A05.2 Bijlage 2 Uitvoeringsprogramma MOBW U16 Oudewater 2025-2026 (173747).pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma Beschermd wonen en Maatschappelijke Opvang U16 2025 – 2026
1
Inhoud 1.
Samen aan de slag in de U16 voor Beschermd wonen ............................................................... 3
2.
Overige lopende trajecten........................................................................................................... 4 2.1 Hervormingen.............................................................................................................................. 4 2.2 Maatschappelijke opvang.............................................................................................................. 4
3.
Pijlers: inzet in 2025 - 2026 ......................................................................................................... 6 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 6 3.1 Basisset ........................................................................................................................................ 6 3.2 Woonplekken .............................................................................................................................. 8 3.3 Toegang ..................................................................................................................................... 11 3.4 Aanbieders .................................................................................................................................. 14 3.5 Sturen op het zorglandschap..................................................................................................... 16 3.6 Jongeren/ jongvolwassenen ...................................................................................................... 19
4
Monitoren, dialoog en lobby ..................................................................................................... 20 4.1 Sturen en monitoren ................................................................................................................. 20 4.2 Dialoog: leren, informatie en communicatie ............................................................................ 21 4.3 Lobby ......................................................................................................................................... 22
5
Begroting MOBW U16 2025 - 2026 ........................................................................................... 24 5.1 Financiële samenwerking .......................................................................................................... 24 5.2 Samenhang met andere financiële stromen ............................................................................. 25 5.3 Begroting 2025-2026 ................................................................................................................. 25
6.
Planning, organisatie en inrichting ............................................................................................ 33 6.1 Mijlpalenplanning ...................................................................................................................... 33 6.2 Regionale samenwerking........................................................................................................... 33 Bijlage 1 Begrippenlijst ..................................................................................................................... 36 Bijlage 2 Doelstellingen en pijlers Regioplan..................................................................................... 42 Bijlage 3 Verdeling lokale basis per gemeente................................................................................... 43 Bijlage 4 Besluitvorming .................................................................................................................... 44 Bijlage 5 Kansen en risico’s................................................................................................................ 45
2
1. Samen aan de slag in de U16 voor Beschermd wonen Dit document bevat het uitvoeringsprogramma (UP) Beschermd Wonen (BW) U16 2025-20261. Hierin beschrijven we wat we in deze jaren willen doen en bereiken. De primaire doelgroep van deze inspanningen zijn volwassen inwoners van de U162 die door hun psychische of psychosociale beperkingen tijdelijk niet in staat zijn zelfstandig te leven dan wel van wie het vermogen tot zelfstandig leven onder druk staat. Onze gezamenlijke ambitie is het ‘tijdig realiseren van passende ondersteuning van deze kwetsbare doelgroep, zo thuis mogelijk’. We willen dat mensen een zo gewoon mogelijk leven kunnen leiden, in de eigen woon- en leefomgeving (thuis) zodat zij mee kunnen doen. Daartoe organiseren we passende zorg en ondersteuning op die plek waar mensen zich het meeste thuis voelen. Dat draagt bij aan hun herstel. Dat betekent dat we zoveel mogelijk uitgaan van lokale ondersteuning in de wijken en dorpen in onze regio. En als er meer nodig is organiseren we een beschermende woonomgeving, zo kort als mogelijk maar ook zo lang als nodig. Deze ambitie is in het ‘Regioplan U16 – Beschermd Wonen’ vertaald in drie doelstellingen en 5 pijlers: 1.
Inzetten op voorkomen en herstel: Lokale toegangen krijgen een grotere rol in de toeleiding richting BW. Lokale gemeenten zorgen voor een passend niveau van lokale voorzieningen (lokale basisset), zoals voorzieningen rondom schulden, dagbesteding/werk en ambulante begeleiding. Pijlers: 1. Basisset & 2. Toegang
2.
Verschuiving naar meer ambulante hulpverlening: Inzetten op het bieden van 24- uurs zorg in de thuissituatie in plaats van het wonen in en intramurale voorziening. Voldoende woonplekken in alle 16 gemeenten. Hierdoor wordt het mogelijk dat cliënten in de regio/eigen gemeente, blijven wonen. Pijlers: 3. Aanbieders & 4. Woonplekken
2.3 Gezamenlijk doorontwikkelen en sturen op het zorglandschap. Gezamenlijk sturen op een goede spreiding van passende voorzieningen over de gehele U16-regio. Pijlers: 5. zorglandschap
Gemeente Utrecht is als centrumgemeente verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. In 2017 bereikten de VNG en het ministerie het akkoord dat deze taak verantwoordelijkheid zou worden van alle gemeenten, opdat gemeenten meer regie en verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de zorg voor de eigen inwoners. Deze doordecentralisatie is steeds uitgesteld en op moment van totstandkoming van dit UP is niet bekend of en wanneer deze alsnog gaat plaatsvinden. In de U16 omarmen we deze beweging nog steeds. We vinden het belangrijk dat elke gemeente of regio meer verantwoordelijkheid kan en zal nemen. We willen samen verantwoordelijk zijn voor het beschikbaar houden van passende zorg en ondersteuning voor alle BW-cliënten in de U16. Het uitgangspunt hierbij is lokaal wat lokaal kan, regionaal wat meerwaarde heeft. 1
In bijlage 1 is een uitgebreide begrippenlijst toegevoegd.
2 De U-16 gemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater,
Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist.
3
2. Overige lopende trajecten Er lopen een tweetal trajecten die invloed gaan uitoefenen op welke werkzaamheden wanneer plaatsvinden: de beleidsnota voorkomen dakloosheid en het traject gericht op hervormingen van het Beschermd Wonen. Deze kunnen er toe leiden dat het actieprogramma zoals dat in het volgende hoofdstuk is uitgewerkt binnen de looptijd aangepast moet worden. Hieronder wordt kort toegelicht waarover het gaat.
2.1 Hervormingen De doelstellingen uit het regioplan staan nog steeds. Er is wel een verschuiving zichtbaar in de aandacht naar meer nadruk op voorkomen en herstel. Niet alleen na uitstroom uit BW maar ook in de periode dat cliënten BW-zorg ontvangen. Het gaat niet alleen maar meer om de vraag intramuraal of extramuraal. De focus komt meer te liggen op borgen dat inwoners met een psychische kwetsbaarheid een dagelijks leven kunnen leiden dat zoveel mogelijk overeenkomt met dat van mensen zonder die kwetsbaarheid: normalisering. Niet alleen qua wonen maar ook op andere leefgebieden: werken en leren, sociale contacten, financiële omstandigheden, etc. Deze verschuiving zien we elders ook. Er is een aanzwellende maatschappelijke discussie over de effecten van Beschermd Wonen. De vraag is of we een en ander echt anders moeten inrichten om cliënten maximale mogelijkheid tot herstel en een zo ‘normaal’ mogelijk leefsituatie te bieden. En er zijn andere factoren die maken dat we kritisch moeten kijken naar de inrichting van onze zorg. Allereerst is er een capaciteitsvraagstuk in de zorg: aanbieders kampen met serieuze personeelstekorten en de verwachting is dat dat alleen nog maar zal toenemen. Ook zijn er financiële vraagstukken. Utrecht werd in 2024 geconfronteerd met een groot financieel tekort, hetgeen leidde tot een taakstelling op Beschermd Wonen.
Voor de korte termijn is hier een oplossing voor gevonden, maar we achten de kans reëel dat we in de toekomst toch met minder geld toe moeten. Er is daarom in 2024 op verzoek van het RBO een werkgroep van start gegaan die, in een dialoog met aanbieders en cliënten/ cliëntvertegenwoordigers, in beeld brengt welke hervormingen wenselijk zijn en hoe we die kunnen effectueren. Dit zal resulteren in een hervormingsplan. In bijlage 3 staat een overzicht van de eerste ruwe ideeën voor hervormingen. De planning is dat het hervormingsplan er tegen de zomer 2025 zal liggen. Tegen die tijd zal dit UP naast het hervormingsplan worden gelegd en worden bezien of en zo ja op welke onderdelen het UP herijkt en waar de planning aangepast moet worden. Wat gaan we doen (2025 - 2026) We maken een hervormingsplan. Er wordt een overzicht gegeven van welke acties voortvloeien uit het hervormingsplan en deze worden geïntegreerd in dit uitvoeringsprogramma. De planning wordt hierop aangepast.
