regio’s op directie en/of managementniveau vertegenwoordigd zijn. Het DO komt bijeen vooraf aan ieder RBO. In het DO wordt bekeken of de randvoorwaarden voor de beleidsvorming en uitvoering op orde zijn en aansluiten bij ambities en beleid; daarnaast wordt de bestuurlijke beleidsvorming daar voorbereid. Het coördinatieteam MOBW U16 (CT) is het ambtelijk overlegorgaan voor afstemming en voorbereiding. Elke regio wordt vertegenwoordigd door twee tot drie beleidsadviseurs. Het CT komt tweewekelijk bij elkaar. Het CT levert de stukken voor het DO. Het programma wordt geleid door een programma-manager in samenwerking met een projectsecretaris. De programma manager is voorzitter van het CT en het DO, en waar nodig of gewenst van werkgroepen. Er zijn vaste werkgroepen die de informatie leveren voor discussie en afstemming in het CT. Daarnaast worden er adhoc werkgroepen gevormd indien er onderwerpen zijn die nadere uitdieping behoeven en waarvoor geen plek is binnen één van de vaste werkgroepen.
In 2024 waren dit bijvoorbeeld de werkgroep hervormingen en de werkgroep Enik. De werkgroepen worden deels door leden van het CT gevormd en deels door vertegenwoordigers van andere partijen of gemeentelijke afdelingen, afhankelijk van het onderwerp.
Genoemde gremia zijn niet formeel besluitvormend: dat zijn de 16 colleges en de 16 gemeenteraden. In bijlage 5 is een overzicht opgenomen van waar welke documenten worden vastgesteld. 34
We constateren dat het lukt om de beleidsvorming integraal via deze structuur te laten verlopen en dat de U16 daarmee landelijk voorop loopt in de kwaliteit van de regionale samenwerking. Een ambtelijke evaluatie heeft uitgewezen dat het vertrouwen in de loop van de tijd is gegroeid en nu stevig staat; nog steeds, ondanks een aantal hobbels en incidenten die er ook geweest zijn. Er is wel behoefte aan verder uitwerken van de spelregels om te voorkomen dat hobbels of incidenten op termijn het vertrouwen en daarmee de samenwerking zouden kunnen gaan schaden. Inhoudelijk is de samenwerking uitgewerkt in een regioplan voor de periode 23-28 waar alle gemeenteraden mee hebben ingestemd; met tweejaarlijkse UP’s die de doelstellingen uit het regioplan concreet uitwerken in acties en resultaten. Formeel is er een samenwerkingsovereenkomst gesloten die door alle colleges is ondertekend. Deze samenwerkingsovereenkomst is gebaseerd op de aanname dat per 1 januari 2024 de doordecentralisatie naar de individuele gemeenten zou plaatsvinden. Dat is niet gebeurd en het is nog maar de vraag óf en zo ja wanneer dat gaat gebeuren. Daarmee is de juridische basis van de samenwerking niet meer in overeenstemming met de werkelijkheid. Ook is de juridisch grondslag voor de overdracht van financiën niet goed geborgd in de samenwerkingsovereenkomst.
Wat gaan we doen 25-26 De ambities en planning gaan we meer afstemmen op de tijd die nodig is om de getrapte organisatie goed te doorlopen: terugleggen en ophalen, creëren van draagvlak, op de juiste plek de formele besluitvorming inbedden. Per beleidsvoorstel of ander beslisdocument gaan we na hoe de routing eruit ziet en wat de bijpassende planning is. Dat betekent dat processen wat meer tijd krijgen: dit kan betekenen dat stappen soms wat langer duren maar het draagt bij aan goede uitvoering van het beleid. We gaan de samenwerkingsovereenkomst aanpassen, opdat de samenwerkingsafspraken aansluiten bij het budgetrecht van de gemeenteraad van Utrecht. Ook moet de nieuwe versie voldoende grondslag bieden voor overdracht van financiële middelen tussen de gemeente Utrecht en de andere gemeenten.
