CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A03.1 Bijlage 1. Position paper - Windenergie Montfoort-Oudewater (204611).pdf

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 10: Ingekomen stukken15.001 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Position paper

Windenergie in Montfoort-Oudewater Gebied 8

1 Inleiding In 2021 zijn in de regio U16 afspraken gemaakt over de opwek van duurzame energie. Hierin is een doelstelling afgesproken van 1,8 Terawattuur (TWh) aan wind- en zonne-energie in 2030. Vervolgens zijn gemeenten aan de slag gegaan met hun bijdrage aan dit doel. Inmiddels heeft de provincie Utrecht geconcludeerd dat hiermee de doelen (nog) niet gehaald worden. Daarom besloot de provincie begin 2025 om windturbines mogelijk te maken in het grensgebied van Montfoort-Oudewater, ook wel ‘gebied 8’ genoemd. Inmiddels heeft de provincie een procedure ingezet die zal leiden tot een ‘projectbesluit’. Als gemeenten hechten we waarde aan de bescherming van onze inwoners. Daarom is het belangrijk dat er goede en duidelijke normen worden gesteld aan de mogelijke komst van windturbines in gebied 8. Omdat de Provincie Utrecht bevoegd gezag is, geven we als gemeenten gezamenlijk een aantal voorwaarden mee. Momenteel zijn er meerdere initiatieven voor windparken in het gebied tussen Utrecht en Oudewater (langs de A12). Zie de gebieden 24 en 8 in figuur 1. Daarom pleiten wij gezamenlijk voor een eenduidige set aan normen voor de plaatsing van windturbines. Hiermee zorgen we voor gelijkwaardige en passende bescherming van alle omwonenden in West-Utrecht.

Figuur 1. Overzichtskaart gebieden windenergie provincie Utrecht (bron: link).

Om de wensen van de gemeenten Montfoort, Woerden en Oudewater kenbaar te maken aan de provincie Utrecht, is deze position paper opgesteld. Dit document heeft uitsluitend betrekking op gebied 8 en bestaat uit twee onderdelen. Allereerst geven we een reflectie op het beleid van de provincie, oftewel het ‘Beleids- en Toetsingskader Lokaal Eigendom en Participatie bij windenergie’. Vervolgens doen we het verzoek om aanvullende normen, gebaseerd op het vastgestelde beleid van de gemeenten Woerden en Oudewater. Bijlagen: 1. Toetsingskader windenergie Reijerscop – Bestaand beleid Woerden 2. Bestaand beleid gemeente Oudewater 3. Bestaand beleid gemeente Montfoort

2 Beleid van de provincie Utrecht De provincie Utrecht heeft in juni 2024 het ‘Beleids- en Toetsingskader Lokaal Eigendom en Participatie bij windenergie’ vastgesteld. De uitgangspunten uit het beleidskader gelden voor alle windprojecten waar de provincie bevoegd gezag voor is, waaronder gebied 8. Vervolgens geeft het toetsingskader een beschrijving van het proces om te komen tot een projectbesluit. Op verschillende momenten is door de provincie verwezen naar dit document als de beleidslijn voor het vervolgproces. Daarom geven we als gemeenten graag een reflectie op de beschreven kaders en de processtappen. Hierbij hebben we vijf belangrijke aandachtspunten en concrete oproepen richting de provincie: 1. Het tijdspad voor participatie is niet passend en haalbaar voor inwoners. De beschreven periode van zes maanden is te kort om tot een omgevingsovereenkomst te komen. Omwonenden dienen de tijd te krijgen om de juiste kennis op te doen. We roepen de provincie daarom op om in gesprek te gaan met omwonenden over een realistisch tijdspad. Participatie dient namelijk naar behoefte ingevuld te worden, niet naar de letter van beleid. 2. Bepaal samen met omwonenden de rol en invulling van de meedenkgroep. De provincie spreekt over een ‘meedenkgroep’ waar men aan kan deelnemen. Wat hierin precies besproken wordt en in welke vorm is onduidelijk.

We zien graag dat omwonenden de ruimte krijgen om dit zelf te bepalen, in afstemming met de provincie. De behoeften van omwonenden van gebied 8 kunnen verschillen ten opzichte van andere gebieden. 3. Onafhankelijke ondersteuning voor inwoners is van cruciaal belang. Participatie van omwonenden is alleen mogelijk wanneer zij op de juiste manier ondersteund worden. Niet alleen hulp bij de emotionele verwerking van het provinciale besluit, maar vooral ook inhoudelijke ondersteuning is noodzakelijk. Oftewel ondersteuning van een expert bij het opdoen van kennis en het leveren van input tijdens het participatieproces. 4. Lokaal eigendom is een belangrijk speerpunt en vraagt om (bij)sturing. We zijn blij met de wens van de provincie om lokaal eigendom te maximaliseren. Via lokaal eigendom profiteren omwonenden namelijk mee van de opbrengsten van het windpark en hebben ze zeggenschap over het project. We verzoeken de provincie om lokale initiatiefnemers actief te ondersteunen bij het maximaliseren hiervan. Een verordening met motiveringsplicht over lokaal eigendom voor de initiatiefnemer kan helpen om dit doel juridisch beter te borgen. 5. Hanteer duidelijke schillen op basis van verwachte overlast. De provincie heeft drie schillen van participatie gedefinieerd, wat bijvoorbeeld het recht op een omwonendenregeling bepaalt.

We concluderen dat de eerste schil van ‘Directe omgeving’ vaag is en weinig zegt over de verwachte overlast. Daarom roepen we de provincie op een ruimere eerste schil te hanteren op basis van vrij zicht, naar het voorbeeld van de gemeente Woerden. Zie het Toetsingskader windenergie Reijerscop (bijlage 1). Het is belangrijk om duidelijke en eerlijke schillen te hanteren, die niet enkel gebaseerd zijn op afstand tot het zoekgebied.

3 Toelichting standpunt rond lokaal eigendom •

•

•

•

•

Als gemeenten zijn we blij met het provinciale uitgangspunt van ‘minimaal 50% lokaal eigendom’. Ook is in het beleidsstuk de wens uitgesproken om lokaal eigendom te maximaliseren. Hiermee biedt je omwonenden de mogelijkheid om mee te profiteren van de opbrengsten en zeggenschap te hebben over het windpark. Daarnaast ondersteunen we de boodschap dat mede-eigenaarschap ingevuld dient te worden volgens de coöperatieve principes, namelijk met open en vrijwillig lidmaatschap en democratische zeggenschap door de leden. Ook wij denken dat energiecoöperaties een passende vorm zijn om dit te organiseren. Als gemeenten vinden we het belangrijk dat omwonenden met minder bestedingsruimte ook zeggenschap kunnen krijgen over het windpark. Daarom ondersteunen we het doel van de provincie om (collectief) eigenaarschap en financiële deelneming los van elkaar te trekken. Lidmaatschap van de energiecoöperatie maakt dit mogelijk. Er zullen ook omwonenden zijn die geen lid willen worden van een energiecoöperatie. Daarom zijn we blij met de suggestie van de provincie om een ‘Omgevingsraad’ op te zetten. Op deze manier geef je omwonenden invloed, zonder hier de voorwaarde van lidmaatschap of financiële deelneming aan te stellen. Verder delen wij de conclusie dat lokaal eigendom betrekking zou moeten hebben op de gehele businesscase van een windpark.

Toelichting standpunt over participatiekaders •

De provincie heeft drie schillen rond een windpark gedefinieerd: directe omgeving, omgeving binnen invloedssfeer en breder publiek. De rechten van deze schillen staan niet vast en kunnen tijdens het participatieproces met de omgeving verder worden uitgebreid.