2.2 Maatschappelijke opvang Maatschappelijke Opvang behelst het bieden van een veilige plek aan dakloze inwoners die niet in staat zijn om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Er zijn veel raakvlakken tussen MO en BW. De doelgroep van de Maatschappelijke opvang valt in ruime mate samen met de doelgroep van Beschermd Wonen. In beide gevallen gaat het veelal om mensen met een psychische 4
kwetsbaarheid, met vraagstukken rondom wonen, participatie, herstel en zelfredzaamheid. Preventieve voorzieningen die de ene doelgroep bedienen zijn meestal ook passend voor de andere doelgroep. We zien dat op dit moment 10% van de mensen in de MO verblijft met een BW indicatie. De vraagstukken rondom de beweging van wonen in een instelling naar (zelfstandig) wonen met passende ambulante begeleiding komen overeen. Gemeente Utrecht is centrumgemeente voor beide beleidsterreinen; er is wel sprake verschillende financiële stromen. We zien in den lande dat beleidsvorming van beide beleidsterreinen veelal geïntegreerd wordt opgepakt. Destijds is in het regioplan al geschreven dat we in de U16 ook op het gebied van MO willen samenwerken en leren. In 2023 is besloten dat het voorkomen van dakloosheid ook onder de governance van de samenwerking BW U16 te brengen om het overzicht op beide beleidsterreinen te houden en ze op elkaar af te kunnen stemmen.3 Op moment van totstandkoming van dit nieuwe UP BW wordt het beleidsplan regionale aanpak voorkomen dakloosheid voor de U16 opgesteld.
Hier wordt vooral ingegaan op wat er voorliggend nodig is (basisset en woonplekken) om dakloosheid te voorkomen of om mensen zo snel mogelijk weer te laten uitstromen uit de maatschappelijke opvang.4 Wat gaan we doen (2025 - 2026) De stappen die nodig zijn voor de uitvoering van de beleidsnota voorkomen dakloosheid wordt in een addendum toegevoegd aan dit UP. We bekijken hoe de organisatie van BW in de regio gebruikt kan worden om de uitvoering van de beleidsnota voorkomen dakloosheid zo efficïent mogelijk te laten lopen. Er wordt één mijlpalenplanning gemaakt om de voortgang van zowel de plannen voor BW als voor voorkomen dakloosheid in de U16 te bewaken. We zorgen dat deze aansluit bij de capaciteit die binnen dit UP en binnen middelen voor voorkomen dakloosheid beschikbaar is. Vanuit beide financieringsstromen zetten we in op de lokale basis en op het bevorderen van woonplekken voor de doelgroep MOBW. We stemmen de afwegingskaders voor de inzet van middelen op elkaar af
3 Aanvankelijk werd toegewerkt naar een actieplan voorkomen dakloosheid; in juni 2024 is besloten dat we geen actieplan
maar een beleidsplan voorkomen dakloosheid opstellen. 4 Overheidsbeleid mbt dakloosheid omvat ook het bieden van voorzieningen voor maatschappelijke opvang. De gemeente Utrecht organiseert dit vanuit haar centrumfunctie. Het beleidsplan richt zich niet op de voorzieningen voor maatschappelijke opvang.
5
3. Pijlers: inzet in 2025 - 2026 Leeswijzer Hieronder staat per pijler om te beginnen nog eens het beoogd resultaat zoals dat geformuleerd is in het regioplan, eventueel aangescherpt naar aanleiding van de ervaringen en inspanningen tot nu toe. Daarna staat kort beschreven wat er tot nu toe is bereikt in de periode 2023-2024. Vervolgens laten we zien wat de inzet en doelstellingen voor de periode 2025-2026 zullen zijn. Het is daarbij belangrijk om voor ogen te houden dat Beschermd Wonen zich in een dynamisch beleidsveld bevindt, met veel aanverwante of overlappende domeinen en ontwikkelingen. Denk aan het landelijke programma ‘Thuis voor Iedereen’, aan IZA, GALA. Denk aan alle ontwikkelingen in en beleidstraject op het terrein van jeugd, wonen, de sociale basis. Vanuit ons programma hebben we direct zeggenschap over de inrichting en aansturing van de zorg binnen voorzieningen voor Beschermd Wonen. Maar daarnaast richten we ons steeds meer op het voorveld. Ons programma probeert daar samen met veel anderen resultaten te boeken op het terrein van wonen, de sociale basis, jeugd. Dit zijn dynamische beleidsterreinen waar veel andere projecten en programma’s lopen (denk aan GALA, IZA, thuis voor iedereen, woonzorg-visies, etc).
We moeten ons steeds afvragen welke toegevoegde waarde we vanuit ons programma kunnen hebben, waar kunnen we daadwerkelijk invloed hebben en waar kunnen we het verschil maken. We beperken ons dan allereerst tot onze doelgroep: (jong)volwassen inwoners van de U165 die door hun psychische of psychosociale beperkingen tijdelijk niet in staat zijn zelfstandig te leven dan wel van wie het vermogen tot zelfstandig leven onder druk staat. Ook daarbinnen hebben we steeds diezelfde vraag gesteld over waar we het meest kunnen bijdragen. Dit heeft de keuzes voor de acties hieronder medebepaald.
3.1
Basisset
Beoogd resultaat (2023 - 2028) Elke gemeente uit de U16 zorgt dat kwetsbare inwoners (doelgroep MOBW) zo goed mogelijk hun leven kunnen leiden in hun wijk, dorp of stad. Dit voorkomt dat zij de regie op hun leven kwijtrijken. Wat er nodig is hangt mede af van de lokale omstandigheden. De U16-gemeenten hebben afgesproken te werken met een basisset MOBW die bestaat uit verschillende bouwstenen6. Per bouwsteen kennen we op regionaal en op lokaal niveau verschillende voorzieningen. Een goed
5 De U-16 gemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater,
Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist. 6 De bouwstenen van de basisset zijn (uit: Regionale koers MO en BW U16):
1 Professionele ambulante begeleiding ; 2. Ambulante behandeling via de zorgverzekeraar; 3. Toegang tot een woonplek; 4. Schuldhulpverlening, 5. Inkomen; 6. Toeleiding naar (betaald) werk; 7. Time-outvoorziening; 8. Persoonlijke ontwikkeling; 9. Informele zorg; 10. Integratie in de wijk; 11. Preventie en vroegsignalering.
6
ingerichte basisset maakt het mogelijk dat voorkomen wordt dat inwoners instromen in MO- en BWvoorzieningen en biedt oplossingen die helpen in het herstel van inwoners. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) Overdracht middelen vanuit Utrecht naar andere regio’s: start versterking basisset Vanaf 2023 draagt Utrecht middelen voor de basisset over aan de andere gemeenten binnen de U16, op basis van het objectief verdeelmodel. We zien dat de U16 gemeenten vanuit deze extra middelpen voor lokaal maatwerk een extra impuls kunnen gegeven aan versterking van de lokale sociale basis voor psychisch kwetsbare inwoners. Deze inzet is belangrijk in het kader van het herstel van cliënten, om de gewenste beweging naar meer beschermd thuis te maken en hiermee samenhangend het Beschermd Wonen voorzieningenstelsel houdbaar te houden. We hebben in kaart gebracht welke voorzieningen er per gemeente aanwezig zijn. Daarbij liepen we aan tegen het feit dat het resultaat een lange en weinig overzichtelijk lijst is, waaraan moeilijk conclusies kunnen worden verbonden. We kunnen niet beoordelen of we de goede dingen doen en of we de dingen goed doen. Ook is het moeilijk om in beeld te krijgen of er kansen zijn voor samenwerking of we dat elkaar ergens kunnen versterken.