35
Bijlage 1 Begrippenlijst
Addenda (enkelvoud: addendum) Een toevoeging of bijlage bij een document. Ambulantisering Dit is een trend waarbij de zorg steeds meer wordt verleend in de eigen omgeving van een cliënt, in plaats van in een zorginstelling. Basisset MO/BW De U16-gemeenten streven ernaar dat inwoners zo veel mogelijk kunnen herstellen in de wijk en zo onderdeel blijven van de maatschappij. Wat er nodig is hangt mede af van de lokale omstandigheden. De U16-gemeenten hebben afgesproken te werken met een basisset MO/BW die bestaat uit elf bouwstenen: professionele ambulante ondersteuning, ambulante behandeling via de zorgverzekeraar, toegang tot een woonplek, schuldhulpverlening, inkomen, toeleiding naar (betaald) werk, time-outvoorziening, persoonlijke ontwikkeling, informele zorg, integratie in de wijk, preventie en vroegsignalering. Een goed ingerichte basisset maakt het mogelijk dat voorkomen wordt dat inwoners instromen in MO- en BW-voorzieningen en biedt oplossingen die helpen in het herstel van inwoners. Beschermd wonen (BW) Beschermd wonen is het wonen in een accommodatie van een zorgaanbieder met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Het is bedoeld voor mensen van 18 jaar of ouder met psychische of psychosociale problemen. De cliënt heeft 24 uur per dag en zeven dagen in de week toezicht en ondersteuning in nabijheid.
Beschermd wonen valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). De Utrechtse gemeenten bieden inwoners die dat nodig hebben drie vormen van BW: beschermd thuis, beschermd verblijf en beschermd wonen specialistisch.
Beschermd thuis (BT) Beschermd thuis is een voorziening die bedoeld is voor inwoners van een gemeente binnen de U16-regio die zelfstandig wonen maar (zeer) intensieve gespecialiseerde begeleiding met 24-uurs bereikbaarheid nodig hebben. BT is juridisch gezien geen BW-product, maar is een door Utrecht ingekochte voorziening die transformatie binnen BW mede vormgeeft. Het slaat de brug tussen wonen in een instelling en zelfstandig wonen.
Beschermd verblijf (BV) Beschermd verblijf is een voorziening die bedoeld is voor inwoners uit de U16 die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen en tijdelijk intensieve gespecialiseerde begeleiding in een 24uursvoorziening nodig hebben.
Beschermd wonen specialistisch (BW specialistisch) Beschermd wonen specialistisch is een bovenregionale voorziening (U16-niveau) die bedoeld is voor inwoners in de U16-regio die tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen en naast gespecialiseerde begeleiding in een 24-uurs-voorziening een specifieke ondersteuningsvraag, benadering en/of setting nodig hebben die niet lokaal of regionaal kan worden geboden. 36
Centrumgemeente Een centrumgemeente is een gemeente die verantwoordelijk is voor het coördineren van bepaalde regionale taken, zoals maatschappelijke opvang en beschermd wonen, namens omliggende gemeenten. Zij ontvangt hiervoor subsidies van het Rijk. Voor beschermd wonen is gemeente Utrecht de centrumgemeente. Contingentwoningen/contingenten Dit zijn woningen die speciaal zijn toegewezen voor bepaalde doelgroepen. Bijvoorbeeld voor de BWdoelgroep. Deze woningen worden beschikbaar gesteld door woningcorporaties. Coördinatieteam (CT) MO/BW U16 Het coördinatieteam (CT) MO/BW U16 is het ambtelijk overlegorgaan voor afstemming en voorbereiding. Elke regio wordt vertegenwoordigd door twee tot drie beleidsadviseurs. Het CT komt tweewekelijk bij elkaar. Het CT levert de stukken voor het DO MO/BW U16. Directeurenoverleg (DO) MO/BW U16 Het Directeurenoverleg (DO) MO/BW U16 is een regulier afstemmings- en voorbereidingsoverleg waarin de vier regio’s op directie en/of managementniveau vertegenwoordigd zijn. Het DO komt bijeen vooraf aan ieder RBO MO/BW U16. In het DO wordt bekeken of de randvoorwaarden voor de beleidsvorming en uitvoering op orde zijn en aansluiten bij ambities en beleid. Daarnaast wordt de bestuurlijke beleidsvorming daar voorbereid.