Een aandachtspunt is dat de eerste schil onduidelijk is en afhankelijk van de uiteindelijke locatie van de windturbines. Tegelijkertijd is deze schil wel degelijk van belang, bijvoorbeeld voor het recht op een omwonendenregeling. Daarom doen wij hierbij de oproep om vooraf een schil te bepalen op basis van vrij zicht en verwachte overlast. Zie als voorbeeld het Toetsingskader windenergie Reijerscop (bijlage 1). Als minimum kan daarbij een schil van 800 meter vanaf de rand van het zoekgebied gehanteerd worden. Daarnaast staan de huidige statuten van Lek en IJsselstroom alleen leden toe uit de gemeenten IJsselstein, Montfoort, Oudewater en Lopik. Tegelijkertijd zijn er omwonenden uit Bodegraven-Reeuwijk en Woerden die binnen 10x tiphoogte van de windturbines wonen. Hoe kunnen deze omwonenden (financieel) eigendom verkrijgen over het project? •

Initiatiefnemers dienen zich te houden aan de gedragscode Wind op Land, zoals eerder genoemd bij het bestaande beleid van Oudewater. Net als de provincie zien wij het Omgevingsfonds als een belangrijk onderdeel van de gedragscode. Dit betekent dat initiatiefnemers een bijdrage van €0,40 à €0,50 per MWh doen aan een lokaal fonds.

Op dit moment is het nog onduidelijk hoe het Omgevingsfonds en het bestuur hiervan georganiseerd dient te worden. Graag vragen we aandacht voor de benoeming van een onafhankelijk bestuur. Wat ons betreft wordt er een voorstel gedaan door de initiatiefnemer op basis van het participatieproces. •

Als gemeenten ondersteunen wij het gebruik van gesocialiseerde grondvergoedingen. Wat ons betreft heeft deze regeling twee belangrijke doelen. Allereerst een optimale

4 plaatsing van de windturbines om overlast te verkleinen. Daarnaast het eerlijk verdelen van de opbrengsten onder alle grondeigenaren in een gebied. Toelichting standpunt over processtappen •

Als gemeenten waarderen wij de inzet van de provincie om vooraf de processtappen uit te werken. Hiermee wordt namelijk de basis gelegd om te komen tot goede afspraken en een lokaal initiatief. Daarnaast biedt het duidelijkheid over de verwachte inspanningen van initiatiefnemers, dit is fijn voor alle betrokken partijen.

Graag vragen we opnieuw aandacht voor de snelheid waarmee de processtappen doorlopen worden. Van omwonenden wordt verwacht dat ze deelnemen aan de meedenkgroep en wellicht zelfs investeren. Echter, hiervoor is eerst een periode van verwerking nodig. Daarom doen we nogmaals de oproep om stil te staan bij de aanwezige emoties rond het besluit. Vervolgens kunnen afspraken gemaakt worden over een realistisch tijdspad. •

Door de provincie is een proces uitgestippeld om te komen tot één projectplan. De energiecoöperatie Lek en IJsselstroom heeft een stap naar voren gezet om hiermee aan de slag te gaan. Wij steunen deze keuze van de energiecoöperatie, die vanwege haar lokale binding een goede gesprekspartner is voor de omgeving.

Een aandachtspunt is volgens ons de ondersteuning van de energiecoöperatie om tot een goed plan te komen. Gezien de snelheid van het proces, en het beperkte draagvlak van het besluit, is er mogelijk minder belang voor financiële deelneming onder omwonenden. Hierdoor loopt een energiecoöperatie het risico niet voldoende eigen vermogen op te halen. Uiteindelijk kan dit ten kosten gaan van het lokaal eigendom en de zeggenschap, doordat een commerciële partij een groter aandeel verkrijgt. Meer dan 50% eigendom voor een commerciële partij is onwenselijk, ook volgens de provincie. •

Uit het toetsingskader wordt duidelijk hoe een initiatiefnemer in gesprek dient te gaan met de omgeving. Hiervoor is fase 2 ingebouwd door de provincie, die uiteindelijk moet leiden tot de ondertekening van een ‘omgevingsovereenkomst’. Als gemeenten zijn we blij met de gevraagde onderdelen van een omgevingsovereenkomst.

Als gemeenten constateren we dat er veel onduidelijkheid heerst over de meedenkgroep en de omgevingsovereenkomst. Wat wordt er precies besproken en in welke vorm? We zien graag dat omwonenden de ruimte krijgen om tot het antwoord op deze vragen te komen. De wensen van omwonenden moeten hierin leidend zijn, niet de beschreven procedure. •

Verder ondersteunen we het trapsgewijs uitgeven van financiële participaties en achterhouden van een aantal participaties voor na financial close. Afsluitend vinden we het belangrijk dat mensen met een smalle beurs mee kunnen profiteren. Het is goed dat de provincie in haar beleid initiatiefnemers vraagt om zich hiervoor in te spannen.

5 Aanvullende normen naar voorbeeld Oudewater en Woerden Op dit moment is heel Nederland in afwachting van de nieuwe landelijke milieunormen voor windturbines. Als gemeenten hopen we snel op duidelijkheid vanuit het Rijk. Ondertussen is de gemeente Woerden aan de slag gegaan met een toetsingskader voor windturbines in Reijerscop (gebied 24). Voorafgaand hieraan heeft de gemeente Oudewater in 2021 een afwegingskader met algemene voorwaarden vastgesteld. Hiermee wordt aanvullende bescherming geboden voor omwonenden van het beoogde gebied. Graag zien we dat de onderstaande lijst met aanvullende, strengere normen wordt gehanteerd in gebied 8. Hiermee zorgen we voor gelijkwaardige en passende bescherming van alle omwonenden in West-Utrecht. 1. Stel extra normen om geluidsoverlast zo veel mogelijk te beperken. Mocht het Rijk de windturbinebepalingen niet op tijd vaststellen of afzien van een norm voor tonaal geluid (bromtoon), dan zien we de conceptnormen alsnog graag terug in de vergunning. Voor jaarlijks gemiddeld geluid is dit 45 dBLden en 39 dBnight. Voor tonaal geluid is dit een toeslag van 5 decibel op het jaarlijkse gemiddelde. Als de landelijke normen toch strenger worden, dan dienen deze strengere normen bij vergunningverlening gehanteerd te worden. Aanvullend doen we het verzoek om een handhavingsnorm en meetmethodiek te bepalen voor maximaal momentaan geluid.

Hiermee wordt de geluidsbelasting voor omwonenden controleerbaar. Volgens een nieuw rapport van de Randstedelijke Rekenkamer kan dit ten goede komen aan het vertrouwen van de omgeving. 2. Stel strengere normen voor slagschaduw op woningen. Als gemeenten zien we graag dat slagschaduw zo veel mogelijk beperkt wordt. Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om strengere slagschaduwnormen dan het Rijk te hanteren. Hierbij doen wij het verzoek om de maximale slagschaduw op 1 uur per jaar te stellen. De verminderde overlast hierdoor weegt ruimschoots op tegen de geringe impact op de businesscase. 3. Houd zo veel mogelijk afstand tot losse woningen en woonkernen. In het planMER van de provincie Utrecht zijn alle gebieden binnen 300 meter rondom individuele woningen en 400 meter rondom woonkernen uitgesloten. Als gemeenten vinden we deze afstanden te klein. De gemeente Oudewater heeft als vuistregel een afstandsnorm van 500 meter tot losse woningen en 800 meter tot woonkernen. De bebouwde kom van Papekop wordt gezien als een woonkern. Daarnaast heeft de gemeente Woerden een uitgangspunt opgenomen over het maximaliseren van de gemiddelde afstand tot woningen. Hierbij wordt uitgegaan van een minimale gemiddelde afstand van 750 meter. Als gemeenten roepen we op om zo veel mogelijk afstand tot woningen te bewaren. 4. Verplicht een initiatiefnemer om verlichting zo veel mogelijk te doven.

Vanuit het Rijk is er subsidie beschikbaar voor de toepassing van naderingsdetectie. Hiermee kunnen de rode lichten op windturbines grotendeels uitblijven. Als gemeenten zien we graag een verplichting voor de toepassing van naderingsdetectie. Op provinciaal niveau kan hiervoor ook een subsidie opgezet worden wanneer de landelijke subsidie niet toereikend is.