Enik en Pitstops We hebben twee voorzieningen in de basisset ontwikkeld, deze zijn voor steeds meer bewoners van de U16 beschikbaar: het Enik Recovery College: een ontmoetingsplaats en leeromgeving voor mensen die persoonlijk ervaring hebben met ontwrichting, door een psychische kwetsbaarheid of verslaving, en die willen werken aan hun herstel. Enik wordt gerund door ervaringsgenoten. Pitstops: lokale, tijdelijke woonvoorzieningen voor passende zorg en ondersteuning dichtbij huis voor inwoners die dreigen dakloos te worden. Wat gaan we doen (2025 - 2026) Gemeenten zijn blij met de middelen voor de lokale basis, het ondersteunt het belang dat we hechten aan preventie en normalisering en maakt dat er een stap gemaakt kon worden. Er is nu behoefte aan informatie en uitwisseling over wat welk en wat niet werkt in de basisset, over welke voorzieningen het meest effectief zijn, aan transparantie over wat we doen, om van elkaar te leren en om elkaar te helpen en te faciliteren bij de goede inrichting van de basisset. Dus: We bepalen gezamenlijk welke voorzieningen het meest effectief zijn voor onze doelgroep om zelfstandig te kunnen blijven functioneren, en daarmee door iedere gemeente of regio minimaal in de basisset aangeboden zou moeten worden. We gaan daarbij de set bouwstenen zoals genoemd in het regioplan tegen het licht houden en indien nodig passen we deze aan.
We zetten de volgende stappen: Uitwisseling van werkzame en niet-werkzame elementen van de basisset per regio. Ophalen en analyse van ervaringen uit andere regio’s in Nederland Wetenschappelijk onderzoek over werkzame elementen in de basisset Onderzoek uit onder cliënten en de lokale toegangen
7
We maken daarbij expliciet bij welke voorzieningen specifiek jongeren/ jongvolwassenen baat hebben. We stellen een afwegingskader op voor de besteding van middelen voor het lokaal en regionaal maatwerk. We zorgen voor de (door)ontwikkeling van de basisset: we brengen in beeld welke stappen er nodig zijn voor de gemeenten in de U16 om de afgesproken basisset MOBW U16 te realiseren. De gemeenten in de U16 gaan aan de slag met deze stappen. We stellen vast welke gegevens we nodig hebben om de (door)ontwikkeling van de basisset MOBW U16 te monitoren. Zoals instroom in en uitstroom uit voorzieningen MOBW. We verzamelen, analyseren en duiden deze cijfers, en op basis hiervan geven we onze inzichten over mogelijke ontwikkeling van de inzet op lokaal en/of regionaal niveau in de basisset. We zorgen voor afstemming met andere programma’s die ook inzetten op een basisset voor dezelfde of vergelijkbare doelgroep als MOBW: GALA, IZA en beleidsnota dakloosheid. We maken een integraal overzicht van welke voorzieningen onder welk programma worden ingericht en stemmen dit op elkaar af. De acties uit het nog op te stellen hervormingsplan MOBW die betrekking hebben op de basisset MOBW U16 werken we uit in concrete stappen.
We brengen in beeld hoe het staat met de kennis bij de lokale toegang ten aanzien van ernstige psychiatrische aandoeningen en welke zorg en hulp daar goed bij past, en inventariseren of en zo ja welke leerbehoefte hier is. Doel is dat mensen beter worden toegeleid naar beschermd wonen maar ook vooral lokaal meer passende begeleiding krijgen en dat de samenwerking met andere domeinen wordt verstevigd. Naar aanleiding van deze inventarisatie rollen we een leertraject uit met de relevante toegangsmedewerkers. Wat merkt de inwoner hiervan? De voorzieningen die het meest effectief en efficiënt zijn, bij ondersteuning van mensen met een psychische kwetsbaarheid die zelfstandig leven, zijn lokaal in iedere gemeente of regio aanwezig of worden daar opgebouwd. Deze voorzieningen zijn toegankelijk voor inwoners die ze nodig hebben. Financiering en daarmee continuïteit van deze voorzieningen is geborgd. We voorkomen daarmee dat een aantal inwoners hun zelfstandigheid verliezen / moeten instromen in BW. Cliënten die uitstromen uit BW krijgen goede nazorg.
3.2
Woonplekken
Beoogd resultaat We willen voldoende woonplekken realiseren voor mensen die kunnen uitstromen, zo dicht mogelijk bij hun eigen omgeving, zodat de nabijheid van het netwerk de kans op succesvolle uitstroom kan vergroten. Het is belangrijk dat woningen beschikbaar zijn op het moment dat mensen klaar zijn om 8
uit te stromen. Dit voorkomt dat mensen worden geremd in hun herstel, het maakt dat er weer plek vrijkomt voor mensen die zorg nodig hebben en de wachtlijsten voor zorg afnemen. We kijken naar manieren om de beschikbaarheid van kleinere, goedkope woningen zo groot mogelijk te maken, en naar alternatieven zoals tijdelijke huisvesting, woningdelen of inwonen bij het netwerk. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) Huisvestingsafspraken Om voldoende passende woonplekken te creëren voor de in- en uitstroom uit beschermd wonen, zijn contingentafspraken gemaakt in de U16. Deze worden helaas niet altijd geheel behaald, onder andere vanwege het nijpende woningtekort in onze regio. Hieronder de grafiek van de realisatie van het contingent in 2024 op moment van schrijven van dit UP.
Uitstroom stroomlijnen In iedere regio zijn afspraken gemaakt over de werkwijze bij uitstroom van MOBW en het voorkomen van terugval met alle relevante partijen. Aanpak langwachtenden: aanjaagfunctie Zodra iemand meer dan 6 maanden op de wachtlijst staat om uit te stromen, krijgt hij/zij het label ‘lang wachtend’ en wordt er extra inzet gepleegd op uitstroom. Zo zijn er kwartiermakers aangesteld om lang wachtenden beter te plaatsen. Dit is een effectieve interventie gebleken. Daarnaast wordt er nu ook gekeken naar de tweede of derde voorkeur voor woonplaats. Woonzorgvisies In iedere gemeente een bijdrage geleverd aan de woonzorg visie, en ook in de woonzorganalyse van de provincie is meegesproken en – gedacht. We denken mee over het opstellen van afspraken voor de U16 voor huisvesting van aandachtsgroepen. Wat gaan we doen (2025 - 2026)
9
We maken mogelijk dat er meer onzelfstandige woonplekken komen, met name buiten Utrecht Stad. ‘Onzelfstandige woonplekken’ zijn woonplekken waarbij bewoners een voordeur en voorzieningen als badkamer en/of keuken’ delen. Denk aan studentenkamers of kamers bij een hospita. We zijn daarbij aanvullend op /sluiten aan bij het traject dat in Utrecht en andere gemeenten al loopt om de bestaande woningvoorraad zo goed mogelijk te benutten. Vanuit ons programma willen we ervaring opdoen met deze manier van benutten van de bestaande woningvoorraad en dat delen en verder brengen. We hebben stellen menskracht beschikbaar om kansen te zoeken en snel te kunnen pakken als die zich voordoen. We hebben budget dat kan dienen als smeerolie, om een business case rond te krijgen, om bijkomende kosten waar geen andere potjes voor zijn te financieren. We bieden vervolgens begeleiding / sociaal beheer om de leefbaarheid rondom deze intensief bewoonde plekken hoog te houden. We doen dit als pilot, om zichtbaar te maken hoe het kan werken en een voorbeeld te creëren dat nagevolgd kan worden Voor onze doelgroep is van belang dat er (nog) meer aandacht en urgentie is op betaalbaar en flexibel wonen. We verspreiden daartoe periodiek informatie (nog te bedenken hoe en wat het meest effectief is) breed in het woondomein over huisvesting MOBW en ontwikkelingen daaromtrent.