Doordecentralisatie BW De verantwoordelijkheid voor beschermd wonen wordt mogelijk per 1 januari 2026 doorgedecentraliseerd van regio’s (centrumgemeenten) naar gemeenten. Daarnaast wordt er gewerkt aan een nieuw financieel verdeelmodel voor beschermd wonen. Deze doordecentralisatie zou oorspronkelijk per 2022 plaatsvinden, maar is al meerdere malen uitgesteld. Met de doordecentralisatie worden de BW-middelen gefaseerd aan elke gemeente verstrekt. Dit gebeurt aan de hand van een nieuw, objectief verdeelmodel. Daarnaast zal er een woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen gaan gelden. De nieuwe streefdatum voor invoering is 1 januari 2026. Enik Recovery College Dit is een ontmoetingsplaats en leeromgeving voor mensen die persoonlijk ervaring hebben met ontwrichting, door een psychische kwetsbaarheid of verslaving, en die willen werken aan hun herstel. Enik wordt gerund door ervaringsgenoten. Ernstig psychiatrische aandoening (EPA) EPA staat voor ernstig psychiatrische aandoening. Die gaat om langdurige psychiatrische stoornissen die aanzienlijke beperkingen in het sociaal en/of maatschappelijk functioneren veroorzaken en intensieve zorg vereisen. Voorbeelden hiervan zijn schizofrenie en een bipolaire stoornis. Extramuraal Zorg buiten een instelling, bijvoorbeeld thuiszorg. Extramurale zorg wordt ook wel ambulante zorg genoemd.
Fairshare afspraken Dit zijn afspraken die gericht zijn op een eerlijke en rechtvaardige verdeling van middelen,
37
verantwoordelijkheden of kosten tussen verschillende partijen. Deze afspraken maken we in U10verband over woonplekken. G4-gemeenten De G4-gemeenten zijn de vier grootste gemeenten in Nederland: Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam. Gastheergemeente Een gastheergemeente is faciliterend. De gemeente Utrecht heeft voor beschermd wonen de rol van gastheergemeente. Dat betekent dat Utrecht het besluitvormingsproces faciliteert en ontzorgt. Ook regelt Utrecht het contractmanagement en organiseert zij andere uitvoerende taken zoals de Regionale Toegang en het innen van eigen bijdragen. Utrecht bewaakt regelgeving, toezicht en handhaving. Daarnaast vertegenwoordigt Utrecht de U16 op landelijke tafels. Tot slot zorgt Utrecht voor monitoring en de bijbehorende dataverzameling en -verwerking. Gemeenschappelijke regeling (GR) Samenwerkingsverband tussen verschillende overheidsorganen, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, bedoeld om gezamenlijke belangen te behartigen. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Het Gezond en Actief Leven Akkoord is een samenwerkingsovereenkomst tussen de overheid, gemeenten, GGD en zorgverzekeraars, gericht op het verbeteren van fysieke en mentale gezondheid, preventie en het versterken van de sociale basis. Infobulletin Kort bericht bedoeld om ontvangers te informeren. Intramuraal Zorg binnen een instelling, bijvoorbeeld beschermd wonen.
Integraal Zorgakkoord (IZA) Samenwerkingsovereenkomst gericht op het waarborgen van toegankelijke, kwalitatief hoogwaardige en betaalbare zorg. Lokale toegang Inwoners kunnen zorg vinden en aanvragen bij lokale teams (buurtteam, wijkteam of sociaal team). Licht verstandelijke beperking (LVB) 18+ Licht verstandelijke beperking bij personen van 18 jaar en ouder. Mensen met een LVB hebben een IQ tussen de 50 en 70 en ervaren aanzienlijke beperkingen in hun cognitieve ontwikkeling en vaardigheden. Maatschappelijke opvang (MO) Bedoeld voor mensen die hun thuissituatie hebben (moeten) verlaten en die niet zonder hulp zelfstandig kunnen wonen. Zij moeten elk moment van de dag zorg kunnen krijgen.
38
Onzelfstandige woningen Woonruimtes die niet volledig zelfstandig zijn. Bewoners hebben geen eigen toegang en kunnen gebruik maken van gedeelde voorzieningen. Ouder-kindplek Woonvoorziening voor ouders, vaak jonge moeders, die ondersteuning nodig hebben bij de zorg en opvoeding van hun kinderen. Overgang 18- naar 18+ De overgang van jongeren die 18 jaar worden en de veranderingen in zorg en ondersteuning die daarbij komen kijken. De zorg die zij ontvangen gaat over van de Jeugdwet naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Persoonsgebonden budget (pgb) Geldbedrag waarmee mensen zelf zorg of ondersteuning in te kopen. Zij bepalen zelf welke zorg zij ontvangen en wie deze zorg levert. Pitstops Lokale, tijdelijke woonvoorzieningen voor passende zorg en ondersteuning dichtbij huis voor inwoners die dreigen dakloos te worden. Prikkelarme woningen Woonvormen die zijn ontworpen om een rustige en veilige omgeving te bieden voor mensen met psychische problemen of andere kwetsbaarheden die moeite hebben met de prikkels in een reguliere woonomgeving. Programma MO/BW U16 Het programma MO/BW U16 wordt geleid door een programmamanager in samenwerking met een projectsecretaris. De programmamanager is voorzitter van het CT en het DO en waar nodig of gewenst van werkgroepen. Pxq-financiering Financiering prijs x kwantiteit.