6 5. Zorg ervoor dat het windpark altijd wordt opgeruimd. Als gemeenten zien we graag een verplichting om het windpark, inclusief fundering en toegangswegen, na een x-aantal jaar af te breken, te verwijderen en zo veel mogelijk voor hergebruik aan te bieden (wanneer mogelijk). In verband met het risico van een voortijdig faillissement dient hiervoor een garantie afgegeven te worden, ter waarde van de ontmantelingskosten. 6. Onderzoek vooraf de milieueffecten van het hele project. Door de gemeente Oudewater is een deel van gebied 8 opengesteld voor de ontwikkeling van een zonneveld. Hierbij zijn verschillende uitdagingen opgemerkt rond de krappe businesscase en beschikbare grond. Door de mogelijke komst van windturbines ligt dit proces momenteel helemaal stil. Het is voor omwonenden en grondeigenaren verwarrend als er twee trajecten tegelijk lopen: een van de gemeente voor zon én een van de provincie voor wind. Daarnaast zijn de omstandigheden veranderd door de mogelijke toevoeging van wind, waardoor de afweging over zon in een ander perspectief komt te staan. We vragen de provincie om in het windtraject eerst bij de omgeving en grondeigenaren na te gaan of, en in welke mate, er nog ruimte is voor zon op veld. Daarnaast dient de initiatiefnemer voor windenergie een projectMER op te stellen om de milieueffecten inzichtelijk te maken.

Onze aanvullende oproep is om een mogelijke toevoeging van zon op veld mee te nemen in dit proces. Het is namelijk belangrijk om zicht te krijgen op de cumulatieve effecten van windturbines en een eventueel klein(er) zonneveld. Daarnaast verzoeken we de provincie om een nulmeting uit te laten voeren naar de huidige geluidsbelasting in het gebied. 7. Organiseer een onafhankelijke en centrale gezondheidsmonitor. Op 23 april is in de Provinciale Staten een motie aangenomen met betrekking tot ‘Duidelijkheid over gezondheid en windturbines’. Hierin wordt het college opgeroepen om te onderzoeken of en hoe een gezondheidsmonitor kan worden opgezet, naar voorbeeld van Nij Hiddum-Houw in Friesland. Als gemeenten ondersteunen we het opzetten van een gezondheidsmonitor, ofwel een systeem voor klachtenregistratie. Daarnaast vragen we aandacht voor omwonenden die vanwege de komst van windturbines besluiten om te verhuizen, deze worden namelijk niet meegenomen in de monitor. 8. Verplicht een initiatiefnemer om mee te werken aan onderzoek naar zwerfstroom. We vinden het belangrijk dat klachten over zwerfstroom onderzocht worden. Als er na realisatie van windturbines meerdere zwerfstroom gerelateerde klachten worden gemeld, dan dient een initiatiefnemer mee te werken aan onderzoek naar de actuele situatie ter plaatse. We roepen de provincie op om initiatiefnemers hiertoe te verplichten.

Is vervolgens aangetoond dat de klachten veroorzaakt worden door de windturbines, dan moet een initiatiefnemer verplicht worden om mee te werken aan beperkende maatregelen.

7 Afspraken tussen omwonenden en initiatiefnemers De normen uit deze position paper zorgen voor gelijkwaardige en passende bescherming van alle omwonenden in West-Utrecht. Deze normen kunnen worden gezien als een ondergrens waar initiatiefnemers altijd aan moeten voldoen. Daarnaast is het als omwonende mogelijk om aanvullende afspraken te maken met initiatiefnemers. Hiervoor wordt door initiatiefnemers een participatieproces georganiseerd. We verzoeken de provincie om omwonenden te helpen om hun wensen tijdens dit participatieproces naar voren te brengen. Qua aanvullende afspraken kan men aan de volgende opties denken, waar mogelijk keuzes tussen gemaakt moeten worden vanwege de bijkomende kosten: • • • • •

Het verder terugbrengen van de toegestane slagschaduw. Een verplichting aan initiatiefnemers om stillere windturbines te gebruiken, als deze na het verlenen van de vergunning ontwikkeld worden. Afspraken over het aantal windturbines en de hoogte hiervan. De hoogte van de afdracht aan een omgevingsfonds en de besteding van dit fonds. Afspraken over een ‘omwonendenregeling’, bijvoorbeeld: een bijdrage aan het isoleren van de woning (tegen geluid en warmteverlies), groene stroom met korting of een andere financiële vergoeding.

8 Deze position paper is gezamenlijk opgesteld door de colleges van B&W van de gemeenten Oudewater, Montfoort en Woerden.

Het college van burgemeester en wethouders van Oudewater, De secretaris

De burgemeester

Het college van burgemeester en wethouders van Montfoort, De secretaris

De burgemeester

Het college van burgemeester en wethouders van Woerden, De secretaris

De burgemeester

Bijlage 1. Toetsingskader windenergie Reijerscop – Bestaand beleid Woerden

Toetsingskader

Windenergie Reijerscop Definitieve versie na verwerking amendementen raadsvergadering 22 mei 2025

Inhoudsopgave Inleiding

3

Wat is het Toetsingskader? Wat kan de gemeente concreet met het Toetsingskader doen? Relatie met het gemeentelijk afwegingskader duurzame elektriciteit Leeswijzer

3 4 4 4

Overzicht randvoorwaarden en uitgangspunten

5

Randvoorwaarden Uitgangspunten

5 7

Waar zijn windturbines mogelijk?

8

Totstandkoming plangebied windenergie Netaansluiting Opruimplicht

8 9 9

Kaders voor initiatiefnemers

10

Consortium Lokaal eigendom Projectplan

10 11 12

Kaders voor geluid en slagschaduw

13

Beperking hinder door geluid Beperking hinderlijke slagschaduw Meewerken aan metingen

13 14 14

Kaders voor landschap, ecologie en recreatie

15

Landschappelijke inpassing Ecologische kwaliteitsverbetering Recreatief medegebruik

15 16 16

Kaders voor participatie

17

Lokaal eigendom Financiële participatie Procesparticipatie

19 19 20

Uitvoering

21

Besluitvorming over (concept-)projectplan M.e.r. na het Toetsingskader Mer-(beoordelings)plicht voor omgevingsvergunning Anterieure overeenkomst

21 21 22 22

Bijlage 1

23

Procedureschema besluitvorming windenergie

23

Bijlage 2

24

Begrippenlijst

24

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 2

Inleiding Wat is het Toetsingskader?

Belangen (verantwoordelijkheden) van de gemeente met dit Toetsingskader:

Het Toetsingskader windenergie Reijerscop (in het vervolg genoemd “Toetsingskader”) bestaat uit randvoorwaarden en uitgangspunten voor de ontwikkeling van windenergie in windzoekgebied Reijerscop. Het betreft een uitnodigingskader voor grondeigenaren, bedrijven en energiecoöperaties om het initiatief te nemen tot de vorming van een consortium (samenwerkingsverband) voor de ontwikkeling van één windpark. Dat plan moet voldoen aan de voorwaarden en uitgangspunten zoals opgenomen in het Toetsingskader.

•

•

• Het Toetsingskader voor grote windturbines in Reijerscop bestaat uit: • Een aantal Randvoorwaarden (eisen) waaraan moet worden voldaan om aangemerkt te kunnen worden als initiatief. Dat in de gelegenheid wordt gesteld om een projectplan in te dienen; • Een aantal Uitgangspunten (wensen) voor het bevorderen en toetsen van de kwaliteit van het projectplan.

Bijdrage aan de gemeentelijke doelstelling voor het realiseren van lokale opwekcapaciteit van 76-88 gigawattuur (GWh) per jaar met grootschalige opwek in 2030. Dit is onderdeel van de totale bijdrage van de gemeente Woerden (118-138 GWh/jaar) aan de Regionale Energie Strategie (RES) U16, die totaal 1,8 TWh in 2030 bedraagt; Zorgdragen voor een evenwichtige toedeling van functies en activiteiten binnen het zoekgebied Reijerscop en omgeving, onder invloed van te plaatsen windturbines; Concreet betekent dit onder andere: • Het meewegen van de belangen van omwonenden van het beoogde windpark; • Het zorgdragen voor een optimale landschappelijke relatie tussen omgeving en windpark; • Het meewegen van andere aspecten en belangen, waaronder lokaal eigendom en ecologie.