We zien dat uitstroom hapert. Dat heeft uiteraard te maken met het woningtekort maar er zijn ook andere oorzaken. We gaan de volgende interventies doen op het versnellen van de uitstroom: Meer sturen op de verdeling van het contingent door Beter Wonen, zodat het aansluit bij de financiering van zorgaanbieders en maximaal effect heeft. We stemmen de verdeling gezamenlijk vast. In gesprek met H4H vaststellen wat de mogelijkheden zijn van actievere inzet op uitstroom, bij wachttijden, meer pro-actief en outreachend. Werkzaamheden van H4H en regio’s zodanig inrichten dat we deze mogelijkheden ook uitnutten. De aanjaagfunctie voortzetten en op U16 niveau inrichten (eventueel bij H4H of anders U16 gezamenlijk). Onderzoeken in hoeverre zorgaanbieders sturen (willen / kunnen / doen) op uitstroom naar regio’s met meer woonplekken. Afspraken maken naar aanleiding van dit onderzoek opdat indien mogelijk meer cliënten woningen buiten Utrecht accepteren. Zorgen dat beschikbare woningen altijd worden benut, ook in gemeenten die niet de eerste voorkeur zijn van cliënten. Hierover maken we afspraken met H4H en Beter wonen. Zorgen voor een informatiepakket voor jeugdzorginstellingen zodat deze goed op de hoogte zijn van de afspraken rondom uitstroom, zowel bij het management en de uitvoering.
We dragen deze informatie regelmatig actief uit (bv bijeenkomst, inspreken op vergaderingen of welke vorm het meest effectief is). Meesturen op de afspraken die regionaal worden gemaakt over contingenten voor kwetsbare groepen in het algemeen en de doelgroep MOBW in het bijzonder. Deelnemen in de ambtelijke overleggen rondom de fairshare afspraken in U10 verband. We bevorderen dat in alle 16 gemeenten prestatieafspraken over de MOBW doelgroep met woningcorporaties op dezelfde manier worden gemaakt. 10
Verder is er binnen de U16 een zoektocht naar de behoefte aan woningen voor cliënten die niet gedijen in een gewone woonomgeving, de zgn ‘prikkelarme’ voorzieningen. Deze woonplekken zijn zeker niet alleen voor cliënten BW: sommige bewoners van dit type voorzieningen hebben een WLZ indicatie, sommige bewoners komen niet via BW maar via MO hier terecht. Maar het betreft wel een woonvraagstuk met betrekking tot onze doelgroep in de U16. De regionale samenwerkingsstructuur rondom BW is een geschikt vehikel om regionaal het gesprek over deze voorziening te voeren en daarom nemen we dit onderwerp op in ons uitvoeringsprogramma. We brengen de opgave in beeld: wat is de behoefte aan prikkelarme voorzieningen, wat zijn de knelpunten, wat kunnen wij vanuit ons programma doen om extra prikkelarme voorzieningen te helpen realiseren? We stellen budget beschikbaar om waar nodig het verschil te maken tussen een haalbare en onhaalbare business case. Wat merkt de inwoner hiervan? Er zullen extra woonplekken beschikbaar zijn waardoor meer cliënten kunnen uitstromen uit instellingen. Woonplekken in de minder populaire gemeenten worden benut. Cliënten die klaar zijn om uit te stromen zullen sneller op een passende woonplek terecht kunnen. Hierdoor is er ook weer meer plek binnen de zorg voor nieuwe cliënten, waardoor zij minder lang hoeven wachten voordat zij de goede zorg krijgen.
In het bijzonder zullen jongeren sneller uitstromen en zal daarbij minder verwarring of onduidelijkheid zijn. Er zullen meer plekken beschikbaar zijn waar cliënten kunnen wonen die niet gedijen in een reguliere woonomgeving (prikkelarme voorzieningen)
3.3 Toegang Beoogd resultaat Door de toegang voor Beschermd Wonen lokaal te beleggen, kunnen we onze inwoners in hun eigen gemeente helpen te onderzoeken welke zorg en ondersteuning zij nodig hebben. Door het onderzoek bij de lokale buurtteams/sociaal team (in het vervolg wordt gesproken over wijkteam) te beleggen kan de vraag van de cliënt breed bekeken en opgepakt worden. Er wordt integraal gekeken bij het zoeken naar oplossingen, waarbij naast de mogelijkheden die er zijn vanuit de basisset bijvoorbeeld ook de mogelijkheden uit de Participatiewet en ander Wmo-aanbod worden meegenomen. Voor de inwoner ontstaat hierdoor een eenduidig plan voor de ondersteuning waarmee we sneller kunnen ondersteunen en instroom in BW mogelijk kunnen voorkomen. De wijkteams leren de inwoners kennen en kunnen op die manier makkelijker instappen en opschalen als dat nodig is. Daarnaast draagt deze ontwikkeling bij aan het normaliseren van zorg: cliënten die in de wijk wonen gaan naar het wijkteam voor ondersteuning. Door de toegang lokaal te beleggen zetten we in op voorkomen en herstel. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) 11
Lokale teams zijn de toegang Lokale teams zijn inmiddels in alle regio’s de partij die aanvragen voor BW in behandeling nemen, zij doen onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte en geven het advies over passende ondersteuning. Gezien het grote aantal aanvragen in Utrecht hebben de lokale teams daar een ingroeiproces gevolgd, sinds kort doen zij ook alle aanvragen. De Regionale Toegang (RT) geeft aan dat de aanvragen steeds beter worden ingevuld, het onderbouwen van ‘waarom is 24/7 zorg nodig’, is daarbij het belangrijkste. Er is goed contact tussen de verschillende partijen in het toegangsproces. Steeds vaker kunnen aanvragen direct worden toegekend. In het algemeen is men het er over eens dat de keus om onderzoek en toeleiding lokaal te beleggen er aan bijdraagt dat er zoveel mogelijk naar passende ondersteuning in de eigen leefomgeving wordt geboden en dat er goede stappen zijn gezet om de praktijk daarop in te richten. Oktober 2024 heeft het RBO besloten om dat de toegang voor eerste aanvragen BW structureel via de lokale teams zal blijven lopen. Voor cliënten is het positief dat zij een vaste ingang en aanspreekpunt hebben. Bij cliënten die al langere tijd ondersteund worden door het wijkteam, loopt het toegangsproces over het algemeen goed.
Wanneer cliënten nog niet bekend zijn bij de wijkteams, omdat ze bijvoorbeeld vanuit detentie of buitenregionaal komen of er sprake is van complexe problematiek dan is de ervaring dat het toegangsproces langer duurt. Zorgaanbieders hebben een wisselend beeld van de ontwikkelingen. Zij zien op onderdelen dat er extra stappen moeten worden gezet in het toegangsproces. Leertraject Er is een sterke leercultuur rondom de veranderingen van de toegang, er wordt veel geïnvesteerd in leren. Vanuit de leertrajecten komen vragen naar boven, op basis waarvan ontwikkeltrajecten worden ingezet en produkten of processen worden gedefiniëerd. Er is breed grote tevredenheid over deze leeraanpak. Instroom bijbuigen? Ruim 25% van de vragen die binnenkomen bij de lokale toegang en waarbij de eerste aanvraag zich richt op een BW zorgvoorziening, kan uiteindelijk met andere hulp worden ingevuld. Hieronder de cijfers van de ontwikkeling van instroom in BW. De periode is te kort om definitieve conclusies aan te verbinden maar het beeld ontstaat de lokale toegangen zorginstroom kunnen bijbuigen.