De gemeente maakt afspraken met de zorgaanbieders op basis van een vaste vergoeding per uur geleverde ondersteuning. Ravijnjaar Het jaar dat gemeenten minder geld krijgen van het Rijk. Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) MOBW U16 Het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) MO/BW U16 is bestuurlijk verantwoordelijk voor de regionale samenwerking op maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De bestuurlijke overlegtafel wordt gevormd door vier bestuurders die elk hun regio vertegenwoordigen op bestuurlijk niveau. Het RBO MO/BW U16 komt zes keer per jaar bij elkaar. Regionale Toegang (RT) Voor beschermd wonen is de toegang belegd bij de Regionale Toegang van de gemeente Utrecht. Safehouse 39
Een safehouse is een veilige en gezonde woonomgeving, waarin vaardigheden die essentieel zijn voor herstel na een verslaving worden aangeleerd en geoefend in een huiselijke omgeving met gelijkgestemden. Spreidingsvisie Beleidsdocument dat richtlijnen geeft over hoe voorzieningen of diensten over een gebied moeten worden verspreid. In de U16 kennen we een BW-spreidingsvisie: deze visie betreft een goede spreiding van zorgvoorzieningen over de gehele U16-regio. T-gesprekken Er worden drie tertaalgesprekken (T-gesprekken) per jaar gevoerd met zorgaanbieders van beschermd wonen. Time-outvoorziening Als het tijdelijk niet lukt om zelfstandig te wonen, kunnen inwoners kort verblijven in een timeoutvoorziening. Dit biedt mensen rust en kan helpen om de situatie te stabiliseren en verergering van klachten te voorkomen. De betrokken hulpverlener blijft verantwoordelijk voor de zorg en ondersteuning en ook het sociale netwerk blijft in stand, zodat daarin continuïteit is. Toeleidingsproces geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Traject dat mensen doorlopen om toegang te krijgen tot de juiste zorg en ondersteuning. U16 De zestien Utrechtse regiogemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist.
De vier subregio’s zijn: Utrecht-Stad, ZuidOost Utrecht (ZOU), Lekstroom en Utrecht-West. Veldtafel Een overlegstructuur in de U16 tussen zorgorganisaties en gemeenten om gezamenlijke oplossingen te vinden voor complexe situaties en casuïstiek. Vierkant De inkoopafspraken die gastheergemeente Utrecht heeft gemaakt met zorgaanbieders. Wachtlijst Periode die mensen moeten wachten voordat ze toegang krijgen tot ondersteuning of tot een woning. Wet langdurige zorg (Wlz) De Wet langdurige zorg regelt en financiert onder andere de intramurale zorg voor Inwoners die blijvend zijn aangewezen op 24 uur per dag zorg in nabijheid of permanent toezicht vanwege hun psychische stoornis. Er is vastgesteld dat de inwoner levenslange noodzaak heeft tot 24-uurs zorg in nabijheid. Er is geen uitzicht op verbetering of herstel. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 Wet die gemeenten verantwoordelijk stelt om zorg en ondersteuning te bieden aan inwoners die niet 40
op eigen kracht zelfredzaam zijn. Eén van de vormen van Wmo-ondersteuning is individuele begeleiding (IB). Zelfredzaamheidsmatrix Instrument dat gebruikt wordt om de zelfredzaamheid van individuen te meten en te verbeteren. Zorglandschap Overzicht van zorgvoorzieningen in de gehele U16.
41
Bijlage 2 Doelstellingen en pijlers Regioplan De 3 doelstellingen in het regioplan zijn vertaald naar 5 pijlers. Het Regioplan zegt hierover het volgende: 1.