Doelen van de gemeente met dit Toetsingskader: •

•

•

•

•

•

Duidelijkheid verschaffen aan mogelijke initiatiefnemers over onze voorwaarden en voorkeuren. Ten aanzien van de ontwikkeling, exploitatie en ontmanteling van te plaatsen windturbines, inclusief participatie en lokaal eigendom; Goedkeuring van de gemeenteraad op de kaders om initiatieven goed te keuren en het vergunningentraject te doorlopen als college; Heldere communicatie naar omwonenden over de gemeentelijke voorwaarden en voorkeuren voor de ontwikkeling van een windpark in Reijerscop; Bijdragen aan het lokaal beleidskader voor een inhoudelijke reactie op het principeverzoek van een geselecteerd initiatief; Bijdragen aan het programma van eisen voor projectplannen bij een eventuele maatschappelijke tender; Bijdragen aan het lokaal beleidskader voor het beoordelen van de BOPA-vergunningsaanvraag of concept-omgevingsplan.

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 3

Wat kan de gemeente concreet met het Toetsingskader doen?

Relatie met het gemeentelijk afwegingskader duurzame elektriciteit

Met het Toetsingskader nodigt de gemeente een lokaal consortium uit om voor de technische ruimte (zie figuur 1) één concept-projectplan voor een windpark in te dienen. Dat concept-projectplan dient aan de randvoorwaarden van het Toetsingskader te voldoen. Dat plan wordt in overleg met de omgeving uitgewerkt tot een projectplan waarmee besluitvorming onder de Omgevingswet wordt gestart. Het resultaat van die besluitvorming wordt door de initiatiefnemers vastgelegd in een wijziging van het omgevingsplan. Dan wel in een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Daarnaast moet toestemming worden verkregen voor de uitvoering van overige activiteiten onder de Omgevingswet.

Het beleidskader voor de beoordeling van plannen van initiatieven voor windenergie bestaat uit: dit geamendeerd toetsingskader en het geamendeerd Afwegingskader grootschalige duurzame energie uit 2021 (in het vervolg “Afwegingskader” genoemd). Het Toetsingskader is opgesteld in het verlengde van het Afwegingskader. En is enkel van toepassing op de ontwikkeling van een windpark in de zogenaamde technische ruimte in Reijerscop (zie figuur 1). Waar beide documenten strijdig zijn, geldt het Toetsingskader.

Nadere afspraken over de vorming van een definitief projectplan tussen gemeente en het te vormen consortium worden vastgelegd in een intentieovereenkomst. Daarmee heeft de gemeente zekerheid dat zij vanaf dat moment te maken heeft met één consortium dat één initiatief uitwerkt. Tegelijk heeft het consortium het vertrouwen dat zij als enige initiatiefnemers in het gebied met volledige inzet toewerken naar het indienen van een concreet projectplan. De gemeente verlangt van de partners die het consortium vormen dat zij afspraken over hun onderlinge samenwerking ook vastleggen in een overeenkomst.

De Randvoorwaarden en Uitgangspunten in het Toetsingskader zijn voor de duidelijkheid in verschillende kleuren en in kaders opgenomen. De randvoorwaarden zijn voor de gemeente eisen, waar bij vergunningverlening op getoetst gaat worden. De uitgangspunten zijn wensen, omdat de gemeente dit niet mag of wil eisen. Bij uitgangspunten hebben initiatiefnemers meer ruimte om af te wegen hoe ze met hun totaalplan tot een zo goed mogelijk windpark kunnen komen. In het volgende hoofdstuk staan eerst alle randvoorwaarden en uitgangpunten bij elkaar. De toelichting staat vervolgens per randvoorwaarde of uitgangspunt in de hoofdstukken erna. Daar kan de uitleg in één tekst met de eisen en wensen worden gelezen. Per onderdeel is toegelicht waarom de gemeente waarde hecht aan deze voorwaarden en uitgangspunten en op welke wijze daaraan invulling kan worden gegeven.

Als het vormen van een lokaal consortium niet lukt, dan kan de gemeente alsnog een maatschappelijke tender uitschrijven. De selectierichtlijn daarvoor wordt opgesteld op basis van het Toetsingskader en daarbij passende weegfactoren.

Leeswijzer

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 4

Overzicht randvoorwaarden en uitgangspunten In onderstaand overzicht staan achtereenvolgens de randvoorwaarden (eisen) en uitgangspunten (wensen) aan plannen en initiatiefnemers. In de hoofdstukken hierna staan de toelichtingen bij alle voorwaarden in lopende tekst.

Randvoorwaarden Technische ruimte De windturbines binnen het initiatief dienen gelegen te zijn binnen de technische ruimte voor windenergie en buiten de adviesafstand tot buisleidingen, die gelijk is aan de tiphoogte van de windturbines.

Aantal turbines Het projectplan bevat een kaart met opstellingsmogelijkheden voor precies 3 windturbines binnen de technische ruimte. Om grip te hebben op de milieueffecten, wordt een project-m.e.r. uitgevoerd.

Consortium Een initiatiefnemer voor windenergie bestaat uit een consortium van: • Eén of meer coöperaties die in staat zijn en aannemelijk kunnen maken dat zij zowel lokaal eigendom als zeggenschap over de energieproductie door inwoners en MKB-bedrijven in de 3 schillen rondom Reijerscop kunnen realiseren; • Eén of meer ontwikkelaars van windenergie (mogelijk voorzien via een coöperatie); • Alle grondeigenaren, of hun vertegenwoordigers, die zich bereid hebben verklaard de grondposities beschikbaar te stellen die nodig zijn voor het betreffende initiatief. De initiatiefnemer moet handelen naar de meest recente Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land van brancheorganisatie NedZero, voor zover niet in strijd met de overige randvoorwaarden uit dit Toetsingskader. Dit wordt vastgelegd in de anterieure overeenkomst.

Intentieovereenkomst Netaansluiting Het projectplan bevat een kaart met een aanduiding van de gewenste aansluiting op een nabijgelegen onderstation of overige oplossing voor afzet van de geproduceerde elektriciteit.

Opruimplicht De toestemming voor het gebruik van een windpark wordt voor maximaal 25 jaar verleend, vanaf de start van de bouw. De eigenaren van het windpark zijn verplicht om het windpark na maximaal 25 jaar af te breken, te verwijderen en voor hergebruik, of restmateriaal voor recycling, aan te bieden. De details van de sloop worden nader uitgewerkt in een sloopvergunning. Dat kan tot 5 jaar vóór beoogde ontmanteling uitgewerkt worden. Initiatiefnemers van het windpark dienen in verband met het risico van voortijdig faillissement een vorm van garantie af te geven. Een garantie ter waarde van de ontmantelingskosten wordt geborgd via de anterieure overeenkomst.

Uiterlijk op een door het bevoegd gezag te bepalen moment toont een consortium van partijen bij de gemeente aan dat onderlinge samenwerking is vastgelegd. Vervolgens wordt een intentieovereenkomst getekend tussen het consortium en de gemeente. Dit betreft een document met tenminste de volgende onderdelen: • Betrokken partijen; • Grondposities; • Rolverdeling: De specifieke rollen en verantwoordelijkheden van zowel de gemeente als de initiatiefnemer worden beschreven. De gemeente biedt ondersteuning in het vergunningentraject en beleidsonderzoek. Terwijl de initiatiefnemer zorgt voor technische en financiële haalbaarheidsstudies; • Tijdspad: Hier worden de belangrijke stappen in de procedure en de tijdlijn geschetst. Bijvoorbeeld: wanneer bepaalde milieuonderzoeken gereed zijn of wanneer besluitvorming plaatsvindt; • Kosten en financiering: Een beschrijving van de kosten die gepaard gaan met de voorbereiding en over wie die kosten verdeeld worden. Dit betreft onder andere het participatieproces van de initiatiefnemers.; • Vergunningentraject: Afspraken over de samenwerking bij het verkrijgen van toestemming voor de ruimtelijke ontwikkeling van windturbines.