12
Uit de monitorgegevens blijkt duidelijk dat voor veel vragen die starten als een vraag naar beschermd wonen uiteindelijk lokale ambulante hulp ingezet kan worden. Wat gaan we doen (2025 - 2026) Er liggen nog ontwikkelpunten bij de rol van de lokale toegang. Deze worden opgepakt: 1) Implementatie van de veldtafel voor toeleiding van complexe eerste aanvragen beschermd wonen. 2) De werkwijze waarin het lokale team parallel aan het zoeken van een passende plek ook het onderzoek en advies vast deelt met de Regionale Toegang implementeren. 3) Uitgewerkte afspraken over het toeleidingsproces GGZ implementeren. 4) Communicatie over het proces aan alle betrokkenen. 5) Nader onderzoeken of de stap aanleveren van het onderzoek en advies aan de BW aanbieder en planning van een intakegesprek nog eenvoudiger en/of sneller kan. Op basis van de uitkomsten van de eerste werksessie hierover. We investeren blijvend in de kennis en expertise van bij de toegang betrokken medewerkers. Zowel door het goed inwerken van nieuwe medewerkers, regelmatige leerbijeenkomsten als onderhoud en opbouw van kennis bij aandachtsfunctionarissen. We stellen wachttijdgegevens per tertaal uit het dashboard beschikbaar aan de lokale teams. We verkennen wat de taak van lokale teams kan zijn rond: Herindicaties: of en zo ja op welke termijn is te organiseren dat lokale teams dit oppakken.
We gaan daarbij in een subregio een pilot uitvoeren om te ervaren waar we tegenaan lopen indien de lokale toegang de herindicaties op zich neemt. Op basis van de verkenning en de pilot besluiten we over implementatie. PGB proces: De instroom betreft enkele cases per regio op jaarbasis. De stappen in het proces waar het lokale team een rol kan spelen staan op een rij. Of dit goed is in te vullen door de lokale teams wordt nader uitgewerkt. We gaan de clientervaring over het toegangsproces in beeld brengen. We doen dit als het proces definitief is gemaakt (om uit te sluiten dat eventuele onduidelijkheid voor cliënten het gevolg is van een proces-in-ontwikkeling). Wat merkt de inwoner ervan? Deze acties gaan er toe leiden dat de indicatiestelling voor cliënten zo snel mogelijk en kwalitatief zo goed mogelijk plaatsvindt. Cliënten worden sneller aan de goede zorg gekoppeld. Zoveel mogelijk van de benodigde werkzaamheden kunnen door de lokale toegangsorganisaties en daarmee dicht bij de cliënt worden uitgevoerd. Bovenstaande leidt er ook toe dat er helderheid is bij alle partijen die in de uitvoering van dit proces zijn betrokken (lokale toegang, Regionale Toegang, aanbieders, cliënten) over hoe het werkt en wie wat doet. Met name vanuit cliënten is aangegeven dat hier veel behoefte aan is. 13
3.4 Aanbieders Beoogd resultaat Het uitgangspunt is dat we binnen de U16 samen met onze partners zorg willen blijven dragen voor de 24-uurs zorginfrastructuur van Beschermd Wonen. Dit is belangrijk om de cliënten en aanbieders de komende jaren voldoende continuïteit te bieden. In de U16-regio werken we met elkaar aan de realisatie van het advies van Dannenberg en onze Regionale koers Dat betekent dat steeds meer cliënten zelfstandig in de wijk zullen gaan wonen. Zij zullen vaker gebruikmaken van Beschermd Thuis of zelfstandig wonen met ambulante ondersteuning en minder Beschermd Wonen bovenregionaal of Beschermd Verblijf geïndiceerd krijgen, conform de visie van de U16: zo zelfstandig mogelijk en zo normaal mogelijk. Het sturen op deze beweging vindt plaats binnen de inkoopafspraken die gastheergemeente Utrecht heeft gemaakt met zorgaanbieders, het zogeheten ‘vierkant’. Deze beweging is al ingezet en we zullen samen met de aanbieders en lokale gemeenten in gesprek blijven over wat er nodig is om deze beweging voort te zetten. Daarmee dragen we bij aan de verschuiving naar meer ambulante hulpverlening. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) Duo- accounthouders Voor de aanbieders met het grootste volume is er naast de accounthouder vanuit gastheergemeente Utrecht ook een accounthouder uit één of meer andere subregio’s benoemd, zij zitten gezamenlijk aan het stuur.
Zij bereiden de accountgesprekken gezamenlijk voor en voeren die ook gezamenlijk. Dit is een mooie stap, tegelijk constateren we dat we er hiermee nog niet zijn. De duo accounthouders ervaren veelal dat zij relatief weinig kunnen toevoegen tijdens de accountgesprekken en zoeken naar meer gesprek over de inhoud. Verlengingen 25 -26 Voor 2023-2024 was de contractering van BW aanbieders in de jaren daarvoor vormgegeven door Utrecht Stad. Voor de periode 2025 - 2026 hebben accounthouders (bij de grotere aanbieders samen met de duo-accounthouders) in het najaar van 2024 beleid en afspraken vertaald in addenda. Er is daarin een ontwikkelopgave opgenomen waarmee we de ruimte hebben gecreëerd om ook de komende twee jaar al kunnen werken aan verbeteren van de match tussen vraag en aanbod in de zorg. Wat gaan we doen (2025 - 2026) Contracten met aanbieders lopen tot en met 2026, met een mogelijkheid van verlenging voor nog twee jaar. Eind 2024/begin 2025 zal bepaald worden of BW opnieuw ingekocht moet worden of dat we ons kunnen beperken tot verlenging van contracten. Daartoe o Brengen we inbeeld of de aanpassingen die we wensen in te passen zijn in de huidige contracten of nieuwe inkoop nodig is. o Indien we besluiten tot nieuwe inkoop per 2027, dan formuleren we de inkoopstrategie en het plan van eisen.
o Vervolgens voeren we de aanbesteding uit en zorgen we voor goede contractering. 14
Dit laatste is een hele grote opdracht, waar veel capaciteit mee is gemoeid. We houden hier in de begroting rekening mee. We zorgen ervoor dat het beleid en de visie die we hebben ontwikkeld (vooral binnen de pijler zorglandschap, zie hieronder) landt in de contracten en de accountgesprekken met aanbieders. Dit betreft tenminste: o spreiding van zorgaanbod o invulling van ontbrekend zorgaanbod o aanpak van tekorten in het zorgaanbod Daarnaast zal ook het nog op te stellen hervormingsplan vertaald worden in afspraken en contracten met aanbieders. Er is een groep cliënten met een BW indicatie die in MO voorzieningen verblijft en waarvoor zorg en ondersteuning wordt gefinancierd met MO middelen. We brengen in beeld wat voorwaarden en consequenties zijn indien we de hulp en ondersteuning van deze groep voortaan uit BW middelen gaan betalen. Indien eindconclusie is dat dat het meest passend is dan gaan we dit ook effectueren. Gezien de nieuwe wetgeving mbt toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid breiden we het bestaande toezicht uit. Op dit moment betreft het alleen nog de PGBs, in de toekomst zal het de gehele zorg omvatten. We organiseren dit toezicht, en we zorgen voor de benodigde wettelijke stukken (aanpassing in WMO verordening en jaarlijks plan en rapportage voor de raad).
We organiseren een informatiecampagne richting aanbieders en gemeenten, zodat daar bekend is wat we doen en waarom we dat doen (niet uit wantrouwen maar de invulling van een wettelijke taak, en ter voorkoming van fraude en ondermijning). Tot slot willen we de werkwijze voor gezamenlijke sturing zodanig vormgeven dat we daadwerkelijk samen sturen en dat we dat ook als zodanig ervaren. Daarbij leggen we de focus op de inhoud en de dialoog met aanbieders: wat leveren zorgaanbieders daadwerkelijk, wat vinden we daarvan en moeten/willen we hierop bijsturen?