Inzetten op voorkomen en herstel: Meer dan nu het geval is willen we dat wijkteams en voorliggende partijen een rol gaan spelen bij inwoners die een ondersteuningsvraag hebben. Hierdoor zijn we beter in staat om de ondersteuningsvraag vroegtijdig met alle betrokkenen op te pakken, en voorliggende voorzieningen5 in te zetten. Zo kunnen we samen werken aan herstel. Lokale toegangen krijgen een grotere rol in de toeleiding richting BW. En blijven deze inwoners in beeld bij de lokale toegangen, waardoor herhaalde instroom in BW wordt voorkomen. Het is hierbij de rol van de lokale gemeente om te zorgen voor een passend niveau van lokale voorzieningen (lokale basisset), zoals voorzieningen rondom schulden, dagbesteding/werk en ambulante begeleiding. Pijlers: 1. Basisset & 2. toegang
2.
Verschuiving naar meer ambulante hulpverlening Binnen beschermd wonen wordt ingezet op het bieden van 24- uurs zorg in de thuissituatie in plaats van het wonen in en intramurale voorziening. Dat betekent dat er vaker Beschermd Thuis (BT) wordt ingezet. Dit vraagt een andere manier van begeleiding en andere voorwaarden in de wijken en dorpen. Hierover worden afspraken gemaakt met aanbieders en partijen in de wijk. Daarnaast vraagt dit voldoende woonplekken in alle 16 gemeenten. De realisatie van voldoende woonplekken binnen alle U16 gemeenten volgens de contingent8 afspraken en de ontwikkeling van alternatieve woonvormen heeft hierin prioriteit9. Hierdoor wordt het mogelijk dat cliënten in de regio/eigen gemeente, blijven wonen. Hiervoor worden afspraken gemaakt met woningcorporaties en alle gemeenten. Pijlers: 3. aanbieders & 4. woonplekken
3.
Gezamenlijk doorontwikkelen en sturen op het zorglandschap. Beschermd wonen zal nodig blijven voor een deel van de cliënten. We houden voor deze cliënten zo lang als dat nodig is gezamenlijk de infrastructuur en 24-uurs voorzieningen in stand. Daarbij sturen we gezamenlijk op een goede spreiding van voorzieningen over de gehele U16-regio. Voor Beschermd Thuis betekent dit dat we direct in alle gemeenten kijken waar extra plekken nodig zijn. Voor Beschermd Verblijf (BV) sluiten we aan bij de ontwikkeling van de vraag en aanbod. Als er een nieuwe locatie nodig is, wordt in alle 16 gemeenten bekeken of en waar dit het beste passend is. Een belangrijke voorwaarde om deze gewenste beweging te kunnen realiseren is dat gemeenten klaar zijn voor de decentralisatie van deze taken. Er zijn afspraken gemaakt over een eerlijke verdeling van de middelen. Daarnaast wordt er een dashboard ontwikkeld waarin stuur- en monitoringsinformatie beschikbaar wordt gesteld. Gemeenten zullentc de komende jaren met de centrumgemeenten op verschillende onderdelen gaan leren. Tot slot zal, over de vervolgstappen, naar aanleiding van een evaluatie, gezamenlijk bekeken worden waar verdere verschuiving van taken mogelijk en wenselijk is. Pijlers: 5. spreiding van voorzieningen
8
Contingent woningen zijn woningen die door de woningbouwcorporaties ingezet worden voor uitstroom van de BW doelgroep. 9 waarbij ook draaglast en draagkracht van de wijken meegenomen wordt.
42
Bijlage 3 Verdeling lokale basis per gemeente In onderstaande tabel is aangegeven hoe de verdeling van de post Lokale basis in de werkbegroting verdeeld wordt over de U16 gemeenten. De verdeling is gemaakt op basis van het objectief verdeelmodel zoals dat voor de doordecentralisatie van Beschermd wonen in uitgewerkt. De middelen voor de lokale basis worden overgemaakt aan de gemeenten.
Utrecht Utrechtse Heuvelrug Houten De Ronde Venen Bunnik Oudewater Zeist Woerden Vijfheerenlanden Ijsselstein Lopik Nieuwegein Stichtse Vecht De Bilt Wijk bij Duurstede Montfoort U Totaal U16
Verdeling lokaal Verdeling lokaal Verdeling lokaal maatwerk (obv maatwerk 2025 in maatwerk 2026 in verdeelmodel) € € 47,5% € 11.698.079 € 9.968.389 4,9% € 1.206.606 € 1.028.196 4,3% € 1.055.926 € 899.796 3,0% € 728.934 € 621.153 1,3% € 325.420 € 277.303 0,9% € 229.644 € 195.689 8,0% € 1.982.381 € 1.689.264 4,5% € 1.106.296 € 942.718 4,0% € 997.549 € 850.050 2,5% € 623.771 € 531.539 1,1% € 282.868 € 241.043 6,4% € 1.583.749 € 1.349.574 4,4% € 1.092.843 € 931.254 4,0% € 988.765 € 842.565 1,9% € 465.577 € 396.736 1,1% € 269.591 € 229.729 100% € 24.638.000 € 20.995.000
43
Bijlage 4 Besluitvorming
44
Bijlage 5 Kansen en risico’s Rondom MOBW zien wij de nodige kansen en risico’s. Deze staan hieronder opgesomd, met daarnaast hoe wij hierop in willen spelen.