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 5

Lokaal eigendom

Slagschaduwnormen

De gemeente stelt de volgende randvoorwaarden aan eigendomsverhoudingen van het consortium: • Minimaal 50% lokaal eigendom; • Maximum van 35% eigendom van personen en partijen die buiten Woerden en de aangrenzende gemeenten gevestigd zijn, maar wel grondeigenaren in het gebied zijn. Dit is inclusief de verpachters in Reijerscop die daar niet gevestigd zijn. Ook niet particuliere grondeigenaren, zoals nutsbedrijven of terrein beherende organisaties worden tot deze categorie eigenaren gerekend.

De gemeente kiest strengere slagschaduwnormen dan het Rijk, namelijk maximaal 1 uur per jaar slagschaduw op ramen in gevels van slagschaduwgevoelige gebouwen.

Een (concept-)projectplan bevat tenminste de volgende onderdelen: • Een ondertekende verklaring van initiatiefnemers, waarin zij hun intentie bevestigen om aan het initiatief deel te nemen en aangeven dat zij het Toetsingskader accepteren; • Een plankaart, inclusief een aanduiding van het te gebruiken netstation; • Een overzicht met de voorgestelde eigendomsverhoudingen van het consortium; • De plaatsingsmogelijkheden voor windturbines met uitleg hoe daarmee wordt voldaan aan de gestelde geluids- en slagschaduwnormen; • Een uitleg over de verwachte meerwaarde van nulmetingen; • Een aanleg- en beheerplan op hoofdlijnen, met de volgende onderdelen: • Landschappelijke inpassing; • Ecologische kwaliteitsverbetering; • Recreatief medegebruik. • Een participatieplan op hoofdlijnen.

Geluidsnormen en handhavingsnorm voor maximaal momentaan geluid

•

•

De initiatiefnemer dient te zorgen voor het zoveel mogelijk uitschakelen van obstakelverlichting, door middel van naderingsdetectie. Daardoor kan verlichting op de windturbines grotendeels uit blijven.

Meewerken aan metingen

Projectplan

•

Obstakelverlichting

De ontwerp rijksnormen voor geluidshinder (45 dBLden en 39 dBLnight) en tonaal geluid (5 decibel (dB) toeslag) worden aangehouden. Mocht de norm voor tonaal geluid uiteindelijk niet worden overgenomen als definitieve norm, dan zal de gemeente deze norm alsnog als eis opnemen in de omgevingsvergunning; De initiatiefnemer levert akoestisch onderzoek aan op basis waarvan het bevoegd gezag een handhavingsnorm en meetmethodiek bepaalt voor maximaal momentaan geluid, die worden opgenomen in de omgevingsvergunning; In de omgevingsvergunning wordt voorgeschreven dat de vergunninghouder, binnen 6 maanden na overdracht van de windturbines, een bronsterktemeting laat uitvoeren conform de meet- en rekenmethode waarmee de windturbines zijn gecertificeerd.

Worden er na realisatie van de windturbines meerdere zwerfstroom of geluid gerelateerde klachten gemeld (te bepalen door het bevoegd gezag), dan is de initiatiefnemer verplicht mee te werken aan onderzoek naar de actuele situatie ter plaatse. Mogelijk moeten de windturbines hiervoor maximaal enkele dagen worden stilgezet. Is aangetoond dat de klachten veroorzaakt worden door de windturbines, dan is de initiatiefnemer verplicht om mee te werken aan beperkende maatregelen. Bij geluidsklachten geldt de laatste verplichting alleen als de in de vergunning vastgelegde geluidsnormen worden overschreden.

Procesparticipatie De aanvrager stelt een participatieplan op. In het participatieplan wordt in ieder geval ingegaan op de volgende punten: • Welke personen/instanties/belanghebbenden zijn betrokken bij het participatieproces? Indien het participatieproces uit meerdere stappen/fases heeft bestaan, moet dit per stap/fase worden aangegeven; • Op welke wijze is het participatieproces uitgevoerd? Welke processtappen zijn daarbij genomen? En voor welke vorm(en) van participatie heeft de aanvrager gekozen? • Wat is de opbrengst van het participatieproces geweest? Welke opmerkingen, aanvullingen en verbeteringen zijn kenbaar gemaakt? De aanvrager dient zo veel mogelijk belangen en argumenten voor en tegen in beeld te brengen. Hierbij dient de initiatiefnemer aan te geven in welke mate er onder bovengenoemde betrokkenen al dan niet steun of draagvlak voor de plannen is. De aanvrager geeft aan welke opmerkingen er zijn gemaakt die niet geleid hebben tot aanpassingen.

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 6

Uitgangspunten

Ecologische kwaliteitsverbetering •

Opstelling en hoogte •

•

Windturbines in Reijerscop zijn van hetzelfde type en hebben een gelijke tiphoogte, binnen een bandbreedte van 215 tot 270 meter. Voor een goede landschappelijke inpassing voegt de hoogte van het windpark in Reijerscop Woerden zich daarmee naar dat van windpark Rijnenburg en Reijerscop in de gemeente Utrecht, als dat eerder onherroepelijk vergund is en de windturbines daarvoor aanbesteed zijn; De initiatiefnemer toont aan dat de voorgestelde opstelling zo ver mogelijk is geplaatst van omliggende woningen, met inachtneming van andere factoren die impact hebben op de plaatsing van windturbines, zoals veiligheid, ecologie en landschap. Met de volgende berekeningswijze kunnen mogelijke opstellingsvarianten geoptimaliseerd worden, uitgaande van een minimale gemiddelde afstand van 750 meter tot woningen en rekening houdend met alle woninggevels die niet meer dan 800 meter van een windturbine staat: • Streef ernaar dat de som van de afstand van elke woning tot elke windturbine, gedeeld door: het aantal woningen binnen de 800 meter keer het aantal windturbines, gemaximaliseerd wordt.

•

Recreatief medegebruik •

•

•

•

De windturbines staan in een lijn, die geknikt kan zijn; De windturbines in Reijerscop vormen met de westelijke windturbine van Rijnenburg-Reijerscop samen één geknikte lijn; De opstelling van het windpark sluit zo veel mogelijk aan bij bestaande landschappelijke structuren. Hierbij is het van belang om rekening te houden met de verschillende niveaus waarop windturbines impact hebben: • Ten eerste de inpassing bij de verschillende grote lijnen in het landschap: snelweg, cope-structuur en weteringen gerelateerd aan de Oude Rijn; • Op een lager schaalniveau de inpassing van de toevoerwegen en bijbehorende voorzieningen in het nabije landschap. Voor het archeologisch onderzoek wordt aangesloten bij het parapluplan Woerden 2.

Bij of voor de ruimtelijke procedure dient de landschapsontwikkeling in Reijerscop nader geconcretiseerd te worden, in samenspraak met omwonenden en belanghebbende organisaties.

Permanente routes voor de bereikbaarheid van windturbines worden in overleg met de gemeente (deels) openbaar toegankelijk als recreatieve routes; Paden en wegen hebben een recreatieve of agrarische uitstraling en zijn passend bij het verkavelingspatroon van de polder.

Lokaal eigendom •

•

Ontwerpprincipes • •

Het concept-projectplan bevat een aanzet tot een aanlegen beheerplan voor ecologische kwaliteitsverbetering. Vóór aanvang van het vergunningsproces wordt dit verder uitgewerkt. Hierin is opgenomen: • Beschikbare geborgde budgetten; • Een planning; • Monitoring; • Verdeling van verantwoordelijkheden. Weidevogeltellingen worden gebruikt voor een compensatieplan voor deze soorten.

Initiatiefnemers spannen zich in voor een percentage lokaal eigendom van meer dan 50% en brengen daarover verslag uit aan het bevoegd gezag; Het consortium toont aan te streven naar maximaal 10% eigendom van partijen die buiten de gedefinieerde schillen gevestigd zijn en geen grondeigendom binnen de technische ruimte hebben.

Omgevingsfonds Initiatiefnemers beschrijven in het participatieplan op hoofdlijnen hoeveel budget ze beschikbaar stellen voor het omgevingsfonds en op welk moment dit budget beschikbaar komt. Ook wordt een voorstel gedaan voor de organisatievorm voor de besluitvorming over inzet van het omgevingsfonds.