Wat merken inwoners hiervan? Het aantal buitenregionale, niet- gecontracteerde zorgplaatsen is verminderd en meer inwoners kunnen passend binnen de regio ondersteund worden. Fraude en ondermijning wordt eerder ontdekt. Aanbieders gaan van sommige soorten zorg meer leveren en van andere minder, zodat het aanbod beter past bij de vraag.
15
3.5
Sturen op het zorglandschap
Beoogd resultaat Mensen met een ernstig psychiatrische aandoening kunnen een zo gewoon mogelijk leven leiden, in de eigen woon- en leefomgeving (thuis) zodat zij mee kunnen doen. Als U16 organiseren we passende zorg en ondersteuning op die plek waar mensen zich het meeste thuis voelen. Dat draagt bij aan hun herstel. Dat betekent dat we zoveel mogelijk uitgaan van lokale ondersteuning in de buurten/ wijken en dorpen in onze regio. En als er meer nodig is organiseren we een beschermende woonomgeving, zo kort als mogelijk maar ook zo lang als nodig. De U16 gaat daartoe gezamenlijk sturing geven op beschikbare en passende 24/7 zorg voor alle inwoners in de gehele regio, waarbij zo lang als nodig gezamenlijk de bestaande infrastructuur en voorzieningen in stand worden gehouden. Ook gaat de U16 inzetten op spreiding van voorzieningen, en als er een nieuwe locatie nodig is, zal in alle 16 gemeenten worden bekeken of en waar dit in de U16 het beste passend is. Bij aanvang van het Regioplan U16 Beschermd Wonen 2023- 2028 was de doordecentralisatie per 1 januari 2024 beoogd. Deze heeft door de controversieel verklaring van de wetswijziging Woonplaatsbeginsel na de val van het kabinet- Rutte IV geen doorgang gevonden, en momenteel is het de vraag wanneer, en zelfs óf het nog gaat plaatsvinden.
Vanwege de zorgcontinuïteit voor deze kwetsbare groep is het de intentie om tot en met 2028 de zorginkoop van 24-uursvoorzieningen binnen de U16 gezamenlijk uit te blijven voeren. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) Inzicht in het zorglandschap en spreidingsvisie In 2023 en 2024 is de nadruk gelegd op het inzichtelijk maken van het Beschermd Wonen voorzieningenniveau in de U16. Er is een overzicht gemaakt van de beschikbare voorzieningen. Deze informatie wordt gebruikt door de lokale toegangen bij indicatiestelling en matching van individuele cliënten met het passende aanbod. In bijlage 6 is dit overzicht te vinden. Verder hebben we scherp gekregen hoe de vraag van U16 inwoners naar Beschermd Wonen zich verhoudt tot het aanbod Beschermd Wonen, wat betreft de hoeveelheid plekken de aansluiting van de voorzieningen op de zorgbehoefte van de inwoners en de spreiding van dat aanbod over de subregio's. Conclusies zijn: a. Er is een concentratie van Beschermd Verblijf en Beschermd Wonen Bovenregionaal voorzieningen in Utrecht stad. b. Beschermd Thuis blijkt oververtegenwoordigd in de subregio Utrecht en wordt nog niet in evenredige mate in alle 16 gemeenten aangeboden. c.
Het ontbreekt in de U16 aan specifieke ondersteuning voor ouderkindplekken, safehouses (ondersteuning na verslavingszorg) en woonvormen voor mensen met een complexe zorgvraag, al dan niet gecombineerd met een veiligheidsaspect
16
Als vervolg op het inzicht dat er concentratie van voorzieningen in Utrecht is, is er een spreidingvisie ontwikkeld. Aan de hand van de spreidingsvisie vindt in iedere gemeente het gesprek plaats met aanbieders wat er nodig is om overal de gevraagde 24-uurs zorg te leveren. Dit lukt op de meeste plekken maar in sommige kleinere gemeenten stuiten we nog op problemen. De implementatie van de visie wordt vanaf 2025 opgepakt. IN bijlage 6 staat ook een korte samenvatting van de spreidingsvisie. Verbreding naar LVB 18+ We hebben ons zorglandschap BW verbreed naar de doelgroep LVB 18+. Dit is ingegaan per 1 januari 2024, voor nieuwe cliënten in de U16 als geheel. De uitwerking van dit principe voor bestaande cliënten is ook gedaan. Daarmee is er eenduidigheid over de passende zorg voor deze doelgroep. 17
Plan van aanpak Ontbrekend Zorgaanbod In 2024 zijn gesprekken gestart met zorgaanbieders om het ontbrekend zorgaanbod in de U16 te ontwikkelen. Dit is als ontwikkelopgave opgenomen in de afspraken met een aantal zorgaanbieders (ouderkindplekken, Safehouse) per 2025. Wachtlijstbeleid Er ligt een taak om beleidsinhoudelijke standpunten te bepalen ten aanzien van wachttijden. We hebben een analyse gemaakt van alle cijfers rondom de wachtlijsten en er zijn een aantal sessies geweest waarin de vragen rondom dit onderwerp verkend zijn. Dit wordt vervolgd in 25-26.
Wat gaan we doen (2025 - 2026) Verdere invulling spreidingsvisie: we verkennen of en welke spreidingspercentages worden gehanteerd om de spreiding vorm te geven en welk tijdpad we hiervoor zullen gaan hanteren. Afhankelijk van het tijdpad en de ambitie, zullen we dit bij besluitvorming hierover ook vertalen naar afspraken met zorgaanbieders die in de contracten worden vastgelegd. Als vervolg op de reeds gedane verkenningen gaan we de wachtlijst analyseren en we formuleren een aanpak voor de wachtlijst: we ontwikkelen normen voor wachttijden en beleid voor het beheer van de wachtlijst en de wachttijden. We maken daarbij expliciet welke normen en beleid geldt voor jongeren /jongvolwassenen. Daar vloeit uit voort dat we kunnen bepalen welke zorg structureel onvoldoende beschikbaar is binnen de U16 is (de afgelopen tijd hebben we het ontbrekend aanbod in beeld gebracht; in de komende jaren brengen we in beeld of aanwezig aanbod voldoet aan de omvang van de vraag).
Hiermee kunnen we in gesprek met de aanbieders over aanpassingen binnen het aanbod We updaten de informatie voor de lokale toegangen over het bestaande zorglandschap We onderzoeken in welke mate de verhouding Beschermd Thuis en Beschermd Verblijf passend is bij de ontwikkeling van de vraag en populatie van Beschermd Wonen De uitkomsten van dit onderzoek zullen mede richtinggevend zijn voor verdere vormgeving van het zorglandschap. Dit onderzoek wordt ook betrokken bij het hervormingsplan.
Wat merken inwoners hiervan? Deze acties leiden tot steeds meer zicht op welke zorgvoorzieningen onze inwoners in de U16 echt nodig hebben, en daarmee uiteindelijk een passend ondersteuningsaanbod voor mensen met Ernstig Psychiatrische Aandoeningen. . Ook betekent het dat steeds meer inwoners in of nabij hun woning de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben. Deze ontwikkeling van het zorglandschap heeft meer tijd nodig dan twee jaar. In de komende tijd zullen al wordt het zorglandschap al wel dekkender en gespreider..
18
3.6 Jongeren/ jongvolwassenen Wij zien dat de jongeren een steeds groter deel van de wachtlijst bij BW innemen, er zijn relatief veel jongvolwassenen binnen de cliëntengroep BW. Er spelen specifieke behoeften bij jongeren, en de overgang 18-/18+ is een bijzonder element: hoe zorgen we er voor dat de jongeren op dat overgangsmoment de goede zorg en begeleiding blijven behouden. Vanuit politiek en bestuur is er bijzondere aandacht voor deze doelgroep. Al met al genoeg reden om speciaal aandacht aan deze groep te besteden. Ons werkgebied overlapt daarin met het beleidsdomein jeugd. Het jeugddomein is dynamisch, gemeenten hebben de opdracht in GRs te gaan samenwerken, dus gaan daar ook in regionaal verband aan de slag. De afstemming met het jeugddomein is niet structureel ingeregeld. Wat gaan we doen (2025 - 2026) Binnen de verschillende pijlers hebben we bijzondere aandacht voor jongeren. In de pijlers hierboven zijn de meeste van deze acties opgenomen in hun actielijst. Dit waren: Binnen de basisset maken we inzichtelijk welke voorzieningen specifiek voor jongeren belangrijk zijn en we bewaken dat deze in de afspraken over de minimaal aanwezige voorzieningen worden opgenomen. We zorgen voor een informatiepakket voor jeugdzorginstellingen zodat goed op de hoogte zijn en goed op de hoogte blijven van de afspraken rondom uitstroom, zowel bij het management en de uitvoering.