Kansen
Follow up
Digitalisering: mogelijkheden voor meer zorg We gaan in het kader van hervormingen en op maat, makkelijker 24-uurs zorg in kleinere verlengingen/aanbesteding in gesprek met kernen. aanbieders om deze mogelijkheden mee te nemen in de afspraken. Minder taboe op psychische kwetsbaarheid / We richten ons meer op de mogelijkheden die meer openheid over psychische wijken en community work bieden, vooral in onze kwetsbaarheid zoektocht naar een stevige basisset. Initiatieven van en voor de doelgroep worden meer ondersteund, om te beginnen de infrastructuur voor peer support. Aandacht voor positieve gezondheid / We zetten komende jaren versterkt in op een aandacht voor preventie. Biedt de kans om goede basis / betere preventie. vroegtijdig psychische problematiek te signaleren /voorkomen dat het escaleert. Financiële tekorten / ravijnjaar. Minder Vanuit de werkgroep hervormingen is dit opgepakt budget is ook een kans om het anders te en wordt dit via deze lijn ingevuld. doen. Arbeidsmarkt / personeelstekorten. Meer We verkennen de werkwijze ‘work first’ binnen de kansen voor de doelgroep om betaald werk zoektocht naar een goede basisset. en een zinvolle plek in het arbeidsproces te krijgen. Woningtekort.
Te weinig woningen is een Gesprek over en lobby voor creatieve woonvormen kans om het te hebben over alternatieve in het algemeen en onzelfstandige woningen in het volwaardige woonconcepten. Zeker als deze bijzonder is een speerpunt van de werkgroep op korte termijn kunnen worden wonen. gerealiseerd. Steeds groter wordend woningtekort. Ook We zien dat het woningtekort het hele systeem nog meer doelgroepen voor de schaarse frustreert. Woningbouw is de lange termijn beschikbare woningen voor huisvesting strategie en is al lastig; op korte termijn zoeken we bijzondere doelgroepen (EU rechtentool, het vooral in het mogelijk maken van creatieve extramuralisering VG). woonvormen, die tot volwaardige woonplekken kunnen leiden. Is een speerpunt van de werkgroep wonen. Groei van het aantal inwoners die een Meer investeren in de lokale basis om escaleren beroep zou kunnen doen op BW: meer van problematiek te voorkomen. inwoners met ernstige psychische problematie 45
Draagkracht samenleving neemt af / minder samenhang: minder leefbaarheid in wijken, polarisatie, maatschappij wordt ingewikkelder, grotere welvaartskloof. Financiële vraagstukken /bezuinigingen. En zo niet binnen BW dan wel bij aanpalende sectoren (MO, jeugd, gemeentefinancien algemeen). Personeelstekort in de zorg Politieke onzekerheid. Onduidelijkheid over doordecentralisatie. Spanning tussen budgetrecht Utrechtse raad en streven om gelijkwaardig en samen BW vorm te geven.
Via de basisset bekijken we welke voorzieningen het meest passend zijn, en we kijken daarbij ook naar versterking van cohesie en wijken. Community building wordt gefinancierd in de basisset. We zetten in op afstemmen van initiatieven en prioriteiten met aanpalende sectoren, opdat we elkaar maximaal versterken en niet gaan dubbelen of zelfs tegenwerken. We zijn op zoek naar waar we de meeste toegevoegde waarde kunnen leveren. Sturen op zorg zo licht mogelijk inrichten en liefst de behoefte aan gespecialiseerde zorg voorkomen door te investeren in de lokale basis. Binnen de U16 is gekozen om door te gaan op het pad van gezamenlijke financiering en inzet van BW, doordecentralisatie of niet. Dit wordt voortgezet. Herijken van de samenwerkingsovereenkomst waarin gegeven het budgetrecht van de Utrechtse raad daarbij passende samenwerkingsafspraken worden opgenomen.
46