Omwonendenregeling en sociale grondvergoeding •

•

De initiatiefnemer doet in het (concept-)projectplan een voorstel voor een omwonendenregeling en hoe deze regeling in te vullen met gelden voor directe buren van de windturbines; De initiatiefnemer doet in het (concept-)projectplan een voorstel voor een sociale grondvergoeding voor grondeigenaren en pachters in de technische ruimte.

Combinatie met andere thema’s De initiatiefnemer geeft in het projectplan aan hoe meerwaarde kan worden gecreëerd op minstens één van de volgende thema’s: • Recreatie; • Natuurontwikkeling; • Waterbeheer; • Bodemdaling; • Landschapsversterking.

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 7

Waar zijn windturbines mogelijk? Totstandkoming plangebied windenergie Voor het plaatsen van windturbines in Reijerscop is een zoekgebied en daarbinnen een technische ruimte bepaald. Dat is gebeurd nadat het Afwegingskader door de gemeenteraad is vastgesteld in 2021, met een geamendeerd raadsbesluit. Vervolgens is er een gebiedsvergelijking gemaakt tussen de polders Barwoutswaarder en Reijerscop. In 2023 heeft de gemeenteraad besloten om te kiezen voor Reijerscop. Daarbij is een eerste verkenning uitgevoerd. Waarbij voor Reijerscop een zoekgebied is bepaald, uitgaande van een minimale afstand van ongeveer 500 meter afstand tot losse woningen (waaronder lintbebouwing) uit het Afwegingskader. De gemeente heeft in het Afwegingskader uit 2021 namelijk gekozen voor het aanhouden van een minimumafstand tussen windturbines en windturbinegevoelige gebouwen.

Bij de eerste versie van de verkennende milieuonderzoeken (definitieve versie is van april 2024) is aangegeven dat er ook gasbuisleidingen in het zuiden en oosten van het zoekgebied lopen. Binnen een afstand die gelijk is aan de tiphoogte (ashoogte + ½ rotordiameter) is de ontwikkeling van windenergie niet wenselijk. Dit vanwege externe veiligheidsrisico’s in geval van een incident met windturbines. Vandaar dat dit gebied als ongeschikt wordt aangeduid. Hiermee is het belangrijkste kader voor externe veiligheid ingevuld. De ruimte buiten de adviesafstand tot buisleidingen en buiten de vuistregel voor woningen is in principe geschikt voor windturbines. Dit is de zogenaamde technische ruimte (groen in onderstaande figuur). Randvoorwaarde: De windturbines binnen het initiatief dienen gelegen te zijn binnen de technische ruimte voor windenergie en buiten de adviesafstand tot buisleidingen, die gelijk is aan de tiphoogte van de windturbines.

Figuur 1

Figuur 1: Technische ruimte (groen, bij turbines < 270m tot in het gearceerde deel) binnen het zoekgebied

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 8

Aantal turbines en jaarlijkse opbrengst

Netaansluiting

Uit de verkennende milieuonderzoeken bleek dat in de technische ruimte plaats is voor maximaal 5 windturbines binnen een bandbreedte in tiphoogte van 215 tot 270 meter. Met het raadsbesluit over het Toetsingskader van 22 mei 2025 heeft de gemeenteraad besloten dat er precies 3 windturbines geplaatst mogen worden in de technische ruimte. Omdat de gemeente grip wil hebben op de lokale milieueffecten wordt daarbij een project-m.e.r. gevraagd. Hiermee kan de verplichte m.e.r.-beoordeling worden overgeslagen.

De gemeente heeft gesprekken gevoerd met Stedin over de mogelijkheden om het windpark in Reijerscop aan te sluiten op onderstation Ouderijn. Daaruit blijkt dat Stedin extra capaciteit aan het regelen is voor onder andere de mogelijke aansluiting van dit windpark. Er is ook extra uitbreiding nodig bij dat onderstation vanuit Tennet. Dat hoopt Tennet vanaf 2029 te regelen, wat op tijd is voor aansluiting van dit windpark. Er zijn ook mogelijkheden op andere onderstations.

Randvoorwaarden: Het projectplan bevat een kaart met opstellingsmogelijkheden voor drie windturbines binnen de technische ruimte.

Randvoorwaarde: Het projectplan bevat een kaart met een aanduiding van de gewenste aansluiting op een nabijgelegen onderstation of overige oplossing voor afzet van de geproduceerde elektriciteit.

Om grip te hebben op de milieueffecten, wordt een projectm.e.r. uitgevoerd.

Opruimplicht

Er moet voor een mogelijke maatschappelijke tender een maximum worden gesteld in de technische ruimte. Daarbij dient er namelijk sprake te zijn van de verdeling van schaarse publieke rechten. Dat gebeurt in deze situatie met het stellen van het maximum van 3 windturbines in de technische ruimte.

In de omgevingsvergunning voor de windturbines wordt vastgelegd dat het gebruik van de bouwwerken is toegestaan voor een periode van 25 jaar. Gerekend vanaf de start van de bouwactiviteiten. Na beëindiging van deze termijn geldt een opruimplicht. De volgende voorwaarden worden gesteld aan de verwijdering van de windturbines: Randvoorwaarde: De toestemming voor het gebruik van een windpark wordt voor maximaal 25 jaar verleend, vanaf de start van de bouw. De eigenaren van het windpark zijn verplicht om het windpark na maximaal 25 jaar af te breken, te verwijderen en voor hergebruik, of restmateriaal voor recycling, aan te bieden. De details van de sloop worden nader uitgewerkt in een sloopvergunning. Dat kan tot 5 jaar vóór beoogde ontmanteling uitgewerkt worden. Initiatiefnemers van het windpark dienen in verband met het risico van voortijdig faillissement een vorm van garantie af te geven. Een garantie ter waarde van de ontmantelingskosten wordt geborgd via de anterieure overeenkomst.

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 9

Kaders voor initiatiefnemers Consortium De gemeente hecht veel waarde aan betrokkenheid van inwoners en bedrijven uit het windzoekgebied bij de ontwikkeling en exploitatie van een windpark in Reijerscop. De gemeente verleent alleen medewerking aan de besluitvorming over een initiatief voor een windpark, als alle eigenaren van de voor het initiatief benodigde grondposities deel uitmaken van een consortium waarin grondeigenaren, energiecoöperatie(s) en ontwikkelende partijen zich aantoonbaar hebben verenigd. Daarvoor kan het consortium bijvoorbeeld een samenwerkingsovereenkomst sluiten of gezamenlijk een projectBV oprichten. De gemeente sluit met het consortium een intentieovereenkomst voordat vervolgstappen worden gezet naar de indiening en toetsing van een projectplan en de voorbereiding van besluitvorming onder de Omgevingswet. Daarbij wordt een anterieure overeenkomst getekend om privaatrechtelijke afspraken met de initiatiefnemers te borgen. Randvoorwaarden: Een initiatiefnemer voor windenergie bestaat uit een consortium van: •

• •

Eén of meer coöperaties die in staat zijn en aannemelijk kunnen maken dat zij zowel lokaal eigendom als zeggenschap over de energieproductie door inwoners en MKB-bedrijven in de 3 schillen rondom Reijerscop kunnen realiseren; Eén of meer ontwikkelaars van windenergie (mogelijk voorzien via een coöperatie); Alle grondeigenaren, of hun vertegenwoordigers, die zich bereid hebben verklaard de grondposities beschikbaar te stellen die nodig zijn voor het betreffende initiatief.

De initiatiefnemer moet handelen naar de meest recente Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land van brancheorganisatie NedZero, voor zover niet in strijd met de overige randvoorwaarden uit dit Toetsingskader. Dit wordt vastgelegd in de anterieure overeenkomst.

wordt het schaars recht om een maximum aan stroom op te wekken toegekend aan de partij met een grondpositie en een projectplan dat, in vergelijking met overige inschrijvingen, het beste scoort tijdens de maatschappelijke tenderprocedure. Daarbij speelt het percentage lokaal eigendom nog een grote rol. De randvoorwaarden en uitgangspunten uit het Toetsingskader worden in dat geval verwerkt tot een selectieleidraad. Waarin een set aan selectiecriteria is opgenomen met bijbehorende wegingsfactoren.