We dragen deze informatie regelmatig actief uit. We dragen bij aan meer onzelfstandige woningen (met name passend voor jongeren). Bij de analyse van de wachtlijsten maken we apart inzichtelijk waar jongeren met name op de wachtlijst staan en welke factoren daarin een rol spelen. In het wachtlijstbeleid geven we specifiek aan wat de normen zijn voor wachtende jongeren. Binnen ons programma zal een beleidsmedewerker fungeren als aanspreekpunt/ aandachtsfunctionaris voor dit thema, zodat we bewaken dat deze groep steeds expliciet in beeld blijft. Deze aandachtsfunctionaris gaat in gesprek met het jeugddomein om in beeld te brengen wat we vanuit ons programma verder kunnen bijdragen aan hetgeen in het jeugddomein wordt gedaan en ontwikkeld. In het bijzonder overleggen we welke afspraken rondom 18/18+ specifiek van belang zijn voor jongeren met psychische problematiek en bekijken we wat we vanuit ons programma eraan bij kunnen dragen dat deze groep optimale begeleiding krijgt. Wat merken jongeren /jongvolwassenen hiervan? Jongeren met ernstige psychische problematiek hebben toegang tot voor hen passende preventieve voorzieningen in alle gemeenten / regio’s Jongeren die uit jeugdzorginstellingen uitstromen worden op tijd geholpen om de goede stappen zetten zodat ze zo spoedig en soepel mogelijk een eigen woonplek krijgen.
Er zijn meer woonplekken die specifiek voor jongeren geschikt zijn.
19
4 Monitoren, dialoog en lobby 4.1
Sturen en monitoren
Monitoring is een belangrijke randvoorwaarde voor het kunnen sturen op of realiseren van de gewenste ontwikkeling uit de verschillende pijlers. Door de juiste onderdelen te volgen en de effecten daarvan inzichtelijk te maken kan de U16 onderbouwde beslissingen nemen. We faciliteren monitoring op gewenste ontwikkelingen op verschillende niveau’s: van het bestuurlijk overleg tot de lokale teams en de werkgroepen per pijler tot het directeurenoverleg. Hierbij maken we gebruik van verschillende bronnen om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen. Om de beschikbare sturingsinformatie helder en overzichtelijk te maken is er een dashboard en BW monitor ontwikkeld. Daarnaast leveren we aan de meeste regiogemeenten informatie over BW-cliënten uit de eigen herkomstgemeente. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) We hebben een dashboard BW ontwikkeld en deze is toegankelijk gemaakt voor de betrokkenen bij het BW beleidsproces. Hieruit kunnen we cijfers halen over aantallen cliënten naar regio, in- en uitstroom, wachtlijstinformatie (naar oa zorgvorm, leeftijd en herkomstgemeente) en meer. Het BW-dashboard is in het afgelopen jaar consistenter, gebruiksvriendelijker en flexibeler gemaakt. In 2024 is daarnaast de BW-monitor in gebruik genomen. Het eerste doel van de BW-monitor is om de werkgroepen te ondersteunen bij het bereiken van de eigen doelstellingen.
Daarnaast wordt de BW-monitor gebruikt voor het DO en RBO en biedt op die manier context bij de belangrijkste ontwikkelingen in het zorglandschap. Uiteindelijk heeft de monitor een signaal functie: trends en bijzondere ontwikkelingen zijn eruit af te lezen en zijn bron voor nieuw beleid waar nodig. Naast ondersteuning op U16 niveau is gewerkt aan de juiste informatievoorziening voor de lokale teams. De leveringsovereenkomst maakt het mogelijk voor de regiogemeenten om de eigen BWcliënten te volgen. Daarnaast ontvangen de lokale teams sinds kort wachtlijstinformatie om een beeld te krijgen bij welke aanbieders en zorgvormen de druk het hoogst ligt. Tot slot dragen we bij aan verschillende landelijke onderzoeken als het gaat om beschermd wonen en dakloosheid. Denk hierbij o.a. aan de CBS-schatting Dakloosheid, de CBS monitor Dakloosheid en de gemeentelijke Monitor Sociaal Domein. Wat gaan we doen (2025 - 2026) We kiezen ervoor om te monitoren op de plek waar het nodig is. Hierbij werken meer dan voorheen op basis van normen/kernindicatoren die duidelijk maken of we de gewenste ontwikkeling maken. Per pijler leggen we de volgende prioriteiten. Zorglandschap - We brengen de wachtlijst- en tijd zo goed mogelijk in beeld naar verschillende kenmerken als zorgvorm, gevraagde expertise en leeftijd. - We ondersteunen de spreidingsvisie met gedegen informatie over zorgvraag- en aanbod.
- We werken toe naar het gebruik van normen. Dit is toepasbaar op verschillende aspecten: ambulantisering (Dannenberg-normen), prioritering van de wachtlijst, of de spreiding van zorg over de regio. 20
Toegang - Alle regiogemeenten nemen deel aan de leveringsovereenkomst en gebruiken de gegevens om de BW-cliënten uit de eigen regio beter te volgen en, mits van toepassing, te begeleiden. - We bieden de lokale teams informatie over de wachttijd en aantal wachtenden bij de verschillende aanbieders. Lokale basisset -
We verbeteren de wijze waarop we informatie verzamelen over in- en uitstroom door te categoriseren naar of deze (on)wenselijk is. Op basis hiervan trekken we lessen voor de inzet op de basisset.
BW-monitor - We onderzoeken of de BW-monitor kan worden gedigitaliseerd. - We zoeken naar data om meer te verdiepen op de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld aan de hand van de zelfredzaamheidsmatrix.
4.2
Dialoog: leren, informatie en communicatie
De dialoog is essentieel om de inhoudelijke doelstellingen van het regioplan goed te kunnen bepalen en om ze te bereiken. Ten eerste de dialoog tussen de betrokken gemeenten: wat kunnen we leren van elkaar, hoe houden we elkaar op de hoogte van de ontwikkelingen? Daarnaast is de externe dialoog van belang, met alle stakeholders in ons domein. We hebben dus alle betrokken spelers in de U16 nodig: cliënten, aanbieders, raadsleden, bestuurders, beleidsambtenaren op aanverwante werkvelden, corporaties, provincie, inwoners van onze gemeenten in het algemeen. Het is belangrijk dat we hen goed meenemen in de ontwikkelingen, dat we hun ideeën en ervaring meenemen en benutten, en dat we aansluiten bij hun actuele (informatie)behoefte. We moeten resultaten en mijlpalen zichtbaar maken en goede voorbeelden delen. Wat is er gedaan en bereikt (2023 - 2024) We hebben de gemeenteraden meegenomen in de ontwikkelingen door een aantal raadsinformatiebrieven te versturen en een tweetal raadsinformatiebijeenkomsten te beleggen. In 2023 zijn we begonnen met een nieuwsbrief. Het bleek lastig om deze te vullen met relevante informatie voor de hele brede potentiële doelgroep (van corporatie tot cliënt, van raadslid tot zorgaanbieder). Inspanningen stonden niet in verhouding tot de opbrengst. Deze is stopgezet.