Intentieovereenkomst De vorming van een consortium vormt het sluitstuk van een gebiedsproces om te komen tot een samenwerking van grondeigenaren, energiecoöperatie(s) en overige partijen om binnen de betrokken gronden een opstelling met windturbines te onderzoeken en te ontwerpen. De samenwerking van partijen in het consortium wordt vastgelegd in een onderlinge overeenkomst. Zodra de samenwerking is bekrachtigd sluit de gemeente een intentieovereenkomst met het consortium. Dat biedt het consortium het vertrouwen dat zij verder kunnen investeren in de voorbereiding van besluitvorming over een windproject. En het biedt de gemeente de garantie dat inspanningen vanaf dat moment daadwerkelijk leiden tot invulling van de resterende opgave: de opgave voor lokale opwek van duurzame energie in windzoekgebied Reijerscop. Randvoorwaarden: Uiterlijk op een door het bevoegd gezag te bepalen moment toont een consortium van partijen bij de gemeente aan dat onderlinge samenwerking is vastgelegd. Vervolgens wordt een intentieovereenkomst getekend tussen het consortium en de gemeente. Dit betreft een document met tenminste de volgende onderdelen: • • •

Procedure indiening Lokale initiatiefnemers binnen de gemeentegrenzen van Woerden en aangrenzende gemeenten krijgen de gelegenheid om een consortium te vormen voor de ontwikkeling van een windpark. Zie hoofdstuk 4b voor de afbakening van wat de gemeente onder lokaal verstaat. Het kan gebeuren dat, op een door het bevoegd gezag nader te bepalen moment, geen consortium is gevormd dat meer dan 50% lokaal eigendom aannemelijk kan maken. Dan kan het college zich genoodzaakt zien om een maatschappelijke tender te organiseren. Met deze maatschappelijke tender

•

•

•

Betrokken partijen; Grondposities; Rolverdeling: De specifieke rollen en verantwoordelijkheden van zowel de gemeente als de initiatiefnemer worden beschreven. De gemeente biedt ondersteuning in het vergunningentraject en beleidsonderzoek. Terwijl de initiatiefnemer zorgt voor technische en de financiële haalbaarheidsstudies; Tijdspad: Hier worden de belangrijke stappen in de procedure en de tijdlijn geschetst. Bijvoorbeeld: wanneer bepaalde milieuonderzoeken gereed zijn of wanneer besluitvorming plaatsvindt; Kosten en financiering: Een beschrijving van de kosten die gepaard gaan met de voorbereiding en over wie die kosten verdeeld worden. Dit betreft onder andere het participatieproces van de initiatiefnemers; Vergunningentraject: Afspraken over de samenwerking bij het verkrijgen van toestemming voor de ruimtelijke ontwikkeling van windturbines.

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 10

Lokaal eigendom Gemeente Woerden streeft naar de ontwikkeling van windenergie waarbij het economische en juridisch eigendom geheel of gedeeltelijk in eigendom is van partijen in de lokale omgeving van het windproject, want: • • •

Dat verhoogt de betrokkenheid van de omgeving bij het windproject; Zorgt ervoor dat de omgeving zeggenschap heeft bij de ontwikkeling van het windpark en; Maakt het mogelijk dat de omgeving kan meeprofiteren van de opbrengsten uit het windpark.

Lokaal eigendom heeft betrekking op alle fasen van de ontwikkeling, exploitatie van het project en op de gehele businesscase van het windpark. Daarmee heeft de lokale partij zeggenschap bij alle aspecten van de onderneming, zoals bij het afsluiten van de Power Purchase Agreement (PPA). De gemeente ziet graag het lokaal eigendom vormgegeven door een lokale partij die is georganiseerd volgens coöperatieve principes. Een coöperatie dient bij lokaal eigendom onafhankelijk te zijn van commerciële ontwikkelaars en minstens te voldoen aan 3 coöperatieve principes. Zoals omschreven door de Europese Commissie: • • •

Open en vrijwillig lidmaatschap; Democratische controle mogelijk door alle leden (één lid één stem); Economische participatie door de leden.

Omdat een energiecoöperatie meestal geen grondcontract heeft met grondeigenaren is beleid nodig om een energiecoöperatie deel te laten nemen aan het consortium. Voor de ontwikkeling van windenergie moet daarom, bij de vorming van het consortium, minimaal 50% lokaal eigendom worden gegarandeerd in de waarde van de projectBV. Dat weerspiegelt de positie van grondeigenaren en lokale partijen bij de ontwikkeling van het windproject. De gemeente streeft naar maximalisatie van lokaal eigendom, waarbij de ontwikkeling grotendeels door lokale partijen wordt gedragen. Hiermee wordt invulling gegeven aan het amendement Maximalisatie lokaal eigenaarschap, dat in 2021 is aangenomen bij de vaststelling van het Afwegingskader grootschalige duurzame energie.

De gemeente verwacht naast de invulling van lokaal eigendom dat enkele vormen van financiële participatie worden aangeboden aan de omgeving. Voor welke stakeholders een bepaalde vorm van financiële participatie wel of niet toegankelijk moet zijn wordt toegelicht in hoofdstuk 7. Daarvoor wordt gewerkt met enkele ‘schillen’ rond het windpark.

Rol energiecoöperatie of energiegemeenschap In de Energiewet wordt het begrip ‘energiegemeenschap’ geïntroduceerd. Daarmee wordt erkend dat groepen burgers gezamenlijk (eventueel samen met bedrijven en overheden) een eigen rol kunnen spelen in het energielandschap, en wordt deze rol nader ingevuld. Zie het begrippenkader in bijlage 2 voor een definitie van een energiegemeenschap. Een energiecoöperatie is een vorm van energiegemeenschap. Deze wordt vanuit de gemeente Woerden gezien als een partij die bij uitstek een rol kan spelen om lokale betrokkenheid en een hoger aandeel lokaal eigendom te realiseren (zie het Afwegingskader grootschalige duurzame energie 2021). Dit doen zij door inwoners en lokaal gevestigde MKB te verenigen in het mede realiseren van duurzame energieopwekking en het besparen op (fossiele) energiedragers. Randvoorwaarden: De gemeente stelt de volgende randvoorwaarden aan eigendomsverhoudingen van het consortium: • •

Minimaal 50% lokaal eigendom; Maximum van 35% eigendom van personen en partijen die buiten Woerden en de aangrenzende gemeenten gevestigd zijn, maar wel grondeigenaren in het gebied zijn. Dit is inclusief de verpachters in Reijerscop die daar niet gevestigd zijn. Ook niet particuliere grondeigenaren, zoals nutsbedrijven of terrein beherende organisaties worden tot deze categorie eigenaren gerekend.

Om minimaal 50% lokaal eigendom bij energieopwekking juridisch beter te borgen is een Verordening Lokaal Eigendom vastgesteld door de gemeenteraad. Daarmee wordt via de Energiewet een motiveringsplicht opgelegd aan initiatiefnemers om al in een vroeg stadium aan te geven welk percentage lokaal eigendom zij denken te realiseren. En, indien dat percentage lager dan 50% is, te motiveren waarom het niet lukt die 50% te halen. Aan de hand daarvan kan het college beoordelen of er een andere initiatiefnemer is om minimaal 50% lokaal eigendom te realiseren.

Om lokaal eigendom zeker te stellen moet al bij de vorming van het consortium worden aangetoond op welke wijze aan de voorwaarde voor lokaal eigendom wordt voldaan. Alle inwoners en bedrijven van gemeente Woerden en aangrenzende gemeenten komen in aanmerking voor de invulling van lokaal eigendom, al dan niet in de vorm van een energiecoöperatie. Behalve in de buitenste schil, waarbij alleen energiecoöperaties kunnen deelnemen. We stellen ook een maximale aan het eigendom van partijen die grond hebben in Reijerscop maar die niet binnen de lokale schillen gevestigd zijn. Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 11

Projectplan Er dient één plan te worden opgesteld voor de ontwikkeling van een windpark binnen de technische ruimte. Dit plan moet voldoen aan de randvoorwaarden die op grond van het Toetsingskader worden gesteld. Een conceptprojectplan wordt op aanvraag, met daarbij aangegeven deadline, ingediend bij het bevoegd gezag in de vorm van een principeverzoek voor de wenselijkheid. Vervolgens dient dat concept-projectplan uitgewerkt te worden tot een definitief projectplan met alle bijbehorende onderzoeken. Deze uitwerking dient te worden ingediend als aanvraag principeverzoek voor de haalbaarheid. Onderdeel van deze procedure is de uitvoering van een participatieproces en een project-m.e.r., met afweging van een voorkeursopstelling. De omgevingsvergunningsaanvraag die daarop volgt is gebaseerd op het definitieve projectplan en kan worden ingediend nadat het definitieve projectplan is goedgekeurd door de gemeente. Het concept-projectplan moet in elk geval bestaan uit een aantal belangrijke onderdelen. Allereerst is er een ondertekende verklaring van de initiatiefnemers vereist. Waarin zij hun intentie om aan het initiatief deel te nemen bevestigen en aangeven dat zij het Toetsingskader accepteren. Daarnaast moet het projectplan een gedetailleerde plankaart bevatten, inclusief een legenda en toelichting.

Op deze kaart worden de beschikbare grondposities en de beoogde locaties voor de windturbines weergegeven. Net als indicatieve locaties voor de windparkbekabeling en de exportkabel, inclusief aansluiting op het elektriciteitsnet. Bij het opstellen van deze kaart wordt rekening gehouden met bestaande leidingen en watergangen. Onder andere onderstaande zaken komen in het definitieve projectplan of in de anterieure overeenkomst bij de vergunningverlening aan de orde: • • •

Welke beplanting en recreatieve voorzieningen (deels door de initiatiefnemer) worden gerealiseerd; De capaciteit van de gewenste aansluiting (uitgedrukt in mega-volt ampère) en; Hoe het belang van de netbeheerder wordt geborgd, als de aansluiting en bekabeling via particuliere grond moeten worden aangelegd.

Verder geeft het concept-projectplan een overzicht van de voorgestelde eigendomsverhoudingen binnen het consortium dat het windpark ontwikkelt. Ook is een inschatting nodig van de mogelijkheid om te voldoen aan de gestelde geluidsen slagschaduwnormen. Daarnaast wordt een aanleg- en beheerplan op hoofdlijnen opgenomen, waarin aandacht wordt besteed aan landschappelijke inpassing, ecologische kwaliteitsverbetering en recreatief medegebruik van het gebied. Een belangrijk onderdeel van het concept-projectplan is een participatieplan op hoofdlijnen, waarin staat beschreven hoe omwonenden en andere belanghebbenden betrokken worden bij het project.

Randvoorwaarden: Een (concept-)projectplan bevat tenminste de volgende onderdelen: • Een ondertekende verklaring van de initiatiefnemers, waarin zij hun intentie bevestigen om aan het initiatief deel te nemen en aangeven dat zij de randvoorwaarden uit het Toetsingskader accepteren en streven naar het voldoen aan de uitgangspunten; • Een plankaart, inclusief een aanduiding van het te gebruiken netstation; • Een overzicht met de voorgestelde eigendomsverhoudingen van het consortium; • De plaatsingsmogelijkheden voor windturbines met uitleg hoe daarmee wordt voldaan aan de gestelde geluids- en slagschaduwnormen; • Een uitleg over de verwachte meerwaarde van nulmetingen; • Een aanleg- en beheerplan op hoofdlijnen, met de volgende onderdelen: • Landschappelijke inpassing; • Ecologische kwaliteitsverbetering; • Recreatief medegebruik. • Een participatieplan op hoofdlijnen. De wijze waarop bovenstaande onderwerpen wordt uitgewerkt voor een (concept-)projectplan en de omgevingsvergunningsaanvraag, wordt in de volgende hoofdstukken toegelicht.

Toetsingskader Windenergie Reijerscop | 12

Kaders voor geluid en slagschaduw Beperking hinder door geluid Lden-norm Voor toetsing van geluid van windturbines ter plaatse (van geluidgevoelige gebouwen) wordt aangesloten bij de systematiek van de Omgevingswet en de landelijke windturbinebepalingen die de staatssecretaris in voorbereiding heeft. De standaardwaarde, zoals opgenomen in het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving, bedraagt 45 dB Lden dat staat voor het jaargemiddelde geluidniveau gedurende de dag, avond en nachtperioden (den = dayevening-night). De standaardwaarde voor de nachtperiode bedraagt 39 dB Lnight. Als gemeente mogen wij hier geen scherpere normen voor opstellen dan wat landelijk wordt vastgesteld. Deze waarden komen overeen met wat de gemeenteraad in 2021 heeft vastgesteld voor geluid.

Tonaal laagfrequent geluid Normaal functionerende moderne windturbines produceren een geluid dat omschreven kan worden als breedbandige ruis, die in sterkte varieert in het ritme van de draaiende rotorbladen. Het geluid kan daarom ook wel worden omschreven als amplitudegemoduleerde ruis. Voor dit geluid zijn conventionele dB(A) normen toereikend. Deze normen zijn niet toereikend op het moment dat sprake is van zogenaamde tonaliteit. Uit recente onderzoeken blijkt dat sommige windturbines, bij verkeerde fabricage of installatie, naast ruis ook een andersoortig geluid produceren, namelijk (brom)tonen. Het zijn deze laagfrequente tonen (20 Hertz (Hz) tot en met 150 Hz) die kunnen leiden tot ernstige hinder in de omgeving van windturbines. Geluid met een tonaal karakter wordt als hinderlijker ervaren dan geluid op hetzelfde volume met een ruisachtig karakter. Tonaal geluid van windturbines is niet toegestaan. Hiermee is in de normering van geluid van windturbines tot op heden geen rekening gehouden. Indien tonaal geluid wordt aangetoond moeten maatregelen worden getroffen om het tonaal geluid te beëindigen. Een veel toegepaste maatregel is het hanteren van een toeslag op het jaargemiddelde geluidniveau. Waardoor de windturbines geluidmitigatie moeten toepassen, totdat de tonaliteit is weggenomen.

Voor fabrikanten en ontwikkelaars vormt deze extra heffing voor tonale windturbinegeluiden een belangrijke stimulans om, via een goed ontwerp en zorgvuldige uitvoering, tonale geluiden te voorkomen. Het is ook een aanmoediging voor fabrikanten en ontwikkelaars om onderling duidelijke afspraken te maken over verantwoordelijkheden. Mocht er na de realisatie van een windturbine onverhoopt toch tonaal geluid optreden, spelen de financiële gevolgen van de toeslag een belangrijke rol bij het motiveren van technische oplossingen om het tonale geluid te verminderen. Het gebruik van geluidverminderende maatregelen (zogenaamde mitigerende modi) heeft namelijk ook invloed op de opbrengst van een windpark. De staatssecretaris heeft in het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving een toeslag van 5 dB voor tonaal geluid opgenomen, met in de bijbehorende ministeriële regeling een meet- en rekenmethodiek en normgrens voor tonaal laagfrequent geluid. Mocht zo een norm alsnog niet in de definitieve regelgeving worden opgenomen dan zal de gemeente, als bevoegd gezag, zelfstandig een norm voor tonaal geluid met toeslag van 5 dB stellen en motiveren in de omgevingsvergunning. Randvoorwaarden: De ontwerp rijksnormen voor geluidshinder (45 dBLden en 39 dBLnight) en tonaal geluid (5 dB toeslag) worden aangehouden.

Mocht de norm voor tonaal geluid uiteindelijk niet worden overgenomen als definitieve norm, dan zal de gemeente deze norm alsnog als eis opnemen in de omgevingsvergunning. Indien tonaliteit wordt aangetoond geldt een toeslag van 5 dB op het jaargemiddelde geluidniveau Lden. Dat betekent dat geluidmitigatie moet worden toegepast totdat de tonaliteit is weggenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/660/documents/20483