Een verkenning per pijler in 2024 heeft opgeleverd dat vanuit de pijler toegang en de pijler wonen behoefte is aan periode updates naar diverse betrokken partijen. Hier moet nog vorm aan worden gegeven. Een belangrijke doelgroep van dialoog en communicatie rondom het programma MOBW U16 zijn de zorgaanbieders, belangenbehartigers en cliëntvertegenwoordigers. We hebben in 2024 vijf bijeenkomsten georganiseerd waarin deze partijen breed hebben uitgenodigd en de dialoog met hen zijn aangegaan. De daar opgehaalde input is verwerkt in alle beleidsstukken en plannen. Verder zijn conceptdocumenten met aanbieders en cliëntvertegenwoordigers gedeeld en hun input is verwerkt. Binnen het hervormingstraject zijn aanbieders en cliëntvertegenwoordigers 21
uitgenodigd om aan te sluiten bij de werkgroep. Er heeft zich een groep van 3 aanbieders gemeld. Daarnaast is er contact met aanbieders via de accounthouders in de T gesprekken en met cliëntvertegenwoordigers via het signalenoverleg. Zoals in hoofdstuk 2 is toegelicht is er rondom de toegang een zorgvuldig en uitgebreid leertraject doorlopen, dat door alle betrokkenen positief wordt beoordeeld. Vanuit deze pijler zijn onder andere drie ontwikkelbijeenkomsten georganiseerd waarbij een grote groep deelnemers van diverse origine (ook aanbieders) bij aanwezig waren. Wat gaan we doen (2025 - 2026) We hebben per pijler is in beeld gebracht welke communicatiebehoefte er ligt. Vanuit de toegang en vanuit de pijler wonen is er behoefte geuit aan een informatiebericht naar externe partijen. We gaan een communicatieplan opstellen en daarbinnen analyseren of een dergelijk bericht inderdaad het beste middel is voor het gewenste doel ;zo ja dan gaan we deze maken en verspreiden. We willen meer en vooral structurele zicht op de ervaring, ideeën en wensen van zorgaanbieders en van cliënten, en deze meer benutten als input en om het beleid aan te scherpen. Dat is tot nu toe ad hoc ingericht via de bijeenkomsten deze partijen voor zijn uitgenodigd.
Deze bijeenkomsten zijn niet altijd voor iedereen interessant, en de input van specifiek cliënten of vertegenwoordigers komt niet altijd voldoende tot zijn recht. Bovendien willen we het ad hoc karakter achter ons laten. We hebben hier in 2024 vaker over gesproken maar hier is nog onvoldoende actie op gezet. We gaan hier daarom vaart mee maken. We zullen in 2024 nog de stappen op een rijtje zetten die nodig zijn om cliëntparticipatie goed in te richten; waarbij we deze stappen uiterlijk het eerste kwartaal van 2025 gaan zetten. We doen dit allemaal in overleg met cliëntenraden en – vertegenwoordigers en met zorgaanbieders afspraken over de inrichting van een structurele dialoog. We organiseren jaarlijks een U16 raadsinformatiebijeenkomst om alle raden zo veel mogelijk aangehaakt te houden bij de ontwikkelingen en tijdig de wensen en ideeën vanuit die kant mee te kunnen nemen. We willen het ‘leren van elkaar’ tussen regio’s versterken. Bij de toegang is dit goed gelukt, maar op andere onderwerpen kan dit versterkt worden. Daarom zijn we de basisset eind 2024 gestart met interne leerbijeenkomsten die in 2025 voorgezet zullen worden. De focus hierbij ligt zowel op de successen als de uitdagingen die gemeenten hierin ondervinden.
4.3 Lobby De doordecentralisatie Beschermd Wonen is meerdere malen uitgesteld en op moment van schrijven van dit UP is niet bekend wanneer deze dan wel zal plaatsvinden, en langzamerhand zijn er ook geluiden dat deze misschien helemaal niet meer gaat komen. ls U16 hebben we afgesproken om elkaar te blijven vasthouden en door te gaan met de regionale samenwerking. Utrecht heeft als G4gemeente en (nog steeds) centrumgemeente, maar ook in haar positie als gastheergemeente, de taak om richting Den Haag te laten zien waar we staan en wat we nodig hebben als U16. Dit doen we 22
door in verschillende landelijke bestuurlijke en ambtelijke werkgroepen deel te nemen. En ons geluid te laten horen. We willen een gezamenlijke lobby agenda op te stellen, vanuit de gedachte dat de lobby vanuit de U16 (nog) sterker staat dan de lobby vanuit Utrecht alleen. En dat ook naast de tafels waar Utrecht aan deelneemt ook de ingangen van de andere 15 gemeenten benut kunnen worden. Dat betekent dat binnen de U16 samenwerking wordt periodiek opgehaald op welke onderwerpen en met welke insteek de lobby gericht moet zijn; omgekeerd wordt vanuit de lobby periodiek teruggekoppeld aan de U16 over relevante ontwikkelingen en de gevoerde discussies in landelijke bestuurlijke en ambtelijke werkgroepen. We maken gezamenlijk een lobby agenda.
23
5 Begroting MOBW U16 2025 - 2026 5.1 Financiële samenwerking Sinds 2023 worden er middelen uitgekeerd door Utrecht aan de andere gemeenten ten behoeve van de versteviging van de lokale basis. We zijn bezig met de goede inrichting van het financiële proces en de samenwerkingsafspraken daaromtrent. Het blijkt dat de formele grondslag voor de overheveling van deze middelen ontbreekt: de huidige samenwerkingsovereenkomst gaat nog uit van doordecentralisatie en de afspraken over financiële samenwerking komen daarmee niet overeen met de werkelijkheid. We passen de huidige samenwerkingsovereenkomst aan opdat de benodigde formele grondslag aanwezig is. Dit proces is opgestart maar zal niet voor 2025 afgerond zijn. Om voor 2025 toch een voldoende grondslag te hebben voor de overdracht van deze middelen is in bijlage 1 bij deze begroting een overzicht gegeven over de middelen voor de lokale basis per gemeente voor 2025. Gemeenten worstelen met de inzet van middelen voor de lokale basis omdat het bedrag niet gegarandeerd is per jaar. Dat maakt dat er risico’s kleven aan structurele verplichtingen. Het lukt daarmee nog niet altijd om de middelen in het betreffende jaar te besteden. Bij sommige gemeenten gaat het op in de algemene middelen, anderen oormerken het geld voor MOBW; maar geoormerkt geld is geen garantie, een lokale raad kan daar altijd op inbreken.
We gaan in de komende periode daarom inzetten op meer zekerheid bij gemeenten individueel en bij de U16 als geheel over de middelen die beschikbaar zijn voor activiteiten in en inzet voor de lokale basis. Dat betekent de volgende acties en doelen: Vanaf 2025 zorgt gastheergemeente Utrecht voor overboeking van de lokale middelen van Utrecht naar de andere gemeenten uiterlijk 31 januari 2025. Gastheergemeente Utrecht biedt vanaf 2025 comfort aan alle gemeenten door jaarlijks aansluitend op de eerste tertaalgesprekken met de aanbieders een doorkijk naar de verwachte begroting voor het jaar erna. Dit is principe een extrapolatie van de bekende inzet en kan daarmee helaas geen garanties bieden, het is slechts een hulpmiddel. Als er vanuit het cöordinatieteam bijzondere ontwikkelingen worden voorzien worden die verwerkt en apart vermeld; en dan nog zijn er geen garanties omdat er altijd bijzondere kosten kunnen ontstaan en beleidsbeslissingen invloed hebben op de begroting van het jaar erna. We richten het budget zodanig in dat het lokaal maatwerk geen ‘restpost’ meer is maar een gegarandeerd bedrag. Hiermee ondersteunen we de beweging naar preventie en normalisering. Dit doen we door met elkaar te onderzoeken welke voorzieningen in de basisset ieder geval in iedere gemeente aanwezig moeten zijn en welke kosten daarmee gemoeid zijn.